Issuu on Google+

Das Musikalische Opfer 11|12

13.03.2012 Exclusief 3/3


Praktisch 20u15 start concert | concertzaal 21u00 pauze 22u00 vermoedelijk einde concert

Exclusief 2011 | 2012 Oxalys & Christoph PrĂŠgardien di 4 oktober 2011

1/3

Zwerm & Mr. Probe / Dez Mona & Box (Q & A Handelsbeurs / Vooruit) do 19 januari 2012

2/3

Das Musikalische Opfer di 13 maart 2012

3/3


Programma J.S. BACH (1685-1750) 14 Canons über die ersten acht Fundamental-Noten der Aria aus den Goldberg-Variationen BWV 1087 5 Canonische Variaties op het kerstlied Vom Himmel hoch da komm ich her, BWV 769 (arr. Andreas N. Tarkmann, 2012) C.P.E. BACH (1714-1788) Fantasie voor viool en klavecimbel in fis, H 536 PAUZE J.S. BACH Das musikalische Opfer, BWV 1079 Ricercar a 3 Canon perpetuus super Thema Regium Canon a 2 cancrizans Canon a 2 Violini in unisono Canon a 2, per Motum contrarium Canon a 2 per Augmentationem, contrario Motu Canon a 2 per Tonos Fuga canonica in Epidiapente Ricercar a 6 Canon a 2 Quaerendo invenietis Canon a 4 Quaerendo invenietis Sonata sopr’il Soggetto Reale a Traversa, Violino e Continuo (Largo – Allegro – Andante – Allegro) Canon perpetuus Muzikanten Michael Schmidt-Casdorff (traverso), Daniel Sepec & Christine Busch (barokviool), Patrick Sepec (barokcello), Christine Schornsheim (klavecimbel, orgel)


13.03.2012 | Das musikalische Opfer

Muziek als een sleutel tot het universum Door Floris Bernard

Canonische variaties: erudiete muziek Rond 1740 had Johann Sebastian Bach de meeste van zijn openbare functies in Leipzig opgegeven. Op de eerste verdieping van de Thomasschule bleef hij naarstig componeren, maar in tegenstelling tot vroeger kon hij zich nu los van een concrete gelegenheid of opdracht wijden aan de muziek Bovendien bleef hij een nieuwe generatie componisten opleiden, waaronder ook zijn zonen. In deze ‘Bachschule’ lag grote nadruk op muziektheorie, vooral op het contrapunt, de kunde om aparte stemmen op een harmonieuze manier samen te laten klinken. Dit gaf Bach de inspiratie om steeds meer door te dringen in de abstracte grondslagen van de muziek. De interesse in de theoretische dimensie van de muziek hing nauw samen met de explosieve bloei van de exacte wetenschappen in deze tijd. Men begon de wereld te begrijpen als een geordend universum, gehoorzamend aan vaste wetten. In deze geest legde Bach in de laatste jaren van zijn leven de onderliggende wetmatigheden van de muziek bloot. Maar wetenschap stond niet in de weg van religie: muziek scheppen was voor

de diepgelovige componist een daad die de wonderlijke schepping van God beschreef en bejubelde. Niet zonder reden voegde hij aan het eind van zijn composities altijd de woorden Soli Deo gloria toe: de eer komt toe aan God alleen.Vanuit de wetenschappelijke interesse voor de muziek die in deze tijd hoogtij vierde, werd de ‘Societät der musicalischen Wissenschafften’ opgericht. Bach trad in 1747 toe tot dit geleerde genootschap. De leden stuurden elkaar per postpakket de nieuwste muzikale essays en bijdragen. Bach liet zich deze kans niet ontzeggen om zijn kunde te bewijzen. Bij zijn intrede voegde hij het Musikalisches Opfer aan het pakket toe. Het jaar erna vergastte hij zijn erudiete vrienden op de Kanonische Veränderungen über ‘Vom Himmel hoch’ BWV 769. Het is zeker geen toeval dat Bach telkens een verzameling canonische variaties uitkoos. De canon geldt als de moeilijkste en strengste oefening in het contrapunt. In een canon wordt een thema volgens strikte regels nagebootst door een andere stem die later inzet. Het was een toonbeeld van muzikale eruditie omdat de stemmen in harmonieus opzicht moeten blijven ‘kloppen’ met de stemmen die zich op een ander punt van dezelfde


melodie bevinden. Bovendien bevat de canon ook een sociaal aspect – wie heeft nooit een canon in groep gezongen? In Bachs tijd staken canons de kop op in gravures en dedicaties allerhande. In albumbijdragen presenteerde Bach raadselcanons aan zijn leerlingen en bezoekers: met enkel een thema moesten zij dan een volledige canon reconstrueren. En op zijn meest bekende portret poseert Bach met een partituur van zijn Vierzehn Kanons über die ersten acht Fundamentalnoten der Aria aus den Goldberg-Variationen BWV 1087. Op Bachs eigen partituur zijn deze veertien canons ‘versleuteld’ genoteerd: de uitvoerder dient zelf de canons te reconstrueren. Voor Bach was de canon een sleutel tot de diepste geheimen van de muziek: het was als een wiskundig probleem besloten in Gods schepping, waarvan de mens het raadsel kon oplossen. Het speelse en erudiete karakter van canons blijkt uit de verschillende virtuoze vormen van imitatie. De tweede variatie van BWV 1087 is een canon al rovescio, waarbij de tweede stem daalt wanneer de eerste stijgt, en omgekeerd. De laatste van de variaties van BWV 769 is een canon per augmentationem, wat betekent dat de nootwaarden van de bijkomende stemmen respectievelijk langer en korter zijn dan in het voorbeeld. Het Musikalisches Opfer bevat dan weer een canon cancrizans: de tweede stem begint het thema achterstevoren. Bij de canon per tonos is het de bedoeling dat het thema wordt ingezet op alle mogelijke noten van de toonladder. De melodie waarop de canon is gebaseerd, is meestal eenvoudig van opzet. Het thema van de 14 variaties wordt gevormd door de basnoten van de aria waarop Bach zijn beroemde Goldbergvariaties schreef.

Voor BWV 769 vormt een lutherse hymne voor Kerstmis de basis. De manier ten slotte waarop Bach aan de melodie kwam voor zijn Musikalisches Opfer, vormt een verhaal op zich.

‘De oude Bach is aangekomen!’ “Mijne heren, de oude Bach is aangekomen!” Zo kondigde de Pruisische koning Frederik de Grote de aankomst van Johann Sebastian Bach aan in het Potsdamer paleis. Het bezoek van Bach had meerdere aanleidingen. Het Pruisische hof was een aantrekkingspool voor muziek, dankzij de levendige interesse van de vorst zelf. De koning, een begenadigd traversospeler, musiceerde elke avond met zijn musici, die tot de top van Europa behoorden. Ook Bachs zoon Carl Philipp Emmanuel was muzikant en componist aan het hof. Hij heeft vrijwel zeker als bemiddelaar voor de komst van zijn vader opgetreden. Bovendien was er een diplomatiek kantje aan het bezoek van vader Bach: Pruisen had net een periode van strubbelingen met Leipzig achter de rug, en Bach was de ideale afgevaardigde van zijn thuisstad. Op deze 7de mei 1747 kon de koning zich beroemen op de aanwezigheid van een levende autoriteit (want dat was Bach toch wel, ondanks zijn weinig kosmopolitische carrière). De koning nodigde hem uit om te spelen op de gloednieuwe pianofortes gebouwd door Silbermann, waarvoor Bach zelf technische aanwijzingen had gegeven. Bovendien deed de componist iedereen versteld staan met zijn improvisatiekunsten. De koning speelde hem een thema voor waarop Bach voor de vuist weg een fuga improviseerde. De vraag om een zes-


stemmige fuga te spelen, moest Bach echter bewaren voor later. Deze belofte loste hij in met het Musikalisches Opfer, een collectie van canons en ricercars, aangevuld met een triosonate. Bach stuurde het werk een paar maanden na zijn bezoek op naar de koning. Het thema dat de koning had voorgelegd, wordt op alle mogelijke manieren ontleed, geïmiteerd, gevarieerd, en op zijn kop gezet. De eerste ricercar is een complexe zesstemmige compositie, die duidelijk de sporen draagt van Bachs improvisatie in het paleis van Potsdam. Het Opfer is overigens niet alleen geleerd: in de triosonate, waarvan de traversopartij voor de koning is geschreven, klinken ook de nieuwste evoluties door van de zogenaamde ‘galante stijl’. Bach was zich waarschijnlijk bewust dat de muziek in de laatste jaren van zijn leven op een breekpunt gekomen was.

Generatiekloof De tijden veranderden, en ze veranderden snel. In 1752 al stelde een muziektheoreticus vast dat bij het horen van het woord ‘canon’ mensen verschrikt huiverden. Een meer dansante en heldere stijl maakte snel opgeld. Ingewikkelde contrapunt en canonische variaties konden de luisteraar niet meer bekoren. Bach laatste composities waren in hun ver doorgedreven abstrahering zowel ouderwets als modern. Het is geen toeval dat Stravinski een bewerking voor koor en orkest maakte van de variaties op Vom Himmel hoch. Voor koning Frederik II daarentegen was Johann Sebastian ‘de oude Bach’, waarmee hij hem onderscheidde van de ‘jonge Bach’, namelijk Carl Philipp Emmanuel, die hij onder zijn hovelingen mocht tellen. De tweede oudste zoon van Bach stond

aan de spits van de muzikale vernieuwingen. Hij had uiteraard het vak geleerd bij zijn vader in de ‘Bachschule’. Hij beheerde ook het archief van de Bach-familie, en was zich dus meer dan wie ook bewust van de erfenis van zijn vader. Maar net als zijn andere broers ging hij heel andere muzikale wegen uit. In zijn theoretische geschriften verdedigde hij het ideaal van Empfindsamkeit, het teweegbrengen van emoties bij de luisteraar. Zijn Fantasie in fis klein is geschreven in 1787. Het is dus één van de laatste werken van CPE Bach. Hij had op dit moment Berlijn al een hele tijd ingeruild voor Hamburg. De fantasie was oorspronkelijk geschreven voor klavier. Bij de omwerking naar een bezetting met viool kreeg de titel de toevoeging ‘onder begeleiding van een viool’ mee: het klavier blijft dus het belangrijkste instrument. Het werk is een uitgesproken voorbeeld van CPE Bachs Empfindsamkeit: grillige sprongen, plotse modulaties, en andere effecten die de fijnste trillingen van de ziel weergeven. Muziek is hier niet meer de sleutel tot een begrip van het universum, maar tot de emoties van de mens. Floris Bernard is assistent aan de Universiteit Gent, waar hij onderzoek doet naar Byzantijnse poëzie.


Biografie De Duitse Christine Busch is een van de meest gevraagde barokviolisten van haar generatie. Ze speelt geregeld als concertmeester bij Concentus Musicus Wien, het Freiburger Barockorchester, het Chamber Orchestra of Europe en bij Collegium Vocale Gent. Ze geeft les aan de Musikhochschule in Stuttgart. Violist Daniel Sepec is sinds 1993 concertmeester bij de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, waarmee hij ook regelmatig als solist optreedt onder leiding van dirigenten als Daniel Harding, Thomas Hengelbrock, en Frans Brüggen. Is samen met Antje Weithaas, Tabea Zimmermann en Jean-Guihen Queyras lid van het Arcanto Quartett. Sepec onderwijst viool aan de Hochschule für Musik in Basel. Patrick Sepec studeerde barokcello bij Christophe Coin aan de Schola Cantorum Basiliensis. Hij speelt regelmatig bij barokorkesten zoals Freiburger Barockorchester en Akademie für Alte Musik Berlin. Verder is hij ook lid van het Oostenrijkse ensemble Modern Times 1800, en van Les Cornets noirs, dat zich specialiseert in Italiaanse en Duitse muziek van de 17de eeuw.

Michael Schmidt-Casdorff studeerde traverso bij Konrad Hünteler aan het conservatorium van Detmold. Hij is momenteel solist bij het Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Hij geeft masterclasses over de ganse wereld en doceert aan de Folkwang Hochschule in Essen. Klaveciniste Christine Schornsheim studeerde in Berlijn en Leipzig en vervolmaakte zich bij Gustav Leonardt en Ton Koopman. Ze onderscheidt zich met vele bekroonde opnames met klavecimbelmuziek van Carl Philipp Emmanuel, Wilhelm Friedrich Ernst en Johann Sebastian Bach. Ook haar opnames op historisch instrumentarium van Joseph Haydn gelden als referenties. Schornsheim is professor klavecimbel aan de Hochschule für Musik und Theater in München.


Binnenkort in de Handelsbeurs: Frank Braley (piano) & Eric Le Sage (piano) Mozart, Schubert, Schuman, Brahms Di 27.03.2012

Uw mening

“De kleinste zijn de fijnste”

Wat vond je van dit concert? Geef je appreciatie op www.handelsbeurs.be, www. facebook.com/handelsbeurs of tweet naar @Handelsbeurs.

“De kleinste zijn de fijnste. Het klassieke programma oogt bescheiden, maar is van wereldklasse en weet zowel liefhebbers als kenners te bekoren. Goed publiek, geen poeha en een mooi kader. En waarom maar één concert meepikken als je er vijf tot zes kunt krijgen? Hét middel tegen klassieke drempelvrees” (Knack Focus over Handelsbeurs Klassiek en de kortingsformule Klassiek à la carte, dec 2011)

Programmaboekjes De programmaboekjes van de klassieke concerten zijn steeds een week voor het concert beschikbaar op www.handelsbeurs.be/klassiek

Tekst Floris Bernard | Foto Eric Le Sage © Baptiste Milloto | Coördinatie Handelsbeurs Concertzaal | V.U.: Michael Joostens © Handelsbeurs Concertzaal, Kouter 29, 9000 Gent


Programmaboekje Das Musikalische Opfer 13032012