Page 1

DE VOETWASSING 1

DE VOETWASSING

Heilige en grote donderdag, de Voetwassing van de apostelen, vroeg 14de eeuwse fresco in Vatopedi Monastery, Berg Athos. Van http://www.pravoslavie.ru/foto/image5224.htm Guido Biebaut

14 / 04 / 2012 Alle rechten voorbehouden


DE VOETWASSING 2

DE VOETWASSING of Liefgehad tot het einde Ps.30:2 / Joh.13:1-11 / 1 Cor.13:1-8 Herziene Statenvertaling Paulus schrijft ergens aan de gemeente in Corinthe: "Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden. " (2 Cor.8:9). Dat komt erop neer te zeggen dat Jezus door in zijn goddelijke status te blijven de redding van de mensheid niet kon bewerken. De Logos heeft zichzelf moeten vernederen om hier op deze aarde te kunnen bewerken wat de eerste mensen verloren hadden. Adam en Eva waren door één daad van opstand aan God in ongenade gevallen. De Eeuwige kán niet omgaan met het onheilige. Slechts door één andere daad van opperste liefde zou de mens, Adam en Eva en al hun nakomelingen opnieuw voor God geheiligd kunnen worden. In Jezus van Nazareth heeft de Logos, God in eeuwigheid, zich aan de mensen geopenbaard. Het Woord is vrijwillig in ballingschap gegaan naar deze aarde en heeft onder ons gewoond. Zijn hemels tehuis heeft Hij voor 33 1/2 jaren ingeruild voor een aards leven. Een wereld die Hem ook vijandig gezind was. Het kost Hem bijna het leven toen Herodus een groep kleine kinderen liet uitmoorden. Want Herodus was er van overtuigd dat de komende regeerder van het huis van David zich onder deze kinderen bevond. Slechts door goddelijk ingrijpen wordt de moord op de zo jonge Messias verhinderd. Vandaag, in ons verhaal uit Johannes, gaat Zijn dood echter niet verhinderd worden. In vervulling van het eeuwige raadsbesluit van God is nu zijn ure gekomen om uit de wereld tot de Vader te gaan. Dit overgaan, naar de Vader zal op een gewelddadige manier geschieden. Jezus, van Nazareth gaat terug naar zijn thuis, naar de hemel der hemelen. Jezus, weet dit en tracht het zijn discipelen uit te leggen. Het is Zijn taak te sterven aan zijn aards leven, om de wereld te verzoenen met God. Zijn heengaan naar de Vader is dan ook het hoogst verlangen van Jezus. Van een geestelijke tweestrijd van de Heer is nergens sprake in de schrift. Zijn gebondenheid aan deze wereld is slechts van tijdelijke aard zijn. Jezus, wist van zijn lijden, Hij heeft het zijn leerlingen tot 3 maal toe voorzegd. Maar dat konden ze toen niet begrijpen. Wij vandaag, na zoveel honderden jaren christelijke theologie, hebben er nog moeite mee. Zijn sterven heeft niets te maken met het noodlot dat hem treft of dat hij slachtoffer is van een onvoorziene omstandigheid. Hij is niet gewoon gestorven nadat Hij enkele jaren ernstig ziek was. Het is de wil van Zijn Vader en Hij weet dit (Joh.18:4 / 19:28). Dat God in Jezus de wereld redt is een bewuste daad van God. Het is


DE VOETWASSING 3 een geplande en voorziene daad van Gods liefde. Dit evenement staat in het midden van de tijd. Door zijn dood zal het nieuwe zijn doorbraak maken in de wereld. Het oude is voorbijgegaan en het nieuwe is gekomen. De dood van Jezus is het scharnier waarrond de oude en de nieuwe wereld draait. Hij is de hoeksteen van het nieuwe verbond. Maar Hij is ook de struikelsteen van al diegenen die andere gedachten hebben over de Messias. Of andere filosofieën die zeggen dat de mens niet moet gered worden. Zijn dood gaat in tegen alle vormen van Grieks en Romeins denken: de onsterfelijkheid van de ziel. Zijn dood is tegen alle vormen van Oosters denken waar reïncarnatie geboden wordt aan alle zielen, MENSELIJKE EN DIERLIJKE. Slechts in de liefdedaad van Zijn sterven zal er verzoening bewerkt worden. Jezus heeft de zijnen lief tot het einde. Een liefde die ook zijn aanvang niet kende toen Hij als kind in Bethlehem Ephrata werd geboren. Paulus zegt tweemaal dat de gelovigen uitverkoren zijn vóór de grondlegging der wereld. Maar ook dat mysterie was toen nog niet geopenbaard. De voetwassing drukt uit wie Jezus was, omdat die voetwassing wordt gevolgd door de afscheidsrede, waarin Jezus de onderlinge liefde benadrukt en het ‘nieuwe gebod” geeft. In deze praktische les maakt hij levendig wat Hij zijn leerlingen vroeger leerde: “Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel.” - Mat.11:29 Wat een les voor ons!

De 3 1/2 jaren van zijn prediking heeft Jezus zijn discipelen liefgehad op een totaal andere wijze dan onder mensen beleefd werd. Hij was voor hen Vader en leermeester tegelijk. Soms streng en berispend, een andere maal vergevend en barmhartig. Hij was hun "goede meester" maar ook hun "tedere schaapherder." Zijn discipelen konden bij Hem terecht voor troost. Je kon Hem gewoon alles vertellen, je diepste geheimen, verlangens en de angsten van je ziel. Zo een liefde had de wereld nog niet meegemaakt. Het is een aanklacht van de liefde van het eigen ik. Geen "Ikziekte" waardoor men slechts aan zichzelf denkt en de ander vergeet. Egoïsme speelt een grote rol in het leven van de meeste mensen. Maar psychologisch is dit de meest kinderlijke vorm van liefde. Een klein kind dat in zijn groeiproces niet verder denkt dan de "ikke" of geleerd wordt aan anderen te denken zal nooit een echte volwassen worden. Dat is ook het probleem van veel van onze jonge huwelijken. Een huwelijk is het innige samengaan van één ik plus één ik en die binding moet de optelsom van het getal twee overstijgen of dat huwelijk heeft veel problemen. Het huwelijk is méér dan de som van tweemaal een "zoek je eigen belang" liefde. De kerkvader Tertullianus van het einde der 2de eeuw zei over deze vorm van liefde eens : "Eigenliefde ziet wat er niet is en niet wat er wel is." Natuurlijk moeten we van de andere kant van de medaille onszelf liefhebben. Men moet zichzelf


DE VOETWASSING 4 liefhebben om te weten hoe en op welke wijze men anderen kan liefhebben. Vanuit zelfzucht moet men echter groeien tot ware liefde. Of willen we altijd maar baby's blijven en alleen maar liefde ontvangen? Het actief beoefenen van wederliefde zal ook bijdragen tot een grotere samenhang in de christelijke gemeente. Paulus zegt zonder zijn ogen te verpinken: "zij zoekt niet haar eigen belang" (1 Cor.13:6). Ergens anders formuleert hij het als volgt: "Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander. " (1 Cor.10:24). Paulus zegt dit niet omdat hij psychologie gestudeerd heeft of klassieke Griekse filosofie. Hem staat één voorbeeld voor ogen: Jezus van Nazareth die in Zijn liefde tot het uiterste ging. Wanneer we er echt eens zouden tegenaan gaan elkaar lief te hebben zoals Christus ons heeft liefgehad dan zouden we wel eens verrast kunnen zijn over wat dat allemaal kan bewerken. De Franse schrijver La Rochefoucould schreef ooit filosofisch: "Als je kijkt naar de gevolgen van wat men liefde noemt, lijkt het soms meer op haat dan op vriendschap." Ben je ook die tekst van Paulus al eens tegengekomen: "Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn familieleden wat het vlees betreft." (Rom.9:3). Zo groot zou Paulus zijn liefdeoffer voor de bekering van Israël hebben willen stellen! Wat wij liefde noemen is vergeleken bij de uitspraak van de apostel niets meer dan kalverliefde. We moeten toegeven dat onze vorm van het beoefenen van de liefde zeker geen norm is om na te volgen. Wat staat er over liefde in ons Bijbelgedeelte van vandaag? Iets waar men bij de eerste lezing van dit gedeelte uit Johannes niet onmiddellijk aan denkt is dat bij dezen wien Jezus de voeten wast ook Judas Iscariot bij was. Daaruit is ook wel een les te trekken voor ons vandaag. We mogen daaruit leren dat de Heer tot en met het moment dat één van zijn discipelen zich niet afwendt van Hem er geen onderscheid te maken is tussen de ware gelovigen en dezen die het niet echt menen. Jezus, wist op dat ogenblik reeds dat Judas Iscariot, Zijn meester al had verraden aan de hoogste kerkelijke instanties van die tijd. Het hart van Judas was verhard en daardoor kon de liefde van Jezus hem niet meer begeesteren. Wanneer Jezus de voeten van de twaalf discipelen wast laat Hij daar niets van merken. Slechts wanneer het avondmaal al ver gevorderd is geeft de Heer in woorden, die de twaalven toen nog niet konden begrijpen, te kennen dat één van hen op het punt staat Hem over te leveren aan de soldaten en Hem te verraden. Hieruit blijkt wel dat het aan ons niet ligt om mensen, volgens onze maatstaven, ”verraders” van de Heer te noemen. Het verhaal van Judas leert ons dat wij niet de veroordelers moeten zijn van wie dingen doen die op zondigheid lijken. Dat wil niet zeggen dat onder dezen, die beweren discipelen te zijn van de Heer, er géén echte ”verraders” zijn


DE VOETWASSING 5 binnengeslopen. Integendeel, méér dan vroeger zijn er die beweren leerlingen van Jezus te zijn maar met verharde harten rondlopen. Velen in de kerk lopen rond met gedachten die niet in overeenstemming zijn met de liefde die de Heer voor Hen aan de dag gelegd heeft. Ook dezen heeft Hij liefgehad tot aan hun einde toe. Totaan hun dood moeten ze horen dat God de wereld heeft liefgehad en daarom zijn Zoon heeft gegeven om de mensheid te redden. Jezus, heeft zijn discipelen tot het einde toe liefgehad. Ook wanneer ze tegendraads waren. Wanneer hun gedachten mijlenver van Zijn gedachten stonden. Zou je het kunnen opbrengen om na verraad, haat, beschimping, geseling en kruisiging nog te zeggen zoals Jezus: "Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen." - Luc.23:34 De Heer belooft zijn discipelen lief te hebben tot het einde toe. Tot het einde toe wil voor Jezus zeggen: volledig en tot het zijn dood kost. Totaal in de vernedering gaan zonder een weg terug. Ook wanneer je eigen volgelingen in slaap gesukkeld zijn of vluchten uit schrik voor represailles van de Farizeeën of Sadduceeën. Het is deze dienende liefde van Jezus die als voorbeeld voor ons gesteld wordt. Iemand heeft ooit gezegd: om de slavernij af te schaffen moeten alle heren dienaren worden. De Heer der Heren is ook de dienaar die Zijn leven geeft voor allen. Echte liefde zal daarom offervaardige liefde zijn. Jezus, geeft zijn discipelen in Joh.13 dan ook een daadwerkelijk voorbeeld van wat en hoe men elkander moet liefhebben en dienen: de voetwassing. Op zichzelf was de voetwassing een verplichting van elke gastheer. Wat Jezus doet is dus eigenlijk normaal. Maar dan ook weer niet. Jezus is de leraar van zijn discipelen en in dat geval zijn het de leerlingen die Zijn voeten moeten wassen. Petrus, vurig en emotioneel als altijd zegt het dan maar vlakaf: "U zult mijn voeten in der eeuwigheid niet wassen!” (vers 8). Waren we er zelf bij geweest, ook onder ons zouden er gedacht hebben: dat ben ik niet waardig. Maar het gaat niet om ons in de eerste plaats! Het gaat om een voorbeeld dat de Heer stelt hoe de ene mens een ander mens moet behandelen. “Dientsbaarheid” is daar het goede woord voor. Er mag geen misverstand zijn. Een impulsieve reactie zoals deze van Petrus vergeet dat liefhebben wederkerig is. Dáárom wast Jezus de voeten van zijn discipelen. Hij heeft ze lief tot het einde toe, ook als zij wel eens ontrouw of opstandig zijn. Er mag ook geen misverstand zijn over de opmerking van Jezus tot Petrus: "Als Ik u niet was, hebt u geen deel met Mij." (vers 8). In dit antwoord lopen twee prachtige beelden door elkaar. De eerste is de uitdrukking "deel hebben aan." Dat heeft in het Grieks de primaire betekenis van twee mensen of meerdere mensen die eenzelfde stuk land bewerken. Daar zit de gedachte achter van een samenwerkende vennootschap. In Gods koninkrijk doet iedereen wat! Als Petrus niet gewassen wordt door Jezus kan hij niet werken in het koninkrijk Gods. Dan is hij uitgesloten. En het tweede beeld: dat van het


DE VOETWASSING 6 wassen wijst natuurlijk op het offer dat Jezus gaat brengen. Zijn bloed en niets anders in de gehele wereld kunnen de verzoening bewerken tussen God en de wereld. Het gaat dus om iets anders dan rituele reinheid. Hier is niet alleen het schema van heer en slaaf doorbroken, maar van vrije en onvrije, van man en vrouw, van blank en zwart, van Jood en heiden. Hier zit al een glimp in vervat van wat door het offer van Jezus zal bewerkstelligd worden: vrede onder de volkeren en de deur van de hemel staat geopend. Wanneer we van de christelijke liefde uitgaan en naar de machtsverhoudingen in de wereld kijken dan zijn deze in dit verhaal tegenover elkaar gesteld. Jezus doet hier aan “dientsbaarheid.” Hij predikt daar niet alleen over maar zet het ook om in de praktijk. Hij predikte niet de revolutie van of tegen de macht van mensen. Integendeel Hij zet hier in beeld door de voetwassing een revolutie van dienstbaarheid, zonder macht. De macht en de onmacht van deze wereld zal overwonnen worden door de liefde. Men hoort de mensen nog steeds vragen: waarom moest God zijn zoon geven tot het einde toe, waarom als een bloedig offer? Mag ik u een antwoord geven dat 144 jaar oud is. Enkele jaren daarvoor had Charles Darwin zijn Origin of Species, ’Het ontstaan van de soorten’, geschreven. De eindconclusie van dat boek is dat God niet bestaat. Dat ontlokte aan Charles Spurgeon, de Engelse predikant, die duizenden mensen in zijn tijd tot Christus heeft gebracht, de volgende opmerking. In een preek van 1868 schreef en zei hij: ”Ik heb zo dikwijls omgegaan met mensen die dachten dat het noodzakelijk was om jaren studies te doen om te weten hoe rotsen in kalksteen konden gevormd worden. En ze zouden je in je gezicht uitlachen wanneer je hen iets zou trachten te vertellen over de menselijke ziel of het komende rijk van God. Dat zijn allemaal wijze mannen, zeker in hun eigen ogen. Maar of ze dom zijn tegenover God, zal in de toekomst uitgemaakt worden. Laten we hopen dat ze tot die conclusie komen voordat het te laat is”. Dat is een terechte opmerking: God heeft aan de mensen geen andere uitweg gegeven dan te aanvaarden dat Hij zijn Zoon tot het einde van zijn mens-zijn gegeven heeft. Dat einde was te sterven vóór en ín de plaats van zondaars. Daar hebben, de apostelen na lang aarzelen en het Pinksterfeest ”amen” op gezegd en ook wij moeten dat feit uiteindelijk als een uniek feit ”beamen.” De dientsbaarheid die van Jezus naar ons toekwam in genade, zonder onze eigen werken, moeten wij als volgelingen van hem naar de andere mensen die Hem nog niet kennen doorgeven. Iets beters dan dat heeft niemand in de wereld te bieden. Dus laat niemand je tegen houden! Het is zo! Het moet zo! In de naam van Jezus, verlicht door de Heilige Geest moeten we daarop zeggen: AMEN.


DE VOETWASSING 7 APPENDIX We hebben het al horen preken en gelezen op het Internet dat de voetwassing van Jezus een beeld voor ons zou zijn voor het vergeven van elkaars zonden. Dat betwisten we niet dat we elkanders fouten moeten vergeven: dat is/zijn deze die men ONS heeft aangedaan. Fouten die iemand tegenover God heeft gedaan heeft kan ik niet vergeven, dat is mijn taak niet. We geven een citaat hieronder van zo een redenering: dat de voetwassing het beeld is dat we elkaar zonden moeten vergeven. Maar het is NIET in dit verhaal van Johannes 13 te vinden. Het is duidelijk dat Jezus daar de DIENSTBAARHEID AAN ELKAAR EN AAN DE WERELD in beeld heeft gezet. Mix die zaken niet allemaal door elkaar! Wat u dus hier leest van http://www.in-geest-en-waarheid.nl/k10bekeren.htm is INLEGKUNDE. “Jezus gaf ook aan de Zijnen een taak jegens elkaar wat betreft "het stof aan de voeten". Ze moesten het niet alleen van hun voeten schudden, als ze niet werden ontvangen. Ze moesten ook elkaar de voeten wassen (Joh.13:1-20). Jaren lang had Jezus dat Zelf bij hen gedaan. Hij had hen voortdurend gereinigd van "stof" met het Woord dat Hij tot hen sprak (Joh.15:3). Vlak voor Zijn sterven bleek "Hij de Zijnen, die Hij in de wereld liefhad, lief te hebben tot het einde" door hun de prachtige, symbolische handeling van de voetwassing te geven (Joh.13:1). "Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, opdat ook jullie gaan doen, wat Ik jullie gedaan heb" (Joh.13:15). Wat moesten ze bij elkaar doen (Joh.13:20, 20:21-23)? Elkaar van "aards stof aan de voeten" reinigen, niet vóór, maar tijdens "maaltijden met elkaar" (Joh.13:2a). Net als hun Heer zouden ze dat doen met "levend water, dat uit hun binnenste zou vloeien" (Joh.7:38). Ze hoorden zich daarbij te "omgorden met een linnen doek" (linnen duidt op rust en is priesterkleding). Nee, het was geen lesje in nederigheid alleen, want dat zouden ze meteen begrepen hebben. Hij zei: "Wat Ik doe, weten jullie nu niet, maar jullie zullen het later verstaan" (Joh.13:7). Het is duidelijk. Als wij met elkaar "maaltijd houden" en als er "levend water" stroomt, dan reinigen we elkaar van "stof", dat ons door onze wandel hier beneden aankleeft. Zo blijven we zuiver "zien". Zo blijven we onberispelijk, "losgekocht van de aarde", los van opvattingen van beneden en zonder leugen (Op.14:1,3). Zo houden we Zijn "naam" op ons "voorhoofd" en blijft het nieuwe denken van Christus in ons onaangetast (Op.14:1, Fil.2:5).” Dit zegt de Bijbel over vergeven Mat.6:12: “En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.” Lucas 17:3,4: “Wees op uw hoede. Als nu uw broeder tegen u zondigt, bestraf hem. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem. 4 En als hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal per dag naar u terugkomt en zegt: Ik heb berouw, dan zult u hem vergeven.” Men vergeet meestal het vers 3 hier bij te lezen! Even belangrijk als vers 4!


DE VOETWASSING 8 Johannes 20:23: ”Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend.” Epheze 4:32: ”maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.” Dit zegt de Bijbel over dienstbaar zijn aan de anderen/elkaar Rom.6:18: “En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid.” Rom.6:22: “Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, met als einde eeuwig leven” 1 Cor.9:27: “Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” 1 Cor.9:19: “Want daar ik van allen vrij was, heb ik mijzelven allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer zou winnen.” - Statenvertaling (Jongbloed-editie) 2 Cor.11:20: “Want gij verdraagt het, zo u iemand dienstbaar maakt, zo u iemand opeet, zo iemand van u neemt, zo zich iemand verheft, zo u iemand in het aangezicht slaat.” Statenvertaling (Jongbloed-editie) Minimaliseer dus niet het ene met het andere: het offer van Christus, onze dienst aan God en onze liefde. Laat alles in zijn eigen waarde. Leg geen accenten in een tekst die er niet horen.

DE VOETWASSING  

Adam en Eva waren door één daad van opstand aan God in ongenade gevallen. De Eeuwige kán niet omgaan met het onheilige. Slechts door één and...