Page 1

M EE Z e e lan d

116

Koplopers in de zorg


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Ouderenzorg

Ziekenhuizen en klinieken

Ondersteunende organisaties

Een goed voorbeeld van een ambitieuze regionale MEE-organisatie: MEE Zeeland werkt vanuit dezelfde landelijke visie als de andere MEE’s, maar implementeert deze op eigen wijze met succes in de lokale markt. Met een gedifferentieerd aanbod en een vernieuwende methode om ondersteuningsbehoefte te meten, laat MEE Zeeland mensen met een beperking laagdrempelig gebruik maken van geavanceerde diensten.

Meedoen mogelijk maken Ooit was het de bovenmeester van de school die zich ontfermde over kinderen met een verstandelijke beperking of kinderen die anderszins niet mee konden komen. In deze tijd –we schrijven in de eerste helft van de 20e eeuwwaren de gemeenten nog verantwoordelijk en lag de uitvoering dus bij het onderwijs. Later ging deze zorg over naar de provincie om uiteindelijk in de midden tachtiger jaren in de vorm van Sociaal Pedagogische Diensten (SPD’en) vanuit de AWBZ gefinancierd te worden. De SPD’en richtten zich, naast zorgconsulentfuncties, op begeleid zelfstandig wonen, psychosociale hulpverlening en praktische pedagogische gezinsbegeleiding. In 2005 transformeerden de SPD’en uiteindelijk naar de huidige MEE-organisaties. MEE Zeeland levert op dit ogenblik informatie, advies, ondersteuning op alle terreinen van het leven aan mensen met een beperking en zorgt voor toeleiding naar een zorgaanbieder. De beperking kan een lichamelijke, verstandelijke, visuele of auditieve beperking zijn, een chronische ziekte of autisme. MEE Zeeland is er ook voor de partners, ouders en/of verzorgers, familie en kennissen en geeft ook adviezen aan de medewerkers van zorgorganisaties. MEE Zeeland helpt bij het beantwoorden van vragen op het terrein van onderwijs, opvoeding, dagbesteding, arbeid

en wet- en regelgeving, aanpassingen en hulpmiddelen, relaties en seksualiteit, vrije tijd, sport en vakantie, wonen en zorg. Een structureel en gedifferentieerd aanbod

Terwijl in het verleden medewerkers van de SPD vaak een langdurige relatie – soms levenslange – relatie met cliënten met een lichte ondersteuningsbehoefte hadden, zie je nu dat binnen de meeste MEE’s het kortcyclische en kortdurende karakter van het contact tussen MEE-medewerker en de klant centraal staat. In de toekomst zien Peter Brakman en Krijn Hamelink een terugkeer naar een meer gedifferentieerd aanbod dat aansluit bij de eerdere ervaringen van MEE Zeeland. De klanten die een lichte mate van ondersteuning nodig hebben kunnen prima gedurende langere tijd ambulant door MEE-medewerkers worden begeleid, de zwaardere categorie kan door MEE worden toegeleid naar zorginstellingen. Bij de eerste categorie spelen medewerkers met een Mbo-opleiding een centrale rol, bij de zwaardere categorie medewerkers met een Hbo-opleiding. Op dit ogenblik onderzoekt de onderzoeksafdeling Eleanor van de Roosevelt Academy in Middelburg in opdracht van MEE Zeeland de mogelijkheden voor deze Mbovariant en de daaraan gekoppelde opleidingsen onderwijseisen, die als bijkomend voordeel

“Als MEE Zeeland zijn wij altijd bij de klant thuis blijven komen, met name om het netwerk en het systeem van de klant te leren kennen. In de toekomst zien we een belangrijke rol weggelegd voor deze ambulante wijze van werken.” Peter Brakman, bestuurder MEE Zeeland

Koplopers in de zorg

117


M EE Z e e lan d

“Voor MEE is dit SIS- instrument interessant omdat onze consulent al gewend is levenslang en levensbreed te werken.” Krijn Hamelink, regiomanager MEE Zeeland

heeft dat men minder afhankelijk wordt van de markt van Hbo-opgeleiden, die naar verwachting de komende jaren meer en meer onder druk zal komen te staan. Vergroten van de ‘buying power’ van de klant

Een andere gedachtenlijn van MEE Zeeland is om de klant een levensloopbestendig, onafhankelijk ondersteuningsplan aan te bieden dat de rode draad in het leven van de klant kan worden. De zorgaanbieders dienen hier op de ondersteuningsbehoefte van de cliënt aan te sluiten. Hierdoor zou de positie van de klant aanmerkelijk worden versterkt en binnen deze nieuwe verhoudingen zou MEE Zeeland een centrale rol kunnen gaan vervullen. Arduin, een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking, bleek een dergelijk, wetenschappelijk gevalideerd instrument in huis te hebben: de Supports Intensity Scale (SIS). Samen met Arduin heeft MEE Zeeland een revolutionair concept ontwikkeld waarbij ondersteuningsbehoefte van de klant niet langer door de zorgorganisatie zelf wordt ingevuld, maar door de klant samen met MEE. Op deze wijze ontstaat er een heldere scheiding tussen vraag en aanbod en door de inzet van MEE Zeeland wordt de positie van de cliënt in aanmerkelijke mate versterkt. Peter Brakman: “Dit is een nieuwe manier om de cliënt maximale zelfregie te geven in én eigendom te geven van zijn ondersteuningsplan. De professionele cliëntondersteuner zet daarbij 118

Koplopers in de zorg

zijn expertise in om de ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen, inclusief de mogelijkheden die het netwerk van de cliënt biedt. Het ondersteuningsplan kan daarmee uitgroeien tot het ‘onafhankelijke en geobjectiveerde’ instrument, zeker bij multiproblematiek en complexere ondersteuningsvraagstukken.” De ondersteuningsbehoefte van de klant met een indicatie wordt door MEE Zeeland met behulp van de SIS in kaart gebracht. De SIS is een wetenschappelijk gevalideerd, internationaal erkende methodiek die zijn oorsprong vindt bij de American Association on Intellectual and Developmental Disabilities, de AAIDD. De SIS is opgebouwd langs levensgebieden, die zijn gerelateerd aan de acht domeinen van de kwaliteit van bestaan zoals geformuleerd door professor B. Schalock. Deze levensgebieden zijn:

• activiteiten in huis • activiteiten in de samenleving • leren en permanente vorming • arbeidsmatige activiteiten • gezondheid en veiligheid • sociale activiteiten • belangenbehartiging. Naast de ondersteuningsbehoefte op bovenstaande levensgebieden wordt de behoefte aan medische en gedragsmatige ondersteuning in

kaart gebracht. De SIS helpt vast te stellen wat voor soort, hoeveelheid en intensiteit van ondersteuning iemand nodig heeft om volwaardig te kunnen participeren in de samenleving. Een consulent van MEE neemt de SIS af samen met twee respondenten, personen die de cliënt goed kennen (tenminste een half jaar). De cliënt wordt hier zoveel mogelijk bij betrokken en kan in sommige gevallen zelf respondent zijn. De gedragswetenschappers van MEE verwerken en interpreteren de gegevens en coachen de consulenten. Het geheel mondt uit in een individueel ondersteuningsprofiel. De SIS geeft nog niet aan wie welke ondersteuning op welk levensgebied gaat aanbieden: het netwerk van de klant of een van de zorgaanbieders of een combinatie van beide. Ook bij het begeleiden van deze keuze speelt MEE een rol. De benaderingswijze sluit ook goed aan bij de filosofie van MEE: zo dicht mogelijk bij de klant en een zo licht mogelijke vorm van ondersteuning. Door deze werkwijze wordt de positie van de cliënt richting zorgaanbieder wezenlijk versterkt. En hier houdt de rol van MEE niet op: in het verdere traject zal de MEE-consulent toetsen of de zorgaanbieder zijn afspraken richting cliënt nakomt en of de afgesproken doelen ook daadwerkelijk worden gehaald. Zo ontstaat er de noodzakelijke ‘countervailing power’ vanuit de cliënt richting zorgaanbieder.


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Ouderenzorg

Ziekenhuizen en klinieken

Ondersteunende organisaties

Breed draagvlak

De afgelopen anderhalf jaar hebben MEE Zeeland en Arduin de nieuwe constellatie ingevoerd. Vanuit het management is de vraag bij de gedragswetenschappers neergelegd of de SIS wat toevoegt aan het bestaande instrumentarium. De gedragswetenschappers waren al snel enthousiast over het instrumentarium waardoor er meteen een breed draagvlak binnen de organisatie is ontstaan. Van belang was dat het instrument aansloot op de visie van zowel het management als de gedragswetenschappers, hierbij voortbordurend op de ervaringen van de SPD: de SIS omvat alle levensgebieden en is levensloopbestendig. Vervolgens heeft het management van MEE Zeeland het gehele traject low profile opgepakt. De gedragswetenschapper hebben eerst in introductie in de SIS gehad door Sytes, waar collega’s van MEE Zuid-Holland Noord trainingen verzorgen. Hierna hebben zij een Train-The-Trainer gevolgd door Dr. W. Buntinx, lid van het AAIDD Vervolgens zijn interne en groot aantal consulenten getraind. In het kader van een pilot met Arduin heeft J. van Loon toegelicht hoe Arduin de SIS gebruik in zijn ondersteuningsprofielen. Aansluitend op de pilot is besloten dat MEE Zeeland voor alle nieuwe cliÍnten van Arduin een SIS gaat afnemen. Na deze uitgebreide verkenning zijn in totaal 26 consulenten getraind door 2 gedragswetenKoplopers in de zorg

119


M EE Z e e lan d

schappers; een deel daarvan heeft de ‘train de trainer’-cursus gevolgd zodat men voldoende eigen trainingscapaciteit heeft om medewerkers van de eigen en andere organisaties te trainen. Een pilot van half jaar waarbij 27 bestaande cliënten van Arduin werden getoetst met behulp van de SIS was de opmaat naar de nieuwe constellatie waarbij bij alle nieuwe cliënten eerst door de gedragswetenschappers van MEE Zeeland de SIS zou worden afgenomen. Tot nu toe hebben 8 nieuwe cliënten deze route gevolgd en gedurende het traject zijn MEE Zeeland en Arduin in hun nieuwe rol gegroeid. De ervaring leert dat de gedragswetenschappers van MEE Zeeland en de medewerkers van Arduin elkaar inhoudelijk kunnen vinden op de levensgebieden van de SIS. Een aandachtspunt is de medewerkers van Arduin altijd de cliënt als respondent nemen, terwijl de gedragswetenschappers van MEE op advies van de heer Buntinx de cliënt alleen als respondent nemen als er sprake is van voldoende reflectievermogen. Verbreding en verlenging

Omdat de methodiek alle levensgebieden betreft, is SIS voor gemeenten een interessant instrument nu naast onderwijs en werk steeds meer taken op het terrein van zorg en welzijn naar hen wordt overgeheveld. Met de toepassing van de SIS wil MEE Zeeland inspelen op de mogelijkheid om zo de markt te verbreden. Gemeenten zullen in de toekomst steeds vaker voor complexe verdelingsvraagstukken komen

“De afgelopen jaren zijn veel organisaties vooral met zorginkoop en overleven bezig geweest, niet met inhoud en methodieken.” Krijn Hamelink, manager MEE Zeeland Walcheren

120

Koplopers in de zorg

te staan waarbij de mate en wijze van zorgondersteuning niet direct duidelijk is. Met name het gebied tussen evident lichte dan wel intensieve zorg en ondersteuning is vatbaar voor discussies waarbij de SIS uitkomst kan bieden: of het nu om werk, vrije tijdsbesteding of zorg gaat, MEE Zeeland zorgt voor het objectief in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte. Wanneer een cliënt over een ondersteuningsplan beschikt dat meerdere vraagstukken belicht, sluit dat goed aan bij het streven van o.a. de gemeenten om de ondersteuning vooral geïntegreerd te organiseren. Een andere verbredingsoptie is de penitentiaire markt. De door MEE Zeeland aangeboden ART-training levert praktische handvatten om mensen met een lichte verstandelijke beperking die hun detentie uitzitten, hun agressie te leren beheersen en reduceren. De ervaring leert dat bij deze doelgroep met een lichte mate van begeleiding veel problematiek kan worden voorkomen. Door deze cliënten wordt MEE beschouwd als een onpartijdige, veilige, niet bedreigende organisatie die niet met het justitiële apparaat wordt geassocieerd. Ook op andere terreinen wil MEE Zeeland voorop lopen. Zo wordt er nagedacht over MEE 2.0 waarin het elektronisch profiel van de cliënt à la de persoonlijke pagina bij onderwijsinstellingen een centrale rol speelt: de cliënt is eigenaar van dit profiel en heeft zelf de regie in handen. Met het levenslange en levensbrede individuele ondersteuningsprofiel op basis van de SIS zou in de toekomst op eenzelfde wijze kunnen omgaan, waarbij de regie weer bij de cliënt komt te liggen. Het zou dan de taak van MEE Zeeland zijn om bijvoorbeeld te monitoren of de zorg- en andere aanbieders inderdaad de overeengekomen diensten leveren. Dit past ook goed bij het profiel van de medewerkers van MEE. MEE Zeeland ziet het als een van de belangrijkste ambities om de positie van de cliënt richting zorgaanbieders te versterken.


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Ouderenzorg

Ziekenhuizen en klinieken

Ondersteunende organisaties

Support Intensity Scale (SIS)

• •

• • •

De SIS is in 2004 ontwikkeld door de American Association AIDD onder leiding van Jim Thompson en in 2006 vertaald door Dr. W. Buntinx. De schaal is gebaseerd op de theorie van kwaliteit van bestaan van Bob Schalock De SIS wordt sinds 2008 in 19 Amerikaanse staten (110 miljoen inwoners) toegepast als toegang tot zorg. Dit heeft de afgelopen jaren zeer veel statisch materiaal opgeleverd waardoor de methodiek verder is verfijnd. De methodiek is genormeerd voor Genormeerd voor Canada, Spanje, België, Italië, China, Israël en IJsland De SIS is wetenschappelijk gevalideerd, in Nederland door Jos van Loon (Arduin) in samenwerking met de Universiteit van Gent De SIS is binnen de VG-sector uitstekend toepasbaar voor alle categorieën cliënten, waaronder cliënten met een autistisch spectrum stoornis en bij cliënten die in aanmerking komen voor een EZZ-toeslag De SIS leidt in 92% van de gevallen in één keer tot de juiste inschatting van de ondersteuningsbehoefte De SIS is te koppelen aan de zorgzwaartepakketten, d.w.z. een bepaalde ‘score’ binnen de SIS vertaalt zich in een zorgzwaartepakket met een bepaald profiel De SIS biedt MEE-organisaties de mogelijkheid om de ondersteuningsgedachte uit te dragen

Koplopers in de zorg

121

Koplopers in de zorg - MEE Zeeland  

Koplopers in de zorg - MEE Zeeland

Koplopers in de zorg - MEE Zeeland  

Koplopers in de zorg - MEE Zeeland

Advertisement