Issuu on Google+

ME E CJPG LU BS RE GR DA OEP

144

KOPLOPERS IN DE ZORG


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

VVT

Ziekenhuizen en Klinieken

Life Science & Health

Toen in Nederland door Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin in 2009 werd besloten dat in iedere gemeente een centrum voor jeugd en gezin diende te komen, koos Breda voor een positieve benadering door breed te investeren in een goed opvoedklimaat voor àlle Bredase jeugd. Tevens besloot de Brabantse gemeente niet tot een vast centraal inlooppunt zoals dat in veel gemeenten is te vinden, maar tot ondersteuning van ouders en kind door CJG’ers dichtbij huis en school.

De positieve visie van Breda Tegelijkertijd met de oprichting van een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in Breda moest er ook een nieuw beleidskader voor jeugd en onderwijs komen. Tevens wilde de gemeente niet zomaar aan de slag zonder eerst in kaart te hebben gebracht welke de wensen waren van ouders en jongeren in de stad. Daarom ging de gemeente eerst in gesprek met ouders, scholen en kinderen. Uit deze gesprekken kwam heel duidelijk naar voren dat ouders en jongeren de ondersteuning ‘vertrouwd’ en dichtbij wensen. Dus besloot Breda te investeren in inzet van het CJG dichtbij huis, in de vorm van vaste CJG-ers die aanwezig zijn op alle kinderopvang en basisscholen, in alle wijken. Zo zorgt Breda voor een goed opvoedklimaat en goede basisvoorzieningen voor àlle Bredase jeugd. Deze aanpak verschilt van veel andere gemeenten, die voor het CJG een fysiek inlooppunt op één bepaalde plek inrichtten. Vraaggestuurd werken

Ook op andere fronten verschilt de aanpak in Breda van andere steden. Daar waar de meeste gemeenten aanbodgericht werken, werkt Breda vraaggericht. In de meeste gemeenten ontwikkelen jeugd-, zorg- en welzijnsorganisaties aanbod, zoals cursussen, workshops en lezingen. Vervolgens vragen ze bij de gemeente subsidie aan om de ontwikkelde

producten en diensten te kunnen aanbieden. De instellingen bepalen in deze situatie dus zelf welke producten en diensten ze ontwikkelen. Zo bewaakt iedereen zijn eigen marktaandeel en bepaalt de aanbodkant welk soort hulp er geboden wordt aan ouders en jongeren. De aangeboden hulp blijkt echter niet altijd aan te sluiten bij de behoeftes van ouders en jongeren. Daarom koopt Breda niet langer bestaande producten in, maar subsidieert zij goede professionals. Professionals die kijken naar de vraag en hier flexibel op inspelen. Professionals die het kind centraal stellen en de hulp bieden, die op dat moment nodig is. Om dit te realiseren moest er een nieuw soort professional komen. Een professional, die vraaggestuurd werkt én uitgaat van de eigen kracht van jeugd, ouders en die van familie, vrienden en buren om het gezin heen (sociale netwerk) in plaats van professionals die de zorg overnemen en ‘pamperen’. Een professional die vraagt wat iemand er zelf aan kan doen om zijn probleem op te lossen in plaats van het probleem over te nemen. De focus ligt op talenten en op wat mensen wel zelf of samen met familie en vrienden kunnen. En dus niet op alleen maar problemen en op wat mensen (nog) niet zelf kunnen.

“Breda wil kinderen en jongeren alle ruimte geven om zich breed te ontwikkelen. We willen uit ieder kind het beste halen en passende zorg bieden aan wie dat nodig heeft.” Saskia Boelema, wethouder Breda

KOPLOPERS IN DE ZORG

145


ME E CJPG LU BS RE GR DA OEP

Dat ik nu ook als CJG-ouder met andere ouders over – positief – opvoeden mag praten, vind ik een prachtbonus. Ook – en misschien wel juist – wanneer het gaat om de dingen die we moeilijk vinden en die niet vanzelf gaan.”

Met deze nieuwe aanpak wil Breda organisaties niet meer afrekenen op concrete eindproducten. Dat iemand 3 gesprekken heeft gehad met een ouder zegt op zich niets. Het doel is dat jeugd en ouders zich competenter gaan voelen. Is een jongere weerbaarder geworden bijvoorbeeld? Hebben ouders het gevoel dat ze positiever kunnen opvoeden? Dat is het gewenste resultaat, dat is de nieuwe outcome. Daar draait het feitelijk echt om. Drie soorten professionals

Breda zag de oprichting van het CJG als kans om de hele structuur rondom ondersteuning en zorg voor jeugd en ouders opnieuw in te richten. Uit gesprekken met ouders, jongeren en professionals kwam een aantal talenten naar voren, waaraan de nieuwe professionals idealiter voldoen. Mede op basis van deze input werden er competentieprofielen opgesteld voor de verschillende functies binnen het CJG. Kijkende naar de taken die de gemeente vanuit de wet Maatschappelijke Ontwikkeling (wMO) op het gebied van opvoed- en opgroeiondersteuning heeft, bleek dat er drie soorten professionals nodig waren: t

146

De school-CJG’er, als eerste aanspreekpunt voor jeugd, ouders en professionals, zoals leerkrachten. Zijn of haar taken bestaan uit informatievoorziening, advies, signale-

KOPLOPERS IN DE ZORG

ring en het toeleiden naar hulp en die zijn vooral gericht op het verbreden van de ontwikkeling en het versterken van kansen van jeugd. t De CJG-coach, voor lichte vormen van opvoedingsondersteuning die zowel is gericht op het verbeteren van kansen als het bieden van passende zorg. t De CJG-begeleider, die gezinnen ondersteunt die langere tijd (meer of minder) intensieve begeleiding en passende zorg nodig hebben. Hierbij schakelt de CJGbegeleider waar nodig collega’s in met een specifieke expertise. De CJG-professionals worden inhoudelijk aangestuurd door een programmateam. Verdeeld over de gemeente Breda zijn er vier zelfsturende teams, die gebiedsgericht werken. In ieder team zitten een aantal school CJG-ers, CJG-coaches en CJG-begeleiders. De teams hebben heel veel mandaat en ruimte. De nieuwe professionals werken zonder vooraf vastgestelde protocollen; vakmanschap en professionaliteit staan centraal. Aan de voorkant wordt heel streng geselecteerd op competenties en kwaliteit. Hierdoor is er alle vertrouwen dat de teams hun werk goed doen. Vanaf 1 januari 2012 werkt Breda met de bovenstaande drie profielen. Om een goede selectie te kunnen maken werd voor alle drie de functies een competentiepro-

fiel opgesteld. Dit profiel geeft aan welke talenten iemand nodig heeft om de functie goed te kunnen vervullen. Daarnaast werd er een ‘talentenscan’ ontwikkeld. Deze scan geeft aan welke talenten iemand heeft en welke talenten iemand nog kan ontwikkelen. Veertien instellingen in de stad, variërend van de GGD tot en met ‘tweedelijnsorganisaties’ zoals JUZT (jeugdzorg) en de GGZ hebben gezamenlijk kandidaten voorgedragen. Deze kandidaten moesten allemaal de scan doen wat resulteerde in een eigen ‘talentenpaspoort’. De talentenpaspoorten werden vervolgens gekoppeld aan de competentieprofielen. De uiteindelijke selectie vond plaats door gesprekken met een selectiecommissie, bestaande uit professionals, die het gedachtegoed van het CJG Breda door en door kennen. Zo werden zo’n 30 ‘pionierende’ professionals geworven. Om deze professionals optimaal voor te bereiden op de omslag in denken en werken ontwikkelde en financierde Breda een intensief leertraject. De basis van dit traject bestaat uit werkende weg leren van elkaar. Binnen het leertraject is veel ruimte voor intervisie en uitwisseling van kennis en ervaringen. De professionals komen uit 14 organisaties en hebben met elkaar een schat aan expertise te delen. Het leertraject vormt onderdeel van een post bachelor master opleiding ( ‘de verbindende jeugdprofessional’) die vraaggestuurd op maat is gemaakt voor de Bredase CJG-ers.


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

Annemieke van der Zijden, adjunct-directeur GGD West-Brabant: “De belangrijkste vraag is: Hoe kunnen wij als netwerk zo goed mogelijk en zo dichtbij mogelijk antwoord geven op een hulpvraag? Hierbij staan het kind en de ouder centraal, niet de eigen organisatie. Dat klinkt vanzelfsprekend; dat is het echter niet en daarmee is het geen makkelijk traject. Inmiddels merk je dat steeds meer mensen – binnen én buiten onze organisaties – het gedachtegoed uitdragen. De nieuwe aanpak betekent dat je je medewerkers moet loslaten en gezamenlijk het netwerk moet vormgeven. Hierbij kom je aan elkaars cultuur. Dit vergt veel van de betrokken organisaties, professionals en bestuurders en het vergt moed. Maar het houdt je ook kritisch: doe je als organisatie wel de juiste dingen? Wat doe je wel en wat niet? Het brengt je verdieping en verrijking.”

VVT

Ziekenhuizen en Klinieken

Life Science & Health

CJG-ouders

Bij opvoeden en opgroeien kom je hobbels tegen. Dat is normaal. Door er samen over te praten, kom je vaak al tot een oplossing. CJG Breda bevordert deze dialoog. Naast de CJG professionals zet het CJG Breda hierbij ook CJG-ouders in. En ook het concept CJG-ouders is ontstaan vanuit de vraagkant. Een aantal moeders, die goede ervaringen hadden met het CJG, zag dat veel ouders het CJG als drempel zien. CJG-ouders informeren en adviseren daarom andere ouders op het schoolplein. CJG-ouders krijgen trainingen en intervisiebijeenkomsten. Hierin leren ze bijvoorbeeld vooral vragen te stellen en niet te betuttelen. Zo zetten ook CJG-ouders kinderen en ouders in hun kracht.

PRATEN OVER OPVOEDEN Carina Rook, CJG-ouder, ziet opvoeden is één van de mooiste, maar meteen ook één van de zwaarste taken waar je als ouder mee te maken krijgt. “In mijn vriendennetwerk praten we er vaak over: hoe leuk onze kinderen zijn, wat ze allemaal al kunnen en wat we belangrijk vinden in de opvoeding. Hierbij bespreken we ook de valkuilen: ons geduld dat soms ver te zoeken is en het gejammer van de kids bijvoorbeeld. Dat ik nu ook als CJG-ouder met andere ouders over – positief – opvoeden mag praten, vind ik een prachtbonus. Elkaar verhalen vertellen en ervaringen delen is een feest van herkenning. Ook – en misschien wel juist – wanneer het gaat om de dingen die we moeilijk vinden en die niet vanzelf gaan.”

KOPLOPERS IN DE ZORG

147


ME E CJPG LU BS RE GR DA OEP

De inzet van CJG-ouders had overigens een mooie bijkomstigheid. Het blijkt dat moeders door hun ervaring als CJG-ouder weer meer zelfvertrouwen krijgen en op zoek gaan naar werk. Omslag in denken en doen

Het CJG valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Breda wil met de nieuwe aanpak een omslag in denken en doen bewerkstelligen. De Bredase jeugdinstellingen hebben deze aanpak mede ontwikkeld Het is echter ook een transformatie en cultuuromslag, die behoorlijk wat vergt van mensen die in een spagaat zitten. Veel van de nieuwe professionals zijn deels in dienst van het CJG en deels nog in dienst van de ‘moederorganisatie’, die vaak nog aanbodgericht werkt. Door professionals uit 14 instellingen een voortrekkersrol te geven, worden ze ambassadeurs van het nieuwe gedachtegoed, samen met de bestuurders van de instellingen die zich ook gecommitteerd hebben aan deze nieuwe manier van denken en doen. De gemeente verwacht hiermee een sneeuwbaleffect te bereiken binnen de organisaties. Veel instellingen werken nog met protocollen, die precies beschrijven wat een hulpverlener wel en niet mag doen. De nieuwe professionals van nu worden geselecteerd op hun competenties, krijgen veel ruimte en vertrouwen.

Saskia Boelema, wethouder jeugd en onderwijs bij de Gemeente Breda vindt dat het een feest moet zijn om in Breda op te groeien: “Breda wil kinderen en jongeren alle ruimte geven om zich breed te ontwikkelen. We willen uit ieder kind het beste halen en passende zorg bieden aan wie dat nodig heeft. Ons CJG is een netwerkorganisatie die bestaat uit competente professionals en is daar waar ouders en kinderen zijn: op scholen, in de wijk en bij mensen thuis. De uitdaging zit erin dat we de talenten van kinderen stimuleren en de ouders hierin hun eigen rol laten spelen. En als het nodig is zetten we in op preventieve en laagdrempelige zorg om de zwaardere zorgvormen terug te brengen. Ik wil de focus niet langer richten op een kleine groep jongeren die het niet goed doet maar juist op de talenten van alle jongeren en kinderen. Dat vraagt wel een omslag in het denken, maar de Bredase zorgpartners zijn enthousiast en gedreven om vraaggestuurd te gaan werken en niet de organisatie maar de professional voorop te stellen.”

Steeds meer gemeenten kiezen inmiddels, in navolging van Breda, voor deze andere aanpak.

“De uitdaging zit erin dat we de talenten van kinderen stimuleren en de ouders hierin hun eigen rol laten spelen.”

148

KOPLOPERS IN DE ZORG


Gehandicaptenzorg

GGZ

Jeugdzorg

Maatschappelijke Ondersteuning

VVT

Ziekenhuizen en Klinieken

Life Science & Health

UITGAAN VAN DE EIGEN KRACHT De gemeente Breda staat voor positief opvoeden. Deze visie vertrekt vanuit de eigen kracht van jeugd en ouders, in de rol van ‘informele’ opvoeders. Samen met professionals wordt gekeken hoe je het beste kunt aansluiten bij de behoeftes van ouders en kinderen. Hierbij zet Breda in op ontwikkeling van talenten en competenties in de breedste zin van het woord. De aandacht gaat niet, zoals dat doorgaans het geval is, alleen uit naar een kleine groep jongeren waar het niet goed mee gaat, maar naar alle jeugd. Door dingen zelf te ontdekken, ontwikkelen kinderen en jongeren talenten. Daardoor krijgen ze meer zelfvertrouwen en staan ze steviger in hun schoenen, ofwel in hun eigen kracht. Datzelfde geldt voor ouders. Gedachte hierachter is dat focus op talenten en investeren in (goede voorzieningen voor) alle jeugd en ouders preventief werkt. Uiteraard is hierbij oog voor ouders en jongeren, die het op eigen kracht (nog) niet kunnen. Breda schept randvoorwaarden voor talentontwikkeling, maar biedt ook ondersteuning en zorg als dat nodig is.

KOPLOPERS IN DE ZORG

149


CJG Breda