Page 1

Heilige-Drievuldigheidscollege Leuven

Infobrochure derde graad


Woord vooraf Beste leerling

Deze infobrochure is gegroeid uit de samenwerking van heel wat mensen die bij de uitbouw van de derde graad in onze school betrokken zijn. In de volgende bladzijden willen wij je een leidraad bieden bij de erg belangrijke studiekeuze waar je nu voor staat. Je moet op het einde van het vierde jaar immers een definitieve keuze maken voor een studierichting binnen het secundair onderwijs. Het is erg moeilijk binnen de derde graad nog te heroriënteren en dat moet dus worden voorkomen. Bovendien zal deze keuze voor een groot deel je studieloopbaan in het hoger onderwijs mee bepalen: door de studierichting die je in de derde graad uitdiept ben je beter of minder goed voorbereid op bepaalde richtingen in het hoger onderwijs. Toch mag de rechtstreekse voorbereiding op die voortgezette studies niet het belangrijkste en zeker niet het enige argument zijn dat je keuze bepaalt. Welke studierichting je in de derde graad ook kiest, wij blijven in de eerste plaats samen met jou werken aan je algemene vorming. Tegen de achtergrond van je keuzeervaringen van de voorbije jaren en van een geleidelijk rijpingsproces zal je een degelijke, maar globale voorbereiding op het hoger onderwijs nastreven. Wil je daarin slagen, dan zal je ongetwijfeld evenveel aandacht moeten hebben voor attitudevorming: doorzettingsvermogen, nauwgezetheid, luisterbereidheid; innerlijkheid, christelijk en sociaal engagement, evenwicht tussen het hart en het verstand, zelfwerkzaamheid, bereidheid tot levenslang leren, creatieve beleving van de vrije tijd… Kortom, je wordt uitgenodigd een waaier van attitudes te ontwikkelen die de aanloop zijn tot de realisatie van je zelfgekozen, zinvol levensproject. Natuurlijk zul je nog heel wat vragen hebben waarop je in deze brochure geen antwoord vindt. Je kunt dan altijd terecht bij heel wat mensen die je graag zullen bijstaan: je ouders, je klasleraar, je vakleerkrachten, ILB, de coördinatoren van de tweede en de derde graad, het CLB, de directie… Wij heten je van harte welkom in de derde graad. Je verwachtingen zijn voor ons een boeiende uitdaging!

De directie en de leerkrachten

1


Studiekeuze EEN GOEDE STUDIEKEUZE MAKEN is een proces waarbij je aandacht dient te besteden aan heel wat aspecten. Wij sommen er enkele op: 

 

2

Tracht jezelf op studievlak zo realistisch mogelijk in te schatten: welke zijn je mogelijkheden en beperkingen…? Hoe zit het met je inzet, je motivatie om te studeren, je studiemethode, je studeergewoonten? In welke vakken ben je geïnteresseerd? De studierichting die je in de tweede graad hebt gevolgd zal voor een groot deel je studiekeuze mee bepalen. In de praktijk zal je niet voor bepaalde studierichtingen kunnen kiezen en andere richtingen liggen pas voor je open als je je bijwerkt. Verzamel zoveel mogelijk informatie over de keuzemogelijkheden die je in de derde graad hebt. Deze brochure maakt je al een stukje wegwijs. Je maakt in de eerste plaats natuurlijk een persoonlijke keuze, maar dat betekent niet dat je het advies van anderen zomaar naast je kunt neerleggen. Overleg grondig met je ouders, je leerkrachten, de CLB-medewerker… en vraag ook eens de mening van leerlingen uit de derde graad. En - zoals we in het voorwoord al zegden -: wat is jouw zelfgekozen levensproject? Hoe zie jij jouw toekomst? Welke waarden vind jij belangrijk? Welke inspanningen heb jij over voor de realisatie van je dromen?


VERLOOP VAN DE STUDIEKEUZE OP HET EINDE VAN HET VIERDE JAAR Om je te begeleiden bij je studiekeuze stellen wij volgende werkwijze voor:

1. In elke klas wordt deze infobrochure met de leerlingen besproken. Hierbij willen we niet alleen oog hebben voor wat je kunt kiezen, maar er ook over nadenken hoe je dat kan. 2. Voor je ouders is er een informatie-avond gepland in de loop van het derde trimester. 3. In overleg met je ouders maak je een voorlopige studiekeuze die je aan je klasleraar terugbezorgt. 4. De klassenraad bespreekt je voorlopige keuze als voorbereiding op de einddeliberatie. Bij een afwijkend advies wordt je dit meegedeeld. 5. Mocht je nog twijfelen of bijkomende informatie wensen, dan kan je steeds terecht bij de heer studieprefect, de coรถrdinator, je (klas)leraar of het CLB/ILB. 6. Samen met je ouders bepaal je dan je definitieve keuze. Je geeft je keuzeformulier af aan je klasleraar op de dag van de proclamatie, tenzij je eindresultaat of de beslissing van de einddeliberatie die keuze nog zouden verhinderen. In dat geval bezorg je je keuze zo vlug mogelijk aan de prefect.

Zeer belangrijk !! De keuze die je maakt is zo goed als definitief. In de derde graad is het alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden en na bijeenroeping van de voltallige klassenraad mogelijk nog van studierichting te veranderen. Dat wordt dan ook ten stelligste afgeraden.

3


4

Moderne Wetenschappen

Latijn

1e jaar

Moderne Wetenschappen

Latijn

Grieks-Latijn

2e jaar 1e graad Wetenschappen

Humane Wetenschappen

Economie

Latijn

Grieks-Latijn

2e graad

Wetenschappen-Wiskunde

Moderne Talen-Wiskunde

Moderne Talen-Wetenschappen

Humane Wetenschappen

EconomieModerne Talen

Economie-Wiskunde

Latijn-Moderne Talen

Latijn-Wiskunde

Grieks-Wiskunde

Grieks-Latijn

STUDIEAANBOD IN ONZE SCHOOL

Onze school biedt alleen maar ASO-richtingen aan. 3e graad


Studierichtingen in de derde graad van het A.S.O. ALGEMENE KENMERKEN VAN DE DERDE GRAAD In de voorbije vier leerjaren heb je in zekere mate inzicht gekregen in je mogelijkheden en beperkingen. Vooral in de tweede graad kon je je interesses en bekwaamheden uittesten. Nu je stilaan plannen maakt voor een verdere studieloopbaan na het secundair onderwijs, is het moment gekomen om in de derde graad een bepaalde studierichting uit te diepen, zowel qua theoretische kennis als verantwoord kunnen. De basisvorming is voor alle studierichtingen van de derde graad A.S.O. gemeenschappelijk. Deze basisvorming wordt aangevuld met het ‘fundamenteel gedeelte’, waarin de vakken voorkomen die gekoppeld zijn aan de benaming van de studierichting. Als wij het in deze brochure hebben over het profiel van een studierichting, dan bedoelen wij de kenmerken van een studierichting zoals die af te leiden zijn uit het vakkenpakket van het fundamenteel gedeelte. Het is echter niet zo dat de verschillen tussen de richtingen groter of belangrijker zouden zijn dan de gemeenschappelijke algemene vorming. De hoofdbedoeling van het ASO blijft immers de vorming van de totale persoonlijkheid van de leerling. Met uitzondering van Humane Wetenschappen vertonen alle studierichtingen in hun fundamenteel gedeelte een dubbele structuur (bijv. Economie-Wiskunde of Latijn-Wiskunde). Bij het kiezen van je studierichting dien je er rekening mee te houden dat beide componenten van een studierichting evenwaardig zijn. Verder in deze brochure vind je een omschrijving van de eigenheid van elk van deze componenten. Aan de hand hiervan krijg je een idee van de inhoud van elke component en van de nieuwe mogelijkheden die kunnen ontstaan door de combinatie van deze componenten. Hierdoor wordt het antwoord op de vraag of een studierichting je wel ligt al een stukje concreter. Het complementair gedeelte omvat één tot vier lesuren per week, afhankelijk van de studierichting. Deze ‘vrije ruimte’ wordt ingevuld door de school zelf, in samenspraak met de scholengemeenschap. Nieuwe vormen van leren, nieuwe didactische werkvormen, … zullen in deze vrije ruimte aan bod komen. Wij denken hier bijvoorbeeld aan begeleid zelfstandig en samenwerkend leren, probleemgestudeerd leren en dergelijke meer. Dit alles houdt verband met de veranderende visie op onderwijs en leren. Van leerlingen wordt niet meer uitsluitend verwacht dat ze feitenkennis kunnen reproduceren, maar ook dat ze vaardigheden bezitten om zelf kennis te construeren en complexe problemen op te lossen. Dit vormt dan een voorbereiding op het hoger onderwijs, waar in toenemende mate het concept van begeleide zelfstudie wordt aangewend. Belangrijk is ook dat in de ‘vormingen’ binnen de vrije ruimte vakoverschrijdend wordt gewerkt. Dat betekent dat vakken zullen worden gecombineerd (‘clustering’), waarbij er zoveel mogelijk van concrete problemen zal worden uitgegaan. 5


Je moet er wel even mee rekening houden dat in enkele studierichtingen een deel van het complementair gedeelte (bijvoorbeeld Duits in Wetenschappen-Wiskunde) aan één vak wordt toegekend. Op het overzicht van de lessenroosters (p30) kan je zien welke invulling van de vrije ruimte onze school heeft gekozen. In het zesde jaar is één lesuur per week voorbehouden voor zogenaamde seminaries. Deze seminaries bieden je de mogelijkheid om op een concrete manier rond een bepaald thema te werken (bijvoorbeeld in projectvorm, met casestudies of vertrekkend vanuit een probleemstelling). Het is zeker niet de bedoeling een minicursus te krijgen waarbij alleen kennisoverdracht centraal komt te staan. Er wordt op een andere, meer actieve manier en betrokken manier met de realiteit rondom ons omgegaan. De seminaries ‘Studiekeuze Hoger Onderwijs’ en ‘Democratie en actualiteit’ zijn voor alle leerlingen verplicht. Daarnaast kies je 2 seminaries uit een variërend aanbod: bv. Basis Italiaans, economische initiatie, EHBO, filosofie en sociale psychologie. Een seminarieperiode duurt acht tot tien weken. Je kiest in functie van je eigen interesse, capaciteiten of toekomstperspectief.

6


EIGENHEID VAN DE RICHTINGGEBONDEN COMPONENTEN Economie (Economie-Moderne Talen, Economie-Wiskunde) Leerlingen die kiezen voor de richting Economie-Moderne Talen of EconomieWiskunde, zullen in de meeste gevallen in de tweede graad het vak Economie gevolgd hebben. Maar ook leerlingen voor wie dit niet het geval is, kunnen zeker en vast nog in een van beide economie-richtingen terecht. Van de leerlingen die in de derde graad voor een richting met economie kiezen, wordt verwacht dat zij - belangstelling kunnen opbrengen voor economisch-maatschappelijke problemen; - helder, logisch, analytisch en vooral kritisch kunnen denken. Het economisch onderwijs in de derde graad stelt zich tot doel bij de leerlingen "een dispositie tot economische bedachtzaamheid" te ontwikkelen. Dit houdt concreet in dat de leerlingen leren nadenken over waargenomen economische verschijnselen, dat zij de betekenissen die zij eraan geven confronteren met de betekenissen die anderen eraan geven. Dit alles met het oog op het verwerven van een persoonlijk en diepgaand kennisbestand, waarvan ook in de toekomst gebruik kan worden gemaakt. Concreet valt het vak economie uiteen in twee deelvakken: Algemene Economie en Bedrijfswetenschappen. Algemene Economie De maatschappelijke werkelijkheid wordt als vertrekpunt genomen. Een reele gebeurtenis maakt het mogelijk een probleem te definiëren. Bij de oplossing van het probleem zal blijken dat men niet zonder theorie kan en men zal dus de nood ervaren aan vakwetenschap. Die vakwetenschap krijgt echter een instrumentele betekenis. Zij doet dienst als hulpmiddel bij de analyse van de maatschappelijke werkelijkheid. Die analyse zal dan leiden tot een inzicht in de kracht en de beperkingen van de markteconomie en tevens in het feit waarom bepaalde economieën succesvoller zijn dan andere in het creëren van materiële welvaart en in de verdeling ervan, ook onder de zwakkeren. Hierbij krijgt ook de ethische component een vaste stek. Elk maatschappelijk probleem vertoont naast een economische en een politieke dimensie, immers ook een ethische dimensie.

Bedrijfswetenschappen Om de verschillende aspecten van het ondernemen (economische, juridische, boekhoudkundige en ethische) in een samenhangend verband te plaatsen, wordt er vertrokken van een verruimde en dynamische visie op ondernemen en de onderneming. Deze visie wordt vandaag vaak aangeduid als de stakeholder-theorie, waarbij een bedrijf wordt beschouwd als 7


een netwerk van diverse belangengroepen (directie, aandeelhouders, klanten, personeel, lokale gemeenschap, overheid enz.), die samen de opdracht en de inhoud van een onderneming bepalen.

Wiskunde (Economie-Wiskunde, Grieks-Wiskunde, Latijn-Wiskunde, Moderne Talen-Wiskunde, Wetenschappen-Wiskunde)

Het vak wiskunde beoogt zowel een voorbereiding op het latere beroepsleven als een vorming van de geest. Wiskunde is dus zeker niet utilitair: een toekomstige taalkundige of historicus kan evengoed baat hebben bij een doorgedreven wiskundeopleiding, onder meer omwille van de specifiek kritische benadering en het in vraag stellen van schijnbare evidenties. Het vak omvat ook het aanleren van een abstracte taal die, zoals andere talen, dient om informatie door te geven. De wiskundig verkregen resultaten moeten in correcte en verstaanbare taal omgezet worden. Zo wordt de taalvaardigheid gevormd. In de studierichtingen met zes uur wiskunde komt de specificiteit van de wiskundevorming nog meer tot uiting. Het onderwijs in de wiskunde klimt hier naar een vrij hoog niveau van algemeenheid en abstractie. De verworven concepten worden echter ook toegepast om problemen uit de maatschappelijke leefwereld, uit wetenschappen en techniek, te modelleren, te mathematiseren, en op die wijze op te lossen. Van leerlingen uit de derde graad mag bovendien worden verwacht dat ze een zekere vorm van zelfstandig leren en werken opbouwen. Wanneer je een extra 2 uur wiskundig-wetenschappelijke vorming volgt, zal je vanuit een combinatie van vakken aan gemeenschappelijke projecten leren werken. Hierin zijn ook zelfstandig leren werken en allerlei onderzoeksvaardigheden opgenomen.

8


Wetenschappen (Moderne Talen-Wetenschappen, Wetenschappen-Wiskunde) Chemie In de lessen chemie zal in de derde graad nog meer tijd en aandacht worden besteed aan het verzamelen van empirisch feitenmateriaal en aan de inzichtelijke verwerking ervan. Dankzij experimenten in het schoollab, waarnemingen in de natuur en het alledaagse leven en het aanwenden van ICT en audiovisueel materiaal worden de leerlingen geoefend in het kritisch analyseren en gebruiken van feitenmateriaal. Een verdere studie van chemische producten en de toepassing ervan op concrete stoffensystemen moet de leerlingen een nieuwe en verrijkende visie bieden op het natuurgebeuren, op de hele problematiek van bescherming van het leefmilieu en op de noodzaak tot zorgzame omgang met grondstoffen en eindproducten. De verworven kennis zal onontbeerlijk zijn voor diegenen die, na het beëindigen van het secundair onderwijs, zullen kiezen voor een medische, natuurwetenschappelijke, technische of economische richting.

Fysica Wat is een kooi van Faraday? Hoe werkt een metaaldetector? Vanwaar komt het mysterieuze poollicht? Hangen er boven ons hoofd geostationaire satellieten? Hoe verandert je gewicht in een bewegende lift? Waarom klinkt een la uit een trompet niet hetzelfde als uit een blokfluit? In de derde graad proberen we met een gezonde mix van experimenten, voorbeelden uit je eigen leefwereld, theoretische afleidingen en oefeningen, antwoorden te vinden op deze en tal van andere vragen. In het vijfde jaar draait het hoofdzakelijk rond elektriciteit. In het zesde jaar bestuderen we de mechanica, de bewegingsleer.

Biologie Het vormen van inzicht in structuur en functie van de levende materie staat centraal. Directe waarneming en zelfontdekkend leren zijn hierbij het uitgangspunt. De cel als bouwsteen, stofwisselingsprocessen en hun regulatie, het doorgeven van erfelijke kenmerken en het ontstaan en de evolutie van soorten zijn de belangrijkste thema‘s. Heel wat aandacht zal gaan naar het verwerken van een wetenschappelijke probleemaanpak en naar het aannemen van een verantwoorde attitude tegenover een aantal biosociale thema’s zoals genetische manipulatie, voortplanting en seksualiteit, voedselproblemen, milieubeleid, …

9


Klassieke Talen-Latijn (Grieks-Latijn, Latijn-Moderne Talen, Latijn-Wiskunde) In de derde graad wordt de kroon op het werk gezet. Na drie jaren zwoegen met vocabularium en grammatica en na een eerste kennismaking met de Latijnse literatuur via Caesar en Ovidius, gaan we nu verder met de lectuur van authentieke Latijnse teksten. Het vijfde jaar wordt ook wel "Poesis" genoemd: een verwijzing naar de teksten die je dan leest. De grote naam is Vergilius. In navolging van de Griek Homerus schreef hij de AeneĂŻs, over de lotgevallen van Aeneas, de verre voorvader van de Romeinen. Dit heldendicht is wereldliteratuur, zonder meer. Maar er is veel meer dan Vergilius alleen. De dichters Horatius, Catullus, Lucretius, Martialis en vele anderen hebben op een kunstige wijze hun liefde en haat, vaderlandsliefde en vriendschap, hun levensvragen en levenswijsheden in pareltjes van gedichten neergeschreven. Het zesde jaar wordt "Retorica" genoemd: daar lees je immers teksten van de redenaars. En de redenaar bij uitstek is Cicero. Van hem lees je dan ook een redevoering, die je binnenbrengt in de complexe maar boeiende wereld van politiek en recht. Vanzelf komen we dan ook op filosofische en religieuze thema's en zien we ook hoe het Romeinse rechtssysteem onze rechtspraak op directe wijze heeft beĂŻnvloed. Om de leergierigheid nog wat te prikkelen, nemen we in de derde graad ook deel aan een klassikale en een individuele vertaalwedstrijd voor alle scholen van Vlaanderen. Het lezen van authentieke Latijnse teksten in de oorspronkelijke taal verloopt traag en staat zo wat haaks op de vaak vluchtige informatieverwerking die eigen is aan onze tijd. We staan bijna letterlijk stil bij wat andere mensen uit een ver verleden ons te zeggen hebben. Die boodschap proberen we dan om te zetten in een vlotte, hedendaagse taal. In die dubbele opgave, het begrijpen van een tekst in de brede betekenis van het woord en vervolgens het vertalen, spreken we het brede gamma aan van menselijke waarden en intellectuele vaardigheden.

Klassieke Talen-Grieks (Grieks-Latijn, Grieks-Wiskunde) In de derde graad wordt de kroon op het werk gezet. Na drie jaren zwoegen met vocabularium en grammatica en na een eerste kennismaking met de Griekse literatuur via Xenophon en Herodotus, gaan we nu voluit voor de lectuur van authentieke Griekse teksten. Het vijfde jaar wordt ook wel "Poesis" genoemd: een verwijzing naar de teksten die je dan leest. Op naam van Homerus zijn twee indrukwekkende werken overgeleverd: Ilias (rond de Trojaanse Oorlog) en Odyssee (de omzwervingen van de Griek Odysseus). Dit is wereldliteratuur, zonder meer. Behalve deze indrukwekkende voorbeelden van het epos, komen ook de lierdichters aan bod. Bekende (vb. Sappho) en minder bekende namen (vb. Tyrtaeus) nemen ons mee in de wereld van liefde, vriendschap, drinkebroers, vaderlandsliefde.. . 10


In het zesde jaar lezen we een tragedie van Sophocles, een van de drie grote Atheense tragedieschrijvers; zo kom je in contact met de universeel-menselijke problematiek van het omgaan met lijden en dood. De tweede pijler van het zesde jaar is de filosofie. Naast een grondige inleiding in de Griekse filosofie, lees je ook fragmenten uit de dialogen van de grote filosoof Plato. Deze teksten zijn een levendige uitnodiging om zelf na te denken over god, mens, maatschappij, morele waarden, zin van het leven... Een boeiende uitdaging. Om de leergierigheid nog wat te prikkelen, nemen we in het zesde jaar ook deel aan een klassikale en een individuele vertaalwedstrijd voor alle scholen van Vlaanderen. Het lezen van authentieke Griekse teksten in de oorspronkelijke taal verloopt traag en staat zo wat haaks op de vaak vluchtige informatieverwerking die eigen is aan onze tijd. We staan bijna letterlijk stil bij wat andere mensen uit een ver verleden ons te zeggen hebben. Die boodschap proberen we dan om te zetten in een vlotte, hedendaagse taal. In die dubbele opgave, het begrijpen van een tekst in de brede betekenis van het woord en vervolgens het vertalen, spreken we het brede gamma aan van menselijke waarden en intellectuele vaardigheden.

Moderne Talen (Economie-Moderne Talen, Latijn-Moderne Talen, Moderne Talen-Wetenschappen, Moderne Talen-Wiskunde) Frans Wat? In de derde graad bouw je verder met de communicatieve vaardigheden die je in de tweede graad hebt aangeleerd en ingeoefend. Je zult er bovendien meer inzicht verwerven in de taal als systeem, de relatie tussen taal en cultuur en de wijze waarop communicatie functioneert. Doeltreffende communicatie behelst grofweg twee aspecten, dat weet je al: wát ga ik zeggen of schrijven (inhoud) en hóe wil ik dat doen (vorm)? Daar gaan we in de derde graad mee verder werken. De woordenschat en de belangrijkste punten van de Franse basisgrammatica heb je al aangeleerd en verwerkt: welke vormen gebruik je wanneer en waarom … Die functionele kennis ga je nu onderhouden en herhalen én je gaat ze ook heel actief omzetten in de praktijk. De vaardigheden komen echt wel heel expliciet aan bod. Nieuw hierbij is de factor ‘cultuur’: Franstaligen en Nederlandstaligen communiceren vanuit een andere achtergrond, en daarom ga je in de derde graad kennis maken met een aantal aspecten van ‘de Franse cultuur’ in de brede betekenis van het woord – literatuur, historische feiten, mode, gastronomie, omgangsvormen, Frans chanson… Natuurlijk heb je voor dit alles een degelijke theoretische onderbouw nodig, die je het nodige inzicht geeft in de taal als systeem.

11


Hoe? In de derde graad ben je voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de manier waarop je je leerstof verwerkt en vooruitgang boekt. Het proces (hoe je tot een oplossing komt) is vaak even belangrijk als het product (de concrete oplossing). Daarom zullen de werkvormen in de derde graad nog veel meer de traditionele klassituatie doorbreken: begeleid zelfstandig werken (individueel of in groep) en begeleide zelfstudie zullen vaak worden toegepast: een perfecte voorbereiding op je verdere studies én je verdere leven. Tot slot Natuurlijk is Frans belangrijk: België, Europa… Daar moeten we toch geen tekening bij maken? Sociaal en professioneel is het absoluut noodzakelijk dat je een zekere taalautonomie verwerft. Maar er is meer: Frans leren kan ook leuk zijn. Geloof je ’t niet? Probeer het eens.

Engels Net zoals bij de andere moderne talen leer je in de derde graad je Engelse taalvaardigheid verder uitbouwen. Op het einde van de tweede graad kun je je al vlot uitdrukken in de meest courante situaties en nu word je meer en meer voorbereid op toekomstige studies aan universiteit en hogeschool, waar een degelijke kennis van het Engels en een vlotte, praktische taalbeheersing onontbeerlijk zijn. Dankzij deze taalvaardigheid kun je gemakkelijker in contact komen met andere levenswijzen, wat op een persoonlijke verrijking neerkomt. In de voorbije jaren heb je al een behoorlijke kennis van de basisgrammatica van het Engels opgedaan; nu krijg je de kans om binnen en buiten de klassituatie deze grammaticale structuren constant in te oefenen. Je werkt met teksten die tot jouw leefwereld behoren, je maakt gebruik van Internet en andere ICT-technologieën. Vaak zal er een beroep worden gedaan op zelfstandig werk. Luister-, spreek-, lees- en schrijfvaardigheid worden hierbij op een geïntegreerde wijze ingeoefend. Meer dan in richtingen met minder uren Engels kom je in richtingen met de component Moderne Talen in contact met Engelse literatuur. Geen dorre opsommingen van auteurs, geen historische literatuuroverzichten, maar wel: genieten van al het moois dat klassieke en moderne Engelse auteurs aan de wereld hebben geschonken in de vorm van gedichten, verhalen of toneel.

12


Duits Niemand kan ontkennen dat Duits is uitgegroeid tot een Europese ‘werk’-taal, zodat – naast Engels en Frans- een vlotte kennis van het Duits steeds meer vereist is bij het solliciteren en in het beroepsleven. Ook de uitbreiding van de E.U. naar het vroegere Oostblok heeft de positie van onze derde landstaal in Europa nog aanzienlijk versterkt. Daarom krijg je in de studierichtingen met component ‘moderne talen’ in het vijfde jaar twee uur en in het zesde jaar drie uur Duits. In sommige andere richtingen is dat één uur. Naast ‘lesen’ en ‘hören’, waaraan in het vierde jaar vooral gewerkt werd, volgt nu uitdieping, ook op het vlak van ‘sprechen’ en ‘schreiben’. Vanzelfsprekend wordt eveneens gewerkt aan grammaticale facetten en uitbreiding van de woordenschat. Tevens wordt aan ‘Landeskunde’, in de brede zin van het woord, van langsom meer aandacht besteed.

13


Humane Wetenschappen (Humane Wetenschappen) De richting Humane Wetenschappen is een ASO-richting: ze wil de leerlingen dus een brede vorming bieden en hen voorbereiden op hoger onderwijs. Mens en samenleving worden op een systematische manier bestudeerd, vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines: psychologie, sociologie, antropologie, pedagogie, politicologie, economie, filosofie... De vakken Gedragswetenschappen en Cultuurwetenschappen vormen het fundamenteel gedeelte van de richting Humane Wetenschappen. In het vak GEDRAGSWETENSCHAPPEN wordt bestudeerd hoe mens en samenleving functioneren. - In het vijfde jaar staat de identiteit van elke mens centraal. Wat is identiteit en persoonlijkheid en hoe wordt ze gevormd? Hoe kunnen we op een wetenschappelijke manier onze persoonlijkheid beschrijven en analyseren? Wat kan er mislopen bij de ontwikkeling van onze persoonlijkheid en wat kunnen de gevolgen daarvan zijn? - In het 6 de jaar staat diversiteit in mens en samenleving centraal. Worden wij vooral bepaald door onze genen, of door onze omgeving? Welke sociale verschillen bestaan er in onze maatschappij en hoe zijn ze ontstaan? Hoe kan diversiteit ook aanleiding geven tot conflicten, bij de mens of in de maatschappij? In het vak CULTUURWETENSCHAPPEN worden cultuurfenomenen bestudeerd zoals economie, politiek, recht, kunst, media. - In het eerste thema van het 5de jaar bekijken we de media van dichterbij. Welke functies hebben de media in onze samenleving, en hoe beĂŻnvloeden ze ons? Welke rol speelt de overheid in de media? Welke rechten en plichten hebben onze media? In het 2 de thema filosoferen we. Wat is een mens? Wat is de ideale maatschappij? Kunnen we de werkelijkheid ooit echt begrijpen? Wat is rechtvaardigheid en hoe kunnen we rechtvaardig zijn? - In het eerste thema van het 6de jaar analyseren we het politieke en het juridische domein. Wat is democratie en hoe werkt het? Hoe kunnen we de standpunten van de verschillende partijen verklaren vanuit hun achtergrond en ideologie? Hoe functioneert onze rechtspraak? In het 2de thema analyseren we de maatschappelijke betekenis van kunst. Welke functie kan kunst hebben voor een maatschappij? BeĂŻnvloedt de maatschappij de kunst of omgekeerd? Het PROFIEL van een leerling Humane Wetenschappen: Je hebt belangstelling voor sociaal-culturele thema's en je zoekt naar inzicht in de maatschappelijke realiteit. Je bent emotioneel en sociaal intelligent en je hebt een hoog abstractievermogen. Je bent gevoelig voor kunst en andere culturele uitingen.

14


Overzicht van onze studierichtingen ECONOMIE-MODERNE TALEN Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 3 2

4 3 3 3

Aardrijkskunde Natuurwetenschappen Wiskunde

1 2 3

1 2 3

Economie

4

4

Literair-taalkundige vorming “Technisch”-economische vorming

1 1

1 1

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting In deze studierichting combineer je inzicht in het economisch functioneren van de menselijke samenleving met de vervolmaking van je communicatieve vaardigheden en talenkennis. Economie-Moderne Talen is voor jou een geschikte studierichting   

als je een algemene belangstelling hebt voor aspecten van het economisch leven in onze maatschappij als je voldoende interesse en motivatie voor talenstudie hebt als je interesse hebt voor intermenselijke contacten, die je door je kennis van vreemde talen kunt verruimen 15


als je wel met theoretische leerstof overweg kan, maar toch veeleer praktisch ingesteld bent. Via conversatie, discussie, onderhandeling, schriftelijke communicatie zoek je naar orde en samenhang.

Deze studierichting kan aansluiten op Economie-Wiskunde en uiteraard ook op Economie-Moderne Talen van de tweede graad.

ECONOMIE-WISKUNDE Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 3 2 1

4 3 2 1

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Wiskunde

1 1 1 1 6

1 1 1 1 6

Economie “Technisch”-economische vorming

4 1

4 1

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting De studierichting Economie-Wiskunde wil je enerzijds introduceren in de abstracte werkelijkheid van de wiskunde en anderzijds in de maatschappelijke werkelijkheid van de economie. De studie van de economie wordt wiskundig ondersteund, onder meer via het gebruik van modellen, grafieken, extrapolatie en symbolen.

16


Economie-Wiskunde is voor jou een geschikte studierichting   

als je de nodige vaardigheden en interesse hebt om abstract-wiskundige denkpatronen op economische gegevens toe te passen als je over een behoorlijke theoretische intelligentie en abstractievermogen beschikt als je de inzet kan opbrengen om je in een probleem vast te bijten om tot een oplossing te komen

Deze studierichting is de logische voortzetting van Economie-Wiskunde in de tweede graad. Je wordt verondersteld een voorkennis van economie te hebben en goede resultaten voor wiskunde behaald te hebben in het vierde jaar.

GRIEKS-LATIJN Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 3 2 1

4 3 2 1

Aardrijkskunde Natuurwetenschappen Wiskunde

1 2 3

1 2 3

Grieks Latijn

4 4

4 4

Literair-taalkundige vorming

1

1

Seminaries

0

1

32

32

17


Profiel van de studierichting In de studierichting Grieks-Latijn wordt een sterke verbaal-literaire met een cultureel-historische vormingscomponent gecombineerd. Door de studie van twee klassieke talen en de daarbij gehanteerde leesmethode worden taalinzicht, taalreflectie en taaldenken van de leerling ontwikkeld. Via de lectuur van Griekse en Latijnse auteurs komen de leerlingen in contact met de bronnen van de westerse cultuur. Hierdoor leren ze ook de huidige wereld beter te begrijpen en vanuit diverse invalshoeken (sociaal, filosofisch, ethisch, esthetisch‌) te duiden. Grieks-Latijn is voor jou een geschikte studierichting als de studie van twee klassieke talen je echt boeit en je graag literaire werken uit de Oudheid in hun oorspronkelijke taal leest. Literair-filosofische belangstelling is een must, evenals de vaardigheid om abstract taalkundig te denken. Je moet ook over het nodige doorzettingsvermogen en de juiste studiemethode beschikken om de vroeger opgedane basiskennis voortdurend te onderhouden en op nieuwe inhouden toe te passen. Het spreekt vanzelf dat je in de tweede graad Grieks en Latijn hebt gestudeerd.

18


GRIEKS-WISKUNDE Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels

4 3 2

4 3 2

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Wiskunde

1 1 1 1 6

1 1 1 1 6

Grieks

4

4

Keuze uit a. Wiskundig-wetenschappelijke vorming b. Wetenschappelijke vorming

2 2

2 2

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting Het Griekse levensideaal wordt gekenmerkt door het zoeken naar orde, harmonie en schoonheid. Dat is ook een wezenskenmerk van de wiskunde. Beide componenten kunnen elkaar dus uitstekend aanvullen. De combinatie van de studie van een niet-levende taal met de studie van de abstracte wereld van de wiskunde stelt wel hoge eisen, zowel aan je geheugen als aan je doorzettingsvermogen. Er wordt immers voortdurend een beroep gedaan op de kennis die je vroeger hebt verworven. In het complementaire gedeelte heb je de keuze tussen wiskundig-wetenschappelijke vorming of wetenschappelijke vorming. Grieks-Wiskunde is voor jou een geschikte studierichting 

als je, zowel bij de studie van Grieks als van wiskunde, opmerkzaam bent en nauwkeurig in het analyseren en samenvatten 19


  

als je je thuis voelt in de wereld van structuren, symbolen, modellen en abstracties als je daarnaast graag filosofeert over fundamentele vragen en problemen als je in je opleiding een evenwicht wil nastreven tussen het exact-wetenschappelijke en het verbaal-literaire

Je kunt deze richting kiezen als je in de tweede graad Grieks-Latijn hebt gevolgd.

LATIJN-MODERNE TALEN Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 3 2

4 3 3 3

Aardrijkskunde Natuurwetenschappen Wiskunde

1 2 3

1 2 3

Latijn

4

4

Literair-taalkundige vorming

2

2

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting Deze studierichting wil een veelzijdige taalvorming bieden. De doorgedreven studie van de moderne talen oefent je vooral in het communicatieve aspect van de taal, terwijl de studie van het Latijn meer de klemtoon op het taalbeschouwende aspect (taalinzicht) legt. Door de combinatie van Latijn met moderne talen leer je verbanden ontdekken en ervaren wat taalevolutie is. Literatuur is in deze richting sterk aanwezig, zodat je culturele ontwikkeling flink wordt gestimuleerd. Steeds weer word je geconfronteerd met de bronnen van onze cultuur. 20


Latijn-Moderne Talen is voor jou een geschikte studierichting  

als je aanleg hebt voor talen en een ruime belangstelling voor de moderne en de oude cultuur, vooral in haar verbaal-literaire aspecten als je beseft dat het leren van talen veel oefening veronderstelt, zowel mondeling als schriftelijk

Als je in de tweede graad Grieks-Latijn of Latijn hebt gevolgd, kan je deze studierichting kiezen.

LATIJN-WISKUNDE Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels

4 3 2

4 3 2

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Wiskunde

1 1 1 1 6

1 1 1 1 6

Latijn

4

4

Keuze uit a. Wiskundig-wetenschappelijke vorming b. Wetenschappelijke vorming

2 2

2 2

Seminaries

0

1

32

32

21


Profiel van de studierichting De combinatie van Latijn met wiskunde biedt een hoge graad van theoretische vorming. Door de combinatie van een exact-wetenschappelijke component en een verbaal-literaire wordt een evenwicht in de vorming nagestreefd. Deze studierichting is in de eerste plaats bestemd voor leerlingen die sterk theoretisch zijn ingesteld en een uitgesproken belangstelling hebben voor het structurele en structurerende aspect van beide componenten. Door deze eigenheid stelt deze richting hoge eisen aan geheugen en doorzettingsvermogen. In het complementaire gedeelte kan worden gekozen tussen wetenschappelijke vorming of wiskundig-wetenschappelijke vorming. Latijn-Wiskunde is voor jou een geschikte studierichting   

als je sterk theoretisch bent ingesteld als je een uitgesproken belangstelling hebt voor het opstellen van structuren en het zoeken naar oplossingen voor problemen, zowel in de wiskunde als in de taal als je bereid bent veel tijd in je studie te investeren en regelmatig en gedisciplineerd werken je niet afschrikt

Je kunt deze richting kiezen als je in de tweede graad Grieks-Latijn of Latijn hebt gevolgd.

22


HUMANE WETENSCHAPPEN Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 1 2 2

Nederlands Frans Engels

4 3 2

4 3 2

Aardrijkskunde Natuurwetenschappen Wiskunde

1 2 3

1 2 3

Gedragswetenschappen Cultuurwetenschappen

3 3

3 3

Literair-taalkundige vorming Sociaal-maatschappelijke vorming Onderzoek en eindwerk

2 1 1

2 0 1

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting Humane Wetenschappen wil een zo ruim mogelijke algemene vorming bieden, waarbij ons culturele erfgoed en de verworvenheden van de menswetenschappen (gedrags- en cultuurwetenschappen) centraal staan. In het vak gedragswetenschappen concentreert men zich op de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren. Leerlingen maken er kennis met o.a. psychologie, sociologie en antropologie. In het vak cultuurwetenschappen komen cultuurfenomenen als uitingen van mens en samenleving aan bod. Hier maken de leerlingen kennis met o.a. politiek, recht, filosofie, media en kunst. Humane Wetenschappen is voor jou een goede studierichting  

als je echt positief voor deze richting kiest als je belangstelling hebt voor de manieren waarop mensen de werkelijkheid ervaren en vormgeven

23


  

als je nieuwsgierig bent naar wat mensen vroeger hebben gedacht en gedaan, als je geboeid bent door de levenswijze van mensen in andere culturen als je een zeker engagement kan opbrengen voor dingen die in de maatschappij gebeuren als je eraan denkt later in een pedagogische of sociale richting verder te studeren

Humane Wetenschappen in de derde graad sluit rechtstreeks aan op de gelijknamige studierichting van de tweede graad, maar ook met een andere vooropleiding kan je deze richting volgen (mits bijwerking).

MODERNE TALEN-WETENSCHAPPEN Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 3 2

4 3 3 3

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Wiskunde

2 1 2 2 4

1 2 2 2 4

Wetenschappelijke vorming

1

1

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting De combinatie van talen met wetenschappen zorgt voor een evenwicht tussen de specifiek ‘menselijke’ en de meer abstract-wetenschappelijke aspecten van de algemene vorming. De specifieke manier van denken uit de exacte wetenschappen zal een positieve invloed hebben op het denken over taal. Een verhoogde taalvaardigheid draagt 24


bij tot een preciezere begripsvorming en een vlottere verwoording van waarnemingen en ervaringen. Bovendien vergemakkelijkt de kennis van talen de toegang tot de wetenschappelijke literatuur in andere talen. Moderne Talen-Wetenschappen is voor jou een geschikte studierichting   

als je je interesse voor exacte wetenschappen (biologie, chemie, fysica) wil koppelen aan een levendige belangstelling voor taal en communicatie als je voldoende gemotiveerd bent om met taalstudie, literatuur en wetenschappelijke literatuur om te gaan als je het voor de wetenschappen veronderstelde abstractievermogen bezit en tevens beschikt over de nodige taalvaardigheid en aanleg voor taalstudie

Deze studierichting kan aansluiten op alle studierichtingen met 5 uur wiskunde van de tweede graad.

MODERNE TALEN-WISKUNDE Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 3 2

4 3 3 3

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Wiskunde

1 1 1 1 6

1 1 1 1 6

Literair-taalkundige vorming

2

2

Seminaries

0

1

32

32

25


Profiel van de studierichting In deze richting worden een exact-wetenschappelijke en een verbaal-literaire component met elkaar verbonden. Ze is geschikt voor leerlingen die zich aangetrokken voelen tot wiskunde, maar ook hun talenkennis verder willen ontwikkelen. Het studiepakket moderne talen compenseert een te eenzijdige exact-wetenschappelijke oriëntering en garandeert een evenwichtige maatschappijgerichte vorming. Talenkennis is een pluspunt in een maatschappij die meer en meer te maken krijgt met informatisering en internationalisering. Moderne Talen –Wiskunde is een geschikte studierichting voor jou   

als je je sterk aangetrokken voelt tot zowel wiskunde als talen als je nauwkeurig en analytisch kan werken als je de nodige aanleg hebt voor talen en wiskundig denken en als je voldoende kan memoriseren

Heb je in de tweede graad een studierichting met 5 uur wiskunde gevolgd, dan kan je MTWI kiezen.

26


WETENSCHAPPEN-WISKUNDE Lessenrooster 5de jaar

6de jaar

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels

4 3 2

4 3 2

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Wiskunde

2 1 2 2 6

1 2 2 2 6

Keuze uit ofwel: a. Wiskundig-wetenschappelijke vorming Wetenschappelijke vorming b. Wetenschappelijke vorming Duits

2 1 2 1

2 1 2 1

Seminaries

0

1

32

32

Profiel van de studierichting In deze studierichting wordt de abstracte theorie van de wiskunde op de wetenschappen toegepast. De component wiskunde biedt de kans om een dieper inzicht te verwerven in de model-verklarende aspecten van de wetenschappen. Deze studierichting biedt je een intensieve training in zowel inductief als deductief denken. Wetenschappen-Wiskunde is geschikt voor jou    

als je nauwgezet en methodisch kan werken bij het oplossen van oefeningen en het uitvoeren van experimenten als je sterk bent in exact-wetenschappelijk denken en hier graag mee bezig bent als je beschikt over voldoende abstractievermogen om verbanden te leggen tussen de wetenschappen en de wiskunde als je het zoeken naar oplossingen boeiend vindt 27




als je inventief en creatief met wiskundige problemen kan omgaan en zeer gedisciplineerd en regelmatig kunt studeren

Het complementair gedeelte van deze studierichting biedt je de keuze tussen a) wetenschappelijke en wiskundig-wetenschappelijke vorming of b) wetenschappelijke vorming en Duits Heb je in de tweede graad 5 uur wiskunde gevolgd, dan kan je deze studierichting aanvatten.

28


Grieks-Latijn

Grieks-Wiskunde

jaar 5e 6e

Economie-Wiskunde

Economie-Moderne Talen

OVERZICHT LESSENROOSTER DERDE GRAAD

5e 6e

5e 6e

5e 6e

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke Opvoeding

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 3 2

4 3 3 3

4 3 2 1

4 3 2 1

4 3 2 1

4 3 2 1

4 3 2

4 3 2

Aardrijkskunde Natuurwetenschappen Biologie Chemie Fysica Wiskunde

1 2

1 2

1

1

1 2

1 2

1

1

3

3

1 1 1 6

1 1 1 6

1 1 1 6

1 1 1 6

Economie Grieks Latijn Gedragswetenschappen Cultuurwetenschappen

4

4

4

4 4

4

2

2

2

2

0

1

Keuze 1 Literair-taalkundige vorming Sociaal-maatschappelijk vorming Wetenschappelijk vorming Wiskundig-wetenschappelijke vorming "Technisch"-economische vorming Onderzoek & eindwerk

1

1

1

1

1

3

3

4 4

4 4

1

1

1

Keuze 2 Wetenschappelijke vorming Duits Seminaries

0

1

32 32

2

0

1

32 32

0

1

32 32

32 32


Latijn-Wetenschappen

Latijn-Wiskunde

Humane Wetenschappen

Moderne Talen-Wetenschappen

Moderne Talen-Wiskunde

5e 6e

5e 6e

5e 6e

5e 6e

5e 6e

5e 6e jaar

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 1 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

2 1 2 2

2 0 2 2

Godsdienst Esthetica Geschiedenis Lichamelijke Opvoeding

4 4 3 2

4 3 3 3

4 3 2

4 3 2

4 3 2

4 3 2

4 3 2

4 3 2

4 4 3 2

4 3 3 3

4 4 3 2

4 3 3 3

4 3 2

4 3 2

Nederlands Frans Engels Duits

1 2

1 2

2

1

1

1

1 2

1 2

2

1

1

1

2

1

1 2 2 4

2 2 2 4

1 1 1 6

1 1 1 6

1 2 2 4

2 2 2 4

1 1 1 6

1 1 1 6

1 2 2 6

2 2 2 6

Aardrijkskunde Natuurwetenschappen Biologie Chemie Fysica Wiskunde

3

4

2

3

4

4

4

4

3 3

3 3

2 1

2 0

1

32 32

0

1

32 32

2

2

1

2 1

1

Economie Grieks Latijn Gedragswetenschappen Cultuurwetenschappen

1 2

0

3

4

2 1

3

Wetenschappen

Latijn-Moderne Talen

5e 6e

2

2

0

1

32 32

0

1 2

1 2

2 1

2 1

Keuze 2 Wetenschappelijke vorming Duits

0

1

Seminaries

1

1

32 32

0

1

32 32

0

1

32 32

Keuze 1 Literair-taalkundige vorming Sociaal-maatschappelijk vorming Wetenschappelijk vorming Wiskundig-wetenschappelijke vorming "Technisch"-economische vorming Onderzoek & eindwerk

32 32

3


STUDIEKEUZEBEGELEIDING IN HET 6DE JAAR De school beschouwt het als haar plicht je uit te nodigen ernstig met je studiekeuze bezig te zijn. Omdat goed kiezen een proces is, bieden wij je de mogelijkheid om tijdens de vijf uren seminarie ‘Voorbereiding op het hoger onderwijs’ actief aan je studiekeuze te werken. Tijdens de vijf seminaries, die verspreid liggen over het hele schooljaar, krijg je van de studiekeuzebegeleider en gastsprekers de noodzakelijke basisinformatie rond thema’s als: structuur van het hoger onderwijs (BAMA), studiemogelijkheden, studeren, examensysteem enz. Daarnaast wordt er van jou verondersteld dat je tijdens deze seminaries ook actief op zoek gaat naar een geschikte studierichting. Een realistische kijk op je eigen capaciteiten, interesses en beperkingen is hierbij het uitgangspunt. Naast deze seminaries worden vanuit de school en de CLB-begeleiding nog aan aantal activiteiten en mogelijkheden aangeboden: 

   

Buiten de lestijden krijg je de mogelijkheid deel te nemen aan een test die peilt naar redeneervermogen, belangstelling en studiehouding. Op die manier kan je een bijkomend inzicht krijgen in hoe sterk/zwak je staat tegenover een bepaalde studie. In de maand januari breng je met je klas een bezoek aan de SID-in (Studie-Informatie-Dagen) van de provincie. Je kunt er uitgebreid kennis maken met het studieaanbod van diverse scholen, universiteiten, hogescholen in de regio en daarbuiten, uniformberoepen, internationale studiemogelijkheden… Enkele weken later organiseren wij een studie-infonamiddag met o.a. panelgesprekken waarin studerende oud-leerlingen rond studiekeuze debatteren en vragen van leerlingen beantwoorden. Je krijgt geregeld informatie over de info- en opendeurdagen van alle universiteiten en hogescholen. De CLB-begeleider biedt je de mogelijkheid tot een persoonlijk gesprek, waarbij nagegaan wordt hoever je staat met je keuze en welke ‘behoeften’ aan ondersteuning er nog zijn. Werkplekdag

Tijdens de ouderavond voor de zesdejaars kunnen de ouders ook bij de CLBmedewerker terecht met vragen over studiemogelijkheden. Behalve deze specifieke activiteiten heb je de mogelijkheid om in zaal 6 brochures van Belgische universiteiten en hogescholen in te kijken of in het documentatiecentrum van het CLB op school verschillende brochures, Cd-rom’s en boeken over studiemogelijkheden te raadplegen.

4


Uitwegen na het A.S.O. Leerlingen met een A.S.O.-diploma worden verondersteld verder te studeren in het hoger onderwijs. Vanaf het academiejaar 2004-2005 wordt in het hoger onderwijs een nieuwe structuur doorgevoerd, de zgn. BAMA-structuur. Wat de opleidingen in het hoger onderwijs betreft, maakt men vanaf september 2004 een onderscheid tussen Hoger Professioneel Onderwijs, Academisch Onderwijs aan de hogescholen en Academisch Onderwijs aan de universiteiten. In het Hoger Professioneel Onderwijs wordt na een driejarige opleiding een zgn. professionele bachelor afgeleverd. In het Academisch Onderwijs aan de hogescholen en de universiteiten kan een student na het behalen van de academische bachelor (studieduur 3 jaar) na één of meerdere jaren de titel van master verwerven. Onder bepaalde voorwaarden kan na een professionele bachelor ook een mastertitel worden behaald aan de universiteit (via zgn. schakelprogramma’s). Vaak stelt men zich de vraag welke studierichtingen van het hoger onderwijs het best aansluiten bij de studierichting die in het secundair onderwijs werd gevolgd. Deze vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden, want het algemeen secundair onderwijs is in principe algemeen vormend en men heeft er niet de bedoeling specialisten op te leiden.

Het is niet altijd noodzakelijk de specifieke vakken van een bepaalde studierichting in het hoger onderwijs ook in het secundair onderwijs gevolgd te hebben; denk maar aan bijv. economie of filosofie. Het is vanzelfsprekend vaak een pluspunt als men al met deze vakken vertrouwd is, maar andere factoren kunnen op lange termijn een meer doorslaggevende rol spelen. De manier waarop de aangeboden leerstof werd verwerkt, de studiemethode, karaktersterkte, intrinsieke en extrinsieke motiveringen… zijn bepalend voor het al of niet slagen in het hoger onderwijs. Toch is enige relativering hier op zijn plaats. Sommige A.S.O.-richtingen bereiden leerlingen nu eenmaal beter voor op specifieke studierichtingen in het HO. Wie bijvoorbeeld slechts 3 uur wiskunde in het A.S.O. heeft gevolgd, is onvoldoende voorbereid om de studie van burgerlijk ingenieur aan te vatten. Wel kan een achterstand voor een bepaald domein of een gebrek aan voorkennis soms via zelfstudie worden bijgewerkt. Zoals we eerder al hebben gesteld: voor je een bepaalde studierichting kiest moet je voor jezelf een sterkte/zwakte-analyse opstellen van je interesses, vaardigheden, inzet, motivatie… die je in de loop van het secundair onderwijs in mindere of meerdere mate hebt ontwikkeld.

5


Evaluatie, rapportering en communicatie Het rapport is een belangrijke schakel in het contact en de samenwerking tussen je ouders, jezelf, de directie en je leerkrachten. Het is immers de neerslag van de dagelijkse vaststellingen en waarderingsoordelen van je leerkrachten i.v.m. je schoolvorderingen, je gedrag en je leerhouding. Daarom vinden wij het belangrijk je een maandelijks rapport voor te leggen dat door je ouders ondertekend dient te worden. Daarnaast evalueren wij wat het verwerken van grotere leerstofgehelen betreft, tijdens examenreeksen in december en juni. Tevens kunnen op de toetsen en taken of in de schoolagenda belangrijke aanwijzingen betreffende je studiehouding en gedrag aangebracht worden. Tenslotte willen wij er uitdrukkelijk op wijzen dat er naast goede resultaten nog heel wat andere aspecten zijn die je tot een goede leerling maken, zoals wellevendheid, sociale gerichtheid….

EVALUATIE EN RAPPORTERING Maandelijks rapport In de derde graad is er in principe een maandelijks rapport. Hierop wordt per vak een punt op 10 vermeld, als gewogen resultaat van alle (herhalings)toetsen, taken, … die er voor dat vak werden gedaan.

Zinvol rapporteren veronderstelt ook dat een aantal aanwijzingen worden gegeven om tijdig te remediëren bij bepaalde tekorten. Bij ernstige of aanhoudende tekorten (in de loop van het semester of na een examen) zal de vakleraar een remediëringsschema opstellen waarvan je de evolutie kan volgen via het ‘begeleidingsplan’. Na een analyse van de tekorten door de vakleraar, jezelf en je ouders, krijg je van de leraar indien je dat wenst een persoonlijke en specifieke begeleiding: extra oefeningen, lesvoorbereidingen laten nakijken,…

6


Einde van het semester In de derde graad wordt het schooljaar verdeeld in twee semesters, met op het einde van elk semester een examenreeks voor de vakken of vakonderdelen waarvoor niet permanent werd geëvalueerd. In de derde graad worden volgende examens mondeling afgenomen: 

In het vijfde jaar:

1e semester: Nederlands 2e semester: Engels, Frans, Latijn, geschiedenis, gedrags- en cultuurwetenschappen

In het zesde jaar:

1e semester: aardrijkskunde (2u), Engels, geschiedenis, Latijn 2e semester: aardrijkskunde (1u), Frans, Grieks, Nederlands, wiskunde (6 en 6+2 u), gedrags- en cultuurwetenschappen

Naargelang van het vak wordt in de derde graad gedifferentieerd geëvalueerd en gerapporteerd: 1. Permanente evaluatie Gedurende het hele semester wordt er gequoteerd op toetsen, taken en opdrachten. De verwerking van deze scores bepaalt het eindresultaat voor dat vak, zonder dat op het einde van het semester nog een examen volgt. Godsdienst, lichamelijke opvoeding en esthetica werken volgens dit principe.

2. Gemengde evaluatie voor Nederlands, Frans, Engels en Duits Zowel op de tussentijdse rapporten als op de semesterrapporten geven we maar één cijfer weer. Dat cijfer omvat de resultaten voor de onderdelen kennis en vaardigheden. 3. Evaluatie met ‘Dagelijks Werk’ en ‘Examen’ Voor de overige vakken wordt op het einde van het semester het totaal van de toetsen DW gemaakt. De punten DW vertegenwoordigen 25% van het maximum. Er wordt op het einde van het semester een examen georganiseerd voor de overige 75% van de punten.

7


Einde van het schooljaar Op het einde van het schooljaar oordeelt de delibererende klassenraad, onder voorzitterschap van de directie, of een leerling al dan niet bekwaam wordt geacht zijn of haar studies verder te zetten. De eindbeslissing van de deliberatie is definitief. Een leerling(e) die bij een examen een oneerlijk middel gebruikt, verliest daardoor al de punten aan dit examen verbonden. Hij/zij moet bovendien tijdens de vakantie een bijkomende proef afleggen voor het betreffende vak. De eindbeoordeling van de delibererende klassenraad wordt verdaagd tot na deze bijkomende proef. Als op het einde van het vijfde jaar de klassenraad van oordeel is dat een leerling(e) wel geslaagd is, maar een onderdeel van de leerstof van één of meer vakken tijdens de vakantie wat moet uitdiepen of op peil houden om volgend schooljaar goed voorbereid te kunnen starten, kan de klassenraad aan die leerling(e) een vakantietaak opleggen. In sommige gevallen kan een leerling(e) ondanks een (zeer) zwak resultaat voor een vak toch een A-attest toegekend krijgen, aangevuld met een waarschuwing naar het volgende schooljaar toe. De leerling(e) krijgt dan één jaar de tijd om onder begeleiding (met een opvolgingsplan) dat vak bij te werken. Bij de deliberatie op het einde van het volgende schooljaar houdt de delibererende klassenraad dan rekening met het verslag van de vakleraar.

8


Overgang van het vijfde naar het zesde jaar Omdat het principe geldt dat elke leerling de laatste twee leerjaren in dezelfde studierichting moet volgen, kan je op het einde van het vijfde jaar slechts twee mogelijke oriĂŤnteringsattesten krijgen: een A-attest: dat je toelaat naar het zesde jaar over te gaan in dezelfde studierichting een C-attest: dat je verplicht het jaar over te zitten, ofwel in dezelfde studierichting, ofwel in een andere studierichting, rekening houdend met het attest dat je ontving na het vierde leerjaar.

CONTACT MET DE OUDERS Een vlotte samenwerking tussen ouders, school en leerkrachten vinden wij levensnoodzakelijk voor een degelijke begeleiding en opvoeding van uw zoon of dochter. Dergelijke contacten kunnen op verschillende manieren gelegd worden. U kan steeds op school terecht (liefst na een telefonische afspraak: 016 22 27 92) om mensen te ontmoeten van: -

de directie het leerkrachtenteam het CLB (Minderbroederstraat 23, 3000 Leuven, 016 31 46 00). Ouders en leerlingen kunnen, na telefonische afspraak, een gesprek hebben met de CLB-vertegenwoordiger op school en dit elke dinsdag en vrijdag van het schooljaar.

Georganiseerde oudercontacten: -

na de kerstexamens: op advies van de klassenraad kan de klasleraar de ouders in december uitnodigen januari: oudercontact waarop alle vakleraars aanwezig zijn juni, na de proclamatie: indien nodig kan de klasleraar de ouders uitnodigen

Uiteraard kunt u, indien u vragen heeft of als er problemen zijn, ook buiten deze contactavonden steeds op school terecht bij de directie en de leerkrachten. Bovendien is het maandelijkse rapport de beste informatiebron om de schoolvorderingen van uw dochter of zoon te volgen. Ook via de schoolagenda kan er informatie worden doorgespeeld.

9


Leerlingenparticipatie Je kunt bij het reilen en zeilen van jouw school betrokken worden door actieve leerlingenparticipatie. Dit houdt verband met alle mogelijke activiteiten waardoor leerlingen via contacten, dialoog, acties of eigen initiatieven invloed uitoefenen op de manier van samenleven op school. Leerlingenparticipatie is structureel georganiseerd. Formele betrokkenheid van leerlingen is mogelijk via:

LEERLINGENRAAD Deze bestaat uit de klasafgevaardigden van alle klassen. De vergaderingen worden voorgezeten door leerlingen van de derde graad. Samen bespreken ze thema’s die het schoolleven kunnen verbeteren, organiseren ze activiteiten… De leerlingenraad kan bij monde van een afvaardiging haar standpunten, adviezen of voorstellen kenbaar maken op vergaderingen van de directieraad of het oudercomité.

VIJF WORDT ZEVEN Leerlingen van de derde graad helpen leerlingen van de andere graden bij hun vragen over de leerstof. Deze oudere leerlingen trachten in hun eigen bewoordingen te antwoorden op de concrete vragen van de jongeren.

MISSION: IMPOSSIBLE? Leerlingen van alle graden, ook van de derde, engageren zich op vrijwillige basis samen met enkele leerkrachten om sociale thema’s op school voor te bereiden en acties voor alle leerlingen uit te werken. De jaarlijkse actiedag is telkens de kroon op het werk van deze hechte groep.

PETERS EN METERS Alle klassen van het eerste jaar en het tweede jaar hebben een peter en een meter. Dit zijn leerlingen van het vijfde en zesde jaar die deze leerlingen vanaf de eerste schooldag helpen zich goed te voelen op school, hun weg te vinden, twijfels weg te nemen… Peters en meters gaan met hun klas op sportdag en natuurbelevingsdag, zijn erbij op sporttornooitjes en organiseren zeker een naschoolse klasactiviteit met de klasleraar.

10


Activiteiten MIDDAG- EN NASCHOOLSE ACTIVITEITEN Recreatiezaal met gezelschapsspelen Studie in stilte Gastspreker (studiekeuze) Schoolbibliotheek Schaken en andere strategiespelen Basket Badminton Tafeltennis Jaarboek laatstejaars Muziek

Fitness Internet Zaalvoetbal Toneelvoorstellingen Leerlingenraad Studiereizen HDC-Rock Mission: Impossible?

11


KLASACTIVITEITEN EN EXCURSIES Vijfde jaar           

Voetbaltornooi (sportkot, woensdagnamiddag in september) Filmforum Actiedag rond het jaarthema van de sociale werkgroepen (maart) Studiereis naar Parijs Sportdag Wiskunde B dag Zuiddag Vertelfestival Roemenië Planetarium Wetenschapsweek

Zesde jaar             

Filmforum Bezinning SID-in Chrysostomos Studiekeuzenamiddag Werkplekdag Actiedag rond het jaarthema van de sociale werkgroepen (maart) Eindejaarsreizen Sportdag Weimar –Buchenwald Mini – onderneming Wetenschapsweek Keulen

Daarnaast kunnen er in de loop van het schooljaar nog een aantal niet vooraf geplande activiteiten plaatshebben naargelang het aanbod of op initiatief van bepaalde leerkrachten en vakgroepen (tentoonstellingen, workshops, gastsprekers, concerten, toneelvoorstellingen, klasweekends, klasbarbecues…)

12


WOORD VOORAF .......................................................................... 1 STUDIEKEUZE................................................................................ 2 Een goede studiekeuze maken

2

Verloop van de studiekeuze op het einde van het vierde jaar

3

Studieaanbod in onze school

4

STUDIERICHTINGEN IN DE DERDE GRAAD VAN HET A.S.O. .... 5 Algemene kenmerken van de derde graad

5

Eigenheid van de richtinggebonden componenten

7

OVERZICHT VAN ONZE STUDIERICHTINGEN ........................... 15 Economie-Moderne Talen

15

Economie-Wiskunde

16

Grieks-Latijn

17

Grieks-Wiskunde

19

Latijn-Moderne Talen

20

Latijn-Wiskunde

21

Humane Wetenschappen

23

Moderne Talen-Wetenschappen

24

Moderne Talen-Wiskunde

25

Wetenschappen-Wiskunde

27

Overzicht lessenrooster derde graad

2

Studiekeuzebegeleiding in het 6de jaar

2


UITWEGEN NA HET A.S.O. ............................................................ 5 EVALUATIE, RAPPORTERING EN COMMUNICATIE .................. 6 Evaluatie en Rapportering

6

Contact met de Ouders

9

LEERLINGENPARTICIPATIE ....................................................... 10 Vijf wordt zeven

10

Mission: Impossible?

10

Peters en meters

10

ACTIVITEITEN .............................................................................. 11 Middag- en naschoolse activiteiten

11

Klasactiviteiten en excursies

12

Infobrochure 3e graad  

Infobrochure 3e graad

Infobrochure 3e graad  

Infobrochure 3e graad

Advertisement