__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Voor Gerechtigheid en Vrede Informatie bulletin Uitgave september - oktober 2014 Nr. 149

Kunst

en Cultuur

1


Inhoud

MAYARIJK Oude mythen en verhalen Zonnekalender Tempelsteden SPAANSE KOLONIE Spaanse verovering Jezus tussen de voorouders De Mestiezen De Mesties, een fictief wezen? Eerste universiteit Goede week MAYA’S VANDAAG Mayaspiritualiteit Over de kunst van Mayakunst De religieuze broederschappen: Rabinal Zeg Guatemala en je zegt textiel Artistieke evocatie in strijd tegen vergetelheId Primitieven Vlaams pionierswerk KUNSTUITINGEN Om niet te vergeten Chinautla Film Hedendaagse schilders Ballet en artiestencollectief LITERATUUR Miguel Angel Asturias Luis Cardoza y Aragón, Byron Quiñónez Otto René Castillo Edgar Montiel Carolina Escobar Maya Rossana Cu Choc Overname van artikels is toegestaan, mits bronvermelding.

2


Al enkele tientallen jaren brengt het tweemaandelijks infobulletin zonder onderbreking het wel en wee van de samenleving in Guatemala bij de Nederlandstalige lezers aan huis. De belangrijkste thema’s draaien rond mensenrechten, niet enkel de rechten van het individu, maar ook de collectieve rechten van de bevolking. En we zien hoe die telkens opnieuw geschonden worden door overheidsinstanties en de toplaag van de maatschappij. Ook de straffeloosheid, de discriminatie van de Mayabevolking, de grondroof, honger en ondervoeding, onveiligheid, multinationale mijnbouw en milieuverloedering komen aan bod. Niet echt opbeurende berichten. Als positief tegengewicht zetten we de weerbaarheid en het verzet van bewegingen, groepen en personen in het licht. En we hebben gemeld hoe organisaties er alles veil voor hebben, soms hun leven, om de mensenrechten te verdedigen. Daarnaast ook de opbeurende berichten van een paar tientallen NGO’s en 4de-Pijlergroepen in Vlaanderen die als hefbomen nationale of lokale projecten in Guatemala steunen en op die manier een brug slaan tussen hier en ginder. Toch blijft meestal kommer en kwel bovendrijven.

Nochtans heeft Guatemala heel wat meer te bieden dan onrecht, bloed, zweet en tranen. Daarom besloten we om een speciale editie te publiceren over kunst en cultuur. Guatemala als trefpunt van een duizendjarige Mayabeschaving die zijn wortels tot op vandaag doortrekt, de Spaanse cultuur, taal en katholicisme, een nieuw geboren mestiezenras, moderne religies en hedendaagse uitdrukkingen van verschillende kunsttakken, zoals de literatuur waarbij we denken aan de Nobelprijs van 1967. Uiteraard is het een onmogelijke opgave om op een zeer beperkt bestek als deze brochure een zo breed omvattend thema uit de doeken te doen. Een beperkte keuze drong zich dan ook op. Bovendien hebben we getracht verschillende mensen in hun pen te doen kruipen om een bijdrage te leveren. De lezer hoeft niet verwonderd te zijn dat hij of zij een zelfde woord soms op meer dan een manier ziet geletterd staan. Vooral daar waar het gaat om namen van de verschillende Maya-etnieën te verwoorden. De laatste decennia heeft zowat iedereen die iets zinnigs over de Maya’s in Guatemala meende te zeggen zijn eigen schrijfwijze gehanteerd. Een voorbeeld: Cakchiqueles, Kakchiqueles, Kaqchikeles. Zo kreeg het vermaarde document van de oude Kikche’ volkeren in de loop van een veertigtal jaren alvast drie verschillende benamingen: Popol Vuh, Pop Wuj en Popol Wuj. Tenslotte, in een land waar verregaande ongelijkheid, geweld, discriminatie en onderdrukking nog altijd schering en inslag van het nationale weefgetouw zijn, is kunst nooit veraf van sociale strijd en engagement. Bij de keuze van de onderwerpen van deze brochure hebben we daar uiteraard rekening mee gehouden. Guido De Schrijver

3

Redactioneel

Voor geëngageerde medestanders kan dit een stimulans zijn om de inzet en de steun aan projecten, groepen en dorpen van Guatemala niet op te geven. Maar voor anderen kan het misschien eens wat veel worden en gaan lezers vermoeid geraken.


Het Mayarijk Oude Mythen

Oude mythen en verhalen

Geloofsovertuigingen en geschiedenissen, ooit geschreven, geschilderd en gebeiteld, zijn verloren gegaan of verborgen voor de vernielzucht van de ‘conquistadores,’ de Spaanse veroveraars en achteraf verdwenen. Anderen gingen als heidens en duivels braaksel in vlammen op. Maar er waren ook religieuzen die interesse toonden in de Mayacultuur en jonge bekeerde Maya’s aanzetten om de oude verhalen op te rakelen en opnieuw neer te schrijven. Waar haalden zij hun materiaal vandaan? Hun geheugen? Het geheugen van de ouderen? Ze waren bekeerd tot het christendom en leerden schrijven met Latijnse letters. Ze gooiden de Mayateksten in een Europees alfabet. Ook die nieuwe versies werden meestal discreet bewaard om pas later boven water te komen en omgezet te worden in het Spaans en andere talen.

Overlevende parels

Het ‘Memorial van Sololá. Annalen van de Cakchiqueles’ is één van de teksten die tijd en gevaren overleefde en tot ons gekomen is.Een ander belangrijk document ‘Titel van de heren van Totonicapán’ werd in het Quiché geschreven.

Popol Wuj

Maar het kroonjuweel blijkt onbetwistbaar het Popol Wuj te zijn. Het wordt wel eens de bijbel van de Maya’s genoemd en bestaat hoofdzakelijk uit drie delen, die gestalte kregen in heel uiteenlopende tijdperken. Het mythische scheppingsverhaal ontstond tussen de jaren 300 en 600 van onze tijdrekening.Het mythische verhaal van de heroïsche jongeren Junajpu en Xbalanke in hun strijd met de heren van Xibalba’ kwam tot leven tussen de jaren 600 en 900 van onze tijdrekening. Het historisch relaas begint vanaf de stichting van de Quiché-volkeren in 1200 van onze tijdrekening tot de inval van de Spanjaarden. Het verhaal van de schepping van de eerste mensen, vier koppels, eerst de mannen, daarna de vrouwen, is betoverend.

‘De heren van Xibalba’

Maar het verhaal dat nog het meest intrigeert is de mythe van de strijd tussen de onderwereld en de aarde. Daarin grijpt het woord XIBALBA’ naar de keel. Die mythische onderwereld, het rijk van kwaad en dood, dat angst ademt, waar heren of halve goden in duisternis huizen, elk van hen met een specifieke taak: de ene om mensen te doen zwellen en hun benen te verzweren, een andere om de mensen uit te mergelen tot er alleen nog beenderen overblijven, nog een andere om slachtoffers te laten overvallen en vermoorden.

De heroïsche tweelingen

De heroïsche tweelingen Junajpu en Xbalanke, jagers met de blaaspijp, gaan de uitdaging van de heren van Xibalba’ aan om in het strijdperk te treden met het balspel. In de onderwereld onderwerpen ze zich vrijwillig aan de doodstraf, hun beenderen worden vermalen (als een mogelijke verwijzing naar de voedzame gemalen maïs) en in de rivier verstrooid (als een mogelijke verwijzing dat het leven uit het water komt, volgens een antropoloog). Inderdaad de twee jongelingen slagen erin om uit het water te verrijzen. Met listen en goocheltrucs slagen ze er bovendien in de heren van Xibalba’ te verslaan. Daarna stijgen ze op ten hemel: de ene als de zon en de andere als de maan, de zon van de nacht.

Oorlogen en veroveringen

De idyllische opvatting over het vreedzaam samenleven van de inheemse volkeren vóór de inval van de Spanjaarden wordt aan stukken gereten bij het lezen van het Popol Wuj. De confederaties van de verschillende familiedynastieën trokken erop uit om andere stammen en confederaties te onderwerpen en schatplichtig te maken. Die onderwerping kon ook gepaard gaan met het uithuwelijken van een dochter aan de andere partij. Zo leefden de Kikche’ confederatie en die van de Kakchikeles in onderlinge rivaliteit, ze bevochten elkaar en sloten dan weer bondgenootschappen. Guido De Schrijver

4


De zonnekalender van de Maya’s Eduardo Rubio Herrera

‘De Maya’s vonden een systeem uit om nauwgezet de positie van de zon in het luchtruim te bepalen. (...) En zo creëerden ze op basis van deze bevindingen een telsysteem, een kalender die voornamelijk gebruikt werd voor de landbouw. Dat systeem noemden ze Haab’. En het bestaat uit 365 natuurlijke dagen. (...) Verrassend genoeg weten we vandaag dat een jaar 365,2421... dagen duurt, maar de Engelse archeoloog Eric Thomson ontdekte dat de Maya’s met zekerheid al wisten dat een jaar meer dan 365 dagen en minder dan 366 dagen duurde.

(geboren in Guatemala januari 1978) is doctor in de astronomie van de Universiteit van Amsterdam en deed een postdoctoraal onderzoek aan het Instituut voor Astronomie aan de staatsuniversiteit van Mexico (UNAM). In een artikel gepubliceerd op 21 februari 2012 in de krant Siglo.21 schrijft hij:

De Maya kalenders In het boek Chilan Balam de Chumayel, geschreven in het Maya Itz’aj met Latijnse letters, lezen we: ‘De tijd bestond niet en dan kwam de Chuen (of B’atz’) eraan en die maakte zichzelf en dan begon de tijd, van daaruit begon hij te lopen, dat was de eerste dag van de tijd, de berekening van de tijd.’ ‘B’atz’ is de rode draad. De draad van de tijd. De draad van het lot. In die draad staan alle gebeurtenissen van de tijd geschreven, de gebeurtenissen die zich voordeden tijdens de 5200 jaar van de lange tijdsrekening; daarin staat de geschiedenis van de volkeren beschreven. B’atz’ is de navelstreng, die we uit de moederschoot bij de geboorte meebrachten. B’atz’ is ook de draad waarmee onze kledij geweven is,’ leggen de huidige Maya’s ons uit. De oude Maya’s hanteerden verschillende kalenders. Het belang dat ze hechtten aan de juiste kennis van de tijd had onderandere ook te maken met de drang om hun geschiedenis en hun belangrijke gebeurtenissen in de juiste tijdsperiode te kunnen situeren en die dan geschreven of gebeiteld achter te laten.

Astronomie

De Maya’s ontwikkelden zich tot rasechte astronomen. Mayatempels werden zodanig gebouwd dat ze vanuit hun kijkgaten het verloop van de hemellichamen gemakkelijk konden volgen. Door zon en maan te bestuderen wisten ze eclipsen nauwkeurig te voorspellen. Ze kenden de geheimen van de Plejaden sterrengroep (ze noemden hem ‘een handvol maïs) en van de planeten Mercurius, Mars, Jupiter en vooral Venus (de Morgenster, die de zon op haar rug draagt).

Codexen

Codexen werden geschilderd en geschreven op geiten- of hertenhuiden en boombastvellen die in een kalkoplossing gekookt werden, achteraf gedroogd en uitgespreid op vierkanten houten platen om daarna met gladde stenen geplet te worden. Tenslotte werden ze ingewreven met een laagje witte pleister van krijt en plantaardige hars en in de zon te drogen gelegd. Natuurlijke kleuren werden eraan toegevoegd, gewoon van insecten en boombladeren. Vele codexen werden als deel van het ‘heidens’ arsenaal vernietigd. (gds)

5


Tempelsteden

Op basis van de ontwikkeling van de kunst, de architectuur en de vooruitgang van de beschaving in het algemeen van het eens zo machtige Mayarijk, verspreid over het zuiden van het huidige Mexico, Guatemala en de rest van Midden-Amerika, wordt de geschiedenis van de Maya’s ingedeeld in drie belangrijke periodes. De preklassieke periode liep ongeveer vanaf 2000 jaar tot ongeveer 300 jaar voor Christus. Daarna kwam de klassieke periode aan de beurt, vanaf ongeveer 300 jaar voor Christus tot 900 jaar na Christus. En ten slotte de postklassieke periode, vanaf 900 tot ongeveer 1600 na Christus. Door de eeuwen heen werden reusachtige bouwwerken opgetrokken. Onderandere de tempelsteden genieten bijzondere aandacht en bewondering. Ze waren het centrum van de religieuze, commerciële en administratieve macht van een samenleving. Daarnaast treffen we gedenkstenen aan die, zoals in het geval van Quiriguá, tot tien meter hoog reiken. Die ‘stèles’ werden volgebeiteld met hiërogliefen om een gebeurtenis vast te leggen. Dat kon zijn het einde van een tijdsperiode, het aantreden van een nieuwe heerser of een militaire overwinning. Tijdens deze laatste periode kwamen de culturele centra en tempelsteden stilaan in verval. De volkeren verlieten de oude steden, zoals Tikal, en verspreiden zich over de bergachtige streken. Tot vandaag circuleren allerlei hypotheses over de oorzaken van dat verval en het verlaten van de centra. Eén van de meest recente hypotheses heeft het over een onoverkomelijke droge periode en gebrek aan water die het georganiseerde leven in de centra onmogelijk maakte. (gds) 6


De Spaanse kolonisatie De Spaanse verovering In 1524 viel een legertje Spanjaarden onder leiding van Pedro de Alvarado vanuit Mexico het huidige grondgebied van Guatemala binnen. Er was geen goud te vinden, maar wel een massa potentiële slaven. De Spaanse dominicaan Bartolomé de las Casas, bisschop van Chiapas, ergerde zich aan de extreme brutaliteit van de Spaanse legeroversten. In zijn ‘Zeer kort Relaas over de vernietiging van de Indias’ (West-Indië = ‘Amerika,’ nvdr) schreef hij in verband met Guatemala onderandere over de ‘kapitein en grote tiran:’ ‘De andere dag roept hij de voornaamste heer en vele andere heren, die zich als tamme schapen aanmeldden, en hij laat ze allemaal vastgrijpen en zegt hen dat ze hem zoveel vrachten goud leveren. Zij antwoorden dat ze het niet hebben, want in die streek is geen goud. Hij laat hen vervolgens levend verbranden, zonder andere schuld, zonder ander proces of vonnis.’ Op de militaire verovering volgden de economische uitbuiting, de slavernij en de vernietiging van de ‘heidense’ riten en praktijken. De katholieke religie werd opgedrongen. Tijdens het beruchte Dispuut van Valladolid in 1550 nam Bartolomé de las Casas het op tegen priester Juan Ginés de Sepúlveda, de officiële historicus van de Spaanse Kroon. Deze laatste betoogde dat indianen geen ziel hebben en daarom geen mensen zijn. Bartolomé de las Casas slaagde erin het pleit te winnen. Zeer tegen hun zin moesten de Spaanse kolonisatoren voortaan rekening houden met het feit dat hun slaven mensen waren.

Jezus tussen de voorouders

Door de eeuwen heen is het verhaal van Hunahpú en Xbalanqué blijven voortleven in de herinnering van de Maya’s van Guatemala. Tot groot ongenoegen van een missionerende kerk, die de uitroeiing van de oude tradities als voorwaarde beschouwde voor de verbreiding van het ware christelijke geloof. Ergernis spreekt uit dagboeken van missionarissen uit de zestiende en zeventiende eeuw die constateren dat Mayakinderen de verhalen uit de Pop Wuj nog steeds met de paplepel krijgen ingegoten. Een van de missionarissen tekent bijna wanhopig op: ‘De riten van de katholieke eredienst hebben ze handig aangepast aan het oude geloof. Ze denken dat er geen verschil bestaat tussen onze heiligen en hun goden.’ Eeuwenlang zullen Maya’s zich genoodzaakt zien hun godsdienstige praktijken te onttrekken aan het spiedend oog van de kerk. Maar waar missionarissen de christelijke boodschap onverenigbaar achtten met de indiaanse religie, zagen Maya’s volop mogelijkheden het ‘nieuwe geloof’ te verbinden met de eigen vertrouwde tradities. Treffend is het voorbeeld van de Achí, een Mayavolk dat dankzij de vreedzame bekeringsactiviteiten van de dominicanen niet de noodzaak voelde het oude geloof vaarwel te zeggen. De Achí gaven de persoon van Jezus een plek in de gemeenschap van de najawales, de voorouders die waken over het welzijn van de levenden. Het leven van de Bijbelse Jezus werd door hen opgenomen in de mythe van de schepping, het lichaam van Christus was de zon die ieder jaar opnieuw moet worden ‘opgeheven’ om het leven in stand te houden. Ook de christelijke heiligen, de engelen en de maagd Maria werden door de Achí welkom geheten in het gezelschap van de voorouders en van de mythische tweeling Hunahpú en Xbalanqué. Mario Coolen In Streven - oktober 2007 - fragment

7


De mestiezen

Men kan spreken over een culturele en etnische diversiteit verspreid over het territorium van Guatemala, dat zich toentertijd veel verder uitstrekte dan de huidige grenzen van het land. Bij het binnenvallen van de Spanjaarden werd de sociale en culturele structuur grondig en bruusk door elkaar geschud. De Spanjaarden, die een nieuw systeem opbouwden, probeerden de identiteit van de oorspronkelijke bewoners uit te wissen en nieuwe waarden en geloofsovertuigingen op te leggen. Daarbij braken ze niet alleen met de talen en de religieuze opvattingen die er bestonden, maar ook met alle sociale grondslagen van de inheemse bevolking.

Het nieuwe hiërarchische systeem Nadat de voornaamste Mayasteden van de regio verwoest waren, richtten de Spanjaarden inheemse dorpen op, met het idee dat alle inheemsen tot dezelfde etnische bevolking behoorden. En op die manier maakten zij een einde aan de identiteit en het territoriale toebehoren, wat een verminking met zich meebracht. Toch bewaarden de inheemsen op één of andere manier een deel van hun identiteit en precolumbiaans erfgoed. Een nieuw ras De nieuwe sociale structuren waren gebaseerd op een racistisch systeem, in functie van de zuiverheid van het bloed, waarbij de oorsprong en de kleur van de personen nauwlettend nagevolgd werden. De nieuwe hiërarchie plaatste de Spanjaarden en daarnaast de creolen bovenaan. De creolen waren de kinderen van de Spanjaarden die in Amerika geboren werden. En volgens dezelfde dynamiek werden de arme mestiezen en de inheemsen gelijkmatig onderaan geplaatst. Op die manier werd de etnische groep van de ‘ladinos’ geboren, een mengras tussen creolen en inheemsen. De ladinos (mestiezen) werden veelal verworpen door de Spanjaarden en de creolen, maar tegelijkertijd ook door de inheemsen, waardoor de verschillen van deze etnische groep geaccentueerd werden. Zij werden buiten de inheemse dorpen gehouden. Met de tijd adopteerden de ladinos een niet-inheemse identiteit en een cultuur die sterk door het katholicisme en de culturele sfeer daarrond werden beïnvloed. Teresa Domicila Quezada Mauricio

De mesties, een fictief wezen? Carlos Guzmán-Böckler werd geboren in Jalapa in 1930 als telg van een Guatemalaanse vader en een Duitse moeder. Hij is advocaat, socioloog en auteur van verschillende werken die de sociologie en antropologie van de 20ste en 21ste eeuw trachten te begrijpen. Centraal staat de studie van de interetnische relaties tussen de inheemsen (indígenas) en de ladinos (mestiezen).

In 1970 gaf hij een ophefmakend document als titel mee: ‘De mesties, een fictief wezen?’ Ongenadig fileert hij de sociologische

situatie van de mestiezen die tussen twee stoelen vallen. Hoe definiëren ze zichzelf? Door te negeren dat ze inheemsen zijn, een negatieve identiteit dus. Daardoor zijn ze vervreemd van zichzelf. Om die vervreemding tegen te gaan is een betere kennis van hun geschiedenis nodig, waarbij ze zich ervan bewust worden dat zij het resultaat zijn van een dialectisch proces in hun relatie met de inheemsen. Enerzijds weet de mesties dat hij verschillend is van die uit het westen, die hij wel bewondert. Anderzijds kan hij zich absoluut niet vinden in de inheemse mens. En dus gaat hij zich maar in zichzelf opsluiten, kijkt op naar de westerse metropool en construeert zich een geschiedenis, zijn geschiedenis, die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Daarbij weigert hij toe te geven dat de inheemsen enige bijdrage leveren aan de geschiedenis van het land. De inheemsen, meer dan de helft van de bevolking, zijn hem onbekend. Op die manier zou hij zelf vreemdeling zijn in eigen land. En tegelijk is hij, als tussenschakel in een productiesysteem dat nog altijd koloniaal is, niet in staat zich een identiteit eigen te maken die van hem is. Dan maar zich onderscheiden van de inheemsen en tegelijk halsreikend uitkijken naar de bewoner van de metropool die hem op zijn beurt discrimineert. Als mesties zal hij nooit zijn ideaal van blanke, blonde mens kunnen benaderen. Die onmacht is een bron van blijvende frustratie. Hij wordt een vluchteling van zichzelf.

Deze sociologische ontleding van de mesties door Carlos Guzmán-Böckler slaat wel degelijk op de heersende en rijke klasse van Guatemala. De arme mestiezenboer ligt niet wakker van zijn identiteit. Veel mestiezen zijn even onverbiddelijk uitgebuit als de inheemse landarbeiders en zijn in sommige gevallen zelfs armer. En toch. Hoe arm en achtergesteld ook, nagenoeg elke mesties is nog altijd gelukkig dat hij geen ‘indiaan’ is. (gds)

8


Universiteit De eerste koninklijke universiteit van Midden-Amerika en de derde van Spaanstalig Amerika werd gesticht op 31 januari 1676 door Carlos II. Enkele jaren later werden de eerste cursussen gegeven in de toenmalige hoofdstad Antigua. Dat was de voorloper van de huidige staatsuniversiteit San Carlos (USAC) in Guatemala Ciudad. Door de eeuwen heen is de staatsuniversiteit een centrum van kritiek en oppositie geworden tegenover dictatoriale regeringen en van de macht van militairen, grootgrondbezitters en onrechtvaardige structuren. Tijdens het interne gewapende conflict steunden talloze studenten het verzet.

Daarnaast nemen ze elk jaar opnieuw op satirische wijze de machthebbers op de korrel tijdens hun ‘desfile bufo,’ een defilé als tegenhanger van de processies van de Goede Week. Uitlaatklep voor het gevoel van machteloosheid en opgekropte frustraties; onderlinge kameraadschap en tegelijk uiting van kunst en creativiteit. Behalve een paar presidenten zoals Manuel Estrada Cabrera en Jorge Ubico, die een brutaal repressief regime toepasten en het defilé verboden, was geen regering opgewassen tegen de ongemeen populaire en traditionele ‘Staking van Smarten,’ zoals de optocht ook genoemd wordt. (gds)

Mijn volk, veroordeel ze want ze weten wat ze doen 9


Processies en goede week De mestiezen (ladinos) werden sterk beïnvloed door de westerse (Spaanse) cultuur en namen veel meer over van de katholieke godsdienst dan de Mayabevolking, die zich met haar eigen kosmovisie verweerde. De verering van heiligen(beelden) en processies zijn belangrijke uitingen van de katholieke geloofspraktijk. De Goede Week is een hoogtepunt. Processies zijn vandaag een uiting geworden van volksgeloof, traditie, nationale identiteit en folklore en als neveneffect een toeristische attractie.

De beelden

De koloniale beeldhouwkunst van Guatemala wordt beschouwd als één van de beste van Latijns-Amerika, waarbij ze in techniek en schoonheid die van Peru en Mexico overtreft. Ten tijde van de Spaanse kolonie trok de katholieke kerk beroemde beeldhouwers uit Spanje aan. Zij lieten niet alleen een uitgebreide galerie van werken achter, maar onderwezen ook mensen van ter plaatse in het vak. Ten tijde van de liberale regering (1871-1885) werd veel van dit patrimonium verwoest.

De processies De Goede Week wordt met uitzonderlijke luister gevierd in enkele parochies van de hoofdstad, maar vooral in de voormalige hoofdstad Antigua.

Tapijten De vervaardiging van tapijten is een uiting van de volkskunst. Het zijn de buren van de straten waar de processies passeren die de tapijten maken. Bloemen die daarbij gebruikt worden zijn corozo, anjers, bougainvil, rozen en chrysanten. De patronen die gebruikt worden zijn uit hout of karton gesneden. In plaats van bloemen wordt ook zagemeel gebruikt. Dit wordt in verfkleuren gedompeld. Voor vele inwoners eindigt de Goede Week op de avond van Goede Vrijdag of ‘s morgens heel vroeg op Paaszaterdag. Velen gaan dan op lang uitgesteld familiebezoek of naar zee. De Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano zei dat voor de Maya’s in Guatemala geen verrijzenis bestaat vanwege de ongenadige uitbuiting. Guido De Schrijver

10


Maya’s vandaag

De Mayaspiritualiteit Voor vele “buitenstaanders” komt de Mayaceremonie bevreemdend over: Alleen al het maken van vuur als onderdeel van de spiritualiteit lijkt ons iets primitiefs. De manier waarop de ajq’ij (1) zich kleedt, zijn/haar woorden kiest en richt tot het vuur, de kosmos en de voorouders, zich verontschuldigt bij de offerplaats voor het verstoren van de rust, we zijn het allemaal niet gewend en we hebben er meestal al snel een oordeel over klaar. Alhoewel de Mayaceremonie in vele opzichten het hoogtepunt is van de beleving van de Mayaspiritualiteit, is de spiritualiteit veel meer dan dat. Ze is nauw en onlosmakelijk verweven met alle andere uitingen van de Mayakosmovisie en dus met het hele leven. Het taalgebruik, de dagelijkse gebruiksvoorwerpen, de normen en waarden die het gemeenschaps- en familieleven reguleren, allen vinden ze hun oorsprong en betekenis in de spiritualiteit. Het Scheppingsverhaal van de Maya’s, poëtisch weergegeven in de Popol Wuj, vertelt het volgende: ‘Er was alleen stilte en bewegingsloosheid in de duisternis, in de nacht. Alleen de Schepper, de Vormgever, Tepeu, Gucumatz, de Voortbrengers waren aanwezig in het water omringd door licht […] Toen kwam het woord, Tepeu en Gucumatz kwamen samen, in de duisternis, in de nacht, en ze praatten onder elkaar en mediteerden. Ze kwamen tot een overeenkomst, brachten hun woorden en gedachten bij elkaar.’ Nog altijd is die overleg- en consensuscultuur in ruime mate de basis van het gemeenschapsleven, ondanks alle pogingen vanwege de dominante cultuur om het westerse democratische meerderheidsysteem ingang te doen vinden. In tegenstelling tot onze manier van denken is de tijd voor de Maya’s niet alleen een kwantitatief, maar vooral een kwalitatief gegeven. Elke mens wordt geboren met een bepaalde energie (nawal), afhankelijk van de dag waarop hij of zij geboren werd. Die energie bepaalt welke positieve en negatieve eigenschappen ieder heeft, welke mogelijkheden en beperkingen. Het is aan ieder van ons om te bepalen wat we met die kennis aanvangen. De spirituele gids is behalve een tussenpersoon tussen de goddelijke krachten en de mensen ook een raadgever die ons kan helpen om onszelf beter te leren kennen, onze kleine kantjes te overwinnen en onze sterke punten aan te wenden. Veel Maya’s zijn zich zelf niet meer bewust van de manier waarop hun leven op allerlei manieren vervuld is van de spiritualiteit die hen door hun voorouders overgeleverd werd. Maar er is wel een zeer duidelijke heropleving van dat bewustzijn te merken sinds de ondertekening van de vredesakkoorden en de wettelijke erkenning van de Mayacultuur die dat met zich mee bracht. Ze zijn ontelbaar, de jongeren en ouderen die de weg terugvinden naar hun wortels en intussen opgeleid worden tot ajq’ij of simpelweg hun dagelijkse leven weer zin geven via de rijkdom van de Mayaspiritualiteit. Ook niet-Maya’s met oprechte belangstelling en roeping kunnen opgeleid worden door een ajq’ij met ervaring.

De wereld kan er alleen maar beter van worden, van deze spiritualiteit, die een betekenisvolle, goddelijke plaats geeft en een adem toekent aan alles wat bestaat in het heelal.

Joke Scherpereel: Teruggekeerde medewerkster van AFOPADI, Quetzaltenango, Guatemala Ajq’ij (spirituele gids) 1)Letterlijk: degene die de dagen telt = spirituele gids volgens de Mayaspiritualiteit. Zowel vrouwen als mannen.

11


oveR de kunst van Mayakunst Over de Maya’s en kunst zijn zoveel boeken geschreven dat ik mij helemaal niet bekwaam voel, laat staan gemotiveerd, om er zelf nog een artikel over te schrijven. De keurige westerse indeling van bouwkunst, fresco’s, sculpturen, taal en codexen, ... is een beetje als een vloek op de Mayacultuur die zo gericht is op integratie en evenwicht. Zelf heb ik het allemaal heel dynamisch en organisch ervaren tijdens mijn ‘inleef’ bij de Q’eqchi’. Voor alle duidelijkheid, ik heb niets tegen de geschiedenis van de kunst, een wellust voor bollebozen, een lekkere hap voor toeristen, en zonder twijfel een opstap naar meer.

de kunst Met de kleIne ‘k’ Is MeeR MIjn eRvaRIng. Hoe een varken wordt geslacht, een boom wordt geveld, sacraal water wordt verzameld, maïs wordt ontgraand, een kaars wordt gebrand, een dode wordt herdacht.

De kunst om in volle armoede een ritus te organiseren voor vijfhonderd mensen bijvoorbeeld.

Hoe ouderen erin lukten om zoveel mensen

warm te maken dankbaar te zijn voor ons dagelijks voedsel, hoe vrouwen en mannen erin lukten om vasten te zien als een groot verzoeningsproces waarin een weerwoord geen enkele zin meer had, hoe zelfs de hond geen stokslag meer kreeg, hoe kinderen omgingen in een wereld die leek op een hemel op aarde, hoe de wonderbare maïsvermenigvuldiging zich voltrok, hoe jonge mannen met hun door machetes getekende handen voor dag en dauw op de tederste manier de mooiste bloemen en bromelia’s uit het oerwoud wisten te verzamelen, hoe de vrouw die de dag voordien haar kind was verloren, opgenomen werd in die grote groep van vrouwen die rond de kookvuren alle leed weten te delen, hoe portefeuilles, broeksriemen en machetes broederlijk op een hoop werden gelegd aan de ingang, terwijl binnen in de grot een gloed van kaarsen en wierook ieder diepste gedachte verlicht, hoe uit het niets eenvoudige constructies werden opgetrokken van takken en palmbladeren ter bescherming tegen de hete tropenzon, hoe oude vrouwen, van urenver te voet, cacaodrank delen met iedereen - en iedereen is iedereen - hoe jonge meisjes en vrouwen duizenden tortilla’s kloppen met vurige handen en een onwezenlijk geduld en bovenal een gemoedsvreugde die je aan geen psychiater kan uitleggen, hoe de marimba als één stem klinkt en hoe de marimbaspelers bijna zonder één woord onder hun instrument de wacht houden bij de sacraliteit, hoe jonge mannen zonder verpinken het rituele eten verdelen tussen alle overgebleven aanwezigen, hoe bij de stilte van de ochtend, op een kraaiende haan na, iedereen huiswaarts trekt met een gemoed dat ik hier onmogelijk kan beschrijven.

Dat is kunst. Mayakunst vermoed ik.

12


Een pak toegankelijker dan een schilderij met urine, de weide van Rock Werchter om middernacht of de performance van een moderne kunstenaar. Mayakunst is ook niet gefixeerd op het verzamelen of classificeren. Het gezamenlijk beleven is de grote uitdaging. En in die zin ligt Mayakunst niet zover van onze festivalweides, met dat groot verschil dat het individu niet op zoek gaat naar de hoogst mogelijke vorm van genot, maar dat de kunst erin bestaat om het ‘hoogst mogelijke’ toe te laten tot mijn bestaan en tot het bestaan van de gemeenschap. Mayakunst is ook niet gericht op de kunstenaar, maar wel op de capaciteit om natuurlijke schoonheid te vertolken. Geen artistieke pretentie. Voor wie ambacht kunst is, voor wie geen onderscheid maakt tussen hogere en lagere kunsten. De creativiteit om dag op dag te overleven is pure kunst. Wat een fantasie is er niet nodig om te bedenken wat er ‘s avonds zal gegeten worden als de graanschuur leeg is en de grond op. Hoe denk ik met plezier terug aan ons massaal bezoek aan de piramides van Tikal. Met meer dan vijfhonderd ouderen, catechisten en gezinnen trokken we naar het meest fameuze Maya-oord. De meesten van ons waren drie dagen onderweg om er te geraken. Een reis vol ontberingen. Hoe de wachters geen raad wisten om die

boeren een plek te geven om hun kaarsen en wierook te branden. We mochten de trom (een grote trommel) niet gebruiken want de apen zouden wegvluchten en de toeristen kwamen naar Tikal om onder andere de apen te zien. De xolm (een klein rieten fluitje) mocht wel gebruikt worden. Hoe iedereen zijn haartjes op de armen rechtkwamen toen Juan zijn melodie inzette boven op piramide VI van ‘het park’. Het gebeurde gewoon. Met hart en ziel werd de Tzuultaq’a (Het BergDal) beluisterd en aangesproken. Maar wat mij het meest bijbleef aan die gebeurtenis waren de verhalen van de mensen de dagen nadien. Iedereen had op een of andere manier contact gehad met de voorouders, vaak heel fysisch. En iedereen had dit ervaren als een zalving. Zalf wordt gebruikt als we gewond zijn. Alsof de burgeroorlog de link met de voorouders had doorgeknipt. Alsof de doden echt dood waren. Alsof het leven enkel miserie, pijn en verdriet zou zijn. Maar nee, de voorouders hadden opnieuw gesproken. Verdriet kan toch geheeld worden.

Mayakunst is ook niet gefixeerd op het verzamelen of classificeren. Het gezamenlijk beleven is de grote uitdaging.

Begrijpt u dat een piramide voor de ene een hoop stenen is die misschien mooi op elkaar gestapeld zijn, maar voor de andere levende bouwstenen zijn van eeuwenoude waarden en tradities op zoek naar een toekomst. Dat is kunst, misschien wel Mayakunst. Benard Dumoulin: Stedenband Herent-Cobán

13


de RelIgIeuze bRoedeRschappen In RabInal Rabinal is een bergdorp in Centraal Guatemala met een uitzonderlijke rijke cultuur, gevoed door de eeuwenoude tradities van het Maya Achí Volk. Enkele jaren geleden zwierven we met de rugzak lukraak door het land en bezochten er verschillende hulpprojecten door Vlamingen gestart of waar Vlamingen beland waren. Dat was ook hier het geval bij een jong Vlaams koppel Bert Janssens en Elisabeth Biesemans die sterk begaan waren met de eigen cultuurbeleving van de Achí-bevolkingsgroep. Daarom namen ze zes jaar lang foto’s van de verschillende levensaspecten van de bevolking en bundelden ze in een prachtig boek voorzien van goede commentaar in het Spaans en Achí. We putten eruit in de volgende overwegingen. Op een dag trokken we in Rabinal zomaar een bergpaadje op naar een oud Mayagebouw dat van ver op een heuvelkam te zien was: de tempelruïne Kajyub, waarvan we dachten dat ze verlaten was. Toen we ons boven het gebouw omdraaiden, stonden we tot onze verrassing oog in oog met een Mayapriesterkoppel dat een vuurbezwering bezig was over een echtpaar met twee kinderen. Verschrikt en beducht voor een vijandige reactie verontschuldigden we ons en trokken ons een eind terug. Na een tijdje zagen we de familie wegstappen de bergen in en de Mayapriester kwam zonder zijn ceremoniële kleren naar ons toe. In plaats van een uitbrander kregen we de kans op een kennismaking en een pleidooi voor de Mayawaarden en heilige precolumbiaanse gebruiken met respect voor Moeder Aarde. Eén van die cultureel-godsdienstige

‘Eén van die cultureel-godsdienstige

gebruiken hebben we dan meer van nabij leren kennen: ‘de cofradía of religieuze broederschap.’

14


gebruiken hebben we dan meer van nabij leren kennen: de cofradía of religieuze broederschap. Deze is moeilijk te omschrijven. Op het eerste gezicht een soort religieuze, folkloristische organisatie met vaste leden, functies, kostuums, heiligenbeeld en sociale invloed. Deels met katholieke, religieuze symbolen, maar gebaseerd op stramienen of verhalen die verwijzen naar de oude Maya cultuur. De processies zien er kleurrijk katholiek uit, maar de liederen en dansen vertellen veel oudere cultuurpatronen of stellen ze als een sacrament terug in werking ten bate van de kinderen van Moeder Aarde. Alhoewel een bepaalde dans ‘Moros y Cristianos’ schijnbaar verwijst naar de Spaanse context van de conquista, de verovering, toch komen er diepere verwijzingen in voor naar hun scheppingsverhalen en vooral naar de verering van de voorvaderen. De geestelijke of werkzame aanwezigheid van de nabije of verre voorvaderen wordt sterk beleden in deze ceremonies, maar ook bij het begin van een dagdagelijkse bezigheid zoals het zaaien of oogsten. Ze beelden op een culturele, ceremoniële manier de werkelijkheid uit waarin ze leven en vertrouwen.

Ondanks de armoedige omstandigheden van het dagelijkse bestaan, wordt door de cofradía veel tijd en geld besteed aan de verduidelijking van hun overtuigingen. In Rabinal zelf bestaan al zestien cofradías die allemaal wedijveren om het beste van zichzelf te tonen, ieder geschaard rond zijn ‘katholieke’ heilige, maar met dezelfde Maya-ondertonen. Bij een oppervlakkige kennismaking zouden we geneigd zijn om te denken aan folklore, maar het gaat veel dieper. Langs deze cultuurvorm beleeft het Maya Achíe Volk zijn eigenheid, viert het zijn eeuwenoude waardigheid en verwerkt het oude en recente tragische ervaringen. Toen in 1538 de streek van Rabinal door de Spanjaarden veroverd werd, leefden er ongeveer 60.000 mensen, maar in 1574 waren er slechts 9000 overgebleven. Ze werden toen in eigen streek halve slaven en bleven tweederangsburgers tot op dit ogenblik. Want de ladinos of halfbloeden en de blanken proberen zichzelf op te waarderen door de traditionele Achí onder de duim te houden. In de jaren 1980 volgde de burgeroorlog en moordde de dictatuur erop los. Van de slachtoffers behoorde in de streek 99% tot het Achí Volk.

hun

Mythologie, hun sCheppingsverhalen, leven, lijDen, liefDe en DooD krijgen

Dikwijls vorM en inhouD zoals De ouDste BijBelverhalen Die wij in onze Cultuur kennen.

het is verrassenD en verfrissenD oM onze gronDwaarDen terug te vinDen in een heel anDere Culturele Context. niet gelijk, Maar zeker evenwaarDig.

Bert en Malou Van Ishoven-Vanderputten Steungroep ‘Solidair met Guatemala’

15


zeg guateMala en je zegt teXtIel Vandaag kijken we met grote ogen naar de veelkleurige typische kledij van de Mayabevolking. Volgens sommigen is de oorsprong van dit ongezien fenomeen te zoeken ten tijde van de Spaanse overheersing. De inheemse bevolking werd samengedreven in dorpen. Dat werden zowat open gevangenissen waar ze niet uit mochten zonder toelating of controle. Het feit dat ze verplicht werden om in hetzelfde dorp allemaal dezelfde kledij te dragen, verschillend van die van de andere dorpen, maakte hen gemakkelijk identificeerbaar. Volgens anderen zijn voor die opvatting weinig of geen documenten, getuigenissen of sporen te vinden. De veelzijdigheid van snit, kleurenpallet en symbolen zou in de loop van de eeuwen gegroeid zijn. Onder andere medewerkers van het boek ‘Met hun handen en hun ogen,’ dat in 2003 gepubliceerd werd naar aanleiding van een tentoonstelling: ‘Mayatextiel, spiegel van een wereldbeeld’ in het Etnografisch museum in Antwerpen leunen aan bij deze stelling. Wat er ook van zij, de intensieve bedrijvigheid van draad tot afgewerkt stuk, veelal resultaat van artisanale en ambachtelijke arbeid, blijft onze aandacht en bewondering verdienen.

het kleuren van katoenDraaD In San Juan La Laguna hoorden we vrouwen vertellen dat zij kleurstoffen van planten en kruiden gebruiken. De kleurstoffen worden verkregen uit verschillende delen van de planten, zoals bladeren en schillen van bepaalde fruitsoorten, de schors van bomen, wortels en hout. Korstmossen hebben verschillende kleuren en zijn zeer goed om te verven. Worden onderandere gebruikt: onze bekende wortel, de pit van avocado, achiote, kokosnoot, zwarte els, kurkuma of geelwortel, guayaba, kaneel en een pepersoort. Maar om de kleuren te bekomen is een grote hoeveelheid plantaardig materiaal nodig. Daarom zijn ze goed voor huiselijk of artisanaal, maar niet voor uitgebreid commercieel gebruik. Zachte pastelkleuren zijn het resultaat. En bovendien, tot onze verwondering, zagen we in San Juan La Laguna dat er niet alleen een plant van witte katoen bestaat, maar toonden de vrouwen ons ook een zachtbruine katoenvlok.

16


Meer en meer worden chemische kleurstoffen ingevoerd en worden de toeristen overstelpt met massa’s weefproducten. De bijtmiddelen zijn substanties die helpen om de kleur van de verf in de katoen vast te houden. Planten zoals de indigokleur hoeven geen bijtmiddelen. Men kan verschillende chemische producten gebruiken als bijtmiddelen, maar de meeste zijn giftig: bijvoorbeeld aluin, kopersulfaat, ijzersulfaat of looizuur. Aluin is daarvoor nog het best van al. Vooral de producten die door de toeristen worden gekocht, moeten met deze bijtmiddelen bewerkt worden. Maar in San Juan La Laguna proberen ze ook met een aftreksel van schors van de bananenboom om kleuren te fixeren. Ook nog azijn, zout of de as van hout kunnen hun diensten bewijzen. De weefkunst wordt er doorgegeven van moeder op dochter, en vraagt handigheid, veel oefening en geduld. Elke dag tortillas maken en weven is werk waar vrouwen uren mee bezig zijn: het is kunst met handen gemaakt en een traditie die niet verloren mag gaan. Monique Batavia Steungroep ‘Solidair met Guatemala’

17


aRtIstIeke evocatIe In de stRIjd tegen veRgetelheId “MEMORY dEMANds AN IMAgE.” (BERTRANd RUssEL)

EEN MUURSCHILDERING ALS TESTAMENT Wat een twintigtal jaar geleden ondenkbaar zou zijn geweest, gebeurde in 2002 toen leerkrachten, artiesten, studenten en andere leden van de Maya-Kaqchikel gemeenschap van Comalapa bij elkaar kwamen en samen geschiedenis schilderden.1 De voorstellingen op de muren van het plaatselijke kerkhof beelden onder meer armoede en racisme uit, van de Spaanse kolonie tot het intern gewapend conflict.2 In 2006 werd tegen voormalige militaire barakken in de buurt een nieuwe muurschildering gemaakt die dit keer specifiek het recente conflict in beeld bracht.3 Het feit dat sommigen vandaag nog steeds de behoefte voelen om publiekelijk over deze gruwelperiode te vertellen, impliceert dat er van voltooid verleden tijd nog helemaal geen sprake is. De herinnering aan La Violencia4 is als een kwade geest, een zware last op het dagelijkse leven van velen. De initiatiefnemers van de muurschildering trachten met hun actie te voorkomen dat bepaalde gebeurtenissen ontkend of verdraaid worden of in de vergetelheid kunnen geraken. Op de muren kan men, terug van nooit weggeweest, historische patronen van geweld en structureel onrecht ontwaren.5 De geschiedenis van de inheemse bevolking staat op die manier als een testament op de muur ‘geschreven’ en toont hoe de mensen van Comalapa het collectieve geheugen van hun gemeenschap opbouwen.6 Muurschilderingen als deze wijzen op de cruciale rol die artistieke expressie en visuele cultuur kunnen spelen als alternatieve transitional justice mechanismen op lokaal niveau en waarbij slachtoffers ten volle kunnen participeren. In een land waar de inheemse bevolking vaak het zwijgen wordt opgelegd, is kunst een manier om van zich te laten horen. De locatie van deze artistieke projecten is zorgvuldig uitgekozen: het kerkhof en de voormalige militaire barakken moeten de belangrijke rol van de dood en militaire agressie in de nationale geschiedenis symboliseren.7 De centrale ligging en het opvallende karakter van de lange wanden zorgen ervoor dat de muurschilderingen absolute blikvangers zijn die voorbijgangers proberen aan te zetten tot kritische reflectie. Op deze manier doen zij aan bewustmaking op lokaal niveau.8 Visuele middelen hebben echter ook beperkingen als het op de recuperatie van het historisch geheugen aankomt. Het is namelijk extreem moeilijk om de complexiteit van het conflict af te beelden waardoor lokale historische debatten vereenvoudigd en verstoord kunnen worden.9 Het is zeer moeilijk historische gebeurtenissen te nuanceren en men vervalt al snel in zwartwit voorstellingen. Zo is bijvoorbeeld de slachtoffer-dader tegenstelling met betrekking tot het conflict met deze muurschildering maar moeilijk te doorbreken. Nog een opmerking is dat de toegankelijkheid van de muurschilderingen maar zo groot is als de samenleving toelaat. Aangezien veel mensen hier nog dagelijks vechten voor hun bestaan hebben slechts weinigen de tijd voor kunst, hoe publiekelijk deze ook mag zijn.10 Tessa Boeykens 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

s.n., Cakchiquel, in: <http://www.britannica.com/EBchecked/topic/88639/Cakchiquel>, geraadpleegd op 26.07.2011. s.n., Guatemala, Painted Histories, Malnutrition, Trash Kites and Piñatas, in: <http://artworkworks.blogspot.com/2010/10/5-guatemala- painted- histories.html>, geraadpleegd op 26.07.2011.

D. CAREY Jr. en W.E. LITTLE, “Reclaiming the Nation through Public Murals. Maya Resistance and the Reinterpretation of History”, in: Radical History Review, z.j. (2010), 106, p. 5. Letterlijk vertaald als “Het Geweld”, verwijzend naar het intern gewapend conflict. s.n., Guatemala, Painted Histories, Malnutrition, Trash Kites and Piñatas, geraadpleegd op 26.07.2011. D. CAREY Jr. en W.E. LITTLE, “Reclaiming the Nation through Public Murals”, pp. 5-6. D. CAREY Jr. en W.E. LITTLE, “Reclaiming the Nation through Public Murals”, pp. 6-9. s.n., Guatemala, Painted Histories, Malnutrition, Trash Kites and Piñatas, geraadpleegd op 26.07.2011. D. CAREY Jr. en W.E. LITTLE, “Reclaiming the Nation through Public Murals”, p. 15. D. CAREY Jr. en W.E. LITTLE, “Reclaiming the Nation through Public Murals”, p. 22.

18


‘Primitieven’

Ze noemen zichzelf ‘primitieven’ of realisten. Buitenstaanders noemen hun kunst dan weer ‘naïef’. De schilders zelf verwijzen naar hun conditie van autodidact of ook naar hun onderwerpen, die ze ontlenen aan de gewoontes en tradities van de voorouders. Het milieu waarin zij leven en creëren is hetzelfde als dat van de ambachtsman, beiden drinken van de zelfde inspiratiebron: de volkse traditie. Over het algemeen is het dagelijkse leven inderdaad het meest behandelde onderwerp. En natuurlijk ook landschappen. De artiesten trachten de veelkleurigheid van de natuur weer te geven. Die overvloed aan kleuren en de opstapeling van details geven hun werken een dynamische allure. Anderzijds boeien hen nogal wat thema’s die te maken hebben met de geschiedenis van vroegere tijden, door de ouderen verteld. Eén van hen zei over zijn werk het volgende: ‘Ik beschouw mezelf als een primitieve schilder, omdat ik thema’s van de voorvaderen weergeef en datgene wat vandaag niet meer te zien is. Bijvoorbeeld, in het geval van de baring worden vandaag allerlei hoogst technische apparaten gebruikt. Maar in vroegere tijden legden de vrouwen zich gewoonweg op de grond op een gevlochten rieten matje om het kind te laten geboren worden.’ De meeste schilders zijn te vinden aan de oever van het Atitlánmeer, vooral in de drie dorpen Santiago Atitlán, San Pedro la Laguna en San Juan la Laguna. Daarnaast treft men ook een actieve groep artiesten aan in San Juan Comalapa, departement Chimaltenango. Deze ‘naïeve’ kunst stelt niet alleen eigen allegorieën van de Mayacultuur voor. Sommige schilders in Comalapa en Atitlán legden zich tevens toe op het borstelen van taferelen uit de tijd van het interne gewapende conflict. Die werken zijn omzeggens overschaduwd door een dichte nevel die oprijst als symbool van decadentie en dood die in die dagen overheerste. (gds)

19


vlaaMs pIonIeRsWeRk teR veRsteRkIng van Mayatalen twee vlaMingen heBBen Belangrijke BijDragen geleverD aan De versterking van De MayaCultuur en het tweetalig onDerwijs in guateMala, BeiDen sCheutisten, werkzaaM in alta verapaz. De voorganger was Steven (Esteban) Haeserijn, hier gekend als ‘Padre Esteban’. Geboren in Wetteren, was hij lange jaren als missionaris in China werkzaam en nadien in Chili, tot hij in 1958 in Guatemala terechtkwam, eerst in Purulhá, nadien in San Juan Chamelco. Zijn kennis van de Chinese taal en cultuur was hem erg behulpzaam om zich te verdiepen in de Maya wereld. Zo werd hij één van de voorgangers van de ‘interculturatie’ onder het Q’eqchi’ volk en een onverdroten promotor van de studie van de Q’eqchi’ taal en cultuur. Padre Esteban was een van de grondleggers van het Nationaal Festival van de 22 Mayavolken in Guatemala, dat echter nadien in handen van de politieke machthebbers verviel tot pure folklore. Hij drukte eigenhandig de eerste Q’eqchi’ teksten op een kleine manuele drukmachine en schreef verschillende interessante artikels, maar zijn hoofdwerk is ongetwijfeld het ‘Diccionario K’ekchi’ Español’, resultaat van jarenlang baanbrekend onderzoekswerk, dat een handboek is voor ieder die vertaalwerk doet, maar tevens het meest gewaardeerde verklarend woordenboek. Verschillende Q’eqchi’ leiders erkennen zijn pionierswerk, niet in het minst in uitwisselingstochten naar de andere Mayavolken die ze ondernamen, samengepropt in het klein VWke van Steven. In 1975 is hij wegens ziekte naar België teruggekeerd en kort nadien overleden. Zonder twijfel geïnspireerd door het baanbrekend werk van Steven Haeserijn, ontwikkelde Marcel Dobbels een soortgelijk werk voor het Poqomchi’ volk. Geboren in Tielt in 1923, was hij zevenentwintig jaar lang werkzaam in de Kasaïstreek, in Kongo, waar zijn natuurlijke aanleg voor taal hem de toegang opende voor verschillende Bantoe talen. Toen hij op de leeftijd van zesenvijftig jaar in 1979 in Guatemala toekwam, begon hij dan ook meteen de plaatselijke Mayatalen te studeren: Q’eqchi’ en Poqomchi’, niet zo vanzelfsprekend op die leeftijd, zeker niet als de meest elementaire instrumenten niet bestaan, zoals woordenboeken en ander studiemateriaal. Maar zijn WestVlaamse taaiheid, zijn natuurlijke taalvaardigheid en zijn grote waardering voor de Mayacultuur en kosmovisie, deden hem gestadig voortgang maken tot hij al meteen teksten begon te schrijven in de Poqomchi’ taal en ook een zeer gewaardeerd en nog steeds alom gebruikt populair zangboek publiceerde. Jarenlang studiewerk van de taal, bemoeilijkt door de verschillende dialecten onder de Poqomchi’ gemeenten en de veranderingen in het officiële alfabet, zagen hem steeds meer de noodzaak inzien van een systematisch woordenboek. Hij verkreeg de erkenning en de financiële steun van het groot onderwijsproject van de Europese Unie PROASE zodat een publicatie mogelijk werd van een uitgebreid woordenboek Poqomchi’-Spaans in twee delen, twee dikke turfen die samen 1300 bladzijden vormen! Steven en Marcel hebben beiden met enorm geduld en zeer beperkte middelen – de grootste kosten van jarenlang onderzoekswerk hebben ze uit eigen zak betaald -- twee Mayavolken van Guatemala van bijzonder belangrijke instrumenten voorzien om hun taal en cultuur te bewaren en te versterken. De Q’eQChi’ taal worDt Door Meer Dan een Miljoen Mensen gesproken en De poQoMChi’ koMt op De vijfDe plaats van De Belangrijkste Mayatalen. Fons Huet - Werkzaam in Alta Verapaz, Guatemala

20


Kunstuitingen

La Casa de la Memoria

O M N I E T

‘Het Huis van de Herinnering’ is een museum’

‘Het Huis van de Herinnering’ is een museum dat opgericht werd met de bedoeling ‘om niet te vergeten.’ Het geeft een kort overzicht van de geschiedenis van het land vanaf de voorouderlijke Mayacultuur, over de verschrikking van het 36 jaar durend interne gewapende conflict tot de dag van vandaag. Het museum werd gepromoot door het Centrum voor Legale Actie voor de Mensenrechten (CALDH). Het is vooral bedoeld om de jeugd van vandaag te helpen om de geschiedenis van de strijd en het verzet van de vorige generaties en de gruweldaden van het leger beter te leren kennen.

T E

Kerkhoven

V E R G E T E N

Maar ook op kerkhoven werden soms opzienbarende monumenten opgericht ter nagedachtenis van honderden slachtoffers van de genocide. Over de hele lengte van de muur van het kerkhof van Rabinal werden foto’s en namen aangebracht van honderden mensen, die door het leger vermoord werden.

Kerkhof van Rabinal

Muurschilderingen

Zowat overal, maar vooral in de hoofdstad, treft men muurschilderingen aan als protest tegen de onrechtvaardige structuren die het land blijven kenmerken. De organisatie HIJOS, bestaande uit telgen van voormalige vermiste personen en slachtoffers van het militaire geweld, heeft een tijdlang uitgeblonken bij het realiseren van deze specifieke manier van protesteren

21


vakManschap In chInautla Je kan een 4/4 cake bakken, maar voor Chinautla moeten we het lichtjes aanpassen: daar wordt het 3/3. Eén derde potten- en beeldjesbakkers, één derde schilders en één derde dat maakt dat de voorgaande derdes eten hebben, een dak boven het hoofd, enz... Een “mix” van cultuur en vakmanschap die onze bewondering meer dan waard is. In 1998 bezocht: ongelooflijk hoe de meisjes en de vrouwen er beeldjes boetseren. In een mum van tijd toveren ze daar een complete kerststal bij elkaar, inclusief lammetjes, herders... Uiteraard een Virgen en een mini-Jesus, inclusief de os en de ezel. En voor zij die tot aan drie koningen kunnen kijken, die zijn er ook bij. De bevolking van een kerststal heet daar ‘un Belén.’ Jammer dat de beeldjes niet wat sterker zijn, want één van mijn kamelen is letterlijk - een losbol en ook het oor van de ezel heeft al een spoedoperatie met speciale orenlijm nodig gehad. Ik heb toen in mijn jeugdige overmoed bovendien een hele mooie kruik gekocht. Ze is ‘heel en gans’ thuis geraakt, maar het heeft mij bloed, zweet en tranen gekost. Met een afmeting die eigenlijk niet in de handbagage mocht of kon (ze is nogal buikig) heb ik ze als een baby de grootste tijd in mijn armen gedragen. De schilders zijn een ander verhaal: die schilderen meisjes in de verschillende typische klederdrachten en hoewel het zeker niet aan mooie “modellen” ontbreekt: het gezichtje is een lege plek en je moet het stellen met el traje (de kledij). Julien Lamont Steungroep ‘Solidair met Guatemala’

fIlMfestIvals Een deel van de kunstenaars kan het zich vandaag niet permitteren om autonoom te werken. Anderzijds heeft de privésector nogal wat invloed, bijvoorbeeld het familiebedrijf Paiz. Dat organiseert de biënnales, die goed zijn. Als kunstenaar kan je in Guatemala niet overleven, het is moeilijk je dagelijks brood te verdienen met alleen maar kunst. De artiesten moeten hun kost elders verdienen om te overleven, hulp zoeken bij de privésector, deelnemen aan wedstrijden of het land verlaten. Het Ministerie van Cultuur steunt bepaalde zaken, maar houdt er een zeer folkloristische visie op na. Er is hier ook weinig opleiding en vorming in kunst te vinden. Hier is bijvoorbeeld geen filmschool. Wel zijn er collectieven en instanties zoals ‘Casa Comal’ (http://casacomal.org/), die cursussen proberen aan te bieden. Maar dat is zeer beperkt en niet erkend in het buitenland. Casa Comal organiseert samen met andere instanties uit Midden-Amerika filmfestivals die zeer goed zijn. Deze initiatieven zouden veel meer door de staat gesteund moeten worden. Eva Vanneste en Beto Antigua de Guatemala

22


Hedendaagse schilders en galerijen Verscheidene kunstgalerijen promoten jong talent door het organiseren van tentoonstellingen. We sommen er een paar op, de Galerij ‘Arte Rocío Quiroa’ bijvoorbeeld. Ingehuldigd in 1997 stelt de galerij zowel nationale als internationale hedendaagse kunst ten toon. Galerij ‘Arte Viva’ wil huidige en toekomstige generaties wijzen op de waarde van het verkrijgen en verzamelen van kunstwerken. In Guatemala treft men tientallen jonge kunstenaars aan die zich toeleggen op de schilderkunst en beeldhouwwerk. We stippen er een paar aan. Alfredo García Gil, geboren in Antigua, weerspiegelt in zijn schilderijen, dikwijls op humoristische wijze, onze dagelijkse zorgen rond consumptie, overbevolking, politiek en onze eigen menselijke kwetsbaarheid. Victor Hugo Valenzuela werd geboren in Antigua in 1953. ‘Wat nog het best mijn schilderkunst definieert is de emotionele intensiteit waarmee ze opgevat en gerealiseerd werd. Intensiteit van de schetsen; intensiteit van de verbeelding; soms bereikt ze een buitensporigheid in de kleur en het gewelddadige licht, in de personages, de situaties en de composities; intensiteit van gevoelens in de thema’s en in de creatieve en communicatieve bedoelingen; intensiteit in de techniek en in de uitvoering.’ Marco Augusto Quiroa werd geboren in Suchitepéquez in 1937 en stierf in 2004. Naast beoefenaar van de schilderkunst en beeldhouwkunst was hij ook auteur en in deze functie behaalde hij meerdere prijzen. Manuel Paniagua is geboren en getogen in Guatemala, maar later genaturaliseerd in Mexico.

Efraín Recinos is achitect van het Nationaal Theater

Architectuur - Efraín Recinos

Manuel Paniagua 23


Het Nationaal Ballet van Guatemala Het Nationaal ballet van Guatemala promoot de klassieke en academische dans en functioneert sinds 1948. Meestal vinden de voorstellingen plaats in het Nationaal Theater.

Artiestencollectieven Daarnaast zijn er in Guatemala her en der groepen te vinden die de kunst dichter bij de gewone mens brengen, dikwijls op straat. Hieronder een paar voorbeelden. Theater SOTZ’IL.

In de Kaqchikel taal betekent dit ‘ziel van de vleermuis’. Het gaat om een groep Maya Kaqchiquel jongeren van Sololá. Ze doen al dertien jaar aan theater. Met toneel proberen zij te begrijpen en te reconstrueren wat hen door de westerse wereld genegeerd en ontnomen werd. Andamio Teatro Raro, Rayuela, Armadillo en Kaji’Toj’ zijn nog enkele van de nieuwe groepen.

Caja Lúdica Caja Lúdica is een collectief dat zich tot doel stelt om alternatieve vorming te geven met een participatieve methodologie die leidt tot zelfkennis, het wegwerken van angsten, van het wantrouwen en de verlegenheid. Zo worden creatieve en expressieve bekwaamheden ontwikkeld. Ook worden solidariteitsverbindingen gelegd met organisaties, netwerken en gemeenschappen. Concreet worden tentoonstellingen, festivals, fora, debatten, montages en kunstwerken gebracht, gelinkt aan mensenrechten, het historische geheugen en het voorkomen van geweld. 24


Literatuur inleiDing het is in Deze BroChure uiteraarD onMogelijk oM De uitgestrekte literaire velDen van guateMala te Doorploegen. we Beperken ons tot een paar hoogvliegers uit De reCente gesChieDenis en een korte interpretatie van een kenner over wat vanDaag op literair vlak leeft. Met kop en sChouDers steekt Miguel angel asturias Boven alles en ieDereen uit. wat ook opvalt, is hoe een naoorlogse generatie, Die niet Meer DireCt slaChtoffer Dreigt te worDen van een gruwelijke repressie zoals Die nog Maar enkele jaren geleDen onDer De Militaire DiCtatuur huishielD, vanDaag sChrijvenD proBeert ziChzelf uit te vinDen.

lIteRaIR MonuMent Miguel Angel Asturias werd geboren in de hoofdstad

Guatemala op 19 oktober 1899 en stierf in Madrid op 9 juni 1974. Tijdens de dictatuur van Manuel Estrada Cabrera in de jaren ‘20 deed hij mee aan de opstand. Later steunde hij de democratische regering van Jacobo Arbenz. Kolonel Castillo Armas die met behulp van de VS de democratische regering omverwierp stuurde Asturias in ballingschap. In 1966 werd Julio Cesar Méndez Montenegro verkozen tot president voor een centrumlinkse coalitie. Hij benoemde Asturias tot ambassadeur van Guatemala in Frankrijk. In dat jaar kreeg de auteur de ‘Lenin Vredesprijs.’ In 1967 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur. Eén van de belangrijke literaire werken is de ‘bananentrilogie’: ‘Harde Wind’, ‘De groene Paus’ en ‘De Ogen van dezen die begraven werden.’ Dit is een episch werk over de uitbuiting van de inheemsen in de Amerikaanse bananenplantages. Bij ons is Asturias vooral bekend om de typische stijl van het magisch realisme, die hij onderandere hanteert in zijn belangrijke roman ‘Hombres de maíz’ (vertaald in het Nederlands onder de titel ‘De Doem van de Maïs’). De roman ‘De ogen van dezen die begraven werden’ eindigt als volgt:

‘De hemel begon zich te zuiveren en de zon verscheen spetterend op de ondergelopen gronden, als een veelpotig ros met hoeven voorzien van blinkende ijzers. En het nieuws van de overwinning verspreidde zich als het licht. Het machtige bedrijf aanvaardde de voorwaarden. Tabío San, gevolgd door Rámila, verliet het gebouw van de Compagnie in de hoofdstad. Ze hadden net de nieuwe arbeidsovereenkomsten ondertekend. Malena, geweer over de schouder, wachtte hem aan de deur op, het haar nauwelijks op een dot opgebonden, al de dagen van haar strijd in de straten waren in haar bruinhuidige fletsheid afgetekend en ze liep naar hem om hem te kussen en te omarmen onder stemmen en applaus van vrienden en bekenden die zich daar hadden opgesteld om de laatste berichten te vernemen. Om nul uur zou de staking opgeheven worden. Ja, ja, ook in Bananera en Tiquisate. De dictatuur en de Bananenmaatschappij vielen tegelijk en nu konden dezen die begraven werden en die de dag van de gerechtigheid verbeidden de ogen sluiten. Neen, nog niet, ze waren nog maar aan de drempel, vol verwachting naar die grote dag. De hoop begint niet in de gedane zaken, maar in de afgesproken zaken en indien gezegd werd ‘andere vrouwen en andere mannen zullen de toekomst zingen,’ welnu ze waren al aan het zingen, maar het waren geen anderen, het waren dezelfden, het was het volk, het waren...Tabío San, Malena Tabay, (...), sommigen in leven, anderen gestorven, anderen afwezig, ze waren al aan het zingen...’’ 25


de RIvIeR Luis Cardoza y Aragón, geboren in juni 1901 en gestorven in september

1992, is een van de grote namen in de literatuur van Guatemala. Hij werkte mee met de democratische regering van de jaren ‘50, die zich keerde tegen de invloed van de Amerikaanse dominantie en de bananenmaatschappij Chiquita. Hij bracht zowat heel zijn leven als balling in Mexico door. Een van zijn werken noemt: ‘De Rivier,’ een uitgebreid werk van meer dan 850 bladzijden. Daarin beschrijft hij nu eens op een filosofische of essayistische, dan weer op een eerder poëtische of novellistische wijze zijn leven.

Hij begint als volgt:

‘Over mijn werkelijk leven weet ik niets. Ik ga niet beginnen met de meest diepgaande kindsheid, het eerste geheugen, dat van voor de geboorte. Het vocht waarin wij zwommen veranderde in lucht door de uitdrijving uit het Eden. We schreeuwden bij het geboren worden, want wij hebben de dood gezien. Een droom is het eerste lustrum, het oproepen, het opnieuw dromen, vergeten dat men geboren werd. Mijn leven in de baarmoeder herinner ik als dat van een diepzeevis in ongeziene dageraad. Als gejubel of stilte of doorborende pijl van duisternis die me wiegde. In de schoot vliegt de tijd vlugger. De negen maanden waren negenduizend jaren van geluk.’

‘hIeR Is het altIjd nacht’ In 2009 schreef Byron Quiñónez de roman ‘Aquí siempre es de noche.’ De protagonisten zijn twee corrupte en aan drugs verslaafde politiemannen die de misdaad op een jonge vrouw onderzoeken. De auteur zegt over zijn werk: ‘Deze roman is een manier om de samenleving in Guatemala voor te stellen. Het is een getuigenis van hoe men vandaag spreekt en handelt, waarbij ik thema’s als corruptie en de georganiseerde criminaliteit, die schering en inslag zijn, benadruk. Ik wilde deze duistere situatie aantonen die Guatemala treft, wetend dat er slechte dingen gebeuren ofschoon de zon er schittert.’ Tevoren publiceerde hij de roman ‘De Hond.’ Feesten, drugs, moorden, in stukken gehakte lichamen, pornografie en corruptie zijn enkele van de weerkerende elementen. De auteur beweert nochtans dat zijn roman niet pessimistisch is, maar eerder ‘te realistisch.’ ‘De tijden veranderen, maar niet ten goede,’ voegt hij eraan toe. ‘We zijn allemaal product van de samenleving, zij die het gewapend conflict meegemaakt hebben schreven daarover. Het gebeurt misschien niet altijd bewust, maar men grijpt wat er in handbereik ligt.’’

26


veRvReeMdIng Dichter Otto RenĂŠ Castillo werd geboren in Quetzaltenango in 1936. Tweemaal moest hij in ballingschap gaan. Teruggekeerd in 1966 sloot hij zich aan bij het gewapend verzet. Hij werd gevangen genomen in maart 1967, brutaal gefolterd en samen met nog dertien makkers levend verbrand.

Er werd geklopt aan de deur. Tegenover mij, twee hese ogen. En daarachter, een kind die ze nauwelijks ondersteunt, met zijn zes jaar nationale miserie, nationale schande, nationale lafhartigheid. Hij strekt zijn bedelaarshand uit en over het gelaat van mijn land valt mijn hart met vuistslagen uiteen, protesterend voor de voorafgaande dood van deze man. En nochtans, wanneer ik hem het brood geef, groet mij de tederheid van zijn ogen vanuit de diepte van zijn onwetendheid.

27


de RealIteIt Is noch MooI noch veRvloekt De Peruaan Edgar Montiel is vertegenwoordiger van de Unesco in Guatemala. In april 2013 publiceerde hij een interessant document over de trend van de hedendaagse literatuur in Guatemala. ‘Vandaag reizen doorheen de literatuur van Guatemala is varen op een slingerende rivier die een oud model achter zich laat dat sterft in de schroeven van een stoomboot die naar een ongekende haven leidt. Een grondgebied bevolkt door vraagtekens over een nieuwe generatie van schrijvers, reizigers die zich verplaatsen, beladen met verwachtingen en belust op het uitspreken van het nieuwe op een andere manier.’ De literatuur van na het gewapende conflict maakt zich niet meer druk over de studie gebaseerd op getuigenissen, het is geen literatuur gewijd aan de aanklacht van het sociaal onrecht. Ze spant zich eerder in om een hedendaagse fictie te creëren, geschriften die de intimiteit van zichzelf en de andere exploreren en die gekenmerkt zijn door de subjectiviteit van de stedelijke cultuur. Het zijn teksten die de meest obscure verlangens van het individu uitgraven, zijn passies, zijn desillusies tegenover gelijk welke utopie. Het gaat vandaag om rauwe uitwisselingen met de gewelddadige en chaotische wereld, waar geen plaats is voor heroïsme. Het is duidelijk dat de realiteit mooi noch vervloekt is. In deze literatuur ontstaat een heftige afrekening met de sociale en culturele realiteit van het land. Dit komt tot uiting in de breuk met de literaire vormen van het onmiddellijke verleden. Het is de schoonschriftkunst van een nieuwe stedelijke denkbeeldige wereld die de esthetiek van de droefheid aankleeft, een schrijven van het ongeduld, van de ontwijking en de chaos, een zoektocht om de tatoeages in het gewelddadige gezicht van de maatschappij leesbaar te maken. Deze nieuwe geschriften weerspiegelen het verlangen om te onderhandelen over een verloren of nooit bereikte culturele identiteit. Dat komt tot uiting bij het vertellen van hun meegemaakte ervaringen als generatie die een veelbewogen periode tussen de adolescentie en de volwassenheid heeft doorlopen. De narratieve toneeldecors zijn haast altijd de stad en de personages zijn creaturen van de grootstad: gewone dagjes- en nachtmensen, die clans vormen en zich identificeren door hun kledijgewoonten en fetisjachtige relatie met bepaalde pleinen en straten (‘mijn vaderland is de Belice Brug’). Sommigen veranderen in vampierachtige en gothic personages, travestieten, nomaden, vol bedrog. In deze verteltrant steekt er wel een centraal personage bovenuit: de onzekerheid. De protagonisten leven in een samenleving die hen niets belooft, zij bewegen zich in stervende scenario’s, zonder levenskracht en op het punt om zich te verliezen. Het is geweten dat de zelfgenoegzame en eensgezinde samenlevingen niet altijd grote literatuur voortbrengen. Dikwijls is het omgekeerd, het is in een maatschappij van tekort, van strijd voor de rechten en het goede leven, waar dichtkunst geschreven wordt met een experimenteel, rebels, bedroefd karakter over wat men voelt en wat men wil uitdrukken met eigen woorden. Het is in die trant dat de nieuwe schriften in Guatemala onder te brengen zijn.

28


Carolina Escobar werd geboren in Guatemala in 1960. Dichteres, prozaschrijfster, krantencolumnist, sociale onderzoekster en lerares aan de universiteit. Zij publiceerde verscheidene poĂŤziebundels en honderden columns in de kranten. Naderhand legde ze zich ook op de vertelkunst toe.

En dit is geen gedicht Het is enkel lichtende modder die niet steen wil worden vochtige en schitterende massa die zich verheft boven vlakten en woestijnen. Het is geen gedicht nauwelijks klei die te voorschijn komt uit rituele handen om cirkelvormige valavonden en afgelegen tijden in brand te steken Intentie om het leven met gulpen te overspoelen stijfkoppig woord van zonovergoten handen in oktobernacht. Daarom gaan we zoekend door, daarom proberen we de diepe boorden af te lijnen daarom dient de poĂŤzie, zegt de dichter, voor niets maar ze is onontbeerlijk. 29


Redenen

- gedenk dat ik gebaard ben tijdens de eeuwige oorlog -

Als de herinnering mij niet in de steek laat is er in mijn genealogische boom een moeder terneergeslagen door werk, honger, verlatenheid...

wees dan niet verwonderd wanneer ik op uw verzoek voor goedheid, blijheid en vergetelheid antwoord gerechtigheid

ergens een broer in ballingschap door te lijden aan een bepaalde moderne melaatsheid

Nu je deze persoonlijke geschiedenis kent vraag ik je: haast je niet met je reactie of je toespraak hou je in luister ergens in een levensruimte

een dochter die een afwezige vader overleeft verderop zijn er twee grootmoeders wiens overgrootmoeders bastaardvruchten baarden die op hun beurt andere vruchten baarden eeuw na eeuw dit Verkracht Paradijs bevolkend van de andere kant van de oceaan kwam een grootvader wiens grootvader doorheen de deur van de slaven ging in de eilanden van GorĂŠe van hen erfde ik de halsstarrigheid van het ritme ook wanneer de geest zieltoogt je moet eens begrijpen hoe moeilijk het is die pijn te vergeten die met mij geboren werd als familie-erfgoed je zult daar bovenop moeten bijnemen de razernij om mezelf te beseffen niet geboren vrouw verminkte minnares geaborteerde regenboog

er loopt nog een riviertje zodat, wanneer jij je laat overstromen, je veranderen zult in de voortzetting van mijn bedding van hoop

Maya Rossana Cu Choc

werd geboren in de hoofdstad in 1968.

Ze nam deel aan vele artistieke activiteiten gericht op muziek, poĂŤzie en theater. In haar werken is te zien hoe ze voortdurend wroet in de pijn en hoe ze die tracht te begrijpen. Die pijn wordt soms veroorzaakt door de liefde en al wat eigen is aan het menselijk bestaan en anderzijds door het onrecht en het geweld. Zij houdt een spiegel voor om de individuele realiteit en die van haar land weer te geven.

30


COLOFON Schreven - op aanvraag van de redactie - mee aan deze brochure: Mario Coolen, Teresa Domicila Quezada Mauricio, Joke Scherpereel, Bernard Dumoulin, Bert en Malou Van Ishoven- Vanderputten, Monique Batavia, Tessa Boeykens, Fons Huet, Julien Lamont, Eva Vanneste en Beto en Guido De Schrijver. Andere bijdragen werden bekomen dankzij opzoekingswerk. Eindredactie: Guido De Schrijver Lay-out: Monique Batavia en André Geirnaert Tekstrevisie: Wouter De Smet Verantwoordelijke uitgever: Roland De Smet Foto’s: Hilde Cammu, Rik Van Woensel, Guido De Schrijver en archief redactie. Deze brochure is gepubliceerd met de steun van: de Europese Provincie van de Missionarissen van Scheut (CICM), Jebrongemeenschap - Aalst, Vlaams Guatemala Comité, VDK Spaarbank - Aalst, Argenta - Evergem, de stad Aalst.

CONTACT

‘Solidair met Guatemala’ Langestraat 6, 9300 Aalst 053/62 94 76 guidods@skynet.be website: www.renvrguatemala.net Steun (zonder attest) R en Vr Guatemala Langestraat 6 9300 Aalst Iban BE53 9795 4510 6053 BIC ARSPBE22 Mededeling: steun

Gedrukt en gesponsord door De Wrikker: www.dewrikker.be 31


BelgiĂŤ-Belgique P.B - PP 9300 AALST De Werf 8/5494

9300 AALST De Werf Tweemaandelijks tijdschrift: Niet in juli en augustus Uitgave: september - oktober 2014 Verantwoordelijke uitgever: R. De Smet Dahlialaan 14 9185 Wachtebeke. ERKENNINGSNR. P 006429

32

Profile for Guatemala Solidariteit

2014 09 CULTUUR GUATEMALA  

2014 09 CULTUUR GUATEMALA  

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded