Page 1

Over Over waterbergen water bergen gesproken gesproken

Verhalen van water bergen in Hollands Noorderkwartier


Over water gesproken‌


bergen ­ …

Het klimaat verandert. Het regent harder, het regent vaker. Om wateroverlast te voorkomen, leggen het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en provincie Noord-Holland de komende jaren zo’n 40 waterbergingen aan.

Een waterberging is geen betonnen bak die volstroomt als het regent. Een waterberging is een dynamisch onderdeel van het landschap. De ene keer als natuur­ gebied, dan weer als recreatiegebied en ook als boerenland. Een waterberging van ons en voor ons. Bij iedere waterberging hoort een verhaal. Het verhaal van vroeger, het verhaal van nu of van de toekomst. Het verhaal van betrokken mensen. Hier leest u deze verhalen. Over water bergen gesproken…


Inhoud interview met:

Hannelore Speelman waterberging over ’t hek, schoorl

6

Ron Peerdeman

10

Hans van Muijen

14

Arie Keppel

18

Sigge van der Veek

22

Marco Zwaan

26

Lia Vriend-Vendel

30

Paul van der Linden

34

Piet Zwaan

38

Carla Soonius

42

Berto Klaver

46

Dorus Luyckx

50

Aad Schouten

54

Martijn Doorenbos

58

waterberging alton ii, heerhugowaard

waterberging zijperzeedijk, callantsoog

waterberging kruiszwin, anna paulowna

waterberging gemaal nm, burgerbrug

waterberging ’t hoekje, callantsoog

waterberging schulpvaart, castricum

waterberging marquette, heemskerk

waterberging drachterveld, drechterland

waterberging burg. j. zijpweg, drechterland

waterberging westerveer, zuidermeer

waterberging zeddeweg, edam-volendam

waterberging boxweide, zwaagdijk

waterberging noorderweg, wijdewormer


interview met

Hannelore Speelman project over ’t hek naam hannelore speelman functie zorgboerin namens zorgboerderij de noorderhoeve in schoorl

Hoe een koe een haas vangt op een zorgboerderij Op onze zorgboerderij de Noorderhoeve werken 50 bijzondere mensen met zorgvraag. Mensen uit de psychiatrie, uit de verslavingszorg. Een paar bejaarden ook van boven de tachtig die lekker rustig een beetje zitten te rommelen en de kippetjes voeren. Allemaal werken ze op de een of andere manier mee op onze zuivel- en groenteboerderij. We werken kleinschalig en in een hele informele sfeer. We willen dat vooral vasthouden, maar op de huidige plaats kunnen we dat niet uitbreiden. We waren dus op zoek naar een andere boerderij en het liefst hier dicht in de buurt.


‘Voor ons is het fantastisch om te zien hoe onze ­plannen aansluiten bij de ontwikkelingen in de ­directe omgeving’ Win-win Een stukje verderop zouden boerderijen komen voor boeren die plaats moesten maken voor de verbreding van de N9. Omdat bijna al die boeren stopten en dus niet verplaatst werden, zijn wij met de gemeente gaan praten of wij niet op die plaats een nieuwe boerderij konden starten. Je weet tenslotte nooit hoe een koe een haas vangt. Het toeval wil dat de provincie en het hoogheemraadschap net op bezoek waren geweest om te praten over het realiseren van een waterberging op die plaats. We hebben de handen ineengeslagen en er is een heel leuke samenwerking met het hoogheemraadschap ontstaan. Da’s echt een win-winsituatie.

Water in de praktijk Op onze Noorderhoeveschool hebben we nu samen met het hoogheemraadschap een module water­ management. In de waterberging kunnen onze zorg­ vragers in praktijk brengen wat ze in het klaslokaal geleerd hebben. En de basis- en voortgezet onderwijsscholen waar HHNK eerst naartoe ging om te laten zien hoe een waterberging werkt, kunnen straks bij ons op de zorgboerderij in het echt zien hoe het werk. Maar het is niet alleen leren. Kinderen moeten ook spannende dingen kunnen doen, ze moeten plezier kunnen maken. Een vieze laarzenpad, met pompjes en kranen stukken onder water zetten, dat soort dingen.

Natuurlijk water Het water en het watermanagement wat we met de nieuwe waterberging krijgen, past goed bij onze zorg­ boerderij, maar ook bij het gebied. Er stroomt een duinrel, een natuurlijke duinbeek, over het terrein.

De oevers van die beek daar vind je de mooiste orchideeën. Al dat water betekent ook wel dat de bewoners van de woonwijk verderop weten wat natte voeten zijn. Ook daarom is het goed om een waterberging te krijgen.

Fantastisch Voor ons is het fantastisch om te zien hoe onze plannen aansluiten bij de ontwikkelingen in de directe omgeving. Het geeft ons nog meer de kans om invulling te geven aan hoe we willen zijn als zorgboerderij. Zorgen, boeren, educatie, recreatie en nu ook nog watermanagement en het beheer van de waterberging. Mijn werk wordt nu steeds meer – letterlijk en figuurlijk – een dijk van een baan!


interview met

Ron Peerdeman project alton ii naam ron peerdeman functie directeur grondbalans bv namens grondbalans bv heerhugowaard

Als je het samen wil, ontstaat er iets moois Voor ons, Grondbalans, was het een thuiswedstrijd. We zitten vlakbij de waterberging. We kennen dus de omgeving goed. Ook de bedrijven waarmee we samenwerken, Spaansen en Veltman, komen hier uit de omgeving. Het is leuk om zo’n project dichtbij te doen. Je kent de mensen en je weet waar je het voor doet. Toen de waterberging net aangelegd was, hebben we er nog op geschaatst. Dat is ook wel een voordeel van een project zo dicht bij huis. En het geeft de ­recreatieve waarde van zo’n plas aan. Natuurlijk veroorzaken werkzaamheden altijd overlast, maar door goed te overleggen met de direct betrokkenen hebben we dat tot een minimum kunnen beperken.


Extra duiker Ook met de opdrachtgever, het hoogheemraadschap, hebben we goed overlegd over hoe we de opdracht konden uitvoeren. Het schap had al vrij scherp voor ogen hoe het er uit moest gaan zien. Samen zijn we gaan brainstormen waar verbeteringen aan te brengen waren. Een van die verbeteringen was de aanleg van een duiker. Die duiker maakt extra waterberging mogelijk. Dat extra waterbergend vermogen ontstaat omdat die duiker de waterberging aan een hoog­ watersloot koppelt. Een waterberging stroomt vol als het hoogwater is. Als de gemalen hun werk doen, loopt ie ook weer leeg, een kwestie van actie-reactie. Bij deze waterberging kan die inlaat en uitstroom op afstand worden gestuurd. Als dat nodig is, kan het water langer worden vastgehouden.

Werk met werk Omdat de opdrachtgever bereid was ons wat meer tijd te gunnen, konden we twee projecten op elkaar afstemmen. Op de provinciale weg N242 bij Verlaat is met de vrijkomende grond uit de waterberging een turborotonde aangelegd. Dat scheelde in de kosten en we konden werk met werk maken. De grond is zo dichtbij hergebruikt, da’s ook duurzaam.

Mooier voor minder Het resulteerde in een lagere prijs voor de opdracht­ gever en uiteindelijk is het net zo snel gegaan als een gewone aanbesteding. Dat vind ik eigenlijk het mooiste. In de hele aannemerij moet het altijd maar snel snel snel. Maar geef je de aannemer wat meer tijd, dan resulteert dat eigenlijk altijd in voordeel voor de klant. En zeker bij overheidsopdrachtgevers is dat dus ook in het voordeel van de burger. In dit project vind ik de samenwerking met de opdrachtgever om er een mooi project van te maken heel prettig. Als je samen die intentie hebt, dan wordt het mooi, ook financieel.

‘Als het nodig is, kan het water langer worden vastgehouden’


interview met

Hans van Muijen project zijperzeedijk naam hans van muijen functie aannemer en campingbaas in ruste namens privé

Vroeger lagen er nolletjes op de renbaan Ik ben hier verderop geboren, een weg eerder naar ­Callantsoog, en ik ben hier opgegroeid. Er waren vroeger van die nolletjes, van die duintjes. Ik weet nog dat ze met een kiepertje met de hand zo’n nolletje aan het wegscheppen waren waar nu die renbaan zit. Omdat ik hier vandaan kom, weet ik veel van de bodemgesteldheid. Jaren geleden ­hebben ze het hele gebied hier gespit. Werd de zware klei gemengd met het zand. Je had hier vroeger heel veel slootjes. Allemaal akkertjes van een meter of 80 breed en dan zat er weer een sloot. Maar al de slootjes zijn indertijd gedempt, daarom is er nu geen waterberging meer. Nu moet er zo’n mooi stukje land verdwijnen om een waterberging aan te leggen. Als ze nu die sloten een meter of anderhalf verbreden, dan is er waterberging zat! En die sloten moet je toch twee keer per jaar schouwen.


‘Ik weet nog dat ze met een kiepertje met de hand zo’n nolletje aan het wegscheppen waren waar nu die renbaan zit’

Groen voor standplaatsen Ik weet trouwens niet of er nu meer regen valt. Wij kochten 22 jaar geleden de gemeentecamping van Callantsoog. In het eerste jaar regende het zo hard dat er twintig centimeter water op het veld stond. Ik ben al die tijd campingbaas en aannemer geweest, maar twee jaar geleden heb ik m’n camping Tempelhof verkocht aan twee neven van me. Sinds 2006 was ik echter bezig met een uitbreiding van zesenhalve hectare recreatieterrein bij die camping en dat maak ik nog wel af. De waterberging hier is deels een compensatie voor die uitbreiding. Voor elke hectare recreatie die je uit wil breiden, moet je namelijk van de gemeente een hectare natuur compenseren.

Waterberging Dat stuk land naast onze caravan wordt de water­ berging. Daar blijft het ongeveer hetzelfde, maar

aan die kant komt er een laagje water te staan. En eromheen komen wandelpaden, dan kun je helemaal rondlopen. Voor de campinggasten is dat wel aardig, maar eerlijk is eerlijk: onze, voornamelijk Duitse, gasten komen toch vooral voor de zee.

Bloeiend Zijpe Ik ben wel benieuwd hoe de waterberging er uiteindelijk uit gaat zien. Ik heb natuurlijk wel tekeningen van de Grontmij en HHNK, maar in het echt is het toch weer heel anders. Volgens mij wordt een deel dotterbloemgrasland of nat grasland. Het andere deel van de waterberging wordt plasdras. Misschien dat de paden langs de waterberging in de toekomst deel uit gaan maken van Bloeiend Zijpe, een wandeltocht over de kopeinden van de bollenvelden en over de dijk. Die wandeltocht is dit jaar voor de zevende keer georganiseerd. Dichter bij de bollenvelden kun je niet komen!


interview met

Arie Keppel project kruiszwin naam arie keppel functie voormalig agrariër op kruiszwin namens particulier, boer in ruste

Ze hebben er het juiste gebied voor uitgekozen We hadden eigenlijk slecht land. Er was veel kwel. Uit de drainering kwam gewoon roestwater. Ik heb het eens een keer gehad dat er wel helder water uit de draineringsbuizen kwam, maar toen ik het proefde, was het brijnzout. Als je verderop het gewas zag, dacht je ‘dat rooit er allemaal goed op’, maar hoe dichter je bij het zwin kwam, hoe beroerder de gewassen erbij stonden. Het was gewoon poepezak. We hebben al die tijd ons hoofd boven water kunnen houden, maar het was moeilijk.


Lieslaarzen Toch bewaar ik er wel mooie herinneringen aan. Ik had in die tijd een fuik met een dubbele vleugel en die stond in de sloot waar nu dat bruggetje over ligt bij de poldertuin. Om die fuik te lichten legde ik een balk in het water en dan ging ik met m’n lieslaarzen op die balk staan. Zo kon ik m’n fuik lichten. Ik weet nog dat ik een keer geen zak bij me had om de paling in te doen. Ik heb de paling toen in m’n lieslaars mee naar huis genomen. Kwam ik thuis aan op een sok en een laars. Ja, vroeger hadden we paling.

10 kuub stront Vanaf 1976 pachtte ik het gebied en heb ik er ­geboerd. Ik had een stierenmesterij en verbouwde aardappelen, bieten en mais. Een ander stuk van het bedrijf was grasland om dat ‘beruchte’ Kruiszwin heen. In hele stukken kon je toen niet eens lopen omdat het te nat was. Er is wel eens een mestwagen vast komen te zitten, die moest 10 kuub stront lossen voordat ie weer vlot kwam. Groot materiaal, op dat land, dat was vragen om moeilijkheden. Als het meezat dan kon ik één keer per jaar maaien, maar als we een beetje natte zomer hadden, dan was het klaar. Matig land was het, matig land. Het zwin was gewoon een moeras.

Vakantie Als het hartstikke goed akkerland geweest was, dan zou het zonde zijn, maar eigenlijk is er niks aan verloren. Het zwingedeelte is afgeplagd en dat is al sterk verbeterd, daar kun je nu wel lopen. Vakantie is, volgens mijn vrouw, toch al een vies woord voor mij, maar nu wil ik helemaal niet meer weg. Ik ben een mannetje wat eigenlijk niet van de dam wil. Het Kruiszwin wordt echt een plaatje. Ze hebben het juiste gebied ervoor uitgekozen en wij hebben er helemaal geen last van, sterker nog, we zijn er juist blij mee.

‘Het zwin was een moeras’


interview met

Sigge van der Veek project gemaal nm naam sigge van der veek functie bloembollenhandelaar namens handelsbedrijf fluwel

/ lto

Uiteindelijk wil je allebei hetzelfde resultaat Bij ons in Zijpe hebben waterbergingen twee functies: zorgen dat het dorp en de bollen droog blijven als het hard en veel regent. Maar juist in de droge perioden hebben we water nodig om de bloembollen te beregenen. Dan is de waterberging juist een wateropslag. Het hoogheemraadschap kwam zelf met de vraag: LTO, hoe gaan we dit aanpakken? Zo zijn we aan de praat geraakt. Pratende weg kijk je dan hoe gaan we het doen. Van onze kant was de sterke wens: eigenlijk zo weinig mogelijk platte waterberging, want dat trekt ganzen aan of het krijgt heel gauw een natuurlijke ­uitstraling met ‘randverschijnselen’ die je als agrariër liever niet hebt. Niet dat we een hekel aan natuur hebben, maar het levert allerlei belemmeringen op voor je bedrijfsvoering.


‘Je moet gewoon ­iemand hebben die ­tussen de partijen in schurkt, iemand die er een beetje tussenin koetelt’

Slimme oplossingen Samen met het waterschap hebben we gewerkt aan allerlei slimme oplossingen als bijvoorbeeld slootverbreding als waterberging in plaats van één grote waterberging. Maar dat betekent wel dat je niet met 1 maar met wel twintig of dertig bollenkwekers te maken krijgt. En daarbij was soms wel wat masseerwerk nodig. Aan de andere kant als het lukt, als je met elkaar zoiets ‘regelt’, dan brengt dat je wel dichter bij elkaar.

Masseur Omdat ik als vertegenwoordiger van een agrarisch handelsbedrijf er wel, maar toch niet helemaal bij hoor, was die masseursrol mij op het lijf geschreven. Ik kon makkelijker zeggen: ‘vooruit, genoeg gepraat. We gaan ervoor’. Eigenlijk ben ik soort buffer ­geweest tussen de traagheid van het waterschap en

gewenste actiesnelheid van de agrariërs. Je moet gewoon iemand hebben die tussen de partijen in schurkt, iemand die er een beetje tussenin koetelt. Iemand die laat zien dat het hartstikke goed is wat er allemaal wordt gerealiseerd. Ik denk dat we vanuit de LTO daar wel een verfrissende rol in hebben gespeeld. Wij zorgden ervoor dat we met elkaar in gesprek bleven.

Mooi resultaat En het resultaat mag er zijn. Er zijn sloten verbreed, grotere duikers geplaatst, grond afgevoerd en land opgehoogd, de drainage is verbeterd. En de capaci­teit van het gemaal is vergroot. Uiteindelijk komen de belangen van het schap en van ons toch bij elkaar. Van het hele gebeuren in de Zijp is dit gebied ­misschien maar een klein stukje, maar er is hier gewoon hartstikke veel gebeurd!


interview met

Marco Zwaan project ’t hoekje in callantsoog naam marco zwaan

functie agrariër namens agrarisch beheer w ­ aterberging

Waterpeil en het beheer in eigen hand Op mijn grond komt een waterberging, of beter gezegd: ik ben de voormalige eigenaar van die grond. Hoe ging dat. Op enig moment kwam het hoogheemraadschap met het idee voor een waterberging hier in polder ’t Hoekje in Callantsoog, voor een deel op onze grond. Zelf hadden ze nog geen grond in eigendom in de polder. Wij hebben toen het idee geopperd om de waterberging zelf te gaan beheren en dat vond het waterschap wel een goed plan.


‘Als ik die waterberging zelf beheer, weet ik zeker dat ’ie goed wordt bijgehouden’

Afweging Het schap heeft ons persoonlijk benaderd met de vraag of we grond wilden verkopen. Wij hadden daar natuurlijk ook al wel van gehoord, de geruchten deden zogezegd al de ronde. Hier in de polder ’t Hoekje lagen een paar percelen die minder ­geschikt zijn voor de bollenteelt. Over zo’n vraag moet je natuurlijk nadenken. Maar puntje bij paaltje is het een bedrijfseconomische afweging. Wat levert het ons op al we het verkopen? Wat levert het ons op als we het houden? Wat betekent het voor ons bedrijf? Zo simpel is het eigenlijk. Voor de percelen die het schap wilde hebben sloeg de meter door naar verkopen. Het was niet de alle beste grond voor de bollenteelt.

Van vader op zoon Vanaf 1956 pachtte mijn opa hier de grond en later mijn vader. Ik ben wel op een bepaalde manier aan die grond gehecht, maar je moet ook kijken wat er economisch voor je bedrijf goed is. Misschien dat m’n vader er meer gevoel bij heeft, maar die is meestal ook wel realistisch. Het scheelt natuurlijk dat ik hier in de boerderij – waar ik geboren ben – kan blijven wonen en hier kan blijven boeren. Het is natuurlijk wat anders als je met heel je bedrijf moet verkassen.

Eigen peil Als de waterberging straks gerealiseerd is, kan ik ook het waterpeil op mijn gronden zelf regelen. Nu voert er water via mijn land af. Dat kan ik natuurlijk niet tegenhouden, dan stroomt het ergens anders over.

Straks is dat wel mogelijk. Komt ook nog bij dat de waterberging bijdraagt aan het watersysteem in deze hele polder. De andere boeren hebben er dus ook voordeel van.

In eigen hand De waterberging maakt een verbinding met de Zijperzeedijk en sluit aan op de EHS en op een stuk bos van Staatsbosbeheer aan de Scheidingsvliet. Die natuur dat is niet echt mijn ding. Daar heb je als agrariër last van: vooral onkruid, zaden en vogels. Zeker als het niet goed beheerd wordt. Dat is ook de reden waarom ik voorstelde om het zelf te beheren. Dan weet ik zeker dat het goed wordt bijgehouden.


interview met

Lia Vriend-Vendel project schulpvaart naam lia vriend-vendel functie geograaf namens stichting tot behoud van natuurlijke en cultuurhistorische waarden in de alkmaardermeer­omgeving

Als je goed kijkt, zie je het Oer-IJ Als geograaf is het voor mij echt genieten hier. Castricum heeft een unieke combinatie van landschappen die je ­nergens anders tegenkomt. Hier heeft de mondig van het Oer-IJ g ­ elegen, een riviertak van de Rijn die tweeduizend jaar g ­ eleden bij Castricum in zee uitmondde. Die loop van het Oer-IJ is nog prachtig mooi herkenbaar in het landschap. Je moet je Castricum rond het begin van de jaartelling voorstellen als een soort Biesbos. De rivier wilde naar buiten, de zee naar binnen en alles ging daardoor slingeren. Je kreeg zandbanken en er ontstond veel microreliëf. De sloten, ja zelfs de greppels slingeren hier. Dat zie je ook terug in het grillige verkavelingspatroon. Die slingerende waterlopen en het microreliëf maken het gebied uniek.


Oer-IJ Als je van bovenaf die slingers bekijkt, herken je de vroegere rivier erin. De huidige Schulpvaart die langs de Zeeweg loopt, is nog een overblijfsel van de hoofdgeul van het Oer-IJ. Later is dat een belangrijke vaart geworden voor de schelpvissers die vanaf het strand met hun schelpen naar de kalkovens in Akersloot moesten. Vandaar ook de naam Schulpvaart. Ook de natuur laat zien waar het Oer-IJ ooit stroomde, vertelde me laatst een ecoloog. Overal waar je dotter­ bloemen ziet, weet je bijna zeker dat daar de oude loop van de rivier was.

Overleg Bij de aanleg van de twee waterbergingen hebben we intensief overleg gehad. We hebben ervoor geijverd om die waterbergingen het gebiedseigene te laten versterken. En dat is goed gelukt. In de waterbergingen herken je straks het krekenpatroon van het Oer-IJ. In overleg met de streek is gekozen voor kruidig grasland, al zou ik liever ook wat rietkragen hebben gezien. Die accentueren een waterloop beter in het landschap. Als je dan van een afstandje – bijvoorbeeld als je langs het gebied fietst – over het gebied uitkijkt, kun je aan het riet ‘aflezen’ waar het water loopt. Je ziet dat ook soms met knotwilgen.

Castricum aan de Rijn Ik ben tevreden met hoe het hier wordt, maar ik wil eigenlijk het hele Oer-IJ van Heemskerk, Uitgeest naar Castricum herstellen. Nu ontbreekt er een belangrijk stuk. Op oude kaarten die ik heb is dat allemaal prachtig te zien. Die ontbrekende schakel, de Koogvaart, ligt op het laagste punt en zou in z’n geheel als waterberging kunnen worden ingericht. Dat zou het Oer-IJ-verhaal compleet maken. Dan ligt Castricum weer aan de Rijn. Geweldig toch?!

‘De rivier wilde naar buiten, de zee naar binnen en alles ging daardoor slingeren’


interview met

Paul van der Linden project marquette naam paul van der linden functie boswachter namens pwn

Weidevogels hebben waterberging in bruikleen De waterberging Marquette heeft een hele natuurlijke ­uitstraling. Het is zeker geen betonnen bak. Het ziet er uit zoals het hier 6000 jaar geleden er uit zou moet hebben gezien. De kreek die hier zou hebben gelopen, is terug­ gebracht in het landschap. Toch is deze natuurlijke waterberging een belangrijk element in de waterhuishouding. Het ziet er uit als natuur terwijl het toch een stuk ‘industrie’ is. Mensen die hier voorbij fietsen en op het informatiebord kijken, verwachten dat het een ingreep is voor de weide­ vogels. Ze zijn echt verbaasd als ze ontdekken dat het ­vooral voor hun droge voeten is.


Als het nodig is Maar hoe natuurlijk het gebied er ook uitziet, toch blijft het een waterberging. Als er morgen opeens veel regen valt en de waterberging is nodig, dan wordt deze gewoon ingezet, ook in de broedperiode. Dat is dan natuurlijk jammer van die vogels, maar daar zijn duidelijke afspraken over gemaakt. Als het water een bepaald peil bereikt, gaat de waterberging open en stroomt ie vol. Je moet het zo zien dat de weidevogels de waterberging kunnen gebruiken tot dat het water de ruimte nodig heeft. De verwachting is dat zo’n situatie hooguit een keer in de tien jaar voorkomt en dat het de populatie dan geen schade aanbrengt.

Zanderig slik Vorig jaar in het najaar is de waterberging een keer ingezet. Gelukkig broeden er dan geen vogels meer, dus de schade bleef beperkt. De hele winter en het voorjaar hebben we het water hoog gelaten. Wij hoeven dan niet te maaien omdat door het water de vegetatie vrij kort blijft en de bodem kaal en zanderig. Daarmee dwingen we bijvoorbeeld grutto’s zo hoog mogelijk hun nest te maken. Vanaf half april laten we het water geleidelijk zakken. Dan komt het zanderige slik boven water. Daar zit hartstikke veel voedsel in. En er ontstaat ruimte voor visdieven en kluten om hun nesten te bouwen.

Meer resultaat Het leuke is dat de waterberging – zeker met deze inrichting – goed te combineren is met natuur, zoals een weidevogelgebied. Als je goede afspraken maakt met terreinbeheerders of met boeren is er veel mogelijk. We zien dat hier in de groei van het aantal broedparen grutto’s. We zijn in een paar jaar van 3 broedparen naar 9 en dit jaar zelfs 13 broedparen gegaan. Dat is tegen de landelijke lijn in. Zo’n stukje waterkundige industrie met natuurwaarden kan dus een weidevogelgebied prima versterken. Je bereikt zo meerdere doelen met het zelfde geld. Da’s positief voor de maatschappij en voor de natuur. Je maakt niet alleen werk met werk, je bereikt resultaat met resultaat!

‘Er broedden eerst 3 gruttoparen, toen 9 en dit jaar zijn er al 13 broedparen’


interview met

Piet Zwaan project drachterveld naam piet zwaan functie wethouder stede broec/voorzitter recreatieschap west-friesland namens recreatieschap west-friesland

De waterberging èn de vaarroute Hoorn-Enkhuizen Laten we kijken of we de historische vaarroute van Hoorn naar Enkhuizen weer in ere kunnen herstellen. Dat was op de eerste bijeenkomst over de waterberging Drachterveld een opmerking waar de hele regio enthousiast van werd. De waterberging moest sowieso aangelegd worden voor bestaande bebouwing in de Hoornse wijk Risdam. Als je dat zou kunnen combineren met het herstellen of opwaarderen van de vaarroute, sla je meerdere vliegen in een klap. Als voorzitter van het recreatieschap West-Friesland had ik daar wel oren naar.


Theater Drachterveld In de waterberging kun je straks varen en vissen. Het wandelpad ‘loopt’ over de zichtlijn naar molen de Krijgsman aan de Noorderdracht. Er komt een landmark, een theaterachtige verhoging. Daar kunnen voorstellingen gegeven worden waarbij artiesten op een ponton in het water staan en het publiek op de wal of juist andersom. De vaarroute heeft enorme meerwaarde voor de regio. Er komt nu al acht tot tien kilometer vaarroute bij, maar we zijn ook aan het kijken of we een verbinding kunnen maken naar Houwert. Daarvoor moet er een grote duiker onder de N23 komen. Als we die route rond krijgen, is dat fantastisch! Maar dat is een zeer ambitieus plan. We richten ons eerst maar op de historische vaarroute bij het Drachterveld. In april 2014 moet daar de vaarroute klaar zijn, dus dit jaar moet het gebeuren.

Veel voordelen

De vaarroute komt er! Ondanks verschillende subsidies gaapte er echter een flink gat in de begroting. In Hoorn zat net een nieuw college en ik ben gaan praten met wethouder Aart Ruppert. Hij werd enthousiast en zag de meerwaarde voor hun wijk de Oosterpolder die redelijk doorvaarbaar zou kunnen worden. Ambtenaren van Hoorn hebben de begroting nog eens doorgenomen en kwamen tot een flinke kostenreductie. Het Hoogheemraadschap kwam vanwege het belang van het meervoudige ruimtegebruik in de waterberging met nog eens twee ton over de brug. Het recreatieschap neemt het beheer op zich en daarmee was de dekking rond. De vaarroute kan er komen en daar ben ik hartstikke blij mee!

‘De vaarroute heeft enorme meerwaarde voor de regio’

Een waterberging ligt op een laag peil, dan kun je het meeste water kwijt, maar voor de watersport levert dat niet zoveel op. De waterberging Drachterveld komt echter op het hoge 2.40 m peil te liggen. Dat is de peilhoogte van al het bevaarbare water hier in de regio. Een overvaarbare stuw, die je bij wateroverlast omhoog zet, zorgt ervoor dat de waterberging vrijwel altijd bevaarbaar is. Dat is toeristisch gezien natuurlijk perfect. Voor het Hoogheemraadschap heeft het ook flinke voordelen. In de brede sloten kan er water geborgen worden, de waterkwaliteit en kwantiteit zijn beter, er is minder baggergroei en bovendien groeien er minder waterplanten. Nadeel is wel dat je door het varen golfslag hebt en dat kan betekenen dat je de oevers moet beschermen.

Als jongen In waterschap West-Friesland ben ik heemraad geweest en in het vorige hoogheemraadschap, Uitwaterende Sluizen, was ik lid van het algemeen bestuur. Ik weet er dus redelijk wat van. Ik ken het gebied sowieso heel goed want de boerderij van mijn ouders stond hier verderop langs de vaarroute Hoorn-Enkhuizen aan de Binnenwijzend. Als jongen fietste ik regelmatig langs de plaats waar nu de waterberging komt. Ik vind het leuk om nu, als voorzitter van het recreatieschap, samen met de regio de kansen te pakken die zich aandienen.


interview met

Carla Soonius project waterberging burgemeester j. zijpweg, venhuizen naam carla soonius functie regio archeoloog namens archeologie west-friesland

Waterberging als archeologisch puzzelstukje West-Friesland was 3500 jaar geleden wat bewoning betreft de Randstad van de prehistorie, the place to be. We hebben in de omgeving al veel meer Bronstijdbewoning aangetroffen. Ik kan als archeoloog natuurlijk niet van bovenaf in de grond kijken, maar ik verwachtte niet dat we bij de waterberging aan de burgemeester J. Zijpweg bij Venhuizen nederzettingsresten uit die tijd zouden aantreffen.


Kromme sloten Toch kwamen er bij de graafwerkzaamheden al heel snel resten uit de Bronstijd te voorschijn. Kenmerkend voor die tijd is het dichte slotenpatroon. De grond waar vroeger sloten waren, is donkerder gekleurd en steekt duidelijk af ten opzichte van de lichte kleur van de natuurlijke afzettingen. Sloten zijn door mensen gegraven, het zijn geen natuurlijke geultjes. Ook in de Bronstijd was het hier een natte zooi. De mensen moesten dus sloten graven om hun stukjes grond droog te houden. In de Middeleeuwen maakte men rechte sloten, maar wat we hier vonden waren kromme sloten. En er zat nog Bronstijdaardewerk in.

Onooglijke aardewerk Kenmerkend voor het aardewerk uit de Bronstijd is dat het onooglijk en slecht gebakken materiaal is. Het is handgemaakt spul. De Bronstijd Noord-­ Hollander vond aardewerk duidelijk niet belangrijk. Er moest iets in kunnen, maar daarmee hield het eigenlijk wel op. Dat is op zich wel opvallend, want in de periode voor de Bronstijd, de Steentijd werd er juist wel veel zorg en aandacht aan het aardewerk besteed.

Vreemde kringen Onder het landschap wat wij nu kennen zit nog een landschap met veldsystemen, huisplaatsen, graf­ heuvels en sloten. De ruilverkavelingen uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, Drieban en Het Grootslag, hebben archeologisch gezien aardig huis­ gehouden. Er is veel geëgaliseerd. Je gaat er daarom vanuit dat alles kapot is, maar dat viel alles mee. Wij vonden sloten, botten en aardewerk, maar ook een soort kringen in de grond. We weten niet precies wat de ‘Bronstijders’ daarmee deden. Het kunnen hooimijten zijn geweest.

daar mee het Verdrag van Malta en de Wet op de Archeologische Monumentenzorg waar dat in geregeld is. Op borden geven we straks informatie aan de bezoekers over wat er gevonden is en wat er nog in de grond zit.

Nog drukker De vondsten leveren een mooie bijdrage aan het beeld van de Bronstijd. Dat beeld wordt steeds duidelijker. Voor de jaren zeventig van de vorige eeuw dachten we dat de mensen uit de Bronstijd alleen maar op de hoge ruggen in het terrein zaten. Onderzoek in Enkhuizen heeft uitgewezen dat ze ook op de kwelders zaten. Het blijkt dat het gebied dus nog dichter bevolkt was dan we al dachten.

Huismuizen en ander vee Zand erover De waterberging bleek dus een archeologisch interessante plek. We hebben bij het Hoogheemraadschap aan de bel getrokken en zij hebben heel alert gereageerd. De plannen zijn aangepast: het zuidelijke deel van de waterberging werd ingericht als grasland. Er is voor gekozen om zoveel mogelijk in de grond te laten zitten. Je kunt het bodemarchief maar een keer lezen, namelijk bij een opgraving. Door het in de grond te bewaren, kun je over 100 jaar – als je misschien iets heel anders wilt weten over de Bronstijdbewoners – alsnog de boel opgraven. We volgen

Toch blijven er vragen. Waar kwamen de mensen die hier woonden vandaan? Voordat zij hier woonden, leefde er hier niemand. Het lijkt wel of ze met een ufo zijn geland, maar dat is natuurlijk niet zo. Ze moeten dus ergens vandaan gekomen zijn, maar waar? Dat is deels te achterhalen door onderzoek te doen aan botten van vee en dat te vergelijken met botten van muizen. Muizen neem je niet mee, die wonen daar, maar het vee hoorde bij de bewoners. Dus als we resten van dieren die we elders vinden kunnen matchen met ‘onze’ botten, dan maakt dat het plaatje weer een stukje completer.


interview met

Berto Klaver project waterberging westerveer bij zuidermeer naam berto klaver functie agrariër namens melkveebedrijf gebr. b. en g. klaver

‘Voor ons was het een perfecte ruil’ We konden ons bedrijf in Zuidermeer niet uitbreiden omdat we te dicht bij de huizen zaten. We hadden ooit uitbreidingsplannen, maar dat was daar gewoon niet mogelijk. Wethouder Jan Vriend vroeg ons jaren terug of we mee wilden werken met een verplaatsing en daar zeg je geen nee tegen, zeker omdat onze bedrijfsgebouwen al wat ouder waren.


‘Onze koeien lopen ’s zomers buiten en dat wil ik ook altijd zo houden. Wat mij ­betreft wordt dat in heel N ­ ederland zo’ Tamtam Behalve de trein is het hier wel een stuk rustiger dan in het dorp. Iedereen toetert en zwaait wel, maar is ook snel weer voorbij. Ze stoppen niet zo gauw voor een praatje. Je kan wel lekker doorwerken, maar je hoort niet zo snel meer wat er in het dorp gebeurt. In het ‘centrum’ van Zuidermeer was dat wel anders. Daar hoorde je ‘die heeft dit of dat uitgevreten’. Nu hoor ik dat via mijn vader, familie, vrienden en kennissen die in het dorp wonen.

Kaartenhuis

Vertraging

Toen we hierheen kwamen, hebben we land bijgekocht en een stuk land geruild. Het waterschap had aan onze kant van het spoor via BBL 7,5 hectare in eigendom. Wij hadden 7,5 hectare aan de overkant van de spoorlijn. Die percelen hebben we met elkaar geruild. Een halve hectare wordt nu waterberging. Het was een ruiling met in totaal zes agrariërs, de Stichting ter verbetering van de Agrarische Structuur (Stivas), het waterschap en de gemeente Koggenland. Daar heb ik me weleens zorgen overgemaakt. Als er eentje mee zou stoppen, konden we weer helemaal overnieuw beginnen. Maar gelukkig ging het goed.

Voor ons is het een perfecte ruil geweest. We kregen onze grond direct aan onze huiskavel en hoeven nu niet meer over het spoor met de koeien, want dat was af en toe nog wel eens spannend. Je wist hoe laat de trein kwam en daar hield je rekening mee als je koeien naar de andere kant moest doen. Tot de trein een keer vertraging had. Toen heb ik nog hard moeten rennen om op tijd het hek dicht te doen…

Voor de kalf We wonen hier nu bijna twee jaar. We hebben zo’n 95 koeien, geen jongvee. Eigenlijk nooit gehad. M’n vader kocht altijd al koeien van de markt. Eén jaar hebben we jongvee gehouden, maar dat paste niet zo goed bij onze bedrijfsvoering. We kopen altijd drachtige vaarzen als ze één of twee maanden voor het afkalven zijn. Onze koeien lopen ’s zomers buiten en dat wil ik ook altijd zo houden. Wat mij betreft wordt dat in heel Nederland zo.

Klaar voor de toekomst We zouden eerst achter ons nieuwe bedrijf een water­ berging van 5 hectare krijgen, nu komt die aan de andere kant van het spoor. Het wordt een droge berging. Dat betekent dat er misschien, in een droge tijd, koeien en schapen op kunnen, maar het hele stuk is wel een beetje uit de productie. Daar kun je niet al teveel opbrengst meer van verwachten. Dat het Hoogheemraadschap aan deze ruil mee wilde werken, dat is heel mooi natuurlijk. Voor de toekomst zijn wij zo goed als klaar. Wij kunnen vooruit. Er hoeft voorlopig geen land meer bij, alles is nieuw. Als één van onze kinderen het over wil nemen, kunnen we misschien nog wat uitbreiden.


interview met

Dorus Luyckx project zeddeweg naam dorus luyckx functie voormalig wethouder namens gemeente edam-volendam

Polderen in de waterberging Samen met het Hoogheemraadschap ontwikkelen we de waterberging aan de Zeddeweg. Toen we in de gaten kregen dat de omwonenden van die toekomstige waterberging 足bezwaren hadden, hebben we ze uitgenodigd voor een 足informatiebijeenkomst in de Bowling, die tegen het gebied aan ligt. Onze drive tijdens die bijeenkomst was: Die waterberging komt daar aan de Zeddeweg, maar we gaan luisteren wat de bewoners er van vinden en we gaan kijken of we ze tegemoet kunnen komen. En dat leverde zeker meerwaarde op.


,

Overlast Het was een nuttige bijeenkomst. De tekening die we van het gebied hadden, is door de inbreng van de bewoners aangepast. De bezwaren van de bewoners spitsten zich toe op mogelijke overlast. In eerste instantie liep er een wandelpad door het gebied aan de overkant van de sloot met direct zicht op de tuinen van de huizen. Dit pad hebben we verlegd naar de kant van de Zeddeweg, zodat wandelaars in ieder geval niet dicht langs de huizen wandelen. En hier midden in het gebied hebben we poldergemaaltje, dat nodig is voor de waterberging, ook meer in de waterberging verplaatst. De kans dat bewoners overlast zouden kunnen krijgen van die pomp was al verwaarloosbaar, maar op de nieuwe plek hebben ze zeker helemaal geen last. De waterberging aan de Zeddeweg garandeert de bewoners ook nog eens het behoud van hun vrije uitzicht. Door deze bestemming is het geborgd dat er geen woningbouw of bijvoorbeeld een parkeerplaats komt.

Sociale veiligheid Het wandelpad achter de Damcoogh loopt straks door over een bruggetje het recreatiegebied in. Het huidige pad stopt nu achter de bosjes. Regelmatig wordt die plek als hangplek gebruikt. We hebben inmiddels die bosschages helemaal teruggesnoeid zodat het daar veel opener is geworden. Ook is er openbare verlichting tot de waterberging aangebracht. Het is minder aantrekkelijk als hangplek en wandelaars kunnen het gebied beter overzien. Zo kunnen ze genieten van het gebied en tegelijk vergroot dit de sociale veiligheid. Helemaal in de hoek komt ook nog een plek om te zitten aan een picknicktafel. Alles bij elkaar hebben de informatiebijeenkomst en de aanpassingen, die we in overleg met het Hoogheemraadschap hebben aangebracht, gezorgd voor rust rondom het project.

daalt weer dan slaat het gemaal automatisch het overtollige water weer uit, zoals dat heet.

Begrazing De waterberging moet onderhouden worden. We zetten schapen in om het gras in de waterberging kort te laten houden. Deze komen in het omhekte gebied binnen de waterberging. Als de waterberging vol loopt, zoeken de schapen zelf hogere droge gebieden op.

Droge voeten Watervogels De waterberging moet z’n werk gemiddeld een keer in de tien jaar doen. Dat is natuurlijk altijd een aanname want het kan best voorkomen dat de berging weleens twee keer per jaar volstaat en dan weer jaren niet. Mijn verwachting is dat ook de vogels in het gebied er garen bij spinnen. De nieuwe waterberging heeft eerder een aantrekkende werking op weidevogels dan dat ze ervoor op de vlucht gaan. Als de berging vol staat en het peil in de polder

Soms is in Nederland en zelfs in Noord-Holland het besef weleens weg dat we onder NAP zitten. Als een gebied steeds meer verstedelijkt, moet je toch een kant op met het water. Deze berging zorgt daarvoor, samen met het gemaal bij Kras recycling. De wijk De Blokgouw en de toekomstige ontwikkeling in de Lange Weeren hebben vooral nut van deze waterberging. Zo borgen we de waterveiligheid in de polder met deze recreatieve en landelijke waterberging tot in de verre toekomst!


interview met

Aad Schouten project boxweide naam aad schouten functie koeienboer in zwaagdijk en nieuw-zeeland namens mts a schouten- m knook

Wij vertrekken en blijven We hebben een boerderij in Zwaagdijk en een in West Eyreton, Nieuw-Zeeland. We waren hier koeienboer en dat zijn we nu daar ook, maar het is wel een wereld van verschil. Aan de Zwaagdijk hebben we een bedrijf van 71 hectare eigendom en 14,5 hectare huur. Dat is hoofd足zakelijk veehouderij, een gedeelte verhuren we voor tulpenbollenteelt. In Nieuw-Zeeland hebben we ook een melkveehouderij, maar daar is veel meer ruimte en rekenen we in andere grootheden. Met de familie boeren we daar op meer dan 1000 hectare en dan huren we ook nog twee boerderijen van in totaal 450 hectare. Hier hadden we 90 koeien, daar melken we 3000 koeien.


‘Wij kijken op het gebergte waar The Lord of the Rings is opgenomen, maar onze boerderij is helemaal vlak, het Nieuw-Zeelandse Noord-Holland.’


een Nederlands paspoort, maar inmiddels voelen we ons echte Nieuw-Zeelanders. Marjolein zit in de verpleging, Linda doet personeelszaken en Peter en Arjen hebben het melkveebedrijf overgenomen. Bij Peter werken acht mensen, bij Arjen zeven.

Een particulier meer

Verliefd 13 jaar geleden zijn we vertrokken. Willem, een buurjongen uit Nederland, was contractmelker geworden op het Noord Eiland van Nieuw-Zeeland. Die jongen is zo ongeveer hier bij ons op de boerderij opgegroeid. We zijn bij hem op visite geweest met de gedachte: we gaan eens kijken hoe het daar is. Er werd in die tijd veel over emigratie gesproken en het werd hier steeds krapper. Toen we daar waren, zagen we veel mogelijkheden. Daar komt bij dat Marja helemaal verliefd werd op het land. Na veel gesprekken maakten we de keuze: we gaan naar Nieuw-Zeeland.

Heimwee We vertrokken met vier jonge kinderen. Om heimwee-proof te zijn, hebben we de boerderij Zwaagdijk in eigendom gehouden. We hebben nog steeds

Wij kijken op het gebergte waar The Lord of the Rings is opgenomen, maar onze boerderij is helemaal vlak, het Nieuw-Zeelandse Noord-Holland. Vlakbij onze boerderij stroomt de Waimakariri, een enorme rivier. Die rivier voedt een waterscheme, een stelsel van irrigatiekanalen. Zo komt het water bij iedere boer die aandelen heeft in dat waterscheme. In de zomer kan het waterpeil zakken en mag je niet of minder beregenen. We leggen daarom met boeren uit de buurt een waterberging aan om water te bufferen. We hebben daarvoor een boerderij aangekocht en daarop leggen we een meer aan van 200 hectare. We doen dat als shareholders, als particuliere eigenaren van het waterscheme. Natuurlijk is de overheid er ook bij betrokken, maar het initiatief ligt bij ons. Het is dus eigenlijk precies het tegenovergestelde van Nederland waar het waterschap meestal met initiatieven komt.

Eendenkooi en grafheuvels We zitten met onze boerderij in Zwaagdijk naast een eendenkooi. Dat geeft bepaalde beperkingen, maar daar leer je mee omgaan. Op onze grond liggen ook grafheuvels uit 2000 v. Chr., maar van die grafheuvels hebben we geen last – als je het niet weet, zie je ze nauwelijks. Op een stuk grond naast het onze heeft het waterschap de waterberging aangelegd. Dwars over de grond van onze boerderij loopt een hoogwatersloot die perfect op de waterberging kon worden aangesloten. De waterberging is inmiddels klaar. Met de grond die vrijkwam, verhogen ze nu de kanten van de hoogwatersloot zodat het land beter bewerkbaar wordt voor de bollenkwekers.


interview met

Martijn Doorenbos project noorderweg naam martijn doorenbos functie bestuurslid van de waterschapsvereniging van het voormalige waterschap wijdewormer namens waterschapvereniging wijdewormer

Samen leggen we nog betere waterbergingen aan Het huis aan de Zuiderweg waarin ik woon, is vroeger de ­directiewoning geweest van een fruitkwekerij. Jaren geleden hebben mijn ouders dit huis gekocht en ik ben hier opgegroeid. Ik denk dan ook zo langzamerhand een inschatting te kunnen maken hoe de verhoudingen hier in de polder ­liggen. Door toeval ben ik in het waterschapswerk gerold. Ik was voor het eerst aanwezig op een jaarvergadering en werd ­benaderd voor een kascontrolefunctie bij de water­ schaps­vereniging. Als lid van de kascontrole commissie, bleek al heel snel dat er bij de plannen voor de aanleg van de waterberging op de Noorderweg een aantal zaken niet goed dreigden te gaan. Omdat ik civiel en fiscaal jurist ben, heb ik samen met de toenmalig voorzitter een bezwaarschrift ­gemaakt, dat uiteindelijk door de Raad van State is behandeld en waardoor het plan uiteindelijk mede is aan­ gepast. Je hebt je een beetje bewezen en van het een kwam vervolgens het ander. Ik kwam in het bestuur van het waterschap en toen de toenmalige voorzitter overleed, ben ik voorzitter ad interim geworden.


‘Laat ondernemers en bewoners­meepraten. ’

Profijt voor iedereen Ik vind het leuk om op decentraal niveau als bestuurder een bijdrage te leveren aan de gang van zaken. We zijn als bestuur erg betrokken bij wat er in de polder gebeurt. Ons doel is daarbij om op con­ structieve wijze een bijdrage te leveren aan de ontwikkelingen. Uitgangspunt is duurzame veiligheid en waterbeheer. We werken eraan dat er een winwinsituatie ontstaat en dat iedere ondernemer en bewoner er op vergelijkbare wijze profijt van heeft. Ik kies daarbij bewust het woord ‘iedere’. Het probleem met de huidige manier van waterbergingen aanleggen is, dat niet altijd iedere ondernemer er evenveel profijt van heeft. Het voordeel ligt nu vaak bij een beperkte groep en dat moet anders.

Een kwestie van tijd Hier in de polder zijn er drie waterbergingen. Bij de ene waterberging is er dankzij de Waterschaps­ vereniging een gemaaltje gekomen. Dit gemaaltje slaat het opgevangen water direct uit op de ringvaart. Dat is belangrijk want het opgevangen water is best zout. Door het opgevangen water direct uit te slaan, voorkom je dat het eerst de hele polder door moet stromen en daar z’n schadelijke en ­verzurende werking kan doen. De andere waterberging ligt bij de familie Van Neck en dat is eigenlijk een soepbord in het landschap. Dat is jammer want die waterberging had veel beter ingepast kunnen worden in het landschap. Het is sowieso de vraag of die waterberging op de juiste plaats ligt. Het is daar een vrij hoge hoek en met de heersende windrichting wordt het water eerder uit als in de waterberging geblazen. Maar de tijd zal het leren. Bij de golfbaan aan de Zuiderweg kan ook water ­opgeslagen worden. Daar is bij de aanleg rekening mee gehouden.

Samen Je kan alles 100% veilig proberen te maken, maar het moet ook betaalbaar blijven. Je kunt immers de waterschapslasten niet onbeperkt laten stijgen. Het waterschap zou daarbij moeten kijken of ze over­ geschoten stukken grond die ze in eigendom heeft, zo in kan richten dat ze zelfstandig functioneren als waterberging. Op die manier kun je meerdere waterbergingen creëren die prima in het landschap passen. Mijn punt is daarnaast dat er meer praktijkervaring moet worden toegevoegd aan het plannen en ontwikkelen van waterbergingen. Niet alleen vanachter het bureau, maar met een stevige inbreng vanuit de streek. Laat ondernemers en bewoners meepraten, invloed uitoefenen. Wij zijn als waterschapsvereniging altijd bereid om mee te denken en te praten om het beter te maken. We moeten het samen doen, want het kan altijd beter. Alleen zo kom je tot een win-winsituatie.


colofon

Over water bergen gesproken opdrachtgever Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier interviews, tekst en projectbegeleiding ZW3, Krimpen a/d IJssel fotografie Ingrid Bertens Photography, Breda ontwerp Ontwerpwerk, Den Haag


2003 1006 flipbook okt 2013 7