Page 1

Heilige-Drievuldigheidscollege Leuven

Infobrochure tweede graad


Welkom

Beste leerling

Het lijkt of je pas begon aan je studies in het secundair onderwijs en nu sta je reeds voor een belangrijk keuzemoment in verband met de tweede graad. Tijdens de eerste graad heb je al kunnen ondervinden waar je belangstelling het sterkst naar uitgaat, welke vakken je graag doet en voor welke vakken je een behoorlijk resultaat behaalde. Goede resultaten hangen ook nauw samen met een aangepaste studiemethode, met motivatie en met inzet. Laat je studiekeuze niet alleen bepalen door je resultaten maar ook door je eigen aanleg, je capaciteiten en je belangstelling. Dat is erg belangrijk. De beslissing die je nu moet nemen geldt in principe voor de volgende twee schooljaren! Denk ook al eens aan je verdere keuze voor de daaropvolgende derde graad. In deze brochure beschrijven we op een overzichtelijke manier de keuzemogelijkheden die onze school je aanbiedt en je krijgt bovendien enkele algemene kenmerken van de tweede graad. Heb je nog vragen, nadat je deze brochure samen met je ouders hebt doorgenomen, dan kan je steeds terecht bij de heer directeur, de heer prefect, bij je leerkrachten, bij de coรถrdinatoren of bij de medewerker van het CLB. Alvast welkom in de tweede graad!!

De directie en de leerkrachten

1


Studieaanbod In de tweede graad is er een brede waaier van studiemogelijkheden in het algemeen secundair onderwijs (A.S.O.), het secundair kunstonderwijs (K.S.O.), het technisch secundair onderwijs (T.S.O.) en het beroepssecundair onderwijs (B.S.O). Op het einde van de tweede graad wordt in elke onderverdeling een getuigschrift uitgereikt. Wij bieden op onze school volgende studierichtingen in het A.S.O. aan: Economie Grieks-Latijn Humane wetenschappen Latijn Wetenschappen

In de tweede graad wordt enerzijds consequent gestreefd naar een grotere gemeenschappelijkheid, waarbij voor de leerlingen na de tweede graad nog vele keuzes openblijven, anderzijds naar een uitgebalanceerde lessentabel die de gehele persoonlijkheidsvorming van de leerling ten goede komt. Op de volgende bladzijden bieden wij een overzicht van de studiemogelijkheden om een vergelijking mogelijk te maken. Omdat de verscheidenheid in de tweede graad hoofdzakelijk gelegen is in de specifieke vakken van de studierichtingen, is het toch zeer belangrijk je keuze uiterst zorgvuldig te overwegen. Hoewel er theoretisch een aantal overstapmogelijkheden bestaan, lijkt het ons zinvoller een logische schoolloopbaan op te zetten en daarin consequent verder te gaan. Binnen een graad - of zelfs tussen de tweede en de derde graad - radicaal van keuze veranderen, zou slechts uitzonderlijk mogen gebeuren. Hou bij je keuze ook ernstig rekening met de beslissing en het advies van de delibererende klassenraad en eventueel met het advies van het CLB. Hun professionalisme staat garant voor weloverwogen adviezen. Voldoende redenen dus om je studiekeuze ernstig te overwegen.

2


ECONOMIE Profiel van de studierichting Economie is een studierichting voor leerlingen die interesse hebben voor het economisch leven gecombineerd met een goede aanleg voor talen (Economie wiskunde 4u) of/en voor wiskunde (Economie wiskunde 5u).

Het vak economie is algemeen vormend maar tegelijkertijd ook praktisch. Vanuit de actualiteit maak je kennis met de bouwstenen van het economisch gebeuren en je zal ervaren dat onze samenleving in sterke mate beheerst wordt door het economisch leven. Via het vak socio-economische initiatie (SEI) heb je in het tweede jaar misschien al kennis gemaakt met een aantal aspecten van de economie, maar de leerinhouden van het derde jaar sluiten hierbij niet specifiek aan; je kan natuurlijk wel nagaan of je belangstelling hebt voor economische thema’s.

Heb je belangstelling voor economie zonder dat je een ‘kei’ bent in wiskunde, dan kies je best voor Economie wiskunde 4u. Je krijgt nog steeds 4 uren wiskunde zodat je in principe nog steeds een voldoende basis hebt voor een wiskundige richting in de derde graad. Anderzijds bestudeer je vier moderne talen (Nederlands, Frans, Engels en in het vierde jaar Duits) a rato van 12 uren per week, wat zeker een sterke troef is in onze moderne samenleving.

Heb je naast economische interesse ook een goede aanleg voor wiskunde, dan is de richting Economie wiskunde 5u misschien wel jouw richting. Een brede wiskundige basis (5 lesuren per week) is een goede voorbereiding voor een vervolgstudie in de richting economie-wiskunde of een wetenschappelijkwiskundige richting in de derde graad.

3


Lessentabel Economie wiskunde 4u / Economie wiskunde 5u 3de jaar 4u 5u

4de jaar 4u 5u

Economie Wiskunde

4 4

4 5

4 4

4 5

Nederlands Frans Engels Duits

4 5 3 0

4 4 3 0

4 4 3 1

4 4 2 1

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Geschiedenis Godsdienst Informatica Lichamelijke Opvoeding Muzikale Opvoeding Plastische Opvoeding

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

32

32

32

32

4


Omschrijving van enkele richtingsvakken Economie Wie de actualiteit volgt kan niet ontkennen dat economie een belangrijke rol speelt in onze maatschappij. Dagelijks worden we in de media geconfronteerd met allerlei sociaal-economische problemen. De studie van de economie veronderstelt dus ook een ruime maatschappelijke interesse. In dit vak willen we een vorming meegeven waardoor je een betere kijk krijgt op de eigenheid van het economisch samenspel. Het graadprogramma is opgebouwd rond een aantal onderzoeksvragen, samengebracht in een zestal thema’s die allemaal draaien rond het begrip ondernemen. Observatie van de economische werkelijkheid leert ons dat de onderneming aan de basis ligt van alle welvaartscreaties. In het derde jaar onderzoeken we wat de kern is van het ondernemen, wat het betekent te werken in een onderneming en hoe en waarom ondernemingen risico’s (moeten) nemen om hun onderneming te doen slagen. Het vierde jaar bouwt verder op deze basisbegrippen door de vergelijking te maken tussen grote en kleine ondernemingen, de onderneming in het kader van de wereldmarkt te bestuderen en de kansen tot groei en welvaart, niet alleen voor de individuele onderneming maar tevens voor de hele samenleving. De rode draad in het hele programma is het begrip verantwoord ondernemingsschap. Hiermee wordt bedoeld dat een ondernemer niet alleen moet rekening houden met zijn eigen winst, maar ook met de werknemers, de consumenten, de huidige en de toekomstige generatie, niet alleen hier maar ook op internationaal vlak. Het programma wil niet alleen cognitieve leerinhouden aanreiken maar vooral ook leren onderzoeken vanuit een beschrijvende en verklarende aanpak. We doen dit door het leren stellen van onderzoeksvragen, het opzoeken en interpreteren van informatie en het verwerken van deze informatie in de vorm van samenvattingen, mondelinge en schriftelijke presentaties.

Moderne vreemde talen Frans De tweede graad is een scharniermoment naar de derde graad. De bedoeling ervan is dat je na de tweede graad je basiskennis voldoende sterk verankerd hebt zodat je je in de derde graad vlot en correct (schriftelijk en mondeling) kan uitdrukken.

5


Wat zal je vooral leren en waarom? Om duidelijk te kunnen communiceren moet je natuurlijk weten wat je gaat zeggen (inhoud) maar ook hoe je dat gaat zeggen (vorm) en hoe je je moet aanpassen aan een bepaalde context. Je ouders spreek je niet op dezelfde manier aan als je vrienden, een briefje op tafel leggen om te zeggen dat je later zal thuis zijn, is heel wat anders dan een sollicitatiebrief schrijven. Je zal je in de lessen dan ook vooral op het kennisgedeelte toeleggen. Hoe beter je de grammatica en woordenschat beheerst, hoe duidelijker je een boodschap kan overbrengen. Gezonde boerenlogica... Wil je in de derde graad wanneer de vaardigheden nog veel explicieter, bijna exclusief, aan bod komen in de lessen - sterk in je schoenen staan, dan moet je op het einde van de tweede graad de basisgrammatica geïntegreerd hebben. En liefst op een gestructureerde manier. Zo vergroot je jouw taalautonomie. En de vaardigheden? Wel, natuurlijk oefen je die ook in de tweede graad. Zij worden alleen nog meer in het lesverloop geïntegreerd, je neemt een echt taalbad. Alles gebeurt nu in het Frans... In het begin zal je daarom misschien wat aanpassingsproblemen hebben en lijkt de tweede graad moeilijker dan de eerste... Maar je weet het zelf ook wel, een taal leer je net zoals een sport of een instrument, door er écht mee bezig te zijn. Voortdurend. Hoe ga je dat leren? Het stimuleren van je zelfstandigheid zal je ook voelen in de manier van werken. Het lesverloop zal erop gericht zijn je geleidelijk tot begeleid zelfstandig werk of groepswerk te brengen. Je bent zelf meer en meer verantwoordelijk voor de manier waarop je de leerstof verwerkt en vooruitgang boekt. Het probleemoplossend denken is hier heel belangrijk. Het proces (hoe en waarom je een bepaalde vorm kiest om je uit te drukken) is vaak even belangrijk als het product (de concrete oplossing). Je zal ook, vooral in het vierde jaar waar volgens grotere leerstofeenheden geevalueerd wordt, je werk leren plannen en nog beter leren leren. Uiteraard blijft het heel belangrijk om regelmatig te werken en te studeren... Een serieuze match bereid je ook niet voor met één training. Engels Engels behoort tot de basisvorming van alle ASO-richtingen in de tweede graad. De studierichting ‘Economie wiskunde 4u’ heeft drie uur Engels in het eerste en het tweede leerjaar; de richting ‘Economie wiskunde 5u’ daarentegen heeft drie uur Engels in het eerste leerjaar en twee uur in het tweede leerjaar. Voor zowel de twee- als de drieuurscursus is hetzelfde leerplan van toepassing. Het derde lesuur dient dan om verschillen in aanleg via meer oefengelegenheid en/of een aangepast tempo te kunnen opvangen. In het secundair onderwijs leert men een moderne vreemde taal, zoals het Engels, in de eerste plaats om er zelfstandig iets concreets en praktisch mee te doen. Een moderne taal leren bestaat in de eerste plaats uit het verwerven van vaardigheden. Hoewel er een onderscheid wordt gemaakt tussen communicatieve vaardigheden (lezen, luisteren, spreken en schrijven), functionele vaardigheden (grammatica, woordenschat) en vaardigheden binnen de culturele com6


ponent (kennis van land en volk), komen de vaardigheden binnen de lessen Engels op geïntegreerde wijze aan bod. In deze vaardigheden bestaat een duidelijke hiërarchie: het verwerven van communicatieve vaardigheden is het hoofddoel. Maar om in een bepaalde situatie een bepaalde taalvaardigheid te demonstreren moet de taalgebruiker ook over kennis beschikken van woordenschat, spraakkunst, uitspraak, culturele gegevens, gesprekssituaties, tekstsoorten enz. De keuze van de taalsituaties waarin al deze vaardigheden aan bod komen is uiteraard van groot belang. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangstellingssfeer en de concrete noden van de leerlingen. In welke situaties moeten ze een beroep doen op hun kennis van het Engels? De meesten zullen na hun opleiding terechtkomen in de wereld van bedrijf en management, vrije beroepen, onderwijs of kunst. Hun kennis van het Engels zal daarom in functie staan van hun beroepsleven en permanente vorming: een levenslange ‘leergierigheid’ voor het Engels bijbrengen is van groot belang. Zij worden bewustgemaakt dat het Engels als internationale taal een enorme uitbreiding kent. Zij leren ook kritisch staan tegenover bepaalde stereotiepe opvattingen over Engelssprekende volkeren en ontdekken dat het Engels niet alleen de moedertaal van Britten en Amerikanen is. De vaardigheden worden geïntegreerd ingeoefend in een aantal concrete situaties. Enkele voorbeelden hiervan zijn: klas en school (sfeer op school, familie, uitstappen…), de thuissituatie (maaltijden, woninginrichting, ontspanning…), de vriendenkring (uitwisselen van persoonlijke ervaringen, afspraken maken, telefoneren…), winkel en bedrijf (informatie vragen, omgaan met toestellen…), technische situaties, landschap en omgeving, reizen en vakantie…. In de tweede graad wordt er ook een aanvang gemaakt met het lezen van literatuur. Het betreft hier kortverhalen, songteksten, gedichten, …, waarbij het aspect ‘genieten’ centraal staat. Om de leerlingen aan te zetten tot lezen wordt de lat niet te hoog gelegd: er wordt geput uit het ruime aanbod van ‘simplified readers’. De hoofddoelstelling is, naast tekstbegrip, ook affectief: goede Engelse teksten mooi vinden, er meer van willen lezen of horen. Duits In het vierde leerjaar krijgen alle leerlingen op onze school wekelijks 1 uur Duits. De klemtoon ligt daarbij op leren “lesen” en “hören”. Gezien de nauwe verwantschap tussen Nederlands en Duits mag wat deze twee vaardigheden betreft, de lat tamelijk hoog liggen. “Sprechen” en “schreiben” komen voornamelijk in de derde graad aan bod, waar met een groter aantal lesuren ook deze complexe vaardigheden aangeleerd worden. “Landeskunde” is al vanaf het eerste jaar geïntegreerd in de lessen Duits. Tenslotte is Duits de moedertaal van 100 miljoen Europeanen, vaak nog een belangrijke taal in de vroegere Oostbloklanden en onze eigen derde landstaal. Bovendien is Duitsland veruit onze belangrijkste handelspartner. Dat in de tweede graad al een basis voor Duits wordt gelegd, is geen overbodige luxe: vaak is op latere leeftijd de drempel om Duits te leren zo hoog, dat wie het niet op school leerde, er nooit nog toe komt. 7


Wiskunde 4 uren/5 uren In het algemeen secundair onderwijs behoort een ruim wiskundeaanbod tot de basisvorming. Hierbij kun je kiezen voor leerweg 4 (met 4 wekelijkse lestijden) of voor leerweg 5 (met 5 wekelijkse lestijden). Voor een goed begrip van de accenten die hierbinnen worden gelegd, is het interessant de belangrijkste aspecten van de wiskundevorming te beschouwen. Een eerste aspect betreft het proces van het vertalen: hoe kun je een praktisch probleem vertalen naar een wiskundige context en daar dan oplossen? Er wordt van de leerlingen in leerweg 5 verwacht dat ze bij het oplossen van problemen creatiever zijn in het bedenken van oplossingen en meer initiatief nemen dan de leerlingen uit leerweg 4. Een tweede aspect heeft te maken met de vaardigheid om wiskunde te laten functioneren bij het effectief uitwerken van een oplossing: technische vaardigheden voor het uitvoeren van wiskundige technieken, zowel manueel als met informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het derde aspect betreft de ordening, de samenhang in wiskunde. Deze component wordt slechts sporadisch belicht in leerweg 4. Verder wordt een bepaalde wiskundige taalvaardigheid verwacht. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zullen je leerkrachten in leerweg 4 een geleide en gestuurde aanpak kiezen, tegenover een meer zelfontdekkende aanpak in de 5-uurs cursus. In leerweg 5 wordt van jou verwacht dat je, op basis van aangeboden leerteksten, al een klein onderdeel van de leerinhouden zelfstandig kunt verwerken. De leerinhoudelijke verschillen tussen leerweg 4 en leerweg 5 zijn veeleer beperkt: het vectorbegrip, een deel van de analytische meetkunde, het algebraisch rekenen en rijen komen niet aan bod in leerweg 4. Een groter verschil ligt echter in de wijze waarop wiskundig gedacht en gehandeld wordt: verwoordingsvaardigheid, formalisering, redeneer- en bewijsvaardigheid, ordening en samenhang van leerinhouden, probleemoplossende vaardigheden en kritische zin. Dit alles geeft de leerlingen uit leerweg 5 een intrinsieke voorsprong naar een richting met 6 uren wiskunde in de derde graad. Men zal deze werk- en denkwijzen alsnog proberen door te geven aan de leerlingen die instromen vanuit leerweg 4. Dit verschil in beginsituatie wordt in het vijfde jaar opgevangen door een gemeenschappelijk gedeelte dat aansluit bij de opleiding van leerweg 4 en door het inbouwen van een ruime keuze waarbinnen gedifferentieerd kan worden naargelang van de vooropleiding in de tweede graad. Toch is een overstap van leerweg 4 naar een studierichting met 6 uren wiskunde in de derde graad niet de meest logische overgang. Overstappen zal veeleer een uitzondering dan een regel zijn.

8


Uitwegen naar de volgende graad

2de jaar 1e graad

2de graad

Moderne Wetenschappen Grieks-Latijn Latijn

Economie 4

Economie 5

3de graad Economie-Moderne Talen Humane Wetenschappen (*) Moderne-Talen Wetenschappen

(*)

Economie-Wiskunde Economie-Moderne Talen Humane Wetenschappen (*) Moderne Talen-Wetenschappen Moderne Talen-Wiskunde Wetenschappen-Wiskunde

Deze overgang is enkel mogelijk als je echt ge誰nteresseerd bent en op voorwaarde dat je tijdens de vakantie bepaalde onderwerpen (o.a. de theorie van E. Erikson) leest en verwerkt.

9


GRIEKS-LATIJN Profiel van de studierichting

Grieks-Latijn is een studierichting voor leerlingen met belangstelling en aanleg voor zowel talen als wiskunde.

De studie van Latijn en Grieks vereist vooreerst dat je zeer taalvaardig bent en een goed verwerkingstempo hebt. Daarnaast moet je blijk geven van een brede interesse voor taal en cultuur in het algemeen. Een langdurige en grondige studie van Grieks en Latijn: - realiseert ĂŠĂŠn van de gronddoelstellingen van het algemeen vormend onderwijs: de studiebekwaamheid, als voorbereiding op hogere studies. Grondigheid, doorzettingsvermogen, leergierigheid, oordeelsvorming en logisch denken zijn attitudes die doorlopend ontwikkeld worden, - biedt een unieke basis voor de studie van om het even welke moderne taal, - zorgt voor een kennismaking met de boeiende en hoogstaande Griekse en Romeinse cultuur van 2000 jaar geleden, - brengt je in contact met algemeen erkende literaire kunstwerken, - laat je kennismaken met een belangrijke pijler van onze beschaving, waardoor je historisch besef stevige wortels krijgt. De studierichting Grieks-Latijn in de tweede graad laat alle mogelijkheden open voor de derde graad, dus ook voor een wetenschappelijk-wiskundige richting. In het derde jaar heb je immers net zo goed als in de meeste andere richtingen 5 uur wiskunde. In het vierde jaar heb je slechts 4 uur wiskunde, maar wel in een afzonderlijke groep. Voor wie gemotiveerd is en aanleg heeft voor wiskunde, kan een studierichting met 6 uren wiskunde in de derde graad geen probleem zijn.

10


Lessentabel Grieks-Latijn 3de jaar

4de jaar

Grieks Latijn

4 4

4 4

Wiskunde

5

4

Nederlands Frans Engels Duits

4 3 2 0

4 3 2 1

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Geschiedenis Godsdienst Lichamelijke Opvoeding

1 1 1 1 2 2 2

1 1 1 1 2 2 2

32

32

11


Omschrijving van enkele richtingsvakken Grieks In het derde jaar neemt de studie van de grammatica nog de belangrijkste plaats in. Vanaf het tweede trimester komen de eerste originele teksten eraan: het verhaal van Xenophon die zich met zijn huurlingenleger ten dienste stelt van de Perzische koningen. In het vierde jaar ronden we de grammatica af en lees je bij Xenophon en bij Herodotos, “de vader van de geschiedschrijving”, belangrijke episodes uit de geschiedenis van Griekenland. Het zijn prachtige verhalen en boeiende anekdotes die je gegarandeerd zin in meer zullen doen krijgen. In de lessen cultuur wordt dit alles tegen de ruimere achtergrond van politiek (Atheense democratie), geschiedenis en godsdienst geplaatst.

Latijn De Latijnse grammatica wordt afgerond in het derde jaar. In de teksten volgen we de avonturen van Hannibal, de niet aflatende vijand die de Romeinen ei zo na op de knieën kreeg. Vanaf het vierde jaar ligt de klemtoon hoofdzakelijk op de lectuur van teksten en is het tijd voor Julius Caesar en zijn dappere Belgae. Na Caesar is er de leuke en ontroerende poëzie van Ovidius’ “Metamorphosen”, waarin de klassieke mythologie ruim aan bod komt. Begrijpen en vertalen van Griekse en Latijnse teksten is een hoofddoelstelling van klassieke talen die meer en meer gestalte krijgt in de tweede en de derde graad. Het begrijpen van een klassieke tekst is heel wat anders dan het lezen van een krantenartikel of een moderne roman. Je moet doorheen verschillende niveaus: woordenschat, grammatica, stijl, inhoud, interpretatie. Wie deze zoektocht aflegt, leert eerst goed luisteren (fase van het begrijpen van de tekst) en daarna zich exact en volledig uitdrukken (fase van vertaling). Of hoe het lezen van een “dode taal” een uitstekende training kan zijn in die o zo belangrijke vaardigheid van de menselijke communicatie.

Wiskunde In het algemeen secundair onderwijs behoort een ruim wiskundeaanbod tot de basisvorming. Je hebt in het derde jaar 5 wekelijkse lestijden tegenover 4 wekelijkse lestijden in het vierde jaar. Voor een goed begrip van de accenten die hierbinnen worden gelegd, is het interessant de belangrijkste aspecten van de wiskundevorming te bekijken. Een eerste aspect betreft het proces van het vertalen: hoe kun je een praktisch probleem vertalen naar een wiskundige context en daar dan oplossen? Er wordt van de leerlingen verwacht dat ze bij het oplossen van problemen creatief zijn in het bedenken van oplossingen en dat ze voldoende initiatief nemen.

12


Een tweede aspect heeft te maken met de vaardigheid om wiskunde te laten functioneren bij het effectief uitwerken van een oplossing: technische vaardigheden voor het uitvoeren van wiskundige technieken, zowel manueel als met informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het derde aspect betreft de ordening, de samenhang in wiskunde. Verder wordt een bepaalde wiskundige taalvaardigheid verwacht. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zullen je leerkrachten een zelfontdekkende aanpak kiezen. Er wordt verwacht dat je, op basis van aangeboden leerteksten, al een klein onderdeel van de leerinhouden zelfstandig kunt verwerken.

Moderne vreemde talen Frans De tweede graad is een scharniermoment naar de derde graad. De bedoeling ervan is dat je na de tweede graad je basiskennis voldoende sterk verankerd hebt zodat je je in de derde graad vlot en correct (schriftelijk en mondeling) kan uitdrukken. Wat zal je vooral leren en waarom? Om duidelijk te kunnen communiceren moet je natuurlijk weten wat je gaat zeggen (inhoud) maar ook hoe je dat gaat zeggen (vorm) en hoe je je moet aanpassen aan een bepaalde context. Je ouders spreek je niet op dezelfde manier aan als je vrienden, een briefje op tafel leggen om te zeggen dat je later zal thuis zijn, is heel wat anders dan een sollicitatiebrief schrijven. Je zal je in de lessen dan ook vooral op het kennisgedeelte toeleggen. Hoe beter je de grammatica en woordenschat beheerst, hoe duidelijker je een boodschap kan overbrengen. Gezonde boerenlogica... Wil je in de derde graad wanneer de vaardigheden nog veel explicieter, bijna exclusief, aan bod komen in de lessen - sterk in je schoenen staan, dan moet je op het einde van de tweede graad de basisgrammatica geïntegreerd hebben. En liefst op een gestructureerde manier. Zo vergroot je jouw taalautonomie. En de vaardigheden? Wel, natuurlijk oefen je die ook in de tweede graad. Zij worden alleen nog meer in het lesverloop geïntegreerd, je neemt een echt taalbad. Alles gebeurt nu in het Frans... In het begin zal je daarom misschien wat aanpassingsproblemen hebben en lijkt de tweede graad moeilijker dan de eerste... Maar je weet het zelf ook wel, een taal leer je net zoals een sport of een instrument, door er écht mee bezig te zijn. Voortdurend. Hoe ga je dat leren? Het stimuleren van je zelfstandigheid zal je ook voelen in de manier van werken. Het lesverloop zal erop gericht zijn je geleidelijk tot begeleid zelfstandig werk of groepswerk te brengen. Je bent zelf meer en meer verantwoordelijk voor de manier waarop je de leerstof verwerkt en vooruitgang boekt.

13


Het probleemoplossend denken is hier heel belangrijk. Het proces (hoe en waarom je een bepaalde vorm kiest om je uit te drukken) is vaak even belangrijk als het product (de concrete oplossing). Je zal ook, vooral in het vierde jaar waar volgens grotere leerstofeenheden geevalueerd wordt, je werk leren plannen en nog beter leren leren. Uiteraard blijft het heel belangrijk om regelmatig te werken en te studeren... Een serieuze match bereid je ook niet voor met één training.

Engels Engels behoort tot de basisvorming van alle ASO-richtingen in de tweede graad. In de studierichtingen ‘Grieks-Latijn’ en ‘Latijn’ wordt het twee uur per week gegeven, zowel in het eerste als in het tweede leerjaar van de tweede graad. In het secundair onderwijs leert men een moderne vreemde taal, zoals het Engels, in de eerste plaats om er zelfstandig iets concreets en praktisch mee te doen. Een moderne taal leren bestaat in de eerste plaats uit het verwerven van vaardigheden. Hoewel er een onderscheid wordt gemaakt tussen communicatieve vaardigheden (lezen, luisteren, spreken en schrijven), functionele vaardigheden (grammatica, woordenschat) en vaardigheden binnen de culturele component (kennis van land en volk), komen de vaardigheden binnen de lessen Engels op geïntegreerde wijze aan bod. In deze vaardigheden bestaat een duidelijke hiërarchie: het verwerven van communicatieve vaardigheden is het hoofddoel. Maar om in een bepaalde situatie een bepaalde taalvaardigheid te demonstreren moet de taalgebruiker ook over kennis beschikken van woordenschat, spraakkunst, uitspraak, culturele gegevens, gesprekssituaties, tekstsoorten enz. De keuze van de taalsituaties waarin al deze vaardigheden aan bod komen is uiteraard van groot belang. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangstellingssfeer en de concrete noden van de leerlingen. In welke situaties moeten ze een beroep doen op hun kennis van het Engels? De meesten zullen na hun opleiding terechtkomen in de wereld van bedrijf en management, vrije beroepen, onderwijs of kunst. Hun kennis van het Engels zal daarom in functie staan van hun beroepsleven en permanente vorming: een levenslange ‘leergierigheid’ voor het Engels bijbrengen is van groot belang. Zij worden bewustgemaakt dat het Engels als internationale taal een enorme uitbreiding kent. Zij leren ook kritisch staan tegenover bepaalde stereotiepe opvattingen over Engelssprekende volkeren en ontdekken dat het Engels niet alleen de moedertaal van Britten en Amerikanen is. De vaardigheden worden geïntegreerd ingeoefend in een aantal concrete situaties. Enkele voorbeelden hiervan zijn: klas en school (sfeer op school, familie, uitstappen…), de thuissituatie (maaltijden, woninginrichting, ontspanning…), de vriendenkring (uitwisselen van persoonlijke ervaringen, afspraken maken, telefoneren…), winkel en bedrijf (informatie vragen, omgaan met toestellen…), technische situaties, landschap en omgeving, reizen en vakantie….

14


In de tweede graad wordt er ook een aanvang gemaakt met het lezen van literatuur. Het betreft hier kortverhalen, songteksten, gedichten, …, waarbij het aspect ‘genieten’ centraal staat. Om de leerlingen aan te zetten tot lezen wordt de lat niet te hoog gelegd: er wordt geput uit het ruime aanbod van ‘simplified readers’. De hoofddoelstelling is, naast tekstbegrip, ook affectief: goede Engelse teksten mooi vinden, er meer van willen lezen of horen.

Duits In het vierde leerjaar krijgen alle leerlingen op onze school wekelijks 1 uur Duits. De klemtoon ligt daarbij op leren “lesen” en “hören”. Gezien de nauwe verwantschap tussen Nederlands en Duits mag wat deze twee vaardigheden betreft, de lat tamelijk hoog liggen. “Sprechen” en “schreiben” komen voornamelijk in de derde graad aan bod, waar met een groter aantal lesuren ook deze complexe vaardigheden aangeleerd worden. “Landeskunde” is al vanaf het eerste jaar geïntegreerd in de lessen Duits. Tenslotte is Duits de moedertaal van 100 miljoen Europeanen, vaak nog een belangrijke taal in de vroegere Oostbloklanden en onze eigen derde landstaal. Bovendien is Duitsland veruit onze belangrijkste handelspartner. Dat in de tweede graad al een basis voor Duits wordt gelegd, is geen overbodige luxe: vaak is op latere leeftijd de drempel om Duits te leren zo hoog, dat wie het niet op school leerde, er nooit nog toe komt.

15


Uitwegen naar de volgende graad

2de jaar 1e graad

Grieks-Latijn

2de graad

Grieks-Latijn

3de graad

(*)

Grieks-Latijn Grieks-Wiskunde Latijn-Moderne Talen Latijn-Wetenschappen Latijn-Wiskunde Economie-Wiskunde (*) Economie-Moderne Talen(*) Humane Wetenschappen (**) Moderne Talen-Wetenschappen Moderne Talen-Wiskunde Wetenschappen-Wiskunde

Deze overgang is enkel mogelijk als je echt ge誰nteresseerd bent en je bij het begin van het schooljaar laat begeleiden door een leerkracht economie.

(**) Deze overgang is enkel mogelijk als je echt ge誰nteresseerd bent en op voorwaarde dat je tijdens de vakantie bepaalde onderwerpen (o.a. de theorie van E. Erikson) leest en verwerkt.

16


HUMANE WETENSCHAPPEN Profiel van de studierichting

Humane wetenschappen is een studierichting voor leerlingen die een brede culturele vorming wensen te koppelen aan talenkennis.

In deze studierichting ontwikkelen leerlingen tijdens de lessen talen, cultuur- en gedragswetenschappen een bijzondere zin voor betekenissen en verbanden; taal- en communicatievaardigheden zijn hierbij stevige pijlers. Zoek je een richting waarin de studie van de mens en de vertrouwdheid met ons cultureel erfgoed op het voorplan staan en waarin talenkennis ervaren wordt als een persoonlijke verrijking, dan is de studierichting Humane Wetenschappen zeker iets voor jou.

Lessentabel 3de jaar

4de jaar

Cultuurwetenschappen Gedragswetenschappen

2 3

2 3

Wiskunde

4

4

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 3 0

4 4 2 1

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Geschiedenis Godsdienst Informatica Lichamelijke Opvoeding Muzikale Opvoeding Plastische Opvoeding

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

32

32 17


Omschrijving van enkele richtingsvakken Gedragswetenschappen In het vak gedragswetenschappen staat de wijze waarop het individu in de samenleving functioneert centraal. We maken kennis met situaties en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines, zoals de psychologie, de sociologie, de antropologie, …, die de mens en de samenleving bestuderen. Volgende thema’s worden behandeld: · In het derde jaar - Het kind in de samenleving: we bestuderen de plaats van het kind in onze samenleving, maar ook in vreemde culturen en andere tijden; we volgen ook de psychologische ontwikkeling van het kind. - Een tijd van groei en verandering: vanuit de eigen ervaring, want we volgen de adolescent en verklaren het gedrag van jongeren vanuit wetenschappelijke modellen. Ook de meerderjarigheid wordt kritisch bekeken. We sluiten af met probleemgedrag bij jongeren. - Levenslang groeien? Na de verkenning van de volwassenheid komen we terecht bij de ouder wordende mens. We bestuderen de kansen maar ook de beperkingen van het ouder worden. · In het vierde jaar - Interactie en gedrag: ontwikkeling vindt plaats in confrontatie met de buitenwereld. Die confrontatie noemen we interactie. Van hieruit bestuderen we aspecten van gedrag. - Relaties: het communicatieproces tussen individuen en tussen het individu en de groep. Die subjectieve ervaring houden we nadien tegen een wetenschappelijke achtergrond. - Individu en organisaties: mensen leven niet alleen, maar hebben hun plaats in organisaties. We bestuderen organisaties in de eigen leefwerelden op lokaal vlak.

Cultuurwetenschappen In het vak cultuurwetenschappen staat de confrontatie met de cultuurfenomenen als uiting van mens en samenleving centraal. We maken kennis met o.a. economie, recht, media, filosofie, kunst en met wetenschappen die cultuurverschijnselen bestuderen. Volgende thema’s komen aan bod: · In het derde jaar - cultuur en cultuuroverdracht: hoe brengt cultuur waarden en normen over? Vooral de ruimere context van het “verhaal” in de cultuur komt aan bod in beelden, muziek, rituelen enz. - cultuuroverdracht en massamedia: omdat de media eigentijds zijn en bijzonder belangrijk binnen onze eigen cultuur, willen we vertrouwd geraken met begrippen en aspecten van dit mediagebeuren. We leren de diverse functies van de media herkennen. 18


· In het vierde jaar - welvaart en welzijn: vanuit de economie leren we de organisatie van de maatschappij kennen, met een speciale aandacht voor de spanning tussen welvaart en welzijn: armoede, solidariteit, spanning tussen economische groei en andere belangen. - Omgaan met kunst: het uitgangspunt is het ‘kunst-beleven’. Vanuit de waarneming komen we tot opvattingen over kunst, leren we de talen van verschillende kunstvormen herkennen. Vooral in de tweede graad leert men hoofdzakelijk observeren en beschrijven. Deze vaardigheden vormen de basis van het latere analyseren en synthetiseren in de derde graad.

Moderne vreemde talen Frans De tweede graad is een scharniermoment naar de derde graad. De bedoeling ervan is dat je na de tweede graad je basiskennis voldoende sterk verankerd hebt zodat je je in de derde graad vlot en correct (schriftelijk en mondeling) kan uitdrukken. Wat zal je vooral leren en waarom? Om duidelijk te kunnen communiceren moet je natuurlijk weten wat je gaat zeggen (inhoud) maar ook hoe je dat gaat zeggen (vorm) en hoe je je moet aanpassen aan een bepaalde context. Je ouders spreek je niet op dezelfde manier aan als je vrienden, een briefje op tafel leggen om te zeggen dat je later zal thuis zijn, is heel wat anders dan een sollicitatiebrief schrijven. Je zal je in de lessen dan ook vooral op het kennisgedeelte toeleggen. Hoe beter je de grammatica en woordenschat beheerst, hoe duidelijker je een boodschap kan overbrengen. Gezonde boerenlogica... Wil je in de derde graad wanneer de vaardigheden nog veel explicieter, bijna exclusief, aan bod komen in de lessen - sterk in je schoenen staan, dan moet je op het einde van de tweede graad de basisgrammatica geïntegreerd hebben. En liefst op een gestructureerde manier. Zo vergroot je jouw taalautonomie. En de vaardigheden? Wel, natuurlijk oefen je die ook in de tweede graad. Zij worden alleen nog meer in het lesverloop geïntegreerd, je neemt een echt taalbad. Alles gebeurt nu in het Frans... In het begin zal je daarom misschien wat aanpassingsproblemen hebben en lijkt de tweede graad moeilijker dan de eerste... Maar je weet het zelf ook wel, een taal leer je net zoals een sport of een instrument, door er écht mee bezig te zijn. Voortdurend.

19


Hoe ga je dat leren? Het stimuleren van je zelfstandigheid zal je ook voelen in de manier van werken. Het lesverloop zal erop gericht zijn je geleidelijk tot begeleid zelfstandig werk of groepswerk te brengen. Je bent zelf meer en meer verantwoordelijk voor de manier waarop je de leerstof verwerkt en vooruitgang boekt. Het probleemoplossend denken is hier heel belangrijk. Het proces (hoe en waarom je een bepaalde vorm kiest om je uit te drukken) is vaak even belangrijk als het product (de concrete oplossing). Je zal ook, vooral in het vierde jaar waar volgens grotere leerstofeenheden geevalueerd wordt, je werk leren plannen en nog beter leren leren. Uiteraard blijft het heel belangrijk om regelmatig te werken en te studeren... Een serieuze match bereid je ook niet voor met één training.

Engels Engels behoort tot de basisvorming van alle ASO-richtingen in de tweede graad. De studierichting ‘Humane Wetenschappen’ heeft drie uur Engels in het eerste leerjaar en twee uur in het tweede leerjaar. Voor zowel de twee- als de drieuurscursus is hetzelfde leerplan van toepassing. Het derde lesuur dient dan om verschillen in aanleg via meer oefengelegenheid en/of een aangepast tempo te kunnen opvangen. In het secundair onderwijs leert men een moderne vreemde taal, zoals het Engels, in de eerste plaats om er zelfstandig iets concreets en praktisch mee te doen. Een moderne taal leren bestaat in de eerste plaats uit het verwerven van vaardigheden. Hoewel er een onderscheid wordt gemaakt tussen communicatieve vaardigheden (lezen, luisteren, spreken en schrijven), functionele vaardigheden (grammatica, woordenschat) en vaardigheden binnen de culturele component (kennis van land en volk), komen de vaardigheden binnen de lessen Engels op geïntegreerde wijze aan bod. In deze vaardigheden bestaat een duidelijke hiërarchie: het verwerven van communicatieve vaardigheden is het hoofddoel. Maar om in een bepaalde situatie een bepaalde taalvaardigheid te demonstreren moet de taalgebruiker ook over kennis beschikken van woordenschat, spraakkunst, uitspraak, culturele gegevens, gesprekssituaties, tekstsoorten enz. De keuze van de taalsituaties waarin al deze vaardigheden aan bod komen is uiteraard van groot belang. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangstellingssfeer en de concrete noden van de leerlingen. In welke situaties moeten ze een beroep doen op hun kennis van het Engels? De meesten zullen na hun opleiding terechtkomen in de wereld van bedrijf en management, vrije beroepen, onderwijs of kunst. Hun kennis van het Engels zal daarom in functie staan van hun beroepsleven en permanente vorming: een levenslange ‘leergierigheid’ voor het Engels bijbrengen is van groot belang. Zij worden bewustgemaakt dat het Engels als internationale taal een enorme uitbreiding kent. Zij leren ook kritisch staan tegenover bepaalde stereotiepe opvattingen over Engelssprekende volkeren en ontdekken dat het Engels niet alleen de moedertaal van Britten en Amerikanen is. De vaardigheden worden geïntegreerd ingeoefend in een aantal concrete situaties. Enkele voorbeelden hiervan zijn: klas en school (sfeer op school, familie, 20


uitstappen…), de thuissituatie (maaltijden, woninginrichting, ontspanning…), de vriendenkring (uitwisselen van persoonlijke ervaringen, afspraken maken, telefoneren…), winkel en bedrijf (informatie vragen, omgaan met toestellen…), technische situaties, landschap en omgeving, reizen en vakantie…. In de tweede graad wordt er ook een aanvang gemaakt met het lezen van literatuur. Het betreft hier kortverhalen, songteksten, gedichten, …, waarbij het aspect ‘genieten’ centraal staat. Om de leerlingen aan te zetten tot lezen wordt de lat niet te hoog gelegd: er wordt geput uit het ruime aanbod van ‘simplified readers’. De hoofddoelstelling is, naast tekstbegrip, ook affectief: goede Engelse teksten mooi vinden, er meer van willen lezen of horen.

Duits In het vierde leerjaar krijgen alle leerlingen op onze school wekelijks 1 uur Duits. De klemtoon ligt daarbij op leren “lesen” en “hören”. Gezien de nauwe verwantschap tussen Nederlands en Duits mag wat deze twee vaardigheden betreft, de lat tamelijk hoog liggen. “Sprechen” en “schreiben” komen voornamelijk in de derde graad aan bod, waar met een groter aantal lesuren ook deze complexe vaardigheden aangeleerd worden. “Landeskunde” is al vanaf het eerste jaar geïntegreerd in de lessen Duits. Tenslotte is Duits de moedertaal van 100 miljoen Europeanen, vaak nog een belangrijke taal in de vroegere Oostbloklanden en onze eigen derde landstaal. Bovendien is Duitsland veruit onze belangrijkste handelspartner. Dat in de tweede graad al een basis voor Duits wordt gelegd, is geen overbodige luxe: vaak is op latere leeftijd de drempel om Duits te leren zo hoog, dat wie het niet op school leerde, er nooit nog toe komt.

Wiskunde 4 uren In het algemeen secundair onderwijs behoort een ruim wiskundeaanbod tot de basisvorming. Om deze vorming te concretiseren heb je leerweg 4 (met 4 wekelijkse lestijden). Voor een goed begrip van de accenten die hierbinnen worden gelegd, is het interessant de belangrijkste aspecten van de wiskundevorming te bekijken. Een eerste aspect betreft het proces van het vertalen: hoe kun je een praktisch probleem vertalen naar een wiskundige context en daar dan oplossen? Een tweede aspect heeft te maken met de vaardigheid om wiskunde te laten functioneren bij het effectief uitwerken van een oplossing: technische vaardigheden voor het uitvoeren van wiskundige technieken, zowel manueel als met informatie- en communicatie technologie (ICT). Het derde aspect betreft de ordening, de samenhang in wiskunde. Deze component wordt slechts sporadisch belicht. Verder wordt een bepaalde wiskundige taalvaardigheid verwacht. 21


Om al deze doelstellingen te verwezenlijken zullen je leerkrachten een geleide en gestuurde aanpak kiezen.

Uitwegen naar de volgende graad

(*)

2de jaar 1e graad

Moderne Wetenschappen Grieks-Latijn Latijn

2de graad

Humane Wetenschappen

3de graad

Humane Wetenschappen Moderne Talen-Wetenschappen (*) Economie-Moderne Talen (**)

Dit is zeker niet de meest logische overgang omwille van het zware pakket wetenschappen in deze studierichting.

(**) Deze overgang is enkel mogelijk als je echt ge誰nteresseerd bent en je bij het begin van het schooljaar laat begeleiden door een leerkracht economie.

22


LATIJN Profiel van de studierichting Latijn is een studierichting voor leerlingen met aanleg en interesse voor taal en wiskunde.

Heb je belangstelling voor antieke cultuur, ben je taalvaardig en wil je tegelijkertijd een stevige wiskundige basis uitbouwen, dan is deze richting geknipt voor jou. Je beperkt je tot ĂŠĂŠn klassieke taal, het Latijn. Tijdens het wekelijks pakket van 5 uren Latijn ligt de klemtoon op het verwerken van Latijnse teksten. Zo krijg je een grondig inzicht in de Latijnse taal, literatuur en cultuur.

Lessentabel 3de jaar

4de jaar

Latijn

5

5

Wiskunde

5

5

Nederlands Frans Engels Duits

4 4 2 0

4 3 2 1

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Geschiedenis Godsdienst Informatica Lichamelijke opvoeding Muzikale opvoeding Plastische opvoeding

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

32

32

23


Omschrijving van enkele richtingsvakken

Latijn De Latijnse grammatica wordt afgerond in het derde jaar. In de teksten volgen we de avonturen van Hannibal, de niet aflatende vijand die de Romeinen ei zo na op de knieën kreeg. Vanaf het vierde jaar ligt de klemtoon hoofdzakelijk op de lectuur van teksten en is het tijd voor Julius Caesar en zijn dappere Belgae. Na Caesar is er de leuke en ontroerende poëzie van Ovidius’ “Metamorphosen”, waarin de klassieke mythologie ruim aan bod komt. Begrijpen en vertalen van Griekse en Latijnse teksten is een hoofddoelstelling van klassieke talen die meer en meer gestalte krijgt in de tweede en de derde graad. Het begrijpen van een klassieke tekst is heel wat anders dan het lezen van een krantenartikel of een moderne roman. Je moet doorheen verschillende niveaus: woordenschat, grammatica, stijl, inhoud, interpretatie. Wie deze zoektocht aflegt, leert eerst goed luisteren (fase van het begrijpen van de tekst) en daarna zich exact en volledig uitdrukken (fase van vertaling). Of hoe het lezen van een “dode taal” een uitstekende training kan zijn in die o zo belangrijke vaardigheid van de menselijke communicatie.

Wiskunde 5 uren In het algemeen secundair onderwijs behoort een ruim wiskundeaanbod tot de basisvorming. Om deze vorming te concretiseren volg je in de richting Latijn leerweg 5 (met 5 wekelijkse lestijden). Voor een goed begrip van de accenten die hierbinnen worden gelegd, is het interessant de belangrijkste aspecten van de wiskundevorming te kijken. Een eerste aspect betreft het proces van het vertalen: hoe kun je een praktisch probleem vertalen naar een wiskundige context en daar dan oplossen? Er wordt van jou in deze leerweg verwacht dat je bij het oplossen van problemen creatief bent in het bedenken van oplossingen en voldoende initiatief neemt. Een tweede aspect heeft te maken met de vaardigheid om wiskunde te laten functioneren bij het effectief uitwerken van een oplossing: technische vaardigheden voor het uitvoeren van wiskundige technieken, zowel manueel als met informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het derde aspect betreft de ordening, de samenhang in wiskunde. Verder wordt van de leerling een bepaalde wiskundige taalvaardigheid verwacht. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zullen je leerkrachten voor een meer zelfontdekkende aanpak kiezen. Er wordt verwacht dat je, op basis van aangeboden leerteksten, al een klein onderdeel van de leerinhouden zelfstandig kan verwerken.

24


Moderne vreemde talen Frans De tweede graad is een scharniermoment naar de derde graad. De bedoeling ervan is dat je na de tweede graad je basiskennis voldoende sterk verankerd hebt zodat je je in de derde graad vlot en correct (schriftelijk en mondeling) kan uitdrukken. Wat zal je vooral leren en waarom? Om duidelijk te kunnen communiceren moet je natuurlijk weten wat je gaat zeggen (inhoud) maar ook hoe je dat gaat zeggen (vorm) en hoe je je moet aanpassen aan een bepaalde context. Je ouders spreek je niet op dezelfde manier aan als je vrienden, een briefje op tafel leggen om te zeggen dat je later zal thuis zijn, is heel wat anders dan een sollicitatiebrief schrijven. Je zal je in de lessen dan ook vooral op het kennisgedeelte toeleggen. Hoe beter je de grammatica en woordenschat beheerst, hoe duidelijker je een boodschap kan overbrengen. Gezonde boerenlogica... Wil je in de derde graad wanneer de vaardigheden nog veel explicieter, bijna exclusief, aan bod komen in de lessen - sterk in je schoenen staan, dan moet je op het einde van de tweede graad de basisgrammatica geïntegreerd hebben. En liefst op een gestructureerde manier. Zo vergroot je jouw taalautonomie. En de vaardigheden? Wel, natuurlijk oefen je die ook in de tweede graad. Zij worden alleen nog meer in het lesverloop geïntegreerd, je neemt een echt taalbad. Alles gebeurt nu in het Frans... In het begin zal je daarom misschien wat aanpassingsproblemen hebben en lijkt de tweede graad moeilijker dan de eerste... Maar je weet het zelf ook wel, een taal leer je net zoals een sport of een instrument, door er écht mee bezig te zijn. Voortdurend. Hoe ga je dat leren? Het stimuleren van je zelfstandigheid zal je ook voelen in de manier van werken. Het lesverloop zal erop gericht zijn je geleidelijk tot begeleid zelfstandig werk of groepswerk te brengen. Je bent zelf meer en meer verantwoordelijk voor de manier waarop je de leerstof verwerkt en vooruitgang boekt. Het probleemoplossend denken is hier heel belangrijk. Het proces (hoe en waarom je een bepaalde vorm kiest om je uit te drukken) is vaak even belangrijk als het product (de concrete oplossing). Je zal ook, vooral in het vierde jaar waar volgens grotere leerstofeenheden geevalueerd wordt, je werk leren plannen en nog beter leren leren. Uiteraard blijft het heel belangrijk om regelmatig te werken en te studeren... Een serieuze match bereid je ook niet voor met één training.

Engels Engels behoort tot de basisvorming van alle ASO-richtingen in de tweede graad. In de studierichtingen ‘Latijn’ wordt het twee uur per week gegeven, zowel in het eerste als in het tweede leerjaar van de tweede graad.

25


In het secundair onderwijs leert men een moderne vreemde taal, zoals het Engels, in de eerste plaats om er zelfstandig iets concreets en praktisch mee te doen. Een moderne taal leren bestaat in de eerste plaats uit het verwerven van vaardigheden. Hoewel er een onderscheid wordt gemaakt tussen communicatieve vaardigheden (lezen, luisteren, spreken en schrijven), functionele vaardigheden (grammatica, woordenschat) en vaardigheden binnen de culturele component (kennis van land en volk), komen de vaardigheden binnen de lessen Engels op geïntegreerde wijze aan bod. In deze vaardigheden bestaat een duidelijke hiërarchie: het verwerven van communicatieve vaardigheden is het hoofddoel. Maar om in een bepaalde situatie een bepaalde taalvaardigheid te demonstreren moet de taalgebruiker ook over kennis beschikken van woordenschat, spraakkunst, uitspraak, culturele gegevens, gesprekssituaties, tekstsoorten enz. De keuze van de taalsituaties waarin al deze vaardigheden aan bod komen is uiteraard van groot belang. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangstellingssfeer en de concrete noden van de leerlingen. In welke situaties moeten ze een beroep doen op hun kennis van het Engels? De meesten zullen na hun opleiding terechtkomen in de wereld van bedrijf en management, vrije beroepen, onderwijs of kunst. Hun kennis van het Engels zal daarom in functie staan van hun beroepsleven en permanente vorming: een levenslange ‘leergierigheid’ voor het Engels bijbrengen is van groot belang. Zij worden bewustgemaakt dat het Engels als internationale taal een enorme uitbreiding kent. Zij leren ook kritisch staan tegenover bepaalde stereotiepe opvattingen over Engelssprekende volkeren en ontdekken dat het Engels niet alleen de moedertaal van Britten en Amerikanen is. De vaardigheden worden geïntegreerd ingeoefend in een aantal concrete situaties. Enkele voorbeelden hiervan zijn: klas en school (sfeer op school, familie, uitstappen…), de thuissituatie (maaltijden, woninginrichting, ontspanning…), de vriendenkring (uitwisselen van persoonlijke ervaringen, afspraken maken, telefoneren…), winkel en bedrijf (informatie vragen, omgaan met toestellen…), technische situaties, landschap en omgeving, reizen en vakantie…. In de tweede graad wordt er ook een aanvang gemaakt met het lezen van literatuur. Het betreft hier kortverhalen, songteksten, gedichten, …, waarbij het aspect ‘genieten’ centraal staat. Om de leerlingen aan te zetten tot lezen wordt de lat niet te hoog gelegd: er wordt geput uit het ruime aanbod van ‘simplified readers’. De hoofddoelstelling is, naast tekstbegrip, ook affectief: goede Engelse teksten mooi vinden, er meer van willen lezen of horen.

Duits In het vierde leerjaar krijgen alle leerlingen op onze school wekelijks 1 uur Duits. De klemtoon ligt daarbij op leren “lesen” en “hören”. Gezien de nauwe verwantschap tussen Nederlands en Duits mag wat deze twee vaardigheden betreft, de lat tamelijk hoog liggen. “Sprechen” en “schreiben” komen voornamelijk in de derde graad aan bod, waar met een groter aantal lesuren ook deze complexe vaardigheden aangeleerd worden. “Landeskunde” is al vanaf het eerste jaar geïntegreerd in de lessen Duits. Tenslotte is Duits de moedertaal van 100 miljoen Europeanen, vaak nog een be26


langrijke taal in de vroegere Oostbloklanden en onze eigen derde landstaal. Bovendien is Duitsland veruit onze belangrijkste handelspartner. Dat in de tweede graad al een basis voor Duits wordt gelegd, is geen overbodige luxe: vaak is op latere leeftijd de drempel om Duits te leren zo hoog, dat wie het niet op school leerde, er nooit nog toe komt.

Uitwegen naar de volgende graad

2de jaar 1e graad

(*)

Grieks-Latijn Latijn

2de graad

Latijn

3de graad

Latijn-Wiskunde Latijn-Wetenschappen Latijn-Moderne Talen Economie-Wiskunde (*) Economie-Moderne Talen(*) Humane Wetenschappen (**) ModerneTalen-Wiskunde Moderne Talen-Wetenschappen Wetenschappen-Wiskunde

Deze overgang is enkel mogelijk als je echt ge誰nteresseerd bent en je bij het begin van het schooljaar laat begeleiden door een leerkracht economie.

(**) Deze overgang is enkel mogelijk als je echt ge誰nteresseerd bent en op voorwaarde dat je tijdens de vakantie bepaalde onderwerpen (o.a. de theorie van E. Erikson) leest en verwerkt.

27


WETENSCHAPPEN Profiel van de studierichting Wetenschappen is een studierichting voor leerlingen die kiezen voor een stevig pakket wiskunde en wetenschappen en deze combinatie evenwichtig willen uitbouwen.

In de studierichting Wetenschappen wordt het aantal lesuren voor de vakken biologie, chemie en fysica verdubbeld. Tijdens het tweede lesuur wordt de leerstof uitgediept en aangevuld met leerlingenproeven. Als je graag vraagstukken oplost en vrij snel inzicht verwerft in wiskundige problemen, dan is de keuze niet moeilijk: Wetenschappen is jouw richting. Vergeet ook niet dat je naast de positieve wetenschappen nog een ruim talenaanbod krijgt: 12 lesuren per week. Dit pakket zal je helpen je duidelijk te leren uitdrukken in het Nederlands, het Frans en het Engels. Je maakt bovendien voor het eerst kennis met de Duitse taal.

Lessentabel 3de jaar

4de jaar

Biologie Chemie Fysica

2 2 2

2 2 2

Wiskunde

5

5

Nederlands Frans Engels Duits

4 5 3 0

4 4 3 1

Aardrijkskunde Geschiedenis Godsdienst Informatica Lichamelijke Opvoeding Muzikale Opvoeding Plastische Opvoeding

1 2 2 1 2 0 1

1 2 2 1 2 1 0

32

32

28


Omschrijving van enkele richtingsvakken Biologie In het derde jaar volg je stap voor stap de weg die een prikkel aflegt. Zintuigen vangen die prikkel op, in de hersenen krijgt deze boodschap een betekenis en wordt er een impuls naar spieren en/of klieren gestuurd, zodat het organisme zinvol reageert. In het vierde jaar bestudeer je de classificatie van organismen en de interacties van deze organismen met hun milieu. Je maakt kennis met de verscheidenheid van planten in de natuur en je leert zaadplanten groeperen op basis van een verantwoord classificatiesysteem. Tijdens een biotoopstudie word je geconfronteerd met de grote verscheidenheid aan flora en fauna. Je bestudeert de invloed van milieufactoren en je leert belangrijke ecologische principes kennen.

Chemie Waar komen de spetterende kleuren in vuurwerk vandaan? Wat is het verschil tussen grafiet en diamant? Zijn huishoudproducten gevaarlijk?‌ Chemie is niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. In het vak chemie zal je de verschillende soorten deeltjes (atomen-moleculenionen-‌) in een stof leren situeren en gebruiken voor het schrijven van reactievergelijkingen. Je zal begrijpen hoe anorganische en organische stoffen zijn opgebouwd, welke eigenschappen zij bezitten en welke veranderingen daarin optreden door interacties met andere stoffen en/of energie. Stoechiometrische berekeningen stellen je in staat de stofhoeveelheid, de massa of de concentratie van stoffen te bepalen. De studie van elektrolyten leert je waarom bepaalde stoffen elektriciteit geleiden en andere niet. Je hebt misschien al van neerslag gehoord, maar weet je dat het bij chemie niet om regen gaat? Neerslag- en gasontwikkelingsreacties, neutralisatiereacties, verbrandings- en redoxreacties: het blijft niet bij moeilijke woorden alleen. Aan de hand van toepassingen en oefeningen raak je vertrouwd met de materie. Daarnaast zal je tijdens de praktische oefeningen in het laboratorium op een wetenschappelijke, veilige en milieubewuste wijze leren omgaan met de verschillende stoffen en zal je de theoretische kennis kunnen visualiseren en aan de praktijk toetsen. De kennis van deze grondbeginselen is belangrijk voor degenen die voor een wetenschappelijke richting in de 3de graad kiezen, met het oog op hogere studies in een medische, natuurwetenschappelijke, technische of economische studierichting.

29


Fysica In het vak fysica worden natuurverschijnselen onderzocht. Op een actieve manier zal je inzicht krijgen in de fysische wetmatigheden. Hoe ontstaat een regenboog? Welke druk ondervindt een diepzeeduiker? Wat is het verschil tussen massa en gewicht? Je zal betrouwbare metingen leren uitvoeren en de meetresultaten noteren en voorstellen in tabellen en grafieken. Je leert fysische wetten afleiden en ze nadien gebruiken in allerlei toepassingen. Bepaalde delen uit de basisvorming komen in de studierichting Wetenschappen uitgebreider aan bod. Door zelf proeven uit te voeren en vraagstukken op te lossen, krijg je een beter inzicht in de fysica zelf.

Wiskunde 5 uren In het algemeen secundair onderwijs behoort een ruim wiskundeaanbod tot de basisvorming. Om deze vorming te concretiseren volg je in de richting Wetenschappen leerweg 5 (met 5 wekelijkse lestijden). Voor een goed begrip van de accenten die hierbinnen worden gelegd, is het interessant de belangrijkste aspecten van de wiskundevorming te beschouwen. Een eerste aspect betreft het proces van het vertalen: hoe kun je een praktisch probleem vertalen naar een wiskundige context en daar dan oplossen? Er wordt in deze leerweg verwacht dat je bij het oplossen van problemen creatief kan zijn in het bedenken van oplossingen en voldoende initiatief neemt. Een tweede aspect heeft te maken met de vaardigheid om wiskunde te laten functioneren bij het effectief uitwerken van een oplossing: technische vaardigheden voor het uitvoeren van wiskundige technieken, zowel manueel als met informatie- en communicatie technologie (ICT). Het derde aspect betreft de ordening, de samenhang in wiskunde. Verder wordt van jou een bepaalde wiskundige taalvaardigheid verwacht. Om al deze doelstellingen te verwezenlijken, zullen je leerkrachten voor een gedeeltelijk zelfontdekkende aanpak kiezen. Er wordt verwacht dat je, op basis van aangeboden leerteksten, al een klein onderdeel van de leerinhouden zelfstandig kan verwerken.

Moderne vreemde talen Frans De tweede graad is een scharniermoment naar de derde graad. De bedoeling ervan is dat je na de tweede graad je basiskennis voldoende sterk verankerd hebt zodat je je in de derde graad vlot en correct (schriftelijk en mondeling) kan uitdrukken.

30


Wat zal je vooral leren en waarom? Om duidelijk te kunnen communiceren moet je natuurlijk weten wat je gaat zeggen (inhoud) maar ook hoe je dat gaat zeggen (vorm) en hoe je je moet aanpassen aan een bepaalde context. Je ouders spreek je niet op dezelfde manier aan als je vrienden, een briefje op tafel leggen om te zeggen dat je later zal thuis zijn, is heel wat anders dan een sollicitatiebrief schrijven. Je zal je in de lessen dan ook vooral op het kennisgedeelte toeleggen. Hoe beter je de grammatica en woordenschat beheerst, hoe duidelijker je een boodschap kan overbrengen. Gezonde boerenlogica... Wil je in de derde graad wanneer de vaardigheden nog veel explicieter, bijna exclusief, aan bod komen in de lessen - sterk in je schoenen staan, dan moet je op het einde van de tweede graad de basisgrammatica geïntegreerd hebben. En liefst op een gestructureerde manier. Zo vergroot je jouw taalautonomie. En de vaardigheden? Wel, natuurlijk oefen je die ook in de tweede graad. Zij worden alleen nog meer in het lesverloop geïntegreerd, je neemt een echt taalbad. Alles gebeurt nu in het Frans... In het begin zal je daarom misschien wat aanpassingsproblemen hebben en lijkt de tweede graad moeilijker dan de eerste... Maar je weet het zelf ook wel, een taal leer je net zoals een sport of een instrument, door er écht mee bezig te zijn. Voortdurend. Hoe ga je dat leren? Het stimuleren van je zelfstandigheid zal je ook voelen in de manier van werken. Het lesverloop zal erop gericht zijn je geleidelijk tot begeleid zelfstandig werk of groepswerk te brengen. Je bent zelf meer en meer verantwoordelijk voor de manier waarop je de leerstof verwerkt en vooruitgang boekt. Het probleemoplossend denken is hier heel belangrijk. Het proces (hoe en waarom je een bepaalde vorm kiest om je uit te drukken) is vaak even belangrijk als het product (de concrete oplossing). Je zal ook, vooral in het vierde jaar waar volgens grotere leerstofeenheden geevalueerd wordt, je werk leren plannen en nog beter leren leren. Uiteraard blijft het heel belangrijk om regelmatig te werken en te studeren... Een serieuze match bereid je ook niet voor met één training. Engels Engels behoort tot de basisvorming van alle ASO-richtingen in de tweede graad. De studierichting ‘Wetenschappen’ heeft drie uur Engels, zowel in het eerste als in het tweede leerjaar. Voor zowel de twee- als de drieuurscursus is hetzelfde leerplan van toepassing. Het derde lesuur dient dan om verschillen in aanleg via meer oefengelegenheid en/of een aangepast tempo te kunnen opvangen. In het secundair onderwijs leert men een moderne vreemde taal, zoals het Engels, in de eerste plaats om er zelfstandig iets concreets en praktisch mee te doen. Een moderne taal leren bestaat in de eerste plaats uit het verwerven van vaardigheden. Hoewel er een onderscheid wordt gemaakt tussen communicatieve vaardigheden (lezen, luisteren, spreken en schrijven), functionele vaardigheden (grammatica, woordenschat) en vaardigheden binnen de culturele com31


ponent (kennis van land en volk), komen de vaardigheden binnen de lessen Engels op geïntegreerde wijze aan bod. In deze vaardigheden bestaat een duidelijke hiërarchie: het verwerven van communicatieve vaardigheden is het hoofddoel. Maar om in een bepaalde situatie een bepaalde taalvaardigheid te demonstreren moet de taalgebruiker ook over kennis beschikken van woordenschat, spraakkunst, uitspraak, culturele gegevens, gesprekssituaties, tekstsoorten enz. De keuze van de taalsituaties waarin al deze vaardigheden aan bod komen is uiteraard van groot belang. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangstellingssfeer en de concrete noden van de leerlingen. In welke situaties moeten ze een beroep doen op hun kennis van het Engels? De meesten zullen na hun opleiding terechtkomen in de wereld van bedrijf en management, vrije beroepen, onderwijs of kunst. Hun kennis van het Engels zal daarom in functie staan van hun beroepsleven en permanente vorming: een levenslange ‘leergierigheid’ voor het Engels bijbrengen is van groot belang. Zij worden bewustgemaakt dat het Engels als internationale taal een enorme uitbreiding kent. Zij leren ook kritisch staan tegenover bepaalde stereotiepe opvattingen over Engelssprekende volkeren en ontdekken dat het Engels niet alleen de moedertaal van Britten en Amerikanen is. De vaardigheden worden geïntegreerd ingeoefend in een aantal concrete situaties. Enkele voorbeelden hiervan zijn: klas en school (sfeer op school, familie, uitstappen…), de thuissituatie (maaltijden, woninginrichting, ontspanning…), de vriendenkring (uitwisselen van persoonlijke ervaringen, afspraken maken, telefoneren…), winkel en bedrijf (informatie vragen, omgaan met toestellen…), technische situaties, landschap en omgeving, reizen en vakantie…. In de tweede graad wordt er ook een aanvang gemaakt met het lezen van literatuur. Het betreft hier kortverhalen, songteksten, gedichten, …, waarbij het aspect ‘genieten’ centraal staat. Om de leerlingen aan te zetten tot lezen wordt de lat niet te hoog gelegd: er wordt geput uit het ruime aanbod van ‘simplified readers’. De hoofddoelstelling is, naast tekstbegrip, ook affectief: goede Engelse teksten mooi vinden, er meer van willen lezen of horen.

32


Duits In het vierde leerjaar krijgen alle leerlingen op onze school wekelijks 1 uur Duits. De klemtoon ligt daarbij op leren “lesen” en “hören”. Gezien de nauwe verwantschap tussen Nederlands en Duits mag wat deze twee vaardigheden betreft, de lat tamelijk hoog liggen. “Sprechen” en “schreiben” komen voornamelijk in de derde graad aan bod, waar met een groter aantal lesuren ook deze complexe vaardigheden aangeleerd worden. “Landeskunde” is al vanaf het eerste jaar geïntegreerd in de lessen Duits. Tenslotte is Duits de moedertaal van 100 miljoen Europeanen, vaak nog een belangrijke taal in de vroegere Oostbloklanden en onze eigen derde landstaal. Bovendien is Duitsland veruit onze belangrijkste handelspartner. Dat in de tweede graad al een basis voor Duits wordt gelegd, is geen overbodige luxe: vaak is op latere leeftijd de drempel om Duits te leren zo hoog, dat wie het niet op school leerde, er nooit nog toe komt.

Uitwegen naar de volgende graad

2de jaar 1e graad

(*)

Moderne Wetenschappen Grieks-Latijn Latijn

2de graad

Wetenschappen

3de graad

Wetenschappen-Wiskunde Economie-Wiskunde (*) Economie-Moderne Talen(*) Humane Wetenschappen(**) Moderne Talen-Wiskunde Moderne Talen-Wetenschappen

Deze overgang is enkel mogelijk als je echt geïnteresseerd bent en je bij het begin van het schooljaar laat begeleiden door een leerkracht economie.

(**) Deze overgang is enkel mogelijk bij voldoende interesse en mits het lezen en verwerken van bepaalde onderwerpen (o.a. de theorie van E. Erikson) tijdens de vakantie. 33


jaar 3e

4e

3e

4e

Economie Grieks Latijn Cultuurwetenschappen Gedragswetenschappen

4

4

4

4

Wiskunde

4

4

5

5

5

4

5

Nederlands Frans Engels Duits

4 5 3 0

4 4 3 1

4 4 3 0

4 4 2 1

4 3 2 0

4 3 2 1

Aardrijkskunde Biologie Chemie Fysica Geschiedenis Godsdienst Informatica Lichamelijke Opvoeding Muzikale Opvoeding Plastische Opvoeding

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

1 1 1 1 2 2

1 1 1 1 2 2

2

2

32

32

32

32

32

32

34

3e

4e

3e

4e

4 4

4 4

5

5

Wetenschappen

Humane Wetenschappen

Latijn

Grieks-Latijn

Economie-Wiskunde 5u

Economie-Wiskunde 4u

Overzicht lessentabellen

3e

4e

3e

4e

2 3

2 3

5

4

4

5

5

4 4 2 0

4 3 2 1

4 4 3 0

4 4 2 1

4 5 3 0

4 4 3 1

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

1 1 1 1 2 2 1 2 0 1

1 1 1 1 2 2 1 2 1 0

1 2 2 2 2 2 1 2 0 1

1 2 2 2 2 2 1 2 1 0

32

32

32

32

32

32

35


Studiekeuze bij de overgang van de eerste naar de tweede graad Zo helpen we je kiezen …

1. Deze brochure wordt tijdens de les door de heer prefect en de klasleraar in de klas besproken. Hierbij willen we niet alleen oog hebben voor wat je kan kiezen, maar er ook over nadenken hoe je dat kan.

2. Vervolgens is er voor je ouders een informatieavond voorzien in de loop van het derde trimester.

3. In overleg met je ouders maak je daarna een voorlopige studiekeuze, die je aan je klasleraar terugbezorgt.

4. De klassenraad - samengesteld uit je leraars, de directie, de coördinator en de CLB-medewerker - bespreekt je voorlopige keuze. Het resultaat van deze bespreking wordt je schriftelijk meegedeeld.

5. Mocht je nog twijfelen of wens je nog bijkomende informatie, dan kan je steeds terecht bij de directie, de coördinator, je (klas)leraar of het CLB.

6. Op het einde van het schooljaar vul je dan, samen met je ouders, een definitief keuzeformulier in. Je geeft dit formulier af aan je klasleraar op de dag van de proclamatie, tenzij je eindresultaat of de beslissing van de delibererende klassenraad die keuze nog zouden verhinderen. In dat geval bezorg je jouw keuze zo vlug mogelijk aan de studieprefect.

36

35


Studiebegeleiding De klasleraar staat het dichtst bij jou. Hij of zij is steeds bereikbaar, voert individuele gesprekken en kan ook sturing geven aan groepsprocessen tijdens o.a. de SAC-projecten in het derde jaar. De klasleraar helpt je leren leren, en begeleidt je sociaal-emotioneel. Hij/zij speelt een belangrijke rol bij je studiekeuze. Hij/zij is de spil in het begeleidingsproces, want bij hem of haar komt alle informatie samen.

De vakleraar heeft naast het lesgeven ook oog voor het welzijn en het persoonlijk functioneren van jou als individu. Vak- of klasgebonden begeleiding vormt een eenheid met de vakoverstijgende of klasoverstijgende begeleiding.

De cel leerlingenbegeleiding, samengesteld uit de heer prefect, de graadcoordinator en de CLB-medewerker, adviseert en steunt in de eerste plaats het lerarenteam. Daarnaast kunnen ze jou ook individueel begeleiden. Tenslotte kan je een beroep doen op externe diensten (bijv. het CLB, ‌). Alle betrokkenen werken natuurlijk op een aanvullende en ondersteunende manier samen.

36

37


Evaluatie en communicatie Het rapport is een belangrijke schakel in het contact en de samenwerking tussen je ouders, jezelf, de directie en je leerkrachten. Het is immers de neerslag van de dagelijkse vaststellingen en waarderingsoordelen van je leerkrachten i.v.m. je schoolvorderingen, je gedrag en je leerhouding. Daarom vinden wij het belangrijk je een duidelijk veertiendaags rapport voor te leggen dat door je ouders ondertekend dient te worden. Daarnaast evalueren wij wat het verwerken van grotere leerstofgehelen betreft, tijdens examenreeksen in de maand december, vóór de paasvakantie (in het derde jaar) en in de maand juni. Tevens kunnen op de toetsen en taken of in de schoolagenda belangrijke aanwijzingen betreffende je studiehouding en gedrag aangebracht worden. Tenslotte willen wij er uitdrukkelijk op wijzen dat er naast goede resultaten nog heel wat andere aspecten zijn die je tot een goede leerling maken, zoals wellevendheid, sociale gerichtheid,...

RAPPORTERING Tweewekelijkse rapporten Het tweewekelijkse rapport geeft een overzicht van de resultaten van de toetsen (ook herhalingstoetsen) van de laatste weken. Voor één vak kunnen meerdere resultaten meegedeeld worden. Voor de taalvakken worden afzonderlijke scores vermeld voor vaardigheden en kennis. Dit rapport is een neerslag van de dagelijkse vaststellingen en waarderingsoordelen van je leraars in verband met je schoolvorderingen, gedrag en leerhouding. Daarnaast kunnen leraars ook op toetsen of in de schoolagenda opmerkingen noteren. Zinvol rapporteren veronderstelt tevens dat een aantal aanwijzingen gegeven worden om tijdig te remediëren bij bepaalde tekorten. Bij ernstige of aanhoudende tekorten (in de loop van het trimester of na een examen) zal de vakleraar een remediëringsschema opstellen waarvan je de evolutie kan volgen via het ‘begeleidingsverslag’. Na een analyse van de tekorten door vakleraar, jezelf en je ouders krijg je van de leraar een persoonlijke en specifieke begeleiding: extra oefeningen, lesvoorbereidingen laten nakijken, … Bovendien begeleiden leerlingen van de derde graad ook het project ‘Vijf wordt zeven’. Elke middag kan je bij hen terecht met je vragen.

38

37


Permanente evaluatie De vakken Duits, godsdienst, informatica, muzikale opvoeding, plastische opvoeding en lichamelijke opvoeding werken volgens het principe van ‘permanente evaluatie’. Bij de taalvakken Nederlands, Frans en Engels geldt voor het taalonderdeel ‘vaardigheden’ ook permanente evaluatie. Taalvaardigheden zijn o.a. luistervaardigheid, leesvaardigheid, spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid. De leraar quoteert je gedurende heel het trimester/semester op toetsen, taken, opdrachten, … De verwerking van deze scores bepaalt je eindresultaat voor het betreffende vak. Voor deze vakken of vakonderdelen volgt geen examen op het einde van het trimester/semester. Het algemeen rapport kan voor de taalvakken eveneens aangevuld worden met een meer gedetailleerd vakrapport.

Dagelijks Werk In het derde jaar (met 3 trimesters) wordt voor alle vakken zonder permanente evaluatie, een totaal van de resultaten van de toetsen gemaakt. In het tweede trimester wordt geen ‘Dagelijks Werk’ berekend; de maxima in het derde trimester zijn het dubbel van die in het eerste trimester. In het vierde jaar, waar er gewerkt wordt volgens een semestersysteem, wordt op het einde van elk semester een ‘Dagelijks Werk’ berekend voor alle vakken zonder permanente evaluatie. De punten van ‘Dagelijks Werk’ vertegenwoordigen in de 2de graad een derde van het maximum voor deze vakken.

EXAMENREGELING In het derde jaar wordt het schooljaar verdeeld in drie trimesters; er zijn examens voor de vakken economie, Engels 3u (kennis), Frans (kennis), gedragswetenschappen, Grieks, Latijn, Nederlands (kennis), en wiskunde op het einde van elk trimester. Voor de vakken aardrijkskunde, biologie, chemie, cultuurwetenschappen, Engels 2u (kennis), fysica en geschiedenis legt de leerling(e) een examen af in het eerste en derde trimester. In het vierde jaar wordt het schooljaar verdeeld in twee semesters, met op het einde van elk semester een examenreeks voor alle vakken, uitgezonderd voor deze met permanente evaluatie (Duits, godsdienst, informatica, M.O., P.O. en L.O.). Voor de taalvakken Nederlands, Frans en Engels wordt enkel het onderdeel ‘kennis’ geëxamineerd. Op het einde van het tweede semester van het vierde jaar worden voor de vakken Nederlands, Frans en geschiedenis mondelinge examens afgelegd. 38

39


DELIBERATIE, ATTESTEN, ADVIEZEN Op het einde van het schooljaar oordeelt de delibererende klassenraad, d.w.z. de directie en de leraars van je klas, of je al dan niet bekwaam geacht wordt het volgende schooljaar je studies voort te zetten in een hoger leerjaar, zonodig met uitsluiting van bepaalde onderwijsvormen of studierichtingen. De eindbeoordeling resulteert in de toekenning van het attest en de formulering van een advies. Je ontvangt dan : - een A-attest:

je mag zonder voorbehoud naar het volgende jaar overgaan;

- een B-attest : je mag overgaan mits bepaalde beperkingen (clausulering); je mag ook het jaar overzitten; - een C-attest : je moet het leerjaar overzitten.

De eindbeslissing van de deliberatie is definitief. Na het vierde jaar wordt een getuigschrift uitgereikt.

Als je bij een examen een oneerlijk middel gebruikt, verlies je al de punten aan dit examen verbonden. Je moet bovendien tijdens de vakantie een bijkomende proef afleggen voor het betreffende vak. De eindbeoordeling van de delibererende klassenraad wordt verdaagd tot na deze bijkomende proef. Als de klassenraad van oordeel is dat je wel geslaagd bent, maar een onderdeel van de leerstof van één of meer vakken tijdens de vakantie wat moet uitdiepen of op peil houden om volgend schooljaar goed voorbereid te kunnen starten, kan de klassenraad je een vakantietaak opleggen. In sommige gevallen kan je ondanks een (zeer) zwak resultaat voor een vak toch een A-attest toegekend krijgen, aangevuld met een waarschuwing naar het volgende schooljaar toe. Je krijgt dan één jaar de tijd om, onder begeleiding, dat vak bij te werken. Via een ‘opvolgingsverslag’ kan je samen met de leraar de evolutie voor dit vak volgen. Bij de deliberatie op het einde van volgend schooljaar houdt de klassenraad dan rekening met het verslag van de vakleraar. Behalve een oriënteringsattest kan de klassenraad je ook een oriënteringsadvies geven. Dit betekent dat men je een bepaalde studierichting of vakkenkeuze aanraadt of afraadt omwille van pedagogische redenen. Een oriënteringsadvies heeft de betekenis van een raadgeving en is dus niet juridisch bindend. Het verdient wel aanbeveling met deze adviezen ernstig rekening te houden.

40

39


OUDERCONTACTEN Een vlotte samenwerking tussen ouders, school en leerkrachten vinden wij levensnoodzakelijk voor een degelijke begeleiding en opvoeding. Dergelijke contacten kunnen op verschillende manieren gelegd worden. U kan steeds op school terecht (liefst na een telefonische afspraak: 016/22 27 92) om mensen te ontmoeten van: -

de directie het leerkrachtenteam het CLB (Minderbroederstraat 23, 3000 Leuven, 016/31 46 00). Ouders en leerlingen kunnen, na telefonische afspraak, een gesprek hebben met de CLB-vertegenwoordiger op school en dit elke dinsdag en vrijdag van het schooljaar.

Bovendien is het veertiendaagse rapport de beste informatiebron om de schoolvorderingen te volgen. Ook via de schoolagenda kan er informatie doorgespeeld worden.

Georganiseerde oudercontacten zijn •

• • • •

40

‘openklas’-ouderavond eind oktober: de klasleraar geeft toelichtingen bij onze werkwijze en de specifieke kenmerken van de tweede graad. Hij of zij beantwoordt al de vragen van de ouders. Deze ‘openklas’ kan eventueel vervangen worden door een individueel gesprek met de klasleraar. na de kerstexamens: op advies van de klassenraad kan de klasleraar de ouders in december uitnodigen. januari: oudercontact waarop alle vakleraars aanwezig zijn. mei: info- en ouderavond voor het vierde jaar. De vakleraars van de hoofdvakken geven advies bij de voorlopige studiekeuze. juni, na de proclamatie: indien nodig kan de klasleraar de ouders uitnodigen.

41


Leerlingenparticipatie We streven op school naar een gezond evenwicht tussen leren, lichaamsontwikkeling, gevoelsleven en relatiebekwaamheid. Daarbij willen we je benaderen als totale persoon (niet alleen door je ‘leerstof’ maar ook ‘leefstof’ aan te reiken) en je actief betrekken bij het reilen en zeilen van jouw school. Deze leerlingenparticipatie is structureel georganiseerd en houdt verband met alle mogelijke activiteiten waardoor je via contacten, dialoog, actie of eigen initiatieven een invloed kan uitoefenen op de manier van samenleven op school. Deze activiteiten worden op pastoraal, sociaal, cultureel, sportief en expressief gebied georganiseerd (soms zelfs voor de totale schoolpopulatie). Formele betrokkenheid is mogelijk via:

LEERLINGENRAAD Deze bestaat uit een paar klasafgevaardigden van alle klassen van de tweede graad. De tweewekelijkse vergaderingen worden voorgezeten door leerlingen van de derde graad. Samen bespreken ze thema’s die het schoolleven kunnen verbeteren, organiseren ze activiteiten en sporttornooien, …

VIJF WORDT ZEVEN Tijdens de middagpauze kun je altijd terecht bij leerlingen van de derde graad om uitleg te vragen over de leerstof. Zij zullen in hun eigen bewoordingen trachten te antwoorden op jouw concrete vragen. Je hoeft geen afspraak te maken: ze staan altijd klaar om je te helpen.

MISSION: IMPOSSIBLE? Leerlingen van de tweede graad engageren zich, samen met enkele leerkrachten, om op vrijwillige basis sociale thema’s op school voor te bereiden en acties voor alle leerlingen uit te werken. De jaarlijkse actiedag is steeds het kroonstuk op het werk van deze hechte groep.

PASTORALE WERKGROEP Leerlingen van de tweede graad die zich samen met enkele leerkrachten op vrijwillige basis inzetten om religieuze thema’s en projecten uit te werken. De openingsviering, de bezinningsmomenten en LEDOS (“Leven en Dood op School”) zijn voorbeelden van hun realisaties.

42

41


Activiteiten, excursies en projecten MIDDAG- EN NASCHOOLSE ACTIVITEITEN Recreatiezaal met gezelschapsspelen Wetenschappen- en natuurclub Vijf wordt zeven Studie in stilte Schoolbibliotheek Schaken Basket Badminton Volleybal Tafeltennis Kleiatelier

Dans Fitness Internet Zaalvoetbal Leerlingenraad Skivakantie Studiereizen HDC-Rock Mission: Impossible? Voettocht naar Scherpenheuvel

KLASACTIVITEITEN EN EXCURSIES Derde jaar • • • • • • •

Voetbaltornooi in het sportkot op een woensdagnamiddag in september Filmforum: 2 films Relationele vorming SAC-projectdag (februari) Actiedag rond het jaarthema van de sociale werkgroepen (maart) Tweedaagse excursie Engels/geschiedenis in Engeland (na de paasexamens) Sportdag

Vierde jaar • • • • • • •

Voetbaltornooi in het sportkot op een woensdagnamiddag in september Filmforum: 3 films (o.a. tijdens de week van de Franse film) Avondtuurlijke tocht (november) De Kiem Actiedag rond het jaarthema van de sociale werkgroepen (maart) Sportdag Vertelfestival Alden-Biesen

Daarnaast kunnen er in de loop van het schooljaar nog een aantal niet vooraf geplande activiteiten plaatshebben naargelang van het aanbod of op initiatief van bepaalde leerkrachten en vakgroepen (tentoonstellingen, concerten, toneelvoorstellingen, klasweekends, bezinningen,…) 42

43


PROJECTEN Projectwerking (derde jaar) Projectwerking is een term die geregeld opduikt in onderwijskringen en situeert zich in de procesgerichte school (tegenover de productgerichte school). Doorheen het werken aan een project (van opzet tot eindproduct), dat bij voorkeur gaat over onderwerpen die jou vanuit een dagelijkse confrontatie aanspreken, leer je sociaal vaardiger te worden. Je oefent de vaardigheden die je tijdens de eerste graad in het pakket ‘Leefsleutels voor Jongeren’ aangereikt kreeg. Iedere klas werkt, onder begeleiding van de klasleraar, gedurende het schooljaar aan een bepaald project. Er wordt hierbij gewerkt volgens een ‘stappenplan’ met een zestal scharniermomenten van telkens twee lesuren. Verder spreken de verantwoordelijken per klas af hoe ze de opdracht van het project verdelen over de tussenliggende perioden. De klasleraar volgt het project en de verschillende werkgroepjes van nabij op, houdt overzicht en ondersteunt waar nodig, maar de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de leerlingen. Dit alles resulteert in een ‘projectdag’ (januari-februari) waar het eindproduct van het gehele proces wordt voorgesteld. Nadien volgt nog een evaluatie van deze projectwerking.

‘De Kiem’ (vierde jaar) Het therapeutisch programma van ‘De Kiem’ staat voor een gedifferentieerd hulpaanbod ten aanzien van jonge mensen (tot 40 jaar) met een drug-, alcohol-, en/of medicatieprobleem en hun omgeving. Gedurende een vrij lange tijd leven ze samen in groep en gaan ze samen op zoek naar hun ware ik en volgen ze therapie om uiteindelijk een nieuw levensdoel te kiezen. Tijdens de toneelworkshop ‘Heb jij dat ook???’ wordt elke klas gedurende een halve dag uitgenodigd om mee te praten en vooral mee te spelen om en rond hun ervaringen en ideeën over hoe je met emoties omgaat en of drugs hierin een rol spelen. Na een korte voorstelling volgen de levensverhalen van de ex-druggebruikers (een drietal). Vervolgens worden door de spelers enkele scènes opgezet en kunnen de leerlingen inspringen om hun ideeën en gevoelens te uiten. Meerdere leerlingen krijgen hierbij de kans om aan bod te komen. Deze situaties dienen als uitgangspunt om meer intensief rondom de drugproblematiek te communiceren. De sessie wordt afgesloten met een korte evaluatie over het thema en de aanpak. Op een later tijdstip volgt in klasverband nog een nabespreking en verdere verwerking samen met de klasleraar.

44

43


WELKOM.........................................................................................1 STUDIEAANBOD.............................................................................2 Economie

3

Grieks-Latijn

10

Humane Wetenschappen

17

Latijn

23

Wetenschappen

28

OVERZICHT LESSENTABELLEN ................................................. 34 STUDIEKEUZE BIJ DE OVERGANG VAN DE EERSTE NAAR DE TWEEDE GRAAD ............................ 35 STUDIEBEGELEIDING.................................................................. 36 EVALUATIE EN COMMUNICATIE ................................................ 37 Rapportering

37

Examenregeling

38

Deliberatie, attesten, adviezen

39

Oudercontacten

40

LEERLINGENPARTICIPATIE ........................................................ 41 Leerlingenraad

41

Vijf wordt zeven

41

Mission: Impossible?

41

Pastorale Werkgroep

41

ACTIVITEITEN, EXCURSIES EN PROJECTEN ............................ 42 Middag- en naschoolse activiteiten

42

Klasactiviteiten en excursies

42

Projecten

43 (2006)

Infobrochure 2e graad  

Infobrochure 2e graad

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you