Issuu on Google+

BSA In de portiersloge van het academiegebouw staat een grote zilveren prijs-beker; de bezettingsbokaal. Na een bezetting dooor studenten van een RUG gebouw kregen de portiers altijd een kans op revance middels een voetbalwedstrijd, de laatste keer ging de beker naar hun. Deze bokaal symboliseert de diepste kern van de RUG, namelijk iedereen krijgt hier een faire kans en mocht het misschien proberen we er altijd op een redelijke en sportieve manier met elkaar uit te komen. Groningen kent, in elk geval de afgelopen decennia, een cultuur van eigenheimers. In deze zin lijken wij zeer op de awijze oude grieken altijd driftig in gevecht met elkaar, aan de debattafel, of het slagveld of tijdens de olypische spelen, echter waar het een aanval van buiten p een van ons betrof, altijd eensgezing onder het motto van een voor allen en allen voor een. Zowel op het universitaire als het reginale niveau. Bijvoorbeeld de RUG en de GSb in de jaren 70, die gezamenlijk ten strijde trokken tegen een voorgestelde collegegeldverhoging van 100 naar 1000 gulden. De GSb bezette het betalingskantoor dag in dag uit een jaar lang, en de RUG lobbyde in Den Haag. Uiteindelijk viel de staatssecretaris samen met zijn plan, en het collegegeld werd slechts met 100 gulden verhoogd. Een ander voorbeeld is Jacques Wallage die tegen staatssecretaris Albayrak doodleuk roept dat het verzamelen van persoonsgegevens van illegalen niet in zijn functieomschrijving staat. We stonden met z’n allen als stad voor de 50 illegalen van Groningen op de zeepkist. Meer dan twee jaar lang, iedere eerste maandag van de maand op de Grote Markt. Krakers, Kerken en het Groninger politiecorps streden samen voor het welzijn van deze mensen. En recenter: De RUG die haar steun betuigt tegen de Harde Knip. Samen hebben we gestreden, er is zelfs een rechtszaak overwogen over de autonomie van de universiteit jegens de staat wat er uiteindelijk toe heeft geleid tot een regeling die de instellingen veel meer vrijheid biedt dan het oorspronkelijke voorstel. En dan krijgen we ineens te horen van het college dat we allemaal maar moeten inleveren en harder moeten gaan werken. Is hier sprake van het verbreken van een eeuwenoud bondgenootschap, omdat, aldus de heer Poppema ‘de tijden zijn veranderd’? Of wordt hier uit louter opportunistische overwegingen het verbond aan de kant gezet met als doel het implementeren van een maatregel waarvan geenszins vaststaat of deze werkt maar slechts een persoonlijke hobby en overtuiging van dhr Poppema? Waar is toch die strijdcultuur gebleven? Zijn we ineens van een groep trotse noorderlingen verworden tot ‘het Haagse’ waarin we heerlijk jargon gaan scanderen en bezuinigingen ineens ‘ombuigingen’ gaan noemen? Als de RUG zo door gaat, is de RUG binnen no time een concubine van Den Haag, die zo graag een onderwijsfabriek wil stichten? Op die fiets wil uiteindelijk niemand stappen, dus waarom gaan we dan toch ineens zwichten? Er wordt geen zichtbaar tegengewicht gegeven tegen vreemde bekostigingsmodellen, er wordt nooit eens aan de rest van Nederland uitgelegd wat Onderwijs nu bij kan dragen aan de gehele samenleving, kortom, er wordt niet verder gekeken dan de neus lang is. In deze tijden waarin een niet wetenschappelijk en louter ideologische maatschappijvisie, namelijk het neo-liberalisme, overal de boventoon


voert zou het juist de universiteit moeten zijn, juist op het moment waarop het hieruit voortvloeiende beleid het Hoger Onderwijs raakt, het tegengeluid moeten laten horen. Maar in plaats daarvan lijkt de top van deze universiteit mee te waaien met alle mogelijke winden en stromingen die deze turbelente tijden kennen. Nu zult u zeggen: Maar meneer Wagenaar, wij proberen toch een internationale universiteit te zijn? Als het college werkelijk een brede visie zou hebben, hadden we het nu niet over BSA, maar over hoe wij als wetenschappers onder elkaar een betere universiteit kunnen maken en met z’n allen een tegengeluid kunnen laten horen. Want zo hebben wij toch met z’n allen al eeuwen gestreden voor onze mooie universiteit en de prachtige stad waarin zij gesitueerd is; tegen Den Haag, tegen de VSNU, en tegen Europese bemoeizucht. Dit is slechts de eerste cultuurbreuk die wij waar denken te nemen. De tweede is wellicht nog wel veel ernstiger. Onderwijs en Wetenschap, op een niveau dat wij als RUG voorstaan vereist een kleinschalige beschermde omgeving waarin een grote mate van autonomie, zelfvoorzienendheid en zelfbeschikking noodzakelijk zijn. Vanuit dat oogpunt hebben wij altijd gesteld dat zaken als curricula, OER’en en zelfs vele voorzieningen een facultaire of zelfs opleidingszaak zijn. In dit model zijn reeds twee jaar geleden de eerste scheurtjes gekomen met de instellingsbrede rendementsverbeterende maatregelen die destijds tegen heug en meug door de raad zijn gedrukt. Over andere centraliserende maatregelen en top-down benadering zoals het centraliseren van ICT diensten en het samenvoegen van de diverse bibliotheekorganisaties zal ik me maar even niet uitlaten. Met het direct vanuit het bureau vaststellen van overgangscriteria, sterker nog, criteria op basis waarvan moet worden bevonden of een student al dan niet geschikt is voor een opleiding kan dit model net zo goed doodverklaard worden. Dat was, misschien wel nogmaals, het cultuurargument. Ten tweede komen we bij het gehele traject in de medezeggenschap. Voor de zomervakantie was er nog sprake van vrijblijvende pilots bij de faculteiten. Nadat de nieuwe raad haar eerste vergadering had gehad was er ineens sprake van volledige instellingsbrede invoering nadat het GOD, wat overigens echt een andere naam moet krijgen, had uitgesproken dat het anders moet. Na wat onhandige uitlatingen van de Decaan van Rechten is dit alles in de openbaarheid gekomen, en begon een lichte media oorlog. Een storm van verontwaardiging ontwikkelde zich, gelukkig, wel in de hoofden van oud-uraadsleden van de studentenvertegenwoordigers. Dit was toch echt de laatste keer dat het College zomaar gemaakte afspraken van kant zou vegen, dit ging verder dan wat opgelost kan worden met lijmcomissie Mast 5.0, dit was kortom ongehoord. En dit is ook niet de eerste keer dat het fout ging sinds het aantreden van de nieuwe voorzitter; ik noem een salarisstrijd, een conflict rondom het studenstatuut, de herhaaldelijke afwezigheid van de collegevoorzitter, en het meest recente hoogtepunt het met terugwerkende kracht in willen voeren van de Harde Knip maatregel. Laten we wel wezen, het harmoniemodel heeft de RUG zowel als best practice op de kaart gezet, en decennia lang bewezen te werken op manier waar iedereen blij van wordt. De collega’s van het


SOG hebben zich in het begin van het raadsjaar al uitgesproken tegen de dood van het Harmoniemodel, en daar is geen gehoor aan gegeven. Sterker nog, die noodkreet is helaas genegeerd door ons allen, en nu is het harmoniemodel reeds overleden. Er wordt niet meer gezocht naar draagvlak, want die studenten zijn toch wel tegen. Er wordt geen aandacht besteed aan het voorbereiden van notities, met daarbij de argumentatie dat we hier al heel lang over hebben gesproken. Nou, geloof me, de GSb had, ondanks het principiele bezwaar, nog over pilots kunnen praten. Daar kun je nog wat van vinden. Daar wordt wetenschap bedreven, en eerst getest of een maatregel zin heeft. Maar nu moet het ineens, zomaar, snel, zonder ruggespraak door onze strot geduwd worden. Heeft het college dan zo’n lage dunk van de Universiteitsraad? Moet er echt teruggevallen worden op manipulatie en ware achterkamertjes politiek bij het GOD? Zijn de decanen echt belangrijker dan het wettelijke medezeggenschapsorgaan? Of speelt hier een zekere vorm van megalomaan denken een rol? Ik zal het nog een keer herhalen: Het Harmoniemodel is dood. Het Harmoniemodel wat zo lang onze universiteit karakteriseerde. Met de komst van een nieuwe voorzitter is het college veranderd van een progressieve, pro-actieve groep onderwijsbestuurders naar een reactionair en repressief orgaan dat blijkbaar geen rekening wenst te houden met de wensen en perspectieven van driekwart van de universitaire gemeenschap. Het BSA zelf dan. Er is de laatste weken voldoende over gezegd, maar tijdens de lezing van Douwe Breimer, ex-Rector en Ex-collegevoorzitter van de universiteit Leiden, kwamen toch een aantal interessante dingen naar voren. De heer Breimer zei onder andere dat academische vorming komt met vallen en opstaan. Met een BSA wordt de mogelijkheid tot vallen compleet weggevaagd, en de student weggezet als luie idioten die geen toekomstperspectief hebben. Er wordt in hoofdstuk 1 van het strategisch plan gesteld dat de universiteit het toekomstige kader van het land opleidt. Zo’n kadergroep dient onafhankelijk, kritisch en verantwoordelijk te zijn. Kun je dan echt zeggen dat je met een BSA mensen kunt dwingen onafhankelijk, kritisch en verantwoordelijk te zijn? Mijn leraar wetenschapsfilosofie zou uit zijn vel springen en de woorden ‘Contradactio in Terminis’ met een gepijnigde stem uitbrengen. Wat wil je ook, met een aanbod aan opleidingen waarvan het, zelfs als je er een paar weg laat vallen, pas hoogstens in het tweede jaar duidelijk wordt wat je er nu echt mee kunt. Wat wil je, als het voorlichtingsmateriaal voor de open dag op 6 november al maanden klaar ligt, en er nu ineens aan aspirant studenten uitgelegd moet worden dat de selectiecriteria waar ze al onderworpen worden op VWO nu nog harder worden gesteld op een instelling waar het vrije woord en het recht op individueel denken hoog in het vaandel staan. Hoe wil het college dat gaan realiseren? Hoe krijgt u het voor elkaar om in wat uiteindelijk een half jaar zal zijn het complete onderwijsbestel aan te passen op een maatregel die eigenlijk alleen maar bestaat om tegen Den Haag te zeggen: Kijk eens, wij zitten achter de luie studenten aan hoor! En wat gaat er gebeuren na de invoering van het BSA? Zijn we dan klaar? Is het dan allemaal opgelost? Of gaan we bij deze maatregel wel keurig wachten tot het zijn vruchten al


dan niet heeft afgeworpen? Dat zou iets zijn in de trant van, goh, laten we dat harmoniemodel nog ‘ns terug uit de dood halen en het NOG een keertje neersteken. Nog even inhoudelijk. Als er dan echt zo nodig een extra rendementsmaatregel genomen moet worden, laat dat dan iets zijn in de trant van een Dringend Studieadvies. De druk mag best een beetje hoger, maar de ketel hoeft toch niet onder de student te ontploffen en hem te lanceren naar de onwetendheid? U kunt ook het model hanteren wat aan de Erasmus geldt: Eerst goede begeleiding, de student achter de broek zitten, en pas als al het mogelijke heeft gefaald, opgeven en BSA uitdelen. Ten slotte een oproep aan de collega’s die mij flankeren. Bent u het waarlijk eens met de situatie zoals geschetst in de gemanipuleerde schertsvertoning die over studiesucces zou moeten gaan? Kunt u daadwerkelijk, los van het principe, mee gaan met dit voorstel? Want dit stuk is nog steeds waar we het over hebben, en u zou daar eisen aan moeten stellen. Harde eisen. En als het college dan nog steeds zegt dat GOD heeft gesproken, en dat u zich daar naar dient te schikken, bent u dan nog van mening dat het harmoniemodel geen lijk in de kast is maar een springlevende groningsche deerne? Ik hoop in ieder geval dat u als weldenkende mensen inziet dat het zo gewoon niet kan. Met vriendelijke doch immer strijdbare groet, de Groninger Studentenbond.


Woordvoering in de universiteitsraad over bsa