Issuu on Google+

Nait Soez’n Opinieblad voor studerend Groningen

april 2008

36e jaargang

No. 4

Oplage

1500

Is kunst nog kritisch

Lees het interview met de Usva-voorzitter op pagina 4

Eenjarige masters

Plan tegen woningnood

In tegenstelling tot andere landen kent Nederland masteropleidingen van één jaar. De Onderwijsinspectie nam dit systeem onder de loep. De uitkomsten bieden weinig hoop voor de gemotiveerde student.

GSb, ROOD en DWARS geven de gemeenteraad een ‘breekijzer voor de woningmarkt.’ Hun plan: kantoren worden omgebouwd tot studentenwoningen, antikraakbureaus moeten zich aan de huurwet houden en huisjesmelkers raken hun panden kwijt.

pagina 3 

pagina 12 

Verkiezingen De verkiezingen voor de universiteitsraad en de Hogeschool Medezeggenschapsraad komen er weer aan. GSb-lijsttrekkers Eva van Viegen en Mo Brouwer stellen zich voor. pagina 7  Nait Soez’n is het opinieblad van

tel: 050-3634675 www.groningerstudentenbond.nl


2

Nummer 4 36e jaargang

Marcels Trip

In dit nummer: Eenjarige masters

3

Tijd voor verdieping

Kunst en engagement

4

Lijsttrekkers GSb

7

Habermas over integratie

9

Usvavoorzitter over kritische kunst

Nieuwe medezeggenschappers en hun plannen Spanning tussen religie en politiek

Klinkend collectief

Ham Radio Communications

10

Woonwinkel tegen leegstand

12

Het open bestel

13

Kantoren moeten kamers worden Politiek experimenteert met hoger onderwijs

Verder nog:

Read all about it GSb-pagina Wiekes filmblik Breinbriesje Earl & Meyer

Nait Soez’n

6 14 15 16 16

Bij de combinatie popcultuur en kunst denken wij niet zozeer aan buiksprekers, met een houten compagnon op schoot en de arm tot diep in de triplex ingewanden. Pop is eigentijds, jeugdig, simpel, vermakelijk en uiteraard populair. Aan de andere kant klinkt vaak de kritiek dat het plat is en de jeugd alleen maar doet ontsporen. De kritiek op pop ontstond vrijwel direct met het ontstaan van deze jongerencultuur. De liedjes van de wild heupwiegende Elvis werden door menige conservatieveling gezien als niets minder dan de soundtrack van moreel verval. Laten we dan toch even terug denken aan de kunst van het buikspreken. In de middeleeuwen belandden veel beoefenaars van deze kunst op de brandstapel. Men was bang dat de mysterieuze stem afkomstig was van een type demon dat bij voorkeur in buikholtes woont. Popvermaak lijkt flink wat angst aan te wakkeren. Ook in het Nederlandse publieke debat wordt steeds vaker met een beschuldigende vinger naar de popcultuur gewezen. De seksualisering van de maatschappij, hedonisme, cynisme: allemaal producten van de popcultuur. Persoonlijk maak ik me meer zorgen over het feit dat intellectuelen en politici popartiesten aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Ergens is het wel vertederend. Mijn kleine nichtje doet ook verwoede pogingen haar pop op te voeden. Ze geeft haar pop overigens ook graag de schuld van alles dat fout gaat. Maar de kunstproducties binnen de popcultuur zijn niet de bron van alle kwaad. Wel geven ze stof tot nadenken. Kijken naar cultuur is altijd ook kijken naar onszelf. Popcultuur is dan ook een spiegel, een dikke middelvinger aan de pols. Het oplossen van maatschappelijke problemen moeten we helemaal niet aan popartiesten over laten. Die verantwoordelijkheid ligt juist bij een hele andere publieke cultuur, die gedomineerd wordt door intellectuelen en politici. Elke hoge cultuur krijgt de lage cultuur die ze verdient.

Redactioneel Het is voor een hoofdredacteur soms lastig om een getalenteerde maar zeer snel afgeleide redactie aan het werk te houden: je hoeft maar even naar de wc te gaan en hop, iedereen is aan het YouTuben, kletsen of in een hoekje aan het comazuipen. Met behulp van een roe en een emmer ijswater is er de afgelopen jaren heel wat redactionele achterstand voorkomen. Aan het eind heb je dan weliswaar enkele diep chagrijnige redactiegenootjes maar het resultaat mag er ook deze keer weer zijn. Dankzij enkele incidentele stroomstootjes zijn er in deze Nait Soez’n weer mooie artikelen over onderwijs, politiek en cultuur. Er is zelfs een ooggetuigenverslag van een lezing van de wereldberoemde filosoof Jürgen Habermas! Wie? Schaam je! Lees het snel op pagina 8… en natuurlijk ook de rest van deze fantastische editie!


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

3

Masters: is één jaar genoeg? Al sinds de aankondiging van de invoering van het bachelor-masterstelsel (de BaMa) stellen universiteiten en studentenvertegenwoordigers dat masters van één jaar te kort zijn voor de nodige diepgang. De Inspectie van het Onderwijs kwam afgelopen maart met een rapport over de toereikendheid van die eenjarige master. Voor de student die iets meer uit zijn studie wil halen biedt het rapport jammer genoeg geen soelaas. door Wimar Hebels Als je het programma van een willekeurige opleiding aan een willekeurige universiteit bekijkt, valt één ding meteen op. De bachelorfase duurt drie jaar en wordt afgesloten met een kleine opdracht. De eenjarige doorstroommaster (het automatische vervolg op de bachelor) bestaat echter uit een paar vakken en een flinke afstudeerscriptie. Er zit dus nogal wat verschil tussen de verhouding onderwijs/ zelfwerkzaamheid bij de bachelor- en de masteropleidingen. Bovendien moet je als masterstudent eigenlijk al voordat je weet waarop je wilt afstuderen met je oriëntatie beginnen. Inhoudelijke diepgang is ver te zoeken als je ook nog eens tussentijds een stage buiten de universiteit moet volgen. Daarnaast zijn buitenlandse masteropleidingen vaak wél twee jaar en kun je als Nederlandse afgestudeerde moeilijk de concurrentie met je Scandinavische, Duitse of Franse vakgenoten aan. Om deze redenen ging de Onderwijsinspectie de boer op en onderzocht wat er allemaal verbeterd zou kunnen worden aan de huidige koppeling van de bachelor aan de master. De conclusie van de Inspectie luidt dat de problemen helemaal niet zo ernstig zijn; het ligt vooral aan de matige invulling van de driejarige bachelor dat de master zo weinig diepgang kent. De Inspectie wil dus een zwaardere bachelor, zodat de masteropleiding desgewenst meer diepgang krijgt of juist meer een inleidende beroepsopleiding wordt. Het probleem van de gebrekkige concurrentie wordt in het rapport gebagatelliseerd. De Inspectie wil wachten tot er

kwalitatieve meetinstrumenten zijn om Europese opleidingen te vergelijken, zodat het internationale aspect later nog eens terug kan komen. Op een dergelijk systeem kun je waarschijnlijk wachten tot je een ons weegt, zeker als het ook nog eens alle afwegingen moet bevatten en alle opleidingen moeten worden vergeleken. Met een beetje geluk kan de Nederlandse student in 2025 de concurrentie volwaardig aangaan met zijn Europese collega. Tot die tijd moet hij of zij zijn stinkende best doen om aan te tonen dat het Nederlands onderwijsstelsel nog niet zo slecht is, in plaats van dat de Nederlandse overheid dat doet. De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) heeft al eerder aangekondigd dat de bachelorfase moet worden geïntensiveerd, maar de vraag is op welke termijn dat gebeurt en óf er nog wel ruimte is voor intensivering. Als student heb je het al druk genoeg met het afronden van het huidige vakkenpakket. Een aantal extra verdiepende vakken en een stage erbij is dan toch wat veel werk. Misschien had de wetgever bij het invoeren van het stelsel ook eens moeten nadenken over hoeveel druk een kleine

afstudeeropdracht oplevert, als die ook in wetenschappelijk opzicht iets moet voorstellen. Het is zeer de vraag in hoeverre het mogelijk is de master beter te vullen en studenten meer aan het werk te zetten in hun bacheloropleiding. De Onderwijsinspectie geeft nog wel de tip dat masteropleidingen zelf een extra jaar kunnen aanvragen, maar voegt daaraan toe dat de criteria daarvoor erg zwaar zijn en dat de kans dat de accreditatieorganisatie NVAO dat extra jaar toekent erg klein is. Daarom is het enige lichtpuntje in het rapport voor de student dat de Inspectie aangeeft dat opleidingen ook een half jaar studieduurverlenging zouden moeten kunnen aanvragen. Aan de Letterenfaculteit van de RUG zijn er nu al taal- en cultuuropleidingen die dit halve jaar hanteren, maar de studenten krijgen er geen extra studiefinanciering voor. Studenten die in een dergelijke regeling vallen, zouden in ieder geval schadeloos gesteld moeten worden voor de verlenging van hun opleiding. De Onderwijsinspectie zou zich wel iets ruimhartiger mogen opstellen tegenover de student die meer uit zijn opleiding wil halen. Terug naar de tekentafel dus. 

Colofon De Nait Soez’n is het onafhankelijke opinieblad van de Groninger Studentenbond (GSb). Leden krijgen het blad thuisgestuurd. Reacties en artikelen kunnen naar het redactieadres gestuurd worden. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen te weigeren of in te korten. Ingezonden brieven zijn bij voorkeur niet langer dan 350 woorden. Advertentietarieven zijn op te vragen via het redactieadres. Nait Soez’n verschijnt zes maal per jaar en wordt gratis verspreid in alle gebouwen van de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Oplage: 1500 stuks (4200 stuks voor de KEI) De deadline voor de volgende editie van de Nait Soez’n is dinsdag 20 mei.

Redactieadres: St. Walburgstraat 22 9712 HX Groningen Tel.: 050 363 46 75 naitsoezn@groningerstudentenbond.nl Hoofdredactie: Marcel Trip (a.i.) Eindredactie: Lars Buitinck (a.i.) Redactie: Thomas van den Berg, Ellen Deckwitz, Wimar Hebels en Ruben Veldhuis Illustraties: Ellen Deckwitz, Norna Ross, Annelies Stern, Paul de Vreede en Bas de Vries Columnisten: René van der Ark en Marcel Trip Uitlegger: Annelies Stern Duplicatie: ’t Hartje


4

Nummer 4 36e jaargang

Nait Soez’n

Kunst en engagement: van uitroeptekens naar vraagtekens Cultureel Studentencentrum Usva organiseerde de afgelopen twee maanden een tweeluik over kunst en engagement. De link tussen kunst en maatschappelijke betrokkenheid in de jaren ’70 en ’80 was onderwerp van deel één. Deel twee zou handelen over de betrokkenheid van kunstenaars nu. Wat zijn de duidelijkste verschillen die uit dit tweeluik naar voren kwamen? En is de rol van de Usva in het culturele klimaat ook veranderd de laatste veertig jaar? Nait Soez’n vroeg het aan Usvavoorzitter Gerben Bakker en kunstenaar Albert Westerhoff. door Marcel Trip en Lars Buitinck

Er lijkt desinteresse te heersen onder de huidige generatie, het zijn zondagsDe Usva is in 1969 opgericht als Universi- kinderen. Ze hebben niets om tegenaan taire Stichting Vormings Activiteiten. De te trappen en lijken eerder gericht te zijn organisatie was een schoolvoorbeeld van op het opdoen van ervaringen en feeshet toenmalige vormingsideaal: kunst ten. Zelfs van het progressief denken en cultuur dienden het hogere doel zijn de scherpe kantjes afgehaald. van kritische vorming en maatschappe- Aan de andere kant was het engagelijke bewustwording. Deze vorming was ment van de jaren ’70 erg eendimensivaak nadrukkelijk verbonden met een onaal. De thema’s van deze periode die antiautoritair, pacifistisch en/of socialis- we aan bod laten komen zijn de dingen tisch ideaal. Kunst was een middel om die we nu als winst zien, bijvoorbeeld maatschappelijk de emancipatie onrecht aan de ‘Zelfs van het progressief van vrouwen en kaak te stellen denken zijn de scherpe homoseksuelen. en soms zelfs Er viel toen simkantjes afgehaald’ een socialistisch pelweg meer te propagandamidwinnen. del. De Usva vervulde in Groningen een We hebben contact gehad met iemand sleutelfunctie in dit culturele klimaat. van het Vredes Informatie CenDat is niet verwonderlijk, want een groot trum, die in de jaren ’70 filosodeel van de jongerencultuur droeg het fie heeft gestudeerd. In die tijd stempel van activisme. Te zien op de eer- werd er bij filosofie maar één ste expositie waren veel foto’s van baar- waarheid onderwezen, en wel de dige hippies en in het leer gestoken pun- marxistische. Er werd onmiddellijk kers die atoomtransporten blokkeren, van hem verwacht dat hij zich zou pandjes kraken en protesteren tegen al- liëren aan allerhande communistische les waar ze het niet mee eens zijn; en dat initiatieven. Het idee dat engagement blijkt nogal wat te zijn. Natuurlijk mocht per se links moet zijn is inmiddels achook een door GSb’ers bezet Academiege- terhaald. bouw niet ontbreken. Hoe zijn jullie aan het materiaal gekoDeel twee van het tweeluik zou een ex- men? positie worden over de protestcultuur in GB: We zijn de archieven afgestruind: de het huidige decennium. Deze expositie Groninger Archieven, het UK-archief en kwam helaas niet goed van de grond. Wel dat van het Dagblad van het Noorden. organiseerde de Usva samen met debat- Groningen bleek vroeger een zeer actiecentrum DwarsDiep een discussieavond ve stad geweest te zijn qua protestbeweover dit thema, met onder anderen kun- ging, maar het bleef altijd kleinschalig. stenaar Albert Westerhoff, wiens werk Het materiaal voor de tweede expositie ook te zien was in de hal van de Usva als was veel lastiger te vinden. ‘brug’ tussen de twee tentoonstellingen. Albert Westerhoff: Bij de eerste tentoonstelling heb je het voordeel van de Wat was de aanleiding voor deze ex- lange geschiedenis, die zowel een grote hoeveelheid materiaal oplevert, als een posities? Gerben Bakker: Dat was mijn eigen ge- filter dat enig overzicht mogelijk maakt. voel dat er een sfeer van vrijblijvendheid Een tentoonstelling over engagement heerst onder studenten. Van studenten anno nu zou eerder een greep worden die bijvoorbeeld een cursus fotografie bij dan een overzicht. de Usva komen volgen verwacht je dat ze GB: De poging om een overzichtseen eigen invalshoek voor hun werk zou- tentoonstelling te maken is daar ook den hebben, maar die ontbreekt volledig. op vastgelopen. Kunstenaars zijn het

vaak zelf al niet eens met het stempel ‘geëngageerde kunst.’ Ze denken individueler, ze zoeken leuke concepten. Ze zijn minder bezig met de wereld te verbeteren en meer met hun eigen lol. Er is meer ruimte voor luchtigheid. Expliciet engagement maakt het al gauw een zware, beladen toestand. AW: Ik heb over allerlei zaken wel mijn privé-opvattingen en ben daar ook heel bewust mee bezig, maar dan buiten mijn kunstenaarsbestaan. Ik zoek in mijn werk naar spanningsvelden, ook politiekinhoudelijke, maar toch vooral spanningsvelden in mijn vormkeuze.


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

Zijn kunstenaars nu meer op zoek naar vragen dan naar antwoorden? Is kunst meer beschouwend dan betogend? AW: Zonder meer. Kunstenaars zijn juist altijd bezig met spanningsvelden, hetzij in hun vorm van uiting, spanning tussen vormen, kleuren, hetzij sociale spanningen om uit te beelden. Maar het is niet de taak van de kunstenaar om antwoorden te geven; dat is juist aan de politiek. GB: Het engagement is er nog wel, maar draait om andere onderwerpen. Door technologische ontwikkelingen zoals het internet staat bijvoorbeeld het auteursrecht onder druk. De tentoonstelling over hedendaags engagement zou onder andere de grenzen van het auteurschap onderzoeken. Maar er is weinig kunst meer over het socialistische ideaal. Er is geen nadrukkelijke zoektocht naar vormen van engagement; een eigen invalshoek vormen is veel belangrijker. Het idee dat kunst de wereld moet veranderen is echt passé.

AW: Neem nou één van de grootste Nederlandse kunstenaars van dit moment, Joep van Lieshout, bekend van zijn ontwerp voor een hedendaags slavenkamp. Zijn werk lijkt aan de oppervlakte erg politiek, haast een pamflet, maar het blijkt vooral het concept vrijheid te beschouwen en te relativeren. Hij neemt geen standpunt in. De boerkini vindt ik persoonlijk ook heel interessant. De term ‘boerkini’ alleen al brengt twee werelden bij elkaar, het westen en het oosten. Het nieuwe ervan

5

dat men over het algemeen gemakzuchtiger is geworden. Kunst is een consumptiemiddel geworden. Of dat me irriteert? Soms wel, zeker op het gebied van theater. Zo was hier laatst een gezelschap uit Amsterdam dat een stuk (getiteld ‘Stuk’) opvoerde dat echt alleen maar over meisjesgezeik ging. De insteek is puur de eigen belevenissen weer te geven. De Nederlandse kunst en cultuur lijken hun scherpe randjes te hebben verloren. Dat kritisch zijn nog steeds kan zie je bijvoorbeeld in het Vlaamse theater. Daar haken ze veel meer in op de maatschappelijke actualiteit. In de jaren ’70 is er onder andere gestreden tegen de scheiding tussen hoge en lage cultuur. Is dat niet mede oorzaak van de problemen die je beschrijft? GB: Het is moeilijk om die lijn direct door te trekken, maar er is zeker wel een tendens. Alle strijd lijkt al gevoerd te zijn. Daarom gaat het steeds meer over de eigen ervaringen. Kunst gaat om zelfexpressie, niet meer om een achterliggend idee, er is geen filosofische insteek. Dat lijkt te ontbreken in de culturele vorming. Er ligt ontzettend de nadruk op expressie van de eigen gevoelens, niet zozeer op het uiting geven aan een idee. Dat zie je ook in het onderwijs over kunst. Maar er zijn zoveel aanknopingspunten in de actualiteit dat het vreemd is dat er zo weinig mee gebeurt. Ik wil niet zeggen dat we terug moeten naar de ‘maoïstische’ kunst van de jaren ’70, maar er moet een soort tussenvorm gevonden worden. Hoe nu verder? GB: Het idee is nu om de vervolgexpositie zo rond de KEI-week alsnog te organiseren. Verder wil ik een soort platform oprichten, een ‘Anarchisties kollektief voor een konstruktief tijdsbeeld.’ Zo wil ik in kaart brengen hoe jongeren met kunst en cultuur omgaan. Een kader scheppen. Hiervoor ben ik op zoek naar studenten die iets met kunst hebben, die willen kijken naar wat er nu allemaal gebeurt op gebied van kritische kunst en naar wat er allemaal mogelijk is. Uiteindelijk moet daar dan een expositie of manifestatie uit voort komen. 

‘De boerkini had een fantastisch kunstwerk kunnen zijn’ brengt problemen met zich mee; mensen hebben al snel een mening over zoiets. Twee of meer tegenpolen bij elkaar zetten levert heel snel spanning op. De boerkini had een fantastisch kunstwerk kunnen zijn. De kunstenaar die dat had bedacht had ik op handen gedragen. GB: Jonas Staal, de kunstenaar die onder andere een ‘bermmonument’ voor Wilders heeft gemaakt [en door Wilders aangeklaagd werd wegens bedreiging, red.], sprak bij het debat een interessante visie uit. De nonchalante houding die er lijkt te zijn in de samenleving, de focus op futiele zaken en de consumentistische houding ten opzichte van kunst, kun je alleen met diezelfde middelen bestrijden. Juist door dat soort lullige zaken als een bermmonument buiten hun context te plaatsen, krijgen ze een absurde lading. Hetzelfde heeft hij gedaan door wrakken van ontplofte auto uit Irak op locaties in Rotterdam te plaatsen. Die houding, zie je die ook in de maatschappij terug? GB: Ja, ook in de filosofie zie je meer relativisme. Dat is niet vreemd in een wereld waarin informatie van alle kanten op ons af komt. Je kunt dat relativisme op twee manieren beschouwen. Een pessimist zou zeggen dat er een lethargische, onverschillige houding heerst. Maar een optimist zou juist spreken van een pragmatische houding. AW: Onverschilligheid kan gevaarlijk zijn. De kunst kan juist helpen om het onderwerp van een debat te formuleren. Het duidt de pijnpunten aan, die vervolgens door de politiek worden opgepakt. Het blijkt dus moeilijker om hedendaags engagement te vinden. Verzaken kunstenaars daarmee hun plicht? GB: Dat zou ik niet zo hard niet stellen. Kunst kan natuurlijk ook zuiver om de schoonheid gemaakt worden. Ik denk wel

Studenten die interesse hebben in het ‘Anarchisties kollektief voor een konstruktief tijdsbeeld’ kunnen mailen naar Gerben Bakker, usva.vz@rug.nl.


6

Nummer 4 36e jaargang

Nait Soez’n

Read all about it! Hoger onderwijsnieuws

VSNU wil doorstroommaster afschaffen

Verbodsborden tegen studenten

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) wil af van de doorstroommaster. Het afschaffen van het automatisch doorstromen van de bachelor naar de master moet prikkelend werken voor studenten. Zo zullen ze meer uit hun bachelor halen, hoopt de VSNU. Ook zullen studenten zo een bewustere keuze maken uit de masters die ze kunnen volgen. Dit moet gepaard gaan met een intensivering van de bachelor. Daarnaast moet de masterfase van sommige opleidingen verlengd worden. Het gaat dan om opleidingen waarin bijvoorbeeld een stage of een buitenlands programma is opgenomen.

In de Zeeheldenbuurt zijn verbodsborden opgehangen om studenten te weren. De gemeente voerde vorig jaar mei de 25-procentsnorm in, die bepaalt dat maximaal een kwart van een straat uit studentenpanden mag bestaan. Omdat andere wijken nu ‘op slot’ zijn gegaan, groeit het aantal studentenhuizen in de Zeeheldenbuurt. Bewoners van de Peizerweg die de actie hebben opgezet, pleiten voor een norm die uitgaat van huizenblokken in plaats van straten. De bewoners lijken te reageren op een eerdere actie van de GSb, die vorig jaar uit protest tegen de norm ook al verbodsborden ophing.

LSVb wil meer OV-kaarten

Ankersmit stopt met doceren

Momenteel komen alleen meerderjarige HO- en MBO-studenten voor een OV-studentenkaart in aanmerking. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) wil dat alle studenten een OV-kaart krijgen. Zo worden studenten niet gehinderd in hun keuze van opleiding en stage.

Frank Ankersmit stopt met het geven van colleges. De komende anderhalf jaar zal hij besteden aan onderzoek. Ankersmit is hoogleraar theoretische en intellectuele geschiedenis en één van de prominentste namen verbonden aan de RUG.

Hoekstra voorzitter Raad van Toezicht Rein Jan Hoekstra is vanaf 1 mei de nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van de RUG. Hij volgt George Verberg op, die er na elf jaar mee stopt. De Raad controleert het universiteitsbestuur. Hoekstra studeerde zelf aan de RUG. Hij was informateur bij het tweede en het huidige kabinet-Balkenende. De benoemingsperiode is vier jaar.

Confucius naar Groningen

Oud-student Minerva wint in New York

De Hanzehogeschool onderzoekt de mogelijkheid om een Confucius Instituut te vestigen. Dit instituut zou onderdeel worden van een internationaal netwerk ter promotie van de Chinese taal en cultuur. Het instituut zal taalcursussen, lezingen en workshops verzorgen.

Jeroen Zijlstra, in 2005 afgestudeerd aan de Academie Minerva, heeft de eerste prijs gewonnen in de categorie korte animatiefilm op het New York International Independent Film and Video Festival. Zijn film ‘The Miraculous Pear Tree’ is een animatie over een monnik en een perenboom.


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

7

Lijsttrekker GSb-fractie op de RUG: Eva van Viegen In mei is het weer zover: dan barsten de verkiezingen voor de universiteitsraad in alle hevigheid los. Tijd om kennis te maken met de lijsttrekker van de GSb: Eva van Viegen. Mijn naam is Eva van Viegen en ik studeer nu alweer twee jaar kunstmatige intelligentie. Bij mijn mede-GSb’ers sta ik bekend om mijn enthousiasme, zeker met betrekking tot ons verkiezingsprogramma. Daar wordt nu flink over vergaderd: we zijn inmiddels bij de zesde versie! Telkens voegen we er punten aan toe en schaven we onze standpunten bij totdat er een doortimmerd geheel zal zijn ontstaan. Daarnaast is het natuurlijk zaak om de Groningse student kennis te laten maken met onze ideeën. Begin april hebben fracties en campagneteam zich afgezonderd op een geheime locatie om onze campagnestrategie uit te denken. Uiteraard mag ik hier nog niets over zeggen, hoewel ik vrees dat ik om te kopen ben met een rode wodka in combinatie met bier… Er staat de GSb een mooie maar drukke campagnetijd te wachten. Ik verwacht

een prachtig verkiezingsprogramma dat in één keer door de Algemene Ledenvergadering wordt goedgekeurd en een lijst die samenwerkt alsof ze nog nooit iets anders hebben gedaan. Na de verkiezingen hoop ik met minstens vijf zetels een goede start te maken in de universiteitsraad. Maar zover is het nog niet: eerst moet er campagne worden gevoerd. Er zijn meer dan genoeg verschillen tussen de afzonderlijke partijen om inhoudelijk interessante discussies te voeren. Natuurlijk houden we het netjes en gaan we niet op de persoon spelen. Je zult mij nooit met modder, eieren of andere vieze dingen zien smijten naar welke tegenpartij dan ook. Uiteindelijk willen we allemaal een goede, harmonieuze samenwerking en het beste voor alle studenten.

Ons prachtige verkiezingsprogramma zal eind april online staan op: www.gsbfractie.nl. 

Lijsttrekker GSb-fractie op de Hanzehogeschool: Mo Brouwer De verkiezingen voor de Hogeschool Medezeggenschapsraad (HMR) van de Hanze komen eraan. Natuurlijk doet de GSb ook dit jaar weer mee met een eigen lijst. Mo Brouwer, nummer één op die lijst, stelt zich voor. Als tweedejaars Voeding en Diëtetiek ben ik veel te vinden in het Wiebengacomplex waar ik eerder ook verpleegkunde heb gestudeerd. Ik loop al wat langer op de Hanze rond en voel me erg betrokken bij de gang van zaken op onze hogeschool. Het afgelopen jaar heb ik mijn eerste stap in de medezeggenschap gezet door plaats te nemen in mijn Opleidingscommissie (OC). Daar heb ik de nodige ervaringen opgedaan met de structuur en organisatie van de Hanze. Samen met mede-OClid Paulien heb ik kennis gemaakt met de GSb tijdens de OC-workshopmiddag van de bond. Na de OC-middag hebben we goed contact gehouden met de GSb en zo werd ik enthousiast gemaakt om te solliciteren voor de GSb-fractie in de HMR. Natuurlijk was ik heel blij toen ik hoorde dat ik tot lijsttrekker verkozen was.

De afgelopen periode ben ik samen met huidige fractie en kandidaatsfractie bezig geweest hét verkiezingsprogramma te schrijven. De fractie van de GSb wil zich volgend jaar hard gaan maken voor uitdagend onderwijs van een kwalitatief hoogstaand niveau. Inspirerende docenten spelen hierbij een grote rol. Verder moet er voor en tijdens de studie eerlijke, duidelijke en complete voorlichting gegeven worden. Bij Studie Loopbaan Begeleiding moet de ontwikkeling van de student weer centraal staan. Ook moeten er meer betaalde student-assistenten worden ingezet door de Hanzehogeschool. Mijn toekomstige fractiegenoten en ik kijken erg uit naar het campagnevoeren. We hopen veel stemmen binnen te halen voor de GSb en volgend jaar veel te bereiken in de HMR! 


8

Nummer 4 36e jaargang

(advertentie)

(advertentie)

Nait Soez’n


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

9

Jürgen Habermas: integratie in een onontkerkelijkte samenleving De Duitse filosoof Jürgen Habermas geldt als een van de grootste nog levende denkers. Op zaterdag 15 maart gaf hij op uitnodiging van het Nexus Instituut in Tilburg de lezing “The post-secular society: what does it mean?” In een overtuigend betoog legde hij uit hoe de standpunten van religieuze en seculiere Europeanen overeenkomen en waarom de geseculariseerde samenleving op haar retour is. door Wimar Hebels Jürgen Habermas (1929) heeft zich gedurende zijn hele carrière vooral gericht op de publieke sfeer, waar de rationele mens in een discussie gevrijwaard van machtsgebruik over de ander tot heldere conclusies zou moeten komen. Zou moeten komen, want Habermas heeft ook wel door dat dit een bijna niet te verwezenlijken doel is. Niemand laat immers gemakkelijk zijn eigen opvattingen varen, zeker als deze fundamentele aspecten van de eigen identiteit betreffen. Habermas heeft nooit nagelaten om de ‘moeilijke’ maatschappelijke vragen te stellen, met het doel van een meer verdraagzame samenleving in het achterhoofd. Het onderwerp van zijn Nexuslezing betrof ook zo’n moeilijke kwestie: “Hoe kunnen religieuze minderheden, zowel autochtoon als allochtoon, integreren in de geseculariseerde Noordwest-Europese samenleving?” Het is een probleem waar velen hun vingers aan hebben gebrand, waar nooit een pasklare oplossing voor is gevonden en waar Pim Fortuyn en Geert Wilders grotendeels hun populariteit aan te danken hebben. Habermas schuwt de vraag niet en legt eerst in een historisch betoog uit dat religie in de loop der eeuwen steeds meer een individuele zaak is geworden. Waar God grofweg tot de Franse Revolutie de heerser ‘aanwees’ en de kerk tot in de negentiende eeuw belangrijke publieke functies als armenzorg vervulde, heeft de Europese mens daarna steeds meer het heft in eigen handen genomen. Het gevolg was dat velen, vooral in Nederland, ervoor kozen geen georganiseerde godsdienst meer aan te hangen. Met de toestroom van (streng-)gelovige allochtonen komt echter een probleem aan het licht. Zij komen voornamelijk uit samenlevingen waar het geloof in God nog wel een belangrijke publieke functie vervult en zelfs een belangrijke pijler van de gemeenschap vormt. Daarmee is een dilemma ontstaan waarbij het wereldbeeld van de meerderheid niet gedeeld wordt door minderheden. Omdat de Nederland-

se samenleving op seculiere wijze is ingericht ontstaan er sociale en politieke conflicten, die uitmonden in vele Tweede Kamerdebatten over integratie en zelfs onlusten in diverse steden. Bovendien is de autochtone christelijke bevolking allerminst een kleine minderheid en lijkt het er sterk op dat religie in Nederland helemaal niet op zijn retour is. Habermas, zelf overtuigd atheïst, stelt dat het fundamentele verschil tussen de seculiere en religieuze identiteiten geen onoverkomelijk bezwaar is om tot een dialoog te komen. Zolang de ‘militante seculieren’ niet accepteren dat religie niet per se buiten de politiek hoeft te worden gehouden, krijgen de religieuzen geen kans in de maatschappij te participeren. Terwijl de verdedigers van de Verlichting religieuze tendensen afdoen als een gevaar voor de persoonlijke vrijheid, maken zij zich zelf ook schuldig aan het inperken van de vrijheden van anderen. Seculieren en religieuzen moeten volgens Habermas nader tot elkaar komen

door elkaars uitingen in de politiek serieus te nemen, ondanks de verschillen in discours tussen die groepen. Om tot een verdraagzame samenleving te komen, waarin alle seculiere en religieuze groepen volwaardig kunnen participeren, moeten ze dus elkaars wereld-beeld accepteren. Naast het feit dat hij de praktische invulling van zo’n nieuwe situatie buiten beschouwing laat, zijn er meer fundamentele problemen die hij over het hoofd lijkt te zien. Habermas heeft het namelijk regelmatig over leerprocessen die uiteindelijk tot de door hem geschetste situatie moeten leiden. Voordat de seculiere en religieuze groepen echter aan die leerprocessen willen beginnen moeten ze überhaupt al geloven dat Habermas’ ideale samenleving mogelijk is én de wil hebben daaraan mee te werken. Een tweede probleem is dat seculiere en religieuze groepen een gelijke opvatting moeten hebben over welk doel politiek dient. Religieuze groeperingen kunnen politiek namelijk opvatten als een instrument om de glorie van God, dan wel Allah, te vergroten. In het verleden lag de loyaliteit van veel rooms-katholieke politici bijvoorbeeld eerder bij het Vaticaan dan bij Nederland. Met zijn lezing heeft Habermas een mooi pleidooi geleverd dat onder ideale omstandigheden tot een perfect verdraagzame samenleving zal leiden. De praktijk zal echter weerbarstig zijn. We mogen het dan ook niet beschouwen als een oplossing voor alle problemen, maar als een zinvolle bijdrage aan de discussie over de inrichting van onze samenleving. 

“The post-secular society: what does it mean?” verschijnt in de vijftigste aflevering van het tijdschrift Nexus, vanaf 14 juni 2008 verkrijgbaar bij het Nexus Instituut in Tilburg.


10

Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

Ham Radio Communications Een collectief van zelfstandige muzikanten De huidige muziekwereld bestaat deels uit grote labels, maar voornamelijk uit kleine zelfstandigen. Geert van der Velde komt met een alternatief: de professionalisering van het do-it-yourself-principe. door Thomas van den Berg Geert van der Velde (28) zal voor menig Groninger muzikant geen vreemde zijn. De ex-zanger van hardcore-formatie Shai Hulud verdiende zijn sporen in de (Amerikaanse) underground-scene. In Nederland maakte hij dezelfde soort muziek met de band Miscreants, voorheen The Architect. Onlangs stond hij in de landelijke finale van Lopend Vuur met zijn huidige band The Black Atlantic, waar hij de ingetogen songwriter in zich liet horen. Tegenwoordig opereert Van der Velde niet meer alleen als muzikant, maar heeft hij zich ook toegespitst op de meer zakelijke kant van de muziekwereld, hoewel hij hier zijn eigen draai aan geeft. Voor hem geen baan van negen tot vijf. Van der Velde heeft net zijn studie filosofie ingeruild voor een plekje op de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden en zijn hoofd zit vol ideeën. Paraplu Ham Radio Communications (HRC) bestaat sinds ongeveer januari 2008. Het eerste door HRC georganiseerde evenement vond in maart plaats in een huiskamer. Kort gezegd moet HRC een paraplu worden, een noemer waar allerlei mensen die deel uitmaken van de muziekwereld -muzikanten, producers, fotografen, boekers, fans- zich mee willen identificeren. Er moet als het ware één grote HRC-familie komen: een collectief dat na enig verloop van tijd hopelijk zijn eigen leven gaat leiden. “De naam was een idee van mijn vrouw,” zegt Van der Velde. “In het begin vond ik het maar niets, maar hoe meer ik er over nadacht, hoe beter het de hele lading dekte.” Ham radio is een term uit de jaren ’50. Mensen knutselden toen met

beperkte middelen radio’s in elkaar om vervolgens met elkaar te kunnen communiceren. Men noemde dit ‘ham radio’ omdat de in elkaar geknutselde bakkies door enthousiaste beginners (hams) gebruikt werden. “En dat is het principe van communicatie waarop HRC leunt: het is een verzameling van onafhankelijk opererende individuen, die zich met eigen middelen en op hun eigen manier

dat de gemiddelde DIY-scene met zich meebrengt omzeild worden. Het begint langzaam vorm te krijgen, het komt nu eigenlijk al sneller van de grond dan ik in eerste instantie had verwacht.” Van der Velde hoopt op een vruchtbare samenwerking binnen HRC en een vruchtbare uitwisseling van praktische kennis. “Als jij bijvoorbeeld met je band in Berlijn speelt, kan een andere HRCband die jou ziet jou opbellen met de vraag hoe je dat hebt aangepakt. Je kent de band misschien niet, maar je ziet dat het een HRC-broertje is, wat jou weer stimuleert om je kennis te delen. Zo help je niet alleen die andere band, maar ook de organisatie waar je allebei onder valt.” Ook fans kunnen hun steentje bijdragen. “Dat zal voornamelijk via bestaande netwerken in digitale communities gaan: MySpace, Last.fm en twitter.com. Zo kunnen zij bands promoten door banners te plaatsen of muziek aan te prijzen bij anderen, maar het is ook de bedoeling dat fans na verloop van tijd verkopers worden.

‘Het is de bedoeling dat overal eilandjes ontstaan’ verbinden aan een overkoepelend idee.” Er wordt heel bewust gewerkt vanuit het begrip communicatie. “Er zal niet met contracten worden gewerkt. HRC moet een katalysator worden voor interactie tussen de mensen zelf. Het is nu overigens nog echt een concept, een filosofie. HRC geeft een specifieke invulling aan het DIY-principe door het internet tot belangrijkste medium te maken en muziek gratis te willen aanbieden. Hierdoor moet het risico van ‘vastroesten’


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

De criteria die momenteel gehanteerd worden voor bands die zich bij HRC willen voegen zijn dat ze zich qua stijl kunnen identificeren met zowel de muziek (enigszins experimenteel en alternatief) en met de filosofie. “Een van de manieren waarop we de collectieve identiteit van HRC zullen onderstrepen is door gebundelde pakketjes van HRC-bands aan te bieden op bittorrentsites. Vind je één bepaald bandje leuk dan krijg meteen de kans om er nog meer te ontdekken. Het mooie van zo’n torrent is je bij het downloaden kunt kiezen om de andere bands er wel of niet bij te nemen. Zo wordt het fans makkelijker gemaakt om op een vrijblijvende manier nieuwe muziek uit hetzelfde genre te vinden.” De goede oude cd wordt overigens niet vergeten. “Het streven dat bands uiteindelijk ook fysieke producten kunnen uitbrengen bij HRC is wel aanwezig,” aldus Van der Velde. “Alleen moet het dan niet alleen een simpele cd in een hoesje zijn; dat heeft amper meerwaarde ten opzichte van een download. De cd moet interactief zijn als je hem in je computer stopt en het hoesje moet een verlengstuk van de muziek zijn. Het liefst zie ik de cd’s zelfs verpakt in de een of andere

vorm van huisvlijt, dat geeft het een persoonlijk én uniek tintje. De gewone luisteraar kan het gratis downloaden, dus daar worden de fysieke producten niet op gericht. De echte fan kan zoiets dan aanschaffen. Hetzelfde idee is natuurlijk

11

sche band, allemaal binnen HRC. Het is de bedoeling dat overal kleine eilandjes ontstaan, die dan met elkaar gaan communiceren.” Voorlopig ligt de nadruk van het geheel nog op shows regelen voor bands, zoals huiskamerconcerten. Het eerste huiskamerconcert onder de HRCnoemer vond op 5 maart plaats in Groningen, met Kim Jannsen (NL), Rue Royal (VS) en Cedarwell (VS). “Dat concert kon niet beter: goede bands, veel mensen, super sfeer. Dat is het leuke: nu is het interessant voor mensen om op zo’n persoonlijke manier nieuwe muziek te kunnen ontdekken. Zoiets moet blijven, hoe groot HRC ook wordt. Als het een grotere band is die aan zoiets mee doet, is het meteen iets heel exclusiefs, maar het persoonlijke blijft. Die integriteit is wel iets waarvoor ik zal strijden. Als HRC uitgroeit tot een internationaal platform, wat ik wel hoop, dan nóg zal de interactie persoonlijk blijven. Ik wil dat het groot wordt doordat het klein blijft; klein in de zin van direct benaderbaar.” 

‘Ik wil dat het groot wordt doordat het klein blijft’ toe te passen op de single, dan bestaat een ‘album’ straks uit een heel boekwerk van gelimiteerde singles.”

Evolutie Momenteel is van der Velde nog een soort scheidsrechter. “Alles loopt via mij: ik bepaal wie er wel en niet bij HRC komt, ik regel de optredens. Dat moet op een gegeven moment wel verdwijnen. Het is de bedoeling dat het op den duur zo uitgroeit dat er vertakkingen komen, dat de rollen binnen HRC in elkaar overvloeien. Bands worden boekers, fans worden verkopers, enzovoorts. Uitwisselingsprojecten zullen een groot onderdeel blijven. Voorlopig zal dat bijvoorbeeld tussen een Nederlandse en een Duitse band Kijk voor meer informatie op: myspace. zijn, maar in de toekomst misschien com/hamradiocommunications wel tussen een Canadese en een Russi-

Schrijvers gezocht!

Nait Soez’n is dringend op zoek naar nieuw schrijftalent. Wil jij voor meer mensen schrijven dan alleen je docent? Mail dan naar naitsoezn@groningerstudentenbond.nl


12

Nummer 4 36e jaargang

Nait Soez’n

Woonwinkel geeft gemeenteraad breekijzer voor woningmarkt De Woonwinkel, een samenwerkingsverband van de GSb met de politieke jongerenorganisaties ROOD (SP) en DWARS (GroenLinks), presenteert op 15 april een plan voor betere studentenhuisvesting aan de commissie Ruimte en Wonen van de Groninger gemeenteraad. De presentatie vindt plaats in het oude IBG-kantoor aan de Steenhouwerskade, dat in september jl. vanuit de Woonwinkel werd gekraakt. Om geheel in stijl te blijven, krijgen de raadsleden naast het papieren plan een breekijzer om hen te inspireren tot het openbreken van de woningmarkt. door Lars Buitinck Aanleiding voor het plan van de Woonwinkel is de woningnood die nog steeds heerst onder studenten in Groningen. Nu, midden in het studiejaar, valt hetwel mee, maar van de zomer zullen de nieuwe eerstejaars het weer merken: in Groningen bestaat een structureel tekort van zo’n 500 studentenkamers. Er wordt op verschillende plaatsen in de Stad bijgebouwd, maar tegelijk wordt op andere plaatsen gesloopt en blijft de studentenpopulatie groeien. De Grunobuurt bijvoorbeeld, een wijk waar veel studenten wonen, gaat de komende jaren geheel tegen de vlakte om plaats te maken voor nieuwbouw. Voor de goedkope huurwoningen komen voornamelijk koopwoningen terug. Het plan van de Woonwinkel heeft drie hoofddoelen. Ten eerste moet kantoorruimte voortaan geschikt worden gemaakt voor bewoning. In de Stad staan duizenden vierkante meters kantoorruimte leeg, die beter voor studentenhuisvesting zouden kunnen worden gebruikt. De ervaring in het gekraakte postkantoor aan het Zuiderdiep (de locatie van de Woonwinkel), het pand aan de Steenhouwerskade en andere (anti-) kraakpanden leert dat kantoorruimte met minimale aanpassingen ook prima woonruimte is. De Woonwinkel heeft vergaande plannen met de leegstaande kantoren. “Bij langdurig leegstaande kantoorpanden gaat de gemeente inventariseren of deze om te bouwen zijn tot woningen. Vordering van deze panden behoort tot de mogelijke vervolgstappen,” zo lezen we in het plan. Zo ver hoeft het echter niet te komen. De eerste aanbeveling van de Woonwinkel luidt, dat bij de bouw van nieuwe kantoorgebouwen rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van toekomstige bewoning. In alle ruimtes die kamers kunnen worden, moet bijvoorbeeld voldoende ventilatie aanwezig zijn. Ook moet het voor pandeigenaren makkelijker worden gemaakt om vergunningen en bestemmingswijzigingen te krijgen. Een veel gehoorde klacht van deze partij is dat de ambtelijke molen

snelle verbouwing in de weg staat. Het tweede doel van het plan is het verkrijgen van huurbescherming voor antikrakers. Antikraak is een constructie waarbij je woonruimte voor relatief weinig geld huurt, maar zonder de wettelijke bescherming die een gewoon huurcontract biedt. Het antikraakbureau kan je binnen twee weken uit je huis of kamer zetten als de eigenaar zijn pand terug wil. Ook gebruiken antikraakbureaus als Ad Hoc en Interim hun ruimtes niet efficiënt: in gebouwen waar tientallen mensen kunnen wonen, worden vaak enkele studenten of kunstenaars gehuisvest. Dat is leuk voor de bewoners die voor weinig geld enorme ruimtes tot hun beschikking krijgen, maar het doet weinig aan de woningnood. Door antikraak blijven een hoop ruimtes leegstaan die veel beter benut kunnen worden. Om deze misstanden te verhelpen en de druk van de woningmarkt te halen, wil de Woonwinkel antikraak vervangen door tijdelijke verhuur volgens de regels van het huurrecht. Het enige wat daarvoor nodig is, is dat de gemeente de regels gaat handhaven: antikraak kan namelijk alleen bestaan door een schimmige maas in de wet. Als het plan slaagt, zullen de antikraakbureaus van hun ‘gebruikers’ echte huurders moeten maken. De derde en laatste poot van het plan is het aanpakken van huisjesmelkers. ROOD en GSb zijn al enkele jaren bezig met het inventariseren van huisbazen die misbruik maken van de woningnood door middel van de Huisjesmelker van het Jaarverkiezing. De Woonwinkel stelt voor dat de gemeente zonodig verhuurvergunningen van bekende huisjesmelkers intrekt. “Om te voorkomen dat hun panden daardoor onttrokken worden aan de huizenmarkt kunnen hun panden worden gevorderd en in gebruik gegeven worden aan woningcorporaties.” Als het plan van de Woonwinkel wordt overgenomen door de gemeente, zal het

voor studenten meer en betere woonruimte opleveren zonder goede verhuurders en pandeigenaren al te hard te treffen. De hardste klap valt waarschijnlijk bij huisjesmelkers en antikraakbureaus die hun bewoners slechte voorwaarden gunnen. Eigenaren die binnen de regels van de huurwet munt uit hun leegstaande kantoren willen slaan, zijn deze oneerlijke concurrentie voortaan kwijt.  Tijdens het schrijven van dit artikel werd bekend dat de IB-groep het pand aan de Steenhouwerskade heeft gehuurd. De eigenaar wil de krakers er daarom uitzetten. De bewoners en de Woonwinkel gaan de juridische strijd aan met de eigenaar, die zich niet aan eerdere afspraken heeft gehouden. Ze gaan ervan uit een eventuele ontruiming op zijn minst te kunnen uitstellen, of zelfs geheel voorkomen.


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

13

Het open bestel Het open bestel zal voor veel studenten een onbekend begrip zijn. Dit terwijl er in onderwijsland al een paar jaar een discussie over aan de gang is. Het begrip komt onder andere terug in de Strategische Agenda voor het Hoger Onderwijs en er wordt sinds het begin van het collegejaar mee geëxperimenteerd. Wat houdt een open onderwijsbestel in en wat zullen de gevolgen zijn? door Lotte Grooten Het begrip open bestel heeft te maken met de wijze waarop hogescholen en universiteiten bekostigd worden. Op dit moment geldt dat de overheid alleen de instellingen financiert die genoemd staan in de bijlage van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). In Groningen zijn dat de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit. Het beschikbare bedrag wordt over de universiteiten en hogescholen verdeeld, die dat bedrag vervolgens naar eigen inzicht mogen besteden aan de taken die hen door de WHW zijn toebedeeld. Dit wordt een gesloten bestel genoemd. Onderwijsaanbieders die nog niet in het bestel zijn opgenomen maar zich wel aan de WHW willen houden, kunnen wel een verzoek indienen om bekostigd te worden. Voorbeelden hiervan zijn de universiteiten van Maastricht en Rotterdam, die in het verleden op die manier tot het huidige stelsel toegetreden zijn. Het huidige stelsel zit dus niet helemaal op slot. In een opener bestel zouden meer onderwijsaanbieders geld van de overheid kunnen krijgen. In de huidige discussie betreft dit alleen de zogenoemde ‘aangewezen instellingen’: instellingen met geaccrediteerde opleidingen die geldige diploma’s uit mogen geven. In Groningen is dat bijvoorbeeld HBO Nederland. Een precieze definitie van het begrip open bestel geven is lastig, omdat het bestel op verschillende manieren meer open gemaakt zou kunnen worden. In de Strategische Agenda voor het Hoger Onderwijs, die minister Plasterk in november presenteerde, staat daarover het volgende: “Met het openen van het bestel wordt bedoeld dat wet- en regelgeving zodanig worden aangepast, dat bekostigde instellingen, aangewezen instellingen en overige (commerciële) instellingen meer gelijkwaardig worden behandeld.” Ook in de Strategische Agenda wordt aangegeven dat het lastig is om een precieze definitie te geven, maar dat het vooral gaat om meer concurrentie en vraagsturing in het stelsel.

Om een opener bestel te krijgen, moeten maatregelen genomen worden. Volgens de Strategische Agenda moet daarbij gedacht worden aan de versoepeling van plichten voor de instellingen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat ze zelf de hoogte van het collegegeld mogen bepalen. De instellingen die op dit moment geen geld van de overheid ontvangen, zijn private instellingen. Deze instellingen bedruipen zichzelf, wat inhoudt dat ze dusdanig hoge collegegelden vragen dat het onderwijs

daarvan betaald kan worden. Als het collegegeld dat publieke instellingen vragen niet langer aan een wettelijk maximum gebonden is, zal dit waarschijnlijk in veel gevallen stijgen. Omdat de bedragen dan dichter in de buurt komen van wat de private instellingen nu vragen, krijgen deze een eerlijkere concurrentiepositie. Een andere maatregel zou volgens de Strategische Agenda kunnen zijn dat het recht op bekostiging uitgebreid wordt: hierdoor zouden dus ook instellingen die nu niet bekostigd worden, daar straks recht op hebben. Het beschikbare bedrag zal dan over een groter aantal instellingen verdeeld moeten worden en instellingen zullen meer moeten concurreren om bekostiging binnen te halen. In de Strategische Agenda staan verschillende voordelen genoemd waartoe een opener bestel zou kunnen leiden. Nieuwe onderwijsaanbieders zouden bijvoorbeeld kunnen zorgen voor meer keuzevrijheid voor studenten. Deze aanbieders richten zich over het algemeen meer op de vraag van de student en kunnen daar als marktpartij ook sneller op reageren dan de overheid. Er zouden door een open bestel meer topopleidingen en andere vormen van onderwijs (bijvoorbeeld kleinschalig of afstandsonderwijs) kunnen worden

aangeboden, wat de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou komen. Ook zou de toegankelijkheid van het onderwijs verbeteren, aangezien volgens de Strategische Agenda groepen potentiële studenten die nu niet voor het hoger onderwijs kiezen, dat dan misschien wél zouden willen doen. Nadelen zijn er echter ook. Private instellingen hoeven zich namelijk maar aan een klein gedeelte van de WHW te houden, terwijl voor publieke instellingen de hele wet van toepassing is. De aangewezen instellingen moeten wel wettelijke bepalingen met betrekking tot bijvoorbeeld kwaliteitszorg in acht nemen, maar met betrekking tot medezeggenschap, selectie aan de poort, rechtsbescherming van studenten en maximale hoogtes van collegegelden hoeven zij zich niet aan door de overheid opgestelde regels te houden. Als deze instellingen wel bekostiging van de overheid zouden krijgen, zou de overheid dus niet langer garant staan voor deze elementen in het onderwijs, die juist zo belangrijk zijn. Ook kan gevreesd worden dat opleidingen die nu op publieke instellingen worden aangeboden maar niet rendabel zijn, door nieuwe regels met betrekking tot bekostiging zullen verdwijnen. Tot slot lijkt het onwaarschijnlijk dat mensen die nu niet voor het hoger onderwijs kiezen, dat wel zouden doen als de collegegelden stijgen. In 2004 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die een open bestel mogelijk maakt. Na adviezen van verschillende organisaties is besloten om eerst kleinschalig te experimenteren en de gevolgen in kaart te brengen, om pas daarna te beslissen over het al dan niet aanpassen van het huidige stelsel. De eerste experimenten zijn dit studiejaar in gang gezet. Het is nog maar de vraag of een open bestel daadwerkelijk zal leiden tot meer kwaliteit en toegankelijkheid in het hoger onderwijs. De huidige experimenten brengen hopelijk meer duidelijkheid over de gevolgen van het invoeren van een opener bestel. 


14

Nummer 4 36e jaargang

Berichten van het bondsbestuur

Het was de laatste twee maanden weer een drukte van belang op het GSb-kantoor. Zó druk soms, dat Moe van Maarten van Roozendaal inmiddels het meest gedraaide liedje op het pand is. Gelukkig is er een hoop gepresteerd: de kandidatenlijsten voor de U-raad- en HMR-verkiezingen zijn af, de nieuwe GSb-website is gelanceerd, het Steunpunt is versterkt met een aantal nieuwe medewerkers en zijn er succesvolle ledenwerfacties geweest. De komende tijd zal in het teken staan van de verkiezingscampagnes. Het campagneteam draait dan ook op volle stoom. Het zoeken van een nieuw bestuur is nu een van de aandachtspunten. Heb jij affiniteit met studentenbelangen en wil je komend jaar een grote organisatie leiden? Neem dan contact op met het bestuur voor een informatiepakket: bestuur@groningerstudentenbond.nl, of bel: (050) 363 4675. Tussendoor is er natuurlijk ook nog tijd voor leuke activiteiten. Zo organiseert de GSb-milieuwerkgroep SMOG van 21 tot en met 25 mei weer de jaarlijkse EKOweek. Tijdens deze week organiseert het SMOG verschillende activiteiten om studenten bewust te maken van de mogelijkheid om duurzamer te consumeren. Het precieze programma staat nog niet vast, maar de volgende dingen kun je verwachten: De biologische patatkraam is weer te vinden op het Academieplein. Hier kun je verantwoord friet eten voor een schappelijk prijsje. Er komt een filmavond in de Vera. Tot slot organiseert SMOG een literaire avond met als thema de schoonheid van de natuur. Te gast is schrijver Gerbrand Bakker, bekend van Boven is het stil.

x

Nait Soez’n

Het Steunpunt antwoordt Ik heb eindelijk een kamer gevonden, maar de huisbaas wil graag dat ik een contract voor een jaar met hem afsluit. Mag dat zomaar? Hij noemt het bovendien een gebruiksovereenkomst, wat houdt dat in?

Er zijn maar twee redenen waarom een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, dus bijvoorbeeld een jaar, afgesloten kan worden, namelijk wegens huisbewaarderschap en op grond van de Leegstandswet. Huisbewaarderschap is bedoeld voor mensen die tijdelijk elders moeten verblijven – bijvoorbeeld studenten die tijdelijk hun kamer verhuren omdat ze in het buitenland gaan studeren. De Leegstandswet biedt eigenaren van bepaalde soorten leegstaande woningen en gebouwen de mogelijkheid deze tijdelijk te verhuren. Andere gronden voor tijdelijke huurovereenkomsten zijn dus niet geldig en worden door de rechter beschouwd als huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Vermoedelijk berust jouw contract niet op een van deze twee redenen en is wat je huisbaas doet onwettig. Je tweede vraag gaat over de benaming van het huurcontract. Een gebruiksovereenkomst is geen huurcontract. Het alleen maar een andere naam geven aan een overeenkomst die feiDe algemene leden- telijk een huurovereenkomst is, leidt er niet toe dat het huurvergadering (ALV) recht voor woonruimte ineens niet meer van toepassing is. De is op donderdag feitelijke omstandigheden zijn namelijk doorslaggevend. In een huurovereenkomst staan een aantal zaken, waaronder de huur (uitgesplitst in kale huur en servicekosten), adres en omschrijving van het gehuurde, tijdstip en wijze waarop je moet om 19:30u op het betalen, een datum waarop jaarlijks de huur wordt verhoogd en pand. Alle leden huisregels. Een standaardhuurcontract vind je op de website wordt aangeraden van de GSb, onder ‘Huisvesting.’ aanwezig te zijn. Als deze punten in de ‘gebruikersovereenkomst’ staan is Na afloop is er een het vrijwel zeker een huurcontract, ook al wordt het niet zo GSborrel. genoemd.

17 april

De Groninger Studentenbond (GSb) behartigt de belangen van alle studenten in Groningen. Nieuwsgierig? Kom een keer langs! Actief worden is heel makkelijk. Je kan schrijven voor de Nait Soez’n, maar je kunt je ook bezig houden met studentenhuisvesting, milieu of medezeggenschap. De Groninger Studentenbond is van maandag tot en met donderdag geopend van 12 tot 17 uur. Tel: 050-3634675 bestuur@groningerstudentenbond.nl St. Walburgstraat 22a 1e verdieping, 1x bellen

Lid worden van de GSb?

www.groningerstudentenbond.nl/lidworden

Veel succes, het Steunpunt

Voor al je vragen over:

studiefinanciering - onderwijs huisvesting - bijbaantjes

GSb-studentensteunpunt: 050-318 78 98


Nait Soez’n

Nummer 4 36e jaargang

Wiekes filmblik Ik ga een heleboel mensen pissig maken met dit stukje. Mooi spul, die kunst: vrije meningsuiting is nou eenmaal heilig en recensenten mogen zeiken. Met Pasen nog in het achterhoofd heb ik me gestort op quasi-reliiconen. Nu we het over heilige onzin hebben: sommige mensen denken dat ‘Jesus Christ Superstar’ (Jewison, 1973) geweldig is. Ik ga uitleggen waarom dat niet waar is. Hoe verzin je het overigens om iemand die Jewison heet, zo’n film te laten regisseren? In ieder geval moeten we beginnen met de Here Jezus zelf, die een arrogante zeikerd is met zo’n blik van ‘ik ben zielig, dus ik kom overal mee weg.’ Voor een deel is het de bedoeling dat onze favoriete historische wijnmaker hooghartig is, want dat bracht hem volgens deze verfilming van het verhaal in de problemen. Het irriteert niettemin. Geen wonder dat we nooit meer iets van Ted Neely hebben gehoord, hoewel hij een Golden Globe heeft gekregen voor zijn prestaties in deze. Overigens speelt hij nog steeds dezelfde rol, nu in een rondreizende versie van deze musical. Nog veel erger is, dat iemand ooit heeft bedacht dat musicals gaaf zijn. Ook al zo’n misvatting. De ellende met deze film is dat het één en al liedjes zijn en er dus werkelijk geen enkele fatsoenlijke dialoog in voorkomt. Gelukkig heb ik een gedegen christelijke opvoeding achter de rug, want anders had ik geen zak van de

film kunnen volgen. Doordat er veel letterlijke bijbelteksten zijn gebruikt en er blijkbaar niet op een normale wijze gecommuniceerd kan worden, maakt de film een warrige indruk. Daarnaast is deze verfilming overduidelijk een product van de jaren ‘70. Ik kon mijn lachen af en toe niet meer inhouden als er weer een stel hippies in zweverige kostuums langshuppelde. De blijheid en manische dansjes doen denken aan de gayscene van de jaren ’80. De kostuums van de Romeinen lijken hilarisch sterk op de kostuums in de clip van ‘Go West’ van de Pet Shop Boys. Je ziet de leeftijd

Jesus Spears, Superstar

van deze productie ook terug in de montage, waarbij hyperactieve drukte wordt afgewisseld met irritante stills en een teveel aan slowmotionscènes. Vast gaaf in de jaren ’70, maar anno 2008 hebben we dat wel zo’n beetje gezien. Nu we het toch over zingende gevallen christenen hebben: Britney Spears heeft ook in een film gespeeld. Net als vele andere popsterren leek ze er vanuit te zijn gegaan dat, omdat ze kon kreunen en kronkelen in clipjes, ze ook wel in een film zou kunnen acteren. Dat wanstaltige experiment leverde de tienerroadmovie ‘Crossroads’ (Davis, 2002) op. De plot is even dun als het velletje tussen twee uienringen: drie tienermeisjes, die elkaar haten, gaan om onduidelijke reden samen met een of andere kerel op reis en leren zo over Vriendschap, Liefde en Zichzelf. La Spears speelt een meisje dat, uiteraard, haar weg wil vinden in de muziek en beeldt daarbij een volstrekt irrealistisch proces van muziek maken uit. Verrassend genoeg wordt één van Spears’ creaties hiervoor gebruikt. Dit heeft tot gevolg dat een veel te groot deel van de film wordt besteed aan het ons reeds bekende gekerm. De eindconclusie dat Spears beter acteert dan ze zingt, zegt niet veel goeds. Als je echter voorbij het hemeltergende gebrek aan acteertalent en de voorspel-

De plot is zo dun als het velletje tussen twee uienringen

15

bare plot van dit stervehikel kijkt, zie je een aandoenlijke, maar gestrande poging tot diepgang in de film. Iemand met het IQ van een beschimmelde kwal en de geestelijke ontwikkeling van een chocoladepaashaas, maar met het hart op de goede plaats, heeft hier een heel schattige boodschap willen brengen. De naïviteit waarmee die wordt gebracht, wekt de indruk dat diegene op een soort kinderlijke manier de beste bedoelingen heeft gehad. Ik kreeg zowaar bijna sympathie voor Spears, en dat is bijzonder. Jammer dat ze het nodig vindt om bij tijd en wijle zo weinig mogelijk kleren aan te hebben en quasierotisch in het rond te wriemelen. Je zou denken dat dat bij haar geen enorm probleem is, maar geloof me: na een tijdje gaat het vervelen en wordt het vooral goedkoop. Voor een tienerfilm is dit helemaal geen slecht exemplaar: best vermakelijk. Als je niet meer verwacht dan de 2,8 die deze kitsch oplevert op de IMDB, kun je hier best een avond mee doorbrengen.


16

Nummer 4 36e jaargang

Nait Soez’n

Breinbriesjes Status

Wij Nederlanders hebben onze reuzenstatus van lange lichaamslengte vooral te danken aan de (school)melk die wij in onze jeugd gedronken hebben. Onderzoek zou uitwijzen dat ons gras superieure eigenschappen heeft. Of het onderzoek gesponsord werd door melkproducenten blijft me tot op heden een raadsel: mijn moeder is mijn bron. Bronnen als Discovery Channel leren me tegelijkertijd dat mensen in China lichaamslengte zien als een belangrijk statussymbool. Kleine mensjes gaan een pijnlijk proces van lengtecorrectie aan: een jaar lang elke maand je benen laten breken. Als de kleine Chinezen iets beters voor hun kinderen willen zullen ze misschien verheugd reageren op de vergaarde kennis over Nederlandse koeienmelk. Dan hebben wij er fijn een exportproduct bij. Zo eenvoudig ligt de situatie helaas niet. Als we Discovery Channel mogen geloven, keurt het grootste deel van de Chinezen cosmetische lengtecorrectie af. Een mens moet in bescheidenheid zijn/haar lot accepteren. Het toedienen van melk om het lot naar je wil te buigen is immers een weinig minder kunstmatige ingreep. Misschien zul je, vertrouwend op mijn baggerbronnen, van mening zijn geraakt dat Chinezen er maar een primitief waardesysteem op na houden. Werp dan eens een kritische blik op de dingen die in onze ‘Verlichte’ cultuur status verlenen: geld, macht, een symmetrisch uiterlijk, de vaardigheid om jezelf te ‘verkopen,’ je netwerk. Zelden zie je een bescheiden mens onder de schijnwerpers staan. Of het is een kunstenaar of muzikant die zo propvol talent zit dat mensen niet om hem/haar heen kunnen. Je verkoopt jezelf met een grote bek. We zijn geneigd mensen die opgeven over hun eigen kunnen onbewust te belonen met meer aanzien en respect. Voor wie materiële rijkdom als een nobel doel beschouwt en bewondering heeft voor de gegoeden die zo veel weggeven aan goede doelen: de rente die deze mensen op hun kapitaal ontvangen is misschien al genoeg om deze goede doelen te sponsoren. En van vrijgevigheid wordt niemand rijk. Je kunt je afvragen waarom zo veel studenten tegenwoordig hun wand vol hebben hangen met foto’s van vrienden. Je kan het zien als uiting van liefde, of afdoen als een modegril. Maar zit er niet ook een element in van hang naar zelfbevestiging? Zelfrespect lijkt afhankelijk van de status die anderen je toekennen. Misschien kunnen we allemaal beter een pittoreske boerderij met een koe ervoor aan onze muur hangen. Koeien zijn uiteindelijk degenen die al dat harde werk doen om ons zo lekker groot te maken. En als je het er niet mee eens bent: probeer jij maar eens twintig kilo gras op een dag te verteren.

www.groningerstudentenbond.nl


Nait Soez'n 36-4