Page 7

Schraap de keel, oefen de stembanden en stem de violen: op 10 mei is het samen zingen en spelen geblazen op de Gentse Kouter. Roland Van Campenhout schrijft (samen met Peter Vermeersch) de compositie; Wim Opbrouck zal het samenspel live aanvuren tot ongekende hoogtes en onpeilbare dieptes. Een dubbelinterview met twee melomanen. Jeroen Struys

E

© MEYER originals

r hangt muzikale chemie tussen Wim Opbrouck, acteur en artistiek directeur van NTGent, en Roland Van Campenhout, veel méér dan Vlaanderens beste bluesman. ‘Great minds think alike’, dat geldt zeker voor deze twee. Inhoudelijk zijn ze het opvallend vaak eens, vormelijk zijn er verschillen: terwijl Wim zijn enthousiasme breedvoerig de vrije loop laat, gooit Roland er af en toe een snedige krachtterm tussen – op zijn 68 nog altijd 100 procent rock-‘n-roll. Verschillende keren in het gesprek beginnen ze samen luid te zingen. Een interviewer komt er nauwelijks aan te pas. Ze hebben ook allebei zowel een liefde voor samenspel, als een afkeer. En toch scharen ze zich met volle goesting achter Radio Crochet, het publieksproject voor Ha’fest. “Wat is de deadline ook alweer? 10 mei? Dan hebben we nog even hé.”

mijn goede vriend Christoph Homberger, de tenor, aan zeshonderd mensen tegelijk het ‘Hallelujah’ uit de Messiah van Händel aangeleerd. In een uur tijd kon iedereen dat meezingen, ongelooflijk.”

Maar je hebt toch al een idee hopelijk? Waar mogen we ons aan verwachten? Blues? Roland: “Maar nee, niet noodzakelijk! Ik ben lang niet zo bluesy als de mensen denken. Ik hou net zo goed van modernklassieke, atonale elektronische klanken. Ideeën genoeg. Wat nu al vaststaat, is dat ik samen met Peter Vermeersch van Flat Earth Society iets ga maken dat makkelijk in de mond ligt. Misschien wel in het Gents, waarom niet? In elk geval niet in het Latijn. Het is immers de bedoeling dat de mensen meedoen. Geen paniek, we krijgen steun van een koor.” Wim: “Hoewel, Latijn kan wel hoor. Aan het NTGent heeft

Wim: “Een volksmenner?? Dat nooit! Zoiets moet spontaan gaan. Ik presenteer ook niet graag.” Roland: “Nee, presenteren, of prijzen uitreiken, bah! De Gouden Kust Mijn Kloten, of de Zamu Awards, de schijterij krijg ik daarvan.” Wim: “Prijzen zijn als aambeien: op een gegeven moment heeft iedereen er wel eens last van.”

En Wim, jij speelt op Ha’fest dan voor volksmenner?

zei: ‘And now it’s time for some audience participation’. Het is tegelijk liefde en afkeer. Als ik als toeschouwer vanop het podium de opdracht krijg dat ik moet meezwaaien of meezingen, kruip ik al onder mijn stoel. Langs de andere kant zit het nu eenmaal in mij om een zaal op sleeptouw te nemen. Op het festival Odegand hebben we 10.000 mensen op de Gras- en Korenlei de triomfmars van Aïda aangeleerd. Misschien komt het wel net doordat ik het zelf niet graag doe, dat mensen het makkelijker van me aannemen.”

Duvel Heeft samenzang geen fout, nationalistisch imago? Wim: “Dit is net een goede tegenkracht tegen dat soort toestanden als het Vlaams Nationaal Zangfeest of Vlaanderen Zingt, ik hou daar niet van (‘Ja,

Roland: " De Gouden Kust Mijn Kloten of de Zamu Awards, de schijterij krijg ik daarvan." Wim: " Prijzen zijn als aambeien."

Maar Wim, we kunnen je intussen toch specialist in publieksparticipatie noemen. Vorig jaar toerde je nog met het Singalong songbook. Wim: “Zoals Frank Zappa

kust de kloten allemaal’, bromt Roland). Gelukkig is samen zingen intussen weer wat verlost van dat foute vendelzwaaiimago. Tien jaar geleden was dat veel erger: toen was het volstrekt not done om op rockfestivals een publiek te laten zingen en meewuiven, zoals groepen als Elbow nu wel weer doen. Dat heeft ook altijd bij muziek gehoord, Pete Seeger is daar mee begonnen.” Roland: “Ah, Pete Seeger, kiekenvel is dat! En die gast is nog altijd bezig hé, een taai beest.” Van waar komt dan toch die liefde voor het samen zingen? Wim: “In de lagere school

moesten we naar Vuile Mong en zijn Vieze Gasten gaan kijken.” (Beginnen allebei te zingen: “Het school dat is een apekot, parlez-vous.”) En? Wim: “Wel, dat was in een tent, waar ze de woorden aanwezen met een stok. Ge-wel-dig! Ik smelt daarvoor. Of als Gilbert Bécaud in L’Olympia ‘Quand il est mort, le poète’ zong. Er bestaat daar een live-opname van, héél die zaal zingt mee.” Dus Roland, je bent inderdaad veel meer dan een bluesman. Roland: “Natuurlijk. Heb je die laatste film van de Coens gezien, Inside Llewyn Davis? Zo schoon! Het is het verhaal van de folkzanger Dave Van Ronk, daar moét je naartoe, Wim. Ik ben te laat geboren, ik had dat graag meegemaakt: de geboorte van de jazz, de bebop, Greenwich Village in New York, Kerouac. Ik had dus al lang dood moeten zijn!” (lacht) Wim: “Nochtans, zo veel te laat ben je dan toch ook niet geboren?” Roland: “Nee, maar ze hebben fout gemikt, de locatie zat niet helemaal juist.” Wim: “Ik ben ook nog op bedevaart geweest naar New York: Village Vanguard, Washington Square, Bleeker Street.” Roland: “Ja, Bleeker Street, daar is een Belgisch café dat Duvel serveert.” (droomt weg) Wim: “Er gebeuren nu ook nog altijd interessante dingen, met name in de elektronische muziek, maar die echte eerste shock moet geweldig zijn geweest, van de jonge Elvis en Little Richard, of Dylan die plots elektrisch speelde. Toen ik jong was, was alles al een beetje ‘vermainstreamd’. Behalve punk dan.” Roland: “Ik zie die punkers nog toekomen op het festival in Bilzen. Toen al die gasten met hanekammen en gescheurde jeans uit de bus kropen, keken de mensen ernaar alsof het om monsters ging. En dan liep daar één ernstige vent in kostuum tussen, precies de boekhouder: Elvis Costello.” Lees verder op p.8 ’

7

Handelsbeurs magazine voorjaar 2014 lr  

Handelsbeurs Magazine, met tips, muzieknieuws, interviews en concerten voor voorjaar 2014.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you