Page 1

slow management nieuwe wegen voorjaar 2009

RIJNLAND REVISITED Discussie over modellen laait op

Egokapitalisme, casinokapitalisme, graaikapitalisme. Het Angelsaksisch neoliberaal denken krijgt ervan langs. Van links tot rechts in het politieke spectrum, van econoom tot socioloog, en zelfs onder topmanagers in het bedrijfsleven; plotseling duiken overal Rijnlandaanhangers op. De modellenstrijd is in volle hevigheid losgebrand. Willen we meer overheid en meer controle over de markt? En zo ja, hoeveel en hoe? De discussie speelt zich veelal af op politiek en economisch macroniveau, gaat over de machtsverdeling tussen kapitaal en arbeid, of spitst zich toe op de bonussen. Maar er zit nog een laag onder, die van Rijnlands werken en organiseren.

16

D

at was een flinke tegenvaller voor de Rijnland-aanhangers, die onverwachte uitkomst van het tvprogramma Tegenlicht onder de titel The World’s Next Supermodel. Ze dachten een gewonnen race te lopen, maar de jury toverde aan het eind toch nog een konijn uit de hoed. Naar analogie met de bekende schoonheidswedstrijd hadden de makers een strijd tussen drie economische modellen in beeld gebracht. De pleitbezorger van het centraal gestuurde Aziatische model was de hoogleraar Kishore Mahbubani uit Singapore, bekend van zijn recente boek ‘The New Asian Hemisphere’ over de opkomst van de nieuwe grootmachten als India en China. De Braziliaanse econoom Marcelo Neri loofde het succesverhaal van zijn land onder president Lula, die marktwerking combineert met extra aandacht voor de armste en zwakste groepen in de samenleving. Eigenlijk een soort Latijns-Amerikaanse ‘derde weg’. Wouter Bos mocht de superieure waarden van het Europese – lees Rijnlandse – model aanprijzen en deed dat met volle overgave. Kapitalisme met een sociaal gezicht wordt het ook wel genoemd, met actieve bemoeienis van de overheid. In feite de sociale verzorgingsstaat die in nauw overleg met werkgevers en werknemers naar consensus zoekt. Het idee is dat de economie het beste functioneert in een klimaat van samenwerking, goed onderwijs, sociale zekerheid en stabiliteit. Bij een onderneming die volgens het Rijnlands model werkt, zijn de kernbegrippen het denken in termen

M

door walter van hulst illustraties dolinda toepoel

17


slow management nieuwe wegen voorjaar 2009 van gemeenschap, overlegstructuren, maatschappelijk verantwoord ondernemen en lange termijnperspectief. Niet alleen de aandeelhouder is belangrijk, maar ook andere stakeholders, zoals de medewerkers, de gemeenschap waarin het bedrijf opereert en het milieu.

Supermacht

18

Uitgangspunten van Rijnlands organiseren - - -

Decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden; uitgaan van de intrinsieke behoeften van de medewerkers (wat willen zij eigenlijk?); nadruk op samenwerking van organisatieonderdelen; laat medewerkers op ‘laag niveau’ coördineren - zij hebben het inzicht; leiderschap gericht op het ontwikkelen van taakvolwassenheid; vaardigheden en persoonlijke kwaliteit naast inhoudelijke kennis van zaken; een structuur waarin veel wordt overgelaten aan het initiatief van medewerkers; borging van organisatieontwikkeling naast persoonlijke ontwikkeling; een organisatie die leert van eerder gemaakte fouten en de routines daarop aanpast; horizontale (zijwaartse) communicatie is belangrijker dan verticale.

Drie ‘juryleden’ namen de pleidooien de maat en plaatsten kritische kanttekeningen. Is er wel sprake van een Aziatisch model? Gaat dat wel goed zonder democratie? En wat te denken van de schade aan het milieu? Lula - kreeg veel bijval, vooral vanwege zijn speciale aandacht voor onderwijs, maar zijn model lijkt erg landspecifiek en - bovendien: Brazilië kampt nog steeds met enorme tegenstellingen, toch? Het Rijnlandmodel kwam er nog het bes- te af, zij het met de bekende tegenwerpingen: wel erg veel overleg, vaak onderlinge verdeeldheid in Europa en een - beetje meer innovatievermogen, slagkracht en ondernemingszin zou best mogen. - Jurylid Parag Khanna, geboren in India, getogen in de Verenigde Arabische Emiraten en Duitsland, werkzaam in - Washington en auteur van ‘The Second World – Empires and Influence in the New Global Order’ (2008), koos uitein- delijk voor Europa. De Nederlander Willem Buiter, hoogleraar economie aan de London School of Economics en een internationaal expert op het gebied van centrale banken en Bron: Het Rijnland boekje; principes en inzichten van monetair beleid, toonde zich nog het meest kritisch over Rijnland. Regelmatig schudde hij zijn hoofd bij zijns inziens het Rijnlandmodel al te mooie en naïeve woorden van Wouter Bos. Het derde jurylid was de Chinees-Amerikaanse Amy Chua, hoogleraar aan Yale en fervent onderzoeker van de opkomst en ondergang van historische grootmachten. Zij kon moeilijk kiezen, neigde naar een stem voor Europa maar kwam opeens op de proppen met een vierde bordje met daarop de Amerikaanse vlag. En kreeg bijval van Buiter bij de keuze voor deze onverwachte winnaar, die niet eens had meegedaan. In haar meest recente boek ‘Day of Empire’ (2008) verklaart Chua dan ook de liefde aan Amerika, zij het met een kritische noot: ‘Ironisch genoeg zou het kunnen zijn dat Amerika alleen een supermacht kan blijven als het stopt met de pogingen om er een te zijn.’ Kortom: de vs heeft de veerkracht, maar dient meer bescheidenheid aan de dag te leggen en moet willen leren, met name van Europa maar ook van andere werelddelen en culturen.

Amsterdam Nu staat dat overdreven zelfvertrouwen van de vs, vaak geïnterpreteerd als arrogantie, momenteel al op een wat lager pitje. Na de val van de Muur en de ineenstorting van het communisme juichte George Bush sr. zegevierend over een Nieuwe Wereldorde. Aan de hand van Amerika zou de wereld een nieuw tijdperk van vrijheid, democratie en vrije markt binnentreden. Amper twintig jaar

later staat er met grote letters ‘We are all socialists now’ op de omslag van het Amerikaanse opinieweekblad Newsweek. ‘Met Obama krijgt de economie Europese trekken. Babyboomers met pensioen en uitdijende overheidsuitgaven zorgen ervoor dat we op de Fransen lijken’, verzucht het blad, weemoedig terugkijkend op de Amerikaanse droom. Europa lijkt hét rolmodel voor het nieuwe Amerika’, zo vat Hans Schlaghecke, redacteur van Het Financieele Dagblad, de stemming samen. Hij verwijst tevens naar columnist David Brooks die in International Herald Tribune schreef: ‘Amerika gaat uiteindelijk een beetje meer op Amsterdam lijken.’ Woorden die bedoeld zijn als een ode aan de compacte stad en de menselijke maat, waar de fiets het straatbeeld domineert. Inmiddels mag het eerder door menigeen als verouderd en afgeschreven Rijnlandse model zich door de huidige financiële en economische crisis in ‘thuisland’ Europa verheugen in een ongekende belangstelling. Naast Wouter Bos spraken ook Jan Peter Balkenende en in het buitenland de Duitse bondskanselier Angela Merkel en voormalig premier van België Yves Leterme zich uit voor het teruggrijpen op het Rijnlandse gedachtegoed. Die laatste hield in november 2008 tijdens het jaarlijkse Nieuwspoortdiner in Den Haag een vurig pleidooi voor het Rijnlandse model, maar stelde ook vast dat het toe is aan een vernieuwingsslag.

Modellenstrijd Enkele jaren geleden omarmde het PvdA van Wouter Bos openlijk het Scandinavische Model, terwijl het wetenschappelijk instituut van het cda concludeerde dat dat in Nederland niet zou passen. Ook rond het Finse model ontpopte zich eerder een discussie. Het zou ons de weg kunnen wijzen in de overgang naar een echte kenniseconomie. Met de huidige crisis is opnieuw een ware modellenstrijd losgebrand. Willem Buiter, eerder genoemd als jurylid in Tegenlicht, waarschuwt in een artikel in nrc voor al te veel ingrijpen van overheden in de mondiale marktwerking. ‘Ik vrees dat er nu een periode aanbreekt dat de staat volledig zijn gang kan gaan. Dat is volgens mij haast nog gevaarlijker dan de markt, want de staat vormt een groter risico voor de doelmatigheid van de economie en de vrijheid in de samenleving. We zullen opschuiven in de richting van het Russische of het Singapore model.’ Op zijn weblog voor Financial Times waarschuwde hij al dat na de marktcrisis wel eens een crisis kon volgen door overreach van de staat en falen van de overheid. Angelsaksisch, Rijnlands, Braziliaans, Aziatisch,

M

19


slow management nieuwe wegen voorjaar 2009 Scandinavisch, Fins, Russisch en Singaporees model. Wie het weet mag het zeggen. Uiteindelijk bestaat er geen universeel rolmodel en er tekenen zich – net als in de economie – cyclische bewegingen af in de discussie. Niet alleen politici en economen maar ook ondernemers blazen hierin hun deuntje mee. Voormalig ge-topman Jack Welch gaf openlijk toe dat er wellicht een al te grote focus is geweest op winst en aandeelhouderswaarde. Soortgelijke woorden sprak ex Philips ceo Jan Timmer, die daar begin jaren negentig onder naam Centurion een grootschalige sanering doorvoerde. Het klinkt allemaal als een mea culpa van bekeerlingen, maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, nietwaar? Heel oprecht klonk in ieder geval Peter Swinkels, ex-bestuursvoorzitter van Bavaria en momenteel voorzitter van de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging, toen hij openlijk de overmatige bonussen en het Angelsaksische korte termijndenken en winstbejag hekelde, en ondernemers aanmoedigde om terug te grijpen op de ethische en morele waarden van het Rijnlandse denken.

Vakmanschap

20

De discussie over het Rijnlandmodel speelt zich veelal af op politiek en economisch macroniveau, gaat over de machtsverdeling tussen kapitaal en arbeid, of spitst zich toe op de bonussen. Maar er zit nog een laag onder. Rijnlands heeft ook alles te maken met werken en organiseren. ‘De Rijnlandse werkcultuur is meer gericht op de inhoud van de activiteiten – het maakproces met behulp van vakmanschap – en het bereiken van maatschappelijke consensus tussen werkgevers, werknemers en financiers. Vertrouwen, loyaliteit en samenwerking vormen belangrijke waarden’, schrijven adviseur en organisatieactivist Jaap Peters en Mathieu Weggeman, hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven in hun recent verschenen ‘Rijnland boekje’, waarin zij in compacte vorm de principes en inzichten van het Rijnlandmodel op een rij zetten. Peters en Weggeman stellen het primaire proces centraal en kennen het vakmanschap daarbij een belangrijke plek toe. Taken worden niet eindeloos opgeknipt. De professional wordt gewaardeerd om zijn of haar kennis en vaardigheid en krijgt ook de ruimte om het vak uit te oefenen. Sterker nog: wordt regelmatig en waar nodig gevraagd om een inhoudelijke bijdrage. Dat vraagt om dienend, verbindend, participatief en inspirerend leiderschap. ‘Bij een Rijnlandse stijl gaat leiderschap om dingen voor en door mensen gedaan te krijgen in plaats van het Anglo-Amerikaanse managing is getting things done through people’, aldus de auteurs. Stappenplannen komen niet voor in de Rijnlandse stijl. ‘Het is een continu organisch proces waarin onderweg steeds opnieuw wordt bepaald wat wijsheid is voor een volgende stap. Rijnlands is niet een kwestie van grote stappen, maar van kleine incrementele, niet altijd spannende verbeteringen op basis van voortschrijdend inzicht. De tijd staat immers niet stil! (..) Rijnlands veranderen is meer een ontwikkelbenadering dan een ontwerpbenadering zoals in het Anglo-Amerikaanse model, waarbij designteams de blauwdruk maken voor de toekomst, die vervolgens wordt uitgerold over de hoofden van de medewerkers.’

Verwondering Het is een mooie paradox, waar Peters en Weggeman zich mee geconfronteerd weten. ‘Met dit boekje hebt u zeker geen blauwdruk voor de toekomst’, pareren ze op voorhand de kritiek dat ze eigenlijk een grote-stappen-snel-thuis manier van presenteren hebben gekozen die bepaald niet

Rijnlands is. ‘We geven een kapstok die u na lezing zelf verder vol kunt hangen’, zo redden ze zich uit dit dilemma. ‘Uiteindelijk is het Rijnlandse model een axioma, geen dogma, ideologie, of stramien dat op voorhand als waarheid wordt aangenomen’, zo valt te lezen op het Rijnland-weblog, een website van Rijnland-aanhangers. ‘Het gaat om een stelsel van uitgangspunten, een referentiekader, een mindset. Een droom ook, waarover discussie mogelijk is. Je kunt elk onderwerp van daaruit op verschillende manieren invullen. Het gaat om een open houding ten opzichte van de realiteit, die je met verwondering tegemoet treedt.’ Piet Moerman, emeritus hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, actief op diezelfde Rijnland-weblog, heeft dan ook een essay gepubliceerd onder de veelzeggende titel ‘Rijnlanders, durft te denken en te twijfelen!’ r www.rijnland-weblog.nl www.organiseren20.nl

21

Kalff blijft geloven in Europa Hij heeft het in 2004 allemaal al voorspeld in zijn boek ‘Onafhankelijkheid voor Europa – Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel’. Donald Kalff, oud klm-topman en momenteel adviseur en ceo van biotechbedrijf Immpact, zag vijf jaar geleden al hoe het aandeelhouderskapitalisme en de bonus driven manager zich in een doodlopende straat bevonden. De korte termijnfocus kon volgens hem niet anders dan leiden tot een gebrek aan productinnovatie op de lange termijn. Pogingen om door overnames de productportefeuille te verbreden en de efficiëntie te verbeteren, hebben volgens hem op grote schaal economische waarde vernietigd. De grote ondernemingen zijn erdoor gestopt met ondernemen. Maar ook de Rijnlandse wijze van bedrijfsvoering schiet volgens Kalff tekort. Het veelvuldig overleg en de samenwerking met vakbonden, overheden en milieuorganisaties vertroebelen de focus. Bedrijven zouden er goed aan doen zich vooral te richten op een eigen lange termijnstrategie. Wel dicht hij Europa grote kansen toe: ondernemingen zullen beseffen dat het aantal strategische opties aanmerkelijk toeneemt als men loskomt van de beperkingen die de financiële markten opleggen aan beursgenoteerde bedrijven. Bovendien is het Europese model volgens hem bij uitstek geschikt om het in de afgelopen decennia geschonden vertrouwen tussen management, werknemers en beleggers weer te herstellen. Hoe daarvan te profiteren schetst hij in zijn nieuwe boek ‘Modern kapitalisme’, dat in mei verschijnt. Daarin presenteert hij nieuwe grondslagen voor grootschalig ondernemen en gebruikt die voor zijn ontwerp van een alternatieve, zeer concurrerende onderneming.

Rijnland revisited  

Egokapitalisme, casinokapitalisme, graaikapitalisme. Het Angelsaksisch neoliberaal denken krijgt ervan langs. Van links tot rechts in het po...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you