Page 1

Nait Soez’n Opinieblad voor studerend Groningen

feb/mrt 2010

38e jaargang

No. 3

OV-chipgekte

Lees het artikel op pagina 3

Bezetting RUG

Kies bewust

Verkiezingen

Een groep studenten bezette het bestuursgebouw van de RUG uit onvrede met het bindend studieadvies en de inspraak van studenten. Over de zin en onzin van harde actie.

Het ‘Ik kies bewust’-logo zegt weinig over hoe gezond je eten is. Gebruik gewoon je gezond verstand, meent onze huisdiëtiste.

Moeten we allemaal op een campus gaan wonen en hoe ga je om met overlast uit studentenhuizen? Nait Soez’n checkt de verkiezingsprogramma’s op studentvriendelijkheid. pagina 5  Nait Soez’n is een uitgave van

STUDIE

SCHULD

pagina 10 & 11

pagina 7 

Tel.: 050-3634675 www.groningerstudentenbond.nl


2

Nummer 3 38e jaargang

Chaos OV-chipkaart

3

Gemeenteraadsverkiezingen

5

Boek vs. e-reader

Digitaal is niet per se duurzaam

6

Gezond eten, gezond verstand

7

Haïti als melkkoe

Liefdadigheid is schone schijn

8

Communicatieproblemen Hanze

9

Reiziger schiet er niks mee op

Welke partijen zijn studentvriendelijk?

Voedselkeurmerk misleidt de consument

Studie communicatie aan Hanze

Bezetting RUG groot succes

10

Bezetting RUG mislukt

11

Ode aan de twijfel

12

Klimaat en prestige

13

Opmars naar nieuwe studentenprotesten Harde actie voor slap compromis Theo Maassen en Rob Wijnberg wijzen de weg Hoe verder na Kopenhagen?

Verder nog:

Kort nieuws Wiekes Filmblik GSb-pagina Earl & Meyer Column

4 14 15 16 16

Nait Soez’n is het onafhankelijke opinieblad van de Groninger Studentenbond (GSb). Leden krijgen het blad thuisgestuurd. Reacties en artikelen kunnen naar het redactieadres gestuurd worden. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen te weigeren of in te korten. Ingezonden brieven zijn bij voorkeur niet langer dan 350 woorden. Advertentietarieven zijn op te vragen via het redactieadres. Nait Soez’n verschijnt zes maal per jaar en wordt gratis verspreid in alle gebouwen van de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Oplage: 1500 stuks (5500 stuks voor de KEI-editie) Ook online te lezen op: www.groningerstudentenbond.nl/ns

Nait Soez’n

Communicatie kan moeilijk zijn. Dat bleek maar weer eens bij het maken van deze editie. Zo moest er voor een artikel over de gemeenteraadsverkiezingen lang gezocht worden naar het programma van de PvdA die het document ergens op hun website hadden verstopt. D66 deed een variant op dit PvdA-spelletje: zij verstopten feitelijke onjuistheden in hun programma, maar we hebben ze gevonden. Waar D66 spreekt over de 25%-norm bedoelen ze de 15%-norm. Stop de tijd. Bij het openen van het programma van de ChristenUnie kregen we dan weer een Word-document te zien waarin we nog mee konden typen ook. Niet zo verwonderlijk wellicht, want had het Woord Gods niet ook vele auteurs? Overigens hebben de schriftgeleerden inmiddels een definitieve PDF vastgesteld. Nog steeds baseren de reli’s zich op het eerste open sourceboek uit de geschiedenis. Volgens de Bijbel is de gemeente Groningen verantwoordelijk voor de veiligheid in de Stad, lezen we in hun program. Overspelige significant others dus niet zelf gaan stenigen. Wel een begrijpelijke opmerking in een Stad waar de Sodom Partij en GomorraLinks van tevoren aankondigen een landelijke wet aan hun laars te willen lappen. Er moet niet opgetreden worden tegen wie zijns naasten huis begeert, menen zij. Een groep studenten die graag met een ingezonden stuk in Nait Soez’n wilde (zie p 10) maakte het nog bonter dan de Partij van de Arbeid. Drie dagen na het verstrijken van de deadline kwam de mededeling dat het in te zenden stuk af was. Slechts noeste journalistieke arbeid zorgde ervoor dat het stuk vervolgens ook in ons bezit kwam. De redactie wil benadrukken dat we niet gezwicht zijn voor de dreiging van harde actie. Anders hadden we vast één of ander slap compromis moeten plaatsen. Gelukkig bewees een ingezonden artikel over Haïti dat het ook wel anders kan. Bij de Apocalyps die in dat land is uitgebroken blijkt 555 het getal van het Beest te zijn. Het is voor de redactie altijd leuk om ingezonden stukken te kunnen plaatsen. Meninghebbend, penvoerend of profetisch Groningen is dan ook altijd van harte uitgenodigd om een gooi te doen naar publicatie in ons blad. Niet vergeten het wel even op te sturen.

Redactieadres:

St. Walburgstraat 22a 9712 HX Groningen Tel.: 050-363 4675 naitsoezn@groningerstudentenbond.nl Hoofdredactie: Marcel Trip en Joris Heijn (adjunct) Eindredactie: Lars Buitinck Redactie: Nicole Besselink, Ewout van den Berg, Mona Dohle, Wimar Hebels, Wieke van ‘t Veer, Ruben Veldhuis en Paulien Vinke Columnist: Angelique Kroonen Illustraties: Oscar de Boer, Norna Ross, Annelies Stern, en Paul de Vreede Opmaak: Norna Ross Duplicatie: ’t Hartje


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

3

Wat hebben we aan die chipkaart? Overbelaste oplaadsystemen, kaarten die te laat aankomen en overschreden deadlines: de invoering van de OV-chipkaart was een zware bevalling. Rest de vraag wat het voordeel van het ding is.

trouwen in het invoeringsproces op. Als je niet weet hoe zo’n nieuwe kaart moet gaan functioneren is het immers ook nogal lastig om te beoordelen of het ding ook goed werkt. Eigenlijk is het daarna niet meer goed gekomen met de kaart. Voor wie levert de chipkaart nou echt iets op? Staatssecretaris Huizinga in ieder geval niets, want zij heeft een flinke knieval moeten maken na kritiek van de Tweede Kamer en de LSVb. De vervoersdoor Wimar Hebels bedrijven hebben er wel baat bij. Met de strippenkaart moeten ze namelijk wachAchttien jaar geleden werd hij groots ten totdat de inkomsten van de verkoop aangekondigd en nu is hij er eindelijk: worden verdeeld via een vaste sleutel, de OV-studentenchipkaart. Wat een jumaar met de chipkaart krijgen ze het weel van een kaart! Wat een toevoeging geld direct van de reiziger. Het opnieuw aan het reisgenot! Nooit meer problevaststellen van die verdeelsleutel voor men met je OV-jaarkaart. Voortaan mag de strippenkaart kost het ministerie van een computer uitmaken of je gratis mag Verkeer & Waterstaat elke keer enkele reizen en zo niet, dan schrijft hij het geld miljoenen. Bij Onderwijs, Cultuur en gewoon van je rekening af. Nooit meer Wetenschappen hebben ze nu nog een van die lastige strippenkaarten die je duur contract (ook enkele miljoenen) een jaar na een prijsverhoging weg kunt met de postkantoren om elk jaar 800.000 gooien (en die je met een beetje lipgloss dure geplastificeerde OV-jaarkaarten uit oneindig lang kunt gebruiken). Nooit te delen. Die ministeries zijn dus goedmeer kaartjes kopen in een wachtrij van koper uit en de vervoerders krijgen hun vijftien man terwijl de trein, punctueel geld direct. als altijd, voor je neus wegrijdt. De zegeDe vraag is dan welke voordelen de ningen zijn legio. reiziger nou eigenlijk heeft. Met de chipNu, na de invoering van de chipkaart kaart hoef je in principe nooit in te zitten voor alle studenten, weten we wel beter. over de vraag of je wel genoeg saldo op je Er kon veel fout gaan en er is veel fout kaart hebt. Als je een negatief saldo hebt gegaan. Lange wachtrijen voor activeerkun je gewoon niet verder, maar kun je terminals, verkeerd of te laat verspreide je kaart natuurlijk wel weer opladen. Dat kaarten en vooral een eindeloze stroom kan ook om drie uur ’s nachts, terwijl S DIE aan vragen. Op stations kun je kiezen STCU D dat tijdstip in de meeste plaatsen Hje ULop uit vier verschillende oplaadterminals alleen maar voor de Albert Heijn kunt die er allemaal anders uitzien, maar bij bivakkeren om een strippenkaart los te geen enkele kun je de rit die je wilt mapeuteren. Maar dan moet er wel een opken op je kaart ‘laden.’ Voor studenten laadterminal in de buurt zijn. Als ik naar is de definitieve invoering ook nog eens mijn achternicht in Annerkuttenveen vele malen verschoven. Ook de vervloewil reizen en ik kom er daar achter dat kingen zijn legio. ik een negatief saldo op mijn chipkaart Die problemen waren eigenlijk voor heb, dan wordt het nog een leuk grapje de invoering al duidelijk. De vervoersbeom thuis te komen. drijven en het ministerie van Verkeer en Het uitchecken is misschien wel het Waterstaat hadden zelf nauwelijks een grootste nadeel van de kaart. Als driebeeld van de eisen waaraan de chipkaart honderd mensen uit een trein willen nou eigenlijk zou moeten voldoen. De stappen en uit willen checken, dan gaat Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) dat niet zo lekker en zeker niet zo snel. en andere consumentenorganisaties Daar mag je dus flinke opstoppingen voor OV-reizigers zegden daarop het ververwachten. Helaas moet je wel uit-

checken, omdat je anders je ‘instaptarief’ kwijt bent, dus een sprintje trekken om je krappe aansluiting te halen is er niet meer bij. Waar je vroeger in de rij stond om een kaartje te halen en in te stappen sta je nu dus in de rij om uit te stappen en af te rekenen. De kosten lijken tot nu toe ook hoger uit te vallen. In ieder geval is de reis per bus her en der duurder geworden door de afschaffing van zones. Overstappen moet je binnen vijfendertig minuten doen. Anders vindt het systeem dat je niet hebt uitgecheckt. Een reis van Groningen naar Nijmegen via Den Haag met een tussenstop van twee uur in de Koninklijke Bibliotheek wordt nu dus opgedeeld in twee enkele reizen die samen flink duurder zijn. Het eerste voorbeeld kost € 20,80, het tweede € 29,70. Dus wie heeft er baat bij de chipkaart? Ik ontdek vooral voordelen voor de overheid en de vervoerders. Als reiziger ben je voorlopig duurder uit en moet je langer wachten bij het uitstappen. Misschien stijgt het gemiddelde IQ van de Nederlandse reiziger door alle zaken waar hij of zij op moet letten wel met een punt. Toch lijkt me dat geen reden om zo’n verandering door te voeren. 

Heb je vragen over de studentenchipkaart? Ga naar www.studentenov-chipkaart.nl.


4

Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

Compensatie voor duurdere tweede studie IBG voortaan DUO Studenten hebben vanaf 1 januari geen schulden meer bij de Informatie Beheergroep, maar bij DUO. De Dienst Uitvoering Onderwijs is een fusie van de IB-groep met de Centrale Financiën Instellingen. Met de fusie moeten de administratieve lasten voor onderwijsinstellingen worden teruggebracht. De aparte websites van de IBG en CFI blijven voorlopig bestaan en ook blijven de kantoren apart gehuisvest. Nieuwbouw is voor de IB-groep in aantocht. De locatie van de nieuwe DUO-website wordt www.ocwduo.nl omdat duo.nl al bezet was. Naast schulden opbouwen kun je bij DUO ook inburgeringscurcussen doen.

Aantal studenten eindelijk bekend Er zijn zo’n 35.000 uitwonende studenten in de stad, zo blijkt uit onderzoek van de gemeente Groningen. Onder hen zijn 3.000 internationale studenten. Hiermee is het raadsel van het aantal uitwonende studenten opgelost; tot nu toe kon geen enkele instantie hier uitsluitsel over geven, zelfs de IBG/DUO niet. Er zijn zo’n 2400 kamers te weinig. Daarnaast is bijna 40% van de studenten niet tevreden te over de eigen woonruimte, meestal vanwege een te kleine kamer. Het onderzoek van de gemeente was ook gericht op het in kaart brengen van mogelijke locaties voor extra studentenwoningen. De werkgroep die het onderzoek uitvoerde vindt “dat er uitstekende kwaliteit geboden moet worden om studenten te verleiden tot het wonen in grootschalige complexen” met voldoende winkels in de buurt. Voor 2014 moeten er 4500 extra ‘wooneenheden’ bij komen; de werkgroep ziet ruimte voor zo’n 3800 permanente kamers en 1800 tijdelijke.

Ankersmit vertrekt Dit jaar gaat RUG-kopstuk Frank Ankersmit, hoogleraar theoretische en intellectuele geschiedenis, met emeritaat. Studenten en promovendi hebben al gewaarschuwd dat met Ankersmits vertrek de vooraanstaande positie van de RUG op dit terrein op het spel komt te staan. Ankersmit staat in hoog aanzien en het is nog onduidelijk of er een vervanger wordt benoemd. De RUG organiseert in januari een congres over het werk van Ankersmit met sprekers van vooraanstaande universiteiten.

Onder druk van de studentenorganisaties LSVb en ISO heeft minister Plasterk financiële compensatie beloofd aan studenten die twee masteropleidingen volgen. De compensatie is nodig omdat het collegegeld voor een tweede masteropleiding is vrijgegeven in de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) die in juli door de Tweede Kamer werd goedgekeurd. Instellingen mogen dus in de toekomst zelf bepalen hoe duur de tweede master is. In 2007 sloten ministerie, hogescholen, universiteiten, LSVb en ISO een convenant over de kosten van de tweede studie: studenten die al begonnen zijn, mogen hun master tegen wettelijk collegegeld afmaken. Houdt een instelling zich daar niet aan, dan belooft Plasterk subsidie voor (sommige) gedupeerde studenten. De subsidieregeling moet in ieder geval de komende drie jaar gelden. Hoe de regeling er precies uit gaat zien is niet bekend. Plasterk deed zijn beloften in de Studentenkamer, een regelmatige overlegsessie tussen zijn ministerie en studentenvertegenwoordigers.

Wil jij stufi? De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) wil weten wat voor studenten de gevolgen zijn van een eventuele afschaffing van de studiefinanciering. De LSVb wil in een enquête van (aankomend) studenten weten of zij zullen kiezen voor korter studeren, meer schuld opbouwen, minder tijd steken in studeren en meer in bijbaantjes, of minder extracurriculaire activiteiten zullen ondernemen. Ook wil de LSVb weten of studenten na hun studie liever hun schuld afbetalen, of in plaats daarvan een studiebelasting willen betalen. De LSVb vreest dat de studiefinanciering zal sneuvelen, zonder dat er duidelijk is gekeken naar de gevolgen van de afschaffing. Daarom wil de LSVb nu zélf de gevolgen in kaart brengen door middel van een enquête. www.wiljijstufi.nl

Rectificatie In de vorige editie stond een artikel over wijzigingen in de Wet Hoger Onderwijs (WHW). Er staan helaas twee onjuistheden in het artikel: in de nieuwe wet wordt wél geregeld dat bij een klacht over een docent, deze docent geen zitting neemt bij de beraadslaging in de examencommissie. Daarnaast krijgt de medezeggenschap via het bestuurs- en beheersreglement wel degelijk inspraak op de wijze waarop het centrale juridische loket wordt ingericht.


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

5

De vierjaarlijkse stoelendans De zetels in de gemeenteraad van Groningen worden op woensdag 3 maart opnieuw verdeeld. De verschillende partijen zijn dan ook druk in de weer om zieltjes te winnen. Nait Soez’n legde de verkiezingsprogramma’s eens langs de studentenmeetlat om te zien wat de partijen in petto hebben voor Groningen als studentenstad. door Lars Buitinck en Marcel Trip Over de RUG en de Hanzehogeschool heeft de gemeente weinig te vertellen en de onderwijsplannen van de meeste partijen zijn dan ook vooral gericht op basisscholen en middelbare scholen. Waar de gemeente wél over gaat, is studentenhuisvesting. Al jaren wordt in Groningen de ene na de andere norm gesteld aan hoeveel studentenhuizen er per straat/buurt mogen zijn. Tot 2005 mocht niet meer dan negen procent van de huizen in een straat

kamerverhuurpanden zijn. Die norm verdween onder druk van o.a. de GSb. In 2007 kwam er een nieuwe norm, ditmaal van 15% per buurt. Het zijn vooral de buurtorganisaties die dit soort normen bepleiten, om de overlast van studenten tegen te gaan. Daarnaast bleek uit onderzoek van de gemeente dat er ongeveer 2400 studentenkamers te weinig zijn in Groningen. Ook zijn huisjesmelkers een probleem voor veel studenten, omdat die te hoge

huurprijzen vragen of panden niet goed onderhouden. De Groninger Studentenbond richtte in 2008 een huurteam op om studenten te helpen wanneer ze te veel huur betalen of als hun huurrechten op een andere wijze met de voeten worden getreden. De gemeente wilde zelf geen tijd en geld steken in het opzetten van een dergelijk huurteam. Redenen genoeg om de verkiezingsprogramma’s eens na te lezen op de plannen voor studentenhuisvesting.

CDA (3 zetels) Het CDA wil dat studentenhuizen meer geconcentreerd worden gebouwd. Bijvoorbeeld op locaties als de Eendrachtskade, de Lissabonstraat, CiBoGa, de Friesestraatweg, Paddepoel en op het terrein van de voormalige Suikerunie. Het CDA is niet voor het bouwen van een campus, maar wil een goede spreiding van studenten door de stad. Daarnaast moeten huisjesmelkers ‘hard aangepakt’ worden. Hoe precies wordt uit het programma nog niet duidelijk. Ook moet overlast vanuit studentenhuizen ‘voortvarend worden aangepakt.’

kamerverhuurpanden meer bij komen, zoals recentelijk gebeurde in Selwerd. De socialisten willen kamerbewoning in leegstaande kantoorpanden bevorderen. Kraken “moet mogelijk blijven.” Verder moet er veel aandacht besteed worden aan de controle van brandveiligheid. De SP wil ook dat de gemeente huurteams gaat ondersteunen.

niet altijd even duidelijk. Student & Stad was één van de partijen die als felste streed tegen de 15%norm en blijft dit principe trouw. Verder zijn we één van de weinige partijen die iets te zeggen hebben over de openingstijden van de horeca: die moeten vrij blijven.

GroenLinks (5 zetels, één wethouder) GroenLinks wil dat de gemeente subsidie gaat verstrekken voor huurteams. Verder wil men door grootschalige nieuwbouw en door het ombouwen van leegstaande kantoorpanden het tekort aan studentenkamers terugdringen. Wat betreft de 15%-norm wil GroenLinks dat er een norm komt per woonblok waarbij rekening gehouden wordt met het soort woningen. Zo kunnen er makkelijk veel studenten in een winkelwijk, maar niet in een woonblok met gehorige woningen. SP (7 zetels, 2 wethouders) De SP wil geen studentencampus aan de rand van de stad, maar spreiding van studenten over de stad. De SP, die naar eigen zeggen goede contacten onderhoudt met buurtorganisaties, is daarom voor de 15%-norm. In ‘speciale situaties’ moet ook zonder de 15%-norm besloten kunnen worden dat er in wijken geen

PvdA (12 zetels, 3 wethouders) De PvdA wil meer kleine concentraties van studentenwoningen. Opvallend is het pleidooi voor speciale ‘masterwoningen’ voor studenten die alleen voor een master naar Groningen komen. De sociaaldemocraten zijn ook voor handhaving van de 15% norm. Daarnaast moet er streng worden opgetreden tegen overlast door studenten en moet er met studentenverenigingen overlegd worden om overlast van verenigingspanden tegen te gaan. Stadspartij (2 zetels) De Stadspartij ziet wel wat in een campus op Zernike of op het Suikerunieterrein, maar wil studenten niet verplichten daar te wonen. Verder heeft de partij weinig te melden over studenten. Student & Stad (één zetel) Het eerst wat opvalt bij “dé studentenpartij” is hoe uitgebreid hun verkiezingsprogramma is: waar S&S zich vroeger beperkte tot een aantal punten die studenten direct aangaan, lijkt de partij nu overal een mening over te hebben. Helaas zijn de keuzes die gemaakt worden

D66 (2 zetels) De vrijzinnigen zijn in hun programma tegen de 25%-norm. Vermoedelijk bedoelen ze hiermee de 15%-norm. De partij is voor het instellen van huurteams. Daarnaast moet er een breed aanbod aan verhuur zijn “om de machtsverhouding tussen huurder en verhuurder gezond te houden”. D66 wil verder dat de gemeente investeert in onderzoeken van RUG en Hanzehogeschool. VVD (5 zetels) De VVD wil dat er voornamelijk meer zelfstandige wooneenheden worden bijgebouwd. Daarnaast moet de gemeente leegstand aanpakken en de procedure voor het ombouwen van leegstaande kantoorpanden tot woonruimte versnellen. Ook de VVD is voor het streng aanpakken van overlast uit studentenhuizen. ChristenUnie (2 zetels) De ChristenUnie is voor clustering van studentenwoningen in plaats van studentenhuisvesting in de woonwijken. Verder willen ze regelmatige controles op brandveiligheid. 


6

Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

Digitaal ≠ duurzaam Om de e-reader goed in de markt te zetten, roepen producenten dat de digitale boekenkast duurzamer is dan de papieren variant. De argumenten die de groenheid van het e-book moeten bewijzen, snijden echter geen hout. door Nicole Besselink “Geef alle Groningse gemeenteraadsleden een e-reader”, schreef raadslid Jacob Bolhuis (Stadspartij) eind 2009 aan zijn collega’s. Dat zou de gemeente per jaar 24.000 euro besparen en bovendien zo’n 240.000 dubbelzijdig bedrukte A4’tjes schelen, rekende Bolhuis voor “uit de losse pols.” Het zou niet alleen de kosten reduceren, maar ook een “enorme besparing” voor het milieu zijn, aldus de gadgetman. “Het past prachtig in het concept om duurzaamste stad te worden.” Bolhuis’ oproep lijkt prima te passen in de duurzame boodschap die de gemeente Groningen uit wil dragen. In Nederland gebruikten we in het jaar 2000 per persoon gemiddeld tweehonderd kilo papier. Dat is meer dan een halve kilo per dag. Voor al dat papier gaan talloze bomen tegen de vlakte. Zo werden in 2008 in de Verenigde Staten 125 miljoen bomen gekapt om de kranten en tijdschriften te kunnen drukken, zo berekende onderzoeksbureau Cleantech. Dat kán niet goed zijn voor het milieu, denk je dan. Immers, hoe minder papier, hoe beter. Toch? In principe wel, maar dat de e-reader niet van papier is gemaakt, maakt hem niet meteen een duurzaam alternatief. Met de komst van betaalbare e-readers lijkt het digitale verhaal aan populari-

teit te winnen. Internetwinkel Bol.com verkocht er in paar maanden tijd 10.000. Grote broer Amazon verkocht in 2009 ruim een miljoen exemplaren van zijn Kindle. Tijdens de Kerst wist de Amerikaanse internetgigant zelfs meer e-books dan gewone boeken te verkopen. Eén van de redenen van de goede verkoop van de e-reader, is dat producent en consument het leesmiddel als duurzaam alternatief voor het boek zien. “Save a tree, buy a Kindle”, schrijft ict-professional Michael Ciranski op zijn blog. “Maar,” waarschuwt Don Corli van SustainCommWorld, al 25 jaar een deskundige op het gebied van communicatie en duurzaamheid, “het is een misvatting dat digitale media per definitie groener zijn. Computers, e-readers en mobiele telefoons groeien niet aan de boom. Bovendien is hun energieverbruik ook niet bepaald duurzaam te noemen.” Ook als je naar de levenscyclus van een e-reader kijkt, is deze gadget lang niet zo groen als sommigen denken, stelt Corli in een interview met marketingwebsite Metaprinter. Om e-readers te maken zijn metalen en mineralen nodig die goedkoop uit de grond worden gehaald in landen waar weinig milieurichtlijnen zijn. Die mijnbouw mag dan goed zijn voor de lokale werkgelegenheid, de gevolgen voor het milieu en de landbouw zijn vaak niet te overzien. Bovendien wordt voor e-readers veel plastic gebruikt, ook geen product dat aan bomen groeit. En dan gaat het alleen nog maar over de productie. Een ereader heeft natuurlijk ook elektriciteit nodig. “En die e-readers gaan ook niet eeuwig mee. Oude elektronica veroorzaakt de op een na grootste stroom van door mensen gemaakt giftig afval op aarde.”

Het aloude papier lijkt op die punten beter te scoren. Het is een natuurlijk product, gemaakt van hout dat vier tot zes keer gerecycled kan worden. Daarnaast kunnen bomen steeds opnieuw worden aangeplant, terwijl de aardvoorraad zeldzame metalen ooit op zal raken. Van al het gebruikte papier en karton werd in Nederland in 2000 zo’n 63% ingezameld en hergebruikt, waardoor tegenwoordig niet hout, maar oud papier de belangrijkste grondstof voor papier en karton is. In 2000 produceerde Nederland ruim 3,3 miljoen ton papier en karton, waarvan 75 procent van oud papier en karton is gemaakt en slechts 25 procent van hout. Voor die krant op je deurmat is dus niet per se een boom tegen de vlakte gegaan. Waarom denken raadslid Bolhuis en met hem vele anderen dat een e-reader duurzamer is dan papier? Omdat veel mensen zich meer voor kunnen stellen bij het kappen van een bos dan bij het uitputten van goudmijnen diep onder de grond in het verre Zuid-Afrika. Omdat mensen denken dat voor elke krant bomen gekapt worden, maar vergeten waar een computer van wordt gemaakt. Omdat mensen niet weten dat er meer bomen worden geplant dan gekapt – hoewel zo’n boompje natuurlijk niet meteen een boom is. Omdat mensen blijkbaar niet weten dat er keurmerken bestaan als FSC en PEFC die garanderen dat het gebruikte hout niet illegaal is gekapt. Die keurmerken garanderen herplant en duurzaamheid. Natuurlijk, het blijft een ingewikkelde discussie. Niet al het papier heeft het FSC-keurmerk en de bosbouw is lang niet overal een schone industrie. Ook is de inkt die voor boeken, kranten en tijdschriften gebruikt wordt, nog lang niet heilig. Initiatieven zoals het pas geïntroduceerde, duurzame lettertype Ecofont, waarbij puntjes worden geprint in plaats van de hele letter, zijn wel een stap in de goede richting. Papier kan dus nog groener en biedt veel duurzame mogelijkheden, iets wat lastiger is voor de e-reader, ook al zijn er dan “no trees harmed in the process.” 


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

7

Kies ik bewust? Het ‘Ik kies bewust’-logo voor etenswaren helpt mensen niet om er een gezondere levensstijl op na te houden. Het prijst zelfs snoep als ‘bewust’ aan. Het zou beter zijn als het logo alleen aan écht gezonde producten wordt toegekend. door Paulien Vinke Er zit een familie aan de ontbijttafel, en de sinaasappelsap wordt omgewisseld voor een ander pak waarop prominent het ‘Ik kies bewust’-logo prijkt. ’s Avonds wordt de rode pastasaus omgewisseld voor een andere pot, mét het logo uiteraard. De nieuwe commercial van het ‘Ik kies bewust’-logo stoort mij, als aankomend diëtiste, mateloos. Het suggereert dat het ene pak sinaasappelsap of pastasaus gezonder is dan het andere en dat je ze kunt onderscheiden door middel van het logo. In werkelijkheid is het grootste verschil dat het ene bedrijf zich aangesloten heeft bij de Stichting Ik Kies Bewust en elk jaar een smak geld betaalt om dat logo op zijn product te zetten en de ander dat niet doet. Het tv-programma Keuringsdienst van Waarde liet vorig jaar al zien hoe idioot de praktijk achter het logo is. Een biologische fruitboer maakte vers sap van zijn vruchten en wilde het logo voeren. Hij kreeg echter nul op het rekest omdat zijn verse, biologische sap niet aan de gestelde normen voldeed. Het bevatte net niet voldoende vezels. Iets wat niet zo vreemd is, gezien het feit dat vruchtensappen van nature vrijwel geen vezels bevatten. Het sap van een andere producent voldeed wel aan de normen omdat er fijngesnipperde kool en vitamine C aan toegevoegd werden. De Stichting Ik Kies Bewust zegt gezondere voeding in Nederland te willen stimuleren. Het logo heeft daarom als doel om het voor de consument gemakkelijker te maken binnen iedere productgroep een gezondere keuze te maken, waardoor men minder verzadigd vet, transvet, zout en suiker binnen krijgt. Daarnaast wil de stichting productinnovatie stimuleren, zodat ons eten en drinken uiteindelijk minder van deze stoffen bevat. De stichting vindt het ook belangrijk dat consumenten en het bedrijfsleven goed worden geïnformeerd. Een nobel streven, dat mag gezegd worden. De stichting slaat echter op een aantal punten de plank mis. Ten eerste informeert de stichting de consument vooral door middel van reclames. De hierboven beschre-

ven reclame is daarbij misleidend. Rode pastasaus is hoe dan ook gezond, ongeacht of het logo op de pot staat of niet. Dit in tegenstelling tot sinaasappelsap, dat volgens de dieetleer juist niet per se een gezonde drank is, omdat het vaak veel suiker bevat. Dat geldt trouwens voor alle niet vers geperste sappen. De reclame zegt bovendien dat het logo je helpt gezonder te eten zonder dat je daarvoor je manier van eten of je keuze voor een bepaald soort voedingsmiddel hoeft aan te passen. Het grootste probleem bij mensen die ongezond eten zit hem echter juist in hun manier van eten en de keuze van het soort producten. Gezonder leren eten begint bij je keuze voor een bepaald voedingsmiddel. Basisvoedingsmiddelen zijn eigenlijk altijd een gezonde keuze. Denk daarbij aan de schijf van vijf: brood, aardappelen, pasta, rijst, groente, fruit, melkproducten, kaas, vleeswaren, olie, boter en water zijn allemaal basisvoedingsmiddelen. Deze zijn niet of nauwelijks bewerkt en daardoor precies zoals de natuur ze bedoeld heeft. Door het logo ook toe te kennen aan productgroepen zoals snoep en snacks, maak je het voor de consument helemaal niet duidelijk dat sommige niet-basisvoedingsmiddelen per definitie geen gezonde keuze kunnen zijn. Dat deze stelling waar is, bewijst de FAQ op de website van de stichting zelf al. Hier staan namelijk al meteen vijf vragen en antwoorden om de ontstane verwarring van consumenten op dit gebied te verhelderen.

Warenwettelijk gezien mogen enkele voedingsmiddelen sowieso niet in aanmerking komen voor het logo. Dat zijn voeding voor kinderen onder de één jaar, supplementen, voedingsmiddelen voor gebruik onder medisch toezicht en producten met meer dan 1,2% alcohol. Dit zijn tegelijk ook de enige producten die de stichting ik kies bewust uitsluit van het logo. Van mij zou het lijstje producten dat niet in aanmerking komt voor het logo wel wat uitgebreider mogen. De stichting zegt ook productinnovatie te willen stimuleren, zodat kant-en-klare voedingsmiddelen in de toekomst minder zout, suiker en slechte vetten bevatten. Aan basisproducten hoef je helemaal niet te sleutelen, die zijn van zichzelf al gezond. Innovatie van snoep en snacks om ze ‘gezonder’ te maken, moet je gewoon niet willen. Je kunt mensen beter leren dat deze producten niet thuishoren in de categorie ‘gezond voedsel’ en dat ze deze producten niet zoveel moeten gebruiken. Dat is heel helder, alleen willen mensen het niet horen en bedrijven evenmin. Het ‘Ik kies bewust’-logo zegt mensen te willen helpen met het maken van een bewustere keuze. Echt bewust kiezen vereist echter erkenning dat mensen eigenlijk al lang weten wat gezond eten inhoudt maar dat ze dat alleen nog moeten leren toepassen. Een handig geheugensteuntje daarbij is dat hoe minder een product bewerkt is, hoe gezonder of ‘bewuster’ het product is. Daar heb je geen logo voor nodig, maar slechts gezond verstand. 


8

Nummer 3 38e jaargang

Nait Soez’n

Wie verdient er aan Haïti? De humanitaire hulp aan Haïti is in veel gevallen minder hartverwarmend dan het lijkt. Haïti is voor veel bedrijven die een helpende hand toesteken voornamelijk een opportunistische investering. Ze zouden zich moeten schamen. door Jelmer Mommers Tijdens de hulpactie aan Haïti sprongen alle bedrijven met een beetje gevoel voor marketing in de mix. Thuisbezorgd.nl doneerde voor iedere bestelde pizza een euro. Door vakantiesite vaya.nl werd maar liefst 50 euro per nieuwe boeking gedoneerd aan giro 555. Het onuitgesproken motto: “Jij blij (vakantie!), Haïti blij (euro’s!), wij blij (omzet!).” In Amerika deden alle grote jongens mee, van Walmart tot Citigroup, van McDonalds tot Microsoft. Er is al meer dan een miljard ingezameld. Toen de wereld samenkwam om iets soortgelijks te doen na de tsunami van december 2004 wisten maatschappelijke organisaties van de weeromstuit niet wat ze met al dat geld moesten, maar dat terzijde. Hoe snel zou een radeloze Haïtiaan instemmen als je hem vraagt of hij onmiddellijk voedsel, een tijdelijk huis, en ordehandhaving wil? Maakt het dan uit dat een deel van de gevers helpt om er zelf ook beter van te worden? Geven en helpen zijn natuurlijk nooit helemaal vrij van eigenbelang. Als ik iemand een cadeau geef, wil ik daar minstens één bedankje voor terug. Als ik iemand help, voel ik me zelf ook beter. Altruïsme is zelfliefde met een omweg. Maar daar zijn wel gradaties in. Bedrijven die nu onder het mom van ‘maatschappelijk verantwoordelijk ondernemerschap’ snel goede sier proberen te maken met hun vrijgevigheid, zijn cynische gieren. Want als de media niet meer meekijken is het grotendeels gedaan met de naastenliefde. Grote bedrijven brengen ons dagelijks briljante producten. Vooral in het westen plukken wij daar de vruchten van. Maar laten we onszelf nou niet voor de gek houden. Als bedrijven onze vriend willen zijn, of de vriend van een Haïtiaan waar ze vóór 12 januari nog nooit ene fuck om hadden gegeven, moeten we niet thuis geven. De pijnlijke waarheid is dat de verschrikkelijke ramp in Haïti zich voor opportunistische ondernemingen presenteert als een podium met een spotlight.

De bedrijven met ballen gaan tegen een kleine betaling in het felle licht staan om met een beteuterde woordvoerderskop te vertellen hoe erg ze het allemaal vinden. Gelegenheidsfilantropie, ik vind het lelijk en hypocriet. Of ben ik hier de hypocriet? Is het niet per definitie goed dat er nu geld naar Haïti gaat? Is er wel onderscheid te maken tussen verlicht eigenbelang – ik geef omdat ik me daar beter door voel – en gierig opportunisme – ik geef om geld te verdienen? Wat het antwoord op die vragen ook is, in Amerika hebben we deze week de pure vorm van perverse filantropie in actie gezien. Uren na de ramp bood een vereniging van bedrijven uit de peace and stability operations industry haar diensten aan voor iedereen die ze wilde inkopen (duur!). Tussen die gehaaide bedrijven zat Triple Canopy, dat met name in Irak geld verdient. Een huurlingenleger dat groot is geworden door oorlog te voeren in de blinde vlek van het recht. En dan is er natuurlijk de Amerikaanse overheid, sowieso al niet vies van een beetje inmenging in Haïti. Een conserva-

tieve columnist riep de Amerikaanse regering nog geen dag na de aardbeving op nieuw gecreëerde kansen in Haïti te grijpen. Het doet akelig veel denken aan wat Naomi Klein de shock doctrine noemt: impopulair beleid wordt in de nadagen van een ramp doorgedrukt, als de inwoners geen weerstand kunnen bieden omdat ze in staat van shock verkeren. Bij dergelijk rampkapitalisme horen ook bedrijven die snel na een ramp lobbyen om contracten voor acute wederopbouw, en voor de vele jaren daarna. De hele wereld bemoeit zich dezer dagen met het lot van de Haïtianen. Dat is maar goed ook, ze hebben hulp nodig. Het is mooi om te zien dat het deel van de wereldbevolking dat daar rijk genoeg voor is, samen kan komen om de minder bedeelden te helpen. Maar ieder bedrijf dat dat doet als marketingstunt of uit kil eigenbelang, iedere burger die volgende week weer op z’n apathische reet blijft zitten, iedere politicus die hierna weer met de volgende wind meewaait, is een klap in het gezicht van onze zogenaamde menselijkheid. 


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

9

Zesjescultuur bij communicatieopleiding Niet zo lang geleden was de opleiding Communicatie aan de Hanzehogeschool een van de beste van Nederland. Helaas is dat tegenwoordig wel anders, meent een van de studenten. Steeds meer communicatiestudenten zoeken hun heil in Leeuwarden of gaan iets heel anders studeren. Ook in de beroepspraktijk is een aanzwellende klaagzang op het afstudeerniveau te horen. door Ruben Veldhuis Het Instituut voor Communicatie en Media van de Hanzehogeschool is de laatste jaren flink opgeknapt met ambitieuze projecten en moderne architectuur. Toch is dit slechts uiterlijk vertoon, want de onderwijskwaliteit blijft achter. De kern van het probleem is dat de opleiding studenten demotiveert. Zo komt het voor dat docenten een eerste les beginnen met de vraag of een van de studenten misschien wat lesmateriaal heeft voor het vak. Ze weten namelijk zelf niet hoe ze de les moeten invullen en generen zich niet om dat ook te melden. Weer anderen denken dat PowerPoint een wondermiddel is en lezen de lessen op van de sheets. Dan zijn er nog de docenten die tevens een eigen bedrijf hebben in de communicatiebranche. De Hanzehogeschool is trots op de connectie met de beroepspraktijk: studenten zouden liever zien dat hun ondernemende docenten konden lesgeven. Zesjescultuur Bij kwalitatief goed onderwijs wordt een ijverige student beloond, maar bij de opleiding Communicatie is de ‘zesjescultuur’ de norm. Studenten die deadlines niet halen, niet aan de eisen voor opdrachten voldoen en zelfs liegen dat ze dat dossier écht hebben ingeleverd ronden het vak met eenzelfde voldoende af als studenten die hun werk keurig voor elkaar hebben en zelfs iets extra’s

doen. De coach stelt tijdens projectvergaderingen met een strak gezicht vragen die aangeven dat hij de met bloed, zweet en tranen geschreven rapporten niet eens leest. Vervolgens waardeert hij het project met een mooi cijfer, gebaseerd op de hoeveelheid pagina’s die het rapport telt. Anderen zijn te vermoeid om kritisch te kijken naar de grote niveauverschillen van ingeleverde opdrachten en geven iedereen maar een 7. En wie denkt dat een goede beheersing van de Nederlandse taal belangrijk is binnen de studie, heeft het mis. Uit gesprekken met communicatieprofessionals blijkt dat stagiairs en afgestudeerden van de Hanzehogeschool geen goede reputatie hebben als het om stijl en spelling gaat. De opleiding doet hier echter weinig mee: rapporten vol spelfouten, persberichten die vooral op essays lijken of plagiaat, het wordt allemaal geaccepteerd. Er gelden überhaupt bijzondere beoordelingsnormen. Zo is het slim om naar de lessen te gaan en af en toe een vraag te stellen, of de indruk te wekken dat je ijverig aantekeningen zit te maken. Dan zijn sommige docenten bereid om enkele foute antwoorden van je tentamen goed te rekenen, zodat je een voldoende krijgt. Door jezelf geliefd te maken bij je docenten geniet je een voorkeursbehandeling waar anderen tegen een muur van onwelwillendheid aanlopen. Ook kan het lonen om de naam van een andere docent boven je tentamen te zetten. Het is een publiek geheim dat de ene docent veel door de vingers ziet waar een ander driftig de letter van de wet volgt. Een slechte voorbereiding op je tentamen hoeft trouwens sowieso geen probleem

te zijn: de juiste antwoorden gonzen gewoon door de tentamenzaal. Hoge cijfers halen door noeste arbeid is hopeloos achterhaald binnen de opleiding; met ‘strategisch inzicht’ schop je het veel verder. Geen wonder dat er op grote schaal gefraudeerd en geplagieerd wordt. Niet alleen studenten gaan berekenend te werk, ook het instituut zelf kan er wat van. Het binnenhalen van studenten lijkt belangrijker dan het vasthouden ervan. Op open dagen word je warm gemaakt voor mooie opties binnen de studie: wat te denken van een leuke, leerzame buitenlandstage, je eigen vakkenpakket samenstellen in een zogeheten vrije ruimte of een boeiende afstudeerrichting? Heel spannend allemaal, totdat blijkt dat het regelen van die buitenlandstage kan bij het bureau buitenlandstage dat – o ja, oeps – is opgeheven. En dat de vakken die je wilde gaan volgen in je vrije ruimte helemaal niet meer worden aangeboden. Of dat de afstudeerrichting van je keuze geschrapt wordt, zodat je niet meer weet waarom je deze opleiding zou willen blijven doen. En als je dan toch nog ergens wat energie vandaan weet te schrapen om die buitenlandstage zelf te regelen, wordt je binnen het instituut van het kastje naar de muur gestuurd. Het communicatieonderwijs op de Hanzehogeschool doet je afvragen welk soort professionals het instituut de arbeidsmarkt op wil duwen. 


10

Nummer 3 38e jaargang

Nait Soez’n

Actievoeren kan zeer succesvol zijn Een groep studenten bezette op 26 november het bestuursgebouw van de RUG uit protest tegen bindend studieadvies (bsa), vóór volledig medebestuur door studenten en vóór een verklaring van de RUG tegen onderwijsbezuinigingen vanuit Den Haag. Wat is er bereikt? Enkele bezetters maken de balans op. Naam en adres bij de redactie bekend Vóór de bezetting was de meerderheid van de student-leden weggelopen uit de universiteitsraad omdat zij daar buitenspel waren. Nadat het diplomatieke proces duidelijk tekort had geschoten voelde een groep studenten de noodzaak in te grijpen, door het bezetten van het bestuursgebouw en onderhandelen met het bestuur. Aan het eind van de dag waren de eisen van de studenten grotendeels ingewilligd. De RUG was bereid samen met studenten op te trekken tegen Den Haag, het harmoniemodel zou worden hersteld [oorspronkelijke eis was medebestuur, red.] en het zogeheten Rotterdamse model zou worden voorgelegd aan de stuurgroep-bsa en de universiteitsraad [oorspronkelijke eis was géén bsa]. Dit model bestaat uit een 40-puntenregel en een propedeuse-in-twee-jaar-regel (p-in-2), waarbij een student die niet 40 punten heeft behaald in zijn eerste jaar,

onder voorwaarde van aantoonbare inzet en studiebegeleiding alsnog door mag naar het tweede jaar en dan in de p-in2-regeling valt. Uit onderzoek van Gerard Baars [Erasmus Universiteit] blijkt dat ongeveer een derde van de studenten die afvallen na een 40-puntenregel, wel de propedeuse in twee jaar haalt en verder ook een goed studieverloop kent. Dit model is volgens de bezetters de minst schadelijke en dus meest acceptabele variant van een bsa. Dit is het meest vérgaande compromis dat op deze dag mogelijk was. Inmiddels is het januari en bleek dat de Faculteit Medische Wetenschappen voornemens is het Rotterdamse model in te voeren. In een overleg in januari is ook het Harmoniemodel daadwerkelijk hersteld. Een direct verband tussen het voornemen van de medische faculteit en het herstellen van het harmoniemodel ener-

(advertentie)

zijds en de bezettingsactie anderzijds is moeilijk hard te maken. Het is wel frappant dat deze zaken zich in zo’n kort tijdsbestek afspeelden, een tijd waarin de medezeggenschap buitenspel stond. Was deze bezetting de eerste in een nieuw tijdperk, of de laatste stuiptrekking van een tegenbeweging die eigenlijk al lang dood was? De bezetters putten hoop uit het feit dat onze actie nationaal en zelfs internationaal bijval kreeg. Er is een groot aantal verzoeken om (bijvoorbeeld in Utrecht, Amsterdam en Nijmegen) langs te komen om onze ervaringen te delen. Dit sterkt ons in de overtuiging dat er wel eens een nieuwe, strijdbare studentenbeweging in de maak kan zijn. We kunnen concluderen dat actievoeren zeer succesvol kan zijn. Door radicale acties is het mogelijk om verbeteringen af te dwingen en een inspirerend voorbeeld te zijn voor anderen.  --Ingekort door de redactie.--


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

11

Welk succes? In november werd er voor het eerst sinds jaren weer eens een RUG-gebouw bezet. De inzet was meer inspraak voor studenten en een einde aan geplande bindend studieadvies. De bezetters wilden het werk van de universiteitsraad overdoen, maar lieten zich nog harder naaien dan Calimero. door Joris Heijn Eindelijk leven in de brouwerij voor volgers van de Groninger universiteitspolitiek op de dag dat iets minder dan 40 mensen het ambtenarenbolwerk van de RUG bezetten. Veel mensen hadden meteen hun mening klaar: ze voelden zich meegetrokken in de spanning die de actie met zich meebracht, of waren juist zuur dat ‘krakers’ hen belemmerden in hun werkzaamheden. Mensen die de actievoeders veroordelen als krakers hebben niet door dat kraken tot nu toe binnen de wet valt en het bezetten van een openbaar gebouw illegaal is. Niet dat illegale acties per definitie slecht zijn, maar dan moet je het wel goed kunnen verantwoorden tegenover jezelf en tegenover de buitenwereld. Aangezien de bezetters in hun mediacontacten gebruik maakten van valse namen, valt te bezien of de bezetters die verantwoording aandurfden. Als je als actievoerder achter je eigen daden staat, waarom verschuil je jezelf dan achter namen als ‘Boris’ en ‘Rosa?’ Zij eisen wel van het College van Bestuur van de RUG dat het verantwoording aflegt voor de eigen daden (zoals het invoeren van bsa), maar de bezetters zelf zijn kennelijk boven die plicht verheven. Verbazend was ook om te zien hoe slecht de bezetters inhoudelijk voorbereid leken op hun actie. Dit resulteerde erin dat zij uiteindelijk de actie beëindigden zonder door te hebben dat geen van hun eisen was ingewilligd. Ze verlieten het bestuursgebouw vreedzaam nadat zij een akkoord sloten met RUGvoorzitter Poppema over zeven punten, waarna ze de overwinning uitriepen. Terecht constateerde de Groninger universiteitskrant eerder al dat de bezetters blij waren gemaakt met ‘dode mussen.’ Zo was de initiële eis van de bezetters een extreme vorm van (studenten-) medezeggenschap in de vorm van ‘volle-

dig medebestuur’ en ‘instemmingsrecht op alle punten die de [universiteits]raad passeren,’ terwijl in het akkoord slechts staat dat het huidige systeem van medezeggenschap (het harmoniemodel) blijft zoals het is. Sinds wanneer is behoud van de status quo een succes? Daarnaast eisten de actievoerders dat het Bindend Studieadvies (bsa) niet zou worden ingevoerd en dat het RUG-bestuur samen met de bezetters om extra geld uit Den Haag voor onderwijs zou strijden. Het bsa komt er echter gewoon en het akkoord rept niet over extra geld uit Den Haag, maar over minder bezuinigingen. Kortom: de RUG gaat door met wat ze al deed, een bsa invoeren en haar huidige inkomsten veiligstellen. Weer

een status quo. Het akkoord lijkt daarmee een overwinning voor bestuursvoorzitter Poppema. Het enige dat hij de bezetters gunde in het akkoord was het niet-doen van aangifte tegen hen. Bovendien heeft hij de bezetters in slaap weten te sussen met de papieren belofte dat het harmoniemodel blijft. De praktijk blijft echter dat het harmoniemodel zwaar te lijden heeft onder de licht autistische vorm van bestuur van Poppema. Poppema kreeg tijdens de bezetting voor elkaar wat hem in de universiteitsraad niet lukte. Toen hij in dat laatste orgaan met een plan voor een bindend studieadvies kwam, lieten alleen de vier studenten van Calimero hun verzet ertegen varen. De andere acht studenten

liepen boos weg. Bij de bezetting hebben álle 40 studenten hun verzet tegen het bsa opgegeven. De bezetters hebben zich een nog groter oor laten aannaaien dan Calimero. Dat de bezetters zó met zich hebben laten sollen, heeft wellicht te maken met het feit dat velen van hen geen RUG-studenten waren. Het is nou eenmaal lastig om goed op de hoogte te zijn van de precieze situatie in Groningen als je studeert in Nijmegen of Duitsland. Het is daarbij de vraag hoe wenselijk het is dat studenten aan de Hanzehogeschool en andere niet-RUG-studenten zich gaan bemoeien met de vraag of er hier een bsa moet komen en hoe wij medezeggenschap willen invullen. Je kunt dit als ‘steun van buiten’ aan de RUG-studenten zien, maar het is arrogant om te denken dat het steunen van deze kleine groep bezettende RUG-studenten hetzelfde is als alle RUG-studenten vertegenwoordigen. Waarschijnlijker is dat het hier gaat om mensen met een hang naar het verleden, naar de protestgeneratie uit de jaren ’60 en de krakersrellen uit de jaren ’80. Mensen die net als vroeger ook ‘gewoon’ een keertje een gebouw bezet willen hebben. Het bezetten van openbare gebouwen is echter een dure hobby. Ondanks het algemeen heersende idee dat ambtenaren niets uitvoeren, is het namelijk vrij duur om tientallen ambtenaren één dag van hun werk te houden. Het is jammer dat de maatschappij nu opdraait voor deze kosten. Maar dat krijg je als de bezetters anoniem blijven en de RUG geen aangifte doet. Tegenover de kosten staan slechts twee baten: één dag media-aandacht voor het bindend studieadvies en ingelijste foto’s voor op de schoorsteenmantel van de bezetters. Zouden de bezetters zelf doorhebben dat ze met misplaatste idealen naar binnen gingen en naar buiten kwamen met Poppema’s loze toezeggingen, hun idealen ingeruild voor afkoping van vervolging? 


12

Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

Ode aan de twijfel We zijn de rijkste, meest vrije generatie ooit. We kunnen kiezen uit tig soorten kauwgom, Xbox of Wii, tandpasta mét of zonder streepjes. En het liefste kiezen we ervoor onze mond te houden. door Ewout van den Berg Rob Wijnberg is samen met Theo Maassen de enige vrije geest in Nederland waar ik stiekem een beetje vertrouwen in stel. Voor de rest gun ik mijzelf geen illusies. Samen bieden zij een kijkje in de ziel van de moderne mens: de één gewapend met een stapel boeken in zijn hoofd en de ander met persoonlijke verhalen en boerenverstand. In het boekje Boeiuh! Het stille protest van de jeugd schetst Rob Wijnberg een portret van een generatie: onze generatie. In tegenstelling tot de idealistische, vooruitgangsgezinde generatie ’68 zijn wij een groep in onszelf teruggetrokken, cynische consumenten. Onze onverschilligheid is tegelijkertijd onze grootste kracht, we laten ons niet meeslepen door grote verhalen en geloven niet meer in één waarheid. We blijven twijfelen. Een ideologie zullen wij de ander niet opdringen, simpelweg omdat we zelf ook niet graag de les worden gelezen. Wij accepteren geen autoriteit en luisteren niet naar politici met oplossingen. Dat is ons stille protest. Het boekje is populair onder studenten. Er zijn er al twee van verdwenen van de boekenplanken van de Universiteitsbibliotheek. Dezelfde toestand van permanente twijfel is te zien in de shows van Theo Maassen. Hij spreekt zichzelf tegen, is boos op mensen, op zichzelf en biedt uiteindelijk een sprankje hoop om verder te kunnen. Beide zijn het erover eens dat er nog steeds iets moet zijn waar we in kunnen geloven. Voor Wijnberg betekent dit dat we onze opvattingen constant in beweging moeten houden, om zo de waarheid principieel voor ons uitschuiven en alles op z’n merites te beoordelen. Bij Maassen gaat het erom dat een samenleving het mooiste bij mensen naar boven haalt. “Waarom doen we niet gewoon datgene wat het leukste is?” Dat vereist wel een actieve instelling, want hoe baseer je een leven en een politiek op deze waarden van vrijheid en afzijdigheid, wanneer de institutionele belangen van de staat, het bedrijf, en zelfs van onszelf worden aangemoedigd? Drie redenen waarom een stil protest niet genoeg is volgens hen.

Landsgrenzen verdelen mensen. Nationalisme is tegelijkertijd een bindmiddel en het probleem. Het bepaalt dat er een wij is en een hunnie. De politiek komt op voor ons binnenlandse belang, en heeft geen verantwoordelijkheid voor wie zich daarbuiten bevinden. Dit idee van loyaliteit is vrij makkelijk in cijfers uit te drukken: Nederland 99,3% van het BBP, ontwikkelingslanden 0,7%. In de laatste show van Theo Maassen

treedt hij op tegen een achtergrond die doet denken aan de inktvlekken van Rorschach. Aan de ene kant is het een (bloederige) kaart van Nederland, tegelijkertijd is het een moslimfundamentalist met een sik. ‘Nationalisme is fictie’ is zijn boodschap, want we kunnen ons alleen echt verbonden voelen met de mensen om ons heen. De staat zou dus zo min mogelijk moeten opleggen, en zoveel mogelijk mogelijkheden moeten scheppen. Met een stil protest dwing je dan weinig af. Binnen een bedrijf werken de mensen samen voor het welzijn van hun organisatie. Het bedrijf moet overleven en iets

opleveren voor de deelnemers. Een bedrijf denkt alleen maar aan zichzelf, ziet mensen niet als doel maar als middel en ziet misleiden als een eerlijke professie, marketing genaamd. Gedrag dat doorgaans afgekeurd zou worden, is hier juist de bedoeling. Door deze sterke wil naar meer zijn bedrijven een steeds belangrijkere macht om rekening mee te houden. Met deze fenomenale groei kunnen ze landen tegen elkaar uitspelen door te stemmen met de voeten. De vrijheid van het individu is een winstmogelijkheid, het individu is vrij te kiezen tussen tig soorten kauwgom. Het individu is in meerderheid echter niet vrij tot het maken van wezenlijke keuzes. De mogelijkheid om je werk te kiezen bijvoorbeeld, is in de praktijk voor de meeste mensen beperkt. Bedrijven bieden ons surrogaatkeuzes, verhullen de gevolgen van een keuze, en zijn erbij gebaat dat we die ook vooral blijven maken. Een stil protest van een generatie die hier zelf wel graag de vruchten van plukt versterkt deze macht. In het zenboeddhisme wordt gezegd dat de wereld een weerspiegeling is van ons binnenste. Elke verandering begint bij het individu. Als de mens verandert, dan verandert de wereld. Daar is soms moeilijk in te geloven met de grootsheid van de wereld, het aantal problemen en de belangen die met het behoud van de status quo gemoeid zijn. Met onze beperkte middelen moeten we transparantie afdwingen van politiek en bedrijven om zo te proberen te begrijpen wat de gevolgen van ons handelen zijn. Pas dan is keuze mogelijk. We kunnen niet veel nemen, wanneer dit betekent dat een ander minder krijgt; wanneer mijn vrijheid die van jou aantast. “Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist,” was het eerdere oordeel van Theo Maassen. Later komt hij hier op terug, want pessimisme is altijd winnen. Als het toch goed gaat is het mooi, terwijl als het kut gaat, je wel gelijk hebt gekregen. Hoop is veel dapperder en geeft je de energie vooruit te komen. Waarheen weten we niet. 


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

13

Duurzaamheid of barbarij Afgelopen december gingen wereldleiders naar Kopenhagen om tot een klimaatakkoord te komen. Redacteur Joris Heijn was met een liberale jongerenorganisatie bij deze klimaatconferentie aanwezig en doet verslag. door Joris Heijn De VN-klimaatorganisatie laat maatschappelijke organisaties toe tot de klimaatconferentie om de betrokkenheid bij het klimaat en de openheid bij de klimaatonderhandelingen te vergroten. Veel van de maatschappelijke jongerenorganisaties hadden zich verenigd in een jongerenkoepel (YOUNGO). Elke ochtend had YOUNGO een vergadering over te ondernemen acties en in te nemen standpunten. Het was apart om te zien hoe groepen die variëren van girl scouts tot vegetarische organisaties en met jongeren uit alle uithoeken van de wereld, tot standpunten of acties komen. Ook al maak je je zorgen om dezelfde problemen, dan nog kun je enorm van mening verschillen over de oplossingen en de aanpak. Er werden in het congrescentrum heel veel lezingen georganiseerd. Vooral de EU en Amerika hadden lezingen van hoge kwaliteit. Nederland probeerde als enige kleine land ook mee te doen in dit lezingencircus met een Holland Climate House, een variant op het Olympische Holland Heineken House, maar dan zonder bier en met klimaat. De organisatie leek echter meer geld gestoken te hebben in uitstekende gratis lunches dan in de lezingen. In de eerste week van de conferentie was het nog redelijk rustig, de onderhandelingen waren nog niet op stoom gekomen, er waren weinig protesten en er waren nog niet heel veel mensen die het conferentiecentrum in wilden. In de tweede week begonnen de rijen om een toegangspasje tot het conferentiecentrum te bemachtigen echter te groeien tot absurde omvang. Sommige mensen hebben tien uur in de Scandinavische winter buiten in de rij gestaan om vervolgens weggestuurd te worden. Na afloop van de conferentie blijft natuurlijk de vraag of het akkoord een succes is of niet. Vrijwel iedereen is teleurgesteld dat er geen concrete cijfers in staan om de uitstoot van broeikas-

gassen te beperken, maar veel betrokkenen wijzen erop dat het al een hele doorbraak is dat zoveel regeringleiders zich gedwongen voelden om te komen opdagen en dat alle landen nu onderschrijven dat de mensheid bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Je kunt je daarbij ook afvragen of een klimaatakkoord wel de heilige graal is voor het opwarmingsprobleem. Een stevig klimaatakkoord zou veel landen natuurlijk helpen om meer te doen aan het terugdringen van de CO2uitstoot en geld te steken in onderzoek naar duurzamere alternatieven. Aan de andere kant gebeurt er op deze vlakken ook al heel veel. China investeert

veel in duurzame energie, niet omdat ze dat internationaal hebben afgesproken, maar omdat ze dat in hun eigen belang achten. Amerika investeert veel in experimentele technologie in de hoop op technologische doorbraken. De EU heeft een emissiehandelssysteem waarmee ze in principe een plafond kunnen stellen voor CO2-uitstoot; het is nu alleen nog maar een kwestie van durf om het knopje voor het plafond sterk naar beneden te draaien. Klimaatakkoord of niet, deze ontwikkelingen blijven doorgaan en wie weet waar dat toe leidt. Ook al is de kans klein dat dit genoeg is om de opwarming te beperken tot een ‘acceptabel’ niveau. Sommige mensen zien een oplossing

in een nieuwe prestigestrijd tussen landen, zoals ooit de ruimtewedstrijd tussen de VS en de Sovjetunie: wie stuurt het eerste een aapje de ruimte in en de eerste mens naar de maan? De nieuwe prestigeslag zou er dan bijvoorbeeld om gaan wie als eerste alle elektriciteit duurzaam opwekt. Een fotograaf van National Geographic meende in een lezing dat we op een breekpunt staan à la Galileo of Darwin. Net zoals mensen er lang over hebben gedaan om het radicale idee te verwerken dat de aarde om de zon draait en dat we afstammen van de aap, moeten we nu wéér een enorme omslag maken in ons denken. We hebben altijd gedacht dat de aarde en haar klimaat iets autonooms waren, iets waar we geen invloed op hadden, nu moeten we wennen aan het idee dat ons dagelijks handelen van invloed is op het klimaat, dat we niet ongelimiteerd onze gang kunnen gaan. Als we eenmaal aan dit idee gewend zijn word je misschien aangekeken als een Tokkie als je niet duurzaam bezig bent. Eeuwenlang was je beschaafd als je achter Jezus aanliep en een barbaar als je dat niet deed. In de 20e eeuw was je een beschaafd land als je democratisch was en je aan mensenrechten hield. Wellicht dat het nieuwe beschavingsideaal voor het begin van de 21e eeuw wel duurzaamheid wordt. Het westen zal deze eeuw op zoeken moeten naar een nieuwe beschavingsscheidslijn als het zich zometeen niet meer superieur kan voelen ten opzichte van China en India op basis van economische grootte. Als Duitsland steeds minder CO2 produceert en China elke week een nieuwe kolencentrale blijft bouwen, is een nieuw superioriteitsgevoel natuurlijk snel geboren. Superioriteitsgevoel werkt echter niet altijd goed uit en aan aapjes in de ruimte heb je ook niet zoveel. Misschien is een klimaatakkoord toch niet zo’n slecht idee. 


14

Nummer 3 38e jaargang

Nait Soez’n

Liefde en plastic Liefde komt in alle soorten in maten. Ook in de vorm van anatomisch correcte latex liefdespoppen. door Wieke van ’t Veer Lars houdt niet zo van mensen. Hij is liever alleen. Hij woont in de garage bij zijn broer en diens vrouw, die hem af en toe te eten vragen. Hij probeert dat te vermijden. Ook op zijn werk bemoeit hij zich zo weinig mogelijk met andere mensen en merkt hij er niets van wanneer een collega hem leuk vindt. Zijn broer en zijn vrouw maken zich wel eens zorgen om Lars. Anderen hebben ook wel een mening over hoe hij zijn leven zou moeten leiden. Maar op een dag vraagt Lars aan zijn broer of er iemand, een gast van hem, mag komen logeren in het huis van zijn broer. Verrast zegt de broer toe. Dan komt het moment dat Lars Bianca binnenrijdt. Zij is gehandicapt, zegt Lars. Maar ze zit wel erg stil en ze zegt erg weinig. Lars blijkt een Realdoll, een soort hyperrealistische anatomisch correcte latex ‘liefdespop’, te hebben gekocht en heeft daar een relatie mee. Om dit gegeven draait Lars and the Real Girl (geschreven

door Oliver en geregisseerd door Gillespie, 2007). Zijn broer en diens zwangere vrouw brengen Lars naar de dokter, die ook psychiater is. Zij concludeert dat de nieuwe vriendin van Lars niet voor niets is verschenen en adviseert hen, erg tegen de zin van de broer in, om er in mee te gaan. En zo wint Bianca een plek in de levens van de inwoners van het kleine Scandinavische stadje, die haar leren kennen als een betrouwbare vrijwilligster voor bijvoorbeeld het voorlezen van kinderen. Lars and the Real Girl gaat eigenlijk over hoe het leven in een kleine gemeenschap invloed op je kan hebben, zowel positief als negatief. Iedereen heeft wel een mening over jou en wat je moet doen, maar er wordt veel meer geaccepteerd van je wanneer mensen weten met wie ze te maken hebben. Qua sfeer deed de film me soms denken aan Waking Ned (Jones, 1998), een film over een aantal oude mannetjes in een klein

Iers dorpje. Ze proberen de loterij om de tuin te leiden door zich voor te doen als hun pas overleden vriend, die de loterij heeft gewonnen en van schrik is gestorven. Het hele dorp doet mee om dit voor elkaar te krijgen. Maar waar Waking Ned vooral gezellig en grappig is, gaat de film over Lars veel verder. De huisarts stelt voor om Bianca wekelijks te onderzoeken, omdat haar gezondheid fragiel is. En af en toe vraagt ze Lars ook wat. Hoe het gaat, hoe het met zijn broer gaat, wat Lars van zijn leven vindt. Zo komen we er langzaam maar zeker achter waarom Lars een relatie heeft met Bianca en waarom hij liever met Bianca omgaat dan met mensen die wat terugzeggen of terugdoen, zonder dat het wordt neergezet als een groot probleem. Alles in de film klopt. De karakters zijn zo geloofwaardig dat je vergeet dat het acteurs zijn die een rol spelen. Het plot gaat nergens te ver of wordt goedkoop sentimenteel. Je moet er wel in willen geloven natuurlijk, een hele gemeenschap die meegaat in iemands’ fictieve vriendin. Het levert hilarische situaties op, zonder dat er voorbij wordt gegaan aan de ernst van eenzaamheid en van het anderszijn. Het is onmogelijk om meer over de plot te vertellen zonder de verrassingen te verklappen, maar het is echt een prachtige, ontroerende film. Real Dolls bestaan overigens echt. Je kunt ze voor zesduizend dollar bestellen. Er is een fantastische documentaire gemaakt (o.a. te streamen op Documentairenet) over enkele mannen die vertellen over hun Real Dolls, waarom ze hen hebben en wat hun ‘vriendin’ voor hen betekent. De documentaire heet Guys and Dolls (Holt, 2007) en is fascinerend voor mensen die interesse hebben in de bizarre uithoeken van menselijk gedrag. 


Nait Soez’n

Nummer 3 38e jaargang

De afgelopen tijd stond voor het bestuur van de GSb in het thema van bureaucratische rompslomp. Het einde van het jaar betekent namelijk dat het tijd is voor een verslag van het afgelopen jaar en een plan voor wat we het komende jaar allemaal willen doen. Daarnaast moesten er nog veel meer verslagjes getypt, formulieren ingevuld en dit alles netjes en in de juiste volgorde in mapjes gestopt. Voor dit bestuur niet de juiste werkzaamheden. Terwijl we achter onze computertjes zaten, jeukten onze vingers namelijk niet alleen van al dat tikken, maar ook om liever heel andere dingen te doen. Geruchten rondom bezuinigingen in het onderwijs werden namelijk luidruchtiger en de problemen rondom de invoering van de OV-studentenchipkaart werden ook steeds groter. Onze Steunpuntlijn staat al wekenlang roodgloeiend van de vragen en klachten rondom die chipkaart. Ook de plannen om de tweede studie duurder te maken, leidden tot veel telefoontjes. In de kerstvakantie hadden we het grandioze plan om ons kantoor eens grondig te verbouwen. We wilden alles ombouwen tot het prachtige kantoor van onze dromen. Helaas gooide het weer roet… eh, sneeuw in het eten, waardoor we genoegen hebben moeten nemen met één nieuw bureau en

één nieuwe bureaustoel. Nu kunnen we in ieder geval om de beurt even in onze droom leven om ooit het hele kantoor van nieuwe meubelen te voorzien. De werkgroepen waren we een tijdje bijna kwijt, zo stil was het in de kerstvakantie. Hadden ze zich allemaal in hun eigen schulpje teruggetrokken om een winterslaap te houden? Het was eng rustig op de GSb… Maar bij de laatste ALV bleek wat er werkelijk aan de hand was. Ze hadden allemaal fanatiek aan hun projecten en notities gewerkt! De Werkgroep Internationale Studenten is een heel eind op weg met hun informatiewebsite voor internationale studenten. De Hanzefractie heeft haar notitie over het kantinebeleid klaar en anticipeert op de volgende studie-rendementendiscussie. Het SMOG organiseert binnenkort weer een excursie, dit keer naar een biologisch vleesveebedrijf. De huisvestingswerkgroep is druk met de Huisjesmelker van het Jaarverkiezing, waarvan we binnenkort de uitslag zullen presenteren. Er zijn weer heel wat nominaties en horrorverhalen over huisjesmelkers binnengekomen. Heb je bijvoorbeeld ook weleens moeten strippen voor je aankomende huisbaas om een kamer te krijgen? Steken de Poolse vriendjes van jouw huisbaas ook weleens een mes in de keukentafel als je met klachten komt? We wachten op de uitslag, wie is dit jaar de grootste huisjesmelker van Groningen?

De eerstvolgende ALV wordt gehouden op 18 maart om 19:30, ten pande. De Groninger Studentenbond (GSb) behartigt de belangen van alle studenten in Groningen. Nieuwsgierig? Kom een keer langs! De Groninger Studentenbond is van maandag tot en met donderdag geopend van 12 tot 17 uur. St. Walburgstraat 22a tel: 050-3634675

15

Gezocht: algemeen bestuurslid (m/v) Met de aankomende bezuinigingen in het onderwijs, zijn het spannende en drukke tijden voor een vakbond voor studenten. Daarom zoeken we een algemeen bestuurslid die ons team komt ondersteunen met een enthousiaste helpende hand. Interesse? Mail naar: soco@groningerstudentenbond.nl

ICT coördinator Een goed werkend computernetwerk is een must voor onze werkzaamheden. We zijn daarom op zoek naar een ict-coördinator om ons team van systeembeheerders aan te sturen en ervoor te zorgen dat ons netwerk functioneel blijft. Interesse? Mail naar: wiebegeert@groningerstudentenbond.nl

Leden voor de onderwijswerkgroep Vind jij ook dat er wel iets verbeterd kan worden aan het onderwijs aan de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen? Kom dan onze onderwijswerkgroep ondersteunen. Je gaat dan af en toe een dagdeel onderzoek doen onder studenten om de grootste problemen op te speuren en je ondersteunt de fracties in de centrale raden om deze problemen op te lossen. Interesse? Mail naar: mo@groningerstudentenbond.nl

www.groningerstudentenbond.nl/lidworden De inhoud van deze pagina valt onder de verantwoordelijkheid van het GSb-bestuur.


16

Nummer 3 38e jaargang

Nait Soez’n

Geen poot om op te staan Met het vallen van de regen was de sneeuw die ons land sinds eind december in zijn greep hield weer weggesmolten. Het verkeer stond regelmatig vast door een tekort aan strooizout en het openbaar vervoer kon niet als vervanging dienen: de bussen reden niet altijd en de treinen stonden stil door bevroren wissels. Op één van de dagen dat de treinen wel reden en ik op weg was naar huis, zag ik iets opmerkelijks bij het station. Over het besneeuwde, beijzelde en dus spekgladde stationsplein zag ik een meisje wankelen op naaldhakken. Nu vind ik dat al een prestatie op zich, maar in de winter wordt het nog meer een bezienswaardigheid. Door haar bijzondere capriolen vroeg ik me weer eens af hoe mensen er überhaupt in slagen te lopen op zo weinig vierkante centimeters. In feite is de naaldhak een tegennatuurlijke manier van lopen – doordat de hak zo hoog is wordt je voet omhoog geduwd. Om mijn nieuwsgierigheid naar het ‘waarom’ te bevredigen ben ik op zoek gegaan naar de geschiedenis van de naaldhak. Die bleek verrassend groot te zijn. Al bij de oude Egyptenaren en Grieken was er een vorm van hak bekend en Romeinse prostituees maakten veelal hun beroep hiermee kenbaar. Een specifiek hoge hak werd rond 1400 in Perzië ontwikkeld om voor mannen het paardrijden te vereenvoudigen. Dit werd in Europa overgenomen en in Venetië en Frankrijk ontwikkelde de hak zich tot statussymbool voor rijke vrouwen. Tegenwoordig is de naaldhak niet meer uit het modebeeld weg te denken. Sterker nog, er zijn boeken over volgeschreven. Eén van de schrijfsters over dit onderwerp legt de link tussen het dragen van naaldhakken en het uiten van de vrouwelijke seksualiteit. Natuurlijk is dit altijd een gevaarlijk gebied om je op te begeven, maar ze heeft zeker een punt. Het accentueren van de benen, billen en borsten zal zeker voor veel naaldhakdragende vrouwen mooi meegenomen zijn. Daarnaast is het beeld van de femme fatale incompleet zonder sigaret, zonnebril én stilettohak. Mooie uitvinding, zo’n smal metalen staafje waar je met bijna je hele gewicht op leunt. In het voorjaar wordt er in de PC Hooftstraat zelfs een race op gelopen. Op Discovery Channel kwam men in een programma zelfs met een heuse formule over het veilig lopen op naaldhakken. De belangrijkste factoren: de hoogte van de hak, het aantal jaar ervaring en de hoeveelheid gedronken alcohol. De laatste factor bleek het zwaarst mee te tellen. Verrassend genoeg werd die weer niet meegenomen in de berekening, ongetwijfeld omdat ‘ie lastig wiskundig te vatten valt. Of natuurlijk omdat men van gezond verstand uit ging waardoor vrouwen niet lazarus op naaldhakken zouden paraderen. Naaldhakken en ijzel gaan trouwens ook niet samen. Misschien had het meisje bij het station daar iets aan kunnen hebben. Ik hoop voor haar dat ze niet te vaak is onderuitgegaan.

www.groningerstudentenbond.nl

Nait Soez'n 38-3  

Opinieblad voor studerend Groningen. Editie van februari/maart 2010. Een uitgave van de GSb.