Issuu on Google+

M E E P lu s G ro ep


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Ouderenzorg

Ziekenhuizen en klinieken

Ondersteunende organisaties

In de zorg voor mensen met een beperking komt de nadruk steeds meer te liggen op het vergroten van de participatie en de zelfredzaamheid van kwetsbare burgers; zelfstandig meedoen. Dit betekent een verschuiving van een categorale naar een bredere maatschappelijke ondersteuning. Organisaties en instituties verliezen aan belang terwijl de expertise van de professional centraal komt te staan. De MEE Plus Groep zet haar organisatie op haar kop om op deze ontwikkelingen te kunnen inspelen.

Toekomstbeeld van maatschappelijke ondersteuning De MEE Plus groep ziet zich de komende jaren evolueren tot een maatschappelijke netwerkorganisatie met als dragend element resultaatverantwoordelijke teams, die werken in een geografisch gebied als bijvoorbeeld een wijk, een gemeente of een regio. Deze teams zijn verantwoordelijk voor alle vragen van mensen met een beperking op zowel individueel als collectief niveau binnen dat geografische gebied. De teams zullen ook de aanwezige algemeen maatschappelijke voorzieningen adviseren, ondersteunen en van expertise voorzien aangezien dit type voorzieningen in de komende jaren de rol zal overnemen van categorale voorzieningen zoals MEE. De cliëntgroep van MEE Plus verbreed zich dan ook naar kwetsbare burgers met én zonder beperking. Om hier invulling aan te geven plaatst MEE Plus de vraag van de individuele burger met een beperking in een breder maatschappelijke context, waarbij ook wordt gekeken naar de leefomgeving, onderwijs, werk en arbeidsmarktmogelijkheden van deze persoon. Zonder een goede invulling van deze randvoorwaarden zijn de individuele vragen maar beperkt op te lossen. Sociale NetwerkStrategieën

De methodiek van de Sociale NetwerkStrategieën is de leidende werkwijze binnen de organisatie.

De MEE Plus Groep werkt vanuit de visie dat de mogelijkheden van de cliënt zelf en zijn netwerk centraal staan en moeten worden geactiveerd en benut. Door uit te gaan van de sterkte van de cliënt en zijn netwerk ontstaan er antwoorden die beter aansluiten op de hulpvragen en duurzamer zijn. Dit sluit goed aan bij de huidige tijdgeest waarin er bezuinigd moet worden op de professionele zorgen dienstverlening en mensen uit moeten gaan van hun eigen kracht. Hans Blom: “Er moet niet langer gedacht en gewerkt worden vanuit instituties als MEE, maar vanuit de cliënt en diens netwerk.” Sociale NetwerkStrategieën heeft de volgende uitgangspunten: • De eigen kracht van de cliënt en zijn netwerk wordt geactiveerd en benut. Dit netwerk kan bestaan uit familieleden, vrienden, buren, collega’s of bijvoorbeeld de trainer van de sportclub. Dit vergroot het zelfvertrouwen van de cliënt en vermindert de afhankelijkheid van professionals. • De cliënt behoudt zoveel mogelijk de regie over zijn eigen leven. Hij wordt niet ‘overruled’ door professionals. • Professionele inzet is tijdelijk. In het leven van cliënten zijn professionele hulpverleners altijd passanten. Hierdoor bieden zij geen echte continuïteit. Familie en

“Er moet niet langer gedacht en ­gewerkt worden vanuit instituties, maar vanuit de cliënt en diens netwerk.” Hans Blom, bestuurder MEE Plus

Koplopers in de zorg

3


M E E P lu s G ro ep

• • • •

vrienden zijn vaak langduriger met elkaar verbonden en staan dichter bij de cliënt, het sociale netwerk is duurzamer en biedt meer continuïteit. Oplossingen die vanuit de cliënt en zijn netwerk worden aangedragen, sluiten veelal beter aan bij de hulpvraag en hebben een langere levensduur. Ambulante geïndiceerde AWBZ-zorg, zoals activerende en ondersteunende begeleiding, zal vrijwel verdwijnen. MEE biedt een methodiek die dit helpt opvangen. Langs deze weg de zelfredzaamheid versterken, stelt de cliënt in staat meer gebruik te maken van algemene voorzieningen en lichtere vormen van (informele) ondersteuning. Door het versterken van het natuurlijke netwerk, vermindert dikwijls de behoefte aan professionele zorg en kunnen zwaardere vormen van zorg worden voorkomen of uitgesteld.

De MEE Plus Groep heeft een methodische aanpak om dat netwerk in beeld te krijgen, na te gaan waar welke potentie zit en op welke aangrijpingspunten mensen uit dat netwerk hem of haar kunnen helpen, met als uiteindelijk doel dat de professional dat niet meer hoeft te doen. De organisatie positioneert zich op deze wijze steeds meer op het snijvlak van formele en informele dienstverlening. De ervaring leert dat deze methodiek in het begin behoorlijk arbeidsintensief is maar als het traject eenmaal loopt, een lichte ondersteuning voldoende is. Bijna alle medewerkers zijn nu getraind in de Sociale NetwerkStrategieën en door de succes­ volle toepassingen melden de laatste tijd ook gemeenten en andere MEE-organisaties zich om hun medewerkers te laten trainen. Er is met andere woorden sprake van een olievlekwerking. Organisatie op de kop

In het verlengde van de methodiek van Sociale NetwerkStrategieën is er een ontwikkeling gaande van een keten- naar een waardennetwerkaanpak: niet langer staat het coördineren 4

Koplopers in de zorg


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Ouderenzorg

Ziekenhuizen en klinieken

Ondersteunende organisaties

“Het Gildemodel dat wij hanteren is niet hiërarchisch, maar heeft met professie en ­vakmanschap te maken.”

van de activiteiten van organisaties in de keten centraal, maar het waardennetwerk rondom de cliënt. Hans Blom: “De traditionele ketenaanpak lost niets op. De ketenaanpak is dossiers doorschuiven, en uiteindelijk krijg je het dossier terug en is er meer ellende aangericht dan er problemen zijn opgelost.” Volgens Hans Blom heeft deze nieuwe wijze van werken gevolgen voor het type medewerker en het type aansturing dat hierbij past. Het heeft ook zijn weerslag op het toekomstige besturingsconcept: “Wij zullen ons moeten ontwikkelen tot een maatschappelijke netwerkorganisatie, waarin resultaatverantwoordelijke teams een centrale rol zullen gaan spelen.” De teams dienen medewerkers optimaal te positioneren in de regio als een onafhankelijk netwerker die zijn of haar eigen waardennetwerk openstelt voor anderen en op zijn beurt zelf ook gebruik maakt van andere netwerken. De teams zijn geen doel op zichzelf en het is dus goed mogelijk dat ze maar een beperkte periode als zodanig opereren. Het is te verwachten dat in de toekomst consulenten beter in staat zijn om vanuit hun teams vervlechtingen aan te gaan met interdisciplinaire sociale wijkteams. Dat zijn integraal werkzame teams met diverse frontwerkers en maatschappelijke dienstverleners uit meerdere herkomstorganisaties, die samen alle ondersteuningsvragen oppakken en niet loslaten voordat een vraagstuk echt beantwoord is.

Hans Blom gelooft dat organisaties nooit af zijn en ontwikkelingen daardoor altijd incrementeel plaatsvinden. Een enkele maal is er – zoals bij de introductie van resultaatverantwoordelijke teams – een structurele aanpassing noodzakelijk. Hans Blom vindt dat de daaruit voortvloeiende veranderingen door de medewerkers zelf inhoud en vorm moeten worden gegeven. Zo waren de teams in hun traject naar resultaatverantwoordelijk team zélf verantwoordelijk voor de keuze van de coaches die hen daarbij gingen begeleiden: ze konden zelf kiezen uit drie coaching organisaties. Het betekent dat ook de top van de organisatie de oude wijze van denken overboord durft te zetten. Uiteindelijk doel is te komen tot een sociocratie waarbij de hele besluitvormingspiramide wordt omgekeerd: als alle resultaatverantwoordelijke teams staan, heeft het management geen enkele andere rol meer dan ondersteuning van het interne waardennetwerk. De sleutel voor het succes van het nieuwe besturingsconcept ligt bij de mate waarin de betrokkenen op taakvolwassen wijze invulling aan hun rol geven. Daarnaast is een aantal organisatorische veranderingen doorgevoerd, zoals het afschaffen van de hiërarchie in het regiomanagement en de daarbij horende managementlagen. Om de teams optimaal te positioneren zijn vervolgens alle teamleiders opgewaardeerd tot teammanagers. Deze managers hebben intern vooral een

faciliterende, ondersteunende en toetsende rol richting team en teamleden en niet langer een hiërarchische rol. Extern zijn ze verantwoordelijk voor de lokale verankering en regionale binding van het team en de teamleden. Dit vereist van alle betrokkenen een vaak geheel andere mindset. De teammanagers hebben daarom allemaal een training transactionele analyse gevolgd om hun inzicht te vergroten in dominante patronen in de eigen persoonlijkheid, in intermenselijke verhoudingen en de wijze van communicatie met anderen. Uiteindelijk doel is het creëren van volwassen relaties op het gebied van aansturing, toetsing en coaching binnen de teams. Tenslotte is binnen de MEE-organisatie een expertiseondersteunend model geïntroduceerd. In dit zogenaamde ‘Gildemodel’ staat vakmanschap en gezag centraal in plaats van macht en de positie in de hiërarchie. Hans Blom: “Mensen interpreteren het Gildemodel als hiërarchisch, maar het heeft met professie en vakmanschap te maken. De teammanagers en teamleden zullen, net als de ondernemingsraad leren omgaan met deze nieuwe vorm van het zelf oppakken van leiderschap en worden hierin getraind en begeleid. Daarna worden de betrokkenen getraind in meer klassieke onderwerpen als budgetten en rapportagesystemen, want het businessmodel verandert drastisch met de overgang van de MEE-taken van de AWBZ naar de Wmo.”

Koplopers in de zorg

5


M E E P lu s G ro ep

Ambities en scenario’s voor de toekomst

De verregaande organisatorische veranderingen die MEE Plus nu doorvoert onder leiding van Hans Blom moeten de organisatie optimaal voorbereiden op de veranderingen die in de komende jaren te verwachten zijn, te weten de overgang van de financiering in de periode 2015 – 2016 naar de gemeenten. Op dit ogenblik investeert Hans Blom in het verder uitbreiden en verdiepen van de contacten met lokale en regionale dienstverleners en met name ook met de verschillende gemeenten. Hij ziet dit in het breder kader van een grondige herziening van de sociale infrastructuur voor alle kwetsbare mensen met een tijdelijk of chronisch verlaagde zelfredzaamheid. Er is sprake van een strategische herpositionering, waarbij de focus verbreedt van individu naar groep en uiteindelijk naar de wijk. Dat leidt tot een ander type dienstverlening, andere contacten, andere stakeholders, van globale inputsturing naar concreet aangetoonde outcome-realisatie. MEE Plus heeft de ambitie om intensief betrokken te zijn bij enkele cruciale transities van beleidsoverdracht naar gemeenten die allemaal grote effecten hebben voor veel MEE-cliënten. Zo wordt de toekenning van de AWBZ-functie begeleiding een gemeentelijke Wmo-taak en worden vrijwel alle onderdelen van de Jeugdzorg overgeheveld van de provincies naar de gemeenten. Ook geeft de Wet Werken naar Vermogen gemeenten een grote eigen verantwoordelijkheid

voor de herziening van de onderkant van de arbeidsmarkt. De effecten van deze (cumulerende) transities zullen waarschijnlijk vooral de minst zelfredzame mensen met een beperking betreffen. Door een slimme combinatie van een proactieve lokale verankering van MEE en netwerkverbanden met complementaire dienstverleners, kan MEE Plus bij deze stelselwijzigingen met haar netwerkpartners betekenisvoller zijn dan ooit voor de meest kwetsbare burgers. Enkele scenario’s

Hoe onzeker de toekomst daadwerkelijk is, blijkt als de verschillende decentralisatiescenario’s op een rij worden gezet. De gemeenten gaan een centrale rol spelen op het terrein van financiering en regie. De maatschappelijke organisatie heeft straks niet meer te maken met die ene financier VWS, maar met 47 gemeenten bij wie de subsidies voor de lokale ondersteuning al dan niet via aanbesteding verworven moet worden. Het ligt voor de hand dat onder de vlag van de Wmo er niet één scenario van toepassing zal zijn, maar een combinatie van scenario’s. Hans Blom schetst enkele mogelijkheden:

De gemeenten krijgen het budget, zij nemen enkele (voorheen) MEE-consulenten in dienst, die achter het Wmo-loket worden ingezet. • De gemeenten subsidiëren alleen nog maar brede, algemeen werkzame samenwer-

kingsverbanden (consortia); ze eisen dat de verschillende aanbieders hun activiteiten verknopen met die van anderen en categorale voorzieningen als het ‘oude’ MEE worden niet meer (afzonderlijk) gefinancierd. • De MEE Plus Groep wordt behouden, de gemeenten zetten het oude model voort en subsidieert MEE vanuit de Wmo als één van de zelfstandige lokale welzijns-/ondersteuningsvoorziening. • De MEE Plus Groep evolueert tot een brede organisatie voor maatschappelijke ondersteuning voor diverse groepen van kwetsbare, verminderd zelfredzame burgers, waaronder mensen met een beperking; MEE Plus richt lokaal en/of regionaal met andere dienstverleners die brede ondersteuningsorganisatie op en in. • De MEE Plus Groep ontwikkelt zich tot een 2e lijnsexpertisecentrum, dat de algemene voorzieningen traint en begeleidt ten behoeve van de ondersteuning van mensen met een beperking. MEE Plus stelt zich er op in dat zij met een breed scala aan scenario’s te maken krijgt en zal haar ambities hierop afstemmen. Voor elk scenario geldt dat een zorgvuldige, proactieve positionering van de expertise die de MEEorganisatie voor mensen met een beperking ontwikkeld heeft van groot belang zal zijn voor de bevordering van hun zelfredzaamheid, maatschappelijke parti­cipatie en persoonlijk welzijn.

“De traditionele ketenaanpak is vooral dossiers doorschuiven; uiteindelijk krijg je het dossier terug en is er meer ellende aangericht dan er problemen zijn opgelost.”

6

Koplopers in de zorg


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Ouderenzorg

Ziekenhuizen en klinieken

Ondersteunende organisaties

Het MEE concept MEE biedt ondersteuning aan alle kwetsbare burgers met een beperking, chronische aandoening of ontwikkelingsachterstand. Het kan gaan om een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke beperking of een vorm van autisme. De ondersteuning wordt geboden in alle levensfasen en op alle levensterreinen en is vooral gericht op versterking van de zelfredzaamheid. Daarbij werkt MEE samen met gemeentelijke dienstverleners, organisaties voor belangenbehartiging en andere private en non-for-profit dienstverleners in de regio’s. Samen vormen zij een netwerk ten dienste van de burger, die ondersteuning nodig heeft om zo volwaardig mogelijk te kunnen deelnemen aan de samenleving. De grootste cliëntengroep wordt gevormd door mensen met een verstandelijke beperking. Onderdeel van de MEE Plus Groep zijn de vijf MEE-regio’s: • MEE Alblasserwaard/Vijfheerenlanden • MEE Brabant Noord • MEE Drechtsteden • MEE Midden-Holland • MEE Zuid-Hollandse Eilanden


Koplopers in de zorg - MEE