Page 1

17e jaargang 18 januari 2012 redactioneel onafhankelijk magazine van de Hanzehogeschool Groningen | e-mail: hanzemag@org.hanze.nl | Foto: Pepijn van den Broeke | Model: Mitchell Drรถge

6

moet hij strenger straffen?


Pijn, passie en plezier bij de perfecte pitch

‘Het gaat om de vent, niet om de tent’ Je bent niet de enige die peentjes zweet voor presentaties of er zelfs van wakker ligt. Bijna alle tweehonderd deelnemers aan de Hanze Lezing De Perfecte Elevator Pitch steken hun hand op bij de vraag of ze het op hun zenuwen krijgen voor een presentatie. Nervositeit is nergens voor nodig. Sterker nog: dat is straks verleden tijd, belooft trainer Edo van Santen op 7 december in de Appel: ‘Binnen een uur weet je hoe je een perfecte pitch kunt geven.’ Pijn, passie en plezier, daar draait het om bij pitchen en presenteren, volgens de web-tv-producent, video-interviewer en pitch-coach. ‘De enige twee dingen die je voor ogen moet houden zijn: waar ben ik mee bezig én hoe blijf ik mezelf? Daarna pas komen de methodes en technieken om je investeerders of klanten te overtuigen. ‘Let op’, beklemtoont Van Santen: ‘Je investeerder let op de vent en niet op de tent. Welke pijn los je op met jouw product of dienst?’ Wii4me verschijnt op het witte doek. ‘What is in it for me? Dat is het enige wat de klant bezighoudt. Als je niet in één of twee zinnen kunt uitleggen welk probleem van de klant jij gaat oplossen, kun je het wel vergeten.’ Een elevator pitch duurt hooguit een minuut tot negentig seconden. ‘Wees gepassioneerd, dat kun je makkelijk binnen die tijd oproepen’, adviseert Van Santen. Maar wat nu als je voor een grote groep staat met een langer verhaal? Hoe houdt je de aandacht van je publiek vast? Van Santen heeft het zelf al voorgedaan in zijn openingszin. ‘Eén: begin met een belofte. Twee: maak connectie met je publiek. Stel vragen. ‘Welke pijn van het publiek los ik straks op? Daarna pas komt die leuke inhoud. En het mooie is: jij alleen weet wat je product is en wat jij wilt dat je publiek onthoudt. En aan het eind van de presentatie creëer je een activating moment. Wat wil ik dat jullie met de kennis gaan doen? Wie kent de AXE-reclame?’ Iedereen knikt. Maar wat is daarin het activeringsmoment’ vraagt hij. ‘Je stinkt niet meer. Als je AXE gebruikt word je onweerstaanbaar voor vrouwen. Meer seks?’, gokt de

zaal. ‘Allemaal fout. Vroeger spoot je twee kleine pufjes deo onder je armen om okselfris te blijven. En wat moet je van AXE doen?’ Van Santen geeft een niet onverdienstelijke imitatie van een kwistig op zijn lijf en vooral op zijn genitaliën spuitende puber. ‘Na drie keer gebruiken heb je alweer een nieuwe bus nodig. Hup! Naar de winkel.’ Van Santen classificeert het succes van presentaties (uit een onderzoek uit 1926!) in drie onderdelen. ‘Wat je zegt, hoe je het zegt en hoe je erbij gedraagt. Wat blijkt? Wat je zegt is niet eens zo belangrijk. ‘Je woorden hebben slechts zeven procent effect op je toehoorders. 93 procent van je succes is afhankelijk van je performance. Waarvan 38 procent van de tonaliteit, de manier waarop je het zegt, waarbij het laten vallen van stiltes een hele goeie is. De overige 55 procent is afhankelijk van je non-verbale gedrag en lichaamstaal, je gedrag.’ Non-verbaal gedrag gaat over je beweging in de ruimte. Van Santen: ‘Straal uit: dit is mijn zaal, jullie zijn mijn publiek. Hoe meer je beweegt, hoe meer effect.’ Dus als je het nog niet wist: niet als een houten klaas achter je katheder blijven staan en iets opdreunen van een briefje. Een paar bewegingstips van Van Santen: Als je je publiek iets duidelijk wilt maken, bijvoorbeeld de winstmarges van je bedrijf in 2009, 2010 en 2011, beweeg je je als spreker van rechts naar links op het podium. Gebruik de opgaande lijn die je publiek in hun hoofd heeft (van links naar rechts) als ze aan succes denken. Links is verleden, midden ( je as) is heden en rechts de toekomst.’ En nog een tip: ‘Als je iets beschouwends vertelt, beweeg je je naar achteren. Wil je emoties opwekken, dan loop je naar voren.’ Van Santen maakt het nog maar eens een keer spannend om zijn publiek

2 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

bij de les te houden. ‘Ik ga jullie een geheim te verklappen: je hebt drie soorten mensen. Hoorders, zieners, en voelers. Bedien ze alle drie en je zit goed. Daarom werkt powerpoint ook niet. Beweeg! Dat spreekt iedereen aan. Pitch daarom ook nooit per telefoon. En het allerbelangrijkste: wees duidelijk, dan begrijpt je publiek je. En als ze het be-

grepen hebben, vertellen ze het door.’ De uitdrukking Unique Selling Points serveert hij af. ‘Het gaat om de Unique Buying Reason, de enige reden waarom je iets zou moeten kopen.’ Heb je dit allemaal op je netvlies? Dan is het alleen nog een kwestie van oefenen, oefenen, oefenen. Succes! Rina Tienstra www.edovansanten.nl

Harmen Claassen, bestuurslid van de Economische en Bedrijfskundige Faculteitsvereniging van de Rijksuniversiteit en mede-organisator van de Hanzelezing, doet een elevator pitch bij Jacques Hartog, ondernemerscoach aan de Hanzehogeschool.


INHOUD Pagina 6/7

HSV-voorzitter begint nieuwe partij

Pagina 9 Bij de Les: Strafrecht ‘Ik verdedig nu een student die is beschuldigd van het kweken van hennep’ Pagina 11 Rechter kan niet Theaterdebat over treinkapers en strenger straffen Pagina 12/13/14 Een dagje rechtbanken met verslaggever Rob Zijlstra. ‘Ze zien er zo alledaags uit, de mensen die terecht staan’ Pagina 16/17

Jonge Democraten testen coffeeshops

12/13/14

Pagina 18/19 De toekomst van de toets. ‘Je moet hbo-docenten niet gaan vertellen hoe ze moeten toetsen’ Pagina 28/29 Geiske Steendam gaat met pensioen. ‘Ik ben wel eens gebeld of ik in het CvB zou willen’

16/17

Colofon HanzeMag is het redactioneel onafhankelijke magazine van de Hanzehogeschool Groningen. Het blad verschijnt tweewekelijks.

Hoofdredactioneel

Redactie-adres Zernikeplein 7 A0.04 en A0.05, Groningen Postadres Postbus 30030, 9700 RM Groningen T 050 5955588 • F 050 5955590 E hanzemag@org.hanze.nl I www.hanze.nl/hanzemag Redactie Chris Wind Boudewijn Otten Luuk Steemers Rina Tienstra Loes Vader

18/19

hoofdredacteur 050 5955585 c.f.wind@pl.hanze.nl (eind)redacteur 050 5955582 j.b.m.otten@pl.hanze.nl redacteur 050 5955581 lu.a.steemers@pl.hanze.nl redacteur 050 5952570 r.h.tienstra- de.knegt@pl.hanze.nl redacteur 050 5955588 j.l.c.vader@pl.hanze.nl

Fotografie Pepijn van den Broeke - www.pepijnfoto.nl Redactie HanzeMag Lay-out Renée Zaal - www.reneemedia.nl Basis lay-out Art Studio - Groningen Productie Redactie HanzeMag & Grafische Industrie De Marne B.V. Oplage: 6.000 Advertenties Bureau Nassau 020 6230905 info@bureaunassau.nl Abonnementen 60 euro per jaar 050 5955588 hanzemag@org.hanze.nl

28/29

Rechter kan niet Het zal wetenschappelijk wel niet helemaal verantwoord zijn, maar ik hou er van om zo nu en dan een Google-onderzoekje te doen. Gewoon een steekproefje. De Rechtenspecial van deze maand bracht me er bijvoorbeeld toe om ‘strenger straffen’ in te tikken in Google Nieuws. In exact 0.24 seconden waren de resultaten binnen. Diederik Stapel (die trouwens streng gestraft moet worden, maar dat terzijde) zou het niet sneller hebben gedaan, en zeker niet betrouwbaarder. Nieuwsberichten met deze twee woorden waren er legio: ‘Opstelten wil loverboys strenger straffen’, ‘Strengere straffen voor vuurwerkvandalen’, ‘Strengere straf bij omzeilen ontslagregels’. Maar nog veel vaker kwamen de trefwoorden terug in reacties op nieuwsberichten. Vrijwel iedere criminele daad die het tot nieuwsbericht schopt, kan rekenen op ‘strengere straffen, dat zal ze leren!’ of een variant hierop. Iedereen lijkt tegenwoordig wel te geloven in strenger straffen. Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra gelukkig niet. In zijn verhalen in het Dagblad van het Noorden, maar vooral in de bijdragen op zijn weblog Zittingszaal 14, is uiteindelijk vrijwel iedereen slachtoffer. Zijlstra schrijft niet over de slechtheid van de mens, zijn verhalen zijn eerder doorspekt met treurigheid en menselijk falen. Bij iedere misdaad schreeuwen dat er strenger gestraft moet worden, het is zo makkelijk en het helpt geen zak. Hoe harder het geroepen wordt, hoe onmachtiger de schreeuwer eigenlijk lijkt. Of Zijlstra het zo bedoelt, weet ik niet, maar zijn verhalen ademen een soort berusting uit. Er zullen altijd slechte mensen zijn, maar vooral veel, heel veel slachtoffers. Daar helpt geen doodstraf tegen. Misschien moet ieder mens een paar rechtszaken meemaken in zijn leven. Blijkbaar word je er een begripvoller en rustiger mens van. Chris Wind

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 3


De Britse belofte Jamie N Commons tijdens zijn Eurosonic-optreden in de Stadschouwburg, donderdag 12 januari. Meer over Eurosonic op pagina 25.

Foto: Pepijn van den Broeke

4 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]


[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 5


Verbetertwitteractie Tweet wat je ziet is de naam van de actie van de Hanzehogeschool (HG) om studenten te porren om via Twitter tips door te geven. HG-studenten kunnen door #hanzetips (en eventueel de afkorting van hun school) suggesties voor verbeteringen kenbaar maken. Medewerkers van het stafbureau Marketing & Communicatie sturen de tweets door naar contactpersonen in de organisatie. Het College van Bestuur wil op deze manier met studenten samenwerken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De twitteractie werd op 12 december gelanceerd in bijeenkomsten die met warme chocolademelk werden opgeluisterd. HG vraagt studentenstops aan De Hanzehogeschool (HG) heeft numeri fixi aangevraagd voor de opleidingen Verpleegkunde en Vormgeving. Verpleegkunde zal voortaan niet meer dan driehonderd studenten toelaten. De in Leeuwarden gevestigde opleiding Vormgeving (de Academie voor Popcultuur) kent een stop bij twintig nieuwelingen per jaar. De HG ziet de maatregel als een middel om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Wanneer zich meer studenten aanmelden, gaan de opleidingen over tot loting (waaraan studenten die op de eindlijst van hun vooropleiding een gemiddeld cijfer van acht of hoger hebben gehaald niet hoeven mee te doen). De studentenstop bij de opleidingen Maatschappelijk Werk & Dienstverlening en Sociaal Pedagogische Hulpverlening wil de HG juist afschaffen. Banken houden rekening met studieschulden Hypotheekverstrekkers blijken steeds vaker te vissen naar studieschulden, zo blijkt uit een onderzoek van NOS op 3. De financiers proberen de informatie los te peuteren bij de hypotheekaanvragers omdat het Bureau Krediet Registratie geen studieschulden registreert. De banken gebruiken de verkregen gegevens bij het bepalen van de hoogte van het bedrag dat ze de klant willen lenen. Studenten vertonen de laatste jaren een steeds grotere neiging om te lenen, daartoe aangezet door de overheid die lenen bij de overheid omschrijft als ‘gunstig, veilig en flexibel’. Ook de hoogte van de lening ging omhoog: de gemiddelde studieschuld steeg in zeven jaar van 8.000 tot 14.657 euro. Letse filmmaakster zoekt Hanze-figuranten Filmmaakster Ginta Vasermane zoekt figuranten voor haar nieuwe film en video-installatie. De opnames worden gemaakt op zaterdag 20 en zondag 21 januari. Ze vinden plaats in het Biologisch Centrum in Haren en een nog nader te bepalen locatie in Groningen. De Letse Vasermane studeerde afgelopen jaar af aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en woont als artist in residence tijdelijk in het Wall House in Groningen. Geïnteresseerden kunnen (in het Engels) mailen naar moheta@gmail.com o.v.v. EXTRAS. UITSLAG KERSTPUZZEL Erica Peters is de winnaar van de kerstpuzzel (HanzeMag nr. 5). Al te moeilijk waren de opgaven kennelijk niet, want de jury moest de cadeaubon van 25 euro verloten onder 78 inzenders die op de proppen kwamen met de juiste oplossing: MIDWINTERZONNEWENDE.

6 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

Belastingadvies voor studenten op Zernike Vierdejaars Fiscale Economie Marko Groen en Jasper Adamse starten in de minor Da Vinci hun belastingadviesbureau MaxYourTax voor studenten. ‘Jongeren laten heel veel geld liggen.’ Zet de naam MaxYourTax ons niet op het verkeerde been? Jasper: ‘Het bekt gewoon lekker. We willen juist dat studenten het maximale uit hun belastingaangifte halen. Twee jaar geleden hebben studenten vijftig miljoen euro op de plank bij de Belastingdienst laten liggen. Zonde toch?’

melijk kosten die je voor je studie maakt. Er zijn best veel regels en het is soms een beetje ingewikkeld. Maar ik heb er het meeste uitgehaald: vorig jaar bijna zevenhonderd euro.’ Jasper: ‘Wij zijn goed op de hoogte en kunnen studenten prima helpen bij hun aangifte. En dat kan zelfs tot vijf jaar geleden. Tel uit je winst.’

Hoe komt dat? Marko: ‘Aan de campagne van de Belastingdienst ligt het niet. Het is voornamelijk onwetendheid en ook laksigheid. Studenten zijn lui of ze denken: dat zal wel niet voor mij gelden. Soms zijn ze ook bang iets verkeerd te doen bij hun aangifte.’ Jasper: ‘Dat is niet nodig. Als je je digitale belastingformulier met je DigiD downloadt, staan de meeste gegevens er al in. Bij een bijbaan geeft je werkgever je verdiensten door. En als je drie keer op oké klikt, bij het invullen van je aangifte, kun je al geld terugkrijgen. Alleen persoonlijke aftrekposten pakt hij niet vanzelf mee en daarmee is nou juist de meeste winst te behalen.’

Wat kost een adviesje bij MaxYourTax? Marko: ‘Als je niets terugkrijgt, is het no cure no pay. In andere gevallen betaal je vijftien procent van de teruggave met een maximum van veertig euro per aangifte.’

Wat voor posten zijn dat? Marko: ‘Veel studenten weten bijvoorbeeld niet dat ze onder bepaalde voorwaarden hun boekengeld en de aanschaf van een laptop kunnen aftrekken. Dat zijn na-

Rina Tienstra www.maxyourtax.nl


In het Atrium is tot eind januari de tentoonstelling Bouwjong te zien over plannen voor toekomstige jongerenhuisvesting in de stad met tientallen maquettes en veel achtergrondinformatie. Studenten kunnen reacties en suggesties geven via reactieformulieren bij de ingang van het Atrium of via bouwjong@groningen.nl. Foto: Luuk Steemers

Voorzitter HSV begint nieuwe partij John Freerks (25), tweedejaars Fiscaal Recht & Economie, stapte eind vorig jaar op als voorzitter van de Hanze Studentenbelangen Vereniging (HSV). Hij blijft de belangen van Hanzestudenten behartigen, maar nu in een nieuwe stichting: de Onafhankelijke Studentenraad. Waarom een Onafhankelijke Studentenraad als we al een HSV hebben? ‘De HSV komt ook op voor de belangen van studenten door het organiseren van evenementen en door medezeggenschap. Ze zijn vertegenwoordigd in de HMR (Hogeschoolmedezeggenschapsraad) en in enkele SMR’en (Schoolmedezeggenschapsraden), maar dat is niet hun core business. De OSR gaat louter aan belangenbehartiging doen. Dus geen evenementen organiseren.’

vertrouwen had dat de RvT me zou steunen als ik doorging met één van beide. Ik had die zetel in de HMR en daar zit ik nu op persoonlijke titel. Er zijn meer mensen met de HSV gestopt. Met drie van hen heb ik een nieuwe partij opgericht.’ Waar maakt de OSR zich druk om? ‘We willen de link leggen tussen de kenniscentra en studenten. Er gaat veel geld naar de kenniscentra, maar de studenten vernemen daar nauwelijks iets van. Ze betrekken weinig studenten bij hun onderzoeken. We zijn tegen verhoging van het Bindend Studie Advies omdat dat geen effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs. En we willen betere algemene informatie voor eerstejaars over alle voorzieningen op de HG.

Dat kon je niet binnen de HSV realiseren. Ben je daarom opgestapt? ‘De Raad van Toezicht van de HSV en ik zaten niet op één lijn. Ik wilde bestuursen fractiewerk combineren. De Raad van Toezicht dacht daar anders over. Dus toen er een fractielid uit de HMR stapte en ik de volgende op de lijst was, wilde ik be- Een nieuwe lijst een nieuwe kleur? stuurs- en fractielid combineren. Daar ‘Rechts-liberaal.’ zijn we niet uitgekomen.’ De verkiezingen zijn in mei. Op hoeveel Een behoorlijke stap, toch? zetels gok je? ‘Ik had de keuze: voorzitter, fractielid of ‘We hopen op twee zetels in de HMR.’ stoppen. Ik ben gestopt omdat ik geen Loes Vader [6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 7


Versus Meer les?

De Hanzehogeschool belooft aankomend studenten dat ze minimaal zestien uur per week les krijgen. Een prima idee, vindt Jessica die op het mbo vervelende ervaringen opdeed. Maar er zitten ook haken en ogen aan een verhoging van de contacttijd, weet Niels Strolenberg.

Jessica van de Merwe (20), eerstejaars Facility Management

Niels Strolenberg (29), Onderwijskundig Adviseur

‘We zitten gemiddeld zo’n twintig uur per week in de klas, een ietsje minder, denk ik. Ik mis maar weinig. Braaf typje, hè? Maar ik ga ook omdat ik bij wil blijven. Tijdens de les hoor je wat de leraar belangrijk vindt. Handig bij de tentamens. En ik vind het leuk, interessant, of hoe je het ook maar noemen wilt. ‘Bij FM is het goed geregeld. De studieloopbaanbegeleider van onze klas, Johan Offringa, is altijd bereikbaar. Via de mail dan, bedoel ik. En je kunt een afspraak met hem maken voor een gesprek. Dat had ik nodig toen ik de mist in ging bij m’n eerste tentamens. Allemaal meerkeuzetoetsen. Man, die had ik al vier jaar niet meer gehad. ‘Nu we het er toch over hebben: bij mbo-toerisme hád je zelfs bijna geen toetsen. We zaten in één of andere experimentele fase waarin we veel aan zelfstudie moesten doen. We waren proefkonijnen. Nauwelijks les. Vooral de laatste twee jaar niet. Ik heb daar m’n beklag over gedaan. Met m’n moeder erbij, ik was bang dat ze me anders niet serieus zouden nemen. Nou, ook met m’n moeder erbij nam de directrice me niet serieus. Je hebt twaalf uur les omdat er twaalf uren op het rooster staan, was haar logica. Maar de helft van die lessen ging nooit door. ‘De tijd dat ik met de studieloopbaanbegeleider praat, tel ik niet mee bij die twintig uur per week. Toch steek je er veel van op. Johan gaf me tips voor het maken van multiple-choice-tentamens. Dat had meteen effect. Ook de tijd die je kwijt bent met een werk- of projectgroep zie ik niet als onderwijs. Hoe leerzaam dat ook is. ‘In het begin van mbo dacht ik een tijdje: lekker weinig naar school. Maar na een tijdje begon ik te balen. Ik wilde gewoon wat leren. En ik zag het om me heen: veel vriendinnen voor wie het lang leve de lol was en toch afhaakten op een gegeven moment. Je moet niet te weinig te doen hebben. Ook niet te veel, natuurlijk. Maar voor mij is het bij FM precies oké.’

‘De relatie tussen contacttijd en studiesucces is niet zo één, twee, drie vast te stellen. Zo vond de Onderwijsinspectie in haar onderzoek in 2011 geen statistisch verband tussen het aantal contacturen en de uitval- en rendementscijfers. Wel bleek dat de tevredenheid van studenten positief samenhangt met meer contacttijd en negatief met niet gerealiseerde contacttijd. ‘Onderwijspsycholoog Peter Vos ontdekte in 1985 dat het aantal uren dat de student achter de boeken zit, stijgt naarmate het aantal uren colleges en werkgroepen toeneemt. Maar als er meer dan vierhonderd van zulke contacturen per jaar op het programma staan, dat is ongeveer dertien uur per week, gebeurt er iets geks: elk extra contactuur levert dan juist mínder zelfstudie op. Een toename in het aantal contacturen boven dit omslagpunt, resulteert per saldo in een afname van de tijd die de studenten aan zelfstudie besteden. ‘In de praktijk bedraagt de maximale werkweek van studenten zo’n 32 tot 36 uur. Zelfstudie is sterk asymmetrisch verdeeld in de tijd: naarmate het tentamen dichterbij komt, besteden studenten meer tijd aan zelfstudie. Ook hun voorbereiding op contacturen treedt pas op vlak vóórdat die uren op het programma staan. Een toename in instructietijd gaat daarom op een gegeven moment ten koste van de tijd voor zelfstudie. ‘Het is belangrijk om contacttijd niet als een op zichzelf staand iets te beschouwen. Het beste is om contacttijd in samenhang met ander factoren te bekijken. Contacttijd geeft studenten de gelegenheid om te leren van docenten en van elkaar. Die tijd is dus een belangrijke voorwaarde voor goed onderwijs. Maar dat wil níet zeggen dat een minimumaantal contacturen alléén een garantie voor kwaliteit is. Factoren als de groepsgrootte en de onderwijsvoorzieningen bepalen ook of studenten aan inhoudelijke verdieping toekomen, net als de kwaliteit van de feedback en het contact. Daarnaast zijn uiteraard de didactische en inhoudelijke kwaliteit doorslaggevend. Een verhoging van het aantal contacturen kan bijdragen aan het vergroten van het studiesucces, maar de kans wordt groter als je die ingreep aanvult met andere maatregelen die het studieklimaat verbeteren.’ Boudewijn Otten

8 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]


Wanneer ben je verdacht, hoe lang mag het voorarrest duren, welke rechters zijn er? Strafrechtadvocaat Maartje Schaap geeft college over strafprocesrecht en put ruim uit eigen ervaring.

bij de les

‘Zelfs in het hondenhok was Foto: Boudewijn Otten

‘Ik verdedig momenteel een student die is beschuldigd van het thuis kweken van hennep.’ Maartje Schaap (30), strafrechtadvocaat bij De Haan Advocaten, geeft een serie colleges over strafrecht aan eerstejaars HBO-Rechten. Vandaag gaat het over strafprocesrecht. ‘Er was een anonieme tip dat een donkergekleurde man hennep zou kweken. Ook was bij het energiebedrijf doorgegeven dat er altijd fel licht uit het huis kwam. De politie verschafte zich toegang tot het studentenhuis en de kamers van vier studenten. Vindt u dat redelijk?’, vraagt Schaap aan een jongen in een geruit shirt. ‘Er werd inderdaad een kwekerij ontdekt bij de student.’ ‘Ja, mevrouw’, antwoordt de student, Er was een redelijk vermoeden dat er hennep werd gekweekt, en dat is ook gebleken.’ ‘Dat mag je vinden zolang je dat goed kunt beredeneren’, zegt Schaap. Maar ik vind deze feiten totaal niet overtuigend voor een redelijk vermoeden van schuld. Dat felle licht bijvoorbeeld. Ben jij wel eens onder de zonnebank geweest?

vijftigduizend euro verborgen!’

De politie heeft de anonieme tip niet onderzocht en er is geen check bij het energiebedrijf geweest om te kijken of er een hoog stroomverbruik was. Je mag niet zomaar naar binnen stormen en spullen in beslag nemen. Ze hadden ook een adres-check kunnen doen: wie staan er op dat adres allemaal ingeschreven? Hebben ze niet gedaan. Ook moet de politie precies bijhouden wat ze hebben gedaan. En ook dát is niet gebeurd. Als die jongen een taakstraf krijgt, heeft dat voor hem grote consequenties, want hij wil voor zijn studie naar het buitenland. Met een strafblad kan hij dat wel vergeten. Het gaat bovendien om de rechtsstaat. Als de politie zich niet aan de regels houdt, kun je die wel opdoeken. Dan kun je iedereen van alles beschuldigen.' Er is een rechter die geen toga draagt en niet in de rechtszaal zit. Hoe heet die?’ Een blonde studente weet het antwoord. ‘De Rechter-Commissaris.’ Schaap knikt goedkeurend. ‘Toen ik

nog student was heb ik er tweeënhalf uur college over gehad en ik snapte nog niet wat de RC deed. Ik zal het jullie proberen uit te leggen. ‘De RC houdt zich bezig met onder andere het onderzoek, de RC wordt ook wel onderzoeksrechter genoemd. Hij kijkt of de aanhouding rechtmatig was en of het voorarrest mag worden verlengd. Voorbeeld: Een getuige was er zeker van dat het iemand was met blauwe ogen en een schorpioentatoeage op zijn arm. De verdachte die was aangehouden had inderdaad blauwe ogen en veel tatoeages maar nergens een schorpioen. De aanhouding was onrechtmatig, oordeelde de RC. Er was onvoldoende aanleiding om die persoon als verdachte aan te merken. ‘Een zwaar beroep trouwens, je moet 24 uur per dag beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld huiszoekingen en getuigenverhoren. Ik ben zelf een keer mee gegaan naar een huiszoeking tijdens een stage bij het OM. Ik weet nog dat we midden in de nacht bij een huiszoeking in een

woonwagenkamp moesten zijn. Nog nooit zoveel geld gezien, zelfs in het hondenhok was vijftigduizend euro verborgen!’ ‘Het ophouden voor verhoor mag hooguit zes uur duren, de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet meegerekend. Daarna kan een inverzekeringstelling volgen. Die mag drie dagen duren, artikel 57 Sv. De inverzekeringstelling kan één maal verlengd worden met drie dagen. Hooguit zes dagen, hebben jullie dat?’ De studenten kloppen met ingespannen gezichten de informatie in hun laptops. Schaap: ‘Daarna kan de officier van justitie de bewaring vorderen voor een periode van veertien dagen en de gevangenhouding van maximaal negentig dagen. Alles bij elkaar 107 dagen voor je zaak voorkomt. Best wel lang toch?’

Luuk Steemers

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 9


frick Beloning & straf ‘We gaan ervoor zorgen, dames en heren, dat we gewoon dat prachtige land weer teruggeven aan de Nederlanders.’ In maart sprak Mark Rutte deze woorden toen duidelijk werd dat zijn kabinet ook in de Eerste Kamer op voldoende steun kon rekenen. Rutte bedoelde dat de burgers van dit prachtige land méér over hun leven te zeggen krijgen en de overheid mínder. Het blijkt schier onmogelijk om overheidsbemoeienis in te tomen. Wetten, regels, voorschriften, het kabinet-Rutte grossiert er net zo heftig in als alle voorgaande kabinetten. Misschien wel heftiger. Denk aan het bombardement dat het Ministerie van Justitie op juridisch Nederland uitvoert. Misbruik in de roomskatholieke kerk? Verjaring afschaffen! Hooligan schopt doelman? Voetbalwet aanscherpen! Denk aan de inperking van de vrijheid van rechters door de invoer van minimumstraffen. Regels, meer regels, en nog meer regels. Veel van die Ruttige regels gaan uit van het principe: wie fout doet, krijgt straf. Beloning werkt beter dan straf. Dat weet iedere opvoeder, van peuterjuf tot hoogleraar. Maar belonen komt er bekaaid af bij Rutte en de zijnen. Staatssecretaris Halbe Zijlstra van Onderwijs sloot in december een akkoord met het hoger beroepsonderwijs. Het komt erop neer dat Zijlstra hogescholen die de afspraken die hij binnenkort met ze gaat maken, beloont met miljoenen euro’s. Beloont… echt waar? Nee, hoor. Zijlstra kort de hogescholen eerst met zeven procent en als ze dan doen wat hij wil, krijgen ze die zeven procent weer terug. Dit is straf. Straf in de vermomming van beloning, maar toch: straf. De VVD, de partij van Rutte en Zijlstra, vond decennialang dat onderwijs geen primaire taak van de overheid was. Maar nu, nu de markt en het marktdenken in het onderwijs echt post beginnen te vatten, grijpt de VVD wellustig naar de knoet. Gelet op de rare fratsen die sommige hogescholen uithalen, is dat wellicht terecht. Maar beken dan dat de overheid zich weer met alles en nog wat gaat bemoeien. Als Rutte in maart 2011 eerlijk was geweest, dan had hij gezegd: ‘We geven dit prachtige land terug aan de Nederlanders, maar we pakken de rechtspraak af van de rechters en het onderwijs van de onderwijzers.’

Hajo Frick

Opfriscursus Nederlands voor juridische medewerkers in spe

‘Je moet je

aan de wetten houden’

‘Als je niet zorgvuldig bent in je taal, word je gekwalificeerd als een onzorgvuldige jurist’, voorspelt docent Marjolein Bolster in haar bijspijkerworkshop Taalvaardigheid. ‘Recht bestaat bij gratie van de taal.’ De 25 eerstejaars HBO-Rechten en Sociaal Juridische Dienstverlening in lokaal E303 zijn de eersten van 150 studenten die zich vrijwillig opgaven voor de zes uur durende opfriscursus Nederlands van Neerlandica Marjolein Bolster en haar collega’s. ‘Ze zijn allemaal gezakt voor hun taaltoets Nederlands’, constateert ze spijtig. ‘Van de 447 eerstejaars die de toets maakten, haalde 165 studenten de toets niet. Onze regels zijn streng. Recht bestaat bij gratie van de taal. Als je veel spelfouten maakt, krijg je je stukken terug.’ Vierdejaars HBO-Rechten Nady Warmelink, coördinator van Het Hanze Juridisch Schrijfcentrum, herkent dat. ‘Als stagiaire moest ik laatst de sollicitatiebrieven voor een volgende lichting stagiairs selecteren. Van de acht kon ik er op grond van spelling en stijl maar eentje uitpikken die echt helemaal perfect was.’ Nady zelf bakte er ook niet veel van in het begin van haar opleiding. ‘Ik zakte niet op de inhoud van mijn tentamens, maar op mijn taal. Ik liet mijn werk eerst verbeteren door klasgenoten. Dat kon natuurlijk niet zo doorgaan, ik moest het zelf kunnen, vond ik. Via internet heb ik mijn Nederlands opgehaald. Toen hoorde ik van het Hanze Juridisch Schrijfcentrum, waar ze je één-op-één coachen bij het schrijven van je brieven en essays. Nu is het automatisme geworden en ben ik zelf schrijfcoach.’ Marjolein Bolster: ‘Je zou denken dat het de drempel verlaagt als een medestudent je helpt. Maar als studenten erg onzeker zijn over hun taalgebruik, schamen ze zich ervoor dat te tonen aan iemand anders, ook al is het een leeftijdsgenoot.’ Van schaamte is in haar workshop niets te merken. Als Bolster de studenten vraagt hoe het komt dat ze hun toets niet haalden, nemen ze geen blad voor de mond. ‘Ik heb niet geoefend, ik

10 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

dacht dat het wel goed zat met mijn Nederlands.’ ‘Ik snap er niets van. Ik heb nooit onvoldoendes gehaald voor Nederlands.’ ‘Op mijn vorige school was er niet veel aandacht voor.’ ‘Als de leraar ziek was, kwam er geen vervanger.’ ‘We hebben vooral veel gekletst en weinig geoefend.’ ‘Mijn Nederlands is minder geworden.’ ‘Ik heb al zes jaar geen fatsoenlijk Nederlands gehad.’ Dat krijgen ze nu dus wel. Na een hilarisch filmpje over een basisschooljuf die op tv een knoepert (of is het knoeperd?) van een dt- fout op het bord kalkt, frist Bolster de kennis van de werkwoordsspelling op met behulp van een hand-out op twee A-viertjes en

een quiz. In drie stappen leert ze ze of er sprake is van een persoonsvorm en wat je daarmee doet in de tegenwoordige, de voltooide en de verleden tijd. ‘Als je ‘t kofschip beheerst’ is het toch klaar?’, vraagt een onderuitgezakte student met intelligente bril. ‘Echt ingewikkeld is het ook niet’, glimlacht Bolster, ‘Het gaat om de toepassing. Je moet het zien als wetten die zijn opgesteld. Daar moet je je ook aan houden.’ Rina Tienstra www.hanze.nl/hanzejuridischschrijfcentrum Zernikeplein 7, A 0.21 E-mail: hjs@org.hanze.nl

Taaltoets! O gedagvaart O gedagvaard O gedagvaardt


Theaterdebat over treinkapers en strenger straffen

Rechter kan niet Nederland straft strenger en strenger, zo blijkt in een theaterdebat over de treinkaping in Wijster. ‘In 1975 kostte fietsen zonder licht vijf gulden. Nu betaal je sowieso 25 euro.’ Het licht in conferentiezaal de Appel is gedempt. Dan springen twee lichtbakken aan. Drie acteurs vertellen het verhaal van de treinkaping bij Wijster in december 1975. ‘Zeven Zuid-Molukkers stonden op 2 december op het station van Assen, met pakjes die iets weg hadden van surprises. Ze wachtten op de stoptrein van Groningen naar Zwolle. Tussen de andere mensen op het perron stond een groepje militairen. Eén van de soldaten nam afscheid van zijn vriendin.’ Zo begint op maandag 12 december het theaterdebat Rechter Kan Niet op de Hanzehogeschool. Grijze decemberdagen De treinkaping bij Wijster is de rode draad van de voorstelling. De zeven kapers uit Bovensmilde wilden dat de overheid een belofte nakwam: Nederland had de Molukkers toegezegd dat ze ooit zouden mogen terugkeren naar hun vaderland in de Indische archipel. Na 24 jaar was die belofte nog steeds niet ingelost. Met de treinkaping schreeuwden de jonge mannen om aandacht voor de Molukse zaak. Een voornemen tot bloedvergieten hadden ze niet. Toch beroofden ze in die grijze decemberdagen drie gijzelaars van het leven. Het publiek is opgedeeld in twee vakken die tegenover elkaar staan. Bij binnenkomst van de zaal mochten de toeschouwers kiezen in welk vak zij wilden zitten. Het vak van de daders of het vak van de slachtoffers. Elk vak heeft zijn eigen advocaat. Wolter M. voor de daders en Niek van der H. voor de slachtoffers. Ilse O. vertolkt de rol van advocaat van de duivel. Zij verdedigt beide partijen om en om. Hierop reageert één van de acteurs: ‘Dus je speelt jezelf: een vrouw.’ Precies in het midden, op de scheidslijn tussen beide partijen zit, op een roodbeklede stoel, de avondrechter, de persoon die vanavond de rol van rechter inneemt. Mr. H.J. Mous, Officier van

Justitie in Leeuwarden, mag af en toe zijn licht over de stellingen laten schijnen.

‘Het hebben van gedachten is niet strafbaar’ Advocaat van de duivel Eén van de actuele thema’s is of rechters sinds 1975 strenger zijn gaan straffen of niet. Advocaat van de duivel Ilse O.: ‘In 1975 kreeg je vijf gulden boete voor fietsen zonder licht. Vijf gulden, contant te voldoen. Als je geen geld bij je had, werd de zaak afgedaan met een waarschuwing. Nu betaal je 25 euro.’ Het maakt de agent anno 2011 niet uit of je het geld bij je hebt of niet. De rekening krijg je gewoon thuis op de deurmat. Wie tegenwoordig in zijn huis een pistool, een kaart en een lijst met eisen heeft verborgen, wordt veroordeeld voor het voorbereiden van een aanslag.

Vroeger werd je pas veroordeeld als je het strafbare feit had gepleegd. ‘Het hebben van gedachten is niet strafbaar’, roept iemand uit het publiek. Pistool in de kast Cornelis T. was in 1975 achttien jaar, hij had zeven broers en zussen. Zijn vader Zadrach voelde zich gekrenkt over wat de Zuid-Molukkers sinds hun komst naar Nederland was overkomen. Al jaren wachtte hij tevergeefs op de beloofde terugkeer naar zijn moederland. Hij reageerde zijn frustratie af op het gezin. ‘Het huis was vol met Molukse mannen. Ga jij maar even wachten in de keuken zeiden ze tegen Cornelis. Toen de mannen weg waren, vond de jongen een pistool in kast.’ Mogen dit soort persoonlijke verhalen wel in een rechtbank worden verteld? Niek van der H. merkt op dat verdachten spreekrecht hebben. ‘Maar daders kun je in zekere zin ook als slachtoffer zien.’ Slachtoffer van de omstandigheden waarin ze verkeren. ‘Als de daders in een eerder stadium waren gehoord, was het vast niet zo ver gekomen.’ Avondrechter Mous is het daarmee eens. ‘Een mens is altijd zelf verant-

woordelijk voor zijn daden, maar de opvoeding speelt ook een rol.’ Levenslang achter tralies Het verhaal van de slachtoffers is tot op heden van ondergeschikt belang bij de totstandkoming van het vonnis. Één van de drie vermoorde gijzelaars was de soldaat die in Assen zijn vriendin gedag zei. Zwaar geëmotioneerd vertelt de vrouw op 12 december haar verhaal. Hoort dit wel in een rechtbank thuis? ‘Daar zijn andere instanties voor’, vindt Wolter M. Het publiek mag vonnis wijzen. Eén toeschouwer, nota bene uit het vak van de slachtoffers, spreekt de kapers vrij. Maar de rest van het publiek is minder mild. Zeven mensen pleiten voor levenslang. De rest eist tussen de twintig en 25 jaar gevangenisstraf. In werkelijkheid belandden de zeven Zuid-Molukkers voor veertien jaar in het gevang. Als de studenten en docenten van Rechtenstudies hier de stem van het huidige rechtssysteem vertolkten, is Nederland wel degelijk strenger gaan straffen. Habon Abdulahi

Foto: Luuk Steemers

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 11


Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra

‘Iedereen heeft een moeder’ Louter leed en ellende is de stiel van Rob Zijlstra. De rechtbank van Groningen kent weinig geheimen voor de verslaggever. En de verdachten? ‘Je ziet het er niet aan af. Een boef verschilt niet van jou of mij.’ ‘Kruimelwerk’, mompelt Rob Zijlstra als bode Arend de deur van zittingszaal 14 opent. ‘De rechtbank!’, roept Arend als vier in toga gestoken mensen binnentreden, drie rechters en één griffier. De aanwezigen, Rob incluis, staan op. De rechters van de meervoudige strafkamer zetten zich. ‘Gaat u zitten’, verzoekt de middelste magistraat. Bode Arend, die zich vanuit de rechters gezien links midden in de zaal heeft opgesteld, roept de zaak uit. ‘Heden dient de zaak W.’ Twee flessen Dove gejat De Officier van Justitie meldt dat Erik W. wordt verdacht van vier diefstallen en één inbraak in Stadskanaal. Op 19 september zou de dertigjarige W. twee flessen Dove-zeep bij de Op=Op hebben ontvreemd, twee etuitjes bij de Bruna en ik vijf flessen drank bij de Jumbo. Op 1 augustus heeft hij een aansteker weggenomen bij de C1000 en weer wat later heeft hij bij juwelier Oosterhof een vitrinekastje ingetikt en daar een paar dummy’s van trouwringen ontvreemd. Zonder dralen geeft W. de feiten toe, behalve de diefstal van de flessen drank. Die zouden zijn gestolen door een kameraad. De rechter, een jonge dame met ravenzwart haar en een bril met dito montuur, kent de naam van de kameraad. Deze V. heeft verklaard dat W. de dief was. ‘V. zegt wel vaker wat, maar ik was het niet’, stelt W., zijn handen trillen, hij hakkelt in binnensmonds Gronings. Zijn hele lijf is onrustig. ‘Methadon’, fluistert Zijlstra. Een kwaaie, zo ziet Erik W. er echt niet uit. Dakloos, ja. Gebukt onder de schulden, ja. En verslaafd, ook ja. Maar toch, zo stelt de rechter, ‘over de schreef ging u maar zelden.’ Ze somt W.’s justitionele verleden op. Hennepteelt, rijden zonder rijbewijs, dat is het zo’n beetje. ‘En dan nu ineens dit.’ Mr. Klatter wijst in haar pleidooi op W.’s verslaving, zijn wil om daarin verandering aan te brengen en op W.’s bereidheid daar hulp bij te accepteren.

In januari heeft hij een intakegesprek bij de Cederborg. Ook gaat W. hulp bij z’n psychische problemen niet uit de weg. ‘Erik wil echt schoon schip maken’, stelt de advocaat, ‘maar hij heeft wel hulp nodig.’ Enne… die flessen drank heeft W. echt niet achterovergedrukt. 87 dagen voorarrest Dat blijkt uit de beelden van de bewakingscamera’s waarop volgens de advocate duidelijk te zien is dat kameraad V. de flessen in een plastic tas stopt, terwijl W. in geen velden of wegen te bekennen is. De officier blaast hierover nog wat: W. is immers gearresteerd met in zijn bezit diezelfde tas met spiritualiën. De officier eist 150 dagen gevangenis waarvan 49 voorwaardelijk. W. zit vandaag (15 december) al 87 dagen in voorarrest in het Huis van bewaring in Ter Apel. De rechter doet op 29 december uitspraak. Of W. daar bij aanwezig wil zijn, wil de rechter weten. ‘Ach’, antwoordt de verdachte, ‘daar wordt de straf niet minder van, toch?’

Overval op juwelier Op woensdag 31 augustus overvielen de gebroeders Etsham (22) en Zohaib (18) juwelierszaak Ten Hoor in Winschoten. Slechts 54 seconden waren ze binnen, ze geboden de twee aanwezigen, een moeder en haar dochter, op de grond te gaan liggen, probeerden de handen van moeder met tape op de rug vast te binden en… kozen het hazenpad. Getuigen hadden de politie gealarmeerd en het kenteken van een verdachte Toyota doorgegeven. Na een achtervolging werden de broers uiteindelijk in Grolloo ingerekend. Daar zitten ze, naast hun raadslieden, jochies nog. Ze spreken met twee woorden. Goed opgevoed zijn ze, zegt Etsham, die ter rechtbanke spreekt, waar hij zich tot op heden had beroepen op z’n zwijgrecht. De twee zijn zonen van een Pakistaanse vader die fortuin maakte in de autohandel. Zijn zoons kwamen niets te kort. Het zakgeld dat vader hen toestopte was hoger dan het maandloon van een beginnend jurist, meer dan tweeduizend euro.

‘Het is louter leed en ellende’, zegt Rob Zijlstra, die sinds 2005 rechtbankverslaggever is van het Dagblad van het Noorden. In die zes jaar was hij aanwezig bij een stuk of drieduizend strafzaken. ‘Als je dan ziet wat er zoal langskomt. Uitzichtloosheid, armoede, geestelijke armoede ook, werkloosheid en dan die drugs. En alcohol niet te vergeten. Ach jongen, Oost-Groningen. Je hebt jongens die zijn opgegroeid in een atmosfeer waarin het doodnormaal is dat pa een kratje bier per dag wegtikt. Je moet wel enorm sterk in je schoenen staan om zo’n omgeving te ontstijgen. De kans is groot dat zo’n jongen hetzelfde pad op gaat. Sterker nog, door de jaren heen zie je dat ze steeds jonger worden. W. is dertig, maar stel je zijn problematiek voor bij een jochie van zestien of zo.' Iedere maandag en donderdag is Zijlstra present. Even voor negen loopt hij door het bewakingspoortje bij de ingang van de Groningse rechtbank. Andere mensen moeten hun zakken leeghalen en metalen voorwerpen in een plastic bakje leggen dat vervolgens door een detectie-apparaat wordt gehaald. Maar Rob kennen ze. Met wapperend krulhaar beent hij naar z’n vaste stek, de perskamer op de begane grond. Daar buurten ze wel eens, de advocaten en officiers. Kopje koffie erbij, even wat achtergronden over de zaak die op stapel staat. Rob gebruikt die informatie bij het schrijven van de langere stukken die in de krant verschijnen of op z’n weblog, die op een gemiddelde doordeweekse dag 1500 bezoekers trekt. Een kwartiertje duurt de pauze die de rechtbank tussen de zittingen neemt. Die tijd is voor Rob genoeg om een kort nieuwsbericht de wereld in te sturen en buiten een Chesterfield met filter te roken. Boven, bij zittingszaal 14, ontsluit bode Arend de deur weer. ‘Dit is andere koek, een gewapende overval.’

12 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

Waarom?, wil de rechter weten. En waarom in vredesnaam Winschoten? De broers wonen immers in Den Haag. ‘Tja’, bibbert Zohaib, ‘in Den Haag kun je niet zomaar een juwelierszaak binnenlopen. In Winschoten wel.’ ‘Dan nog, Winschoten…’, wil de rechter weten, ‘heeft dat iets te maken met Cynthia?’ Cynthia, die wel in Winschoten woont, is de vriendin van Zohaib. En Cynthia’s moeder werkt ook bij juwelier Ten Hoor. ‘Nee, Cynthia wist van niks’, verklaart Zohaib. ‘Ze is er kapot van… nog steeds’, stamelt hij. ‘Dus Cynthia heeft op 19 juli níet de foto’s gemaakt die de politie op jouw mobiele telefoon aantrof, de foto’s van het interieur van de juwelierszaak. Dat heb je zelf gedaan?’ Cynthia was het niet, zegt Zohaib, maar hijzelf ook niet. Wie dan wel? Zohaib zegt het niet. Ook Etsham blijft in het vage over de op 20 juli geschoten foto van een vuurwapen die op zijn blackberry staat. Maar dat wapen is wel van hetzelfde type als het wapen waarmee Zohaib de dames van de juwelierszaak de stuipen op het lijf joeg. Etsham laat niets anders los dan dat hij pas vlak voor de overval doorkreeg dat zijn broer een wapen bij zich droeg. Vuurwapen en schuld Ze waren niet alleen, de broers. De getuigen reppen over een andere verdachte auto. Etsham bevestigt dat daar twee bekenden inzaten. Wie, dat wil hij niet kwijt. Wel dat het jongens waren bij wie hij schulden had. Die schulden hadden de broers in één klap kunnen vereffenen door het personeel uit te schakelen, waarna de bekenden de zaak zouden leegroven. Ondanks het aandringen van de rechter willen de broers niet vertellen wie hun opdrachtgevers waren. ‘Ik heb familie buiten. Die kunnen ze vinden.’ Etsham spreekt, Zohaib wrijft in z’n ogen, huilt hij? Het lijkt er wel op. Arend schenkt hem een glas water in.


De Officier van Justitie vindt het maar een raar verhaal, die schimmige opdrachtgevers, die foto’s die zonder duidelijke reden op telefoons staan, de rol van Cynthia. Nee, het is veel aannemelijker dat er aan de overval een gedegen voorbereiding is voorafgegaan. Hij eist 35 maanden gevangenisstraf. De raadsman van Zohaib, mr. Nolet, vindt het overduidelijk dat de overval een onbezonnen daad is, die de jongens onder zware druk hebben begaan. ‘Vergeet niet dat deze jongens zich vreselijk schaamden. Ook dat gaf een enorme druk. Ze durfden hun wandaden, het gebruik van drugs, het gokken, niet aan hun ouders te bekennen en kozen toen voor wat het makkelijkst leek.’ De overval zelf noemt Nolet uiter-

Ze zien er zo alledaags uit, de mensen die terecht staan. Doodgewoon. 'Je ziet het er niet aan af. Een boef verschilt niet van jou of mij. De grote bulk bestaat uit mensen die door de één of andere omstandigheid van het rechte pad zijn afgedwaald. Natuurlijk bestaan er echt slechte mensen, maar dat is een kleine minderheid. In de meeste zaken is er onmacht in het spel, onbenul of onvermogen. Soms is het vergrijp overduidelijk een schreeuw om hulp. Zoals de man die zijn onderkomen, een geitenstal op een kinderboerderij, in de fik stak. Ten einde raad was hij. Maar ja, het was ook brandstichting. Een jongen kwam uit de bak en wilde niet terug naar z’n straatleven in Nijmegen. Hij nam de trein naar Groningen, liep de Free Record Shop in en stal daar wat cd’s. Nog voordat de winkel de politie goed en wel had gebeld, stond die jongen al op het bureau aan de Radesingel om zich aan te geven. Wanhopig. Voor zo’n jongen is de cel tenminste een dak boven z’n hoofd.’ mate klunzig, zo klunzig dat daaruit al blijkt dat het een onbezonnen actie was. Opmerkelijk is Nolets verwijzing naar een hedendaagse discussie over het zogeheten puberbrein. Zohaib is weliswaar volwassen, maar kan dat ook gezegd worden van zijn brein?

De verdediger van Etsham verweert zich een stuk agressiever dan mr. Nolet. ‘Poging tot diefstal, ja. Bedreiging, ja. Maar geweld? Dat kan absoluut niet worden bewezen. De geëiste straf van veertig maanden is buitenproportioneel.’ Mr. Vlielander leest een vonnis voor dat hij

laat oplichten op z’n mobiele telefoon. ‘Hier staat het: Alkmaar, twee overvallen op twee supermarkten. De eis was vijf jaar, de straf werd vier jaar. Vertaal je dat in de situatie van deze jongens, die niets op hun kerfstok hadden, dan kom ik uit op zestien maanden.’ De officier mag reageren op de pleidooien. Hij zegt: ‘Ik persisteer.’ Strontvervelende jongens Voordat Arend de sleutel van de deur van zittingskamer 14 weer opendraait, drommen twee groepen samen. Vrienden van de verdachten en vrienden van slachtoffer Jacco. Raadsman Kappelhof onderhoudt zich met een slanke asblonde dame die een grijze panty draagt onder haar al even grijze rokje. Ook haar

Illustraties: Annet Zuurveen, rechtbanktekenaar

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 13


laarsjes met stilettohak zijn dito getint. Kappelhof, die net als opvallend veel raadslieden ongepoetste puntschoenen draagt, legt een meelevende hand op haar schouder. Als de dame even later een stoeltje op de publieke tribune zoekt, blaast ze een kus van de muis van haar hand naar Nicky S. Nicky zwaait. Geen zorgen, lijkt hij te willen zeggen. Op 12 september ging het mis met Nicky en z’n maat Robin M. In café Shooters in de Poelestraat kregen ze mot met een groepje studenten. De uitsmijters deden hun naam eer aan en wierpen de amokmakers eruit. Een tijdje later ontmoetten de twee groepen elkaar weer, binnen het bereik van de beveiligingscamera’s die de stoep voor de Febo in het vizier houden. ‘Gelukkig hebben we die camera’s’, meldt de officier, ‘zodat iedereen kan zien hoe dit soort jongens met hun strontvervelende gedrag de sfeer in de binnenstad verpesten.’ Op de beelden die op de schermen ter weerszijden van de zaal worden getoond, is een opstootje te zien. Geduw, getrek, een klap, en nog één. Een jongen in een rode jas valt op de grond. Een man met een wit petje schopt. En Nicky schopt ook, meerdere keren. Een berserkerwoede krijgt vat op hem. Hij neemt een paar meter afstand, een aanloop, een sprong… hij landt angstig dicht bij, of misschien wel op, het hoofd van de jongen met de rode jas. Gezopen en gesnoven Mr. Kappelhof, die Robin M. bijstaat, wil de drie minuten film nog eens bekijken. Al snel blijkt waarom. Robin is bij het handgemeen betrokken, dat heeft hij al bekend, en op de beelden zien we Robin ook een poging doen om het slachtoffer te schoppen. Maar zwalkend van de alcohol die te vinden is in twintig biertjes, mist hij z’n doelwit faliekant. Nicky, bij wie zich nerveus trekje bij z’n rechterneusvleugel openbaart, kan zich van het voorval niets meer herinneren. Ja, zo geeft hij toe, hij is geschrokken van de beelden. Hij zegt het nog eens, zijn stem is vast, z’n blik open. Ook als hij het slachtoffer aankijkt en hem zijn excuses aanbiedt. Jacco zit in de zaal en eist vijfhonderd euro smartengeld en een bedrag ter hoogte van de reeds gemaakte en nog te maken tandartskosten. De officier vindt dat niets te veel. Integendeel, met de handen in de zij, staande op het

Verslaggever Rob Zijlstra 'Een boef verschilt niet van jou of mij' verhoog naast de rechters formuleert hij z’n eis. Als z’n verontwaardigdheid spel is, hebben we te maken met een rasacteur. ‘De heren hebben zich op een vreselijke manier misdragen. Volstrekt abnormaal en volkomen onacceptabel. Jawel, er is gezopen en gesnoven. Maar dat mag niet als excuus dienen. Met hun handelen hebben ze zodanige risico’s genomen dat een medemens bijna het leven had gelaten.’ De officier toont zich ontvankelijk voor Kappelhofs idee dat Robin M. geen poging tot doodslag ten laste kan worden gelegd. ‘Te bezopen was meneer.’ Maar openbare geweldpleging is wel aan de orde. Hij eist een werkstraf van 120 uur,

14 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

vier maanden voorwaardelijk en streng toezicht op het alcoholplan dat Robin gaat volgen. ‘Geen bier, geen druppel, geen shandy’, bijt hij Robin toe. Nicky S. hangt twaalf maanden cel

wegens doodslag boven het hoofd, plus zes maanden extra voor het plegen van een delict tijdens de proeftijd na een veroordeling wegens tasjesroof. Boudewijn Otten

Voor de ingang van de rechtbank rookt Rob Zijlstra nog een sigaret. Robin M. staat op nog geen twee meter van hem vandaan, naast z’n broer. Ook Nicky’s broer staat er, ze staren in de regen die neerdaalt op het Guyotplein. De studenten in het gevolg van Jacco lopen naar buiten. Ze doen alsof ze de vrienden van de verdachten niet zien, de vrienden van de verdachten doen alsof ze de studenten niet zien. De dame in het grijs heeft haar capuchon opgezet, ze ontgrendelt het slot van haar hippe damesfiets en even later rijdt ze over de klinkers van het Guyotplein. Ze houdt keurig rechts als ze links de hoek omdraait. Zou het Nicky’s moeder zijn? ‘Iedereen heeft een moeder’, zegt Rob.


Lesje managen van CvB-voorzitter Henk Pijlman

‘Centralisatie bespaarde

de Hanzehogeschool een miljoen’ Hoe manage je een grote organisatie? Bij het gastcollege van Henk Pijlman voor studenten Marketing Management, kom je een hoop te weten over de Hanzehogeschool. Maar hoe Pijlman de hogeschool leidt, nou nét niet. Met een bezweet hoofd stormt Henk Pijlman op 7 december om vijf minuten over half drie lokaal D232 van de Brugsmaborg binnen. ‘Sorry jongens, in mijn agenda stond dat ik op Zernikeplein 11 moest zijn, maar D232 bleek daar een bezemkast te zijn.’ Pijlmans secretaresse is ziek. Dat er wat aan het time management van de hoogste baas van de Hanzehogeschool schort, blijkt aan het eind van het college als er geen tijd meer is om de casus over bezuinigingen in het kunstonderwijs te behandelen. Jammer, want het is geen fictieve casus. Het College van Bestuur moet 162 duizend euro bezuinigen op het kunstonderwijs en Pijlman had daar graag met de studenten van het Instituut voor Marketing Management over gediscussieerd.

Koeweit van Europa is en er jaarlijks zo’n vijftien miljoen gasopbrengsten in de schatkist verdwijnen, is de werkloosheid hoger en het inkomen lager dan in de rest van Nederland. Het Akkoord van Groningen is bedoeld om het Noorden te versterken. Gezond ouder worden moet de zorgkosten gaan drukken. De HG doet onderzoek naar gezonde leefstijl. Als jullie straks dertig zijn hebben jullie allemaal twee bejaarden op sleeptouw, laten het dan wel gezonde oudjes zijn.’

Centraal vs. decentraal De HG veranderde in 2004 van organisatiestructuur: vier faculteiten werden negentien schools, ieder met een eigen cultuur en een eigen specialisatie die past bij het werkveld. De HG ging van drie bestuurslagen naar twee: het College van Bestuur (CvB) en de schools. De stafdiensten werden gecentraliseerd en de HG bespaarde meer dan een miljoen. Een nadeel vindt Pijlman is dat het CvB daardoor gesprekken met negentien deans moet voeren. ‘Dat trekt je als bestuurder naar binnen.’ Het gecentraliseerde HanzeConnect, de commerciële tak van de HG, is weer terug naar de schools omdat het HanzeConnect niet lukte om rendabel te werken.

Koffieautomaten De omzet van de Hanzehogeschool is 220 miljoen euro per jaar. ‘Daarvan gaat 85 procent naar salarissen. De rest zijn we kwijt aan gebouwen en voorzieningen.’ De HG verdient ook wel eens wat. Aan Europese aanbestedingen bijvoorbeeld. Zo leverden de nieuwe koffieautomaten vier ton aan besparingen op. ‘Wie de koffie niet zo lekker vindt, heeft pech.’ In het studiejaar 2010-2011 hield de HG tien miljoen euro over. Waarom baalt Henk Pijlman daarvan? ‘Een hogeschool is geen bedrijf en we hadden fantastische dingen met dat geld kunnen doen. We anticipeerden op de onderwijsbezuinigingen van het kabinet. Maar die gingen vanwege de lange formatie niet door. De tien miljoen is deels naar de algemene reserves gegaan en deels naar het investeringfonds om incidentele knelpunten op te lossen. Zo gaat er vijf miljoen naar ICT.’

Energie & healthy aging De komende jaren focust de HG zich op twee speerpunten: energie en healthy aging. Dit hebben de HG, het UMCG, de RUG en de gemeente Groningen afgesproken in het Akkoord van Groningen. ‘Ondanks dat Groningen het

Kwaliteit: contacturen ‘Hoe houd je de kwaliteit van het hbo in de peiling?’, vraagt Pijlman. ‘Contacturen, dames en heren. Meer contacturen. De regering wil er minimaal twaalf, wij willen achttien contacturen, maar we komen niet verder dan zestien uur

per week. Meer contacturen lijden tot meer binding en tot minder uitval.’ Een student reageert dat hij heel regelmatig minder dan twaalf uur les heeft. ‘Hhhmmmmm’, zie je Pijlman denken. Pijlman denkt dat het onderwijs erop vooruitgaat als hbo-docenten academisch geschoold zijn. Hij wil ook tien procent gepromoveerde docenten voor de klas. ‘Vergeleken bij de rest van Europa scoort Nederland op dat punt heel laag.’ Om half vier begint het te rommelen in de zaal. Een paar studenten pakken hun biezen en andere beginnen hun tassen vol te proppen. Het gastcollege zit erop. Pijlman dacht dat hij nog een uurtje door kon. Maar nee, Pijlman heeft geen tijd meer om te vertellen hóe hij de hogeschool bestuurt. Ook komt er niets van een gedachtewisseling over de bezuinigingen in het Groningse kunstonderwijs. Wel vertelt hij op de valreep dat

bij Autonoom en Vormgeving het meest wordt gesneden. Ook de Popacademie moet met minder geld rondkomen. De Dansacademie daarentegen krijgt acht procent meer te besteden. Loes Vader Doopceel Henk Pijlman • Havo • Lerarenopleiding Geschiedenis en Nederlands • MOB: Geschiedenis en Fries • Doctoraal Geschiedenis • Leraar • Wethouder Onderwijs, Sport en Cultuur • In het tweede kabinet-Kok kon Pijlman staatsecretaris worden, maar zijn vrouw wilde niet weg uit Groningen. Pijlman ruilde de politiek voor zijn baan als CvB-lid. • Henk Pijlman heeft twee kinderen en een pleegdochter uit Rwanda.

Foto: Luuk Steemers

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 15


Jonge Democraten testen coffeeshops

‘Hoe stoneder, hoe lekkerder de krukken zitten’ Zijn er zitplaatsen in de shop? Zo ja, hoe zitten de stoelen? Is er een ventilatiesysteem? Een aparte rookruimte? Is de shop alleen afhaal? Wat is biologische wiet? Ziet de shop er gezellig uit? Twee teams van Jonge Democraten testen alle shops binnen de Diepenring. ‘Het oogt als een Australisch hostel. Ik vind het wel gezellig. Er hangt kunst aan de muur. Een zeven? Of een acht?’ Evelien de Ingen (geen blower) polst haar collega’s over het cijfer voor de sfeer in coffeeshop Metamorphose in de Oude Boteringestraat. ‘De muziek is wel lekker. Dr. Dre past hier wel.’ ‘Jongens, wie telt de stoelen?’, vraagt voorzitter van de Jonge Democraten Maya de Waal (geen blower). ‘Twintig in het rookhok en tien erbuiten, er zouden wel kussentjes op mogen’, antwoordt Leon Ploegstra (recreatief blower). De jonge honden van D66 pleiten voor legalisering en regulering van drugs. Ze willen af van het onduidelijk gedoogbeleid en zijn tegen de invoering van een wietpas, waarmee alleen leden van een coffeeshop softdrugs mogen kopen. Om de overheid een handje te helpen, testen de jongeren op 6 december of tien coffeeshops zich aan de wettelijke voorschriften houden. Leon en Jurjen Hoekstra (blowt wel eens) hebben een vragenlijst opgesteld met criteria over comfort, aanbod en klantvriendelijkheid, omgeving en regels. Ook kopen de JD in iedere shop een voorgedraaide joint die op een later tijdstip wordt getest. Carlo Schimmel (regelmatige blower) lustte er wel pap van. Lustte, benadrukt hij, de tijd dat hij heel regelmatig blowde is voorbij, maar Carlo kan op z’n tijd een jointje nog steeds waarderen. ‘Waarom kies je voor een bepaalde coffeeshop? Ik vind de sfeer het belangrijkste argument. En natuurlijk de kwaliteit van de drugs, maar die vind ik eigenlijk overal wel goed.’ De prijs is voor Carlo ook belangrijk. ‘Bij de ene shop krijg je gewoon een betere deal dan bij de andere. Maar, eigenlijk is de beste shop de dichtstbijzijnde’, grinnikt hij.

Uit het schimmige sfeertje Robin werkt twaalf jaar in Metamorphose. ‘Nee, ik ben niet de eigenaar. Maar die is wel enthousiast over dit initiatief. Coffeeshops komen vaak negatief in het nieuws. Een objectieve test zal ons weer wat uit het schimmige sfeertje halen. Wat ik een argument vind om voor een coffeeshop te kiezen? Ik wil me er als vrouw prettig voelen. En natuurlijk moet er lekkere koffie zijn.’ Om de productkennis en de klantvriendelijkheid van Metamorphose te checken, vraagt Evelien naar tips voor nieuwsgierigen die nog nooit geblowd hebben. Robin: ‘Eet wat en neem één of twee trekjes. Rook buitenwiet of hasj, en laat het onder lampen geteelde zware

Coffeeshop The Glory

16 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

werk aan je voorbij gaan.’ Als na veel wikken en wegen Metamorphose met een zevenenhalf voor gezelligheid wordt verlaten, splitsen de jonge democraten zich op. Voorzitter Maya de Waal neemt haar groepje mee naar Reykjavik, boven café Storm aan de Spilsluizen. Soft secrets ‘Buiten ruiken we in ieder geval niets’, snuift Maya als ze de zware deur opent en de trap oploopt. Aan de bar zitten twee klanten. ‘Zitten de krukken lekker, jongens?’, vraagt Maya. ‘Hoe stoneder je bent, hoe lekkerder ze zitten’, grapt Vincent, de barman van de Reykjavic. ‘Zijn jullie van de VVD?’, vraagt hij. ‘Ahhh… van D66, ietsjes beter.’ Onder-

tussen vult Maya haar lijst in. Zestien krukken, rookhok zoals verplicht, ventilatie… ook binnen ruik je niets. Openingstijden: van 11.30 tot 23.30 uur. Alles wordt keurig genoteerd. Als Vincent zijn betalende klanten heeft geholpen, neemt hij rustig de tijd om Maya’s vragen te beantwoorden. Hij raadt haar als niet-blower een buitenwietje aan. ‘Die is niet zo doorgeteeld en milder. Of een high stukje hasj.’ ‘Wat is het verschil tussen high en stoned?’, vraagt Maya. ‘Ach meid, dat zijn termen’, blijft Vincent het antwoord schuldig. Als Maya naar een folder over softdrugs vraagt, duikelt barvrouw Debby het blad Soft Secrets op. ‘Neem maar mee, hoor.’


‘Als je nog nooit hebt geblowd, zou ik zeggen: houden zo’ Biowiet versus chemische wiet ‘Kerstbomen! Gezellig!’, vindt Maya. Sybren Heida (geen blower) en Leon zijn het over één ding eens: ‘Tien punten voor de stoelen.’ Dr Anders ziet er anders uit, als een grand café. Licht, ruimtelijk en modern. Een beetje kaal zelfs. Op tafel liggen het Dagblad van het Noorden en de Telegraaf. Er zijn twintig zitplaatsen en je hoeft je jointje niet in een aquarium te roken. Op iedere tafel staat een keurig schoon asbakje. Het ruikt er niet naar hasj of wiet. ‘Er zit ook maar één gast’, merkt Sybren op. Was Dr Anders niet gesloten wegens overlast? ‘Klopt’, zegt Rowan, de barvrouw. ‘Schreeuwende negers hadden er hun woonkamer van gemaakt. Ze verjoegen de andere klanten. We richten ons nu op een wat netter publiek. Het muffe heeft plaatsgemaakt voor een fris en licht interieur. Een beetje het coffee-break-idee waar je een jointje kunt roken, maar ook kunt studeren.’ Rowan is de enige coffeeshopbardame die het verschil tussen bio-wiet en chemische wiet kan uitleggen: ‘Chemische wiet is altijd binnen onder lampen gekweekt en krijgt chemische voeding die alle energie naar de toppen voert, waardoor je de planten snel kunt laten afbloeien. Die toppen bevatten superveel THC, het werkzame goedje in wiet. Buitenwiet is altijd biologisch. Als je nog nooit hebt geblowd, zou ik zeggen: houden zo. Maar als je per se wilt blowen, rook dan Thai wiet of Jamaica. Beide soorten zijn buiten gekweekt.’ Dr Anders verkoopt maar één soort wiet en één soort hasj in zakjes van 6 en 12 euro. Een beetje magertjes voor een coffeeshop. Rowan haalt haar schouders op: ‘Heb ik nog geen klachten over gekregen. De sterkte ligt alleen aan de oogst en aan de leverancier.’ Verbieden is onzin Onderweg naar The Glory, de winnaar van de coffeeshoptrofee van drie jaar geleden, legt Leon uit waarom de Jonge Democraten vóór legalisering van drugs zijn. Niet alleen van soft-drugs. ‘Verbieden is achterhaalde onzin. Kijk naar de drooglegging van Amerika in de jaren twintig. Daar werden alleen criminelen rijk van. Wij staan een nieuw drugsbeleid voor, waarbij drugs gedecriminaliseerd worden en tegelijkertijd gereguleerd.

Daarbij is het beschermen van de volksgezondheid belangrijk. De overheid zal toezien op de kwaliteit. Ook kan er betere voorlichting komen over de gevolgen van drugs. De zorg voor verslaafden kan verbeterd worden als verkoop, bezit en gebruik niet meer strafbaar zijn. De veiligheid voor gebruikers, maar ook de rest van de samenleving, is daarbij gebaat.’ Een tweede voordeel van legalisatie en regulering van drugs heeft te maken met criminaliteit. ‘De handhaving van het drugsverbod en de totale schade van drugscriminaliteit kost ons zeventien miljard per jaar. Criminelen verdienen veel aan de internationale drugshandel, waarmee ze andere criminele activiteiten financieren.’ Loes Vader

En de winnaar is… Dr Anders De doorslaggevende reden om Dr Anders uit te roepen tot beste coffeeshop van Groningen is toch de kwaliteit van de joint. ‘De beste die er in Groningen te koop is’, vindt Leon. De winnaar scoort hoog op alle onderdelen. ‘De lichte, moderne inrichting, de loungemuziek en je kunt er zelfs studeren of een boek lezen.’ Het enige minpunt vinden de JD dat het assortiment zich beperkt tot één soort wiet en één soort hasj. ‘Het strekt dan ook tot aanbeveling dat dit zo snel mogelijk wordt uitgebreid.’ Aanmoedigingsprijzen zijn er voor Café Dees. ‘Veel ruimte, een gemoedelijke sfeer, een groot tv-scherm om live voetbal te kijken.’ De JD roemt de Metamorphose om de gemoedelijke sfeer. ‘Spelletjes en vaste klanten.’ Ook de winnaar van de vorige test, The Glory, valt positief op door het uitgebreide assortiment, ook aan accessoires zoals waterpijpen. De Jonge Democraten willen in februari een debat organiseren over legalisering en regulering van softdrugs en de trofee aan Dr Anders uitreiken.

Coffeeshop Metamorphose

Foto's: Luuk Steemers

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 17


De Toets van de Toekomst

‘Hoe je toetst, is bepalend voor je onderwijs’ Staatssecretaris Halbe Zijlstra vindt dat iedere hbo-opleiding gebruik moet gaan maken van landelijke toetsing van één of meer kernvakken. Het hbo ziet hier flinke, vooral financiële en bureaucratische, bezwaren in. Een commissie zal bekijken wat de beste oplossing is. Hoe wordt er op de HG over de toekomst van toetsing gedacht? ‘Bureaucratisch, inefficiënt en heel erg duur.’ Zo typeerde collegevoorzitter Henk Pijlman het plan van het kabinet om centrale examens in te voeren in september. ‘Stel je voor dat er centrale examens moeten komen voor alle opleidingen’, vervolgde hij. ‘Het kabinet steekt er geen geld in, dus moeten de hogescholen voor de kosten opdraaien. Bij de Pedagogische Academie hebben we zo’n centraal examen al. Dat kost acht miljoen per jaar en dan heb je het maar over één opleiding.’ ‘Ik kan me wel vinden in wat Pijlman zegt’, zegt Jan Kamphorst van Stafbureau Onderwijszaken. ‘Maar ik ben het niet helemaal eens met sommige van zijn bezwaren. Natuurlijk is acht miljoen erg veel, maar als er veertig hogescholen meedoen, dan vallen de kosten per hogeschool best mee.’ Dirk de Vries, docent Rekenen en voorzitter van de commissie die de landelijke rekentoets voor de PABO moet opstellen, weet als geen ander wat de moeilijkheden zijn van het invoeren van een landelijke toets. Toch ziet hij vooral veel voordelen, mits het goed wordt ingevoerd. ‘Het is cruciaal voor het succes van landelijke toetsen dat de mensen uit het veld worden betrokken bij het proces. Bij de rekentoetsen die nu worden ontwikkeld voor de PABO is dat ook het geval. Alles onder begeleiding van wetenschappers, dat wel, maar het schrijfwerk wordt gedaan door mensen uit het veld, de rekendocenten. Vervolgens leggen we alles weer voor aan andere collega’s die ook weer hun mening kunnen geven. Niet elke docent zal er natuurlijk bij betrokken zijn,

maar het uiteindelijke resultaat is wel volledig gebaseerd op de deskundigheid van docenten.’ Volgens Kamphorst is dat zelfs cruciaal voor het slagen van landelijke toetsen. ‘Je moet hbo-docenten niet gaan vertellen hoe ze moeten toetsen. Dan trap je op z’n ziel. Je zou kunnen beginnen met een toets die landelijk wordt uitgezet, waaraan opleidingen hun eigen vragen kunnen toevoegen. Dat geeft ook mogelijkheden om te kijken of er veel verschil is tussen hoe studenten op het landelijke gedeelte scoren en hoe ze het doen op het zelfgemaakte gedeelte. De succesvolle eigen vragen zouden vervolgens kunnen worden toegevoegd aan de landelijke toetsbank. Zo kan het ook een dynamisch systeem zijn, in plaats van een situatie waarin je de opleidingen confronteert met vaststaande toetsen.’

‘Je moet hbo-docenten niet gaan vertellen hoe ze moeten toetsen’ Studenten massaal geslachtofferd De HBO-raad heeft er volgens De Vries bewust voor gekozen om de PABO-toetsen door eigen mensen te laten ontwikkelen, en niet door een externe partij als het CITO, maar dat is wel stukken omslachtiger en duurder. Toch is het de juiste keuze geweest, denkt hij. De Vries’ ervaringen met de oude CITO-toetsen deed hem beseffen dat je

18 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

draagvlak onder docenten moet creëren. ‘CITO raadpleegt natuurlijk ook docenten, maar het is wel een gesloten organisatie. Dat kan docenten het gevoel geven dat er zomaar een toets in hun schoot wordt geworpen, zonder dat inzicht wordt gegeven in de totstandkoming of argumentatie voor de toets. Als studenten een onvoldoende scoren, moeten ze naar het hoofdkantoor van CITO in Arnhem om inzicht te krijgen in hun antwoorden. De feedback op zo’n toets is dus nagenoeg nul.’ Volgens De Vries is het maken van de toets in wezen het makkelijkste onderdeel van het proces. ‘Het onderwijs moet ook flink worden aangepast, en de vraag voor ons is of dat in twee jaar realiseerbaar is. Wat zeker niet mag gebeuren is dat studenten straks in hun derde jaar massaal geslachtofferd worden omdat het onderwijs nog niet klaar is voor de landelijke toetsen. ‘Het idee van de landelijke toetsen voor rekenen en taal zijn ook gerealiseerd om een niveauverhoging te realiseren, en ze moeten er voor zorgen dat niemand zich eraan kan onttrekken. Het succes van de toetsen hangt echter af van de kwaliteit van de docenten die de studenten het rekenen moeten aanleren. Op dit moment is het grootste probleem dat we de toetsen wel kunnen testen, maar dat er nog geen studenten zijn die het onderwijs al hebben genoten dat ze voorbereidt op deze toetsen. Dat de studenten tot nu toe laag scoren, is dus bepaald niet verbazingwekkend.’

Gedemotiveerde studenten Toch zal een situatie waarin veel opleidingen moeten gaan werken met landelijke toetsen kunnen leiden tot gedemotiveerde docenten. Hoe betrokken ze ook zijn bij de totstandkoming van de toetsen, ze verliezen toch een deel van hun autonomie.

‘Als studenten een onvoldoende scoren, moeten ze naar het hoofdkantoor van CITO in Arnhem voor feedback’ De Vries is stellig: ‘Docenten zullen eraan moeten wennen dat ze niet volledig autonoom meer zijn in wat ze doen. Onderwijs wordt niet meer bepaald door wat zij zelf zinvol vinden, die vrijheid hebben we allang niet meer.’ Voor De Vries kan het objectiever maken van toetsing niet snel ver genoeg gaan. ‘Als er iets bepalend is voor je onderwijs, dan is het wel hoe je toetst. Goed lesgeven is iets heel anders dan goede toetsen maken. Ik ben een voorstander van het loskoppelen van het begeleiden en beoordelen van studenten. Ook om te voorkomen dat een examinator zijn eigen werk moet beoordelen: “Ik heb zo mijn best gedaan met deze student, als ik hem nu een onvoldoende geef, heb ik zelf ook gefaald.” Dat soort


Illustratie: Irene Wiersma

mechanismen speelt soms een rol.’ Volgens Kamphorst is de huidige docent ook al lang gewend dat hij niet op eigen houtje kan opereren. ‘Ook toetsen die door docenten worden opgesteld, moeten worden voorgelegd aan anderen en getoetst aan het competentieprofiel. De docent is al gebonden aan afspraken en regels.’ Heel veel opleidingen zouden er wel eens achter kunnen komen dat ze eigenlijk heel veel zaken hetzelfde doen, denkt Kamphorst. ‘Dat zou wel eens een heel mooi bijeffect kunnen zijn van landelijke toetsen.’ ‘Een ander voordeel van landelijke toetsing is dat het de gelegenheid biedt aan snelle studenten om vooruit te werken. Het maken van een toets hangt niet meer af van één docent die wel of geen tijd heeft. Je kunt via internet de toets

eerder aanvragen als je er klaar voor denkt te zijn.’ Gebonden aan meerkeuze Beide heren lijken het roerend eens. Voer de landelijke toetsen stap voor stap in en betrek het werkveld zo veel mogelijk bij het proces, en dan kan het een succes worden. Kleven er dan, afgezien van de kosten en bureaucratie, geen bezwaren aan de landelijke toets? ‘Toch wel’, zegt De Vries na enig nadenken. ‘Wat echt een nadeel zou kunnen zijn, is dat je toch wel gebonden bent aan meerkeuzevragen. Ik zie tenminste niet voor me hoe je een landelijke toets met open vragen goed kunt nakijken. Dat beperkt je wel in enige mate. Bepaalde vaardigheden en vooral het toepassen van kennis kun je in zo’n

systeem niet toetsen. ‘Te veel nadruk op de landelijke toetsen zou ook een gevaar kunnen zijn wanneer het ten koste gaat van de rest van het onderwijs. Er zit een zeker risico in dat de focus verschuift naar de makkelijk toetsbare kennis.’ Volgens Kamphorst zou dat in het ergste geval kunnen leiden tot ontwrichting van het toetssysteem. Maar hij ziet het niet zo snel gebeuren. ‘Er zijn talloze mogelijkheden om dit tegen te gaan. Stages, scripties, groepsopdrachten: het zal heus niet allemaal verdwijnen. Het invoeren van een landelijke toets zal moeten afhangen van de discipline en het type kennis. Harde en pure kennis komen eerder in aanmerking dan zachte en toegepaste kennis. Praktische vaardigheden komen

ook niet in aanmerking, lijkt me.’ Ook voor de student is de landelijke toets niet alleen maar een voordeel. ‘Het gevaar van een fixatie op de toets is dat de student zich alleen richt op het halen van de toets en vervolgens denkt er al te zijn’, zegt De Vries. ‘Dan bereik je dus niet de verhoging van het niveau die je toch ook wilt verwezenlijken.’ ‘Het kan een prikkel weghalen’, denkt Kamphorst. ‘Het borgen van een minimumniveau is nu eenmaal makkelijker dan het stimuleren van doorgroei naar het niveau dat iedere student in zich heeft.’ Chris Wind

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 19


bOEK

DVD

GAME

Huwelijk ★★★★★

Incendies ★★★★★

Mario & Sonic ★★★

FENOMENAAL! De roman waarvan men meer opsteekt dan van een jaar hoger onderwijs is geschreven (en onberispelijk vertaald). Huwelijk van de Amerikaan Jeffrey Eugenides (1960) beschrijft de levens van drie jongvolwassenen. Literatuurstudente Madeleine is verslingerd aan victoriaanse romans (vooral die van Jane Austen). Net als veel hoofdpersonen in dat soort klassiekers komt ze in aanraking met twee onmogelijke mannen. Leonard is een briljante, onblusbaar energieke bètastudent. Mitchell, ook al hyperintelligent, speurt in zijn studententijd naar het Hogere. Madeleine krijgt wat met Leonard, die lijdt aan manische depressiviteit. Een aandoening die erger wordt naarmate de patiënt intelligenter is, zo realiseert hij zich: ‘Hoe scherper je brein was, hoe erger je je eraan sneed.’ Mitchell trekt, met de obsessie voor Madeleine in z’n rugzak, naar Europa en India (daar werkt hij voor moeder Teresa en ontmoet volgers van de Bhagwan). Huwelijk is een kroniek van de jaren tachtig, een bron van wijsheden over mens, literatuur, godsdienst en wetenschap én het is een moderne versie van een victoriaanse roman met een eind dat Austen en haar tijdgenoten lieten liggen.

Wel of niet geschikt voor de sombere wintermaanden, dit meesterwerk van Dennis Villeneuve? Als je op zoek bent naar een luchtig niemendalletje met een bak popcorn onder handbereik, kijk dan maar niet naar Incendies van regisseur Dennis Villeneuve, je zult wakker liggen van zijn bewerking van het toneelstuk van Wajdi Mouawad. Vind je een film goed als je er nog dagenlang over nadenkt en hem aanraadt aan iedereen in je omgeving, kijk dan zeker wel. Bereid je voor op een 130 minuten durende thriller met een naar de strot vliegend plot. Na de raadselachtige dood van hun moeder krijgt de tweeling Simon en Jeanne van haar notaris twee brieven. Ze moeten die gaan bezorgen bij hun doodgewaande vader en aan een voor hen volslagen onbekende broer. Hun zoektocht in het mysterieuze verleden van hun moeder Nawal Marwan (Lubna Azabal) brengt hen vanuit Canada naar het geboorteland van Nawal in het Midden-Oosten. In flashbacks ontvouwt zich haar adembenemende levensverhaal dat je van de cruciale openingsscene tot aan de bloedstollende ontknoping in de ban houdt. Niet voor niets werd deze film in 2010 genomineerd voor een Oscar voor de beste niet-Engelstalige film. RT

Jeffrey Eugenides

BO

humanitas

20 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

Voor de derde maal alweer gaat ieders favoriete pizzabakker met de snelste egel ter wereld naar de Olympische Spelen en veel is er niet veranderd sinds de Winterspelen van 2010. Een baggerlading aan minigames (meer dan dertig) wordt over de speler heen gekieperd, sommige erg leuk (Dream Event!), andere oersaai. En in de laatste categorie vallen er net iets te veel, mede doordat er qua bediening helemaal niets is veranderd sinds de eerste editie uit 2007. Geen balanceboard meer (wel aanwezig in de wintereditie van twee jaar geleden) en ook geen MotionPlus: alsof de WII nooit verder is ontwikkeld. En zo vallen te veel evenementen in de categorie ‘wie het hardst schudt, wint’, een euvel waar minigames eigenlijk al decennia aan lijden. Tegenvaller dus dat ook deze editie daar niet iets beters voor weet te verzinnen. Daarnaast zijn een groot deel van de evenementen vrijwel identiek aan evenementen uit de twee eerdere edities, een beetje lui van Nintendo. Maar helemaal afschrijven moet je deze game ook weer niet. Het ziet er allemaal wel gruwelijk mooi en origineel uit (wederom: Dream Event!), en vooral met een groepje vrienden heb je uren plezier met Mario & Sonic. CW

RT


NND – Instrumental

Broeierig minimalisme Beats, elektronische samples, poëzie en live-muziek. Noord Nederlandse Dans, het voormalige Galili dans, presenteert Instrumental. Twee moderne dansvoorstellingen van artistiek leider Stephen Shropshire en één van gastchoreograaf Emanuel Gat. Shropshire laat zich inspireren door twee uitersten. In de laatste dans Strange Light door het theatrale, soms dramatische gedicht van de Amerikaanse beat poet Derrick C. Brown. In de eerste dans Now I lay Me Down door de melancholische cellomuziek van David Lang. Derrick C. Brown schreef voor Instrumental een gedicht waarmee Shropshire de dialoog aangaat. Hij creëert hiermee een levendig samenspel tussen de dansers, de ritmische tekst en de muziek. In beide choreografieën wordt de muziek live gespeeld door celliste Daniëlle Buizer en muzikanten van het Noordpool Orkest. Emanuel Gat maakt voor het eerst een nieuwe choreografie voor Noord Nederlandse Dans. Time Touching Themes is een duet voor twee vrouwen. Gat componeerde de muziek zelf. De drie voorstellingen ademen de zelfde

minimalistische sfeer uit. Nauwelijks decor, sober licht en in grijs ondergoed gehulde dansers. In Now I lay Me Down aangevuld met een fraai decor van een wolkenlucht. Ogen tekort bij deze voorstelling. Ook omdat celliste Danielle Buizer pontificaal op het podium zat. De combinatie van de droefgeestige cello, de voorbij trekkende wolkenformaties in combinatie met twaalf atletische dansers werken betoverend. In het vrouwenduet Time Touching Themes van gastchoreograaf Gat slaat het minimalistische door. De kille kale elektronische niet-melodieuze bliepjes in combinatie met het ontbreken van enige kleur en fleur, doen zelfs de meest geïnteresseerde dansliefhebber indutten. De twee gymnastische danseressen moeten het jammer genoeg afleggen tegen zoveel nihilisme. Strange Light deed Gats stuk snel naar de achtergrond verdwijnen. Het met passie en gevoel voor drama gedeclameerde gedicht van en door Derrick C. Brown over zijn jeugd opgroeien en ouder worden – ‘a story of wild me’/ lost/ among wild/ you’ - , de sfeervolle

livemuziek (viool, cello, keyboard en drums) met twaalf elegante torso’s en elastische benen maken het stuk spannend en boeiend. Broeierig minimalisme in plaats van kilte op een kaal

podium. Loes Vader/ Rina Tienstra Instrumental is op 19 januari nog te zien in Leeuwarden. www.noordnederlandsedans.com

Glossy Hoofdboek ★★★★ Koningin Beatrix stond onlangs in de belangstelling toen zij en prinses Máxima een hoofddoek droegen tijdens een rondleiding in een moskee in Abu Dhabi. In het 170 pagina’s tellende magazine Hoofdboek is een onderzoek verwerkt over hoofddoekjes en hun draagsters. Deze draagsters hebben een topvijf opgesteld met bekende Nederlandse vrouwen die zij wel eens met een hoofddoek willen zien. Prinses Máxima stond op de eerste plaats, de koningin op de derde. In het Hoofdboek staan honderd foto’s van Al Jazeera-correspondent Boutanïna Azzabi. Ze had wat te kiezen, want de in het Brabantse Veghel geboren en getogen Azzabi heeft er meer dan tweehonderd. Bij elke foto staat een verhelderend verhaaltje. ‘De laatste keer droeg ik deze op een boot. De kleur van mijn hoofddoek pas ik ook aan de omgeving aan.’ Verder verrast het hoofdboek de lezer

met een aantal opvallende weetjes. De gemiddelde leeftijd waarop moslima’s een hoofddoek gaan dragen is bijvoorbeeld negentien jaar. (Terwijl in Nederland het vooroordeel bestaat dat meisjes op jonge leeftijd worden gedwongen zich ermee te tooien). Ook leuk om te weten is dat eenderde van de moslima’s de hoofddoek beschouwt als een fashion statement en 48 procent van de moslima’s heeft haar eerste hoofddoek nog. Het Hoofdboek is onderdeel van een project dat verder bestaat uit een onderzoek en een tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht (tot eind februari). Het doel van het project is ‘korte metten te maken met de vooroordelen omtrent de hoofddoekdraagsters.’ Of dat lukt valt nog te bezien, maar het Hoofdboek is het bekijken meer dan waard. Habon Abdulahi

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 21


ADVERTORIAL

Veertig punten of meer… of minder Studenten moeten in het eerste jaar veertig studiepunten halen. Is dat te veel? Is dat te weinig? De Hanze Studentenbelangen Vereniging wil weten wat studenten ervan vinden. Vorig jaar discussieerden de Hogeschool Medezeggenschapsraad (HMR) met het College van Bestuur over de vraag of de norm voor het Bindend Studie-advies (BSA) op de Hanzehogeschool (Hanze) omhoog moest. De conclusie was dat dat pas gebeurt nadat de kwaliteit van het onderwijs is verbeterd. Nu de druk vanuit de landelijke politiek groter wordt en de eisen steeds strenger worden, rijst de vraag wat de Hanze met de BSA-norm gaat doen? Op dit moment moet een eerstejaars minimaal veertig van de zestig studiepunten. Als hij die veertig punten niet haalt, mag hij z’n opleiding niet vervolgen. Vervolgens moet de student in het tweede jaar alles studiepunten van het propedeuseprogram (het eerste jaar dus) halen. Geld, véél geld De Hanze Studentenbelangen Vereniging (HSV) vindt dat iedere student verantwoordelijk is voor zijn eigen leven en studie. Onderwijsinstellingen hebben de plicht om studenten te ondersteunen om het maximale te bereiken. Hoewel dit een mooi streven is, is er ook een keerzijde. Studeren kost immers geld, veel geld. Het collegegeld dat een student betaalt, ongeveer 1700 euro per jaar, is maar een schijntje van het bedrag dat de opleiding van een student kost. Veel van deze kosten worden betaald door de overheid. Het BSA is een stok achter de deur. Het motiveert studenten om resultaten te boeken. Veel studenten voelen een prikkel of bepaalde druk door het BSA. Het maakt studenten bewuster van hun verantwoordelijkheden en studenten nemen hun studie serieuzer. De HSV vraagt zich echter waar de grens moet liggen.

Gezellig, héél gezellig Uit onderzoek blijkt dat lang niet iedereen zijn propedeuse in één jaar haalt. Hiervoor zijn natuurlijk verschillende reden. Gezelligheids- en studieverenigingen vragen tijd, het is wennen om op kamers te gaan wonen, Groningen is een wel heel gezellige stad. Vanzelfsprekend heeft iedere student het recht om zichzelf naast de studie te ontplooien. Maar de Hanzehogeschool heeft ook het recht om eisen te stellen. De meeste ho-instellingen hanteren een BSA-norm van ongeveer veertig punten, maar er zijn onderwijsinstellingen die daarvan afwijken. De Hogeschool Arnhem & Nijmegen hanteert een BSA-norm van 45, de hogescholen van Saxion legt de grens, afhankelijk van de gevolgde opleiding, tussen de 48 en 54 punten. Maar de Universiteit van Tilburg vond 36 punten jarenlang genoeg. Ideeën, jóuw ideeën In 2012 staat de BSA-norm opnieuw ter discussie. De Hanzehogeschool zal een besluit moeten nemen over een nieuwe norm voor toekomstige studenten. Daarom is de Hanze Studentenbelangen Vereniging benieuwd naar de mening van de Hanzestudent. Laat jouw mening horen over dit onderwerp: twitter je reactie naar @Hanze of @HSVfractie. Tevens kun je mailen naar fractie@hanzestudentenbelangen.nl. Uiteraard ben je ook welkom op ons kantoor: A0.19 Zernikeplein 7.

Bono Heijnen Foto: Luuk Steemers Stefan Spanjer

22 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]


loco

Stephanie Wohl (22), vierdejaars Management, Economie & Recht, is lijnrechter bij tennistoernooien. ‘Mijn eerste toernooi gaf ik een bal uit. De Belg Steve Darcis was het daar niet mee eens en sloeg een bal naar me. Drieduizend euro boete. Peanuts voor zo’n prof. Je moet niet focussen op de lijn maar de bal blijven volgen. Anders schrik je je steeds wezenloos als er ineens een bal bij de lijn is, en raak je in de war. ‘Ik heb in twee jaar al heel wat internationale toernooien meegemaakt: ABN AMRO in Rotterdam, de Davis Cup in Maastricht, de Afas Classics in Apeldoorn en de Servië Open in Belgrado. Superleuk. Alles wordt voor je betaald en je ziet de sterren uit het profcircuit. Als lijnrechter begin je bij de lange lijnen aan de zijkant van de baan. De umpire heeft daar ook nog goed zicht op en kan je beslissing overrulen. Je moet veel uren maken om verder te komen. Maar, ach, ik heb nog de tijd, de meeste lijnrechters zijn veel ouder.’ [6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG Tekst en foto: HANZEMAG Luuk Steemers 23


Erik Jaap gaat

voor zijn passie: fotografie

Studeren is een vak leren, ontdekken wat je wilt, een richting bepalen, maar wat als je het vak al in de smiezen hebt? Als je het al uitoefent? Wat doe je dan nog in de collegebanken? Erik Jaap weet het. Erik Jaap Dijk (25) heeft zijn eigen bedrijf en is student Communicatiesystemen. Vandaag zit hij tevreden met een dubbele espresso op het terras van Doppio aan de Brugstraat. ‘Oh kijk eens, de weerspiegeling van de panden aan de overkant schijnt door het glas water op het glazen tafelblad. Dat ga ik even vastleggen.’ Het is duidelijk: Erik Jaap is fotograaf. Drie jaar gelden werd z’n passie z’n werk. ‘Ik kan er al mijn creativiteit in kwijt.’ Vooral bedrijfsfotografie vindt Erik Jaap interessant, omdat daar ook een stukje commercie bij komt kijken. Zero Fotografie, zijn eigen bedrijf, viert deze maand z’n driejarige jubileum en het portfolio en de vaste klantenkring worden steeds groter. Maar studeren en dan ook nog een bedrijf waar je fulltime mee bezig bent? Dan is een goede balans soms ver te zoeken. Een week kent dan ook geen vaste rustdagen of een weekend. Laat staan dat er tijd is om drie avonden in de week los te gaan in de stad. ‘Ik heb de keuze gemaakt en de behoefte om veel te stappen is allang verdwenen, ik mis het geen moment. Ik drink wel graag een goede borrel na het werk in de stad of thuis met vrienden, dat vind ik wel erg belangrijk.’ Het draait dan om prioriteiten stellen. IJzervreten wanneer het op de deadline van een opdracht aankomt of blokken voor de tentamenweek? Dat is een keuze waar Erik Jaap vaak voor staat, maar echt moeilijk heeft hij het daar ook weer niet mee. ‘Ik kies voor m’n werk. Een opdrachtgever die ik graag aan mijn vaste klantenkring wil toevoegen, wacht niet.’ Erik Jaap studeert overdag en werkt vooral op locatie tussen de colleges door. ‘s Avonds en in het weekend werkt hij vooral voor zijn bedrijf. ‘Ik heb het geluk dat ik door de hoorcolleges te volgen al veel stof opsla, als het onderwerp mij interesseert tenminste.’ En ook al heeft hij in de laatste twee jaar slechts één boek gekocht, hij loopt nog steeds op schema en heeft geen achterstanden. Hij heeft zijn studie en werkzaamheden nagenoeg probleemloos kunnen combineren. Toch had hij laatst de neiging om z’n studie eraan te geven toen hij met z’n stage moest beginnen. En stages zijn nu eenmaal fulltime: vijf dagen in de week, uren draaien. ‘Ik heb gevraagd of ik vrijstelling voor m’n stage kon krijgen, maar de opleiding wees mijn verzoek af.’ Toch is het bij een opwelling gebleven. ‘Ik heb geen diploma nodig, maar ik heb al veel tijd en energie in mijn studie gestoken. Ik vind: als je het kunt, dan moet je het ook afmaken’, stelt hij. Maar de twijfel blijft. ‘Een diploma is handig om te hebben, maar ik weet dat ik door wil gaan met m’n bedrijf. Als ik zou moeten kiezen… dan kies ik voor mijn werk, honderd procent.’ Vera Verzijl 24 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

Zero voor de klas In de Coffee Company aan de Oosterstraat is het werk van Erik Jaap Dijk te bewonderen. In de koffiezaak hangt zijn wisselende expositie Straatbeelden, foto’s in New York, Lissabon en Londen. Het registreren van uitgesproken types heeft z’n voorkeur, of het contrast tussen arm en rijk. Hij geeft ook fotocursussen. ‘Ik vind het leuk om mensen de basis te leren, iedere cursist gaat met de opgedane kennis anders om door zijn of haar eigen creativiteit.’ Erik Jaap vindt het erg leuk om de ontwikkeling van de cursisten te zien, en het plezier dat ze hebben in de gezamenlijke passie. Zo leuk zelfs dat hij zijn leerlingen niet los wil laten en daarom een vervolg geeft op de cursus. ‘Ik heb een fotoclub opgericht. Iedere ex-cursist kan lid worden. Zo kunnen we op een ongedwongen gezellige manier van elkaar blijven leren en andere inzichten krijgen.’( www.zerofotografie.nl) Foto: Nathan Schuuring


Groningen muziekparadijs Tijdens de tweede week van januari wordt Groningen traditiegetrouw omgebouwd tot ĂŠĂŠn groot festivalterrein. Dit jaar groter en een tikkeltje moderner dan ooit. Drie dagen lang ademt Groningen muziek. Wie het tweede weekend van januari de kou en regen trotseert en vanuit een buitenwijk het centrum binnenfietst, ontkomt niet aan de kakafonie aan geluid die uit kroegen, theaters, straten, pleinen, bioscopen en zelfs winkels klinkt. Ooit begonnen als voorprogramma van Noorderslag, is Eurosonic uitgegroeid tot een volwaardig festival dat voor de nieuwsgierige muziekliefhebber al lang veel meer te bieden heeft dan haar grote broer. Een beetje geluk moet je wel hebben, want het aanbod is waanzinnig groot en de acts vaak nog volslagen onbekend. Voor hetzelfde geld sta je met vijftien man te kijken naar een weergaloos optreden, of

sta je een half uur te blauwbekken in de rij voor gehypte bandjes die ongelofelijk tegenvallen. Wie zijn keuze baseert op tips op websites als 3voor12 en in de Volkskrant, komt bedrogen uit. Niet dat de tips niet deugen, maar je staat gegarandeerd in de rij met vijftig andere Volkskrant lezers. Grote namen staan er niet op Eurosonic, maar je vindt ze wel in het programmaboekje. Vrijwel iedere act heeft wel in het voorprogramma gestaan van een beroemde band. Is dat een garantie voor kwaliteit? Helaas niet. De Engelse band Tribes speelde al in het voorprogramma van de Pixies, maar valt in een half lege Machinefa-

briek behoorlijk tegen. Nee, wie echt onbezorgd wil genieten van Eurosonic kan zich maar het beste laten verrassen. Door de Belgische tieners van Steak Number Eight bijvoorbeeld, die een geweldig optreden geven in een warm en vol Vindicat. Of Imperial Tiger Orchestra, een band die klinkt als een Ethiopisch orkest, maar toch echt bestaat uit een stel spierwitte Zwitsers. Dit jaar werkt het festival voor het eerst met chips in de polsbandjes. In eerste instantie wekt het wat irritatie op, want bij iedere locatie moet zowel in- als uitgecheckt worden. Het zorgt er voor dat de wachttijd bij de populairdere

locaties nog een tikje langer wordt, maar ook dat automatisch wordt bijgehouden of een zaal vol is. Dat systeem werkt alleen nog niet vlekkeloos. Bij het optreden van Lianne La Havas staan zo'n twintig man buiten te wachten, terwijl de zaak nog moeiteloos vijftig man extra kan hebben. De chips lijken vooral grote voordelen te bieden voor volgend jaar, want vanaf nu kan nauwkeurig worden bijgehouden wat voor bands populair zijn en hoe lang bezoekers binnen blijven. Wie weet leidt dat tot minder lange rijen. Mocht dat lukken, dan is Eurosonic helemaal het perfecte festival voor de muziekavonturier. Chris Wind

Foto: Pepijn van den Broeke

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 25


Jonge muziekdocenten geven les aan laatbloeiers

Muziek voor

puntje-puntje-plussers

De jongste deelnemer is 51, de oudste 72. In het project Ouderen & Muziek krijgt de grijze golf muziekles van de jonge garde van het Conservatorium. Groningen, 9 december, het Prins Claus Conservatorium Geen pottenkijkers! De oude dame is zeer beslist ‘Nee! Ik heb negen lessen en daar wil ik alles uithalen wat erin zit.’ Saxofoniste Sietske zit er maar mooi mee. ‘Het gaat hartstikke goed’, probeert ze, ‘je hoeft je nergens voor te schamen.’ Maar nee is nee voor de oude dame: geen pottenkijkers. Ze lijkt trouwens helemaal niet zo oud. Een beetje vreemd, want ze neemt toch echt deel aan het project Ouderen & Muziek, dat op 1 november begon. Acht net afgestudeerde studenten van het Groningse Prins Claus Conservatorium geven les aan puntje-puntje-plussers en leggen hun ervaringen vast op video. De opnamen vormen de gespreksstof voor zogeheten focusvergaderingen waar een koppel verse ex-studenten, twee ervaren docenten een onderzoeker informatie uitwisselen. Groningen, 9 december, Stedelijke Muziekschool De deelnemers betalen geen cent voor de negen lessen. Ook over een instrument hoeven ze zich geen zorgen te maken, dat krijgen ze in bruikleen. Betsy maakt er ruimschoots gebruik van. De 51-jarige Amerikaanse, die in een grijs kinderverleden een half jaar naar klarinetles ging, oefent nu zeker twee uur per dag op het diepzwarte blaasinstrument. ‘Het is zo rustgevend’, zegt ze als ze zich in het leslokaal op de eerste verdieping uit haar zwarte regenponcho pelt. Een dikke vijf minuten te laat. ‘De brug stond open’, lacht ze, ‘nee, echt…’ Monique Gruppen ziet er geen smoes in. ‘Natuurlijk niet. Betsy is hartstikke fanatiek.’ Nog voor ze goed en wel op adem is, heeft Betsy het riet van de Franse klarinet in haar mond.

Monique, haar eigen exemplaar in de aanslag, volgt het spel aandachtig. ‘Ja, het gaat heel goed, maar er zijn een aantal teldingetjes. Dan ga je ineens veel te snel.’ Het is een terugkerend probleem, in de twintig minuten die de les nog zal duren. Maar Betsy verbetert horenderoren en met het zelfvertrouwen zit het sowieso wel snor. ‘De B, aha, die B kan ik heel mooi.’ En dat de vingers af en toe niet kunnen wat het brein wil, ligt niet aan stramme gewrichten of haperende hersens. ‘Je moet gewoon dit doen’, zegt Monique: ze legt haar hand op het bovenblad van de piano, de vingers uiteengespreid. ‘En nu til je afwisselend je ring- en je wijsvinger op, je duim, pink en middenvinger laat je op het vlak liggen. Met een paar daagjes zit de souplesse er wel in. Gewoon veel doen, het kan zelfs als je op de wc zit, of zo.’ Haren, 16 december, Verzorgingshuis De Dilgt ‘Hè? Bij mij zegt-ie ook dat-ie niet goed gestemd is.’ Arthur Buitelaar zit te klungelen met de digitale metronoom. Knopje aan, knopje uit. Na een paar minuten is de ex-student Basgitaar eruit. ‘Hij stond op de een of andere manier ingesteld op mollen. Dan zit je dus steeds een halve toon lager. Mooi zo laten staan, Willem. Alleen aan en uit zetten, dan zit je altijd goed.’ Op 16 december is Willem Kooi (72) met de auto, maar normaal gesproken is het een leuk fietstochtje, van z’n huis naar verzorgingshuis De Dilgt in Haren. Eens per week heeft de vieve zeventiger basgitaarles in de Rode Zaal. ‘Jammer dat het meisje moest afhaken, met z’n tweeën was toch net even leuker’, zegt hij. Het meisje is een dwarslaesiepatiënte wier gezondheid

26 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

zodanig verslechterde dat ze er de brui aan moest geven. Het is Willems vijfde les, nog vier te gaan en het is best lastig. ‘Zo geduldig als Arthur krijg je ze niet vaak’, geeft Willem meteen toe. Het gewicht van een basgitaar draagt een muzikant met z’n rechterhand, al dan niet geholpen door draagband of onderbeen. De linkerhand moet zich vrij kunnen bewegen langs de hals. Willem heeft het er moeilijk mee, maar het gaat allengs beter. Op de eerste tel een G, op de derde een D. Het gaat, en het gaat beter. ‘Nu pakken we de A erbij… Juist, ja, op de derde tel van de tweede maat. Dan krijg je 1-G-3-D, 1-G-3-A. Blijven tellen, desnoods met een voetje erbij.’ Arthur speelt er een paar akkoorden bij. Hé, dat klinkt bekend. Knock, knock, knockin’, on heavens door. Arthur zet het bijpassende filmpje aan, Bob Dylan. Ze klinken cool, Bob, Arthur en Willem. Groningen, 23 december, Prins Claus Conservatorium Muziekpsycholoog Karolien Dons (26) is projectleider en onderzoeker: ‘Ouderen & Muziek is de hoofdtitel van het project. De ondertitel is ‘een instrument leren bespelen op latere leeftijd.’ Het gaat niet om absolute getallen. We kijken naar de levensfase waarin mensen zitten, de periode waarin ze meer tijd krijgen voor nieuwe dingen. Dat kan bij hun pensionering zijn, of op het moment dat de eerste kleinkinderen komen. De ene zit op zijn vijftigste al in zo’n fase, de ander pas als hij 75 is. En dat is ook zo’n beetje de range van onze veertien oudere deelnemers: de jongste is 51 en de oudste 72. Wij denken dat je ouderen in het muziekonderwijs op een andere manier moet

benaderen dan jonge mensen. Hun muzieksmaak is bijvoorbeeld al uitgekristalliseerd. Ze hebben in het verleden al een instrument bespeeld of ze hebben al duidelijke voorkeuren en ideeën over hoe muziek moet worden uitgevoerd. Bij ouderen kies je doorgaans ander lesmateriaal en andere muziek.’ De muzieklessen aan ouderen zijn een onderdeel van het tweejarige project dat in augustus 2010 startte. ‘In het eerste jaar inventariseerden we de ervaringen die andere organisaties hadden met muziekonderwijs aan ouderen. Welke methodieken gebruikten ze en hoe gingen docenten en leerlingen met elkaar om? We hebben literatuuronderzoek gedaan en individuele lessen en ensembles van ouderen geobserveerd. Daarnaast hebben we een databank voor muziekdocenten opgezet.’ De muzieklessen waarin de onderzoeksresultaten worden toegepast, zijn in oktober gestart en duren tot februari. ‘We vinden het interessant om te zien hoe jonge, pas afgestudeerde en relatief onervaren muziekdocenten omgaan met de kennis die we tijdens de inventarisatiefase hebben opgedaan. Alle acht studenten hebben een camera waarmee ze de lessen opnemen. Af en toe komen de jonge docenten bij elkaar in een focusgroep met ervaren docenten en onderzoekers. De jonge docenten nemen een aantal opvallende videofragmenten mee, probleemgevallen, maar ook zaken die ze juist mooi vinden. Die worden besproken. Door die uitwisseling ontstaan er wellicht nieuwe inzichten die we in de databank opnemen. Ook willen we onze bevindingen publiceren. In juni volgt nog een afsluitend symposium voor muziekdocenten.’ Boudewijn Otten


Foto's: Luuk Steemers

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 27


Geiske Steendam neemt op 1 februari afscheid

‘Ach, je wordt ouder,

en hopelijk wat wijzer’

Na een carrière van ruim 41 jaar in het hbo gaat directeur Geiske Steendam van de Academie voor Gezondheidsstudies met pensioen. Een terugblik en een vooruitblik. De kamer van Geiske Steendam in het Wiebengacomplex hangt vol met grote ingelijste foto’s van zee en strand. Indrukwekkende wolkenpartijen, weidse einders en donkere silhouetten. De dean van de Academie voor Gezondheidsstudies wijst er een paar aan. ‘Deze heb ik vorig jaar november op Ameland gemaakt. Dit is Scheveningen in oktober, een paar jaar terug. Dat is nog een analoge foto. Die heb ik sepia laten afdrukken voor het Mesdag-effect. Prachtig om met licht en tegenlicht te werken. Behalve beelden van zee en strand, houd ik ervan om details uit beelden halen zodat je niet meer kunt zien wat het eigenlijk is. Héérlijk, na 1 februari heb ik daar veel tijd voor. Tijd om door het vrije veld te lopen en te kijken wat het licht doet. Ik moet rust hebben om verder te komen. Nu moet het allemaal snel tussen de werkzaamheden door. Vooral technisch gezien moet ik me nog ontwikkelen. Ik heb pas een nieuwe zoomlens gekocht met een enorm bereik. Die kan ik nu onder verschillende omstandigheden gaan uitproberen. Ik wil ook workshops volgen bij fotografen die me aanspreken.’ 41 jaar hbo. Wat was je finest hour? ‘Tja, moeilijk. Mijn eerste tijd op de Analistenschool aan de Poortstraat was heel speciaal, in een heel jong team, de meesten onder de dertig. Daar ben ik volwassen geworden, als mens en in mijn beroep. Het leven was simpel: lesgeven, proefwerk, naar het volgende onderwerp. Er waren ook geen overlegstructuren, wel een logisch netwerk dat heel goed paste. Vanuit een soort collectief besef dat we aan een nieuwe opleiding bouwden, ontstond er een vanzelfsprekend teamgevoel. Er waren veel mooie feesten, personeelsfeesten, uitjes, bingo’s, later revues. We deden al dingen waar heden ten dage nog steeds op wordt voortgebouwd. Er werd geïntegreerd gewerkt en de theorie werd op

verschillende manieren toegepast in een beroepssetting. Aan die periode denk ik met veel plezier terug. Net zoals aan deze laatste trouwens. Dat ik in 2004 de kans kreeg de Academie voor Gezondheidsstudies op te bouwen, was een groot cadeau.’ Waarom? Vóór die tijd managede je een groter organisatieonderdeel. ‘Als faculteitsvoorzitter van Gamma al, vond ik de paramedische kant van de gezondheidszorg en management in de zorg erg interessant. Daar zit een heel groot deel van de eerste lijn. Wat paramedici bindt is dat ze hun vak pas dán goed kunnen uitoefenen als ze samenwerken en netwerken. Niet alleen met elkaar, maar bijvoorbeeld ook met zorgverzekeraars. En natuurlijk met de patiënt die steeds mondiger wordt.’ Had je niet een stapje naar boven willen doen, het CvB? ‘Ik ben er wel eens over gebeld, of ik dat zou willen. Het College van Bestuur was in 2004 wel een beetje verbaasd dat ik dean wilde worden. Mensen verwachten dat als je een stap maakt, die verticaal richting de top is. Maar ik sta liever middenin het primaire proces. Ik vind het mooi de wereld van buiten naar binnen te brengen, samenwerking tot stand te brengen. De zevenhalf jaar bij de academie waren schitterend. Ik ga de medewerkers en de studenten heel erg missen. ‘De jaren vóór 2000 waren wél lastig. Ik wist niet welke kant de hogeschool op ging en of beslissingen hogeschoolbreed werden gesteund. Als faculteitsvoorzitter van Gamma heb ik regelmatig in een soort van leiderschapskramp gezeten. Aan die tijd kwam gelukkig een eind in 2000 met de komst van Henk Pijlman en Marian van Os. De vorming van de schools in 2004 was een logische en juiste stap.’

28 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]

Welke gevoelens overheersen momenteel? ‘Trots! Mijn teamleiders pakken steeds meer vanuit een gezamenlijke drive dingen op en zien steeds meer de meerwaarde van samenwerking. Het is me gelukt te monitoren en in control te blijven, en daarnaast te zorgen dat de teamleider de baas is bij opleidingsontwikkelingen in het veld. Ik loop ze daarbij niet voor de voeten. Ik ben ook trots over de totstandkoming van ons strategisch plan. Dat hebben we niet achter een bureau geschreven. We hebben er anderhalf jaar de tijd voor genomen, er mensen uit het werkveld bij gehaald en sessies belegd met medewerkers en studenten. De academie gaat nu zowel met de nieuwe hbo-agenda als met de zorgagenda stap voor stap aan de gang. Momenteel moeten we weer een stap maken in multidisciplinair werken. We gaan met het veld bekijken wat de maatschappelijke waarde is van bijvoorbeeld onze multidisciplinaire minoren. Ook gaan we kijken hoe we er in de toekomst voor kunnen zorgen dat ál onze afgestudeerden disciplineoverstijgende vaardigheden hebben. Wie mij opvolgt, vindt een academie die goed op de rails is.’ Wil je nog iets meegeven aan die opvolger? ‘Zorg dat je collega’s zoekt van andere hbo-instellingen om ervaringen mee uit te wisselen. Zorg dat je goed weet wat er in de buitenwereld gebeurt, zowel politiek, maatschappelijk, in de zorg, zodat je een volgende slag te kunnen maken. Maar wel bottom-up. Ik had vroeger wel de neiging om na een analyse prompt beslissingen te nemen en dan te verwachten dat het wel goed zou komen. Maar als je vanachter je bureau dingen gaat zitten bedenken en zegt: zo doen we het, dan is het risico groot dat mensen eronderuit proberen te komen. Ach, je wordt ouder, en hopelijk

ook wat wijzer. Als je de mensen erbij betrekt en hun mening serieus neemt, en ze vertrouwen geeft, dan doen ze mee en komt er energie. Maak eerst maar chaos.’ Je had nog een jaar langer kunnen doorgaan. ‘Ik ben hier nog lang niet uitgekeken. Ik ben niet moe, ik ben gezond. Maar er komt een nieuwe tijd. Er wordt anders naar het hbo gekeken. De gevolgen van het nieuwe Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan, de prestatiecontracten die hogescholen moeten gaan sluiten met het ministerie. Ik wil geen plannen schrijven die ik niet zelf ga uitvoeren. Na zevenhalf jaar vind ik een nieuwe stap logisch. Goed voor de academie, die verdient weer eens een frisse blik, maar ook voor mezelf. Er zijn nog zoveel andere dingen. De fotografie, bijvoorbeeld, en natuurlijk mijn partner Guus Zeillemaker die architect is in Almelo. Dat betekent veel gereis op en neer. In de acht jaar dat we elkaar kennen, zien we elkaar vooral in de weekends.’ Je gaat zeker een huisje in Italië kopen? ‘Nee, je moet de lol van een huis in Italië niet overschatten. Italië blijft altijd mijn passie, ik spreek redelijk Italiaans, en ik zal er hopelijk nog vaak komen. Bovendien zou ik dan daar zitten en Guus in Nederland. Hij is wat jonger en werkt nog een tijd door. Ik hou van verandering, maar ik blijf ook altijd trouw aan wat ik heb. Maar ik ga ook niet thuis in Groningen een boekje zitten lezen. Ik wil mijn bijdrage blijven leveren.’ Ook bij de Hanzehogeschool? ‘Wie weet, maar in ieder geval niet als werknemer.’

Luuk Steemers


CV Geiske Steendam 1948:

geboren in Harlingen

1966:

diploma HBS-A, Rijks HBS Zwolle

1972:

MO-A Engels

1977:

MO-A Nederlands

1971-1990: docent Nederlands en Engels op de Analistenschool 1990-1993: afdelingsdirecteur Hoger Laboratorium Onderwijs / Chemische Technologie 1993-1998: sectordirecteur Natuur & Techniek, faculteitsvoorzitter Techniek 1998-2004: faculteitsvoorzitter Gamma 2004-heden: dean Academie voor Gezondheidsstudies Foto: Luuk Steemers

[6] 2012 18 JANUARI WOENSDAG HANZEMAG 29


ADVERTORIAL

30 HANZEMAG WOENSDAG 18 JANUARI 2012 [6]


Lieve Loes Heeft je beste vriendin gezoend met de jongen waar jij al tijden vlinders van in je buik krijgt? Ben je verliefd op je docent en kun je je niet meer op je studie concentreren? Lig je niet lekker in je projectgroep en begrijp je niet waarom? Mail Loes, onze enige echte ervaringsdeskundige. Inzenden mag zelfs anoniem. lieve.loes@live.nl

Lieve Loes, In ons studentenhuis is het herrie sinds 1 januari. Twee mensen rookten al helemaal niet, vier anderen zijn op 1 januari gestopt. Nu zijn er nog twee rokers over, waaronder ik zelf. Hoewel we mogen roken in onze eigen kamers en in de keuken onder de afzuigkap, paften we meestal gezellig met zijn allen op het balkon, behalve als ik studeer, dan rook ik op mijn kamer. Maar nu wil één van de stoppers per se ons hele huis rookvrij maken om de ex-verslaafden niet in verleiding te brengen en ze wil daar zelfs over gaan stemmen op de volgende housemeeting. Hoe fanatiek kun je wezen? Ik vind het een beperking van mijn vrijheid als ik alleen nog maar op het balkon een sigaretje mag roken. Wat vind jij? Rinus

Hoi Rinus, Tja, net gestopte rokers kunnen roomser zijn dan de paus. Ik kan me er ook wel iets bij voorstellen. Zo lekker ruikt een kamer niet waarin flink wordt gepaft. Maar, ik kan je wel aan een paar argumenten helpen voor de volgende housemeeting. Dé antirookgoeroe Allen Carr, helaas zelf aan longkanker overleden, beweert dat je juist géén situaties moet vermijden die je in de verleiding kunnen brengen. Gewoon naar feestjes blijven gaan en je kettingrokende tantetje bezoeken. Stoppen met roken is makkelijk als je eenmaal weet hoe de verslaving werkt en de valkuilen kent. Je kunt moeilijk alle rokers, rookplekken en rooksituaties uit je leven bannen. Koop het boek voor je huisgenoot! Misschien hebben jullie er allebei wat aan. Ik zou haar ook aanbieden de ramen regelmatig flink open te zetten en het huis te luchten. En last but not least, je bent niet voor niets in een rookhuis gaan wonen, dat kunnen je huisgenoten niet plotsklaps veranderen in een rookvrij huis. Lieve Loes, Ik ben verliefd op de vader van mijn oppaskindje. Sinds de zomer pas ik af en toe een paar uurtjes op zijn baby

KASPER van een jaar. Volgens mij heeft hij niets in de gaten. De moeder is een carrièrevrouw en bijna nooit thuis. Volgens mij ligt het stel in scheiding, maar ik weet het niet zeker. Er heerst niet zo’n fijne sfeer in huis. Wat denk je, kan ik maar beter een ander bijbaantje gaan zoeken? Daisy Hi Daisy, Ik moet meteen aan de Beckhammetjes denken en hun nanny Abbie Gibson. Omdat David zijn gemanicuurde handjes niet thuis kon houden, liep het bijna uit op een scheiding. Ook Abbie kwam er niet best vanaf. Deze situatie belooft weinig goeds voor jou. Door een fling met een filf kun je je aardig in de nesten werken. Voor je het weet heb je niet alleen de baby op je schoot. Regel één van Lieve Loes: pap nooit aan met een getrouwde vent. Stel dat hij gaat scheiden dan ben jij alleen het troostmeisje. Gaat ie niet scheiden, lig je altijd op de tweede plaats. De kans dat je binnen de kortste keren met liefdesverdriet en zonder baantje zit, is groot. Als ik jou was, zou ik een andere oppasbaby zoeken. Voordat het warme nest in een wespennest verandert.

Winterdepressionist Nu 2011 officieel in de geschiedenislesboeken kan worden opgenomen en de meeste goede voornemens reeds gebroken zijn, doet de dagelijkse sleur weer van zich spreken. Studie, tentamens en werk. Biertje, studie, tentamens en werk. En terwijl het landschap om ons heen vergrauwt, bloeit de winterdepressie op. En met depressies komen donkere gedachten. In de vorige editie voorspelde ik dat de Chinezen in de nabije toekomst de wereld zouden bespelen als een 8-bit Nintendo. Maar ik ging volledig voorbij aan het feit dat de mensheid dit niet meer zal meemaken. Tenminste, als sommige interpretaties van de Maya- kalender waar zijn. Interpretaties die stellen dat de wereld, voor zover wij die kennen, in december tweeduizend-en-twaalf tot een apocalyptisch einde zal komen. Een einde dat ingeluid wordt door plagen, epidemieën en natuurrampen. Natuurlijk zijn er andere predicties geweest met data waarop de wereld zou vergaan. Voorspellingen die naar mijn weten niet zijn uitgekomen. Waarom zouden we moeten geloven in iets dat het zoveelste is in een reeks van vele. Toch moeten we de Maya-kalender niet bagatelliseren. Helemaal gezien het feit dat de eerste aanduidingen er zijn. Zo werd Nederland al vroeg in het jaar doelwit van het element water. Water dat dient zoals een verkenningseenheid in het leger. Aftastend. Dit was de natuur die door een korte aanvalsgolf haar eerste signaal afgaf. Gedurende het jaar zullen we ervaren wat moeder natuur nog meer in petto heeft. Zover mogelijk zullen we beschermende maatregelen moeten treffen om het onvermijdelijke uit te stellen. Wanneer alles volgens de beschreven voorspelling verloopt, is het de vraag of je nog wel energie moet steken in goede voornemens en het veranderen van jezelf. Misschien is dit het moment dat je moet accepteren wie je bent. Wat vervolgens resulteert in meer effectieve tijd om plezier te maken met de mensen waarvan je houdt. Het geloof in deze eschatologie (beschrijving van het einde der tijd) verschilt uiteraard per individu. Maar de vroegtijdige bevestigende indicatoren zijn niet te ontkennen. En mochten we hier over een jaar lachend op terugkijken. Beschouw dit stukje proza dan als het woord van een doemdenkende winterdepressionist. Kasper van Eerden Twitter: @BearTruthly


legal alien Studies:

Audiovisual Communication

Country:

Spain. 46 million people, twelve times the size of The Netherlands.

Beatriz Delgado Mena (23) What was your first impression when you arrived in Groningen? ‘Actually I was sick, I had a stomach ache, and that was horrible, but I was excited. It was a very nice welcome because I came here with my mentor. My first impression was that it was a challenge, not because I was afraid but because I decided to be by myself in a new place, with new people and talking English.’ Why did you choose Groningen? ‘Groningen was my best option when it came to learning English, because Dutch people speak English very well.’

What is the most special experience that you have here? ‘It’s pathetic, ridiculous, but funny at the same time: I broke my foot! The truth is that I was pretty drunk and, although I had never fallen from the bike before, it happened that day and I broke my foot. At first nothing hurt me and I walked to a pub in the city centre, but there the pain began and I had to be supported by two of my friends on my way to the hospital. There everything was very simple. The emergency unit works very fast and very effective. I was home soon with my X-ray, my crutches and my foot in

plaster. I will wait for the bill [laughing]. ‘In spite of everything I was lucky because I have three very nice friends here. They helped me cook, do the laundry, shop, and even take a shower. When I’ll be completely recovered, I’ll throw a party called Bea’s comeback for all the people who helped me.’ What do you hope to achieve during your stay here? ‘The main thing is to improve my English. But I also want to have a life experience, because all that happens to you in life

affects you. This is not a difficult experience for me. You only have to have fun, enjoy yourself and be happy, so this is not going to make me stronger, but it will make me a different person. You are here without your family so you only have your friends around you. This means that people have to be nice and kind because they are your new family. For me this is so important, because without my friends around me I wouldn’t have survived.’

Amelia Bueno


Anneke survived breast cancer

‘Becoming bald was

way worse than being bald’

Anneke, a customer contact at a housing association, was living life to the fullest, when suddenly her world was turned upside down. At the age of 27 she got breast cancer. ‘I have been completing self breast exams since I was twenty. After the mother of a friend of mine died of breast cancer, I made sure to check my breasts every month around the same time. During my regular exam in October 2010 I found a lump under my armpit, at the edge of my right breast. About six months prior to that I had one too, but that dissolved within a week, so I decided to wait and see. The thing is, I had just finished extensive medical treatment for my hernia and was reluctant to go through a series of testing again. I told my co-worker about the lump, and she basically kicked me to the doctor. My house doctor examined my breasts and said it was probably nothing. But he also referred me to the hospital in Zwolle for an ultrasound, just to be safe. A couple of days after the ultrasound, I got a call: they wanted to run more tests. ‘When I went to Zwolle for the additional testing, I really thought it would be okay. I even asked my mother to come along to do some shopping. That morning the hospital ran some tests and did a fine needle aspiration, but I still didn’t really worry. I had a nice lunch with my mom and even bought a CD, Mumford & Sons, I still remember it vividly. Now I can’t listen to that CD anymore… During lunch a bad feeling caught up with me: what if it was cancer? What if the test results were not what I thought them to be? When we returned to the hospital, they placed us in a waiting room, smaller and more remote than the one we were sitting in earlier. There was only one seat left, which was underneath a cabinet full of cancer flyers. Off course that worsened the feeling. ‘I was called into the same room I had had the tests that morning. The doctor sat us down and informed me the results were not good: it was cancer. I

felt like I was standing with my back against the wall. It was as if I had no choice, my survival mode kicked in. I was determined to fight and was convinced I would live to see eighty. My mother started crying and then I started too. My boyfriend was working nightshifts at the time and would be sleeping until 3 PM. I called him up and broke the news to him while he was still groggy. The realization and blow came right away, for the both of us. The worst moment had yet to come: when I told my dad he started to cry. It made everything so incredibly real. ‘My life changed drastically. They made an MRI of my breasts and found four lumps; two in my right breast and two in the left. Ultimately only the two in my right breast were cancerous, the left were only cysts. Right away they started to talk about amputation and reconstruction surgery. It was just too much. I decided to get a second opinion at Antoni van Leeuwenhoek, a wellknown cancer institute in Amsterdam. They presented me a different course of treatment, in which they would begin with chemotherapy. I decided to receive my treatment in Amsterdam. This meant a lot of traveling back and forth, but it felt right. ‘The course of treatment required six rounds of chemotherapy, a mastectomy, twenty-five radiation sessions, and an additional hormone treatment. Every two weeks I would get chemo, which is more invasive than the three weeks they ordinarily dictate. I lost my hair after the first round of chemo. Becoming bald was way worse than actually being bald. I really can’t stand the sound of clippers anymore. I got a wig, but I only wore it on special occasions, like parties. It itched so I mostly wore caps. ‘After four rounds of chemo things

really went downhill. I lost ten kilos in a short period of time and couldn’t eat anything. After the other courses I had eaten some custard for a couple of days, but even that didn’t work anymore. Strawberries and watermelon were the only things I was able to bear. In the meantime they did an MRI, which showed that the tumors had shrunk significantly, which meant that the treatment was working. ‘At the beginning of July my regular treatment was finished and the cancer had gone completely. Since then I get hormone-shots every three months and need to take tamoxifen daily, a treatment that will continue, at least, for the next five years. I still need to get regular check-ups every three months during the first year. This will become a biannual check-up for the next five years, then annual check-ups for the following five. ‘During the past year my world was turned upside down. After being in

survival mode for months I am starting to process what happened. It is hard to express how you feel as a patient; it is hard for other people to relate. Some people say: “One out of eight women gets breast cancer, it’s not that unusual”. That irritates me, a lot. The chance someone under thirty gets breast cancer is 0,1%! ‘At the moment I feel good. Of course I have ups and downs. There are days that I’m sad or bummed out, but overall I feel pretty good. Getting cancer has hardened me, and I think it has helped me to put things into perspective, but it has not changed my view on life. My greatest fear is that the cancer might reoccur with metastases, and turns out to be untreatable. It is a fear I’m learning to live with. There are no certainties in life and being a cancer survivor only made that more clear. For now I’m trying to do as much things that I enjoy as possible, and that feels pretty good.’ Florianne Coppes

[6] 2012 18 JANUARI WEDNESDAY HANZEMAG 4INT


But when you miss them too much you shouldn't be an international student. If you are interested in meeting other people, with other cultural backgrounds and interests, then Groningen is a very interesting city, I think. It is for example very close to other countries as well. We live only half an hour from Germany. If you want to cross the borders to travel to other countries as an international student you have the possibility here.’ The Netherlands are more expensive than other comparable countries. Can you give us an overview of how the city invests money towards facilities for the international student community?

‘We work closely together with the universities and we are investing the money to improve life for students. I don't think we are the most expensive city for international students. We know students from Britain who come here because it's cheaper for them to study here. And I think we offer them the quality they look for as well.’ Do you also invest in something more substantial? What can we find when we are walking through the streets of Groningen? ‘Look around and you will discover a lot of culture for example. I mean this is the youngest city of the Netherlands because of all those students. So culture is very important and even though the

national government cut the cultural budget, Groningen is still investing in it. This month a lot of international people visit the city for the Eurosonic festival. Not only for the music, but also because they know Groningen is a young city with a vibrant cultural life.’

But does the city also invest in making Groningen appear more international? International students are sometimes a bit confused because of all the traffic signs and explanations. They are all in Dutch. ‘We use many symbols, they should be understandable for everyone. Imagine we would use all the languages of all the different nationalities that students

have. That is impossible. But yes, you're right. We should use symbols instead of language even more than we do now.’ Or you could use a language everybody understands: English.. ‘We have websites in English. So we are trying to talk to you in a language you can understand and speak. But I also know international students who try to speak some Dutch as well. Some of them are even interested in the dialect we speak here. You're right, English is important, but maybe you should also take the chance to learn some Dutch as well while you are here.’

Wiebke Plasse

Photos: Luuk Steemers

3INT HANZEMAG WEDNESDAY 18 JANUARI 2012 [6]


Groningen Mayor Peter Rehwinkel talks about internationalization

‘International students really enrich our city’ Around ten percent of the students in Groningen is international. A good reason to have a word with the mayor of Groningen, Peter Rehwinkel (47), about internationalization and what it means for his city. Let's take a few steps back first: When did Groningen become so international? ‘When I was a student, which was in the eighties, studying wasn't as international as it is now. Much has changed since then, At the moment ten percent of our students are from abroad. We have for example five hundred Chinese students in Groningen now. When I was a student, I remember, I was living in a student house and one of my roommates was from Germany. It was quite exceptional then to know a student from abroad. So, it is still quite a new development, I think. Not only in Groningen.’

I would be looking for an international experience. I would love to study in the United States, but we didn't have the chances that younger people have now. So actually I'm a little jealous, even though I had my chances to travel and meet people from other countries. It's so interesting and you learn so much. ‘I think what we realize better now is the importance to speak other languages as well. I mean, I've worked for the Minister of Education in the nineties and he stressed that it was really important to speak English at Dutch

universities. I am happy we have tried to achieve this for quite a long time already.’ How does a mayor deal with a rising number of students in his city? ‘Oh, we can handle it. We like to have all those younger people from other countries in our city. Of course there are problems between students and the other people living in this city. Almost 25 percent of the inhabitants of the city are students. They live another life than working people. Some of them

live a big part of their life at night! But we do know we need them and they are very welcome. All those students make it the city it is.’ So we can conclude that international students enrich the city? ‘They do! They do! They really enrich our city. I think we have the facilities to invite them and to have them here.’ Don't you think they miss something here, apart from their family of course? ‘Of course they will miss their family.

Do you have an explanation why a city like Groningen is so international? ‘Universities are very important and attract international students. And I think international students by now know how nice the city of Groningen is. It's not the biggest city in the Netherlands. It is actually more like a town. You can easily go out for a beer and meet your friends. I mean you will not get lost very quickly here. I think international students found out what students from the Netherlands already knew: It's a very, as we say, cozy city and there is a rich student life with sports and culture.’ Imagine you could go back in time and be a student again: Would you choose Groningen? ‘I am from the Netherlands, so of course I wouldn't choose Groningen if

Students of the minor Journalism prepare for the interview with the mayor. [6] 2012 18 JANUARI WEDNESDAY HANZEMAG 2 INT


Wednesday 18 Januari 2012 Independent Magazine of Hanze University of Applied Sciences | email hanzemag@org.hanze.nl | Photo: Luuk Steemers

6

students interview groningen mayor

HanzeMag 6 2011-2012  

HanzeMag 6 2011-2012