Issuu on Google+

17e jaargang 15 augustus 2011 redactioneel onafhankelijk magazine van de Hanzehogeschool Groningen | e-mail: hanzemag@org.hanze.nl | Illustratie: Renee Media

1

ffee mpany martinitoren

kooistra kroegen

n e l rha gen

stand-up comedy

Vne ronin va G

e fcroning n

g

wijk studenten oosterpoort

iste moobouw ge


Ricky

2 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


GV

INHOUD

nn e l a erh ninge

Pagina 4 Stand-up comedy in Groningen ‘Mensen kijken graag naar apen’

van

ro

Pagina 6/7 Kooistra’s kroegentocht Het horeca-imperium van Sjoerd Kooistra in Groningen: van de Drie Gezusters tot de Febo Pagina 8/9

Oosterpoort: de leukste studentenwijk

Pagina 10/13 De stille kracht van FC Groningen Wassen en shagjes roken met materiaalman Jan Vijfschaft

10/13

Pagina 14/15 Kringlopen bij Mamamini Pagina 16/17 Koffie met wifi in Groningen Wat is de ideale studieplek? Pagina 20/21 Horrorverhalen uit het Noorderplantsoen ‘Fiets niet alleen in het donker’ Pagina 28/29 Geschiedenis van een stadssymbool ‘Het idee was dat het Peerd van Ome Loeks met de kont naar het station zou staan.’

23/25 14/15 Hoofdredactioneel

16/17

6/7

28/29

Verhalen ‘Mijn studietijd was de beste tijd van mijn leven’. Heb je er al mee te maken gehad, een oom, moeder, buurman of baas die met een waterige blik of vage glimlach dit cliché uitbraakt? Je zegt dat je na de zomer begint met je studie aan de Hanzehogeschool en je ziet die oudjes helemaal week worden van nostalgie. Met een beetje pech moet je ook nog urenlang naar hun, ahum, superspannende avonturen in het nachtleven luisteren. Ze zwommen dronken in de gracht, hadden anonieme seks in steegjes en gooiden meubilair van zes hoog uit de studentenflat. Natuurlijk vallen de meeste verhalen in de categorie Alleen-grappig-als-je-er-bij-(enheel-dronken)-was en wil je het liefst met een smoesje wegkomen als Oom Dirk weer aankomt met het verhaal dat hij ooit midden op de dansvloer het meisje van zijn dromen vol over haar galajurk kotste. Maar heb een beetje meelij met die mensen en prijs vooral jezelf gelukkig dat jij nog mag beginnen aan die mooiste tijd van je leven. Sterker nog: de eerste maanden van je studie zijn misschien wel de mooiste tijd ín de mooiste tijd van je leven. KEI-week, introductiekampen, nieuwe vrienden, vrijheid: nog eventjes hoef je helemaal niet te denken aan je studiepunten en tentamens. Mocht je je alsnog een beetje verdwaald en overdonderd voelen deze eerste dagen in Groningen., dan doet HanzeMag een poging je op weg te helpen. Niet alleen letterlijk met de coverkaart van het centrum, maar ook met achtergrondverhalen over de Groningse symbolen waar jij na twintig jaar met weemoed aan terug zult denken. Geniet van je introductietijd. Vergeet de sterke verhalen van je oom en stap er blanco in. Het is tijd om jullie eigen verhalen te creëren! Chris Wind

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 3


Liever geen Bloemen VG

nn e l a h er inge

on r van

Stand-up comedy is geen grappenmakerij, flauwekul of moppentappen. En het is al helemaal geen Karin Bloemen. Hyena’s Gijs en Anne Jan zijn er bloedserieus mee bezig. ‘Mensen kijken graag naar apen’, zegt Anne Jan Toonstra (32). ‘Dat komt omdat apen menselijke trekken hebben. Publiek zoekt altijd herkenning, en misschien wel erkenning. Een optreden is geslaagd als het de stand-up comedian lukt om bij die behoefte aan te sluiten.’ ‘Een precair proces’, benadrukt Gijs Nillessen (28). ‘Je kunt niet zomaar iemand uit het publiek te kakken zetten. Dat moet je opbouwen, het moment kiezen.’ ‘Een zoektocht’, beaamt Anne Jan. Gijs en Anne Jan zitten in het café waar ze eens per maand optreden met hun comedygezelschap De Hyena’s. De Spieghel heeft er het podium voor. Dicht op het publiek, met zestig man zit de zaal vol. Die zaal moet voor Groningen worden wat Toomler is voor Amsterdam: een toneel waarop comedytalent uitbot en bloeit. Onzeker en kwetsbaar In de kern is stand-up comedy niet meer dan een man (of vrouw) met een microfoon op een verhoog. Een man met een verhaal, geen moppentapper. ‘Het wordt pas wat als je authentiek bent ’, weet Anne Jan, die tien jaar op de planken staat. ‘Ik was eens in de coulissen van het Betty Asfalt Complex. Daar zat Paul Haenen, een schuchtere man in een kleedkamer. En toen ging het gordijn op. Ineens een totale metamorfose: er stond een compleet ander persoon. Prachtig, zo kan authenticiteit er ook uit zien. Maar het is niet mijn manier.’ Ook Gijs kiest niet voor maskers of vermommingen. ‘Karin Bloemen is niet Karin Bloemen, ze spéélt Karin Bloemen. Altijd.’ Anne Jan: ‘Typetjescabaret, daar moet je van houden. Ik vind het niet interessant om naar te kijken, niet spannend. Maar dat is een kwestie van smaak.’ Gijs: ‘Ik denk dat ze thuis ook speelt dat ze Karin Bloemen is. Ik weet het: ik klink nou wel heel negatief, maar dat ben ik ook.’

Veurzitter op de korrel Stand-up comedy moet dus geen entertainment zijn, maar wat dan wel? Anne Jan: ‘Och, je kunt mensen wel een spiegel voorhouden, maar dan zit iedereen naar zichzelf te kijken. Dat doen mensen trouwens heel erg graag.’ Gijs: ‘In het theater is het al snel een sfeer van wij tegen zij. Wij die erbij horen, lachen om hun die er niet bij horen.’ Anne Jan: ‘Sommige mensen vinden het niet erg om ervan langs te krijgen. Laatst bij een optreden voor de Lions Club, namen we de veurzitter steeds op de korrel. Hij kon het goed hebben.’ Gijs: ‘Dat zie je vaker. Zo iemand staat dan wel in de belangstelling. Veel mensen houden van aandacht.’ Pieter Jouke, Ronald Smink, Gijs Nillessen en Anne Jan Toonstra werken samen, reizen samen en zijn samen De

4 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

Hyena’s, maar ze staan nooit samen op het podium. Ebel Jan van Dijk, de vijfde man, kletst de solo-optredens van zo’n twintig minuten de man aan elkaar. Van het gemiddelde van zo’n drie optredens per week kunnen de schoorstenen roken. Gijs: ‘We passen uitstekend in het cultuurbeleid van het kabinet: we houden onze eigen broek op.’ Anne Jan: ‘We merken wel dat de theaters aan het schrapen zijn. Gelukkig is ons speelterrein groter.’ Gijs: ‘We kunnen inmiddels geblinddoekt vaststellen voor welk schooltype we spelen. En zelfs in welke klas de leerlingen zitten.’ Anne Jan: ‘Onze voorstellingen zijn van a tot z uitgeschreven, maar hóe we spelen hangt erg van de context af.’ Gijs: ‘Iedere zaal is anders. Ik trad op een congres voor makelaars die net drie lezingen over de crisis achter de knopen

hadden. Je weet wel, met allemaal van die grafieken die steil het ravijn in lopen. Iedereen in de mineur. Dan moet je echt keihard werken.’ Tekst en foto: Boudewijn Otten

Hyena’s kijken In het studiejaar 2011-2012 betalen studenten van de Hanzehogeschool (op vertoon van hun studentenkaart) slechts € 7,- voor een avondje Hyena’s kijken. De Hyena’s treden iedere eerste woensdag van de maand op in Jazzcafé De Spieghel (aanvang 20.30 uur). Zelf Hyena worden! De Hyena’s vegen graag hun podium schoon voor studenten met comedy-ambities. Een optreden van vijf tot tien minuten is, na een kleine ballotage, snel geregeld: info@hyenascomedy.nl. (Info: www.hyenascomedy.nl.)


Alleen voor

studenten

% 0 5rting op

ko

+

headphone cadeau!

De Volkskrant heeft een oorstrelende aanbieding voor studenten. Neem nu voor een jaar een studentenabonnement op de Volkskrant en ontvang naast 50% korting een Sennheiser headphone cadeau. Je betaalt slechts â‚Ź 14,25 per maand. Ga nu naar vk.nl/gratisheadphone om gebruik te maken van dit tijdelijke aanbod!* *Alle info en voorwaarden op vk.nl/gratisheadphone

vk.nl/gratisheadphone


Kooistra’s Kroegentocht

Horecamagnaat Sjoerd Kooistra zat liever met een rekenmachine op het toilet dan dat hij zich mengde in het uitgaansleven. Toch is hij hét brein achter succesformules als de Drie Gezusters en de Skihut.

Jan Luursema 6Foto: HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


n e l rha gen

GV

e ronin

van

Als geboren stadjer opent Sjoerd Kooistra in 1972 zijn eerste café in Groningen: ‘Bommen Berend’. Kooistra denkt dan al groot. Eén kroeg is niks, daarvan word je niet rijk. Dus koopt hij nog een aantal zaken in Groningen en omstreken. Met investeerder Leen Goudswaard als geldschieter is dit het begin van het Kooistra-imperium, dat zich later zal uitbreiden naar steden als Amsterdam, Eindhoven, Enschede en Nijmegen. In 2002 draaien zijn zaken een jaaromzet van 65 miljoen euro. De afloop is minder glansrijk. Kooistra wordt op 28 juni 2010 dood aangetroffen in zijn villa in Ubbergen. Zelfmoord. De oorzaak van zijn daad wordt gezocht in een hoog opgelopen financieel geschil met bierbrouwer Heineken. Totale geraamde schuld: 150 miljoen euro. Wie vanavond een kroegentocht houdt door het centrum van Groningen loopt nog steeds door de nalatenschap van Sjoerd Kooistra. Duidelijk herkenbaar is ‘Ome Leen’ een bar midden in de Drie Gezusters die vernoemd is naar Leen Goudswaard, de trouwe geldschieter van Kooistra. Andere connecties zijn minder makkelijk te maken. Daarvoor hebben we Henk Willem Smits ingeroepen. Samen met Joost van Kleef schreef hij de biografie ‘De zaak Kooistra’. Twintig dagen voor Kooistra’s zelfgekozen dood waren zij de laatsten die een interview met hem afnamen. Smits interviewde Kooistra eerder regelmatig voor Quote, Het Parool, Nieuwe Revu en Het Financieele Dagblad. Daarnaast studeerde Smits Geschiedenis en Journalistiek in Groningen, iets wat zijn kennis van kroegen in Groningen aanzienlijk heeft verruimd. Samen met Smits maken we - vanuit zijn stamkroeg in Amsterdam - een denkbeeldige kroegentocht langs de meest bekende Kooistra-kroegen:

Bommen Berend (Oude Ebbingestraat 17) “Een koffie en een leren jas, alstublieft”. In de jaren zeventig werd je na deze bestelling niet gek aangekeken door het personeel van de Bommen Berend. Zes personeelsleden kochten voor zo’n 25.000 euro aan gestolen goederen van heroïne verslaafden en verkochten deze door onder de toonbank. Het zijn de beginjaren van Sjoerd Kooistra die de zaak vanaf zijn eenentwintigste exploiteert. Wanneer Kooistra lucht krijgt van de illegale verkoop stapt hij direct naar de politie. De personeelsleden krijgen straffen variërend van een boete tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ontslagen vallen er niet.

Zuidzijde (Grote Markt 36) Hotel de Doelen De gehele Zuidwand van de Grote Markt krijg je niet zomaar in je bezit. Kooistra heeft hiervoor meer moeten doen dan geld inleggen alleen. De toenmalige exploitant van De Doelen, Engbert Jan Horst, wordt gepaaid met een grote smak geld en de belofte tot zijn pensioen de receptie te mogen runnen. Hij stemt in en inderdaad zit de heer Horst tot zijn vijfenzestigste trots en rijk achter de Doelenreceptie. Vanaf die positie moet hij de moeder van Sjoerd Kooistra talloze malen langs hebben zien schuifelen. Zij woont tot haar overlijden in 1999 in het hotel. De reden? Kooistra had zijn vader op zijn sterfbed beloofd goed voor haar te zorgen en dit was de meest praktische oplossing. Binnendoor De regen knalt uit de hemel, maar wij vervolgen onze weg binnendoor. We mogen Kooistra wel dankbaar zijn. Hij kwam in 1992 met het exorbitante plan om ‘zijn wand’ tot één geheel te maken door de tussengelegen muren door te breken. Deze constructie zou meer mensen binnen de wanden van zijn imperium houden en dus meer geld genereren. Hij sluit een deal met Hei-

neken die kort kan worden samengevat als: wij tappen alleen nog Heineken en jullie betalen de verbouwing. De Drie Gezusters Pub De inrichting van een Engelse Pub koop je niet bij het wooncenter in Bolsward. Daarom laat Kooistra de gehele inventaris van een pub in Brighton opkopen en verschepen naar Groningen, inclusief de fraai vormgegeven kassa, lambrisering, wandbekleding en deuren. Enige probleem is dat die Engelse Pub aanzienlijk kleiner was dan de ruimte waarin Kooistra deze wil onderbrengen. Geen probleem voor Kooistra: zeventig procent is authentiek en die dertig procent improviseerde hij er wel even bij. De Kleyne Griet Oorspronkelijk zat er een Febo tusen de Groote Griet en de Drie Gezusters Pub. Dan hadden we binnendoor gekund voor onze frikadel speciaal. Kooistra heeft andere plannen. De boel wordt totaal verbouwd om plaats te maken voor de zóveelste bar. De Kleyne Griet die zo ontstaat maakt dat Kooistra en Heineken hun wand kunnen aanprijzen onder de noemer: grootste biertappunt van Europa. Leuk voor hen, minder leuk voor ons.

De Febo (Grote Markt 34) Dan maar buitenlangs en eten in de regen. Alcohol maakt hongerig en niks kan op tegen een nachtelijk kroketje. Na het lospeuteren van een licentie bij de oprichter van de snackketen stampt Kooistra begin jaren negentig de ene na de andere Febo uit de grond in Groningen, Assen, Emmen en Zwolle.

Poelestraat en Peperstraat De regen heeft ons ontnuchtert en ineens willen we naar huis. We wurmen ons langs de inmiddels aangeschoten menigte. Vervolgen onze weg langs de Opera, de Brasserie en het Pakhuis. Pas aan het einde van de Peperstraat verlaten we wijlen werf Kooistra. Leonie Veraar

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 7


De Oosterpoort, de leukste wijk van Groningen

n e l a erh ingen

V ron vanG

‘Als je klein woont,

ga je zomers al snel de straat op’ In het zuidoosten van Groningen, tussen het Verbindingskanaal, het Winschoterdiep, de zuidelijke ringweg en de spoorlijn Assen-Groningen ligt de Oosterpoort. De volkswijk met veel kleine oude woningen die stammen uit het einde van de negentiende eeuw, is geliefd bij studenten. Op het terras van café Merleyn aan de Meeuwerderweg vertelt historicus/journalist Harry Perton waarom. Harry Perton (56) woonde 34 jaar in een kleine benedenwoning in de Van Sijssenstraat. ‘Drie bij drie voor en vijfenhalf bij vierenhalf achter.’ Een huis van dertig vierkante meter is in de Oosterpoort eerder regel dan uitzondering. Twee jaar geleden vertrok Perton, schrijver van vele historische artikelen in buurtblad de Oosterpoorter, naar Hoogkerk. ‘In de Van Sijssenstraat was ik de oudste, in Hoogkerk ben ik de jongste van de straat’, grapt Perton. Een kwart van de bevolking in de Oosterpoort is tussen de twintig en vijfentwintig jaar. Die cijfers verschillen niet zo veel van die in andere wijken. Het imago van de Oosterpoort als dé studentenwijk van Groningen, klopt dus niet helemaal. ‘Studenten wonen het liefst op de ster van de Grote Markt, in ieder geval zo dicht mogelijk bij de binnenstad. De Oosterpoort ligt gunstig, al is het wel weer een klein half uurtje fietsen naar Zernike.’ Het aantal kroegen ligt wel ver boven het gemiddelde. De Oosterpoort heeft zelfs de hoogste cafédichtheid van Noord-Nederland. ‘Rondom de oude veemarkt, de plek tussen het Conservatorium en Cultuurcentrum de Oosterpoort lagen een stuk of negen cafés en hotels. Toen de Oosterparkwijk werd gebouwd, een volkswijk in het noordoosten van de stad, mocht daar van de SDAP (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, de voorloper van de PvdA), die een flinke vinger in de pap had, geen horeca komen. Daarom weken 8 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

Foto's: Pepijn van den Broeke


is de oude patiotuin van het voormalige huisvestingsbureau die bestaat uit een wat lager gelegen en tamelijk vochtige veenborder. De tuin is natuurlijk niet te vergelijken met het Noorderplantsoen of het Stadspark, maar wel een fijn plekje om bij mooi weer te studeren.’

de Oosterparkers voor hun borreltje uit naar de Oosterpoort. De SDAP was nog van de blauwe knoop: mordicus tegen alcohol. Doordat de kroegen in de Oosterpoort veel klandizie van buiten kregen, is er nu nog steeds relatief veel horeca. Negen cafés op een bevolking van vijfduizend, dus één kroeg per 550 inwoners. Dat komt overeen met het Bourgondische Maastricht. Café Merleyn aan de Meeuwerderweg en de Kroeg van Klaas aan de Oosterweg zijn het populairst bij studenten.’ Buurtrestaurant De Oosterpoort staat bekend om z’n kleine, oude woningen, waarvan de eerste rond 1870 werden gebouwd. Perton: ‘Als je klein behuisd bent en geen tuin hebt, ga je zomers al snel de straat op. Op een zwoele zomeravond slepen studenten hun bankstel naar buiten of zitten op een leeg kratje tot diep in de nacht met een roseetje of een blik bier uit de buurtsuper op de stoep. Dat maakt een wijk gezellig. Tel daar de vele kroegen, eethuizen en afhaalrestaurants bij op en je hebt de perfecte mix voor een studentenwijk.’ In buurtcentrum Het Poortershoes aan de Oosterweg kun je voor een paar euro een Hollandse maaltijd eten. Uiensoep, schnitzel, salade met aardappeltjes en aardbeien met slagroom toe. Of Chinese tomatensoep, nasi speciaal met atjar, komkommer en een vlaflip. Perton: ‘Het Buurteethuis stond oorspronkelijk aan het spoor. Gekraakt en opgericht door werkloze jongeren en ander links tuig. Toen het gesloopt werd voor nieuwe woningen op het voormalige Kwintterrein, kwam het eethuis in de voormalige school voor schipperskinderen aan de Oosterweg.’

Ecologische stadstuin Vanaf de Oosterweg is het een klein eindje lopen naar de ecologische buurttuin achter de Mauritsstraat. De bijna tweeduizend vierkante meter tellende stadstuin is voor iedereen toegankelijk. ‘De tuin is in 1996 geadopteerd door de tegenover de tuin wonende Peter Bulk. Op het terrein was vroeger het Gemeentelijk Huisvestingsbureau gevestigd. De restanten daarvan zijn nog goed te zien. De ruïnes worden bedekt met klimop, stokrozen en vlinderstruiken. Achterin de tuin ligt een hoge met wingerd begroeide ruïne. Ook is er een bloemenweide, een speelveld met border, een wigwam van wilgentenen en een paar kastanjebomen. Het middelpunt van de tuin is schaduwrijk, dit

Meeuwerderweg De belangrijkste verkeersaders van de Oosterpoort zijn de Oosterweg en de Meeuwerderweg. Op de Meeuwerderweg rijden vrachtwagens af en aan om de winkels te bevoorraden. Volgens studenten Ruimtelijke Wetenschappen, die het jaren geleden onderzochten, zou er veel minder middenstand in de Oosterpoort moeten zitten, maar juist dat maakt de Oosterpoort levendig en gezellig. Je vindt er een buurtsuper, pizzeria Michel, de Mitra, Primera, vier cafés, Friet van Piet, drie kapperszaken, een garage, een laptopreparateur, een fietsenmaker, een camerazaak, en een biologische winkel. Perton: ‘De woningen ten westen van de Meeuwerderweg zijn in kleine gedeelten gebouwd, vooral tussen 1860 en 1880. Het oostelijke deel van de Oosterpoort is rond 1900 met wat meer bemoeienis van de gemeente ontstaan. Maar de panden zijn gebouwd door particuliere ondernemers, die de woningnood uitbuitten door kwalitatief matige woningen te bouwen en die voor veel geld te verhuren.’ Trapveldje Aan het eind van de Meeuwerderweg, richting de spoorovergang, ligt aan de rechterkant, even voorbij de speeltuin, een voetbalveldje waar jongens en

meiden een balletje trappen. ‘Voor 1984 was het trapveldje een crossveldje voor brommers. Wijkbewoners waren de herrie van de gierende 50cc-eencilinders en tweetaktmotoren beu en het crossveldje werd gesloten. Daarvoor in de plaats kwam een voetbalveld met daarachter omstreeks 1997 een tennisbaan. Aan de Esperantostraat vind je nog een basketbalveldje en de Euroborg is met een hard schot wel te bereiken. Dan heb je het wel gehad met de sportfaciliteiten in de Oosterpoort.’ Socialistisch Bolwerk De Oosterpoort is van oudsher een socialistisch-anarchistisch bolwerk. Eén van de oprichters van de SDAP en één van de eerste socialistische TweedeKamerleden, Johan Schaper, werd geboren en getogen in de Warmoesstraat. ‘Schaper werkte als schildersknecht, tot hij op een dag van de ladder viel en maanden het bed moest houden. Van Tjerk Luitjes, een anarchist met wie hij later zou breken, kreeg hij op zijn ziekbed socialistische lectuur, zoals Recht voor Allen en het Radicaal Weekblad. Zo werd Schaper bekeerd tot het socialisme en manifesteerde zich als propagandist voor de partij.’ Van het oude arbeiderssocialisme is weinig over. ‘Toen ik begin jaren negentig op verkiezingsdag de uitslagen van de drie stembureaus in de Oosterpoort verzamelde, stemde 46 procent GroenLinks. Dus om de Oosterpoort nou een volkswijk te noemen… In de Verlengde Nieuwstraat woont zelfs helemaal geen gewoon volk meer. Vrijwel alleen maar studenten.’ Loes Vader

[17] 2011 15 JUNI WOENSDAG HANZEMAG 9


De stille kracht van

FC Groningen

FC Groningen zal ook dit jaar weer strijden om een plek bij de eerste vijf. Natuurlijk zijn het de spelers die de punten moeten halen, maar een goed geoliede organisatie is minstens zo belangrijk voor een goed resultaat. Materiaalman Jan Vijfschaft doet er, samen met collega Henk Sikkema, ieder seizoen weer alles aan om het de spelers buiten het veld zo makkelijk mogelijk te maken. 10 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


Engelien

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG Foto's: PepijnHANZEMAG van den Broeke 11


n e l rha gen

GV

e ronin

van

De wasruimte in de catacomben van de Euroborg voelt aan als een sauna. Drie enorme wasmachines ratelen continu door. Jan en Henk staan er vlak naast aan een langwerpige tafel. De stapel shirts die ze net uit één van de machines hebben gevist, wordt uit de wasmand gehaald en geselecteerd op rugnummer. Bij ieder shirt worden de bijbehorende kousen en broekjes gezocht. Broek en kousen worden op het shirt gelegd en als een tortilla opgerold. ‘Je hebt er weer een zooitje van gemaakt’, zegt Jan plagerig tegen Henk, wijzend op een stapel shirts. ‘Ach, jij moet niet zo veel praten’, moppert Henk terug. Ze lijken chagrijnig, maar zijn het allesbehalve. Het is het type spelletje dat mannen die al lang samenwerken graag spelen: elkaar lekker een beetje opstoken. Als alle tenues opgerold en in de juiste vakken beland zijn, is het tijd voor een shagje naast het lege veld van de Euroborg. Geen materiaalman Jan Vijfschaft is een ouderwetse clubman. In totaal is hij al bijna twintig jaar verbonden aan FC Groningen. Hij begon als vrijwilliger. Eerst steward, later hoofdsteward. Daar bleef het niet bij. Hij runde, samen met zijn vrouw, het jeugdinternaat van de FC en werd hoofd interne dienst op het Oosterpark, het oude stadion van FC Groningen in de Oosterparkwijk. Hij trouwde er zelfs op de middenstip.

‘Ze moeten geen kleren kwijtraken, dan word ik boos.’

Nu werkt hij als materiaalman in de Euroborg, al vindt hij dat zelf geen goede benaming voor de functie. ‘We doen ook andere dingen dan met tenues en 12 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


'Er is ook altijd wel tijd voor een shagje tussendoor.’

ballen bezig zijn. Veel jeugdspelers wonen in huisjes van FC Groningen. Als daar iets mis is, koelkast of wasmachine kapot of lekkage, dan lossen we dat ook op.’ Werken voor drie Voor Jan is de zomerstop zeker geen vakantieperiode. ‘De voorbereiding is juist de zwaarste periode voor ons. We trainen in Haren, om het trainingsveld naast de Euroborg te sparen. Dat betekent dat we heen en weer moeten rijden tussen Groningen en Haren om schone kleren te brengen en de vieze kleding weer mee te nemen.’ De spelers trainen twee keer per dag, eenmaal om tien uur ’s ochtends en ’s middags nogmaals om half drie. Jan en Henk zorgen er voor dat de spelers zich buiten het veld nergens druk over hoeven te maken. ‘Ze hoeven me niet te bedanken, het is mijn werk. Maar ze moeten geen kleren kwijtraken, dan word ik boos.’ Deze week is materiaalverzorger Bert de Voogd ook nog op vakantie, dus Jan en collega Henk Sikkema moeten werken voor drie. ’s Ochtends om zeven uur staan ze de tenues die de vorige dag gebruikt zijn bij de training al te wassen. De tenues van het eerste en tweede elftal worden tweemaal daags gewassen en klaargelegd en daarnaast wassen de mannen ook nog alle kleding van de zes jeugdelftallen. Verder worden de schoenen van het eerste en tweede ook nog twee keer per dag gepoetst. Rond zes uur ’s avonds zit de werkdag er pas op. Shagje tussendoor ‘Het zijn inderdaad lange dagen’, zegt Jan. ‘maar dat geeft niet, we doen het met veel plezier. Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken, wie kan dat nou zeggen? En wie gaat er nou in januari naar Tenerife of Curacao voor zijn werk? Ik dus! Trouwens, we zijn ook niet continu bezig. Er is ook altijd wel tijd voor een shagje tussendoor.’ Tijdens de rookpauze kunnen ze de opstelling alvast doornemen, want die krijgen zij altijd vroeg te horen. ‘Vaak

zelfs nog voor de spelers het weten’, zegt Jan. ‘Dat moet ook wel, want we horen te weten welke tenues we klaar moeten leggen of mee moeten nemen naar de uitwedstrijden. Maar natuurlijk mogen de spelers het dan nog niet weten, dus wij houden onze mond dicht tot de trainer ze heeft gesproken.’ Voetbalhumor Hoe mooi zijn werk ook is, hij heeft nog wel eens heimwee naar het Oosterpark. ‘Het is dag en nacht verschil. De club is veel professioneler geworden. Dat zie je natuurlijk het duidelijkst aan het stadion, maar ik merk het ook in de dagelijkse omgang. Je komt elkaar niet meer zo vaak tegen als vroeger, er werken veel meer mensen voor de club en we zitten een paar verdiepingen uit elkaar. Vroeger werkten we allemaal in container units achter de tribune, alleen de directeur had een kantoor in het stadion.’ ‘Naast het veld was ons koffiehokje, daar kon je met zo’n vijf man in zitten. Maar op vrijdag na de laatste training, zat je er soms met 18 man bier te drinken. Ik heb er heel wat bekenden binnen zien lopen. Evert Ten Napel, Frank Rijkaard, Willem van Hanegem… Ze zaten daar vooral vanwege de sfeer, maar omdat er een kijkgat naar het veld inzat, kon je de wedstrijd er ook prima volgen.’ Professioneler of niet, voetbalhumor blijft altijd hetzelfde. Van de huidige groep zijn Danny Holla en Maikel Kieftenbelt de ergsten volgens Jan en Henk. Ook de materiaalmannen zijn wel eens de klos. ‘Laatst wilde ik een mand met was optillen. Ik kreeg hem bijna niet van de grond. Hadden die jongens twee gewichten onder de kleren verstopt.’ Jan heeft zin in het nieuwe seizoen, en heus niet alleen omdat het dan weer iets rustiger wordt. ‘Ik verwacht veel van dit seizoen, maar laat ik voorzichtig zijn: bij de eerste acht moeten we toch wel kunnen komen.’ ‘Misschien wel vijfde’ zegt Henk hoopvol. Chris Wind

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 13


Een rondje kringlopen met de mannen van Mamamini

nn e l a erh ninge

GV

‘Het is soms net schatgraven’ van ro Natuurlijk kun je als eerstejaars je nieuwe kamer inrichten met standaardspul van IKEA. Maar bij Kringloopbedrijf Mamamini is alles een stuk goedkoper, origineler en ook nog eens superduurzaam. ‘Sommige banken halen we al voor de vierde keer op.’

14 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

Vier dagen per week werken ze op de Mamaminibus, Marco en Simon. Ze halen tweedehands spullen gratis op en bezorgen ze voor een tientje. Op het dashboard ligt de tomtom al klaar, en een stapeltje gele kaartjes voor de tweede rit van vandaag. De spullen die mensen telefonisch aanbieden zijn keurig genoteerd en ingedeeld op route, tijd en volume. Of ze álles meenemen is nog maar de vraag. ‘Het moet zó de winkel in kunnen, anders keuren we het af, de chauffeur en de bijrijders maken de eerst keus’, zegt chauffeur Marco, terwijl hij de bus behendig door de smalle straatjes bij het Noorderplantsoen manoeuvreert. Ex-hovenier Marco wil op de taxi werken als hij deze baan kwijtraakt. En dat zal zeker gebeuren, want Marco werkt via Weerwerk (een organisatie die langdurig werklozen klaarstoomt voor de reguliere arbeidsmarkt). Simon heeft inmiddels een vaste seniorenbaan bij het kringloopbedrijf. Geroutineerd voert hij het eerste adres in op de tomtom. In de Landstraat (Korrewegwijk) staan een éénpersoonsbed met bedbodem en een wit tafelblad met vier losse poten klaar in het portiek. ‘Inladen maar, het ziet er keurig uit’, roept Marco. Simon zet alles met sjorbanden aan de wand van de bus vast en rijden maar weer: op naar de Hunze. ‘Een ladekast, drie stoelen, een luidspreker en een smalle hoge kast’, somt Simon op. De hoge kast blijkt onverkoopbaar. De eigenaar heeft hem slordig rood geverfd en er een extra verdieping op geknutseld. Marco doet een verklarend briefje door de brievenbus en stapt weer in. ‘Sommige mensen worden onbeschoft of boos als je iets niet wilt meenemen’, grinnikt hij. ‘Wij niet, dan hoeven we niet te tillen. Maar je moet dus geen kort lontje hebben als je dit werk wilt doen.’ Gevoel voor humor wel, zo blijkt op het volgende adres in


Beijum. ‘Zullen we die nieuwe flatscreen ook maar meenemen?’, grapt Simon als ze een loeizware breedbeeldtelevisie met bijbehorend tv-meubel naar buiten sjouwen. Ze worden op de hielen gezeten door een oudere dame en twee blaffende hondjes. De vrouw schatert het uit. ‘Kom over een paar jaar maar weer.’ Op een ander adres in Beijum halen ze een garage leeg die vol staat met spulletjes die zijn achtergelaten na een verhuizing. De sleutel ligt op een geheim plekje klaar. ‘Wat mensen al niet achterlaten’, dat wil je niet weten’, grijnst Marco, als de garagedeur omhoog ratelt en hij dozenvol familiedia’s in een hoek ziet staan ‘Het is soms net schatgraven, vooral als we een hele inboedel moeten opruimen.’ Snel begint hij rond te neuzen en sorteert wat bruikbaar is. Hij tilt dozen vol boeken, platen, filmapparatuur en kleingoed naar buiten. Simon zet het allemaal op rolcontainers in de laadbak. ‘Alles gaat straks naar het magazijn, daar zoeken ze het verder uit. Televisies lopen het allerbeste’, weet Simon. ‘Dertig stuks in de week is heel normaal en ze vliegen meteen de winkel weer uit. Banken zijn ook populair, sommige heb ik al vier keer voorbij zien komen.’ Dat geldt niet voor alle banken. ‘Als wij er eentje kopen belandt die steevast bij het grofvuil’, zeggen drie ouderejaars, die door de winkel struinen. ‘We raggen ze helemaal af. Maar dan kopen we hier gewoon weer een andere. Wij komen hier regelmatig. Dan crossen we daarna lekker met de bakfiets nog een uurtje door de stad.’ Even later rekenen ze bij de kassa een enorme stapel borden af. ‘Tweezitters zijn in trek bij studenten, ze wonen vaak op kleine kamers natuurlijk’, vertelt caissière Lilian. ‘En tv’s natuurlijk, vooral als er gevoetbald wordt zijn ze niet aan te slepen. Buitenlandse studenten komen hier meestal alleen voor een bed, een bureautje en een stoel. En heel veel studenten kopen hier kleding voor themafeestjes. Dan lopen ze met de meest gekke outfits door de winkel. Maar voor galajurken en feestkleding moet je bij onze de boetiek aan de Helperoostsingel wezen.’

Tekst en foto’s: Rina Tienstra

Kamerinrichting bij Mamamini: 180,50 euro Hoogslaper Tweezitter Salontafel Bureautje Bureaustoel Eettafel Stoel Boekenkastje Schemerlamp Televisie Tv-meubel Miniwasser

€ 48,00 € 10,00 € 10,00 € 10,00 € 7,50 € 20,00 € 5,00 € 10,00 € 10,00 € 10,00 € 15,00 € 35,00

Gebruik van de Mamamini-bakfiets is het eerste uur gratis

Mamamini Kringloopbedrijf Mamamini werd in 1989 opgericht door drie uitkeringsgerechtigden die het zonde vonden dat veel goede spullen bij het grofvuil belandden. Ze begonnen het gratis op te halen en te verkopen. In 2011 werken er 150 vrijwilligers en reïntegreerders en een paar betaalde krachten in de vier vestigingen. Jaarlijks verwerken ze 1,5 miljoen kilo spullen. De winst gaat naar organisaties die zinvol werk doen voor het milieu, de minima en de werkgelegenheid. Tot 2009 doneerde de stichting 365.000 euro. Behalve dat levert een ton recyclebaar materiaal ook een ton CO2-remissie op, zo becijferde onderzoeksbureau TNO. Mamamini is te vinden aan de Noorderbinnensingel 100, Damsterdiep 307, en Helperoostsingel 15-19 en 32 (kledingboetiek).

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 15


Koffie + wifi = ideale studieplek De universiteitsbibliotheek zat? Hebben je huisgenoten de muziek te hard staan? Misschien wordt het tijd voor een nieuwe studieplek. Dan is het handig om ergens te gaan leren waar een lekkere beker koffie binnen handbereik staat.

D

Doppio

oppio is gevestigd op de route van lijn 15, net om de hoek bij de Der A-kerk. De inrichting is vrij modern. Een combinatie van licht meubilair en een donkere houten vloer. De weinige ramen versterken de sfeer van de oranje lampen aan het plafond. De moderne strakke inrichting straalt luxe uit. De tafels zijn ruim genoeg voor de laptop, maar meer attributen kun je er niet kwijt. Voor en achter in de zaak zijn er wat grotere tafels waar groepen kunnen aanschuiven. ’s Ochtends is het best rustig. Doppio heeft een flink aanbod koffie en thee. De koffie is goed. De schuimlaag op de cappuccino is lekker stevig en zakt niet in als je door je koffie roert. Koffie meenemen is er niet bij. Wie aan deze koffie verslingerd raakt, kan hem kopen en het vocht (zwart als de duivel, heet als de hel, puur als een engel en zoet als de liefde) thuis zetten. De lekkere broodjes zijn wat aan de dure kant voor de gemiddelde student. De wifi-hotspot werkt prima!

C

offeeUnited heeft twee vestigingen in de stad. De inrichting in de Ubbo Emmiusstraat heeft wel wat van een bruin cafĂŠ. De tafels zijn groot genoeg voor een laptop, maar niet meer dan dat. De sfeer is informeel, maar niet al te rumoerig. Maar om er nou uren te gaan zitten leren? Nee, daarvoor is de uitspanning niet geschikt. De cappuccino is goed, met stevig schuim. Leden van studentenvereniging Albertus Magnus krijgen vijftig cent korting. Leuk voor de Albertiaan, maar voor de niet-Albertiaan is dat wat minder. CoffeeUnited is misschien wat minder geschikt voor een lange studiesessie, maar het is wel een handige ontmoetingsplaats, zo tussen het centrum en het centraal station. Als je afspraak te laat komt, kun je mensen kijken vanaf het terras met koffie en een tosti, en via wifi op de hoogte blijven van het laatste nieuws op twitter. 16 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

Coffee United


a n s e B & s l e g a B

B

agels & Beans in de Zwanestraat is de enige plek in de stad waar je (de naam zegt het al) belegde bagels kunt kopen. De sfeer is goed. Vooral ’s ochtends en na lunchtijd is het rustig genoeg om er te studeren. Door het ontbreken van grote ramen en de oker en olijf gekleurde wanden is het niet zo moeilijk om je te concentreren. Het menu is gevarieerd: koffie, thee en verse sapjes en drankjes. De bagels zijn heerlijk. Na een ochtend studeren kun je blijven om er te lunchen. De prijzen zijn redelijk betaalbaar. Bagels & Beans haalt haar koffiebonen uit Panama. Dit bevalt goed, de cappuccino is lekker, en de schuimlaag is verre van slap. Er is wifi aanwezig.

V

anaf het terras van de Coffee Company in de Oude Ebbingestraat ziet de koffieleut in de verte het gewoel op de Grote Markt. Binnen is het plafond hoog en de ramen groot. Het meubilair is enigszins chaotisch gerangschikt. Het voorste gedeelte wordt vooral gevuld door een grote houten tafel. Erg geschikt voor de laptop. Dat geldt niet voor de tafeltjes in het achterste gedeelte: te klein. De eigenaar wil de Coffee Company uitbreiden met twee ruimtes. Dit zou het makkelijker kunnen maken om een rustig plekje te vinden in de ietwat rumoerige zaak. De cappuccino is lekker, maar het melkschuim mag wel iets steviger. Er is een aparte kaart voor koude smoothies. Dat is een lekkere afwisseling voor als het ’s zomers te warm is voor koffie. Broodjes serveert de drukbezochte zaak niet. Een leuk extraa tje is dat je korting op je koffie krijgt als je gebruik maakt van een speciale strippenkaart die je bij de Coffee Company kunt kopen. De koffie is afkomstig uit alle windstreken: Brazilië, Guatemala en Ethiopië. Meenemen kan ook, in kartonnen bekers met plastic deksel. Over één ding valt niet te twisten, de cappuccino’s zijn overal lekker. Onze favoriet was de koffie bij Doppio. Om te werken en studeren valt onze keuze op Coffee Company (we kijken uit naar de uitbreiding die op stapel staat). Voor de rust en concentratie gaan we liever naar Bagels & Beans. Zo zie je maar. Geen koffiezaak is de perfecte vervanging voor de stilte van de bibliotheek. Maar iedere plek heeft zo z’n pluspunten. Om effectief te blijven studeren is het handig om geregeld van stu-

Coffee Company dieruimte te wisselen. Ons advies: ga naar deze vier toppers en kijk welke voor jou de beste is. Net als over veel dingen in het leven valt er ook over studieplekken te twisten. Habon Abdulahi Foto's: Luuk Steemers

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 17


18 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 19


Noorderplantsoen onderwerp van horrorverhalen

n e l rha gen

e n i n V ro

vanG

Het raadsel van

de verdwenen liftster

Overdag is het Noorderplantsoen the place to be. Maar als de zon onder is, verandert het paradijselijk oord in een sinister jachtterrein waar duistere figuren hun prooi besluipen. Het Noorderplantsoen is onderwerp van kwaadaardige geruchten en griezelverhalen. Volkskundige Jurjen van der Kooi kent ze. Op een druilerige herfstavond fietst een man door het Noorderplantsoen. Bij de Lelievijver ziet hij een hevig bibberend meisje staan met druipend haar. Ook haar kleren zijn totaal doorweekt. De man stopt en vraagt of hij kan helpen. Het meisje vraagt of hij haar naar huis wil brengen, ze woont op Grote Rozenstraat nummer 21. Aan het begin van de straat springt ze van de bagagedrager en bedankt de hulpvaardige man. ‘Het laatste stukje loop ik wel.’ Een paar weken later moet de man toevallig in de Grote Rozenstraat zijn en passeert nummer 21. Laat ik even informeren hoe het met haar is, besluit hij. Hij belt aan. Een ouder echtpaar doet open. ‘Is uw dochter thuis?’ De mensen reageren totaal overstuur. ‘Wanneer heeft u dat meisje gezien?’, vragen ze als ze wat zijn bijgekomen. Dan blijkt die kille novemberdag precies de datum te zijn dat de dochter zich in de vijver van het leven beroofde.

Doden die geen rust vinden Volkskundige Jurjen van der Kooi, sinds 2009 gepensioneerd docent, hoorde dit verhaal een jaar of vijf geleden van studenten bij zijn colleges Orale Literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Eén van mijn studentes kwam met een gerucht over het Noorderplantsoen. Dat riep nogal wat op. Ik heb mijn studenten toen de opdracht gegeven geruchten, verhalen en dergelijke over het Noorderplantsoen op te tekenen.’ Het verhaal van de liftster is een eeuwenoud motief. Een dode die terugkeert op de plaats en de tijd van overlijden. ‘Spoken zijn doden die geen rust kunnen vinden. De ziel van iemand die zijn leven niet helemaal heeft kunnen leven, geen rust kan vinden en terugkeert. Het is een internationaal motief dat we de vanishing hitchhiker noemen. Die verhalen gaan altijd over een lifter die wordt opgepikt en verdwijnt. Later blijkt het iemand te zijn die precies zoveel jaar

20 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

geleden is verongelukt of vermoord. Meestal is het een lifter die in een auto meerijdt, maar omdat er geen auto’s rijden in het Noorderplantsoen, is het verhaal aangepast.’ Dit soort hedendaagse stadssagen zijn van alle tijden, weet Van der Kooi. ‘Het zijn angsten die zo een uitweg vinden. Meestal zijn het jonge vrouwen die elkaar scary stories vertellen. In Amerika noemen ze dat verschijnsel dormitory tales, slaapzaalverhalen. Dormitory tales spelen in een kamer of een auto. Ze gaan vaak over een lifter, een babysitter die wordt doodgestoken of een vrijend stelletje in de auto dat wordt vermoord.’ Opgesneden mondhoeken Van der Kooi herinnert zich een paar geruchten over het Noorderplantsoen die heel sterk leefden onder zijn studenten. ‘Die geruchten gingen over aanranders en verkrachters. De vrouwelijke studenten waren er sterk van overtuigd

dat ze echt gebeurd waren. Toch is dat zeer onwaarschijnlijk omdat er in de kranten niets over te vinden was. Ik heb ook met de politie gesproken. Die kende de verhalen wel, maar er waren geen aangiften. Dat verbaasde me niet, want Groningen is eigenlijk een relatief veilige stad. Veiliger zelfs dan de meeste dorpen waar het ’s nachts stil en eenzaam is. In Groningen lopen altijd wel een paar dronken studenten rond. Er zijn altijd mensen op straat.’ Eén van die geruchten was dat meisjes die ’s nachts door het Noorderplantsoen fietsten werden aangevallen door iemand die op de bagagedrager sprong. De aanvaller brak eerst de duimen van de meisjes en verkrachtte ze daarna. Een ander gerucht had te maken met Marokkaanse jongens die meisjes lastig vallen. Ze vragen aan het slachtoffer of ze wil lachen. Als ze weigert, snijden ze met een scherp mes haar mondhoeken op zoals bij een smiley. Deze urban legend


Foto: Luuk Steemers

is een internationale hype geweest. In Groningen werd die hype met het Noorderplantsoen verbonden. Geruchtendeskundigen hebben veel onderzoek gedaan naar het verhaal, maar nergens is een bewijs gevonden dat het echt is gebeurd. Maar kennelijk had het verhaal zoveel aantrekkingskracht dat het zich overal verspreidde. En natuurlijk werd het toegepast op de groep die op dat moment en op die plek een kwade naam heeft.’ De liftende moordenaar Dit soort verhalen heeft volgens de volkskundige altijd een boodschap. ‘Kijk uit met wie je omgaat. Fiets niet alleen in het donker. Neem geen vreemden mee. Soms verdwijnen de verhalen en duiken later weer op. Zo is er een verhaal dat mensen in het Noorden momenteel vaak aan elkaar vertellen, het verhaal van de liftende moordenaar op de Afsluitdijk. Aan het begin van de

dijk staat een vrouw te liften. Hij neemt haar mee, maar hij voelt zich er niet prettig bij. De vrouw heeft een zware stem en harige polsen, een eng mens! Die moet ik kwijt, denkt de man. Bij het monument op de dijk stopt hij en vraagt de lifter uit te stappen om even te kijken of het achterlicht nog brandt. Vervolgens spuit hij weg. Even later ziet hij echter dat de tas van de lifter nog in de auto ligt. Hij rijdt naar het politiebureau en zegt dat hij zich schaamt dat hij de liftster heeft laten staan. Als de politie de tas opent, blijkt er een afgesneden hoofd in te zitten. Een soortgelijk verhaal werd 150 jaar geleden ook al in Groningen verteld. Alleen ging het toen natuurlijk niet over de Afsluitdijk, en was de automobilist, een boer met paard en wagen.’ Waarom spelen de meeste moderne Groningse griezelverhalen zich in het Noorderplantsoen af? Van der Kooi heft zijn handen ten hemel. ‘Het is ’s avonds

een donkere plek waar veel jonge mensen langs komen. Verhalen klonteren zich nu eenmaal vast aan bepaalde plekken, net zoals er over sommige mensen ook meer verhalen worden verteld dan over andere. Het kan zijn dat het door iets is getriggerd. Misschien omdat het Noorderplantsoen na 1994

stiller is geworden. Toen is er na een referendum besloten om het plantsoen voor autoverkeer af te sluiten. Maar hoe het precies zit, dat blijft waarschijnlijk altijd een raadsel.’

Luuk Steemers

Jurjen van der Kooi (1943) was tot 2009 universitair hoofddocent Volkskunde en Orale Literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef verschillende boeken over Friese, Groningse en Duitse sprookjes en sagen. In 1997 ontving hij voor zijn werk de Europäische Märchenpreis in het Grimm Museum in Kassel. Van der Kooi is ook één van de samenstellers van het Handboek Nedersaksische Taal- en Letterkunde waarin hij schrijft over de orale literatuur van Oost-Nederland.

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 21


Colofon HanzeMag is het redactioneel onafhankelijke magazine van de Hanzehogeschool Groningen. Het blad verschijnt tweewekelijks. Redactie-adres Zernikeplein 7 A0.04 en A0.05, Groningen Postadres Postbus 30030, 9700 RM Groningen T 050 5955588 • F 050 5955590 E hanzemag@org.hanze.nl I www.hanze.nl/hanzemag Redactie Chris Wind Boudewijn Otten Luuk Steemers Rina Tienstra Loes Vader

hoofdredacteur 050 5955585 c.f.wind@pl.hanze.nl (eind)redacteur 050 5955582 j.b.m.otten@pl.hanze.nl redacteur 050 5955581 lu.a.steemers@pl.hanze.nl redacteur 050 5952570 r.h.tienstra-de.knegt@pl.hanze.nl redacteur 050 5955588 j.l.c.vader@pl.hanze.nl

Fotografie Pepijn van den Broeke - www.pepijnfoto.nl Redactie HanzeMag Illustraties Mathieu van der Bij & Xiao Feng Chiu • Sam Peeters • Leo van der Reest • Ricky van Duuren Lay-out Renée Zaal - www.reneemedia.nl Basis lay-out Art Studio - Groningen Productie Redactie HanzeMag & Grafische Industrie De Marne B.V. Oplage: 6.000 Advertenties Bureau Nassau 020 6230905 info@bureaunassau.nl Abonnementen 60 euro per jaar 050 5955588 hanzemag@org.hanze.nl

ADVERTENTIES

22 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


Het mooiste gebouw

van Groningen

Stadjers noemen het Het Cruiseschip. Ze verkozen het nieuwe kantoor van de Dienst Uitvoering Onderwijs DUO en de Belastingdienst tot het mooiste gebouw van Groningen. Binnen twintig seconden zoeven de ambtenaren van de 24e verdieping naar de begane grond, de enige verdieping die voor iedereen toegankelijk is. Foto: Luuk Steemers

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 23


nn e l a erh ninge

GV

o r van

Foto: Ronald Tilleman

Op 26 juni, de Dag van de Architectuur, won het door Ben Berkel van UNStudio ontworpen DUO-gebouw de publieksprijs bij de verkiezing van het mooiste gebouw van Groningen. Ben Berkel ontwierp onder andere ook de Erasmusbrug in Rotterdam. Het op 15 maart 2011 opgeleverde DUOgebouw is gebouwd in opdracht van de Rijksgebouwendienst. Het 92 meter hoge gebouw heeft een oppervlakte van 47-duizend vierkante meter. De sloop van twee oude kantoortorens van de voormalige Informatie Beheer Groep (IBG), pal naast het nieuwe gebouw, is

nog in volle gang. De twee andere torens gaan later tegen de vlakte. Bovenop de nog in aanbouw zijnde parkeergarage komt een openbare stadstuin met een waterpartij en een multifunctioneel paviljoen. Er komen 675 parkeerplaatsen voor auto’s en een fietsenstalling voor 1500 fietsen. Het totale project is in het najaar van 2013 klaar en kost ongeveer honderd miljoen euro. Duurzaamheid en vinnen De gevel, het materiaal, de afwerking en installaties zijn duurzaam en belasten het milieu zo weinig mogelijk. In de gevel zijn zonwering, windregulatie,

24 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

daglichttoetreding en constructie geïntegreerd. De horizontale ‘vinnen’ houden een groot deel van de warmte buiten het gebouw. Daardoor verspilt het gebouw minder energie voor de koeling. Door de integratie van installaties in de vloeren zijn de verdiepingen minder hoog dan in het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan. De zon heeft daardoor meer ruimte om de omliggende wijk te beschijnen. De ontwerpers hebben zelfs rekening gehouden met toekomst: het DUO-gebouw kan vrij eenvoudig worden omgebouwd tot woningen.

Valwinden en vleermuizenroute De aerodynamische vorm speelt in op valwinden. De windhinderplint met terrassen en afgeronde hoeken zorgt ervoor dat het microklimaat rond het gebouw minimaal wordt verstoord. De valwinden worden over het nabijgelegen Sterrebos geleid. Dit voorkomt uitdroging van de grond en schade aan bomen. Rondom het gebouw wordt een openbare stadstuin aangelegd. Hierdoor ontstaat een extra vliegroute voor de vleermuizen uit het Sterrebos. Rina Tienstra


Bij de balie op de begane grond kun je een afspraak maken om in een van de spreekboxen met een DUO-medewerker te praten.

In de lobby op de begane grond vind je de wachtruimte en de spreekboxen van DUO en de Belastingdienst.

Het DUO-gebouw is 92 meter hoog, vijf meter lager dan de Martinitoren, het hoogste gebouw van de stad. De Stadskamer op de 24-e verdieping, waar de Examendienst is gevestigd en de loting voor de studies plaatsvindt, is wĂŠl het hoogste uitzichtpunt van de stad Groningen, volgens DUOwoordvoerder Tea Jonkman.

Foto's: Luuk Steemers De medewerkers van de Belastingdienst werken op de verdiepingen twee tot en met zeven, de medewerkers van DUO op de overige zestien verdiepingen. Ze delen de receptie, de schoonmaak, het vergadercentrum en het bedrijfsrestaurant. Er werken ongeveer 2700 medewerkers op de 24 verdiepingen, op 2500 flexibele werkplekken.

Tips van DUO voor studenten App DUO Student Installeer de app DUO Student en je weet altijd wanneer je studiefinanciering wordt uitbetaald, je hebt toegang tot veelgestelde vragen en kunt direct berekenen hoeveel je moet terugbetalen als je leent. Installeer de app via een store of gebruik de QR-code op www.duo.nl. Inloggen Wil je snel zien hoe je bij DUO in de computer staat? Met je DigiD (met sms-functie) kun je inloggen op duo.nl en heb je toegang tot de gegevens over onder andere je studiefinanciering, betaaldata en eventuele studieschuld. Prestatiebeurs Je basisbeurs is een prestatiebeurs. Dat betekent dat je

de beurs en het Studentenreisproduct als lening moet terugbetalen bij onvoldoende studieresultaten. Als je binnen tien jaar je diploma haalt, worden de prestatiebeurs en de OV-jaarkaart een gift. Check je woonadres Zorg ervoor dat het woonadres dat je opgeeft voor studiefinanciering gelijk is aan het adres waarop je staat ingeschreven bij de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). DUO is namelijk verplicht je woonadres te controleren bij de GBA. Bijverdienen Naast je studie mag je in 2011 â‚Ź 13.215,83 bijverdienen. Verdien je meer bij, zet dan je studiefinanciering en je OV-chipkaart stop. www.duo.nl/ Infolijn (050) 599 77 55

De HO-cijfers over 2010-2011 De Nederlands overheid bekostigt 35 hogescholen en twaalf universiteiten. Bij de universiteiten stonden het vorig studiejaar 241.700 studenten ingeschreven. In de bankjes van de hogescholen zaten 416.900 studenten. Bijna driekwart (492.170) van het totaal aantal studenten in het hoger onderwijs (658.600) incasseerde studiefinanciering.

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 25


Martinitoren

maakt muziek

De Martinitoren is onmiskenbaar hét ijkpunt van Groningen. Met zijn 96 meter torent d’Olle Grieze, zoals Groningers hem noemen, boven alle gebouwen in het centrum uit. En wie hem toch over het hoofd ziet, kan hem dankzij stadsbeiaardier Adolph Rots altijd nog horen. Het klokkenspel zwijgt nog. Het is tien voor twaalf. Kwiek nadert Adolph Rots de Martinitoren. Uit zijn blauwe tas, iets meer dan een A-viertje groot, duikelt hij een sleutelbos op. Eén van de sleutels past in het sleutelgat van de metalen tourniquet die de ingang van de toren ontsiert. Rots draait de sleutel om en duwt de metalen spijlen voor zich uit. Binnen begint hij aan het bestijgen van de eeuwenoude trappen. Het zijn 310 treden die hij oploopt in beiaardierstred: één seconde per stap. Onderweg begroet hij dalende toeristen die drie euro hebben neergeteld om Stad te aanschouwen vanaf de 97 meter hoge Olle Grieze. Een aanslag op z’n lijf en leden is het niet, sinds 2002 maakt Rots deze klim minstens één keer per week. Even voor twaalven ontgrendelt de stadsbeiaardier van Groningen de deur van de beiaardkamer. Hij trapt zijn sandalen uit en hangt z’n jas aan een bruinzwarte hanenbalk. Achter die balk staan de zwarte beiaardschoenen waar de sleet op zit van bijna tien jaar pedaleren. Hij schiet het schoeisel aan en stapt naar het stokkenklavier dat wordt verlicht door de zonnestralen die door het dakvenster tuimelen. Rots opent het raam. Hij wil de klokken horen als hij speelt. Gunst en eer De omvang van het klokkenspel dat François Hemony in 1662 voor de Martinitoren goot, besloeg toentertijd ruim drie octaven. In 1984 voegde Klokkengieterij Eijsbouts er de vijf discantklokjes en drie grote klokken aan toe die het bereik van het carillon met één octaaf vergrootten, zodat het nu uit 52 klokken bestaat.

Rots en zijn collega Auke de Boer mogen zich om beurten achter het klavier zetten. Mogen, want het voelt als een gunst. En misschien zelfs een eer. ‘Het carillon is het enige muziekinstrument van Nederlandse bodem’, zegt Rots trots als hij de muziek uitstalt op de bladhouder boven de stokken. ‘Het enige!’ Adolph Rots (1947) was 31 jaar docent aan verschillende Pedagogische Academies die in de jaren negentig fuseerden tot de PABO van de Hanzehogeschool. In 2006 zwaaide hij het lesgeven vaarwel. Een volledige baan had hij al die jaren nooit, want er moest tijd zijn voor de muziek. Hij is organist, koordirigent en beiaardier. ‘Ik studeerde elektrotechniek in Hengelo. Op de campus stond een parkbeiaard waarop ik wel eens speelde.’ Na z’n militaire dienst en een studie Schoolmuziek in Utrecht belandde Rots in het onderwijs. Sinds 1975 woont hij in Garrelsweer, dicht bij de Pedagogische Academie van Appingedam waar hij voor de klas stond. Den helderen clockenslach In 1982 nam Rots plaats achter het klavier van de beiaard van Appingedam. Er waren jaren voorbijgegaan waarin hij het instrument niet had aangeraakt, maar de beiaard in de Damster Toren (of Nicolaïtoren) maakte iets in hem los. Een liefde voor het spel en een hartstocht voor het instrument. Rots maakte zich hard voor de restauratie van de beiaarden van Appingedam, Winschoten en Veendam en het behoud van luid- en speelklokken in de provincie. Hij haalde het wereldbeiaardcongres naar Groningen (in

26 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]


n e l rha gen

e V ronin

vanG 2008), hij adviseerde het Klokkengieterijmuseum in Heiligerlee en hij is stadsbeiaardier in Appingedam (sinds 1982), Winschoten (1990) en Groningen (2002). En hij droeg meer dan een steentje bij aan het standaardwerk over luidklokken So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach, dat in 2005 van de

persen rolde. Met zo’n conduitestaat zal het weinigen bevreemden dat Adolph Rots zich sinds 29 april Ridder in de Orde van Oranje-Nassau mag noemen. Klauwen naar de stokken Het is even na twaalven, de klokken

hebben net gebeierd (beiaard is afgeleid van het werkwoord beieren). Ridder Rots regelt de metalen draden die klavier met klok verbinden af. Gezeten op het houten beiaardbankje bepotelt hij de draden waarop weer en warmte steevast enige speling veroorzaken. ‘Ik begin graag met muziek uit de tijd van

het ontstaan van het instrument’, zegt hij. De eerste tonen van de suite Atys van Jean Baptiste Lully (1632-1687) klinken. De klokkenklank draagt vijf- tot zeshonderd meter, ver genoeg om de bewoners binnen de diepenring te plezieren. Het gezicht van de beiaardier verstart. Het krijgt iets bars, als van steen. Rots’ handen klauwen naar de stokken, in halve vuisten slaan ze, dan weer delen ze aaitjes uit. Ze zijn groot en sterk, die handen die vliegensvlug van links naar rechts bewegen en van onder naar boven, want het klavier heeft net als een piano twee rijen toetsen. Buiten zal het fraai klinken, maar in de beiaardkamer klapt en klost het hout. Hier klotsen en kletteren de draden die als een reuzenspinnenweb onder het plafond hangen. Muziek schalt uit de galmgaten Zweet doet het hoofd van de beiaardier glanzen, hij wist het niet af. Voort gaat hij op zijn stokken, klossen en pedalen. Zes moppies van de Amerikaan Gary White. ‘De beiaard veroverde de Verenigde Staten na de Eerste Wereldoorlog’, zal Rots even later uitleggen. ‘Legervolk hoorde het klinken in België en Frans-Vlaanderen. Dat ontketende een parkbeiaardtraditie en een hausse aan composities.’ Niet dat George Gershwin en Lou Reed ooit iets voor beiaard componeerden, maar uit de galmgaten van de toren schalt hun muziek. It’s such a perfect day. Het is het laatste nummer. Rots tekent in een schrift op welke muziek hij speelde. ‘Voor BumaStemra. Het is muziek in de publieke ruimte, daarvoor krijgen componisten en arrangeurs betaald.’ Eens zo snel als hij ze opging, daalt hij de trappen af. Bij de voet aangekomen, wentelt de beiaardier zich door de tourniquet. Kwiek veert hij het zonlicht in. Als hij uit het zicht verdwijnt, linksaf de Oude SintJansstraat in, klinkt de beiaard, aangedreven door de speeltrommel.

Foto: Luuk Steemers

Boudewijn Otten

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 27


n e l rha gen

e n i n V ro

vanG

Geschiedenis van

een stadssymbool

Eerst was er het liedje, daarna het beeld. Het Peerd van Ome Loeks is het eerste wat treinreizigers van Groningen zien als ze het station uit lopen. Stadshistoricus Beno Hofman laat zijn licht schijnen over het bekende stadssymbool. Een groep van zo’n dertig studenten nestelt zich rondom het Peerd van Ome Loeks op het stadsbalkon. Een paar ondernemende types bestijgen het peerd en laten zich joelend fotograferen. Beno Hofman beziet het tafereel. ‘Ik weet niet of dit helemaal de bedoeling is’, lacht hij, ‘maar het laat zien hoe populair het beeld is. De geschiedenis van het paard begon met een Duits studentenliedje, honderden jaren geleden, vertelt de stadshistoricus. ‘Dat gaat ook over een paard dat dood is gegaan. De melodie is, net als dat van Ome Loeks, gelijk aan het sinterklaasliedje Daar wordt aan de deur geklopt. De Groningse tekst, met de figuur Ome Loeks, is rond 1900 ontstaan, en dat liedje werd heel populair.’ ‘Winkelier Steeman in Musselkanaal dacht rond 1950 een slaatje te kunnen slaan uit de populariteit van het liedje door souvenirs met afbeeldingen van het peerd van ome Loeks te verkopen. Hij wilde dat zijn idee van hoe het paard eruit zag officieel werd erkend. Daar is het niet van gekomen, maar er ontstond wel een discussie of er misschien een beeld moest komen. In diezelfde tijd plaatste de gemeente het beeldje van het veulen van Wladimir de Vries bij de Jozefkerk aan de Radesingel. In de volksmond werd dat beeldje Lutje Loeks (Kleine Loeks, red.) genoemd. Maar dat was natuurlijk niet écht het Peerd van Ome Loeks. Daardoor werd de roep om het echte peerd luider.’

De zaak kwam in de gemeenteraad en in 1955 werd besloten dat het beeld er moest komen. Kunstenaar Jan de Baat uit Amsterdam, een tekenleraar die zichzelf goed wist te verkopen, werd aangewezen om het beeld te vervaardigen. ‘Dat was opmerkelijk’, vindt Hofman, ‘want hij had nog nooit een beeld ontworpen. De bond van beeldhouwers protesteerde, maar tevergeefs.’ Voordat het beeld er daadwerkelijk stond, had Jan de Baat nog een hele lijdensweg af te leggen. Hofman: ‘In de stadsarchieven ligt er een lijvig dossier. Er was bijvoorbeeld een verhitte discussie over de grootte van het beeld. De voorstellen liepen uiteen van een beeldje van amper een halve meter tot een kolos van wel 35 meter groot. De meest bizarre ideeën waren er. Jan de Baat tekende de meest uiteenlopende ontwerpen variërend van een abstracte sculptuur tot een beeld met Ome Loeks bovenop het Peerd. Uiteindelijk besloot de raad dat het een beeld van Loeks staande naast het Peerd moest zijn.’ Daarmee was de zaak nog lang niet rond. ‘De commissie die erover ging, vond dat het Peerd in het ontwerp van Jan de Baat veel te dik was. Het moest toch een mager beest zijn, want het was immers dood gegaan. Het duurde een eeuwigheid voordat men het min of meer eens was. En toen kwam nog eens de discussie over waar het beeld moest komen te staan.’ Aanvankelijk was het plan om Ome Loeks op het oostelijk

28 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

deel van de Vismarkt te plaatsen. ‘Dat ging uiteindelijk niet door omdat markthandelaren en kermisexploitanten vonden dat het daar te veel plaats innam.’ Dat het Peerd van Ome Loeks uiteindelijk, in 1959, bij het station kwam te staan, is eigenlijk toeval, vertelt de stadshistoricus. ‘Voor het station was een klein plantsoentje. Er zou daar een of ander monument komen maar dat ging uiteindelijk niet door. Toen kwam men op het idee om het Peerd van Ome Loeks daar dan maar neer te zetten. Maar eerst werd er nog gesteggeld over welke kant het beeld op moest staan. Het oorspronkelijke idee was om het beeld met de kont naar het station te zetten. Dat vonden de Nederlandse Spoorwegen niet goed. Het kan toch niet zo zijn dat onze reizigers op een paardenkont worden getrakteerd? Dus moest het andersom. Later is vaak gezegd dat Jan de Baat intussen zo flauw van de opdracht was dat hij het Peerd de kont richting stad toe liet keren. Maar dat is dus niet waar.’ ‘Het beeld is nooit plechtig onthuld. De gemeenteraad gaf als verklaring dat het Peerd was doodgegaan. Bij zo’n trieste

gebeurtenis hoort geen feestelijke onthulling. Onzin, natuurlijk. De ware reden was dat een aantal mensen in de raad het beeld lelijk vond. De kunstenaar zelf was ook niet zo tevreden. Die heeft later vooral abstract werk gemaakt.’ En wie was Ome Loeks dan, wat was dat met zijn peerd? Beno Hofman lacht. ‘Ik weet nu hoe de vork in de steel zit. Maar dat vertel ik nog even niet. We geven tijdens het Noorderzonfestival een voorstelling Peerd zoekt Loeks. Daar doen we het uit de doeken. Wel wil ik verklappen dat alle historische figuren die tot dusver in verband zijn gebracht met Ome Loeks, het niet zijn.’ Tekst en foto: Luuk Steemers

Beno Hofman (1954) schrijft boeken over Groninger geschiedenis. Hij werd vooral bekend door zijn tv-programma Beno’s Stad voor de stadsomroep OOG waarin hij zichzelf vaak op een humoristische manier verplaatste in historische personages. De voorstelling Peerd zoekt Loeks van Beno Hofman en theatermaker Astrid Warntjes wordt van 23 tot 27 augustus gespeeld in een container aan de Leliesingel tijdens het Noorderzonfestival.


Peerd van Ome Loeks is dood, Loeks is dood, Loeks is dood, Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood. Guster nog goud gezond, sluig 'e mit steert in 't rond Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood. Peerd van Ome Loeks is dood, Loeks is dood, Loeks is dood, Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood. Haar 'k hom moar vreten geven, din was 't wel in leven bleven. Peerd van Ome Loeks is dood, hailendal dood.

[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 29


DVD

GAME

SERIE

Romanzo Criminale

F.E.A.R.3

The LXD The Legion of Extraordinary Dancers

★★★

★★★★

★★

zoekt studenten voor redactieraad De redactieraad adviseert de hoofdredacteur over het beleid van HanzeMag, o.a. over persvrijheid, financiën, inhoud en vorm. De raad vergadert vijf keer per jaar.

En daar gaan we weer. Opnieuw een serie over dansers. Na So You Think You Can Dance, The Ultimate Dance Battle, en ik weet niet hoeveel dansfilms, ben ik die dansers even zat. Maar waar haters zijn, zijn ook liefhebbers. Vandaag op het menu, The LXD. De serie, die alleen op internet te zien is, begint met het verhaal van Trevor Drift. Trevors uitzonderlijke danstalent leidt ertoe dat hij wordt gerekruteerd voor The LXD, The Legion of Extraordinary Dancers. Deze groep buitengewone dansers zet zich in om de wereld te beschermen tegen het kwaad. De serie wordt verteld door een oude man, die mysterieus verhaalt over deze geheime organisatie. Pas in de tweede aflevering van het tweede seizoen krijg je een beetje een idee waar het verhaal naar toegaat. Weinig dialoog. Daar staat tegenover dat er een heel scala aan indrukwekkende choreografieën op je wordt afgevuurd. De serie is goed in elkaar gezet. De stunts zijn echt en er is niet gesleuteld aan het beeld. Respect voor de acteurs. Het derde seizoen wordt herfst 2011 verwacht.

Rutger Uittenbogaard

Habon Abdulahi

30 HANZEMAG MAANDAG 8 AUGUSTUS 2011 [17]

Verdiensten

12 euro per keer. Belangstelling? Mail Chris Wind, c.f.wind@pl.hanze.nl Loes Vader, j.l.c.vader@pl.hanze.nl of kom langs op de redactie, Zernikeplein 7, kamer A0.04

a

F.E.A.R.3 is een first person shooter die je de stuipen op het lijf moet jagen. Deze horrorgame voor Xbox 360, Playstation 3 en pc is bepaald niet voor kleine kinderen. Alma Wade, de slechterik van de eerste twee delen, is dood. Dit weerhoudt haar er niet van om toch nog veel invloed uit te oefenen op haar zoons; jij bestuurt één van de twee. Je bent dus of de zogeheten Point Man, of zijn kanibalistische broer Paxton Fettel. Toegegeven, het verhaal is niet het sterkste punt van F.E.A.R.3. Dat maakt deze game niks minder vermakelijk. De sfeer van dit spel is uitermate spannend dus je zit constant op het puntje van je stoel. De multiplayer-modus biedt ook veel spektakel, vooral de Fucking Run-variant is erg vermakelijk. Je schiet daarin met 3 andere spelers talloze vijanden neer terwijl je op de vlucht bent voor Alma’s ‘Wall of Death’. Even lekker rustig spelen zit er bij F.E.A.R.3 duidelijk niet in. F.E.A.R.3 biedt naast veel spanning enkele grafische hoogstandjes. Houd jij dus van mooi vormgegeven actie en horror dan is dit zeker een titel om uit te proberen. Vier glimmende sterren voor deze game!

a

Heel Italië zat in 2008 aan de buis gekluisterd bij de televisieserie Romanza Criminale. De verfilming van het boek van Giancarlo De Cataldo volgt de turbulente levens van de leden van de Banda della Magliana, één van de machtigste misdaadorganisaties van Italië in de jaren zeventig en tachtig. Het op ware gebeurtenissen gebaseerde misdaadepos begint in 1977. De drie jeugdvriendjes Il Libanese (de Libanees), Il Dandi (de dandy) en Il Freddo (de kouwe) willen de hele onderwereld van Rome in hun macht krijgen. Met ontvoeringen, drugs- en wapenhandel, prostitutie en koelbloedige liquidaties van concurrenten bereiken ze hun doel. De rascriminelen zijn snel close met de maffia, neo-fascistische terroristen, de geheime dienst en corrupte politici. Inspecteur Scialoja jaagt onverdroten twintig jaar lang achter de mysterieuze bende aan, maar ze ontspringen de dans keer op keer. Door ruzies over het leiderschap, achterdocht, verraad en veelvuldig cokegebruik geraken de bendeleden echter steeds verder van het pad. Romanza Criminale is geweldig gefilmd, gecast en gestyled, superspannend en werkt inderdaad verslavend. Tip: lees vooral niet het verhaaltje op de achterkant van de DVD-box, een domme redacteur verraadt de plot… RT


[17] 2011 8 AUGUSTUS MAANDAG HANZEMAG 31


kr

ing

noorder plantsoen

lo o

p

cof com

bagels Beans &

doppio

coffee united

peerd van ome loeks


HanzeMag 1 - 2011/12