Issuu on Google+

Oxalys & Christoph PrĂŠgardien 11|12

04.10.2011 Exclusief 1/3

Een coproductie met


Praktisch 20u15 start concert | concertzaal 21u00 pauze 22u00 vermoedelijk einde concert

Handelsbeurs & Gent Festival van Vlaanderen Handelsbeurs Concertzaal en Gent Festival van Vlaanderen reiken samen naar de sterren. De fijnproevers kunnen genieten van kamermuziek op topniveau met Christoph PrĂŠgardien, Oxalys, Arditti Quartet en Claron McFadden. Maar de samenwerking biedt ook ruimte voor avontuur. Na het overdonderende succes in 2011 komt er een tweede editie van het Venetiaans Bal en met Wayn Traubs (aka Petrus) Robo a Gogo worden ook de theaterliefhebbers verwend. Als kers op de taart verkennen we het Oosten met het Kitanodai Gagaku Kai Orkest. Gent Festival van Vlaanderen en Handelsbeurs Concertzaal nemen u in 2011 letterlijk mee tussen de Stars! www.festivalgent.be


M. REGER (1873-1916) Eine romantische Suite opus 125 (arr. A. Schönberg & R. Kolisch) (35’) Molto sostenuto Scherzo vivace Molto sostenuto – Animato - Piu animato - Assai sostenuto A. VON ZEMLINSKY (1871-1942) 6 Liederen op gedichten van Maurice Maeterlinck, opus 13, nr. 2 en 5 (arr. E. Stein) (10’) Und kehrt er einst heim Die Mädchen mit den verbundenen Augen PAUZE A. VON ZEMLINSKY Zwei Sätze für Streichquintett (18’) Allegro Prestissimo (mit Humor) G. MAHLER (1860-1911) Lieder eines fahrenden Gesellen (arr. A. Schönberg) (20’) Wenn mein Schatz Hochzeit macht Ging heut’ morgen übers Feld Ich hab’ein glühend Messer Zwei blauen Augen

Christoph Prégardien, tenor Oxalys: Toon Fret, fluit, Nathalie Lefèvre, klarinet, Antoine Siguré, percussie, Dirk Luijmes, harmonium, Piet Kuijken, piano, Geert Callaert, piano, Shirly Laub, viool, Frédéric d’Ursel, viool, Elisabeth Smalt, altviool, Vincent Hepp, altviool, Amy Norrington, cello, Koenraad Hofman, contrabas


04.10.2011 | Oxalys & Christoph Prégardien (tenor)

Verboden toegang voor critici! Muziek op een keerpunt in het fin-desiècle-Wenen | Door Steven Van Renterghem “Om artiesten en kunstliefhebbers een echte en accurate kennis van moderne muziek te geven” (Alban Berg aan zijn vrouw, 1918) Arnold Schönberg. Er wordt vanavond geen enkel werk van hem uitgevoerd, maar toch is hij de spil van het programma. Toen hij immers in het begin van de 20ste eeuw met werken als zijn Eerste Kamersymfonie opus 9 (1906) en zijn Tweede Strijkkwartet opus 10 (1908) steeds meer de grenzen van de tonaliteit bereikte, groeide ook het onbegrip van het traditionele concertpubliek. Met rumoerige premières en venijnige recensies tot gevolg. Omdat hij het gevoel kreeg dat de hedendaagse muziek in Wenen geen kansen kreeg, richtte Schönberg in 1918 met een groep vrienden het Verein für musikalische Privataufführungen of de Vereniging voor muzikale privé-uitvoeringen op. Het doel was om goed gerepeteerde uitvoeringen van moderne werken te brengen voor een geïnteresseerd publiek: moeilijkere werken werden daarbij soms twee keer na elkaar gespeeld, er werd niet geapplaudisseerd en aan de deur hing een bordje “Kritikern ist der Eintritt verboten”. Omdat de middelen beperkt waren, werden grootschalige orkestwerken gearrangeerd voor een kamermuziekbezetting. In de drie jaar dat de vereniging actief was, werden 154 compo-

sities uitgevoerd van o.a. Skrjabin, Bartók, Stravinski, Debussy, Mahler, Webern en Berg. Het zal voor de meeste concertgangers van vandaag echter een verrassing zijn wie met 24 werken de meest uitgevoerde componist was. Dat was Max Reger. “Reger moet naar mijn mening veel gespeeld worden omdat hij 1) veel geschreven heeft en 2) omdat hij al dood is en de mensen nog geen duidelijk beeld van hem hebben. Ikzelf beschouw hem als een genie!” (Schönberg aan Zemlinsky, 1922) Schönberg heeft zijn laatromantische componeerstijl sowieso nooit verloochend, dus is het niet zo verbazingwekkend dat hij zich verwant voelde met Reger, die in diezelfde traditie thuis hoorde. Maar zijn bewondering voor Reger lag dieper: hij zag hem als een medestander in zijn strijd voor vernieuwing, een componist die harmonie, ontwikkeling van motieven en onregelmatigheid in ritme en melodie tot hun uiterste consequentie wou doorvoeren. De wortels van die vernieuwing situeerde Schönberg bij Brahms, zoals hij later in zijn berucht artikel ‘Brahms, de progressieve’ uiteen zou zetten. Ook Reger zag Brahms als zijn grote voorbeeld, en net als hem, focuste hij lange tijd enkel op absolute muziek en op kleinschalige genres: kamermuziek, klaviercomposities en baanbrekende koor-


werken. Pas rond 1907 wendde hij zich tot orkestmuziek, waarbij zijn ervaring als dirigent van het hoforkest van Meiningen een cruciale invloed uitoefende. De Romantische Suite opus 125 uit 1912 is tegelijk een meesterwerk en een buitenbeentje in het oeuvre van Reger en illustreert zijn ambivalente positie in de laatromantiek. Zo lijkt het orkestwerk tegen zijn gewoonte in een programmatische inhoud te hebben. De componist sprak initieel van “drie orkeststudies: Notturno, Elfenspuk, Helios” en voegde later drie gedichten van Joseph von Eichendorff (17881857) toe aan de partituur: Nachtzauber, Elfe en Adler. Maar in de partituur vinden we amper duidelijke thema’s of verrassende wendingen die een bepaalde inhoud zouden verbeelden. Enkel het middendeel roept de typische sprookjesmuziek op die Mendelssohns Midzomernachtsdroom zowat standaardiseerde. De hoekdelen daarentegen ontberen zelfs Regers typische doorwrochte structuur, maar voeren de luisteraar mee naar een bijna impressionistische wereld van exquise harmonieën en klankkleuren die niet ver van Debussy afstaan. De grens tussen Reger de ‘romanticus’ en Reger de ‘progressieve’ bleek soms heel dun. “Ik van mijn kant kan ze niet volgen. Ik weet niet of ze op een of andere manier muziek genoemd kunnen worden. Mijn brein is te ouderwets hiervoor.” (Reger aan de pianist August Stradal over Schönbergs Drie pianostukken opus 11, 1909) Maar Regers progressiviteit kende duidelijk haar grenzen. Hoewel hij de componist in Schönberg zeer respecteerde en Verklärte Nacht bijvoorbeeld bewonderde,

kon hij zijn nieuwe atonale stijl moeilijk vatten. Hetzelfde gold voor Gustav Mahler. Hij had de creativiteit van de jonge Schönberg al snel herkend en nam hem onder zijn vleugels. Heel zijn leven sprong hij in de bres voor Schönbergs muziek, ook al ging die wegen uit die hij niet begreep. Zelfs op zijn sterfbed vroeg Mahler zich ongerust af hoe Schönberg het verder zou stellen in het leven. De genegenheid was wederzijds. In het begin had Schönberg geen hoge pet op met Mahlers muziek, maar diens Derde Symfonie blies hem van zijn sokken en sindsdien sprak hij over Mahler als over een heilige. Ook na diens dood in 1911 bleef hij hem eren en de grootmeester kon dan ook niet ontbreken op de private concerten. En zo zijn de Lieder eines fahrenden Gesellen veruit de bekendste ‘reductie’ die vanavond op het programma staat. Het is de vroegste liedcyclus van Mahler en een toonbeeld van volbloed romantiek. De componist schreef zelf de gedichten, geïnspireerd op de bundel Duitse volkspoëzie Des Knaben Wunderhorn en op zijn eigen ongelukkige liefdesaffaire met de sopraan Johanna Richter. De thematiek van de eenzame zwerver die nu eens melancholisch, dan weer verbitterd terugblikt op de verloren liefde, alsook de vaak onrustige muziek grijpen terug naar het model van de Winterreise van Schubert. “Boven alles heb je in je ‘getalenteerde schoonbroer’ een goede vriend en bewonderaar!” (Zemlinsky aan Schönberg, 1902) Van al zijn collega-componisten was Schönbergs leven het meest verstrengeld met dat van Alexander von Zemlinsky. Na


hun ontmoeting in 1895 blijven ze hun leven lang vrienden. De amper drie jaar oudere, maar grondig geschoolde Zemlinsky geeft de autodidact Schönberg lessen contrapunt – hij zal Schönbergs enige officiële leraar zijn – en steunt hem in zijn vroege carrière. Met hem deelt hij ook een grote bewondering voor Brahms. Zijn Twee bewegingen voor strijkkwintet zijn daar het concrete bewijs van. Ze maakten oorspronkelijk deel uit van een volledig, vierdelig strijkkwintet in d dat op 5 maart 1896 in première ging. De oude Brahms was daarbij aanwezig en hij nodigde de jonge componist uit om bij hem thuis de partituur samen te bekijken. Zemlinsky beleefde de sessie, waarbij Brahms zoals immer karig was met complimenten, in een roes van aan angst grenzend respect en hield uiteindelijk slechts twee delen over. Zowel het gepassioneerde openingsdeel Allegro als de levendige slotbeweging Prestissimo (mit Humor) ademen de sfeer van Brahms uit. Deze liet zich achteraf droogjes tegen een vriend toch positief uit: “Hij lijkt getalenteerd.” Schönberg en Zemlinsky legden een groot deel van hun muzikale weg samen verder af en, terwijl Schönberg intussen met Zemlinsky’s zus Mathilde trouwde, zetten ze zich samen met Mahler ten volle in voor de hedendaagse muziek in het Weense muziekleven. Een hoogtepunt van die fin-de-siècleromantiek zijn Zemlinsky’s Lieder opus 13. De teksten zijn van de hand van de Gentenaar Maurice Maeterlinck die met zijn complexe, impressionistische taal zeer populair was in zowel de Duitstalige als Franstalige gebieden – denken we maar aan de vele composities naar Pelléas et Mélisande. De geladen thematiek van een ontluikende vrouwelijke seksualiteit in een neo-mid-

deleeuwse setting evoceert de mysterieuze droomwereld van Klimt en ontlokt aan Zemlinsky de meest zwoele harmonieën en voluptueuze zanglijnen. “Het lijkt erop dat we niet in dezelfde tijd leven” (Schönberg aan Zemlinsky, 1927) Maar ook Zemlinsky kon de vernieuwingen van zijn kompaan niet volgen. Tekenend bleek het concert op 31 maart 1913: terwijl Schönbergs Eerste Kamersymfonie opus 9 en Weberns Zes Stukken opus 6 op gesis en hoongelach werden ontvangen en uiteindelijk tot een rel zouden leiden, waren het juist de Maeterlincklieder van Zemlinsky die met hun sensuele klanken het publiek aan het begin van de avond nog konden kalmeren. Het tij zou snel keren. De radicale vernieuwingen van Schönberg droegen er mede toe dat muziek van componisten als Reger en Zemlinsky steeds meer als oubollig en gedateerd werd afgedaan. Ze vielen buiten de canon en raakten in een vergeethoekje. Het sierde Schönberg dat hij in 1918 de moeite nam om ook hen op de voorgrond te plaatsen tijdens de private concerten en te wijzen op het waardevolle van hun kunst. Al voelde hij al snel aan dat de tijd er waarschijnlijk niet rijp voor was. “Zemlinsky kan wachten”, zei hij in 1921. Wachten op een avond als deze in de Handelsbeurs, op een kans om weer in de spotlights te staan en het publiek te bekoren met zijn muziek. Zoals Schönberg het wilde… Steven Van Renterghem studeerde klassieke talen en musicologie. Momenteel maakt hij aan de Universiteit Gent een proefschrift over de Griekse literatuur van de vroege 19de eeuw.


Biografieën Christoph Prégardien (tenor)

Oxalys

De beroemde Duitse tenor begon zijn zangcarrière als koorknaap in de dom van zijn geboortestad Limburg an der Lahn. Later studeerde hij zang bij Martin Gründler en Karlheinz Jarius in Frankfurt am Main, bij Carla Castellani in Milaan en Alois Treml in Stuttgart. In de liedklas van Hartmut Höll aan de Musikhochschule van Frankfurt kreeg hij de smaak voor het Duitse Lied te pakken. Prégardiens repertoire omvat zowel de barokke, klassieke en romantische oratoria en passies als twintigste-eeuwse werken. Hij werkt hiervoor regelmatig samen met dirigenten als Riccardo Chailly, John Eliot Gardiner, Nikolaus Harnoncourt, Philippe Herreweghe, René Jacobs, Ton Koopman en Gustav Leonhardt. Binnenkort dirigeert hij voor het eerst Bachs Johannespassie. Aan zet zijn Le Concert Lorrain en het Nederlands Kamerkoor; er zijn onder meer concerten gepland in Wenen, Amsterdam, Antwerpen en Parijs. Christoph Prégardien wordt bijzonder gewaardeerd als liedzanger. Met zijn vaste begeleiders Adreas Staier en Michael Gees maakte hij referentieopnames van Schuberts liedcycli als ‘Die schöne Müllerin’ en ‘Schwanengesang’ (beide bij Channel Classics, 2008). Prégardien geeft regelmatig masterclasses en leidde van 2000 tot 2005 de zangklas aan de Musikhochschule van Zürich. Sinds 2004 is hij als docent verbonden aan de Musikhochschule van Keulen.

Opgericht in 1993 in de schoot van het Brussels conservatorium, groeide Oxalys uit tot een kamermuziekensemble met een uitgesproken profiel en een sterke internationale reputatie. Vanuit de oorspronkelijke bezetting van strijkkwintet, fluit, klarinet en harp, breidt het ensemble regelmatig uit naar andere instrumenten ten voordele van een breed repertoire en ongewone projecten. Het repertoire van Oxalys is een getuigenis van de culturele geschiedenis van Europa en belicht de linken en contradicties die de naties en eeuwen sinds de Verlichting hebben doorkruist. De focus ligt op de muziek van de Belle Epoque (1870-1930). Oxalys heeft inmiddels een rijke discografie op haar naam met muziek van Mozart, Ferdinand Ries, Richard Strauss, impressionistische, en 20ste eeuwse Russische muziek. Das Lied von der Erde en de Vierde Symfonie van Mahler namen ze op in de kamermuziekversie van Schönberg. Oxalys’ Reger opname kreeg in oktober 2009 de Prix Choc van Franse tijdschrift Classica. www.oxalys.be


Binnenkort in de Handelsbeurs: Abdel-Rahman El Bacha (piano) Mozart, Ravel, Liszt di 11.10.2011

Handelsbeurs Magazine

Seizoensselectie 2011-‘12

Met de start van het nieuwe seizoen brengt de Handelsbeurs een nieuw magazine uit. Dit verschijnt twee keer per seizoen en bevat interviews, muzieknieuws en concerttips. In het allereerste nummer kan u een interview lezen met de Koreaanse pianist Tae-Hyung Kim, die in 2010 vijfde finalist werd op de Koningin Elisabethwedstrijd. Op 8 dec speelt hij een programma volledig gewijd aan pianotranscripties van Franz Liszt.

Dit seizoen spelen heel wat solisten en ensembles een aantal kostbare composities, speciaal op ons verzoek. Op 28 oktober 2011 voeren Isabelle Faust (viool) , Teunis van der Zwart (hoorn) en Alexander Melnikov (piano) de prachtige hoorntrio’s van Brahms en Ligeti uit . Meer kostbaar en te (her)ontdekken repertoire vindt u in de seizoensbrochure of op de website onder de noemer ‘ Seizoensselectie’.

Tekst Steven Van Renterghem | Foto Abdel-Rahman El Bacha © Alix Laveau | Coördinatie Claire Denoyette | Opmaak Jasper Persoons | V.U.: Michael Joostens © Handelsbeurs Concertzaal, Kouter 29, 9000 Gent


Programmaboekje Oxalys & Christoph Prégardien (4/10/2011)