__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 7

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

a pr il

O p z o e k n a a r d e d a d e r . D e d e k e r k k l o k v a n F a r m s u m L e e n s . E e n m i d d e l e e u w s e

m i s h a n d e l i n g v a n • D e w e e m v a n p a s t o r i e o n t d e k t


inhoud Redmer Alma

Op zoek naar de dader. De mishandeling van de kerkklok van Farmsum 41  In een vorige aflevering van Groninger Kerken wist Redmer Alma de naam, achtergronden en gietjaar van de Pontianusklok van Farmsum te reconstrueren, ondanks het feit dat de wapen en het randschrift op de klok moedwillig zijn weggekapt. In deze bijdrage wordt, op basis van heropend onderzoek, de dader van de barbaarse daad aangewezen. Op de achtergrond wordt duidelijk hoe zeer in het verleden met kerk­ klokken door de provincie is gezeuld.

Carola en Franke Koksma

De weem van Leens. Een middeleeuwse pastorie ontdekt

50

Een middeleeuws gebouw zit soms verstopt in een nieuwer ogend pand. Dat geldt ook voor de pastorie van Leens, die in de literatuur nog steevast wordt aangeduid als negentiende-eeuws. Een in 1997 begonnen restauratie legde tal van architectonische elementen bloot, die een reconstructie van een bouwgeschiedenis van acht eeuwen mogelijk maken. Uit respect voor de rijke historie van de weem doen de bewoners verslag van de ‘ontdekking’ van het in oorsprong middeleeuwse steenhuis.

De Stichting

53

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Educatie · Werk in uitvoering · Onze man in Bergen

34 / 2 – april 2017

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Beschermheer Mr.drs. F.J. Paas, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl Redactie Groninger Kerken Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA Dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar

Foto omslag: de achterzijde van de pastorie van Leens. Foto Duncan Wijting. Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting

Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Chris de Graaf, e-mail: info@groningerkerken.nl

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


1 Het randschrift van de kerkklok van Farmsum is behoorlijk toegetakeld. Onder meer de wapens zijn eruit weggehakt. Foto’s auteur.

Op zoek naar de dader

Redmer Alma

De mishandeling van de kerkklok van Farmsum In de toren van de Farmsumer kerk hangt een bijzondere klok met een grotendeels onleesbaar

2 Farmsum op een kaart uit 1572, vervaardigd in opdracht van Caspar de Robles, luitenant-stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Collectie Harry Ransom Center, University of Texas, Austin.

gemaakte tekst. In een vorige aflevering van Groninger kerken is deze gereconstrueerd, maar een belangrijk raadsel wachtte nog op een antwoord: Wie was verantwoordelijk voor de mishandeling van deze fraaie klok? 1 41

Vorig jaar is in Groninger kerken de Pontianusklok te Farmsum uit een eeuwenlange winterslaap gewekt. Haar naam, achter­ grond en zelfs het gietjaar 1538 waren door moedwillig uit­ kappen van de tekst en wapens onzichtbaar gemaakt. Een moeizame reconstructie bracht uiteindelijk het meeste weer aan het licht wat de onbekende barbaar had willen verhullen. De puzzeltocht heeft een aantal bijzonderheden over deze vroegste renaissancistische klok in Groningen opgeleverd. Zowel voor de geschiedenis van de Noord-Nederlandse luid­ klokken als voor de zestiende-eeuwse kunstgeschiedenis in het algemeen bleek zij een interessant onderwerp voor nader onderzoek te zijn. Voor dat wetenschappelijke onderzoek is het misschien een zijpad, maar het prikkelt wel de nieuwsgierigheid: waar­ om en wanneer zijn teksten en wapens uitgekapt en wie is de schuldige? Bij de vorige bespreking van de Pontianusklok is al geconstateerd dat de diversiteit van de weggekapte stukken (naam, gieter, deel van jaartal, drie wapens) groot is. Het enige wat ongemoeid gelaten is, is de afbeelding van de heilige Pontianus en daardoor weten we met zekerheid dat de Beeldenstorm niet de aanleiding zal zijn geweest. Even­ min zal het wegkappen van de familiewapens geweten kun­ nen worden aan de in 1795 nieuw verworven gelijkheid en

1 Bij de totstandkoming van dit artikel heb ik onmisbare hulp mogen ontvangen van Gert Schansker, Marnix Deterd Oude Weme en Ger Straatman, waarvoor veel dank.


broederschap van de Bataafse Revolutie. De geslachtswa­ pens op de verschillende grafzerken in de Farmsumer kerk zijn immers met rust gelaten en de patriotten zouden geen reden hebben om gietjaar en teksten te verwijderen, die geen verwijzingen naar onderdrukkende heren bevatten. Wel was geconstateerd dat het enige gemeenschappelijke van alle weggekapte informatie ligt in de identificatie van de klok met haar eigenaar en locatie: iedere herinnering aan Farmsum is verwijderd. Daarbij kwam onwillekeurig de ge­ dachte op dat de eigendomskenmerken verwijderd zijn na een diefstal, in een poging om deze te verhullen. Alleen, hoe denkbaar is het dat een honderden kilo’s zware klok heime­ lijk uit een hoge kerktoren getakeld wordt zonder dat iemand het merkt?

De diefstal

42

Het was gelukkig niet nodig om hier een uitzending van Opsporing verzocht aan te wijden. De dieven hebben zichzelf verraden en verschillende getuigen hebben zich spontaan gemeld. Abel Eppens (1534-1590) was weliswaar geen oogge­ tuige, maar in zijn in ballingschap opgestelde kroniek doet hij uitgebreid verslag van wat hem ter ore was gekomen. Op 18 juni 1580 trokken drie compagnieën (‘vendelen’) met stad-Groninger soldaten naar Delfzijl en plunderden vervol­ gens Appingedam, Farmsum en de boerderijen in de omge­ ving voor proviand. Daarnaast maakten zij ook al het kruit en geschut buit dat zij in Delfzijl aantroffen, en – daar gaat het ons om – versleepten zij alle Damster en Farmsumer klokken naar Groningen om hun verbrande toren daarmee te vullen. Met grote triomf werd op de Grote Markt de buit vertoond.2 Ook Eggerik Phebens, toen nog student in Duitsland, beves­ tigt dat een Groninger vendel alle Damster en Farmsumer klokken naar de stad had gesleept.3 Johan Rengers ten Post kan zelfs melden dat zes klokken uit Farmsum en tien uit Appingedam ‘in Gronninger toren’ gebracht waren. 4 Mochten we aan deze getuigenverklaringen twijfelen, dan kunnen we als bewijsstuk nog de stadsrekeningen van de stad Groningen zelf aanvoeren. Hierin vinden we de onkosten vergoed van de hopman van het burgerregiment Ulger Ulger en zijn luitenant Hindrick Hovinck voor onkosten, vertering in de herberg en genoten bier, boter, brood, kaas ‘ende anders’, omdat zij met hun compagnie naar Appingedam en Farmsum getrokken waren en ‘bedreven dat de clocken uth denn thorens aldaer genomen ende ghewonden worden ende vol­ gens ther stadt gebrocht’. Op 3 juli wordt aan de schippers

Meynert Hindricks, Johan van Farmsum en Johan Heynens nog 10 rijdergulden vergoed voor het vervoer van drie klok­ ken uit Farmsum en een grote klok uit Appingedam. Een week later, op 11 juli, wordt aan Johan Arents en jonge Wessel Snickevarer nogmaals een bedrag betaald voor het transport van vier klokken, een uurwerk en een ijzeren deur vanuit Appingedam. Dat de roof geen sinecure was, blijkt wel uit een andere afrekening: meester Willem Tymerman had met negen personen en de ‘steenmesseler’ meester Hindrick Nytrinck met zes anderen gedurende zes dagen gewerkt om de klok­ ken in de beide plaatsen uit de torens te nemen en ‘uth gewonden mit de eerdtwinde’ (aardewinde of windas). 5 Met zo’n overvloed van bewijzen is de dubieuze rol van de stad genoegzaam vastgesteld. De aanleiding en het motief van de Groningers om zich aan de klokken van deze twee plaatsen te vergrijpen, vergen ech­ ter iets meer achtergrondkennis over het moment van de dief­ stal, in een cruciale fase van de Tachtigjarige Oorlog.

De verbrande toren Na de Pacificatie van Gent in 1576 volgde een periode van enige jaren met betrekkelijk religieuze tolerantie onder de nieuwe stadhouder Rennenberg. Op 15 maart 1577 had het garnizoen Waalse soldaten na een tienjarige bezetting de stad verlaten en kon het door Alva aangelegde dwangkasteel voor de Herepoort weer afgebroken worden. In uitgelaten stemming werden pekvaten door de feestvierende stadjers in de Martinitoren gesleept en ontstoken. Groot was de schrik toen de spits vlamvatte en de twee bovenste geledingen ge­ heel afbrandden, waarbij de klokken naar beneden stortten. De onthoofding van de Olle Grieze tastte niet alleen de trots van de stad aan, het verlies van de klokken was in meer op­ zichten een grote slag. De klokken waren bepalend voor het dagelijkse verloop van de stedelijke samenleving: zij kondig­ den aan wanneer de poorten gesloten werden, openbare be­ raadslagingen aanvingen en markten geopend waren. Boven­ al hadden de klokken een vitale functie als het NL-Alert van de zestiende eeuw, waardoor de stadsbewoners in nood­ situaties tot de verdediging van hun moederstad konden worden opgeroepen. Het was dan ook zaak om het gelui te herstellen en niet te wachten op de herbouw van de toren­ spits, die nog tientallen jaren op zich zou laten wachten. De zes grootste klokken waren in elk geval zo beschadigd dat zij alleen het brons nog als klokkenspijs kon dienen.6 De financiën voor de reparatie werden ingezameld door een col­

2 J.A. Feith en H. Brugmans (red.), De kroniek van Abel Eppens tho Equart (Amsterdam 1911-1912) I, 278-279: ‘alhier sint Dampster und Fermsumer clocken alle gehaelet in Gronnygen um horen brande toren darmede weder to vervullen und grote triump daermyt drivende to Gronnygen up den marcket, dat ock nene ure klock gebleven ys.’ 3 H.O. Feith ed., Kronyk van Eggerik Egges Phebens (Utrecht 1867) 156: ‘Sub hoc quoque tempus [= 3 juli] Groningani cum una civium cohorte ex urbe erumpunt, atque post multas direptiones e Dammone et Pharmsemio omnes avehunt campanas.’ 4 H.O. Feith (red.), Werken van den Ommelander edelman Johan Rengers ten Post (Groningen 1852) II, 208. 5 RHC Groninger Archieven, Arch. Stadsbestuur van Groningen, 1246-1594 (hierna te noemen: R.v.R.), inv.nr. 7.39, fol. 415r, 417r en 422r. 6 R.v.R., inv.nr. 7.38, fol. 476r.


43 3 Kaart van Groningen in 1577, met rechtsonder een – geflatteerde – weergave van het dwangkasteel van Alva. Collectie Universiteitsbibliotheek Groningen. 4 De spitsloze Martinitoren op de stadsplattegrond van Groningen door Nicolaas

lecte over de stad en haar ruime omgeving.7 Op dat moment waren de verhoudingen in de noordelijke Nederlanden be­ trekkelijk ontspannen en de collecte heeft blijkbaar voldoen­ de opgebracht om het herstel ter hand te nemen. Al op 27 april ging men op zoek naar een geschikte klokkengieter.8 Men koos uiteindelijk voor de gieter Hendrick van Trier. Op 7 oktober was de grote luidklok gereed en ook het uurwerk was toen weer in werking.9 De klokkenstoel voor de grote klok moest nog wel in gereedheid gebracht worden. Pas op 15 maart (precies een jaar na de ramp) werd de Salvatorklok in de toren getakeld en twee weken later op Paasavond voor het eerst geluid.10 Van de in 1577 en 1578 door de klokgieter Hendrick van Trier gegoten klokken zijn drie bewaard geble­ ven. Ongetwijfeld heeft men verder de Martinitoren proviso­ risch gevuld met tweedehands klokken.

7 C.P.L. Rutgers, ‘De klokken in den Martini-toren te Groningen’, Groningsche volksalmanak (1895) 167-182, aldaar 170. 8 Arch. Parochiekerken, inv.nr. 90, reg. 870 (www.cartago.nl/ oorkonde/par870). 9 R.v.R., inv.nr. 7.36, fol. 513r. 10 W.J. Formsma en R. van Royen (red.), Diarium van Egbert Alting (’s-Gravenhage 1964) 395.

van Geelkercken, 1616. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-6886).


44

5 De Salvatorklok van de Martinitoren, gegoten in 1577. Foto uit 1885, met links beiaardier Johannes Worp. Het opschrift van de klok luidt: Do men schref 1577 jaer in martio de 15 dach ’s Nachts om 10 uren verwaer de toren brande met groet beclach Als de soldaten waren vertrocken welck doer quade pickvaten geschach Unde verloeren het schone accort van clocken Collectie RHC Groninger Archieven (2138-6339).


Gesleep met klokken

Het Verraad van Rennenberg

Het is niet precies uit te maken welke klokken op welk mo­ ment weer in de Martinitoren gehangen zijn, maar duidelijk is dat er in die jaren veel gesleept is. Voor het gieten van nieuwe klokken werden in 1578 de kerken in het Oldambt, dat onder de jurisdictie van de stad viel, gedwongen om gescheurde en overtollige klokken tegen betaling af te staan voor klok­ kenspijs. Genoemd worden o.a. Winschoten, Finsterwolde, Wagenborgen, Lutke Munte en Beerta.11 Ook werd geloerd naar klokken van buiten de stadsgebieden, o.a. te Saaxum­ huizen en Vries.12 De betaling voor de geleverde klokkenspijs zou weliswaar nog jaren op zich laten wachten, maar het lijkt erop dat de stad in die jaren op enigszins fatsoenlijke wijze heeft geprobeerd om in haar acute behoefte aan brons te voorzien.13

Aan de vriendschappelijke bejegening van potentiële leveran­ ciers van klokkenspijs kwam echter spoedig een einde. Op 3 maart 1580 leverde de katholieke factie, de Malcontenten, onder leiding van de stadhouder Rennenberg de stad Gro­ ningen weer aan de koning over. De Ommelanden en de Sta­ ten-Generaal werden weer openlijke vijanden. Terstond werd onder leiding van de watergeus Bartolt Entens een beleg rond de stad gelegd. Op 27 mei 1580 sneuvelde deze toen hij stom­ dronken een stormloop ondernam. De stad werd ontzet en op 19 juni verdween na de slag bij Hardenberg de hoop om haar weer spoedig onder staats gezag te brengen. Nu was het de beurt aan de stad zelf. Zij trok er met sol­ daten op uit om de Ommelanden onveilig te maken en de in­ name van de vesting Delfzijl was een van de eerste strategi­ sche doelen. De concurrerende handelsplaatsen Appingedam

11 Diarium Alting, 438; R.v.R., inv.nr. 7.37, fol. 492r, 517r, 525r; ibidem, inv.nr. 7.38 433r. 12 R.v.R., inv.nr. 7.37, fol. 527r. Van Vries liggen in 1591 drie klokken in deposito (Diarium Alting, 831), die pas in 1597 worden teruggegeven (Arch. Volle gerecht Groningen (hierna: R.A. Groningen), inv.nr. 67, fol. 153r). 13 R.A. Groningen, inv.nr. 74, 18 juli 1599: Winschoten moet zich voor de betaling van 3601 pond klokkenspijs met de rentmeester verstaan.

6 Het Verraad van Rennenberg op een gravure van S. Fokke uit 1752. De kunstenaar beeldde de Martinitoren abusievelijk mét torenspits af. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-4603).

45


46

en Farmsum waren nu plotseling ook vijandige protestantse bolwerken en plundering en ontmanteling waren dan ook een aantrekkelijke bijvangst. Wat dit voor de klokken in de kerken betekende, hebben we hierboven gezien. Van fatsoenlijk on­ derhandelen over een prijs voor de klokkenspijs, laat staan betaling daarvan, was natuurlijk geen sprake meer. Op 3 no­ vember 1580 verzochten de Damsters tevergeefs om terug­ gave, maar meer dan een formeel protest was dat niet.14 Abel Eppens was ervan overtuigd dat die mooie klokken bedoeld waren om in de Martinitoren te hangen, maar het is de vraag of dat helemaal juist is. De Martinitoren had immers inmiddels al een provisorisch gelui. Mogelijk is een deel van de klokken bedoeld geweest om de gaten in de andere ker­ ken onder stedelijke heerschappij te vullen. Ten minste één van de Damster klokken heeft echter wel degelijk een plaats in de Martinitoren gevonden, zoals we hieronder zullen zien, en heeft haar oorspronkelijke kerk nooit meer teruggezien. Van de klokken uit Farmsum is één vermoedelijk rond 1589 verhuisd naar Noordlaren, gelegen in het door de stad be­ heerste Gorecht. Op 9 oktober 1589 staat de stadsraad aan dat dorp toe zijn ‘geschoerde clocke tegens een heele t’laten wegen ende t’gelegener tijdt hyr weder t’betalende’. De Noordlaarder kerk heeft blijkbaar een gescheurde klok en mag deze ruilen tussen een even zware hele die de stad in haar bezit heeft. Bij deze aantekening staat: ‘Nota, dat ge­ twijvelt, wel de heele mach tocomen oft behoert hebben.’ 15 Dit kan men lezen als dat men niet zeker weet wie de oor­ spronkelijke eigenaar van de te kiezen klok moet zijn. Duide­ lijk is in elk geval dat men de Noordlaarders uit geroofd of gekocht goed heeft laten kiezen en daarbij heeft men blijk­ baar het oog laten vallen op een van de Farmsumer klokken.

Een tweede klok heeft in de jaren na 1580 eveneens een nieuw onderkomen gevonden in een kerk in het Gorecht en wel in Noorddijk. Hoe dit precies in zijn werk is gegaan is onduidelijk. Mogelijk heeft een Groninger raadsheer hier ondershands een handeltje gedreven met de beide kerken. Het ligt voor de hand dat een lid van de Noorddijkster familie Ulger hierbij een rol heeft gespeeld. Niet alleen stond Ulger Ulger aan het hoofd van het vendel dat de roof uitvoerde en was hij raadsheer vanaf 1587, maar daarnaast was zijn ach­ terneef Evert Ulger onafgebroken burgemeester en hoofd­ man. Van de andere klokken die in 1580 gestolen waren, ont­ breekt ieder spoor.

De Reductie Na veertien jaar werd de stad op 22 juli 1594 heroverd door Maurits en teruggebracht onder het staatse gezag. De katho­ lieke factie werd afgezet en Stad en Lande deelden weer dezelfde bevoorrechte godsdienst en het centrale gezag. De oude ressentimenten bleven intact, maar men was in elk ge­ val weer op sprekende voet. Van die omstandigheid maakten de burgemeesters van de stad Appingedam al snel gebruik om aan Groningen hun klokken terug te vragen. Deze laatste had ondanks de veranderde politieke situatie en een com­ pleet vernieuwde stadsregering nog weinig van haar oude streken verloren. Allereerst bleef het verzoek van de burge­ meesters van de stad Appingedam ongelezen. Men ant­ woordde slechts dat als de buurrechters namens de gemeente aldaar een verzoek wilden doen, dezen de raad konden schrijven. ‘Burgemeesters’ van een ‘stad’ Appingedam be­ weerde men niet te kennen. Het zou nog lang duren voordat Groningen dit soort kinderachtigheden achterwege zou laten.

14 R.v.R., inv.nr. 23.1. 15 Diarium Alting, 772. Letterlijk: ‘N.b.: dat getwijfeld wordt wie de hele mag toekomen of behoord mag hebben.’

7 Gezicht op Appingedam door Claes Hendericx, 1665. Collectie gemeente Appingedam.


8 De kerk van Veendam op een tekening van vóór 1765. In de toren hing van 1665, het jaar van de bouw, tot 1957 een ooit uit Appingedam geroofde klok. Collectie RHC Groninger Archieven (1536-3919).

47

Toch was men uiteindelijk de Damsters ter wille. Op 8 maart 1595 kwam het tot een overeenkomst tussen de ‘borgemes­ teren unde raedt in Groningen weegen unsen borgerie’ en de volmachten van de ganse burgerij te Appingedam – de term ‘stad’ werd angstvallig vermeden. Appingedam kreeg in plaats van haar gestolen klokken vijf klokken van de stad te­ rug, vier uit de Sint-Walburgtoren en één die op het Minder­ broederhof lag. Voorts mochten de Damsters in Groningen, Drenthe, Ommelanden en elders al hun klokken terugvorde­ ren tegen vergoeding van de kosten die die kerken hadden gemaakt. Daarmee zou Appingedam Groningen alle aanspra­ ken vanwege de geroofde klokken kwijtschelden. De klokken die op dat moment in de Martinitoren hingen, bleven waar ze waren.16 Twee dagen later blijken volgens een kwitantie de vijf klokken al aan Appingedam overgedragen te zijn.17 De beide steden hadden belangrijker zaken om elkaar over in de haren te vliegen. Geen van deze klokken is bewaard gebleven. De Nicolai­ kerk bezit geen klokken van vóór de Reductie. De enige waar­ van het spoor te volgen is, is de Damster klok uit 1544 die blijkbaar in de Martinitoren was gehangen. In 1664, toen het nieuwe Hemony-carillon werd geleverd, werd deze vervangen

en overgebracht naar de kerktoren van Veendam.18 Rond 1957 is zij vergoten en sindsdien resteren enkel enige gips­ afgietsels.

De Farmsumer klokken Kon Appingedam op een spoedige afhandeling van de kwes­ tie rekenen, voor de Farmsumers was nog een lange weg te gaan. Of zij een vergelijkbaar akkoord met de Groningen heb­ ben kunnen sluiten, is niet bekend. Volgens Johan Rengers hadden zij zes klokken verloren; de stadsrekeningen spreken van minstens drie exemplaren. Op 20 december 1595 dagen de kerkvoogden van Farmsum hun collega’s in Noordlaren voor het gerecht van de ambtman van Selwerd, waaronder Noordlaren valt. De zaak wordt eerst verdaagd omdat de Farmsumers zelf niet verschijnen.19 Twee jaar later komt de zaak op 5 september 1597 nogmaals op de rol. De Farmsu­ mers eisen dan de klokken terug die hun destijds zijn afgeno­ men en vervolgens door een raadsheer aan Noorddijk en Noordlaren ‘verhandelt’. Ook de kerkvoogden van Noorddijk zijn er inmiddels dus bij betrokken. De ambtman verwijst de zaak naar de burgemeesters en raad van de stad om een be­ slissing te nemen.20 De raad stelt een antwoord in de zaak

16 Register Feith-stukken Stadsarchief Groningen, inv.nr. 1466 (www.cartago.nl/oorkonde/vsg1466c). 17 Ibidem (www.cartago.nl/oorkonde/vsg1466d). 18 Stadsrekening, 1664, fol. 192. 19 Arch. Gerechten in Selwerd en Sappemeer (hierna: R.A. Selwerd), inv.nr. 1, fol. 71r, 20 dec. 1595. 20 Ibidem, inv.nr. 1, fol. 146r, 5 sept. 1597.


9 De Bartholomeuskerk van Noordlaren. Foto Bayke de Vries / Creative Commons.

48

tegen Noordlaren aanvankelijk uit ‘om moverende redenen’ en besluit pas op 15 maart 1598 dat de partijen zich in vriend­ schap moeten vergelijken en anders de zaak bij de bevoegde rechter aanhangig moeten maken, namelijk de ambtman van Selwerd. Zo komt de zaak weer terug.21 Vervolgens zwijgen de bronnen een aantal jaren, totdat blijkt dat de voogden van beide kerken op 22 oktober 1605 in de Martinikerk een over­ leg zouden voeren. Omdat de heer van Farmsum, Joachim Ripperda, ziek was (‘wekelick ennd niet wall te passe’), ko­ men de Farmsumers echter niet opdagen,22 zoals zij ook bij eerdere rechtszittingen dikwijls verstek lieten gaan. Voor het laatst wordt de zaak met de Noordlaarders op 8 november 1609 vermeld, wanneer de stadsraad nogmaals beslist dat de partijen onderling tot een vriendschappelijke overeenkomst moeten komen.23 Dat zal spoedig voor een oplossing hebben gezorgd en na bijna dertig jaar is de klok weer teruggekeerd. De Noordlaarders hebben direct po­ gingen ondernomen om hun zwijgende toren weer gevuld te krijgen.24

Noorddijk Bij al deze vermeldingen wordt er niet aan getwijfeld dat in de Noordlaarder toren een geroofde klok van Farmsum terecht­

gekomen was. Anders ligt dat bij die in de toren van Noord­ dijk. Op 20 december 1597 besluit de stadsraad dat de Farm­ sumers ‘sullen genoechsamb moeten doceren dat de ange­ sproecken clocke hemlueden thobehoerich’. Als hun dat lukt, zullen de Noorddijksters deze weer moeten teruggeven.25 Op 21 december 1604 is de zaak weer voor de ambtman van Selwerd beland, die uitspreekt dat de kerkvoogden van Noorddijk de bewijzen van de Farmsumers moeten weerleg­ gen, op straffe van verlies van de zaak en veroordeling tot de proceskosten. Hiertegen gaan de Noorddijksters in beroep; blijkbaar zijn zij niet in staat de onwaarheid van het Farmsu­ mer bewijs aan te tonen. Opnieuw worden zij hiertoe opge­ roepen op 8 februari 1605. Op 23 maart verwijst het gerecht de zaak nogmaals naar het oordeel van een raadsheer, maar weer gaan de kerkvoogden van Noorddijk in beroep. Ten slot­ te wordt op 24 juli van dat jaar dit beroep afgewezen en dat is het laatste wat we van deze zaak horen.26 Het kan niet anders dan dat de uiteindelijke beslissing in het voordeel van de kerk van Farmsum is uitgevallen. De beide geschillen hebben jaren voortgesleept, maar er is wel een groot verschil: de kerkvoogden van Noorddijk hebben jarenlang alle vonnissen getrotseerd en lang ontkend dat zij een gestolen klok uit Farmsum bezaten. Dat stemt tot

21 R.A. Groningen, inv.nr. 67, fol. 172r, 13 dec. 1597; ibidem, inv.nr. 68, fol. 231v, 15 maart 1598. R.A. Selwerd, inv.nr. 1, fol. 180r, 10 juni 1598. 22 R.A. Groningen, inv.nr. 77, fol. 80, 22 okt. 1605. 23 R.A. Groningen, inv.nr. 80, fol. 243, 8 nov. 1609. 24 H.M. Luning, ‘De legende van een klok’, Groningse volksalmanak (1988) 60-63, aldaar 62. 25 R.A. Groningen, inv.nr. 67, 20 dec. 1597. 26 R.A. Selwerd, inv.nr. 2, fol. 163v, 21 dec. 1604, fol. 164r, 8 febr. 1605, fol. 181r, 23 maart 1605, fol. 196r, 24 juli 1605.


nadenken. Van de drie in 1580 geroofde klokken weten we van twee dat zij niet beschadigd zijn. Van zowel de Damster klok van 1544 als de Farmsumer klok van 1528 lijkt geen tekst weggekapt te zijn. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de stad-Groninger dieven pogingen hebben ondernomen om hun diefstal te verdoezelen. Alleen de Pontianusklok is ge­ maltraiteerd en ontdaan van alle verwijzingen naar de oor­ sprong. Daarmee laden de kerkvoogden van Noorddijk wel heel sterk de verdenking op zich dat zij de beitel hebben gehanteerd en gedurende het proces in de jaren 1597-1605 alle bewijzen dat zij hun klok door heling verkregen hadden, hebben willen verwijderen. Met juridische spitsvondigheden hebben zij vervolgens nog lang gepoogd de teruggave te ver­ hinderen. Daarmee hebben we vermoedelijk de vraag beantwoord die we bij aanvang van dit artikel hebben gesteld: de Noord­ dijksters zullen de Pontianusklok hebben mishandeld!

Naschrift Daarmee lijkt de zaak afgedaan, alles vergeven en vergeten. De dieven en helers hebben zich echter slechte verliezers ge­ toond en slaagden erin de herinnering aan hun dubieuze rol te verdringen. In Noordlaren werd tot in de twintigste eeuw verteld dat hun klok ooit gestolen werd door de Kropswol­ ders. Tijdens het vervoer zakte zij echter door het ijs van het

Zuidlaardermeer en verdween in de diepte. Kropswolde werd gedwongen de schade te vergoeden, maar bij gunstige wind en vrieskou kon men nog altijd de klok in het meer horen luiden.27 Ook in de stad Groningen heeft de hele kwestie tot hard­ nekkige legendevorming geleid die de eigen diefstal ontkent. Ooit zouden de inwoners van Appingedam een klok uit de Martinitoren geroofd hebben. Bij de terugtocht zou de klok ter hoogte van Winneweer te water zijn geraakt, maar door kloek optreden van het molenaarsgilde kon zij weer op het droge worden gebracht. Voortaan werden de leden van dit gilde als dank na hun overlijden gratis overluid. Het dorp Winneweer zou zelfs aan de triomfantelijke uitroep tijdens de reddingsactie (‘Wie winnen weer!’) zijn naam ontleend hebben.28 Zo werden helers tot slachtoffers en dieven tot helden. Sterker nog, bij de stadjers voerden de inwoners van Appingedam nog eeuwen de zeer onterechte bijnaam klok­ dieven, een lot dat zij delen met veel andere plaatsen, waar­ onder de stad zelf.29 Redmer Alma (mail@redmeralma.nl) studeerde wiskunde en geschiedenis aan de R.U. Groningen en bereidt een proef­ schrift voor over de Ommelander adel in de late middeleeu­ wen. 49

27 Luning, ‘Legende’, 60. 28 Rutgers, ‘Klokken’, 177. 29 J. Cornelissen, Nederlandsche volkshumor op stad en dorp, land en volk IV (Antwerpen 1931) 54, 69-70; K. ter Laan, Groninger encyclopedie (Groningen 1954-1955) s.v. Klokkedieven.

10 De kerk van Noorddijk. Foto Eltje Werkman.


Carola en Franke Koksma

De weem van Leens Een middeleeuwse pastorie ontdekt De pastorieboerderij (‘weem’) van Leens wordt in de literatuur steevast een negentiende-eeuws pand genoemd. Ook tijdens een recent symposium over pastorieën in Groningen en Friesland bleek slechts weinigen bekend dat een gedeelte van het huis middeleeuws is.1 Zo zijn in de kelder, de opkamer en ‘het sael’ nog oude muren met bouwsporen overgeleverd. Diverse architectonische elementen, zoals een aantal kloostervensters, zijn zichtbaar geconsolideerd. De huidige, neoclassicistische vorm van het gebouw dateert uit de achttiende eeuw, vermoedelijk uit 1764 toen een grote verbouwing plaatsvond.2 Uit respect voor de rijke historie van het pand doen wij, bewoners van de weem, verslag van de ‘ontdekking’ van het in oorsprong middeleeuwse steenhuis.3

Enkele onjuiste typeringen

50

In het Monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultu­ reel Erfgoed staat de weem omschreven als: ‘Herv. Pastorie. Eenvoudig blokvormig pand onder omgaand zadeldak met vier hoekschoorstenen.’ 4 Op de ‘Lijst van onroerende monu­ menten in de Gemeente Leens’ staat de aanvulling: ‘Gebouw van eenvoudige doch harmonische architectuur en van oud­ heidkundige waarde.’ 5 Toen rond 1970 dit als rijksmonument aangewezen gebouw werd beschreven, ging men niet ‘ach­ terom’ of naar binnen. De beschrijving moest kort zijn en diende puur ter identificatie (afb. 2).6 Toch is ook vanaf de straat al meteen duidelijk dat hier geen zadeldak maar een schilddak te zien is. Dat lijkt weliswaar aan de voorzijde ‘om­ gaand’, maar is dat aan de achterzijde niet. Daar zijn twee aparte schilddaken zichtbaar en bovendien een ongestuukte gevel waarvan het linkerdeel bestaat uit mogelijk dertien­ de-eeuwse, hergebruikte kloostermoppen en het rechterdeel uit achttiende-eeuwse forse bakstenen (afb. 3).7

1 Vooraanzicht van de pastorie van Leens. Foto Duncan Wijting. 1 Symposium ‘Vijf eeuwen leven en werken in de NoordNederlandse pastorie’, Leegkerk, 9 en 10 oktober 2015. Georganiseerd door de Faculteit GGW/RUG i.s.m. Stichting Oude Groninger Kerken. N.a.v. dit symposium bezochten Justin Kroesen (RUG), Albert Reinstra (RCE) en Herman Waterbolk (Libau) de weem; dat werd de directe aanleiding tot het schrijven van dit artikel. 2 J. Zijlma, De Marne. Eene geschiedkundige beschrijving (Groningen 1884; herdruk 1974) 141. 3 Met dank aan Albert Reinstra voor zijn advies en commentaar. 4 www.monumentenregister.cultureelerfgoed.nl; monument­ nummer 23999. 5 Gemeentearchief Leens (nu: De Marne), inv. nr. 1187. 6 Mededeling Albert Reinstra. 7 Bouwkundig Advies- en Architectenbureau Kouwen BNA, Rapportage en Begroting betreffende de voorgenomen restauratie/ renovatie van de voormalige pastorie (etc.) (Tolbert 1998).


2 De pastorie in 1969. Foto A.J. van de Wal, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De ontdekking van het steenhuis In 1997 verwijderde de vorige eigenaar van het huis, Hendrik Nanne de Boer, de gipsplatenafdekking van de noordelijke wand. Daarbij ontdekte hij verticale scheuren die hem zorgen baarden. Toen hij deze voorzichtig openbikte, bleken de 3 De achterzijde van de pastorie. Foto Duncan Wijting.

‘scheuren’ randen van kloostervensters te zijn, gemetseld van kloostermoppen. Hij nam contact op met de heer M.C. Scheers van de Stichting Woonhuismonument en de heer R. Kouwen van het Architectenbureau Kouwen. Een middel­ eeuws steenhuis was ontdekt!

51


4 (links) Eén van de pas ontdekte middeleeuwse vensters in ‘het sael’, 1998. Foto R. Kouwen. 5 (midden) De zuidmuur van het steenhuis met de bouwsporen van de vermoedelijke ingang Foto Duncan Wijting. 6 (rechts) Een geconsolideerd venster in de zuidwand van de opkamer. Foto Duncan Wijting.

52

7 (onder) Geconsolideerde vensters in de noordwand van ‘het sael’. Foto Duncan Wijting.


De Stichting

a p r il 2 0 1 7

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

‘De kerk is een sociale etalage’

Interview met Redmer Alma

Een jaar of wat geleden kwamen de toenmalige voorzitter van de redactie van Groninger Kerken geamuseerde geluiden ter ore via een medewerker van de zaal Oude en Kostbare Werken van de Groninger Universiteitsbibliotheek. Een bezoeker had zich daar op een werkplek verschanst in een van zijn colbert gebouwde provisorische ‘tent’. In deze beschutte omgeving werd met ultraviolet licht – en veel geduld – een zestiende-eeuws handschrift bestudeerd. Het leidde tot de conclusie dat in later eeuwen met het manuscript was geknoeid en tekstdelen onleesbaar waren gemaakt die met het ultraviolette licht weer tevoorschijn kwamen. We weten dit, omdat het gegeven verwerkt werd in een artikel voor ons tijdschrift. De betreffende bibliotheekbe­ zoeker was Redmer Alma, redactielid van Groninger Kerken sinds 1995. Hij heeft inmiddels een lange reeks artikelen op

zijn naam staan, gebaseerd op uitputtend onderzoek en vaak met verrassende inzichten in een periode waarin maar weinigen goed thuis zijn, de ‘duistere middeleeuwen’. Reden genoeg om hem nu eens voor het voetlicht te halen.

Archieven Hoewel zijn naam oer-Gronings aandoet, groeide Redmer Alma (1963) op in Hoofddorp. ‘Mijn vader kreeg een baan bij de KLM’, verklaart hij, ‘dus werd er verhuisd. Maar mijn ouders waren Stadjers’. Al op twaalfjarige leeftijd werd hij


tegenwoordig veel meer gescheiden zijn. Het moeilijkste van grip krijgen op de middeleeuwse samenleving is het afstand nemen van hedendaagse concepten.’ Dat geldt volgens Redmer zeker voor het beeld dat we hebben van de Ommelander adel: ‘Steeds weer wordt de romantische langspeelplaat afgespeeld van “In Groningen bestond geen adel. Hoofdelingen waren gewoon rijk geworden boeren die zich door vetes omhoog wisten te werken en uitgroeiden tot jonkers, enzovoort”, al is dat inmiddels een volkomen achterhaald beeld. Dat beeld groeide in de vorige en voorlaatste eeuw toen de boerenstand drager was van de regionale emancipatie. De Groninger identiteit werd gekoppeld aan het beeld van de herenboer en dat is voor velen nog altijd zo’n aantrekkelijke voorstelling dat het haast onuitroeibaar is. De laatmiddeleeuwse werkelijkheid is veel complexer. We kunnen ons bijvoorbeeld maar moeilijk losmaken van moderne denkbeelden die bepaald worden door het verschil tussen arm en rijk en waarin geen plaats is voor een notie van adeldom, waarbij geboorte en deugd met elkaar ver­bonden zijn, of de grote rol die de godsdienst in al haar facetten in de middeleeuwse samenleving speelde. We vertalen vaak ten onrechte het verleden naar vertrouwde hedendaagse concepten. En zolang je geen krachtig tegenbeeld kunt bieden, blijven oude mythes hardnekkig in stand.’

Sociale etalage Foto’s Jelte Oosterhuis

een enthousiast archiefbezoeker. Eerst in Haarlem en vanaf zijn dertiende in Groningen, waar het grootouderlijk adres tijdens schoolvakanties als uitvalsbasis diende voor bezoeken aan het Rijksarchief aan de Sint Jansstraat. Een studie geschiedenis volgde hieruit niet als vanzelfsprekend. De keus viel eerst op wiskunde, ‘toch de wetenschap der we­ tenschappen’. Na een drie jaar kwam daar toch geschiedenis bij met het doel om archivaris te worden. Dat werd ook bereikt. Sinds 1994 werkt hij bij het Drents Archief, na een AIO-schap dat werd besteed aan een onderzoek naar de Ommelander adel in de late Middeleeuwen, een studie die nog steeds voortduurt.

Romantische langspeelplaat ‘Dat onderzoek is moeizaam werk. Als je nieuwe conclusies wilt trekken, moet je vooral nieuwe vragen stellen en woekeren met de bronnen die er zijn. Schriftelijke bronnen uit die tijd die wat vertellen over de mentaliteit van onze voorouders zijn er niet zoveel. De sporen van het zelfbeeld van de toenmalige maatschappij in kerken zijn daarom een belangrijke aanvulling, hoe men tegen zichzelf en elkaar aankeek, in relatie tot God én de maatschappij. Religie en sociaal leven waren toen onlosmakelijk met elkaar verbonden, terwijl die

Kerken worden door Redmer ook gezien als ‘sociale etalages’: ‘Glas-in-loodramen, klokken, graf- en gedenkstenen zijn meer dan alleen een bron voor documentatie van de beroepen en data die ze vermelden. Het zijn voorwerpen met een boodschap aan de toenmalige dorpsgenoten. Als je je dat niet bewust bent, ontgaat je de bedoeling van de opdrachtgevers. Dat geldt niet alleen voor de grootse adellijke monumenten in de kerken. Ook op kerkhoven zijn sommige families prominent aanwezig door de vormgeving of massaliteit van hun grafzerken.’ Om terug te keren naar de adel: ‘De kerk was de centrale plek in het dorpsleven waar je je visitekaartje afgaf, als dorpsheer, notabele, of iemand die zo’n rol wilde bekleden… Om daarover iets te kunnen zeggen, moet je kijken naar de hele entourage, met een blik van een tijdgenoot.’ Daarvoor is onderzoek alleen volgens Redmer niet voldoende. ‘Je hebt er wel fantasie voor nodig om een beeld te kunnen samenstellen uit al die losse onderdeeltjes.’ En soms ultraviolet licht.


Nie u w s Zitbankjes

Grootste Museum van Nederland

De SOGK reikte van 1994 tot 2014 tweejaarlijks de Erepenning uit aan personen of instellingen die zich op bijzondere wijze inzetten voor cultuur en cultuurbehoud in de provincie Groningen, in het bijzonder voor het kerkelijk erfgoed. Aan de Erepenning was een geldbedrag van ¤ 7.500,- verbonden, waarvoor de ontvanger in samenwerking met de Stichting een passende bestemming zocht. De heer en mevrouw De Vries ontvingen in 2014 de elfde en tevens laatste Erepenning. Zij vormden als actieve donateurs een ‘prototype’ van de SOGK-donateur en werden daarom extra in het zonnetje gezet. Met de uitreiking van de Erepenning toonde de SOGK haar grote waardering voor alle donateurs. In overleg met de familie De Vries werd het geldbedrag besteed aan de realisatie van een aantal zitbankjes. Deze staan inmiddels bij de kerken van Marsum, Godlinze, Garmerwolde en Westerwijtwerd. Voor de plaatsing van de bankjes leverde de familie De Vries ook zelf een in dank aanvaarde eigen bijdrage.

In 2016 zag Kerkinterieurs in Nederland het licht, een prach­ tige overzichtspublicatie van bijzonder religieus erfgoed in heel Nederland. Het Catharijneconvent in Utrecht nam vervolgens het initiatief tot het project ‘Grootste Museum van Nederland’. Het achterliggende idee is dat al dit prach­ tige erfgoed, verspreid door heel Nederland, zoveel mogelijk openstelling verdient om publiek te trekken. De doelgroep van museumbezoekers en dagjesmensen wordt via een marketingcampagne geattendeerd op de kerken. Landelijk doen twaalf kerken mee, waaronder een aantal grote stadskerken. Voor het Noorden is de Stichting Oude Groninger Kerken partner. De vier kerken die ook in de publicatie zijn beschreven – Midwolde, Krewerd, Middelstum en Pieterburen – openen de deuren om al in de zomer van 2017 bezoekers in het kader van ‘Het Grootste Museum van Nederland’ te verwelkomen.

Zitbankje bij de kerk van Garmerwolde. Foto archief SOGK.


E xcur s ie s Zomerdagtochten Oost-Friesland In het kader van de herdenking van vijfhonderd jaar Reformatie, is voor zomertochten naar Oost-Friesland een aantal kerken gekozen waar deze geschiedenis verteld kan worden. In de Krummhörn wordt het havenplaatsje Greetsiel bezocht. Hier werd Ubbo Emmius in 1547 geboren als zoon van de lutherse predikant. De veelzijdige geleerde Emmius werd direct na de Reductie rector van de Latijnse school in Gro­ ningen. In 1614 werd hij hoogleraar Grieks en Geschiedenis aan de in dat jaar opgerichte hogeschool en tevens de eerste rector magnificus. De evangelisch-reformierte kerk in Greetsiel is een laatgotische bakstenen zaalkerk met een losse toren. In het nabijgelegen Pilsum staat hoog op de dorpswierde de forse laatromaanse kruiskerk met een losstaand klokkenhuis. Tot het interieur behoort een bronzen doopvont, in 1463 gegoten door Hinrich Kling. De ooit aan de H. Ansgarius gewijde lutherse kerk te Hage heeft een romaans schip dat in de vijftiende eeuw een rechtgesloten koor kreeg. De forse toren is iets jonger dan het schip. In de kerk zijn veel zaken uit de rooms-katholieHet 15e-eeuws altaar in de kerk van Hage. Foto Harm Hofman.

ke periode bewaard gebleven. Een romaans doopvont gehouwen uit Bentheimer zandsteen, een vijftiende-eeuws altaar afkomstig uit het klooster Coldinne bij Arle en een koorgestoelte uit circa 1500. Even oud is het triomfkruis met beelden van Maria en Johannes. De kerk bezit twee reeksen schilderijen van apostelen en heiligen die ooit de afgebroken galerijen sierden. Na Emden is Norden de oudste stad in Oost-Friesland. Aan de grootste met bomen beplante markt van Duitsland, staat de grootste kerk van het gebied, de lutherse Ludgerikerk. Het oudste deel van de kerk is het bakstenen schip uit ongeveer 1250. Uit dezelfde tijd stamt de bakstenen toren die ten zuiden van de kerk aan de overkant van de straat staat. Aan het eind van de vijftiende eeuw kwam het huidige gotische koor tot stand naar voorbeeld van het koor van de Martinikerk in Groningen. Uit de voor-reformatorische tijd zijn behouden: gewelfschilderingen, een veertiende-eeuws doopvont, koorbanken uit 1481 en het uit Baumberger kalksteen vervaardigd sacramentshuis. Een vijftiende-eeuws altaar werd na de Reformatie vermaakt tot een luthers altaar door de beelden te verwijderen en tekstborden aan te brengen.

Praktische informatie De zomerdagtochten vinden plaats op zaterdag 1 juli en op woensdag 5, woensdag 12, woensdag 19 en woensdag 26 juli. De excursie kan alleen per bus gemaakt worden. De bus vertrekt om 8.00 uur van het Hoofdstation Groningen (halte bij de rondvaartboten) en wordt daar rond 20.00 uur weer terugverwacht. Om 8.30 uur stopt de bus bij de voormalige grenspost Nieuweschans, aan de snelweg (= afslag Bunderneuland), waar ook opgestapt kan worden. De dag start in Oost-Friesland met een koffiepauze en eindigt met een Oost-Friese thee. Tussen de middag is er gelegenheid om deel te nemen aan een gezamenlijke maaltijd. De catering is niet bij de prijs inbegrepen en dient contant afgerekend te worden in het restaurant. De kosten voor deze excursie bedragen ¤ 30,- voor donateurs en ¤ 45,- voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen, maar exclusief catering). Voor deze excursie kunt u zich alleen aanmelden via het aanmeldkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst, u krijgt een bevestigingsbrief. De nota ontvangt u een week voorafgaande aan de excursie.

Klinkend Erfgoed in Groningen Een busexcursie, waarin twee carillons en acht luidklokken centraal staan, voert op zaterdag 29 april langs Appingedam, Zeerijp, Stedum en Middelstum. Met deze excursie, geor­ ganiseerd door de SOGK en de Stichting Klokkenspel Gro­ ningen, wordt aandacht gevraagd voor een interessant deel van het klinkend cultureel erfgoed in de provincie Groningen. Meer informatie staat op www.groningerkerken.nl onder het kopje excursies.


Uitzicht op het Reitdiepdal vanuit de kerk van Klein-Wetsinge. Foto Duncan Wijting.

Tour des Cimetières De Tour des Cimetières, de serie (bus)rondleidingen langs begraafplaatsen in samenwerking met Arriva Touring, vindt ook dit jaar weer plaats. Op 11 mei en 24 augustus gaat de Tour naar het Marnegebied. De rooms-katholieke begraafplaats in Wehe-Den Hoorn wordt daar bezocht, evenals de oude gemeentelijke begraafplaatsen van Ulrum en Hornhuizen. Het kerkhof van Vliedorp staat ook op het programma. Kerk en dorp zijn verdwenen maar het kerkhof met een twaalftal zerken ligt nog altijd op de wierde tussen de velden. Op donderdag 6 juli herhalen we de Schansentocht. Deze voert langs de bekende vestingen Bourtange en Oudeschans. In Bourtange wordt een bezoek gebracht aan de synagoge en in Oudeschans aan de kerk en aan het zogenaamde Dodenbastion. Daarnaast worden de kerkhoven van Wildervank en Kropswolde bezocht. De prijs van beide tochten bedraagt ongeveer ¤ 45,- inclusief lunch (wordt nader bekend gemaakt). Beide tochten starten om 10.00 uur bij het Hoofdstation in Groningen, daar zijn we om ca. 17.30 uur weer terug. Voor meer informatie kijkt u op www.groningerkerken.nl. Aanmelden kan per e-mail, touring@arriva.nl, of tijdens kantooruren telefonisch op 050-5260268. Hier kunt u ook meer inlichtingen krijgen.

Dagtocht in het Reitdiepdal Het Reitdiepdal is een van de oudste cultuurlandschappen van Nederland. Dit vroegere kweldergebied is al meer dan 2500 jaar bewoond. Een van de meest karakteristieke sporen die de mens er heeft nagelaten zijn de wierden. Behalve deze woonheuvels is er meer uit die lange bewoningsgeschie­ denis bewaard gebleven, zoals kerken en borgen. En natuur-

lijk de overal in het landschap terug te vinden dijken, sluizen en gemalen, waarmee grillige getijdenrivieren en wadgeulen zijn getemd. De wijze waarop deze streek in cultuur werd gebracht is op zich niet bijzonder. Wel bijzonder van deze kuststreek is dat er nog zo veel aanwezig is van al dat ouds. Op donderdag 22 juni kunt u mee met een dagtocht in het Reitdiepdal. Wandelend, fietsend en varend wordt een route afgelegd in dit prachtige landschap. Het programma is als volgt: 10.15-10.45 ontvangst in kerk van Oostum 10.45-12.00 wandelen van Oostum naar Klein Wetsinge (5,5 km) 12.15-13.00 lunch in kerk van Klein Wetsinge 13.15-15.00 fietsen van Klein Wetsinge naar Roodehaan (16 km) 15.00-16.45 varen van Roodehaan naar Wierumerschouw 16.45-17.15 wandelen van Wierumerschouw over kerkepad naar Oostum (1,5 km) Onderweg zal op 2 of 3 plaatsen door een gids uitleg ge­ geven worden over iets dat betrekking heeft op de cultuurhistorie van het Reitdiepdal. De kosten bedragen ¤ 75,- p.p., inclusief koffie met wat lekkers bij ontvangst, fiets, boothuur, lunch, gids, thee met iets erbij. Aanmelden kan via email: info@depierewaai.nl of telefonisch: 050-3601750.

Nieuwe data Wintertocht De data Wintertocht voor de Wintertocht, zoals vermeld in de vorige aflevering van De Stichting, zijn gewijzigd. Deze vinden nu plaats op 9 december 2017 en 13 januari 2018.


D igi ta a l

Kerkenwebsites

Groninger Kerken en social media

Sinds kort beschikken alle kerken van de SOGK over een eigen website. En om het voor de geïnteresseerde bezoeker helemaal gemakkelijk te maken, hebben we (zo mogelijk) alle voor de hand liggende domeinnamen geclaimd, van kerk­adorp.nl t/m kerkzuurdijk.nl. Af en toe was een naam al in gebruik. Dat hebben we weten op te lossen door dan een streepje in de domeinnaam te gebruiken, dus bijvoorbeeld kerk-feerwerd.nl Gemakkelijker kunnen we het niet maken! Op deze sites is veel informatie te vinden over de desbetreffende kerk: beeldmateriaal (waaronder panorama-­ opnamen), geschiedenis en een overzicht van de activiteiten in de betreffende kerk, maar uiteraard ook van de activiteiten in alle SOGK-kerken.

Social media zijn niet meer weg te denken uit dit tijdperk. Iedereen kent het, bijna iedereen doet er wat mee en ook steeds meer organisaties zijn hier dan ook aanwezig. Zo ook wij. Iets wat eigenlijk ook wel noodzakelijk is: de doelgroep zit online, zoekt hier naar informatie en stelt steeds vaker langs deze weg vragen. Omgekeerd gebruiken wij de verschillende media graag om u op de hoogte te houden van belangwekkende zaken in het werk van de Stichting. U vindt ons op Twitter, Facebook, LinkedIn, YouTube en sinds kort ook op Instagram. Volg en/of like ons!

Overzicht van activiteiten in deze aflevering van De Stichting 29 april

Busexcursie ‘Klinkend Erfgoed’

11 mei, 6 juli, 24 augustus Tour des Cimetières 19-20 mei

Terug naar het begin

28 mei Stichtingsconcert in de kerk van Fransum 8 juni-30 juli

De Amsterdamse School in Groningen

10 juni

Kerkenpad Oost-Groningen

22 juni

Dagtocht in het Reitdiepdal

1, 5, 12, 19 en 26 juli

Zomerdagtochten Oost-Friesland

Verzoek aan onze donateurs Ook wij proberen het papierverbruik zoveel mogelijk terug te dringen en daarom zijn wij van plan om met ingang van de volgende activiteit onze uitnodigingen zoveel mogelijk digitaal te versturen. Dit houdt in dat wij van u een e-mailadres vragen zodat wij ook u in voorkomende gevallen per mail kunnen benaderen. U kunt uw e-mailadres doorgeven via info@groningerkerken.nl en zo kan ook onze organisatie door verminderd papierverbruik en besparing op toner bijdragen aan een beter milieu. En u weet toch dat u met uw donateursnummer en postcode kunt inloggen in onze webwinkel om zo 20% korting te krijgen op alle producten uit de webwinkel? U maakt uw eigen account aan en kunt zo uw persoonlijke gegevens en bestellingen beheren. Het gemakt dient de donateur!


E duc at ie Groenmannen gespot De oproep in het vorige nummer van De Stichting om groenmannen in kerken op te sporen, leverde een aantal aardige reacties op. Bijvoorbeeld van de heer J.P. Koers, die meldde dat in de kerk van Scheemda op de een eiken preekstoel uit 1634 onderaan bij de pilaren geen leeuwenkopjes, maar bladgezichtjes te zien zijn. Kunstenaar Henk Vos stuurde een afbeelding van zijn creatie ‘takkenman’. Ook kwam er een prentbriefkaart binnen van de heer Berge-Faber, die liet weten dat de ‘green men’ ook veel in Engelse kathedralen opduiken en gezien kunnen worden als een vruchtbaarheidssymbool. Bijgeloof weerhield mensen ervan de groene mannetjes te vernielen. Onze zoektocht gaat door. Zoals vogelspotters de waarneming van een zeldzame soort aan elkaar doorgeven, kunt u het melden als uw oog valt op een groene man of vrouw in een kerk. Reacties kunnen aan het adres van Agmar van Rijn: vanrijn@groningerkerken.nl.

Sleutelbewaarders op stoom Voor de zomer zullen er tien plaatselijke commissies van kerken zijn die de sleutel delen met de plaatselijke bassischool.

Educatie is een speerpunt in het beleid van de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. We besteden uiteraard veel aandacht aan onze eigen kerken, maar onze inzet voor educatie gaat over alle kerkgebouwen in de provincie Groningen. De Stichting vindt het belangrijk om mensen al jong te informeren over het kerkelijk cultuurhistorisch erfgoed. De educatieve activiteiten sluiten aan bij de tegenwoordige aandacht voor erfgoededucatie op scholen. Op deze manier hoopt de Stichting een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

De al met het project gestarte scholen zijn druk bezig in de kerk. In Garnwerd en Engelbert werd Sint Maarten gevierd met een lampionnenshow in de kerk. In Tolbert begon het project meteen met een tentoonstelling van Kinderkunst. Ook rond de Kinderboekenweek was de kerk een mooie locatie voor activiteiten, bijvoorbeeld voor presentaties en voorleeswedstrijden. In de week voor kerst is door de schoolkinderen in Obergum en Adorp volop gezongen en muziek gemaakt in de kerk. In Engelbert vond de kerstmarkt deels plaats in de kerk. Mocht u de digitale nieuwsbrief over het sleutelbewaardersproject in uw mailbox willen ontvangen, dan kunt u een e-mail sturen aan Inge Basteleur: basteleur@groningerkerken.nl Een groenman aan de preekstoel van Scheemda.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl om het totale aanbod te bekijken.

De grafzerken van Farmsum In 2012 en 2013 werden tijdens opgravingen in de kerk van Farmsum tientallen grafzerken uit de vijftiende tot en met de achttiende eeuw ontdekt. In één klap werd Farmsum een van de rijkste kerken in de provincie Groningen op het gebied van funerair erfgoed. In dit boek wordt aandacht besteed aan de gevonden grafzerken, aan de stenen die nog onder de vloer verborgen zijn, maar ook aan andere bijzonderheden in de kerk zoals het doopvont en de Pontianusklok. Prijs ¤ 15,00 (donateurs 20% korting)

Geen dag zonder Maria Geen dag zonder Maria is een reis door het hele jaar, waarbij de lezer elke dag wordt verrast door Maria: met een feest of een legende, een mooi gedicht of gebed, een opmerkelijk weetje, een Mariaverschijning, een lach en een traan, een bijzonder recept. Het boek laat zien waar de wereldwijde verering van Maria vandaag komt en hoe Maria mensen tot op de dag van vandaag inspireert. De korte teksten, per kalenderdag ingedeeld, gaan vergezeld van prachtige illustraties, die reiken van oermoeders en godinnen via middeleeuwse beelden en manuscripten tot hedendaagse kunst en zelfs tatoeages. Juist die diversiteit maakt Geen dag zonder Maria bijzonder aantrekkelijk. Prijs ¤ 24,95 (donateurs 20% korting)

Groningse Pot. Van knipselbonenstamppot en krudoorntjesbrij De twaalf provincies van Nederland verschillen onderling veel van elkaar op het gebied van tradities, taalgebruik, landschap, maar ook in de keuken: elke provincie kent zo zijn eigen streekgerechten en lekkernijen. Die zijn vaak in vergetelheid geraakt, maar ze zijn er nog wel, opgeschreven in oude receptenschriften of versleten kookboeken. In dit boek staat een alfabetisch geordende selectie van Groningse gerechten en lekkernijen als bloedbrood met rozijnen, klont, knipselbonenstamppot en nieuwjaarsrolletjes. In Groningse Pot worden de Groningse keukengeheimen prijsgegeven. Prijs ¤ 7,95 (donateurs 20% korting)

Zilver in Groningen Groningen was vanaf de Middeleeuwen een centrum voor zilversmeden. Van hun werk uit de laatste eeuwen bleven prachtige voorwerpen bewaard. Gronings zilver heeft, zoals dit boek laat zien, terecht een goede naam. Het Groninger Museum kreeg in 1883 de beschikking over gildezilver en verwierf spoedig andere belangwekkende stukken. Aan die verzameling is sindsdien veel toegevoegd en tegenwoordig omvat de verzameling zilver voor in huis, ter verhoging van de status in de maatschappij, en zilver dat in de kerk gebruikt is. In 2011 is Zilver in Groningen uitgegeven, ter gelegenheid van een tentoonstelling waarbij de eigen collectie nog eens werd versterkt met bruiklenen van kerken, waterschappen, particuliere verzamelaars en verschillende collega musea. Dit boek geeft achtergrondinformatie over al dat tentoongestelde zilver. Zolang de voorraad strekt. Afgeprijsd: was ¤ 29,95, nu ¤ 15,00 (donateurs 20% korting) Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Xxxik word donateur Poëziemarathon ja, met de bus

Zomerdagtocht za 1, wo 5, wo 12, wo 19, wo 26 juli

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

adres postcode

Xxx do januarivan cultureel erfgoed in Groningen is ook mij Het30 behoud (a.u.b. aankruisen)

veel naamwaard. 

m v Daarom word ik donateur van de Stichting Oude Groninger Kerken. adres De minimale donatie bedraagt ¤ 17,50 per jaar. Het eerste jaar ontvang ik het tijdschrift Groninger Kerken postcode gratis. Ik wacht met betalen op de nota.

woonplaats

woonplaats

(a.u.b. aankruisen)

m v

e-mail

naam  e-mail adres

telefoonnummer

telefoonnummer postcode

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

 ik meld mij/ons aan voor de lunch (kosten niet inbegrepen) ik wil graag mee op  za 1 juli/  wo 5 juli/  wo 12 juli/  wo 19 juli/  wo 26 juli

 ik stap op de bus bij het Hoofdstation Groningen om 8.00 uur  ik stap op de bus in Nieuweschans om 8.30 uur

woonplaats Totaal aantal personen , van wie donateurs ik reserveer  2-persoonskamer(s) e-mail Kosten. ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 p.p.p.k.) geboortedatum

De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, telefoonnummer overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening. Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld.

Kosten voor donateurs ¤ 30,- en voor niet-donateurs ¤ 45,-

bestelkaart

Xxxik weet een nieuwe Poëziemarathon ja, met de bus donateur Xxx do en 30 ontvang januari gratis de Kerkenkaart.

Ik bestel: De grafzerken van Farmsum Prijs ¤ 15,00 (Donateurs 20% korting) aantal

Geen dag zonder Maria Prijs ¤ 24,95 (Donateurs 20% korting) aantal

Groningse Pot. Van knipselbonen­ stamppot en krudoorntjesbrij Prijs ¤ 7,95 (Donateurs 20% korting) aantal

Zilver in Groningen Afgeprijsd: was ¤ 29,95, nu ¤ 15,00 (Donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

(a.u.b. aankruisen) (a.u.b. aankruisen)

naam  naam 

m v m v

adres adres postcode

woonplaats

e-mail woonplaats geboortedatum e-mail telefoonnummer telefoonnummer

De gegevens van de nieuwe donateur zijn:

(a.u.b. aankruisen)

Totaal , van wie donateurs naam aantal personen m v ik reserveer  2-persoonskamer(s) Kosten. ik reserveer  1-persoonskamer (s) (toeslag  40,00 adres p.p.p.k.) postcode woonplaats De kosten bedragen ¤ 192,50 p.p. dit is inclusief busreis, overnachting, lunch, koffie/theepauzes, entree museum en e-mail rondleiding(en). Het diner is voor eigen rekening. geboortedatum Deze busexcursie is exclusief voor donateurs bedoeld. telefoonnummer


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


Me di at he e k

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de Stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten

‘Bekervormige voorwerpen, opgehangen in kerktorens, klokkenstoel of klokkenhuis, die welluidende tonen kunnen voortbrengen, variërend van zoemend, gonzend tot galmend.’ Luidklokken zijn niet weg te denken uit onze samenleving en dragen al eeuwenlang bij aan onze cultuur. Zo is er het middeleeuwse klokopschrift Fulgura frango – Ik breek de bliksem. In het gelijknamige boekje (A. Lehr, 1983) wordt onder andere geschreven over klokopschriften en onweer, over middeleeuws bewijs voor de zin van het weerluiden en de protestantse reactie daarop. Nog meer luidtradities beschrijft ‘Sint-Gories en de Uithuizer klok’ (J.E. Ekema, GK 1988, nr. 2), over Sint-Gories (Gregorius) en Sint-Maarten. ‘Rumoer in de oudejaarsnacht’ (J. Oldenhuis, GK 1999, nr. 4) gaat over het Stephansluiden tijdens de jaarwisseling van 1850-1851 in Holwierde. En in ‘Hoe de klok de klepel verloor’ (J. Oldenhuis, GK 1999, nr. 1) staat het verlies van de klepel bij het luiden van de torenklok van Losdorp tijdens het voortgaan van een begrafenisstoet centraal. De titel ‘Het Laat-middeleeuwse gelui van de Der Aa-kerk in Groningen’ (S. van Geuns en A. Rots, GK 1979, nr. 4) doet vermoeden dat het ook hier om het luiden gaat, maar het betreft een reconstructie van de klokken die in de zestiende eeuw in de toenmalige toren hingen. Deze zouden in 1501 zijn gegoten door Geert van Wou. Andere luidklokbeschrijvingen zijn te vinden in ‘Bloemhof in Slochteren. De klok van Segebodus uit Wittewierum’ (S. de Blaauw, GK 2009, nr. 4), waarin het gaat om de Slochter luidklok, een van de grootste klokken van vóór 1400 die in de provincie Groningen bewaard zijn en afkomstig uit het klooster Bloemhof. ‘Een klok van François Simon uit de Damster beiaard’ (H.G. de Olde en A. Rots, GK 1988, nr. 2) is gericht op de lotgevallen van de klok van François Simon (1620), afkomstig uit de beiaard van de Nicolaïkerk te Appingedam. Ten slotte ‘Rondom de klokken van Zandeweer’ (R.H. Alma, GK 1991, nr. 4): op de opschriften van de Mariaklok in Zandeweer komt drie

een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: www. groningerkerken.nl/mediatheek

maal het woord ‘hoiscop’ voor. Wat moet hieronder worden verstaan en wie waren de drie ‘Hoiscoppen’? Voor wie een overzicht wil van luidklokken in de kerken van de Stichting Oude Groninger Kerken, is er de klokkeninventarisatie. Van iedere luidklok is een beschrijving van diameter, gieter, gietjaar, tekstopschrift, regelhoogte, versieringen, kroon, klepel, ophanging, luidtempo, gebruik, klankkwaliteit en analyse. Wie een overzicht wil hebben van alle luidklokken in Groninger torens is er het uitputtende, tweedelige Groninger Torenklokken (A. Pathuis, Publicatiemap Stichting Oude Groninger Kerken, bd. II, 1977), evenals de uitgave So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach (A. Rots, H.G. de Olde, 2005). En vers van de pers is Luid­ klokken en Carillons in de gemeente Delfzijl (2017), een volledig overzicht van de klokken en carillons die in de loop van zes eeuwen in de gemeente Delfzijl aanwezig zijn of zijn geweest. Tot slot een tweetal uitgaven over de geboorte van een luidklok: het klokgieten. Het eerste deeltje in onze eigen serie Uurwerken en Luidklokken, Gouden eeuw in brons. Klokkengieters en luidklokken in het zeventiende-eeuwse Groningerland (T. Ufkes, 2015) geeft een mooie aftrap met ruim zestig zeventiende-eeuwse luidklokken die nu nog in Groninger torens hangen of daar vroeger hingen. In Klokkengieters van vroeger tot Midwolda (K.B. Haan, 2008) ligt de nadruk op de klokkengieters van Midwolda (Van Bergen), de stadsgieters en de rondreizende klokkengieters. Daarnaast wordt een aantal aspecten van het gebruik van klokken behandeld. Alle genoemde artikelen die verschenen zijn in de Publicatiebanden, en later in Groninger Kerken, zijn gedigitaliseerd en op de website van de mediatheek als pdf te bekijken of te downloaden. De luidklokken van de kerk van Zeerijp. Foto Duncan Wijting.


D e k e r k a l s p odium Terug naar het begin Het festival Terug naar het begin breidt dit jaar uit, met een culinaire start, verhalen en muziek op vrijdagavond 19 mei, gevolgd door een wervelende mix van voorstellingen op zaterdag 20 mei. Begin het festival goed, en kom op vrijdag naar het fees­ telijke openingsdiner in de Proeftuin achter de Nicolaikerk! Na een heerlijk driegangenmenu (voor slechts een tientje), start het openingsprogramma in de sfeervolle Nicolaikerk: Bram Esser, ontdekkingsreiziger van het alledaagse, vertelt ons verrassende verhalen over een stad (Appingedam) die we dachten te kennen. De vertelling wordt gevolgd door prachtige muziek van zangeres Sabrina Starke. Op de zaterdag reist u langs de wierden van Noord-Gro­ ningen. Laat u in oude kerken meevoeren door aanstekelijke Balkan-zigeuner-klezmer crossovers van Amsterdam Klezmer Band, loepzuivere muziek van Tangarine en ontdekt u nieuwe muzikale werelden van harpist Remy van Kesteren. Of laat u inpakken door de charmante Groninger liedjes van Swinder. Naast muziek staan ook theater, poëzie, literatuur en beeldende kunst op het programma. Bovendien geven Henk van Os en Marjoleine de Vos acte de présence in Centrum Kabzeël, aan de Dijkstraat 77 in Appingedam. Op de zaterdagavond wordt het festival groots afgesloten met het energieke Fuse, bekend van Podium Witteman en De Wereld Draait Door: verschillende muzikale invloeden worden bij elTangarine, een van de acts op Terug naar het begin.

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

kaar gebracht in een unieke mix van klassiek, jazz, pop en improvisatie. Ga voor tickets en het hele programma naar www.terugnaarhetbegin.nl.

Galmen in de kerk De kerk van Eenrum zet de komende tijd elke eerste zaterdag van de maand de deur open voor iedereen die wel eens wil ‘Galmen in de kerk’. Bespeel je een instrument, hou je van zingen, rappen of heb je een andere manier om klanken te produceren, dan krijg je de kans om helemaal voluit te gaan in de kerk van Eenrum. Ook kan er, in overleg, gebruik gemaakt worden van het orgel of de piano. Je kunt je opgeven op onderstaand adres, vertel hoeveel tijd je nodig denkt te hebben, met hoeveel mensen je komt, welk(e) instrument(en) je wilt bespelen, of je gebruik wilt maken van het orgel of de piano en wij maken een tijdsindeling. Deelname is gratis! Opgave en inlichtingen bij de commissie Kerk in het Dorp – Eenrum via de mail van Jolanda Tuma: jtuma@live.nl.

Een labyrint in Oosterwijtwerd In de kerk van Oosterwijtwerd kan elke laatste vrijdag van de maand het labyrint worden gelopen. Het labyrint is een oud, over de hele wereld verspreid symbool dat onder meer voorkomt in de plavuizen van middeleeuwse kerken. Het labyrint is symbool voor de pelgrimsreis van de ziel, of voor de levensweg van iedere mens. Vaak worden de woorden labyrint en doolhof door elkaar gebuikt, maar ze zijn verschillend. Een doolhof heeft meerdere wegen, sommige doodlopend, en je kunt erin verdwalen. Het labyrint heeft één weg, naar binnen en weer naar buiten. De bedoeling is dat het labyrint rustig en aandachtig belopen wordt. Het labyrint ligt elke laatste vrijdag van de maand van 10 tot 21 uur in de Mariakerk. Het is geprint op een stuk zeildoek ter grootte van het koor. Ieder kan komen lopen. Het is een meditatie-in-beweging, informatie is beschikbaar voor wie zich er verder in wil verdiepen. Op aanvraag kan het labyrint voor groepen ook op andere dagen worden uitgelegd. Daar wordt een (bescheiden) vergoeding voor gevraagd. Voor verdere informatie: www.mariakerkoosterwijtwerd.nl of 06-53835639.

De Amsterdamse School in Groningen In juni en juli 2017 staan vier Amsterdamse Schoolkerken in Groningen in het teken van een bijzondere architectuurmanifestatie, waarbij het werk van Egbert Reitsma en Albert Wiersema centraal staat. Als locaties is dan ook gekozen voor de Gereformeerde kerk in Appingedam, de Goede Her-


Het labyrint in de kerk van Oosterwijtwerd. Foto Marika Meijer.

derkerk in Bedum (beide van Reitsma), DE KERK in Onderdendam en de BOAZ-kerk in Westeremden (beide van Wiersema). Gezamenlijk ontwikkelden de kerken een programma rondom architectuur met muziek, tentoonstellingen, lezingen, films en meer. De manifestatie opent op 8 juni met de tentoonstelling ‘Kleur en vorm. Sublieme kerk, Egbert! Bouwen met bezieling’ in de Goede Herderkerk in Bedum, over Egbert Reitsma die meer dan veertig gereformeerde kerken verspreid in Nederland bouwde. Onderdeel van de tentoonstelling is een film over het ontwerpen van een gebouw door de hedendaagse architect Francine Oving, die in bepaalde opzichten in de voetsporen van Reitsma lijkt te treden. Ook zullen hier de resultaten van de architectuuropdracht van leerlingen van het Wessel Gansfort College geëxposeerd worden. Daarnaast is in DE KERK in Onderdendam een overzichts­ tentoonstelling van de Bedumer architect Albert Wiersema te zien, worden in de BOAZ-kerk in Westeremden films vertoond en lezingen gehouden over de Amsterdamse School en De Ploeg. In de Gereformeerde Kerk in Appingedam worden drie concerten georganiseerd die een beeld geven van de muziek uit het Interbellum, zoals composities van Daniël Ruyneman. Zowel Reitsma als Ruyneman waren lid van De Ploeg. De exposities en films zijn 8 juni tot 30 juli van donderdag tot zondag te zien van 11.00-17.00 uur in de genoemde ker-

ken. In de loop van het voorjaar van 2017 worden nadere details van de manifestatie bekendgemaakt.

Kerkenpad Oost-Groningen In 2015 is voor het eerst een Kerkenpad Oost-Groningen georganiseerd. Het idee ontstond binnen de kerkelijke gemeenten en de kerken in de regio behorend bij de Stichting Oude Groninger Kerken. In totaal stelden achttien kerken hun deuren open voor een breed publiek. In elke kerk was een kundige verteller aanwezig, werd het orgel bespeeld of was een expositie te bezichtigen. Het succes was dermate groot, dat aan het initiatief een vervolg wordt gegeven. Dit jaar staan op zaterdag 10 juni de deuren van 21 Oost-Gro­ ninger kerken open van 11:00 tot 16:00 uur. Er komt weer een folder met alle deelnemende kerken en een routekaartje. Meer info: www.groningerkerken.nl.

Stichtingsconcert Het traditionele ‘Stichtingsconcert’ vindt dit jaar op 28 mei plaats in Fransum. Op het programma staan sonates en partitas van J.S. Bach voor viool en klavecimbel, uitgevoerd door de internationaal gerenommeerde musici Christine Busch (barokviool) en Christine Schornsheim (klavecimbel). Toegangsprijs ¤ 20, donateurs van de SOGK krijgen ¤ 5,- korting. Website: www.musicaantiquanova.nl.


We r k in ui t voe r ing

De smederij aan de Hoofdstraat in Warffum. Foto Ron Caspers

Het ijzeren hart van Ron Caspers Het vuur brandt er eigenlijk altijd, misschien wel al sinds 1865. In dat jaar werd de smederij aan de Hoofdstraat in Warffum gebouwd. De inrichting veranderde in de loop der tijd maar weinig. De enige ‘moderne’ machines die in het oog springen zijn een negentiende-eeuwse veerhamer en een luchthamer uit 1940, afkomstig uit de Junkers vliegtuigfabriek in het Duitse Aschersleben. Verder zijn de wanden gevuld met gereedschappen, vooral hamers en tangen in verschillende variëteiten. Voorbeelden van brandmerken voor paarden, van boerderijen in de omgeving, zijn enkele generaties geleden in de houten deur gekrast. De vetkolen zorgen niet voor het enige vuur dat hier brandt. Smid Ron Caspers (1960) vertelt met een gloedvolle passie over zijn werk. Al meer dan dertig jaar is hij werkzaam als smid, metaalrestaurator en beeldhouwer. ‘Ambachtskunstenaar’ vat de veelheid aan kwalificaties wel aardig samen.

Oefenen, oefenen, oefenen Voor de Stadjer van origine leek eerst een loopbaan in het onderwijs weggelegd. ‘In 1984 kwam ik van de pedagogische academie’, vertelt Caspers, ‘maar in die tijd lagen de banen in het onderwijs niet voor het opscheppen.’ Hij ging daarom in de leer bij zijn schoonvader die koperslager was.

‘In Nederland bestond nog geen opleiding voor kunstsmid, ook niet voor restauratie. Ik leerde het vak door aan het werk te gaan en te oefenen, oefenen en oefenen…’ Zelf leidt hij inmiddels ook op. Vier dagen in de week is het druk op de smidse. Vijf mensen lopen er rond: een freelancer, leerlingen en jongens in een begeleidingstraject. ‘Na een uurtje kan ik meestal wel al zien of iemand het in zich heeft om smid te worden. Je moet in staat zijn om altijd de gulden snede in het oog te houden, anders wordt het helemaal niets.’ De vijfde werkdag houdt Caspers voor zichzelf om alleen en in alle rust te kunnen werken aan wat hem dan voor handen komt. ‘Dat heb ik zo besloten op m’n vijftigste’.


Herstel Een groot deel van de werkzaamheden van Caspers bestaat uit restauratie. Enkele projecten die hij recent uitvoerde voor de Stichting Oude Groninger Kerken zijn onder meer de restauratie van de kroonluchters in de kerk van Niezijl en het herstel van het familiegrafhek bij de kerk van Toornwerd. Het onderhanden werk dat in de smederij ligt en staat, laat de diversiteit van de werkzaamheden zien: van het maken van verfijnde rozetjes voor een jugendstilhekwerk of messing beslag voor een Groninger pulpitrum tot het opnieuw vergulden van de windhaan van de Pelstergasthuiskerk. Een hekwerk leidt tot de verzuchting ‘Soms heb je meer werk van het ongedaan maken van een slechte restauratie uit het verleden dan van het herstellen zelf.’ Wat de huidige restauratiepraktijk betreft, moet hem toch iets van het hart: ‘Tussen praktijk en theorie is een grote kloof ontstaan. Vanuit de theorie wordt bijvoorbeeld soms gekozen voor de restauratie van metaal met epoxy, terwijl smeden zich eeuwenlang hebben bekwaamd in goed herstel. Aan de kant van de theoretici is er te weinig kennis over wat in de praktijk mogelijk is.’

Hart Zelf heeft Caspers overduidelijk hart voor materialen, de geschiedenis van voorwerpen en voor het vakmanschap uit het verleden. Van verschillende klussen worden daarom – overgebleven – delen op de werkplaats bewaard. ‘Dit komt uit het Pepergasthuis en was ooit onderdeel van de stadsmuur’. Op het stuk ijzer, een deel van een muuranker, prijkt een Zweedse kroon. ‘Ja, ik heb iets met merktekens en leg die ook altijd vast.’ Uit een trommeltje komen muntjes tevoorschijn, aangetroffen in een vermolmd offerblok, een kogel die zich tijdens de bevrijdingsdagen in het hek van de Sint-Jozefkerk boorde en een op het eerste gezicht onbeduidend schroefje. Dat blijkt afkomstig uit het barokke hek van het Sichtermanhuis aan de Ossenmarkt in Groningen. ‘Qua smeedtechniek, vorm en uitvoering is dat het meest ingewikkelde hek dat ik ooit heb gezien. Toen het hier binnenkwam, heb ik er eerst uren naar gekeken. De smid moet er indertijd meer dan een jaar aan hebben gewerkt.’ Zelf legt Caspers ook eergevoel in zijn werk, al zijn het ogenschijnlijk kleine zaken. Aan de kerksleutels van Adorp die recent aan de basisschool werden gegeven in het kader van het project Sleutelbewaarders, zat eerst een eenvoudige kettingschakel. ‘Dat kan toch niet, dat kan toch niet’, verzuchtte Caspers. Hij maakte er een ijzeren hart van.

De kerksleutels van Adorp, gemaakt voor het project Sleutelbewaarders. Foto Ron Caspers

Foto Bo Scheeringa


O nze m a n in Be rge n

Dr. Justin Kroesen was jarenlang actief voor de SOGK. Na zijn emigratie naar Noorwegen blijft deze verbintenis bestaan: vanuit Bergen werkt hij aan het grote overzichts-

Bij mijn studies van de geschiedenis van de oude Groninger kerken voor het jubileumboek van de Stichting valt me steeds weer op hoe ingrijpend de zestiende-eeuwse Reformatie in onze contreien is geweest. Bij de overgang naar het calvinisme werd in elke kerk feitelijk met een schone lei begonnen. Heel weinig Nederlandse kerken bieden nog een indruk van hoe hun oorspronkelijke inrichting eruit zag. Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen, en in Groningen zijn dat Krewerd en Ter Apel. In Scandinavië is van het middeleeuwse kerkinterieur veel meer tastbaar bewaard gebleven dan in Nederland. Dat heeft alles te maken met de houding van de lutheranen ten opzichte van de middeleeuwse ‘erfenis’, die heel anders was dan de calvinistische. Hier geen Beeldenstorm, integendeel: wat ook in de lutherse eredienst bruikbaar was werd gewoonlijk gehandhaafd. In Duitsland is dit effect wel ‘Die bewahrende Kraft des Luthertums’ genoemd, en hieraan is uiteindelijk ook mijn ‘eigen’ collectie kerkelijke kunst hier in Bergen te danken. Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deuren van de Slotkerk in Wittenberg nagelde, en bij dit historische feit wordt overal in Europa stilgestaan. Bergen is in Noorwegen aangewezen als de offi­ ciële Reformatie-stad, en dat betekent een programma vol activiteiten. Op 6 maart vond een internationaal symposium plaats dat ik samen met het lutherse bisdom Bergen had

boek dat zal verschijnen bij het 50-jarig jubileum van de Stichting in 2019. In deze rubriek doet hij verslag uit het echte Hoge Noorden.

georganiseerd, met als titel ‘The Reformation and the Arts around the North Sea’. Het programma omvatte vijf lezingen waarin achtereenvolgens ingegaan werd op de gevolgen van de Reformatie op kerkinterieurs in Engeland (anglicanisme), de Zuidelijke Nederlanden (katholicisme na de Contrareformatie), de Noordelijke Nederlanden (calvinisme), Noordwest-Duitsland (mix van lutheranisme en calvi­ nisme) en Dene­marken-Noorwegen (lutheranisme). Steeds was daarbij de vraag: wat bleef er gelijk en wat veranderde er? Deze vergelijkende opzet was voor mij als Nederlander in Noorwegen heel aantrekkelijk omdat het me toestond de blik terug te richten over de zee naar de mij zo vertrouwde streken in Noord-Nederland. Tegelijk was het een vernieuwende formule, omdat de kerkelijke kunst tot op heden niet of nauwelijks vanuit een Noordzee-perspectief is bekeken. En juist in dit deel van Europa is dat zo interessant: nergens anders viel de eenheid van de middeleeuwse katholieke kerk in zoveel verschillende tradities of ‘confessies’ uiteen als juist hier. Een veelbelovend perspectief voor toekomstig onderzoek.

In lutherse kerken in Noorwegen bleef van de middeleeuwse inrichting veel meer bewaard dan in de calvinistische kerken in Nederland. Een goede illustratie hiervan is het interieur van het koor van de kerk in Trondenes, in Noord-Noorwegen. Foto Jiri Havran, Oslo.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


De noordmuur werd voorzichtig verder blootgelegd: in het achterste, westelijk deel van deze muur werden drie klooster­ vensters aangetroffen (afb. 4). Die moesten van het middel­ eeuwse ‘sael’ zijn. In het voorste stuk werden hoger in het muurwerk twee kleinere kloostervensters gevonden; daar was dus de opkamer geweest. In de zuidmuur van de op­ kamer kwam nóg een kloostervenster tevoorschijn en boven­ dien een grote opening, van bijna 1 bij 2 meter. De onderkant ervan bevond zich precies op de hoogte van de opkamer­ vloer. De bovenkant is een boog. Deze opening kon moeilijk anders geïnterpreteerd worden dan als oorspronkelijke in­ gang van het steenhuis (afb. 5). Zoals vermeld, werden alle dichtgezette vensters op sobere wijze als ‘nissen’ geconsoli­ deerd (afb. 6 en 7). De veelvoorkomende plattegrond van het voorhuis van een Groninger pastorieboerderij was hiermee zichtbaar gewor­ den: een rechthoek met een lengte (16 m) van ruim twee maal de breedte (7,4 m) met daarin een bijna vierkante, onderkel­ derde opkamer en een groot zaalvormig vertrek, ‘het sael’. Haaks op de lange zijde van het huis stond de grote boeren­ schuur.8 De door de kunstschilder Henk Helmantel gerecon­ strueerde weem van Westeremden geeft ‘beter dan waar ook in Nederland een indruk van de vorm (…) van een middel­ eeuwse plattelandspastorie.’ 9

n

18e-eeuws bibliotheek

n sael

n

opkamer 8 De huidige plattegrond van de pastorie. 9 Entree met centrale gang, tot stand gekomen na de verbouwing van 1764. Links naast de voordeur bevindt zich de toegang tot de opkamer. Foto Duncan Wijting.

In de achttiende eeuw verdween de kelder In 1764 vond een grote verbouwing plaats. Er zijn geen aan­ wijzingen dat er vóór die tijd veel veranderd is aan het steen­ huis. In dat jaar werd de oppervlakte van het woongedeelte meer dan verdubbeld en ontstond er een classicistisch huis van 17 meter breed bij 16 meter diep (afb. 8). De voorgevel kreeg daarbij het huidige symmetrische aanzicht: in het mid­ den de entree met aan weerskanten daarvan twee vensters. Achter de entree kwam een brede, lange gang (afb. 9). Omdat het vloerniveau van de opkamer aan de ene zijde van de gang een meter hoger lag dan die van de kamer aan de andere kant, moest dit worden aangepast. Men liet de balklaag zak­ ken, waardoor de kelder onder de opkamer in hoogte werd gehalveerd. Daarmee was de kelder niet meer functioneel en verdween die uit het zicht. In een kleine, overgebleven kel­ derruimte was een luik waardoor men onder de voormalige opkamervloer kon komen. In 2001 zijn de balken weer terug­ gebracht naar de hoogte van de opkamervloer van vóór de achttiende-eeuwse verbouwing, waardoor ook de kelder weer in ere is hersteld (afb. 10). Bij een jaarringonderzoek bleek dat de eikenhouten balken van de opkamervloer af­ komstig zijn van eiken die in 1541 gekapt werden.10 Wel moet worden opgemerkt dat het vloerniveau van de opkamer nu niet meer aansloot op de hoogte van de neoclassicistische vensters (afb. 11). 8 Zie: Evert Westra, ’t Weemhoes. Het verhaal van de oude Groninger pastorieboerderijen (Groningen 1998). 9 Kees Kuiken, ‘Middeleeuwse pastorieën in Groningen: een inleiding’, Groninger Kerken 29 (2012) 88. 10 Dendrochronologisch onderzoek door Preszler & Partner, Gersten/ Emsland, 2 mei 2001 (Objekt: Pfarrhaus, NL-9965PH Leens.)

69


Eerst een laag ‘torenhuis’?

10 (boven) De verhoging van de kelder in 2001. De balklaag van de opkamervloer annex kelderplafond is gedateerd op 1541. Collectie auteurs. 11 (midden) Na het herstel van de hoogte van de kelder loopt de opkamer-

70

vloer voor de neoclassicistische vensters langs. Foto Duncan Wijting. 12 (onder) De aanhechting van ‘het sael’ op het oudere steenhuis, zichtbaar in de noordwand van de centrale gang. Foto Duncan Wijting.

De keldermuren aan noord- en oostzijde en de hele zuidmuur van het opkamerdeel zijn ruim 60 centimeter dik, twee mop­ pen. Ongeveer halverwege deze zuidmuur in de gang is de aanhechting te zien van een jongere muur. Zowel de steen als de mortel én de dikte van de muur veranderen hier (afb. 12). Deze verlenging van de zuidmuur is, net als de overige muren van ‘het sael’, ongeveer 46 centimeter dik, anderhalve kloos­ termop. Hierdoor ontstond de gedachte dat er mogelijk eerst een veel ouder bijna vierkant steenhuis gestaan moet heb­ ben van 7,4 bij 7,8 meter. In de zestiende eeuw zou dan ‘het sael’ aangebouwd kunnen zijn. We zien wel zo’n ontwikkeling van ‘Turmhaus’ naar ‘Lang­ haus’ in Groningen en in Oost-Friesland bij steenhuizen met een verdedigingsfunctie, zoals Verhildersum in Leens. In de literatuur over de bouwhistorie van de wemen in Groningen wordt deze ontwikkeling, voorzover wij weten, nergens ex­ pliciet beschreven. In de indeling die Eberhard Pühl in zijn standaardwerk over Backsteinhäuser geeft, wordt wel de pas­ torie als een van ‘Turmhaus’ en ‘Langhaus’ afgeleide catego­ rie genoemd, maar in de opmerkingen over de bouwgeschie­ denis van de beschreven gebouwen wordt die relatie niet nader aangegeven.11 Architectuurhistoricus Kurt Asche laat het ‘Turmhaus’ helaas buiten beschouwing omdat er in de Eems-Dollard regio maar weinig authentieke voorbeelden zijn. Wel benadrukt hij dat het ‘eine Frühform darstellt’. Aan het eind van zijn artikel – in de Nederlandse samenvatting – lezen we dat het steenhuis in de loop van zijn ontwikkeling werd aangepast voor bekleders van bijvoorbeeld kerkelijke ambten en dat steenhuizen eerst als torenhuis en later als langhuis werden gebouwd.12 Ook Reint Wobbes is van me­ ning dat wemen een met de borgen vergelijkbare ontwikke­ ling laten zien: ‘De wemen wijken in grondplan dus niet af van de oude steenhuizen of woontorens.’ 13 Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de veronderstelling juist is, dat in Leens eerst een bijna vierkant ‘torensteenhuis’ heeft gestaan.

Hoog bezoek in ‘het sael’ Er is veel te vertellen over wat er in al die eeuwen in de weem voorviel. Een voorbeeld van een bijzondere gebeurtenis is te vinden in de kroniek van Abel Eppens tho Equart.14 In de zomer van 1581, om precies te zijn op 24 juli tijdens een landdag te Leens, is er in de zaal van de weem opnieuw een poging onder­ nomen een Ommelander ridderschap op te richten. Wigbold van Ewsum had de leiding van de bijeenkomst. Eppens noemt nog vier aanwezigen: Johan Rengers, Claes ten Buer, Johan to Lellens en jonker Johan Mepsche. Voorgesteld werd dat ‘nu weinig het land solden regeren moten, 8 eder 9 personen’ en ‘dat solden dan wesen die oldeste geslachten: Ewsum, Onsten, Ripperdaen, Jarges, Clanten, Rengers, Manningen, Tammingen, offte soe emant meer van hoer daervoor achtet worden.’ Het plan kon niet uitgevoerd worden doordat de Spaanse krijg­ macht de Staatse troepen uit de Ommelanden verdreef.15


13 De kelder gezien naar het zuidoosten. In de hoek bevindt zich een nis, vermoedelijk een piscina. Foto Duncan Wijting.

71 14 De mogelijke piscina in de zuidoosthoek van de kelder. Foto Duncan Wijting.

Lavabo en piscina? Nu de kelder weer stahoogte had, kon verder onderzoek plaatsvinden. In de noordmuur ontdekte men twee lichtsple­ ten, in de zuidmuur een fraaie, gemetselde boognis (afb. 13 en 14). Linksonder in deze nis (h. 90, b. 45, d. 36 cm) is on­ langs een gat ontdekt. Zou dat een afvoer kunnen zijn en is de nis dan een piscina? Meestal is de piscina, waar de priester zijn handen kon wassen, een nis in de zuid- of zuidoostmuur van het koor van de kerk. Het water stroomde door de muur naar buiten en kwam op het – gewijde – kerkhof terecht. Maar een piscina

11 Eberhard Pühl, Alte Backsteinhäuser in Ostfriesland und im Jeverland, Steinbauten des 15. bis 19. Jahrhunderts (Oldenburg 2007). 12 Kurt Asche, ‘Sechs Steinhäuser in der Ems Dollart Region’, in: O. Knottnerus e.a. (red.), Rondom Eems en Dollard. Historische verkenningen van Noordoost-Nederland en Noordwest-Duitsland (Groningen/Leer 1992) 113, 126. 13 Reint Wobbes, ‘Wemen in Groningen’, Lezing Volksuniversiteit Groningen, 2 oktober 2003. 14 J.A. Feith en H. Brugmans, De kroniek van Abel Eppens tho Equart (Amsterdam 1911) 311-316. 15 L.H. Bruins, ‘Drie vergeefse pogingen om in de provincie Groningen een ridderschap te vormen’, Bulletin van de Historische Kring ‘De Marne’ II, 2 (1974) 34-47; R. Alma, ‘De Ommelander ridderschap 1498- 1516’, Virtus 10 (2003) 7-70.


vindt men ook wel in een aparte ruimte in of aan de kerk, de sacristie. In de opkamers van de wemen in Eexta en Warffum bevinden zich nissen die als piscina gebruikt zijn.16 De onder­ kant van de keldernis in Leens is ruim een meter boven de keldervloer, daardoor was er voldoende hoogte om het water af te voeren naar buiten. De wierde was zo’n 600 jaar geleden bovendien veel lager. De aanwezigheid van een piscina in een vertrek van de pastorie ook kan betekenen dat deze ruimte als sacristie dienst deed, maar kan die ruimte ook een kelder zijn? 17 In de boognis bevindt zich een veel kleinere nis (32 bij 21 cm), waardoor deze een grote overeenkomst laat zien met de nis in ‘het sael’ van Wetsinge.18 Een nisje in zij- of achter­ wand van de piscina kan de plek zijn waar de tinnen kannen of de ampullen voor wijn en water werden bewaard. In de kerk van Stedum is daarvan een mooi voorbeeld te zien.19

15 De tinnen lavabo, in 1985 gevonden onder de keldervloer. Foto Marten de Leeuw, collectie Groninger Museum. 16a en b Fragmenten van de kadasterkaarten van 1828-1829 en eind 19e eeuw. De Petruskerk en weem zijn in een afwijkende kleur van de overige (rode) bebouwing aangegeven. Collecties RHC Groninger Archieven en Gemeentearchief Leens.

72

16 Kees Kuiken, ‘Middeleeuwse pastorieën in Groningen: een inleiding’, Groninger Kerken 29 (2012) 81-88. 17 Idem, 86. 18 Ben Westerink, ‘De pastorie van Wetsinge’, www.ubbega.nl. Westerink noemt deze nis in een nis ‘een verbinding met buiten’, maar op de functie ervan gaat hij niet in. 19 Regnerus Steensma, ‘Piscina’s in Groninger kerken’, Groninger Kerken 22 (2005) 65-74.


73

17 De Petruskerk en pastorie gezien vanuit het noordoosten. Foto Duncan Wijting.

Tijdens de restauratie van de kelder is niet gelet op even­tuele bevestigingspunten voor het ophangen van een lavabo in de nis; dat het hier om een piscina zou kunnen gaan, werd toen niet vermoed. Men wist wel dat in 1985 door de toen­malige eigenaar onder de plavuizenvloer van de kruipruimte, de hui­ dige keldervloer, een beschadigde tinnen lavabo uit het eind van de vijftiende eeuw gevonden was (afb. 15). Een lavabo is een tweetuitige ketel die de priester gebruikte om zijn han­ den te wassen voor en na het vieren van de mis. Een tinnen exemplaar is zeldzaam want beschadigd tin werd vaak omge­ smolten en hergebruikt. De vraag is dan ook waarom deze lavabo in de kelder is begraven, op nog geen twee meter van de mogelijke piscina. De belangstelling voor de gevonden lavabo was groot. De eigenaar ging ermee naar het televisieprogramma ‘Tussen Kunst & Kitsch’ waarna het Groninger Museum het object aankocht.20 Of er initiatieven zijn geweest naar aanleiding van deze vondst nader onderzoek in de ruimte onder de voor­ malige opkamervloer uit te voeren, is ons niet bekend.

Petruskerk Op de kadastrale kaart van 1829 (afb. 16) is te zien dat de op­ pervlakte van de weem toen groter was dan die van de kerk.21 De voormalige proosdijboerderij, enkele meters ten zuiden van de weem, was al even groot. Na het prille begin in het eind van de achtste eeuw duurde het toch nog twee eeuwen voordat er op de dorpswierde en in het omringende land een kerkelijke organisatie groeide van grote omvang. De indruk­ wekkende Petruskerk van de proosdij Leens, een bisschop­ pelijke eigenkerk, is één van de eerste kerken tussen Lau­ wers en Eems. De pastorie staat op amper 15 meter afstand van de toren (afb. 17). De noordmuur van de kerk bestaat voor een groot deel uit tufsteen uit het begin van de twaalfde eeuw. De kloostermoppen uit een latere fase van die muur hebben dezelfde maat als die van het middeleeuwse deel van de pastorie. Is het gezien het belang en de ouderdom van de Petruskerk vreemd te veronderstellen dat de pastoor van deze kerk een bescheiden, bijna vierkant stenen ‘voorhuis’ kreeg? Misschien gebeurde dit al in het begin van de dertien­

20 Nieuwsblad van het Noorden, 12 augustus 1985. 21 Kadastrale kaart 1811-1832, Minuutplan Leens, Groningen, sectie B, blad 01.


74

18 Bouwtekening van het architectenbureau Willem Reitsema te Leens, 1940. De tekening toont de plattegrond vóór de verbouwing. Collectie auteurs.

de eeuw, tegelijk met de verbouwing van de kerk tot kruis­ kerk. Wellicht bestaan daardoor ook de oudste muren van de weem uit relatief veel halve moppen; voor de kerk werd na­ tuurlijk het mooiste materiaal gebruikt. Het steenhuis veranderde in de zestiende eeuw in een langhuis, een ‘gewone’ weem, met een opkamer en ‘sael’ en dwars erop een grote schuur. Maar zoals eerder gezegd, de toekomst zal leren of deze veronderstelde bouwgeschiedenis juist is.

Uitgeboerd Op genoemde kadastrale kaart van 1829 zijn in de loop der jaren wijzigingen aangebracht.22 Op de plek van de voorma­ lige proosdijboerderij, in 1856 afgebroken, staan op de kaart de openbare lagere school en de woning voor de bovenmees­ ter. De school is in 1874 gebouwd. Op deze kaart is ook te zien dat de grote schuur van de weem is afgebroken want de

pastorie heeft aan de zuidkant nog slechts een kleine schuur van bijna 8 bij ruim 13 meter. Uit de kadastrale leggers van de Gemeente Leens blijkt dat deze verbouwing in 1863 heeft plaatsgevonden. In deze schuur is een grote ruimte voor de koets en het paard, een keuken en een toilet. In deze tijd, van 1806 tot zijn dood in 1845, stond dominee Nicolaas Smith in Leens. Van hem weten we dat hij in 1818 een nieuwe ploeg kocht.23 Waarschijnlijk was hij dus de laat­ ste die hier nog ‘preekte en ploegde’. Uit de eerste jaren van zijn ambtsperiode is aardig te vermelden dat in de Franse tijd (1810-1813) met grote veranderingen op bestuurlijk gebied, de installatie van de gemeenteraad hier plaatsvond. ‘De tien municipale raden van Leens werden op 1 augustus 1811 be­ ëdigd in het lokaal van de gemeente Leens, waarvoor een kamer in de pastorie te Leens – thans de consistoriekamer – werd gebruikt.’24 Ook blijkt hieruit hoe belangrijk de maat­ schappelijke functie van een pastorie kon zijn.

22 Jannes Russchen en Franke Koksma, ‘De kadastrale kaart van Leens’, Merne 2012, Vereniging Historische Kring De Marne, Leens, 2012, 27-28. 23 IJ. Botke, Boer en heer. ‘De Groninger boer’ 1760-1960 (Assen 2002) 54. 24 J.S. van Weerden, Marne-memories 1 en 2 (Leens 2000) 155. De consistoriekamer is de nu herstelde opkamer.


Verbouwing 1940 Vlak voor de Tweede Wereldoorlog heeft het huis nog hetzelf­ de grondplan, zoals te zien is op de tekening van architecten­ bureau Willem Reitsema te Leens (afb. 18).25 De pastorie is geen aantrekkelijke, comfortabele woning. Dat blijkt bijvoor­ beeld uit de meningen van te benoemen predikanten. Wan­ neer in juni 1939 de komst van een nieuwe dominee volgens enkele gemeenteleden wel heel erg lang duurt, vraagt men de kerkenraad hoe dat komt. Het antwoord is drieledig: ‘Er zijn bezwaren die het ambieeren van een beroep in den weg staan n.l. het traktement dat klein is, dan ’t feit dat de gemeente minder dan 500 zielen telt en dus de predikant minder van den Raad van Beheer ontvangt en tenslotte de groote ongerieflijke pastorie. Het laatste bezwaar is wel weg te nemen: aan de verbetering van de pastorie zou men iets kunnen doen.’ 26 In november 1939 lezen we dat opnieuw twee dominees na een bezoek aan Leens vanwege de oude pastorie afzien van een eventuele benoeming. Van kandidaat Louis Alons wordt

gezegd ‘De pastorie viel hem erg tegen’.27 Hij wordt met twee anderen voorgedragen en ‘wint’ met 43 tegen 6 stemmen. Voor Alons en zijn vrouw gaat men wél verbouwen. De beken­ de architect Willem Reitsema komt met een ingrijpend plan (afb. 16). De schuur aan de zuidkant uit het midden van de negentiende eeuw wordt afgebroken en aan de noordkant komt een veel kleinere. Het achterste deel van de gang trekt men bij de kamer op het zuidwesten: er ontstaat een woon­ kamer met eethoek, de ‘salon’ genoemd. Hierdoor verdwijnt de achteruitgang en de trap naar de tuin. Ook de noordelijke helft van het huis ondergaat grote veranderingen: er komt een badkamer met ligbad en een zesruitsvenster moet daar­ door plaatsmaken voor een veel kleiner raam. Aan de voor­ kant komt de consistoriekamer annex vergaderzaal; men kan door de deur in de noordgevel naar binnen zonder de familie te storen. De keuken werd verplaatst naar wat ooit ‘het sael’ was en ook daar wordt een schuifraam door moderne ramen vervangen. Vermoedelijk door geldgebrek is het totale ont­ werp nooit helemaal uitgevoerd.

25 Reitsema en Nienhuis, Plan verbouw pastorie van de Ned. Herv. Gem. te Leens, Leens, Januari 1940. Kopie in bezit van de auteurs. 26 RHC Groninger Archieven, 252/1b, 26-6-1939. 27 RHC Groninger Archieven, 252/1b, 20-11-1939.

75 19 De tuinkamer met wandschildering van Aloys van Wieringen. Foto Duncan Wijting.


Verkoop, verloedering en vervolg

76

Ondanks deze rigoureuze veranderingen blijkt ruim twintig jaar later dat het toch te kostbaar is de grote pastorie op­ nieuw aan de eisen van de tijd aan te passen en bouwt men elders een nieuwe. In oktober 1963 staat er een advertentie in Het Nieuwsblad van het Noorden: ‘De Kerkvoogden der Ned. Herv. Gem. te Leens bieden bij inschrijving te koop aan DE AFBRAAK van de oude pastorie (…).’28 Gelukkig is de sloop niet doorgegaan. Wel is dit het begin van verregaande verwaarlozing on­ danks dat de pastorie in particuliere handen komt. Een op­ slagplaats, gekraakt door een commune, ‘onbewoonbaar ver­ klaarde woning’, vertimmeringen, kamerverhuur … het lot van vele, oude pastorieën in die tijd. Drie maal wisselt de weem van eigenaar maar in 1991 verkreeg Hendrik Nanne de Boer het pand en hij ontdekte, zoals beschreven, het steen­ huis. Boven de deur in de noordmuur plaatste hij een steen met het jaartal 1541, het jaar waarop de balken onder de op­ kamervloer gedateerd werden; ter herinnering aan de grote verbouwing in 1764 bracht hij een schildje met dat jaartal aan boven de voordeur. De kruipruimte werd weer kelder, de voor­ kamer weer opkamer met een replica van een zestien­ de-eeuwse schouw van Bentheimer zandsteen. De bijna 16 meter lange gang is weer hersteld met een buitendeur in de achtergevel. De salon kreeg weer de afmetingen van 1764 en wordt sindsdien aangeduid als tuinkamer. Kunstschilder

Aloys van Wieringen uit Garnwerd maakte op de noord- en oostmuur een indrukwekkend parkachtig landschap (afb. 19). Op deze weg zijn wij vanaf 2008 verder gegaan: ‘het sael’ is vergroot door het keukengedeelte uit te breiden en de bad­ kamer uit 1940 weg te halen. In de westmuur kon daardoor weer een achttiende-eeuws zesruitsvenster gemaakt wor­ den. Ook in ‘het sael’ prijkt nu (een replica van) een zestien­ de-eeuwse schouw. Achter de garage is een stookhok/bak­ huis in oude stijl gebouwd, waaraan wij een lange tuinmuur in dezelfde stijl geplaatst hebben.

Onderzoek Geen negentiende-eeuwse pastorie dus, maar een groten­ deels achttiende-eeuwse met een middeleeuwse kern. Veel onderzoek is nog nodig om alle vragen te beantwoorden. Maar vragen op bouwhistorisch gebied zijn niet de enige; over de vele aspecten van het leven in en om deze pastorie hebben we in de jaren dat we er wonen al heel veel ontdekt. We zijn benieuwd welke geheimen de weem van Leens nog meer zal prijsgeven en hopen daarover in de toekomst meer te kunnen vertellen.

28 Nieuwsblad van het Noorden, 12 oktober 1963.

Franke en Carola Koksma (f.koksma@gmail.com) zijn de bewoners van de weem van Leens. Zij wonen er bijna negen jaar en hebben in 2008 na veertig jaar Veluwe en Wageningen-Hoog het bos verlaten om met volle teugen te genieten van de weidsheid van het Groninger Hoogeland. Zij hebben respectievelijk Nederlands en geschiedenis gestudeerd en allebei voor het onderwijs gekozen, waar ze met veel plezier tot aan hun pensioen gewerkt hebben. Franke op de Hogeschool Arnhem-Nijmegen, Carola aan het Streeklyceum te Ede. Na een periode van verbouw en restauratie hebben zij zich enthousiast gewijd aan onderzoek in het RHC Gro­ ninger Archieven naar de historie van de weem met de bedoeling er ooit een boek aan te wijden. Vanaf 2011 zijn ze actief in de commissie Open Monumentendagen en als vrijwilligers bij Verhildersum, waar beiden groepsrond­ leiders zijn en deelnemen aan onderwijsprojecten voor scholen. Ook de vanouds brede maatschappelijke en so­ ciale functie van een pastorie proberen ze vorm te geven met het organiseren van toneelvoorstellingen en kleine huiskamerconcerten. Verder zijn ze nauw betrokken bij allerlei culturele activiteiten in De Marne.


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouw werk toe! bouwwerk

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar!

BRANDSBOUW.NL

050-57 57 800

Brands Bouwgroep B.V. is erkend applicateur van Thor Helical verankering en herstelsystemen.  Renovatie spouwanker isolatie bevestiging  Scheurherstel systeem  Lateiherstel systeem  Muurherstel systeem

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862 De B&B is gevestigd in het oude Joodse schooltje midden in het historisch centrum van Appingedam, Broerstraat 6. Vanzelfsprekend staat kwaliteit hoog in ons vaandel. De B&B is geschikt voor max. 3 personen.

Een luxe B&B in historisch erfgoed: die vindt u in Appingedam.

www.booking.com www.airbnb.nl www.devijgenhof.nl De synagoge. Vanaf augustus 2016 tot mei 2017 vinden er verschillende evenementen plaats in de synagoge. De programmering bestaat uit concerten gegeven door o.a. Leny Kurh, Femke Wolthuis en Jan Henk de Groot. Verder zijn er workshops, high tea’s met muzikale omlijsting, exposities en rondleidingen. Kaarten voor concerten en opgaves voor workshops lopen via de website www.devijgenhof.nl

Kerkje van Klein Wetsinge

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling. De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl

Profile for GroningerKerken

Groninger Kerken april 2017  

Dit is het aprilnummer Groninger Kerken 2017 - kwartaaltijdschrift van de Stichting Oude Groninger Kerken.

Groninger Kerken april 2017  

Dit is het aprilnummer Groninger Kerken 2017 - kwartaaltijdschrift van de Stichting Oude Groninger Kerken.

Advertisement