Page 1

Media en emotie een moeilijke combinatie

Einddocumentatie

judith hartman | jde-vis-01 | 1584757 | sander hermsen


inhoud • • • • •

Ontwikkeling onderzoek Motivatie CMD-relevantie Onderbouwing keuzes Hoofd en deelvragen Onderzoeksvraag Deelvragen Synopsis Overzicht bronnen Gebruik bronnen Ongebruikte bronnen Eindproduct Essay Reflectie Leermomenten Twee belangrijke leerpunten Eigen toevoeging

3 3 3 3 4 4 4 4 6 6-7 7 8 8-12 13 13 13 13

2


ontwikkeling onderzoek motivatie

Voordat ik aan mijn onderzoek begon ben ik op zoek gegaan naar een interessant onderwerp. Mijn interesse ligt op veel verschillende gebieden, dit omdat de opleiding CMD voor mij nog veel verschillende kanten op kan gaan. In jaar twee hebben we het vak Psychologie en Sociologie gevolgd en ik merk steeds meer hoe belangrijk psychologie is op het communicatie en media gebied. Psychologie heeft mij van jongs af aan eigenlijk wel bezig gehouden, ook omdat dit vak in mijn familie zit. Het was voor mij dan ook een kans om dit met een media specifiek onderwerp te combineren. En dan hebben we het niet zomaar over een media onderwerp: berichtgeving rond de moord op de Friese Marianne Vaatstra. Twee verschillende onderwerpen maar die toch eigenlijk veel met elkaar te maken kunnen hebben. Voor mij was dit dan ook een enorme uitdaging. Door de indringende berichtgevingen in de media werd mijn aandacht onbewust getriggerd. Ik wilde weten of de media invloed hebben op de emotie en beeldvorming, daarom ben ik dit onderzoek begonnen.

cmd-relevantie

Zoals ik al eerder zei merk ik steeds meer hoe belangrijk de psychologie op een mens werkt in combinatie met media en communicatie. Een moordzaak staat dan wel ver af van de dagelijkse praktijk van de opleding andere maar de media hebben wel degelijk invloed.

onderbouwing keuzes

Omdat mijn interesse op verschillende gebieden ligt, vond ik het moeilijk om een keuze te maken. Door beslissingen door te voeren ben ik op het uiteindelijke onderwerp gekomen. Mijn onderzoeksvraag was in het begin nog erg breed. Met mijn begeleider heb ik deze vraag steeds meer toegespitst. Omdat het onderwerp voor mij nieuw en uitdagend was stond ik wel voor de opgave goede bronnen aan te boren die mij verder konden helpen. Anders had ik deze keuze niet gemaakt.

3


hoofd en deelvragen oude onderzoeksvraag

“De invloed van massamedia op beeldvorming en emotie” Berichtgeving rond de moord op de Friese Marianne Vaatstra.

Herschreven onderzoeksvraag

Hebben de media invloed op de beeldvorming en emotie? Berichtgeving rond de moord op de Friese Marianne Vaatstra.

deelvragen • • • • • • •

Kunnen de media het werk van de politie in een bepaalde richting sturen? Hebben de media invloed op de manipulatie van het denken? Vertellen de media “sappig” verhaal of willen ze de werkelijkheid weergeven? Vertellen de media wat de lezers en kijkers willen zien? Hoe integer zijn de massamedia in berichtgeving? Hoe beïnvloeden de media het gedrag van mensen, met welke technieken? Kan ons psychologisch evenwicht worden verstoord door informatie die niet in overeenstemming is met onze ideeën?

synopsis

Media zijn steeds belangrijkere instrumenten geworden voor informatievoorziening en amusement. Massamedia fungeren voor het publiek als betekenisgevers door een voortdurende beklemtoning van bepaalde visies op de werkelijkheid. Als er vanuit de media en vanuit de bloggerswereld niet zoveel druk was uitgeoefend op het OM was de zaak Marianne Vaatstra nooit opgelost. Het maakt waarschijnlijk niet eens zoveel uit wat er precies geschreven wordt, want ook de onzinnige verhalen over de asielzoekers en de uitzendingen van het Zesde Zintuig hebben er toe bijgedragen dat Marianne Vaatstra onder de aandacht van het grote publiek bleef. Hoewel de televisie dus een zeer belangrijke rol kan spelen bij het onder de aandacht brengen van een onopgeloste moordzaak moeten we de impact niet overschatten. Het is de combinatie met de gedrukte media, de kranten, magazines en het internet die de zaak levendig houden. Te veel publiciteit kan ook tegenwerken. (Een voorbeeld daarvan is de Deventer moordzaak). Een moord op een prostituee krijgt minder aandacht van media in tegenstelling tot de moord op een lerares, omdat lerares zijn een eerzaam beroep is. Nog meer attentiewaarde heeft de moord op een kind, of een tiener, zoals Marianne Vaatstra die zestien was toen ze de dood vond. De maatschappelijke verontwaardiging is heel belangrijk. Hoe groter de boosheid, hoe meer maatschappelijke onrust. De media springen er dan ook eerder op in en spinnen zo’n zaak breder uit. 4


Een relatief eenvoudige moord op een kind veroorzaakt veel meer ophef dan een gruwelijke moord op een volwassene of de afrekening in het Amsterdamse criminele circuit. Hoe onschuldiger het slachtoffer, hoe geruchtmakender de zaak. Hoe meer mensen zich kunnen identificeren met het slachtoffer of met de nabestaanden, hoe meer impact op de emoties van de kijkers. Dmv beelden van gewone buren, van het huis, van de plaats van het delict krijgt de kijker het idee er bij betrokken te zijn. Mijn vragen aan de rechtspsycholoog, professor dr. van Koppen zullen er dan ook op gericht zijn om inzicht te krijgen in de belangrijkste psychologische aspecten van de waarheidvinding in een moordzaak. Ook om van daaruit inzicht te krijgen in hoeverre de media invloed hebben op de procesgang.

5


0verzicht bronnen gebruikte bronnen Bron 1: Prodemos(Huis voor democratie en rechtstand) PDF Kijktip: De media in de zaakVaatstra www.prodemos.nl/content/download/7046/.../1/.../Kijktip.pdf

- Aan de hand van het document Prodemos heb ik twee bronnen gevonden over de moord op Marianne Vaatstra. De eerste bron is een video die uitgezonden is op het nos journaal waarin Peter R. de Vries vertelt over de aanhouding in de zaak-Vaatstra. De tweede bron is een radio gesprek op stand.nl waar Jurgen van den Berg spreekt met Bénédicte Ficq, strafre�������� chter-advocate. Hierin wordt de stelling voorgelegd: ‘De media moeten terughoudender zijn in de zaak-Vaatstra’. Bron 2: nos.nl http://nos.nl/video/442267-peter-r-de-vries-over-de-aanhouding-in-de-zaakvaatstra.html

- Peter R. de Vries vertelt over de aanhouding in de zaak-Vaatstra. Peter R. de Vries spreekt over een 100% DNA-match en gebruikt de zin ‘de zaak-Vaatsrta is opgelost’. Maar hoe zeker zijn we hier nou van? En komen we uit op de stelling van stand.nl ‘de media moeten terughoudender zijn in de zaak-Vaatstra’. Bron 3: Radio 1 stand.nl interview Strafrechter-advocate Bénédicte Ficq http://www.stand.nl/stellingen/Binnenland/De-media-moeten-terughoudender-zijn-de-zaak-Vaatstra

- Strafrechter-advocate Bénédicte Ficq is een van de belangrijke bronnen. Uit dit radio gesprek heb ik haar mening op de stelling beschreven in mijn essay. Bron 4: Telefonisch interview met rechtspsycholoog Dhr. P. Van Koppen - De rechtspsycholoog, professor dr. Van Koppen is mijn belangrijkste bron geweest voor het schrijven van dit essay. Van Koppen heeft afgelopen jaren in een kleine commissie gezeten die het openbaar ministerie, de politie en vooral het rechercheteam heeft geadviseerd. Hij heeft er dus met zijn neus bovenop gestaan. Telefonisch heb ik de stelling en de mening van Bénédicte Ficq aan hem voorgelegd. Interessant is dat hij het niet eens is met deze stelling ten opzichte van Bénédicte Ficq. Aan de hand van zijn bevindingen heb ik mijn essay geschreven. Bron 5: Artikel ‘Elke moordzaak krijgt gelijke zorg’ (2012) http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3351350/2012/11/21/Elke-moordzaak-krijgt-gelijkezorg.dhtml?utm_source=scherm1&utm_medium=button&utm_campaign=Cookiecheck

6


- Als derde belangrijke bron, psychologe Nicolien Kop stelt: ‘Zeker is dat een moord op een prostituee minder aandacht krijgt van media dan die op een lerares, omdat de eerste een minder eerzaam beroep heeft.’ Zo heb ik drie verschillende meningen onder elkaar gelegd en met elkaar kunnen vergelijken.

ongebruikte bronnen

Bron 6: Artikel ‘Theoriën over media-invloed’ (2012) http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/2018803/mediawijsheid/2157348/maatschappijleer/item/783993/theorien-over-media-invloed/

- Ik heb zeker wat aan dit artikel gehad maar ik ben verder niet ingegaan op de verschillende theoriën over media-invloed. Dit omdat ik van mening ben dat mijn essay dan te veel informatie zou bevatten. Bron 7: Artikel ‘Massacommunicatie: De invloed van de massamedia’ (2012) http://mens-ensamenleving.infonu.nl/psychologie/95086-massacommunicatie-de-invloed-van-de-massamedia.html

- Ook dit vond ik een interessant artikel maar veel te massaal voor mijn essay. Bron 8: ‘Media-aandacht rond Marianne Vaatstra’ http://dekunstvanhetmaken.vara.nl/ Detail.11869.0.html?&tx_ttnews%5Btt_news%5D=76511&cHash=d1786899bf03eef24b0d376d74de73ba

- Te gast bij de VARA is burgemeester Bearn Bilker van Kollummerland. Hij legt uit wat al die media-aandacht doet met zo’n kleine gemeenschap, en met hem persoonlijk. Hier heb ik zeker wat aan gehad, maar niet nadrukkelijk in mijn essay naar voren laten komen.

7


eindproduct/essay Media en emotie, een moeilijke combinatie Berichtgeving rond de moord op de Friese Marianne Vaatstra

De moord op de Friese Marianne Vaatstra is één van de bekendste misdaadzaken van de afgelopen jaren. De zestienjarige Marianne Vaatstra werd in 1999 verkracht en vermoord. Meer dan tien jaar duurde de zoektocht naar de dader. Ik was negen jaar, te jong om te beseffen wat er echt was gebeurd in het Friese dorp Zwaagwesteinde, toen het eerste nieuws in de media verscheen. Door de indringende berichtgeving in de media werd mijn aandacht onbewust getriggerd. Laat ik voorop stellen dat de moord op Marianne Vaatstra mij meer heeft beziggehouden dan ik me bewust was. Maar waarom die vele andere moorden niet? En heeft dit te maken met de aandacht die de media aan een zaak besteed? Mijn onderzoek is dan ook vooral gericht op de vraag: Hebben de media invloed op de beeldvorming en emotie? De dader werd nooit gevonden. Maandag 19 november verscheen er een tweet van Peter R. de Vries:“Breaking news: blanke man (44) gearresteerd voor moord #Vaatstra! 100 procent DNA-match! Hoera! Hoera! Hoera!” Door het DNA-verwantschapsonderzoek werd een 100% match gevonden met het gevonden DNA op het lichaam van Marianne Vaatstra. De verdachte, Jasper S., blijkt zelf DNA te hebben afgestaan bij het onderzoek. Inmiddels is Jasper S. gearresteerd en zit hij in voorarrest. Het nieuws ging vervolgens rond als een lopend vuurtje. Media sturen berichtjes naar mobiele telefoons, journaals openen ermee en op twitter is #vaatstra trending topic. Het Openbaar Ministerie bevestigt de aanhouding maar houdt zich verder stil. Ze komen pas om 18.00u met een persconferentie. Diverse websites koppen met: “Zaak Vaatstra opgelost” en “Moordzaak Marianne Vaatstra opgelost.” Terwijl er nog geen bekentenis is, of bewijs dat de verdachte het gedaan heeft, is de man uit Friesland al veroordeeld in de media. Iedere dag vierde de berichtgeving rond Marianne hoogtij met paginagrote artikelen vol speculatieve informatie rondom de mogelijke veroordeling van Jasper S. Vaak worden er de volgende dag niet of nauwelijks nieuwe feiten vermeld in kranten en nieuwsuitzendingen, maar wel een hoop nieuwe speculaties. Zou het niet beter zijn om het hele onderzoek af te wachten? Of mogen de media gewoon hun gang gaan? (bron: Prodemos) Het is algemeen bekend dat de media steeds meer invloed lijken te krijgen op de samenleving en op de politieke agenda. Elk onderwerp dat de media uitgebreid behandelt moet ook werkelijk op die politieke agenda komen, media lijken steeds belangrijkere instrumenten geworden voor informatievoorziening en amusement. Massamedia fungeren voor het publiek als één van de betekenisgevers door de voortdurende beklemtoning van bepaalde visies op de werkelijkheid. Maar hoe zit het met de aandacht in de media op een moord8


zaak zoals die van Marianna Vaatstra?

“Media moeten meer terughoudend en een opvoedende rol hebben” Bénédicte Ficq

“De media moeten terughoudender zijn in de zaak-Vaatstra”(bron: stand.nl), Strafrechteradvocate Bénédicte Ficq is het eens met deze stelling. Voor sommige media is een zaak al opgelost, maar gaan ze niet wat snel? “Een zaak is pas opgelost als een rechter er over geoordeeld heeft. De taak is aan de media om dit te bericht geven. Het is niet de eerste keer dat een misdaad-zaak ‘opgelost’ wordt gepresenteerd en wat later niet waar blijkt te zijn. Media komen met verschillende presentaties in berichtgeving. De tweet van Peter R. De Vries: ‘Breaking news: blanke man (44) gearresteerd voor moord #Vaatstra! 100 procent DNA-match! Hoera! Hoera! Hoera!’ De volgende dag stond groot op de voorpagina van de Telegraaf, ‘Zaak Vaatstra opgelost.’ Media moeten meer terughoudend zijn. De media moet een opvoedende rol hebben. Ze moeten beseffen dat ze er naast kunnen zitten. Het labelen van een dader, die later niet blijken te kloppen, hebben grote gevolgen. Verwijzing naar de asielzoekers van het asielzoeker-centrum die werden verdacht en er niets mee te maken bleken te hebben. In de Vaatstra-zaak zijn er al vaker verdachten aangehouden die onschuldig bleken te zijn. Peter R. De Vries probeert dit te voorkomen in zijn nadrukkelijke tweet: ‘blanke man’”, aldus Bénédicte. Er is veel geld, tijd en energie gestoken in de bescherming van de inwoners van dat asielzoekers centrum tegen de hetze van de plaatselijke bevolking. Tot vandaag zijn er een aantal mensen die denken dat de naam van de dader toch echt Feik, Ali of Hassan moet zijn. Deze beschuldigingen hadden voorkomen kunnen worden, want vrijwel gelijk na de moord is er gesproken over een grootschalig DNA-onderzoek (onderzoeksteam van Dhr. P. Van Koppen), maar dit voorstel werd onmiddellijk weer van tafel geveegd. Dat een DNAonderzoek na dertien jaar iets oplevert is zeer bijzonder, eigenlijk wel een wonder. Het zou maar zo hebben gekund dat de dader allang was vertrokken of zelfs overleden. Ik had daarom weinig vertrouwen in een positief resultaat. “De media berichten over de zaak-Vaatstra, vaak zonder dat er nieuws is te melden. Niet relevante zaken worden behandeld in de media: hoe oud de verdachte is en, waar hij woont, dat hij kinderen heeft, of de familie Vaatstra de verdachte wel of niet kende. De zaak heeft een bovenmatige media aandacht. Door de media-mogelijkheden die er zijn: het razend snel verspreiden van nieuws en details is er ook een eigen verantwoordelijkheid die de media dan ook moet dragen ten opzichte van de directe omgeving van de dader.”(Bénédicte Ficq)

“De toestemming van de verdachte geeft een onontkoombaar bewijs” Professor dr. Van Koppen

De rechtspsycholoog, professor dr. Van Koppen beweert in een telefonisch gesprek dat 9


hij het deels niet eens is met Advocate Bénédicte Ficq. Hij vindt dat er twee meningen bestaan over contact met de media binnen de advocaten wereld; zij die vinden dat een zaak wel breed kan worden uitgemeten zoals bijvoorbeeld Bram Moscovitz doet, en een andere groep die vindt dat je terughoudend moet zijn. Van Koppen schaart zich bij de tweede groep. Hij vindt ook dat uiteindelijk de media niet heel erg veel invloed hebben op de rechtsgang of het werk van het OM. Zo viel een groot deel van de advocatuur over het interview wat Jan Vlug advocaat Jasper Steringa, gaf in Nieuwsuur. Hij zet Jasper S. neer als een liefhebbende huisvader en beïnvloedt hiermee hoogstens het oordeel van de rechter. Van Koppen is vooral lovend over de manier waarop Jan Vlug zijn uitlatingen deed in Nieuwsuur. Vooral ook omdat het gebeurde met de toestemming van de verdachte. En de onontkoombaarheid van het bewijs. De kritiek van de beroepsgroep dat in dit interview in strijd zou zijn met de vertrouwelijkheid tussen de advocaat en zijn cliënt, vindt Van Koppen dan ook onzin. “De rol van Peter R. de Vries is een wat andere, het is misschien niet netjes wat hij doet, maar niet fout. Peter R. de Vries trekt teveel naar zich toe en loopt de politie voor de voeten omdat de arrestatie in feite later gepland was, maar door het optreden van de Vries versneld werd.” Mijn mening is dat een commercieel medium er wel een subjectieve kijk op na moet houden om een bepaald publiek te behouden. Het is puur een kwestie van eigen belang. Hoe betrouwbaar is Peter R. de Vries? In een artikel las ik: Peter R. de Vries zou Peter R. de Vries niet zijn of hij gelooft niet of de schuldige ook werkelijk de dader is geweest. Hij gaat op geheel eigen wijze op onderzoek uit naar de waarheid. Door middel van zijn tv-programma op SBS6 kan hij dan gehele avonden met zijn heldendaden vullen. Maar wat er nu op aan te merken is, is het volgende: Peter R. de Vries werkt niet altijd even zorgvuldig. Ook in dit artikel las ik dat de Vries inzake de Deventer-moordzaak vele feiten achterwege heeft gelaten. Verschillende uitzendingen heeft hij een echtpaar beschuldigd van de moord, terwijl de feiten duidelijk waren. Het echtpaar kon niet schuldig zijn. Peter R. de Vries vond het niet nodig om in zijn programma deze feiten op te nemen. Belangrijker was het informeren van de kijker van zijn theorie. Het zou zijn reputatie schenden als naar boven zou komen dat hij van het begin af aan op een verkeerd spoor zat in deze zaak. Dat zou niet goed zijn geweest voor de kijkcijfers. Zo nu en dan komt een vermissing of een moord weer in de schijnwerpers te staan. Soms omdat justitie besluit het coldcase team in te zetten maar vaker omdat burgers of journalisten op zoek naar de waarheid gaan. Een recent voorbeeld hiervan is de moord op Tanja Groen. “Natuurlijk, zegt Van Koppen, is er bij een moordzaak waarbij een kind het slachtoffer is, zoals bij de zaak van Marianne Vaatstra, meer aandacht van de pers dan bij een moordzaak op een volwassene. Maar je moet je ook tegelijkertijd afvragen hoe oorzaak en gevolg verlopen. En helemaal wanneer deze moord plaatsvindt in de directe omgeving van het slachtoffer”. Als bewijs voor deze stelling wijst hij op de zaak van Tanja Groen, een 10


jonge tiener zoals Marianne Vaatstra, die vermoord werd in Maastricht en afkomstig was uit Schoorl, Noord-Holland. Omdat ze niet in haar eigen omgeving werd vermoord en de vermoedelijke dader dus ook niet uit haar directe omgeving kon komen kreeg deze zaak aanmerkelijk minder aandacht. “Door het ontbreken van de couleur locale is er minder de mogelijkheid tot identificatie met het slachtoffer. Je ziet dat de politie in een kindermoord veel meer energie steekt dan in de gemiddelde volwassenen moord. Komt dat door de media-aandacht? Ik heb bij rechercheteams rondgelopen en gezien dat zo’n kindermoord een grote indruk maakt op de rechercheurs. Zij zouden, denk ik, ook zonder enige invloed van de media in zo’n zaak veel meer energie steken”. “Uiteindelijk, zegt Van Koppen, kunnen de invloed van de media alleen maar worden vastgesteld door wetenschappelijk onderzoek. En daarvoor is het nodig om zaken met elkaar te vergelijken waarin wel en weinig belangstelling van de media aanwezig is.”

“Hoe groter de boosheid, hoe meer maatschappelijke onrust” Nicolien Kop

Zeker is dat een moord op een prostituee minder aandacht krijgt van media dan die op een lerares, omdat de eerste een minder eerzaam beroep heeft, stelt psychologe Nicolien Kop, lector criminaliteitsbeheersing en recherchekunde aan de Politieacademie. Nog meer attentiewaarde heeft een moord op een kind, of een tiener, zoals Marianne Vaatstra die zestien was toen ze de dood vond. Maar niet van de politie, want die heeft evenveel aandacht voor elke moordzaak. “Althans, dat zou de politie moeten hebben”, aldus Kop. “Bij de vraag waarom een moordzaak geruchtmakend wordt zoals die van Marianne Vaatstra, is de maatschappelijke verontwaardiging heel belangrijk. Hoe groter die boosheid, hoe meer maatschappelijke onrust. De media springen er dan ook eerder op en spinnen zo’n zaak breder uit.” De gruwelijkheid van een zaak heeft wel enige invloed, maar niet per se, zegt Kop. “Een relatief eenvoudige moord op een kind veroorzaakt veel meer ophef dan op een volwassene. Een afrekening in het Amsterdamse criminele circuit creëert ook minder onrust. Hoe onschuldiger het slachtoffer, hoe geruchtmakender de zaak. Maar dat wil niet zeggen dat de politie harder werkt bij de moord op een kind dan op een crimineel. Het rechercheteam moet altijd zorgvuldig blijven, om wat voor slachtoffer het ook gaat.” Mijn conclusie is dan ook dat de media wel een bepaalde machtspositie heeft. Zij kunnen hun positie misbruiken door subjectiviteit over te brengen naar het publiek. Nu wil ik niet zeggen dat mensen alles wat er in de media verschijnt voor zoete koek nemen, maar bij het vormen van je mening wordt je wel degelijk beïnvloed. Verontrustend vind ik dat de media op deze wijze haar oorspronkelijke functie verliest; namelijk het informeren van het publiek. Net zoals Bénédicte Ficq beweert dat de media een opvoedende rol zou moeten hebben in berichtgeving. Want op deze manier behoudt een medium haar betrouwbaarheid en haar geloofwaardigheid. De media beïnvloeden vooral het oordeel van 11


de lezer of kijker, maar in waarschijnlijk slechts geringe mate het onderzoek en de rechtsgang van de zaak-Vaatstra. Wel kan de pers het onderzoek voor de voeten lopen en de druk op een snel resultaat verhogen. In de zaak-Vaatstra zagen we beide vormen van invloed. Door de emotionele berichtgeving uit de directe omgeving van het slachtoffer ontstond er een meer dan gemiddelde betrokkenheid in deze moordzaak. Een indirect gevolg van de tendentieuze berichtgeving in sommige dagbladen, vooral die van de commerciĂŤle omroep was dat er te snel met een beschuldigende vinger werd gewezen in de richting van de asielzoekers die toevallig in de buurt woonden. Maar ik vind net als Van Koppen dat de werkelijke invloed van de media alleen maar kan worden vastgesteld door gedegen wetenschappelijk onderzoek. 1

12


reflectie belangrijkste leermomenten

Gedurende het proces van het schrijven van mijn essay heb ik veel geleerd. Schrijven heb ik de laatste jaren meer ontwikkeld maar blijf ik een moeilijk onderdeel vinden. Al moet ik wel zeggen dat ik tevreden ben met het eindresultaat. Het was voor mij een uitdaging om te schrijven over een moordzaak. Door de spanning die de moordzaak met zich mee bracht bleef ik nieuwsgierig en wilde ik steeds meer informatie vergaren. Ik werd echt meegesleept in de Vaatstra-zaak. Dit was echter ook een valkuil, door mijn enthousiasme verloor ik mijzelf in het zoeken naar bronnen en informatie. Ik heb geleerd dat je ook knopen door moet hakken en jezelf moet beperken in de gevonden informatie. Het is lastig om een eigen mening te vormen naast de meningen van de experts. Zeker omdat de Dhr. P. Van Koppen een sterke mening uit. Echter heeft hij mij wel aan denken gezet, door zijn profocerende opstelling. Ook vond ik het belangrijk om een onderwerp te kiezen dat inspeelt op de actualiteit. Voor mij is dit een belangrijk leermoment geweest omdat ik mij lang niet altijd bezighoud met het alledaagse nieuws.

twee belangrijke leerpunten voor de lezers

Ik denk dat de lezers van het essay nog niet zo bekend zijn met dit onderwerp, daarom lijkt het mij interessant en leerzaam voor hen om het te lezen. Het essay bouwt een bepaalde spanning op, waardoor het niet gaat vervelen. Ook denk ik dat de verschillende meningen van de experts interessant zijn voor de lezers. Zo kun je je eigen mening met die van de experts vergelijken en eventueel bij een van de ideeĂŤn aan te sluiten iemand aansluiten. Het belangrijkste punt is dat de lezers kennis nemen van de verschillende opvattingen over de invloeden van de media in bijvoorbeeld moordzaken.

eigen toevoeging

Mijn toevoeging bestaat er uit dat ik de theorieeĂŤn van de experts tegenover en naast elkaar heb gezet en daaruit een conclusie heb getrokken.

13

Einddocumentatie  
Einddocumentatie  

Media en emotie, een moeilijke combinatie

Advertisement