Issuu on Google+

GE

EDI

TIE

DE ZUIN I

IGE DE ZUIN

TIE

Ook jij moet de broekriem aanhalen! DE ZUIN IG

TIE

meepakken! E TIE

EDI

gratis EDI

EDI

17e jaargang 23 mei 2012 redactioneel onafhankelijk magazine van de Hanzehogeschool Groningen | e-mail: hanzemag@org.hanze.nl | Foto: Pepijn van den Broeke

10

DE ZUIN IGE


Studenten Energie & ICT sleutelen aan slimme koelkast

Een ijskast voor de tropen Drie studenten van de minor Energie & ICT werken twintig weken aan een koelkast die 36 uur zonder (zonne-)energie kan. De slimme koelkast kan soelaas bieden in gebieden waar hulpverleners zitten te springen om gekoelde medicijnen. De tafels waaraan ze zitten, nemen zowat het hele kamertje in het gaslab van de KEMA aan de Energieweg in beslag. Johan Rumpf, Manfred Oort en Marcel Castellani hebben hun laptops voor zich liggen. Marcel, derdejaars Mechatronica, tovert de ene na de andere grafiek op het scherm. Het zijn de resultaten van de temperatuurmetingen van de afgelopen weken. Eén lijn laat bijna geen uitslagen zien, hij loopt vrijwel horizontaal op twintig graden Celsius. Dat is de omgevingstemperatuur in de testruimte, een paar meter verderop. De andere lijnen lopen in pieken en dalen, ze geven de temperatuur ín de koelkasten aan. Gewoon huis-, tuin- en keukenwitgoed is het, Liebherr, Zanussi, Elektrolux en zo meer. Manfred, die net als Marcel Mechatronica studeert: ‘Ik wist wel dat de temperatuur achterin de koelkast het laagst is, maar min-twintig… dat verbaasde me toch.’ Johan, vierdejaars Elektrotechniek, geeft meteen een huishoudelijke tip: ‘Achterin, dat is de ideale plek om je biertjes te koelen.’ De koelkast die de jonge onderzoekers in juni presenteren, is minder geschikt voor snelle bierkoeling. Dát wordt namelijk een koelkast waarin de temperatuur zal schommelen tussen de twee en zeven graden. Marcel: ‘Simpel gesteld: we gaan de temperatuurpieken en -dalen in de kast afvlakken.’ Hij zegt het zelfverzekerd, en dat is hij ook, net als Manfred en Johan. Ook begeleider Lech Bialek blaakt van vertrouwen. Met Rolf Velthuijs, de coördinator van de minor Energie & ICT, verstrekte Lech in februari de opdracht voor de slimme koelkast II. Slimme koelkast I is er al, daarvoor

zorgde een eerdere groep studenten van deze minor van het Instituut voor Informatie- & Communicatietechnologie van de Hanzehogeschool. Koelkast I speelt in op prijsschommelingen op de elektriciteitsmarkt. Het principe is simpel: als de prijs van elektriciteit hoog is, schakelt de koelkast uit en als de prijs laag is, schakelt hij aan. Goed voor de portemonnee van de consument. Lech doet al twee jaar proeven met door kleine computers bestuurde huishoudelijke apparaten, zoals wasmachines, wasdrogers, vaatwassers en microwarmtekrachtkoppelaars. Slimme koelkast II zal op zonne-energie lopen. Manfred: ‘Je moet hem kunnen gebruiken in gebieden waar je géén of een onbetrouwbaar elektriciteitsnet hebt. Daar moeten hulpverleners kunnen beschikken over medicijnen die ze koel kunnen bewaren. Dan is een koelkast op zonne-energie een uitkomst, en vaak de enige mogelijkheid.’ Het probleem met zonne-energie is dat de bron, de zon, niet constant aanwezig is. Daarom zoeken de drie studenten naar mogelijkheden om de zonne-energie op te slaan. En die hebben ze al zo’n beetje gevonden in de vorm van thermobuffers die ogen als de blauwe koelelementen die badgasten gebruiken om koeltassen hun verfrissende werk te laten doen. De thermobuffers vullen de studenten met zogeheten PCM’s, phase change materials. Marcel: ‘Zout is zo’n PCM, als je daaraan aramide toevoegt blijft het goed opgelost. We speuren nu nog naar de juiste verhoudingen.’ Ondertussen sleutelen de ingenieurs in opleiding aan de firmware, de software die de koelkast moet aansturen. De firmware, ook wel embedded software

2 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]

genoemd, moet de informatie van de sensoren die de studenten in de koelkast plaatsten, omzetten in acties. De controller die ze onlangs installeerden, een printplaatje ter grootte van een mobiele telefoon, verbruikt één 24-ste van de energie van de koelkast. Johan, met de soldeerbout onder handbereik: ‘Veel te veel, dat gaan we met een factor duizend terugbrengen.’ Lech trekt een wenkbrauw op. Manfred heeft een lcd-schermpje voor zich liggen. ‘Dat zal de nuttige info weergeven, de temperatuur, de staat van de thermobuffer. We proberen ook een zoemer in de koelkast te bouwen die afgaat als de deur te lang open staat.’ De studenten denken werkelijk aan alles. Met een warmtecamera willen ze achterhalen waar de koelkast kou lekt.

Marcel: ‘Dan kunnen we zien of we de kast nog beter kunnen isoleren. We hebben hem al eens helemaal verpakt in piepschuim, maar dat leverde geen energiewinst op. Dat was wel een tegenvallertje, ja.’ In onderzoek zijn ook nog de verschillen tussen een volle en een lege koelkast. Eind juni komen ze met hun koelkast voor de dag. Manfred: ‘We willen een apparaat afleveren dat de temperatuur 36 uur beneden de zeven graden houdt, zonder dat je er energie aan hoeft toe te voegen. In principe zou het dan zelfs mogelijk zijn om een gevulde koelkast boven een rampgebied aan een parachute af te werpen. Aan de grond hebben ze dan anderhalve dag om hem op te sporen.’ Boudewijn Otten

Foto: Luuk Steemers

Manfred (links), Johan en Marcel (rechts) houden het hoofd koel.


UIN

DE Z

UI

UIN

IGE

NIG

DE Z

ITIE E ED

DE Z

ITIE E ED EDITIE

DE Z

UI

Pagina 6

EDITIE

NIG

INHOUD

IGE

Versus: Het nieuwe werken. ‘Een werkplek kost ruim 13.000 euro per jaar’

Pagina 8 Bij de Les: belastingrecht Eenvoudig zal het niet worden, laten we het dan maar leuk maken Pagina 9/10/11 Bezuinigen, hoe doe je dat? ‘Ik bestel altijd gekoeld per krat, scheelt in de energiekosten’ Pagina 12/13 Rondkomen van drie euro per dag. Kelly deed het

14/15

Pagina 14/15 Er is geen armoede in Nederland, zegt Rutte. Maar de Stadse Voedselbank voedt zo’n duizend monden Pagina 23 Habon in de coulissen van het Groninger Studenten Toneel Pagina 24/25/26 Leonie doet cursus parachutespringen. ‘Eindelijk hang ik recht onder een perfect geopend matras’

12/13

Colofon HanzeMag is het redactioneel onafhankelijke magazine van de Hanzehogeschool Groningen. Het blad verschijnt maandelijks.

Hoofdredactioneel

Redactie-adres Zernikeplein 7 A0.04 en A0.05, Groningen Postadres Postbus 30030, 9700 RM Groningen T 050 5955588 • F 050 5955590 E hanzemag@org.hanze.nl I hanzemag.nl & hanzemag.com Redactie Chris Wind Boudewijn Otten Luuk Steemers Rina Tienstra Loes Vader

10/11

hoofdredacteur 050 5955585 c.f.wind@pl.hanze.nl (eind)redacteur 050 5955582 j.b.m.otten@pl.hanze.nl redacteur 050 5955581 lu.a.steemers@pl.hanze.nl redacteur 050 5952570 r.h.tienstra- de.knegt@pl.hanze.nl redacteur 050 5955588 j.l.c.vader@pl.hanze.nl

Fotografie Pepijn van den Broeke - www.pepijnfoto.nl Redactie HanzeMag Lay-out Renée Zaal - www.reneemedia.nl Basis lay-out Art Studio - Groningen Productie Redactie HanzeMag & Grafische Industrie De Marne B.V. Oplage: 6.000 Advertenties Bureau Nassau 020 6230905 info@bureaunassau.nl Abonnementen 60 euro per jaar 050 5955588 hanzemag@org.hanze.nl

18/19

Zuinig

De Belgen weten het al lang. ‘Een Nederlander is niet zuinig. Een Nederlander is alleen maar vindingrijk in het niet uitgeven,’ aldus de Vlaamse schrijver Karel Jonckheere. Dat had ie goed gezien. Google maar eens op ‘bezuinigingstips’ en verbaas je over de tienduizenden resultaten die je krijgt. Natuurlijk, niet langer douchen dan tien minuten en je apparaten niet op slaapstand laten staan zijn gewoon goede tips, maar wat dacht je van deze: ‘Haal, bij het wegen van groenten in de supermarkt, de kroontjes en blaadjes van de tomaten/wortels/enzovoort, dat scheelt al snel een paar centen.’ Daar kan toch alleen een Nederlander op komen? Het is natuurlijk een beetje tricky om een bezuinigingsspecial te maken. Misschien zijn jullie wel schijtziek van al dat gepraat over budgetten. Maar wees gerust, we houden het luchtig en lokaal. Naast kennis vergaar je in je studententijd ook de kwaliteiten om slim met geld om te gaan. Hoewel, veel studenten gedragen zich de laatste jaren als een gemiddelde Europese overheid: veel schulden maken en maar hopen dat je straks genoeg verdient om het terug te kunnen betalen. Maar laten we positief blijven: In vier jaren leren jullie met een zeer beperkt budget toch iedere maand genoeg geld over te houden om jezelf klem te kunnen zuipen. Vandaar dat wij jullie toch een beetje zien als bezuinigingsexperts en jullie uitgebreid aan het woord laten in deze special. Nog een bezuinigingstip ter afsluiting: HanzeMag is en blijft GRATIS, dus doe er je voordeel mee. Lees ‘m, en gebruik ‘m daarna als isolatiemateriaal voor tochtige kieren, als behang, als zitje op vochtig gras in het Noorderplantsoen of als wind- en regenbescherming onder je jas. Voor toiletpapier is ie helaas te glad, daar kun je beter de Universiteitskrant voor gebruiken. Chris Wind

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 3


Menzisprijs voor Minervastudenten Anna Damstra presenteert de installatie waarmee ze de Menzis Kunstprijs won op 5 juni in de ontvangsthal van het Menzisgebouw aan het Winschoterdiep in Groningen. Toeschouwers kunnen op een scherm meebeleven hoe Anna schetst en schrijft over haar observaties van mensen en hun gedragingen. De student Autonome Beeldende Kunst van Academie Minerva won duizend euro en kreeg vijfduizend euro om haar idee professioneel uit te voeren. Upload Erotische Cinema RKZbios Op 1 juni om half elf ’s avonds brengt Upload Cinema anderhalf uur lang de beste video’s van het web naar het witte doek in de RKZ-bios. Onder het motto not suitable for work (NSFW) zoekt de video-redactie (de USVA, de CAST en de RKZbios) filmpjes met het meeste erotisch kapitaal. Vreemde fetisjen, bizarre seksuele voorlichting, pikante reclames en videoclips, het publiek kan tot 27 mei inspirerende en vermakelijke filmpjes insturen. Stuur een link naar info@rkzbios.nl (www.rkzbios.nl). Examenkandidaten vrezen Halbeboete Eén op de tien leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt dat de langstudeerboete invloed heeft op de keuzes die ze na het behalen van hun diploma maken. Dat blijkt uit een onderzoek van de NOS onder negenhonderd eindexamenkandidaten. Om de kans op de boete van meer dan drieduizend euro te verminderen, nemen veel leerlingen een jaar de tijd om de juiste studie te kiezen. Eerste KEI-lopers zijn binnen De eerste KEI-loper heeft zich ingeschreven op de website van de KEI-week en het eerste KEI-groepje is inmiddels ook al een feit. Met het thema One of a KEI organiseert de KEI-crew van 13 tot 17 augustus een introductieweek voor aankomende eerstejaars. Nieuw in de programmering dit jaar is het Open Air Festival op 15 augustus, een cultureel festival voor studenten en Stadjers in het Open Lab Ebbinge, met optredens van bekend en onbekend Gronings talent. De Stichting KEI verwacht ongeveer 4500 KEI-lopers, waaronder een groot aantal internationale studenten (www.keiweek.nl).

‘LABOOCA is effectief in minuten’ Sport- en fitnessinstructeur Marlon Connor bedacht een nieuw, vrolijkmakend fitnessprogramma: LABOOCA®. Marlon, wat is LABOOCA? ‘LABOOCA is een afkorting van Latin Bootcamp, m’n eigen fitnessprogramma. Ik combineer grotere programma’s als Tai BO en Bootcamp met Latijns-Amerikaanse invloeden én met mijn eigen methodes. Het is effectief in minuten. Na een uur heb je je hele lichaam getraind. Het is best pittig, maar ook luchtig en vrolijk makend. En je valt ervan af. In ieder liedje train je bepaalde gedeeltes van je lichaam. LATC noem ik dat, legs, arms, torso combination. En KISS is mijn motto, keep it safe and simple. Veiligheid is heel belangrijk. Ik ben van oorsprong gymleraar en fysiotherapeut.’ Hoe kom je erbij om een nieuwe fitnessrage te verzinnen? ‘Sport is mijn leven. Op mijn negende gaf ik op Curaçao al fitnessles in de buurt, en op mijn dertiende aerobics. In 1989 ben ik naar Nederland gegaan om de ALO te doen. Binnen een jaar gaf ik er aerobicles. Bij de ALO en de ACLO gaf ik ook aqua-fitness en aqua-steps. En dat doe ik nog. Ik specialiseerde me ook in aquasporttherapie, ik werkte bij kuuroorden in Duitsland. In 2007 ontdekte ik in Amerika zumba, dat was nieuw voor Nederland. Ik gaf instructor-trainingen in Europa en

TU-student wint retourtje naar de ruimte ‘Mijn moeder kan het ook niet geloven’, zegt Nout van Zon over de ruimtereis die hij in 2014 zal maken. De achttienjarige student Luchtvaart- & Ruimtevaarttechniek aan de Technische Universiteit Delft werkte een concept uit voor ruimteschepen die worden aangedreven door waterstofmotoren. Met zijn idee won Nout de eerste prijs in de wedstrijd Space for Innovation van de Delftse studievereniging Leonardo da Vinci en de KLM. In 2014 vertrekken de eerste commerciële ruimtevluchten vanaf Curaçao. Een ticket kost ongeveer zeventigduizend euro, maar Nout vliegt voor nop mee. ‘Ik ben een van de happy few. De komende honderd jaar zal ruimtetoerisme wel onbetaalbaar zijn’, verklaart hij in universiteitsblad TU-Delta. Hbo-docenten mopperen over bureaucratie Hbo-managers staan op grote afstand van de werkelijkheid. Dat vindt de helft van de vijfhonderd docenten die een enquête van de Algemene Onderwijsbond en de NOS retourneerden. De onderzoekers schreven zestienhonderd hbo-docenten aan met vragen over werklief en –leed. Over de groei van de bureaucratie zijn de respondenten slecht te spreken, net als over de druk om zoveel mogelijk studenten te laten afstuderen. Driekwart vindt dat docenten te weinig tijd en mogelijkheden hebben om de vakkennis op peil te houden. Toch geeft de hbodocent z’n hogeschool een 6,6. Dat komt door het plezier dat ze halen uit het werken met studenten.

Foto: Luuk Steemers

promootte het in binnen- en buitenland. Nu is het tijd voor een eigen programma, met goede instructeurs. Die leid ik zelf op. Het loopt goed, ik reis veel naar het buitenland om LABOOCA wereldwijd te verspreiden.’ Rina Tienstra www.aclo.nl en www.labooca.com

Foto: Luuk Steemers


Wotter uut Grunn Een gratis watertappunt bij de UB of op de Zernikecampus? Via www.facebook.com/wotteruutgrunn kun je stemmen op je favoriete gratis watertaplocatie. Op donderdag 24 mei deelt het Waterbedrijf Groningen naast de fontein op de ZernikeCampus kraanwater in duurzame flesjes uit om studenten ervan bewust te maken dat water uit de kraan drinken slimmer is dan gebotteld water kopen. Tekst en foto: Luuk Steemers

‘Je voelt je welkom’ Licht, lucht en kleur, dat is het eerste dat opvalt als je een voet in de Marie KamphuisBorg zet. Het uit 1975 daterende gebouw is de afgelopen twee jaar flink verbouwd. Teamleider Facilitair Bedrijf Marten Hansen (58) geeft een rondleiding. ‘Ik werk vanaf 1999 in dit gebouw en ik kan me eerlijk gezegd de tijd niet herinneren dat hier niet werd verbouwd. De ene keer wat groter dan de andere. Toen ik hier kwam, liepen er 2400 studenten rond, dat zijn er nu ruim vierduizend. Dus aanpassen, uitbreiden en de studenten tevreden houden blijft noodzakelijk. Het is belangrijk dat je je welkom voelt in een gebouw. Dat stralen we uit. Als je met plezier naar je werk of naar school gaat, komt de rest vanzelf. ‘Het begint al bij de entree. De ‘rookluifel’ is weg en er is een overdekte rookruimte gekomen. De hele entree is opener en ruimer geworden. Doordat de betonnen balustraden op de omloop zijn vervangen door transparante is het hele gebouw stukken lichter. Ook de lucht is frisser doordat we veel beter ventileren. De Brink is nog hetzelfde. Verbouwen is een dure grap, dus even pas op de plaats. Deze renovatie heeft toch al snel negen miljoen gekost. We zijn sowieso nog wel een jaar bezig om

de puntjes op de i te zetten. Alle afdelingen zijn op de kop gegaan. Er zijn geen vaste werkplekken meer, maar flexplekken. Behalve voor een handjevol personeelsleden die dat niet wilden. Er zijn concentratiewerkplekken, overlegruimten en geluidsarme boxen. Iedere afdeling heeft een frisse oranje pantry die van alle gemakken is voorzien. Misschien is het in het begin wennen aan het geroezemoes van collega’s, maar het leuke is dat als je van werkplek wisselt contact krijgt met andere collega’s. Het debiteuren-crediteuren-gevoel is helemaal verdwenen.’ Loes Vader De Marie KamphuisBorg, Zernikeplein 23, biedt huisvesting aan het Instituut voor Bedrijfskunde en de Academie voor Sociale Studies. Er studeren vierduizend studenten en er werken ruim vierhonderd personeelsleden. Daarnaast is een groot gedeelte van het Facilitair Bedrijf van de Hanzehogeschool er gehuisvest. [10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 5


Versus Nieuwe Werken?

De HG experimenteert met Het Nieuwe Werken. Tijd- en plaatsonafhankelijk werken door gebruik van mobiele apparatuur en draadloze netwerken. Het lossere werkverband maakt het verloop van processen grilliger en het stimuleert kennisuitwisseling en creativiteit. Ad Peelen maakt het al mee. Marlien Buning laat het liever aan zich voorbijgaan.

Foto's: Luuk Steemers

Ad Peelen, docent opleiding Human Resource Management

Marlien Buning, medewerker Vastgoed

‘Ik floreer hier! Dit is voor mij begonnen in 1983 in Villa Gelria aan de Verlengde Hereweg. Daar hadden we de serre voor onderling contact. In 1993 heb ik voor dit gebouw met afdelingsdirecteur Frans Kamphuis bij de Aldi rieten terrasstoelen gekocht. Nu is het sjieker, maar in feite is het idee nog aanwezig. Deze hele ruimte is een open kantoorconcept met flexplekken. Het College van Bestuur gaf groen licht voor het volledig strippen van deze lob van het gebouw. We hebben als team een plan gemaakt en dat met architecten uitgewerkt. Collega’s die er niet in mee wilden, hoefden dat niet. ‘De vijf overlegruimtes kun je niet reserveren. Er zijn drie concentratieruimten. Verhalen over een tekort aan werkplekken zijn broodjes aap. Iedereen heeft eigen kastruimte en een trolley, een rolkast. ‘Voor onze studenten is dit goed: practise what you preach. Onze communicatie is hier echt beter door geworden. Vergeet ook de kosten niet! Een werkplek kost ruim 13.000 euro per jaar. De gemiddelde bezetting van de HG-werkplekken ligt op vijftig tot zestig procent. Stel dat de HG door dit concept kans ziet die naar 65 procent te brengen, dan levert dat jaarlijks meer dan twee miljoen euro op. Met dat geld kun je de contacttijd met studenten vergroten of de groepsgrootte omlaag brengen. Want daar gaat het om in het onderwijs! Dit draagt bij aan het terugbrengen van de overhead. ‘Je moet het niet opdringen. Ik ben geen dogmaticus, wel een beetje een missionaris. Beter is het mensen hiertoe te verleiden. En je moet het moment grijpen, anders ben je weer tien jaar verder. En minstens een half jaar nemen om er aan te wennen. Het geeft reuring!’

‘Op het werk gaat het niet om de materiële omgeving, maar om hoe mensen met elkaar omgaan. Je kunt elkaar ook vinden als er een muurtje tussen staat. Bij zo’n kantoortuin denk ik al snel: ik stoor, ik maak lawaai, iemand is in gesprek. Je moet soms zoeken omdat iemand achter de kasten verstopt zit. Mensen hebben geen vaste plek, je kunt niet recht op je doel af. Is iemand in zo’n open ruimte in gesprek of aan de telefoon, dan luister je vanzelf mee. Op onze afdeling wordt regelmatig onderhandeld. Dan gaat het over geld. Dat moet je in beslotenheid doen, met de deur dicht. Je regelt je bankzaken thuis toch ook niet op de stoep terwijl de buurman meeluistert? Ik hecht aan bepaalde omgangsvormen. ‘Ik ben wel eens ontzettend boos geworden aan de telefoon. Bijvoorbeeld toen een aannemer een contract wilde openbreken. Ik voelde me gewoon gechanteerd. Dat moet je toch niet in de openbaarheid afhandelen? ‘Het werken met moderne middelen is misschien nuttig, maar ons archief moet daartoe gedigitaliseerd worden. Nu, na twee maanden, is het er nog niet. Ik ben m’n spullen kwijt. Dat is lastig. Een instelling zonder archief heeft wel een verleden, maar geen geschiedenis! ‘Ik ben hier om te werken. Het gaat om zakelijke dingen. In de vakantie zijn informele contacten prima, hier moet ik productie maken. Ik hou niet van chaos. Ik heb behoefte aan structuur en moet me kunnen concentreren. Ik zoek helderheid, duidelijkheid en continuïteit. ‘Ach, dit zijn mijn laatste maanden, ik kan hier de humor wel van inzien. Wil men creativiteit stimuleren? Dat zit niet in de omgeving, dat zit in je hersenpan, in je hart!’ Willem Muste

6 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]


Eenvoudig wordt het nooit, laten we het dan maar leuk maken. Hans Bakker leert derdejaars hoe ondernemers kunnen voorkomen dat de fiscus de hoofdprijs aftikt. ‘Een BV kan veel, maar eten en drinken moet je zelf doen.’

bij de les

Dokken voor

het paradijs

‘Ik kwam laatst een kennis tegen die een huis liet bouwen. Hij twijfelde of hij een rieten dak zou nemen of gewoon pannen. Wat of ik zou doen, vroeg hij. Ja, ik maak van alles mee. Ik zei dat ik een rieten dak zou kiezen. Gezellig.’ Maar die kennis vroeg het niet zomaar aan Hans Bakker. Bakker is namelijk fiscaal jurist, hij is goed thuis in de belastingwetgeving. De meeste mensen deinzen terug voor de vuistdikke bundel die hij voor zich op tafel heeft liggen, een boek vol regels en richtlijnen van de belastingdienst. Maar dit exemplaar is zwaar beduimeld, het is dagelijkse kost voor de met Surinaams accent sprekende docent aan het Instituut voor Financieel Economisch Management. ‘Een paar dagen later loop ik een rietdekker tegen het lijf. Alsof de duvel er mee speelt. Met rietdekken kun je een goede boterham verdienen, hoor. Afijn, ik vragen, hè? Wat of hij zou doen: pannen of riet. Jullie raden het al: pannen. Met een rieten

dak loop je meer risico, dat spul kan zomaar wegwaaien en het brandt aardig goed. Dan vraagt de verzekering de hoofdprijs: betalen, jongen, aftikken!’ Leuker kunnen we het niet maken, wel eenvoudiger. Bakker lijkt in z’n les uit te gaan van ongeveer het omgekeerde van de welbekende leus van de belastingdienst: eenvoudig zal het wel niet worden, laten we het dan maar leuk maken. De pakweg twintig derdejaars Belastingrecht hebben een genoeglijke middag in het tot op de laatste stoel gevulde klaslokaal op de eerste verdieping van de BrugsmaBorg. Aftikken betekent in dit gezelschap dat de ondernemer moet betalen. De hoofdprijs betalen is heel veel te veel betalen. Dat willen ondernemers doorgaans niet. En door dat verlangen kunnen andere mensen weer hun boterham beleggen. Op 11 mei vergelijkt Bakker de BV met een eenmanszaak. ‘Voor een eenmanszaak zijn de tarieven vrij fors. Dat is al

Foto: Luuk Steemers

snel 52 procent aftikken. Vennoten van een BV betalen twintig procent. Je zou denken dat je dus beter een BV kunt beginnen. Maar dat is niet altijd zo. Want de eenmanszaak krijgt zomaar twee cadeautjes: de zelfstandigenaftrek van 7.280 én een winstvrijstelling van twaalf procent. En de directeur-grootaandeelhouder (DGA, red.) van de BV moeten een heffing betalen van 25 procent over de winst waarvan hij de vennootschapsbelasting plus het salaris dat de BV aan hem betaalt.’ De studenten vinden dit verhaal wonderlijk genoeg volkomen begrijpelijk. Dit zijn dan ook geen gewone studenten. Ze volgen duaal onderwijs: onderwijs in combinatie met een baan, in dit geval een baan op een accountantskantoor. Ze zijn het cijferen gewend. ‘Waarom moet je het salaris van de DGA van de winst aftrekken?’, vraagt Bakker. Ja, waarom eigenlijk? Nu blijft het stil. Bakker springt op van z’n stoel. ‘Omdat, jon-

gens en meisjes, een BV heel veel voor je kan doen. Maar eten en drinken kan-ie niet. Dat moet de DGA zelf doen.’ Als een ondernemer pakweg twee ton winst per jaar maakt, is de overstap van een eenmanszaak naar een BV fiscaal meestal voordeliger. ‘Maar om in het paradijselijke land van de vennootschapsbelasting terecht te komen, moet je wel wat doen. Want je wordt afgestraft bij de grens. De douane is streng: je moet dokken voordat je het paradijs mag betreden.’ En dokken, dat wil de overstapper niet, nou ja, hij wil wel dokken, maar hij betaalt liever niet de hoofdprijs. Daarom buigt de klas zich nog een half uur over lijfrentebeding (altijd doen), goodwill (handig, want de fiscus is mild), ruisend versus geruisloos inbrengen en vermomd of verkapt dividend. Het klinkt als abracadabra, maar met een beetje goede wil valt het allemaal best te becijferen. Boudewijn Otten

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 7


UIN

EDITIE

DE Z

UI

NIG

IGE

UIN

IGE

NIG

DE Z

ITIE E ED

DE Z

ITIE E ED

Krap in de crisis

habon

EDITIE

DE Z

UI

‘Ik bestel altijd per krat,

voor tien euro, gekoeld.’ Ook de studentenportemonnee krimpt mee in tijden van crisis. Waar bezuinigen studenten op? Mireille Bos (20), tweedejaars Small Business & Retail Management ‘Door mijn bijbaan in de horeca schommelen mijn inkomsten nogal. Ik geef ongeveer vijftig euro in de week uit als ik in Groningen ben. In de weekenden zit ik bij mijn ouders in Zwolle. Die springen nog wel eens bij als ik een beetje krap zit. Mijn moeder vraagt vaak of ik een broodje mee wil voor ik op de

trein stap. Of een heel brood. Als mijn koffer te vol zit, stopt ze me wat geld toe voor boodschappen. Ik houd erg van shoppen en uitgaan, dus als ik zou moeten besparen zou ik dat doen op luxe boodschappen. Geen biefstukjes meer, of verpakte fruitsalades. Ik zou zelf kunnen snijden…’

Rinse Boersma (22), derdejaars Small Business & Retail Management ‘Omdat ik niet meer werk, moet ik van minder geld rondkomen. Dat scheelt me vijfhonderd euro per maand. Ik heb ongeveer 260 euro te besteden. Mijn spaargeld is inmiddels op. Een nieuwe bijbaan als verkoper in een winkel is moeilijk te vinden. Er solliciteren steeds meer studenten en ze kiezen degene met de meeste ervaring. Ik lig niet zo

goed in de markt omdat ik weinig tijd heb vanwege mijn stage. Bezuinigen op stappen doe ik liever niet, maar misschien wél op roken. Dat wordt echt duur. Wat ik wel zou kunnen vermijden is duur eten, minder pizza’s bestellen dus. Een weekje alleen pasta kan ook wel als ik krap bij kas zit.’

Margriet Bakker (20), tweedejaars Small Business & Retail Management ‘Ik heb op kamers gewoond, maar ik sport zes keer in de week, dus woon ik weer thuis. Ik heb ongeveer 350 euro per maand te spenderen. ’s Winters geef ik meer geld uit dan ’s zomers. Dan sport ik altijd twee keer in het weekend. Mijn geld gaat op aan kleding, maar vooral aan uitgaan. Ik ga minstens één

keer per maand uit eten in Leeuwarden of Sneek. Daar zou ik wel op kunnen bezuinigen. Als ik op stap ga, ga ik ook meestal met een groepje. Dan ben ik aan het eind van de avond zo vijftig euro lichter. Die heb ik echt niet allemaal zelf opgedronken. Andere mensen zijn dan misschien aan het bezuinigen…’

Tom Grevers (23), derdejaars Technische Bedrijfskunde ‘Toevallig heb ik mijn balans eens opgemaakt. Ik ben gestopt met mijn werk in een lunchroom en ik houd honderd euro in de maand over. Dat gaat op aan eten en biertjes. Af en toe plunder ik m’n spaarrekening. Op eten kan ik bijna niet bezuinigen. Ik kook altijd voor mezelf of met anderen. Áls ik wat moet wegstrepen, zou ik op mijn telefoon-

rekening kunnen besparen. Ik betaal vijftig euro per maand plus tien euro verzekering. Als ik in december een sim only neem en die verzekering stopzet, betaal ik nog maar twintig euro. Mijn zorgverzekering kan ook goedkoper, ik heb een extra dekking van dertig euro voor de fysiotherapeut omdat ik veel voetbalblessures heb gehad.’

Uitgesteld leed De economie is er slecht aan toe. We moeten bezuinigen en niet zo’n beetje ook. Dit zijn de berichten in de media sinds de crisis in 2007 begon. Enigszins deprimerend als je het mij vraagt. En dan te bedenken dat we dit al vijf jaar moeten aanhoren. Hoe kun je van werknemers verwachten dat ze goed willen presteren als alles op de schop moet. Ben ik de volgende die er uitvliegt? spookt er door het hoofd van menig werknemer. Opleidingen kunnen student niet ontslaan. Dat kun je dus, als je student bent, een voordeel noemen. Maar het heeft ook nadelen. Wie studeert aan de Hanzehogeschool krijgt te maken met de beruchte bindend studieadviezen (BSA’s). Aan het einde van het schooljaar vrezen veel studenten het ergste. Een BSA is gelijk een verspild jaar aan studiefinanciering. Ook komt de unaniem gehate langstudeerboete dichterbij. Om te voorkomen dat meer studenten in deze gevarenzone komen, is de drempel om tot het tweede jaar te worden toegelaten, voor Hanze-studenten verhoogd tot 48 studiepunten. Je zou je kunnen afvragen of dit zin heeft. Aan de ene kant is het goed voor studenten. Ze moeten die achterstand van soms wel twintig punten in het tweede jaar inhalen. Dit lukt vaak niet, waardoor de achterstand toeneemt. Deze studenten halen hun diploma niet binnen vier jaar. En als ze al, bijvoorbeeld door een verkeerde studiekeuze, een jaar hebben verspeeld, hebben ze geen recht meer op een jaar uitlooptijd, waarin ze alsnog zonder langstudeerboete kunnen afstuderen. De andere kant van het verhaal is dat studenten die geen 48 punten halen niet over één kam worden geschoren. Zo wordt een student die 47 punten haalt de deur gewezen, maar mag een student die 35 punten haalt de studie vervolgen als hij zich kan beroepen op bijzondere omstandigheden, zoals psychische of fysieke problemen. Maar, zeg nou zelf, wie van deze twee studenten heeft de grootste kans om af te studeren? Wie heeft de meeste kans om een langstudeerboete te krijgen? Het doel van de 48-punten-drempel is te zorgen dat het aantal uitvallers vermindert. Ik vraag me af of de Hanze dat doel bereikt of dat ze bezig is om leed vooruit te schuiven.

Habon Abdulahi


Hoe kan Hanze zuiniger? De Hanzehogeschool wil bezuinigen op de ondersteunende diensten. Met het vrijgekomen geld wil de Hanze meer docenten aanstellen, docenten die bovendien hoger opgeleid zijn. Is dat een goed idee? Hoe zou jij bezuinigen? Josine Kremer (20) en Trudy Heijne (22), vierdejaars Communicatie Josine: ‘Er kan naar mijn mening heel goed worden bezuinigd op al die mooie designstoelen en -banken die je overal ziet. Die komen echt niet van de Ikea. Ook gaat er veel geld naar die open dagen met gratis eten, en zo. Allemaal van ons collegegeld.’ Trudy: ‘De digiborden worden vaak niet gebruikt. Daar kunnen er best minder van. En in de werkruimtes heb je de allernieuwste pc’s. Onnodig, en je hebt geen privacy omdat iedereen kan zien wat je doet op die brede schermen.’

Justin Riches (28), derdejaars Small Business & Retail Management ‘De nieuwe gebouwen hier zijn haast belachelijk mooi. Het ziet er allemaal fantastisch uit. Maar de kwaliteit van de colleges steekt daar schril tegen af. Sommige docenten draaien ieder jaar hetzelfde lesje af. Misschien hebben ze te weinig tijd of hebben ze te weinig opleiding gehad. Het geld dat de bezuinigingen opleveren kan daar wellicht een oplossing brengen. Voor mij mogen ze het geld ook besteden aan meer werkplekken. Door de explosieve groei van het aantal studenten vis je vaak achter het net, vooral op maandag en dinsdag.’

Junior van den Berg (18), eerstejaars Accountancy ‘Ik ben het niet eens met die bezuinigingen. Het gaat ten koste van de kwaliteit van de diensten en dat ondermijnt uiteindelijk ook weer het onderwijs. Als de lokalen niet schoon zijn, gaan studenten misschien minder vaak naar school en als kapotte beamers niet tijdig worden vervangen, kunnen docenten niet optimaal lesgeven. Van mijn vader en andere oudere mensen hoor ik dat het onderwijs vroeger beter was. Dus, er mag best meer geld komen voor docenten, maar dus niet ten koste van andere banen op de hogeschool.’

Dorine Hurenkamp (20), derdejaars Pedagogische Academie ‘Het onderwijs kan natuurlijk altijd beter, maar waar haal je het geld vandaan? Misschien dat de gebouwen nog wat beter kunnen worden benut. Er is volgens mij nogal wat leegstand van lokalen en het zwembad bij Sportstudies wordt niet optimaal benut. Het lijkt me niet zo’n goed idee om allerlei ondersteunend personeel zomaar voor de klas te zetten. Zoals iemand van Salarisadministratie tot docent te benoemen bij Accountancy. Het is maar de vraag of zo iemand voldoende theoretische kennis heeft. Het hoger onderwijs heeft juist behoefte aan hoogopgeleide docenten.’

Vincent van Deemter (21), tweedejaars Informatica ‘Over het algemeen ben ik best tevreden met de kwaliteit van de docenten op mijn opleiding. Voor elk thema in de opleiding zijn er zeker twee of drie die alles weten. Bovendien kun je makkelijk bij ze terecht. Ik zou eerlijk gezegd ook niet weten waar je op zou kunnen bezuinigen om de onderwijskwaliteit verder te verhogen. Gebouwen moet je goed onderhouden, anders gaat het ten koste van de onderwijskwaliteit. Bezuinigen op de administratie is ook link. Daar gaat nu al eens een en ander fout.’

Klaas Visser (22), derdejaars Chemische Technologie ‘Bezuinigen op de ondersteuning hoeft voor mij niet. De gebouwen moeten er fris uitzien, anders sukkelt de boel in. Uitstraling is ook erg belangrijk. En de computers moeten natuurlijk ook in orde zijn. Ik heb trouwens weinig te klagen qua onderwijs. Op mijn opleiding werken we met kleine groepjes van acht studenten. Daardoor heb je veel contact met de docenten. Er zijn voldoende docenten en die hebben vaak veel praktische ervaring. En theoretisch zit het ook wel snor bij de meesten.’

10 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]


UIN

EDITIE

DE Z

UI

NIG

IGE

UIN

IGE

NIG

DE Z

ITIE E ED

DE Z

ITIE E ED

EDITIE

DE Z

UI

Yzan Siera (23), derdejaars Sportgezondheid ‘Ik hoor dat alle docenten een masteropleiding moeten hebben over een paar jaar. Ik weet niet of dat echt nodig is bij ons. Ik vind praktische ervaring veel belangrijker en daar zijn ze bij ons heel sterk mee bezig. Ze weten uitstekend wat er in het werkveld speelt. Ik heb ook nog nooit meegemaakt dat de leraren me niet konden helpen met vragen. Als er dan bezuinigd moet worden, dan kan het wel iets minder met dure, nieuwe gebouwen. Het hoeft niet allemaal design te zijn.’

Tom Haver (23), vierdejaars Academie voor Lichamelijke Oefening ‘Als je naar ons gebouw van de Academie voor Sportstudies kijkt, vind ik niet dat het onderwijs voorop heeft gestaan. Een prachtig gebouw, maar niet functioneel, en ook te klein. Maar aan de andere kant kan ik niet zeggen dat de kwaliteit eronder heeft geleden. Het is een geweldige opleiding waar de student zelf als persoon centraal staat. En dat is belangrijk want uiteindelijk moet je andere mensen leren om zichzelf te ontdekken. Dan moet je weten wie jezelf bent. Voor een hbo-opleiding mag je eisen dat alle docenten over een paar jaar een master hebben. Maar het zou wel jammer zijn als enkele goede hbo-docenten dan weg zouden moeten omdat ze daar niet in slagen.’

Loes Schenkel (17) en Petra Habes (19), eerstejaars Medisch Beeldvormende & Radiotherapeutische Technieken Loes: ‘Ik heb nog niets gehoord over mogelijke bezuinigen op school. Ik heb geen klachten over de kwaliteit van het onderwijs.’ Petra: ‘Ik vind de docenten ook uitstekend, maar er zijn er te weinig. Daardoor ziet ons rooster er als een gatenkaas uit. Dat betekent dat je veel uren op school bent waarin je geen les hebt. Waarop je kunt bezuinigen? Moeilijk voor ons om te weten hoeveel schoonmakers of ict’ers er zijn en wat ze precies doen. Ik zie wel eens twee of drie mensen achter de balie, dat lijkt me wat veel, misschien hebben ze het erg druk.’

Tim Hartog (18), eerstejaars Verpleegkunde ‘Als iedereen in de kantine en de lokalen zijn rommel opruimt, dan scheelt dat een hoop aan personeel. Verder zou ik eigenlijk niet zo goed weten hoe je kunt bezuinigen op de ondersteunende diensten. Ik heb niet het idee dat er te veel ict’ers of conciërges rondlopen. Wat betreft de onderwijskwaliteit ben ik eigenlijk dik tevreden. Ze houden ook prima rekening met de overgangsproblemen van eerstejaars. In het begin waren er te weinig docenten doordat het aantal eerstejaars hoger was dan verwacht, maar dat is nu opgelost.’

Augèle Maria (24), tweedejaars Hbo-Dans, uitvoerend en docentopleiding ‘Ik ben geen voorstander van het verplicht stellen van een masteropleiding voor docenten. Het talent om goed les te geven speelt een grotere rol dan iemands papiertje. Ik vind de onderwijskwaliteit hier trouwens prima. Ik zit in de medezeggenschapsraad van de opleiding en ik zie hoe ze voordurend werken aan verbetering van het studieprogramma en dat zie je ook terug. Bezuinigen op de ondersteuning hoeft voor mij dus niet zo. Ik zou ook niet weten waarop. We hebben nu ’s ochtends bijvoorbeeld maar twee schoonmakers. Dat is al heel weinig. En hun werk is superbelangrijk voor een dansopleiding.’

Kitty Visch (21), eerstejaars Toegepaste Psychologie ‘De kwaliteit van onze docenten is uitstekend. Voor zover ik weet zijn ze allemaal universitair opgeleid en het zijn prettige mensen om mee om te gaan. Wat betreft de kwantiteit valt er nog wat te verbeteren. Als er een keer een docent ziek wordt, is er geen vervanging. Dan moet je twee weken of zo wachten totdat je de gemiste lessen kunt inhalen. De vraag is waar je zou moeten snijden om meer docenten te kunnen betalen. Aan de infobalie zie ik altijd twee mensen zitten. Dan kan wel minder, denk ik. En bovendien kun je bijna alles digitaal vinden.’ Tekst en foto's: Luuk Steemers [10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 11


Een weekje

superzuinig

International Communication-student Kelly van Binsbergen leefde een week op drie euro per dag. Dat viel nog niet mee. ‘Best ironisch: heb je genoeg geld, mag je het niet uitgeven.’ Zondagavond Vanaf morgen leef ik vijf dagen van drie euro per dag. Ik kreeg verrassend veel reacties. De experts op het gebied van met minimaal overleven (oftewel de moeders of familieleden) zeggen dat het best wel meevalt. ‘Dat deed ik ook in m’n studententijd.’ Maar je hebt ook de mensen die ijzingwekkend beginnen te gillen. ‘Dat is veel te weinig, joh! Je gaat verhongeren!’ Zelf weet ik eigenlijk ook niet wat ik ervan moet denken of verwachten. Al die mensen leven op hun eigen zuinigheidslevel, maar wat zegt dat over mij? Ik denk dat ik zo’n zes, zeven euro uitgeef aan eten, drinken en uitgaan. Heel wat: per maand is dat bijna tweehonderd euro. Dat moet met minder kunnen. Maandag Ik daal af vanaf m’n hoogslaper. Een raar gevoel overvalt me. Wat was er ook alweer? Jep, vandaag is m’n eerste zuinige dag. Ik pak de laatste paar sneetjes brood uit de vriezer en maak een boterham met jam. Shit, had ik van tevoren maar wat meer brood gehaald, zodat de kosten niet van mijn drie-euro-budget afgaan. Van de kapjes smeer ik nog wat voor op school. Ik haast me om met

de bus naar de Hanze te gaan. Dit mag toch wel? De bus is gratis. Op school spoed ik me naar de koffiebar. Als ik vooraan sta, herinner ik me m’n karig gevulde portemonnee. Voor ik uit de rij kan stappen, vraagt de vriendelijke koffiebarmevrouw of ik mijn gewoonlijke grote cappuccino wil. Ik kan natuurlijk niet nu al de helft van mijn geld uitgeven. Ik moet weg! Ik verontschuldig me en loop cafeïneloos naar m’n les. ’s Middags ga ik naar de Albert Heijn. Appie heeft een aanbieding: drie broden voor twee euro. Dat is goed voor één week lunchen en ontbijten. Macaroni van het merk euroshopper kost bijna niets, net als een zak uien en twee blikjes tomatenpuree. Daar moet een avondmaaltijd van te brouwen zijn. Drie euro veertig, zegt m’n kassabon. Iets boven mijn budget. Ik sus m’n geweten met de vaststelling dat de bestedingen eigenlijk voor de volgende dagen zijn. De macaroni smaakt goed. Dat wist ik al: mijn moeder maakte het thuis ook vaak. Totaal uitgegeven: € 3,40 Dinsdag Vandaag is het opeens een stuk makkelijker. Ik zit er meer in en heb het gevoel dat ik nu ook weet wat ik wel en

12 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]

niet kan kopen. ‘s Ochtends sta ik vroeg op, ik moet brood smeren. Op school wacht me weer de verleiding van mijn grote vijand, de koffiebar. Ai, zijn verleidingstruc is het bijna onweerstaanbare gevoel dat ik een beloning verdien omdat het gisteren zo goed ging. Nee, besluit ik, nee, neen, nee. Een bakje koffie is een derde van mijn dagbudget. Mijn huisgenootje bied heel lief aan om dat verleidelijke bakkie leut voor mij te kopen. Maar nogmaals nee, ik ben geen valsspeler. Na m’n lessen, het is vier uur, krijg ik trek. Mijn brood is op. De dagsoep in de cafetaria is vijftig cent, een rijstwafel kost me dertig cent. Niet echt een maaltijd, maar het is het goedkoopste wat ze hebben. In de bus naar huis stop ik bij de Albert Heijn. Ik koop koffiepads voor morgenvroeg. Dit kost me één euro vijftig. Vandaag is de stufi binnen. Ik heb zin om te gaan winkelen in de Herestraat. Best ironisch: heb je genoeg geld, mag je het niet uitgeven. ‘s Avonds als ik thuiskom van een project meeting, delen m’n huisgenootje en ik de laatste beetjes macaroni. Totaal uitgegeven: € 2,30

Woensdag Vandaag heb ik lekker vrij. Als ik ’s middags wakker word, zet ik een bak koffie met de gisteren gekochte koffiepads. Dat is lang geleden, koffie! Als ontbijt en lunch eet ik, jaja, brood met jam. Ik krijg een belletje van een vriendin. Of we, net als iedere week, koffie in de stad gaan drinken. Helaas, dat kan ik niet maken, maar ze mag wel langskomen. Koffie in een café drinken is leuker dan op m’n kamer en de euroshopperpadskoffie haalt het niet bij een Café Mocha Bianco van de Doppio. De gezelligheid maakt veel goed. Vriendschap hoeft geen geld te kosten. Na de koffiedate zoek ik Albert Heijn maar weer eens op. Tomatensoep, van dat poeder uit zo’n zakje, en echte tomaten voor erin. Dit is een topdag, zeker qua budget. Totaal uitgegeven: €1,50 Donderdag Mijn ontbijt (een snee brood met jam!) begin ik behoorlijk beu te worden. Normaal gesproken eet ik rond deze tijd rijst of iets anders warms. Twee keer warm eten per dag zit er deze week echter niet in. Ik slik het droge brood door en ga weer naar school. De grote bruine verleider weersta ik met een list. Van m’n huisgenoot heb ik een thermosbeker in bruikleen. Vol met


DE Z

UI

ITIE E ED

UI

NIG

NIG

UI

NIG

DE Z

ITIE E ED

DE Z

ITIE E ED

frick Slimmer en slommer

NIG

ITIE E ED

DE Z

UI

Mijn baas is slimmer gaan werken. Nee, hij was niet dom, het was een opdracht. U kent dat vermoedelijk wel, van hogerhand. Na enige tijd had hij in de gaten wat slimmer werken betekende. Hij moest de dingen die hij deed sneller of anders doen. Of allebei. Hij lijdt er niet onder. Afgelopen maandag kwam ik hem tegen op weg naar de koffiemachine. Opperbest humeur. Hij zei: ‘Ha die Frick, hoe gaat het?’ Ik zei: ‘Het gaat.’ Hij weer: ‘Mooi, dan was dit ons jaarlijkse functioneringsgesprek.’ Ik blij, hij blij, wij blij.

leut. Vrolijk loop ik aan de cappuccino voorbij. ’s Middags ben ik in de stad. Ik loop via het centrum naar huis. Een foutje, want ik krijg opeens enorm veel zin om te gaan winkelen. De H&M heeft uitverkoop. Overal lokken de megaadvertenties. Mijn portemonnee jeukt: ik wil naar binnen!!!! Stom, hè? Dat je niets nodig hebt, maar toch wilt winkelen? Beetje geval van gat in het handje. Als diner eet ik een kipburger (1 euro 70), rijst (tachtig cent) en chilisaus (83 cent). Totaal uitgegeven: € 3,10 Vrijdag De laatste dag van mijn challenge. Ik ben de hele dag vrij, dus ik rol pas laat mijn bed uit. Wederom ontbijt ik met brood. Ditmaal met een nog grotere tegenzin dan gisteren. Morgen, denk ik, morgen is het voorbij. Nog maar een dagje! Er komt weer een vriendin koffiedrinken en ik doe nog wat huiswerk. Een redelijke saaie dag, dus. Rond half vijf in de middag ga ik naar de markt. Een kilo spinazie en tomaten kosten me één euro vijftig. Tegen sluitingstijd geven de marktlieden korting. Groentje kost een habbekrats. Rauwe spinazie met rauwe tomaten, wat pasta erdoorheen

en afmaken met groene pesto (1 euro 82 voor twee potjes). Lekker en gezond. Totaal uitgegeven: € 3,30 Conclusie Dames en heren, experts en diegenen die voor m’n gezondheid vreesden: ik ben niet verhongerd. Alle dagen brood is niet je dat, maar het was het waard. Deze week was een eye-opener voor me. Ik had niet verwacht dat ik zoveel moeite zou hebben om die kleine dingen te laten staan. En ik heb ontdekt dat ik flink wat geld spendeer aan onzindingen. Als je bijvoorbeeld mijn cappuccino’s optelt, komt dat toch echt uit op bijna vijftig euro per maand! Afgelopen vijf dagen bespaarde ik twaalf euro op cappuccino. Als ik in de schoolcafetaria had gegeten, zoals ik normaal doe, had ik vijftien euro meer uitgegeven. Doordat ik m’n stufi kreeg, ontdekte ik dat ik toch wel een gat in mijn hand heb. Die winkeldrang: ik had geld binnen gekregen en dat móest ik bijna uitgeven. De drie-euro-challenge maakt je bewust van wat je koopt en wat je kunt laten staan. En misschien leer je er zelfs jezelf een beetje beter door kennen. Totaal uitgegeven deze week: € 13,60

Deze amusante ontmoeting bracht in mij een gedachtestroom op gang. Functioneringsgesprekken, voortgangsgesprekken, beoordelingsgesprekken, ik ken vrijwel niemand, baas noch onderknuppel, die daar het nut, de noodzaak of de lol van inziet. Waarom zouden wij ons daar verder mee beslommeren? Waarom zouden wij ons in deze tijden van te lange broekriemen niet allereerst ontdoen van kommer en slommer? Zou Berenschot bekend zijn met deze insteek? Berenschot is de reden dat sommige collega’s zich verstoppen als zij hen onbekende goed gekleed gaande mannen en vrouwen in het vizier krijgen. Dat komt, de Berenschutters, met hun brogues en fleurige dassen, onderzoeken hoe de Hanzehogeschool kan bezuinigen op niet-docenten. Daar hebben we er te veel van. Op zich geen probleem, maar de Hanzehogeschool is, de naam wijst al vagelijk in die richting, een school. En dan is het best handig als een behoorlijk gedeelte van je personeel voor de klas kan staan. De operatie van Berenschot heet Balans. Balans betekent vooral veel praten en overleggen over wat we sneller of anders moeten doen. Of allebei. Daarvan zouden we ons ook kunnen ontslommeren, van praten en overleggen. Vergaderen staat al eeuwen in de top-drie van dingen die niemand leuk vindt. Hebt u wel eens een collega horen zeggen: ‘Heerlijk, een vergadering’? Hebt u het zelf wel eens gezegd? Bevangen door mijn revolutionaire inzichten, snelde ik naar m’n baas. ‘We moeten stoppen met vergaderen’, juichte ik, ‘rigoureus.’ Hij grijnsde: ‘Lumineus!! Ik zal het meteen agenderen voor de volgende vergadering.’ Hij blij.

Tekst en foto: Kelly van Binsbergen Hajo Frick

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 13


UIN

EDITIE

DE Z

UI

NIG

IGE

DE Z

ITIE E ED UIN

IGE

NIG

DE Z

ITIE E ED

Een dagje Voedselbank

EDITIE

DE Z

UI

‘Soms denk ik dat de ene helft van Nederland

de andere bij de hand houdt’

Er is geen armoede in Nederland, zegt minister-president Rutte. Maar als het f inancieel tegenzit, hebben sommige mensen geen geld meer voor de eerste levensbehoeften. De Stadse Voedselbank voedt op dit moment zo’n duizend monden. Duizend stadsgenoten die van minder dan vier tientjes in de week leven. Vrijdag 11 mei - 07.30 uur De Ford Transit van de Voedselbank heeft bij de vestigingen van Albert Heijn in de stad het brood van de vorige dag opgehaald. Het busje vertrekt onmiddellijk na het lossen om bij de vier Jumbo’s producten op te halen die nog net niet over de houdbaarheidsdatum heen zijn. ‘Ken je die serie MASH nog?’, vraagt Harry Vruggink (70), de algemeen manager van de Stadse Voedselbank. ‘Zo hectisch gaat het als het busje aankomt.’ Het vrijwilligersteam staat al in de startblokken om de wagen te lossen. Als een goed geoliede machine weten ze in no-time de producten uit te laden en te beoordelen. Voedsel dat over datum is, gaat direct de container in. ‘We kunnen geen enkel risico nemen. Vlees en vleeswaren worden direct vacuüm verpakt en ingevroren zodat we de houdbaarheid met drie maanden verlengen.’ Deze vrijdag verwacht de Voedselbank 69 klanten. Een drukke dag. Vanaf tien uur zijn ze welkom. Maar om een uur of negen rookt de eerste bezoeker al een sigaretje op zijn rollator voor de loods aan de Oosterhamrikkade. Gestaag druppelen de klanten binnen. Iedere klant heeft zo z’n vaste dag. Op zaterdag komen de grote gezinnen.

alle maatschappelijke instellingen die je een week doen, doe ik in vijf minuten je kunt voorstellen. ‘Soms denk ik dat de op de achterkant van een sigarendoosje’, ene helft van Nederland de andere bij de verzucht de oud-ondernemer. hand houdt.’ 260 netjes mandarijnen screenen Schuldhulpverlening De Voedselbank werkt alleen met vrijOm in aanmerking te komen voor een willigers. Ze zijn gepensioneerd, werken voedselpakket mag een alleenstaande met behoud van uitkering, op theraniet meer dan 180 euro per maand leef- peutische basis of ze zijn gehandicapt. geld ontvangen. Leefgeld is geld om van ‘Mensen die op de arbeidsmarkt tussen te eten en om je van te kleden, daar zijn wal en schip zijn geraakt, hebben hier de vaste lasten dus al van af. Voor iedere een goede plek gevonden. Alle dagen extra volwassene in een gezin komt daar thuis zitten is waardeloos. Afgelopen week kwamen er 260 netjes mandarij60 euro bij. Voor ieder kind 50. Harry heeft zes jaar als schuldhulpverlener bij nen van de C1000 uit Gieten. Dan zitten Humanitas gewerkt en kent het klappen we met z’n allen de beschimmelde van de zweep. ‘Schuldhulpverleningsexemplaren te sorteren. Soms krijg je instanties werken stroperig. Wat zij in tonnen uien aangeboden, waar je echt

In het kantoor staat de telefoon roodgloeiend. Klanten bellen. Met diverse vragen en mededelingen. De één is ziek en wil zijn pakket maandag halen en de ander heeft een probleem met de Groninger Krediet Bank. Harry staat ze vriendelijk en geduldig te woord. Hij kent ze alle 360. De oud-ondernemer runt de Voedselbank als een bedrijf. Met 360 klanten, vijftig man personeel, veertig leveranciers en contacten met 14 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]

geen kant mee op kunt. Ik hield een keer een lezing voor de plattelandsvrouwen toen we aardappelen nodig hadden. Een week later had ik een ton piepers. Vorige week werd ik gebeld door een groepje studenten. Op zondag. Er was een evenement in het water gevallen en ze hadden een busje vol Turkse broden, yoghurt, fruit en tomaten over. Breng maar bij me thuis, jongens. Want op zondag is de Oosterhamrikkade gesloten.’ 10.00 uur – Nummertjes trekken Aan een grote tafel staan koffie en thee klaar. Rondom de thermoskannen wachten al een stuk of twintig klanten. Het is een gezellige boel.


kunnen omgaan. Dat iedereen alle brieven van instanties begrijpt, dat mensen formulieren juist invullen. Neem de huur- en zorgtoeslagen. Echt vreselijk! Wie bijvoorbeeld niet begrijpt wat zijn toetsingsinkomen is, en in plaats van zijn bruto zijn netto inkomen aan de belastingdienst opgeeft, is de klos. Die ontvangt te veel toeslag en moet het een jaar later terugbetalen. Veel mensen kunnen dat niet. Met als gevolg dat er een deurwaarder wordt ingeschakeld. De vordering die in eerste instantie 400 euro was, wordt 550. Komt er nogmaals een deurwaarder, dan wordt de vordering al snel 700 euro. Dat geld moet ergens vandaan komen. Dus het ene gat wordt met het andere gedicht. Er worden astronomische bedragen aan administratiekosten gevraagd. Rutte zegt dat er geen armoede is in Nederland. Onzin. Zolang er voedselhulp nodig is, is er armoede.’ Loes Vader

Ons kent ons. Buiten staan de rokers een sigaretje te paffen. Iedere klant heeft een pasje waarop staat voor hoeveel personen hij eten meekrijgt en de geldigheidsduur van zijn inschrijving. Alle klanten hebben een beoordeling van vier tot maximaal 52 weken. Soms is noodhulp nodig. Als iemand al drie dagen niet heeft gegeten, is een mailtje van een maatschappelijke instelling voldoende. Bij binnenkomst krijgt iedereen een nummer. Bedrijfsleider Ton doet de briefing. Hij vertelt wat er vandaag voorhanden is. Het is iedere week weer een verrassing. Wie aan de beurt is, pakt een winkelwagentje en loopt met één van de vrijwilligers mee om het karretje te vullen. Je mag producten weigeren, maar niet om iets anders vragen. Energydrank, soep, pannenkoekenmix, appeltjes, mandarijnen, pindakaas is in de aanbieding, yogi-thee, balsamico-azijn, rijst, conserven, ijsjes, appelstroop, hagelslag… Er is keuze uit vlees, vis en vegetarisch. Soms ook halalproducten. Maar ook non-food producten. Zakjes met wasmiddelen, shampoo, maandverband en andere drogisterij-artikelen. Het aanbod is veelzijdig. Vandaag is er te weinig brood. Omdat iedere klant één brood meekrijgt, wordt er een beroep gedaan op de vriezer. In de opslag staat zelfs een stapel overgebleven kerstpakketten van de Hanzehogeschool. Achter in de loods is een ruimte met kleding. Keurig gerangschikt op kleur en maat. Ook kleding kan worden ingebracht. ‘Eén maal in de zes weken mogen klanten kleding uitzoeken. Voor

klanten met kinderen op de basisschool is er de actie Jarige Job. Alle kinderen krijgen een cadeautje, een taart, ballonnen… alles om een feestje te vieren. En iets om op school te trakteren. Het is heel belangrijk dat kinderen er op school bijhoren en zo’n pakket helpt.’ Knijp zitten Hoe komen mensen zo knijp te zitten? Is het de crisis, recessie? Kunnen mensen steeds slechter met geld omgaan? Volgens Harry zijn het met name de regelingen van de overheid die vragen om moeilijkheden. ‘Onze klanten zijn een afspiegeling van de samenleving. Van kappers tot kruideniers, van failliete ondernemers tot heroïnehoertjes.

Natuurlijk veel mensen met verslavingsproblematiek en psychiatrische patiënten. Niet iedereen redt het in deze gecompliceerde maatschappij. Er is ook steeds minder schaamte om bij de voedselbank aan te kloppen. Mede door de crisis, maar ook door de publiciteit die de voedselbanken genereren. Sommigen komen gezellig met de buurman. Dat was een aantal jaren geleden niet zo. Er zijn veel uiteenlopende redenen waarom mensen hun dagelijkse boodschappen niet meer kunnen betalen. Onverantwoord koopgedrag, of je moet je huis na een scheiding verkopen met veel verlies. Schulden zijn veel te makkelijk te maken. De overheid gaat er ook maar vanuit dat mensen met geld

De feiten In 2002 opende de eerste voedselbank in Nederland de deuren. Inmiddels zijn er 130 vestigingen. Er maken zo’n vijftigduizend mensen gebruik van. Sinds 2008 is er een landelijke stichting. De doelstellingen van de Stichting Voedselbanken Nederland zijn: verspilling van voedsel tegengaan en mensen in moeilijke financiële situaties helpen door het verstrekken van voedingsmiddelen die door derden beschikbaar worden gesteld. Alle voedselbanken worden gerund door vrijwilligers. Naast de dagelijkse bijdrage van supermarkten uit de buurt is er eens in de veertien dagen toevoer vanuit Rotterdam, de bakermat van de Voedselbanken, waar bedrijven als Unilever en Nestlé aan leveren.

Foto's Luuk Steemers

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 15


Derdejaars Minerva exposeren

MAY DAYS Van 11 tot en met 13 mei organiseerden derdejaars Autonome Beeldende Kunst op acht verschillende locaties in de stad de tentoonstelling MAY DAYS. Geronimo Cardogan, Anna Luella Zahler, Petra KĂźhne, Caspar Connolly, Jan Eisse Pentinga, AndrĂŠ Borges, Aebele Trijsburg, Susana Wessling en Christiana van Lammeren presenteerden bij hun opening op 11 mei in de Antillenstraat een theatrale preview van hun gezamenlijk visie op het thema Uncertain. Te zien waren installaties, geluidsopnamen en performances. maydays.nl uncertainexhibition.wordpress.com

16 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]


16 X 16 De tentoonstelling 16 X16 in de Koepelzaal aan de Praediniussingel was een samenwerkingsproject van 16 derdejaars deeltijdstudenten van Academie Minerva. Vanuit een vrijgekozen discipline maakten ze ieder 16 verschillende werken voor de andere studenten uit de groep, die ze op 16 mei in een finissage onder elkaar verdeelden, als afscheidscadeau voor elkaar. Tutor Ally van Altena begeleidde en adviseerde ze bij de presentatie van hun werk.

Tekst: Rina Tienstra Foto's: Pepijn van den Broeke [10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 17


! n e t r a a M

p o m Ste

18 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]


Foto: Pepijn van den Broeke

www.studentoftheyear.nl/verkiezing/profiel/55

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 19

Year verkiezing 2012.

is één van de drie finalisten van de Student of the

Student Facility Management Maarten Vranckx (23)


loco

Ferdinand Koelewijn (22), tweedejaars Small Business & Retail Management is DJ ‘Het begon toen ik twee jaar geleden naar een technofeest ging. De vibe sprak me enorm aan. Ik ben me meteen in het gaan verdiepen in het DJ’en. Ik draai nu één keer per week bij Subsonic of Klup Peperstraat, en soms bij Albertus Magnus. Ik ben daar vicepreses van de Danz Cie die licht en geluid regelt bij feesten. ‘Ik draai met CDJ’ s van Pioneer, geen vinyl, dan ben je voortdurend bezig om op het gehoor de beats van de verschillende nummers gelijk te krijgen. Met de CDJ’ s zie je het aantal beats per minute op schermpjes. Dat maakt het beat matching een stuk makkelijker en zo kun je beter de reactie van het publiek in de gaten houden en daarop voortborduren. ‘Ik doe het voor de muziek. Voor het geld kun je veel beter in het commerciële circuit draaien. Bij de Drie Gezusters, top-veertig met iedere drie minuten een climax. Ik werk het liefst heel langzaam naar een hoogtepunt toe, wel vijftien minuten. Maar dan gaat alles ook helemaal los. Supermooi, vind ik, techno, maar je moet het wel snappen.’ Met dank aan Subsonic. Tekst en foto: Luuk Steemers


FILM

GADGET

This Must Be The Place ★★★★★

The Book Seat ★★

This Must Be The Place (Paolo Sorrentino) is een film die je niet loslaat. Sean Penn is magistraal, kwetsbaar en vertederend als Cheyenne, de verlopen rockster à la Robert Smith van The Cure. Hij mompelt en strompelt zich een weg door het universum, ondersteund door een boodschappenwagentje. De liefde tussen Cheyenne en z’n vrouw Jane is ontroerend. Ze wonen in een veel te groot huis in Dublin. Het lege zwembad doet dienst als squashbaan. Als Cheyenne hoort dat zijn vader op sterven ligt, stapt hij op een cruiseschip naar Amerika. Als hij in New York aankomt is zijn vader, die hij dertig jaar niet heeft gesproken, overleden. Zijn neef vertelt dat zijn vader de laatste decennia van zijn leven op zoek is geweest naar zijn nazi-kampbeul uit Auschwitz. Cheyenne besluit het werk van zijn vader af te maken. Maar niet voordat hij een concert bijwoont van de Talking Heads. De film is genoemd naar het nummer This Must Be The Place van de legendarische band uit de jaren tachtig. De film gaat over vervreemding. Over keuzes maken. Kies je voor de waarheid dan kies je voor jezelf en zul je thuis komen. Mooie beelden, mooie muziek, een film die verlichting geeft.

Hij ziet er uit als een foute kabouter, maar deze rode nep-suède mini-zitzak doet wel wat hij belooft. Hij laat de kabouters het werk doen. Met behulp van het tweehonderd gram wegende poefje kun je met losse handjes lezen, alleen het omslaan van de bladzijden kan ie nou net niet. The Book Seat van Leuke Dinges Comm, geproduceerd in een Beschutte Werkplaats in Antwerpen, is een nieuwe Australische uitvinding voor fervente boekenlezers en fanatieke notebookers. ‘Zittend, liggend, staand of al etend lezen? De koude of klamme handjes door het lezen in bed tot de vroege uurtjes en de pijnlijke nek -of armspieren behoren vanaf nu definitief tot het verleden!’ belooft de website thebookseat.be. Klopt, in de donkere uurtjes, als de slaap nog niet wil komen, is het kussentje een luie oplossing om handsfree in te dutten. Je kunt hem in model drukken en het plexiglazen hulpstukje aanpassen aan de dikte van je boek. Bij het koken kun je je kookboek er in kwijt en tijdens het tikken van dit stukkie ligt ie naast mijn computer. Daarna verdwijnt hij in mijn bureaula omdat het toch een beetje een overbodige lelijke lig-in-de-weg is.

LV

RT

22 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]

boek

boek

Ciska Feekes

Leonard Ornstein

Het ruisen van de tjemara’s ★★★

Het is geen geringe opdracht die Ciska Feekes (Batavia, 1936) zichzelf stelde. Tientallen jaren, die ze grotendeels als bioloog in Zuiden Midden-Amerika doorbracht, dacht ze niet aan haar jeugd in Nederlands-Indië. In Het Ruisen van de Tjemara’s probeert ze die bijna vergeten wereld van toen op te roepen. Eerst in de vorm van een verslag van haar reis naar Indonesië (Deel 1), dan in een beschrijving van opdoemende herinneringen (Deel 2). De gruwelen van het Jappenkamp, en Feekes vónd het gruwelijk, komen niet helemaal tot leven. Dat komt mede door de her en der belegen en tuttige stijl. Zo lachen de kleine Ciska en haar zus niet, maar ‘proesten ze het uit’. Het boek is een vertelling, geen roman. Maar Feekes gebruikt wel romantechnieken. Zo creëert ze spanning. Want wat is er geworden van haar jeugdvriendje Joed? Wat was Joeds rol in de onafhankelijkheidsstrijd? Ze zoekt de inmiddels rijke en notabele Joed op, logeert weken bij hem, maar ze geeft geen antwoorden op haar eigen vragen. Heel jammer. De natuurbeschrijvingen maken veel goed. Daar is Feekes op haar best. Je hoort de tjemara’s (tropische naaldbomen) inderdaad ruisen. BO

De Jonge Fortuyn ★★★

Een biografie kun je dit boek niet noemen, eerder een voorpublicatie van de uiteindelijke biografie. Leonard Ornstein beschrijft de jonge jaren van Fortuyn en stopt abrupt in 1972, wanneer Pim net twee jaar in Groningen studeert. Een reden voor dit breekpunt wordt niet gegeven. Volgens de achterflap hoopt de auteur in 2014 te promoveren op de biografie van Fortuyn. Dat doet toch extra vermoeden dat het moment van verschijnen van dit ‘voorproefje’, vlak voor de tiende sterfdag van Fortuyn, geen toeval is. Commerciële uitbuiting of niet, het boek is wel lezenswaardig, ook omdat er tot nu toe alleen boeken zijn verschenen over Fortuyns ideeën en niet zozeer over zijn leven. Natuurlijk was er al de autobiografie Babyboomers, maar die is, zo blijkt uit Ornsteins boek, niet zo heel erg betrouwbaar. Dat Fortuyn graag groots en meeslepend wilde leven was al bekend, maar dat hij er ook zijn hand niet voor omdraaide om feiten achteraf te verdraaien om zijn geschiedenis wat meeslepender te maken, legt Ornstein feilloos bloot. Maar echt groots en meeslepend werd zijn leven pas later, en daar moet de Pim-fan helaas nog twee jaar op wachten. CW


Achter de schermen bij

het Groninger Studenten Toneel Op een frisse donderdagavond rond de klok van half acht verzamelen zich twaalf mensen bij de ingang van de Vrije School in het zuiden van de stad Groningen. Één van de lokalen van deze middelbare school vormt het toneel van de repetities voor Apocalypso, een voorstelling van het Groninger Studenten Toneel die op 23 mei word opgevoerd in de Groningse Stadsschouwburg. Apocalypso volgt Jesse, een doodnormale jongen die wil solliciteren naar een wel heel uitzonderlijke baan. Verlosser. Hij heeft een driestappenplan opgesteld waarmee hij de wereld van het kwaad wil verlossen. De uitwerking van z’n plan wil echter nog niet echt lukken. Op weg naar zijn verlosserschap ontmoet hij allerlei vreemde vogels die hem van raad voorzien. Veel mensen associëren toneel met grote luisterrijke theaterzalen: tijdens een repetitie probeert een druk gebarende regisseur zijn visie over te dragen op zijn spelers. Dit is het clichébeeld dat steevast op tv en in de film naar voren wordt gebracht. Bij het GST is het precies andersom. Geen grote zaal, geen glamour, maar een klaslokaaltje, daarin gaat het ook prima. Ook is er geen regisseur die van tevoren alles al in z’n hoofd heeft. De leden van de cast mogen suggesties doen en er is geen sprake van een strenge hiërarchie. Regisseur Jorrit Boonstra is gewoon jij en Jorrit. Om half acht verzamelen Jorrit, de regieassistent en de tien spelers zich in de hal van de school. Omdat er ouderavond is, wijken ze vanavond (10 mei) uit naar een lokaal op de eerste verdieping. Bij

Foto: Pepijn van den Broeke

binnenkomst schuiven ze de tafels aan de kant. Iemand plant een kan water en plastic bekertjes op een tafel. De spelers zitten langs de wanden van het lokaal. Sommigen op stoelen, anderen op tafel. Alle neuzen staan op het midden van de ruimte gericht. De tl-balken storten een fel licht over het gezelschap uit. De regisseur klapt in zijn handen. Hij laat de acteurs weten dat er een aantal stukken van scènes worden geschrapt. ‘Anders wordt het stuk te lang’, geeft hij aan. Met hun scripts in de hand schrijven de spelers mee, hier en daar wat onwillig. Sommigen hebben net een scène uit hun hoofd geleerd en zien hem nu ineens verdwijnen. Jorrit troost: ‘Het is mogelijk dat ik in het weekend besluit ze er toch nog in te laten.’ Na het scènes schrappen krijgen de acteurs te horen dat er een pauze komt in de voorstelling. De speler die de rol van

Jesse vertolkt, vraagt of dat tegenwoordig nog bestaat, voorstellingen met een pauze. ‘Ja, die zijn er’, antwoordt Jorrit droog. De scripts worden er weer bij gepakt om de scène te markeren die na de pauze volgt. Jorrit maakt de verdere invulling bekend. De studenten gaan twee scènes repeteren. De spelers die nodig zijn blijven achter. De rest zoekt een rustig plekje op om teksten in te studeren. De eerste scène is eigenlijk een lied. Apocalypso is een soort van welkomstnummer in een nachtkroeg. De frontzanger is Texas, een mannelijke travestiet in een dunne zwarte jurk met spaghettibandjes en splitten aan beide zijden. Voor het begin van de repetitie kreeg de acteur die Texas speelt tips. De H&M verkoopt een bh die ervoor zorgt dat een cup A eruit ziet als een cup C. ‘Ik denk dat ik nog geen cup A heb’, zegt Texas.

Verder kreeg hij te horen dat hij veel op zijn tenen moet lopen. Anders kan hij gedurende de voorstelling niet op hakken staan. Het is niet makkelijk om een vrouw te spelen, zelfs als het een travestiet is. Een goede travestiet gedraagt zich als een vrouw, maar hoe gedraagt een vrouw zich? De meisjes in de cast proberen het Texas aan te leren. Het gezelschap doet een doorloop van de eerste zes scènes. De eerste voert de familie van Jesse ten tonele. De zus hangt er zo’n beetje bij. Jesses moeder is een dominant type met een apart gevoel voor humor. Schaamte is haar vreemd. Niet gek gezien haar achtergrond als dame van de horizontale vreugde. Als ze even later buiten staan, beantwoordt Jesse aan een ander cliché van de toneelspelerij. ‘Zullen we nog een biertje doen?’ Daarna fietst het gezelschap eendrachtig de donkere avond in. Habon Abdulahi

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 23


Een cursus parachutespringen voor maar honderd euro

‘Ver van de beschaving

zweef ik door de lucht’

Leonie houdt er wel van om zichzelf op de proef te stellen. Oké, een cursus parachutespringen gaat ver, maar waarom niet? Zeker als je hem kunt volgen voor minder dan de helft van de prijs. ‘Een hand op m’n schouder, ik ben aan de beurt. Wanneer Robert go roept, reageert mijn lichaam als vanzelf.’ 24 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]


Mijn benen bungelen in de diepte. Duizend meter beneden me zie ik de patronen van weilanden, een enkele boerderij. De wind is koud op deze hoogte en maakt een hoop lawaai. Ik sta op het punt om in mijn eentje uit een vliegtuig te springen. Met een parachute op mijn rug, dat wel, maar toch. De gedachte blijft maar door mijn hoofd cirkelen. Waarom doe ik dit mezelf aan? Een mens is gemaakt om met beide benen op de grond te staan. Niet om als een vogel door de lucht te duikelen. Net wanneer ik mezelf verbied nog langer naar beneden te kijken, voel ik de hand van Jumpmaster Robert Nieweg op mijn harnas. Hij kijkt me recht in

de ogen: ‘Ready?’ In mijn hoofd hoor ik een stem hard nee schreeuwen, maar in plaats daarvan roep ik enthousiast: ‘Yes’. Wanneer Robert go zegt, reageert mijn lichaam als vanzelf. Met kracht zet ik mijn heup af van de rand, steek mijn borst vooruit en hoor mijn stem als was ik een militair: ‘1001, 1002, 1003, parachutecontrole!’ Waar hang ik aan? Ik val hard naar beneden. Om me heen alleen de harde wind. Niks om me aan vast te houden. Ik probeer de deltahouding aan te nemen, zoals ik geleerd heb. Mijn hoofd achterin mijn nek, mijn rug hol en mijn

schouderbladen tegen elkaar aan, maar het lijkt wel alsof mijn lichaam kantelt. Ik heb al mijn energie nodig om tegen de wind in te hangen en zo een draai te voorkomen. Met een ruk word ik omhoog getrokken. Ik kijk boven me: niks anders dan blauwe lucht, een enkele wolk. Geen parachute? Waar hang ik dan aan? Als ik beter kijk zie ik ’m: een waaier van regenboogkleuren hangt schuin achter me. Ik wurm me naar achteren. Tot mijn opluchting lukt het. Eindelijk hang ik recht onder een perfect geopend matras. Precies zoals het hoort. Ik haal diep adem. De zon schijnt fel en even sluit ik genietend mijn ogen. Ver van de beschaving zweef

ik door de lucht. Het is stil geworden om me heen. Wat te doen in noodsituaties? Skydive Blauwestad en de ACLO organiseren sinds april 2012 cursussen parachutespringen. De cursus bestaat uit een grondopleiding van twee avonden waarop de theoretische kant van het springen wordt uitgelegd. De cursisten maken kennis met het materiaal en ze leren allerlei procedures uit het hoofd. Zo leren ze om in de lucht hun parachute en materiaal te controleren en hoe ze een veilige landing moeten maken. Daarnaast staan de noodsituaties op het programma.

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 25


De cursisten leren gevaarlijke situaties te herkennen en hierop adequaat te reageren. Vervolgens maken de cursisten in het weekend hun eerste solosprong. Studenten die via de ACLO meedoen betalen honderd euro, dat is 110 euro minder dan normale mensen moeten neertellen. Een onmogelijke opgave ‘Wie denkt er nog steeds dat hij géén solosprong gaat maken?’ Zo begint instructeur Jens Doorschodt de eerste grondtraining. Ik schrik op van mijn koffie. De vraag impliceert dat ik een solosprong ga maken en inderdaad, daarvan was ik niet op de hoogte. Weifelend steek ik als enige mijn vinger op. Gelach in de zaal. Een luchtig ‘Dat heb je dan verkeerd gedacht,’ helpt me uit m’n veilige droomwereldje. Uit een vliegtuig springen alla, maar toch niet alléén? Alle keren dat ik ooit verdwaald ben, schieten door mijn hoofd. Zelfs in Groningen, waar ik al zeven jaar woon, raak ik nog wel eens de weg kwijt. Het lijkt me een onmogelijke opgave om in de lucht mijn weg te vinden naar een klein vliegveld, zonder dat daar zelfs maar een weg naartoe loopt. Die eerste woensdagavond hebben zich in de kantine van de ACLO dertig studenten verzameld. Medische keuringen worden gecheckt en er worden vragen gesteld over de dekking van de verschillende verzekeringen. Vanaf het eerste moment is de stemming serieus en geconcentreerd. De cursisten lijken zich ervan bewust te zijn dat ze straks uit een vliegtuig zullen springen. Elke terloopse uitspraak van een instructeur kan straks van levensbelang zijn. Eén bil op een tafel Op de grond van de sportzaal wordt een parachute uitgevouwen. Zo leren we het materiaal kennen waarmee we straks een Static-Line-sprong gaan maken. Static Line betekent dat je met een lijn aan het vliegtuig vastzit. Zodra je eruit springt zal deze lijn de parachute opentrekken. Daar hoeven we dus niet zelf aan te denken. Die eerste avond leren we een checklist af te werken in de lucht om te controleren of onze parachute goed is geopend. Ook de manier waarop je uit een vliegtuig springt blijkt belangrijk. Het is zaak je goed af te zetten met je heup en vervolgens gelijk een bepaalde lichaamshouding aan te nemen, die de deltahouding wordt genoemd. Op de eerste grondtraining oefenen we de deltahouding door schuin met één bil op een tafel te gaan zitten. Bij het go van de jumpmaster leren we om gelijk

te reageren. Op te springen met onze borst vooruit en hard ‘1001,1002,1003, parachutecontrole’, te schreeuwen. Instructeur Jens staat naast de tafel om te zien of de cursisten het er goed vanaf brengen. ‘Na een paar keer denk je dat je het wel weet. Toch moet je blijven oefenen. De bewegingen moeten een automatisme worden, zodat je straks onder druk de juiste houding aanneemt.’ De weken erna zit ik regelmatig met één bil op de eettafel. Ik stel me voor dat ik op de rand van het vliegtuig zit

26 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]

en herhaal steeds dezelfde procedure. Het afzetten, het aannemen van de deltahouding en daarna de checklist. Op de tweede avond komt daar nog eens een reserveprocedure bij. Als iets niet naar behoren werkt, moet je de procedure starten waarmee je de reserveparachute opent. In de parachutelijnen verstrikt De avond voor mijn allereerste sprong bekijk ik satellietkaarten van het vliegveldje in Oostwold. Vanuit de lucht neem ik nog eens de verschillende

herkenningspunten door. De windrichting zal bepalen in welk gebied ik morgen moet vliegen op tweeduizend voet hoogte, op 750 voet en waar ik een draai moet maken op 250 voet, waarna de landing volgt, tegen de wind in. Ik slaap die nacht slecht. Droom over lijnen waarin ik verstrikt raak, wolken die mijn zicht belemmeren, mijn parachute die in de vorm van een bloemkooltje boven me hangt. Om acht uur ‘s ochtends stap ik op het Centraal Station van Groningen in een knalgele bus. Donkere wolken pakken


zich samen in de lucht. Af en toe regent het. We kijken angstvallig naar de lucht. Niet het ideale springweer... Eenmaal in de hangar mogen we één voor één opkomen voor de harnastest. Bij deze test hang je in de lucht in je harnas en werk je de verschillende procedures af. Jens slingert me door de lucht en roept dingen naar me als ‘Ja, je zit in een twist!’ Vervolgens dien ik mezelf door het maken van fietsbewegingen uit de knoop te krijgen. Nadat iedereen voor de test is geslaagd volgt er een uitgebreide briefing over de windrichting en het daarbij passende luchtplan. Dan mag het eerste vliegtuig de lucht in. Wiecher… hij staat niet op Met Wiecher Vos, Feiko Reinalda en drie andere cursisten stap ik in het eerste vliegtuig. We joelen bij het opstijgen. De adrenaline giert door de lucht. Op vierduizend voet wordt één zijde van het vliegtuig opgerold. De wind knalt naar binnen, mijn handen kleuren paars. Feiko gaat als eerste. Hij zit op de rand, maakt een draai, kijkt Jumpmaster Robert in de ogen en dan... zit hij niet meer naast me. Waar ik eerst nog zijn heup voelde tegen mijn heup, is hij nu verdwenen. Een hand op mijn schouder. Ik ben aan de beurt. Wanneer Robert go roept, reageert mijn lichaam als vanzelf. Ik maak een harde landing. De wind heeft me over het vliegveld heen geblazen en ik kom neer op een naastgelegen weiland. Met de linkerkant van mijn gezicht sleur ik een stukje door de modder. Toch spring ik snel op en steek mijn duimen in de lucht. Het gebaar dat zegt: met mij is alles goed! Wiecher heeft het minder getroffen. Ik zie hem liggen, enkele honderden meters van me af. Hij staat niet op. Mijn dag eindigt in het ziekenhuis van Winschoten waar Wiecher zijn gebroken enkel laat ingipsen. Sinds Skydive Blauwestad in 2003 met de cursussen parachutespringen begon, is er nog nooit een botbreuk te betreuren geweest. Oké, op een pinkje na, maar daar is het bij gebleven. En nu de enkel van Wiecher, dus. Ondanks de pijn en de bedompte sfeer in het ziekenhuis kunnen we alleen maar lachen. De adrenaline maakt ons vrolijk en hyperactief. Als de behandelend arts de kamer binnenkomt, heeft Wiecher maar één vraag: ‘Wanneer mag ik weer parachutespringen?’

Leonie Veraar

Foto's: Pepijn van den Broeke

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 27


advertorial

Word Actief voelt Pijlman aan de tand Wij van de Word Actief Commissie waren benieuwd naar de mening van één van de beleidsbepalers van onze hogeschool over het actief zijn naast de studie. Vandaar dat wij de stoute schoenen hebben aangetrokken en de heer Pijlman eens flink aan de tand hebben gevoeld. Een enkeling van jullie zal hem misschien kennen, Henk Pijlman. Deze voormalige leraar, oud-politicus en wethouder namens D66 is sinds 2000 bestuurder van de Hanzehogeschool. Ook zette hij zich in voor de sport in Groningen. Hij was bijvoorbeeld betrokken bij verschillende reddingsoperaties voor FC Groningen en bij de bouw van het nieuwe stadion, de Euroborg. Ook vond de Giro d’Italia in 2002, mede dankzij hem, plaats in Groningen.

Wanneer je studeert wil je eruit halen wat erin zit. Je leert ontzettend veel van bestuurlijke activiteiten. ‘Ik ben lid geweest van de medezeggenschapsraad van de lerarenopleiding Ubbo Emmius en voorzitter van een studentensportvereniging. Bovendien was ik naast mijn studie politiek actief. In mijn tijd kon je veel langer studeren. Alhoewel ik dat niet heb gedaan. Mijn ervaring is dat wanneer je veel wilt, je ook veel kunt. Dus laat je niet weerhouden. ‘De Hanze heeft veel mogelijkheden om (bestuurlijk) actief te worden. Je verrijkt jezelf en de samenleving er mee. Bovendien kijken veel bedrijven en instellingen, wanneer ze personeel aannemen, of studenten naast hun studie actief zijn geweest. Is dat bij het bedrijf

waar je geïnteresseerd in bent, dan is dat een absolute aanbeveling.’ Tegen studenten die geen opleiding willen volgen, maar willen studeren, zeg ik: Word Actief! De heer Pijlman is zelf (bestuurlijk) actief geweest tijdens zijn studie, en dit is te zien aan zijn verdere carrière. Op bestuurlijk vlak heeft hij ook zijn sporen verdiend door al meer dan tien jaar in het College van Bestuur van de Hanzehogeschool te zetelen. In onze ogen is dit een mooi voorbeeld. Tijdens de studietijd ervaringen opdoen in je interesseveld en tegelijkertijd je cv verrijken kan leiden tot meer dan alleen een diploma. Je bouwt een netwerk op door met andere besturen alsmede bedrijven te lobbyen. Dit

is naast een mooie ervaring wellicht nog een platform voor je toekomst, dit is de reden dat onze slogan luidt: ‘Studie alleen maakt nog geen student.’

PS: De aankomende tijd zijn er veel besturen op zoek naar studenten die geïnteresseerd zijn in een bestuursjaar. Dus mocht je na dit verhaal nieuwsgierig zijn geworden, kijk in de aankomende tijd om je heen of doe navraag bij je studievereniging. Om actief te worden naast je studie is het nodig om nú actie te ondernemen! Doe je voordeel met de mogelijkheden en bereid je voor op je toekomst.

Bezuinigingen? Hoe ga je daar als student mee om? Barbara Damstra (21), eerstejaars Logopedie aan de Hanzehogeschool, verhuisde in mei 2011 naar de prachtige stad Groningen, waar ze met veel plezier woont. ‘Eindelijk begint mijn studententijd!, dacht ik toen ik in Groningen neerstreek. Het was iets waar ik tijden naar had uitgekeken. Veel vrijheid, m’n eigen beslissingen nemen en geen rekening meer houden met beter wetende ouders. Maar deze medaille heeft ook een keerzijde. ‘Op jezelf wonen betekent dat je een eigen inkomen moet genereren en dat je goed moet opletten wat je uitgeeft. Het maken van een budgetoverzicht kan hierbij helpen. In het begin van mijn studietijd had ik minder verantwoordelijkheidsbesef dan nu. Zo ging ik vrijer met mijn maandbudget om. Niet zo heel gek, want ik wist niet precies wat ik maandelijks te besteden had. ‘De eerste maanden was ik minder bezig met hoe ik het beste geld kon ‘sparen’ omdat ik mijn bestedingspatroon niet kende. Bovendien gebruikte ik op dat moment geen

budgetoverzichten. Al mijn geld ging op aan stappen, shoppen, hobby’s, studie en mijn jaarclub. Kortom, alles was nieuw en spannend! Gelukkig kreeg ik van mijn ouders wel de nodige financiële steun, zoals het geld voor kamerhuur. Achteraf gezien heb ik geen spijt gehad van deze tijd. Het was echt een topbegin van mijn studentenleven in Groningen! ‘In die driekwart jaar op mezelf wonen ben ik steeds bewuster met geld omgegaan. Op dit moment betaal ik een groot gedeelte van mijn eigen huur zelf. Daarnaast heb ik nu elke maand te maken met vaste lasten. Kamerhuur, zorgverzekering, studieboeken, collegegeld, boodschappen, gas, water, elektriciteit en een telefoonabonnement, alles kost geld. Als ik wat overhoud wil ik dit graag spenderen aan uitgaan, drankjes drinken of andere leuke dingen. ‘Als ik in de supermarkt boodschappen doe, koop ik nauwelijks A-merken. Vaak smaken de B-en C-producten net zo lekker. Ik kijk ook altijd even naar de weekacties en aanbiedingen. ‘Vroeger gooide het eten dat ik niet opkon weg. Nu gaat het in de koelkast of in

de diepvries. Ik weet niet of je het bezuinigen kunt noemen, maar als ik bij m’n ouders ben geweest, gaat er een tasje boodschappen mee. ‘En nog zou ik het niet helemaal redden. Daarom heb ik een bijbaantje bij de Kruidvat. Het geld dat ik daarmee verdien, is bestemd voor leuke dingen. Op jezelf wonen is wat duurder dan verwacht maar de financiële onafhankelijkheid is priceless!’ Bezuinigingstips De Onafhankelijke Studenten Raad heeft als motto: Gunt jou de ruimte. Dit willen wij zo breed mogelijk stimuleren naast je studie. Door de bezuinigingen en de aangescherpte regels vanuit de overheid dien je als student een flexibelere houding aan te nemen en rekening te houden met financiële consequenties. De OSR wil jullie hierin graag ondersteunen en geven jullie de volgende tips: - Koop geen dure merkkleding, met minder dure kleding kun je er ook geweldig uitzien.

- Wees zuinig met wat je hebt. - Koop nooit eten met een lege maag, zo koop je geen onnodige producten. - Niemand wordt slapend rijk, dus zoek een leuk bijbaantje. - Zeg dure kranten- of tijdschriftabonnementen op, maak liever gebruik van gratis digitaal nieuws. - Koop geen dure artikelen als je ze niet nodig hebt. - Een mobiele telefoon hoeft niet twee keer per jaar vernieuwd te worden. - Hetzelfde geldt voor computers, tv’s en muziekapparaten. - Stop met roken (of begin er niet aan)!

SSA: Dé Dean onder de Deans Sinds 2007 houdt de Stichting Studenten Activiteiten een enquête onder alle HGstudentenorganisaties om te peilen hoe het contact verloopt tussen organisatie en instituut. De Award voor de hoogst scorende dean gaat dit jaar naar Peta de Vries van de Pedagogische Academie. Wat maakt een dean een winnende dean? Volgens mevrouw De Vries is de key factor de

goede samenwerking met Le Baso, de studievereniging van de Pedagogische Academie. De PA biedt faciliteiten (onder meer kantoorruimte en computer) aan Le Baso en Le Baso geeft daar zinvolle aan de studie gerelateerde activiteiten voor terug. Activiteiten ter bevordering van de gezelligheid en sfeer zijn hier ook onderdeel van. ‘Er zijn veel zaken die Le Baso voor ons realiseert’, stelt mevrouw De Vries. ‘Wij hebben bijvoorbeeld

28 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]

geen kantine op de BrugsmaBorg, maar het kantoor van Le Baso begint aardig als gezellige kantine te fungeren. Daarnaast zijn ze erg professioneel: daar kunnen wij nog wel eens wat van leren.’ Dit jaar heeft Le Baso intrek genomen in een nieuw kantoor. Mevrouw De Vries wilde wel wat terug voor dit gulle gebaar. Zo hielp Le Baso met het promoten van de Nationale Studenten Enquête. ‘Zo helpen we elkaar

wanneer dat nodig is’, verklaart mevrouw De Vries. Tip voor volgend jaar aan de andere deans ‘Het nieuwe kantoor heeft vast een beetje geholpen’, lacht mevrouw De Vries. ‘Ik ben erg blij met deze Award, maar volgend jaar mag hij weer naar iemand anders. Maar de belangrijkste tip van mevrouw De Vries is dat er een goede en positieve samenwerking moet zijn om de Dean Award in de wacht te slepen!


advertorial

De Hanze Studentenbelangen Vereniging

Back to the Core Business Studenten van de Hanzehogeschool konden tot 21 mei stemmen op de Hanze Studentenbelangen Vereniging (HSV). Wij hopen dat de studenten hun stem hebben laten horen, zodat wij optimaal gebruik kunnen maken van onze achterban voor verbeteringen in het onderwijs. ‘De agenda voor verbetering en optimalisering’, het verkiezingsprogramma van de HSV, is bedoeld voor de periode 2012-2013. In dit programma staan de wensen, ambities en idealen van onze partij voor de studenten alsmede de Hanzehogeschool. De HSV behartigt al jaren met liefde en plezier de belangen van circa 26 duizend studenten van de Hanzehogeschool.

Onderwijs Onderwijs staat wederom hoog op de agenda van de politiek. Er zijn veel ontwikkelingen gaande in de politiek die invloed hebben op hbo-studenten. De Hanzehogeschool moet zich bijvoorbeeld houden aan de afspraken die gemaakt zijn in de landelijke politiek, de zogenoemde prestatieafspraken. Wij als HSV gaan op het hoogst haalbare niveau invloed uitoefenen op de beslissingen die hierover worden genomen. Verder worden andere onderwerpen besproken tijdens de overlegvergaderingen met de HMR en het College van Bestuur (CvB). Daarnaast zijn wij aangesloten bij een overkoepelend orgaan, het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Daarmee vergaderen wij met andere verenigingen uit het hele land over de actuele punten in onderwijsland.

Het verkiezingsprogramma Aankomend jaar bevat het verkiezingsprogramma een pakket met verbeteringen en optimaliseringen, waarmee de HSV de kwaliteit van het onderwijs op de Hanzehogeschool wil verbeteren en waarborgen. De HSV zal zich gaan richten op de individuele studenten. De speerpunten van de HSV voor aankomend jaar zijn: vertrouwenspersoon aanstellen, videocolleges, geen BSA voor het tweede en derde jaar, betere internetverbinding en printfaciliteiten, cateringprijzen, internationalisering, actieve studenten, CO2-concentratie, studievoorlichtingen/intake gesprekken en rechten en plichten voor studenten.

De Hanze Studentenbelangen Vereniging De HSV zet zich al jaren Hanzebreed in om de kwaliteit van het onderwijs te stimuleren, beïnvloeden en te waarborgen. Het behartigen van de belangen van onze achterban is het belangrijkste doel van de HSV. Wij hopen dan ook dat wij ook dit jaar met een grote delegatie zitting mogen nemen in de HMR. De thematiek van de HSV is ‘back to the core business’. Heb je dit jaar niet gestemd? Doe dit dan aankomend jaar wel en stem HSV. Loop je ergens tegenaan of heb je een probleem waar je zelf niet uitkomt? Dan kun je altijd langskomen op ons kantoor A0.19 of een e-mail sturen naar fractie@hanzestudentenbelangen.nl. Namens de gehele kandidaat-fractie, Stefan Spanjer

Groninger Studentenbond zoekt nieuw bestuur De Groninger Studentenbond (GSb) is op zoek naar Hanzestudenten die komend collegejaar een part-time functie als bestuurslid willen vervullen. Als GSb-bestuurslid ben je bezig met het vertegenwoordigen van alle studenten in Groningen. Een bestuursjaar bij de GSb is dan ook een bijzondere ervaring. De Groninger Studentenbond is dé belangenbehartiger van studenten in Groningen op zowel hbo- als universitair niveau. De GSb probeert problemen die studenten tegenkomen te signaleren, aan de kaak te stellen en op te lossen. Wij zijn een vrijwilligersorganisatie voor studenten en door studenten, met een bestuur dat zorgt voor de dagelijkse gang van zaken om zo de medezeggenschapsraden, commissies en werkgroepen optimaal te laten werken. Wat doet de GSb? o Belangenbehartiging De GSb probeert het studentenbeleid van RUG, Hanzehogeschool en gemeente te verbeteren. De fracties in de Universiteitsraad en de medezeggenschapsraad van de Hanze leveren kritische input aan de onderwijsinstellingen. Daarnaast praat de GSb met de gemeente over studentenhuisvesting en met de Landelijke Studenten Vakbond over het onderwijsbeleid in Den Haag.

o Informatievoorziening De GSb probeert studenten goed te informeren over de laatste ontwikkelingen in onderwijsland. De GSb is te bereiken per fax, telefoon en e-mail. Het opinieblad Nait Soez’n wordt gratis verspreid over RUG en Hanze. In het Kamerboek vind je informatie over een kamer vinden, huurprijzen, en huurrechten. Op de website wordt een actueel nieuwsoverzicht bijgehouden. De GSb ziet er ook op toe dat de informatievoorziening van de Hanzehogeschool en de RUG op peil blijft. Als er onduidelijke of foutieve informatie gegeven wordt, dan spreken we de instellingen daarop aan. o Dienstverlening Studenten kunnen de GSb inschakelen als ze problemen hebben met bijvoorbeeld hun opleiding, bijbaantjes, de DUO of hun huisbaas. Het Juridisch Steunpunt van de GSb heeft vrijwilligers in dienst die de student kunnen bijstaan met juridische vragen. Daarnaast kunnen studenten ook het GSb-Huurteam inschakelen als ze hun kamer willen controleren op de wettelijke huurprijs. o Actie Als de belangen van de student geschaad worden en overleg niets meer uithaalt, dan voert de GSb actie. Er wordt op een ludieke manier aandacht gevraagd voor een onderwerp om zaken gedaan te krijgen in het belang van de studenten.

Waar ben je mee bezig als bestuur? o Vertegenwoordiging. Het bestuur draagt de mening van de GSb uit in de pers, bij de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), op borrels etc. Dit zijn meningen van de achterban, meningen van de ALV en de beginselen van de vereniging. o Op de hoogte blijven. Het bestuur houdt de ontwikkelingen in het onderwijs in de gaten zodat het kan inspringen op de actualiteit. o Organiseren. Het bestuur neemt vaak het initiatief in het plannen en uitvoeren van activiteiten en zorgt voor de dagelijkse gang van zaken binnen de bond. Het bestuur neemt het voortouw, maar het is ook heel belangrijk dat het bestuur de leden motiveert om zelf activiteiten uit te voeren o Continuïteit. Het bestuur moet zorgen voor continuïteit. De bestuursleden zijn contactpersoon voor de werkgroepen, commissies en andere geledingen. Het bestuur houdt in de gaten hoe zij functioneren en of ze genoeg mensen hebben. o Zorgen voor orde. Het bestuur moet mensen aanspreken die zich niet aan de regels houden en in de gaten houden of werkgroepen geen gekke dingen doen. Je bent verantwoordelijk, dus moet je de verantwoordelijkheid serieus nemen. o Facilitering. Het bestuur zorgt ervoor dat actieve leden kunnen werken. Zo zorgt het bestuur ervoor dat het pand maandag tot en

met donderdag elke middag open is, dat de computers werken en dat de actieve leden een schone werkomgeving hebben. Wat krijg je ervoor terug? Een jaar bij de GSb is allereerst een jaar waarin je ontzettend veel bestuurlijke ervaring opdoet. Bovendien krijgen Gsb-bestuursleden van de RUG en Hanze een bestuursbeurs voor het werk wat ze doen ter compensatie van eventuele gemiste studiepunten. Meer weten? Solliciteren voor een bestuursfunctie? Kijk voor meer informatie op de website van de GSb: www.groningerstudentenbond.nl Je kunt hier onder andere het informatiepakket downloaden en meer te weten komen over de GSb. In het informatiepakket staat alles over wat het besturen inhoudt en hoe de sollicitatieprocedure werkt. Als je interesse hebt, aarzel dan niet en solliciteer zo snel mogelijk! Je wordt goed ingewerkt door het huidige bestuur, actieve GSbleden, de Landelijke Studenten Vakbond, ervaren oud-bestuurders en specialisten over alle facetten van de GSb. Solliciteren kan tot 16 juni. www.groningerstudentenbond.nl http://twitter.com/gronstudbond

[10] 2012 23 MEI WOENSDAG HANZEMAG 29


ADVERTORIAL

30 HANZEMAG WOENSDAG 23 MEI 2012 [10]


Lieve Loes Heeft je beste vriendin gezoend met de jongen waar jij al tijden vlinders van in je buik krijgt? Ben je verliefd op je docent en kun je je niet meer op je studie concentreren? Lig je niet lekker in je projectgroep en begrijp je niet waarom? Mail Loes, onze enige echte ervaringsdeskundige. Inzenden mag zelfs anoniem. lieve.loes@live.nl

Lieve Loes, Mijn zus en ik zijn behoorlijk close. Ik kan haar alles zeggen en ze is er voor mij als ik haar nodig hebt. Ze ging samen met haar vriend naar een gala. Daar had ze naar mijn mening een nogal verschrikkelijke jurk aan. Ik was die week weg, dus ik heb dat niet tegen haar kunnen zeggen. Nu wil ze diezelfde jurk dragen op de trouwdag van onze ouders. Ik wil niet dat ze daar voor schut loopt, maar ik weet alleen niet hoe ik dat aan haar duidelijk kan maken. Ze denkt namelijk dat ze er super uitziet in die jurk. Liefs Kateleijne Lieve Kateleijne, Nu begin ik toch erg nieuwsgierig te worden naar die vreselijke foute jurk van je zus. Dan had ik ’m heerlijk kunnen afzeiken, zoals een stylist dat in een

roddelblad doet. Maar helaas, ik heb geen foto. Waarom is de jurk zo foeilelijk? Vind je hem veel te bloot voor je zus? Als ze de jurk voor een gala heeft gekocht en ze hem wil dragen op de trouwdag van je ouders zal het wel een feestelijk en frivool geval zijn. Als jij en je zus zo close zijn dan kun je haar toch eerlijk vertellen dat ze erbij loopt als een travestiet op Roze Zaterdag. Dat ze zich zo niet kan vertonen op de trouwdag van je ouders. Je schrijft dat je haar niet hebt kunnen waarschuwen toen ze met haar vriend naar het gala ging. Maar je had daarna toch wel de stoute schoenen aan kunnen trekken? Wat is het probleem? Dus vooruit met de geit, meid. Vertel je zus dat ze het op de trouwdag van haar ouders bij de drie P’s houdt: pakje, pumps en parelkettinkje. De frivole feestjurk kan voor volgend carnaval blijven hangen. PS: wat trek je zelf aan? Lieve Loes, De zomer komt eraan. School is bijna klaar. Mijn vakantiegeld komt binnenkort binnen. Ik weet alleen niet waar ik heen moet. Mijn vriendinnen willen naar Chersonissos. Maar ik weet niet of ik mijn hele vakantie wel door wil feesten. Een beetje cultuur snuiven lijkt mij ook wel wat. Ik weet ook niet of ik wel met mijn vriendin-

KASPER nen op vakantie wil. Een vakantie alleen en dan een stad verkennen lijkt mij ook wel wat. Ik weet niet wat ik moet kiezen…Weet jij het? Groetjes Rozaly

Devolutietheorie

Lieve Rozaly, Volgens mij weet je donders goed wat je wilt, maar durf je je vriendinnen niet op te biechten dat jouw vakantie er anders uitziet dan enkel feesten op de meest toeristische bestemming van Kreta. Doe dat dus maar niet. Het is altijd lastig om vrienden teleur te stellen. Maar het is teleurstellender om je eigen vakantie te verzieken en misschien die van je vriendinnen ook. Als je wel naar Griekenland zou willen, want dat kan ik uit je brief niet opmaken, kun je er voor kiezen om samen naar Kreta te reizen, een paar dagen een appartementje te delen en er dan alleen op uit te trekken. Op Kreta valt wel meer te snuiven dan foute drugs en de adem van dronken Duitsers. Er zijn ook rustige gedeelten op het eiland of je zou naar andere eilanden kunnen hoppen. Er zijn fantastische boot- en busverbindingen. Griekenland is een gemakkelijk land om alleen te reizen, overal zijn kamers te huur en het is tegenwoordig best betaalbaar. Een vakantie helemaal in je eentje is een fantastische ervaring!

Het was het jaar 2004. De wereld was niet als voorheen. Machines regeerden de planeet en hadden besloten dat de mens als ras zijn houdbaarheidsdatum wel bereikt had. De enige hoop op een toekomst was voormalig Mister Universe Arnold Schwarzenegger, de uitverkorene genaamd the Terminator. The Rise of the Machines is slechts één voorbeeld van de vele science-fictionfilms waarin de mens het onderspit delft. Met huidige technologieën die zo complex zijn dat de gemiddelde Henk of Ingrid er geen snars meer van begrijpt, is het niet meer dan logisch dat filmmakers al decennia lang inspelen op deze angst. Maar is het nog wel science fiction? Heeft de realiteit dit filmgenre al niet reeds bijgehaald en achter zich gelaten? Ik ben een grote fan van Karl Pilkington. Een Britse podcaster, auteur en voormalig radioproducer. Een man met een wereldbeeld als geen ander. In zijn podcast The Ricky Gervais Show probeert hij onder andere het onderwerp evolutie uit te leggen en te beargumenteren dat ze tot stilstand is gekomen door de technologie. Wie zegt dat de mens niet zou kunnen vliegen indien het vliegtuig nooit was uitgevonden? Eén van zijn stokpaardjes is dat mensen te lang leven. Iedereen is op een gegeven moment volledig afhankelijk van medicijnen. En dit om zo nog maar en paar extra jaartjes mee te pikken. De wereld is gegaan van natuurlijke selectie naar forensische selectie. Wat is die obsessie met eeuwig leven? Nog niet zo lang geleden hoorde ik Morgan Freeman op Discovery Channel praten over hoe kwantumintelligentie het mogelijk maakt je lichaam in te vriezen en hersenen/geest vervolgens digitaal te uploaden. De gedachte dat sterfelijkheid het leven waardevol maakt is duidelijk uit de mode. Zoals het er nu uitziet is het slechts een kwestie van tijd voordat mensen van kinds af aan zullen leven volgens de regels van de zevendagenpillendoos. Een goed kinderboek idee om de gewonnen jaartjes te bekostigen: Nijntje en haar zevendaagse pillendoosje. Het zijn dan wel geen moordlustige machines die de scepter zullen zwaaien, maar de mens is wel degelijk bezig de handdoek te gooien om zo wat extra jaren door te brengen onder het regime van de almachtige die zich technologie laat noemen. Kasper van Eerden Twitter: @BearTruthly


legal alien Country:

Nepal, 30 million inhabitants, 3.5 times the size of The Netherlands

Studies:

Engineering

Likes:

reading

Dislikes:

b ad things

Bhimsen Ghimire (22)

Why did you choose Groningen? ‘I am studying Automation Engineering in Finland, this is my last year and I had to do my internship. I chose Groningen because Hanze University had some projects that suited me. I am doing a project that will count as my internship. I also chose Groningen because I wanted to study in a country different from Finland to try out new experiences. My professors in Finland also advised me to come here.’ Have you experienced any culture shock? ‘The culture in Nepal is very different from

the Dutch or Finnish culture. The way of thinking, speaking and the way of life are completely different. However, I have not experienced any culture shock so far. To be honest, I do not know too many people here and I am very busy with the project work. I go from home to university and from university to home. I am very concentrated on my project.’

my family and friends even more than the mountains.’

How does it feel to live in such a flat country? ‘I miss the mountains of course. I have even climbed the Himalaya mountains! But I miss

You have gone back to your country recently, have you noticed any change? ‘My country is developing in the education sector, telecommunications and

Do you like Dutch food? ‘Yes, I do. I like to cook fast food, although sometimes I also cook Nepali food such as dal-bhat. Dal is a spicy lentil soup, served over bhat, boiled rice. I mostly miss spicy and tasty food.’

infrastructure. However, the political life and games do not change. I also noticed there is a lack of culture in relation to sustainable development.’ What is your future plan? ‘I would like to find a job for a year and do a master in Finland or The Netherlands if I get a scholarship. Then, we will see. I might go back to Nepal. I would like to help my country when I become more experienced.’

Text and photo: Tania Ouariachi Peralta


‘South Park is

more real than CNN’

South Park has been satirizing American culture for over fifteen years and gained a massive cult following. According to professor Brian Dunphy there is however more to Kyle, Stan, Kenny and Cartman than meets the eye. When it comes to trustworthiness, Americans tend to prefer satiric shows over news channels these days. 'The United States is controversy', Professor Brian Dunphy bluntly states at the beginning of his lecture. 'We are fighting amongst each other all the time. Why? Because Me versus You sells. The media knows, advertizers know, so all we see on tv is controversy. The result is that we get dumber each year.' It's a tricky thing, discussing a comedy in a serious, academic way. A lecture about a very funny show does not automatically equal a funny lecture. But Dunphy's experience in lecturing about South Park clearly shows. He switches perfectly between serious analysis and jokes. 'You Dutch are learning as well! It won't take long before your media and politics will be like ours. That hotline for Eastern Europeans that Wilders came up with: awesome!' Dunphy's lecture for Studium Generale is a kind of summary of the very popular course he taught at Brooklyn College, South Park and Political Correctness. Although it is probably much more controversial in the US than in the Netherlands, the hall in the Academy Building is completely packed. According to Dunphy, South Park is part of a new estate that is starting to replace the media. 'The American government has three branches, and for a long time the press was considered the fourth branch. But it is failing because of media consolidation.' The American media is controlled by a few very powerful conglomerates. Dunphy thinks that this has lead to more and more information, but less knowledge. 'The massive amount of information confuses people. And when people get confused, they go to what they know. You seek a message that is consistent with your beliefs, your

ideology. You are against Obama? Then you watch Fox News. You support him? Then you watch CNN.' Television news in the US started with anchormen like Edward R. Murrow and Walter Cronkite. 'They were guys that the American people trusted. But who do we trust now? Bill O'Reilly? Keith Olbermann? They are opinion makers, not anchormen.' With the news becoming unreliable and opinionated, people started looking for an alternative. They found one in comedy, Dunphy thinks. 'A new estate has risen that replaces the fourth. The fifth estate is the world of bloggers, satirists, and comedians. Stephen Colbert and Jon Stewart, The Onion, and of course Matt Stone & Trey Parker, the creators of South Park.' What sets South Park apart from the polarized media is the fact that they don't choose sides. 'They are equal opportunity offenders.' But what makes them truly unique is their turn-around time. 'It only takes Stone and Parker six days to complete a full episode. One Simpsons episode takes six months! Family Guy? Nine months.' This quick turn-around gives them the chance to quickly respond to current events. The best example of this is the episode About Last Night, which deals with the euphoria after Obama's victory over John McCain. 'That episode aired 24 hours after Obama won. I asked them once if they had a back-up episode in case McCain would win. They didn't. They completely trusted their instinct.' Dunphy starts a video in which we see Randy Marsh, Stan's dad, celebrate the victory of Obama by getting extremely drunk. The next morning he wakes up

with a hangover and realizes nothing has changed. 'What's so remarkable about this episode is that they were the first to understand that the adoration would quickly dissolve into dissappointment.' Parker and Stone do exactly what good satirists need to do, according to Dunphy. 'They hold up a mirror, have a great sense of the Zeitgeist, and an incredible understanding of how people think and act.' But their biting satire is not the only reason why South Park is so popular. Dunphy thinks that what makes people love South Park is that it is so real. 'In the end it is about family, friendship, love.' He starts talking about a personal experience he had when a girl dumped him. 'Or did I dump her? Well, something bad happened, let's put it that way. You all know that feeling, everyone has some kind of trauma from losing their first love. I was destroyed.

My friends tried to cheer me up. They took me to bars, restaurants, and other places I don't want to mention. It didn't help me. The moment I finally started feeling better was when I watched the episode Raisins, in which both Butters and Stan get dumped. Stan becomes a depressed goth, until Butters makes him realize that his sadness is beautiful, because it originates from something wonderful that happened before. Butters speech really made me feel a lot better about my own situation.' With only satire, South Park might not have become so big. 'Murrow once said: “To be persuasive, we must be believable; to be believable, we must be credible; to be credible, we must be truthful.” This goes for South Park more than for any news station right now. South Park is more real than anything on CNN.' Chris Wind

[10] 2012 23 MAY WEDNESDAY HANZEMAG 4INT


International students

involved in crime

Is it possible to create a professional series for less than five thousand euro? Most people will say no, but not Thomas Mook. Together with his colleagues from Stranger Things Have Happened he created North, a mini-series about international students involved in crime. ‘I thought there was not much culture in English in Groningen’, director Thomas Mook explains when asked how he got the idea to make a miniseries about international students. ‘As a member of improv comedy group Stranger Things Have Happened (STHH), I had a lot of contact with international students. Their world inspired us to create this series.’ After finishing the script, STHH needed to find a film crew. Their first victim was Henriëtte Poelman, who was asked to be the producer of the project. She does not regret saying yes, but it was not easy. ‘It was a big challenge. I only had experience in theater productions. There you work towards a goal: the performance. Television is much more uncertain and stressful.’ The crew was not very lucky when it came to finding financial aid. They had to overcome many hurdles before the series was finished. But Thomas never considered giving up. ‘We had some very difficult moments. I had days when I was extremely tired, but after a good night of sleep I was always very eager to continue.’ Of course it helped that the crew mostly consisted of friends. ‘We all knew each other from theater productions we did together’, says Mathilde van Steeg, who plays Anna, the love interest of main character Simon. ‘Most of the crew are members of either theater groups GUTS, GET, STHH or all three. It was very easy to find the right chemistry, both on and off camera.’ Now that the production is finished, what are the plans for the future? ‘After the summer, the dvd with all the episodes will be available at the Hanzeshop’, says Thomas. But will the series also be shown on tv? Thomas smiles mysteriously. ‘When we get the chance, strange things might happen.’ Chris Wind

Photo: Pepijn van den Broeke

North ★★★★ It’s almost a miracle. It took Stranger Things Have Happened three years to finish what started as a crazy idea in their head: to create a series about international students in Groningen. Everyone loved the plan, but hardly anyone was willing to support the series financially. But on May 13, all six episodes premiered on the big screen in ForumImages. But miracles don’t exist, at least not in this case. It was a matter of extreme dedication of director Thomas Mook and his crew, who never gave up despite several setbacks. And the result is something they can be very proud of. With an extremely low budget they managed to create a professional crime/comedy series that should be watched by anyone who has experienced student life in Groningen, and especially by all (former) international students. The story revolves around Simon, a nerdy international student living in Moesstraat. He falls in love with his new roommate, a pretty American girl (hey, it’s fiction, so boys and girls can share rooms, alright?), but makes the mistake to take her joke that she likes men with money, too seriously. He starts selling drugs for a gangster, McSeamus,

3INT HANZEMAG WEDNESDAY 23 MAY 2012 [10]

who has his headquarters in Irish pub O’Ceallaigh. When Simon’s friends want to make him stop dealing, things really get out of hand. Good thing the makers prefer comedy over serious action, because it’s hard to make all the fights and chases look realistic without a big budget. Comedy only needs good jokes, and those North has in abundance. Especially babe magnet Hot Bobby, one of Simon’s friends, is a master move. He is like Silent Bob, hardly ever saying a word, but his facial expressions will make you laugh every time. But the comedic highlight is a scene in which Simon and his friend Ramez try to convince a Dutch policeman that they are being blackmailed. The rudeness and typical DutchEnglish accent are spot-on. ForumImages will show North three more times, on 26, 27, and 28 May. For the timetable, check forumimages.nl. Check out strangerthings.nl for previews and info.


The Orange invasion! Seas of orange. Big orange hats of every shape and style, orange clothes, orange, skin, orange smiles. Every corner, every shop, every part of the city turned orange to celebrate Queen´s Day on 29 April (Queen´s Night) and the whole following day. ‘Groningen is a city crowded with students. The performances on stage, the music and the catering: I believe the organization this year was better and more adjusted to the audience’, says Erik Woortman, a Dutch 25-year-old International Communication student who, as every year, enjoyed this event with his friends. But not only young people could enjoy these two days. Like every year, the Oranje Vrijmarkt took place during the morning of Monday 30 April along the streets of Groningen. Once a year, this free market allows citizens to take old stuff out of their houses and sell it in the streets of the city. In the afternoon of Sunday 29 April, the fest started at two o’clock. The Grunnen’s Laid (Groningen anthem) gave way to a new edition of Queen´s Day, an event which has been celebrated since 1885, when Princess Wilhelmina, heiress to the Dutch Throne, was five years old. After the birth of her daughter Juliana, the celebration was moved to the current date, 30 April, and this has not changed even though Queen Beatrix´s birthday is in January. However, despite being a supposed celebration of the Queen´s birthday, Erik says that ‘it is mostly a day for the people of the Netherlands. It's not really meant to celebrate the birthday of the Queen.’ This national celebration takes place in every city of The Netherlands and the whole country goes out into the street to have fun together. But also the ones who come from other countries enjoy this fest. For instance Roman Moreno Fernández, a Spanish student who spent last year studying Psychology in Groningen. He is one of many international students who have decided to repeat this experience this year. ‘I wanted to come back and relive this, because for me, it was priceless and unforgettable going around the crowded city centre, enjoying the

concerts in Grote Markt and Vismarkt, experiencing the Dutch feeling and sharing those moments of happiness with my international friends.’ Two days of music delighted the ears of more than 150,000 people. From latin rhythms and reggae by Caribean Fever, passing by Memphis Maniacs Motown sound, going to Kraantje Pappie’s hip-hop or the techno music by all the DJs who invaded the streets. For most people, this year was again a success. It is a fest for the Dutch people, who live this as a national celebration which

unites the whole country. ‘To me it's a day to treasure all the things you have and at the same time enjoy life to its fullest! Sorry I mean... party like crazy!’, assures Erik. For the ones who have lived for the first time it is clear: fun and craziness everywhere. ‘There is this thing about Dutch culture that continues to impress me: the importance they give to celebrations such as this day’, states Shega Shkodra, a 21 year-old girl from Kosovo studying in Groningen. ‘The feeling you get on these days is as if

you're a part of the main attraction in the country but it's just what these people make you feel like.’ After two days, even the good things come to an end, so people had to return to their routine, waiting for the next year to make this fest a memorable celebration. However, for people like Shega this has been an unforgettable experience. ‘The thing I liked the most? That's easy: one euro beers!’ Text and photo: Beatriz Delgado Mena

[10] 2012 23 MAY WEDNESDAY HANZEMAG 2INT


Wednesday 23 May 2012 Independent Magazine of Hanze University of Applied Sciences | email hanzemag@org.hanze.nl | Photo: Pepijn van den Broeke

10

: h t r o N f o s r e k a Meet the m

Crime & Comedy in Groningen


HanzeMag 7 2011-2012