Issuu on Google+


Voorwoord slaan

ze Dr. Herman

boek over on hebben wij dit

er Met veel plezi de r dan 25 jaar op gemaakt. ee m an rv aa w leiding taat 90 jaar, Dit was de aan . Onze straat bes ss O an v t js li monumenten gemeentelijke diept in de voor dit boek. ben wij ons ver eb h s er on ew ief en je b istorische arch Met een groep h et h in e w iewd. Hiervoor doken en nu geïnterv geschiedenis. er eg ro v an v s van bewoner beerd een hebben we tal meld en gepro za er v ’s to fo umenten en straatleven. We hebben doc ld van 90 jaar ee b en E . en ak m je ervan zult mooi geheel te we hopen dat en je r oo v u n gt Het resultaat li genieten. zien. De e plaatsen her el k en op k ru d gepast eze tweede en 26 zijn aan Dit boek is in d 16 , 12 s er m m u a’s van de n bewonerspagin 11. ie in februari 20 at tu si e el tu ac aan de hebben orteerde Joden ep d ge at ra st an uit onze De gegevens v en nnen maken. wij volledig ku robeerd alle nam p ge is k oe b it elling van d slaagd. Bij de samenst e hierin zijn ge w at d en op h geven. We correct weer te


mming alen om toeste rh te h ac te er tijd de mak de to’s was niet al en als Oss in ou fo k te oe b ik it ru u b en ge e Van d ste foto’s kom , wie er op de blicatie. De mee u p r oo v van alle foto’s n t ge ie n en te vra et w e ezit. W it particulier b ansichten en u aan. afbeeldingen st iseerd: dit boek gereal Dirk Jansen De v eld Marco Daverv Hoofdstuk 1 Conny Leijten Hoofdstuk 2 m 10 Boeckhout Hoofdstuk 3 t/ rafie Marion og ot /F al ia er eld beeldmat Marco Daverv Samenstelling ers Margot Reijnd ton Marian Hamil hout Marion Boeck Vormgeving en en Conny Leijt Eindredactie ers hebben olgende bewon

e, Corlien, s, Thilly, Janin Jo r: oo d en v r de sponces werd gege emiddelde voo b t tijdens dit pro or ie p d p t, ls su u en H n Steu terne geten Stef van weest zonder ex g en niet te ver ge n k Jo ij e el d e og n m n t ia ie Mar anken hen boek was n en MSD en bed itgave van dit u ss e O d t te n an ee w g, em n G sori hierbij de en. Wij noemen el d id m e ël ci finan . r hun bijdrage van harte voo te realisedeze productie om te k aa m k het mogelij Centrum) e een ieder die sch Informatie w ri en to k is H an d ts er an d b Ver BHIC (Bra umenten en hief Oss en het Zij stelden doc rc . h sa ac ad se St re et ze H . ren jn hen erking bij on gemaakt. We zi ven alle medew en b ga eb ch h os ik B ru b en D in wij graag ge ikking waarvan ch es b r te ’s to fo Leijten hout en Conny lijk. ck te oe en B k n er r io ar oo M rv hie 2011 Oss, 1 februari

3


Inhoud

Voorwoord

Pagina 2-3

Hoofdstuk 1 De straat » Economisch beeld van Nederland » Het plan wordt gerealiseerd

Anno 2009, blok 1 Dr. Hermanslaan 2 t/m 8

Pagina 20-27

Anno 2009, blok 2 Dr. Hermanslaan 10 t/m 16

Pagina 38-45

Pagina 6-19

Hoofdstuk 2 » De architect » De architectuur

Achtergrondinformatie over de stijl

Pagina 28-37

Hoofdstuk 3 1918 – 1930 » Oss rond 1918 » De eerste bewoners

6

Anno 2009, blok 3 Dr. Hermanslaan 18 t/m 24

Pagina 56-63

Pagina 46-55

Hoofdstuk 4 Voor de tweede wereldoorlog » Bewoners van diverse pluimage » Een straatnaam voor Dr. Hermans

Pagina 64-71

Hoofdstuk 5 Oorlog & Bevrijding » Jodenvervolging » Het verhaal van onze Joodse buurtgenoten » Bevrijd en in de frontlinie » Lieve tante Nel

Pagina 72-83


Anno 2009, blok 4 Dr. Hermanslaan 26 t/m 32

Pagina 84-91

Hoofdstuk 6 De jaren van verzuiling » Kinderen van de jaren 50 » Verschillende geloofsovertuigingen

Anno 2009 Dr. Hermanslaan 34 en 36

Pagina 102-105

Pagina 92-101

Hoofdstuk 7 De jaren 60 » Oprichting van het JAC

Anno 2009, blok 5 Dr. Hermanslaan 1 t/m 5

Pagina 112-117

Pagina 106-111

Hoofdstuk 8 De jaren 70 » Alternatievelingen en aksie voeren » Een beste speelstraat

Anno 2009 Dr. Hermanslaan 7 t/m 11

Pagina 126-131

7

Pagina 118-125

Hoofdstuk 9 De jaren 80 » Georganiseerd buurtleven » Eindeloos verbouwen

Pagina 132-141

Hoofdstuk 10 Vanaf de jaren 90 » Dorpssfeer in de stad » Omgangsvormen en normen » De straat in 2009

Bijlagen

Pagina 148-151

Pagina 142-147


Hoofdstuk 1

De straat

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

8

Voor de tweede wereldoorlog

De Straat

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Economisch beeld in Nederland en Oss in 1918 Waarin een provinciale arbeidersstad haar aandeel heeft in de economische ontwikkeling na de eerste wereldoorlog en meelift op stedenbouwkundige vernieuwingen. De filosofie van wonen in een aangename omgeving wordt uitgedragen door architect Charles Estourgie en met medewerking van de gemeente in Oss verwezenlijkt.

In de nieuwe twintigste eeuw was de werkgelegenheid een speerpunt van politiek beleid. De IndustriĂŤle Revolutie had zijn meest kwade kanten laten zien

en als reactie hierop reageerde de politiek met een beleid waarin plaats was voor meer zorg en verantwoordelijkheid. Sociale wetgeving moest de slechte woon-, werk-, en leefomstandigheden van de arbeiders verbeteren.

9


Er werd op grote schaal gebouwd om de fabrieksarbeiders van woningen te voorzien, ook in Oss, maar naast de arbeiderswijken was daar ook behoefte om het steeds groter wordende middenkader te voorzien van aangename woningen.

10

Het middenkader groeide omdat grote bedrijven tot een beter beheer moesten komen. Daarvoor had men goed geschoold administratief en toezichthoudend personeel nodig. De beroepsbevolking in Nederland steeg in de periode 1910 tot 1920 nagenoeg niet, van ongeveer 38% naar 40%, maar de ontwikkeling van het middenkaderpersoneel was desondanks opvallend. Deze werknemers verdienden volgens de nieuwe normen een betere manier van wonen. Hierin zou een nieuw te bouwen buurt moeten voorzien. De opluchting na het einde van de eerste Wereldoorlog bracht hoge verwachtingen met zich mee. Er was genoeg geld beschikbaar zoals vluchtkapitaal

en winsten uit de eerste wereldoorlog en dat werd veel en rijkelijk uitgegeven. Bedrijven breidden zich uit en ook de huishoudens en de overheid hadden meer te besteden. De gegoede burgerij ging zich soms te buiten aan een lichtzinnig en impulsief uitgavenpatroon. En bij overheid en investeerders laat de periode vanaf 1919 een opvallende stijging zien van buitengewone uitgaven voor de woningbouw.

Een nieuwe stedenbouwkundige trend, het tuindorp, deed zijn intrede. Naar voorbeeld van grote steden, zoals Rotterdam met tuindorp ‘Vreewijk’, werd in de jaren ‘20 ook in kleinere plaatsen volgens dit principe gebouwd. Ook Oss bleek rijp voor een tuindorp naast andere ambitieuze plannen zoals een rondweg rond de stad om het verkeer en daarmee de industriële ontwikkeling te stimuleren.

Villa’s Molenstraat, rechts het pand van Anthonius Johannes Jurgens, begin 20e eeuw


Correspondentie rondom Rijkssubidieaanvraag.

Toen de Dr. Hermanslaan nog Villapark heette

Die stimulans was hard nodig, want hoewel Oss in 1881 aansluiting kreeg op het spoorwegnet, wat een verbetering voor het vervoer van goederen en personen met zich mee bracht, bleven aan- en afvoer lastig. De fabrikanten en de gemeente maakten dan ook plannen voor de aanleg van een kanaal naar de Maas, maar daar kwam op dat moment niets van terecht.

11


Plan Villapark.

Kantoren N.V. Anton Jurgens Vereenigde Margarinefabrieken aan de Kruisstraat

Station Oss anno 1918

12

Fabrikant van den Bergh besloot daarop zelfs al in 1891 uit Oss te vertrekken. Wat van den Bergh niet gelukt is, lukte Jurgens wel, de treinen kregen meer sporen en bereikten de fabrieken. Maar de economie zou spoedig in een dal belanden. De crisis in de wereldeconomie kreeg ook zijn beslag in Nederland. Eind 1920 werd de leus: ‘behouden’ in plaats van ‘expanderen’. Onder leiding van Colijn voerde het kabinet vanaf 1923 bezuinigingen door om de begroting sluitend te maken en de positie van de


gulden te versterken, de zogenaamde deflationistische politiek. De banken waren in deze roerige jaren weinig selectief bij het verstrekken van toenemende kredieten en dat zorgde ervoor dat menige bank in de gevarenzone kwam. Na een economisch dieptepunt in 1923 ontwikkelde de conjunctuur zich pas in 1925 weer in opgaande lijn. Voor het Villapark te Oss betekende dit dat de plannen voor de bouw van nog eens 30 extra woningen uiteindelijk na veel correspondentie met de landelijke overheid geen doorgang konden vinden. De oorspronkelijke bedoeling om nog een laan te realiseren aan de andere kant van de ‘as’ Burgemeester van den Elzenlaan kwam hiermee te vervallen. De latere Dr. Hermanslaan bleef in zijn ontwerp uniek.

Post- en Telegraaf Kantoor in Molenstraat (1906)

13


14

Het plan wordt gerealiseerd

Vergadering van den 15 november 1918 Bouwen 17 woningen en een watertoren N.V. Ossche Burgerwoningen.

Op 31 oktober 1918 diende de N.V. Ossche Burgerwoningen, de maatschappij tot Exploitatie van Woonhuizen te Oss een aanvraag voor een vergunning in voor het oprichten van 16 burgerwoningen, 1 ambtenarenwoning en een watertoren. De bouw was bestemd voor de middenstand te weten kantoorpersoneel, een ambtenaar van de gemeente en medewerkers van de Post en Telegrafie. Er zou gebouwd gaan worden aan de Goudmijnstraat en de “nieuwe straten”, in het Villapark, terrein de Doelen. Dit stuk grond tussen Goudmijnstraat en het spoor leek voor de investeerders een perfecte plaats voor de realisatie van 17 woningen en een watertoren. Het terrein lag immers aan het spoor vlakbij het station en dichtbij de fabrieken.

Een verzoekschrift met bijlagen van de N.V. Ossche Burgerwoningen, alhier om vergunning tot het bouwen van 17 woningen en een watertoren. Wordt besloten de gevraagde vergunning te verlenen, waarvan afzonderlijke besluiten worden vastgesteld. Het verzoek voor de bouwvergunning werd in de raadsvergadering van 15 november 1918 verleend aan de N.V. Ossche Burgerwoningen.

Het villapark begon vorm te krijgen toen de Naamloze Vennootschap ‘Ossche Burgerwoningen’ overging tot aankoop van twee percelen aan de oostkant van het toenmalige Oss. Deze percelen onder de naam ‘de Rooijen’ waren in bezit van Sophia Maria de Groot en Willem van Loon Gijsbertszoon (zie Bijlage 1). En toen kon het plan om een tuindorp te bouwen uitgewerkt worden. Dit plan dateerde overigens al vanaf het begin van de eerste wereldoorlog.

Voor de raadsvergadering van 25 maart 1920 werd door de N.V. Ossche Burgerwoningen nog eens aan het college van B&W van Oss uitgelegd welke intenties de N.V. had. Tussen de regels door lees je de angst dat het economische klimaat ook vat zou kunnen krijgen op de subsidiëring van dit project door de Rijksoverheid. In dit schrijven aan B&W staat ook de motivatie genoemd, namelijk het tekort aan dit soort (middenstand-) woningen, waardoor men gedwongen is buiten Oss te wonen in Nijmegen of ’s Hertogenbosch. Het impliceert een tekort aan middenstandswoningen te Oss.


Aan den Raad der Gemeente Oss, Edelachtbare Heeren. Geeft met verschuldigden eerbied te kennen J.F. Büngener, directeur der Naamlooze Vennootschap “Ossche Burgerwoningen” alhier, Dat in de vergadering van den Raad van Commissarissen op 12 januari jl. besloten werd om te probeeren zoo spoedig mogelijk een dertigtal middenstandswoningen in het Villapark te doen bouwen in den prijs van ca. ƒ 8.000,- á ƒ 10.000,-; en wel naar aanleiding van de nieuwe bepalingen van ZEx.den Minister van Arbeid, inzake subsidiëring middenstandswoningen overeenkomstig het Koninklijk Besluit, vervat in de Staatscourant No.238, Dat zoals Uw college bekend zal zijn het Rijk het drievoud wil bijdragen van het bedrag dat voor hetzelfde doel uit de gemeentekas wordt beschikbaar gesteld, Dat de bijdragen van het Rijk en de Gemeente tezamen voor een bepaald bouwplan niet meer mogen bedragen dan het verschil tusschen de werkelijke bouwkosten en anderhalf maal de kosten, die het bouwplan in 1914 zou hebben gevorderd, Dat het wel niet noodig zal zijn U EdelAchtbare te wijzen op het groote tekort van dit soort woningen in deze gemeente, waardoor zeer velen genoodzaakt zijn in Nijmegen en s’Hertogenbosch te wonen ofschoon zij hier hun werkkring hebben. Dat het voor de Gemeente van veel belang is zoo spoedig en zoo veel mogelijk in dit tekort aan huizen te voorzien, Reden waarom ondergetekende beleefd verzoekt in principe te willen besluiten subsidie voor de bouw beschikbaar te stellen, overeenkomstig bovengenoemd Kon. Besluit, Hetwelk doende enz. Naamloze Vennootschap Ossche Burgerwoningen Büngener Directeur ( aantekening gemeente: In principe besloten bijstand te verleenen, Raadsvergadering 25 Maart 1920 )

De Gemeente die het standpunt van het tekort aan dit soort woningen onderschreef antwoordde “...dat aan woningen als genoemde instelling zich voorstelt te bouwen, in deze gemeente inderdaad grote behoefte bestaat en dat binnen afzienbare tijd niet is te verwachten dat van particuliere zijde in deze behoefte zal worden voorzien.”

15


16


De gemeenteraad ging akkoord met het toekennen van het subsidiebedrag zodra burgemeester en wethouders bericht hadden ontvangen dat de minister van Arbeid de Rijksbijdrage zou verlenen. In de raadsvergadering van 21 mei 1920 werd daar nog eens de vergunning aan toegevoegd om vier huizen te bouwen, nu de nummers 3 en 5 van de huidige Dr. Hermanslaan en de nummer 1 en 3 van de huidige Dr. van de Steenlaan.

De Dr. Hermanslaan anno 1920, de bouwmaterialen voor de 4 nieuw te bouwen huizen liggen klaar en blokkeren het zicht op de huizen nummers 9 t/m 12 (nu de nummers 18, 20, 22 en 24)

Vergadering van den 21sten Mei 1920. Vergunning voor het bouwen van vier woonhuizen voor de N.V. Ossche Burgerwoningen. Een verzoekschrift van de N.V. Ossche Burgerwoningen te Oss om vergunning tot het bouwen van vier woninghuizen op het perceel kadastraal bekend gemeente Oss, sectie 13, no: 3063 en gelegen in het Villapark aldaar.

17


De Naamloze Vennootschap Ossche Burgerwoningen was op 14 maart 1914 opgericht door een groot aantal Ossche ondernemers, waaronder ‘gebr. van den Bergh’, ‘Zwanenberg slachterijen’ en ‘H. Hartog’. Ook Burgemeester van den Elzen was medeoprichter van deze N.V. De rechtsvorm bleek goed voor het bijeenbrengen van een behoorlijk fonds. Het kapitaal waarmee men begon

18

Oorspronkelijk plan van het complete Villapark

Gezicht op spoorwegemplacement vanaf de Hartogsfabrieken. In het midden de watertoren, die het villapark (rechts) van water voorzag. Vermoedelijk omstreeks 1920, op de foto is één zijde van de straat gerealiseerd. (Uit Oss in oude ansichten)


bestond uit ƒ 11.400,-, waarvan ƒ 2400,- door diverse notabelen bijeengebracht en de rest door de firma’s Zwanenberg, Hartog en Gebroeders van den Bergh. De Jurgensfabrieken voegden hieraan nog ƒ 50.000,- toe.1 Jurgens, in het bezit van het grootste deel van de aandelen, gaf zijn huisarchitect Charles Estourgie opdracht om het ontwerp te tekenen. 1

F. van de Ven, Historisch Kijkboek Oss 1996

De behoefte aan goede woningen was immers groot. De industrie ontwikkelde zich voorspoedig en de margarine- en vleesfabrieken beleefden een periode van bloei en welvaart. Mede door dit initiatief van Osse ondernemers liet de gemeente Estourgie een stedenbouwkundig uitbreidingsplan ontwerpen. Dit plan was ambitieus en het straalde een vorm van grootstedelijk denken uit. Een ringbaan kaderde het stadsplan af, waarin

Een groot fabriekscomplex voor N.V. Jurgens Margarinefabrieken, gebouwd in 1916 naar ontwerp van Charles Estourgie. Foto gemaakt omstreeks 1930 in de inpakhal. (Uit Oss in oude ansichten deel 1)

het stedelijke gebied van Oss bijna 10x groter kon worden. Een haven werd gepland op de plek waar nu de Rabobank staat. Het station zou worden verplaatst en er zouden diverse nieuwe woonwijken en ontsluitingswegen komen. Aan de noordelijke rand van het plan werd een groot stadspark gepland, terwijl de industrie de mogelijkheid kreeg om op de bestaande plaatsen uit te breiden. In dit masterplan werd rekening gehouden met het gedeelte dat Estourgie al voor de N.V. Ossche burgerwoningen had ontworpen. De bedoeling was dat er een brede weg van het nieuwe station tot aan de Heuvel zou lopen, waar tevens een nieuw gemeentehuis moest verrijzen. Al vanaf de eerste ontwerpen was er in het stedenbouwkundige plan sprake van een zogenaamd ‘tuindorp’. In Oss zou het bekend worden als het ‘Villapark’, waarvan op dat moment de 1e fase al in uitvoering was.

19


20

Het uitgewerkte plan van Charles Estourgie waarin (rechts) de infrastructuur met rondweg en (links) duidelijk in eivorm aangegeven plan ‘villapark’ net ten oosten van het centrum


Het antwoord van de minister volgde een klein jaar later, de politiek was duidelijk in haar standpunt. De ‘Termen’ betroffen hoofdzakelijk het verschil in zienswijze van het ministerie van Arbeid en de Gemeenteraad van Oss over de kosten van het plan. Het ministerie wilde de kosten per woning terug brengen tot maximaal ƒ 10.000,- per woning alvorens het subsidiebedrag van ƒ 147.394,35 toe te kennen. Dit bedrag zou voor 3/4 deel voor rekening komen van de overheid, en voor 1/4 van de gemeente. De N.V. gaf vervolgens de opdracht aan de architect om opnieuw naar de bouwkosten te kijken. De architect stelde een aantal wijzigingen voor in metselwerk en tegelwerken waardoor het bedrag van ƒ 10.000,- niet overschreden zou worden. Bovendien werd voorgesteld om de inhoud van de woningen tot 450 m3 terug te brengen.

Vergadering van 14 April 1921. Steun Ossche Burgerwoningen. Een schrijven van den Minister van Arbeid, houdende mededeling dat voor het verlenen van steun voor den bouw van 30 middenstandswoningen, door de N.V. Ossche Burgerwoningen “geen termen” aanwezig zijn. Besloten wordt met de directie van de genoemde bouwvereeniging te overleggen wat in deze te doen, om alsnog voor steun in aanmerking te komen.

Het zou een aflopende zaak worden, de onderbouwing voor de bouwkosten bleef hangen in een correspondentie over en weer. In de archieven is deze correspondentie terug te vinden tot eind jaren twintig toen de wereld in de volgende, maar grotere economische crisis belandde. Het betekende een definitief einde van de realisering van nog eens 30 woningen. De N.V. kon het ministerie simpelweg niet overtuigen tot subsidieëring over te gaan, het plan voor de realisering van het gehele Villapark was definitief van de baan.

Het oorspronkelijke plan van twee ‘booglanen’, ten noorden en ten zuiden van 3 chique lanen, de Dr. Hermanslaan, Burgemeester van den Elzenlaan en een 3e laan is dus niet uitgevoerd. Ook het idee om frontaal voor de zuidelijke booglaan die we nu kennen onder deze naam het nieuwe NS-station te bouwen is niet tot stand gekomen. Van het hele plan is alleen de Dr. Hermanslaan en de Burg. van den Elzenlaan gebouwd. En ook het station bleef bij haar oorspronkelijke situering.

21


Bewoners nr. 2 Louis en Antoinette Klaazen Roel wonen er vanaf 2003

22

Anno 2009


23 ‘De eerste anderhalf jaar van ons huwelijk hebben we hier vlakbij in de Dr. van de Steenlaan gewoond. Daarna 27 jaar op de Willibrordusweg. Sinds 2003 zijn we weer terug in onze oude buurt. Favoriete plek: de tuin met jacuzzi en sauna.’


Bewoners nr. 4 Stef en JosĂŠ van Hulst Lizzy en Luuk wonen er vanaf 1987

24

Anno 2009


‘In 1978 kregen wij een tip dat Dr. Hermanslaan 4 te koop kwam. Maar in die tijd hielp de bank ons nog niet. Gelukkig bleef het in de familie en kocht de broer (en diens vrouw) van José het huis. Onze liefde voor oude huizen bleef. De koop van een oud pand in Ravenstein bevredigde dit gevoel. Door samenloop van omstandigheden gebeurde er iets unieks.

Wij waren nog steeds verliefd op het huis in Oss en de broer van José en schoonzus verliefd op ons huis in Ravenstein. Een huizenruil was gauw geregeld. Zo zijn we toch nog in het huis van onze dromen terecht gekomen. In de loop der jaren heeft dit huis nog meer waarde gekregen voor ons omdat Lizzy en Luuk hier zijn opgegroeid. Favoriete plek: de woonkeuken.’

25


Bewoners nr. 6 Willy en Geertje van de Braak Marieke, Sanne en Minke wonen er vanaf 1984

‘De gemeente Oss was zwaar in de lobby naar de 50.000ste inwoner. Wij woonden toen in de Dr. Hermansstraat (hoezo toeval) in Ravenstein, maar ik voetbalde bij OSS’20 waar ik door één van mijn medespelers werd geattendeerd op het huis in de Dr. Hermanslaan. Bij het zien van het huis en de straat, waren wij verkocht.

26

Anno 2009

De zolder was ongebruikt toen wij het huis kochten. Benieuwd of die kon dienen als opslagruimte wurmde ik me door het kleine zolderluik.


27 Tot mijn verrassing vond ik wel een paar honderd flessen en verpakkingsmateriaal van eten, restanten van een onderduikplaats om de oorlog te overleven. We realiseerden ons dat er onder ons nieuwe dak al behoorlijk wat lief en leed had plaatsgevonden. De eerste test of de aanwezige open haard voldoende “trek” had, gaf een groot rookgordijn in de kamer.

Tijdens de laatste veegbeurt was de bezem van de schoorsteenveger vast komen zitten in het afvoerkanaal en hij had hier niets van gemeld, gelukkig zonder gevolgen voor de toenmalige bewoners. Het favoriete plekje is het dienstbode/erkerkamertje. Zowel van buiten als van binnen, karakteristiek en sfeervol en natuurlijk de originele betekenis.’  


Bewoonster nr. 8 Klaar van der Gaag woont er vanaf 1969

‘Wij kwamen eind 1969 in Oss wonen en vonden na lang zoeken een woning in de Dr. Hermanslaan. In het begin kon ik moeilijk wennen. Een oud huis, veel ouderen en weinig kinderen. Huis en het laantje hadden geschiedenis.

28

Anno 2009

Er hadden veel Joden gewoond ook op nr. 8. Zij zijn naar een concentratiekamp afgevoerd en nooit meer terug gekomen.


29 Onze woning is van binnen gemoderniseerd met behoud van de glas in lood ramen. In de loop van de jaren kwamen er jonge gezinnen in de straat waaronder een gezin met een tweeling op nr 2.

op nr. 16. Toevallig allemaal op de even nummers van de laan. Een gemoedelijke straat. Toen de daken van een aantal woningen moesten worden vervangen hebben wij zelf de oude pannen er afgehaald.

Na enige jaren werd er op nr. 6 ook een tweeling geboren, en nog weer daarna een tweeling

Toen de klus geklaard was hebben we een “dank je wel feest” gegeven (dak je wel).’


De straat

Hoofdstuk 2

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

30

Voor de tweede wereldoorlog

Achtergrondinformatie over de stijl

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Waarin Charles Estourgie wordt voorgesteld, en de achtergrond van zijn filosofie verduidelijkt. Over wonen op stand in groene tuindorpen en in een stad zonder gemeentelijke waterleiding krijgt het villapark een eigen watervoorziening.Verder over gevels, constructies en bijzondere bouwkundige details.

Charles Estourgie (1884-1950)

De architect Voor het ontwerp tekende architect Charles M. Fr. H. Estourgie te Nijmegen. Charles Estourgie werd geboren in 1884 in Amsterdam. Zijn grootvader was in 1841 naar Nederland gekomen en vestigde zich als koperslager in de hoofdstad. Ook de vader van Charles oefende dit beroep uit. Zijn moeder was van Duitse komaf en zij stierf toen Charles 20 jaar oud was. Op dat moment was Charles al 4 jaar werkzaam bij architectenbureau Edward Cuijpers te Amsterdam. Dit bureau bouwde aanvankelijk in de stijl van Neorenaissance, maar werd later geïnspireerd door de Arts- en Crafts beweging en de Engelse landhuisstijl. Daarnaast was het bureau een broedplaats van vrijwel alle belangrijke

architecten van de Amsterdamse School. Charles heeft zich bij dit bureau uiteindelijk opgewerkt tot chef de bureau. In die functie kwam hij in 1912 in contact met de Osse industrieel Frans Jurgens. Dit contact, en de zakelijke relatie die daaruit ontstond, is veelbetekenend geweest voor de carrière van Estourgie. Charles verhuisde naar Nijmegen, waar hij tot zijn dood in 1950 werkte aan vele opdrachten voor Jurgens, maar ook voor gemeentelijke en kerkelijke instellingen. 2

2

Charles Estourgie – een bevlogen vakman

31


Inspiratiebronnen voor Charles Estourgie

De architectuur

De Arts-and-Craftsbeweging is een stroming uit de jaren 1850-1914. Het handwerk, verantwoord materiaalgebruik en een logische constructie waren volgens Arts and Crafts belangrijk en de IndustriĂŤle Revolutie had volgens dat denkbeeld de middeleeuwse ambachtskunst verdreven.

De term tuindorp verwijst naar stadswijken met een typisch dorps karakter. Vanaf de jaren 20 van de 20e eeuw werden zij gebouwd om een tegenwicht te bieden aan de verpauperde arbeiderswoningen van grote steden.

Kenmerkend voor de Engelse landhuisstijl zijn o.a. een gevarieerde hoofdvorm met uitbouwen en een samengesteld (rieten) dak; markante schoorstenen, erkers, balkons en terrassen als schakels tussen huis en tuin: de variatie in venster-types: de vrije indeling van de plattegrond met een groot aantal vertrekken van verschillende grootte en elk met een specifieke functie.

32

Hoofdkenmerk van de Amsterdamse School is het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of gebeeldhouwd natuursteen. De vaak plastische gevels zijn meestal gevuld met laddervensters en worden bekroond met steile daken en soms met torentjes versierd. De belangrijkste architecten van de Amsterdamse School waren Jan van der Mey, Michel de Klerk en Piet Kramer die allen gewerkt hebben op het bureau van Eduard Cuyper in Amsterdam. Rond 1910 begonnen zij voor zichzelf en ontwikkelden samen een nieuwe bouwstijl.

Arts & Crafts beweging van architect Ernest Newton, 2 Pine Road, Bickley te Londen (ca. 1903) Amsterdamse Shool, Schip van Blaauw, Wageningen

Tuindorpen werden gebouwd door woningcorporaties en soms ook door sociaal voelende ondernemers. Opvallend in een tuindorp zijn de lage eengezinswoningen met voor- en achtertuin en een omgeving met veel groen. Het ontbreken van stedelijk vertier zoals kroegen en de sterke nadruk op de gezinswoning als kern van het leven, moesten bijdragen aan de vorming van een fatsoenlijk, burgerlijk karakter. De tuindorpen werden niet altijd bevolkt door arbeiders. Zij hadden vaak geen zin om dicht in de buurt van hun werkgever te wonen. Maar de tuindorphuizen waren vaak van zo’n goede kwaliteit, dat middenklassen-


33

groepen als ambtenaren en politieagenten massaal wél naar deze huizen trokken. De stedenbouwkundige opzet van het plan kenmerkt zich door lage woningbouwblokken aan de buitenzijde (Dr. Hermanslaan), 2 onder 1 kap woningen aan de binnenzijde en luxe vrijstaande villa’s aan de hoofdas (Burg. van den Elzenlaan).

En hoewel niet alles volgens de originele plannen is uitgevoerd, kun je dit principe in het huidige straatbeeld nog duidelijk herkennen. De straten hadden nog niet de hier genoemde namen, maar ze werden aangeduid als ‘Villapark’.


34

Het beeld van een tuinstad werd versterkt door de donkergroene houten hekken van de voortuinen. Deze hekken van verschillende hoogtes gaven het aanzicht een voornaam karakter. Langs de smalle stoep lag een grondstrook waarin bomen waren geplant. De rijweg was niet al te breed en beslagen met blauwe baksteentjes wat ook in die tijd een bijzondere bestrating was.

Na de bouw van 4 blokken van 4 huizen aan de huidige Dr. Hermanslaan, een ambtenarenwoning aan de Goudmijnstraat en een watertoren, werden in 1920 nog de 2 blokken van 2 van het oorspronkelijke plan uitgevoerd. Voor de bouw van deze woningen was ook rijkssubsidie aangevraagd. Daardoor had de overheid ook invloed op de grootte van de woningen

(max. 450m3) en de kosten daarvan (ƒ 10.000,- per woning, waardoor de huurprijs op ca. ƒ 39,- per maand uit kon komen). Voor de bouw van een dertigtal woningen, in het gedeelte rechts van de huidige Burg. vd Elzenlaan is ook een officiële rijkssubsidie toegekend, maar deze woningen zijn uiteindelijk nooit gebouwd. (zie Hoofdstuk 1)


Dat het “woningen op stand” betrof blijkt o.a. uit het feit dat sommige huizen zelfs een dienstbodekamer kennen, b.v. de hoekwoningen nummer 10 en 16. Zij hebben hiernaast nog 3 slaapkamers en zelfs een badkamer. De tussenwoningen nummer 12 en 14 hebben boven alleen 4 slaapkamers. Een badkamer was in deze tijd een uitzonderlijke luxe. In 1919 werd in Oss voor het eerst berekend hoeveel de aanleg van een drinkwaterleiding zou kosten. Teveel, vond de gemeente, de waterpompen waar de bevolking haar water haalde voldeden voorlopig. Wel kreeg het korte tijd later gebouwde ‘Villapark’ aan de Booglaan een eigen watertoren en drinkwaterleiding. Pas in 1935 was het zover dat heel Oss op de drinkwaterleiding werd aangesloten.3

3

H. Buijks, J. Neomagus, P. Spanjaard, Oss een stad 1998

Charles Estourgie heeft met het ontwerp van woningblok I t/m IV de filosofie van het tuindorp principe voortreffelijk vertaald. Mede door de gekomde vorm van de straat en door de creatieve combinatie van architectonische details in de afzonderlijke woningen is er een gevoel van eenheid geschapen. En dat terwijl iedere woning en ieder blok toch zijn eigen karakter kent. Ook de blokken V en VI, die 4 jaar later aan de overkant van de straat zijn gebouwd, dragen bij

aan dat beeld. Wat je terugziet in de stijl van de huizen is in feite een mengeling van diverse stromingen, waardoor Charles Estourgie zich op dat moment liet inspireren. De Engelse landhuisstijl is in de kleinschalige woningbouwblokken toegepast. De ‘vrije’ plattegronden zijn functioneel ingedeeld en de ornamenten in gevel- en dakconstructie zijn een combinatie van de Arts- en Craftsmovement, landhuisstijl en een vleugje Amsterdamse school.

35


De kenmerken van deze architectuur laten zich onderscheiden in constructie, gevels, dakvorm, plattegronden, details buiten en details binnen. (Zie voor bijzonderheden hierover bijlage 2)

Constructie De fundering bestaat uit gemetselde togen die onder elk blok van 4 woningen doorlopen en ook de houten spantconstructies overspannen het hele blok.

36

Gevels De woningscheidende wanden zijn uitgevoerd als spouwmuur. Op de begane grond is de plafondhoogte 2,95 m, op de verdieping 2,8 m.

Per blok zijn de gevels symmetrisch van opzet en gevarieerd in vorm en indeling. Ze bestaan hoofdzakelijk uit baksteen en in het metselwerk zijn versieringen


Dakvorm

aangebracht. De raampartijen zijn divers en decoratief. Door verschillende vormen en indelingen van de 4 blokken te combineren is er sprake van een gedifferentieerde eenheid.

Blok I en blok IV hebben een zadeldak, blok II en III een zogenaamde mansarde kap, ook wel Franse kap genoemd. Deze mansarde kap is gecombineerd met dwarsvormen, balkons, en dakkapellen. Dit refereert aan de ‘Engelse landhuisstijl’ met een ‘gevarieerde hoofdvorm met uitbouwen en een samengesteld dak met markante schoorstenen.

37


38

Plattegronden

Details buiten

De huizenblokken zijn vanuit het midden gespiegeld en er zijn 2 woningtypes; een tussenwoning en een hoekwoning. De woonkamer is overal in tweeĂŤn gedeeld, een zogenaamde en-suite kamer. De keuken ligt aan de achterkant en daaronder is een kelder. Boven zijn er 4 slaapkamers, waarvan eentje voor de dienstbode.

Op diverse plaatsen in de vlakke gevels komt decoratief metselwerk voor in geometrische patronen. Bij goten, boeiboorden, windveren en schoorstenen is er sprake van gedetailleerd metselwerk, bewerkelijk vakmanschap dat kenmerkend is voor deze bouwstijl. Daarbij hoort zeker ook het diverse geveltimmerwerk en de gedetailleerde gootklossen.


39 Details binnen De hoge kamers en de grootte en positie van de ramen geven het interieur een lichte en ruimtelijke sfeer. Op de verdieping valt op dat van de binnendeuren het bovenlicht doorloopt tot aan het plafond en als een soort tuimelraam (een zogenaamd taatsraam) is uitgevoerd, waardoor de ruimtes geventileerd kunnen worden terwijl de deuren dicht blijven.


Bewoners nr. 10 Marco Daverveld Margot Reijnders Russ en Tom

wonen er vanaf 2003

40

Anno 2009


‘Ik liep vaak met mijn twee zoontjes door de Dr. Hermanslaan op weg naar het centrum. Ik vond het een prachtige straat en zo heerlijk rustig in vergelijking met de Spoorlaan waar het verkeer langs ons huis denderde. Hier zag ik onze kinderen wel opgroeien. Dr. Hermanslaan 10 stond al een hele poos te koop, maar moest wel rigoreus verbouwd worden. Door de aanbouw op te knappen en uit te bouwen hebben

we nu onze woonruimte gericht op de achtertuin. De originele woonkamer aan de straatzijde is kantoorruimte geworden. Recentelijk hebben we er nog een verdieping opgebouwd, zodat ons “droompaleis” nu wel ongeveer zijn definitieve vorm heeft gekregen. Favoriete plek: de keuken. Vanuit de lange eettafel hebben we zicht op de straat én op de tuin en is er contact met de woonkamer en speelkamer, kortom: het is het hart van ons dagelijks leven.’

41


Bewoners nr.12 Remy Griens Hannelore van Ooijen

wonen er vanaf juli 2010

42

Anno 2011


‘In het voorjaar van 2010 zijn wij verliefd geworden op dit prachtige huis dat al enige tijd te koop stond. Behalve de nostalgische straat zijn er vele jaren ’20 elementen bewaard gebleven in het huis.

Zo beschikken de hal en keuken nog over de originele vloeren. De voor- en achterkamer, met open haard, worden gescheiden door ‘en suite’ kasten. In het trappenhuis zit het originele glazen plafond dat voor veel lichtinval zorgt. Het bodekamertje is zeer sfeervol en nog geheel in oude staat.

Favoriete plek: De achterkamer met de openslaande tuindeuren. Op deze zonnige plek kun je de tuin lekker in huis halen en genieten van de eerste zonnestralen. Door de grote ramen aan voor en achterkant heb je heel veel licht in de woon- en eetkamer. En nog steeds krijgen we elke dag als we de straat in rijden een vakantiegevoel.’

43


Bewoners nr. 14 Conny Leijten Nico Schouten Chiel Verhoeven

Conny woonde er van 1972 tot 1974 en van 1976 tot 1989 Chiel is er geboren en met zijn drieĂŤn wonen zij er vanaf 2000

44

Anno 2009


‘Een mooi oud huis, vlak bij station en centrum en toch in een rustige straat, meer kunnen we van een woonomgeving niet wensen. Mooi in ons huis zijn de ambachtelijke details, zoals de grote balken met “sloffen” in de slaapkamers, de paneeltjesdeuren en de kamer en-suite.

Favoriete plek is voor ons de achterkamer op een zomerochtend, door de open tuindeuren waaien de glasgordijnen zachtjes naar buiten en zeven het vroege zonlicht. Het is stil, op het gekwetter van de vogels na. Een stille plek en toch vlak bij de stad. ’s Nachts in de verte een trein horen passeren, in de zomer flarden kermisklanken en op de laatste kermisavond boven uit het raam het afsluitend vuurwerk zien. Zo thuis.’

45


Bewoners nr. 16 Dirk Jansen Marion Boeckhout Rutger, Marnix, Veerle en Levi wonen er vanaf 1997

46

Anno 2011


‘Bij toeval fietsten we door de Dr. Hermanslaan toen op nr. 16 een bord ‘te koop’ in de tuin stond. Het was de eerste dag dat het huis in de verkoop was, toeval bestaat niet! Bij bezichtiging waren we direct verkocht. Wat een mooi huis en een prachtige straat. Wij zijn niet geboren en getogen in Oss en kenden de buurt eigenlijk helemaal niet, maar het gaf ons

direct een goed gevoel. Dit werd ons huis, we waren toen nog met ons tweetjes. Inmiddels is ons gezin uitgebreid met 3 fantastische kinderen en ook ons huis is in 2002 hierop aangepast. Het gehele achterhuis en de garage is vernieuwd , we hebben het helemaal in de stijl van het huis verbouwd. Ook binnenin zijn de oude deuren gekopieerd en dat geldt ook voor de achterpui, waar we hetzelfde metselwerk lieten terugkomen.

Favoriete plek: de keuken, het hart van ons huis. Vanuit hier heb je een goede blik op de hal en via het keukenraam binnen en een grote spiegel in de hal is er een fraai doorkijkje naar de trap. Een heerlijke plek om een krantje te lezen, te koken, lekker te kletsen enz. ’s Zomers gaan de tuindeuren open en ’s winters hebben we een goede blik op de vogels.’

47


De straat

Hoofdstuk 3

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

48

Voor de tweede wereldoorlog

1918 – 1930

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


49

Een 96-jarige dame kijkt terug op haar jeugd in het Villapark waar ze in 1919 met haar familie een nieuwe, super-deluxe woning betrok. Maar een badkamer aanleggen in de daarvoor bestemde ruimte was een beetje te dwaas; vader maakt er liever een radiokamer van.

Mevr. Jeanet MarĂŠchal-Doornhein anno 2009


Toen Oss nog een stadje was 19

12 tot 1922 4

50

Toen waren daar een stuk of 12 grote straten; verder zijstraatjes, zandwegen en steegj es. Er waren nog geen auto’s, geen autobussen, geen mo torfietsen. Er was geen elektriciteit dus geen elektrisch licht, geen centrale verwarming (want er was geen leidingwater) maar kolenkachels of fornuis. Geen wasautomaat, geen koelkast, geen koffiezetapparaatje, geen televis ie, geen radio, geen computer. Er werd gekookt op een 2 of 3 pits gasstel en een petroleum stelletje. Nijmegen had wel elektriciteit: een tram van het centrum naar Berg en Dal. Den Bosch had een paardentram en één lijn van het centrum naar Vught. Oss had wel een spoorstation aan de lijn tussen Nijmegen en Den Bosch. De jonge mensen leerden fietsen . De oudjes konden alleen maar lop en. Rijke mensen hadden een koetsje en een paard, maar de doktoren bijvoorbeeld wa ren nog niet zo rijk. Die kwamen lopend of op de fiets naar de patiënten. Een apo the ek was er ook nog niet. Alleen de grootste straten hadden ’s avonds een paar gaslan taa rns. De kleinere straten aardedonker en op de fiet s een kaarslantaarn. Na zonson der gang waren de straten stil. De huisvrouwen zorgden de hel e dag thuis voor man en kinderen; eten en drinken; de was van de hele familie, kleren en ondergoed naaien en verstellen ; confectie bestond nog niet. Bij ziekte hielp de wijkzuster of de buurvrouw want de vaders wa ren minstens 8 uur per dag naar hun werk. De sch oolkinderen hadden 5 weken vak antie per jaar. Vaders 2 of 3 weken per jaar. De moeders niets. Toch leefden de mensen over het algemeen tevreden en zuinig dac ht ik en je hoorde zelden over misdaad. Het nieuw s las je in de krant, ook soms werel dnieuws. Wat is er in 100 jaar enorm veel verander d. Ik kan er soms nog uren aan den ken. Ik ben nu 96. Oss was het eerste stukje van mi jn lange leven en in mijn herinn eri ng een fijne woonplaats. 4

Brief van Mevr. Jeanet Ma

réchal-Doornhein

Oss rond 1918 Waar hebben we het over, wat was het voor stad in 1918 waarvan de gemeente het ambitieuze plan kreeg om een tuindorpachtig villapark te ontwikkelen? De oudste oorspronkelijke bewoonster die wij hebben gesproken, Jeanet MaréchalDoornhein, tekent het stadje uit zoals het in haar herinnering bestaat. De aanhef van haar tekst spreekt boekdelen.


Peperstraat vanaf het Heuvelplein (uit Oss in oude ansichten deel 1)

Jan Sieben in box en Lettie Willemsen ernaast, in de voortuin van de toenmalige nr. 7 (1925), nu nr. 14

51

De huizen worden opgeleverd Op 24 april 1912 werd in de Peperstraat in Oss, toen één van de hoofdstraten in onze gemeente, Jeanet Doornhein geboren. Met haar ouders en jonger zusje Nellie en broertje Jan verhuisde zij in 1919 naar een huis in het zojuist opgeleverde Villapark. Het adres van de familie Doornhein was Villapark 4 en dat is nu Dr. Hermanslaan 8.

De nummering van de 16 stadsvilla’s was immers van 1 t/m 16, de overkant was nog niet gebouwd. Toch kan Jeanet zich herinneren dat aan de overkant van de straat huizen werden gebouwd, en dat was op zijn vroegst in 1922. Recht tegenover hen kwam toen de Duitse familie Eidmann te wonen. En weer jaren later werd langs het spoor tussen station en Villapark een rij huizen gebouwd, de Spoorlaan.


52

Jeanet herinnert zich dat ze in een mooi hypermodern huis kwamen, met gasleiding en er was - en dat was een unicum in het toenmalige Oss- zelfs waterleiding. Op de foto kun je nog achter hun huis de watertoren zien die voor de aanvoer van het water voor de wijk zorgde. Loodgieterbedrijf de Vet zorgde ervoor dat er, door waarschijnlijk gebruik te maken van een dieselaggregaat, grondwater werd opgepompt om het reservoir te vullen als het water op was. De hoekwoningen hadden 4 slaapkamers waarvan de kleinste als badkamer was bestemd.

De huidige spoorlaan

De bewoners moesten wel zelf voor de aanleg zorgen. De familie Doornhein koos ervoor deze kamer in te richten als radiokamer, vader kon daar tal van zenders ontvangen met een zelfgemaakte radio en dat was ook een grote luxe. De watervoorziening boven in het huis bestond uit een kraantje op de overloop, van waaruit de lampetkannen konden worden bijgevuld.


Het gezinsleven speelde zich vooral in de achterkamer met de openslaande tuindeuren af en in de keuken. Nu nostalgisch, maar toen waren de granieten vloer en aanrecht heel gewoon. In de achtertuin werden zoals bijna overal groenten verbouwd en er stonden fruitbomen. De opbrengst van de arme zandgrond was niet groot, vertelt Jeanet. Achter in de tuin stond een schuurtje waarin hout en kolen lagen opgeslagen.

Bij het kraantje was een ‘gootsteen’ waar de lampetkannen werden geleegd in het riool. De huizen kenden nog geen elektriciteit. Op de tekening van de hoekwoningen staat ook een kleine ruimte als dienstbodekamer aangegeven, maar bij Jeanet thuis hebben ze die nooit gehad. Moeder deed het huishouden zelf en zat regelmatig achter de

naaimachine om het gezin in de nieuwe kleren te steken. Het was een mooi huis met een kleine voortuin en een royale achtertuin. De kamer-en-suite werd gescheiden door schuifdeuren en diepe kasten en elk van de kamers had een eigen kachel en een schoorsteen. De voorkamer, de salon, werd alleen op feestdagen gebruikt en als er bezoek kwam.

Vader Doornheim werkte als chef bij de posterijen en hij hoorde bij de gegoede middenklasse. Om in aanmerking te komen voor de huurwoningen in het villapark moesten de gegadigden bijdragen aan de bouwkosten, in de vorm van een aandeel van ƒ 200. Jeanet vertelt dat vader en ook buurman Meesters, collega bij de posterijen zich in latere jaren laatdunkend uitlieten over hun aandeel; ze gingen ervan uit dat het waardeloos was, en dat ze er niets van terug zouden zien, daar kon de uitnodiging voor de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering niets aan veranderen.

53


54 Maar het gezin had een goede tijd in het Villapark. Jeanet vertelt dat in haar geheugen Oss in die tijd een kleine kern had. Besloten tussen Goudmijnstraat –toen een wit zandpad - Arendsvlucht, Grote Kerk, Molenstraat en melkfabriek Klatt (de latere fietsenstalling bij het station) speelde in haar kinderogen het leven zich af. Tussen de straatjes lagen de steegjes, smalle straatjes waar de werkmensen woonden die vooral in de vleesverwerking werkten. De kinderen van het Villapark hadden weinig met

hen te maken, ver van deze wereld schommelde Jeanet urenlang in de schommel aan de voorkant van het huis. Het Villapark keek uit over zandpaden in het buitengebied met in de verte Berghem. De akkers stonden vol met prachtige korenbloemen die je kon plukken, als je tenminste niet gesnapt werd door de veldwachter. Er waren veel gezinnen met jonge kinderen in de straat. Jeanet hoorde bij de niet-Katholieke minderheid en zij zat op de openbare school


Kinderen in de tuin van Villapark nr. 8

55

aan de Eikenboomgaard, in de volksmond vaak ‘Joodse school’ genoemd omdat er naast Protestantse vooral Joodse kinderen zaten. De klassen telden wel 50 leerlingen, vertelt Jeanet. Jaarlijks hoogtepunt was het schoolreisje, bijvoorbeeld helemaal naar Arnhem naar de bedriegertjes en de kettingbrug, waar –jawel hooreen van de kinderen, Aaltje van Driel in het water plofte…..

Ondanks haar 96 jaar kan Jeanet zich nog veel herinneren van haar jeugd in het Villapark tussen 1919 en 1922. De door paarden getrokken ijskar die helemaal uit Den Bosch naar Oss kwam gereden met deze exclusieve lekkernij, de ‘oempa’, een soort Nikkelen Nelis die als eenmansorkest door de stad trok en een ‘lekkere winkel‘ als bakker Cooijmans, de Joodse banketbakker. De Heuvel vol


winkeltjes, een echt centrum in de stad in ontwikkeling, de grote brand bij Hotel de Haan, door de brandweer te lijf gegaan met die ene tank en met de emmertjes water die door rijen behulpzame burgers werden doorgeven. Het mocht niet baten, het hotel brandde tot de grond toe af.

56

Ze herinnert zich de ondervoede kinderen uit Oostenrijk en Hongarije die na de eerste wereldoorlog met de trein aankwamen in Oss om aan te sterken bij families in dit niet door oorlog geteisterde land. Haar vader had buiten medeweten van moeder zich opgegeven om een meisje op te nemen en zo kwam Jeanet – nieuwsgierig met andere kinderen bij het station- thuis met een Oostenrijkse Laura die voor de familie Doornhein was bestemd tot verbazing van moeder. Laura hield zich vaak op bij de Klatt, die sprak immers Duits. Ook Jeanet’s vader sprak Duits en dat was wel fijn voor Laura. Van die oorlog herinnert Jeanet zich de twee- en driedekkers in de lucht, die opwinding en angst onder de

Kinderen in de jaren 20 voor Villapark nr. 8 (nu nr. 16)

bevolking teweegbrachten. De werkloosheid in Duitsland begin jaren 20 bracht veel oosterburen ertoe naar de lage landen te emigreren, aangetrokken door de in opkomst zijnde industrieën zoals die van Zwanenberg en Hartog. In 1922 verhuisde het gezin naar Den Bosch omdat vader was overgeplaatst. Met een door paarden getrokken verhuiswagen liet Jeanet haar kindertijd in

het Villapark in Oss achter, met veel herinneringen zoals uit ons gesprek met haar blijkt. Jeanet volgde er na de HBS de Kweekschool en zij behoort tot de kleine groep Nederlandse vrouwen die in die tijd een hogere beroepsopleiding volgde. Het vak van onderwijzeres kwam haar goed van pas in Nederlands Indië, waar zij zich met haar latere echtgenoot de heer Maréchal vestigde. Wanneer zij na de


Vader Willemsen, Villapark nr. 8

Tweede Wereldoorlog, na een heftige kampperiode als weduwe met twee kleine kinderen met de boot terugkeert naar Nederland kan zij met haar beroep in haar eigen levensonderhoud voorzien. Zo maakt Jeanet Mar茅chal, geboren Doornhein meer dan dertig jaar in het onderwijs vol. Zou dat haar zo jeugdig hebben gehouden?

Toen de familie Doornhein de deur van Villapark 4 achter zich dichttrok tekende de familie Willemsen het huurcontract voor nummer 8. Letti Willemsen werd in 1922 geboren als dochter van een leidinggevende van de afdeling inkoop van Hartog. Hun huis had een erg diepe toiletruimte, herinnert ze zich en boven ook een klein kamertje zonder raam of hooguit een daklicht. Dat zal de dienstbodekamer zijn geweest, maar de hulp van de familie Willemsen was geen meisje voor dag-ennacht, zij werkte alleen overdag in het gezin. Letti heeft een jaar of 5 op dit adres gewoond, toen verhuisde de familie naar een eigen woning Booglaan 1, waar zij woonde tot aan haar huwelijk in 1951. Letti heeft dus bijna 30 jaar in deze buurt gewoond. Villapark 8 werd later, tot 1943 bewoond door de Joodse familie Colthof.

Net als de familie Doornhein waren ze bij Willemsen niet Katholiek, volgens Letti waren zij het eerste gereformeerde gezin in Oss. Net als Jeanet Doornhein ging Letti naar de openbare lagere school op de Eikenboomgaard, een school met weliswaar een openbare signature maar t贸ch Katholieke onderwijzers, want andersdenkend schoolpersoneel had je hier in het zuiden nauwelijks. Letti herinnert zich hoe de ouders van Sam Colthof z贸 blij waren toen hun zoon als onderwijzer afstudeerde dat ze een bord met opschrift plaatsten in hun voortuin, iets wat de geslaagde zelf vreselijk vond. Sam Colthof was de eerste niet- Katholieke onderwijzer op de openbare lagere school in Oss. Hiermee werd eindelijk recht gedaan aan de wens van de niet-Katholieke ouders dat op de openbare school andere dan Katholieke docenten het voor het zeggen hadden.

57


Bewoners nr. 18 Jos van den Ouweland Thilly Janssen Guusje en Sarah wonen er vanaf 1987

58

Anno 2009


‘We hebben ruim twee jaar intensief gezocht naar een woning, waarbij we ons vooral hebben gericht op sfeervol en karakteristiek. Dit huis van onze dromen had slechte electra, géén verwarming, géén badkamer, een slecht dak en een kleine keuken. Daarnaast was het donker en muffig. Maar we vielen direct voor de stijl en sfeer.

Alle originele facetten van de woning bleken nog intact, maar wel vaak afgetimmerd of weggewerkt achter lambrisering of triplex. Onze meiden groeien hier op in grote weelde; de buurt voelt als een warme deken en alle kinderen zijn vriendjes of vriendinnetjes. Ook als volwassenen is de straat alles wat we ervan hadden voorgesteld; sfeervol, gezellig en betrokken.

Favoriete plek: Thilly de tuin, kijkend op het huis. Jos in de kamer, bij de haard maar ook achter bij de tuindeuren.’

59


Bewoners nr. 20 Bart Hendriks Janine van der Heijden Lukas en Vera wonen er vanaf 2002

60

Anno 2009


61 ‘We hadden nog nooit van dit straatje gehoord, totdat Bart het huis te koop zag staan. We zijn er toen langs gereden en waren meteen helemaal verliefd op de straat. Bij de bezichtiging waren we bij binnenkomst in de hal al verkocht.

We hebben dezelfde dag een optie genomen en een paar dagen later hadden we het al gekocht. Favoriete plek: de woonkamer voor de haard!’


Bewoners nr. 22 Tjeu en Francien van Hout wonen er vanaf 1978

62

Anno 2009


‘In 1976 woonden we in een gehuurde bovenwoning in de Smalstaat in Oss. We gingen op zoek naar een koopwoning. We hadden geen haast en keken op veel plaatsen rond. We wisten in ieder geval dat we niet in een rijtjeswoning wilden, maar waar dan wel? We kwamen bij dat rondkijken ook in de

Dr. Hermanslaan….. als we daar toch eens kunnen wonen. Ja, op 20 kwam er een huis vrij, daar moesten we heen, een bod gedaan, maar we hebben het niet gekregen. Een half jaar later hadden we een tweede poging: het huis ernaast.

In januari 1978 trokken we er in. Intussen wonen onze kinderen (Janske, Dorus en Greetje) op zichzelf. Al met al, is het hier goed wonen, dicht bij het station en dicht bij de stad. Wat ook fijn is, is dat er mensen van verschillende leeftijden in de straat wonen. Favoriete plek in huis: de achterkamer met de tuindeuren.’

63


Bewoners nr. 24 Anny Hoven-Keuning en Piet Hoven Anny woonde hier van 1956 tot 1964 Anny en Piet wonen hier vanaf 1971

64

Anno 2009


65

Anny: ‘Ik woon hier vanaf mijn 16e jaar, totdat ik in 1964 met Piet trouwde en we ergens anders gingen wonen. Toen mijn ouders met mijn zus naar een flat gingen hebben wij dit huis gekocht en woon ik er dus voor

de tweede keer. We wilden hier toen graag wonen en hebben het tot nu toe nog steeds naar onze zin.

Favoriete plek: naast de open haard, waar we allebei een gemakkelijke stoel hebben. Maar ook de achterkamer met de tuindeuren die zo heerlijk open kunnen, daar zit ik graag, en kijk dan op de tuin.’


De straat

Hoofdstuk 4

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

66

Voor de tweede wereldoorlog

Voor de tweede wereldoorlog

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Bewoners van diverse pluimage

Op nummer 16 worden zondags gereformeerde diensten gehouden, en later wordt hetzelfde huis bewoond door een rabbi, tevens koosjere slager. Dr. Hermans krijgt in 1935 een straat naar zich genoemd. En nummer 9 blijkt een heel bijzondere geschiedenis te hebben.

Ze heeft een prima schooltijd gehad, vertelt Letti VrijWillemsen. Bijkomend voordeel van de openbare school was het feit dat álle feestdagen meegevierd konden worden: alle Katholieke feestdagen én goede vrijdag die alleen voor Protestanten als een vrije dag gold en ook alle zaterdagen en andere Joodse feestdagen. Op 1 januari 1932 had Oss 14.786 inwoners, waarvan 13.972 Rooms Katholiek, 409 Nederlands Hervormd, 243 Joods, 27 Evangelisch Luthers, 70 van een andere gezindte en 65 onkerkelijk. 5 De ouders van Letti hebben zich ingespannen voor de emancipatie van hun geloofsgenoten in het Katholieke zuiden. In de huiskamer van Villapark 8 (nu nummer 16) werden zondags de eerste Gereformeerde kerkdiensten gehouden waaraan een stuk of 4 Osse gezinnen meededen. 5

J. Cunen Geschiedenis van Oss, Oss 1932

Later, toen de Gereformeerde gemeenschap in Oss was gegroeid kregen de gelovigen de beschikking over een soort “schuurkerk” in de Palmstraat. En nog later in 1951 slaagde het initiatief van o.a. vader Willemsen met de oplevering van het Gereformeerde kerkje aan de Burgemeester van den Elzenlaan. Dominee Hoek werd de eerste zielzorger. Ook in 1951 trouwde Letti in dit kerkje. Toen vertrokken Letti en haar echtgenoot uit Oss, Vader Willemsen had een druk leven achter de rug. In zijn vrije tijd was hij gemeenteraadslid en mede-uitgever van kerkmuziek, een liefhebberij waaraan hij in de jaren 20 was begonnen. Het had hem geen windeieren gelegd. Er bleek een markt te zijn voor lichte kerkmuziek die, anders dan psalmen geschikt was om voor en na de dienst te spelen. “Scheepken onder Jezus’ hoede” bijvoorbeeld…..

67


68

Het maakte het hem financieel mogelijk de huurwoning aan Villapark 8 te verlaten en een ruimere villa te bouwen in de Booglaan, nummer 1. De familie Willemsen was de enige niet die na enkele huurjaren de straat verliet om groter te gaan wonen. Ook de familie Eidmann, Janssen, Hubertus van nr. 10 en Jacquemard verhuisden één straat verder naar een eigen woning. Voor hen was de huurwoning in het Villapark, de Dr. Hermanslaan een springplank naar een eigen villa in de nieuw op te leveren Booglaan en Burgemeester van den Elzenlaan. Vader Willemsen liet voor de oorlog door fa. de Reus in het Villapark nog twee woningen bouwen die hij verhuurde, de huidige nummers 34 en 36 op de hoek bij de Goudmijnstraat. De huizen lagen nog steeds op het randje van Oss. Achter de brandgang die doorliep naar de Goudmijnstraat, lagen grasweiden. Er bloeide margrieten, boterbloemen, paardebloemen en wilde knoflook en er zaten padden

en salamanders. De weiden werden doorsneden met sloten vol kikkers, die samen ‘s avonds een eindeloos lied zongen. Daar waren we aan gewend, vertelt Suzan van Latum, een van de toenmalige kinderen in de straat. Ze herinnert zich ook de prachtige kleine visjes, torren salamanders en waterspinnen en de schrijvertjes op het water. In de jaren dertig bewoonde de Joodse familie Colthof het pand Villapark 8. Dr. Aaron Colthof was rabbi van de Nederlandse Israëlische Gemeente. Daarnaast was hij een koosjere slachter van kleinvee. Letti heeft ze door de Booglaan zien lopen, de Joodse mensen die met een kip of zo in juten zak op de rug het Villapark in gingen om enige tijd later met diezelfde zak, waaruit nu wat lekkend bloed weer langs te komen. Met het koosjer slachten was niet iedereen even gelukkig. Het buurmeisje op nummer 7, Suzan van Latum vertelt dat ze altijd kwaad was op buurman Colthof

ex libris van Samuel Colthof, zoon van Aaron Colthof foto ter beschikking gesteld door Jan Aarts

als zij het geschreeuw hoorde van de kippen die in de achtertuin geslacht werden. De kinderen in de buurt schreven zelfs “kippenmoordenaar” achter op het hok. Suzan’s vader wilde rabbi Colthof een electrisch apparaat geven, waarmee het slachten sneller zou gaan, maar dat was niet koosjer. Koosjer was in ieder geval zeker de “Loofhut”, die de familie Colthof ieder jaar opbouwde met het loofhuttenfeest. Een prachtig houten huisje met banken, en versieringen, waarin het feest ingetogen werd gevierd. Suzan herinnert zich hoe de liederen over de heg zweefden…


Het leven in die tijd werd vooral getekend door de grote verschillen tussen de welgestelde en de arbeidende bevolking. Er was veel armoe zegt Letti, ze aten “erpel mét en jus zónder ogen” Ze weet ook nog van schamele lonen, en dat meisjes en vrouwen maar de helft kregen uitbetaald van wat een man verdiende. Letti mocht doorleren. Na de Mulo ging ze hiervoor vanaf 1939 naar de Nijverheidsschool in Den Bosch waar ze haar onderwijsakte haalde. Suzan van Latum vertelt dat haar vader als tekenaar/ontwerper werkte bij Bergoss.

Hij ergerde zich aan de tegenstellingen tussen arm en rijk en het verschil in behandeling van werkmensen en kader. Er was bijvoorbeeld een badinrichting bij Bergoss waarvan alleen de beter betaalden gebruik mochten maken. Toen het Nationaal Socialisme in Duitsland terrein won stond hij hier niet onwelwillend tegenover. Vader Eduard is nooit lid van de NSB geweest, maar hij sympathiseerde hier wel mee, en toen woonruimte nodig was voor Duitse soldaten bood hij inkwartiering in zijn huis aan. Halverwege de oorlog sloegen de twijfels toe. De familie was

getuige toen Joodse straatbewoners uit hun huizen werden gehaald. Suzan ziet een buurmeisje nog voor ogen dat haar hondje niet mocht meenemen. Ze moest het keffertje achterlaten in de armen van een buurvrouw. Een van de beste vrienden van vader was Alex van Dijk, een Joodse kleermaker die op nummer 8 6 woonde, is door vader van Latum aan een onderduikadres geholpen. Eduard van Latum zou over de ophanden zijnde razzia zijn getipt door de Duitse officier die bij hem was ingekwartierd. Alex blijkt nadat zijn gezin in veiligheid was gebracht nog terug te zijn gegaan en toen is hij opgepakt. Suzan herinnert zich hoe boos vader was dat Alex zich buiten zijn onderduik had gewaagd. Alex is vermoord in Auschwitz. Zijn vrouw Johanna en de kinderen Hannie en Jacob hebben de oorlog overleefd. 6

Vanaf 1935 is met de nieuwe naam Dr. Hermanslaan ook een nieuwe straatnummering tot stand gekomen. De oude nummering van Villapark 1 t/m 16 aan één kant van de straat (grenzend aan Bergoss) werd vervangen door even nummers van 2 t/m 32, later 36. Aan de overkant kwamen de oneven nummers 1 t/m 11

69


Eind 1944, na de bevrijding, moest de familie van Latum de straat verlaten, ze zochten een toevlucht in BelgiĂŤ. Vader van Latum heeft na de oorlog kort in kamp Vught gezeten waar vermeende collaborateurs werden opgesloten.

70

Suzan van Latum

Hij is na korte tijd vrijgelaten omdat geen bezwarend bewijs tegen hem aangedragen kon worden. Hij heeft het erg moeilijk gehad met de sympathieĂŤn die hij voor de oorlog had. Dat hij het gezin van Alex in veiligheid had kunnen brengen heeft hem goed gedaan.

Familie van Latum omstreeks 1939, gemaakt voor huisnr. 14 onder het balkon. Moeder, vader en daarnaast het dienstmeisje (dagmeisje), v.l.n.r. een nichtje en dochters Lya (5 jaar) en Suzan (8 jaar)

Een straatnaam voor Dr. Hermans Jeanet, Letti en Suzan hebben hun kinderjaren in het Villapark gewoond. Pas in 1935, toen de oplevering van de woningen aan de overkant een nieuwe nummering noodzakelijk maakte, werd de naam van de straat aangepast, en genoemd naar Dr. C. R. Hermans.


Cornelius Rudolph Hermans is geboren in 1805 te Oss. Na het volgen van het seminarie studeert hij klassieke letteren in Leiden, en rondt dit af met zijn doctoraal in 1834. Hermans wordt rector van de Latijnsche scholen in Den Bosch . Hij staat enkele jaren later aan de wieg van de stichting van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en wetenschappen in de provincie Noord-Brabant. Dr. Hermans wordt hiervan bibliothecaris. Hij gaat hiertoe “eener boekerij aanleggen” en deze bibliotheek kent al snel 1440 boekdelen. Als Hermans in 1869 overlijdt wordt dit als een groot verlies beschouwd voor de geschiedschrijving in deze regio. De gemeenteraad van Oss heeft gemeend de nagedachtenis van den verdienstelijken Ossenaar dr. C.R. Hermans levendig te moeten houden. In een nieuw stadsgedeelte, het Villapark, is in 1935 een straat naar hem genoemd: Dr. Hermanslaan.7  

7

J. Cunen, Dr. C. R. Hermans, Ossensia, Geschiedkundige mededelingen over Oss III, 1937

71


72

De straat was nu een geliefde woonomgeving. De woningen waren eigendom van Osse bedrijven voor wie zij golden als kapitaalverzekering en ze werden verhuurd aan hun kader. In de jaren 30 waren er veel Joodse burgers woonachtig. In de herinnering van bewoners waren het vooral mensen die werkzaam waren in de farmacie. Maar ook een handelaar in textiel, Ies van Dijk vestigde zich in de straat. Op nummer 9 werd op 13 september 1926 de eerste steen gelegd voor Ies van Dijk en Dina Hes die op 17 september in het huwelijk zouden treden. Ies en zijn vrouw kregen 2 kinderen, Izaac en Rachel. Rachel of Chelly herinnert zich dat ze in een leuke straat woonde, waar je veel op straat kon spelen, verstoppertje of vadertje en moedertje op het plantsoentje tussen Goudmijnstraat en Burg. van den Elzenlaan. Of tollen in de laatstgenoemde straat, daar lag immers van dat mooie gladde beton waarop je veel gemakkelijker kon zweeptollen dan op de blauwe keitjes in

de Hermanslaan. Chelly weet nog dat ze als klein kind de sjoel bezocht bij de Peperstraat tegenover de Grote Kerk. Rabbi Goldsmid leidde daar de diensten, bijgestaan door Rabbi Colthof uit haar straat. Chelly was 6 jaar toen de oorlog uitbrak. Reny Driessen die nu op Dr. Hermanslaan 9 woont vertelt:

Vóór 1940 In Lithoijen woonden mijn opa en oma, Gerard van Lent, Grad genoemd en Mieke, door de huwelijkse staat dus ook van Lent. Ze runden met zijn tweeën ’n boerenbedrijfje in de Weisestraat. Grad en Mieke hadden drie dochters. Dien, mijn moeder, Anneke, zij stierf toen ze dertien was en Willy mijn tante. Mijn tante Will woont nog steeds op diezelfde stek. Toentertijd ’n maaskants boerenbestaan waarmee te leven

was. Er was niet veel, maar ook zéker niet te weinig. Kortom, een goed bestaan. Tot de oorlog uitbrak. Ook in Lithoijen wordt snel duidelijk dat de Joodse bevolking bedreigd gaat worden. Vanuit Oss wordt gezocht naar onderduikadressen. Mijn opa en oma hebben toen besloten om in hun boerderij woonruimte te bieden aan Joden waaronder een meisje van ongeveer acht jaar uit Oss. Dat meisje werd Miesje Bos genoemd. Dit voor haar eigen veiligheid; haar echte naam was Rachel van Dijk.

Dina van Dijk­-Hes voor haar woonhuis (jaren 40)


van de burgemeester. Door tussenkomst van de burgemeester en dokter Danby werd haar moeder opgenomen in het Sint Annaziekenhuis, zodat het gezin zich niet hoefde te melden voor deportatie. Na veertien dagen werd moeder uit het ziekenhuis ontslagen en het gezin dook meteen onder met de hulp van enkele moedige verzetsvrienden van de Bourbon. Het laatste onderduikadres was in Vught”8

Ergens in 2004 Na 17 jaar in Heesch gewoond te hebben gaan wij op zoek naar een ander, liefst een oud, huis. Dr. Hermanslaan 9, een mooie foto, een aantrekkelijke beschrijving maar de straat kenden we niet. Tòch maar even gaan kijken… en het voelde meteen hartstikke goed. Als je een huis koopt, zie je niet direct elk detail. Dat gebeurt zo gaandeweg. Je vindt ergens een postzegel van 1 cent, je ontdekt leuke, oude tierelantijntjes.

Ook zien we de eerste steen die gelegd is: Dina Hes 13 september 1926. Mijn Tante Will in Lithoijen vindt in haar kast het boekje “Heldenrol voor burgemeester Oss 1941 – 1944” over burgemeester Louis de Bourbon. Op pag. 33 komt ze een bekende naam tegen “...Rachel van Dijk woonde als zesjarig meisje in de Dr. Hermanslaan nummer negen toen de oorlog uitbrak en ze had veel contact met de kinderen

Dina Hes blijkt de moeder te zijn van Rachel van Dijk. In dit huis is het kind geboren dat tijdens de tweede wereldoorlog was ondergedoken in het ouderlijke huis van mijn moeder. En in dit huis wonen wij, zomaar, per ongeluk, toevallig. En Rachel van Dijk? Zij leeft nog en woont in Krommenie.

8

W. den Ridder Heldenrol voor burgemeester Oss 1941 – 1944 1999 p 33

73


De straat

Hoofdstuk 5

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

74

Voor de tweede wereldoorlog

Oorlog en bevrijding

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Jodenvervolging in Oss In Oss, zomaar een provincieplaats worden 252 Joodse burgers door de Duitse bezetter opgehaald. Er zouden er slechts 6 terugkomen.Van de Dr. Hermanslaan worden 9 van de 23 huizen ontruimd en de bewoners gedeporteerd. Vanaf de bevrijding in september 1944 ligt Oss in de frontlinie. De spertijd zorgt voor lange avonden die vaak niet ongezellig zijn. Het noorden lijdt en het zuiden vrijt. De 15-jarige Anna Roskam schrijft haar tante een lange brief.

Op de dag van het uitbreken van de oorlog werd in de Dr. Hermanslaan Sjengske Gardeniers geboren herinnert Chelly zich. Zij vond het als jong meisje geweldig om met hem te spelen. Ze leerde hem ook Nederlandse woordjes, de familie Gardeniers sprak voornamelijk Limburgs. Vóór de oorlog telde Oss 460 Joodse inwoners die een intensief verenigingsleven onderhielden met een druk kerkbezoek. Bedrijven als Zwanenberg, Hartog, van den Bergh en Organon hadden allemaal Joodse oprichters. Volgens een opgave van de gemeente Oss aan de Duitse autoriteiten waren in de maand juni 1942 in Oss 364 personen als ‘Jood’ gekwalificeerd, aanwezig.

Dr. Hermanslaan 16 In de oorlog woont hier de familie Colthof die in 1942 gedeporteerd wordt naar Westerbork en van daaruit naar Auschwitz. Vader Aaron, koster bij de Israëlische gemeente in Oss brengt voor zijn vertrek de Torarollen uit de synagoge in veiligheid bij de familie van Zon, op nummer 18, waar ze de hele oorlog op zolder hebben gelegen.

Rachel, 6 jaar, met in haar armen Sjengske Gardeniers, Mei 1940

Op 28 augustus 1942 begonnen overal in Noord-Brabant de deportaties van grote groepen Joden. Op 2 oktober 1942 werden uit Oss enige tientallen Joodse burgers opgehaald. Dit waren vooral de vrouwen en kinderen van de mannen die al in juli naar werkkampen waren overgebracht. Zij werden verzameld in hotel Luyk tegenover het station en werden met BBA bussen naar Den Bosch gebracht. De buskosten bedroegen ƒ 120,30  in augustus en ƒ 180 in oktober wat de gemeente Oss heeft

75


76

betaald en later gedeclareerd bij de Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Amsterdam. De Duitsers hadden de vrouwen en kinderen een hereniging met hun man en vader in het vooruitzicht gesteld, om hen daarna in gezinsverband naar Polen te transporteren. De gezinshereniging was van korte duur. Onophoudelijk vertrokken er treinen, goederenwagons volgepakt met mensen, enkele reis naar een onbekende bestemming ergens in Oost-Europa. De weggevoerde mensen werden vanuit Den Bosch gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Van hieruit vertrok de trein naar vernietigingskampen als Sobibor en Auschwitz. Van de 252 uit Oss gedeporteerde Joden zijn er 6 levend teruggekeerd.9 Onder de 246 personen die in of op weg naar het concentratiekamp zijn overleden waren er 32 afkomstig uit onze straat. Zij bewoonden 9 van de in totaal 23 huizen, de nummers 1, 3, 4, 6, 7, 8, 16, 22 en 24. Tussen oktober 1942 en 9

G. Hes en J. Baden, Opdat zij niet vergeten worden, Oss 1993

Hoek Molenstraat / Boterstraat

september 1944 zijn zij opgepakt. Het moet wel een grote impact hebben gehad op de buurt. Letti Willemsen heeft ze zien gaan, het gezin van kistenfabrikant Meijer Hes van Dr. Hermanslaan 1. Vader, moeder en 2 kinderen. Ze vertrokken naar een werkkamp of zo. Je kon toch niets anders bedenken. “Morgen staan ze weer voor m’n deur, heb ik lang gedacht” zegt Guus Hes. 10 Hij was zoon van David Nathan Hes en woonde op nr. 6. Guus was lid van de 10 Toni Bouwman, In Oss is niks gebeurd, VARA Impact 1995

Joodsche Raad in de oorlog en heeft later in de onderduik de oorlog overleefd. Dit in tegenstelling tot zijn ouders en zusje Estella. Zij zijn gedeporteerd en vermoord. In de Vara documentaire loopt Guus Hes door

Winkel Klaphekkenstraat


de Dr. Hermanslaan en wijst de huizen aan. “Je kunt het toch niet geloven zo’n verhaal. Die mensen gingen toch allemaal weg, niet met het idee om daar vermoord te worden. Ja, we zullen het wel moeilijk krijgen, we zullen wel hard moeten werken, we zullen wel slecht te eten krijgen, maar we zullen in die kampen wel overleven ja. Zo gingen ze weg”. De Joodsche Raad waar Guus lid van was kon Johanna van ThijnGoldsmid van nr. 24 voor een jaar lang medicijnen meegeven.

Het verhaal van onze Joodse buurtgenoten Van alle gedeporteerde straatbewoners hebben wij kunnen achterhalen hoe hun leven is geëindigd. 11 11 Bron: Het Nederlands Rode Kruis afdeling Oorlogsnazorg

Dr. Hermanslaan 1, Gezin Meijer-Hes Meijer (1899) en zijn vrouw Truitje Parfumeur (1903) zijn met hun beide kinderen Louis (1928) en Rosemarie (1936) via KL Herzogenbusch (Kamp Vught) op transport gesteld. Truitje en de kinderen zijn op 8 juni 1943 gedeporteerd naar Sobibor en daar direct na aankomst vermoord. Meijer is nog een half jaar te werk gesteld in Arbeitslager Oud-Leusden, overgeplaatst naar de Panzergrenadierkaserne in Arnhem en via Westerbork op transport gezet naar Auschwitz waar hij direct na aankomst op 21 september 1943 is vermoord. Meijer’s naam komt voor op de lijst van ongeveer 2000 niet-opgeeiste verzekeringen, het resultaat van onderzoek in de archieven van verzekeraars. Na de oorlog zijn polissen van tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgde Joden hersteld. Verzekeringen waarvoor zich geen rechthebbenden hebben gemeld, zijn rond 1955 als ‘onbeheerde nalatenschappen’ overgedragen aan de Nederlandse Staat.

Dr. Hermanslaan 3, Johanna Geisel Johanna was in 1887 in Duitsland geboren. Zij had voor de oorlog gewerkt als coupeuse en was tijdens de oorlog werkzaam als ziekenverzorgster in rusthuis ‘Hannah” aan de Spoorlaan in Oss. Op 8 augustus 1944 is zij in Westerbork geregistreerd. 3 september werd zij gedeporteerd naar Auschwitz en daar op 6 september 1944 vermoord.

77


78

Dr. Hermanslaan 4, Gezin Izak Kleinkramer en Philip van Vriesland, en Johanna Rozenthal-Kahn Izak en Jetje Kleinkramer-Rozenthal woonden met hun kinderen Esther (1932) en Leonard (1938) samen met Johanna Rozenthal en Philip van Vriesland op nummer 4. Izak was opzichter van de slagerij van de UNOXfabrieken geweest. Hij was een vakbekwame slager en bovendien is genoteerd: “serieus en betrouwbaar, hoog ontwikkeld sociaal gevoel”. Hij had bij de Joodsche Raad functies als medewerker arbeidsbemiddeling, hulp aan vertrekkenden en als magazijnbeheerder. Op grond hiervan beschikte hij over een Sperre, een tijdelijk uitstel van deportatie, wat ook voor echtgenote en kinderen gold. Jetje was apothekersassistente en ook stenotypiste. Op 10 april 1943 is het hele gezin in Vught geregistreerd. Op 8 juni van dat jaar zijn Jetje en de beide kinderen via Westerbork gedeporteerd naar Sobibor. Direct na aankomst op 11 juni 1943 zijn zij daar vermoord. Izak is op 20 mei van Vught overgebracht naar Lager Oud-Leusden, toen naar de Panzergrenadierkaserne Arnhem, en op 10 oktober 1943 overgebracht naar Westerbork. Een dag later werd hij gedeporteerd naar Auschwitz en daar vermoedelijk geselecteerd voor dwangarbeid. Hij is uiterlijk op 31 maart 1944 in de omgeving van Auschwitz gestorven. Philip van Vriesland en Johanna Rozenthal-Kahn zijn eveneens in april in Vught geregistreerd. Ook zij zijn via kamp Westerbork in april resp. begin mei 1943 gedeporteerd naar Sobibor, en daar direct na aankomst vermoord.

Textielwinkel van Dijk: Hes - van Dijk

Dr. Hermanslaan 6, Gezin David Nathan Hes David Nathan (1883) was sinds 1933 voorzitter van de Nederlandse Israëlitische Gemeente te Oss. Voor de oorlog was hij ondernemer namelijk eigenaar van een handelszaak. Hij beschikte over een Sperre. Op 10 juli 1943 zijn David en Johanna (1892) in Westerbork geregistreerd, vermoedelijk gearresteerd vanuit een onderduiksituatie. Op 13 juli zijn beiden gedeporteerd naar Sobibor, waar zij direct na aankomst op 16 juli zijn vermoord. Estella Hes (1915) is tijdens de oorlog getrouwd, en toen verhuisd naar de Ridderstraat 27. Op 31 augustus 1942 is zij naar Auschwitz gedeporteerd en direct na aankomst op 3 september vermoord. Haar broer Guus heeft de oorlog overleefd.


Dr. Hermanslaan 7, Gezin Andriesse van der Giessen Henriëtte (1902) was weduwe en zij woonde met haar twee zonen en haar moeder, Sibille v.d. Giessen-Jansen (1858). Zij was hertrouwd met Levie de Beer (1882). Henriëtte, zoon Henri (1927) en echtgenoot Levie zijn op 29 augustus 1942 in Westerbork geregistreerd, op 31 augustus gedeporteerd naar Auschwitz en direct na aankomst op 3 september vermoord. Haar moeder Sibille is op 9/10 april 1943 geregistreerd in Westerbork waar zij werd opgenomen in de ziekenbarak. Op 13 april werd zij gedeporteerd naar Sobibor, waar zij direct na aankomst op 16 april is vermoord. Zoon Meyer (1925) werkte bij de Joodsche Raad in Amsterdam en hij beschikte daarom over een Sperre. Hij is op 25 mei 1943 in Westerbork geregistreerd en op 1 juni naar Sobibor gedeporteerd. Daar is hij direct na aankomst op 4 juni vermoord.

Dr. Hermanslaan 8, Gezin Alexander van Dijk Vader Alexander (1896) was kleermaker. Hij is op 2 oktober 1942 geregistreerd in Westerbork en gedeporteerd naar Auschwitz. Volgens een getuige is hij in het voorjaar van 1943 in een van de werkkampen rond Auschwitz aan uitputting overleden. Moeder Johanna de Haas (1899) en de kinderen Hannie (1934) en Jacob (1931) hebben de oorlog in onderduik overleefd. Sophie de Vries (10 06 1883) was ongehuwd en van beroep huishoudster. Op 29 augustus 1942 is zij in Westerbork geregistreerd en op 31 augustus gedeporteerd naar Auschwitz. Daar is zij direct na aankomst op 3 september 1942 vermoord.

Dr. Hermanslaan 16, Gezin Aaron Colthof Dr. Aaron (1874) was lid van de Israëlitische Gemeente en hij fungeerde als 2e voorganger en koster. Zijn geloofsovertuiging was Orthodox-Joods. Omdat hij als godsdienstonderwijzer werkte beschikte hij over een Sperre. Het bleek een tijdelijk uitstel van deportatie, want op 9 april 1943 werd hij alsnog overgebracht naar Lager Herzogenbusch (Kamp Vught). Op 11 mei volgde deportatie naar Sobibor en daar is hij meteen na aankomst vermoord. Zijn zus Cornelia (1878) werd op 20 april 1943 van Westerbork naar Sobibor gedeporteerd en direct na aankomst op 23 april vermoord. Dochter Ella (1909) was kraamverzorgster. Zij werkte voor de Joodsche Raad als assistente kraamverzorging. Over haar is vermeld: “Geschikt om met mensen om te gaan en actief en orthodox”. Op 6 mei 1943 is zij geregistreerd in Westerbork. Op 3 maart 1944 is zij gedeporteerd naar Auschwitz en direct na aankomst op 6 maart vermoord.

79


Dr. Hermanslaan 22, Gezin Arnold Andriesse Vader Arnold (1899) was vertegenwoordiger. Hij was getrouwd met Helena Andriesse-de Wolf (1902). Zij hadden 4 kinderen: Elisabeth (1930), Mathilde (1933), Henri (1938) en Irma (1941). Het hele gezin is op 9 oktober 1942 gedeporteerd naar Auschwitz en daar direct na aankomst vermoord.

80 Dr. Hermanslaan 24, Gezin Salomon Levie van Thijn Salomon Levie (1902) en zijn vrouw Johanna Goldsmid (1905) zijn op 9 april 1943 in kamp Vught geregistreerd. Op 15 november 1943 zijn zij gedeporteerd naar Auschwitz en daar vermoedelijk geselecteerd voor dwangarbeid. Salomon en Johanna zijn uiterlijk op 31 maart 1944 in de omgeving van Auschwitz gestorven.

In Oss werden 84 huizen van gedeporteerde Joden aan anderen vergeven. 12 Dat waren bijvoorbeeld Duitse gezinnen die in Duitsland vanwege de bombardementen hun huis hadden verloren. Er werden soms ook bewoonde huizen gevorderd. Dat was bijvoorbeeld het geval met een van de huizen van Willemsen aan het eind van de Dr. Hermanslaan. De bewoners die hun huis uit moesten zijn bij Letti thuis in de Booglaan ingetrokken. De familie van Dijk, die op nummer 9 woonde ontkwam aan deportatie. Chelly vertelt dat op aandringen van moeder het gezin ging onderduiken. Ze werden ondergebracht op verschillende adressen in Schaijk, Herpen, Lithoijen, Loosbroek en Vught. Chelly weet nog dat in Oss Cor van den Hurk, Huub Driessen en Louis Bourbon de voormannen waren van de ondergrondse. Het onderduiken was een angstige tijd.

12 F. J. M. van de Ven, Vierduizend jaar Oss, Berlicum 1975 p 103

Zodra iemand je herkende op het adres waar je geheim hoorde te verblijven moest je weer verkassen naar elders. Dat is Chelly een paar keer overkomen. Ze herinnert zich dat ze een keer tegen haar gastouders vertelde dat ze een vrouw uit de Osse buurt had gezien en haar gegroet. Nog diezelfde avond werd haar koffer gepakt en werd ze overgebracht naar een ander adres waar niemand haar kende. Rachel met een vriendinnetje voor haar ouderlijk huis begin jaren 50. Rechts hangt een bordje van Dijk Textielwaren.


Bevrijd en in de frontlinie Op dinsdag 19 september 1944 werd Oss bevrijd. In de dagen daarna werd op verschillende plekken in de stad nog hevig gevochten tussen Engelsen en Duitsers maar vanaf 25 september waren de Duitsers verdwenen. Vanaf dat moment lag de stad in de frontlinie. Over de Maas werd nog 9 maanden lang hevig gevochten, en vlogen de V1’s en granaten vooral ’s nachts deze kant uit. 9 maanden lang sliepen veel bewoners waaronder de familie Willemsen in de kelder. Maar alles went en zoals mensen zich door de eeuwen hebben moeten aanpassen aan de omstandigheden zo schikte de buurt zich ook in zijn lot.

19 september 1944: Leo v.d. Bergh / Collectie Stadsarchief Oss

Het klinkt misschien gek, zegt Letti, maar we hebben ook veel plezier gehad in deze tijd. We hadden twee evacués, twee meisjes uit de Betuwe die onder water was gezet. Het was vaak ook gewoon gezellig. “Het Noorden lijdt en het Zuiden vrijt” werd gezegd en zo was het ook. Goed, je zat met spertijd om 8 uur ’s avonds binnen, daarna was het aardedonker en hoorde je thuis te zijn. Maar bij volle maan, als het niet helemaal duister werd, werden er ook lezingen gehouden en muziekvoorstellingen.

81


Oss, donderdag 17 mei 1945 Lieve tante Nel,

82

Ik heb nu eens zin om een heel lange brief te schrijven over wat we allemaal hier meegemaakt hebben. Met de bevrijding van Oss te beginnen - Dat was in september 1944. Het was ’s middags 2 uur. Ik ging met mijn vriendin – Annie Wiggers – brood halen bij de bakker. We kwamen toen aan het praten over wat onze dromen waren, wat er nu eens zou moeten gebeuren. De afgelopen dagen, zondag, maandag en dinsdag kwamen er vele glijders en zware bommenwerpers (ik denk nu transportvliegtuigen) over Oss heen gevlogen. Erg laag, een fascinerend gezicht. Ze vervoerden militairen, kleine tanks, jeeps en ander oorlogsmaterieel. Ze vlogen van een uur of 3 ’s middags tot een uur of half zes ‘s avonds over. De zweefvliegtuigen (gliders) zaten met heel dikke kabels aan de vliegtuigen vast. Die kabels waren van kunstzijde gemaakt. Veel meisjes hier hebben zo’n stuk kabel gekregen, die haalden ze dan uit elkaar en van de draden breiden ze truitjes, vestjes of sokjes. Het gebeurde ook weleens dat de kabels doorbraken, dan daalde het zweefvliegtuig en sprongen de soldaten uit het vliegtuig. In het zweefvliegtuig zat het materieel en in het vliegtuig de manschappen. We kwamen juist langs een tuin met goudsbloemen en me al in gedachte wanende, dat we bevrijd waren, plukte ik een oranje bloem af en stak hem op mijn jurk. Tegen 3 uur waren we thuis. We zouden bij ons thuis achter op de plaats gaan monopoliën. Daarvoor haalden we de tafel en de stoelen uit de keuken. Juist stond alles buiten toen we hoorden roepen. “de Engelsen, de Engelsen komen eraan!”. Hoe kan dat nou”, riep ik, dat kon ik niet geloven, eerlijk waar ook hoor. En werkelijk, daar hoorden we duidelijk het afvuren van mitrailleurs en de moffen geboden alle mensen naar binnen te gaan. Ik werd toch wel een beetje bang, wat zou er nu gaan gebeuren? En weer begonnen ze te schieten, steeds harder en harder. Zwaar tankgeschut. Wat schoten ze toch hard! Waar zouden de Engelsen nu zijn? Zouden ze bij de Visserskerk aan ’t vechten zijn? Of zouden ze bij ons al voorbij zijn en bij ’t station aan het vechten zijn? Als ze bij ’t Station zijn, kunnen we beter in de gang plat op de grond gaan liggen.

Anna Roskam met haar zelfgemaakte tasje van viltachtige sloffen van een vliegenier uit de oorlog, 1946 / 1947


Na die tijd van carriers kwam weer een verschrikkelijke tijd van granaten, o, verschrikkelijk. Op een nacht was het niet om uit te houden. We sliepen in de achterkamer op de grond. Het begon ’s avonds om negen uur. Een verschrikkelijk harde klap, die vlak bij ons insloeg op de Burg. vd Elzenlaan. We vielen meteen plat op ons bed en zijn er niet meer vanaf gekomen tot de volgende morgen negen uur. ’t Was verschrikkelijk, de granaten -hele zware- floten af en aan. Eerst hoorde je in de verte twee doffe klappen en dan 6,7,8 á 9 tellen daarna hoorde je een vreselijk gefluit en dan de inslag. We waren allen vreselijk bang. De hele nacht hebben we het petroleumlampje met klein vlammetje laten branden. De granaten zijn rondom ons ingeslagen. Naast ons bij de fabriek van Van den Bergh. De scherven vlogen bij ons door het huis. Op de houtloods en in de Dr. Hermanslaan 26 een voltreffer in het keukenfornuis. En op het weiland achter de fabriek van Van den Bergh nog heel wat. Gelukkig is die nacht ook weer voorbij gegaan. Maar nu kwam het ergste. Je kon de granaten elk moment van de dag verwachten. ’t Was een keer de hele nacht rustig geweest en ’s morgens precies om half negen als ieder mens naar zijn werk toe gaat, vielen er weer granaten. Ze zijn toen allemaal op het station, de overweg en in de Molenstraat gevallen. Heel wat mensen gedood. Riek was toen in de Molenstraat (op weg naar ons) ze heeft toen gauw dekking gezocht. P.S. Nu moet ik U nog even wat vertellen. Op de dag van de algehele bevrijding van Nederland-5 mei 1945- hebben we met alle bewoners van het villapark, groot en klein, jong en oud een groot feest gevierd. De jongens waren huis aan huis geweest om verduisteringspapier op te halen, dat zouden we dan ’s avonds in de grote zandbak verbranden. ’s Avonds om tien uur, toen het donker was, werd het papier door mijnheer Borst aangestoken en allen begonnen toen te zingen en we dansten en sprongen rond het vuur. Toen we genoeg gezongen hadden, bleven we stilstaan en zongen allen plechtig het Wilhelmus. Daarna gingen de grote mensen naar huis, want het regende dat het goot. We bleven nog even rond het vuur springen en zingen en gingen toen in ene optocht met ene brandende fakkel en ene grote vlag voorop door het villapark. Het begon steeds harder en harder te regenen. Annie Wiggers had een paraplu bij zich, die stak ze maar op. Om elf uur gingen we doornat naar huis, maar we hadden toch een leuke avond gehad. 13 13 Brief van Anna Roskam 17 mei 1945

83


84

19 september 1944: Leo v.d. Bergh / Collectie Stadsarchief Oss

Na de oorlog keerde de familie van Dijk terug naar hun woning op nummer 9 waar in de oorlog NSB’ers hadden gewoond. Ze probeerden de draad op te pakken en dat was niet gemakkelijk. Natuurlijk, de handen moesten uit de mouwen voor de wederopbouw, niet zeuren, want het was toch allemaal achter de rug, maar aan de andere kant was er ook zo verschrikkelijk veel gebeurd en was er zoveel verloren.

Chelly besefte dat zij het enige Joodse meisje was van haar leeftijd in haar kennissenkring dat de oorlog overleefd had. In de onderduik-periode had ze een leerachterstand opgelopen en ze moest bijles. In de straat woonden allemaal andere families in de huizen die eerst door Joodse burgers waren bewoond. Het leven ging door.

19 september 1944: Leo v.d. Bergh / Collectie Stadsarchief Oss

Vader die zijn beide broers had verloren begon in zijn eentje een textielhandel en hij trok er met de fiets op uit om bij de boeren te kopen en te verkopen. Hij werd waarnemer om de Joodse diensten te leiden. Er waren tenslotte nog maar zo weinig Joden en er was geen echte voorganger meer voor handen. De diensten vonden plaats in een huis bij de synagoge in de Koornstraat waarvan het interieur in de oorlog verwoest was. Nederland was vrij en herpakte zich.


September 1944: Leo v.d. Bergh / Collectie Stadsarchief Oss

Chelly bleef tot 1951 in Oss wonen. Ze trok op met Gereformeerde en Katholieke vriendinnetjes en vertelt dat het niet uitmaakte tot welk geloof de een of de ander behoorde. Ze noemt een tolerante woonsfeer, er waren verschillen maar dat was geen belemmering. Zij was als enig Joods meisje op zaterdag vrij, maar de Katholieken hadden weer hun feestdagen en processies waar zij en haar Gereformeerde vriendin de ogen uitkeken.

Na haar schooltijd op Regina Mundi wilde Chelly de verpleging in. Haar orthodoxe ouders zagen haar graag opgeleid en werkzaam in een Joods ziekenhuis en daarom verhuisde ze naar Amsterdam. De ouders hebben nog tot 1963 in de Dr. Hermanslaan gewoond. Toen emigreerden zij naar IsraĂŤl, waar Izaac zich al jaren eerder had gevestigd in een kibboets. En Chelly had steeds minder redenen om naar Oss te komen en de straat van haar jeugd te bezoeken.

21 september 1944: Leo v.d. Bergh / Collectie Stadsarchief Oss

85


Bewoners nr. 26 LĂŠon en Trees Loeffen-Jansen Jeroen, Mark en Imke wonen er vanaf 2011

86

Anno 2011


‘Allebei zijn we in Oss opgegroeid, zelfs in deze omgeving. Voor ons was de Dr. Hermanslaan al een bekende straat, waar de één als kind speelde en de ander de tennisbaan bezocht, een bijzonder stukje Oss. Op een gegeven moment sla je toch je vleugels uit, en landt uiteindelijk, na wat omzwervingen in het dorpje Zeeland. Hier zijn onze 3 kinderen opgegroeid, Jeroen en Mark (1986) en Imke (1990).

Door de jaren heen bleef de binding met Oss heel sterk, onze ouders en de meeste van onze vrienden wonen of woonden er. Vaak waren we in de weekenden toch weer hier te vinden. Het moment dat alledrie de kinderen in Nijmegen op kamers gingen tijdens hun studie, was voor ons het tijdstip om weer ‘in onze buurt’ rond te kijken naar een van die karakteristieke huizen in deze omgeving.

Toen dan ook nr. 26 te koop kwam, hebben we de knoop doorgehakt. Inmiddels voelen we ons hier al weer helemaal thuis en voelt de straat als een warme deken. Op dit moment zijn we volop bezig om de woning aan te passen aan deze tijd, uiteraard met behoud en herstel van de prachtige stijl die zo kenmerkend is voor ‘het mooiste straatje van Oss’.’

87


Bewoners nr. 28 Dennis Snoeks Joyce Ruys Sam en Cas

wonen er vanaf 1997

88

Anno 2009


89 ‘Na een aantal jaren in Utrecht gewoond te hebben is onze liefde voor oude huizen ontstaan. Nadat we een collega van Dennis (Thilly) na een schoolfeest thuis hadden afgezet, in de Dr. Hermanslaan, zijn wij samen nog even door deze straat gereden. Vol verbazing hebben we rondgekeken, zo’n mooie straat in Oss!!

Als je hier zou wonen moet je wel heel gelukkig zijn, zeiden we toen. Ongeveer 1 maand later stond nr. 28 te koop, en is het ons dus nog gelukt ook! In 2005 hebben we samen met Jos en Thilly het 1e straatfeest georganiseerd. Daarna volgden nog vele andere feestjes.

Favoriete plek: het oude bediendenkamertje van vroeger, wat wij “Het Torenkamertje” noemen. Dit is het enige lage kamertje van het huis, met veel raampjes. Erg knus!’


Bewoners nr. 30 Antoon en Lily van Gendt wonen er vanaf 1960

90

Anno 2009


‘Wij vinden het hier gezellig en rustig en ook nog dicht bij het Osse centrum en station. We wonen hier inmiddels al 49 jaar met veel plezier en hebben in die tijd al veel mensen zien komen en gaan. Ook onze kinderen komen hier nog graag langs. De band tussen de bewoners in de straat is hecht te noemen en zowel jong als oud zijn als het ware één familie.

Favoriete plek: Ik ben vaak te vinden in onze diepe tuin, waar ik mijn vogels houd. In het “bodekamertje” hebben we een computer staan waarop mijn vrouw en ik oefenen voor de bridgetoernooien. Dit is het oude bediendenkamertje van vroeger, wat wij “Het Torenkamertje” noemen. Dit “torenkamertje” blijft tot de verbeelding spreken en mede door de vele ramen is het hier goed toeven.’

91


Bewoners nr. 32 Adrie Everaers Toos Maat Kelly

wonen er vanaf 1984

92

Anno 2009


93 ‘Adrie heeft dit huis destijds gekocht omdat hij het een mooi en degelijk gebouwd huis vond. Aanvankelijk wilde hij het huis op nummer 6 kopen maar na lange onderhandelingen bleef de koop steken. Kort daarna heeft hij binnen een dag nummer 32 kunnen kopen.

Favoriete plek: de woonkamer in de zomer, omdat je daar een geheel groen uitzicht hebt.’


De straat

Hoofdstuk 6

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

Voor de tweede wereldoorlog

94 De jaren van verzuiling

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Vier kinderen uit de jaren 50 halen jeugdherinneringen op en construeren een lijst van namen van bewoners. Het Bergossterrein biedt uitstekende speelgelegenheid en een heuse tennisbaan waarvan de hele straat gebruik mag maken.

Harold van Berkel met step in de tuin Dr. Hermanslaan 16 (1954), rechts Harold op slee

95

Kinderen van de jaren 50 Van de bewoners voor de jaren 50 hebben we weinig gegevens gevonden, behalve van de Joodse buurtgenoten die zijn weggevoerd. Dit komt omdat de huizen oorspronkelijk huurwoningen waren, waardoor bij het kadaster wel de eigenaren maar niet de huurders bekend zijn. Na 1950 werden de huizen ook te koop aangeboden en geleidelijk aan kwamen ze allemaal in particuliere handen.

Enkele kinderen die in de 50er jaren opgroeiden in onze straat hebben we uitgebreid kunnen interviewen en op hun herinneringen is het sfeerbeeld van de jaren 50 en 60 grotendeels gebaseerd.


Foto´s van de familie van Berkel

96

In 1949 kwam de familie van der Sommen, ouders en 3 jonge kinderen, wonen op nr. 6. Gert en zijn broer Tom herinneren zich de straat van hun jeugd als een gegoede buurt. Ze waren zich ervan bewust dat ze in een ‘chique’ straat woonden. Hun ouders konden kiezen uit 2 woningen die Philips, het bedrijf waar hun vader werkzaam was, bezat en zij kozen

nr. 6 vanwege de grote tuin. Op nr. 16 kwam in 1952 de familie van Berkel wonen. Ook vader van Berkel was werkzaam bij Philips, van wie hij het huis kocht. Philips wierf hoger personeel uit het hele land, waarbij vooral interesse uitging naar gezinnen met grote kinderen die na enkele jaren ook wellicht gemotiveerd zouden kunnen worden voor een baan bij meneer Frits. Van Berkel was na de tweede wereldoorlog naar Engeland uitgezonden om in het kader van de wederopbouw daar een opleiding te volgen. Hij trouwde er een Engelse vrouw, met wie hij zich in Oss vestigde en met wie hij 4

kinderen kreeg. Sheila, geboren in 1951 groeide op in deze straat tot 1966 toen het gezin verhuisde. In het huis ernaast, op nr. 14 kwam de familie van Ooij in 1954 te wonen. Joop van Ooij, toen 7 jaar vertelt over een rustige straat, waar net zoals nu alleen mensen kwamen die er moesten wezen. Joop herinnert zich een groene, romantische straat met hoge bomen (esdoorns) die de straat een karakteristiek uiterlijk gaven. Sheila weet nog dat de grote bomen gerooid werden omdat ze teveel licht zouden wegnemen, een beslissing waarmee niet iedereen gelukkig was. De aparte blauwe klinkers doorstonden evenmin de tand des tijds en zijn uiteindelijk vervangen door no nonsens asfalt. Anny Keuning kwam met haar ouders, broer en zus in 1956 op nummer 24 te wonen. Anny vertelt dat ze het helemaal niet prettig vond om uit Heesch waar ze al haar vriendinnen had te vertrekken. Enig voordeel was dat ze nu vlak bij het belastingkantoor in de Dr. van de Steenlaan woonde, want daar werkte ze.


De grote kinderen van Keuning hadden niet veel aansluiting bij de veel jongere andere kinderen in de straat. Anny herinnert zich dat haar moeder wel regelmatig koffievisites had met de dames van Ooij, van Ballegooij en van Zon. Ze hadden een mooi huis gekocht maar er moest veel aan gedaan worden. Vader Keuning bouwde zelf boven een douche, en tot op de dag van vandaag is deze nog op dezelfde plek in het huis gesitueerd. Prettige huizen, daarover was iedereen het eens en meteen wordt de kamer-en-suite genoemd. Toen later in de jaren 70 de doorzonkamers in de mode waren werd in een aantal huizen de toog die voor- en achterkamer scheidde ‘uitgebroken’. Zo ook op nr 24 waar Anny voor de tweede keer in haar leven kwam te wonen, nu met echtgenoot Piet. De tuindeuren die aan vervanging toe waren vervingen ze door grote ramen, maar na het jaar 2000 hebben ze de achterpui met tuindeuren weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Het is nu een

lievelingsplek in huis. Martien en Marietje de Nijs kwamen in 1958 in de straat wonen, op een steenworp afstand van hun winkel in fietsen en huishoudelijke artikelen aan de Berghemseweg. Hun huis op nr. 3 was een echte opknapper. Er lag nog gasverlichting en in plaats van een badkamer was er boven een kleine wastafel. De groene houten hekken aan de straat waren

verveloos en vervallen. Martien en Marietje weten nog dat er twee autobezitters in de straat woonden; de familie Elekan en Jansen van de Grinten. Ze hebben hier altijd met plezier gewoond, hoewel hun kinderen die geboren werden in ’61 en ’64 niet veel leeftijdgenootjes in de straat hadden. Ze hadden ook prima buren, mevrouw Elekan op nr 1 en de familie Ottevanger op 5.

Joop van Ooij

97


98

Martien is zelfs op één avond tot twee keer toe door een klein raampje naar binnen gekropen omdat de buurvrouw zich –ook twee keer op één avond- had buitengesloten. Ontwerp en bouw zijn vaak geroemd, maar er waren ook wat minpuntjes. De ankerloze spouwmuren tussen de woningen zijn bijvoorbeeld niet helemaal tot aan de zoldering opgetrokken, waarmee de geluidsisolatie voor een belangrijk deel teniet wordt gedaan. En hoe stevig was de vloer eigenlijk? In het huis van van Berkel zakte de zware piano in de voorkamer door de houten vloer, wat gelukkig door opa kon worden gerepareerd. Er was boven geen verwarming en de badkamers die in de tekeningen wel waren opgenomen moesten nog worden aangelegd. Maar er waren ook weer die leuke balkonnetjes waarmee de huizen zo’n alleraardigst cachet kregen. Noemde Jeanet Doornhein een ’radiokamer’ als slaapkamer met een bijzondere bestemming, bij Sheila van Berkel op nummer 16 was één kamer ingericht als volière.

De vier kinderen van toen herinneren zich de volgende families, die in deze jaren hier woonachtig waren: 1

Fam. Falke, hoofd van een afdeling van Bergoss, daarna Elekan veeinkoper voor Zwanenberg 2 Fam. Bergevoet, hoofd bewaking van Bergoss, daarna Emans, daarna de Nijs 4 Fam. Veltman (gemeenteambtenaar) en later Wittenberg 5 Fam. Ottevanger, Organon 6 Fam. van der Sommen, ingenieur Philips 7 Fam. Buijs, later van Son 8 Fam. de Bruijn (ingenieur Philips) en toen van der Gaag 9 Fam. van Dijk, en toen van Son 10 Fam. Rutten, mevrouw was dochter van burgemeester van den Elzen 12 Fam. Lambooij, mevrouw was dochter van burgemeester van den Elzen 14 Fam. van Ooij -de Graaf 16 Fam. Smits en later van Berkel 18 Fam. van Zon- van Eeuwijk, gemeenteambtenaar 20 Fam. van Ewijk, adjudant bij de gemeentepolitie, later Bergevoets 22 Fam. van Geenen, afdelingshoofd gasfabriek 24 Fam. Leenhouwers, later Keuning, belastinginspecteur 26 Fam. Gardeniers, werkzaam bij Hartog 28 Fam. van Lier, later van de Velden 30 Fam. van Ballegooij, boekhouder, later van Gendt 32 Fam. Jansen van der Grinten en daarna Wolkenfeld, vertegenwoordiger 34 Fam. Leo Rücker, afdelingschef Bergoss 36 Fam. Hartkamp, daarna van de Bergh en daarna Leget, werkzaam bij Organon


Er woonden relatief veel oude mensen, vooral aan de kant van de Booglaan maar het merendeel bestond uit jonge gezinnen die met elkaar optrokken. De stille straat was een uitgelezen speelterrein voor de jeugd. In de jaren 50 was het autoverkeer nog erg beperkt. Vader van Berkel was een van de eerste buurtbewoners met een wagen voor de deur. Sheila noemt zo een aantal kinderen op met wie zij speelde; Bertje Elekan, Marga, Elmy en Leonore Rücker, Marian en Annemarie van Ooij, Ankie Jansen, Ria van Ballegooij, Paul van Lier en de meisjes van Ewijk. Op de hoek bij de Goudmijnstraat lag een veldje waar je kon voetballen en hutten bouwen. Voor dat laatste was ook het Bergossterrein uitermate geschikt, illegaal te bereiken via de brandgangen achter de huizen met de even nummers. Zoals in veel buurten hadden de kinderen uit de Hermanslaan ook hun ‘natuurlijke vijanden’ en dat was de jeugd uit de Doelenstraat waarmee menige competentiestrijd werd uitgevochten. Bij het

99 Mies van Ooij-de Graaf met een buurmeisje

jonge volk van de Doelenstraat hoorde die van Snel Peperkoek, een naam om rekening mee te houden in het toenmalige Oss. Sheila, Joop, Tom en Gert waren zich ervan bewust in een ’goede’ straat te wonen. Na de Berghemseweg en de Burgemeester van den Elzenlaan begon de hei en daar woonden de gewone mensen. De kleine kinderen mochten van hun ouders daar niet komen.

Het was de tijd van de opmars van filmindustrie en later de tv. In parochiehuizen en bioscopen werden Engelse en Amerikaanse rolprenten vertoond en ook thuis werden smalbeeldfilms gedraaid. In het schuurtje van nr. 18, bij de familie van Zon, werden voor de jeugd films gedraaid van beroemde komieken zoals Charlie Chaplin, Harold Lloyd en Buster Keaton, dat waren bijzondere uurtjes.


De grotere kinderen en de volwassenen konden gebruik maken van de tennisbaan van Bergoss. Deze baan was in 1947 geopend en bedoeld voor het eigen personeel. Dit in navolging van Hartog en Organon die ook sportfaciliteiten voor hun werknemers hadden opgezet. Cees

Pijnenburg was toen werkzaam bij de afdeling bevolking van de gemeente Oss. Hij herinnert zich dat eigenaar van den Bergh na de oorlog uit de Verenigde Staten terug kwam en op de gemeente een aanvraag voor de aanleg van een tennisbaan kwam indienen. Cees, die zo graag wilde tennissen

100

Tweede van links Ankie Jansen, in het midden Joop van Ooij, rechts Cees Pijnenburg

maar als ambtenaar geen werkgever had die hierin voorzag, trok de stoute schoenen aan en vroeg om bij Bergoss te mogen spelen. Toen op 1 april 1947 fabrikant Bram van den Bergh zijn baan opende trad Cees Pijnenburg toe als eerste ‘buitenlid’. Tennisvereniging Bergoss heeft hier veel plezier van gehad, want tot 1979 is Cees actief geweest als secretaris van het bestuur. Later konden ook bewoners van de Dr. Hermanslaan tennissen bij Bergoss, b.v. de zusjes Ruttenvan den Elzen en Lambooij-van den Elzen waren er regelmatig te vinden. Ook de kinderen uit de jaren vijftig speelden nu partijtjes en namen zelfs deel aan toernooitjes. Ankie Jansen werd lid


Hondenkennel bij familie Jansen op nr. 32 Kinderen van Berkel in bad bij de achtergevel van Dr. Hermanslaan nr. 16

101

toen ze 11 was. Ze bleek een jong talentje want drie keer achter elkaar werd ze clubkampioen. Ze herinnert zich dat mevrouw van Ooij van nummer 14 de buurtgenoten die aan het tennissen waren van koffie kwam voorzien. De baan was toegankelijk via een poortje op het einde van de brandgang tussen de nummers 16 en 18. De sleutel van het poortje hing bij van Berkel op nummer 16. Groundsman Rooks hield de

banen schoon en een oogje in het zeil. Sheila herinnert zich ’s avonds als ze in bed lag tot laat in de avond het geluid van de ballen die plok-plok-plok over en weer gingen. De kinderen van van Berkel werden ’s avonds nooit alleen gelaten, maar als vader en moeder gingen tennissen werd hiervoor een uitzondering gemaakt. Dat gaf ook niet want je voelde je veilig met het geruststellende geluid

van de tennisballen en af en toe een bescheiden kreet van vreugde of teleurstelling in de avondstilte. De Tennisvereniging Bergoss deed vanaf 1949 regelmatig mee aan open kampioenschappen. In 1967 verdween de tennisbaan en de vereniging ging onder de naam Helios als vrij toegankelijke tennisclub verder. Cees Pijnenburg verhuisde als bestuurslid mee en is nog steeds actief lid.


Verschillende geloofsovertuigingen

102

In 1947 was nog 94,7% van de Osse bevolking Katholiek en ook de Dr. Hermanslaan was een ‘Katholieke straat’. Er woonden echter ook burgers van Protestantse en Joodse huize en zelfs mensen die ‘niks’ waren, zoals de familie Ottevanger. De broertjes van der Sommen herinneren zich dat de bewoners van verschillende pluimage geïntegreerd en tolerant samenleefden, wat in deze tijd opmerkelijk mag worden genoemd. Zij kwamen bij elkaar en in elkaars godshuizen over de vloer. Als de familie van Dijk voor het Joodse Loofhuttenfeest een heuse bladerenhut bouwde gingen de buurtkinderen op bezoek om deze te bekijken. Toen op de hoek van de burgemeester van den Elzenlaan het Protestantse kerkje werd geopend waren de bewoners van de straat van de partij voor de feestelijke in gebruik name. Ook Sheila van Berkel herinnert zich de verschillende ‘soorten’ mensen uit die

tijd. Die van Ottevanger waren ‘anders’ weet ze, maar ze heeft nooit geweten dat dit misschien door hun onkerkelijkheid zo werd ervaren. De Engelse moeder van Sheila was Anglicaans en ook dat heeft haar acceptatie in de buurt nooit in de weg gestaan. Goed, je wist wel wie er Katholiek of niet waren, maar het had geen gevolgen voor de omgang met elkaar. De dames Rutten en Lambooij van respectievelijk nr. 10 en 12 waren de dochters van Burgemeester van den Elzen, naar wie de volgende straat in het villapark was genoemd. Het

verhaal gaat dat er een doorgang bestond tussen beide huizen, waardoor de zussen, beiden weduwe, binnendoor bij elkaar op bezoek konden gaan. Bij de familie Jansen op nummer 32 was een hondenkennel gevestigd met Engelse bulldogs, geen gewone honden maar dieren die op internationale kampioenschappen prijzen in de wacht sleepten. Joop van Ooij herinnert zich het geblaf en dat het er altijd naar hond rook, maar niet dat hierdoor door de andere bewoners overlast werd ervaren.


Leven en laten leven, maar wel met het burgermans fatsoen hoog in het vaandel. De kinderen van toen noemen hun jeugd er harmonieus, alles leek in evenwicht. Buurtbewoners gingen op een aangename manier met elkaar om en er waren geen conflicten. In deze ontspannen woonsfeer was het ook geaccepteerd dat de volwassenen elkaars kinderen aanspraken op hun gedrag in de openbare ruimte. Het was gebruikelijk dat na de hoogmis op zondag de notabelen van de stad bij elkaar kwamen

om onder het genot van een mooi glas cognac en een goede sigaar nieuws en noden te bespreken van de burgerij. Bij deze groep hoorden burgemeester Deelen, dominee Hoek, pastoor Visser, notaris Esser en bewoners uit de Dr. Hermanslaan, waar regelmatig dit onderonsje plaats vond. Hier werd besproken en besloten welke families

financieel werden ondersteund en aan welke jongens uit gewone burgermansgezinnen een studiebeurs zou worden verstrekt zodat zij konden studeren. Gert van der Sommen herinnert zich de draai om zijn oren van zijn moeder als hij in de gang had staan meeluisteren, en dat het gesprek soms in het Frans werd voortgezet als de onderwerpen precair werden.

103

Buurten voor nr. 18 van links naar rechts Dina van Zon, Jasna Madjerek, later getrouwd met Piet van Zon en Wim van Zon

Voorbereiding van fietsvakantie: het huis van de familie v. Ooij (nr. 14) met daarop van links naar rechts, Piet v. Zon, Jos v. Ooij, Mies v. Ooij-de Graaf, Annemarie v. Ooij en Piet Jansen


Bewoners nr 34 Jos Rücker – van den Bergh Elmy Rücker wonen er vanaf 1958

104

Anno 2009


105 Jos: ‘We waren op dat moment de jongste bewoners van de straat. De straat was en is nog steeds een straat met een geheel eigen karakter. Geen uniformiteit, wel een gemeenschappelijke levenshouding. Alle bewoners staan klaar om waar nodig en mogelijk de ander te helpen, lief en leed met elkaar te delen. In de loop der jaren verjongt de straat. Kinderwagens en spelende

kinderen maken deel uit van het straatbeeld. Buurtinitiatieven als straatfeest, barbecue maar ook initiatieven om in besluitvormingsprocessen als straat aanwezig te zijn worden georganiseerd. De levenshouding van bewoners is in alle jaren dezelfde gebleven: positieve belangstelling voor elkaar met respect voor de ruimte die ieder aangeeft voor zichzelf te willen houden.’

Jos RĂźcker - van den Bergh is op 15 oktober 2009 overleden.


Bewoner nr. 36 Mevrouw Leget

woont er vanaf 1962

106

Anno 2009


Favoriete plek: mijn stoel in de voorkamer waar ik goed zicht naar buiten heb. Daar zit ik tussen alles wat me dierbaar is mijn leven te overdenken. Ik geniet van de kinderen die langskomen en nog een heel leven voor zich hebben.’ ‘Ik kom uit Haarlem en ben geboren in 1926. Mijn inmiddels overleden man kwam uit Amsterdam. Hij was biochemicus en het Mekka van de biochemie was Organon Oss. Dus vertrokken wij naar Oss. We gingen wonen in de Klingenstraat.

Ik wandelde vaak door de Burgemeester van den Elzenlaan en keek altijd naar Dr. Hermanslaan nr. 36. Het was mijn droomhuis, vooroorlogs met erker, veel glas in lood en schuifdeuren. In 1961 kwam het te koop. Wij zijn er in 1962 ingetrokken.

107


De straat

Hoofdstuk 7

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

108

Voor de tweede wereldoorlog

De jaren 60

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Als in heel Nederland wordt gemorreld aan de poten van de gevestigde orde, laten ook in Oss de jongeren van zich horen.Vanuit het ‘aksiesentrum’ op Dr. Hermanslaan 16 wordt de Osse politiek aangevallen op haar mankerend jongerenbeleid. En een gehuwde priester moet Oss verlaten. Protestmars van jongeren tegen sluiting van het onmoetingscentrum “De Oude Mol” aan de Molenstraat in Oss

In 1960 kwamen Lily en Antoon van Gendt op nummer 30 te wonen. Zij woonden eerst op de Eikenboomgaard en “ruilden” van woning met de ouders van Lily. Die hadden hun café op de Heuvel van de hand gedaan en een huis gekocht in de Dr. Hermanslaan. De straat stond bekend als een rustige omgeving, bij nader inzien een beetje te rustig naar de zin van Lily’s ouders.

Dochter Lily kon moeilijk aan de drukke Eikenboomgaard wennen, dus woningruil als oplossing lag voor de hand: ‘We waren hier vanaf het begin meteen gewend’ Antoon en Lily. ‘Ja, dit paste ons beter, dit was “ons”straatje’, hier zouden onze kinderen in een rustige leefomgeving kunnen opgroeien’.

Aan de overkant, schuin tegenover hun huis ging op 29 juli 1965 nummer 7 in de openbare verkoop. Dit huis was gebouwd in opdracht van Max Andriesse, de steen in het portiek herinnert aan 18 09 26. Zijn vrouw Henriette bleef als jonge weduwe achter met twee zonen. Uit gegevens blijkt dat zij ten tijde van de tweede wereldoorlog getrouwd was met Levie de Beer. Henriette is met man en zonen gedeporteerd en omgebracht. De huidige bewoners van nr 7, Henk en Gea Visscher hebben nog een oude acte uit 1965. In café Kocken op de Heuvel blijkt het pand openbaar geveild. Aan de openbare verkoop met het bijbehorende hogen ging een procedure vooraf waarin de rechtmatige erfgenamen bij volmacht de opdracht tot de veiling verstrekten. Naast “vijfentachting anderen” wordt Maurits Andriesse, erfgenaam van Max en Henriette van de Giessen met naam genoemd. De anderen zijn waarschijnlijk de familieleden van Max Andriesse, Henriette van de Giessen en Levie de Beer die de oorlog hadden overleefd. Het huis ging van de hand voor ƒ 32.500,- en werd verworven door de heer A. van de Wetering, leraar van beroep. Als getuigen traden tijdens de verkoop kandidaat-notaris Smeets en café-eigenaar Kocken op.

109


Oprichting JAC

110

“In 1968 verhuist kapelaan Henk van Hedel vanuit de pastorie in de Krinkelhoek naar het centrum. Op de Dr. Hermanslaan 16 huurt hij een keurig herenhuis: “Ik wou daar mijn eigen ideeën kunnen verwezenlijken: een open huis voor alle jongeren van de stad, dus niet alleen de werkende. Er moesten activiteiten opgezet kunnen worden maar ik wou er ook jongeren op kunnen vangen die problemen hadden. We noemden dat het JAS, het Jongeren Advies Sentrum. Er werden toen overal

in het land bureaus van JAC en Release opgezet. Ik heb ook meermalen moeten zorgen voor geheime opvangadressen van kinderen die thuis waren weggelopen. De ouders kwamen dan niet te weten waar hun kind was ondergebracht. Dat was erg ingrijpend en ik denk dat sommige pastoors in de stad

met argusogen hebben gekeken naar wat ik allemaal aan het doen was. Maar wij vonden dat de bestaande verhoudingen niet meer vanzelfsprekend waren en wij durfden partij te kiezen voor zo’n jongere.”14 Kapelaan van Hedel kreeg al snel een aantal jongeren om zich heen, waaronder Wim Dijkstra, student Theologie en secretaris van de zojuist opgerichte Osse afdeling van de PPR. Wim had een Sjaloomgroep opgericht 14 Kees Slager, Het geheim van Oss 2001 p 50


en die vestigde zich ook op Dr. Hermanslaan 16, wat omgedoopt werd tot het Vredesbureau. Op de bovenverdieping huisde de redactie met schrijfmachines en een heuse stencilmachine Ook Jan Marijnissen ontdekte de mogelijkheden van het Vredesbureau. Het stond vlakbij zijn huis, om de hoek in de Goudmijnstraat. Hij leerde er stencilen en werkte o.a. mee aan de uitgave van de KOE, Krities Onafhankelijk Experimenteel, undergroundblad van Oss. Het Vredesbureau / JAS trok veel bezoekers, zozeer zelfs dat de woonruimte van Henk van Hedel in het geding kwam. Samen met Wim Dijkstra en Klazien Zwanenberg kocht Henk toen het huis ernaast, nr. 14. Vanuit het Vredesbureau wordt de Vredesweek 1969 georganiseerd en in oktober Kokteel ID3, “een tiendaagse happening voor jongeren over politiek, oecumene en voorlichting over drugs. Volgens kapelaan van Hedel is het bedoeld om álle jongeren

van de stad dichter bij elkaar te brengen.15 Er komen meer dan 1000 jongeren op af. Met een ingezonden brief in het Brabants Dagblad opent Wim Dijkstra de aanval op het mankerend jongerenbeleid van de gemeente. In andere ingezonden brieven wordt duidelijk dat het steeds meer gaat rommelen in de stad en de kritiek op de bestuurders groeit. Er wordt stemming gemaakt tegen de nieuwlichterij vanuit de Dr. Hermanslaan: “Sinds de Vredesweek en Kokteel zijn onze kinderen opstandig”, “De Osse jeugd gebruikt drugs”

en “Een open huis zal leiden tot seksuele uitspattingen”16 Cees Pijnenburg herinnert zich dat de buurtbewoners vreemd aankeken tegen de protesterende jongeren van nr. 16. Ze werden gezien als rebellen die dan wel goede bedoelingen konden hebben, maar met methoden die op zijn minst aanvechtbaar waren. Maar hij benadrukt dat in de buurt tolerantie, leven en laten leven hoog in het vaandel stond.

15 Kees Slager, Het geheim van Oss 2001 p 53

16 Kees Slager, Het geheim van Oss 2001 p 55

111


112

In 1969 was ook de familie van der Gaag in de Hermanslaan komen wonen. Heleen van nr. 10 weet nog dat ze de bezoekers van nr. 16 maar raar volk vond, een losgeslagen zootje en er gingen verhalen over drugs. Toen Heleen te maken kreeg met een van de vrijwilligsters, Klazien Zwanenberg veranderde haar beeld en zag ze het veelbesproken huis meer als een sociaal opvangadres. Maar het bleef uit de toon vallen, nr. 16 werd niet echt bewoond, er gingen wel mensen naar binnen en buiten, maar het was geen gewone eengezinswoning.

De gemeenteraadsverkiezingen van juni 1970 waren voor Wim Dijkstra aanleiding om de Voorkeurs Kies Vereniging op te richten. Zij legde aan alle kandidaatsraadsleden een vragenlijst voor en met de antwoorden werd een politieke consumentenlijst samengesteld. De conclusie van de VKV was dat er amper acceptabele kandidaten waren. Meteen na de verkiezingen haalde de gevestigde orde haar gram door kapelaan van Hedel het werken in de stad verder


Daarom moest Barbertje nu hangen.17 Henk trouwde in Nijmegen en accepteerde een baan in contreien waar de mentaliteit minder bekrompen was en hij als “gevallen priester” aan een nieuwe broodwinning kon komen. 17 Kees Slager, Het geheim van Oss 2001 p 63

onmogelijk te maken. Henk had trouwplannen en van het bisdom dispensatie gekregen van zijn celibaatplicht. Hierop liet zijn schoolbestuur hem weten dat hij in het nieuwe schooljaar niet meer welkom was als leraar op de huishoudschool. “In het schoolbestuur zitten behoudende Katholieke krachten. Zij huiverden bij de gedachte dat een getrouwde priester les gaat geven aan de arbeidersmeisjes, die zij tot gezagsgetrouwe Katholieken wensen op te doen voeden. Maar de vele schrijvers van ingezonden brieven in het Brabants Dagblad vermoeden een dubbele agenda bij het schoolbestuur: de kapelaan deed aan politiek en maakte het de stadsbestuurders lastig.

Hoewel het huis nu een normale woonbestemming kreeg blijft het adres circuleren in allerlei adressenbestanden. Nog eind jaren 70 werd het adres Dr. Hermanslaan 16 Oss genoemd in het radioprogramma Germaine sans gêne (Germaine Groenier bij de VPRO) als adres waar condooms te koop waren.

113


Bewoners nr. 1 Marc van Aar Corlien van Dam Fien en Bram

wonen er vanaf 2005

114

Anno 2009


Vorige bewoners hebben onder de vloer een kistje gevonden met spullen van eerdere (Joodse) bewoners. O.a een blauwdruk van het huis. Die hebben wij gekregen en die hangt nu in de gang.’

‘We fietsten langs het huis in de Dr. Hermanslaan dat vrienden van ons net hadden gekocht. Toen zagen we dat nummer 1 te koop stond. Twee dagen later zijn we gaan kijken en we hebben het diezelfde avond gekocht! We vinden de Dr. Hermanslaan de mooiste straat van Oss en het ligt vlakbij het centrum en het station, wat wil je nog meer?

115


Bewoners nr. 3 Martien en Marietje de Nijs wonen er vanaf 1958

116

Anno 2009


117

‘Wij zochten een huis en dit stond te koop eind jaren vijftig. We wilden graag dicht bij onze fietsenzaak aan de Berghemseweg wonen. De straat was in die tijd aardig verouderd, de groene houten tuinhekken waren verveloos en vervallen. Toen we ons huis kochten zat er

geen verwarming in, er was geen bad of douche en we hadden geen warm water. Er zat nog oude gasverlichting in. Eigenlijk hebben we altijd in dit huis geklust. Favoriete plek: de tuin is favoriet gebleven!’


Bewoners nr. 5 Vincent en Hagar Cober Marou en Daan wonen er vanaf 2004

118

Anno 2009


119 Hagar: ‘Ik liep jaren geleden rond de kerstperiode voor het eerst door deze straat. Het was al donker en veel tuinen waren versierd met kerstverlichting. Het zag er zo gezellig uit, ik was meteen verkocht!! Via via zijn we in contact gekomen met een bewoner van de Dr. Hermanslaan (Joop) die het plan had

zijn huis te verkopen. We hebben hem overgehaald dit plan door te zetten en zijn huis aan óns te verkopen. Favoriete plek: in de winter zeker onze open haard, met echt hout gestookt. En in de zomer genieten we van onze tuin.’


De straat

Hoofdstuk 8

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

120

Voor de tweede wereldoorlog

De jaren 70

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Alternatievelingen en aksievoerders

Drie keer verhuizen naar hetzelfde adres, maar ook stankoverlast en wat daar tegen te doen is. Een prima terrein om hutten te bouwen en mandjespost over de straat, en hoe de mantelzorg wordt uitgevonden om een deftige dame in haar huis te laten wonen.

In 1970 had Henk van Hedel samen met Klazien en Leon van Kessel en Wim Dijkstra het pand Dr. Hermanslaan 14 gekocht. Het documentatiecentrum voor het Vredesbureau werd in zijn slaapkamer gevestigd. Tot in 2007 stond dit adres nog her en der vermeld: Bij KPN bestond het nog als adres van een zakelijke rekening. Toen Henk zijn baan verloor en Oss moest verlaten bleef nummer 14 bewoond door zijn vrienden Wim Dijkstra, Klazien Zwanenberg en haar echtgenoot Leon van Kessel. Zij huurden van Henk. Leon en Klazien waren de eigenaren van de eerste echte Osse Coffeeshop ’t Schakeltje, een koffieshop in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Je kon er –naast frisdranken- allerlei koffie’s, thee’s en broodjes krijgen, maar geen wiet of zo.

1976: Paul v.d. Werff / Collectie Stadsarchief Oss

Het Schakeltje was de zoete inval voor de ‘Osse Scene’. En voor scholieren die urenlang op één cola konden en mochten blijven zitten. Dr. Hermanslaan 14 bleef tot 1976 het adres van komende en vertrekkende kamerbewoners.

121


Conny Leijten: Voor de 3e keer in mijn leven woon ik op Dr. Hermanslaan nr. 14. In 1972 kwam ik hier als kamerbewoner, en ik woonde samen met Klazien, Leon en Wim. We hadden ieder een eigen kamer en we deden het huishouden gezamenlijk. Na twee jaar was ik toe aan een eigen flat en ik was erg blij toen ik daarvan de sleutel in ontvangst mocht nemen. In 1976 hoorden mijn vriend Ruud en ik dat nummer 14 te koop zou komen. Het was al lang Ruud zijn wens om een huis op te knappen en nu kregen we alle kans want het huis was door al die kamerbewoners waaronder ik, behoorlijk uitgeleefd. Wij kochten het huis en maakten het in een project van jaren bewoonbaar en comfortabel. Onze zoon Chiel is er geboren. In 1989 ben ik elders gaan wonen. In 2000 heb ik het huis teruggekocht. Nu woon ik hier met Chiel en met mijn partner Nico. Het huis heeft me terug.

122


In december 1973 kwam de familie Visscher op nummer 7 te wonen. Oorspronkelijk afkomstig uit Drente hebben zij zich altijd erg thuis gevoeld in deze buurt, waar hun 5 kinderen zijn groot geworden. Het huis bood letterlijk ruime mogelijkheden voor een groot gezin. Gea heeft veel plezierige herinneringen aan carnavalsvereniging de Platzakken die in de jaren 70 werd opgericht. In deze jaren werd de straat bewoond door een aantal jonge gezinnen: naast de familie Visscher waren dat o.a. de families van der Sommen, Janssen, Bokdam, Elie, van Breda en op de hoek met de Spoorlaan de familie Rassaerts. De meeste kinderen zaten op dezelfde basisschool. In de sfeer van die tijd gingen de gezinnen open met elkaar om, kinderen bleven gemakkelijk over en weer bij vriendjes en vriendinnetjes uit de straat eten en logeren, verjaardagen, oudejaar, en vaak vakanties werden samen gevierd.

De straat kent meerdere voorbeelden van ’aksie voeren’ tegen de gevestigde orde of ondernemersbelangen. Na de woelige jaren zestig richtten de bewoners van de monumentale huizen zich op achterbuurman Bergoss. Er werd geprotesteerd tegen de stankoverlast die het tuftproces in de fabriek met zich meebracht. Fabriekseigenaar en gemeenteambtenaren wisten zich blijkbaar nog niet goed raad met protesten tegen milieuvervuilende productieprocessen, getuige het feit dat zij omwonenden zelf bewijsmateriaal lieten verzamelen. Francien Janssen van nr. 16 kreeg van de betreffende gemeenteambtenaar een meetapparaat met een cilinder waarmee zij bij het ruiken van kwalijke dampen buiten een luchtmonster kon nemen. Cilinder met inhoud diende vervolgens bij de gemeente te worden ingeleverd zodat onderzocht en vastgesteld kon worden om welke gevaarlijke stoffen het ging. Hiermee probeerde de gemeente in beeld te brengen wat en wanneer geloosd werd.

Een beste speelstraat De straat van de jeugd van Heleen van der Gaag was er een van buiten spelende kinderen. Met zelfgemaakte slagplanken werd fanatiek gespeeld. De put voor nr. 16 was het 1e honk, het brandhonk. Tussen nr. 14 en 10 lag het 2e en de putten aan de overkant maakten het mogelijk een homerun te lopen. Ton van Gendt mepte het hardst en de bal kwam ver in de tuin van de familie van der Gaag op nr. 8. De Dr. Hermanslaan was een beste speelstraat, zonder doorgaand verkeer en met kleine bijzonderheden. Je kon er lekker leunen tegen de lange heggen aan het begin van de straat bij nr. 2 en aan de overkant bij de hoek met de Dr. van de Steenlaan. Het was trouwens ook goed buurten op het lange muurtje bij nr. 7. Je kon er eindeloos verstoppertje spelen. Er kwam nauwelijks verkeer en er konden op straat badmintoncompetities worden gehouden waarbij de netten tussen de lantaarnpalen over de straat werden gespannen.

123


124

Tussen nr. 16 en 18 kon je naar het Bergossterrein en als je daarv贸贸r links langs de tuinen ging kwam je uit achter de woningen aan de Spoorlaan, tot aan de geheime hut van de kinderen Vogels. Je kon er met een beetje geluk kaarsen jatten die van pas kwamen in je eigen hut op het Bergossterrein, waar je soms nog een vergeten tennisbal vond. Een speciale straat, vond Heleen. Goed, in de jaren 70 waren er in Oss grotere huizen te vinden met meer luxe, maar deze straat had iets bijzonders.


Links: Kinderen Rassaerts bouwen hutten

Zodra ze de Booglaan inging kwam ze thuis in haar buurt met de sfeer van een dorp en toch vlak bij station en stadscentrum. Uit haar slaapkamerraam aan de achterkant kon ze ver kijken, tot aan de stoplichten bij het Jan Cunencentrum, waar haar vriendje van toen haar nog kon groeten als hij naar huis ging. Dat was voordat het met Lucaya werd dichtgebouwd. In haar ouderlijk huis hadden Spaanse mensen gewoond en in de tuin

zou een tank liggen. Als klein kind ging Heleen ervan uit dat dat met elkaar te maken had. Recht tegenover van der Gaag woonde ook toen al de familie de Nijs. Met zoon Hans onderhield Heleen een mandjespostlijn, via een over de straat gespannen draad. Verderop richting Goudmijnstraat ging ze kinderprogramma’s kijken bij de familie van de Velden, de eerste in de straat met een TV.

125 Hiernaast Klaar van de Gaag (links) en tweede van rechts Heleen van de Gaag


Heleen vertelt over de bijzondere oude mensen in de straat; Mevrouw Rutten, in haar ogen verschrikkelijk oud, die haar een ansichtkaart liet zien van het meisjespensionaat aan de Molenstraat waar zij nog had gezeten. Of mevrouw van Zon, die met spijt mijmerde dat het Protestantse kerkje wél jongeren trok bij de wekelijkse dienst terwijl de Katholieke jeugd het

126

steeds meer liet afweten bij de heilige missen op zondag. Mevrouw van Zon, bij wie het moment nog pijnlijk in het geheugen stond gegrift toen de Joodse families uit de straat werden opgehaald, de kinderen met hun koffertje. Ze zouden naar Arnhem of zo. Maar het voelde niet goed toen en pas na oorlog bleek haar angstig vermoeden gegrond.

Dr. Hermanslaan 22 Tijdens de Tweede wereldoorlog woont hier het echtpaar A. Andriesse en H. Wolff. Zij behoren tot de groep Joodse Ossenaren die in de zomer van 1942 wordt gedeporteerd uit Oss. Eind jaren 70 van de twintigste eeuw woont hier de familie Bokdam, Jan en Lieseth. Lieseth vertelt: toen we in ons huisje de schuifdeuren eruit gehaald hebben bleek dat het gedeelte boven de deuren als schuilplaats gediend had in de oorlog. We vonden toen ook oude kranten maar die waren zover weg dat we die niet hebben bewaard. Met het aanleggen van de zandbak voor de kinderen stuitten we op een oude tinnen vaas, helaas helemaal aangevreten door de tinpest en wat kleine koperen spulletjes.

Een peuterspeelzaal Onze ‘villawijk’ kent meerdere kleine ondernemers, zowel vroeger als nu. In de 1971 begon Trui van der Sommen op nr. 10 een peuteropvang. Ze was opgegroeid in België en wilde als jonge moeder aan het werk. In Nederland was dit in deze jaren niet zo gebruikelijk en er was in een provincieplaats als Oss nauwelijks kinderopvang. Trui is toen zelf een peuterspeelzaal begonnen, gebaseerd op de ideeën van Freinet. Ervarend leren en ontdekken, het aanbieden van spel- en leermomenten wanneer het kind zelf aangeeft waar de belangstelling naar uit gaat waren hiervan de uitgangspunten. Van de bijzondere “spelend lerensituaties” maakte Trui dagboekjes voor de peuters, en deze dienden weer als voorleesen reflectiemateriaal. Veel bewoners begonnen in de jaren 70 aan het renoveren en uitbreiden van hun woning.


In 1977 werden de even nummers op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Dit met uitzondering van nummer 20, waarvan de bewoner bezwaar maakte. Naast de gezinnen met kleine kinderen waren er ook oudere buurtbewoners, zoals mevrouw Wolkenfeld, Mevrouw van Zon, De heer Bergevoets en kenmerkend voor het buurtleven was dat er echt aandacht was voor hen.

Dr. Hermanslaan 12 Een van de markantste bewoners was Mevrouw To Lambooij- van den Elzen. Als dochter van burgemeester van den Elzen voelt zij zich zeer thuis in het villapark. Mevrouw Lambooij woont hier tot ¹1982. Dankzij hand- en spandiensten van de buurt kon de hoogbejaarde mevrouw lange tijd in haar eigen huis op nr. 12 blijven wonen. Toen zij op hoge leeftijd haar heup brak en via het ziekenhuis bij Vita Nova belandde, rekende niemand erop dat ze ooit nog naar haar woning terug zou keren. Mevrouw Lambooij echter zette haar beste beentje voor, revalideerde en betrok opnieuw haar huis in de Dr. Hermanslaan. De enige voorwaarde was dat zij ’s avonds niet alleen de trap op zou gaan naar haar slaapkamer, maar begeleid en geholpen werd. Een aantal families uit de Dr. Hermanslaan nam dit op zich en zij zorgden middels een rooster van dienst dat Mevr. Lambooij elke avond veilig in bed belandde. Mevrouw zelf stak niet onder stoelen of banken dat zij vooral het dagelijkse bezoek in de avonduren een plezierige bijkomstigheid vond. Met sigaret en glas sherry zat zij gastvrij te wachten op de dienstdoende buur, het maakte niet uit hoe laat die kwam, zo tussen 22.00 en 01.30 uur was goed.

127


Bewoners nr. 7 Henk en Gea Visscher wonen er vanaf 1973

128

Anno 2009


129 Koopakte van nr. 7

‘We kwamen uit Drente, hebben kort in de Ruwaard gewoond en we zochten een groot, ruim huis. We hadden toen drie kinderen, later zijn er nog twee bij gekomen. We hebben hier altijd een enige tijd gehad, we deden zelfs mee aan Carnaval, met de Carnavalsvereniging de Platzakken.

Ons huis is gebouwd in 1928 voor de familie Andriesse, een Joods gezin met 2 zonen. Zij zijn allen omgekomen in concentratiekampen. Favoriete plek: ons hele huis en tuin is favoriet. We hopen hier nog lang te wonen.’


Bewoners nr. 9 Huub en Reny Driessen-Kuijpers Janneke, Maaike, Karlijn en hond Belle wonen er vanaf 2004

130

Anno 2009


131 ‘Na 17 jaar in Heesch gewoond te hebben gingen wij op zoek naar een ander, liefst een oud, huis. Een dijkwoning met de Maas in de achtertuin of een leuk oud stadspand in Oss of Ravenstein, dat was zo’n beetje onze droom. Dr. Hermanslaan 9 een mooie foto, een aantrekkelijke beschrijving maar de straat kenden we niet.

Toen we ons huis gingen bekijken en we de straat in reden voelde het meteen hartstikke goed. Wij zagen ’t helemaal zitten en ondanks het feit dat er veel geklust zou moeten worden hadden we ’t er zeker voor over. Favoriete plek: de voorkamer vooral in de winter en de tuin in de zomer.’


Bewoonster nr. 11 Joke van Uden woont er vanaf 1973

132

Anno 2009


133 ‘Jaren geleden in mijn jonge tijd werkte ik op kantoor bij Organon. Ik was daar ook lid van T.O.Z. Er waren zeer sterke spelers lid van de club. Gezien mijn matig spel ging ik mijn prestaties opvijzelen bij het tennisclubje van Bergoss en ik fietste dan vaak door de Dr. Hermanslaan. Ik vond het een prachtige straat met mooie huizen. Toen in 1973 nr. 11 te

koop stond hadden wij geen twijfels daar wilden we wonen! Samen met mijn man en onze twee zonen hebben wij bijzonder mooie jaren mogen beleven. De Dr. Hermanslaan was en is een actieve en hechte buurtgemeenschap waar iedereen elkaar respecteert en in zijn waarde laat. Inmiddels woon ik alleen, mijn man is in 1995 overleden en mijn zonen zijn het huis uit.

Maar nog steeds woon ik hier erg graag. Deze prachtige straat is een weldaad voor mijn ziel en het huis voelt als een fijne veilige plek. Ik ben nog steeds verliefd op de Dr. Hermanslaan!’


Hoofdstuk 10

De straat

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

134

Voor de tweede wereldoorlog

De jaren 80

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Een gymclub, muziekband, sportactiviteiten en carnavalsvereniging. Maar ook samen aktie voeren. Aparte mensen? De romantiek van een eindeloze verbouwing en een boom kent zijn plek.

Georganiseerd buurtleven Het buurtleven in de jaren 80 kon intensief zijn omdat overdag de meeste moeders thuis waren. De jonge kinderen zaten hooguit enkele dagdelen per week op de peuterspeelzaal en waren verder thuis en na schooltijd was de straat het speelterrein. De kinderen van toen herinneren zich trefbal, rolschaatsen en straatspeeldagen, maar ook

135 spontane speelactiviteiten zoals het verzamelen van magnoliabladeren bij nummer 1, en daar dan samen parfum van maken. Het Bergossterrein nodigde uit voor spannend spel, onttrokken aan de controle van volwassenen werden daar hutten gebouwd, in de verlaten loodsen geneusd en wilde konijntjes geteld.


Een nieuw in oss volcontinue gewerkt. rg Be bij rd we iek br lfa Als textie huisvestte isnummers 26, 28 en 30 hu de er ht ac l ha n me no gebruik ge e in cadans eed. De rij machines weefd br ter me 5 l we n va es tuftmachin geluids‘weefstraat’ produceerde ze De re. de an t he na ijt het ene tap g en nacht rgronds voortplantten. Da de on h zic die n ge llin tri overlast en arnemen, anslaan deze trillingen wa rm He de n va rs ne wo be konden de lden……. glazen van de wastafel tri soms zelf zo sterk dat de t die vanaf leefd” zegt Mevrouw Lege be en jar n ge wo be er en “We hebb nd gekomen n tegen Bergoss in opsta zij e “W t. on wo t aa str 1962 in de llen. Maar ines onze huizen lieten tri ch ma n fto Tu e uw nie n omdat hu nacht roken en Unox omdat we dag en teg erd vo ge tie ac k oo we hebben de”. welke soep ze produceer oss de machines delijk toe geleid dat Berg ein uit er en bb he n ste Buurtprote een hal bij de Oostwal. moest verplaatsen naar

136

Tjeu en Francien van Hout kwamen in 1978 te wonen op nr 22. Bij de verkoop van nr 20 hadden zij er net naast gegrepen en ze voelden zich de koning te rijk toen het kort daarna wel lukte om een woning in de Dr. Hermanslaan te verwerven. De bijzondere bouw heeft hen altijd getrokken, maar zij noemen ook de bewoners die ze over het algemeen niet als doorsnee willen betitelen. Zou het uitmaken, zou een straat met een aparte bouwstijl ook aparte mensen aantrekken? Francien en Tjeu denken


Tjeu is van meet af aan betrokken geweest bij de acties tegen Bergoss, vanuit het idee dat je niet moet zeuren over dat wat niet deugt als je er zelf niets aan doet. Hij vertelt dat er lang van uit is gegaan dat Bergoss wel zou verdwijnen in de jaren 80, het paste toch niet zo’n fabrieksterrein midden in het centrum. Het maakte de buurtbewoners ongerust dat niet bekend was welke stoffen er werden geloosd. Hoe gevaarlijk was het misschien wel? De directie van Bergoss communiceerde hierover niet en van wel, je moest er heel wat voor over hebben als je hier kwam wonen vinden ze. Karakteristieke woningen, dat wel, maar die voldeden niet aan de normen van comfortabel wonen zoals die in de jaren 70 en 80 golden. Voor hetzelfde geld kon je elders in Oss een veel luxer huis vinden. De woningen in het voormalig villapark moesten verbouwd en gemoderniseerd worden en je was veroordeeld tot levenslang onderhoud van de mooie maar bewerkelijke buitengevels. Oud en Nieuw viering in Dr. Hermanslaan

dat deed het ergste vermoeden. Ziektes en zelfs het overlijden van jonge buurtbewoners werd door sommigen in verband gebracht met wat Bergoss mogelijk loosde in bodem en lucht. Jurist Rob van de Velden en bioloog Patrick Huygen uit de Burgemeester van den Elzenlaan spanden zich in om de acties tegen het verlenen van een hinderwetvergunning met feiten te onderbouwen en de belangen van mens en milieu onder de aandacht te houden.

137


138


Jaren 80: Carnavalsvereniging De Platzakken

De gezinnen met jonge kinderen van het deel tussen Booglaan en Dr. van der Steenlaan trokken veel met elkaar op. Maar toen rond 1980 de Carnavalsvereniging De Platzakken werd opgericht was ook het achterste deel van de straat hierbij betrokken. Ouders en kinderen sloofden zich uit voor een perfecte uitmonstering, maakten furore bij diverse Pronkzittingen en liepen mee in de Carnavalsoptocht. In de

jaren 80 kenmerkte het buurtleven zich door meer ‘clubjes’. In het Maaslandcollege kwam een aantal vrouwen uit de straat wekelijks bij elkaar om te gymmen. De meeste konden hierna linea recta door naar de gitaarclub die onder de bezielende leiding van Joop Reinders van nr. 6 musiceerde. Nummers als Imagine, Streets of London, Sailing werden meerstemming ingeoefend door muzikanten van uiteenlopend niveau. Ook de straatbewoner die maar 3 akkoorden kon spelen was een volwaardig lid van Reinders Gitar Band. Marion en Yvonne, van nr. 4 en 6 namen bij meerdere nummers de zangpartij voor hun rekening. Het waren voorbeelden van een meer georganiseerd buurtleven. Dat was ook het geval met de deelname aan de Osse sportuitwisseling medio jaren 80. Sportclubs in Oss konden hieraan deelnemen en de Dr. Hermanslaan was de enige straat die mee mocht doen, aangevoerd door Jos van den Ouweland van nummer 18.

139


1985: Trimloop AV Oss door Dr. Hermanslaan

140

1990: Bruiloft in de Dr. Hermanslaan, Heleen van der Gaag en Jeroen Muller 1989: Afscheidslied voor Marion & Joop


Het hechte buurtleven van de jaren 70 was aan het veranderen. De basisschoolkinderen zaten niet langer op dezelfde school, naast de Teugelaar aan de Berghemseweg was ook de Nutsschool Hertogin Johanna in de Ruwaard en de Oranje Nassauschool in trek. Een andere school, dat bracht ook andere vriendjes met zich mee, de hechte groep van kinderen van de Dr. Hermanslaan werd geleidelijk aan losser. Deze trend zette zich voort in de jaren hierna, toen de opgroeiende kinderen van Elie, van der Sommen, van Breda, en Janssen naar de middelbare school gingen en ontdekten hoe ook de jongerencultuur in deze jaren zijn regels had. Rockers, alto’s, punkers en wat dies meer zij hielden zich aan ongeschreven wetten over hun kleding, haardracht, muziek en levensstijl. Je koos voor een groep, hoorde daar bij en onderscheidde je daarmee. De samenhang tussen de opgroeiende kinderen van de Dr. Hermanslaan verwaterde. Een aantal actieve gezinnen vertrok naar elders, veel

contacten bleven bestaan en ook de volwassenen die in de Dr. Hermanslaan bleven wonen bleven bij elkaars leven betrokken maar het was minder spontaan. De jaren van “alles moet kunnen” waren echt voorbij. Er werden weer nieuwe kinderen geboren, zoals op nummer 4 bij de familie van Hulst en daarnaast op nummer 6 bij de familie van de Braak.

Eindeloos verbouwen “Een prachtig huis, maar je zult elke centimeter onderhanden moeten nemen”, voorspelde de vader van Thilly Janssen toen zij met haar partner Jos van den Ouweland in 1987 nr. 18 kochten. Een stijlvol huis, door de oude mevrouw van Zon lange tijd tot aan haar dood bewoond. Geen centrale verwarming maar gaskachels, 1 groep elektra, oude nog met katoen omwonden stroomdraden, geen badkamer maar wel beneden een lavet

141


142

en originele rieten gestuukte plafonds. Maar ze waren al verkocht aan de stijl en de sfeer van het huis, de indeling en de tuin, de authentieke paneeldeuren die verrassend gaaf onder de hardboardplaten te voorschijn kwamen. Ze hadden ontzettend veel geluk gehad vonden ze, er was immers weinig verloop in deze straat en zij hadden nu de kans een huis te kopen, oké, het was een opknapper maar ze gingen de uitdaging aan en volgden hiermee al die andere bewoners die vanaf de jaren 70 in de straat waren komen wonen en die met vereende krachten, humor

en een groot uithoudingsvermogen waren begonnen aan Het Opknappen Van De Woning. Net zoals Tjeu en Francien van Hout die 10 jaar eerder dan Jos en Thilly waren gevallen voor hun huis waar zoveel aan moest gebeuren, Het grootste minpunt vonden Tjeu en Francien de bergruimte, twee slaapkamers hadden dan wel een vaste kast, maar zolderruimte was er bijna niet. Buiten was er een schuurtje van één bij twee meter. Tjeu heeft nadat in het huis de voornaamste opknapactiviteiten verricht waren, een cursus metselen gevolgd bij de vereniging van de Nederlandse Baksteenindustrie

en hij heeft daarna zelf een schuur gebouwd. Graven, bekisting maken, betonstorten, metselen alles eigen werk. Thilly en Jos hadden geluk want haar vader was timmerman die net in de VUT zat en zijn arbeidsritme naadloos kon voortzetten in het huis van zijn dochter. En Thilly ontdekte een schilderstalent bij zichzelf, toen ze deur na deur, paneel na paneel afbrandde, schuurde, grondde, schuurde, plamuurde, schuurde en in de glans zette. Het zelf opknappen van het oude huis is decennia lang een bindende factor geweest in het buurtleven. Men kende elkaars problemen met lekkages, een natte kelder, katoenen elektriciteitsdraden en heel vroeger in de jaren 70 het oude rioleringssysteem met gresbuizen en alle verstoppingen van dien. In weekends en vakanties werd altijd wel ergens geklust, er werd onderling geholpen en advies gegeven. Gereedschappen en doehetzelfmachines werden onderling uitgeleend en soms gezamenlijk aangeschaft. Een aantal bewoners heeft tot op de


dag van vandaag een aandeel in een hele hoge, uitschuifbare ladder die in de grootste garage hangt. Een van de projecten was het gezamenlijke leggen van pannen op de daken van een aantal huizen. In een rij van bewoners werden ze doorgegeven en gelegd, en zo werd huis na huis dak na dak van nieuwe bedekking voorzien. Vanzelfsprekend werd zo’n werkdag afgesloten met pannenbier. Het opknappen en verbouwen duurde over het algemeen vele jaren, want alle bewoners probeerden zoveel mogelijk zelf te doen. Jos en Thilly woonden ruim 1 jaar op de bovenverdieping

en trokken in hun vrije tijd de overall aan en veroverden zo elke centimeter van het huis. Het huis is in essentie hetzelfde gebleven. Nog steeds kraakt het als de luchtvochtigheid verandert, de regen op de dakkapellen tikt al bijna 100 jaar op dezelfde manier en als het waait zucht het huis soms mee. Door de verbouwing en uitbreiding van de woning veranderde de tuin. De treurwilg middenin bleef zorgen voor een lommerrijke plek waaronder het goed toeven was. Alleen in de lente van 2006 verstoorde de boom de sfeervolle rust. Ze hadden het kunnen verwachten, de metershoge wilg was aangetast door een schimmel en van binnen uitgehold. Hij moest eens om, dat zouden ze

onderhand echt moeten doen. Maar op 22 mei nam de boom zijn eigen initiatief, met donderend geraas brak de wilg in tweeën, een stronk van 1,5 meter in de grond achterlatend. De boom had volgens de wetten van logica en kansberekening op het huis moeten vallen, ramen breken, mensen verwonden of erger, of op zijn minst het tuinstel ontzetten. Maar dat gebeurde niet. De boom vleide zich op en tegen de markiezen aan, en kwam terecht op de enige plek waar hij geen schade veroorzaakte, een tuin vol gebladerte achterlatend. Na van de schrik te zijn bekomen werd er die avond met mens en macht gezaagd en geruimd, en nóg later opgelucht het karwei met een glas beklonken.

143


Hoofdstuk 10

De straat

Achtergrondinformatie over de stijl

1918 – 1930

144

Voor de tweede wereldoorlog

Vanaf de jaren 90

Oorlog & Bevrijding

De jaren van verzuiling

De jaren 60

De jaren 70 De jaren 80

Vanaf de jaren 90


Een dorpsstraat in de stad

Een nieuwe geboortegolf houdt de straat jong, leven en laten leven, maar hoe zijn onze manieren? Het fabrieksterrein van Bergoss wordt bebouwd, en de laatste actie tegen dit bedrijf wordt met vlaai besloten.

In de jaren 90 deed zich een nieuwe geboortegolf voor: de families Bakker, van den Ouweland, Jansen, van Hulst, zorgden voor verjonging van de buurt. Er deed zich een herhaling voor van het buurtleven in de jaren 70. Maar in tegenstelling tot de jaren 70 was het nu overdag stil in de straat. Deze generatie moeders werkte buitenshuis, de kinderen gingen naar kinderdagverblijf of gastouders. Maar na schooltijd bloeide het straatleven als vanouds en speelde de nieuwe generatie vol overgave op straat,

in de brandgangen achter de huizen en waagden de dappersten zich op het altijd spannende Bergossterrein. Ouders en kinderen trokken regelmatig met elkaar op, waren te gast op elkaars feestjes enzovoort. De sfeer in de straat bleef gewoon en bijzonder. Gewoon, omdat je jezelf mocht zijn, intensief kon meedoen aan het buurtleven of juist niet. En bijzonder, deze dorpsstraat in de stad, een vergeten straatje op steenworp afstand van het winkelcentrum en het station.

145


146

Ook tegen wellnesscentre Lucaya aan de Spoorlaan weerden bewoners uit de buurt zich, vanwege geluid- en stankoverlast. Toen in 1999 Lucaya in vlammen opging wist een van de buurtbewoners zich niet te beheersen en liet zich juichend interviewen en – met een Brandbiertje in de handfotograferen door het Brabants Dagblad. Deze heftige reactie werd niet gedeeld door andere straatbewoners die zich hiervan nadrukkelijk distantieerden. De nu volgende herbouw én uitbreiding van Lucaya bleef de gemoederen wel bezig houden. In 2001 werd Lucaya nieuwe stijl opgeleverd, en de bouw grensde aan de erfscheiding van een viertal woningen. De directie van Lucaya deed een poging om via de Dr. Hermanslaan een vluchtweg te creëren, bij calamiteiten zouden gasten via de brandgang naar deze straat een veilig heenkomen kunnen vinden, maar tevergeefs, hiervoor kreeg men bij de straatbewoners de handen niet op elkaar en Lucaya moest een andere oplossing verzinnen. De directie van Lucaya nodigde de buurtbewoners wel uit voor een saunabad tegen gereduceerde prijs.

Omgangsvormen en normen Wat maakt en maakte de Dr. Hermanslaan een samenhangende buurt? De bewoners hebben het over verschillen onderling, maar ook een vorm van gelijkgestemdheid, een stilzwijgend akkoord over omgangsvormen en normen. Je kunt elkaars kinderen aanspreken, wordt als voorbeeld genoemd en kom daar vandaag de dag nog eens om in de meeste buurten of op het schoolplein. Er ligt een bodem van overeenstemming. Hoe kwetsbaar dit kan zijn werd duidelijk in de jaren 90 toen de bewoner van nummer 10, de gemoederen bezig hield. Ad was een onconventionele alleenstaande man, die goede zaken deed in de handel in koffiezetapparaten en die wijnproeverijen en midwinterfeesten organiseerde. Hij was een vrije vogel met een vrij beroep, op zijn motor of in zijn oude jeep mét vliegenierscap een opvallende verschijning. Ad had zijn bijzondere kanten,


hij was muzikaal en gaf gitaarles aan verschillende kinderen. Hij was creatief en impulsief, liet bijvoorbeeld met een grote kraan caravans over de tuinen takelen om in zijn tuin te plaatsen. Dat was toen hij had bedacht hierin een aantal Polen te huisvesten. Toen een van de buurtbewoners in 2000 overleed was Ad degene die spontaan de voortuin van de overledene fatsoeneerde, omdat de dode thuis zou worden opgebaard en het er dan “fatsoenlijk” uit moest zien. En op weg naar het mortuarium reed Ad op zijn motor voor de uitvaartstoet uit, en hield bij elk kruispunt het verkeer tegen om de stoet ongehinderd doorgang te laten verlenen. Maar hoe dan ook, de buurt ervoer hem als

onaangepast, en ondervond overlast van hem. Er bestonden grote verschillen in omgangsvormen en wat al dan niet toelaatbaar was. Buurtbewoners, politie en opbouwwerk deden herhaalde

malen een goedbedoelde poging tot bemiddeling, maar dat haalde al met al niet veel uit. In 2003 verkocht Ad het huis aan de familie Daverveld en met de komst van Marco en Margot vertrok één van de kleurrijke figuren uit de straat en de rust in de straat keerde weer.

De acties tegen Bergoss hebben in de jaren 80 en 90 hun vervolg gehad, toen onder leiding van Tjeu van Hout van nr. 22 de buurt zich weerde tegen onderdelen uit het bouwplan Bergossterrein. Vooral de afstand van de nieuwe bouw tot de erfscheiding van de oude woningen; de vraag of er gebouwd mocht worden met één of meer woonlagen; de plaatsing van een flat en de heikele kwestie of de nieuwe woningen hun achteruitgang in de brandgang achter de even nummers van de Dr. Hermanslaan mochten hebben hield de gemoederen bezig. In 2006 werd op een buurtvergadering met projectontwikkelaar Pensioenfonds Bouwnijverheid en een ambtenaar van de gemeente Oss, de vrede getekend: alle bewoners die grenzen aan het Bergossterrein gaven hun instemming met de oprichting van een tuinmuur, die de brandgang begrenst. Gemeente en projectontwikkelaar konden opgelucht het dossier sluiten, en zij trakteerden de buurt op vlaai, hiermee het “aksieverleden” afrondend?

147


De straat in 2009

148

Nemen we de stand van de straat op in 2009 dan zien we dat er natuurlijk veel is veranderd en vernieuwd. In vergelijking met vroeger valt natuurlijk het aantal auto´s op. Op zoveel vierwielers was onze straat niet gebouwd. De gemeente heeft daarom de trottoirs versmald en op regelmatige afstand parkeerhavens aangelegd. De ideale ligging bij station en stad eiste zijn tol; onze straat was lang geliefd bij forenzen en bezoekers van het stadscentrum

die hun auto maar al te graag bij ons voor de deur parkeerden. Een parkeerregeling heeft de overlast aan vreemd parkeren drastisch verminderd en de parkeerplaatsen zijn weer beschikbaar voor de bewoners. Bij een aantal woningen is de oprijlaan geschikt gemaakt om de auto’s van de bewoners op eigen grond te stallen. Verschillende hoekwoningen zijn flink uitgebouwd; gelukkig op een manier waardoor het harmonieuze straatbeeld niet is aangetast. De Dr. Hermanslaan blijft dezelfde sfeer ademen van

een dorpsstraat in de stad. Nu echt meer ín de stad, want met de bebouwing van het Bergossterrein hebben ook de even nummers heuse achterburen gekregen. Dat was even wennen, zowel aan het geluid van bewoning als aan de verandering van het uitzicht op het rommelige fabrieksterrein. Hoe dan ook, het stadscentrum is er enorm mee opgeschoten dat dit stukje centrumgrond nu ook met bewoning is ingevuld. De zorg dat de nieuwe wijk meer doorgaand verkeer in onze straat zou opleveren werd


nauwelijks bewaarheid tot nu toe. We blijven hierop attent en een verkeersdrempel op de hoek Goudmijnstraat – Dr. Hermanslaan zou wenselijk zijn om zo het gebruik van onze straat als sluiproute te ontmoedigen. De speelstraat waarover de verschillende generaties kinderen met plezier spraken bleef bestaan. De volgende groep kleuters en kinderen loopt over stoep en straat, en rijdt op driewielers, stepjes en wat dies meer zijn. Al een aantal jaren doet de straat mee aan de nationale straatspeeldag, die tot in de late uurtjes wordt voortgezet met een terras op de rijweg voor de volwassenen. In de zomer wordt soms een straatbarbecue georganiseerd waaraan bijna iedereen, jong en oud, meedoet. De initiatieven om gezamenlijk wat te ondernemen zijn blijven bestaan; dit boek is er een voorbeeld van.   In de Dr. Hermanslaan woont nog steeds een grote diversiteit aan bewoners. Jonge stellen, gezinnen met opgroeiende kinderen, oudere

en oude mensen. Sinds we eind 2007 aan dit boek begonnen zijn er wel mensen verhuisd en twee bewoners overleden. De portretten in dit boek zijn een momentopname van het jaar 2009 in de geschiedenis van 90 jaar straatbeeld.   Zomaar een straat in zomaar een industriestadje in de twintigste eeuw met zijn industrialisatie, crisis in de dertiger jaren, oorlog, verzuiling en ontkerkelijking, wederopbouw en verzet tegen de gevestigde orde, een tweede emancipatiegolf en de nieuwe tijd van tweeverdieners. De grote sociale en economische bewegingen in de twintigste eeuw lieten niet alleen hun

sporen na op het nationale en internationale politieke toneel, maar beïnvloedden het leven van elk individu en achter elke voordeur. Ons boek heeft de voordeuren in onze straat willen openen om de geschiedenis van gewone mensen in de twintigste eeuw, in een bijzondere, maar toch ook gewone straat te laten zien. Dit was alleen mogelijk dankzij de enthousiaste en openhartige medewerking van alle bewoners van vroeger en nu die we hebben mogen interviewen. Door de bijdrage van zoveel mensen kunnen we met recht spreken van een gezamenlijk initiatief van de bewoners van de Dr. Hermanslaan.

149


Bijlage 1:

150

Aankoopakten

Sophia Maria de Groot

De aankoopakten van de percelen bekend onder de naam ‘de Rooijen’ van eigenares Sophia Maria de Groot en eigenaar Willem van Loon Gijsbertszoon door de Naamloze Vennootschap Ossche Burgerwoningen:

Voor mij meerster Hendrikus Adrianus Hubertus Bijvoet notaris ter standplaats Berghem is verschenen; Mejuffrouw Sophia Maria de Groot, winkelierster, wonende te Oss die verklaarde te hebben verkocht en mitsdien bij deze in vollen en onbezwaarden eigendom over te dragen aan de Naamloze Vennootschap Ossche Burgerwoningen Maatschappij tot exploitatie van woonhuizen gevestigd te Oss. Het perceel bouwland gelegen onder de gemeente Oss ter plaatse ‘de Rooijen’ kadastraal bekend in sectie B nummer 347 groot één en vijftig are en zulks voor den dadelijk betaalden koopprijs van twee duizend zeshonderd vijftig gulden waarvoor alhier quitantie en voorts onder de navolgende bepalingen …………. ……………En is ten deze mede verschenen de heer Albertus Cox, meesterschilder wonende te Oss, die verklaarde voorschreven onroerend goed voor den hiervoor vermelden koopprijs en onder de hiervoor vermelde bepalingen voor gezegde Naamloze Vennootschap te hebben gekocht en in koop en eigendom aan te nemen. Als mondeling gemachtigde van den heer Johann Friedrich Bügener, boekhouder wonende te Oss ten deze vertegenwoordigd in zijne hoedanigheid van directeur van gezegde Naamloze Vennootschap en als zoodanig dezelve vertegenwoordigende, zijnde de aankoop van voormeld vastgoed geschied onder goedkeuring van den Raad van Commissarissen van voormelde Naamloze Vennootschap. De comparanten zijn aan mij notaris bekend. Voorschreven onroerend goed is de comparante verkoopster in eigendom aangekomen door de overschrijving ten hypotheekkantore te ’s Hertogenbosch van de processen verbaal van inzet en toeslag gehouden ten overstaan van den te Oss gevestigde notaris Stael. Respectievelijk zes en twintig november en tien december negentienhonderd zes. Waarvan akte. In minuut is opgemaakt en verleden te Oss op heden den eenentwintigsten december negentien honderd zeventien, in tegenwoordigheid van Antonius Johannes Adrianus Schellekens candidaat notaris, Lambertus Antonius van Bokhoven koetsier, beide wonende te Berghem als getuigen. Onmiddellijk na voorlezing is deze akte door comparanten, de getuigen en mij notaris ondertekend. Get.(ekend) Sophia de Groot, A. Cox-Vos, L.A. van Bokhoven, Schellekens, Bijvoet nots. Geregistreerd te Oss vier en twintig december 1900 zeventien deel 103 folio 91 recto, vak 7, twee bladen geen renvooi. Ontvangen voor recht zesenzestig gulden vijfentwintig cent. f 66,25. De ontvanger (get.) Roze Overeenkomstig het origineel de bewaarder 95 regels. (handtekening)


Willem van Loon Gijsbertuszoon. 134 Voor mij Meester Hendrikus Adrianus Herbertus Bijvoet, notaris der standplaats Berghem is verschenen: Willen van Loon Gijsbertuszoon, landbouwer wonende te Oss, die verklaarde te hebben verkocht en mitsdien bij deze in vollen en onbezwaarden eigendom over te dragen aan de Naamloze Vennootschap, Ossche Burgerwoningen, Maatschappij tot Exploitatie van woonhuizen gevestigd te Oss. De perceelen bouwland gelegen onder de Gemeente Oss ter plaatse “de Rooijen” kadastraal bekend in sectie bouwnummer 341 en (1161 lees) 1611 samen groot een hectare zeven en zeventig are veertig centi are en zulks voor den dadelijk betaalde koopprijs van Zevenduizend negenhonderddrie en tachtig gulden, waarvoor alhier quitantie en voorts onder de navolgende bepalingen;……..…….. …………………Voormeld perceel sectie B nummer 341 is den comparant verkooper in eigendom aangekomen door de overschrijving ten hypotheek kantore te ’s Hertogenbosch den een en twintigsten Juli achttienhonderd zes en zeventig in deel 803 nummer 138 van de processen verbaal van inzet en toeslag gehouden ten overstaan van den destijds te Helvoirt gevestigden Notaris Coolen respectievelijk dertien en zeven en twintig juni bevorens, terwijl voorschreven perceel sectie B nummer 1611 den comparant verkooper in eigendom is aangekomen bij procesverbaal van toeslag gehouden ten overstaan van de destijds te Oss gevestigden Notaris de Knokke van der Meulen twee en twintig Februari achttienhonderd zesenzeventig overgeschreven ten hypotheekkantore te s Hertogenbosch drie en twintig Maart daaraanvolgende in deel 794 nummer 110. En is ten deze mede verschenen de Heer Albertus Cox meesterschilder wonende te Oss die verklaarde voorschreven onroerend goed voor den hiervoor vermelden koopprijs en onder de hiervoor vermelde bepalingen voor gezegde Naamloze Vennootschap te hebben gekocht en in koop en eigendom aan te nemen, als mondeling gemachtigde van den Heer Johannes Frederick Büngener, boekhouder wonende te Oss, ten deze vertegenwoordigd in zijne hoedanigheid van directeur van gezegde naamlooze vennootschap en als zoodanig de zelve vertegenwoordigende, zijnde de aankoop van voormeld vastgoed geschied onder goedkeuring van den raad van commissarissen voormelde naamlooze vennootschap. De comparanten zijn aan mij Notaris bekend. Waarvan akte In minuut is opgemaakt en verleden te Oss, op heden den eenen twintigsten December negentien honderd zeventien, in tegenwoordigheid van Antonius Johannes Adriaans Schellekens, candidaat notaris, en Lambertus Antonius van Bokhoven, koetsier, beiden wonende te Berghem als getuigen. Onmiddellijk na voorlezen deze akte door de comparanten, de getuigen en mij Notaris onderteekend. (get.) W.v.Loon, A. Cox vos, L.A. van Bokhoven, Schellekens, Bijvoet Nots. Geregistreerd te Oss vier en twintig December 1900 zeventien, deel 103 folio 91 recto, vak 8, twee bladen geen renvooi. Ontvangen voor recht honderd negenen negentig gulden vijf en zeventigcent f.199,75. De ontvanger (get.) Roze. Overeenkomstig het origineel de Bewaarder

114 regels (handtekening)

De aankoop van het stuk land gelegen tussen de Goudmijnstraat en het spoor leek voor een aantal investeerders de meest perfecte plaats voor de realisatie van 17 woningen en een watertoren. Immers gelegen aan het spoor, bij het station, en dichtbij de fabrieken. Het verzoek voor de vergunning werd in de raadsvergadering van 15 November 1918 verleend aan de N.V. Ossche Burgerwoningen. In de raadsvergadering van 21 mei 1920 werden daar nog eens vier huizen, nu de nummers 3 en 5 van de huidige Dr. Hermanslaan en de nummer 1 en 3 van de huidige Burg.van der Steenlaan aan toegevoegd.

151


Bijlage 2: Bouwstijl Constructie.

De fundering is een op poeren gemetselde togenfundering. In de kruipruimtes zijn de vormen van deze fundering nog goed waarneembaar, het bijzondere is ook dat de fundering over het hele blok doorloopt, zodat het theoretisch mogelijk is ‘onder de buren te kruipen’. De woningscheidende wanden zijn uitgevoerd als spouwmuur, voor die tijd een dure oplossing. Op de zolderverdieping is hier op bezuinigd door deze als halfsteens wand uit te voeren. De houten spantconstructies overspannen, net als de fundering, het hele blok. Afhankelijk van de diverse kapvormen zijn ze uitgevoerd als mansardespant of steekspant met makelaar en hanenbalk. Op enkele plaatsen zijn in het interieur nog ornamenten zichtbaar. De plafondhoogte op de begane grond is 2.95m, op de verdieping 2.8m. Beide hoogtes dragen bij aan een royale belevingwaarde van de woningen.

Gevels.

152

Per blok zijn de gevels symmetrisch van opzet. Toch kenmerken de gevels zich door een grote variëteit in vorm en indeling. De gevels bestaan hoofdzakelijk uit baksteen in halfsteens verband, met in blok II en III topgevels betimmerd met houten kraaldelen. In het metselwerk zijn op diverse plaatsen versieringen aangebracht, van baksteen, maar ook van smeedwerk en beton. Ook in rollagen, vlijlagen, schoorstenen, tuinmuren en onder gootdetails is er sprake van ornamentaal of expressief metselwerk. De raampartijen zijn divers, en door hun vorm met soms verrassende roedeverdeling ook wel decoratief. Door verschillende vormen en indelingen tussen de 4 blokken te combineren is er sprake van een gedifferentieerde eenheid, die de straat als geheel zijn kenmerkende identiteit geeft. Een bijzonder kenmerk in de gevels van blok I en blok IV (deze zijn in feite identiek, blok IV is per woning iets smaller uitgevoerd) zijn de uitkragende erkerkamers aan de voorzijde. De gootplanken, consoles, boeidelen, dekstukken, windveren etc. hebben voornamelijk rechte profileringen, iets wat je in het interieur terugziet in de kozijnen en architraven.

Dakvorm.

Blok I en blok IV hebben een zadeldak, blok II en III een zogenaamde mansarde kap met resp. een schild en wolfseind, ook wel Franse kap genoemd. Het zadeldak is in feite de meest voorkomende en meest eenvoudige dakvorm bij woonhuizen. Estourgie heeft bij blok I en IV deze vorm als basis voor de hoofdmassa gebruikt, maar door er variabele goothoogtes en secundaire dakvormen en elementen aan toe te voegen is er van een eenvoudige kapvorm geen sprake meer. Ook bij blok II en III, met iedere hun eigen karakteristieke mansarde kap, gecombineerd met dwarsvormen, balkons, dakkapellen en met lood beklede pironnen is de creativiteit van de architect voelbaar. Hier komt dan ook het meest de referentie aan de ‘Engelse landhuisstijl’ naar voren, met een ‘gevarieerde hoofdvorm met uitbouwen en een samengesteld dak, met markante schoorstenen’


Plattegronden

Zoals gezegd zijn de woningblokken vanuit het midden gespiegeld, en zijn er 2 woningtypes te onderscheiden: een tussen woning en een hoekwoning. Alle plattegronden zijn functioneel ingedeeld. Bij de voordeur is er een tochtportaal, waarachter een gang verbinding geeft tot toilet, keuken en woonkamer, en een trap naar boven. De woonkamer is bij alle woningen in 2-en gedeeld, een zogenaamde en-suite kamer. De keuken is altijd aan de achtergevel gesitueerd, met daarbij een bijkeuken (bergruimte) en een deur naar een kelderruimte. De verdieping is voorzien van 4 slaapkamers, waarvan 1 voor de dienstbode. Gemiddeld was er plek voor 6 à 7 slaapplaatsen. In de hoekwoningen van blok 2 was ook nog plaats voor een kleine badkamer, maar in die tijd werd er meestal op zaterdag een teil in de keuken geplaatst voor een wekelijkse schrobbeurt….

Details buiten

Naast de reeds beschreven dakvorm, die zeer gevarieerd mag worden genoemd, kenmerkt ook het metselwerk van de gevel zich door diverse detailleringen. Ter hoogte van de gemetselde waterslagen loopt er rondom een dubbele laag uitkragend metselwerk. De rollagen boven de kozijnen hebben diverse varianten, maar telkens met een verspringing in het metselwerk. Op diverse plaatsen in de vlakke gevels komt decoratief metselwerk voor, uitgevoerd met platte stenen in geometrische patronen. Ter plaatse van goten, boeiboorden, windveren en schoorstenen is er sprake van uitgedetailleerd metselwerk, in een vorm van bewerkelijk vakmanschap welke zo kenmerkend is voor de toegepaste gecombineerde bouwstijl. Daarbij hoort zeker ook het diverse geveltimmerwerk. De goten zijn als bakgoot uitgetimmerd, met bijzonder gedetailleerde gootklossen als ondersteuning. In de windveren, boeiboorden en luifels zie je hoofdzakelijk een rechte, eenvoudige profilering terugkomen. In het bijhorende lijstwerk en gevelbetimmering is plaats voor een wat rondere profilering. Deze combinatie zien we ook terug in het interieur, waarmee de totaalbeleving van de architectuur nog eens wordt onderstreept.

Details binnen

De grootte en de positie van de ramen, gecombineerd met de hoogte van de ruimtes, geeft het interieur een lichte en ruimtelijke sfeer. De hoge binnendeuren op de begane grond zijn speciaal op maat gemaakt. De middenstijl van de verticale bossing panelen lopen in het bovenlicht door als roede, terwijl alles wordt afgekaderd door een terugliggende sponning. Op de verdieping springt ook een bijzonder element aan de binnendeuren in het oog. Het bovenlicht loopt tot aan het plafond, en is als taatsraam uitgevoerd. Tevens een praktische oplossing, want op deze manier kunnen de ruimtes geventileerd worden terwijl de deuren dicht blijven. Het is erg bijzonder om in de verschillende huizen toch steeds dezelfde kenmerken terug te zien. Dit geldt ook voor de detailleringen van trapspil en balustrade, architraven, plinten, neuten en vensterbanken, alles is op wisselende plaatsen op dezelfde manier vormgegeven. De dubbel hardgebakken tegelvloeren in het tochtportaal en in de hal zijn daar ook een voorbeeld van. Vanuit eenzelfde principe en patroon behoren de diverse vloeren in de verschillende tot één familie.

153


154


Met dank aan


Dr. Hermanslaan, gewoon een bijzondere straat in Oss We wonen op stand in deze mooie straat waarvan de even nummers nu 25 jaar op de gemeentelijke monumentenlijst staan. Een straat met een opvallende geschiedenis, dat bleek toen we ons gingen verdiepen in het verleden. Van één van ons, opgegroeid in het Vierhuukske, was de oma tot tranen toe geroerd toen haar kleindochter haar verhuizing naar de Dr. Hermanslaan aankondigde. Voor oma kon de sprong van de ene wereld naar de andere niet groter zijn, want de Dr. Hermanslaan stond lang bekend als hét Villapark van Oss. Onze zoektocht naar de 90 jaren die onze straat nu oud is heeft dit boek opgeleverd, bedoeld voor alle bewoners van toen, nu en straks. En natuurlijk voor iedereen die het leuk vindt om te lezen over gewoon een bijzondere straat in Oss.


Dr Hermanslaan, Oss - boek 2011