Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 7

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

j a nua r i

Kijk maar! De verbeeldingswereld van middeleeuwse gelovigen


inhoud

Kijk maar!

Dit themanummer is geheel gewijd aan de verbeeldingswereld van middeleeuwse gelovigen. De artikelen, beide geschreven door dr. Anneke B. Mulder-Bakker, zijn bedoeld als een eerste bijdrage aan een groter ‘program’, waarin aspecten van de religieuze cultuur en spiritualiteit op het Groningerland worden belicht tegen de achtergrond van de Groninger kerken. Ze vormen onder andere een voorbereiding op de causerie van prof. Veerle Fraeters over de mystica en dichteres Hadewijch en een cursus voor de HOVO in samenwerking met de Stichting Oude Groninger Kerken (zie voor beide activiteiten de januariaflevering van De Stichting). Meer bijdragen over dit thema zijn in voorbereiding voor komende afleveringen van Groninger Kerken. Dr. Anneke B. Mulder-Bakker (A.B.Mulder-Bakker@rug.nl) doceerde middeleeuwse geschiedenis en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij heeft veel gepubliceerd over geschiedverhalen, heiligenlevens, wijze vrouwen en kluizenaressen. Zij richt zich nu op de religieuze cultuur op het middeleeuwse Groningerland.

Kijk maar! De verbeeldingswereld van middeleeuwse gelovigen

De verbeeldingswereld van middeleeuwse gelovigen

9

Op zoek naar de religieuze cultuur van het gelovige kerkvolk, zouden we graag willen weten hoe Maria hier terechtkwam. Waarom was zij zo populair? In de Evangelieverhalen, en in de theologische reflectie, is zij niet veel meer dan een bijfiguur. Waar komen dan toch die speciale gaven vandaan, waarover zij beschikte, hoe kon het gebeuren dat deze geaccepteerd werden in de Kerk en waarom werd zij zo geliefd bij het kerkvolk en veelvuldig verbeeld? De auteur laat dit zien aan de hand van de ‘kwestie’ van Maria’s Hemelvaart en haar Kroning tot Hemel­ koningin.

De Stichting 

13

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Educatie · Werk in uitvoering

Foto omslag: Olieverf op paneel (detail), toegeschreven aan Geertgen tot Sint Jans, Haarlem, circa 1495. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Beschermheer Mr.drs. F.J. Paas, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl Redactie Groninger Kerken Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA Dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Chris de Graaf, e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude

1

In de religieuze cultuur van het Noorden telden gewone lekengelovigen voluit mee. Waren in Parijs en Zuid-Duitsland de magisters van de universiteit en de geleerde bedelmonniken meestal de ‘smaakmakers’ in het religieuze leven, hier spraken leken, en vooral vrouwen, een duchtig woordje mee. Niet tevreden met de kale mededelingen in de Bijbel of de abstracte speculaties van theologen, verzonnen mystiek geïnspireerde auteurs verhalen om de spaarzame gegevens in te kleuren. Daarom zochten zij naar mogelijkheden om dergelijke verhalen binnen de grenzen van de orthodoxie en de kerkleer een plaats te geven. Naar die gelovigen met hun verhalenvertellers en beeldende kunstenaars is de auteur op zoek.

Hemelvaart en Kroning van Maria.

34 / 1 – januari 2017

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Anneke B. Mulder-Bakker

Kijk maar! De verbeeldingswereld van middeleeuwse gelovigen ‘De gegevens, hoe precies ze ook zijn, behoeven allemaal nadere toelichting om te verhelderen wat door het verleden te zeer geslonken is.’ Aldus Thomas Mann in zijn Jozef en zijn broers.1 Bij een bezoek aan Neurenberg waar in de Dom een laat­ middeleeuws reliëf bewaard is van moeder Maria die haar zoontje naar school brengt – de kleine Jezus met een boek­ buidel in zijn knuistje geklemd – werd ik aangesproken door een oude dame: ‘Bent u ook zo ontroerd door dat beeld van de jonge moeder met haar zoontje? Ik stuur altijd zo’n kaartje naar mijn neefjes, als zij hun eerste schooldag beleven. Ja, weet u, u kent die verhalen waarschijnlijk niet, want ze staan niet in de Bijbel. De Bijbel vertelt bijna niets over Maria en Jozef en hun gezinnetje maar de jongste broer van Jezus, Jaco­bus, heeft het gelukkig allemaal opgeschreven in een

1 Christus’ naaste familie (de heilige maagschap, naar het oudNederlandse woord ‘maag’ voor bloedverwant) bijeen in een fictief kerkgebouw. Links, in het blauw gewaad, zit Maria met Jezus en naast

1 Vertaling Thijs Pollmann (2014) 299.

haar moeder Anna. Daarachter staan hun echtgenoten Jozef en Joachim. Rechts zit Maria’s nicht Elisabeth, met op schoot haar zoon Johannes de

2 De noorderkapel (‘Mariakapel’) van de Petrus en Pauluskerk van

Doper. Achter Elisabeth staan de twee andere dochters van Anna, ook Maria

Loppersum, gezien naar het oosten, met schilderingen van scènes

geheten. Olieverf op paneel, toegeschreven aan Geertgen tot Sint Jans,

uit het leven van Maria, eind 15e eeuw. Foto Duncan Wijting.

Haarlem, circa 1495. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.


2

apart boek. Ik heb dat boek thuis, het is heel oud, nog in goti­ sche letters. U moet ook eens naar een antiquariaat gaan, daar hebben ze het vast nog wel.’ Ze bedoelde natuurlijk het proto-evangelie van Jacobus, een apocriefe verzameling van verhalen over het leven van Maria en Jezus, opgetekend in de tweede eeuw en toegeschreven aan Jacobus, de broe­ der des Heren. Dat is inderdaad een inspiratiebron voor ver­ halen en beeltenissen uit het leven van Maria in de late mid­ deleeuwen – én kennelijk voor het hedendaagse volksgeloof. De ontmoeting bracht mij bij het hart van de levende religieu­ ze cultuur waaraan dit artikel gewijd is. Ik stel mij zo voor dat, als ik deze vrouw mee zou hebben genomen naar de kerk van Loppersum, ze ook onmiddellijk gecharmeerd zou zijn geweest van de Mariakapel daar. Zij zou dan de gewelfschildering zien van de ontmoeting van twee oude mensen bij een stadspoort en mij stralend vertel­ len dat dat Anna en Joachim waren en dat daar Maria ‘ont­ vangen’ was, dat stond ook in haar oude boek. ‘Bent u ook zo blij voor Anna dat ze toch nog zwanger werd? Ze was al zo lang kinderloos en daarom zo vaak bespot. Je leeft toch mee met zo’n vrouw.’ Ze zou ook de schildering van de Hemelvaart van Maria ge­zien hebben, dat niet in het proto-evangelie van Jacobus beschreven staat maar wel in andere oude boeken. ‘Kijk, daar zie je Maria ten hemel varen, niet alleen haar ziel wordt op­ genomen, maar ook haar lichaam! Kijk maar – tenminste, zo zie ik het. Je hoorde daar vroeger nooit over in preken op 15 augustus (de feestdag van Maria Hemelvaart) omdat priesters daar niet in geloofden, maar het was natuurlijk wel zo. En de paus heeft het in 1950 ook officieel in Rome af­ gekondigd. Natuurlijk is ze fysiek opgevaren, ze is toch onze Koningin des Hemels en ze bemiddelt toch voor ons bij het Laatste Oordeel zoals een koningin-moeder dat doet bij haar zoon de koning!’

Op zoek naar verhalen Mijn Neurenbergse gesprekspartner zou naadloos passen in de religieuze cultuur van het Groningerland, waarover ik het in dit en volgende artikelen wil hebben. Het is van alle tijden dat mensen op zoek zijn naar meer gedetailleerde verhalen 3 (linksboven) De Heilige Familie aan de maaltijd: Maria geeft Jezus de borst en Jozef lepelt een bordje soep leeg. Miniatuur uit het Getijdenboek van Catharina van Kleef. Collectie Morgan Library & Museum, New York. 4 (linksonder) Het huiselijk leven van de Heilige Familie: Maria zit aan het weefgetouw, Jozef is een plank aan het schaven en Jezus loopt in een looprekje. Miniatuur uit het Getijdenboek van Catha­rina van Kleef, gemaakt door een anonieme kunstenaar in Utrecht of Utrecht-Gelre, met de noodnaam Meester van Catha­rina van Kleef, circa 1440. Het geldt als het hoogtepunt van Noord-Nederlandse miniatuurkunst. Collectie Morgan Library & Museum, New York.


over de grote helden uit Bijbel of heiligenlevens. Mensen wil­ len weten wie de ouders van Maria waren en wie haar verdere familie. Ze willen anekdotes horen over hoe Maria opgroeide tot dat vrome maagdje dat door de engel Gabriel werd aange­ sproken. Wat er precies gebeurde in Bethlehem, toen zij haar zoontje ter wereld bracht. En hoe dat zoontje opgroeide in de timmerwerkplaats van zijn vader in het huisgezin met jonge­ re broers – zelfs de Bijbel spreekt immers van de broers van Jezus (Mattheüs 12:46-50). Ten slotte zijn ze nieuwsgierig naar wat de weduwe Maria deed na de kruisiging van Jezus en hoe zijzelf gestorven was. Ook in de middeleeuwen wilde men dat weten en ook op het Groningerland, kijk maar naar de schilderingen in de kerk van Garmerwolde of de gedetail­ leerde beeldcyclus in Loppersum (afb. 2). Dit zoeken naar verhalen is een uiting van het diepe verlan­ gen van mensen om steun te zoeken in hun strijd om het be­ staan. En te geloven dat wat hen overkomt, niet op zichzelf staat, dat het begrepen en gedeeld wordt. Daarom proberen mensen ook hun leven in bekende en geheiligde vormen te ordenen. Zij komen samen op heilige plaatsen, voeren ri­ tuelen uit of gewijde dansen. Zij stichten gemeenschappen, bouwen tempels en kerkgebouwen, zoeken bescherming, veiligheid en een beetje geluk. Voor de middeleeuwers betekende dat – zo begrijp ik uit de verhalen en beelden die uit die periode zijn overgeleverd – dat zij zich bijvoorbeeld Maria voorstelden als iemand die hun zorgen deelde, omdat zijzelf in haar aardse leven in ver­ gelijkbare omstandigheden had geleefd: opgegroeid in een grootfamilie met grootmoeder Anna als de spil van de fa­milie (afb. 1); als echtgenote samen met haar man in de timmer­ werkplaats; als moeder het leven schenkend aan een zoon (baby op schoot) maar ook haar kind weer verliezend (Bewening) (afb. 3-6). Gelovigen identificeerden zich met Maria, leefden met haar en haar Zoon mee. En zij benaderden via háár God en zijn Zoon in de hemel. Zíj moest bemiddelen – zie haar neerknielen voor de Rechter bij het Laatste Oordeel. Zij stelden zich Maria voor als iemand die met gezag in de hemel kon optreden. Zij was zelf in de hemel (als ziel opgeno­ men of fysiek opgevaren, dat was voor hen een grote vraag), zij was Ko­ningin des Hemels, gekroond door God, de Vader en/of God, de Zoon. Zij zat naast Christus of tussen God, de Vader en God, de Zoon op de hemeltroon (afb. 7-9, 14). Middeleeuwers konden niet tevreden zijn met de kale mededelingen in de Bijbel of de abstracte speculaties van theologen, daarom verzonnen mystiek geïnspireerde auteurs 5 (rechtsboven) Maria met inktpot, die Jezus – zittend op haar arm – met een veer leert schrijven. Beeld van omstreeks 1500 in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek te Maastricht. 6 (rechtsonder) Huiselijk tafereel van grootmoeder Anna, moeder Maria en het kind Jezus dat uitreikt naar een bordje pap. Beeld toegeschreven aan Jan van Steffenswert, Maastricht, circa 1500. Collectie Bonnefantenmuseum, Maastricht.

3


Belangrijke ontwikkelingen in de late middeleeuwen

4

7 Sterfbed van Maria en Kroning door Christus in een begijnenpsalter uit Luik, 1255-1265. Onder ligt Maria op haar sterfbed, vanwaar ze rechtstreeks wordt opgenomen in de hemel: boven wordt zij gekroond. Collectie Keble College, Oxford.

verhalen om de spaarzame gegevens in te kleuren. Daarom zochten zij naar mogelijkheden om dergelijke verhalen bin­ nen de grenzen van de orthodoxie en de kerkleer een plaats te geven. Naar die gelovigen met hun verhalenvertellers en beeldende kunstenaars ben ik op zoek. Hoe zij aankeken tegen God en de wereld, hoe zij omgingen met angst, een on­ zekere toekomst, de dood. Hoe zij hun verlangen naar liefde en geborgenheid vormgaven. De levende geloofsgemeen­ schap op het Groningerland, de religieuze beeldwereld waar­ in de mensen leefden, dat is het onderwerp waarin ik me in de komende tijd ga verdiepen. In dit nummer van Groninger Kerken geef ik in het eerste artikel enkele basisinzichten van mijzelf door. Daarna ga ik in het tweede artikel in op de Hemelvaart en de Kroning van Maria. Daar wil ik ook iets meer zeggen over hoe de middel­ eeuwers aan die verhalen kwamen en hoe zij deze inpasten in de kerkleer zodat deze acceptabel werden voor de kerk­ leraren. We zullen ontdekken dat het vaak mystiek begaafde vrouwen waren die ‘ingevingen’ kregen over alles wat niet in de Bijbel staat maar wel belangrijk was in het volksgeloof.

Eerst wat algemene informatie over belangrijke ontwikke­ lingen in de latere middeleeuwen en een afbakening van het onderzoeksgebied. In de twaalfde en dertiende eeuw onder­ ging de hele samenleving van Noordwest-Europa drastische veranderingen, ook de Fries-Groningse kustgebieden. Er von­ den niet alleen sociaaleconomische ontwikkelingen plaats met dijkbouw, de introductie van nieuwe landbouwmethoden (die bijvoorbeeld een andere taakverdeling tussen mannen en vrouwen vroeg) en de opkomst van handel en nijverheid. Ook op religieus gebied voltrokken zich ingrijpende veran­ deringen. Weliswaar was het christendom hier al in Karo­ lingische tijd door missionarissen geïntroduceerd, het geloof begon pas werkelijk voet aan de grond te krijgen vanaf de twaalfde eeuw, wat wel ‘de tweede kerstening’ wordt ge­ noemd, de kerstening tot in het dagelijkse leven. Ook gewone mensen kregen nu bijvoorbeeld aandacht voor de christelijke feestdagen en de heiligenverering. In de vroege middeleeuwen was dat vooral een zaak van monniken en kanunniken (seculiere geestelijken) geweest. Zij hadden de taak gehad om de christelijke feestdagen en de jaardagen van de heiligen te eren in de liturgie en het urengebed. De levensbeschrijvingen van die heiligen, de vitae, stonden op­ getekend in grote folianten, die bewaard werden in de kerk. Het gelovige volk had daar geen notie van. Zeker niet hier in het Noorden, waar überhaupt nog geen monniken en kanun­ niken waren. Dit begon te veranderen toen adellijke dames en stede­ lingen de tijd en het opleidingsniveau kregen om daarvoor belangstelling te krijgen. Het eerst zien we dit in het Vlaams-­ Brabantse gebied, waarvoor we over bronnen beschikken. Van Maria van Oignies, een stadse dame uit Nijvel die om­ streeks 1200 leefde, wordt door haar biechtvader verteld dat zij op eigen houtje de heiligendagen begon te vieren. Zij wist nog helemaal niet wie op welke dag zijn jaardag had maar ze voelde dat er iets was. En soms verscheen haar een heilige: vandaag is het mijn dag en ik heet Aiol. Of het gebeurde, ik citeer nu letterlijk uit het Latijnse hei­ ligenleven dat deze biechtvader, Jacques de Vitry, omstreeks 1215 opschreef: ‘Eens kwam Maria bij de Gertrudiskerk van Lenlos (in Henegouwen) en ze voelde de plechtigheid van de nakende feestdag. Ze begon daarom de klok te luiden. Toen de priester aan kwam hollen – want een gewone gelovige mocht zoiets natuurlijk helemaal niet doen – zei ze: “vergeef me maar het is de avond van een groot feest”. De priester keek in zijn boek met kalender en zag dat ze gelijk had.’2 Het was nota bene Sint Gertrudis-avond. Zo weinig wisten de lekengelovigen, en in dit geval ook meneer pastoor, dus van heiligenverering – zelfs de feestdag van hun eigen patroon

2 Er bestaat geen Nederlandse vertaling van het heiligenleven van Maria van Ognies, wel een Engelse: Anneke B. Mulder-Bakker (red.), Mary of Oignies: Mother of Salvation (Turnhout 2006) hier 111-112.


was hen onbekend. Maar dat begon te veranderen in die twaalfde en dertiende eeuw. Ook in het Noorden en in de cultuurkring waartoe deze regio behoorde.

Het Deltagebied tussen Seine en Elbe als cultuurregio In hun boek Muurschilderingen in Nedersaksen, Bremen en Groningen presenteren Kees van der Ploeg en Rolf-Jürgen Grote de lage landen van Groningen en Nedersaksen als één samenhangend onderzoeksterrein, de Gronings-Nedersak­ sische cultuurkring. Van der Ploeg laat zien dat de bakstenen kerken in Groningen met hun laatmiddeleeuwse muurschilde­ ringen duidelijk eigen kenmerken vertoonden, maar tegelij­ kertijd deel uitmaakten van de cultuur in de grotere Neder­ saksische regio.3 Economisch gezien ontwikkelde zich hier de Hanze met Lübeck, Bremen en Groningen als belangrijke handelscentra. Taalkundig gezien is dit het gebied van het Nedersaksisch, waarbij het Gronings als dialect van het Mittel-Niedersächsisch wordt beschouwd binnen het grotere geheel van de Middelnederlands-Fries-Nederduitse taalkring. Ik wil mij richten op de cultuur en religie in deze cultuurregio, die ik het Deltagebied noem. Zoals het recente onderzoek, in een samenwerkings­ verband van Nederlandse, Vlaamse en Duitse mediëvisten op het gebied van devotie en mystiek, aantoont: ‘The Low Countries and Northern Germany constituted a coherent region’ – cultuur en religie vormden in dit Nederlands-­NoordDuitse gebied een samenhangend geheel met eigen ken­ merken, duidelijk te onderscheiden van Zuid-Duitsland aan Boven-Rijn en Beieren.4 Toen Hadewijch, de dertiende-eeuw­ se mystica en dichteres uit Antwerpen, een lijst opstelde van alle perfecte gelovigen die zij kende en die volgens haar een toonbeeld waren van de volmaakte liefde voor God, kwam zij tot een lijst van 138 namen, waarvan de kern werd gevormd door vrouwen en mannen uit het Deltagebied tussen Parijs en Maagdenburg. In Parijs kende zij ‘een vergeten magistertje alleen in een celletje [een kluizenaar dus]. Hij weet meer van mij dan ik van mezelf weet’, schrijft zij. Bij Maagdenburg ken­ de zij ‘Mina, een kluizenares die een eind weg in Saksen woont, naar wie ik heer Hendrik van Breda toestuurde.’ Haar contacten reikten blijkbaar van Parijs tot Maagdenburg. Zij bakende daarmee precies mijn onderzoeksgebied af, dat in geografische zin het Deltagebied van Seine tot Elbe omvat en in thematisch opzicht de regio bestrijkt waar individuele gelovigen in hoge mate het religieuze klimaat bepaalden. Op dit gebied met die kenmerken richt ik mij.

3 Rolf-Jürgen Grote en Kees van der Ploeg (red.), Muurschilderingen in Nedersaksen, Bremen en Groningen, 2 dl. (Groningen-Hannover 2001). 4 Elizabeth Andersen (red.), A Companion to Mysticism and Devotion in the Later Middle Ages (Boston 2013) 6; Hadewijch, Visioenen, vertaald door Imme Dros (Amsterdam 1996) 151-163, hier 159 en 163.

5 8 Kroning van Maria in het noorderdwarspand van de kerk Noord­broek. De schildering, uit het midden van de 14e eeuw, is fragmentarisch bewaard gebleven. Rechts staat Christus, die Maria kroont. Zij is weergegeven onder een gotische boog. Bovenin staat, nog maar vaag leesbaar, ‘Maria R[egina].’ Foto Duncan Wijting. 9 Kroning van Maria op de westzijde van de koortravee in de kerk van Bierum. Schildering uit de tweede helft van de 14e eeuw. Foto archief Regnerus Steensma.


De religieuze cultuur van het gelovige volk in deze regio In Frankrijk en het Zuiden van Duitsland waren de magisters van de universiteit en de geleerde broeders van de bedel­ orden de ‘smaakmakers’ van de religieuze cultuur, zoals de grote Meister Eckhart, de dominicaanse professor die trakta­ ten schreef in het Mittelhochdeutsch en een beroemd prediker was, maar wiens werk nauwelijks tot Noord-Duitsland door­ drong. In het Noorden kregen ontwikkelde en religieus begaafde lekengelovigen meer kansen om een rol in het religieuze leven te spelen. Ikzelf heb mij in mijn onderzoek altijd aan­ getrokken gevoeld tot individuen die als ‘gewone gelovigen’ op zichzelf en buiten het institutionele verband van een kloosterorde of convent hun leven aan God toewijdden en daarvan getuigenis aflegden in geschriften of in gesprekken met medegelovigen. Vanaf de dertiende eeuw zien we hen in kronieken en verhalen verschijnen. Dat kunnen beroemde 10 De heilige Martha, met boek en emmer. Kalkstenen beeld, met resten van oude polychromie, afkomstig uit Frankrijk, derde kwart 15e eeuw. Collectie Babs en Henk Helmantel, foto Jasper Helmantel.

6

mystici of mysticae zijn zoals Hadewijch in Antwerpen, waar­ aan hoogleraar Middelnederlands en Middeleeuwse Cultuur­ geschiedenis Veerle Fraeters haar onderzoek wijdt, of kluize­ naars zoals Gerlach van Houthem, De Kluizenaar in de Eik, waarover ik zelf een boek schreef. Of ook Verborgen Vrouwen, kluizenaressen in de middeleeuwse stad.5 Dit soort Godgewijde eenlingen treffen we ook aan op het Groningerland. Emo heeft het in zijn kloosterkroniek over ‘de kluizenaars, die er in groten getale te vinden waren.’ Eén van hen zat ingesloten aan de kerk van Usquert en kwam om bij een brand. De Groningse kluizenaars hadden het volgens Emo niet zo op de dominicaanse predikers die ‘als wolken’ alle kanten uitzwermden en ‘zo scheen het velen toe, zonder onderscheid gebruik maakten van hun macht om te binden en te ontbinden, als een zwaard in de hand van een razende.’ Het waren tamelijk zelfbewuste (of ‘opstandige’) lekengelovi­ gen, die kluizenaars, die zich niet voetstoots overleverden aan die geleerde dominicanen! 6 Invloedrijke ‘verborgen vrouwen’ waren er ook, dat wil zeggen kluizenaressen of reclusen in de stad. Bijna elke stad had wel zo’n recluse in een kluisje aan de stadskerk. Caesa­ rius, de cisterciënzer monnik uit Heisterbach, die met zijn abt reizen maakte tot in de Fries-Groningse kustgebieden en daarvan verslag deed in zijn boeken vol wonderverhalen, kende er eentje aan de stad-Groninger Martinikerk in de eer­ ste decennia van de dertiende eeuw en vertelt daarover een veelzeggende anekdote. 7

Honderden religieus begaafde lekengelovigen Het Deltagebied was de broedplaats van begijnen, dat wil zeggen lekenvrouwen die samenwoonden in een begijnhof in de Zuidelijke Nederlanden of in een begijnhuis zoals in Groningen. De scherpe observator Emo zag ook hen verschij­ nen op het Groningerland: ‘verder die van enkele eenvoudige zielen die Begijnen (Beggini) genoemd worden. Verder con­ venten, waar vrouwen in gemeenschap tezamen wonen.’ Hij schrijft dit in 1234 en is daarmee één van de oudste bron­ nen over begijnen en samenwonende lekenvrouwen über­ haupt.8 In de veertiende eeuw kwam in het Deltagebied de Moderne Devotie op met tientallen broeders en honderden zusters in hun huizen des Gemenen Levens. Ook zij waren geen kloosterlingen die gehoorzaamheid aan een klooster­ 5 Zie mijn boeken De Kluizenaar in de Eik. Gerlach van Houthem en zijn verering (Hilversum 1995) en Verborgen Vrouwen. Kluizenaressen in de middeleeuwse stad (Hilversum 2007). 6 Emo spreekt op verschillende momenten over kluizenaars en de dominicanen, zie H.P.H. Jansen en A. Janse, (red.), Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum (Hilversum 1991) 232 en 240-249. 7 In een volgend nummer van Groninger Kerken wil ik een apart artikel wijden aan die kluizenaars en reclusen, daarin krijgt de anekdote zijn plaats. 8 Kroniek, 249. Letha Böehringer e.a. (red.), Labels and Libels. Naming Beguines in Northern Medieval Europe (Turnhout 2014).


11 en 12 Twee panelen uit de 23-delige ‘Elisabeth-cyclus’ op het koorhek in de kerk van het Heilige Geest Hospitaal in Lübeck. De schilderingen uit de vroege 15e eeuw getuigen, naast de heiligheid van Elisabeth (1209-1231), van de echte liefde en samenwerking van Elisabeth en haar echtgenoot landgraaf Lodewijk. Ze zaten bijvoorbeeld samen aan officiële diners, wat toen nog ongebruikelijk was. Elisabeth was een voorbeeld voor onder andere de Groningse burgemeestersvrouw Ludeke Jarges (†1469). Foto’s Hemmo Mulder.

regel beloofd hadden en ook zij hadden diepgaande invloed op het religieuze leven in hun omgeving. Ten slotte waren er de huismoeders en weduwen die in familiekring een persoon­ lijk Godgewijd leven voorleefden. Al met al woonden er op het land en in de steden tientallen kluizenaars en reclusen – Utrecht alleen had in de vijftiende eeuw een half dozijn reclusen – honderden begijnen en Moderne Devoten en een onbekend aantal vrome vrouwen in hofjes of gewoon thuis. Blijkens Emo en Caesarius deed het Groningerland daaraan voluit mee vanaf de vroege der­ tiende eeuw: dat is dus precies vanaf de periode dat hier ook begonnen werd om bakstenen kerkjes te bouwen. De bijdra­ ge van deze vrome vrouwen en mannen aan de religieuze cul­ tuur moet volgens mijn inschatting groot geweest zijn maar begint pas nu tot het onderzoek door te dringen. Historica Renée Nip bracht bijvoorbeeld twee Groningse weduwes, Lu­ deke Jarges, de Groningse burgemeestersvrouw (overleden 1469) en Beetke van Raskwerd, weduwe van Wigbold van Ewsum en overleden in 1554, uit de archieven tevoorschijn, sterke vrouwen, die zich op religieus vlak ontplooiden (afb. 11-13).9 We zullen naar meer van dit soort gelovigen op zoek moe­ ten gaan. Dan zal blijken dat ook vrome huisvrouwen en huis­ mannen, om het voorzichtig uit te drukken, voluit meetelden

in het religieuze leven, dat zij zelfs kloosterlingen de loef konden afsteken, zoals voorgeleefd wordt in de korte tekst hieronder.

De wijze huisvrouw Martha Frappant is dat er in dit Deltagebied een korte legende circu­ leerde over De Bekering van Maria Magdalena, waarin Martha, die we kennen uit de Bijbel (Lucas 10) de feitelijke hoofdper­ soon is. In het Bijbelverhaal is Martha het sloofje en haar zuster Maria (in de middeleeuwen samengesmolten met de figuur van Maria Magdalena) de vrome vriendin van Jezus, die ‘het goede deel heeft uitgekozen’, zoals Jezus het noemde. In de vroege middeleeuwen hadden theologen daarom Maria tot het model van het kloosterleven verheven, tot icoon van de vita contemplativa, terwijl diezelfde theologen Martha tot model van het actieve leven maakten, de vita activa, dat bij hen weinig in tel was. Vrome meisjes konden volgens die kerkleraren maar het beste maagd blijven en in het klooster intreden, dan bereikten ze de christelijke perfectie. Maar zie nu die korte legende uit het Nederlands-Duitse gebied. In deze legende is het precies omgekeerd. Hier is Martha de wijze, oudere huisvrouw en het toonbeeld van ware christelijkheid: ‘Martha die joncfrouwe, die daer was gheestelic van leven ende van seden’ staat er in het Gro­

9 Renée Nip, ‘Family Care: Ludeke Jarges (†1469) and Beetke of Raskwerd (†1554). Two strong women from Groningen’, in: Anneke B. Mulder-Bakker and Renée Nip (red.), The Prime of Their Lives: Wise Old Women in Pre-industrial Europe (Leuven 2004) 39-64; Renée Nip, ‘Een stadse en een heilige weduwe: Ludeke Jarges (†1469) en Elisabeth van Thüringen’, Historisch Jaarboek Groningen 2003, 7-21.

7


13 (boven) Vita activa en Vita contemplativa inéén in het Psalter (psalmboek) van de heilige Elisabeth van Thüringen, begin 13e eeuw. Elisabeth combineerde beide in haar leven als innige geliefde van haar echtgenoot Lodewijk én ascetisch levende vorstin. Collectie Museo Archeologico Nazionale, Cividale del Friuli. 14 (onder) Kroning van Maria in hetzelfde Psalter. De gekroonde Maria zit hier op de hemeltroon tussen God de Vader en God de Zoon. Miniatuur bij het begin van psalm 110 met de beginwoorden: ‘Aldus luidt het woord des Heren tot mijn Here: “zet u aan mijn rechterzijde”’ (waar Maria op de miniatuur zit). Deze woorden worden zo op Maria toegepast en via haar op vorstin Elisabeth, die het psalter bidt. Volgens Henk van Os is deze voorstelling van de Kroning van Maria de oudste in de Duitse landen. Collectie Museo Archeologico Nazionale, Cividale del Friuli.

ningse handschrift dat van deze legende bewaard is. Zij ver­ enigde de vita activa en de vita contemplativa in haar persoon. Haar zus Maria (Magdalena) is in deze legende een jong en onnadenkend wicht dat alleen maar feest viert en ’s ochtends naar huis terugkeert als haar oudere zuster Martha al op weg is naar de markt om boodschappen te doen. Martha bestiert het huishouden, zij brengt met haar voorbeeldige levens­ wijze en voortdurende vermaningen haar jongere zuster tot Jezus. Martha belichaamt het ideaal van de perfecte gelovige in de stedelijke samenleving (afb. 10).10 En zo hoorden de mensen het graag. De tekst is in verschil­ lende versies in het Latijn, het Duits en het Middelnederlands overgeleverd in het Deltagebied; in Zuid-Europa was ze daar­ entegen volslagen onbekend. De Groningse universiteits­ bibliotheek heeft de tekst in een verzamelhandschrift uit het convent Maria ten Hoorn, ik zal er in een later artikel nog uitvoerig uit citeren. Ik zal dan ook TLeven Ons Heren IHesu Cristi gebruiken, het boekje met het levensverhaal van Maria en Jezus, dat een Groningse moeder meegaf aan haar dochter in het begijnenconvent. Voor nu constateer ik dat in de religieuze cultuur van het Deltagebied gewone lekengelovigen voluit meetelden. Waren in Parijs en Zuid-Duitsland de magisters van de universiteit en de geleerde bedelmonniken meestal de ‘smaakmakers’ in het religieuze leven, hier spraken leken, en vooral vrouwen, een duchtig woordje mee. Dat zal ook blijken uit het hierop volgende artikel, waar ik het onderzoek toespits op de He­ melvaart en de Kroning van Maria.

10 De Groningse versie is uitgegeven door C.G.N. De Vooys, ‚De legende „Van Sunte Maria Magdalena Bekeringhe“‘, Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 24 (1905) 16-44; zie verder H. Hansel, Die Maria-Magdalena Legende: Eine Quellenuntersuchung (Greifswald 1937).


Anneke B. Mulder-Bakker

Hemelvaart en Kroning van Maria De verbeeldingswereld van middeleeuwse gelovigen In de middeleeuwse kerken op het Groningerland zijn heel wat schilderingen bewaard gebleven met voorstellingen uit het leven van Maria. Het meest opmerkelijk zijn de Maria-cycli in Loppersum en Garmerwolde, beide uitlopend op de Hemelvaart van Maria. Verrassend zijn ook de voorstellingen van de Kroning van Maria tot Hemelkoningin in Bierum, Eenrum en Noordbroek. Of die van Maria’s voorspraak bij het Laatste Oordeel in Noordbroek en ’t Zandt. Voor moderne bezoekers zijn dit onbekende beeldthema’s. Wat minder verrassend zijn afbeeldingen van Maria in Majestas, een gekroonde Maria al of niet op een troon, zoals in de kerken van Bierum, Leermens en Woldendorp. Deze muurschilderingen zijn bewaard gebleven omdat ze na de overgang tot het protestantisme onder de witkalk verdwe­ nen. Vrijstaande beelden uit de kerken zijn er amper meer, hoeveel er ook geweest moeten zijn. Ik denk aan gekroonde Maria’s met haar zoon op schoot, het type Sedes Sapientiae,

waarvan de cisterciënzer monnik Caesarius van Heisterbach er eentje zag in het klooster Jesse bij Helpman (circa 1220, zie hierna). Alleen enkele Maria’s met het kindeke op de arm zijn er nog, omdat ze tijdig ‘onderdoken’. Uit schriftelijke bronnen weten we dat zeker vanaf de

1 Sterfbed en Hemelvaart van Maria, in aanwezigheid van de apostelen. Gewelfschildering, begin 16e eeuw, in het noorderdwarspand van de kerk van Garmerwolde. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto A.J. van der Wal.

9


Presentatie

TenhemelopnemingAanbidding

Geboorte

Visitatie

TempelgangAnnunciatie

Anna en Joachim 2 (links) In de Mariakapel van de kerk van Loppersum zijn de schilderingen volgens het liturgische jaar geordend. De scènes

10

worden hierna afzonderlijk afgebeeld, met uitzondering van de Aanbidding van de Koningen, dat geen Mariafeest is. 3 (boven) Schematisch overzicht van de gewelfschilderingen in de Mariakapel.

dertiende eeuw ook de Mariafeesten hier gevierd werden – de illustraties bij dit artikel tonen ze, elk met een korte om­ schrijving. De conclusie moet wel zijn: Maria was in ieders hart.1 Omdat we op zoek zijn naar de religieuze cultuur van het gelovige kerkvolk, zouden we graag willen weten hoe Maria hier terechtkwam. Waarom was zij zo populair? In de Evan­ gelieverhalen, en in de theologische reflectie, is zij niet veel meer dan een bijfiguur, haar levensverhaal wordt nergens verteld, haar sterfbed niet genoemd, laat staan haar Hemel­ vaart en Kroning tot Koningin des hemels. Haar graf was niet bekend, relieken waren niet voorhanden en er ontstond geen ‘normale’ heiligencultus. Waar komen toch die speciale ga­ ven vandaan, waarover zij beschikte, hoe kon het gebeuren dat deze geaccepteerd werden in de Kerk en waarom werd zij zo geliefd bij het kerkvolk en veelvuldig verbeeld? Ik wil dit laten zien aan de hand van de ‘kwestie’ van Maria’s Hemel­ vaart en haar Kroning tot Hemelkoningin.

1 Titel van mijn algemene introductie in het themanummer ‘Maria in Groningen’, Groninger Kerken 27 (2010); zie ook Jitske Jasperse, ‘Maria-afbeeldingen in middeleeuws Groningen’ in hetzelfde nummer van Groninger Kerken.


4 Anna en Joachim bij de stadspoort. Maria Onbevlekte Ontvange­ nis, 8 december, in 1280 als feest ingevoerd op het Groningerland; in 1854 als dogma in de Rooms-Katholieke Kerk afgekondigd. Gewelfschildering in Loppersum. Foto Duncan Wijting. 5 Tempelgang van de kleine Maria, 21 november. Maria werd als klein meisje door haar ouders naar de Tempel gebracht om daar (als een soort nonnetje) te worden opgevoed. Gewelfschildering in Loppersum. Foto Duncan Wijting.

De rol van mystiek bevlogen gelovigen De centrale persoon in mijn betoog zal blijken een mystiek begaafde en hoog ontwikkelde non in het Rijnland te zijn, Elisabeth van Schönau (1129-65). Geen magister van de Parij­ se universiteit dus, geen geleerde dominicaan of franciscaan, maar een lekengelovige en vrouw. Elisabeth beschrijft in haar Visioenenboek hoe de Hemelvaart van Maria haar en de men­ sen om haar heen bezighield. Zij mediteerde vaak over more­ le en theologische kwesties en raakte dan soms in vervoe­ ring. In de geest voerde zij dan gesprekken met ‘de engel’ of met bepaalde heiligen. Op het feest van de Octaaf van Maria Hemelvaart, dus op 22 augustus, in het jaar 1156, raakte zij in een mystieke extase waarin Maria haar in eigen persoon ver­ scheen. Elisabeth waagde het toen om Maria te vragen of deze zich wilde verwaardigen uitsluitsel te geven over de kwestie die de mensen bezighield, namelijk hoe zij in de hemel was opgenomen: (alleen) in de geest of ook in het lichaam. Het duurde een jaar voor ze een begin van een ant­ woord kreeg. Het is een vraag die ook ons bezighoudt, al was het maar omdat kunsthistorici er niet uitkomen wat er precies in die

11


gewelfschilderingen in Garmerwolde en Loppersum is afge­ beeld. We zien daar een Maria-figuur zwevend tussen hemel en aarde, in Loppersum tezamen met engelen en Christus, in Garmerwolde met alleen twee engelen (afb. 1 en 11). Wordt hier het sterfbed van Maria getoond en komt Christus de ziel van zijn moeder – afgebeeld als een klein Maria-figuurtje – ophalen om haar mee te voeren naar de hemel? Is het de ge­ storven Maria die vanuit haar graf (dus niet vanaf haar sterf­ bed) door engelen of Christus naar de hemel wordt opge­ heven: een Tenhemelopneming of Assumptio dus? Of is het Maria die na haar graflegging opstaat uit de dood en (mis­ schien na veertig dagen?) ten hemel vaart, dus een Ascensio zoals Christus op Hemelvaartsdag?2 Elisabeth van Schönau was niet de enige die met deze vraag worstelde. Ook de boerenknecht Abundus (overleden 1228), lekenbroeder op een uithof van het cisterciënzer­ klooster Villers in Brabant, wist zich geen raad. Ook hij was mystiek begaafd en Maria zeer toegewijd. Op 15 augustus had hij tijdens de lezingen van de kloostergetijden gehoord

dat de kerkvader Hieronymus zo zijn twijfels had bij de Assumptio van Maria en de haar toegekende kwaliteiten. Dat had Abundus in grote verwarring gebracht en hij had de monniken en priesters in zijn omgeving bestookt met de vraag of zij hem duidelijkheid konden geven. Tot de Maagd Maria hem in een mystieke extase zelf verscheen en hem ver­ zekerde dat Augustinus in een preek haar volledige verheer­ lijking in lichaam en geest had verkondigd. (Durfde Maria dit niet op eigen gezag te verkondigen en vond zij het gewenst naar de kerkvader Augustinus te verwijzen?) Toen Abundus deze uitspraak van Maria voorlegde aan een wijdvermaard prediker, aarzelde deze nog steeds en legde de kwestie voor aan de magisters in Parijs.3 Zij bevestigden dat Augustinus dit inderdaad gepreekt had. We hebben hier een prachtig voorbeeld van 1) het verlangen van lekengelovigen om in Maria de verheerlijkte Hemelkoningin te kunnen ver­ eren, 2) de aarzelingen bij professionals, de priesters en de monniken, én 3) de beslissingsmacht toegekend aan de magisters in Parijs. Onze vraag wordt des te pregnanter: hoe

2 Wendelien A.W. van Welie-Vink, ‘Maria op de muur. Mariacycli in de kerken van Loppersum en Garmerwolde’, Groninger Kerken 27 (2010) 42-55; Claudine A. Chavannes-Mazel, ‘De Mariaschilderingen te Loppersum (Groningen)’, in: Rolf-Jürgen Grote en Kees van der Ploeg (red.), Muurschilderkunst in Nedersaksen, Bremen en Groningen (Groningen-Hannover 2001), 178-181; Henk van Os, ‘Maria vaart ten hemel in Loppersum’, Cultureel Maandblad Groningen 11 (1969) 102-108.

7 Maria Visi­tatie, 2 juli. De zwangere Maria bezoekt haar nicht

12

6 Maria Bood­schap of Annunciatie, 25 maart. Gewelfschilde­ring

Elisabeth, die zwanger is van Johannes de Doper. Gewelfschil­dering

in Loppersum. Foto Duncan Wijting.

in Loppersum. Foto Duncan Wijting.


De Stichting

j a n ua r i 2 0 1 7

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

Kijken naar een eigen kleur Interview met Anneke Mulder-Bakker Het is verleidelijk om kerkgebouwen en hun inrichting te bekijken vanuit wat we denken te weten van de organisatie van het middeleeuws kerkelijk leven: theologische leerstellingen, instituties, wetten en regels. Maar die blik is dan wel in hoge mate onvolledig, misschien zelfs onjuist. De historische werkelijkheid werd net zo goed van onderaf vormgegeven, vanuit het dagelijks leven. Historica dr. Anneke Mulder-Bakker kijkt juist vanuit dát perspectief, van onderop. ‘Het is opvallend dat een historicus in 2005 nog met een nieuwe visie op een historisch fenomeen kan komen’, schreef de Volkskrant naar aanleiding van Mulder-Bakkers boek Lives of the Anchoresses, over stadskluizenaressen. De studie verscheen in het jaar van haar pensionering. Nu, meer dan tien jaar later, zijn de meeste (internationale) onderzoeksprojecten afgerond of in een eindfase beland. Sinds vorig jaar is Mulder-Bakker redactielid van Groninger Kerken, met een ambitieuze agenda.

‘Een besef van wijding’ De kennismaking met – Groninger – kerken, en de overtuiging van het belang ervan, dateert al van veel langer geleden. ‘Ik kan me uit de tijd dat ik nog studeerde het gebeier van de zware klokken van de Martini tijdens de kerstnacht levendig herinneren. Dat gaf een besef van ‘wijding’. Een vergelijkbare indruk maakte het luiden van de kerkklokken van Usquert, waar Mulder-Bakker een tijd in de pastorie woonde. ‘De oriëntatie van een dorpsgemeenschap op zo’n

Alle medewerkers van de Stichting Oude Groninger Kerken wensen u een voorspoedig 2017!


Foto’s Elmer Spaargaren

kerk is, ook los van het geloof, een belangrijk en inspirerend iets.’ Belangrijk, maar niet vanzelfsprekend, zo ontdekte ze in de tijd dat ze in de Verenigde Staten woonachtig en werkzaam was. ‘We reden een stadje binnen, en meteen kijk je dan waar de toren staat. Maar die was er niet, tenminste niet in het centrum. Een kerk staat daar op de mall.’ Niet alleen geografisch staat het kerkgebouw daar niet centraal, ‘maar ook niet in de maatschappijvisie of de religieuze cultuur. Dat zie je bijvoorbeeld aan de strijd over het particuliere wapenbezit. Dat het geweldsmonopolie berust bij de staat; dat een stadsgemeenschap er is voor alle bewoners – met hofjes en hospitalen –, dat is hier in Europa gegroeid. Solidariteit en saamhorigheidsgevoel zijn hier door stedelingen ontwikkeld vanuit de centrale positie van kerk en christendom: dat is iets typisch Europees’.

Nieuwe sacraliteit Terug naar de middeleeuwen. Volgens Mulder-Bakker is op veel plaatsen, waaronder het Groningerland, de invloed van onderaf heel bepalend geweest voor die Europese vorm van christendom en samenleving. ‘Mensen hebben hun idealen vormgegeven in kerkelijke vormen. Kale mededelingen in de Bijbel en abstracte speculaties van theologen boden daarvoor niet voldoende houvast. In de tijd dat de samenleving veranderde en onder meer het huisgezin ontstond, zie je bijvoorbeeld Anna, de grootmoeder, met haar dochter Maria (en Maria’s zusters met hun kinderen!) in familiekring vereerd worden. Dat is volstrekt afwijkend van wat de Bijbel

zegt en de theologie beweert. Maar je ziet het wel overal op de middeleeuwse muurschilderingen.’ Die belangrijke rol van ‘lekengelovigen’ in het dagelijkse leven, blijkt ook uit de studie van Mulder-Bakker naar de invloed van kluizenaars. Op veel plekken boden juist zij de mensen een ‘nieuwe sacraliteit’. De kluizenaar Gerlach van Houthem vestigde zich bijvoorbeeld op een oude sacrale plaats, een eik bij een bron, en heeft die gekerstend. Op haar beurt heeft de sacraliteit van de plek Gerlach tot een heilige gemaakt.’ Ook in de befaamde kroniek van Emo van Wittewierum komen heremieten voor. ‘Hij schrijft onder andere over de kluizenaar van Stitswerd die de bevolking opjut niet alles te geloven wat de dominicanen hen voorhouden.’ Mulder-Bakker concludeert dan ook: ‘Het zijn vooral mensen uit de eigen streek met een goede opleiding die méér invloed hebben gehad dan geleerde theologen. Ze hebben hier het christendom een eigen kleur gegeven.’

Ambitie De betrokkenheid van Mulder-Bakker bij de Stichting Oude Groninger Kerken blijft niet beperkt tot het tijdschrift. Onder andere een cursus, in samenwerking met de HOVO, en een excursie staan voor begin 2017 op het programma. ‘Na veertig jaar gewerkt te hebben aan de universiteit en daar kennis en inzichten te hebben opgedaan, ook in een internationaal circuit, wil ik deze nu graag toepassen op de eigen regio. De Stichting heeft een enorm korps aan vrijwilligers met grote kennis van hun kerk, dorp en lokale omstandigheden. Het lijkt me geweldig om dit samen te brengen.’


Nie u w s

De kerk van Finsterwolde. Foto Duncan Wijting

Overdracht kerk Finsterwolde Op 28 oktober droeg de Protestantse Gemeente Reiderland de kerk te Finsterwolde over aan de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. De kerk aan de C.G. Wiegersweg is een eenbeukig, laatgotisch gebouw met driezijdig gesloten koor en een vrijstaande toren. Van de oorspronkelijke, imposante kruiskerk uit de dertiende eeuw rest nu nog het schip. Na een grote brand in 1586 is het kruis afgebroken, de kerk werd ruim vijf meter verlaagd en is het koor toegevoegd. Het interieur bevat grotendeels vroeg negentiende-eeuws meubilair. Ook het orgel van H.H. Freytag is uit die periode. De toren, die in bezit is van de gemeente Oldambt, wordt niet over­ gedragen naar de SOGK. De Protestantse Gemeente huurt de kerk na de overdracht terug en blijft deze gebruiken voor kerkdiensten. Ieder jaar wordt de kerk opengesteld op Orgeldag, Kerkenpad, Open Monumentendag en bij Festival Hongerige Wolf. Bij deze activiteiten wordt de kerkenraad bijgestaan door de ‘Werkgroep Culturele Activiteiten in en om de Kerk van Finster­ wolde’. Deze werkgroep neemt ook de organisatie van andere evenementen voor haar rekening zoals (mini)concerten, exposities, kerstsamenzang, Lichtjesfeest bij kerk, toren en kerkhof. Zo blijft de kerk ook toegankelijk en beschikbaar voor dorp en omgeving. Met deze overdracht heeft de SOGK 85 kerken, twee synagogen, 55 kerkhoven/begraafplaatsen en acht (vrijstaande) torens in haar bezit.

Interieur van de kerk van Finsterwolde. Foto Duncan Wijting

Overzicht van activiteiten in deze aflevering van De Stichting 19 januari Lezing Veerle Fraeters 9 februari Lezing ‘Tolerantie en verschil in Nederland’ 25 februari ‘Even kieken bie’: Molukse kerk Appingedam 2, 9, 16, 23 maart HOVO-cursus Anneke Mulder-Bakker (31 maart excursie voor cursisten) 17 april Paaswandeling Bedum 29 april Busexcursie ‘Klinkend erfgoed Groningen’ 6 mei Voorjaarsexcursie 11 mei, 6 juli, 24 augustus Tour des Cimetières 19-20 mei Terug naar het begin


E xcur s ie s Paaswandeling Bedum

in de woonoorden naar een permanent verblijf in Nederland. Op tweede paasdag, maandag 17 april, organiseren we een Het ontwerp van het gebouw versterkt dit architectonisch begeleide paaswandeling rond de Goede Herderkerk van Be- door zijn eenvoudige ‘barakvorm’, de uitvoering in eenvou­ dum, in 1937-1938 ontworpen door architect Egbert Reitsma. dige materialen en sober kleurgebruik. Het gebouw is in Het thema van de wandeling is dan ook ‘de Amsterdamse slechte staat en wordt grondig gerestaureerd. Ook zal het School in Bedum’. De tocht start met een korte inleiding in bouwkundig versterkt worden om het bestand te maken de kerk waarna we op pad gaan. Het programma wordt afge- tegen aardbevingen. sloten met een kort (barok)concert. De excursie staat onder leiding van de bouwkundige van Kerk open 13.30 uur, aanvang programma 14.00 uur, terug de SOGK. Alle deelnemers ontvangen een uitgebreid docuin de kerk om uiterlijk 15.45 uur, hapje/drankje: 15.45-16.15 mentatiepakket. We vertrekken om 10.30 uur per bus vanaf uur. Aanvang concert: 16.15 uur. Prijs: ¤ 8,- (donateurs SOGK het Hoofdstation in Groningen. De verwachte terugkomst ¤ 5,-), inclusief hapje/drankje en concert. Het concert kan daar is ongeveer 14.00 uur. Het is alleen mogelijk om deze ook apart bezocht worden; de toegangsprijs bedraagt dan tocht per bus te maken. ¤ 5,- (SOGK-donateurs ¤ 2,50). Einde programma 17.00 uur. Prijs: ¤ 12,50, donateurs ¤ 10,-. Dit ‘kijkje’ kan alleen doorgaan bij minimaal twintig deelnemers. NB: denk om stevig Opgave via info@groningerkerken.nl of (050) 312 35 69. schoeisel, we betreden immers een bouwplaats! Opgave Even kieken bie: Molukse kerk Appingedam door middel van de antwoordkaart in het midden van dit tijdOp zaterdag 25 februari organiseert de SOGK een mini-­ schrift. excursie naar de Molukse kerk in Appingedam. De kerk is het eerste monument uit de periode van de Wederopbouw dat ‘Klinkend erfgoed in Groningen’ in juni 2014 aan ons bezit werd toegevoegd Een busexcursie, waarin twee carillons en acht luidklokken De Molukse kerk is gebouwd in 1960 en is bijzonder door centraal staan, voert op zaterdag 29 april langs Appingehaar geschiedenis en vormgeving die herinnert aan de dam, Zeerijp, Stedum en Middelstum. Met deze excursie, gegeschiedenis van de Molukse gemeenschap, plaatselijk en organiseerd door de SOGK en de Stichting Klokkenspel Grolandelijk. Als onderdeel van de allereerste Molukse wijk in ningen (SKG), wordt aandacht gevraagd voor een interessant Nederland is het gebouw beeldbepalend voor het omslag- deel van het klinkend cultureel erfgoed in de provincie Gropunt van het tijdelijke verblijf van de Molukse gemeenschap ningen. De Molukse kerk in Appingedam. Foto Omke Oudeman.


Het carillon van Middelstum. Foto archief SOGK.

Naast het bekende en geroemde orgelbezit is er een schat aan klokken aanwezig in de vorm van zeven zeer verschil­ lende carillons en honderden, deels middeleeuwse, luidklokken. In het door grote welvaart gekenmerkte verleden van het Groningerland, werden de kerken voorzien van kostbare orgels voor de muziek in het gebouw en de torens van klokken voor betekenisvolle klanken buiten. Voor die klokken werden de beste klokkengieters naar de streek gehaald om hun meesterwerken te vervaardigen. De toren van Appingedam bevat een groot carillon (51 klok­ken 1911/1991) – het eerste in Nederland in moderne stemming – en drie luidklokken. In Zeerijp klinkt een luidklok, in 1502 gegoten door Geert van Wou, de belangrijkste klokkengieter die West-Europa heeft gekend. In de bijzondere toren van Stedum hangt de oudste gedateerde klok van Nederland (1300) en in Middelstum is de toren voorzien van een klokkenensemble dat bestaat uit een carillon (30 klokken, François Hemony, 1661) met een recent gerestaureerde speeltrommel van Petrus van Oeckelen uit 1857 en een luidklok uit 1520 uit de school van Van Wou. De klokken worden uiteraard klinkend getoond. Voor belangstellenden zijn de torens toegankelijk. Gezorgd wordt voor deskundige begeleiding met uitleg. Uiteraard is er gelegenheid om ook de kerken in genoemde plaatsen te bezoe-

ken en wordt aandacht besteed aan het landschap waardoor de bustocht voert. De bus vertrekt om 10.00 uur van het Hoofdstation in Groningen en wordt daar om circa 17.00 uur terugverwacht. Rond het middaguur is er een gezamenlijke broodmaaltijd in Loppersum. De kosten van deze busexcursie bedragen ¤ 35,-; voor SOGK-donateurs en voor Vrienden van de Beiaarden in Appingedam, Groningen, Middelstum, Veendam en Winschoten is de prijs ¤ 28,-. Opgave via info@groningerkerken.nl, telefonisch op 050-312 35 69 of met het antwoordkaartje in het middenkatern.

Een nieuw seizoen Tour des Cimetières Met de Tours des Cimetières, rondleidingen langs begraafplaatsen en kerkhoven, laten Arriva Touring en de Stichting Oude Groninger Kerken u kennismaken met de schoonheid van Groninger kerkhoven. De grafstenen in onze provincie zijn vaak rijk aan symboliek en steeds meer mensen ontdekken de schoonheid van deze bijzondere plekken. Plaatsen om te dwalen en de originele grafverzen te lezen. Onder leiding van ervaren SOGK-gidsen gaan we ook in 2017 weer op pad. Voor 11 mei, 6 juli en 24 augustus staan tochten gepland. Meer informatie volgt in de aprilaflevering van De Stichting en op www.groningerkerken.nl.


E xcur s ie s

De kerk van Noordbroek. Foto Harm Hofman.

Voorjaarsexcursie In het kader van vijfhonderd jaar Reformatie gaat de voorjaarsexcursie op 6 mei 2017 naar Ter Apel, Sellingen, Zuidbroek en Noordbroek. In Ter Apel zal het klooster worden bezocht. Dit ‘Huis van het Nieuwe Licht’ werd in 1465 gesticht. Bijzonder in de kloosterkerk zijn het bewaard gebleven doksaal, het priestergestoelte en de koorbanken. De westvleugel van het kloostervierkant werd ooit afgebroken, maar is in 2001 in eigentijdse stijl opnieuw opgetrokken. Aan de rand van het esdorp Sellingen ligt de rond 1300 gebouwde vroeg-gotische kerk. De triomfboog en het ster­ gewelf in de koortravee en de daarop aanwezige schilde­ ringen dateren uit de tweede helft van de vijftiende eeuw. De dakruiter uit 1858 verving een vrijstaande klokkentoren. Op de fundamenten daarvan is in 1973 een nieuwe sacristie gebouwd. De kerk te Zuidbroek werd aan het einde van de dertiende eeuw gebouwd, het godshuis te Noordbroek stamt uit de eerste helft van de veertiende eeuw. Beide kerken zijn fraaie voorbeelden van het laatromaans of de romanogotiek. Ze

Jaarprogramma Excursiecommissie Zomerdagtocht 2017 zaterdag 1 juli, woensdag 5 juli, woensdag 12 juli, woensdag 19 juli en woensdag 26 juli. Informatie en aanmelden in het aprilnummer Wintertocht zaterdag 16 december 2017 en zaterdag 6 januari 2018. Informatie en aanmelden in het oktobernummer

Fragment van een Christusbeeld, aanwezig in de kerk van Zuidbroek. Foto Harm Hofman.

hebben muur- en gewelfschilderingen, fraai meubilair van bekende kistenmakers en beeldhouwers en welluidende orgels van grote orgelmakers. Ook hebben ze losstaande torens en kerkhoven met belangwekkende graftekens. De ruim bemeten pastorieën bij beide kerken laten zien dat de predikant een belangrijk persoon was in de samenleving. Vooral in Noordbroek vormen kerk, kerkhof, catechisatielokaal en pastorie met tuin een fraai ensemble.

Praktische informatie De bussen vertrekken op zaterdag 6 mei 2017 om 10.30 uur bij het Hoofdstation Groningen en worden daar rond 18.30 uur terugverwacht. In het excursieprogramma is een middag­ pauze opgenomen, met tijd voor een gezamenlijke lunch. De kosten voor deze excursie per bus bedragen ¤ 25,00 voor donateurs en ¤ 35,00 voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen en inclusief toegang tot Museum Klooster Ter Apel, maar exclusief lunch). Voor deze excursie kunt u zich alleen aanmelden via het aanmeldkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst, u krijgt een bevestigingsbrief. De nota ontvangt u in de week voorafgaande aan de excursie. Wanneer u de excursie op eigen gelegenheid maakt, dient u zich ook aan te melden via het aanmeldkaartje. U krijgt dan een routebeschrijving thuisgestuurd. Een mapje met uitgebreide kerkbeschrijvingen is voor ¤ 7,00 te verkrijgen in de eerste kerk op de route.


E duc at ie Feest! Weet wat je viert Museum Catharijneconvent in Utrecht ontwikkelde samen met musea door het hele land het educatieproject ‘Feest! Weet wat je viert’. Aan de hand van kunstwerken en bijzondere voorwerpen ontdekken kinderen de oorsprong en be­ tekenis van feesten in verschillende culturen. In deze tijd waarin religies op gespannen voet met elkaar staan, wordt de verbindende kracht van feesten ingezet als impuls voor onderling begrip en dialoog. Als partnerorganisatie voor Noord-Nederland wil de Stichting Oude Groninger Kerken het project gestalte geven in de middeleeuwse kerk van Garmerwolde. ‘Feest! In Oost en West’ – de titel van deze regionale uitwerking – wordt een belangrijk hoogtepunt van het vijftigjarig jubileum in 2019 van SOGK. De kerk van Garmerwolde is weliswaar geen museum, maar herbergt wel een schat aan vroeg zestiende-eeuwse of wellicht zelfs nog oudere gewelfschilderingen van Bijbelse taferelen die verband houden met religieuze feesten zoals advent, Kerst en Pasen. In het project vormen deze afbeeldingen het vertrekpunt voor verbreding naar feesten binnen niet-christelijke tradities. ‘Feest! In Oost en West’ is niet bedoeld als religieus project. De ambitie is juist om kinderen te prikkelen tot nadenken over de grote thema’s geboorte en dood, evenals over de betekenis van symbolen, rituelen en feesten voor henzelf, de mensen in vroeger tijden en de mensen in de wereld om hen heen.

Educatie is een speerpunt in het beleid van de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. We besteden uiteraard veel aandacht aan onze eigen kerken, maar onze inzet voor educatie gaat over alle kerkgebouwen in de provincie Groningen. De Stichting vindt het belangrijk om mensen al jong te informeren over het kerkelijk cultuurhistorisch erfgoed. De educatieve activiteiten sluiten aan bij de tegenwoordige aandacht voor erfgoededucatie op scholen. Op deze manier hoopt de Stichting een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

Groenmannen gezocht Binnen het Feestproject krijgt de ‘groenman’ van Garmerwolde een belangrijke rol. Deze figuur, die in de gewelven van de kerk is geschilderd, wordt de gids voor de kinderen in het educatieve programma dat in ontwikkeling is. Groenmannen zijn door mensen vormgegeven als wezens bij wie de grens tussen mens en natuur diffuus is. Uit de oudheid en Romeinse tijd zijn groenmannen en -vrouwen bekend. Bladeren of stengels kunnen uit mond en neus (man), of onderlijf en armen (vrouw) komen. In de oudheid waren het goddelijke wezens. Na de val van het Romeinse rijk verdwijnen ze een hele periode, om nadien in romaanse en gotische kerken weer op te duiken. In de renaissance was het vooral de groene vrouw die op de voorgrond trad. Joke en Ko Lankester onderzochten het fenomeen en zeggen erover in hun boek De groene man en de groene vrouw: ‘Groene Wezens bevolken als grotesken een wereld die de alledaagse werkelijkheid ontregelt en onze ratio uitschakelt. In die chaos, waarin alle grenzen, ook die tussen heidendom en christendom, wegvallen, manifesteert zich het heilige of het goddelijke.’ Om het project verder educatief vorm te geven zijn we op zoek naar groenmannen – en vrouwen in Groninger kerken. We kennen er drie in de kerk van Garmerwolde, en er zijn ook groenmannen in de gewelven van de kerk van Noordbroek te zien. Maar kent u er meer, in houtsnijwerk of schilderingen? Graag een e-mail naar info@groningerkerken.nl.

‘Groenman’ in de kerk van Garmerwolde. Foto archief SOGK.


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl om het totale aanbod te bekijken.

Verborgen Vrouwen. Kluizenaressen in de middeleeuwse stad In de middeleeuwen verscheen in de jonge steden van Noordwest-Europa een nieuw type vrouw: de stadskluizenares. Deze vrouwen trokken zich terug in kluizen aan de zijkant van een stadskerk, maar hielden contact met de stadsbevolking binnen in de kerk of via raampjes aan de straatkant. Zij ontpopten zich als de informele vrouwelijke pendant van de pastoor in een tijd waarin vrouwen geen publieke functies konden bekleden en zeker geen leidende rol mochten spelen in zaken van het geloof. Zij traden op als godsdienstlerares, raadgever en doorgever van nieuws. Dit boek, geschreven door Anneke Mulder-Bakker, schetst de betekenis van stadskluizenaressen aan de hand van een aantal biografieën en toont in beeldverhalen de religieuze stadscultuur waarin zij functioneerden. Prijs ¤ 19,00 (donateurs 20% korting)

Tot hulp en troost. Het Heiligen Geest Gasthuis in Groningen Het Heiligen Geest Gasthuis – ook wel Pelstergasthuis – is een oase van rust in de Groninger binnenstad. Regelmatig waagt een nieuwsgierige toerist zich door één van de poorten om vervolgens te stuiten op een haast dorpse idylle. Juist aan die passerende reizigers dankt het gasthuis zijn bestaan. Wie in de middeleeuwen door de Herepoort de stad binnenkwam, zag meteen de brede afslag die recht naar het gasthuis voerde. Vooral pelgrims die Groningen aandeden op bedevaart zullen er onderdak en verpleging gevonden hebben. Een eerste vermelding dateert uit 1267. De functie van het gasthuis veranderde in de loop der eeuwen. Pelgrims maakten plaats voor proveniers (‘kostkopers’) en later weer voor ouden van dagen. Tegenwoordig woont er een mengeling van jonge en oudere Stadjers. Het Heiligen Geest Gasthuis is een ‘wereld in het klein’. De micro­ kosmos achter de poort vertelt niet alleen een gevarieerd verhaal van Groningen, maar ook hoe opvattingen over leven en dood, en alles daartussen en daarna, in de loop van 749 jaar veranderden. Prijs ¤ 24,95 (donateurs 20% korting)

De schilders van de Ploeg Verhaal van de in 1918 door jonge kunstenaars als Jan Wiegers, Jan Altink en Johan Dijkstra, in Groningen opgerichte kunstkring. Zij bundelden de krachten om het artistieke klimaat in Gro­ ningen te verbeteren. De naamgeving van de kunstkring verbeeldt de braakliggende Groninger kunstakkers die omgeploegd en tot ontginning moesten worden gebracht. Al snel sloten meer kunstenaars zich aan, waaronder Hendrik Werkman, Jan Jordens, George Martens, Alida Pott en Jan van der Zee. In de jaren twintig werd de vernieuwingsdrang nog eens aangewakkerd door het Duitse expressionisme en ontstond het Groninger expressionisme. Het Groninger landschap, de portretten die de schilders van elkaar maakten, en de stad Groningen werden in levendige kleuren en expressieve vormen vastgelegd. Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting)

Palet van Groningen Een ontdekkingsreis voor iedereen die iets met Groningen heeft: van schilders, schrijvers en sporters, van Euroborg tot Eurosonic, van Groninger Museum tot de Zuiderzeelijn, van het toilet van Rem Koolhaas tot de Martinitoren, van Aletta Jacobs tot Hendrik Werkman, van universiteit tot Bosatlas. Palet van Groningen, samengesteld door Frans Westra, presenteert ruim 220 hoogtepunten van de stad Groningen op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur. De rijkdom die de stad herbergt en die uit de stad voortkomt wordt hier in alfabetische gerangschikte verhalen gebracht, waarbij elk verhaal nog weer een zijlijn kent. Kijk- en leesplezier wordt nog eens vergroot door de vele illustraties en overzichten. Prijs ¤ 32,90 (donateurs 20% korting) Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Even kieken bie: Molukse kerk Appingedam

Klinkend efgoed in Groningen

za 25 februari

za 29 april

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

naam 

adres

adres

postcode

postcode

woonplaats

woonplaats

e-mail

e-mail

telefoonnummer

telefoonnummer

, van wie  donateurs

(a.u.b. aankruisen)

m v

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Kosten voor donateurs ¤ 10,- en voor niet-donateurs ¤ 12,50

Kosten voor donateurs ¤ 28,- en voor niet-donateurs ¤ 35,-

bestelkaart

Voorjaarsexcursie 2017

za 6 mei

Ik bestel:

(a.u.b. aankruisen)

naam  Verborgen Vrouwen. Prijs ¤ 19,00 (donateurs 20% korting) aantal

Tot hulp en troost. Prijs ¤ 24,95 (donateurs 20% korting) aantal

m v

adres postcode woonplaats e-mail

telefoonnummer De schilders van de Ploeg Prijs ¤ 19,95 (donateurs 20% korting) aantal

Palet van Groningen Prijs ¤ 32,90 (donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

 Ik stap op de bus bij het NS Hoofdstation om 10.30 uur  Ik ga op eigen gelegenheid  Ik neem deel aan de gezamenlijke lunch (broodmaaltijd) NB! De kosten van de lunch zijn voor eigen rekening. Kosten busexcursie voor donateurs ¤ 25,- en voor niet-donateurs ¤ 35,Kosten informatiemap ¤ 7,-


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


Me di at he e k Maria in Groningen Het moet gezegd: in de allereerste ‘Publicatie’ van de net opgerichte Stichting Oude Groninger Kerken wordt er al geschreven over Maria. In band 1 (1969) van de Publicatiebanden (voorloper van Groninger Kerken) verschijnt van twee Leidse studenten Kunstgeschiedenis, C.A. Chavannes-Mazel en C. van Tuyll van Serooskerken, het uitvoerige artikel ‘De gewelfschilderingen van de Mariakapel te Loppersum’. Aan bod komen de ornamentale decoratie van de Mariakapel en de afzonderlijke Mariascènes: Maria Tempelgang, Ontmoeting onder de gouden poort, Annunciatie, Visitatie, Geboorte van Christus, Aanbidding door de drie koningen, Maria Hemelvaart en Presentatie van Jezus in de tempel. In Groninger Kerken 1998, nr. 1 schrijven F.J. Bakker en R.W.M. van Schaïk een uitputtend artikel over ‘Bedevaarten en heiligenvereringen in Groningen’. Uiteraard is er ook aandacht voor Mariadevotie en wel in Aduard, Kropswolde, Oosterwijtwerd, en verder nog een twijfelachtige verering van O.L.V.-ter-Nood in Groningen. In dit laatste geval gaat het om een in het jaar 1500 ontstane cultus in de Sint-Maartenskerk, ingegeven door menselijke dankbaarheid, niet door wonderen van de heilige zelf. Er was overigens wel sprake van een Mariakapel met Mariabeeld, en dit betreffende beeld van Onze Lieve Vrouwe is eerder al ter sprake geweest in het ar­ tikel ‘Gronings Mariabeeld in Bilzen?’ (Groninger Kerken 1992, nr. 2), geschreven door G.H.J. Diekstra en R.W.M. van Schaïk. De auteurs vragen zich af of het betreffende houten beeld dat in het Belgisch-Limburgse Bilzen staat, inderdaad uit de St. Maartenskerk van Groningen komt. Later verschijnt er, naar aanleiding van kritische reacties op het eerste artikel, nog een tweede bijdrage (Groninger Kerken 1994, nr. 4). K. van der Ploeg beschrijft in Groninger Kerken 1999, nr. 2 een van de opmerkelijkste schilderingen in de Martinikerk: ‘Maria op de troon van Salomo’. Het is ‘slechts een fragment van een muurschildering’ in de zuidelijke schipbeuk, maar ‘dat volstaat om te begrijpen wat naar alle waarschijnlijkheid is afgebeeld’ aldus de schrijver. Wilt u lezen hoe Van der Ploeg de schildering heeft kunnen duiden, dan kunt u het eenvoudig teruglezen via Aura online catalogus. In 2010 (nr. 2) verschijnt er een themanummer ‘Maria in Groningen’, waarin een viertal artikelen verschillende aspecten van de Maria-verering toelichten. Van W.A.W. Welie-Vink is het artikel ‘Mariacycli in de kerken van Loppersum en Garmerwolde’. Al sinds het vroege Christendom is er sprake geweest van een intensieve Mariacultus die zich in woord en beeld uitte en die is in verscheidene middeleeuwse Groninger kerken terug te vinden. Zoals de titel al aangeeft, heeft de auteur gekozen voor Mariaschilderingen in de Petrus en Pauluskerk te Loppersum en de kerk te Garmerwolde. J. Jasperse bespreekt in ‘Maria-afbeeldingen in middeleeuws Groningen’ de iconografie van Maria met kind in schilde­

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de Stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online raadpleegbaar: www. groningerkerken.nl/mediatheek

ringen en sculpturen. Er wordt met name getoond hoe de beeltenis van Maria met kind, zich ontwikkelde van tronend (Sedes Sapientiae) naar staand. ‘Maria was in ieders hart’, zo luidt de titel van A. Mulder-Bakkers artikel. De essentie hierin is hoe Maria functioneerde in het dagelijkse geloofsleven van boerenfamilies op het Groninger platteland, en van koop- en ambachtslieden in steden als Groningen en Ap­ pingedam. Aandacht is hierbij voor Marialegenden, voor de verschijning van Maria in het pas gestichte klooster Essen, voor Maria als Hemelkoningin en middelares, voor Maria op zegels, en voor de devotie van individuele gelovigen. De thema-aflevering besluit met ‘Mariapatrocinia in de provincie Groningen’ van O.D.J. Roemeling, waarin aandacht voor kerken die gewijd waren aan Maria, al dan niet in combinatie met andere heiligen. Alle genoemde artikelen die verschenen zijn in de Publicatiebanden, en later in Groninger Kerken, zijn gedigitaliseerd en op de website van de mediatheek als pdf te bekijken of te downloaden. Tronende Maria met kind in de kerk van Bierum, tweede helft 14e eeuw. Foto archief SOGK.


D e k e r k a l s p odium ‘Ziehier bruid en moeder’ – Lezing Veerle Fraeters Al uitgebreid aangekondigd in het vorige nummer van De Stichting: op donderdag 19 januari geeft Veerle Fraeters de lezing ‘“Ziehier bruid en moeder”. Maria als model in de Vi­sioenen van Hadewijch’. Fraeters is als hoogleraar verbonden aan het Onderzoeksinstituut Ruusbroecgenootschap van de Universiteit Antwerpen. Ze verricht onderzoek naar de mystieke tekstoverlevering en heeft daarbij speciale aandacht voor de visionaire traditie, voor vrouwelijke auteurs en voor het oeuvre van Hadewijch. Locatie: Remonstrantse kerk, Coehoornsingel 14, Groningen. Aanvang 19.30 uur (kerk open vanaf 19.00 uur). Entree ¤ 2,50, donateurs van de SOGK gratis toegang. De avond duurt tot ca. 21.30 uur. Meer informatie: www.groningerkerken.nl.

Tolerantie en verschil in Nederland Tolerantie is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse identiteit. Vanaf de Tachtigjarige Oorlog laten Nederlanders zich erop voorstaan dat zij ruimte bieden aan aanhangers van verschillende religies, confessies en culturele achtergronden. Wat betekent die tolerantie nu eigenlijk? En hoe is het om als ‘ander’ getolereerd te worden? De bijeenkomst met het thema ‘Jij mag best je ding doen hoor’, over tolerantie en verschil in Nederland, vindt plaats in het kader van de Maand van de Spiritualiteit. Organisatoren zijn de Stichting Oude Groninger Kerken en het Instituut voor Christelijk Cultureel Erfgoed (Rijksuniversiteit Groningen). Sprekers op deze avond zijn prof.dr. Wouter Slob, hoogleraar protestantse theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, over ‘Tolerantie en respect’. Dr. Kim Knibbe, universitair docent sociologie en antropologie van religie aan de Rijksuniversiteit Groningen, spreekt over ‘Anders zijn in hedendaags Nederland’. Dagvoorzitter is dr. Mathilde van Dijk. Datum: 9 februari 2017. Plaats: Remonstrantse kerk Coehoornsingel 14, Groningen. Tijd: 19.30-21.30. Toegang ¤ 2,50, donateurs van de SOGK gratis toegang. Meer informatie op www.groningerkerken.nl. Optreden in de kerk van Eenum tijdens de vorige editie van Terug naar het begin. Foto Siese Veenstra.

Terug naar het begin Cultureel festival Terug naar het begin vindt komende mei voor de negende keer plaats op de mooiste locaties van het land: onze monumentale Groninger kerken. Appingedam is in 2017 alweer voor de vijfde editie het middelpunt van de wervelende optredens. Reden genoeg om dit jaar het festival uit te breiden met een extra openingsdag in het festivalhart: iedereen is welkom op vrijdag 19 en zaterdag 20 mei 2017. Ieder jaar reizen bezoekers van het festival de wierden van Noord-Groningen af. Tegen het decor van de eeuwenoude kerken genieten ze daar van de voorstellingen en de gastvrijheid van plaatselijke bewoners. Het is de perfecte gelegenheid om nieuwe ervaringen op te doen: op het programma staat een mengeling van cultuurhistorie met een gevarieerde mix van kunstvormen en bovendien eten en drinken in de Proeftuin in het centrum van Appingedam. Het enthousiasme onder bezoekers en vrijwilligers is groot genoeg om uit te breiden: er komt een reeks nieuwe locaties bij en de opening is komende editie al op vrijdag. Op Terug naar het begin komen Groningers, mensen uit de rest van Nederland en anderen van ver om even weg te zijn van thuis, of misschien juist herkenning te zoeken. In 2017 willen we al deze mensen samenbrengen met een gevarieerd festivalprogramma rond het thema: ‘…en de ander’. We nodigen u als donateurs van de SOGK in het bijzonder uit om de data vast in uw agenda te zetten, en hopen komende mei samen met u het festival te beleven! Meer informatie: www. terugnaarhetbegin.nl

Cursus voor SOGK en Senioren Academie Waarom bouwden de Groningers in de middeleeuwen al die kerkjes? Het Groningerland is beroemd om zijn prachtige middeleeuwse kerkjes. Met hun siermetselwerk in felrode baksteen, muurschilderingen en heilige patroons zijn zij bakens van religieuze cultuur. In deze cursus gaan wij op zoek naar de geschiedenis achter die kerken. Wat hebben zij ons te vertellen over de middeleeuwse Groningers en hun geloof. Het zal een ‘geschiedenis van onderop’ worden, waarin het leven van gewone mensen centraal staat. Wij gaan op zoek naar de religieuze cultuur van de ‘gewone’ Groningers. In alle tijden hebben mensen geprobeerd hun leven in geheiligde/sacrale vormen te ordenen en zin te geven. Zij komen samen op heilige plaatsen, voeren rituelen en gewijde dansen uit, stichten gemeenschappen, bouwen tempels en kerkgebouwen, zoeken bescherming, veiligheid en een beetje geluk. De talloze kerken en kloosters op het Groningerland – zo’n honderdvijftig kerken en een veertigtal kloosters – zijn er de getuigen van dat ook de middeleeuwse Groningers dat deden. Die kerken, met hun siermetselwerk, hun schilderingen en hun heiligen zijn bakens van de reli­ gieuze cultuur. Vaak onze enige bakens, trouwens.


In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel

De cursus gaat dus over het denken en doen van de mensen op het Groningerland (en, in ruimere zin, de Friese kust­ gebieden) in de middeleeuwen: waarom bouwden zij die kerken en kloosters, wat betekent het wanneer zij bepaalde heiligen kozen als patroons van die kerken, waarom gaven zij die verhalen over het leven van Christus en Maria door, maakten zij muurschilderingen, gebedenboeken, kronieken... In vier bijeenkomsten en een excursie maken wij een eerste inventarisatie van wat zij ons te vertellen hebben over de middeleeuwse Groningers. Het zal niet een geschiedenis-­ van-bovenaf worden: van vorsten en machthebbers, van geleerden en monniken, ook niet een geschiedenis van gebouwen en instituties, maar een geschiedenis van mensen, van onderop. Wij zullen daarom ook veel plaatjes bekijken en stukjes tekst lezen, op zoek naar wat mensen op het Gro­ ningerland ons te vertellen hebben.

overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

over Nicolaas van Myra, patroon van de Der-Aakerk en hulp in nood van kooplieden en handwerkslieden. Ook de legendarische maagdheiligen zoals Catharina of Ursula. En natuurlijk de arm van Johannes de Doper. 4 De Heilige Maagschap (familieclan): Anna, hoofd van de familieclan van Jezus en de apostelen, zelf driemaal moeder en zeer populair in de late middeleeuwen. Het leven van Maria, zoals verbeeld op gewelfschilderingen en in Het Leven van ons Heren Ihesu Christi. De geloofspraktijk in huiselijke kring met de moeder en grootmoeder als intermediairs tussen God en de mensen. 5 De cursus wordt afgesloten met een excursie (optioneel).

Programma 1 Algemene introductie tot de religieuze cultuur van de Groningers in de middeleeuwen. 2 Verhalen over en afbeeldingen van centrale figuren: Christus, de Christus-dragende Christophorus, de meest af­ gebeelde heilige op het Groningerland; het Ware Gelaat van Christus (Vera Icon, bijv. op de sluitsteen in de Martinikerk). Hoe zagen lekengelovigen Christus, de misviering en de verering van het Sacrament; het feest van Corpus Christi of Sacramentsfeest. 3 Heiligen op het Groningerland. Enerzijds de heiligen van eigen kweek: Walfridus, de kluizenaar in Bedum, en Hatebrand, de kloosterstichter. Anderzijds de heiligen van buiten: Martinus van Tours, patroon van de Martinikerk en beschermheer van machthebbers en bestuurders; tegen-

Praktische informatie Docent is dr. Anneke Mulder-Bakker. De cursusdata zijn 2, 9, 16 en 23 maart 2017, van 11.00-13.00 uur. Prijs ¤ 95,-, donateurs van de SOGK krijgen 20% korting op de cursuskosten en betalen ¤ 76,-. De cursus wordt afgesloten met een ex­cursie (optioneel), georganiseerd door de SOGK en onder leiding van de docent. Hierbij worden in ieder geval Bedum en Loppersum bezocht. Kosten ¤ 37,50, donateurs SOGK ¤ 30,-. Nadere details en opgave tijdens het eerste college. De cursus wordt gegeven in de Remonstrantse kerk. Na afloop van de cursus kunt u hier ook lunchen. Kosten ¤ 50 voor 4x lunch. De kosten hiervoor worden apart in rekening gebracht door de SOGK. Voor meer informatie en opgave: www.hovoseniorenacademie.nl.

Jezus vaart ten hemel – alleen zijn kleed en voeten zijn bij het ‘hemelgat’ zichtbaar. Gewelfschildering in de Der Aakerk, Groningen. Foto Elmer Spaargaren.


We r k in ui t voe r ing

Foto Jelte Oosterhuis

‘Gerestaureerd 2016’ Interview met Richard Meulenbeek ‘Nou ja, eigenlijk was het een beetje een smoes’, geeft meubelrestaurator Richard Meulenbeek ruiterlijk toe. ‘Het tafelblad moest tegen houtworm behandeld worden en dat ging het beste via de ongeverfde onderkant.’ Maar het verwijderen van het blad bevredigde vooral ook de nieuwsgierigheid naar de avondmaalstafel van Den Horn.

Muntje

Het gevonden muntje, een ‘halve grote’ uit ongeveer 1620. Foto archief SOGK.

Bij een eerste blik had Meulenbeek al gezien dat er onder de lijst op de bovenregel sporen zichtbaar waren van een sleutelentree. En dat er een gesloten ruimte aanwezig was tussen tafelblad en regels. De demontage leverde twee met Bijbelteksten beschreven houten blokjes op, beide gedateerd 1863. In dat jaar werd de tafel geschikt gemaakt voor gebruik in de kerk van Den Horn. Bij die gelegenheid zal ook het negentiende-eeuwse blad op een oudere, vroeg zeventiende-eeuwse onderstel – naar verluid afkomstig uit de kerk van Hoogkerk – zijn gezet. De timmerman van destijds miste in elk geval de vondst die Meulenbeek wél deed: ‘Ergens in een kier moet een muntje klem hebben gezeten.’ Meulenbeek schakelde een deskundige in om de zilveren munt te determineren. ‘Het


blijkt een halve grote, ook wel Schwaren geheten, omstreeks 1620 geslagen door het domkapittel Verden in Duitsland.’ De vondst doet Meulenbeek vermoeden dat het meubel oorspronkelijk een betaaltafel is geweest. ‘Of de opbrengsten van de avondmaalscollecte werden erin bewaard.’

Beitel Het was ook toeval dat Meulenbeek ooit in het vak van restaurator deed belanden. Hij werkte als timmerman in de bouw en vervolgens in de horeca. Bij de Stichting Monument en Materiaal was hij actief als vrijwilliger. ‘Ach, ik had een klein draaibankje en daarmee was ik graag in de weer.’ Toen hij eens een beitel voor de overbuurman had geslepen, werd hij bij het oversteken van de straat aangesproken door een oudere heer die zijn hondje uitliet. Desgevraagd liet hij hem de beitel beoordelen. ‘Véél te stomp’, klonk het na een (af)keurende blik en eventjes gevoeld te hebben met de duim. De toevallige passant bleek de oud-meubelmaker Hero Muller, toentertijd de tachtig al gepasseerd. Van het een kwam het ander. Wekelijks reisde Meulenbeek naar Den Andel om daar met Yvonne Nijlunsing, eveneens restaurator, van Muller lessen te krijgen in het ambacht. Onder andere politoeren en werken met warme lijm stonden op het programma. Meer opleidingen volgden, zoals een cursus marqueterie (inlegwerk) in Amsterdam en lessen houtsnijden van Maarten Robert. Echte voorkeuren voor houtsoorten of stijlen heeft Meulenbeek niet. ‘Alleen van de Amsterdamse school heb ik moeten leren houden’.

Scheef Het maakte dat allrounder Meulenbeek inmiddels betrokken was bij een groot aantal restauraties van de Stichting Oude Groninger Kerken: van het snijden van een ‘nieuwe’ baretknop voor de uit Heveskes afkomstige preekstoel van Engelbert – ‘Op basis van oude foto’s die ik vond’ – tot de recente restauratie van de Mariakerk in Oosterwijtwerd, een klus die hij samen uitvoerde met Jan Hendrik Polhuijs. Rouwborden, banken en preekstoel werden daar in het kader van het ‘terughoudend herstel’ onder handen genomen. ‘De preekstoel werd zelfs weer voor het oog scheef teruggezet. Het grootste compliment dat we kregen was de vraag “Wat hebben jullie eigenlijk gedaan?”’

Briefje Terug naar de avondmaalstafel van Den Horn: die staat inmiddels in het atelier van restauratie- en decoratieschilders Veldman & Veltman. Op basis van uitgevoerd kleurhistorisch onderzoek is de definitieve afwerking van het blad in onder andere zwartmarmer-imitatie vastgesteld. Maar is het voor de restaurator, ondanks het streven naar oorspronkelijkheid, dan toch niet verleidelijk om iets ‘eigens’ toe te voegen? ‘Verstopt in het meubel zit nu een briefje met mijn naam en de mededeling “Gerestaureerd 2016”. Heel bescheiden hoor.’

De avondmaalstafel van Den Horn in de werkplaats van Richard Meulenbeek. Foto archief SOGK.


O nze m a n in Be rge n

Dr. Justin Kroesen was jarenlang actief voor de SOGK. Na zijn emigratie naar Noorwegen blijft deze verbintenis bestaan: vanuit Bergen werkt hij aan het grote overzichts-

Sinds ik in januari 2016 naar het Noorse Bergen verhuisde, ga ik heel eigentijds door het leven als ‘expat’. Om Groningen niet te vergeten werk ’s avonds vaak aan het jubileumboek van de SOGK, waarover ik al eerder berichtte. Bij iedere kerk besteed ik niet alleen aandacht aan de architectuur en de inrichting, maar ook aan mensen die aan die kerken verbonden zijn geweest. Vooral bij dat laatste stuit ik soms op opmerkelijke verhalen. Zo beleefden verschillende in Groninger kerken begraven personages tijdens hun leven wonderlijke avonturen in het buitenland. De bijzondere levens­ geschiedenissen van deze historische ‘expats’ komen we vooral tegen in de ‘gouden’ zeventiende eeuw. Zo diende de voorganger van de huidige kerk in Sauwerd als grafstede voor Henrick Ruse (1624-1679), een domineeszoon uit Ruinen die zich na een stormachtige militaire carrière specialiseerde als vestingbouwer en in dienst trad van de Deense koning. Hij werd daar wegens zijn verdienste in de adelstand verheven, maar raakte ook in allerlei conflicten verzeild. In 1678 vestigde hij zich in Sauwerd, waar hij twintig jaar eerder de Onstaborg had gekocht. Toen hij een jaar later overleed, werd hij in de grafkelder onder de kerk bij­ gezet, met in zijn gedenkraam de Deense vlag.

boek dat zal verschijnen bij het 50-jarig jubileum van de Stichting in 2019. In deze rubriek doet hij verslag uit het echte Hoge Noorden.

In Oldehove komen we de katholieke edelman Johan Willem Ripperda (1682-1737) tegen, die het na een bliksemcarrière als diplomaat schopte tot opperminister onder de Spaanse koning. Ook werd hem als ‘Juan Guillermo Riperdá’ de titel van hertog verleend. Nadat hij echter in ongenade was gevallen vluchtte hij naar Marokko, waar hij zich al snel wist op te werken tot legeraanvoerder en rechterhand van sultan Abdallah. Na een mislukte veldslag stierf hij eenzaam en berooid in de Noord-Marokkaanse stad Tetouan. Een gedenksteen in de zuidmuur van de kerk in Zuurdijk herinnert aan Aafke W. Smith (1793-1823). Zij was de eerste vrouw van Klaas Jans Beukema, een Groninger expat uit de negentiende eeuw die in 1835 met schulden naar de Amerikaanse staat Indiana was geëmigreerd. De steen lijkt vooral te zijn aangebracht om te verbloemen dat het hem in den vreemde veel minder voor de wind ging dan hij wel deed voorkomen.

De kerk van Zuurdijk met de ingemetselde gedenksteen voor Aafke W. Smith. Foto archief Regnerus Steensma.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


8 (rechts) De Geboorte van Maria, 8 september, door de ‘Meister des Marienlebens’, werkzaam in Keulen tussen 1460-1490. De scène is niet afgebeeld in Loppersum. Collectie Die Alte Pinakothek, München. 9 (linksonder) Geboorte van Jezus, 25 december. Gewelfschildering in Loppersum. Foto Duncan Wijting. 10 (rechtsonder) Maria Lichtmis of Presentatie in de Tempel, 2 februari. Dit feest behelst zowel Maria’s Licht­ mis ofwel zuiveringsoffer dat zij als moeder veertig dagen na de geboorte van een kind moest brengen om zich te zuiveren, alsook de Presentatie van de baby Jezus in de tempel. Gewelf­schil­dering in Loppersum. Foto Duncan Wijting.


30


11 (links) Maria Hemelvaart, 15 Augustus. In 1950 door de RoomsKatholieke Kerk erkend als het feest van Maria-Tenhemelopneming. Gewelfschildering in Loppersum. Foto Duncan Wijting.

kwamen gelovigen zoals Elisabeth en Abundus (niet beho­ rend tot de professionals van monniken en theologen) tot hun geloof in de Hemelvaart en Kroning van Maria en waarom bleven zij daar zo hardnekkig op hameren? Waarom was dat voor hen zo’n belangrijke kwestie? En trouwens hoe kwamen zij aan hun ideeën?

De kwestie van Maria’s Hemelvaart Al in de vroege middeleeuwen waren er mensen die de Hemel­ vaart van Maria verkondigden; ook in het Latijnse Westen en ook bij auteurs die bekend waren in Noordwest-Europa. Gregorius van Tours (539-94), de grote bewonderaar en pro­ pagator van Martinus van Tours, schrijft in zijn Glorie van de Martelaren dat Jezus eerst de ziel van Maria kwam ophalen van haar sterfbed en dat hij de volgende ochtend terugkwam om haar lichaam uit haar graf te doen opnemen. En circa 900 sneed de monnik Tutilo uit Sankt Gallen een ivoren boekband met daarop Maria’s Hemelvaart, die hij expliciet als Ascensio sancte Marie aanduidde (afb. 12). Doorsijpelend beeldmate­ riaal uit Byzantium zal de gedachtevorming en visualisatie van Maria’s Hemelvaart verder gestimuleerd hebben. 4 31

Scepsis bij de geestelijkheid Priesters en theologen in het Westen hadden zo hun beden­ kingen. Zij hadden andere belangen, namelijk die van hun eigen stand, het sacerdotium. In de loop der eeuwen zagen zij zichzelf steeds duidelijker als de enige bemiddelaars van het heil in de Kerk, een ontwikkeling die vastgelegd werd op het Vierde Concilie van Lateranen in 1215. Tijdens het misoffer – niet toevallig mis-offer genoemd – herhaalden priesters het kruisoffer van Jezus en produceerden zij bij de consecratie van brood en wijn als het ware kleine beetjes heil dat in de vorm van gewijde hosties werd uitgedeeld aan de gelovigen (of niet). Gelovigen waren in hun visie volledig afhankelijk van priesterlijke tussenkomst. In de theologie concentreerden de geleerden zich op de rol van Christus: Hij was de Eerste onder de Priesters. Voor Maria was geen rol van betekenis weggelegd, hooguit werd Maria’s nederige instemming met haar uitverkiezing benadrukt (‘mij geschiede naar uw wil’) en beeldden kunstenaars in Italië haar nederig zittend op de grond af. In de late middeleeuwen speculeerden zij over een mogelijke ‘zondeloze conceptie’ van haar: niet alleen Jezus zou zondeloos ontvangen zijn van de Heilige Geest, ook zijn moeder Maria zou zonder zonden geconcipieerd zijn, Maria’s Onbevlekte Ontvangenis dus. Dat

12 ‘Ascensio sancte Marie’. Voorstelling op een ivoren boekband (midden) omstreeks 900 gesneden door de monnik Tutilo uit Sankt Gallen. Collectie Stiftsbibliothek, Sankt Gallen.

vormde dan een sluitstuk in hun theologie om Christus ge­ heel los te weken uit aardse zondigheid (zelfs zijn moeder was zondeloos) en hem totaal anders te maken dan welke mens ook. Een rol voor Maria als ‘Mede-verlosseres’, haar fy­ sieke Hemelvaart en positie als Koningin gezeten tussen God de Vader en Christus, paste daarin niet, het zou haar te veel ‘Christus-gelijkvormig’ maken.

Koningin-Moeder Echter, zoals we al zagen in het voorgaand artikel, gewone gelovigen ontwikkelden ook zo hun eigen gedachten. In die­ zelfde twaalfde en dertiende eeuw drong het christelijk ge­ loof steeds dieper door in het dagelijkse leven. Mensen kre­ gen de ruimte bewust met hun geloof bezig te zijn. Zij richtten zich bij voorkeur op het aardse leven van Jezus en zijn Moe­

3 De monnik Goswin uit Villers schreef een heiligenleven van Abundus. Hiervan bestaat geen Nederlandse vertaling, wel een Engelse in Send me God, vert. Martinus Cawley (Turnhout 2003) hier 232-234. 4 Hans Feldbuch, Die Himmelfahrt Mariä (Dusseldorf 1951) geeft een volledig dossier van teksten en afbeeldingen, hier xii-xiii en xv, afb. 4.


der, zij voelden zich betrokken bij de hoogtepunten in hun aardse bestaan, met Kerst, Goede Vrijdag en Hemelvaart. Zij ontdekten in Maria een helpster in tijden van nood, een Mater Misericordie, en een Bemiddelares bij God-Christus, de strenge Rechter van het Laatste Oordeel. Net zoals een aard­ se koningin voor haar onderdanen bemiddelde bij de aardse koning, zo bemiddelde Maria in de hemel tussen God en gelo­ vigen. Dezen kenden haar daarom een machtige positie toe, fysiek in de hemel opgenomen en tot koningin gekroond. Zij konden dat doen in het spoor van Elisabeth van Schönau.

Het visioen van Elisabeth Zoals gezegd, Elisabeth was een hoog ontwikkelde benedic­ tines in het Rijnland, zij beheerste bijvoorbeeld het Latijn. Als jonge vrouw maakte zij zich net als haar vriendin Hildegard van Bingen grote zorgen over de ontwikkelingen in haar ei­ gen tijd. Zij kreeg apocalyptische visioenen, die door haar abt, onder de indruk van haar waarschuwingen, naar buiten werden gebracht. Dat leidde tot grote spot bij geestelijken in de buurt: ‘Als die vrouw echt een dienares van God zou zijn, zou ze wel haar mond houden, zoals het een vrouw betaamt

13 ‘Schutzmantelmadonna’, in 1480 gesneden door Michael Erhart voor de Liebfrauenkirche in Ravensburg. Collectie Bode-Museum, Berlijn.

32


… het zijn puur vrouwelijke verzinsels.’ Elisabeth raakte hier­ over in paniek en smeekte haar broer Ekbert bij haar te komen wonen in het (dubbel)klooster en haar als vaste leids­ man bij te staan. Wat deze deed. Deze Ekbert was zelf een briljant clericus, die had gestudeerd in Parijs en bezig was een veelbelovende carrière op te bouwen in Bonn. Blijkbaar geloofde hij wèl in de ‘verzinsels’ van zijn zuster en was hij zelfs bereid daarvoor zijn eigen carrière op te geven. Samen werkten zij Elisabeths ingevingen uit. Ekbert no­ teerde ze in ‘theologisch verantwoord’ Latijn en boog ze,

waar hij dat wenselijk achtte, stilzwijgend om. Wat echter ronduit verbazingwekkend is, hij legde zijn zuster ook theo­ logische kwesties voor waarover de magisters en studenten in Parijs discussieerden! Wij kwamen daar niet uit in Parijs…, kun jij dat niet eens voorleggen aan jouw engel of een andere hemelbewoner waarmee jij spreekt…, misschien hebben zij een antwoord. Soms deed Elisabeth dit en kreeg zij inder­ daad antwoord (omdat zij daar zelf ideeën over ontwikkeld had, denk ik dan), soms niet.

14 ‘Schutzmantelmadonna’ in de kerk van Huizinge, eind 15e eeuw. Foto Duncan Wijting.

33


34

15 Schilderingen in de koorsluiting van de kerk van Loppersum. Petrus en Paulus worden aan weerszijden vergezeld door de kerkvaders. In de tegenoverliggende gewelven Christus als Salvator Mundi en Maria vergezeld door een eenhoorn. Foto Duncan Wijting.

Naar lichaam en geest Zo legde Elisabeth aan Maria de vraag voor of deze alleen geestelijk of ook fysiek in de hemel was opgenomen. Na een jaar kwam er een antwoord. In een visioen zag Elisabeth een lichtend graf omgeven door engelen met daarin een vrouwen­ gestalte. Zij zag dat deze vrouwenfiguur ten hemel werd op­ geheven, waar Christus haar met een kruisbanier tegemoet kwam en verder geleidde. Terzijde, dit visioen lijkt sterk op de voorstelling in Loppersum; alleen heeft Christus daar geen kruisbanier (maar die heeft hij wel op een schildering in het koor). Zou de kunstenaar Elisabeths visioen voor ogen hebben gehad?

Elisabeth kreeg verdere informatie van haar vaste ge­ sprekspartner, de engel. Deze legde haar uit dat zij de opna­ me van Onze Lieve Vrouw naar lichaam en geest had gezien. Hij vertelde haar verder dat dit veertig dagen na Maria’s dood (die hij op 15 augustus stelde) had plaatsgevonden, dus op 23 september. In dit visioen wordt Maria al met al tamelijk Christus-gelijkvormig. Elisabeth aarzelde of ze deze open­ baring publiek moest maken, wat niet verhinderde dat het zich als een lopend vuurtje verbreidde. Ekbert noteerde het in een apart traktaatje, dat ook los van het Visioenenboek in omloop kwam. Jacobus de Voragine vatte het samen in zijn Legenda Aurea en overal zien we het in teksten en afbeel­ dingen opduiken. Henry Mayr-Harting, de Oxfordse mediëvist


35

die een fundamentele studie aan Maria’s Hemelvaart wijdde, concludeert dan ook dat Elisabeths visioen in de formulering van Ekbert beslissend was voor de acceptatie in de Kerk. Al snel hierna werd ook de Kroning van Maria tot Hemelkoningin populair, tezamen vormden ze ‘part of a new area in the his­ tory of Christian humanism.’5 Een paar kanttekeningen. Elisabeths visioen was eendui­ dig waar het om de opname van ziel én lichaam in de hemel ging. Maria was lichamelijk in de hemel, zij deelde in de goddelijke natuur, zij zat als gekroonde hemelkoningin op de

hemeltroon en kon als machtige bemiddelares voor de ge­ lovigen fungeren. Zij nam iedereen onder haar hoede (afb. 13-14). Elisabeth (of Ekbert) liet echter in het midden of het een tenhemelopneming – iets wat Maria passief onderging – betrof of een hemelvaart met een zelfstandige rol voor Maria. Het ging hen om het lichamelijke aspect. Maar juist die ambi­ valentie maakte het voor theologen acceptabel. Zij konden nu de nederige en passieve rol van Maria blijven beklemtonen en de volledige uitzonderlijkheid van Christus handhaven.

5 Elisabeth of Schönau, The Complete Works, vert. Anne L. Clark (New York 2000) 209-211; Henry Mayr-Harting, ‘The Idea of the Assumption of Mary in the West, 800-1200’, in: Studies of Church History 39 (2004) 86-111. Mayr-Harting constateert bovendien: ‘Hence a barrier was broken down, or partly broken down, against taking the religious experience of women seriously’ (p. 107).


In dienst van de Hemelkoningin

36

Wat de hemelse Koningin nu voor eenvoudige gelovigen kon betekenen, wordt geïllustreerd aan het leven van een andere, mystiek begaafde vrouw, Ivetta van Hoei (1158-1228). Ivetta was een rijke weduwe die als achttienjarige was achterge­ bleven met twee kleine kindertjes. Aanvankelijk had zij ge­ probeerd samen met haar kindertjes thuis een Godgewijd leven te leiden, maar dit werd niet geaccepteerd door haar omgeving. Daarom had zij zich teruggetrokken in een kluis bij de leprozenkolonie van de stad. Daar kreeg zij een visioen waarin zij voor de rechterstoel van de Zoon des Mensen moest verschijnen. Voor haar geestesoog zag zij Christus in zijn hemelse paleis zitten, hoog verheven op zijn troon, met naast zich Maria, de Meesteres van het huis, en om hen heen een schare engelen. Zich diep bewust van haar zonden voel­ de Ivetta zich al haast veroordeeld. Zij zag Christus in toorn zijn gelaat afwenden, waarop Maria zich voor haar Zoon neer­ wierp en vol compassie voor de kluizenares pleitte. Maria vroeg Hem ter wille van haar, zijn moeder, de zonden van Ivetta te vergeven. Dat deed de Zoon, omdat hij zijn moeder niets kon weigeren, en hij vertrouwde Ivetta toe aan haar speciale zorgen. ‘Moeder, zie uw dochter’, sprak Hij, ‘haar vertrouw ik aan u toe als een eigen dochter, als een eigen speciale dienares voorgoed. Behoed en bescherm haar en leid haar als uw eigen kind’, hiermee de woorden parafrase­ rend die Hij aan het kruis had gesproken tot Maria en Johan­ nes. Sindsdien opereerde Ivetta als Maria’s dienares op aarde. Zij voerde pastorale gesprekken met gelovigen, wees hen op hun zonden, waagde het zelfs de proost van de grote Mariakerk in Hoei voor zich te roepen.6

Uitleg van Caesarius van Heisterbach Maar wisten de gelovigen op het Groningerland van dit al? In bovengenoemde anekdote over het klooster Jesse, bij Help­ man, vertelt Caesarius van Heisterbach in zijn Dialoog van Wonderen, dat een timmerman uit de stad tijdens de mis naar het beeld van Maria met kind op het altaar zat te staren en toen zag dat het Kindeke even de kroon van zijn moeders hoofd nam en op zijn eigen hoofd zette. Daarna zette hij de kroon weer terug. Als uitleg laat Caesarius Christus zeggen: ‘Moeder, zoals ik door jou deelgenoot ben geworden in de menselijke natuur, zo ben jij door mij deelgenoot geworden in de goddelijke natuur.’ 7 Beelden van de gekroonde en god­ delijke Maria waren er dus al circa 1220, toen Caesarius dit wondertje hoorde. Ook de Assumptio van Maria werd, blijkens Emo, in 1223 al gevierd. Caesarius illustreert in zijn dialogen ook hoe wij het verschijnsel visioen moeten begrijpen – het is immers in de

vorm van visioenen dat belangrijke geloofswaarheden worden verkondigd. Dromen en visioenen zijn als profetieën (spiritum prophetiae), zegt hij: soms zien gelovigen iets in de toekomst (wat wij nu nog steeds profetie noemen); soms iets ver weg (helderziendheid); soms iets in het verre verle­ den, met name uit het Bijbelse verleden, dat nooit in teksten vervat was. Wanneer zulke visioenen op vrome overwegingen volgen, sancta cogitatio praecessit, mag je daaraan geloof hechten. Profaan geformuleerd: eigenlijk kon je gewenste visioenen over jezelf afroepen als je tenminste als ‘vroom’ bekend stond. Caesarius somt vervolgens een heel aantal Kerstvisioenen op.8 De Groningse gelovigen profiteerden hiervan. Ze kregen een Maria die met compassie voor hen opkwam en wisten dat dit in de Kerk was geaccepteerd. Als we naar de kerk van Loppersum kijken, zien we het perfect gerealiseerd. De hele Noorderkapel is aan Maria gewijd, zie de afbeeldingen, maar tijdens de misviering in schip en koor keek het gelovige kerk­ volk op naar de kerkleer van de professionals, verbeeld in het hoofdkoor rondom het hoofdaltaar (afb. 15). Daar zagen zij het Lam Gods, dat de zonden van de wereld draagt; de man van Smarten; de Salvator Mundi omgeven door de kerk­ leraren; én de Maagd Maria nederig gezeten op de grond in een ommuurde tuin met de eenhoorn op schoot! Een rijker program is nauwelijks denkbaar. Als wij nu na zoveel eeuwen opkijken naar de muurschil­de­ ringen in de Mariakapel en die op het hoofdkoor, en medi­ teren over wat daar wordt verbeeld, dan leren we inderdaad iets bevroeden van de dagelijkse geloofspraktijk en de leven­ de spiritualiteit van de Groningers (leken en geestelijken) in de tijd dat die kerken werden gebouwd en gedecoreerd – dat­ gene waarnaar we op zoek waren.

6 Anneke B. Mulder-Bakker, Verborgen Vrouwen. Kluizenaressen in de middeleeuwse stad (Hilversum 2007) hfdst. III, hier 66-67. 7 Caesarius van Heisterbach, Boek der Mirakelen, vert. G.J.M. Bartelink (Den Bosch 2004) II, Boek VII, 45, 94-96. Caesarius bezocht zelf de Friese landen en verzamelde daar wonderbaarlijke anekdotes. 8 Caesarius, Boek der Mirakelen, II, Boek VIII, hier 113-119.


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouwwerk bouw werk toe!

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar!

BRANDSBOUW.NL

050-57 57 800

Brands Bouwgroep B.V. is erkend applicateur van Thor Helical verankering en herstelsystemen.  Renovatie spouwanker isolatie bevestiging  Scheurherstel systeem  Lateiherstel systeem  Muurherstel systeem

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862 De B&B is gevestigd in het oude Joodse schooltje midden in het historisch centrum van Appingedam, Broerstraat 6. Vanzelfsprekend staat kwaliteit hoog in ons vaandel. De B&B is geschikt voor max. 3 personen.

Een luxe B&B in historisch erfgoed: die vindt u in Appingedam.

www.booking.com www.airbnb.nl www.devijgenhof.nl De synagoge. Vanaf augustus 2016 tot mei 2017 vinden er verschillende evenementen plaats in de synagoge. De programmering bestaat uit concerten gegeven door o.a. Leny Kurh, Femke Wolthuis en Jan Henk de Groot. Verder zijn er workshops, high tea’s met muzikale omlijsting, exposities en rondleidingen. Kaarten voor concerten en opgaves voor workshops lopen via de website www.devijgenhof.nl

Kerkje van Klein Wetsinge

Tussen Sauwerd en Winsum ligt de kerk uit 1840, in 2014 in oude luister gerestaureerd. Ontdek de lunchkaart met verse spullen van het Hogeland. De locatie is geschikt voor: Huwelijk, Receptie, Concert, Vergadering, Diner, Feesten, Lezing en Tentoonstelling. De kerk is dagelijks geopend tussen 11.00 en 18.00 uur, behalve tijdens besloten partijen. Wilt u zeker weten dat de kerk open is, bel dan met Inez of Nicolaas Geenen: 06 54685405 of 06 46317067. Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

Valgeweg 12 9773 tk Wetsinge kleinwetsinge@blgroningen.nl

Groninger Kerken januari 2017  

Dit is het januarinummer Groninger Kerken 2017 - kwartaaltijdschrift van de Stichting Oude Groninger Kerken.

Groninger Kerken januari 2017  

Dit is het januarinummer Groninger Kerken 2017 - kwartaaltijdschrift van de Stichting Oude Groninger Kerken.

Advertisement