Issuu on Google+

Hopkinson Smith

12|13

17.04.2013 Bach 4/4


Praktisch 20u15 start concert | concertzaal 20u55 pauze 21u45 vermoedelijk einde concert

Bach 2012 | 2013 Amandine Beyer (barokviool) vr 18 januari 2013

1/4

Raphaella Smits (gitaar) zo 10 februari 2013

2/4

Bl!ndman [sax]: 32 FOOT/Sweelinck-Bach vr 1 maart 2013

3/4

Hopkinson Smith (teorbe) wo 17 april 2013

4/4

Pralines voor de artiesten worden geschonken door Patisserie & Chocolaterie Joost Arijs. www.joostarijs.be


Programma J.S. BACH (1685-1750) Suite voor cello solo nr. 1 in G, BWV 1007 (arr. H. Smith voor Duitse teorbe) Prelude Allemande Courante Sarabande Menuet I – Menuet II Gigue Suite voor cello solo nr. 2 in d, BWV 1008 (arr. H. Smith) Prelude Allemande Courante Sarabande Menuet I – Menuet II Gigue PAUZE Suite voor cello solo nr. 3 in C, BWV 1009 (arr. H. Smith) Prelude Allemande Sarabande Bourée I - Bourée II Gigue


17.04.2013 | Hopkinson Smith (teorbe)

Bach Dancehall Door Yanick Maes

In een notitie bij zijn Ragtime: Wohltemperiert (een omwerking tot ragtime van de fuga in do-klein uit het Wohltemperierte Klavier) stelde Paul Hindemith met aplomb dat Bach in 1921 wellicht de Shimmy zou hebben bedacht. Nu zat de jonge Hindemith nooit verlegen om een provocatie meer of minder. Toch legde hij ook de vinger op een belangrijk aspect van Bachs muziek. Ongeveer 200 van zijn instrumentale stukken hebben immers een expliciete relatie met de dansmuziek van zijn tijd. Na de Dertigjarige Oorlog was aan de Duitse hoven samen met de hele Franse hofcultuur ook de Franse dans als epitome van culturele verfijning geïntroduceerd. In iedere dans drukte het lichaam door de beheerste uitvoering van complexe bewegingen specifieke affecten uit. Dat aspect is op zijn beurt fundamenteel voor een begrip van de gestileerde dansen in de instrumentale muziek. Ook al is het dan niet zo dat Bachs (cello)suites gedacht zijn als begeleiding voor een thé dansant in Café Zimmermann, ze blijven wel een vertaling van de tempo’s, ritmes en emoties verbonden met de verschillende dansvormen. Op de Shimmy, Boston of Ragtime uit Hindemiths Suite 1922 is het ook lastig dansen maar daarom is de referentie nog niet vrijblijvend.

Dans, dans, dans Het woord ‘suite’ duidt in oorsprong een opeenvolging van kortere stukken

aan, en dan vooral van dansen. Als dusdanig is het een van de oudste vormen van instrumentale muziek die uit meerdere bewegingen bestaat. De volgorde van dansen was aanvankelijk bepaald door contrast: na een voortschrijdende, beheerste dans barste een meer uitbundig stuk los. Geleidelijk aan ontwikkelde zich naast de gebruiksmuziek een meer artistieke omzetting van de basisdansen. Dit voerde tot de eerste verzamelingen van instrumentale muziek die als luistermuziek was bedacht. De dansen werden meer en meer abstracte vormen en het principe van contrast fungeerde niet meer louter als vingerwijzing voor de dansers maar droeg ook bij tot de articulatie van een muzikale structuur. Om aan een suite een duidelijke samenhang te geven openden de componisten de reeks dansen met een stuk waarin ze de centrale toonaard verkenden. In de oudste vormen is dat vaak een Allemande, een dans die al in het midden van de zeventiende eeuw in onbruik was geraakt en zich dus goed leende voor een meer abstracte introductie. In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd de rol van inleiding overgenomen door een vrije compositie, de Prélude. Bach volgt duidelijk dit, intussen tot standaard uitgegroeide model. Elke suite begint met een volledig vrij stuk, de Prélude, gevolgd door een Allemande, dans-gebaseerd maar hoog-


lijk gestileerd. Na deze abstracte of vrijere opening, introduceert hij bewegingen die veel meer het gevoel van de onderliggende dans weergeven: Courante, Sarabande en Menuet (in de derde suite is die laatste dans een Bourrée). Afronden doet hij steevast met de uit Engeland geïmporteerde Gigue. De Franse namen van de dansen geven al meteen aan dat Bach in deze suites aansluiting zoekt bij de dominante hofcultuur. In de muzikale uitwerking is de Italiaanse invloed erg nadrukkelijk aanwezig: een kenmerkend voorbeeld van de Duitse synthese van de twee dominante muziektradities. Onder de opgenomen dansen hebben de menuetten het meest regelmatige en dus dansgebonden karakter. Als hofdans bij uitstek werd die immers nog erg druk beoefend. De sarabandes hebben dan weer een meer gestileerd karakter. Oorspronkelijk ingevoerd uit Spaanse regionen, en als erg expliciet ervaren, werd deze dans doorheen de zeventiende eeuw steeds trager uitgevoerd. Als dusdanig kreeg hij een nobel, en hoofs elegant karakter. Als herkenbare basis is er een traag drieledig ritme, met een nadruk op de tweede tijd in elke eerste of tweede maat, gebruikt in zinnen van telkens acht maten. Tempo en realisatie kunnen echter wijd uiteenlopen. De Sarabandes drukken bij de verschillende suites de emotionele essentie uit. Op vlak van stijl zitten de onstuimige Gigue en gematigde Courante ergens tussen deze twee uitersten in.

Hetzelfde maar dan anders Binnen de erg gestandaardiseerde basisstructuur weet Bach aan elke suite een duidelijke eigenheid te verlenen. De centrale toonaard, waarvan de verschil-

lende expressieve mogelijkheden aan bod komen, bepaalt het uitgesproken karakter. Interne cohesie ontstaat doordat in iedere suite motieven, technieken of akkoorden terugkeren door de verschillende dansbewegingen heen. Vaak zet de prelude hiervoor de agenda waarna de opeenvolgende bewegingen een systematische uitwerking van het programma bieden. Geheel in overeenstemming met de barokke voorliefde voor evenwicht en harmonie binnen een complexe samenhang die steunt op afgewogen contrasten, is er ook een nadrukkelijk streven voelbaar om coherentie te geven aan de opeenvolging van suites. Zo zijn de eerste en tweede suite in vele opzichten complementair. De respectievelijke Préludes maken het contrast al hoorbaar. Tegenover de open klank van de op akkoorden en arpeggio’s gebaseerde strakke structuur van de eerste, plaatst de tweede een veel melodischer, door melancholie gekleurde opening met een veeleer losse opbouw. Binnen de eerste suite vormt de Allemande een duidelijke aanvulling op de prelude. Bach ontwikkelt hetzelfde openingsakkoord op een compleet verschillende manier (de openingsnoten zullen trouwens nóg eens opduiken in de Sarabande). De Allemande gebruikt toonladders als basiselement, iets wat in de Prélude eerder werd vermeden. De harmonische onderbouw is erg gevarieerd en rijk, een typisch kenmerk van deze abstracte dansvorm. De Allemande van de tweede suite is nog meer losgezongen van de dansstructuur: op een hint van het gepunteerde ritme in de opening na is dit voornamelijk een voorbeeld van Bachs inventie in de Italiaanse sonate-stijl, gekenmerkt door langere loopjes in gelijke notenwaarden. Hierdoor sluit de beweging


naadloos aan bij de volgende Courante, een wilde rit op de golven van zestiende noten. In de eerste suite is de ritmische articulatie van de onderliggende dansvorm hier veel explicieter, gedragen door het contrast tussen staccato-noten en snellere, gebonden passages. De Sarabandes voeren ons naar het emotionele hart van beide suites. Hoewel de twee bewegingen nadrukkelijk het basis-patroon van de dans etaleren, verschillen ze heel erg in hun concrete werking: tegenover warme eenvoud in de eerste suite staat de sombere, diep emotioneel geladen toon van de tweede. Hierna voeren twee Menuetten (telkens een sterk contrasterend paar) en Gigue ons naar almaar wildere contreien. Na de emotionele en sombere melancholie van de tweede suite opent de derde Suite positief en levenslustig: krachtig klinkt een dalende toonladder in C-majeur. Opnieuw dus een sprekend contrast met de voorgaande suite. In de Prélude en de volgende bewegingen gebruikt Bach maximaal de doorklinkende open snaren die deze toonaard op een cello toelaat. Door de juiste transpositie kan de Duitse teorbe dit effect overigens ten volle weergeven. Reeksen toonladders vormen het skelet van deze beweging, vaardig gevarieerd, en afgewisseld met arpeggio’s. Uiteindelijk leidt dit naar een opwindende passage waar de open snaar een diepe orgelpedaal laat horen, afgewisseld met snelle figuren in het hoge register. Hierna bouwt de prelude op naar een climax, in stevige akkoorden, gescheiden door dramatische stiltes. Toonladder, arpeggio en akkoord: drie manieren om de toonaard te verankeren. Na de prelude keren ze terug als respectievelijke basis van een levendige Allemande, een motorisch

stuwende Courante, en een expressierijke, meer ingetogen Sarabande die soms vier stemmen laat horen. De vitaliteit keert terug in de populaire Bourrée 1, een dans met een uitgesproken en makkelijk te volgen ritmische articulatie. Meesterlijk contrasteert daarna Bourrée 2: een gelijkaardige ritmische structuur, en toch is de toon meer tobbig. Dat effect bereikt Bach in alle eenvoud: toonladders lossen nu akkoorden en arpeggio’s af als leidend principe. De Gigue voert ons terug naar de Prélude door de opening ervan op de kop te zetten. Net zoals in de eerste beweging spelen bourdontonen een centrale rol. Nu herinneren ze echter vooral aan de doedelzak en zo aan de oorsprong van de dans als Ierse jig. Opvallend aan deze energieke beweging is frequentie van vraag en antwoordspelletjes. De Gigue van de tweede suite gebruikte veel gelijkaardige elementen. Hierdoor klinkt dit alles als een mild humoristische herneming van het slot van de tweede Suite. Bach demonstreert nogmaals hoe herhaling en contrast de grondslag vormen van deze Suites. Yanick Maes is doctor in de taal- & letterkunde. Momenteel werkt hij aan de Universiteit Gent waar hij Latijnse letterkunde van de oudheid doceert.


Biografie Wie luit zegt, zegt Hopkinson Smith. Meer dan twintig keer bekroond voor evenveel solo-opnamen, schittert deze Amerikaanse luitvirtuoos al decennialang hoog aan het firmament. Gramophone riep zijn versie van Bachs vioolsonates en -partita’s zelfs uit tot “the best recording of these works on any instrument”. Zijn passie voor tokkelmuziek uit renaissance en barok geeft hij als docent door aan de befaamde Schola Cantorum Basiliensis en via recitals over de hele wereld. Geheel naar de praktijk van Bach zelf, die de luitsuite BWV 995 baseerde op zijn 5de cellos-

uite, maakte Smith van diens 4de en 6de cellosuite prachtige bewerkingen voor barokluit. Voor zijn concerttournee in 2013 arrangeerde hij ook de eerste drie cellosuites, dit keer voor Duitse teorbe. Met haar lange bassnaren beschikt dit instrument volgens Smith over de juiste klankkwaliteiten om de diepte en de poëzie van de celloklank te evenaren. In februari 2013 verscheen bij het label Naïve Smiths opname van de eerste drie cellosuites van Bach op teorbe. Deze werd meteen bekroond met een Diapason d’or en een Choc de Classica.


Binnenkort in de Handelsbeurs: Emmanuel Pahud (dwarsfluit) & Eric Le Sage (piano) S. Prokofjev, F. Poulenc, B. Martinu, H. Dutilleux za 27.04.2013

Nieuwe datum concert Michael Collins: 2.07.2013 Het concert met het trio rond Michael Collins van 12 maart werd wegens het winterweer uitgesteld. Nieuwe datum voor het concert is dinsdag 2 juli. Cellist Paul Watkins wordt vervangen door Quirine Viersen maar het originele programma blijft behouden (Beethoven en Brahms). Omdat dit trio het klassieke seizoen afsluit bieden we alle klanten een gratis drankje aan voor het concert.

Klassiek 2013-‘14 Melomanen én liefhebbers zullen het volgende seizoen hun hartje kunnen ophalen aan kamermuziekuitvoeringen van de bovenste plank. Op het programma staan onder meer het 15de strijkkwartet van Schubert, het Pianotrio van Ravel, het Quatuor pour la fin du temps van Olivier Messiaen en Antheils Ballet Mécanique. De brochure verschijnt eind april. Abonnementen en à la carte-formule gaan in verkoop op 2 mei, losse tickets op 1 juni 2013.

Tekst Yanick Maes | Foto Emmanuel Pahud © Lou Denim | Coördinatie programmaboekje Handelsbeurs Concertzaal | V.U. Stefaan D’haeze © Handelsbeurs Concertzaal, Kouter 29, 9000 Gent


Programmaboekje Hopkinson Smith 17.03.2013