Page 1

Apollon Musagète Quartett

11|12

17.01.2012 Kwartet 2/5


Praktisch 20u15 start concert | concertzaal 21u00 pauze 22u05 vermoedelijk einde concert

Kwartet 2011 | 2012 Arditti Quartet & Claron McFadden do 29 september 2011

1/5

Apollon Musagète Quartett di 17 januari 2012

2/5

Fauré Quartett vr 30 maart 2012

3/5

Jerusalem Quartet & Alexander Melnikov ma 16 april 2012

4/5

Quatuor Ebène do 3 mei 2012

5/5


F. MENDELSSOHN (1809-1847) Strijkkwartet nr. 2 in a opus 13 (34’) Adagio Adagio non lento Intermezzo Finale, Presto S. PROKOFJEV (1891-1953) Visions Fugitives opus 22 (arr. voor strijkkwartet, selectie) (8’) 1. Lentamente 10. Ridicolosamente 3. Allegretto 17. Poetico 6. Con eleganza 14. Feroce 16. Dolente Pauze I. STRAVINSKI (1882-1971) Concertino voor strijkkwartet (7’) D. SJOSTAKOVITSJ (1906-1975) Strijkkwartet nr. 4 in D, opus 83 (26’) Allegretto Andantino Allegretto (attacca) Allegretto

Apollon Musagète Quartet Paweł Zalejski, Bartosz Zachłod (viool) Piotr Szumieł (altviool) Piotr Skweres (cello)


17.01.2012 | Apollon Musagète Quartett

Bij afwezigheid van Beethoven Door Jan Vandenhouwe

Wat valt er na Beethoven in het genre van het strijkkwartet nog te zeggen? Die vraag hield zowat alle grote componisten in de negentiende eeuw bezig. Schumann en Brahms wachtten vele jaren vooraleer ze zich aan het meest prestigieuze van alle muziekgenres waagden. Beethovens strijkkwartetten vormden een verheven maatstaf die veel jonge componisten onoverkomelijk leek. Negeren was geen optie, imiteren evenmin, aangezien originaliteit en individuele expressie – mede dankzij Beethoven – centrale eisen van de romantische esthetiek geworden waren. Het was de jonge Felix Mendelssohn die zich, ongeveer gelijktijdig met Schubert, als een van de eersten aan de ambitieuze evenwichtsoefening waagde om Beethovens erfenis met eigen vernieuwingen te combineren. Tot ver in de twintigste eeuw bleven componisten zich spiegelen aan Beethovens voorbeeld, zoals onder andere blijkt uit de vijftien kwartetten van Dmitri Sjostakovitsj. En zelfs de muziek die Igor Stravinski – de anti-romanticus bij uitstek – voor strijkkwartet schreef, kan nog het best benaderd worden als negatie van Beethovens verwezenlijkingen in het genre.

Felix Mendelssohn Strijkkwartet nr. 2 in a, opus 13 Een expliciete hommage aan Beethoven

Felix Mendelssohn wordt wel eens het grootste wonderkind van de Westerse mu-

ziekgeschiedenis genoemd. In zijn boek The Romantic Generation beweert de gerenommeerde Amerikaanse musicoloog Charles Rosen dat zelfs Mozart en Chopin op hun negentiende niet over het meesterschap beschikten dat Mendelssohn al op zijn zestiende bezat. Hij had niet alleen een gevoel voor lyrische melodieën en transparant contrapunt, maar beheerste ook als geen enkele van zijn tijdgenoten grootschalige vormen als fuga of sonatevorm. Hoewel Robert Schumann hem omschreef als de ‘Mozart van de negentiende eeuw’, was het vooral de late Beethoven waaraan Mendelssohn zich als tiener spiegelde. Nergens horen we dat beter dan in het Strijkkwartet opus 13, een werk dat de achttienjarige Mendelssohn enkele maanden na Beethovens dood schreef en waarvoor hij zich duidelijk liet inspireren door Beethovens late kwartetten opus 132 en 95. Met opus 95 heeft Mendelssohns opus 13 onder andere een langzame beweging met fugatisch middendeel gemeen. Toch springen vooral de overeenkomsten met Beethovens opus 132 in het oog. Mendelssohn koos voor dezelfde toonaard la klein en componeerde melodieën en thema’s die zodanig op die van Beethoven gemodelleerd zijn dat tijdgenoten het werk al als een expliciete hommage aan Beethoven verstonden. De opvallendste overeenkomst is echter het inleidende, zuiver instrumentale recitatief dat zowel Beethoven


als Mendelssohn tussen het scherzo en de finale van hun kwartetten plaatsten. Mendelssohn analyseert Beethovens structuren grondig, maar zet ze in iets heel persoonlijks om. Hij transformeert het recitatief geleidelijk in een herneming van de fuga uit het langzame deel. Niet enkel voor een achttienjarige vormt dit een intellectuele topprestatie. Mendelssohns synthese van twee zo uiteenlopende structuren, recitatief en fuga, is uniek. In de coda van de finale zet hij nog een stap verder en combineert in één onderbroken lijn in de eerste viool het hoofdthema van de finale, de recitatief-inleiding van de finale, de fuga uit het langzame deel én het openingsthema van het eerste deel (waarin hij overigens het motto ‘Ist es wahr?’ van een eerder geschreven lied ‘Die Frage’ (Opus 9, nr.1) citeert). Mendelssohn verbindt zo het begin van zijn kwartet met het einde en bouwt verder op Beethovens late experimenten met cyclische vormen. Ook hier ging de jonge Mendelssohn de confrontatie met Beethovens muzikale erfenis aan en ontdekte zo zijn eigen originaliteit.

Igor Stravinski Concertino voor strijkkwartet De breuk met Beethoven

Een groter contrast dan dat tussen Felix Mendelssohns strijkkwartetten en die van Igor Stravinski is nauwelijks denkbaar. Waar Mendelssohn zijn eerste strijkkwartet als het ware modelleerde op die van Beethoven, zette Stravinski zich in zijn Concertino voor strijkkwartet uit 1920 radicaal af tegen alle verwachtingen die met het genre sedert Beethoven samenhingen. De neoklassieke componist weert thematische ontwikkeling en iedere vorm van

zelfexpressie. Hij plaatst muzikale blokjes naast elkaar in de tijd en hanteert een bijna mechanische muzikale taal. Het Concertino voor strijkkwartet opent met agressief stijgende toonladders: de eerste viool en de cello in do-groot, de altviool in si-groot. De harmonische wrijvingen die zo ontstaan doordringen het hele stuk. Het middengedeelte is een virtuoze cadens voor de eerste viool, die gevolgd wordt door een herneming van het eerste gedeelte. Net als de Drie stukken voor strijkkwartet uit 1914 en andere werken die Stravinski in de periode rond de eerste wereldoorlog schreef, vertoont het Concertino de invloed van het zogenaamde ‘Eurazianisme’, een ideologie die zich kantte tegen de WestEuropese cultuur. Dat Stravinski brak met de negentiende-eeuwse idee van ‘muziek als uitdrukking van een subject’ werd hem niet in dank afgenomen. De filosoof Th. W. Adorno schreef verontwaardigd: ‘Van het Concertino voor strijkkwartet, dus voor die bezetting die ooit het muzikale humanisme, de absolute bezieling van het instrumentale het zuiverst had benaderd, verlangde de componist dat ze wegsnorde als een naaimachine’.

Dmitri Sjostakovitsj Strijkkwartet nr. 4 in D, opus 83 Een Russische erfgenaam van Beethoven

Dmitri Sjostakovitsj schreef bijna al zijn strijkkwartetten voor het Beethoven Quartet uit Moskou, een ensemble dat in de jaren twintig veel indruk maakte met zijn integrale uitvoering van Beethovens strijkkwartetten. Alleen al door een uitgebreide reeks kwartetten voor dit viertal te schrijven, leek Sjostakovitsj in de voetsporen van


de door hem zeer bewonderde Beethoven te willen treden. Het corpus van vijftien strijkkwartetten van Dmitri Sjostakovitsj is al vaak vergeleken met de zeventien kwartetten van Beethoven. Beide componisten richtten bij het componeren van strijkkwartetten de blik naar binnen en gaven in het genre vorm aan hun meest persoonlijke ideeën. Bij Sjostakovitsj vinden de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn leven weerklank in de strijkkwartetten. Zo ontstond het vierde kwartet in de schaduw van de beruchte Zdanov Resolutie uit 1948, toen de componist door Andrei Zdanov in naam van het centrale comité van de communistische partij veroordeeld werd wegens ‘decadent formalisme’. Tijdens het regime van Stalin moesten Sovjetartiesten immers voldoen aan de criteria van het socialistisch realisme; hun kunst moest –in tegenstelling tot de bourgeois-kunst van het Westen – volksverheffend en heroïsch zijn. Om een verbanning naar Siberië te vermijden, bood Sjostakovitsj in het openbaar zijn excuses aan en componeerde enkele ‘publieke’ werken in de esthetiek van het Socialistisch realisme. Met het bombastische oratorium Het lied van de wouden sleepte hij in 1949 de Stalin-prijs in de wacht. Daarnaast schreef hij echter ‘private’ werken, waaronder het vierde kwartet, waarin hij trouw bleef aan zijn eigen artistieke idealen. In de finale van het vierde strijkkwartet, dat pas na Stalins dood voor het eerst werd uitgevoerd, vallen de typisch Joodse melodieën op. Sjostakovitsj hield erg van de volksmuziek van de Russische joden. In een tijd waarin het anti-semitisme in Rusland hoogtij vierde en de gruwelen van de holocaust nog ontdekt werden, klonk in Sjostakovitsj’ muziek de identificatie met een onderdrukt volk door. Toch is het vierde kwartet een van Sjostakovitsj’ meest

warme en lyrische werken, met een traditionele vierdelige structuur, klare vormen en evenwichtige proporties, die een diepe bewondering voor de klassieke traditie van Haydn en Beethoven verraden.

Sergej Prokofjev Visions fugitives opus 22

Intieme portretten van de ziel Hoewel Sergei Prokofjev de Visions fugitives tussen 1915 en 1917 schreef, laat niets in deze twintig pianostukken vermoeden dat ze tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstaan zijn. Het zijn milde muzikale zelfportretten waarin de componist zijn ziel blootlegt. Zijn collega Nikolai Miaskovski omschreef de stukken, waarvan er vanavond enkele in een bewerking voor strijkkwartet te horen zijn, als ‘een psychische inventaris van zijn intieme emoties’. Bovenaan de partituur plaatste Prokofjev twee verzen van Constantin Balmont: ‘Tout ce qui est fugitif me fait voir des mondes /Pleins de jeux chatoyants et changeants’. Waar Prokofjev in klavierwerken als Sarcasmes of de pianosonates in de ogen van zijn tijdgenoten als een ‘Skytische’ barbaar tekeer leek te gaan en de piano als een slagwerkinstrument behandelde, laten de Visions fugitives doorgaans een poëtisch en lyrisch geluid horen. De pianist Sviatoslav Richter nam er regelmatig enkele van op in zijn recitals, maar ook Prokofjev speelde ze zelf vaak als bisnummer. Jan Vandenhouwe werkte tot 2009 als dramaturg met Gerard Mortier in de Opéra de Paris. De voorbije jaren was hij programmator in Concertgebouw Brugge. Nu werkt hij als muziekdramaturg met Alain Platel en Johan Simons.


Biografie Apollon Musagète Quartett Kamermuziekensembles die in de eerste plaats een zoetgevooisde, sentimentele toon nastreven, behoren definitief tot het verleden. Vandaag worden we verwend door een generatie jonge strijkkwartetten die hoge individuele standaarden koppelt aan stijlbewuste en transparante interpretaties. Het Apollon Musagète Quartett, in 2008 nog bekroond met een eerste prijs op de ARD Musikwettbewerb, past hier zeker in het rijtje. Het Poolse Apollon Musagete Quartett werd in 2006 gevormd te Wenen door Paweł Zalejski (viool), Bartosz Zachłod (viool), Piotr Szumieł (altviool) en Piotr Skweres (cello). In 2008 bevestigden zij hun inmiddels stevige reputatie - die ze vooral in Oostenrijk en Italië hadden opgebouwd - met een eerste prijs en 3 speciale prijzen op het Internationaler Musikwettbewerb der ARD te München. De naam van het kwartet is afkomstig van Igor Stravinski’s ballet Apollo Musagète (Apollo, de leider van de muzen) uit het jaar 1927-1928. In dit stuk danst de Griekse god Apollo met drie muzen: Calliope, muze van de poëzie, Polyhymnia, muze van de hymne en Terpsichore, muze van de dans. Het AMQ put haar inspiratie niet alleen uit de muziek zelf, maar ook uit het samenspel met o.a. Peter Cropper, Anner Bylsma, Giulano Carmignola, Angelika Kirchschlager en Martin Fröst. In 2009 verscheen hun eerste opname bij OEHMS Classics, met werken van Haydn, Szymanowski en Brahms.

In september 2011 startte het Apollon Musagète Quartett een wereldwijde tournee aan de zijde van zangeres Tori Amos. De concertreeks is het gevolg van hun medewerking aan Amos’ laatste CD release ‘Night of Hunters’ (DECCA). Het AMQ leidt haar eigen kamermuziekfestival in Goslar (Duitsland). apollon-musagete.com apollonmusagetefestival.de


Binnenkort in de Handelsbeurs: Sol Gabetta (cello) & Bertrand Chamayou (piano) van Beethoven, Mendelssohn, A.-F. Servais wo 25.01.2012

“De kleinste zijn de fijnste”

Klassiek à la carte

“De kleinste zijn de fijnste. Het klassieke programma oogt bescheiden, maar is van wereldklasse en weet zowel liefhebbers als kenners te bekoren. Goed publiek, geen poeha en een mooi kader. En waarom maar één concert meepikken als je er vijf tot zes kunt krijgen? Hét middel tegen klassieke drempelvrees.” (Knack Focus over Handelsbeurs Klassiek en de kortingsformule Klassiek à la carte, dec 2011)

Vind je je gading niet in onze abonnementen, dan is er voor jou vanaf seizoen 20112012 een mooi alternatief: koop in één keer 4, 5 of 6+ tickets voor verschillende klassieke concerten en je krijgt respectievelijk 10, 15 of 20% korting op de basis- of reductieprijs. Deze formule is het hele seizoen geldig.

Tekst Jan Vandenhouwe | Foto Sol Gabetta © Marco Borggreve | Coördinatie Claire Denoyette | Opmaak Jasper Persoons | V.U.: Michael Joostens © Handelsbeurs Concertzaal, Kouter 29, 9000 Gent

Programmaboekje Apollon Musagète Quartett 17/01/2012  

Programmaboekje Apollon Musagète Quartett 17/01/2012