Issuu on Google+

18e jaargang 10 april 2013 redactioneel onafhankelijk magazine van de Hanzehogeschool Groningen | website: www.hanzemag.nl | e-mail: hanzemag@org.hanze.nl | Foto: Pepijn van den Broeke

9

check Hanzemag.nl

werk we rk

Afgestudeerd... en dan?


ADVERTENTIE

@HanzeMag /HanzeMag

Video: Bereid gezond en snel de Body & Brains Burger!

Hanzemagazine Colofon Loco Video: ICM student Suzanne Zuurman is manga- en anime-fan!


INHOUD Arbeidsperspectieven versus Eerlijke Voorlichting Glibberen in een cijferbrij

8/9 Betaalde scriptiehulp De vage scheidslijn tussen fraude en begeleiding

14/15/16 De teloorgang van links in de medezeggenschap Ook de GSb richt zich op de calculerende student

18/19

Item: Daan & Amerenske ‘Als ik moe ben doet Daan een dekentje over me heen en gaat voor me koken’

Bijbanen: van mystery shopper tot hovenier Van een tientje tot 22,50 euro per uur

20

21 [9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 3


4 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9] Foto: Luuk Steemers


Zo’n duizend studenten en afgestudeerden van Stenden Hogeschool, Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool kwamen naar het jaarlijkse Career Event op 20 maart in de Der A-kerk. Op de oeroude graftegels in de vloer werden workshops gegeven, presentaties en één-op-één-gesprekken met vertegenwoordigers van bedrijven en organisaties. Volgens Elise van Zwieten van het organiserende Talent Career Center groeit het aantal deelnemende hbo’ers ieder jaar. ‘De werkgevers zijn ook steeds meer in hbo’ers geïnteresseerd omdat ze meer praktijkervaring hebben en beter hebben leren samenwerken en netwerken.’ [6] 9 JANUARI 2013 WOENSDAG HANZEMAG 5


bij de les

Hoe verleid je depressieve cliënten tot punniken, breien en vilten? In de communicatieles van Annet Feitsma oefent een groep deeltijdeerstejaars met rollenspellen en feedback van de groep, de video én de juf.

Beren van de weg schoppen Dertien dames die worden bij- of omgeschoold tot verpleegkundige druppelen enigszins gespannen lokaal C1.20 van het Wiebengacomplex binnen. De groep verzamelt zich rond de grote ovale houten tafel. Annet Feitsma controleert de camera-opstelling en waarschuwt dat het een bijzondere les wordt, waarin ze het zwaar te verduren krijgen. De camera zal de rollenspellen feilloos registreren, de groep zal kritisch toekijken en de docent zal genadeloos commentaar leveren. Tessa en Jolanda gaan een adviesgesprek voeren. Tessa speelt de verpleegkundige en Jolanda is Marian. Marian is depressief, met alle vitale kenmerken. Ze zit sinds vier maanden in een GGZ-instelling. Marian slaapt veel en doet weinig. Tessa wil haar stimuleren om mee te doen aan activiteiten. Marian staat niet direct te springen. Tessa (fris & fruitig): ‘Dag Marian, fijn dat je er bent. Wil je iets drinken? Ik wil vandaag graag de mogelijkheden voor activiteiten met je bespreken. Vind je dat goed? Je bent nu vier maanden hier. Hoe gaat het?’ Marian (somber): ‘Niet zo goed. Ik ben

de hele dag moe en heb eigenlijk alleen zin om te slapen. Verder heb ik last van negatieve gedachten.’ Tessa (meelevend): ‘Waar gaan die negatieve gedachten over?’ Marian (triest): ‘Waarom zou ik überhaupt mijn bed uitkomen?’ Tessa (uit het veld geslagen): ‘Wat vind je van de dagstructuur?’ Marian (bedrukt): ‘Ik kom mijn bed uit voor het ontbijt en het avondeten, meer energie heb ik niet.’ Tessa (rustig): ‘Soms kan het helpen om iets te gaan doen om meer energie te krijgen. Zijn er dingen die je leuk vond voor je depressief werd?’ Marian (sprankje licht): ‘Ik zat op een handwerkclubje.’ Tessa (ijzer smeden als het heet is): ‘Zou je maandag eens bij Manon en Gerrit, de activiteitenbegeleiders, willen kijken? Geheel vrijblijvend. Gerrit kan je komen halen.’ Marian (gespannen): ‘Ik vind het heel spannend met allemaal vreemde mensen. Het zou helpen als ik gehaald werd.’ Tessa (energiek): ‘Je kunt breien, punniken, vilten… Er is koffie en thee met

6 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

een koekje. En het kost niets. Je zou ook twee keer kunnen…’ Marian (hohooo…): ‘Eén keer kijken vind ik wel genoeg. Vrijblijvend.’ Tessa (geruststellend): ‘Goed dat je het wilt proberen. Dan spreken wij dinsdag om 11.00 uur af en kan ik horen hoe je het vond. Wat vond je van ons gesprek?’ Marian (zucht van verlichting): ‘Prima. Ik denk dat het goed is om te proberen.’ Annet complimenteert Marian en Jolanda. Ze zijn keurig binnen de tijd gebleven en Annet benadrukt het leerrendement van de video. Voor de verpleegkundigen in spe is het vooral schrikken om zichzelf terug te zien. ‘Dat haar en die stem…vreselijk!’ Annet vraagt de groep wat ze van het gesprek vonden. ‘Goed’, klinkt het eenstemmig. ‘Met goed neem ik geen genoegen’, antwoordt Annet. Groep: ‘Tessa heeft goed doorgevraagd, nam rust, heeft de patiënt gestimuleerd om door te praten en ze heeft haar doel in tien minuten bereikt. Ze maakte goed gebruik van parafrases. Dat van die dagstructuur begreep ik alleen niet.’

Foto: Luuk Steemers

Tessa: ‘Ik wilde wat over koetjes en kalfjes beginnen om Marians vertrouwen te winnen, maar dat bleek niet nodig. Toen kwam die dagstructuur een beetje uit de lucht vallen.’ Annet: ‘Marian komt moeilijk haar bed uit, hoe kun je daarop doorvragen?’ Groep: ‘Waarom kom je moeilijk uit bed? Waar zou je wel je bed voor uitkomen?’ Annet vult aan: ‘Waar kreeg je energie van voor je depressie? Leg het initiatief bij de cliënt. Je mag best gesloten vragen stellen, als je maar op het antwoord ingaat. Laat de patiënt zelf tot inzicht komen en zelf de beren van de weg schoppen.’ Groep: ‘Probeer de cliënt te empoweren met woorden als: wat knap dat u dat doet. Dan creëer je een mooie ingang tot je doel. Gedragsveranderingen beginnen bij motivatie. Motivatie is de motor.’ Annet: ‘Nog een belangrijke tip voor de toetsing: focus je op de cliënt in plaats van op de theorie.’

Loes Vader


Opinie

BSA na de propedeuse?

BSA

Rondvraag

Hogescholen en universiteiten mogen vanaf september experimenteren met het invoeren van een bindend studie-advies (BSA) in het tweede en derde studiejaar. Zo'n BSA zou volgens minister Jet Bussemaker studievertraging kunnen tegengaan en het studietempo verhogen. Of de Hanzehogeschool zich aan een experiment waagt, is nog onbekend.

Leon Benjamins, eerstejaars Sociaal Juridische Dienstverlening ‘Het lijkt me onnodig. In het eerste jaar kun je volgens mij best het kaf van het koren scheiden. Als je in het eerste jaar je punten niet haalt omdat je je best niet doet, heb je dat helemaal aan jezelf te wijten. En als je niet haalt omdat je de stof niet aankunt, heb je het niveau waarschijnlijk niet.’ Henk van Essen, docent Communicatie bij de International Business School ‘Dit is een paardenmiddel. Als opleiding moet je ervoor zorgen dat je je studenten in de propedeuse selecteert. De student kan zich in die tijd oriënteren op de studie en het beroep. De meeste pittige vakken heb je als je je punten binnen hebt gehaald. Dat is de garantie dat je de rest van de studie aankunt. Opleidingen moeten dat traject goed voor elkaar hebben. Sommige opleidingen hebben misschien staart-problemen met studenten die acht tot negen jaar blijven doorstuderen. Dat kost de opleiding en de student veel geld. Maar bijna niemand is tegenwoordig nog in staat om dat te betalen. Natuurlijk wil je als opleiding af van langstudeerders, maar dan kun je beter andere middelen inzetten. Schakel het decanaat in en zet er stevige studieloopbaanbegeleiding op. Helpt dat niet? Dan coach je die student naar een voor hem of haar passende oplossing.’

Rick Koster, voorzitter van de Onafhankelijke Studenten Raad (OSR) ‘De OSR is fel tegen. Wij zijn liberaal gericht, we vinden dat studenten niet moeten worden lastiggevallen met allerlei voorwaarden die de studie verzwaren. Bij de oprichting van onze stichting zei CVB-lid Marian van Os dat het belangrijk is dat studenten bestuurlijk actief kunnen zijn. Wij denken dat je zo vaardigheden opdoet die je tijdens de studie niet kunt oppikken. Wij willen al geen BSA in het eerste jaar en in het tweede en derde jaar moet dat helemaal niet kunnen. Het begon met een norm van 40 punten en nu zijn het er al 48. Bij de Rijksuniversiteit willen ze zelfs overgaan op 60 punten en jaarklassen. Studeren moet leuk blijven en je moet er ook een bijbaan bij kunnen hebben. De mooiste tijd van je leven wordt zo een zakelijke transactie.’ Nino Kooijman, eerstejaars Sociaal Juridische Dienstverlening ‘Als je derdejaars bent en je hebt er drie jaar voor zitten zwoegen, dan is het wel erg zuur als je moet stoppen. Het kan je toch ook eens wat tegen zitten? Volgens mij kun je beter mensen hebben die zes jaar over hun studie doen, dan mensen die na drie jaar moeten stoppen en dan weer een andere opleiding moeten gaan doen. Dat is duur voor de studenten én voor de overheid.’

‘BSA vernietigt talent’ Jan Munters Woordvoerder GSb

‘Dit is een aanslag op de student. Je propedeuse en al je andere studieresultaten worden gewoon met één pennenstreek van tafel geveegd, zelfs als je al ver met je studie bent. Ook kun je fluiten naar het geld dat je in je studie hebt gestoken. Wij roepen de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool op om niet mee te doen aan het ‘experiment’ van Jet Bussemaker. De minister wil dat studenten sneller gaan studeren, maar ze vraagt zich niet af of ze ook béter gaan studeren. ‘De menselijke maat is helemaal zoek. Studenten die in het eerste jaar voldoende punten halen tonen aan dat ze de studie aankunnen. Je kunt een student die halverwege is toch niet meer zomaar wegsturen? Dat is een regelrechte vernietiging van talent. ‘Het voorstel zorgt volgens ons voor hogere studieschulden. Vergeet niet dat Bussemaker ook een leenstelsel wil invoeren. Drie jaar uitwonend studeren levert een studieschuld op van 10.000 tot 35.000 euro. Een andere opleiding doen duurt veel langer dan de oude afmaken. De student wordt door een BSA in jaar twee en drie voor een dilemma gesteld: opnieuw beginnen en nog meer schuld opbouwen, of zonder diploma aan het werk gaan. ‘Het bindend studieadvies is bedoeld om studie-uitval in latere jaren te voorkómen, niet om het te bewerkstelligen. Sinds de invoering hebben de RUG en Hanze de norm voor het BSA herhaaldelijk verhoogd. De GSb is altijd tegen dit soort onnodige blokkades geweest. Met de uitbreiding naar het tweede en derde jaar lijkt het BSA vooral een middel om grote groepen studenten weg te saneren. Het moet maar eens afgelopen zijn.’ [9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 7


Wat moeten we met Eerlijke Voorlichting en arbeidsmarktperspectieven?

Appels, peren,

en kersen op de taart

Het streven om aankomend studenten zo feitelijk mogelijk te informeren over hun toekomst mondt uit in cijferdrijfzand. Maar hier en daar komen verrassende feiten naar boven. Vandaag Open Dag op de Hanzehogeschool Groningen. Veel docenten en studenten staan klaar om eerlijke voorlichting te geven. Dat twitterde bestuurslid Marian van Os op 9 maart. Zo, hé…, concludeerde 87,5 procent van de mensen die ik de tweet voorlegde, dus tot en met 8 maart heeft de Hanze de kluit bedonderd! Dat bedoelde Van Os natuurlijk niet te zeggen. Eerlijke Voorlichting is bestuursjargon. Het betekent dat hogescholen hun best doen om potentiële studenten zo feitelijk mogelijk te informeren over de opleiding. Zo krijgen de aanstaande studenten een beeld van het vermoedelijke aantal jaar- en studiegenoten, het percentage van de studenten die uitvallen en de tijd die de gemiddelde student over z’n opleiding doet. De eerlijke voorlichters in den lande laten het echter niet bij gegevens over de studietijd. Zij geven ook inzicht in de kans op een baan en zelfs het salaris dat de student zal verdienen als hij de hogeschool met een diploma verlaat. Eerlijke Voorlichting is, kortom, van alles en nog wat dat in cijfers is uit te drukken. Cijfers kunnen best liegen En daar zit meteen een probleem. Cijfers lijken preciezer en feitelijker (en sinds kort dus ook: eerlijker) dan ze hoeven te zijn. En hoe meer cijfers in getallen staan, hoe sterker dit effect optreedt. Het percentage mensen dat dacht dat de Hanze vóór 9 maart de boel belazerde, was 87,5. Dat was volkomen juist: ik had acht mensen gevraagd om Van Os’ tweet te beoordelen, en zeven van hen zagen er een bekentenis in. In dit voorbeeld zou de tekst zeven van de acht mensen veel informatiever zijn

dan 87,5 procent van de mensen. Maar veel mensen voelen dat helemaal niet zo: 87,5 procent klinkt hun preciezer in de oren dan zeven van de acht. Hoewel het spreekwoord anders zegt kunnen cijfers dus best liegen. Of in ieder geval kunnen ze een beeld vertekenen. Op de website van de Hanzehogeschool staat, het moet gezegd, een prachtige studievergelijker. Met een paar muisklikken kan een aspirant-student zien met welke opleiding hij de grootste kans maakt op de arbeidsmarkt. Dat is de opleiding Mondzorgkunde. 99 van de honderd studenten hebben anderhalf jaar nadat ze een diploma haalden een baan op hbo-niveau. Dat is leuk om te weten. Maar de studievergelijker zet er andere cijfers naast. Hé… iets minder dan de helft (45 procent) van de Mondzorgstudenten doet méér dan vijf jaar over de studie. En verdorie… Fysiotherapie-studenten, die ook een heel goede kans op een baan hebben, halen hun diploma sneller en ze zijn ietsje tevredener over hun opleiding dan de Mondzorgkundigen in spe. Wat weet een geïnteresseerde middelbare scholier nu meer dan dat hij wist voordat hij de studievergelijker raadpleegde? Hij heeft enig zicht op appels en peren, én hij kan ook nog bananen en kersen tegen het licht houden. De gegevens zijn zo verschillend van karakter dat hij de kans loopt door de bomen het bos niet meer te zien. Twijfelaars uit hun evenwicht Het vergroten van het aantal gegevens leidt dus niet automatisch tot betere voorlichting. Misschien zorgt het zelfs voor het omgekeerde: de enorme bult

8 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

cijfermateriaal kan de aanstaande student afschrikken. De Hanzehogeschool vergroot die kans op afschrikking trouwens nog door op de Open Dag andere cijfers te presenteren dan de gegevens op internet: zo was de kans op een baan voor Mondzorgkunde op 9 maart honderd procent (de studievergelijker houdt het op 99 procent). Het zijn kleine verschillen, maar een twijfelaar kan erdoor uit z’n evenwicht raken. Een cijfervloed kan de keuzestress vergroten en dat was natuurlijk niet wat de Hanzehogeschool voor ogen had. Je hoeft geen cijferfetisjist te zijn om met de studievergelijker leuke dingen over de opleidingen van de Hanzehogeschool aan de weet te komen. Zo mag de opleiding International Business & Management zich verheugen op de meeste nieuwelingen in de collegebanken (522). De opleiding tot Docent Dans heeft daarentegen maar acht eerstejaars. Verrassend weetje: bijna negentig procent van de studenten van de Docentenopleiding Beeldende Kunst haalt binnen vijf jaar z’n diploma. Daar steekt Financial Services Management, met nog 31 procent, schril tegen af. Prangende vragen De meest tevreden studenten treft men op de Hanze aan op Dansacademie Lucia Marthas en de studenten van de docentenopleiding Muziek en Bio-informatica mogen ook niet klagen. Studenten van Management, Economie & Recht, de Pedagogische Academie, Bouwkunde en Verpleegkunde zijn het meest kritisch op hun opleiding en haar voorzieningen. Wie deze gegevens zwart-op-wit zet krijgt vaak repliek. Die cijfers, zo beto-

gen de verantwoordelijken van de betrokken opleidingen, zijn achterhaald. Die kritiek is terecht. De cijfers komen uit onderzoek dat de zogeheten HBOmonitor een jaar geleden uitvoerde. De onderzoekers verzamelde daarin bovendien gegevens van ex-studenten, hbo-opgeleiden die anderhalf jaar geleden zijn afgestudeerd. Ze gaan dus over het verleden en die gegevens bieden, zoals bekend, geen garantie voor de toekomst. Wie de studievergelijker van de Hanzehogeschool heel precies interpreteert, concludeert: 99 procent van de studenten die in 2005 aan de opleiding Mondzorgkunde begonnen hadden in 2012 een baan op hbo-niveau. Dat roept prangende vragen op. Hebben ze die baan nog steeds? Zullen ze hem over vijf jaar nog hebben? Zegt dat iets over de kans op een baan van de huidige eerstejaars? Daar staat de Hanzehogeschool dan met haar Eerlijke Voorlichting. Minder rooskleurig dan gedacht Voorspellen is moeilijk en vooral als het om de toekomst gaat. In december 2011 verscheen De Arbeidsmarkt naar Opleiding en Beroep tot 2016, van het Researchcentrum voor Onderwijs & Arbeidsmarkt (ROA). Het ROA waagt zich iedere twee jaar aan een uitgebreide beschrijving van de trends op de arbeidsmarkt en legt verbanden met het genoten onderwijs. Veertien maanden later nuanceert senior-onderzoeker Didier Fouarge de bevindingen. ‘We baseerden ons rapport op de werkgelegenheidsprognoses die het Centraal Planbureau in 2011 uitbracht. Die lieten een voorzichtige economische groei zien. Maar die groei laat helaas nog op zich wachten. Over de


startsalaris

Startsalaris van hbo’ers in euro’s per maand (bron: ROA).

afstudeerders

Prognose van het percentage hbo’ers dat tussen 2011 en 2016 afstudeert, opgesplitst in de diverse richtingen (bron: ROA).

hele linie zijn we dus iets te optimistisch geweest, maar de trends zijn helder.’ Het kan dus een tikje minder rooskleurig zijn, maar de ROA-teneur is duidelijk: het zit wel snor met de werkgelegenheid voor hbo’ers (alleen vmbo’ers hebben een grotere kans op een baan). Dit goede perspectief dankt de hbo’er aan de vergrijzing (vooral in het onderwijs) en de uitbreiding van de werkgelegenheid (in de zorg bijvoorbeeld). Tot 2016 zullen er in totaal zo’n twee miljoen banen vrijkomen. Dat is nogal wat: in totaal telt Nederland 7,43 miljoen werkenden. Daar zit wel wat krimp in, maar het aantal nieuwkomers op de arbeidsmarkt zal vermoedelijk kleiner zijn dan het aantal werkenden dat het arbeidsproces verlaat. Hier rapporteert het ROA trouwens een verrassend weetje: markt zoekt boer! Maar liefst de helft van de werknemers in de agrarische beroepen stopt vóór 2016 met werken. Er zijn tal van redenen om het níet te doen, maar wie wil werken zou een boerenbedrijf kunnen beginnen. Vooral ondernemende studenten zouden die kans kunnen grijpen: vacatures voor hbo’ers die een economische

opleiding volgden, zijn namelijk dun gezaaid. Concurrentie voor hbo-economen Economiestudenten hebben ook de meeste concurrentie. In de vijf jaar tussen 2011 en 2016 studeren bijna honderdduizend hbo’ers in de economie af, bijna dertig procent van het totaal aantal hbo-afstudeerders. In het gevecht om een baan wedijveren ze bovendien niet alleen met elkaar, maar ook met mbo’ers en academici. Want ook universiteiten en regionale opleidingscentra leveren veel economisch geschoolde starters op de arbeidsmarkt af (ook hier vormen ze ongeveer een derde van het totaal aantal afgestudeerden). Doorstuderen loont de moeite voor mbo’ers die een economie-opleiding achter de rug hebben. Met een mbo-diploma bedraagt hun kans op werkloosheid zo’n tien procent, maar met een hbo-diploma is die kans aanmerkelijk kleiner (6,3 procent). Studenten in de paramedische beroepen (Fysiotherapie, Logopedie en Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken) hoeven helemaal niet bang te zijn dat ze niet aan de bak komen. Slechts tweeënhalf procent zit anderhalf jaar

ander beroep

Percentage hbo’ers dat in een ander werkveld terechtkwam dan dat waarvoor ze werden opgeleid (bron: ROA).

beroepen in nederland

De Nederlandse beroepsbevolking, 7,43 miljoen mensen, opgedeeld naar beroepsgroep (bron: ROA).

na het afstuderen nog zonder baan. De studenten die een sociale studie achter de rug hebben (Sociaal Pedagogische Hulpverlening, Maatschappelijk Werk & Dienstverlening) hebben beduidend minder kans op een baan op niveau, hoewel ook negen van de tien van hen binnen achttien maanden onder de pannen zijn. En dan nu… het salaris De slechtste kans op een baan en dan ook nog voor het laagste salaris: het is te hopen dat het cliché dat sociale types weinig om geld geven waar is. Want hbo’ers uit de sociale hoek verdienen minder dan andere hbo’ers. In 2010 kreeg een hulpverlener met een volledige baan iedere maand een dikke 2100 euro bruto bijgeschreven op z’n rekening. Da’s toch mooi vierhonderd bruto minder dan de paramedicus, de best verdienende hbo-opgeleide. Misschien verrassend is dat iemand met een economisch hbo-diploma een lager startsalaris (€ 2269,- bruto) heeft dan een beginnende leraar of onderwijzer (€ 2342,-). Het is dus te hopen dat het cliché dat economische types veel om geld geven níet waar is. Meer dan een kwart van de economie-

studenten heeft achteraf spijt van de hbo-opleiding die hij koos. Of die spijt te wijten is aan het relatief lage startsalaris, is onbekend, maar het heeft er niet de schijn van. De achteraf opspelende spijt zou wel eens kunnen voortvloeien uit het feit dat mensen met een sociale (23 procent) of een economische opleiding (33 procent) het vaakst in een ander beroep terechtkomen dan dat waarvoor ze zijn opgeleid. Dan is het niet vreemd om later te denken: had ik maar een studie gekozen die bij mijn werk past. Dit idee zou ook verklaren waarom voormalige techniek-, onderwijs- en zorgstudenten het minst vaak spijt hebben. Zij vinden vaak een baan in het vak waarvoor ze zijn opgeleid en weten vaker binnen anderhalf jaar een vaste betrekking te verwerven. En in de salarissfeer zijn de hbo-technici en -paramedici ook nog eens spekkoper. Eén van de grote vragen is of de studenten die in 2010 afstudeerden een andere opleiding hadden gekozen als ze Eerlijk waren Voorgelicht. Maar de hamvraag is of ze daarmee een gelukkiger keuze hadden gemaakt.

Boudewijn Otten

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 9


10 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]


Verhuizer Naam: Kevin Brander (26) Studie: Small Business & Retail Management Bijbaan sinds: 2008 Hoe vaak: 15 uur per week Verdient: ongeveer tien Euro netto per uur ‘Een luie verhuizer is een goede verhuizer, zeggen ze wel eens. Dat klinkt negatief, maar een verhuizer moet zoveel mogelijk manieren verzinnen om zwaar tillen te vermijden. In het begin heb ik nogal eens last van mijn rug gehad doordat ik aan één kant tilde. Dat doe ik nu niet meer. Ik til altijd voor me uit. Anders hou je het niet lang vol. Zo leer ik met de dag nieuwe technieken, meestal van ervaren collega’s. De beruchte wasmachine die de trap op moet bijvoorbeeld. Ik heb geleerd om die op mijn schouders naar boven te duwen terwijl een collega de bovenkant vasthoudt. ‘Het fysieke aspect, daar hou ik wel van, lekker aanpakken. Ik heb een tijd op de Koninklijke Militaire Academie in Breda gezeten, maar besloot toch dat ik liever Small Business in Groningen ging studeren. Ik moest toen nog een paar maanden wachten voor ik kon beginnen. Dus moest ik geld verdienen. Per toeval liep ik bij een uitzendbureau tegen deze bijbaan bij Van Hoek aan. Die eerste maanden voordat ik met de studie begon werkte ik veertig tot zestig uur per week. Nu werk ik gemiddeld twee dagen per week. ‘Ik kom echt overal in het land. Klussen in de buurt proberen we in één dag te doen. Maar als we een klus hebben in Maastricht of Middelburg, dan lukt dat niet. Ik overnacht dan in een hotel. Van Hoek doet ook internationale verhuizingen tot Zweden, Portugal en Italië aan toe. Zelf ben ik nog niet verder geweest dan Duitsland omdat je als parttimer nu eenmaal niet in aanmerking komt voor klussen die een aantal dagen in beslag nemen. ‘Als ik ’s morgens een oproep krijg, weet ik niet wat me te wachten staat. Pas op het

bedrijf hoor ik wat ik ga doen. Iedere dag is weer anders. Ik hou van dat onvoorspelbare. We verhuizen vaak bedrijven. Dat ben je meestal in de weer met kantoorattributen. Maar het aller-leukste vind ik de verhuizingen van particulieren. Je komt bij de mensen thuis en ziet hoe ze leven. Elk gezin is anders. ‘Je maakt soms gekke dingen mee. Zo stonden we tien minuten bij een deur aan te bellen. Net toen we weg wilden gaan, opent een prachtige dame de deur, haar badjas half open. Ze had verder ook nog helemaal niets ingepakt. ‘Ik heb ook eens een keer een alleenstaande vrouw met negen katten verhuisd. Het eten lag overal op de grond. We kregen koffie aangeboden, maar zelfs de kopjes zaten volgeplakt met kattenharen. Een bende! Uiteindelijk hebben we de klus met handschoenen aan gedaan. Het minste moment was toen ik een kwikthermometer verwerkt in en soortement kunstvoorwerp uit de vingers heb laten glippen. Onherstelbaar beschadigd. Die klant was niet blij. Gelukkig zijn we voor dat soort zaken goed verzekerd. ‘Ik ben bezig met het opzetten van een webbedrijf. Het geld dat ik met de bijbaan verdien zet ik daarvoor opzij. Volgend jaar studeer ik af, maar ik blijf dan nog wel een paar jaar doorgaan bij Van Hoek. Omdat het financieel nodig is, maar zeker ook omdat ik het zo leuk vind.’

Tekst en foto: Luuk Steemers

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 11


ADVERTENTIE


hovenier Naam: Studie: Bijbaan sinds: Hoe vaak: Verdiensten:

Roderick van der Stelt (25) Management, Economie & Recht 2012 twee dagen per week € 22,50 bruto per uur

‘Zwartebroek is een mooi dorp, maar werk ligt er niet voor het opscheppen. Mijn moeder zei dat ik beter naar buiten moest kijken. De tuin. Tja, die was behoorlijk. Zo begon het: als scholier een zakcentje verdienen. Grasmaaien is natuurlijk een fluitje van een cent. Maar het ging al gauw verder. Spitten, schoffelen en snoeien. M’n moeder heeft groene vingers, die wezen me de weg. Door de jaren heen leerde ik het vak, want dat is het. ‘Ik ga mijn moeder niet meer bellen. Hoeft niet, ik heb een tuin-app. Soms sta ik ineens voor een vreemde plant. Ik maak een foto en stuur hem rond. Binnen de kortste keren krijg je respons van ander groenvolk: ja, dit is het moment om er de snoeischaar in te zetten. Of nee… nog effe wachten! Er zijn zoveel mensen die je willen helpen. ‘Ik werk zwaar onder de prijs van gewone hoveniersbedrijven. Ik klaar de klus voor de helft. Een kwestie van even goed nadenken. Mijn vervoerskosten zijn nul, ik heb die studenten-OV-kaart niet voor niks. Materiaal heb ik ook niet. Zou wel leuk zijn, trouwens, met een schoffel, een spade en een hark in de bus naar Achterburenveensebocht. Maar wie een tuin heeft, heeft natuurlijk ook tuingereedschap. En anders heeft de buurman het wel. ‘Mijn klanten zijn op de hoogte, ze weten dat ik student ben. Er zijn dingen die te hoog gegrepen zijn. Voor een uitgebreid tuinontwerp moet je niet bij mij zijn. Hoewel, ik ken weer iemand die daarin wel bedreven is.

‘Ik hou van aanpoten, lekker buiten zijn. Heel anders dan tv’s verkopen in de groothandel, wat ik tot vorig jaar deed. Buffelen is veel leuker. Dat voldane gevoel als je ’s avonds moe in je mandje valt. Man, na een tuindag slaap ik als een roos. ‘Het mooiste is dat je mensen blij maakt. Zo’n oud dametje dat het nét niet meer aankan. Moet je eens kijken hoe ze straalt als je haar het grove werk uit handen neemt. Het oude blad wegruimen is het klassieke begin. Dan het gazon afkanten. Helemaal niet moeilijk, iedereen kan het, maar moet je eens zien wat voor effect het heeft. Dat zijn de quick wins, het laaghangend fruit. Maar m’n beste vriend, dat is de snoeischaar. De bomen en heesters snoeien, het onderhout op orde brengen. Dat knapt lekker op. Het poot- en perkgoed, daar kan ze onderwijl zelf wel mee uit de voeten. En als het dan nog mooi weer is, sta je samen te genieten. Puur geluk. ‘Ik heb er een bedrijfje van gemaakt, studenthovenier.nl. In de winter is het natuurlijk niet druk, hoewel ik me in december op de kerstbomenhandel heb gestort. Maar vanaf februari begonnen de opdrachten weer binnen te stromen. Ik heb een mannetje of tien die los-vast aan het werk kunnen. Allemaal vrienden van me. Sommige moest ik wel een schop onder de kont geven. Want ze moeten zich wel inschrijven bij een payrollbedrijf voor hun loon: 22 euro 50 per uur, helemaal wit!’

Boudewijn Otten

Foto: Luuk Steemers

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 13


14 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9] Illustratie: Meike de Haas


Betaalde scriptiehulp: fraude of gewoon begeleiding?

‘Geen enkele student werkt

helemaal alleen aan zijn scriptie’

Tijdens het schrijven van hun scriptie trekken veel studenten de haren uit hun hoofd. Steeds vaker roepen studenten betaalde hulp in van scriptiebureaus voor onderzoekstips, begeleiding, statistische analyse en redactie van hun tekst. Maar is dat eigenlijk wel toegestaan? Tom (niet zijn echte naam) had altijd al moeite met de concentratie, maar tijdens het schrijven van z’n scriptie werd het zo’n groot probleem dat hij helemaal vastliep. ‘Ik heb ADHD en vond het erg lastig om een goede structuur in mijn scriptie aan te brengen. Dat was iedere dag weer een zware taak. Ik wist niet waar ik moest beginnen en wat een goede aanpak was om mijn scriptie van A tot Z te schrijven.’ Hij begon maar gewoon met schrijven. ‘Niet dat het zo goed ging, want ik zat voornamelijk mijn tijd te verdoen omdat ik niet goed wist hoe ik mijn onderzoek op papier moest krijgen. Ik vroeg de Hanzehogeschool om begeleiding, maar aan een paar tips had ik niet genoeg. Ik wilde weten of ik een goede opzet had gemaakt, slimme vragen stelde en of ik de goede kant op ging. Want ik had zelf geen idee. Maar ik begreep

ook wel dat ik van mijn begeleider niet kon verwachten dat hij heel veel tijd in mij zou stoppen.’ Scriptiedokters Daarom zocht Tom hulp van een betaalde scriptiehulp in Groningen, De Scriptieversneller, die ongeveer de helft van de twintig klanten per jaar uit Groningen krijgt. Tom is niet de enige Nederlandse student die hulp in de arm neemt. Ook studenten uit andere studentensteden, zoals Rotterdam, Utrecht en Leiden, weten de scriptiebureaus te vinden. Door de druk om sneller af te studeren schakelen studenten steeds vaker betaalde scriptiehulp in. Ze hebben vaak moeite met hun methodologisch onderzoek, statistische analyse of ze maken veel spelfouten. De zoekterm scriptie levert alleen al op Marktplaats 275 hits op. De virtuele

handelsplaats is niet de enige hulpplek. Ook elders op internet bieden scriptiehulpen hun diensten aan. Het afgelopen jaar zijn er veel scriptiedokters, afstudeerbegeleiders en studiemeesters bij gekomen. De diensten die zij aanbieden, verschillen sterk. Op scriptielatenschrijven. nl vragen wanhopige studenten of er mensen zijn die tegen veel geld hun complete scriptie willen schrijven. Dat is uiteraard verboden. Andere scriptiebureau, zoals Studiemeesters.nl, hebben tientallen werknemers of freelancers in dienst. Zij bieden workshops aan om studenten beter te leren schrijven en te formuleren. Deze bureaus werken bijvoorbeeld nooit in de tekst van een student zelf. Weer andere bureaus doen statistische analyses voor studenten of ze koppelen de studenten aan professionals uit hun

eigen werkveld die een scriptie inhoudelijk verbeteren en de tekst redigeren. Waar ligt precies de grens voor examencommissies? Is al die hulp bij een scriptie wel toegestaan? Belonen met etentje De examencommissie van het Instituut voor Communicatie & Media (ICM) van de Hanzehogeschool is niet bekend met betaalde scriptiehulp. ‘Waarschijnlijk is dat naïef van ons. Controlerende autoriteiten lopen wel vaker achter de feiten aan’, zegt Fokke Veenstra, voorzitter van de examencommissie. Of deze vorm van hulp is toegestaan, vindt hij een lastige vraag. ‘De examencommissie van ICM heeft geen bezwaar tegen aanvullend onderwijs door bijlessen, trainingen en controlewerk, zoals meelezen. Maar de afstudeerder moet zelf de prestatie hebben geleverd waarop hij wordt beoordeeld.’

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 15


Betaalde scriptiehulp: fraude of gewoon begeleiding?

Het is niet toegestaan om onderdelen van het afstudeerrapport door iemand te laten schrijven, benadrukt hij. ‘Hetzelfde geldt voor de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot dat afstudeerrapport. In de scriptie worden de vaardigheden en het niveau van de student getoetst. Dat wordt onmogelijk als de student een deel van het rapport niet zelfstandig heeft gemaakt.’ De examencommissie van ICM komt dus zeker in actie als ze in een voorwoord lezen dat een student een derde persoon dankt voor het aanleveren van de enquêtevragen. ‘Wat die actie precies inhoudt, kan ik niet zeggen, omdat we er nog geen ervaring mee hebben.’ Veenstra heeft er niet zoveel moeite mee als een student de scriptie laat controleren op spel- en stijlfouten. Hij ziet dat zelfs als teken van zorgvuldigheid. Maar een beloning voor dat controleren ligt wel een stuk moeilijker. ‘Als je een vriend hiervoor beloont met een etentje, mag dat dan? En als dat mag, hoe zit het dan met een betaling? Tja, waar ligt de grens?’ Niet bewust van regels Andere examencommissies zijn strenger. ‘Iedere scriptie is authentiek’, zegt Robert Heeringa, interim-secretaris van de examencommissie van het Instituut voor Marketing Management. ‘Een scriptie is een individuele toetsing op het eindniveau. De inhoudelijke kennis wordt beoordeeld door twee onafhankelijke beoordelaren en dan volgt nog een mondelinge toetsing in het eindgesprek.’ Andere examencommissies, zoals die van Human Resources Management, laten zich niet uit over betaalde scriptiehulp. Ze verwijzen naar de Onderwijsen Examenregeling en de studiehandlei-

ding, maar daarin valt niet te lezen hoe men met de kwestie omgaat. Studenten die betaalde hulp inschakelen, zoals Tom, zijn zich vaak niet bewust van de regels. Voor hem ligt de grens bij het zelf schrijven van de scriptie. ‘Ik wist dat het goed zat omdat ik in principe alles zelf moest doen. Ik heb mijn eigen onderzoek gedaan en een paar tips en trucs zijn volgens mij niet erg.’ Veertig kantjes inleiding Tom vroeg niet alleen om hulp omdat hij vastliep en structuur miste, maar ook omdat de druk groot was. Hij was al bijna tien jaar bezig met zijn studie en als hij niet binnen een paar maanden klaar was, moest hij duizenden euro’s terugbetalen. ‘Ik had het misschien alleen ook wel gered, maar niet binnen die tijd. Ik was erg blij met de hulp, dat nam de druk wat weg.’

‘Soms vragen studenten mij op een maff iatoon hoeveel het kost als ik hun scriptie schrijf ’ Menno Rol, één van de oprichters van De Scriptieversneller, begeleidde Tom. Als docent aan de Hanzehogeschool deed hij al jaren aan scriptiebegeleiding. ‘Ik merkte dat studenten begonnen met schrijven, terwijl ze nog niet klaar waren met hun onderzoek. Ik kreeg soms een inleiding van wel veertig kantjes. Het kostte heel veel tijd om die door te nemen. Dat is lastig

16 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

wanneer je nog meer studenten moet begeleiden.’ Rol kwam op het slimme idee om zijn studenten andersom te laten werken. In plaats van maar door te schrijven liet hij ze eerst onderzoek doen en voorlopige conclusies schrijven. ‘Pas als ze helemaal helder hadden wat ze wilden vertellen, liet ik ze aan hun scriptie verder werken. Door al een goede conclusie te hebben, weet je wat de kern van de zaak is en waar je naartoe moet schrijven. Dat scheelde me veel leeswerk en de student wist dan precies hoe de scriptie verder moest worden geschreven. Vaak schreven ze hun middenstuk in twee weken en daarna hun inleiding op een zondagmiddag. Terwijl ze eerder twee maanden op hun inleiding zaten te zuchten en steunen.’ Die techniek past hij nu ook toe op zijn klanten van De Scriptieversneller. Voor veel studenten is zijn methode een eyeopener, zegt hij. Tom geeft hem daar helemaal gelijk in. ‘Het was raar om zo te werk te gaan, maar wel heel verfrissend. Ik wist nu waar ik heen moest.’ De zeshonderd euro die hij betaalde waren welbesteed, vindt hij. ‘Als ik niet was opgeschoten, had ik veel meer moeten betalen.’ Gezond wantrouwen Rol kan zich de reserves tegenover betaalde hulp wel voorstellen. ‘Met gezond wantrouwen is niets mis, ik zou ook willen weten welke hulp studenten krijgen.’ Vooral omdat sommige studenten erg ver gaan in het zoeken van hulp. ‘Soms vragen studenten mij op een maffiatoon hoeveel het kost als ik hun scriptie voor ze schrijf. Maar wij doen alleen aan procesbegeleiding, anders is het fraude. Onze studenten doen hun onderzoek helemaal zelf. Ik

wil me er inhoudelijk zo weinig mogelijk mee bemoeien en ze door vragen te stellen zelf achter de antwoorden te laten komen. Maar soms zeil je langs de grens. Want hoeveel kritische vragen mag je stellen? Wanneer is het niet meer het idee van de student? Ik heb daar geen snoeihard antwoord op. Maar aan de andere kant: geen enkele student werkt helemaal alleen aan zijn scriptie.

‘Studenten die moeite hebben met methodologie en structureren lopen zonder hulp helemaal vast’ Ze zoeken op internet en hebben hulp van familie, vrienden en begeleiders van de universiteit of hogeschool.’ Als ze daar niet genoeg aan hebben, kunnen ze bij Rol aankloppen. ‘Studenten krijgen allerlei trainingen tijdens hun opleiding, maar sommige opleidingen vergeten de vaardigheden die nodig zijn voor het schrijven van een scriptie. Studenten die moeite hebben met methodologie en structureren lopen zonder hulp helemaal vast.’ De scriptiebegeleider eist van zijn klanten dat ze open zijn over het zoeken van betaalde hulp. ‘Ik ben bereid om al mijn mails en de aantekeningen van gesprekken te overleggen aan de hogeschool. Dan weten ze precies hoe ik deze student heb begeleid.’ Martine Zeijlstra


Assistent-begeleider in een logeerhuis Naam: Studie: Bijbaan sinds: Hoe vaak: Verdient:

Marleen Rohaan (24) Sociaal Pedagogische Hulpverlening 2011 8/16 uur per week ongeveer tien euro netto per uur

‘Als ik, zo om het weekend, binnenkom in mijn logeerhuis, krijg ik altijd knuffels van de kinderen. Ze zijn erg aan me gehecht, maar ze kennen ook mijn grenzen. Het logeerhuis is een gezinsvervangend tehuis, de kinderen moeten zich houden aan onze normen en waarden. We zijn ook opvoedkundig bezig. Als ze stout zijn geweest, moeten ze bijvoorbeeld even op de gang staan. Of in een stoel met afsluitbeugel zitten als ze willen weglopen. Dat soort dingen overleggen we natuurlijk allemaal van tevoren met hun ouders. ‘Meestal is het er heel leuk en gezellig, deze kinderen zijn niet zo gedragsgestoord dat je ze niet aan kunt. Onze kinderen zijn tussen de vier en zeventien jaar en hebben allemaal een lichamelijke of geestelijke beperking, of allebei. Ze logeren regelmatig in de weekends en vakanties in de logeerhuizen van Promens Care in Assen, om hun ouders wat te ontlasten. Het zijn drie rijtjeshuizen, naast elkaar gelegen in een woonwijk. Ze hebben er wat muren uitgebroken om het tot één groot huis te maken. Eén huis fungeert als speelhuis. Er zitten zes kinderen in een groep en er zijn drie groepen. ‘In de groep waar ik de laatste tijd vaak mee werk, zitten kinderen die op een behoorlijk laag niveau functioneren. Die moet je dus continu in de gaten houden. Er is er bijvoorbeeld eentje bij die van alles in zijn mond stopt en een ander probeert constant weg te lopen. Als ik dagdienst heb, kom ik om acht uur binnen en haal de

kinderen uit bed om te douchen en te ontbijten. Daarna gaan we iets gezelligs doen, een spelletje of naar buiten. In de vakanties kan het wel eens zwaar zijn. Dan werk je vaak met verschillende groepen kinderen die elkaar niet allemaal even goed kennen en ben je de hele tijd brandjes aan het blussen. ‘Als ik terugkom van m’n werk ben ik best moe maar ik heb wél altijd een hele leuke dag gehad. Ik kan vooral goed opschieten met kinderen die het syndroom van Down hebben. Die zijn zo lief, daar zit geen greintje kwaad in. En ze zijn zo lekker stronteigenwijs. Ook met autistische kinderen kan ik best goed omgaan. ‘Op dit moment loop ik vier dagen in de week stage op het Alfacollege, bij de afdeling Educatie. Ik begeleid daar anderstaligen in het voortraject van hun inburgering. Het is een driejarig traject van de Sociale Dienst om mensen die vaak veel hebben meegemaakt sociaal te activeren. Ik help ze om hun leven weer wat op de rails te krijgen. Heel mooi en nuttig werk, maar als ik afgestudeerd ben, zou ik toch liever in een woonvoorziening willen werken. ‘Als pedagogisch medewerker kun je mensen echt behandelen. Nu ben ik toch min of meer een veredelde oppas. Hoe leuk ik dat ook vind, ik heb meer in mijn mars. Na mijn eerstejaarsstage, nu twee jaar geleden, vroegen ze me voor deze bijbaan. Inmiddels heb ik veel cursussen gevolgd en ervaring opgedaan. Dat is een pre. Wat werk betreft zie ik de toekomst best zonnig in.’ Rina Tienstra

Foto: Luuk Steemers

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 17


GSb stopt met medezeggenschap, richt zich op calculerende student

‘Studenten zijn niet meer gewend

om ergens voor te strijden’

De Groninger Studentenbond (GSb) kapt er mee. Althans, met medezeggenschap. Interne strubbelingen en de veranderende mentaliteit van studenten dwingt de links-progressieve bond tot een andere koers. ‘Studenten voelen niet meer de noodzaak om het systeem om te gooien, ze zijn veel meer bezig met concrete dingen als geld besparen.’ Een jaarlijks BSA, de (inmiddels afgeschafte) langstudeerboete, de prestatiebeurs en de mogelijke verdwijning van de OV-jaarkaart: je zou zeggen dat er genoeg te protesteren is voor de huidige student. Aan alle kanten worden privileges afgepakt en wordt de druk stevig opgevoerd. De helft van de studenten kampt onderhand met psychische problemen, zo bleek vorige maand uit onderzoek van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). In de vorige eeuw stonden studenten om mindere redenen massaal op het Malieveld, maar die tijd lijkt definitief voorbij. In mei vinden verkiezingen plaats voor de medezeggenschapsraden van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Hanzehogeschool, maar de fractie die zich vroeger het meest roerde wanneer er harde maatregelen dreigden, de Groninger Studentenbond (GSb), doet dit jaar niet eens mee aan de verkiezingsstrijd. Groningen, ooit een links bolwerk waar zelfs Nijmegen een puntje aan kon zuigen, lijkt zijn activistische roots helemaal kwijt te zijn. Is dit een landelijke trend of heeft de GSb er gewoon een potje van gemaakt? ‘Ik zie geen landelijke trend waarbij de activistische partijen verdwijnen’, zegt Lars van Rooijen, bestuurslid van het Studenten Overleg Medezeggenschap (SOM), het landelijk overlegorgaan voor studenten in de medezeggen-

schap op het hbo. ‘Maar de opkomst bij medezeggenschapsverkiezingen loopt wel terug. Studenten interesseren zich steeds minder voor de manier waarop hun hogeschool wordt bestuurd. De meeste zaken die in de raad besproken worden, zijn erg abstract. Studenten zijn meer geïnteresseerd in praktische, kleine problemen, zoals kantinevoedsel of slechte docenten.’ Paulien Vinke, voormalig secretaris van de GSb, heeft een soortgelijke mening. ‘Ik zie twee trends. De actiebereidheid in het algemeen, dus niet alleen bij studenten, is niet meer zo groot tegenwoordig. En daarnaast denk ik dat jongeren ook een beetje verwend zijn geraakt. Ze zijn niet gewend om echt ergens voor te strijden, alles ging jarenlang redelijk vanzelf.’ Toch heeft Vinke de hoop nog niet opgegeven. ‘De echte maatregelen gaan nog komen, en zodra studenten de effecten gaan voelen, denk ik dat ze wel weer in actie komen.’ Vinke denkt dat het kabinet het spelletje ook wel slim speelt. ‘Bij vrijwel iedere nieuwe maatregel werken ze met overgangsregelingen. Nieuwe regelingen zoals het leenstelsel gelden niet voor huidige studenten, maar voor aankomende. Daarmee voorkom je dat studenten massaal de straat opgaan.’ De Groninger Studentenbond heeft dus te kampen met een terugloop aan interesse voor politieke zaken bij de

18 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

gemiddelde student. Toch is dat niet de enige verklaring voor het feit dat de partij in de afgelopen jaren gedecimeerd werd. Want waarom wisten partijen als HSV, SOG en Calimero in die jaren wel zetels te winnen en GSb niet? Een verklaring zou kunnen zitten in de matige campagne van vorig jaar. Volgens Jan Munters, woordvoerder van de GSb, werd er al langer getwijfeld aan het nut van de medezeggenschapsraad en dat had ook zo zijn invloed op de inzet tijdens de campagne. ‘Vanaf de jaren negentig worden hogeronderwijsinstellingen steeds meer gerund als bedrijven. De inspraak die je als fractie hebt, is niet erg groot meer. Daarnaast hadden we ook moeite met het vinden van studenten die zich in willen zetten. Daaruit hebben we de conclusie getrokken dat het beter was om onze energie te richten op het juridische steunpunt en het huurteam.’ Toch lijkt het conflict dat de GSb in november 2012 in tweeën splitste ook een rol te hebben gespeeld in het besluit om niet meer mee te doen met de verkiezingen. Toenmalig fractievoorzitter van de universiteitsraad Berthil Bos kwam, samen met een aantal andere kritische leden, tijdens een algemene ledenvergadering met een plan voor een nieuwe koers. Dit werd door het bestuur gezien als een coup en twee bestuursleden besloten per direct op te stappen. Zeven

leden, waaronder Bos, werden vervolgens na een stemmingsronde geroyeerd. Bos ging op eigen houtje door in de U-raad, waardoor de GSb haar enige zetel kwijtraakte. Maar volgens Munters was dit slechts de druppel die de emmer deed overlopen. ‘Het conflict was niet zozeer de reden voor deze omslag. Het werkte wel als accelerator. Het was anders ook wel gebeurd, maar door het verlies van een raadszetel en zeven leden werden we gedwongen om onze koers opnieuw te bepalen. Het idee was zelfs al eerder geopperd, maar de fractieleden staken veel tijd in hun raadswerk en dan stop je er niet zomaar mee.’ Vinke ziet wel voordelen in de gedwongen koerswijziging. ‘Ik heb begrepen dat de GSb zich nu aan het heroriënteren is. Wat onderscheidt ze van de andere organisaties? Wat kunnen ze in de toekomst betekenen? Dat zijn goede vragen, want ik denk wel dat de partijen in de loop der jaren erg naar elkaar toegegroeid zijn qua standpunten. Je niet meer verkiesbaar stellen voor de medezeggenschapsraden kan best een goede keuze zijn. De GSb heeft duidelijke idealen waar ze altijd aan vasthouden, dat functioneert soms beter buiten de raad dan erin. Misschien is het dan geen gek idee om op andere zaken te focussen. Zaken waar ze altijd goed in waren, zoals huisvesting en juridische hulp.’ Daar is Munters het helemaal mee eens.


frick Wittebroodsweken Het was op één van die bevroren dagen eind maart. Ik stond op de stoep van het park bij mij om de hoek. Waarom ik daar stilstond weet ik niet precies, maar mijn voeten wezen naar de parkvijver. In timmermanstermen, ik stond haaks op de stoep. Misschien stond ik daar stil om stil te staan bij het feit dat ik daar stilstond. Ik denk namelijk graag na over heel gewone dingen. Op de één of andere manier wil ik dat er een evenwicht bestaat tussen denken over gewone dingen en denken over ongewone dingen. Een heikel streven, want voor ik het weet verandert iets gewoons in mijn hoofd razendsnel in iets bijzonders.

‘De GSb had altijd vier richtingen: infovoorziening, juridische hulp, acties en belangenbehartiging. Die laatste richting staat nu dus op een laag pitje. We blijven wel lobbyen en hebben nauw contact met de andere studentenpartijen, maar we gaan niet meer in de raad zitten. ‘Studenten kunnen honderden euro’s per jaar besparen dankzij de adviezen en hulp van ons huurteam. In deze tijd van crisis en strenge maatregelen voor studenten zijn de financiën nog belangrijker dan voorheen. Er ligt veel meer druk op studenten tegenwoordig. Als het niet goed gaat met je studie, zijn er gelijk flinke consequenties, ook financieel. Het is dus nog belangrijker dat studenten hun financiën op orde hebben, en daar is een taak voor ons weggelegd.’ Past de GSb zich aan aan de calculerende student? Munters denkt dat er niets anders op zit. ‘De actiebereidheid bij studenten is laag, dat weten we. Studenten

voelen niet meer de noodzaak om het systeem om te gooien, ze zijn veel meer bezig met concrete dingen zoals geld besparen. Ik denk dat studenten veel meer behoefte hebben aan persoonlijke hulp. In plaats van vechten voor abstracte zaken zorgen we ervoor dat studenten vijftig euro per maand kunnen overhouden. Wij kunnen onszelf weer noodzakelijk maken door daar op in te spelen.’ Ook Van Rooijen denkt dat de focus in de toekomst moet liggen op individueel contact. ‘Facebook en twitter zijn hele mooie tools, maar om mensen echt voor je te winnen, zul je met ze moeten praten. Je moet ze vooral het gevoel geven dat je makkelijk bereikbaar bent. Laagdrempeligheid is enorm belangrijk.’ Dat studenten ook buiten de raden invloed kunnen hebben, ondervond Van Rooijen al toen hij in de studentenraad van de Hogeschool Leiden zat.‘Er werd daar een nieuw instellingsplan geschreven dat de toekomst van de school zou

bepalen. Weet je hoe vaak het woord ‘student’ er in voor kwam? Eenmaal! Wij hebben vervolgens een inspraakdag georganiseerd voor studenten. Daar kwamen 35 studenten op af, op een totaal van 8500. Misschien niet veel, maar het was wel een mooie afspiegeling van alle opleidingen. We hebben een paar uur gesproken en gedebatteerd. Welke kant moet de school op? Wat willen jullie veranderd zien? Alle ideeën hebben we gebundeld en aan het College van Bestuur gepresenteerd. Nu komt het woord ‘student’ ineens heel vaak voor.’ Ook buiten de politiek valt er dus heel wat te winnen voor studenten. Maar wat nu als de GSb weer helemaal opbloeit dankzij haar nieuwe koers? Komt de medezeggenschapsraad dan toch weer in beeld? Munters twijfelt. ‘Het is niet in steen gebeiteld, maar ik verwacht eerlijk gezegd niet dat we de komende jaren in de raden gaan zitten. Natuurlijk, als de GSb weer helemaal opbloeit en er een grote aanwas aan leden is, kan het weer anders komen te liggen. Of als we denken dat de partijen die er zitten er helemaal niks van bakken. Maar ik denk dat we eerste deze nieuwe koers maar eens succesvol moeten maken. Dan zien we wel verder.’

Ik heb waarschijnlijk wel eens eerder haaks op een stoep gestaan, maar ik heb me dat nooit zo gerealiseerd. Terwijl het best fijn is om haaks op een stoep te staan. Het is zo… anders dan anders. Dat haaks hoeft niet eens. Staan op een stoep is sowieso al uitzonderlijk, want een stoep is om op te lopen. Maar vroeger niet, hoor. Eeuwenlang was een stoep het opstapje voor een deur, een stenen deurmat. Bij uitstek een plek waar je even stilstaat. En haaks, bovendien. Ik stond dus haaks op een stoep toen daar twee eenden aan kwamen lopen, een echtpaar in hun wittebroodsweken. Ze kwamen recht op mij af en straalden iets ontembaar vriendelijks uit, iets van interesse zelfs. Een fraai tafereel. Woerd, eend en ik stonden een paar eeuwige seconden naar elkaar te kijken, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Heel mijn leven heb ik gedacht dat vogels nestelen als het warm genoeg is. Maar het was bar koud, de poolwind blies. Toch was hun liefde ontloken. Een koppel verliefde eenden, gegrepen door alles waardoor verliefde eenden zich laten grijpen: eieren, nestelen en pullen (eendenkuikens). Toen zag ik ineens overal de knoppen in de takken, narcissen en krokussen. De natuur heeft een eigen agenda. Op de één of andere manier weten flora en fauna wanneer het uur u is aangebroken. Die eenden waren gewoon verbaasd: hoe bijzonder, wéér een mens dat niet in de gaten heeft dat het lente is.

Hajo Frick

Tekst: Chris Wind Illustratie: XF&M Illustration

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 19


Mystery shopper Naam: Studie: Bijbaan Hoe vaak: Verdient:

Erwin Pestman (24) Vierdejaars Management, Economie & Recht sinds: 2009 7 – 11 uur in de week gemiddeld € 10,50 bruto per uur

‘Een mystery shopper shopt undercover voor een opdrachtgever om te onderzoeken hoe het personeel omgaat met een potentiële klant. Bijvoorbeeld, je loopt De Bijenkorf in en kijkt hoe het personeel reageert. Van binnenlopen tot kopen. Als mystery shopper krijg je vooraf een case en een briefing over wat de klant wil weten. Hoe ruikt een winkel? Hoe kundig en vriendelijk word je te woord gestaan? Hoeveel minuten duurt het voor je wordt aangesproken? Vriendelijk knikken is dan niet voldoende. De klant vraagt om harde meetbare criteria. Soms koop je iets en breng je het terug. Dan kun je het hele traject rapporteren. Van binnenkomst tot terugbrengen. Het is belangrijk om alles wat je ontdekt te rapporteren. Juist kleine, schijnbaar onbenullige zaken kunnen grote verbeteringen opleveren. Om de resultaten niet te beïnvloeden weet het winkelpersoneel natuurlijk nergens van. ‘Afgelopen zomer deed ik een mystery shop voor een regionaal vervoersbedrijf om te toetsen hoe een bellijnbus functioneerde. Of het taxibedrijf dat de ritten uitvoerde voldeed aan de kwaliteitseisen. Ik moest de belbus nemen van een dorpje ergens bij Groningen naar Munnikezijl, in de buurt van Zoutkamp. Hoe vaak gaat de telefoon over voordat ie wordt opgenomen? Wordt de naam van de organisatie genoemd, of spreek je met Annie of Wim? Spreekt degene die de telefoon opneemt duidelijk? Komt het busje op de afgesproken tijd? Als je wordt opgehaald let je op de rijstijl, de communicatie met de bestuurder en of je een leuke rit hebt. Het heet belbus, maar het is in feite een taxi. In Munnikezijl aangekomen, heb ik een uur gewacht en de bus terug gebeld. Je wacht dan even een uur zodat je een andere chauffeur krijgt. Zo heb je in één ronde twee personen te pakken. Ik had mijn laptop bij me en in tus-

sentijd voerde ik de rapportage in. ‘Bij Scotch & Soda moest ik ook op de geur in de winkel letten. Een lekkere geur triggert de kooplust. Dan koop ik een shirtje voor mezelf. Betaald shoppen dus. ‘We doen niet alleen mystery shops, maar ook mystery calls. Dan bellen we callcenters en onderzoeken hun service. Voor UPC bijvoorbeeld. Dan doe ik me voor als klant die bijvoorbeeld zijn abonnement wil opzeggen. Goedemorgen, goedemiddag, goedenavond… Worden er open vragen gesteld? Is de persoon drammerig? Je kunt doorvragen over een aanbieding en checken of de persoon voldoende weet over een product en of ie overtuigingskracht heeft. ‘Het leuke aan deze bijbaan is de diversiteit. Je zit nooit langer dan vier weken op hetzelfde project. Je kunt eropuit als shopper en het werk sluit nog aardig op de studie aan ook. Je scherpt je communicatieve vaardigheden. Je spreekt met allerlei organisaties en bedrijven. Naast het mystery-werk is Erwin ook belmedewerker bij Store Support. Hij maakt afspraken voor buitendienstmedewerkers en doet klanttevredenheidsonderzoeken. ‘Op dit moment plan ik afspraken in voor adviesgesprekken voor mensen die een nieuwe cv-ketel willen. En ik neem enquêtes af voor de Ledenvereniging Evean/ Icare. Bij particulieren moet je eerst vaak door de belmenietregister-allergie heen prikken. Dan moet je ze drie keer uitleggen dat je ze niets wilt verkopen.’ Loes Vader

Foto: Pepijn van den Broeke

20 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]


Item Daan en Amerenske liepen elkaar op school en

Schiermonnikoog tegen het lijf. Aan daten deden ze niet. Langzamerhand werden ze lovers.

Amerenske Jorna (21) Derdejaars Sociaal Juridische Dienstverlening ‘Ik ontmoette Daan voor het eerst toen we in een commissie zaten die het introductiekamp voor de eerstejaars SJD op Schiermonnikoog organiseerde. Daarvoor had ik hem wel eens gezien op school en op borrels van onze studievereniging Ad Legem, maar ik kende hem niet echt. De commissievergaderingen waren in het begin best saai, maar later werd het behoorlijk close in de groep. In september op het kamp werd het nóg gezelliger en we doen nu nog steeds dingen met elkaar. Zo werden Daan en ik vrienden. Ik had toen totaal geen gedachten dat er meer aan de hand zou kunnen zijn. In december begonnen we steeds meer dingen met zijn tweeën te doen. We hebben nooit echt gedatet, het ging zo’n beetje vanzelf. Eigenlijk ging het best langzaam, maar zo leerden we elkaar beter kennen op een innerlijke manier. Dat is toch anders dan dat je begint met daten in de kroeg. ‘Toen hij eind december ziek werd, werd het ineens serieuzer. We konden geen leuke dingen meer doen en dat vond ik wel héél erg vervelend. Wat ik mooi vind aan Daan is zijn eigenheid. Hij heeft zijn eigen stijl, dat zie je ook in zijn kleding. Hij trekt zich er niets van aan wat de buitenwereld van hem vindt. Daan is optimistisch en heeft een druk leventje. Het is niet bepaald iemand die thuis zit te gamen. Hij spreekt vaak met vrienden af. Daardoor slaapt hij wel een beetje weinig en dan is hij moe. Maar als ík moe ben, zegt hij: ga maar even lekker op de bank zitten. Dan doet hij een dekentje over me heen en gaat voor me koken. We zien elkaar best veel. We doen dezelfde opleiding en wonen twee minuten bij elkaar vandaan. Mijn ouders vinden hem ook leuk, mijn zus van achttien zegt zelfs dat ze een fan van hem is.’

Daan Hendriks (20) Tweedejaars Sociaal Juridische Dienstverlening ‘Amerenske is Amerenske. Ze is heel erg eigen in de zin dat je haar niet in een hokje kunt plaatsen. Toen ik haar leerde kennen, dacht ik wel meteen dat ze mijn type was. Maar ik was er toen niet direct zo aan toe. Amerenske haalt het goede in mij naar boven. Ze is lief en zorgzaam én vrolijk en gezellig. Dat komt goed uit, want ik houd absoluut niet van zeurpieten. Amerenske heeft diepgang, we praten veel met elkaar. Ook over de liefde hebben we hele gesprekken gehad. We hebben veel overeenkomsten, allebei zijn we open en eerlijk en zeggen we wat we denken en vinden. De vervelende dingen die in ons leven gebeuren, bespreken we ook met elkaar. Kritiekpunten ten opzichte van elkaar zijn natuurlijk nu nog nihil… ‘Amerenske en ik zien elkaar bijna iedere dag in Groningen, maar we leiden wel ons eigen leven. We spreken los van elkaar af met vrienden en dat vinden we allebei prima. In de weekenden gaan we meestal allebei naar huis. Zij naar Giethoorn en ik naar Ommen. Ik werk daar in een hotel en ik spreek vaak af met vrienden en ga naar voetbal. Als het even kan gaan we lekker een dagje weg. Naar Amsterdam of Den Haag. We zijn allebei dol op Den Haag. Ook weer zo’n overeenkomst. ‘Op het introductiekamp op Schiermonnikoog werden we vrienden, maar het omslagpunt kwam pas in december, toen ik ziek werd. Ze belde me steeds of het al beter met me ging en ze vroeg of ze voor me moest koken. En ze kwam bij me langs om fruit en drinken te brengen. Daarvoor hadden we al wel een keertje gezoend. Gisteren hadden we het daar nog over. Het gekke is: we weten allebei niet meer of dat op haar of mijn kamer gebeurde.’

Rina Tienstra

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 21


ADVERTORIAL

22 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]


loco

Eerstejaars International Communication Suzanne Zuurman (17) is manga- en anime-fan ‘Toen ik klein was verslond ik boeken, gewoon westerse romans, maar op den duur vond ik de verhalen eentonig en voorspelbaar. De manga-stripverhalen en de anime-tekenfilms hebben heel verrassende plot-twists. Zo volg je bijvoorbeeld mensen die in een andere dimensie terechtkomen en zich continu moeten verdedigen tegen aanvallers. Uiteindelijk blijkt dan dat die mensen zélf de slechteriken zijn. De strips lees ik in het Engels, maar wel van rechts naar links. Daar wen je snel aan. ‘Ik teken manga-personages, spaar figurines, beeldjes van de anime-characters, en luister naar vocaloids, dat zijn liedjes met door voice-synthesizers gegenereerde stemmen. Sinds een paar jaar draag ik mangakostuums op manga-conventies in het hele land waar ik mensen ontmoet met dezelfde interesse in manga en anime. Meestal koop ik de jurken, maar mijn moeder heeft er ook een paar gemaakt. En samen met mijn vader maak ik accessoires zoals klauwen. Wat ik nu draag is het kostuum van Rin uit het vocaloid-liedje Daughter of Evil.’

Check out the Loco video!

Tekst en foto: Luuk Steemers


serie Gossip Girl s6 ★★★★

Het laatste seizoen van de Amerikaanse hitserie Gossip Girl (naar de boeken van Cecily von Ziegesar) begint met de zoektocht naar de vermiste Serena van der Woodsen. Haar vrienden crashen een bruiloft tijdens het speuren naar de ‘it girl’ van New York, de mysterieuze gossip blogger die de vuile was van de vriendengroep deelt met de massa. Vijf seizoenen geleden maakte de wereld kennis met de ‘rich and spoiled’ van Manhattan. Deze dramaserie waarin list, lust en leugens de hoofdingrediënten vormen, is meer dan een tv-programma. Zo profiteerde de kledingindustrie van de drang van het vrouwelijke publiek om het modevoorbeeld van de personages te volgen. De plot van seizoen 6 doet niet onder voor die uit de eerdere jaren. De jongvolwassenen mogen dan geen tieners meer zijn, hun problemen worden er niet minder door. Ook nu is het schandalen troef. Naast de onthulling van de identiteit van Gossip Girl, wordt er ook antwoord gegeven op prangende vragen. Krijgen Chuck Bass en Blair Waldorf de ‘happy ending’ waarnaar ze zo verlangen? Wat verbergt Bart Bass voor zijn zoon? En wat er staat in het laatste artikel van ‘lonely boy’ Dan Humphrey? Ik weet het nu lekker allemaal. HA

boek Arjen Lubach

IV ★★★

Elsa wordt in alle vroegte gebeld door de politie. Haar vader is vermoord. Halsoverkop verlaat ze Zuid-Frankrijk. Vanaf het moment dat ze in Amsterdam landt, begint de zoektocht naar de moordenaar. Met Robin en tv-professor Maarten van Eck volgt ze het spoor dat haar vader achterliet. Op de hielen gezeten door de politie en de handlangers van IV, vindt Elsa meer dan de identiteit van de moordenaar. IV bevat alle kenmerken van goede een thriller: een moord, een nabestaande en een jacht naar de waarheid. Het is wel een verhaal waar je even in moet komen. Gevuld met een college vaderlandse historie, ontrafelt zich een schitterend plot met, precies zoals dat in het genre hoort, onverwachte plotwendingen. Wiskundegenie Elsa is een leek als het gaat om geschiedenis. Wat het inlevingsvermogen van de lezer ten goede komt. Ze zeggen dat schrijvers vaak iets van hun persoonlijkheid in hun karakters stoppen. Elsa heeft wel wat weg van Arjen Lubach die in 2012 het programma De Slimste Mens won. Verder is deze duizendpoot vooral bekend van de Rapservice van Koefnoen en zijn deelname aan het tv-programma Wie is de Mol? Wie de moordenaar is, blijft lang onduidelijk.

24 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

HA

dvd

dvd

Argo ★★★★

Nitro Circus ★★★

Argo vormt het sleutelwoord in de historische thriller van de Amerikaanse regisseur en acteur Ben Affleck, die er een Oscar mee in de wacht sleepte. De film volgt de gebeurtenissen die tussen 1979 en 1981 plaatsvonden tijdens de gijzeling van leden van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Affleck speelt CIA-agent Tony Mendez die zes Amerikanen uit het in revolutie verkerende Iran moet weg zien te krijgen. De zes diplomaten ontsnappen uit de ambassade en verbergen zich in het huis van de Canadese ambassadeur. Mendez verzint een waanzinnig en onmogelijk lijkend plan om de zes vluchtelingen veilig het land uit te krijgen. Als dekmantel voor hun ontsnappingsactie bezoeken ze, vermomd als filmploeg van de fake sciencefictionfilm Argo, zelfs een filmlocatie in de Teheraanse kashba. Argo komt authentiek over, is bloedstollend spannend en bij vlagen schokkend. Vooral de switches tussen de beelden van het in scène zetten van de voorbereidingen van de nep-film en de gehangenen die aan hoge hijskranen bungelen gaan je niet in de koude kleren zitten. De Iraanse regering overweegt de filmmakers een proces aan te doen voor de imagoschade die het land dertig jaar na dato mogelijk oploopt. RT

Wie Jackass wel ziet zitten, zal ook zeker wel eens een aflevering van MTV’s Nitro Circus hebben bekeken. ‘Zelfde moeder, verschillende vaders’ is Johnny Knoxville’s uitleg van de relatie tussen de twee programma’s. Stiefbroeders dus. Toch zijn er wel degelijk grote verschillen tussen de twee. Bij Nitro Circus moeten de stunts juist wel lukken, alleen al omdat een mislukking vrijwel onherroepelijk leidt tot de dood. Dat zou het juist spannender moeten maken, maar dat doet het niet. Juist de stunts van Jackass, die moeten mislukken, zijn spannender omdat het wachten is op de mislukking en de plaatsvervangende pijn van de kijker. Dat wil trouwens niet zeggen dat deze film het kijken niet waard is. De stunts zijn soms echt adembenemend, zoals de stunt waarbij er met tricycles wordt gesprongen van het ene flatgebouw naar het andere, zonder vangnet. Dat is natuurlijk doodeng, maar je weet tegelijkertijd dat het goed zal komen, want wie stopt er nu een scène van een te pletter vallende motorrijder in een bioscoopfilm? Gaat er dan helemaal niks mis? Jawel, één stunt. Welke stunt dat is, moet je zelf maar zien. Blijft er toch een klein beetje spanning over!

CW


Klassieke wereldsterren

voor nog geen tientje

Sem Kat (22) zit in zijn laatste jaar Kunsten, Cultuur & Media aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij loopt stage bij de Oosterpoort waar hij probeert om meer jongeren naar klassieke concerten te krijgen. IJdele hoop of haalbare kaart? Het gemiddeld aantal jongeren (tot en met 29 jaar) dat een klassiek concert in de Oosterpoort bezoekt, ligt rond de tien procent. Dat percentage wil het cultuurcentrum graag opkrikken. Sem Kat deed het afgelopen semester onderzoek naar wat er fout ging bij het aantrekken van jong publiek. Zijn onderzoek was voor de Oosterpoort aanleiding om Sem een stage aan te bieden. Hij gelooft niet dat er bij jongeren gebrek is aan interesse voor klassieke muziek. ‘Ik denk wel dat jongeren op een andere manier benaderd moeten worden. De communicatie is vooral afgestemd op ouderen. Zonder het allemaal te schreeuwerig te maken kun je je communicatieuitingen beter op de doelgroep richten.’

De prijs is natuurlijk ook een belangrijk item voor studenten. ‘Een klassiek concert is best duur, maar als je er voor minder dan een tientje naar toe kunt, inclusief garderobe, wordt het een ander verhaal.’ Af en toe bezoekt Sem zelf een klassiek concert. Om inspiratie op te doen. ‘Ik raak geïnspireerd als er iets van de energie van de musici op mij overkomt dat bijdraagt aan mijn ontwikkeling. Dat probeer ik ook uit met theater en andere kunstvormen. Klassieke muziek is niet oubollig en niet alleen voor oude mensen. Klassiek kan vlammen, rocken, kan ontroeren en je kippenvel bezorgen. Klassiek kan verrassen. Laat jezelf verrassen of verras een vriend of vriendin met een klassiek concert. Dan doe je in ieder geval iets bijzonders. Voor dezelfde prijs als een avondje naar de bios. Het is toch ook leuk om je af en toe speciaal te kleden voor een concert. Je hoeft echt niet vreselijk geïnteresseerd te zijn om een leuke bijzondere avond te hebben. Klassieke muziek is zo groot en veelomvattend dat je daar makkelijk in verzuipt. Laat je een avondje meedrijven. Geef klassiek een kans.’ Sem heeft twee concerten die hij speciaal wil aanbevelen. Op 28 april speelt het virtuoze Letse cello-icoon Mischa Maisky met een enorm orkest van tachtig à negentig man in de Grote Zaal. Op 15 mei speelt de Russische pianist Alexei Volodin de sterren van de hemel in de Kleine Zaal. Helemaal in z’n eentje.

Zondag 28 april

Mischa Maisky - Letland Samen met het Slovenian Philharmonic Orchestra Programma: Osterc: Plesi / Yusupov: Concert voor cello en orkest / Tsjaikovski: Nocturne in d op. 19/4 / Bruch: Kol Nidrei in d op. 47 / Tsjaikovski: Rococo-variaties op. 3 Woensdag 15 mei

Alexei Volodin - Rusland Programma: Mendelssohn: Variations Sérieuses in d op. 54/ Schumann: Grande sonate in f op. 14 / Rachmaninov: Préludes op. 3/2, op. 23/4, op. 23/5 / Rachmaninov: Études-Tableaux op. 33 / Rachmaninov: Pianosonate nr. 2 in bes op. 36

[9] 10 APRIL 2013 WOENSDAG HANZEMAG 25


Ingezonden mededelingen

HSV is tegen een BSA in het tweede en derde jaar De Hanze Studentenbelangen Vereniging heeft de afgelopen maanden fanatiek gezocht naar nieuwe kandidaten voor de fractie van 2013/2014. In deze procedure zochten we geschikte opvolgers die helpen om de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek op de Hanzehogeschool te waarborgen, te verbeteren en te optimaliseren. Met trots presenteren wij de kandidaatsfractie voor het collegejaar 2013/2014. 1 Rogier Koopmans (student FEM) 2 Marten Dubbelboer (student IBS) 3 Bart Hansma (student ICM)

4 Gerjan van der Laan (student ICM) 5 Kasper Tjapkes (student ICT) 6 Mathijs Slager (IFM) De verdeling tussen de verschillende instituten is optimaal. We hebben er vertrouwen in dat de HSV zich ook volgend jaar volop inzet voor de belangen van de Hanze-student. Eén van de uitdagingen is het tegengaan van de aantasting van de kwaliteit van het onderwijs doordat minister Jet Bussemaker de invoering van een Bindend Studie Advies (BSA) in het tweede en derde leerjaar mogelijk wil maken. Het Nederlandse onderwijssy-

steem maakt een aantal beperkende en negatieve ontwikkelingen door. Allereerst de invoering van het sociaal leenstelsel, dat studenten financieel onder druk zet. Ten tweede het initiatief om de OV-kaart af te schaffen of met terugwerkende kracht terug te laten betalen. Ten derde de verhoging van de norm voor het Bindend Studie-Advies waardoor de studiedruk toeneemt. Drie ontwikkelingen die studeren onaantrekkelijk maken. De HSV is principieel tegen een BSA in het tweede en derde studiejaar, de huidige én de toekomstige fractie zetten zich in om deze negatieve tendens in

het onderwijsland tegen te gaan. Onderwijs moet haalbaar, studeerbaar en leuk blijven. Studenten kunnen hun stem weer laten horen tijdens de medezeggenschapsverkiezingen van 6 tot 21 mei. De HSV is de oudste studentenbehartiger op de Hanzehogeschool. Ben jij ook tegen een BSA in het tweede en derde jaar? Breng dan je stem uit op de HSV. Stefan Spanjer (voorzitter)

Kandidaatsfractie OSR 2013/2014 De Onafhankelijke Studenten Raad zal dit jaar ook weer meedoen met de medezeggenschapsverkiezingen. De verkiezingen zullen starten op maandag 6 mei en eindigen op maandag 21 mei. Tijdens deze verkiezingen zal de Onafhankelijke Studenten Raad veel zichtbaar zijn, en we delen leuke gadgets uit. Ver-

der krijgen studenten ook de gelegenheid om met onze kandidaten van gedachten te wisselen. Op maandagmiddag 6 mei bijvoorbeeld. Tijdens een verkiezingsdebat geven we dan onze mening over stellingen. Maar de bijeenkomst is ook een uitgelezen gelegenheid om jouw vragen op ons af te vuren. Dus

als je ergens een vraag over hebt, wij beantwoorden hem graag! Wij willen graag jullie voorstellen aan onze eerste vijf kandidaten: 1 Lonne Stegeman 2 Marc Groote 3 Zyar Saleh 4 Enrico Smilda 5 Zior Lang

SSA zoekt nieuw bestuur Zin in een uitdagend en leerzaam jaar vol contacten met alle Hanzestudentenorganisaties, de Hanzehogeschool Groningen en externe partijen? Dan kun je nu solliciteren naar een bestuursfunctie in de Stichting Studenten Activiteiten (SSA). Als bestuurslid breid je je netwerk uit, krijg je mooie algemeen erkende aantekeningen op je CV en diploma en

word je bovendien vergoed in de vorm van een bestuursbeurs. Stichting Studenten Activiteiten is dé koepelorganisatie van alle studieverenigingen van de Hanzehogeschool Groningen. De SSA behartigt de belangen van alle studentenorganisaties en helpt ze waar nodig om een gezonde organisatie te worden of te blijven. Daarnaast adviseert de

SSA over bestuursbeurzen, beheert de SSA het HG-Activiteitenfonds, organiseert het bestuur leerzame workshops en vinden er regelmatig gezellige netwerkactiviteiten plaats. De functie vergt ongeveer zestien uur per week en is perfect te combineren met je studie.

Interesse? Kijk voor meer informatie op www.ssa-web.nl of mail voor vragen naar voorzitter@ssaweb.nl. Solliciteren kan tot 2 mei (mail: voorzitter@ssa-web.nl).


habon

Lieve Loes Heeft je beste vriendin gezoend met de jongen waar jij al tijden vlinders van in je buik krijgt? Ben je verliefd op je docent en kun je je niet meer op je studie concentreren? Lig je niet lekker in je projectgroep en begrijp je niet waarom? Mail Loes, onze enige echte ervaringsdeskundige. Inzenden mag zelfs anoniem. lieve.loes@live.nl

Lieve Loes Sinds dit blok volg ik een vak in een andere klas. Ik ken daar verder niemand dus zit ik vaak apart. Omdat het lokaal zo klein is, komt altijd dezelfde jongen naast me zitten. Eerst was dat niet zo’n probleem, maar na vier weken ben ik hem helemaal zat. Hij geeft namelijk op praktisch iedere vraag van de docent antwoord. Dat zou niet zo erg zijn als hij de juiste antwoorden zou geven. Dan was hij gewoon een studiebol. Maar nee, zijn antwoorden slaan negen van de tien keer nergens op. Ik hou dit niet vol tot de tentamenweek. Hoe zorg ik dat hij zijn bek houd? Jenny Lieve Jenny, Misschien is het handiger om je tips te geven over hoe je het wel volhoudt met die gast. Of je moet de discussie met hem aangaan. Over de tijd die hij iedere week opslokt met zijn foute antwoor-

den. Of over het aan het woord laten van zijn medestudenten. Of het helpt is de vraag, want hoe snoer je een opgeblazen ego de mond? Hij verbloemt wellicht zijn onzekerheid achter een flinke dosis testosteron. Wat hormonen met je doen, hoef ik een vrouw niet uit te leggen. Hoe hou je het uit in een kleine ruimte met iemand die je op je zenuwen werkt? Zorg er in ieder geval voor dat je niet meer pal naast hem zit. Je volgt nu vier weken dat blok dus je kent inmiddels wel wat mensen. Ga op zoek naar een maatje, iemand waar je wel naast wilt zitten. Als iemand niet in jouw personal space zit is het minder ergerlijk. Zorg dat je minimaal 1.20 meter bij hem uit de buurt blijft, de afstand waarin een vreemde niet zomaar mag komen. Verder kun je proberen totaal relaxt de klas in te gaan. Als je al wat gestrest bent, zullen zijn antwoorden je meer ergeren. Kopje thee, korte meditatie… Betweters zul je vaker tegen het lijf lopen, zie het als een levensles hoe ermee te dealen. Lieve Loes, Ik mag niet aan de telefoon van mijn vriend komen. Ik weet zeker dat hij niet vreemdgaat, maar toch ik vind het helemaal niet leuk dat hij zo paranoia met zijn telefoon omgaat. Ik weet de beveiligingscode van zijn telefoon niet, terwijl hij die van mij wel weet.

Moet ik me hier maar bij neerleggen of houdt hij dingen voor mij achter? Ik hou van openheid en zijn gedrag voelt niet goed. Karin Lieve Karin, Vroeger was het not done om in de handtas van een dame te zitten, nu blijf je met je handen van iemands telefoon af. Waarom zou je je wachtwoorden en inlogcodes met je geliefde delen? Zo word je ook niet in de verleiding gebracht om in zijn telefoon te gaan struinen, zijn mail te lezen of zijn Facebook te checken. Ik denk dat zulke acties achterdocht alleen maar voeden. Ik heb een vriend die bijna dagelijks de telefoon van zijn vriendin checkt. Zijn ex heeft hem belazerd en dat heeft hem paranoia gemaakt. Zijn gedrag is dwangmatig en zelfs verslavend. Heel jammer om je tijd met zulke giftige zaken te verdoen. Iemand die iets te verbergen heeft, wist datgene, dus wijzer word je er niet van. Jij denkt niet dat je vriend vreemdgaat, dus dat is het probleem niet. De kans is groot dat hij niets voor je achterhoudt, maar dat hij het gewoon niet prettig vindt dat je in zijn privéspullen neust. Maak je dus lekker niet druk om dit soort zaken, dan leef je relaxter en slaap je beter. Kun je het niet van je afzetten, bespreek het met je vriend anders krijg je last van spoken in je hoofd.

Stiltecoupé Als je overlast hebt, maakt je dat kenbaar. Je laat de persoon weten dat-ie moet ophouden. In Somalië zouden we Waar hishoo roepen, wat schaam je betekent. Maar men bedoelt meestal: Kappen nou!!! Eigenlijk wilde ik dit laatst keihard schreeuwen tegen Wouter, een voor mij onbekende idioot. Maar ja, ik zat in een stiltecoupé. Ik reed samen met een groep in de trein naar Groningen. We hadden een plekje bemachtigd in de stiltecoupé. Dat vonden we niet leuk, maar het was beter dan staan in de gang naast de wc die ontzettend meurde. Bij het eerstvolgende station stapte een grote groep in. Omdat er weinig zitplaatsen waren, gingen ze in het gangpad staan. Door hun luidruchtige gepraat verloor de stiltecoupé haar naam. Onder deze groep Ajacieden bevond zich een schreeuwlelijk, Wouter. Hij scandeerde Duitse zinnen die nergens op sloegen, maar desalniettemin bracht hij een oude dame behoorlijk uit haar evenwicht. Ze zat bang als een pasgeboren vogeltje tegen de wand geplakt. Ik schaam me er nu nog voor dat ik m’n woorden inslikte: Waar hishoo. Eén van de dingen die Wouter deelde met de inzittenden van de voormalige stiltecoupé was: immer gerade aus. Dat is rechtdoor, auf Deutsch. Zijn reisgenoten lachten. Mijn zusje, die geen woord Duits spreekt, vermoedde dat Wouter een nazi was. Daar kon ik wel om lachen. Maar verder kon geen van de treinreizigers het schouwspel waarderen. Ze waren opgelucht toen bleek dat Wouter door zijn Deutscher Wortschatz heen was. En hij kende geen andere talen, zo liet hij z’n vrienden luidkeels weten. Nadat de supporters de trein hadden verlaten, keerde de rust weder. Het bange vogelvrouwtje haalde adem. Helaas moesten wij op hetzelfde station overstappen als de Ajacieden. Toen bleek dat ze dezelfde trein instapten, kozen we een andere wagon. Daarin was geen stiltecoupé te vinden, maar wel stilte. Habon Abdulahi

 C olofon


legal alien Country:

Moldova, 3.619 million inhabitants, 82.5 percent of the size of the Netherlands

Studies:

International Business School

Likes:

photography, driving cars

Hates:

people talking behind my back

Dmitrii Pletsou (19) Why did you come to Groningen? ‘When I was searching on the internet I discovered that there are a lot of Russian speaking students at Hanze University and the University of Groningen. They told me Groningen is a city with lots of young people. Because of my high grades at secondary school, I got a scholarship for non-European students. So I left my home town of Chisinau in August. Accidently a friend of mine decided to go too. So we drove to Groningen in a mini bus together, a road trip of fourty hours.’

Did your expectations come true? ‘Certainly. I got used to the people and parties very fast, although there are differences of course. In Groningen you go to a club, you buy a beer and dance. In Chisinau there are a lot of clubs too, but they are way less crowded. You order a table and sit together with friends. It is more clean and organized. Pubs in Groningen are dirty and slippery. There are cultural differences also. Moldavian people like to postpone while Dutch people are very punctual. And so am I. The students in my project groups

28 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

don’t like that. But I am making progress, I got all my schedules in my phone now.’ What are you doing in your leisure time? ‘I like photography. And I love driving cars. In Chisinau I have a good car, a Honda. Here I like to go for a ride with friends. After my exams I will drive to Rotterdam. Friends of mine are living there.’ Could you stay here forever? ‘I miss my family, friends and my mother’s delicious food of course, but most probably

I will not go back to Moldova. The standards of living in the European Union are higher, that is why I want to stay in Europe. I hope I will find a job in Germany, the Netherlands or in another English speaking country in Europe. So I will search for an internship in the financial field or accountancy.’ Do you have a motto in life? ‘If your destiny gives you some challenges, it means you can solve them.’ Rina Tienstra


A new Master’s programme and a new concept for management graduates

The Boardroom Experience The f low-through Master IB&M will offer students the opportunity to experience the pressure that captains of industry undergo. The constructors of the Boardroom Concept want to breed resilient managers and executives. As of next September Hanze University offers a Master’s programme in International Business & Management. Students can embark on this study directly after they have obtained their Bachelor’s degree, without gaining working experience first. In Dunglish this is called a doorstroommaster, which can be translated in English as flow-through master. The content of the Master is a profound elaboration of the Bachelor’s programme in which lots of Business and Management teachers from all over Hanze University have had their say. Their contributions are the theoretic skeleton of the Master’s level education, but the heart of it all will be a brand new concept. Arnd Mehrtens, Egbert Dommerholt and Hein Matthee are the constructors of what they call the Boardroom Concept. ‘In whatever position our students will be working after their studies, their activities will always be more or less influenced by decisions that are taken in the top of the organization’, Mehrtens states. ‘And most of the graduates will be decisionmakers themselves’, Dommerholt adds, ‘We think it’s essential that students learn how boards operate.’ Political risk analysis But that’s not enough, Matthee emphasizes. ‘We want students to experience the boardroom feeling. How do executives act? What are their driving motives? In popular terms: what makes them tick?’ Matthee knows the boardroom feeling from within. The South-African consultant was present in boardrooms of various multinational companies. ‘My field of expertise is political risk analysis. For example, during the period leading up to the Gulf War many companies wanted to know what to do with their activities in the Middle-East. They had to take decisions that affect many people, decisions that cost millions. Changes in the geo-

political area cannot be predicted at full length of course, but nevertheless companies have to be prepared.’ Therefore it is important to know how members of the boardroom act. ‘Psychological aspects of working in groups should be taken into account’, Dommerholt says, ‘any group will be subject to psychological mechanisms. Students must be equipped to analyse things like groupthink. At least they must be aware of that.’ The bandwagon to disaster Groupthink is known in psychology as the phenomenon in which decisions are damaged by inner-group processes. ‘Boardrooms for instance, are often filled with strong and confident leaders’, Merthens explains, ‘their opinions prevail. Other members tend to agree with anything the strongest leader suggests. They are reluctant to

oppose to his ideas. If a CEO (Chief Executive Officer, ed.) has obtained a degree of omnipotence, that can be very dangerous. The other board members hop on the bandwagon and play his tune.’ The tendency to idolize a powerful CEO becomes stronger in times of corporate affluence and success. Matthee: ‘That’s a hazard. You must know: research shows that one percent of any population can be diagnosed as suffering from some sort of psychopathic aberration. Amongst members of boardrooms this percentage may well be closer to five percent. Narcissism for instance can be very beneficial, but it can also lead to disaster.’ The minds of future executives The main part of the boardroom activity however, is quite normal. Matthee: ‘These are serious people

dealing with serious business, of course. But you mustn’t think they address strategic issues all the time. Most of the time boards discuss emergent problems.’ Of course prospective students of the new Master must be schooled in economics and finance. ‘These are the tools you have to work with’, says Dommerholt, ‘but our distinguishing domain, our unique selling points, you might say, will be just those things that are needed in the global economy we work in: sustainability, ethics and governance.’ Reflection on those issues is essential, Mehrtens adds. ‘Not only in the classroom, but especially in the minds of our future managers and executives. In our master we want to grow resilience.’

Boudewijn Otten

Photo: MorgueFile.com

[9] 10 APRIL 2013 WEDNESDAY HANZEMAG 4INT


Job-hunting internationals in Groningen

Finding work is a hell of a job

How hard is it for international students in Groningen to earn some extra money in these days of crisis? It is hard, but not impossible say two members of the International Student Team. But even if you f ind work, be careful. Some employers are up to no good. ‘The best chance for international students to find a job is to apply for work with Hanze’, says fourth-year IBS student Nicole Hohenbild (24) from Germany. Nicole presently works as online coordinator for the International Student Team (IST) that answers questions from prospective students about studying in Groningen. She also worked for the D-team (that focuses exclusively on German student recruitment, ed.) and was a member of the HMR (Hanze University participation council). ‘There are other jobs too, like handing out the HanzeMag magazine or being a receptionist at the front office of IBS.’ Getting a job in the city is really hard, Nicole admits. ‘Even for Germans who, being EU-students in the Schengen zone, do not need to have work permits.’ Nicole’s colleague Bulgarian Mihaela Panayatova (20) is follow-up coordinator of the IST. ‘I always tell prospective students that it isn’t easy to find a job in Groningen, but not impossible. They have to put a lot of energy into finding something. And if you find a job your employer has to apply for a work permit. There a lots of students out there looking for jobs, and companies obviously want students with a good command of Dutch for their customer services. It’s even harder to get a job that helps you with your career. Students usually only find jobs where they can speak English such as in Irish pubs or international bars. Or where they hardly

have to communicate with customers at all, like pizza delivery boy or kitchen help.’ Non-Schengen countries Adrian Filip (20) from Romania, a second-year student of IBS, found a job as a dishwasher. ‘I guess I have been lucky. Half of the students of my class are Dutch. I made some very good friends who helped me to write application letters in Dutch to fast-food chains like KFC and McDonalds, in which I also admitted in all honesty that I do not speak the language. That was the reason why only one of the restaurants was interested. They asked me to come back two months later.’ But that was not necessary. A Dutch friend of Adrian’s worked in the kitchen of the House of Spice, a restaurant at Turfsingel. He introduced him to his boss and Adrian was accepted. Because Adrian is from a non-Schengen country his boss had to apply for a work permit. ‘Applying for the permit is quite a lot of paperwork’, Adrian’s boss René Braaksma states. ‘But I’ve done it frequently now. It becomes easier each time. I often employ international students. Dishwashing is not a dream job, but international students do it well. They work harder than Dutch students. I don’t know why, but I suppose it has to do with the fact that they really need the job to make ends meet.’ Adrian is still happy with the job. ‘They have more internationals in the kitchen,

2INT HANZEMAG WEDNESDAY 10 APRIL 2013 [9]

a German and an Indian guy who both speak Dutch. The atmosphere is really nice. And last summer when it was very busy I was given the opportunity to act as a waiter, which I liked a lot. None of the customers seemed to mind that I spoke English to them. ‘I know quite a lot of students, though, who have to accept illegal jobs where they are paid less than the minimum wage. A friend of mine works as a dishwasher and only earns four Euros an hour. If he complains, he gets fired. But still, with the right contacts it is very well possible to get a job, even for students from Eastern Europe.’ Never give up Cameroonian Pierre Makon (24), a second-year student of IBS, was determined not to take no for an answer. ‘I really need extra money, because my parents cannot afford to support me. Getting a job is essential for me. Many students give their CV and just wait for a reply and if the reply is negative or there is no reply at all they take no further action. But you have to keep going and checking. You have to keep calling and remind them you are there. ‘It is difficult to find a job if you do not speak any Dutch. I tried to work as a cleaner, but even for cleaners they want native speakers. And I do not want to work at a nightclub or an international pub, because I have to get up early for my studies. I decided I wanted to work in a restaurant kitchen. So I sent some

application letters to restaurants, one of those was to Brasserie Bij Van Boven at Grote Markt. After two weeks I still had not received a reply. So I went to see the manager. The manager told me no, because I did not speak Dutch.’ Still Pierre did not give up. ‘I wanted to see the owner, but I did not ask the manager if I could speak to him, he might have taken offence. So I came back a couple of days later and ordered something in the restaurant. I asked the waiter if he knew who the owner was. The waiter pointed at a guy sitting near the window. I went up to him and explained my situation. He called me that same evening. I could start the next week for a trial. He was satisfied with my work and applied for a work permit. I was so happy. The owner is a really good and understanding man. He knows I’m a student and every week he asks me to show him my school schedule so he can give me hours that do not conflict with my study obligations. I usually clean the dishes, but sometimes they allow me to help the cook. I already learned to prepare a couple of Dutch dishes, so maybe I’ll be able to become a cook in the end.’ Bad boss If international students from EUcountries work 32 hours a month or more they are entitled to stufi (student finance, ed.), which makes it doubly attractive for them to find work. This was one of the reasons for Agne Zukaus-


kaite, a 20-year old Lithuanian student of International Communication, to go job hunting. She handed out CVs to restaurant owners all over the city. ‘After a week a woman called me to say that I was welcome for a trial period as a kitchen help. I was given a contract in the beginning, but after a while she wanted me to sign another contract for reasons I did not understand. She paid my salaries very late and I did not get money for all the hours I worked. Then, all of a sudden, she said that the restaurant was in financial trouble. She said that I could keep the contract but she could no longer pay me. Of course she knew full well that I needed the contract to prove that I had a job otherwise I’d have to repay my stufi. So I and two other international students were more or less

forced to work without a salary.’ This situation lasted three months and would have gone on for much longer if Agne had not found another job as a kitchen help in Huize De Beurs were she got a reliable contract. ‘My colleagues of the old job and I decided to sue the restaurant owner. We won the case and got the three months’ salary after all, though we also had to pay the lawyer.’ International students should be very careful when they accept a job, Agne warns. ‘There are employers out there who try to cheat international students into accepting too low wages or nothing at all because they know the students need the contract to get stufi and jobs are hard to find.’ Another thing students should make sure, Agne says, is that they receive a

salary specification sheet every month stating the exact number of hours they work. ‘A classmate of mine got a zerohour contract and no salary specification. If you do not have proof that you worked at least 32 hours a month you are compelled to repay your stufi. Do check if your salary specification has the right number of hours worked, and certainly not less.’ Agne still likes her new job. ‘But my ideal is to do something that looks good on my CV after I finish my studies, so I have started taking Dutch language lessons. That may improve my chances.’

international students should avoid. ‘Even if you only work just one hour a month, never forget to take out a basic healthcare insurance. The basic healthcare insurance is mandatory. If they find out you have no healthcare insurance you stand to get a heavy fine. We’ve heard quite a few sad stories from international students about this. The insurance will cost you around a hundred Euros a month. So get the insurance and also claim the healthcare allowance of 69 Euros a month that most students are entitled to.’ Luuk Steemers

Healthcare insurance Corine Venema of the International Student Office of Hanze University Groningen mentions another trap

Further info on: www. mijnhanze.nl/iso > practical matters > part time jobs. www.nuffic.nl > Study in Holland > Practical matters > Working while studying.

Photo: Luuk Steemers

Dishwashing in the kitchen of the House of Spice. Many internationals become kitchen assistants or dishwashers. [9] 10 APRIL 2013 WEDNESDAY HANZEMAG 3INT


Wednesday 10 April 2013 Independent Magazine of Hanze University of Applied Sciences | website: www.hanzemag.com | email hanzemag@org.hanze.nl | Photo: Pepijn van den Broeke

9

check Hanzemag.co m

work

is a hell of a job!

Illustratie: Meike de Haas

32 HANZEMAG WOENSDAG 10 APRIL 2013 [9]

work

Finding work in Groningen


Hanzemag 9 2012/13