Issuu on Google+

teambuilden | Als collega’s paardenfluisteraars worden het tijdschrift van mijn ouders, Dierenmanieren, mensenmanieren. Dat draaide vrij goed. Toen heb ik ontslag genomen en zijn we hierboven een provisorisch redactietje begonnen. En zat ik ineens weer bovenop het bedrijf.’ Serge, wat wilde jij worden? Serge: ‘Sportleraar. Maar

daar bleek geen droog brood mee te verdienen. Dus ging ik naar de Hogere Hotelschool. Ik ging van donderdag tot zondag in de horeca werken, en hier van maandag tot donderdag. Mijn ouders dachten: dat komt nooit goed met dat gefreewheel en vroegen me voor de receptie. Daarna werd ik directieassistent en ging ik een hondencrematorium beheren. Ik wilde graag de zaak overnemen, maar onze producten verkopen aan dierenartsen, daar had ik zo’n hekel aan. Ik ben mijn vader niet. Ik werd als schoffie behandeld, maar als Martin kwam, dan liet iedereen alles uit de handen vallen. Die positie heeft hij met sappelen verworven.’ Iedereen kent hem als presentator van Dierenmanieren. Martin: ‘Dat is 25 jaar televisie. Dat

is zo lang, op een gegeven moment weet je het niet eens meer.’ Serge: ‘Ik besloot terug te gaan in het hotelvak. Na twee jaar ging ik de telecom in. Toen heb ik een grote fout gemaakt door weer te gaan verkopen. Dat was nodig, om promotie te maken. Zo liet ik me in een positie drukken waarvan ik wist dat ik het niet leuk vond. ‘Uiteindelijk ging hier iemand weg die verantwoordelijk was voor de geleidehondenschool. Mijn ouders zeiden toen: wil jij dat niet proberen? Dat was tien jaar geleden. ‘Sacha en ik hebben vier jaar geleden allebei een gedeelte van de zaak overgenomen. Ik doe samen met mijn vrouw Tamara het dierenhotel, de dierengeleidehonden school en het asiel. Sacha doet het tijdschrift, het gedragscentrum, de hondenscholen en de opleidingen.’ Sacha: ‘We hebben nog even gedacht dat we samen het hele bedrijf moesten overnemen. Maar Serge en ik zijn heel verschillende persoonlijkheden. Wij werken goed samen – op deze basis. Ik neem snel een beslissing, en dat kan dan een foute zijn, maar dan is ie wel genomen. Serge zoekt alle informatie bij elkaar en overweegt het veel beter. We kunnen soms wel met elkaar bakkeleien: Hij vindt dat ik niet voldoende nadenk en ik vind dat hij er te lang over doet.’ En waar ben jij in zulke discussies? Martin: ‘Ik bemoei me overal mee.

Ik weet het altijd beter. Bij mij ontstaat een soort vaderrol.’ Dat is niet zo gek.

‘Het is wel vervelend. Ik zeur. Ik kan me voorstellen dat het lastig is voor degenen die dicht bij me staan.’ Hoe ervaren jullie dat? Sacha: ‘Nou, ik zou Martins rol

niet automatisch als de vaderrol willen omschrijven. Nee. Ik vind Martin meer de voormalige eigenaar die vindt dat er nu andere dingen gebeuren met zijn zaak dan hij zou willen.’

Vort Melle, hortsik, hup

Tips van de familie Gaus Sacha: Als je in dit vak bezig wilt zijn, moet je het beschouwen als een vak. Je bent verplicht aan mensen en dieren die je gaat helpen, om je kennis goed te houden. Neem het serieus. Serge: Doe wat je leuk vindt en doe dat met hart en ziel. Wees overtuigd van jezelf.

JE LEERT JE COLLEGA’S BETER

Martin: Ondernemer zijn is iets anders dan bij een baas werken. Vrije tijd, recreatie, dan komt pas op lange termijn. Je moet vol idealen zitten, dan kun je dromen waarmaken.

IN DE ARDENNEN. JE KUNT OOK

KENNEN ALS JE GAAT SURVIVALEN WOORDJES GAAN PREVELEN IN PAARDENOREN. TEKST HANS PIETER VAN STEIN CALLENFELS

Maar hij is je vader. Sacha: ‘Ja. Dat heeft een heleboel

FOTO’S MARCEL VAN DEN BERGH

voordelen, maar ook nadelen. Het gedragscentrum is van maandag tot en met vrijdag open; dat past helemáál niet in de structuur van mijn ouders, want die waren zeven dagen per week open en altijd telefonisch bereikbaar. Dat ik daarin mijn eigen beslissing neem, vindt Martin heel, heel moeilijk.’

Hoe hebben jullie het praktisch geregeld? Jij bent helemaal uit het bedrijf? Martin: ‘Nee, ik doe van alles.’ Als werknemer? Krijg je salaris? Sacha: ‘We betalen hem per dag-

deel.’

Hebben jullie je deel gekocht? Of hebben jullie het van pa gekregen? Martin: ‘Ze hebben het gekocht.

Dat is mijn pensioen.’

Wat kostte het? Sacha: ‘Veel. Genoeg. We zijn aan

het afbetalen.’

Serge: ‘De komende twintig jaar

waarschijnlijk nog wel.’

Verdient het goed, dit vak? Sacha: ‘Nee. Je kunt ervan leven.

Wij hebben het gemakkelijker dan veel anderen, omdat het een uniek bedrijf is met een bekende naam. Maar we zijn niet de zaak in gegaan omdat we dachten dat we er rijk van zouden worden. Wel omdat het een uniek bedrijf is. Martin heeft in dertig jaar zijn naam enorm uitgebouwd. Zeker vroeger was hij nogal zwart-wit, waardoor mensen hem óf geweldig of vreselijk vonden, maar ze vonden hem in elk geval altijd kundig. Daarmee kunnen wij veel mensen bereiken.’

Het had ook gekund dat jullie je er tegen hadden afgezet, omdat jullie er niks mee te maken wilden hebben? Waarom is dat niet gebeurd? Sacha: ‘Ik heb het dierenbedrijf al-

tijd al heel boeiend gevonden en dan zit je hier boven op de redactie en dan maak je het allemaal heel erg mee, de dynamiek van het bedrijf, en alles wat er in gebeurt. Dat trekt gewoon.’

Wat is een Gaus-eigenschap waardoor jullie dit allemaal kunnen? Serge: ‘Als ik dat voor mezelf mag

zeggen, is het de vraag: Wat kan beter?’ Sacha: ‘Nou ja! Dat is het eerste waar ik aan dacht: Alles kan altijd beter.’

ADVERTENTIE

Vrijwilligers van Hospice-stervensbegeleiding Nieuwkoop leren hoe zij beter kunnen communiceren.

En wat is een slechte Gaus-eigenschap? Sacha: (lachend): ‘Alles kan altijd

beter.’

Serge: ‘Mijn vader is daar het meest extreem in. Groot of goed is niet groot of goed genoeg. We hebben toch wel een soort expansiedrift.’ Vermoeiend. Serge: ‘Heel vermoeiend. Wij wil-

den nooit een leven zoals mijn ouders hadden met 80 uur werken in de week en soms wel meer, maar we doen nu precies hetzelfde. Wij, of in elk geval ik, werk zeven dagen in de week. Ik ben vaak niet voor half negen ’s avonds thuis.’ Sacha, jij hebt een zoon. Heb jij kinderen, Serge? Serge: ‘Nee, ik heb negen honden,

dat is voldoende.’ Sacha: ‘Ik wilde eigenlijk nooit kinderen. En dacht dat het aan me voorbij zou gaan, maar ik was 35 en boem, toen ineens wel. Toen dacht ik: ik heb altijd mijn prioriteiten weten te stellen, dus ik ga het gewoon combineren, ook al heb ik net het bedrijf overgenomen.’ Serge: Het grote verschil is, ik doe het dierenhotel en de verzorging van dieren is natuurlijk een continu iets.’ Martin, heb jij het altijd zo gewild, de voortzetting van je bedrijf?

‘Ja, natuurlijk. Als een bedrijf een ziel krijgt omdat je niet alleen zaken doet, maar ook een overtuiging uitdraagt, dan is het heel moeilijk om het over te doen aan iemand die dat gevoel helemaal mist. Omdat de kinderen het met de paplepel ingegoten hebben gekregen, blijft de ziel in het bedrijf. En dat geeft trots.’ Wat zijn je toekomstplannen? Martin: ‘Een nationaal voorlich-

Dire ct e ur

(max.

80.000,-)

Zo rg saam Zie e ld e rs in d e krant

tingscentrum voor huisdieren. Een jaarbeursachtig geheel aan de andere kant van de A6 waar allemaal winkels zijn van de industrie, een eigen televisiestudio – als je over dieren, natuur, milieu praat, dan schakelen we naar Lelystad – collegezalen, een enorm centrum voor blindengeleidehonden en een campus. Dat bestaat nog nergens.’

En dat heeft niet te maken met het feit dat het eigenlijk niet nodig is?

‘Nee, het is heel erg nodig. Mensen die in de dierenbranche werken, hebben meestal van hun hobby hun vak gemaakt. Het is liefhebberij. Serge heeft hotelschool, Sacha heeft een uitstekende opleiding, wij zijn bezig om op commercieel gebied continuïteit te creëren, maar dat moet gekoppeld worden aan idealen. ‘Als je dat voelt, dan weet je dat nu het moment gekomen is. Het is ook een hele grote markt, de dierenmarkt. Er wordt jaarlijks 2,7 miljard euro in omgezet.’

‘Toe maar Melle. Vooruit. Tsjk, tsjk. Hup.’ Maar hoe hard Wil Poldervaart het ook probeert, Melle komt niet in beweging. Ja, eventjes, maar dat is om doodkalm naar de rand van de paardenbak te sjokken voor wat gras. Alsof er naast hem helemaal geen licht nerveuze man van middelbare leeftijd staat, die hem met behulp van een klein touwtje een rondje door de bak wil laten lopen. Zweetdruppels vormen zich op Wils voorhoofd. ‘Kom op Melle. Hortsik!’ Van een afstandje kijkt stalhouder en managementtrainer Harry Selier glimlachend toe. ‘Laat je stem eens horen Wil! Jij bent de leider!’ En dan, zachter, tegen de rest van de groep, die langs de bak zit te ginnegappen om Wils gemodder met het paard: ‘Moet je opletten wie nou wie in beweging brengt.’ De groep knikt. Ja, nu zitten de vrijwilligers van de Hospice-stervensbegeleiding uit Nieuwkoop hun collega Wil nog lekker uit te lachen, maar straks zijn zij één voor één aan de beurt om te proberen Melle in gang te krijgen. En daar kunnen ze de opmerkingen van Selier wel bij gebruiken.

En, wanneer staat het er?

‘Volgend jaar. Hopelijk. Het is heel spannend, buitengewoon duur en alles wat hier staat moet afgebroken worden en herbouwd. Een klus van tien miljoen euro.’

Wat een plan. Martin: ‘Dit weet niemand overi-

gens nog. Dat vertel ik vandaag voor het eerst. Maar we zijn er al lang mee bezig. De buren hebben last van hondengeblaf; de gemeente wil ook dat we verhuizen. Dat willen we wel, maar dan moet er wel wat gebeuren. De koppeling met dat evenementencentrum is heel logisch. Er is zo veel grond en omdat ook de universiteit van Wageningen met ons wil samenwerken, ligt het voor de hand om dit te gaan doen.’

Pijlenschema’s

Hoe gaan jullie het zakelijk doen? Sacha: ‘De verdeling blijft zoals die

is, al is het mogelijk dat daar dan nog een andere partij bijkomt. We hebben het er nog niet helemaal over gehad, maar het is niet de bedoeling dat we dan met z’n drieën eigenaar van één bedrijf gaan worden, het zal gesplitst blijven. Misschien wordt Martin wel eigenaar van een deel van het bedrijf.’ Martin: ‘Nee hoor, ik word niks. Ze moeten het met z’n tweeën doen. En een derde partij is een gevaar. Iemand van buitenaf, daar heb ik een hekel aan.’ ■ Reageren? banen@volkskrant.nl

FOTO MARCEL VAN DEN BERGH

Harry Selier en zijn dochter Juliet geven samen sinds een paar jaar workshops paardenfluisteren op hun stalhouderij in Aarlanderveen, midden in het Groene Hart. Sinds Robert Redford in de film The Horse Whisperer zachtjes in het oor van een wild paard prevelde, en zo het beest de baas werd, weet iedereen wat een paardenfluisteraar doet. Het is geen toeval dat Selier en zijn dochter na het succes van die film zijn begonnen met hun workshops. Maar in Aarlanderveen komen er geen wilde paarden aan te pas, al is het principe hetzelfde: word met behulp van je stem en houding de baas over een paard. Krijg het in beweging. En leer en passant beter communiceren met je collega’s. Dus voordat de dertien deelne-

mers van de Hospice-groep op een donderdagmiddag de bak in mogen met paard Melle, krijgen ze een paar uur communicatietraining. Achter de stallen, naast een weiland zitten ze aan een lange houten tafel. De zon schijnt. Stencils met pijlenschema’s en vetgedrukte woorden als ZENDER en ONTVANGER en RUIS gaan over tafel.

Levensruimte ‘Wat is jullie opgevallen toen jullie hier aankwamen?’, vraagt Selier. ‘Je gaf ons een hand!’, roept iemand melig. Selier is onverstoorbaar. ‘Goed, en wat viel jullie nog meer op?’ ‘Je zei: “leuk je te ontmoeten”. En je boog voorover.’ Selier: ‘Precies. Ik tikte even je levensruimte aan. Dát is ontmoeten. Probeer maar met je buurman en buurvrouw.’ Iedereen staat op, en tussen het geknik en handengeschud, klinkt dertien keer, nog een tikje gegeneerd, ‘leuk je te ontmoeten.’ ‘Ontmoeten, heel belangrijk’, zegt Selier. ‘Maar dat vak wordt nergens gegeven.’ Niet dat het veel zin heeft om tegen een paard te zeggen dat het leuk is om hem te ontmoeten, maar, legt Selier uit, het gaat erom dat je even stilstaat bij de eerste ontmoeting met iets of iemand anders. Of je écht aandacht hebt voor wie je tegenkomt. ‘De levensruimte van een paard is ruim veertien meter’, zegt hij ernstig. ‘Bedenk dat als je de bak instapt.’

Autoriteit in je stem En zo gaat het nog even door. Na een halfuurtje weten de deelnemers ineens van zichzelf of ze boeiers (koppig, weinig vrienden, constant op zoek naar nieuwe uitdagingen) of binders (loyaal, veel familie en vrienden) zijn. En ook dat is belangrijk als je wilt zorgen dat een paard doet wat je wil. Selier: ‘Een paard wil geleid worden. Benader het schuin van achter, en leg autoriteit in je stem.’ En vooral dat

laatste kan nog wel eens lastig zijn als je een binder bent. Een volgende opdracht: waar denk je aan bij het woord geld? ‘Rijkdom!’, zegt iemand. ‘Noodzakelijk’, roept iemand anders. ‘Een middel’, zegt een derde. Kijk, zo simpel is het, zegt Selier. ‘Ik noem één begrip, en krijg drie verschillende betekenissen. Hoe weet je nu welke ik bedoel? Denk daar maar over eens na als jullie weer een Hospice-vergadering hebben.’ De meligheid verdwijnt. De sfeer wordt zelfs emotioneel, als bij een volgende opdracht de collega’s tegen elkaar moeten zeggen wat de ‘klik’ tussen hen is. ‘Carolien, warmte.’ ‘Jelle, vriendschappelijkheid.’ ‘Wil, gedrevenheid voor de goede zaak.’ Selier kijkt de groep rond. ‘Heel goed. Probeer die klik ook te vinden in je ontmoeting met het paard.’

Borstelen En dan is het tijd om met de paarden aan de slag te gaan. Om alvast te wennen mogen de deelnemers ze eerst borstelen. ‘Raar idee eigenlijk,’ zegt Patricia Pol al roskammend, ‘dat je al die tijd in hun levensruimte staat.’ Eén voor één gaan de deelnemers de bak in. De één krijgt Melle zonder problemen aan de wandel, de ander holt er als een dwaas achteraan. Selier observeert. ‘Loop jij in het dagelijks leven jezelf ook nooit voorbij?’, vraagt hij één van de deelneemsters. Ook de verslaggever moet eraan geloven. Goed, rug recht, alle aandacht op het paard, van schuinachter benaderen, en overwicht in je stem brengen. ‘Vort. Melle. Hup. Stap.’ En warempel: het beest begint in lome tred een nieuw rondje door de bak. Selier leunt achterover en knikt. ‘Duidelijk een boeier.’ ■

Bekijk de animatie van Erik Winkelman op volkskrantbanen.nl

Kijk o o k o p w w w.p ub licsp irit .nl 10 VOLKSKRANT BANEN DINSDAG 3 OKTOBER 2006

DINSDAG 3 OKTOBER 2006 VOLKSKRANT BANEN 11


Paardenfluisteren