Issuu on Google+

slow management kapitalisme zomer 2008

106

‘Dialoog heeft veel meer effect dan het opgeheven vingertje’

de groeiende macht van het duurzame geld door paul groothengel

I

edere week is er wel weer nieuws van het front. Pensioenfonds pggm heeft het meest verantwoorde beleid als het gaat om wapenhandel. De gemeente Den Haag gaat 150 miljoen euro duurzaam beleggen. SNS Asset Management zet haar middelen alleen nog maar verantwoord weg. Getalsmatig vormen de ‘duurzame geldstromen’ slechts een paar procent van het totaal, maar die smalle beekjes dijen snel uit. Verantwoord sparen en beleggen zit behoorlijk in de lift, niet alleen bij de grote partijen maar ook bij de ‘gewone man’. Volgens directeur Giuseppe van der Helm van de vbdo (Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling) een bevestiging ‘dat de bewustwording van particulieren

over duurzaamheid groeit’. Hij schrijft het succes toe aan de tv-uitzendingen van het programma Zembla over duurzaam beleggen en de rol van de banken, die begin vorig jaar veel ophef veroorzaakten, en natuurlijk aan de film van Al Gore. ‘En het zijn niet alleen groene beleggers die op de duurzame toer willen, juist jongeren tonen bovenmatige interesse. Die redeneren: wat heb ik aan een mooi rendement, als er straks geen wereld meer over is? Oudere beleggers hebben zichtbaar minder op met dit onderwerp.’ De groeiende populariteit meet Van der Helm ook af aan de stijgende interesse voor uitgaven van zijn vereniging zoals het Duurzame Stemadvies en de Duurzaam Geld Gids, die laatste ontstond in coproductie met de Consumentenbond.

M


slow management kapitalisme zomer 2008 Opmerkelijk genoeg gaat er meer geld om in duurzaam sparen dan in duurzaam beleggen. Terwijl het laatste duidelijk meer in de belangstelling van de media staat, en banken er veel meer mee adverteren. Het lijkt erop dat we met zijn allen ethischer worden maar de fiscale vrijstellingen voor bepaalde vormen van sparen werken hier ongetwijfeld aan mee.

Betrokken aandeelhouder

108

‘Wij investeren spaargeld van klanten alleen daar, waar dat goed is voor mens, dier en milieu. Duurzaam investeren noemen we dat’, schrijft de ASN Bank (Algemene Spaarbank voor Nederland) in haar brochures. Samen met Triodos Bank heeft ASN Bank een flink aandeel in deze markt. Nog lang niet alle grote banken bieden duurzame spaarproducten aan. De inleg fungeert als funding voor het uitzetten van bijvoorbeeld kredieten, en het is voor de grote banken lastig om te claimen dat al die geldstromen een volledig duurzaam karakter hebben. Gespecialiseerde spelers als Triodos Bank en ASN Bank kunnen dat wel. Voor beleggers is de keuze veel groter bij tal van banken, fondsen en instellingen: van duurzame aandelenfondsen tot Eco Certificaten, van duurzame obligatiefondsen tot Water Turbo’s. De hamvraag is: leveren deze beleggingsproducten een beter rendement op dan ‘gewone’ beleggingen? Die vraag is helaas lastig te beantwoorden. De conclusies uit (wetenschappelijk) onderzoek zijn niet eensluidend, maar de verwachtingen op termijn zijn positief. Bedrijven die bijvoorbeeld de risico’s en kansen die samenhangen met klimaatveranderingen goed weten in te schatten, zullen minder snel voor verrassingen komen te staan en zullen mogelijkheden eerder kunnen grijpen. Daarnaast zal de reputatie vermoedelijk steeds zwaarder meewegen bij de afnemer. Bij het duurzaam wegzetten van geld hanteren met name de grote, institutionele beleggers meerdere manieren van denken en werken. Ten eerste kunnen ze bedrijven in een bepaalde sector uitsluiten (negative screening). Denk aan de gok- of wapenindustrie, de alcohol- en tabaksindustrie, of bedrijven die betrokken zijn bij kinderarbeid of vivisectie. Je kunt ook duurzaam gedrag actief belonen (positive screening). In het jargon van het wereldje heet dat de esg-criteria volgen: Environmental, Social and Governance ofwel, milieu en natuurlijke omgeving, sociale

factoren en behoorlijk bestuur (zie kader). Tot slot is er de ‘engagement’ strategie, waarbij beleggers zich opstellen als betrokken, actieve aandeelhouder. Ze stemmen niet met de voeten, maar laten ze hun stem horen bij openbare bijeenkomsten zoals de aandeelhoudersvergadering. In de praktijk kiezen grote beleggers daarnaast ook voor een vierde weg, die van de informele dialoog, waarbij ze achter de schermen bedrijven op hun (niet-duurzame) gedrag aanspreken. Banken kunnen naast beleggen ook op duurzame wijze kredieten verstrekken. Zoals gezegd worstelen de grote banken daar hevig mee, want het leidt tot voor hen moeilijke dilemma’s. Gespecialiseerde banken daarentegen hebben hier hun niche gevonden. Zoals de Triodos Bank uit Zeist, actief sinds 1980. En met succes, zegt directeur Matthijs Bierman: ‘We groeien als kool, afgelopen jaar met 25 procent en breiden onze dienstverlening gestaag uit. Bij ons kun je nu ook een duurzame betaalrekening openen, of een duurzame hypotheek krijgen.

criteria voor duurzame beleggers Wat is duurzaamheid? Voor beleggers wemelt het van de criteria. Maar er lijkt steeds meer overeenstemming te komen over de drie zogenaamde ‘esg-criteria’: Environmental. Wat is de impact van de producten en diensten van een bedrijf op de natuurlijke omgeving? Van de verbruikte grondstoffen en van de productieprocessen die hieraan voorafgingen? Hoe gaat het bedrijf om met emissies en afval? Social. Hoe staat het met de sociale verhoudingen tussen het bedrijf en haar stakeholders, denk aan medewerkers, omwonenden en klanten? Governance. In hoeverre houdt een bedrijf zich aan de regels voor behoorlijk bestuur, zoals de financiële richtlijnen (Sarbanes Oxley), of de code Tabaksblat?

Daarmee spelen we in op de groeiende bewustwording en de trend dat steeds meer mensen zo duurzaam mogelijk willen leven; ze beseffen dat iedere uitgave een stemverklaring is.’

Wars van subsidies De missie van Triodos Bank is helder: bedrijven, instellingen en projecten financieren die een meerwaarde hebben op sociaal, milieu of cultureel gebied. Dat kan een producent van kachels van natuurlijke materialen zijn, de dagopvang in biologische kinderboerderij De Cinquant, een buurtcentrum in Dordrecht, of timmerfabriek De Verbinding die werk biedt aan doven en slechthorenden. Welke kredietaanvragen wijst Triodos Bank af? Bierman: ‘Laatst kwam iemand met een energiezuinige manier om varkensmest in te drogen. In principe een prachtige methode om het mestprobleem beter te hanteren, maar we zouden daarmee wel de intensieve varkenshouderij stimuleren. En dat druist in tegen onze principes, dus dat werd nee.’ Triodos is overigens bepaald niet soft: de bank hanteert marktconforme rentetarieven (‘subsidiëren helpt niet’) en wijst een niet-kredietwaardige aanvrager net zo subiet af als iedere andere bank. Ook de fmo (Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden) opereert volledig in de geest van duurzaamheid. Deze ontwikkelingsbank, voor 51 procent in handen van de Nederlandse overheid, investeert veel in mkb-bedrijven, lokale banken en organisaties voor microfinanciering. Het gaat dan met name om leningen en lang kapitaal. ‘Dat doen we deels in lokale valuta, iets waar commerciële en de meeste andere ontwikkelingsbanken voor terugdeinzen om geen al te grote risico’s met koersverschillen te lopen’, stelt directeur Arthur Arnold. Door deze werkwijze zijn kleine ondernemers in die landen minder kwetsbaar voor een valutacrisis of devaluatie van hun eigen munt. In totaal investeerde de ontwikkelingsbank in 2007 voor 1,3 miljard euro, een stijging van ruim veertig procent ten opzichte van 2006 en bijna een verdubbeling vergeleken met 2005. Net als Triodos is fmo wars van subsidies. ‘Wij verstrekken kredieten volgens de harde esg-criteria. Het bevorderen van particulier initiatief helpt veel meer dan het geven van subsidies aan noodlijdende overheden.’

109

Onvrede onder filantropen Dat de grote banken het in ontwikkelingslanden grotendeels laten afweten, terwijl dergelijke kredietverstrekking toch naadloos zou passen in hun streven naar duurzaam ondernemen, kan fmo-directeur Arnold wel verklaren: ‘Hoge risico’s, denk aan politieke instabiliteit, gaan niet hand in hand met een hoog rendement. Wij kunnen onze aandeelhouders tevreden stellen met een


slow management kapitalisme zomer 2008

110

bescheiden dividend, zij niet. Maar soms doen ze deels met ons mee, waarbij zij de minder grote risico’s voor hun rekening nemen. Dan fungeren wij als katalysator, en dat is prima.’ We zouden het bijna vergeten, maar aan één essentiële voorwaarde is geen gebrek: geld. Dat stelt Gert van Dijk, hoogleraar Social Venturing & Entrepreneurship van de Nyenrode Business Universiteit. Hij meent dat er meer ‘slim ondernemerschap’ ingezet moet worden om al dat geld effectiever te besteden voor het oplossen van hardnekkige maatschappelijke problemen. Op gebied van onder andere milieu, duurzame landbouw en gezondheid. Van Dijk: ‘Het gaat er bij Social Venturing om de ontvanger van een duurzaam krediet of een schenking een ondernemender houding bij te brengen. Maar ook: wil je als overheid dat burgers meer groene stroom gebruiken? Kom dan niet met reclamecampagnes of nieuwe wetgeving, maar maak de prijs van groene stroom concurrerend.’ Social Venturing komt mede voort uit onvrede

onder filantropen, vervolgt Van Dijk: ‘Zij vroegen zich af: waarom werken onze schenkingen niet?’ Hij is nu bezig om voor een aantal Nederlandse banken en filantropen een Social Venturing Investment Fund op te richten, dat duurzaam belegt en waar hoge rendementen niet het voornaamste doel zijn. Wie doen er mee? Van Dijk: ‘Het is een gemêleerde groep. Een aantal van hen wil graag anoniem blijven. Verder Bank Insinger de Beaufort, de stichting van de gebroeders Baan, de Noaber Foundation en een paar pensioenfondsen.’

Schenken van een aflaat Met duurzame acties is het prettig pronken, waarbij informeren nog wel ‘ns overgaat in koketteren. Marleen van Ruijven, stafmedewerker bij Amnesty International, is geregeld in dialoog met banken en andere instellingen. ‘Als ik weer zo’n advertentie lees waarin een instelling opschept over een duurzame belegging, denk ik: als je daar zo enthousiast over bent, waarom doe je dan niet álles duurzaam?’

Neem Delta Lloyd Asset Management, dat onlangs fijntjes zijn elf jaar oude Ohra Milieu Technologiefonds omdoopte tot het Delta Lloyd Water & Climate Fund zonder enige inhoudelijke verandering. Meesurfen op trends kan immers lonend zijn, zo berichtte het fd onlangs. Een onderzoek van professor Raghavendra Rau van de Amerikaanse universiteit van West Lafayette laat zien dat alleen al in naam aansluiten bij een rage de instroom in een fonds met gemiddeld 28 procent kan doen toenemen. Met ‘water’ en ‘klimaat’ scoor je nu dus beter dan met het saaie ‘milieutechnologie’. En wat te denken van de Wereldbank Eco 3 Plus Note van ABN Amro, waarbij dankbaar gebruik wordt gemaakt van de absoluut solide merknaam van de Wereldbank. vbdo-directeur Van der Helm onderkent dat banken een commercieel belang hebben bij ‘het verduurzamen van financiële markten’, zoals zijn vereniging het in haar missie fraai omschrijft. ‘Maar steeds meer grote spelers zoals Rabo en ing, tonen een oprechte interesse. Dat Fortis nu al de complete afdeling Sustainability van ABN Amro Nederland op straat heeft gezet, is dan wel weer jammer…’ Nyenrode-hoogleraar Van Dijk daarentegen ziet veel greenwashing bij de banken. ‘Ze doen er allemaal aan mee, want ze moeten wel. Veel mvo-activiteiten rieken toch nog naar het schenken van een aflaat.’

Pensioenfondsen Jan Jonker, hoogleraar Verantwoord Ondernemen aan de Nijmegen School of Management, vindt dat banken lef moeten hebben om duurzaam te opereren: ‘Triodos Bank en ASN Bank hebben dat lef duidelijk getoond de afgelopen jaren. Maar helaas zijn het nog kleine spelers. Ik beschouw Rabo als de koploper van de grote banken waar het gaat om duurzaam ondernemen. Die maken daar echt werk van.’ De meeste doen niet anders dan het volgen van de trend, vervolgt Jonker. ‘Je kan het gewoonweg niet meer maken om als aanbieder níet mee te doen. Surf ’s een uurtje rond op internet, het wemelt van de duurzame producten. De aandacht daarvoor is geëxplodeerd.’ Volgens Triodos-directeur Bierman zijn ook de grote jongens echter steeds serieuzer bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen: ‘Ethische criteria rond kredietverstrekking zijn duidelijk aangescherpt. Excessen worden geweerd. Ze moeten ook wel, want ze worden er steeds vaker op aangesproken. Met name door

hun aandeelhouders die, denk aan de pensioenfondsen, op hun beurt ook weer worden aangesproken op hún beleggingskeuzes.’ Inderdaad toont een toenemend aantal pensioenfondsen maatschappelijke betrokkenheid. Zo stelde Eumedion, het governanceplatform van Nederlandse institutionele beleggers, de exorbitante beloningen van topmanagers van Philips en Corporate Express aan de kaak. Daar staat tegenover dat het abp bijvoorbeeld wel wat roept over clusterbommen, maar wapenproducenten niet a priori uitsluit. pggm doet dat wel en rapporteert daar sinds vorig jaar heel transparant over. En eindigde in december dan ook als eerste bij de door de vbdo ontwikkelde benchmark Duurzaam Beleggen voor Pensioenfondsen. In het onlangs verschenen verslag over 2007 legt pggm verantwoording af over 29 uitsluitingen en de omvang van de esg-beleggingen. Die overigens hard groeien: van 960 miljoen euro in 2006 tot naar schatting 2,5 miljard euro in 2008. Een interessant verband, aldus Van der Helm. ‘Hoe transparanter een belegger rapporteert over zijn duurzame beleggingen, des te duurzamer hij in praktijk opereert.’

Stille diplomatie Het gedrang rond de interruptiemicrofoons tijdens de vergaderingen van aandeelhouders neemt toe, ook achter de schermen gaan beursgenoteerde ondernemingen steeds vaker in dialoog met partijen als Triodos Bank, veb (Vereniging van Effectenbezitters) en Amnesty International. Die laatste is voorstander van stille diplomatie, vertelt stafmedewerker Marleen van Ruijven. ‘Omdat Dow Chemical het bedrijf Union Carbide heeft overgenomen – destijds verantwoordelijk voor de giframp in Bhopal, India – hebben we hen openlijk opgeroepen om financiële genoegdoening te geven aan de bevolking. Maar wij zoeken meestal de dialoog achter de schermen.’ Amnesty Nederland heeft tien jaar lang rondetafelgesprekken georganiseerd met vijftien grote Nederlandse multinationals, waaronder de meeste grote banken. Tijdens die vertrouwelijke bijeenkomsten legden de deelnemers ieder kwartaal hun duurzame dilemma’s op tafel en wisselden ervaringen uit. ‘Onze rol? Wij waren vooral moderator. Maar in bilateraal overleg konden we vervolgens wel meer bereiken.’ Over de resultaten is Van Ruijven bescheiden: ‘De impact is nooit precies te meten. Maar de ronde

M

111


slow management kapitalisme zomer 2008 tafels hebben er wel aan bijgedragen dat de investeringen in de wapenhandel werden teruggebracht.’ Ook de vbdo gaat graag de dialoog aan. Van der Helm: ‘Dat heeft veel meer effect dan het opgeheven vingertje. Wij zeuren niet over problemen, roepen niet voortdurend wat fout gaat, maar komen graag met praktische oplossingen. Daartoe doen we onderzoek naar bijvoorbeeld ketenbeheer, beloning van topbestuurders of duurzaam watergebruik door bedrijven. Bedrijven die het goed doen? tnt, Akzo en dsm. Organisaties als Ordina en Randstad worstelen nog met duurzaam ondernemen, maar staan er wel open voor.’

bankiers wringen zich dan ook in allerlei bochten als wij over China beginnen. Het cultuurrelativisme viert hoogtij.’ Pas je aan aan de Chinese normen en waarden, en hopsakee, het probleem is weggeredeneerd. Maar toch, inmiddels is één Nederlandse financiële instelling onder de druk van Amnesty gezwicht, zegt Van Ruijven: ‘Dat ging om pggm, die haar belegging in PetroChina terugtrok op basis van mensenrechtencriteria.’ De trend is onmiskenbaar: de financiële markten verduurzamen langzaam maar onverbiddelijk. Soms in alle stilte, vaak met ronkend pr-geweld. De macht van het duurzame geld neemt langzaam toe. r

Nooit klaar

112

Hoe nu verder? Kan wereldwijd de vlag uit als iedereen honderd procent duurzaam spaart, belegt, en investeert? Van der Helm: ���Ha, dat zou mooi zijn! Het lijkt langzaam te gaan, maar het mooie is dat duurzame criteria steeds verder opschuiven. En dat de accenten verschuiven. Jaren terug ging het over ethisch beleggen, nu staan zaken als ketenbeheer, waterverbruik en de uitstoot van co2 op de agenda; clusterbommen zijn straks geen issue meer, in België mag je er al niet meer in investeren. Het is nooit af.’ De huidige reuring over duurzaamheid doet Van Ruijven denken aan de spreekwoordelijke nieuwe kleren van de keizer: ‘Het is hier in Nederland een geweldig praatcircuit, waar iedereen aan meedoet. Men toont zich soms heel uitgelaten over nauwelijks zichtbare veranderingen. Maar het stadium van louter praten is voorbij. Het is de hoogste tijd voor actie. Meer actie.’ Voor Amnesty een van de redenen begin dit jaar om te stoppen met de rondetafelbijeenkomsten. ‘De gesprekken waren bedoeld om de bewustwording aan te scherpen. Die fase is nu wel afgerond, vrijwel iedereen is bezig met duurzaam ondernemen. Daarom gaan we nu zwaarder inzetten op directe dialoog, bijvoorbeeld over betrokkenheid van bedrijven bij mensenrechtenschendingen. Dat heeft meer effect.’ Ook Amnesty legt de duurzame lat steeds hoger. ‘Nu staat een onderwerp centraal als investeren in China, waar mensenrechten met voeten worden getreden. We spreken banken aan op issues als kinderarbeid, discriminatie en dwangarbeid.’ Spannend, want juist de banken zien groeiwonder China als een interessante investeringsen beleggingsmarkt bij uitstek. Van Ruijven: ‘Inderdaad,

groeispurt In 2006 nam het duurzaam sparen met 21 procent toe naar 8 miljard euro (2,8 procent van het totale spaarvolume) en het duurzaam belegde vermogen met 19 procent tot 3,3 miljard euro (3,6 procent van het totale belegde vermogen). Een groei die pakweg vier keer zo groot is als die van ‘gewoon’ sparen en beleggen. De cijfers over het eerste halfjaar van 2007 liggen weer eenderde hoger dan die van een jaar eerder blijkt uit overzichten van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (vbdo). Een heuse groeispurt dus. Ook het aantal duurzame beleggers neemt toe. Recentelijk meldde onderzoekbureau Millward Brown dat in 2007 van alle beleggers zo’n 12 procent zich in dit marktsegment had begeven, tegen 8 procent in 2006. De groei zit met name bij kleinere beleggers (tot 10.000 euro belegd vermogen).


De groeiende macht van duurzaam geld