Issuu on Google+

Nait Soez’n Opinieblad voor studerend Groningen

dec/jan ‘09-‘10

38e jaargang

No. 2

Toekomst

stufi

onzeker

Lees het artikel op pagina 3

Niemand regeert De overheid wordt steeds arroganter, vindt RUGh o o g l e ra a r M a r c Chavannes. Nait Soez’n sprak met hem over zijn nieuwe boek. “We moeten onze vrijheid verdedigen.”

STUDIE

SCHULD

pagina 5

Bindend studieadvies Uraadslid Thomas Wagenaar vindt het bindend studieadvies een lapmiddel voor een probleem dat niemand durft te benoemen. Over de RUG als onderwijsfabriek, én: uitslag van het bsareferendum.

pagina 9 

Studentenprotest Een bezetting in Wenen werd een protestgolf die Oostenrijk, Duitsland en andere Europese landen overspoelde. Slaat het vuur van studentenprotest binnenkort over naar Nederland?

pagina 8 

Nait Soez’n is een uitgave van

Tel.: 050-3634675 www.groningerstudentenbond.nl


2

Nummer 2 38e jaargang

Loon of lening?

3

Politiek schuift verantwoordelijkheid af

5

Toekomst stufi ongewis

OV-chipkaart bedreiging voor democratie

Plasterk komt met nieuwe wet

6

Weet wat je eet

7

Studentenprotest in Wenen slaat over

8

Bezuinigingen, stemmen, actie!

9

Rechten van studenten slecht beschermd Waar komt je kerstdiner vandaan?

Europese eenheidsworst kweekt Europees verzet

Bsa-plan RUG verbindt studenten

Klimaattop Kopenhagen

11

Kraakwet afgekraakt

12

Dik blad over dunne mode

13

Duurzaam consumeren gaat de wereld niet redden

Juridische gaten in kraakverbod Filmbespreking: The September Issue

Verder nog:

Kort nieuws GSb-pagina Wiekes Filmblik Earl & Meyer Column

4 15 10 16 16

Nait Soez’n is het onafhankelijke opinieblad van de Groninger Studentenbond (GSb). Leden krijgen het blad thuisgestuurd. Reacties en artikelen kunnen naar het redactieadres gestuurd worden. De redactie behoudt zich het recht voor artikelen te weigeren of in te korten. Ingezonden brieven zijn bij voorkeur niet langer dan 350 woorden. Advertentietarieven zijn op te vragen via het redactieadres. Nait Soez’n verschijnt zes maal per jaar en wordt gratis verspreid in alle gebouwen van de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen. Oplage: 1500 stuks (5500 stuks voor de KEI-editie) Ook online te lezen op: www.groningerstudentenbond.nl/ns

Nait Soez’n

Redacteuren slaan hun vleugels uit. Zo was redacteur Nicole te lezen in Trouw, en zal cartoonist Paul ook voor een ander studentenblad krabbelen. Wij houden de spaarrekening in de gaten om te zien wanneer de afkoopsommen binnenstromen. We verwachten genoeg geld om de komende drie jaar in full color uit te komen. Of om bier te blijven drinken als de stufi straks is afgeschaft. Niet alleen redacteuren vliegen uit naar andere media, ook kwamen wij ongevraagd een van onze cartoons tegen op een niet nader te noemen website. Na een kleine reprimande staat er inmiddels keurig een bronverwijzing bij. Of stond in ieder geval, want de betreffende site was tijdens het samenstellen van dit blad offline. Schijnt nogal eens gehackt te worden. Verder een hoop kritiek op de macht dit keer. Zo hebben we een interview met Marc Chavannes, die vindt dat politici niet meer durven regeren. Het RUG-bestuur heeft dan weer weinig moeite om de touwtjes strak in handen te nemen. Voorzitter Poppema heeft met harde hand het bsa doorgedouwd. De discussie in de uraad werd gevoerd op basis van een, om het voorzichtig uit te drukken, onvolledig stuk: de helft van een tabel miste omdat die niet op de pagina paste. Blijkbaar is het te veel gevraagd om medezeggenschappers van volledige informatie te voorzien. Een oud-medewerker van Het Bureau van de universiteit vertrouwde ons toe dat men die studentjes in de raad ook maar moeilijk volk vindt: ze willen alles helder hebben, in plaats van zelf te leren ambtenarenbrij te ontcijferen. Terwijl de faculteit dode talen toch echt twee deuren verderop zit. Met ingekomen post kan men ons altijd blij maken. In netjes uitgeknipte letters werd ons ditmaal het verzoek gedaan eens een fotorealistische penis ter illustratie in ons blad te plaatsen. Juist. Een fotorealistische penis. Fijn om eens een inkijkje te krijgen in de psyche van onze lezers. Eén van onze redacteuren pleit zelf ook al jaren voor een dergelijke illustratie, dus hou dit blad in de gaten, penisminnenden. We hebben er nog over gedacht de brief als ingezonden stuk te plaatsen, maar we konden er maar geen illustratie bij bedenken.

Redactieadres: St. Walburgstraat 22a 9712 HX Groningen Tel.: 050-363 4675 naitsoezn@groningerstudentenbond.nl Hoofdredactie: Marcel Trip en Joris Heijn (adjunct) Eindredactie: Lars Buitinck Redactie: Nicole Besselink, Ewout van den Berg, Mona Dohle, Wieke van ‘t Veer, Ruben Veldhuis en Paulien Vinke Columnist: Angelique Kroonen Illustraties: Oscar de Boer, Norna Ross, Annelies Stern, Paul de Vreede en Bas de Vries Opmaak: Norna Ross Duplicatie: ’t Hartje


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

3

Politiek getouwtrek om studiebeurs De Tweede Kamer buigt zich over de studiefinanciering. Er moeten miljarden worden bespaard en daar kan een nieuw stufistelsel goed bij helpen. Bij de bespreking van de onderwijsbegroting in de Tweede Kamer was de rolverdeling als vanouds. De coalitiepartijen keken de kat uit de boom, de VVD wou geld zien, GroenLinks had een eigen plan, de SP was tegen elke verandering en D66 twijfelde.

door Marcel Trip Prestatiebeurs Sinds 1996 kennen we in Nederland de prestatiebeurs. Deze beurs bestaat uit de basisbeurs, de aanvullende beurs en de OV-studentenkaart. Als een student zijn studie binnen tien jaar afmaakt wordt de beurs omgezet in een gift, anders moet er worden terugbetaald. Met name de SP maakt zich hard voor het behouden van de prestatiebeurs, die volgens woordvoerder Jasper van Dijk een belangrijk middel is “om de toegankelijkheid van het onderwijs te regelen.” De partij is bang dat de afschaffing van de beurs een te hoge financiële drempel creëert voor jongeren uit armere gezinnen. Sociaal leenstelsel De VVD ziet in een sociaal leenstelsel een goede bezuiniging. Zet de gift om in een lening en laat mensen die na hun studie een baan hebben gevonden terugbetalen in een termijn van 25 jaar. De angst voor aantasting van de toegankelijkheid wordt dan ook niet gedeeld door de VVD. Woordvoerder Halbe Zijlstra noemde studeren “vooral een investering in jezelf. Een studie levert een rendement op in de toekomst. Het is dan ook niet meer dan terecht dat je een hogere bijdrage van de gebruiker, de student, vraagt.” Regeringspartijen PvdA en CDA sluiten een sociaal leenstelsel niet uit. “Geen onderwerp is nu meer heilig,” zei CDA-Kamerlid Jan Jacob van Dijk. Overigens wil de VVD niet dat een bezuiniging op studiefinanciering direct een bezuiniging is op het onderwijsbudget. Het geld dat door een eventuele invoering van het sociale leenstelsel bespaard wordt moet gestoken worden in

onderwijskwaliteit, in docenten, maatwerk en begeleiding. Op deze manier kan de pijn worden verzacht van andere onderwijsbezuinigingen die eraan zitten te komen. Zijlstra diende een motie in om, als de prestatiebeurs wordt afgeschaft, het vrijgekomen bedrag binnen het onderwijsbudget te herinvesteren. Op het moment van schrijven is de moS T Utie D I Enog niet in stemming geweest. SC HD66 ULD ziet ook wel wat in een sociaal leenstelsel, maar twijfelt hier openlijk over. De partij wil in ieder geval dat er goed gekeken wordt naar hoe dit stelsel in andere landen werkt. Boris van der Ham (D66) wijst er op dat er in Engeland leenangst is ontstaan, waardoor jongeren minder snel geneigd zijn te gaan studeren. Studietaks GroenLinks ziet een sociaal leenstelsel niet zitten. “Ik heb het gevoel dat ik naar een leenreclame van de DSB zit te kijken,” merkte GroenLinkser Tofik Dibi op. Zijn partij is bang dat door leenangst minder jongeren uit armere milieus aan een studie zullen beginnen. Dibi pleitte

voor het plan om studenten maandelijks loon te geven (studieloon) waar ze later zelf voor betalen door middel van ‘studietaks.’ Mensen die na hun studie modaal of meer verdienen, betalen één procent extra belasting over hun inkomen. Door een vast percentage te nemen dragen de sterkste schouders automatisch de zwaarste lasten. Het studieloon zou ongeveer 700 euro per maand bedragen. Omdat het plan ook voorziet in het afschaffen van collegegeld, lijkt dit de partij voldoende voor een student om van rond te komen. Iedereen die gaat studeren zou overigens verplicht moeten meedoen aan het stelsel. Voor GroenLinks is dit een solidariteitsprincipe, voor de VVD een inbreuk op de keuzevrijheid van studenten. Het GroenLinks-plan kreeg overigens geen steun van andere partijen. Omdat het invoeren van het plan vrij duur is (je gaat immers eerst studenten een studieloon geven en pas later staat daar de studietaks tegenover) is de ambtelijke werkgroep, die in het leven is geroepen om te bezuinigen hier waarschijnlijk niet voor te porren. De discussie in de media gaat dan ook voornamelijk over de prestatiebeurs en het sociaal leenstelsel. Plasterk liet weten zijn werkgroepen op de hoogte te stellen van de door de Kamer geopperde plannen en bezwaren. Het tekort op de overheidsbegroting is volgens RTL Z opgelopen tot 5,1 procent. Het idee van het sociale leenstelsel is eerder ook al door Wouter Bos geopperd en het plan ligt binnen de Tweede Kamer beter dan de studietaks. Het is dan ook waarschijnlijk dat het sociale leenstelsel de politieke keuze wordt. Maar het is eerst wachten tot de kabinetskat uit de boom is gekeken en de ambtelijke werkgroepen hun plannen presenteren. 


4

Nummer 2 38e jaargang

Nait Soez’n

Eerste Kamer valt over duurdere tweede studie

Problemen rond invoering OV-chipkaart De invoering van de OV-chipkaart onder studenten verloopt niet vlekkeloos, melden de Landelijke Studenten Vakbond en reizigersorganisatie ROVER. De IB-groep, chipkaartbeheerder Trans Link Systems (TLS) en andere partijen blijken er moeite mee te hebben studenten tijdig van een goed werkende kaart te voorzien. Inmiddels streven de organisaties ernaar om per 1 januari 2010 alle studenten met een chipkaart te laten reizen. De oude OV-studentenkaart zal dan verdwijnen. Ook studenten die al een chipkaart in huis hebben, lopen vaak tegen problemen aan. Als een chipkaart defect is, is het onduidelijk waar je verhaal kunt halen. Zie ook pagina 5.

Huisjesmelker van het jaar Ook dit jaar kiezen SP-jongerenorganisatie ROOD en de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) weer de Huisjesmelker van het Jaar omdat de kamernood in studentensteden volgens hen tot wantoestanden leidt. Veel huisbazen zouden het niet zo nauw nemen met de regels. Tijdens eerdere verkiezingen werden huisjesmelkers aangetroffen die schaamteloos 350 euro vroegen voor een kamer van 6m2, woningen zonder verwarming en brandonveilige en overvolle studentenhuizen. In Groningen starten ROOD en de GSb in december de verkiezing. Online je huisbaas nomineren kan op www.huisjesmelkervanhetjaar.nl.

Huurteams krijgen politieke steun De Utrechtse wethouder Harrie Bosch (PvdA) heeft zijn steun uitgesproken voor het plan van studentenvakbond USF om huurteams in te voeren in de Domstad. Deze teams gaan studentenhuizen af om te controleren op te hoge huur en achterstallig onderhoud. De bal ligt nu bij de Utrechtse gemeenteraad, die geld moet vrijmaken voor het plan. Bosch’ Groninger collega Frank de Vries (ook PvdA) is niet van mening veranderd over het GSb-huurteam: dat krijgt voorlopig geen financiële steun van de gemeente. Collegepartijen GroenLinks en SP hebben dergelijke steun wel opgenomen in hun programma’s voor de verkiezingen van maart 2010. De Partij van de Arbeid heeft dat niet gedaan. Opvallend genoeg pleitte de landelijke PvdA in augustus juist voor “huurteams in iedere studentenstad.”

De Eerste Kamer heeft kritiek op het voorstel van minister Plasterk om het maximale collegegeld voor een tweede studie los te laten. De senaat is bang dat een financiële drempel ambitieuze studenten ervan weerhoudt een tweede opleiding te volgen: voor de 2.300 studenten die een dubbele master volgen, zou het collegegeld kunnen oplopen tot het tienvoudige van het reguliere bedrag (1620 euro). Plasterk heeft laten weten niet bang te zijn voor deze financiële barrière. De extra duizenden euro’s “kun je lenen en dan over een periode van 15 jaar terugbetalen. Als je zo gemotiveerd bent, waar hebben we het dan over?” De minister vindt het alleen de taak van de overheid om jongeren één studie te kunnen laten volgen. Mocht de wet er toch komen, dan is er nog een sluiproute: schrijf je voor beide studies tegelijk in en “stel het halen van het laatste vak van je eerste studie uit totdat ook je tweede studie af is, dan kost het je geen cent extra,” aldus

SMOG verzamelt groene voetstappen voor Kopenhagen In de aanloop naar de klimaattop in Kopenhagen, in december, verzamelen de GSb-milieuwerkgroep SMOG, GroenLinks en de Internationale Socialisten groene voetstappen. Op verschillende plaatsen in en rond de binnenstad kunnen voorbijgangers de komende tijd een schoen in groene, biologisch afbreekbare verf dopen om hiermee op gerecycled papier een groene voetafdruk te zetten. Op 12 december a.s. worden de voetstappen aangeboden aan de Nederlandse Kopenhagen-delegatie tijdens het Beat the Heat Now Nationaal Klimaatevenement in de Jaarbeurs in Utrecht. Burgemeester Rehwinkel en Sinterklaas hebben inmiddels hun medewerking verleend en een groene stap richting Kopenhagen gezet. Zie ook pagina 11.

RUG goede werkgever De RUG is de op drie na beste plek ter wereld om te werken als academicus. Dat stelt het Amerikaanse blad The Scientist. Het blad wijst erop dat de RUG veel aandacht besteedt aan het vasthouden en zelf opleiden van talent. Zo stromen relatief veel RUG-studenten door naar een baan aan de universiteit. Ook speelt het Rosalind Franklin Fellowship een grote rol in het toekennen van de vierde plek, omdat de RUG daarmee vrouwelijke medewerkers beter laat doorstromen naar hogere posities. De RUG is de enige Nederlandse universiteit in de lijst.


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

5

“Nederland wordt een controlestaat” Marc Chavannes, hoogleraar journalistiek aan de RUG en politiek columnist en blogger bij de NRC, schreef op basis van zijn columns het boek Niemand regeert – de privatisering van de Nederlandse politiek. Het schetst een treffend tijdsbeeld van de politiek van de afgelopen jaren: een politiek van besluiteloosheid, halve beslissingen en uitstel. Nait Soez’n sprak met Chavannes. door Ewout van den Berg Chavannes’ kritiek richt zich met name op de vanzelfsprekende wijze waarop onderdelen van de overheid zijn geprivatiseerd zonder dat er een duidelijk debat heeft plaatsgevonden over de functie van de overheid. Wat willen we dat de overheid doet en welke taken kan ze overlaten aan het bedrijfsleven? De gang van zaken lijkt meer op een politiek van voldongen feiten. Het resultaat is een beleid van half doorgevoerde privatisering: wel de marktconforme lonen voor de baas van een woningcorporatie, niet het marktrisico. Bestuursorganen worden op afstand van de politiek geplaatst, waardoor ministers soms meer als woordvoerders dan als uitvoerders de Kamer te woord staan. Wie is er verantwoordelijk? Wie regeert? Een “vicieuze cirkel van lage verwachtingen” dreigt: wanneer de regering het kennelijk niet goed kan, kunnen we misschien beter nog meer naar het bedrijfsleven overhevelen. De burger als consument van de ‘dienst overheid.’ Alsof de regering niet bestaat bij de gratie van het volk. De kritiek van Chavannes is ook toe te passen op het hoger onderwijs. De regering wil graag een kenniseconomie: beter hoger onderwijs voor een grotere groep studenten, maar verbindt hier geen conclusies aan. Op het collegegeld wordt toegelegd door de staat en studenten krijgen de eerste vier jaar van de studie een beurs. Tegelijkertijd stromen hoorcolleges over van de studenten: dit jaar nam het aantal eerstejaars toe met elf procent. Het feit dat er landelijk meer studenten komen, moet echter lokaal per universiteit worden opgelost. Een bindend studieadvies is dan een snelle oplossing om het aantal studenten in te dammen. Noodoplossingen van universiteitsbesturen voor een nationaal probleem. Op microschaal is daar de koffieproblematiek. Het zwarte goud waar de motor van menig academicus op draait is aan de RUG niet te zuipen en bovendien slechts 14% eerlijk. De kantines worden beheerd

door een bedrijf dat van de RUG is, maar door de bestuurlijke structuur kan de RUG het beleid ervan bar weinig sturen. Misschien is daar niets mis mee, een universiteit heeft immers wel iets beters te doen, maar het gevolg is wel dat de koffieconsument niemand ter verantwoording kan roepen over de kwaliteit en dat de ‘ 14%’ wordt verkocht als een succes. Het is blijkbaar lastig voor bestuurders om diensten te controleren en aan te stu-

ren. Volgens Chavannes is de overheid als toezichthouder dan ook een gevaarlijke fictie. “Als mensen ervan uitgaan dat er toezicht is,” zegt Chavannes, “dan letten zij zelf misschien minder goed op. Bij DSB zag je dat daar brokken van komen. In Amerika weten mensen al lang dat ze voor zichzelf moeten knokken. Hier houden we de fictie in stand dat er een fatsoenlijke overheid is, dat er toezichthouders zijn en dat we tóch een vrije markt hebben. Politici wekken wel die suggestie. Keuzes worden niet helder gemaakt, maar er wordt wel veel besloten,” stelt hij. “Dit kost niet alleen veel geld, het levert ook veel frustratie op. Dan hoef je ook niet op te kijken wanneer mensen de griepprik van Klink niet vertrouwen, andere dingen die hij zegt zijn te vaak

eenzijdige voorstellingen van zaken, hij moet steeds bezuinigen en zegt dat de zorg beter wordt. Daarmee verspeelt hij zijn geloofwaardigheid.” Ook binnen het openbaar vervoer is toezicht ver te zoeken. Zo reizen studenten binnenkort met hun OV-chipkaart. Het proces van de invoering van één kaart voor al het openbaar vervoer is schimmig. Chavannes: “Het is een goed idee. Veel mensen reizen veel, en je kunt niet voor elke regionale busdienst altijd maar net dat kleingeld bij de hand hebben. Het is landelijk beleid dat wordt uitbesteed aan de grote geprivatiseerde vervoersbedrijven zoals de NS, die het op hun beurt onderbrengen bij Translink. Tegelijkertijd denken ze heel gemakkelijk over het feit dat ze de baas worden over alle gegevens van reizigers. De NS stelt dat ze daarmee reizigers acties aan kunnen bieden. Terwijl ze niet zouden mogen weten waar welke reiziger precies geweest is. Dit is een optelsom van gegevensverzameling die leidt tot een controlestaat waar niemand om gevraagd heeft en die strijdig is met internationale verdragen die burgers moeten beschermen. Dat deze zich niet laten horen komt door naïviteit en gebrek aan historisch besef. We moeten onze vrijheid verdedigen.” Hoe dan? Chavannes schrijft over de mogelijkheden die internet biedt, om tegenwicht te bieden aan de stroom desinformatie en bedrijfsjargon die met veel belangrijke beslissingen gepaard gaat. “Je kunt meedoen en een brief schrijven naar een parlementslid. Studenten, maar ook mensen in de VUT of reizigers van het openbaar vervoer kunnen zich allemaal laten horen en ministers en volksvertegenwoordigers achter de vodden zitten. We krijgen allemaal geweldige verhalen naar ons hoofd en we zitten met z’n allen te suffen en laten ons uit elkaar spelen. Mensen kunnen zich inzetten voor wat zij belangrijk vinden en waar zij veel van af weten. Zo maak je gebruik van alle ervaringen die je kunt delen op het internet: een website bouwen kost geen geld.” 


6

Nummer 2 38e jaargang

Nait Soez’n

Plasterk slaat geen deuk in een pakje boter De Tweede Kamer heeft een wijziging op de Wet hoger onderwijs en wetenschap (WHW) aangenomen. De wijziging moet bijdragen aan “toegankelijk en inspirerend onderwijs” en het “versterken van de medezeggenschap.” In de praktijk komt hier weinig van terecht. Nait Soez’n bespreekt enkele van de wijzigingen. door Paulien Vinke rechtsbescherming in te stellen. Er wordt echter niet gesproken over de inrichting van deze faciliteit: een emailadres zou voldoende kunnen zijn. Het is belangrijk dat studenten weten wat het loket doet en hoe ze deze kunnen bereiken. Ook zouden er duidelijke richtlijnen moeten zijn voor wat het loket wel en niet doet, zodat klachten zorgvuldig en efficiënt behandeld worden. Het is daarom verstandig dat de medezeggenschap inspraak krijgt op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan zo’n loket. Het probleem van studenten die een meningsverschil hebben met een docent, wordt volgens de wet behandeld door het College van Beroep voor Examens. Helaas vinden problemen vaak al een tree lager plaats, in de examencommissie. Sommige studenten durven niet naar de examencommissie te stappen omdat de docent waar ze een conflict mee hebben daar zitting in heeft. Dit probleem wordt in het voorstel niet opgelost. Ook is het zo dat er nergens een waarborg van de kwaliteit van examencommissies in de wet staat. Bijzonder, want de resultaten van een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar het functioneren van examencommissies waren schokkend. Universiteiten en hogescholen worden nu niet verplicht te gaan werken aan verbetering van hun examencommissies. Verplichte scholing en regelmatige kwaliteitscontrole zouden echter gemakkelijk kunnen leiden Rechtsbescherming De rechtsbescherming tot een verbetering. van studenten wordt in de nieuwe WHW Experimenten vereenvoudigd. On- De nieuwe WHW maakt het voor instelderwijsinstellingen lingen mogelijk om met allerlei zaken te worden verplicht experimenteren. De tekst van de wet is een centraal loket erg vaag en laat open of ook met collegeof faciliteit voor geld, selectie, rechtsbescherming medezeggenschap vrij geëxperimenteerd mag worden. Een kritische blik op al deze zaken blijft hard nodig. Vervelende bijwerkingen van de nieuwe regelgeving zullen voorkomen moeten worden door alertheid van medezeggenschappers en belangenorganisaties. De mooie idealen worden door de wetswijziging echter niet behaald. 

Plasterk de medezeggenschap te versterken. Met weinig succes. Er worden vooral meer adviesrechten toegekend. Dit stelt in de praktijk weinig voor: een advies kan gemakkelijk in de wind geslagen worden. Voor een verbetering van de medezeggenschap is het juist nodig dat er beter toepasbare rechten komen, zoals instemmingsrecht bij belangrijke besluiten. Denk hierbij aan het centraal beleid ten aanzien van blokkades zoals bsa. Betere ondersteuning van alle medezeggenschapsorganen zou bovendien verplicht moeten worden. Helaas staat er in de nieuwe wet niet duidelijk wat er allemaal in het medezeggenschapsreglement geregeld moet worden. Bestuurders kunnen de medezeggenschap omzeilen door taken te verschuiven naar andere bestuurslagen waar de medezeggenschap niets over te zeggen heeft. Er zijn nu al legio voorbeelden van dergelijk gedrag. De Tweede Kamer diende een amendement in om in meerhoofdige besturen van faculteiten en opleidingen op universiteiten een student met adviserende stem te zetten, een zogenaamde student-assessor. Aangezien veel van deze besturen uit maar één persoon bestaan, zijn er in de praktijk weinig besturen die Medezeggenschap Met de wetswijziging probeert minister zo’n assessor krijgen. Het is daarnaast vreemd dat deze regel niet voor hogescholen gaat gelden. De wijziging op de WHW moet nog door de Eerste Kamer. Het is een flinke verzameling regelingen, waaronder meerdere veranderingen die voor studenten relevant zijn. Een tweede studie ná de eerste kan alleen nog voor instellingscollegegeld gevolgd worden. Dit betekent dat de universiteit of hogeschool zelf de hoogte van het collegegeld mag bepalen. Dit bedrag blijkt in de praktijk 2,5 tot zelfs 6 maal zo hoog als het wettelijke collegegeld. Juist studenten die extra uitdaging zoeken worden hierdoor beperkt. Studenten met minder financiële armslag zullen geen tweede studie meer kunnen volgen. Hoezo toegankelijk onderwijs? Daarnaast is het zo dat het aantal interdisciplinaire wetenschapsvelden snel toeneemt en daarmee de maatschappelijke relevantie van studenten die meerdere studies hebben gevolgd. Het voorstel is ook niet logisch in het kader van de discussie over studierendementen. Voor studenten die nog tijdens hun eerste studie een tweede studie doen, blijft het wettelijke collegegeld wel gelden. Slimme studenten zullen hun eerste studie dus niet afronden voordat zij ook de tweede eindstreep in zicht hebben.


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

7

Een beetje consuminded, alsjeblieft De feestdagen staan voor de deur en dat betekent dat er weer kilo’s vlees gekocht gaan worden. De winkelwagentjes worden achteloos volgegooid met kant-en-klare gourmetschotels en voorverpakt wild. Er wordt echter niet stilgestaan bij de weg die het vlees heeft moeten afleggen naar de supermarkt. door Nicole Besselink “I don’t think I can do it, Clint. I don’t feel the urge to do it.” Hij kijkt nog een keer door de loop van zijn kruisboog. “I really don’t think I want to do it.” Het wapen verdwijnt weer in de tas, het wrattenzwijntje huppelt achter zijn moeder aan. Documentairemaker Louis Theroux heeft in zijn African Hunting Holiday duidelijk moeite met het jagen. Op de grauwe savanne staat de slungelige Brit de cultuurkloof met de Zuid-Afrikaanse jager nog verder uit te hakken. Als een jongetje dat naar de wc moet, maar niet durft weg te rennen, probeert hij de jager uit te leggen waarom hij de trekker zojuist niet over kon halen. “I wonder, it maybe was a bit easy.” Clint – Afrikaner, gebruind door de zon, kakiblouse en camouflagepet – lijkt niet onder de indruk. “You eat the meat, but you won’t kill it.” Clint slaat de spijker op zijn kop. Theroux eet ’s avonds lekker zijn stukje vlees, maar kijkt met afgrijzen hoe jagers na de jacht hun buit villen en slachten. Maar, die jager weet wél wat die avond op zijn bord ligt. Hij weet of het de bil of buik is van het zwijn dat hij eerder die dag heeft gedood. Theroux wil het niet weten. Liefst een filetje of kipnugget, niet meer te herleiden tot wat het ooit is geweest. Zo bezien staat de jager zowel letterlijk als figuurlijk dichter bij de natuur. Het jachtseizoen is in Nederland nu in volle gang. Trek je laarzen eens aan en ga een dagje mee. Vil een houtduif, slacht een konijn. Weet wat je eet. Of wist je al dat een biefstukje meestal wordt gesneden van de bovenbil of dikke lende van een rund? Lang leve de jacht? Nee, maar een pleidooi voor bewuster vleeseetgedrag is wel op zijn plaats. De VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO plaatst Nederland op de vijfentwintigste plaats van haar wereldranglijst van vleesconsumptie. Gemiddeld consumeert iedere Nederlander zo’n 89 kilo vlees per jaar. Dat is een winkelwagentje vol kiloknallers. Een paar dozen met blikken knakworsten. Een tot onherkenbare substantie vermalen koe of varken, verkocht als leverpastei. Zo ziet de Nederlander zijn eiwitbron graag op zijn bordje of boterham liggen. Geen

botjes, da’s alleen maar lastig. Je zou nog bijna zien dat je een dier eet. Liefst ook voorgesneden, want een kipfiletje zit nog vol met van die witte slierten en dat snijdt zo lastig. Esthetiek is tot daar aan toe, maar de gevolgen van onze overmatige vleesconsumptie op het milieu zijn een ander punt. Om in Nederland één kilo vlees te produceren is gemiddeld zo’n zes kilo veevoer nodig. Veevoer bestaat voor een groot deel uit soja. Soja wordt door Nederlandse boeren geïmporteerd uit Zuid-Amerika, vooral uit Brazilië en Argentinië. Laat daar nou net een Amazonegebied van 7 miljoen km2 liggen. Omdat gras blijkbaar niet goed genoeg is voor onze bio-industriekoeien, schotelen we ze een lekker hapje soja voor. Daarvoor worden grote delen van het Amazonewoud gekapt om er sojaplantages van te maken. Door die ontbossing komt veel koolstofdioxide vrij, wat het broeikaseffect weer een handje helpt. Dat broodje ham dat je weghapt tijdens de lunch is dus niet zo onschuldig als je denkt. Het vleeskoopgedrag van Nederlanders wordt sterk beïnvloed door de prijs van het vlees. Niet vreemd dus dat we minder varkensvlees zijn gaan eten; door de hogere kosten voor voer en mest is varkensvlees duurder geworden. Kiloknallers gooien we daarentegen maar al te graag in ons mandje, zo blijkt uit een on-

derzoek uit 2008 van marktonderzoeksbureau GfK in opdracht van Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE). De verkoop van gehakt en kipfilet groeide de afgelopen jaren sterk. Maar om dat goedkope vlees in de schappen te kunnen hebben worden koeien, kippen en varkens volgestopt met goedkoop veevoersoja dat uit Zuid-Amerika wordt geïmporteerd. Met als resultaat, voilà: ontbossing. Milieudefensie startte daarom eerder dit jaar een campagne over het ‘drama achter goedkoop vlees’, waarmee ze probeerden supermarktketen Albert Heijn te bewegen de Zuid-Amerikaanse oerwouden te helpen redden. Tevergeefs, want de o zo pure en eerlijke Appie wilde niet beloven binnen vijf jaar geen vlees meer te verkopen dat gevoerd is met foute veevoersoja. En dus gaat Milieudefensie door met haar campagne. Tot vegetariër wil ik je niet per se bekeren, maar af en toe een biologisch stukje vlees zou al leuk zijn. Of eens per week een vleesloze dag. Make it a meatless Monday, ga voor de vleesloze vrijdag. Laat deze idealist even dromen. Een vleesloze dag in de week. Dat betekent voor Nederlanders 76,3 in plaats van 89,3 kilo vlees per persoon per jaar. Dat betekent niet 8,6 miljard kilo geïmporteerde soja per jaar, maar 7,6. Toch een miljard kilo soja minder per jaar. Weer een paar hectare bos dat opgelucht adem kan halen. 


8

Nummer 2 38e jaargang

Nait Soez’n

Studentenprotesten in Wenen Zo’n 2000 studenten bezetten in oktober de aula van de Weense kunstacademie. Het protest sloeg binnen een maand tijd over naar andere Oostenrijkse hogescholen en universiteiten, naar Duitsland, en naar de rest van Europa; behalve tot nu toe Nederland. De redenen voor het protest: overvolle collegezalen, bezuinigingen en de macht van bedrijven in het hoger onderwijs. door Mona Dohle In de stad van Mozart, operagebouwen en Sachtertorte gebeuren uitzonderlijke dingen. De aula van de Academie voor Beeldende Kunsten in Wenen werd in oktober door zo’n 2000 studenten bezet. Van daaruit heeft zich een golf van bezettingen en studentenprotesten over heel Oostenrijk uitgebreid. De gebeurtenissen in Oostenrijk zijn symptomen van een conflict dat in heel Europa speelt. Waar verzetten deze studenten zich precies tegen? Aanleiding voor de protesten was de onderhandeling tussen de directeur van de Academie en het Ministerie voor Wetenschap en Onderzoek over een nieuwe begroting. Daarachter ligt echter de woede van de studenten over het Bolognaproces, dat in het kader van de Europese samenwerking doorgevoerd wordt. Een centraal idee van het Bolognaproces is volgens de Europese Ministers van Onderwijs de verbetering van de Europese concurrentiepositie ten opzichte van de buitenwereld. In verband met deze hervormingen is het bachelor-masterstelsel ingevoerd om vergelijkbare diploma’s te hebben. Dit levert studenten op het eerste gezicht een aantal voordelen op: zo zou het makkelijker moeten worden om in een ander Europees land te gaan studeren. De studenten in Wenen verzetten zich echter tegen het Bolognaproces. Ze bekritiseren de inbreuk op de autonomie van de universiteiten, de liberalisering van het onderwijsbeleid, waardoor een studie steeds minder toegankelijker wordt, de verminderde keuzevrijheid over het studieschema en de toenemende invloed van bedrijven. Kortom, de economische motieven achter ‘Bologna.’ Bezette collegezalen werden door studenten gebruikt voor geïmproviseerde debatten over zaken als vrijheid van onderwijs, discriminatie en sociale ongelijkheid, maar ook voor ‘echte’ colleges, met professor en al: Alex Callinicos, hoogleraar aan Kings College in Londen en prominent lid van de (ultra-linkse) Socialist Workers Party. Hij kwam uitleggen dat de bezetting geenszins radicaal is, maar een democratische plicht in een college over onderwijs in een ‘neoliberaal tijdperk.’ Volgens de studenten in

andere zalen is onderwijs een collectief goed waar iedereen recht op heeft. Het zou niet puur als economische factor beschouwd moeten worden. Daarom eisen ze de afschaffing van toegangseisen en rendementsmaatregelen. In plaats daarvan willen ze sterkere focus op het begeleidingstraject, steun voor kleinere studierichtingen en meer keuzevrijheden. In tegenstelling tot de studenten van Nederlandse universiteiten hebben hun collega’s in Wenen geen medezeggenschap. De universiteitsraad bestaat uit

een senaat en enkele ambtenaren. De Oostenrijkse studenten eisen nu directe medezeggenschap voor studenten en medewerkers. Daarnaast vinden ze dat de werkomstandigheden van het personeel verbeterd moeten worden. Ze willen dat er meer assistent-docenten aangesteld worden en dat er geen discriminatie tussen onderzoekers en docenten meer plaatsvindt. Deze ambitieuze eisencatalogus roept uiteraard kritische reacties op: waar moet al dat geld vandaan komen? Feit is dat de Oostenrijkse regering 5,5 miljard euro voor hoger onderwijs beloofd had. Hiervan is tot nu toe slechts de helft geïnvesteerd. Collegezalen zitten overvol. Verdere investeringen zijn dringend nodig. Deze tekortkomingen hebben ook mensen die nooit politiek actief geweest zijn gemobiliseerd om in actie te komen. De golf aan protesten heeft de politiek verrast. Er zit namelijk geen grote organisatie achter. De studenten hebben

elkaar via sms, Facebook en Twitter gemobiliseerd. Inmiddels is het protest uitgebreid naar vrijwel alle grote studentensteden zoals Linz, Graz, Salzburg, Innsbruck en Klagenfurt. De minister van onderwijs zag zich gedwongen 34 miljoen extra te besteden. De studenten willen echter dat hij opstapt. Eigenlijk zou de woede van de Oostenrijkse studenten zich ook tegen Duitsland moeten richten. De massale instroom van Duitse studenten maakt het immers voor hun niet makkelijker om een studieplek te krijgen. Voor de studenten in Oostenrijk is echter duidelijk dat het probleem een internationale dimensie heeft. Daarom hebben ze zich solidair verklaard met het Duitse actienetwerk “Bildungsstreik,” dat in september 270,000 mensen de straat op kreeg voor een landelijke onderwijsstaking. Via Facebook komen steunbetuigingen binnen uit heel Europa. In totaal zijn zo’n veertig universiteiten in diverse landen bezet. De klachten lijken verbazingwekkend veel op elkaar: bezuinigingen op onderwijs gekoppeld aan een toenemend bedrijfsmatige logica, waardoor studenten zo snel mogelijk af moeten studeren om nuttig voor het bedrijfsleven te worden. Dit is geen toeval. Het thema onderwijs wordt namelijk steeds meer op Europees niveau behandeld door ambtenaren, lobbyisten en politici. De Bolognahervomingen zijn vooral in overleg met de lobby van het bedrijfsleven gepland. Hoewel ook vertegenwoordigers van de Europese Studentenvakbond (ESU) vertegenwoordigd waren, kwam er weinig input van de studenten. De recente ontwikkelingen laten zien dat de ingevoerde hervormingen onder studenten omstreden zijn. Naast het top-downverhaal over internationalisering van onderwijs is er nu een bottom-up-antwoord van studenten en dat blijkt nogal kritisch te zijn. Het Bolognaproces lijkt een boemerangeffect te hebben: de uniforme regels in Europa hebben ook de studentenstrijd verbonden, omdat de problemen in verschillende landen vergelijkbaar zijn. De gebeurtenissen in Wenen zijn een symptoom daarvan. 


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

9

Bsa is een veel te goedkope oplossing De discussie over de invoering van bindend studieadvies (bsa) aan de RUG houdt de gemoederen flink bezig. GSb, SOG en verenigingen van Vindicat tot Cleopatra organiseerden een referendum over het onderwerp. Volgens universiteitsraadslid Thomas Wagenaar (GSb) ligt het eigenlijke probleem veel dieper dan punteneisen. Universiteiten worden financieel geprikkeld om studenten die langzamer studeren snel af te schrijven, vanuit een kosten-baten-analyse. door Thomas Wagenaar Het bsa is een heikel punt voor studenten, aangezien het een maatregel is die studenten met een blokkade confronteert. Niet genoeg puntjes gehaald in je eerste jaar? Wegwezen, en nooit meer terug komen bij die opleiding. Geen propedeuse na twee jaar? Wegwezen, punten kwijt, en nooit meer terug komen. Vreemd genoeg vinden veel mensen, waaronder studenten, dit wel een goed idee. Bestuurders zeggen: “de student heeft de plicht tot studeren.” Docenten spreken van een “duidelijke pedagogische markering.” Studenten zeggen: “ik moet tóch mijn best doen, en ach, 40 punten, dat moet toch lukken?” Alledrie gaan ze voorbij aan een aantal cruciale punten. Allereerst: studeren aan een universiteit betekent dat je niet in een onderwijsfabriek terecht dient te komen. Een bsa bevordert het fabrieksgehalte door studenten te dwingen na te gaan denken over de puntjes die ze halen, in plaats van ze intrinsiek te motiveren. Ten tweede: als een instelling een bsa invoert, geeft het zonder meer toe dat die instelling onvoldoende aandacht heeft besteed aan studiebegeleiding en het reduceren van massacolleges. Er wordt altijd van alles geroepen over het bsa als zijnde een “sluitstuk van een waaier van maatregelen,” maar die andere maatregelen worden of niet genomen, of beloofd, half ingevoerd, en daarna vergeten. Ten derde: het bsa is eigenlijk niets meer dan een mogelijkheid voor de universiteit om studenten die net wat meer moeite hebben met hun eerste jaar zo snel mogelijk kwijt te raken, zodat ze er geen geld aan verliezen. In deze trant kan ik nog wel even doorgaan, maar helaas hebben we eigenlijk te maken met een veel groter probleem. Universiteiten krijgen zo’n vijftig procent van de bekostiging voor het onderwijs voor diploma’s. Studenten die langer

over een studie doen, of het gevaar lopen deze niet af te ronden, zijn niet rendabel. Het wordt voor universiteiten dus aantrekkelijk om sneller te besluiten of een student de investering wel of niet waard is. De student als product in plaats van

talent, de universiteit als bedrijf in plaats van broedplaats. De discussie over het sneller afstuderen heet dan ook niet een discussie over studiesucces, maar over ‘rendementen.’ Dat betekent dan ook dat er maatregelen worden genomen die gericht zijn op studenten die minder punten halen te blokkeren in plaats van te stimuleren. Er wordt alleen gekeken naar het kostenplaatje. Beleidsmakers in het hoger onderwijs doen de grootst mogelijke moeite om dit geheim te houden. Hier in Groningen alleen al merk je hoe opvallend dit eigenlijk is. De argumentatie voor het bsa-plan was zo verschrikkelijk zwak, dat twee van de drie studentenpartijen, GSb en SOG, de raadsvergadering verlieten omdat blijven geen zin had. Er was niet inhoudelijk over te spreken. Als je dan naar de ambtenaren van de RUG loopt om te vragen of ze niet een beter stuk kunnen produceren, krijg je een vaag antwoord in de trant van: het col-

lege had ons verzocht om een zo beknopt mogelijk stuk te produceren. Men houdt koste wat het kost de financiële argumentatie buiten beschouwing, want men weet donders goed dat het nooit geaccepteerd gaat worden voor het onderwijs. Wat wij als studenten nu moeten doen zijn twee dingen. Ten eerste moet het College van Bestuur hier in Groningen duidelijk worden gemaakt dat het zo niet kan én dat het zo niet hóéft. Het referendum over het bsa en inspraak van studenten was een goed begin; niemand had verwacht dat er een studentencoalitie uit zou kunnen komen die zo breed werd gedragen. Ten tweede moeten universiteitsbestuurders en studenten samen aan Den Haag laten weten dat het onderwijs niet mag lijden aan een economisch keurslijf. Durf te investeren en maak ruimte voor geweldig onderwijs en kwaliteitswetenschap. Dát is de handel van de toekomst. Dus studenten van Nederland: maak je sterk, laat je horen, en de wereld ligt aan je voeten. Op het moment van schrijven is het nog te vroeg om te berichten over vervolgacties; een demonstratie op het Academieplein staat gepland voor 26 november. 

Van 2 t/m 20 november organiseerde het Platform BSA Groningen een referendum over de invoering van een bindend studieadvies (bsa) aan de RUG. 74% van de stemmers bleek tegen het voorstel van het RUGbestuur, 26% was voor. Op de vraag of er draagvlak onder studenten nodig is voor zo’n beslissing antwoordde 84% instemmend. In totaal hebben 2239 van de ca. 25.000 RUG-studenten hun stem uitgebracht.


10

Nummer 2 38e jaargang

Nait Soez’n

Pedagogisch correcte horror Naast rapper is Calvin Broadus, beter bekend als Snoop Dogg, ook filmmaker. Zijn stijl: getto-horror met een boodschap. door Wieke van ’t Veer Ik verzamel slechte horrorfilms. Dat staat zelfs op mijn cv en er wordt steevast naar gevraagd in sollicitatiegesprekken. De sollicitatiecommissies zien na uitleg ook wel in dat naar in de wind wapperende grafstenen kijken gewoon heel grappig is. Het is niet moeilijk om plezier te hebben van cinematografische drakerij en het is vaak nog goedkoop ook. Een van de treuriger door filmproducenten uitgebraakte wanproducten is Snoop Dogg’s Hood of Horror (Title, 2006). Hood of Horror valt in het genre getto-horror. Jazeker, dat bestaat. En het staat in mijn dvd-kast. Het betreft een raamvertelling, waarin vanuit een geanimeerd raamwerk een drietal echtemensenverhalen wordt verteld, ingeleid en van commentaar voorzien door, jawel, Snoop Dogg. Het eerste verhaal gaat over een stoere jonge vrouw die graffitivandalen aanspreekt op hun gedrag en daarvoor achtervolgd wordt, maar magische graffitikrachten krijgt om hen te straffen. Echt waar. Het tweede verhaal gaat over een redneckracist en zijn blonde, chihuahua-minnende vriendin die bejaarden pesten en daar de tol voor moeten betalen. Het derde verhaal gaat over een rapper die op een oneerlijke manier beroemd is geworden en daarvoor moet boeten. Allemaal rijkelijk voorzien van professioneel smakeloze gore en een soundtrack die zo slecht is dat die van Snoop Dogg zelf zou kunnen zijn. Want de ware horror in dit verhaal is niet eens de verhaallijn, nee: het is het acteertalent van onze eigenste Calvin Cordozar Broadus (a.k.a. Snoop Dogg). Ik heb vogelverschrikkers overtuigender zien acteren. Regisseuse Stacy Title

kan onmogelijk aan het eind van haar leven rustig sterven bij de gedachte aan de troep waar ze de wereld mee heeft opgezadeld. De vijf titels die ze heeft geregisseerd, hebben een gemiddelde IMDB-waardering van 5,9, waarbij Hood of Horror een indrukwekkende 4,0 heeft gekregen. Kijkend naar de verhaallijnen was dit je misschien al opgevallen. Mij nog niet,

want ik zat midden in slechte plots, een gebrek aan goed spelende acteurs, onwaarschijnlijk slechte belichting en tenenkrommende dialogen. Pas nadat Snoop weer in beeld kwam na het derde verhaal en ons vertelde dat iedereen zijn verdiende loon had gekregen, begon het ons te dagen. Ik rolde bijna van de bank van verbazing, maar hier werd een moraal ten toon gespreid. Een man die bekend staat om zijn vrouwonvriendelijke gewelddadige teksten, achterlijke vlechtjes en die Engeland en Australië niet meer in mag vanwege veroordelingen

(o.a. wapenbezit, drugshandel en een niet toegewezen aanklacht voor moord), stond ons hier daadwerkelijk te vertellen dat graffiti spuiten, bejaarden pesten en anderen erin luizen niet goed is! Voor ultieme pedagogische correctheid vat hij de verhaaltjes achteraf nog even voor je samen en vertelt hij nog eens wat er ook alweer voor stouts werd gedaan en dat wie slecht doet, slecht ontmoet. Helaas betreft het hier niet het enige product van meneer Broadus: hij heeft nog meer gangsta-diarree over de wereld verspreid die het op IMDB niet beter doen dan 1,1 à 4,8. Was er dan niets leuk aan Hood of Horror? Jawel, het geanimeerde raamwerk is goed uitgevoerd. De stijl is origineel en hoewel het flink gewelddadig is, blijven de animaties wel je aandacht vasthouden. En het gebrek aan acteertalent is op zichzelf weer vermakelijk. Ook positief is de aanwezigheid van Danny Trejo, de Latijns-Amerikaans ogende kerel met het verweerde gezicht. Je kent hem uit From Dusk till Dawn (Rodriguez, 1996), Desperado (Rodriguez 1995), The Devil’s Rejects (Zombie, 2005, eerder hier gerecenseerd), en vele, vele B-horrorfilms waarin hij vaak de mysterieuze enge man speelt. Hij lacht onheilspellend op zijn stoepje in de woestijn. Meer hoeft hij niet te doen. We bedachten dat hij misschien gewoon verkeerd begrepen wordt. Zou hij ons niet alleen maar vriendelijk toelachen? En misschien begrijpen we Snoop Dogg ook wel verkeerd. Hij kan niet acteren en hij kan geen fatsoenlijke films produceren. Over zijn muziek laat ik me verder niet uit. Misschien zijn er heus wel dingen die hij wel kan. We weten alleen nog niet wát. Zoals Snoop zou zeggen: crapizzle shizzle! 


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

11

Crisis, klimaat en keuzevrijheid Veel burgers hebben best wat over voor het klimaat. Volgens een opiniepeiling van de BBC onder 22.000 mensen in 21 landen is 80% bereid om hun levensstijl aan te passen ten gunste van het klimaat. In december komen regeringen bijeen in Kopenhagen voor de klimaattop van de VN. Willen die ook verandering zien? door Mona Dohle Toegegeven, ik ben een van die naïevelingen die in de supermarkt 20 cent meer betaalt voor een pak biologische melk. In de hoop dat de koeien dan een beter leven hebben en de boeren een fatsoenlijke prijs voor hun melk krijgen. “Je bent wat je kiest” staat op een van de pakjes. En ik ben dus een verantwoord, bewust mens omdat ik puur en eerlijk kies. Dezelfde logica die voor dierenwelzijn geldt, geldt ook voor klimaat (denk aan groene stroom): de keuzevrijheid van de consument staat voorop. Als iedereen zoals ik zou handelen, dan hadden we de problemen al lang opgelost: geen klimaatcrisis, geen atoomenergie, geen afval in de zee, geen overbevissing, kortom: een betere wereld. We worden voor de keuze gesteld: duurder inkopen of je bent zelf schuldig aan klimaatverandering, dierenleed en de honger in de wereld. Maar hebben we deze keuze eigenlijk wel? Niet iedereen kan kiezen voor duurzame producten, zelfs in Westerse landen niet. In Hamburg leeft een op de vier kinderen van een sociale uitkering, dat betekent 3 euro per kind per dag voor eten. Hoe zouden hun ouders van dit bedrag biologische producten kunnen kopen? De situatie aan de aanbodkant van de economie is ingewikkelder. Toen de eerste tekenen van de economische crisis zichtbaar werden, was het een gevleugelde uitdrukking: ‘de crisis als kans,’ en wel voor een duurzame wederopbouw. Investeren in windparken, nieuwe groene innovaties, en subsidies voor zuinigere auto’s. De bedrijven en de regeringleiders hadden de keuze voor een groen antwoord op de economische crisis. Inmiddels zijn we enkele maanden verder. Europese overheden pompen miljarden in de auto-industrie, onder andere in de vorm van slooppremies. De consument heeft weer de keuze. In feite wordt echter niet de koop van zuinige auto’s gestimuleerd, maar vooral de koop van dúre auto’s. De effecten op het milieu zijn omstreden. De industrie reageert positief; het korte-termijneffect is immers gesubsidieerde winst. En die winst kan ook nog eens als duurzaam

verkocht worden. De retoriek is veranderd: in plaats van een ‘groen antwoord op de crisis’ worden subsidies stopgezet, omdat er geen geld meer is. Shell, dat onlangs nog probeerde mee te zwemmen op de groene golf van duurzaamheid, heeft in maart zijn projecten met windmolenparken stopgezet omdat ze niet voldoende opleverden. En hier komen we weer terug op het verhaal van de keuzevrijheid. Begin december vindt in Kopenhagen een VN-top plaats, waar regeringen over een opvolger van het Kyoto-protocol onderhandelen. Hier moet besloten worden hoe met de uitdagingen van de klimaatcrisis omgaan. Volgens het Intergouvernementele Panel Klimaatverandering kan de gemiddelde temperatuur op aarde deze eeuw tussen de 1,1 en 6,4 graden stijgen. Dat is nogal een verschil: om de aarde met minder dan 2 graden te verwarmen moet de CO2-emissie in 2050 met 80% gereduceerd worden ten opzichte van 1990. Of we dat redden is afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden. De keuze van één persoon om groene stroom af te nemen is leuk en aardig, maar de keuzes van regeringleiders en bedrijven zullen uiteindelijk bepalend zijn. De huidige voorstellen zijn vooral op marktmechanismen zoals verhandelbare vervuilingsrechten gebaseerd. Tot nu toe is van de 80% CO2-reductie maar 1,7% gerealiseerd. De illusie wordt gewekt dat het initiatief voor duurzame energie van bedrijven zou komen. Vergeten wordt dat er veel geld wordt verdiend aan de status quo: volgens de Amerikaanse Energy Information Administration zijn de winsten van de oliehandel de afgelopen 6 jaar met 600% gestegen tot 180 miljard dollar per jaar. Op zonnestralen bestaan

geen eigendomsrechten, dus kunnen er geen vergelijkbare winsten mee gemaakt worden. Waarom zou een naar winst strevend bedrijf daarop inzetten als het ook voor olie kan kiezen? De klimaatcrisis staat niet los van de voedselcrisis en de economische crisis. Sterker nog, de slachtoffers van de klimaat- en voedselcrises betalen de lasten van de economische crisis. Zolang we blijven denken in termen van winstmaximalisatie kunnen we geen van deze crises aan. Voor een echte verandering moeten we beginnen bij de structurele problemen binnen ons economisch en politiek systeem. De politiek, die industrie en banken met miljarden gesteund heeft, zal van hen duurzame investeringen moeten eisen. De noodzaak van een fundamentele wijziging in onze energievoorziening moet erkend worden. De politiek heeft al vaak genoeg laten zien dat ze dit niet inziet. Uiteindelijk is ze dus weer afhankelijk van de burgers. Dat houdt niet alleen een verandering van onze eigen levenswijze in, maar vooral ook dat we druk moeten uitoefenen op politiek en bedrijven. Als er voldoende mensen naar de klimaattop in Kopenhagen komen om een betere toekomst te eisen, zou dat zelfs een slaapkop als Balkenende wakker moeten schudden. 


12

Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

Kraakverbod niet waterdicht De Tweede Kamer heeft ingestemd met een kraakverbod, maar in de Eerste Kamer moet het nog besproken worden. Rechtenstudent Sjoerd Otter ziet, los van de politieke discussie, nogal wat juridische problemen met het wetvoorstel. door Sjoerd Otter Dat kraken strafbaar wordt, is een politieke keuze waar mee men het eens kan zijn of niet; maar daar zal ik in dit stuk niet op ingaan. Wel zijn er een aantal praktische bezwaren tegen het huidige wetsvoorstel. Ten eerste is de delictsomschrijving van kraken te ruim. Ten tweede gaat het begrip ‘strafrechtelijke ontruiming’ erg ver omdat er geen machtiging van de rechter-commissaris vereist is, waardoor misbruik mogelijk wordt. Ten derde is er geen overgangsregeling voor mensen die al in een kraakpand wonen. En last but not least heeft het voorgestelde registratiesysteem voor leegstaande panden in het verleden al gefaald. De delictsomschrijving van kraken luidt: “hij die in een woning of gebouw, waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk binnendringt of wederrechtelijk aldaar vertoeft, wordt als schuldig aan kraken, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.” Ook bezoekers van een kraakpand zijn dus strafbaar, zelfs als ze zich in het geheel niet bemoeid hebben met kraken in de letterlijke zin (openbreken van de deur) en binnengaan van het pand. In kraakpanden zijn vaak voorzieningen als veganistische eethuisjes, linkse bibliotheken en allerhande kunstuitingen gevestigd. Het zou erg ver gaan als argeloze bezoekers van activiteiten in kraakpanden zouden worden opgepakt en vervolgd voor een misdrijf. Maar ook buren, vrienden en familie zouden niet meer bij krakers ‘thuis’ over de vloer kunnen komen. Er komt ook een nieuw artikel (551a) in het Wetboek van Strafvordering waardoor verdenking van kraken voldoende reden is voor ontruiming door de politie. Hiermee komt er een wettelijke grondslag voor ‘strafrechtelijke ontruiming.’Als men dit artikel te gemakkelijk toepast, kunnen er onwenselijke situaties ontstaan. Een huurder die niet onmiddellijk kan bewijzen dat hij een geldige huurovereenkomst heeft, zou uit zijn huis kunnen worden gezet zonder enige vorm van proces. Een opsporingsambtenaar mag het huis leeghalen van iemand waarvan hij vermoedt dat die zonder recht of titel ergens verblijft. Een

vermoeden is veel te vaag om zo diep in te grijpen in de persoonlijke leefsfeer van burgers. Een huurder die een conflict met zijn huisbaas heeft, zou gemakkelijk slachtoffer kunnen worden van misbruik van de bevoegdheid tot ‘standrechtelijke’ ontruiming. Het lijkt me de taak van de rechter om vast te stellen of een vermoeden van wederrechtelijk verblijf juist is of niet en niet aan een individuele politieagent. Naar mijn mening zou de rechter-commissaris een machtiging moeten afgeven voordat de politie tot strafrechtelijke ontruiming kan overgaan. Dit artikel levert ook problemen op voor mensen die al gekraakt wonen. Veel krakers hebben geen andere mogelijkheid om op korte termijn aan woonruimte te komen. Het zou in elk geval redelijk zijn dat er een overgangsregeling zou komen, zodat mensen die al in een kraakpand wonen op het moment de wet in werking treedt niet automatisch strafbaar zijn wegens het aanwezig zijn in een kraakpand. Volgens het wetsvoorstel kunnen gemeenten een leegstandsverordening vaststellen, maar dit is niet verplicht. Als er zo’n verordening is vastgesteld, zijn eigenaren van leegstaande panden verplicht om leegstand te melden als deze langer duurt dan een door de gemeente vastgestelde termijn (minimaal zes maanden). Een soortgelijke plicht om leegstand te melden heeft in de jaren ’80 ook al in de Leegstandswet gestaan, maar is, omdat dit blijkbaar niet werkte, begin jaren ’90 weer uit de wet geschrapt. Voor zover ik weet, is bij de totstandkoming van de nieuwe Wet Kraken en leegstand niet gekeken naar evaluaties van de oude regeling in de Leegstandswet. Na melding kan de gemeente, na de eigenaar de gelegenheid te hebben gegeven in overleg te treden, in een beschikking vaststellen dat een gebouw, of een gedeelte daarvan, geschikt is voor gebruik. Het College van Burgemeester en Wethouders kan dan een

gebruiker voordragen. Volgens de leegstandsverordening is een voorwaarde dat de leegstand langer duurt dan een termijn van één jaar. De eigenaar is verplicht om de voorgedragen gebruiker binnen drie maanden na de voordracht een overeenkomst tot ingebruikname van het gebouw te bieden, tenzij een overeenkomst is gesloten met een andere gebruiker die het gebouw binnen redelijke tijd in gebruik neemt. Bij niet nakomen kan de gemeente een boete opleggen van maximaal 7500 euro (artikel 18 lid 2 Wet Kraken en leegstand). Deze boete is laag en zal speculanten dus niet afschrikken. Voor een branche waar miljoenen euro’s in omgaan is 7500 euro een fooi die men desnoods meerdere keren achter elkaar kan betalen terwijl het betreffende pand blijft leegstaan. Sancties zoals een (hoge) dwangsom zijn wel mogelijk. Het is echter de vraag of daar in de praktijk gebruik van zal worden gemaakt. 


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

13

Een telefoonboek vol billboards Een exemplaar van Nait Soez’n weegt 40 gram. De septembereditie van het beroemde modeblad Vogue weegt zo’n 1260 gram. The September Issue, de film die de totstandkoming van deze belangrijkste editie van Vogue uit 2007 volgt, toont hoe dit blad tot zulke monsterlijke proporties opzwelt. Nu mag de modewereld eindelijk eens dik en zwaar zijn. Elitaire idiotie, of laten de dames zien hoe het werkelijk moet? door Bas de Vries   Het blad Vogue heeft de status van bijbel in de modewereld en de film is een gedetailleerd verslag van hoe de redactie het blad tot stand brengt. Voor de sjofele Nait Soez’n-redactie was het een feest der herkenning. Nadat editor in chief Anna Wintour ons bezworen heeft dat mode niet raar of eng is, volgt een spectaculaire introductie tot haar wereld. Modeweken in Parijs en New York, terwijl een massa camera’s om Wintour en haar entourage heen zwermen. “The single most important person in the 300 billion dollar fashion industry.” De hele redactie onderhoudt nauw contact met de adverteerders en afnemers. Dat moet ook wel, want Vogue lijkt nog het meest op een telefoonboek gevuld met buitensporig veel billboards. Elke zweem van journalistieke objectiviteit verdampt wanneer Wintour bij ontwerpers langs gaat om de kleding voor de komende shows te keuren. Tenslotte moet ze weten, of zelfs bepalen, wat er in het wereldje gebeurt. Voor een opinieblad als het onze is deze betrokkenheid buitenaards. De film volgt verschillende redactieleden die zich vol overgave in hun werk storten. Zo is er creative director Grace Coddington , die ophield met modellenwerk nadat ze haar hoofd door een autoruit ramde. Of André Leon Talley, de editor at large, die vol overgave analyseert: “There is a famine of beauty, my eyes are starving for beauty.” De treffende gelijkenis met James Earl Jones in Coming To America fungeert als voorbeeld voor ons allen. Wanneer Talley met ontwerper Isabel Toledo overlegt, draagt hij gewoon een dekbedovertrek. In onze redactie loopt een jongen rond die het leuk vindt om in vrouwenkleren rond te lopen. Ik wens vergiffenis voor alle excentriciteiten. De hoofdrol is duidelijk voor Wintour, die eerder al model stond voor de gekmakende bazin van Lauren Weisberger in de roddelroman The Devil Wears Pra-

da. Een typerend fragment uit dat boek: “Ze belde mij aan één stuk door, en als een gestoord pavlovhondje na een uit de hand gelopen experiment reageerde ik instinctief wanneer hij rinkelde. Tringtrrring: verhoogde hartslag, Trrriiiiing: automatisch verkrampte vingers en gespannen schouders. Trrriiiiing: O, waarom laat ze me niet met rust, alsjeblieft, o, god, vergeet alsjeblieft dat ik besta.”

  Het lijkt ongelofelijk dat dit kille omaa tje bij mensen zo het bloed onder de nagels vandaan kan halen. Is zij de vrouwelijke versie van de Hulk of gewoon een bloedirritante bitch? The September Issue beantwoordt deze vraag beslist niet. Voor harde kritiek op Wintour en haar wereld moet je elders zijn. Anna Wintour, dol op bobkapsels en voorstander van het dragen van bont, is wereldberoemd om haar grillige persoonlijkheid. In de film bemoedert Wintour mensen echter eerder dan dat ze de zweep hanteert. Er wordt vaak ingezoomd op haar stoïcijnse gezicht. Haar blikken zijn tegelijkertijd veelzeggend en nietszeggend. Er is duidelijk iets mis, maar wat? De redactie heeft blijkbaar al genoeg aan haar blikken en korte mededelingen. Voor zachtaardigheid en democratie is er geen ruimte. Het samenstellen van dit tijdschrift is dan ook een maniakale onderneming: elke foto moet eruit zien alsof iemand zijn hele ziel en zaligheid erin heeft gelegd; zoveel toewijding en passie voor iets wat zo tijdelijk is. Het lijkt in de film

enkel om de foto’s te gaan, artikelen worden inhoudelijk niet behandeld. Er is een onvoorstelbare hoeveelheid materiaal die zij moet keuren. Je moet dan snel ter zake komen. Spijkers met koppen slaan. Het zweet staat soms letterlijk op het voorhoofd van de redactieleden: “Maar hij heeft die foto gemaakt, dan kan hij die toch gewoon opsturen, zodat wij het kunnen bekijken?” “Nee. De fotograaf zei, de setting bevalt mij niet, dus er is helemaal geen foto gemaakt.” Het is allemaal heel herkenbaar. De deerniswekkende frustratie, de paniek van de deadline. Het constant keuren en schrappen van pagina’s. Ook Vogue doet dat door middel van een plank: een grote plaat waarop de pagina’s in het klein staan afgedrukt. Ook bij Vogue kijkt men anders naar dingen afhankelijk van het moment waarop het wordt aangeleverd. Het redactiekantoor staat vol met trendy designerkleding waar het onze vol staat met linkse prullaria.   De film is goed gemaakt, het camerawerk is voyeuristisch: de kijker als ongeziene indringer. Na het zien van de film zeg je echter niet: “Dit is nou de microkosmos van de mode-industrie in het algemeen en Vogue in het bijzonder.” Eén moment lijkt erop. Een gezette cameraman wordt betrokken in een photoshoot. De modewereld blijft een andere planeet waarin gezellige buikjes niet welkom zijn. Anna merkt dit op: “you need to go to the gym,” en zegt dat ze dit digitaal wil aanpassen. In een door de pers als ultieme rebellie betitelde actie probeert Grace achter Anna’s rug om hier een stokje voor te steken. De kinderachtigheid is tegelijkertijd verbazingwekkend en herkenbaar. Het was een van de vele meen-je-dit-nu-werkelijkmomenten. De film lijkt een compromis, maar is ook voor niet-redactieleden een interessant kijkje in de keuken. 


14

Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

(advertentie)

Puur Inhoud!

(advertentie)

Vervelende huisbaas, problemen met de IBG, studievertraging of een arbeidsconflict?

Vervelende huisbaas, problemen met de IBG, studievertraging of een arbeidsconflict?

Oftewel:

Oftewel:

Hulp nodig?

Hulp nodig?

Neem contact op met het

Neem contact op met het

Steunpunt

Steunpunt Via steunpunt@groningerstudentenbond.nl www.groene.nl 050-3187898

Via steunpunt@groningerstudentenbond.nl 050-3187898

(advertentie)

Vervelende huisbaas, problemen met de IBG, studievertraging of een arbeidsconflict?

Vervelende huisbaas, problemen met de IBG, studievertraging of een arbeidsconflict?

Oftewel:

Oftewel:

Hulp nodig?

Hulp nodig?

Neem contact op met het

Neem contact op met het

Steunpunt Via steunpunt@groningerstudentenbond.nl 050-3187898

Steunpunt Via steunpunt@groningerstudentenbond.nl 050-3187898


Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

Een paar weken geleden was het nog rustig aan de Sint Walburgstraat. Alles draaide zoals het altijd doet. Men ergerde zich wat aan de troep in het pand, totdat iemand op het idee kwam een stofzuiger aan te schaffen. Een aantal fanatieke GSb’ers staken de handen uit de mouwen en transformeerden het pand van rommelhok tot een lokaal dat rust, reinheid en regelmaat uitstraalde. Een unicum in de recente geschiedenis van ons pand. Het bleek de stilte voor de storm, want niet lang daarna barstte de oorlog uit in studentenstad Groningen. Het universiteitsbestuur besloot hun bsa-plannetje tegen alle afspraken in door de raad te drukken. Dit leidde tot een zeer tumultueuze universiteitsraad die zijn climax bereikte toen studentenfracties van het SOG en de GSb het slagveld verlieten toen duidelijk werd dat het harmoniemodel dodelijk was verwond. Het had geen zin te blijven, omdat de beslissende slag al elders plaats had gevonden. Een onderling moddergevecht tussen studentenfracties uit de uraad was hierop het gevolg. Toen de eerste stofwolken begonnen op te trekken, verscheen daar het Platform BSA Groningen, als het ware uit de verse modder geboetseerd. Het bleek een unieke samenwerking tussen zeer uiteenlopende studentenorganisaties die nu samen één geluid wilden laten horen richting het universiteitsbestuur. Anno 2009 laten studenten niet meer over zich heen lopen, maar willen ze serieus genomen worden door het bestuur

van de universiteit. Zij willen meepraten over het beleid, over wat goed is voor de universiteit en voor de ontwikkeling van studenten in Groningen. Er werd een referendum georganiseerd, zodat alle studenten hun stem konden laten horen voor of tegen het bsa en vooral ook over de manier waarop de besluitvorming daarover vormgegeven moet worden. Op het moment van schrijven van dit stuk is de uitslag van het referendum helaas nog niet bekend. We wachten met spanning af!   Tussen het hele rumoer door gebeurden er natuurlijk meer dingen bij de GSb. Zo is onze milieuwerkgroep SMOG druk bezig met de fair-trade-week en het mede-organiseren van de gratis toegankelijke klimaatfilm The Age of Stupid in Pathé. Daarnaast liggen er weer verse Groene Gidsen klaar om verspreid te worden. Hoe kom je verantwoord je studietijd door? Interessant voor elke milieubewuste Groningse student!  Ook de biolunch heeft een nieuw jasje gekregen, een blauwe, in de vorm van een prachtig tafelkleed, die voortaan bij elke lunch de boel net dat beetje spectaculairder maakt. De lancering van de vernieuwde biolunch trok veel mensen naar het pand. De verse, eerlijke producten werden met smaak en enthousiasme genuttigd. De fractie in de Hogeschool Medezeggenschapsraad (HMR) is druk bezig met het schrijven van notities over Studie Loopbaan Begeleiding en het kantinebeleid van de Hanzehogeschool. Over beide

15

zaken waren veel klachten, zoals vorig jaar uit onderzoek van de GSb bleek.   De rendementsdiscussie zit er ook weer aan te komen in de HMR, net zoals dat nu al het geval is binnen de uraad. De ufractie bereidt zich hier gedegen op voor en zal haar geluid weer laten horen de komende tijd. Het GSbestuur was ook aanwezig bij het 40-jarig jubileum van de IB-groep. Het bleek een mooie gelegenheid om met functionarissen van de IBG te spreken over problemen die studenten ondervinden met onder andere de OV-chipkaart. Binnenkort zullen we de gelegenheid gebruiken om met de IBG verder te spreken over hoe we deze zaken kunnen verbeteren. Helaas is er niet meer ruimte om verder uit te wijden over waar de GSb zich nog meer mee bezig houdt. Dit zal echter allemaal terug te lezen zijn in het beleidsplan dat we de komende weken vorm zullen gaan geven. Er is veel te doen voor een studentenvakbond, zeker in deze roerige tijden. We willen natuurlijk zoveel mogelijk doen. Houd onze website in de gaten. Dan kun je zien waar jij ons bij kunt ondersteunen! Met vriendelijke, doch strijdbare groet, Het bestuur van de Groninger Studentenbond: Wiebe Geert de Groot Mo Brouwer Paulien Vinke Max de Witte

De eerstvolgende ALV wordt gehouden op 21 januari om 19:30, ten pande. De Groninger Studentenbond (GSb) behartigt de belangen van alle studenten in Groningen. Nieuwsgierig? Kom een keer langs! De Groninger Studentenbond is van maandag tot en met donderdag geopend van 12 tot 17 uur.

St. Walburgstraat 22a tel: 050-3634675

www.groningerstudentenbond.nl/lidworden De inhoud van deze pagina valt onder de verantwoordelijkheid van het GSb-bestuur.


16

Nait Soez’n

Nummer 2 38e jaargang

Column Tamagotchi 2.0 Voor het creëren van een hype of rage zijn twee belangrijke dingen nodig. Het eerste is een publiek dat in de rage gelooft en hem verder de wereld in helpt. Het tweede is het medium waardoor de rage wordt verspreid. Halverwege de jaren ’90 gold dit bijvoorbeeld voor de flippo’s die door middel van chipszakken werden verspreid. De flippo’s werden al snel zo populair dat iedereen ze wilde hebben – zonder flippo’s, al waren het er maar een paar, was je een buitenbeentje. De voetbalplaatjesactie van Albert Heijn dit jaar is ook een mooi voorbeeld. Massaal verzamelden basisschoolkinderen zich buiten de winkels in de hoop hun verzameling compleet te krijgen. Met speelgoed werkte het bijna net zo: bij wie ligt niet op zolder nog een Tamagotchi te verstoffen? Met de opkomst van het internet is het creëren van een hype bijna kinderspel geworden. Informatie verspreidt zich razendsnel – en iedereen kan er commentaar op geven. Op Twitter en YouTube is de minder slimme actie van rapper Kanye West tijdens de MTV Music Awards een grote hit. Dit brengt me bij een derde kenmerk van de rage: het gaat eigenlijk nergens over. In korte tijd wordt er plotseling een gigantische waarde gehecht aan iets dat feitelijk waardeloos is. Sterker nog, de media die tegenwoordig gebruikt worden voor het maken van een rage voldoen aan bijna dezelfde kenmerken als de hype zelf. Het beste voorbeeld is Twitter. Op Twitter kun je korte berichtjes van maximaal 140 tekens plaatsen. Tijdens nieuwswaardige gebeurtenissen heeft Twitter zich enigszins kunnen bewijzen, zoals bij de crash van een vliegtuig in de Hudson. Over het algemeen betreffen de berichtjes slechts nonsens. Ik hoef niet te weten wat Maxime Verhagen op dit moment allemaal aan het doen is (op dit moment het vliegtuig naar New York aan het nemen). Overigens mag er niet getwitterd worden in Tweede Kamer – dus gaan Maxime’s tweets (twitterberichtjes) via een briefje naar zijn woordvoerder. Ik kan me nog voorstellen dat er mensen zijn die het vanuit politiek oogpunt interessant vinden om mensen als Verhagen online te volgen. Ik vind het echter volstrekt onnodig om te weten dat mijn buurvrouw boodschappen is gaan doen of dat mijn collega is begonnen in het nieuwe boek van Dan Brown. Bovendien weet ik niet zeker of die leuke persoon die ik volg ook echt bestaat. Hippe mensen op Twitter blijken regelmatig in de markt gezet te zijn door een uitgever om verkoopcijfers te trekken voor het boek waar ze een rol in spelen. Vervolgens wordt het boek tijdelijk een succes om vervolgens voor altijd in de kast te belanden. Met internethypes gaat het net zo. Iedereen moest een MySpaceaccount hebben, maar wie doet er nu nog iets mee? Over twee jaar denken we terug aan Twitter als die grappige site die eventjes leuk was – maar niemand meer interesseert.

www.groningerstudentenbond.nl


Nait Soez'n 38-2