Page 1

Khatia Buniatishvili

12|13

13.12.2012 Piano 2/6


Praktisch 20u15 start concert | concertzaal 21u00 pauze 22u00 vermoedelijk einde concert

Piano 2012 | 2013 Ll天r Williams vr 9 november 2012

1/6

Khatia Buniatishvili do 13 december 2012

2/6

Levente Kende vr 8 februari 2013

3/6

Steven Osborne wo 27 februari 2013

4/6

Nelson Freire za 16 maart 2013

5/6

Jean-Efflam Bavouzet do 21 maart 2013

6/6

Met de steun van

Pralines voor de artiesten worden geschonken door Patisserie & Chocolaterie Joost Arijs. www.joostarijs.be


Programma F. LISZT (1811-1886)

Sonate in b (1852-’53) Mefistowals nr. 1 (1860) PAUZE F. CHOPIN (1810-1849)

Scherzo nr. 1 in b Scherzo nr. 2 in bes Scherzo nr. 3 in cis I. STRAVINSKI (1882-1971)

Drie delen uit Petroesjka (1921) Danse russe Chez Pétrouchka La semaine grasse


13.12.2012 | Khatia Buniatishvili (piano)

Diabolus in musica Door Floris Bernard

In de muziekgeschiedenis ontmoeten we van tijd tot tijd de term ‘duivels’. Meestal verwijst dit begrip naar een virtuositeit die alle verstand te boven gaat. Denken we maar aan het motief van de muzikant die zijn ziel aan de duivel verkoopt om bovennatuurlijk virtuoos te kunnen spelen; het is een verhaal dat in verschillende variaties terugkomt. De naam ‘duivels’ kan echter ook andere kenmerken aanduiden: dissonante harmonieën, duistere registers en een obstinate, sardonische dans.

Mephistopheles in de muziek van Franz Liszt

Franz Liszt koketteerde graag met diabolische beelden en namen. Hij was daarin een kind van zijn tijd. De romantische geest was geobsedeerd door duisternis, mystiek en middeleeuwse symbolen. Het werk Faust van Goethe, met het bekende

motief van een mens die zijn ziel aan de duivel verkoopt, hing als een schaduw over de literatuur en muziek van de negentiende eeuw. Liszt zelf was de belichaming van de romantische virtuoos, met een techniek zo adembenemend dat ze wel van demonische krachten moest afkomstig zijn. Liszt gaf aan verschillende van zijn walsen de titel Mephistowaltz mee. Mephistopheles is een demon uit de Duitstalige folklore wiens identiteit vooral bepaald wordt door Goethes Faust. In Liszts muziek kan hij twee betekenissen hebben. Enerzijds is hij de onheilspellende gezant van de duivel, een product van de romantische fantasie omgeven door neo-gotische esthetiek. Anderzijds is hij het medium voor bovennatuurlijke mogelijkheden voor de mens, en in die zin zijn de walsen een gewild duivels kar-


wei voor de pianist die ze technisch wil beheersen. De Mephistowals nr. 1 (1862) kreeg de titel ‘Dans in de dorpskroeg’ en is rechtstreeks geïnspireerd op een episode uit de Faustlegende, zoals beschreven door Nikolaus Lenau. In deze episode komen Mephistopheles en Faust in een dorp waar een bruiloftsfeest aan de gang is. Mephistopheles grijpt de vedel uit de handen van een makke vedelaar en begint een verleidelijke melodie te spelen. Faust danst een wals met de dorpsschone, een wals die steeds meer een duivels en destructief karakter krijgt. Ze dansen de kroeg uit, de wouden in, terwijl de vedel steeds stiller klinkt; op het einde horen we de nachtegaal in het woud. Aan de Sonate in si mineur is geen duivelse naam verbonden. Er is zelfs geen andere hint naar een onderliggend literair idee, wat bij Liszt maar zelden voorkomt. Maar de sonate vertoont voor de rest alle trekken van een ‘duivels’ werk, in alle betekenissen van het woord. Geen wonder dat musicologen haar in deze zin hebben trachten te interpreteren. Volgens sommigen is de sonate niets minder dan een muzikale hervertelling van de Faustlegende. Anderen zien in het eerste thema een ‘goddelijke’ melodie, terwijl het tweede thema de duivel zou verzinnebeelden. De sonate is in deze interpretatie een strijd tussen goed en kwaad. Anders dan de meeste sonates is het werk niet opgedeeld in mooi van elkaar gescheiden delen. Het is één groot geheel zonder onderbreking. Op dit vlak doorkruist de sonate onze verwachtingen. Maar aan de andere kant is de sonatestructuur nadrukkelijk aanwezig op alle niveaus van het werk, in die mate zelfs dat Liszt voor het eerst in de muziekgeschiedenis een

sonate-in-een-sonate heeft gecreëerd: de sonatestructuur overspant het hele werk, terwijl elk onderdeel op zich ook doordrongen is van dit traditionele patroon. Het werd voltooid in februari 1853 en is opgedragen aan Robert Schumann. Het werk kende een gemengde ontvangst tijdens Liszts leven en heeft slechts langzaam ingang gevonden.

Duivelse scherts: Chopins scherzo’s

Ook Frédéric Chopin, een componist die al te vaak met zoete en lieflijke muziek wordt geassocieerd, had een duistere kant, en nergens komt die beter tot uiting dan in zijn scherzo’s. Een scherzo was oorspronkelijk een ‘schertsend’ stuk, grillig en exuberant. Het diende meestal als onderdeel van een vierdelig werk; vooral Beethoven pionierde het gebruik van een scherzo in plaats van een menuet. Chopin schreef vier zelfstandige scherzo’s. De ABA-structuur van het scherzo blijft behouden en het grillige karakter komt tot uiting in de plotse contrasten in dynamiek, register, en stemming. De compositie van het eerste scherzo, op. 20, in 1835, viel samen met een scharnierfase in Chopins carrière: hij wilde niet langer enkel een pianist zijn die een aantal eigen werkjes in de schuif had liggen. Voortaan koesterde hij de ambitie om de creatieve bakens zelf te verzetten. Vele muzikale vormen die voorheen als ‘genrestukjes’ werden beschouwd, werkte hij uit tot ernstige zelfstandige meesterwerken. Vanuit dit oogpunt bekeken was dit scherzo een krachtig statement. Het duivelse karakter van het stuk ontging het toenmalige publiek niet: het stuk werd ‘banket in de hel’ gedoopt. Het tweede scherzo, opus 31, met de verleidelijke wals


in zijn schoot, is meer karakteristiek voor Chopin. Hij componeerde het stuk in de zomermaanden van 1837, in een periode van eenzaamheid en introspectie. Het groeide uit tot het meest populaire scherzo van Chopin. Het derde scherzo, opus 39, uit 1839, is het meest grillige en onberekenbare van de drie.

Stravinski en het duivelsakkoord

In de Middeleeuwen werd de term diabolus in musica gebruikt voor een interval van drie hele tonen, bijvoorbeeld tussen do en fa#. Deze tritonus klinkt dissonant en onbehaaglijk. In de Westerse traditie werd deze samenklank lange tijd als ‘des duivels’ beschouwd. Dit duivelse karakter inspireerde onder andere Liszt: hij gebruikte de tritonus als uitgangspunt voor zijn tweede Mephistowals. Componisten uit de vroege twintigste eeuw ontdekten opnieuw het voorheen verketterde interval. In de muziek voor het ballet Petroesjka uit 1911 dicht Igor Stravinski de tritonus een grote rol toe. Het zogenaamde ‘Petroesjka-akkoord’, een belangrijk begrip in de harmonieleer, is een combinatie van twee akkoorden die zich tot elkaar verhouden volgens de tritonus. Het ballet is geschreven voor de beroemde Russische choreograaf Serge Diaghilev en zijn Ballets russes. Het was een van de eerste grote successen van de jonge componist. Petroesjka is een pop die tot leven wordt gewekt. Het verhaal is niet vrij van ruige en onbehaaglijke elementen. In de compositie vinden we vele volkse melodieën teug, tot zelfs liederen uit de fabriek. In 1922 maakte Stravinski een pianobewerking van drie onderdelen van het ballet. Het is opgedragen aan zijn vriend Arthur Rubinstein, de beroemde pianist. Stravinski had de intentie om

een werk te creëren dat Rubinstein op technisch gebied zou uitdagen. Het stelt dan ook enorme eisen aan de technische vaardigheid van de pianist. Wie dit op het podium wil brengen, gaat best een duivelspact aan... Floris Bernard is assistent aan de Universiteit Gent, waar hij onderzoek doet naar Byzantijnse poëzie.


Biografie Khatia Buniatishvili (Tbilisi, 1987) groeide op in Georgië. Op haar zesde soleerde ze al met orkest en vier jaar later volgden de eerste uitnodigingen voor buitenlandse optredens. In 2008 debuteerde ze in de Carnegie Hall in New York met Chopins tweede pianoconcerto. Sindsdien trad ze op met grote orkesten en dirigenten zoals Kent Nagano, Neeme Järvi, Michail Pletnev en Jaap van Zweden. Ze is regelmatig te gast op grote festivals zoals die van Gstaad, Verbier, Salzburg en is kind aan huis bij ‘Progetto Marta Argerich’ in Lugano en de BBC Proms. Vaste kamer-

muziekpartners zijn Renaud Capuçon, Truls Mørk en Sol Gabetta. Ze vormt een trio met Gidon Kremer en Giedre Dirvanauskaité en een pianoduo met haar zus Gvantsa. Khatia Buniatishvili was gedurende twee seizoenen BBC New Generation Artist en werkte in die hoedanigheid veel samen met de orkesten van de BBC. Ze ontving ook de BorlettiBuitoni Trust Award 2010. Ze wijdde een opname aan Liszt en een aan Chopin, beide bij Sony.


Binnenkort in de Handelsbeurs: Quatuor Modigliani & J-F Neuburger (piano) C. Franck, C. Saint-Saëns, M. Ravel di 22.01.2013

Blind Date en Blind Date Mini

Abonnement Bach

Ictus en Handelsbeurs organiseren op 31.01.2013 voor de tweede maal een ‘muzikale blind date’, het spannende concertconcept waarbij het publiek op voorhand niet weet wat er gespeeld zal worden. Blind Date Mini op 26.01.13 is een prelude hierop met leerlingen uit het deeltijds muziekonderwijs.

Het voorjaar van de Handelsbeurs staat in het teken van Bach zoals u hem niet vaak hoort: intieme, pure kamermuziek met historische uitvoeringen en verrassende bewerkingen op barokviool, gitaar, luit, sax. Het Bach abonnement bundelt Amandine Beyer (18.01.2013), Raphaella Smits (10.02.2013), Blindman [sax] (1.03.2013) & Hopkinson Smith (17.04.2013).

Tekst Floris Bernard | Foto Quatuor Modigliani © Carole Bellaiche | Coördinatie programmaboekje Handelsbeurs Concertzaal | V.U.: Stefaan D’haeze © Handelsbeurs Concertzaal, Kouter 29, 9000 Gent


Programmaboekje Khatia Buniatishvili 13/12/20112  

Programmaboekje Khatia Buniatishvili 13/12/20112

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you