__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Groninger Kerken 2 0 1 6

GRONINGER KERKEN

STICHTING OUDE

a pr il

Memoriecultuur


inhoud Renée Nip

Dodenherdenkingen in de Middeleeuwen en de Vroegmoderne Tijd: een inleiding

41

De middeleeuwse cultuur wordt wel gezien als een memoria-cultuur. De christelijke gemeenschap omvatte zowel de levenden als de doden. De goede daden van overledenen leefden voort in onder andere me­ moriestichtingen. Materiële uitingen van de herdenkingscultuur, zoals grafzerken, wapenschilden en memorietafels of epitafen, bevonden zich in het zicht van alle gelovigen. Redmer Alma

De memoria van Johan de Mepsche

45

Vergeleken met veel andere oude steden is de stad Groningen niet rijkelijk bedeeld met oude grafzerken. Vijftiende-eeuwse zerken zijn niet bewaardgebleven en zelfs niet uit betrouwbare vermeldingen bekend. De vondst van het grafschrift van Johan de Mepsche (1501) is een bijzondere aanvulling. Redmer Alma

Rudolf Huinga te Uithuizermeeden. De achtergrond van een bijzonder monument

49

Groningen beschikt over verschillende grafmonumenten met beeldhouwwerken van hoge kwaliteit en grote bekendheid. De zeventiende-eeuwse monumenten te Midwolde en Stedum worden jaarlijks door vele bezoekers bewonderd. Veel minder bekend is het grafmonument voor Rudolf Huinga in de kerk van Uithuizermeeden dat bijna een eeuw ouder is.

De Stichting 

53

Interview · Nieuws · De kerk als podium · Excursies · Winkel · Mediatheek · Educatie · Werk in uitvoering Elmar Hofman

Ronde rouwborden in Hellum. Het belang van de bijzondere gedenktekens van Frans en 71 Egbert Rengers In de Walfriduskerk van Hellum hangen de oudste en bovendien enige ronde rouwborden van Groningen. Door hun bijzondere vorm en interessante geschiedenis zijn deze exemplaren van grote waarde. Maar waarom werden ze in Hellum opgehangen? En is hun vorm echt zo bijzonder?

Foto omslag: detail van het grafmonument voor Rudolf Huinga. Foto Jelte Oosterhuis.

Oude Gronin­ger Kerken. Het tijdschrift verschijnt viermaal per Gronin­ger Kerken, ¤ 15,00 per jaar. Nieu­we donateurs ont­vangen Gro­nin­ger Kerken het eerste jaar gratis.

issn 0169 - 3719

Stichting Oude Groninger Kerken opgericht 13 mei 1969 Stichting Der Aa-kerk Groningen opgericht 1 maart 1985

Beschermheer Drs. M.J. van den Berg, Commissaris van de Koning in de provincie Groningen Bestuur en directie P.M. de Bruijne, voorzitter C. Kool, secretaris J. Wolters, penningmeester E.A.M. Bulder, vice-voorzitter J.A. de Vries M. van Zanten P.G.J. Breukink, directeur Adres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen telefoon (050) 312 35 69 telefax (050) 314 25 84 e-mail info@groningerkerken.nl www.groningerkerken.nl iban: nl69 abna 0486 114 333 Redactieadres Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen e-mail hillenga@groningerkerken.nl Redactie Groninger Kerken Dr. C.P.J. van der Ploeg, voorzitter Drs. M. Hillenga, secretaris Drs. R.H. Alma Drs. A. van Deijk E. Hofman MA dr. A.B. Mulder-Bakker J.F. Oldenhuis Katern ‘De Stichting’ Martin Hillenga Donateurschap Minimaal ¤ 17,50 per jaar Tijdschrift ¤ 15,- per jaar Advertenties Informatie en tarieven worden verstrekt door Stichting Oude Groninger Kerken telefoon (050) 312 35 69 contact Gerda Lüürssen, e-mail: info@groningerkerken.nl Drukwerk en verzending Zalsman Groningen, Groningen

Het tijdschrift Groninger Kerken is een uitgave van de Stich­ting jaar. Abonnement, alleen voor dona­teurs van de Stichting Oude

33 / 2 – april 2016

Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM)

Opmaak en productie Ekkers & Paauw, Groningen


Renée Nip

Dodenherdenkingen in de Middeleeuwen en de Vroegmoderne Tijd: een inleiding De abdij Wittewierum dankte zijn ontstaan aan Emo van Romerswerf, die eind twaalfde eeuw het plan opvatte op zijn vaderlijk erfgoed een klooster te stichten en daarmee vele zonen en dochters tot erfgenaam te krijgen.1 Hij was op een leeftijd gekomen om zich op zijn dood voor te bereiden en was zich er maar al te zeer van bewust dat hij geen kinderen had die zorg voor zijn zielenheil zouden dragen. Zo verzekerde hij zich van spirituele nakomelingen die zijn nagedachtenis tot in de eeuwigheid in ere zouden houden.

Kerk en klooster Volgens de middeleeuwse opvattingen omvatte de christe­ lijke gemeenschap zowel de levenden als de doden. Beide waren van wezenlijk belang voor elkaar en de zorg voor de overledenen werd daarom als een christenplicht beschouwd. De dood maakte een einde aan het aardse leven, maar bete­ kende tevens de overgang naar een eeuwig bestaan in hemel of hel. De sterfdag van een heilige werd dan ook gevierd als een geboortedag. Gewone mensen gingen evenwel niet direct naar de hemel, maar moesten eerst enige tijd in het vagevuur doorbrengen. Voor zondaars die zich volhardend van God afkeerden, was geen redding; zij zouden eeuwig in de hel branden. De levenden konden, zo geloofde men, wel voor zichzelf en de zielen in het vagevuur het verblijf aldaar 1 Zandstenen sarcofaagdeksel in de kerk van Holwierde, tweede helft 12e eeuw, met afbeelding van een echtpaar en daarboven een ziel begeleid door engelen. Foto archief SOGK.

1 Emo, Cronica Floridi Horti, in: Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum, inl., ed. en vert. H.P.H. Jansen en A. Janse. Middeleeuwse Studies en Bronnen 20 (Hilversum 1991) 4-5; de vertaling van ‘heres’ als ‘erfgenaam’ is niet gelukkig, vergelijk J.F. Niermeijer, Mediae Latinitatis Lexicon Minus I (Darmstadt 2002) 637.

41


2 ‘Liber memorialis’ van de Groninger Kalendebroederschap, eind 15e-begin 16e eeuw. Het boekje begint met kopieën van officiële stukken vanaf de stichting ‘Int jaer ons heren dusent drihondert ende achtien’. Particuliere collectie.

42

bekorten door gebed, boete en goede werken. Als tegenpres­ tatie verwachtten zij dat de doden tussen God en de levenden bemiddelden. De zo belangrijke zorg voor de doden werd gedelegeerd en georganiseerd, waarbij de kerk een hoofdrol kreeg. De herdenkingen hadden daarmee een overwegend liturgisch karakter. Sinds de tiende eeuw vierde de hele geloofs­ gemeenschap, bijvoorbeeld, op 2 november Allerzielen om al hun doden te gedenken. Zo mogelijk gaf een priester de stervende een laatste kans om berouw te tonen en vergiffenis voor zijn zonden te verkrijgen met de toediening van het Heilig Oliesel en het afhoren van de biecht. Hij verzorgde de ri­tuelen die de begrafenis en de latere herdenkingen vereis­ ten. Het gedenken van de doden vormde bovendien een van de belangrijkste taken van kloosterlingen. In het Groninger land kwamen vanaf de late twaalfde eeuw meer dan dertig kloosters tot stand, waar monniken en nonnen de herinne­ ring aan hun medebroeders en -zusters, familie en weldoe­ ners levend hielden. Zo’n driekwart eeuw later begon in de stad Groningen met de komst van de franciscanen de vesti­ ging van reli­gieuze gemeenschappen die meer op het stads­ leven waren ingesteld. Ook hier nam de herdenking van de overledenen een grote plaats in.

Leken Met de opkomst van de steden verloren oude sociale structu­ ren aan kracht en kwamen nieuwe tot stand. Een zelfbewuste burgerij nam het heft in eigen hand en organiseerde zich in velerlei verbanden ter bevordering van het stedelijk welzijn.

Velen zullen het gevoel hebben gehad dat zij, meer dan ooit tevoren, hun lot in eigen hand hadden. Religieuze ontwikke­ lingen gingen hieraan parallel. Het vertrouwen dat de ziel­ zorg geheel aan de kerk kon worden overgelaten, had plaats­ gemaakt voor een groeiend besef van de eigen verantwoor­ delijkheid van het individu voor zijn relatie met God. De gelovigen konden rekenen op de sociale netwerken waartoe zij behoorden, zodat het nodige werd gedaan wan­ neer zij kwamen te overlijden. Dat was de taak van familie, buren, parochianen, maar ook van de verenigingen of broe­ derschappen waarvan zij lid waren. Er waren broederschap­ pen met religieuze doeleinden of die waarin het gezamenlijke beroep de leden bond, de gilden. Alle hadden gemeen dat de leden tot in de dood zorg voor elkaar droegen. Sommige had­ den uitsluitend het herdenken van de doden als doel, zoals de oudst bekende broederschap in Groningen, de Kalende­ broederschap (klemtoon op de tweede lettergreep). Deze werd in 1318 door een aantal geestelijken en burgers van de stad opgericht om samen te bidden voor hun zaligheid. Ook de Ommelanden kenden Kalendebroederschappen. De Gro­ ninger Kalendebroeders organiseerden tweemaal per jaar een bijeenkomst, beurtelings in de twee parochiekerken, de Sint-Maartenskerk en de Akerk. Deze bestond uit een avond­ wake, waar een requiemmis voor de gestorven leden werd opgedragen, gevolgd door een gezamenlijke maaltijd. De dag daarop begon met een mis voor de levenden en eindigde met een gezamenlijke maaltijd en een uitdeling aan de armen. Alle leden moesten dagelijks voor de doden bidden en, wan­ neer een lidmaat stierf, waren ze verantwoordelijk voor de


begrafenis en de vereiste herdenkingen.2 Dat laatste was een plicht van de leden van alle broederschappen, die meestal eveneens een jaarlijkse samenkomst hielden om al hun ge­ storven leden te gedenken.

Memories Daarnaast moest de herinnering aan de goede daden van de gestorvenen levend worden gehouden. Deze bewezen name­ lijk dat zij een goed christen waren geweest en dienden de levenden tot voorbeeld. Dit kwam onder andere tot uiting in memoriestichtingen, waarbij onder bepaalde voorwaarden geld of goederen aan kerken, kloosters en individuele reli­ gieuzen werden geschonken.3 De voorwaarden bepaalden wie, wanneer, waar en op welke wijze herdacht moesten wor­ den. Hierbij ging het niet alleen om de schenkers zelf, maar ook om alle verwanten die hen waren voorgegaan. Soms be­ trof het niet meer dan een inkomstenbron waaruit een kaars moest worden bekostigd om op de sterfdagen te branden. Welgestelden lieten een altaar in een kerk plaatsen en stel­ den een priester aan om de gewenste herdenkingen uit te voeren. De meest gebruikelijke vorm van herdenken was het jaargetijde, waarbij op de sterfdag het graf werd bezocht om een kaars te branden en te bidden. Er waren vele mogelijk­ heden, maar een vast onderdeel was de bedeling van de armen. Het spreekt vanzelf dat ook deze zich dankbaar moes­ ten betonen door voor hun weldoeners te bidden. De monde­ linge en schriftelijke overeenkomsten waren eeuwigdurend. Opgetekend in, bijvoorbeeld, overzichten die begunstigden van hun rechten en plichten bijhielden, verzekerden zij de stichters ervan dat hun weldaden niet werden vergeten.

Grafzerken en memorietafels De stedelijke en Ommelander elites begiftigden, behalve hun parochiekerk, zowel de kerkelijke instellingen in de stad als in de Ommelanden. Velen hadden immers verwanten en be­ zittingen op het platteland en in de stad. In de stad behoor­ den, behalve de kerken en kloosters, het Pelster- en Peper­ gasthuis, die opvang boden aan armen, zieken en reizigers, en het Sint-Jurgensgasthuis, de leprozerie in Helpman, vaak tot de begunstigden. Behalve in geschriften, leefde de herinnering voort in arte­ facten die in de liturgie werden gebruikt, zoals vaatwerk, lampen, misboeken en -kleden, waarin dikwijls de naam van

3 Het epitaaf van Egbert Onsta in de Hippolytuskerk van Middelstum. Foto Omke Oudeman.

de goede gever was aangebracht. Zo schonk Katrien Thomas in 1483 aan mr. Claes Grijp, priester in de A-kerk, behalve een geldbedrag, een kelk die ten eeuwigen dage op het SintJozefaltaar moest blijven. Grijp en zijn opvolgers als bedie­ naars van dit altaar, moesten iedere week een zielenmis op­ dragen voor haar man Jacob en te zijner tijd ook voor haarzelf, alsook jaargetijden houden.4 Welgestelden schonken altaar­ stukken waarop de te herdenken personen voorkwamen, maar ook muur- en gewelfschilderingen voorzien van naam en familiewapen of portretten. Evenals grafzerken, wapen­ schilden en memorietafels of epitafen bevonden deze ui­ tingen van de herdenkingscultuur zich in het zicht van alle gelovigen. Ze dienden niet alleen een religieus doel, maar spreidden tevens de status ten toon die de schenkers binnen de gemeenschap opeisten. Een voorbeeld hiervan is de epitaaf van Egbert Onsta (†1476) in de hervormde kerk in Middelstum.5 De middeleeuwse cultuur wordt wel gezien als een memoria-cultuur.6 Dat past binnen een door het christendom ge­

2 Renée Nip, ‘De Kalendebroederschap in Groningen. Bekommernis om het zielenheil in het algemeen belang’, Historisch Jaarboek Groningen 2013, 6-25. 3 Renée Nip, ‘Liturgische herdenkingspraktijken in de late middeleeuwen in Groningen’, in: Hanno Brand, Jeroen Benders en Renée Nip (red.), Stedelijk verleden in veelvoud. Opstellen over laatmiddeleeuwse stadsgeschiedenis in de Nederlanden. Middeleeuwse Studiën en Bronnen 134 (Hilversum 2011) 229-244, aldaar 236-239. 4 RHC Groninger Archieven, Huisarchief Farmsum, Inv. 1110; https://www.cartago.nl/oorkonde/hafi1110a 5 Victor M. Schmidt, ‘De epitaaf van Egbert Onsta in Middelstum en de laatmiddeleeuwse steensculptuur in Groningen, Groninger kerken 17 (2000) nr. 3, 68-75; Redmer Alma, ‘De adellijke dood verbeeld. Rouwborden en monumenten’, in: J. Kroesen en R. Steensma (red.), De Groninger cultuurschat. Kerken van 1000 tot 1800 (Groningen/Assen 2008) 124-134; Kees Kuiken, ‘Leermens herdacht: memoriecultuur in Fivelgo vóór 1594’, Groninger Kerken 31 (2014) nr. 2, 33-40. Zie ook ‘Medieval Memoria on Line’, http://memo.hum.uu.nl/. 6 Jeroen Deploige en Renée Nip, ‘Manuscript and Memory in Religious Communities in the Medieval Low Countries. An Introduction’, The Medieval Low Countries 2 (2015) 1-17.

43


domineerde maatschappij. Immers, de kerkelijke kalender bevat herdenking na herdenking van het leven en lijden van Christus, de sterfdagen van martelaren en andere heiligen. Tegelijkertijd bood deze het educatieve materiaal dat de gelovigen moest helpen om een goed christen te zijn. Het ge­ heugen gold daarbij als het belangrijkste instrument, waarin de benodigde kennis kon worden opgeslagen en herdacht, of wel opgeroepen en verwerkt. Het herdenken van de doden was hiervan onderdeel.

Kerkhervormingen

44

4 Zerk voor Haye Ripperda († 1504) in de kerk van Farmsum. Foto Ko Lenting. 5 Uitdeling van haring in Faan door regenten van het Pepergasthuis, om­streeks 1960. Het gebruik gaat terug op de laatste wil van Menno Jeltema

(† 1476). Voorwaarde bij een schenking van land door hem aan het gasthuis was dat jaarlijks in de vastentijd een ton haring zou worden verdeeld onder de armen van Niekerk, Oldekerk en Faan. Pas in 1979 werd de verplichting afgekocht. Fotobedrijf Piet Boonstra, collectie RHC Groninger Archieven (2138-5905).

In de loop van de vijftiende eeuw begunstigden verschillende gegoede lieden als memoriestichting hervormingsgezinde religieuze gemeenschappen, soms zelfs buiten Groningen.7 Hiermee namen zij stelling in de godsdienstige ontwikkelin­ gen van die tijd. In de late Middeleeuwen begon het geloof te wankelen in het vermogen van de geestelijkheid om als inter­ mediair tussen God en de mensen te fungeren. De Groninger geleerde Wessel Gansfort (†1489) was een van de eersten die openlijk het nut van de liturgische rituelen bij dodenherden­ kingen betwijfelde.8 Blijkens de akten uit de late vijftiende eeuw verschoof de nadruk steeds meer naar armenzorg. Het kon om grote schenkingen gaan voor onderdak en onderhoud van armen en ouderen. In 1595 schonk Bele Entens mede na­ mens haar moeder, ‘overdenkende de ellendigheid en kort­ heid van een mensenleven en daartegenover de langdurige heerlijkheid van de eeuwigheid in het hiernamaals’, hun be­ zit aan het Armhuiszitten Convent in Groningen.9 De litur­ gische rituelen verdwenen met de komst van het protestan­ tisme in 1594 verder naar de achtergrond. In de loop der tijd was het aandeel van leken in de doden­ herdenkingen sterk toegenomen. Het religieus-kerkelijk ka­ der bleef, het ging per slot van rekening om het hiernamaals. De priester als schakel tussen God en de mensheid ver­ dween, terwijl een voorganger zijn plaats innam. Als het om hun zielenheil ging, vertrouwden de levenden inmiddels meer op hun eigen vermogen om goed te doen in het aardse bestaan dan op de spirituele macht van de geestelijkheid. Dr. Renée Nip was tot haar pensionering in 2005 verbonden aan de Afdeling Geschiedenis (RUG). Haar specialisatie is de religieus-culturele geschiedenis van de Middeleeuwen. Zij is een van de auteurs van Geschiedenis van Groningen 1. Pre­historie – Middeleeuwen (2008).

7 Nip, ‘Liturgische herdenkingspraktijken’, 240-242. 8 M. van Rhijn, Wessel Gansfort (’s-Gravenhage 1917) 222-228. 9 RHC Groninger Archieven, Armhuiszitten convent, inv.nr. 584, reg. 491; www.cartago.nl/oorkonde/ahs491; Egbert van der Werff, Rita Overbeek en Bea Havinga, Van Anna Varwers Convent tot Zuiderkerk. Gasthuizen en godshuizen (Groningen 2005) 23 nr. 003.


Redmer Alma

De memoria van Johan de Mepsche Vergeleken met veel andere oude steden is de stad Groningen niet rijkelijk bedeeld met oude graf­ zerken. Vijftiende-eeuwse zerken zijn niet bewaardgebleven en zelfs niet uit betrouwbare vermeldingen bekend. De vondst van het grafschrift van de in 1501 gestorven Johan de Mepsche is dan ook in meerdere opzichten een bijzondere aanvulling. Drie jaar geleden verscheen het boek over het Hinckaertshuis in de Oude Kijk in ’t Jatstraat, een bijzonder huis, niet alleen vanwege zijn ouderdom en bouwhistorie, maar ook door zijn bewoningsgeschiedenis.1 Zo werd het in de vijftiende eeuw bewoond door Siert Lewe, weduwe van Otto ter Hansouwe, die in 1479 het nog bestaande Mepschengasthuis naast haar

woonhuis stichtte. Een gedenksteen uit 1786 boven de in­ gang van het gasthuis herdenkt deze stichting door ‘Syerd d’Mepsche’2, met een achternaam die haar door haar latere erfopvolgers werd toegekend. Een oudere gedenksteen uit de zeventiende eeuw duidt haar ook al met die ten onrechte toe­ geschreven naam aan.3

1 T.J. Hoekstra e.a. (red.), Het Hinckaertshuis. Zeven eeuwen bouwhistorie en bewoners (Groningen 2012). 2 A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden (Assen/Amsterdam 1977) nr. 5149. 3 Ibidem, nr. 5150. Afgebeeld in: R.H. Alma, ‘Drie vrouwen in de hoofdrol’, in: Hoekstra e.a. (red.), Het Hinckaertshuis, 185-230, ald. 187.

1 Het Mepschengasthuis (links) en Hinckaertshuis in de Oude Kijk in ’t Jatstraat, 1955. Foto J.A. Veeger, collectie RHC Groninger

2 Gedenksteen boven de ingang van het Mepschengasthuis.

Archieven (1785-13149).

Foto F. Ferro, collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

45


ben mit dre offte veer dusent rinsen goltgulden, he soldet wal geven hebben.’5 Zijn bijnaam ‘de Rijke’ zal hij dus ver­ moedelijk ontleend hebben aan zijn vermogen, eerder dan aan zijn grote kinderschaar6, gezien de vermelding van het hoge losgeld dat hij had kunnen opbrengen. De herinnering aan Johan de Mepsche was dus bij het na­ geslacht in de zeventiende eeuw sterk verbonden aan het Hinckaertshuis, dat als een stamhuis van de familie De Meps­ che werd beschouwd. De erfvoogdij van het Mepschengast­ huis werd aan de leden van het geslacht verbonden en het huis bleef tot 1743 in bezit van leden van die familie. Met te­ rugwerkende kracht werd Siert Lewe ook in de stamboom ge­ ïncorporeerd en bleef dat tot 1952.7 In 1633 verkochten de voogden van Andolf Clant, kleinzoon van Johanna de Mepsche, het Hinckaertshuis aan Andolfs achterneef Hidde de Mepsche. Het ligt dan ook voor de hand dat de constructies, waarbij het Hinckaerthuis tot stamhuis van de De Mepsches werd gebombardeerd, vanaf die jaren vorm hebben gekregen, inclusief de belangrijke rol voor Jo­ han de Mepsche als (ver)bouwheer.

Een bijzonder grafschrift

3 Wapen van Johan de Mepsche, getekend door Aernout van Buchel. Collectie Hoge Raad van Adel, foto Redmer Alma.

Johan de Mepsche de Rijke Haar opvolger als bewoner en erfvoogd was Johan de Mep­ sche, zoon van de burgemeester Roelof de Mepsche en zijn vrouw Wemele Lewe, Sierts nicht en erfgename. Hij zal het huis rond 1495 met zijn snel groeiende gezin betrokken heb­ ben. Reeds in 1501 sneuvelde hij bij het beleg van Appinge­ dam door de stadjers. Hij heeft het huis dus slechts enkele jaren bewoond en bouwhistorisch zijn weinig sporen van ver­ bouwingen aanwijsbaar die aan hem toegeschreven kunnen worden. Toch is hij in de herinnering voort blijven leven als een van de belangrijkste vroege bewoners. De zeventien­ de-eeuwse genealoog Gerlich Doys vermeldt van hem: ‘Hij heefft het huys in het Tjat, Hinckertshuys, genaamt, getim­ mert’. Hij werd bijgenaamd ‘de Rijke’ en had negen kinderen, zoals blijkt uit ‘een oude schilderije in Hinckertz huys’. Ande­ re genealogieën karakteriseren hem daarnaast als zeer lief­ tallig en van zeer groot gezag onder de burgers en ambtslie­ den.4 Johans overlijden voor Appingedam wordt door zijn tijdge­ noot Sicke Benninge beschreven: ‘Daer worden mede gesla­ gen in den slach vier borgemesters kinderen, ene geheten Albert Jarges, Harmen Jarges, Ghosen Schaffer, Johan Meps­ che; ende Johan Mepsche was doe ter tijt in den raedt ende mocht de vorgenoemde Johan Mepsche sijn lijff gekofft heb­

Letterlijk één dag voor de tekst voor het boek over het Hinc­ kaertshuis naar de drukker ging, vond ik bij toeval in het ar­ chief van de Hoge Raad van Adel in ’s-Gravenhage een af­ schrift van de grafzerken van Johan de Mepsche en zijn vrouw Detien Huinge († 1525) met tekeningen van hun beider wa­ pens van de hand van Aernout van Buchel.8 Deze vondst was van zodanig belang dat de afbeeldingen in het boek niet mochten ontbreken en die konden nog opgenomen worden9, maar in de tekst kon er verder geen aandacht meer aan be­ steed worden. Johans grafschrift is in met zorg gecomponeerd Latijn op­ gesteld: Quem patria extinctum flevit, quem flevit et hostis Ioannem Mepsche chara cum coniuge Deitken Natorum pietas hoc tumulavit humo 1501 In vrij letterlijke vertaling, met behoud van de wat gekunstel­ de constructie, luidt dit: Wiens dood het vaderland beweende, dien beweende ook de vijand Johan de Mepsche met zijn geliefde echtgenote Deitken hebben de liefhebbende kinderen hier ter aarde besteld 1501 De eerste regel is metrisch (een hexameter), terwijl de regels daarna fraai proza zijn. Hoe de grafzerk er uit gezien heeft, is niet bekend, maar mogelijk stond de eerste regel wat los van de andere geplaatst. Voor zijn afschriften gebruikte Van Bu­


chel, heel modern, gedrukte sjabloonwapens die hij vulde en inkleurde — de kleuren zijn natuurlijk niet aan de grafzerken ontleend maar aan andere bronnen — en de vormgeving van de zerk is daardoor niet bekend. De tekst is niet geheel on­ dubbelzinnig: zijn Johan en zijn echtgenote (‘Iohannem cum coniuge’) samen begraven, of hebben de kinderen met haar (‘pietas natorum cum coniuge’) gezamenlijk hun huisheer te ruste gelegd. Ofwel: is de steen na of vóór 1525 vervaardigd? De eerste interpretatie lijkt op grond van de Latijnse tekst het waarschijnlijkst.10 Verder leert de tekst ons inhoudelijk niet veel nieuws, maar wel dat de hem toegeschreven lieftalligheid geen ze­ ventiende-eeuwse uitvinding was; Johan de Mepsche werd niet alleen betreurd door zijn moederstad, voor wie hij het leven liet, maar ook door de Ommelanders en Oost-Friezen, die hem doodsloegen.

De grafzerk van Detien Huinge In 1525 overleed de weduwe Detien Huinge en zij werd dus bij haar man begraven. Haar grafschrift is een stuk soberder: Anno 1525 op Onser L. Vrouwendach tho Vrimarckt es hier onder begraven de eerbare vrou Deitken Mepsche B.G.V.D.S. Haar jaar van overlijden was al bekend, maar volgens dit graf­ schrift werd zij op Maria Geboorte begraven, 8 september, een dag die viel in de periode dat in Groningen de vrijmarkt gehouden werd. De letters na haar naam staan ongetwijfeld voor de gebruikelijke tekst ‘Bid Godt voer de siele’. Aan haar opschrift is duidelijk geen bijzondere aandacht besteed. Of beide teksten dezelfde steen hebben gesierd, is niet bekend. Opmerkelijk is dat de tekst spreekt over de begraafdatum, wat zeer ongebruikelijk is. Wellicht is daarom toch de overlij­ densdatum bedoeld.

De memorietafel Het door Gerlich Doys beschreven schilderij van Johan de Mepsche en zijn gezin zal halverwege de zeventiende eeuw, dus na de verkoop in 1633 van het Hinckaertshuis aan een andere tak van de familie, door hem aanschouwd zijn, maar ook vóór dat jaar zal het al in het Hinckaertshuis gehangen hebben. Aernout van Buchel, die we hierboven al ontmoet­

4 Wapen van Detien Huinge, getekend door Aernout van Buchel. Collectie Hoge Raad van Adel, foto Redmer Alma.

ten, geeft namelijk een nauwkeurige beschrijving van deze memorietafel: ‘Johan de Mepsche met enen bontswarten tabbert met sijn ses soonen ende sijn vrou met enen doeck, oeck een sw. bonten tabbert ende sijn soonen waarv. 3 met rode tab­ berts, 2 met sw. bonten tabbert, 1 met blauwen tabbert ende onder een roden rock, die met root sonder baert. De drie dochteren met goude hangeren, canten om den hals met goude lakense laken mouwen verciert, alle drie met rode tabberts.’11 Drie zonen dragen dus een baard en drie hebben gladde kin­ nen. Op grond van de geschatte geboortejaren van de kinde­ ren kan het schilderij met enige waarschijnlijkheid gedateerd worden op omstreeks 151012, dus ruim na het overlijden van de postuum afgebeelde vader.

4 O.a. H.O. Feith (red.), Nobiliarium Groninganum van Wilhelm Coenders van Helpen (’s-Gravenhage 1886) 73. 5 Sicke Benninge, Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden ende der Stadt Groningen, F.A.H. van den Hombergh en E.O. van der Werff ed. (Den Haag 2012) 167. 6 Zoals in het geval van Willem de Rijke, de vader van Willem van Oranje. 7 Alma, ‘Drie vrouwen’, 187. Tot 1991 stond zij bekend als Meyma en sindsdien als Lewe; R.H. Alma, ‘Rondom de klokken van Zandeweer’, Groninger kerken 8 (1991) 109-111. 8 ’s-Gravenhage, Hoge Raad van Adel, Coll. Van Buchell, inv.nr. 3, dl. 5, fol. 113v-114r. 9 Alma, ‘Drie vrouwen’, 205. 10 Met dank aan Zweder von Martels voor hulp bij de interpretatie van de tekst. 11 Geciteerd naar RHC Groninger Archieven, B. Lonsain, Genealogie van het geslacht De Mepsche (1940), handschrift, afschrift door A. Pathuis. Of de term ‘memorietafel’ aan Van Buchel is ontleend of door Lonsain is bedacht, is nog niet zeker. 12 Alma, ‘Drie vrouwen’, 206.

47


De memorie van Johan de Mepsche De grafschriften van Johan de Mepsche en zijn vrouw zijn niet alleen de oudst bekende grafschriften uit de stad Groningen, maar zij leveren daarnaast belangrijke informatie over de me­ moriavorming van deze voor zijn moederstad gesneuvelde Groninger. Het is een bekend verschijnsel van alle tijden dat een ontijdige en vooral een gewelddadige dood een belang­ rijke impuls kan vormen voor het voortleven van een herinne­ ring. Dat geldt zowel voor middeleeuwse heiligen 14 als voor de 27-Club. Dat Johan de Mepsche bovendien in dienst van de stad sneuvelde, droeg daar in niet geringe mate aan bij. Het grafschrift, enige decennia na zijn dood vervaardigd, in com­ binatie met de eveneens postume memorietafel bevestigt dat de latere tradities over zijn persoon niet enkel geduid moeten worden als een manier van zijn zeventiende-eeuwse nazaten om hun patrilineaire stamlijn te verfraaien en hun dynastiek besef vorm te geven, maar dat zijn memoria al door zijn we­ duwe en kinderen werd samengesteld. Tot halverwege de twintigste eeuw heeft hij zich als stamvader van het geslacht en vermeende stichter van het Hinckaertshuis kunnen hand­ haven.

Redmer Alma (mail@redmeralma.nl) studeerde Geschiedenis en Wiskunde aan de RUG en bereidt een proefschrift voor over de Ommelander adel in de Late Middeleeuwen.

48

Fragment uit het handschrift van de 17e-eeuwse genealoog Gerlich Doys. Collectie Tresoar, Leeuwarden.

De bron voor de beschrijving van Van Buchel is helaas nog niet opgespoord, maar zeer waarschijnlijk heeft hij het schil­ derij gezien tijdens hetzelfde en enig bekende bezoek aan de stad in 1617 en niet na 1633. Dat betekent dat het schilderij bij de verkoop in dat laatste jaar met het huis mee over­gegaan is en dat geeft het belang aan dat de familie De Mepsche hechtte aan de positie van Johan als stamvader en zijn ver­ bondenheid met het Hinckaertshuis. In het handschrift waarin de tekeningen van de grafzerken zijn overgeleverd, worden als enige Groninger voorwerpen de grafzerken van Johan en Detien beschreven. Blijkbaar heeft hij daar speciaal aandacht voor gehad. In een ander hand­ schrift van zijn hand beschrijft hij een aantal zerken en glas-­ in-loodramen die hij in 1617 te Groningen gezien heeft 13 en daaruit blijkt dat hij zowel de Martinikerk als de Akerk met een bezoek vereerd heeft. In welke kerk Johan en Detien be­ graven lagen, is dan ook niet bekend, al ligt de Akerk voor de hand, omdat het Hinckaertshuis in haar parochie lag.

13 Tresoar, Familiearch. Van Eysinga-Vegelin van Claerbergen, inv.nr. 3373, Monumenta quaedam sepulcralia et publica in templis aliisque locis inventa et descripta. 14 A. Vauchez, La sainteté en Occident aux derniers siècles du Moyen Age (Rome 1981).


Redmer Alma

De achtergrond van een bijzonder monument

Rudolf Huinga te Uithuizermeeden Groningen beschikt over verschillende grafmonumenten met beeldhouwwerken van hoge kwaliteit en grote bekendheid. De zeventiende-eeuwse monumenten te Midwolde en Stedum worden jaarlijks door vele bezoekers bewonderd. Veel minder bekend is het fraaie grafmonument voor Rudolf Huinga in de kerk van Uithuizermeeden dat bijna een eeuw ouder is. Zijn voornaamste vergrijp lijkt te zijn dat hij niet uit edel marmer gehouwen is, maar vervaardigd uit zandsteen dat in de negentiende eeuw geverfd is. Een ander verschil met de bekende monumenten van Rom­ bout Verhulst is dat het niet de gedachtenis viert van een be­ kend persoon — en dat is nog zacht uitgedrukt, want de naam van Rudolf Huinga is in geen enkele andere bron gevonden. De geleerde tekst van vier Latijnse disticha die het monument sieren, geven leerzame informatie over de verrijzenis van het lichaam, maar bieden geen biografische gegevens. Rudolf moet kort na 1547 geboren zijn, het jaar dat zijn ouders Wolter Huinga en Anna Rengers huwden, maar de volgorde van de tenminste vijf kinderen uit dit huwelijk (Rudolf, Luert, Ode, Hidde en Jeye) is onbekend. Met een schatting van Rudolfs geboortejaar als 1550 zullen we in de buurt zijn.

Wolter Huinga Is van Rudolf Huinga niets bekend, van zijn vader weten we des te meer. Wolter Huinga werd rond 1520 geboren als zoon van Roelof Huinga de Jonge, drost van Oldambt, en Bauwe Cater. Hij stamde uit een familie die al vanaf de dertiende eeuw burgemeesters leverde. In 1547 trouwde hij — tegen de zin van de verwanten — met de 23-jarige Anna Rengers, doch­ ter van Luert Rengers ten Dijke, hoofdeling te Pieterburen, en Ode Tamminga.1 Beide echtelieden konden bogen op kwartieren uit de aanzienlijkste stedelijke en Ommelander families. De stad Groningen bood weinig gelegenheid om hun adellijke positie en afkomst te profileren en het jonge

1 ’s-Gravenhage, Hoge Raad van Adel, Coll. A. van Buchell, inv.nr. 5.

1 Het grafmonument voor Rudolf Huinga in de kerk te Uithuizermeeden. Foto Jelte Oosterhuis.

49


50

2 Het koor van de Mariakerk van Uithuizermeeden. Foto Jelte Oosterhuis.

echtpaar sloeg, net als meer tijdgenoten uit dezelfde stand, de vleugels uit. In 1524 had Roelof Huinga de Olde, Wolters grootvader, van zijn neef Focke Ripperda en diens zusters twee ‘wyarden’ te Helpman gekocht, met de ‘olden nedergeworpen husing­ he, steen, holt, palen ende alle hoer toebehoren.’2 De ruïneu­ ze behuizing werd door Wolter Huinga na zijn huwelijk be­ trokken en verbouwd tot ‘een gewaldige, costelicke borch’, het huis De Wijert, waarnaar de huidige Groninger stadswijk genoemd is.3 De representatieve buitenplaats nabij de stad was voor de jonge edelman nog niet voldoende. Hoe ‘coste­ lick’ De Wijert ook was, een borg in de Ommelanden met daaraan verbonden heerlijke rechten was voor een ambitieu­ ze en prachtlievende edelman aantrekkelijker als woonplaats dan een buiten in het door de stad Groningen gedomineerde Gorecht, zeker in een Ommelander dorp waar nog geen ande­ re adellijke familie een prominente plaats in kerk en gemeen­ schap innam.

2 3 4 5

Ungersma Het huwelijk met Anna Rengers bracht aanzienlijke goederen in de Ommelanden aan, onder andere het bezit van Tyadinga­ heerd te Uithuizermeeden, de latere borg Ungersma, en de heerlijke rechten op enkele andere heerden in Uithuizen en Uithuizermeeden. Wolter Huinga lijkt al kort na zijn huwelijk van plan te zijn geweest om zijn positie aldaar uit te breiden, want in 1549 kocht hij bijvoorbeeld ook de rechten op Eilarda­ huis te Uithuizermeeden4. In 1554 wordt Tyadingaheerd nog verhuurd, maar in de jaren daarna zal hij in Uithuizermeeden ‘gewaldich getymmert’ hebben en werd de heerd tot een re­ presentatieve borg, Ungersma, verbouwd.5 Het huidige borg­ terrein, ten zuiden van de kerk, en de lange oprijlaan zijn nog altijd goed herkenbaar en geven een indruk van het complex en zijn positie in het dorp, voordat een eeuw later Rensuma de rol van prominente borg overnam.6 Het oudste spoor van Wolters ambities in de kerk van Uit­ huizermeeden is de grafzerk van zijn dochter Ode, die in 1562 als kind overleed, en onder een renaissanceportretzerk in het

Roelofs moeder Heile Wigboldes was de grootmoeder van Focke Ripperda en zijn zusters. J.A. Feith en H. Brugmans (red.), De kroniek van Abel Eppens tho Equart II (Amsterdam 1911-1912) 547. RHC Groninger Archieven, Familiearchieven Lewe, inv.nr. 923, reg. 106 (www.cartago.nl/oorkonde/fal106). Kroniek van Abel Eppens II, 547. Zie L.J. Noordhoff, ‘Enige nadere gegevens omtrent het goed De Wijert te Helpman’, Groningse volksalmanak (1955) 88-99. 6 Over Ungersma verder: W.J. Formsma, A. Pathuis en R.A. Luitjens-Dijkveld Stol, Ommelander borgen en Steenhuizen (Assen 1973) 421-422, en T.B. Juk, ‘Dorp en kerk in de middeleeuwen’, in: E. de Boer, T.B. Juk en J. Vink, Meij 650 (Uithuizermeeden 2004) 45-46.


4 Tekening door J.E.H. Hooft van Iddekinge van de grafzerk voor Ode Huinga, circa 1870. Foto Redmer Alma.

Een herenbegrafenis

3 Grafzerk voor Ode Huinga († 1562), in de toren van de kerk te Uithuizermeeden. Foto Jelte Oosterhuis. 3a Detail, met Ode Huinga als overleden meisje afgebeeld. Foto Jelte Oosterhuis.

koor werd begraven, wat erop wijst dat het gezin toen al in Uithuizermeeden gevestigd was.7 De zerk is sterk afgesleten, maar een negentiende-eeuwse tekening van J.E.H. Hooft van Iddekinge geeft een betere indruk, met onder andere de vier kwartieren van de overledene.8 Haar grafzerk toont het meis­ je naakt, in een onbedoeld wulpse houding opgebaard. Der­ gelijke renaissancezerken, met een perspectivische opbouw over meer verdiepingen, zijn in Groningen zeer zeldzaam. On­ getwijfeld moeten we de steenhouwer in Friesland zoeken, destijds het centrum van de verbreiding van de nieuwe stijl.

Twaalf jaar later trof een tweede slag het gezin, toen de zoon Rudolf als jonge twintiger op 19 april 1574 overleed. Kosten noch moeite lijken gespaard te zijn om zijn memorie in de kerk te tonen. Midden op het koor werd het monument ge­ plaatst, met de edelman in zandsteen uitgehouwen. Aan de voet van het monument lag, vermoedelijk naast de even grote zerk van zijn zuster, zijn zandstenen grafsteen, eveneens in renaissancestijl. De tekst is op enkele woorden na nauwelijks meer leesbaar, maar gelukkig geeft een tekening van Hooft van Iddekinge een vollediger tekst, mét de datum en een deel van de naam, waardoor de identificatie zeker is: Anno 1574, den 19 April .../ is in Got verstorven ... ... / Erent­ festen Ro... Hu...a / des Seele moet rusten ... re De grafzerk vertoonde de overledene als opgebaard lijk, ter­ wijl daarboven het ongeschonden fraaie lichaam — ‘egregia forma humani corporis’, aldus het opschrift — in volle glorie te bewonderen was. Het grafschrift bevestigt dit beeldpro­ gramma. Het vergelijkt aan de ene kant de vervaardiging van het kunstwerk met de bezieling van het menselijk lichaam en

7 A. Pathuis, Groninger gedenkwaardigheden (Assen/Amsterdam 1977) nr. 471. 8 Zie ook: R. Alma, ‘Portretzerken in Groningen’, Groninger kerken 22 (2005) 105-120.

51


6 Tekening door J.E.H. Hooft van Iddekinge van de grafzerk voor Rudolf Huinga, circa 1870. Foto Redmer Alma.

52

5 Grafzerk voor Rudolf Huinga († 1574) in de toren van de kerk te Uithuizermeeden. Foto Jelte Oosterhuis. 5a Detail, met Rudolf Huinga als uitgeteerd lichaam afgebeeld.

Dat is des te opvallender omdat op dat moment het koor het vrijwel exclusieve domein van de katholieke eredienst moet zijn geweest. Van de zestiende-eeuwse zerken, grafmonu­ menten en rouwborden is slechts weinig overgeleverd en het is dan ook de vraag hoe uitzonderlijk dit was. Is het monu­ ment voor Rudolf Huinga een van de vele zestiende-eeuwse monumenten geweest, dat door toeval is overgeleverd? Die vraag moet ontkennend beantwoord worden. Abel Eppens beschrijft bij de dood van Wolter Huinga in 1587 namelijk niet alleen hoe hij De Wijert en Ungersma ‘gewaldich’ had laten bouwen, maar ook ‘heren graffnisse in den kercke angerich­ tet, meer als er [= eerder] gedacht was in die landen.’ Ook in de ogen van tijdgenoten werd de memorie voor Rudolf Huinga dus op opvallend luisterrijke wijze herdacht.

Foto Jelte Oosterhuis.

Teloorgang leert aan de andere kant hoe het ontbindende lichaam van ieder mens weer tot aarde wederkeert. Naast dit funeraire ensemble, hing in de kerk nog een rouwbord met zijn sterfdatum en ongetwijfeld ook zijn wapen of kwartieren. Dit is slechts uit een latere vermelding bekend, maar het is tot nu toe de oudste vermelding van een rouw­ bord in de Ommelanden. Al met al moet dit vertoon van de heren van Ungersma in 1574 zijn stempel op het koor van de kerk gedrukt hebben. 9 Kroniek van Abel Eppens II, 556.

Lang heeft de eenheid van borg en kerk niet bestaan. Twee jaar later werd Ungersma verkocht aan dr. Johan Sickinghe en zijn vrouw, die op de borg te Warffum woonden en voor wie Uithuizermeeden van minder belang was. Abel Eppens, die altijd een wantrouwen tegen adellijk prachtvertoon koester­ de, concludeerde dat Wolter en zijn vrouw ‘up den Wierde in Helpen und up den Meden sick arm tymmerden’.9 Door hun ambitieuze activiteiten bezwaarden zij hun goederen, vernie­ tigden hun geslacht en raakten in armoede en verachting, tot


De Stichting

a p r il 2 0 1 6

In deze aflevering van ‘De Stichting’ leest u over het werk van de Stichting Oude Groninger Kerken en vindt u een selectie van de vele activiteiten in en rondom onze kerken.

Zichtig aan zee - De Ursuskerk van Termunten ‘En, was het wat zichtig?’ vraagt Betsy KamphusWezeman als we weer terug zijn van de beklimming van de Termunter kerktoren. Dick Krijgsman liep onvermoeibaar mee de trappen op, maar mevrouw Kamphus bleef beneden. Als lid van een befaamde Zielster vissersfamilie biedt het buitendijkse voor haar ook nog maar weinig nieuws. Maar zichtig was het zeker: de toren biedt aan de noordkant een mooi uitzicht over de Eems, aan de oostkant op de Punt van Reide en Dollard. Op de andere oever van het grote water draaien de Duitse windturbines.

De dertiende-eeuwse Ursuskerk van Termunten kent een turbulente geschiedenis. Gelegen op een wierde overleefde ze letterlijk alle stormen in het verleden. Het oorspronkelijke gebouw was een imposante kruiskerk, waarvan sinds de zeventiende eeuw alleen nog het koor resteert. Tijdens de laatste oorlogsdagen werd de kerk in brand geschoten. Bij de restauratie eind jaren veertig kwam ook de huidige toren tot stand.

Wia en Hawaii ‘Veel veranderd is er eigenlijk niet sinds de overname door de Stichting Oude Groninger Kerken in oktober 2014’, aldus Betsy Kamphus en Dick Krijgsman. ‘De Stichting Exploitatie Kerk Termunten’, waarvan beiden bestuurslid zijn, ‘heeft al lange tijd een naam en ervaring in het organiseren van evenementen. De Stichting is na de overname blijven bestaan en vervult de rol van plaatselijke commissie’.

Foto Jelte Oosterhuis.


Tijdens de concerten zit de kerk ‘méér dan vol’. ‘Voor de programmering leggen de commissieleden hun oor te luister. De krant wordt nauwlettend in de gaten gehouden, net als het aanbod in schouwburgen. En dan bellen we ze maar gewoon op.’ Een gelukkige omstandigheid van de laatste jaren is dat veel artiesten en gezelschappen zichzelf al melden met interesse voor een optreden in de kerk. ‘Het praat zich rond’. ‘Daarnaast hebben we de vaste nummers. Wia Buze geeft hier bijvoorbeeld tweejaarlijks een concert.’ Ook gezelschap­ pen uit de omgeving vinden er een podium, zoals de lokale Muziekvereniging Prins Bernhard en het Shantykoor Opwierde II, dit jaar met een programma ‘om alvast in de stemming te komen voor Delfsail 2016’. Ook maritiem – maar iets meer exotisch – is het thema van de jaarlijkse muzikale zomermarkt. Dit jaar is gekozen voor ‘Hawaii aan ’t Wad’.

Uitzicht Los van de programmering trekt het kerkgebouw zelf al de nodige bezoekers. Sinds 2009 maakt Termunten deel uit van het project Landmerken. Dat leverde een aantal faciliteiten op en ook werd de toren toegankelijk gemaakt als ‘spannende plek’ met verrassend uitzicht. ‘De toren trekt heel veel’, aldus Krijgsman, ‘vooral op kinderen heeft die aantrekkingskracht’. Het gastenboek laat de herkomst van de belangstellenden zien. Even bladeren leert dat ze uit een meer dan wijde omgeving komen: Apeldoorn, Amsterdam, München – om maar een paar plaatsen te noemen. ‘Wat een juweel van een kerk’ noteerde een van de recentste bezoekers. De meer dan dertig vrijwilligers zorgen ervoor dat de kerk van 1 april tot eind september iedere zondagmiddag van 2 tot 5 geopend én bemand is.

Vooruitzicht De Eems-Dollarddijk was lange tijd vooral de stille rand van Nederland. Daarin is inmiddels verandering gekomen. ‘Er ge­ beurt steeds meer direct aan de dijk, van Oterdum tot Nieuw Statenzijl. In Termunterzijl opent dit voorjaar een visserij­ museum en bij de Punt van Reide staat de Reidehoeve van het Groninger Landschap.’ Termunten is nu bijzonder gunstig gelegen, centraal in de bedrijvigheid – goede vooruitzichten dus. Natuurlijk blijft er altijd wat te wensen over. ‘Vanaf de dijk is de toegang tot de kerk nog niet optimaal. Daarnaast staan de kerkbanken wel eens in de weg bij drukbezochte evenementen’. Ook drukken de stookkosten op de exploi­ tatie, ‘daarom worden alleen ‘s zomers evenementen geor­ ganiseerd’. Maar met de wind in de zeilen en de zon in het vooruitzicht: zet de komende maanden eens koers naar Termunten.

Foto Jelte Oosterhuis.

Neem voor meer informatie over de Ursuskerk en activiteiten in en rondom de kerk een kijkje op: www.kerktermunten.nl.


Nie u w s Overdracht kerk Noordbroek Op vrijdag 26 februari droeg de Hervormde gemeente van Noordbroek de kerk, kerkhof en het zogenaamde leerkerkje over aan de SOGK. De imposante kruiskerk is gebouwd in de vroege veertiende eeuw en behoort tot de hoogtepunten van laatromaansea bouwstijl in Groningen. Vermaardheid genieten de uitgebreide middeleeuwse gewelfschilderingen en het in 1696 gebouwde Schnitger-orgel. De kerk, het kerkhof en het leerkerkje vormen samen een historisch waardevol ensemble. Inmiddels is er in Noordbroek een zogenaamde Plaatselijke commissie gerealiseerd, die praktisch handen en voeten geeft aan de activiteiten die in en om de kerk ontwikkeld worden. Ook zullen er nog steeds regelmatig kerkdiensten worden gehouden. Met deze overdracht heeft de SOGK 84 kerken, twee synagogen, 55 kerkhoven/begraaf­ plaatsen en acht (vrijstaande) torens in haar bezit.Â

100% Oldehove Op 11 maart werd de Liudgerkerk van Oldehove feestelijk heropend. Na de overdracht naar de SOGK in 2013 is een aantal verbeteringen aan het kerkinterieur aangebracht. Opmerkelijk in dit project was de nadrukkelijke wens van de plaatselijke commissie om de werkzaamheden door lokale bedrijven uit te laten voeren. Het resultaat mag er zijn. Het meest in het oog springend zijn de nieuwe keuken, de toiletvoorziening en de moderne verwarming. Daarnaast zijn praktische en cosmetische verbeteringen aangebracht zoals nieuw schilderwerk, verwijdering van de oude overkapping in de zaal en de aanleg van een semipermanent podium.

De kerk van Oldehove is weer bij de tijd. Foto archief SOGK.

Behalve met plaatselijke aannemers werd deze verbouw mede mogelijk gemaakt door de onmisbare vrijwilligers, de leden van de plaatselijke commissie. Zij poetsten de kerk, legden een nieuw riool aan, hielpen met de verbouw, ruimden op en deden nog talloze andere kleine klussen tot aan het schoonmaken van de kroonluchters aan toe. In december 2015 wonnen de vrijwilligers van de SOGK nog de Provinciale Vrijwilligersprijs en de leden van de plaatselijke commissie van de kerk van Oldehove hebben hiermee eens te meer aangetoond dat het winnen van deze prijs geen wassen neus betrof. De kerk van Noordbroek. Foto Duncan Wijting.


O nze m a n in Be rge n

Dr. Justin Kroesen was jarenlang verbonden aan de SOGK. Na zijn emigratie naar Noorwegen blijft deze verbintenis bestaan: vanuit Bergen werkt hij aan het grote overzichts-

Ik weet nog goed met welk gevoel ik hier voor het eerst

boek dat zal verschijnen bij het 50-jarig jubileum van de

rondliep. Dat was in juni 2006, tijdens een groepsreis die

Stichting in 2019. In deze rubriek doet hij verslag uit het echte Hoge Noorden.

ik samen met Regnerus Steensma leidde. Thema waren de middeleeuwse kerken van Noorwegen, zowel de beroemde staafkerken als de kerken van steen. Van het museum van de universiteit in Bergen had ik wel gehoord, maar het fenomeen van de interactieve website was nog niet tot in deze noordelijke streken doorgedrongen (en daar valt nog steeds veel aan te verbeteren). Met de groep liepen we vanaf het hotel de heuvel op naar het museum. Meteen bij binnenkomst viel onze mond open van verbazing. Voor ons lag een ruimte die eruitzag als een uitdragerij, maar dan één vol met spullen van zo’n zes eeuwen oud: hei­ ligenbeelden, beschilderde altaarfrontalen en -baldakijnen, reliekschrijnen, retabels, allemaal verzameld uit de oude kerken van West-Noorwegen. De collectie middeleeuwse kerkelijke kunst van de universiteit van Bergen behoort tot de meest waardevolle van Europa. Maar bijna niemand lijkt dat te weten. Regnerus bedacht zich dat hij zijn camera in het hotel had laten liggen en trad op de hem kenmerkende kordate manier op: ‘Justin, houd jij de mensen aan de praat, dan bel ik een taxi en haal de camera op’. Een kwartier later was hij terug en als kinderen in een snoepwinkel maakten we in een half uur tijd zoveel mogelijk foto’s. Wat ik toen niet had durven vermoeden is dat ik nog geen tien jaar later hier zou werken. Sinds 1 januari ben ik als onderzoeker verantwoordelijk voor de kirkesamling (collectie kerkelijke kunst). Elke week ben ik na sluitingstijd even in de

tentoonstellingsruimte binnengelopen, en steeds weer komt dat bijzondere gevoel onmiddellijk terug. Bij al het onderzoek dat ik hier hoop te gaan doen wil ik proberen dat altijd vast te houden. Justin.Kroesen@uib.no


E duc at ie SOGK partner in Cultuureducatie met Kwaliteit De landelijke regeling Cultuureducatie met Kwaliteit beoogt het geven van een kwaliteitsimpuls aan het cultuuronderwijs op de basisschool. Daartoe werken basisscholen en instellingen die cultuuronderwijs aanbieden samen. De SOGK maakt in 2016 twee specifieke projecten, met steun vanuit deze regeling: ‘Sinterklaas op de Sint Nicolaasschool in Haren’ en ‘Pasen op de Sint Antoniusschool in Sappemeer.’ Voor deze scholen wordt een lesaanbod in combinatie met een bezoek aan een kerk gemaakt, waarbij de inhoud van de feesten centraal staat. Voor de zomer worden deze projecten opgeleverd. Daarbij onderzoeken we hoe onderdelen van deze lesprogramma’s kunnen worden ingezet voor bezoeken aan andere kerken door het primair onderwijs.

Feest! Weet wat je viert Het project ‘Feest! Weet wat je viert!’ van het Catharijne­ convent in Utrecht ontsluit religieus erfgoed via een aan­ sprekend thema: Feest. Het omvat een tentoonstelling voor (groot-)ouders en kinderen, groepen in schoolverband, en een educatief programma. Van de website: ‘Een bezoek aan Feest! is een ontdekkingstocht langs de feestdagen van advent tot en met Sinterklaas. Naast de christelijke feestdagen komen ook andere religies aan bod. Kinderen doen kennis op over het vieren van religieuze feesten en leren respectvol om te gaan met opvattingen van mensen uit verschillende culturen.’ Het onderwerp is ook een goede aanleiding om in gesprek te raken over het gebruik van de gebouwen waar feesten door de eeuwen heen zijn gevierd: de kerken. De SOGK en het Catharijneconvent verkennen de mogelijkheid tot samenwerking. Voor de kerk van Garmerwolde wordt een ontwerp gemaakt voor een aanbod voor schoolkinderen. Kerst en Pasen zien we daar terug in de onlangs gerestaureerde gewelfschilderingen, een prachtige leidraad. We houden u op de hoogte.

‘De kerk, maak er wat van’ Op 22 januari presenteerden VWO 5-leerlingen van het Stadslyceum hun voorstellen voor een (fictieve) herbestemming van de kerk van Engelbert. Zij zijn de eerste deel­nemers aan dit project, ontworpen door het Alfa- en Gammasteunpunt van de RUG in samenwerking met de SOGK. Onderwerp is het actuele probleem van leegstand en herbestemming. De leerlingen maken een profielwerkstuk, waarin zij zich richten op een fictief plan voor herbestemming. Ze onderzochten wat zij de beste invulling van de kerk zouden vinden en deden een buurtonderzoek. Jur Bekooij, bouwkundige van de SOGK, gaf een presentatie over een aantal concrete herbestemmingsprojecten. Er werd een geanimeerd gesprek gevoerd over mogelijkheden, waarmee de leerlingen verder kunnen werken. Tegen de zomer zijn de plannen klaar.

Educatie is een speerpunt in het beleid van de Stichting Oude Gro­ ninger Kerken. We besteden uiteraard veel aandacht aan onze eigen kerken, maar onze inzet voor educatie gaat over alle kerkgebouwen in de provincie Groningen. De Stichting vindt het belangrijk om mensen al jong te informeren over het kerkelijk cultuurhistorisch erfgoed. De educatieve activiteiten sluiten aan bij de tegenwoordige aandacht voor erfgoededucatie op scholen. Op deze manier hoopt de Stichting een bouwsteen te leveren voor draagvlak in de toekomst.

‘Feest!’ in de kerk van Garmerwolde. Foto archief SOGK.


E xcur s ie s Tour des Cimetières

Zomerdagtochten Oost-Friesland 2016

De ‘Tour des Cimetières’, de serie (bus)rondleidingen langs begraafplaatsen in samenwerking met Arriva Touring, is een echte klassieker geworden. Nieuw dit jaar is de tocht ‘Het Hogeland – Van Beem noar Zanneweer’ op donderdag 12 mei. Deze tocht voert langs een grote diversiteit aan begraafplaatsen en kerkhoven op het Hogeland. Zoals de titel al doet vermoeden, doen we in ieder geval Bedum en Zandeweer aan. Waar we ook komen, is Usquert waar op het terrein van de 17e-eeuwse boerderij Kloosterwijtwerd een particuliere begraafplaats ligt met twee grafkelders. De prijs voor deze tocht bedraagt ¤ 42,- (inclusief lunch bij Vita Nova in Middelstum). Op donderdag 7 juli herhalen we de ‘De Oosterhorntocht’. De naam Oosterhorn betekent letterlijk ‘oosterhoek’, wat met de situering van dit gebied ten opzichte van Delfzijl te maken heeft. Deze tocht begint in Farmsum. Een aantal jaren geleden is onder de vloer van de kerk aldaar een tiental zandstenen zerken gevonden uit de 15e- 18e eeuw. Deze staan nu opgesteld in de kerk. De prijs van deze tocht bedraagt ¤ 42,50 (inclusief lunch). Invoegen in laatste alinea: Beide tochten vertrekken om 10.00 uur bij het Hoofdstation in Groningen, en we zijn hier om ca. 17.15 uur weer terug. Voor meer informatie kijkt u op www.groningerkerken.nl. Aanmelden kan per e-mail via touring.groningen@arriva.nl of tijdens kantooruren telefonisch op 050-5260268. Hier kunt u ook meer inlichtingen krijgen over de genoemde tochten.

De zomerdagtocht 2016 vindt dit jaar plaats op zaterdag 2 juli en op de woensdagen 6, 13, 20 en 27 juli. Gekozen is voor de Krummhörn. In 1972 werden negentien zelfstandige gemeenten, gelegen tussen Emden en Greetsiel, samengevoegd tot één gemeente die de oude naam Krummhörn kreeg. Pewsum werd het bestuurscentrum. De streek lijkt op ons wierdengebied, maar is toch in allerlei opzichten anders. Hier werd niet ruilverkaveld en zijn er de wierden (Warften of Wurten genoemd) niet afgegraven. De landerijen worden er minder intensief bewerkt en onderhouden, waardoor alles er wat minder ‘aangeharkt’ uitziet. De boerderijen zijn hier ook groot en liggen vaak nog in het dorp, zoals dat ook bij ons heel vroeger het geval was. Het landschap maakt daardoor een tamelijk lege indruk. We bezoeken er de kerken van Grimersum, Uttum, Manslagt en Pewsum. De bakstenen kerk van Grimersum is rond 1270/80 in de stijl van het laatromaans. Los naast de kerk staat de klokken­ toren. De koorgevel is een van de fraaiste in de Krummhörn, witte dagkanten en spaarvelden benadrukken de architectuur, zoals bij zoveel kerken in het gebied. De proosdijkerk van Uttum werd gebouwd rond 1250 als een zaalkerk. De toren werd in 1527 gebouwd in opdracht van Omko Ripperda, er werd een travee voor afgebroken. Alleen de twee westelijke traveeën zijn als kerk in gebruik. De kerk van Manslagt ligt midden in het dorp, op het hoogste punt van de radiale wierde. Het is een laatgotische rechtgesloten eenbeukige zaalkerk gebouwd rond 1400, met een vrijstaand gepleisterd

De particuliere begraafplaats bij boerderij Kloosterwijterd in Usquert. Foto Albert-Erik de Winter.


De kerk en klokkentoren van Grimersum.

klokkenhuis. De Nicolaaskerk van Pewsum is in aanleg een eenschepige romaanse kerk, waaraan later een gotisch koor werd toegevoegd. In 1862 kreeg de kerk een nieuwe buitenmuur en in 1883 werd de toren met een muur ommanteld en verhoogd. Ondanks deze ingrijpende verbouwingen bieden kerk en toren een indrukwekkende aanblik.

Praktische informatie De excursie kan alleen per bus gemaakt worden en vertrekt om 8.00 uur bij het Hoofdstation Groningen en wordt daar rond 20.00 uur weer terugverwacht. Om 8.30 uur vertrekt de bus bij de voormalige grenspost Nieuweschans, aan de snelweg (= afslag Bunderneuland). De dag start in Oost-Friesland met een koffiepauze en eindigt met een Oost-Friese thee. Tussen de middag is er gelegenheid om deel te nemen aan een gezamenlijke maaltijd. De catering is niet bij de prijs inbegrepen en dient contant afgerekend te worden in het restaurant. De kosten voor deze excursie bedraagt ¤ 30,- voor donateurs en ¤ 45,- voor niet-donateurs (inclusief mapje kerkbeschrijvingen, exclusief catering). Voor deze excursie kunt u zich alleen aanmelden via het aanmeldkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift. Plaatsing geschiedt op volgorde van binnenkomst en u ontvangt een bevestigingsbrief. De nota ontvangt u een week voorafgaande aan de excursie.

Het orgel in de kerk van Uttum (ca. 1659). Foto Hartmut Schaudinn/ Creative Commons.

Overzicht van activiteiten in deze aflevering van De Stichting 8 april Lezing Grafkelders in het Groningerland 12 mei Tour des Cimetières 14 mei Orgeldag Noord-Nederland 21 mei Terug naar het begin 26 mei Nacht van Diskursi 5 juni Stichtingsconcert, Garmerwolde 10-12 juni Quiltfestival Noord Groningen 24 juni Abt Emo Lezing, Wittewierum 11 juni Open Toren Dag 18 juni Kerkenpad Oost-Groningen 25 juni Excursie Lezing Grafkelders in het Groningerland 2, 6, 13, 20 en 27 juli Zomerdagtochten Oost-Friesland 7 juli Tour des Cimetières


Wink e l Donateurs krijgen 20% korting op alle artikelen uit onze (web) winkel. Bezoek onze webwinkel via www.groningerkerken.nl/winkel om het totale aanbod te bekijken.

Vaktaal – Vaktermengids bij kerkgebouwen Het bezoeken van oude kerken is voor velen een waardevolle en regelmatig terugkerende vrijetijdsbesteding. Elke oude kerk maakte zijn eigen geschiedenis door. De interieurs weerspiegelen veranderingen in theologische opvattingen en invloeden van invloedrijke families. Van vele kerken zijn beschrijvingen beschikbaar, gemaakt door bouwkundigen, organisten en vaklieden op het gebied van kunstgeschiedenis en theologie. Voor de belangstellende kerkbezoeker kan deze ‘vaktaal’ erg ondoorzichtig zijn. Vandaar dit boek (op zakformaat) met de begrijpelijke vertaling van meer dan 700 vaktermen, waarvan 150 nader toegelicht met tekeningen. Prijs ¤ 5,00 (donateurs 20% korting)

De kerk als Schatkamer – De keuze van Museum Catharijneconvent Ter gelegenheid van 45-jarig bestaan vroeg de Stichting Oude Groninger Kerken aan Museum Catharijneconvent in Utrecht een uitgave te realiseren over uitzonderlijke voorwerpen die in kerkgebouwen worden aangetroffen. Marco Blokhuis, erfgoedspecialist bij het museum, maakte hiervoor een keuze uit de ‘schatten’ die zich in kerkgebouwen in Groningen bevinden en die eigendom zijn van de Stichting. Vervolgens zocht hij daar de verhalen bij, waarin hij uitweidt over de geschiedenis en de betekenis van de verschillende voorwerpen. Die verhalen roepen een beeld op van de maatschappij van onze voorouders: de ambachtslieden en hun gilden, de elite en hun rechten, predikanten en gelovigen. Met recht is de kerk het geschiedenisboek van een dorp of stad. Deze uitgave wil ervoor zorgen dat dat geschiedenisboek ook leesbaar blijft voor later. Prijs ¤ 5,00 (donateurs 20% korting)

Kerkkappen in Nederland 1800-1970 In een tijd waarin herbestemming van kerken aan de orde van de dag is, is kennis over de constructieve ontwikkeling van kerkkappen van groot belang. Kerkkappen in Nederland 1800-1970 geeft voor het eerst een blik op de schemerduistere ruimte tussen het imposante dak en het plafond van kerken. Naar aanleiding van een tiental pas gerestaureerde kerken beschrijft architectuur- en bouwhistoricus Ronald Stenvert in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de ontwikkeling van de kapconstructies in de periode vanaf de negentiende eeuw tot aan 1970. Prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting)

Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen – grafkelders in het Groningerland In veel Groninger kerken zijn grafkelders te vinden, statussymbool bij uitstek voor de bewoners van de Groninger borgen. Over deze kelders is weinig bekend. Ondanks de schaarse bronnen weet Harry Brouwer met behulp van historische krantenberichten vele interessante en soms lugubere verhalen naar boven te halen over de grafkelders in Oldehove, Feerwerd, Sauwerd, Wittewierum, Aduard, Pie­ ter­buren, Harkstede, Stedum, Zandeweer, Midwolde, Uithuizen, Wildervank, Ulrum, Wehe-den Hoorn, Middelstum en Leermens. De uitgave is de achttiende in een reeks uitgaven over kerken en kerkhoven uitgebracht door de Stichting Oude Groninger Kerken met als doel de belangstelling voor dit bijzondere culturele erfgoed in het Groningerland te bevorderen. Prijs ¤ 6,00 (donateurs 20% korting)

Zo bestelt u: elders in dit tijdschrift vindt u de bestelkaart van onze winkel. Vul deze in, plak er een postzegel op en doe deze op de bus. U ontvangt uw bestelling dan zo snel mogelijk thuis. Verzend- en administratiekosten zijn ¤ 5,- per bestelling. Bij uw bestelling zit een nota voor uw betaling. De inkomsten komen ten goede aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Wanneer u meer informatie wilt over uw bestelling kunt u contact opnemen met het bureau van de Stichting, (050) 312 35 69. Alle uitgaven zijn ook te koop via onze webwinkel: www.groningerkerken.nl/winkel


Zomerdagtocht Oost-Friesland

Grafkelders in het Groningerland - excursie

za 2 juli, wo 6, 13, 20 en 27 juli

za 25 juni

(a.u.b. aankruisen)

naam 

m v

naam 

adres

adres

postcode

postcode

woonplaats

woonplaats

e-mail

e-mail

telefoonnummer

telefoonnummer

, van wie  donateurs

(a.u.b. aankruisen)

m v

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Totaal aantal personen niet-donateurs en

 ik meld mij/ons aan voor de lunch (kosten niet inbegrepen) ik wil graag mee op  za 2 juli/  wo 6 juli/  wo 13 juli/  wo 20 juli/  wo 27 juli

Kosten (inclusief lunch): voor donateurs ¤ 30,-, voor niet-donateurs ¤ 37,50

 ik stap op de bus bij het Hoofdstation Groningen om 8.00 uur  ik stap op de bus in Nieuweschans om 8.30 uur Kosten voor donateurs ¤ 30,- en voor niet-donateurs ¤ 45,-

bestelkaart

Grafkelders in het Groningerland - lezing vr 8 april

Ik bestel:

(a.u.b. aankruisen)

naam  Vaktaal – vaktermengids bij kerkgebouwen Prijs ¤ 5,00 (donateurs 20% korting) aantal

De kerk als Schatkamer – De keuze van Museum Catharijneconvent Prijs ¤ 5,00 (donateurs 20% korting) aantal

Kerkkappen in Nederland 1800 – 1970 Prijs ¤ 14,95 (donateurs 20% korting) aantal

Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen Prijs ¤ 6,00 (donateurs 20% korting) aantal

vul a.u.b. ook de achterzijde in

m v

adres postcode woonplaats e-mail telefoonnummer

, van wie  donateurs

Totaal aantal personen niet-donateurs en

Gratis voor donateurs, kosten voor niet-donateurs ¤ 3,-


Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

bestelkaart

î Žm î Žv naam 

adres

postcode

woonplaats

handtekening

telefoonnummer overdag

Plak hier uw postzegel

Plak hier uw postzegel

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

Stichting Oude Groninger Kerken Coehoornsingel 14 9711 bs Groningen

e-mail


Me di at he e k Herdenken en herinneren

De mediatheek is toegankelijk voor een breed publiek: voor donateurs van de stichting, voor leerlingen of studenten die informatie zoeken voor werkstuk, spreekbeurt of scriptie, voor mensen die monumenten een warm hart toedragen. De catalogus is online te raadplegen: www. groningerkerken.nl/mediatheek

Dit onderwerp is goed vertegenwoordigd in de collectie van de mediatheek. Zo zijn er in ieder geval talloze foto’s van rouwborden, grafmonumenten (in en om de kerk), gedenkstenen, gedenkramen enzovoorts. Een groot deel van dit beeldmateriaal is gedigitaliseerd en terug te vinden in de online catalogus. Ook is veel geschreven over de memoriecultuur. Een van de best gedocumenteerde memoriestukken in de mediatheek is wel het praalgraf dat Rombout Verhulst in opdracht van Anna van Ewsum voor haar overleden man Carel Hiëronymus van In- en Kniphuisen liet vervaardigden. Een zeer bescheiden selectie uit de titels hierover: ‘De rouwende weduwe. Anna van Ewsum en het Midwolder praalgraf’ (Frits Scholten, Groninger Kerken, 1995, nr. 3), waarin vooral aandacht voor de motieven die schuilgaan in relatie tot zijn bijzondere iconografie. In Kerkcke tot Midwolde ende Nienoohrt (A. Mozes, 2005) wordt niet alleen het praalgraf beschreven maar is ook aandacht voor de overige memoria in de kerk: de rouwborden en het gedenkraam. Van Inn- en Kniphuisen. Een bijzonder monument in de collectie van de Rijksgebouwendienst (2005) is een uitgave naar aanleiding van de voltooiing van een grondige onderhoudsbeurt van het grafmonument in de kerk van Midwolde. En ten slotte het artikel met de mooie titel ‘Good widows and the sleeping dead: Rombout Verhulst and tombs fot the Dutch aristocracy’ in Sumptuous Memories. Studies in seventeeth-century Dutch tomb sculpture (F. Scholten, 2003). Over naar Henric Piccardt, die zichzelf maar al te graag liet memoreren en daar zelfs de gehele kerk van Harkstede voor gebruikte, getuige de uitgave De museale grafkerk van Harkstede. Tot eer van God… en van Piccardt (Marten Mulder, 2013). Ook uit ‘Het tekstloze epitaaf in Harkstede’ (K. van der Ploeg, Groninger Kerken, 2006, nr. 1) blijkt de memoriezin van deze ‘merkwaardige Henric Piccardt’. De volgende selectie betreft een aantal uitgaven/artikelen dat specifiek op de Middeleeuwen gericht is: Leven na de dood. Gedenken in de late Middeleeuwen (T. van Bueren en W.C.M. Wüstefeld, 1999). Dit boek verscheen bij gelegenheid van de tentoonstelling ‘Leven na de dood. Gedenken in de late Middeleeuwen’ in Museum Catharijneconvent, waarin de resultaten van het memorietafelproject (meer inzicht in de functies van memorietafels in de middeleeuwse memoria) gepresenteerd werden. In ons eigen kwartaalblad verschenen onder meer de artikelen ‘Met de dood voor ogen. Leven met het hiernamaals in middeleeuws Groningen’ (R. van Schaik, Groninger Kerken, 2002, nr. 4) en ‘Memoriecultuur in Fivelgo voor 1594’ (Kees Kuiken, Groninger Kerken, 2014, nr. 2) waarin de middel-

eeuwse herdenkingscultuur in Leermens wordt belicht door een meer dan vijf eeuwen oud misboek. In feite staat in de mediatheek de rubriek ‘Funeraire cultuur’ bol van het memoreren. Hier staat bijvoorbeeld onze eigen Kerkhovenserie. En niet te vergeten alle kerkhofinventarisaties waarvan een groot aantal online staat op www.groningerkerken.nl/kerkendigitaal/registers. Grafzerk van Willem Clant in de kerk van Leermens. Foto Omke Oudeman.


We r k in ui t voe r ing Interview met Daniël Oudman

Passie voor pleister Het gesprek heeft plaats op – te – grote hoogte, tussen steigerbuizen, loopplanken en gespannen zeildoek. Voor een stukadoor een vertrouwde omgeving, maar voor de interviewer wat minder. De monumentale Stads­ schouwburg van Groningen (1883) is voor Daniël Oudman uit Oostwold de komende tijd zijn werkomgeving. Een andere grote klus, herstel van de aardbevingsschade in de zes eeuwen oudere kerk van Krewerd, is zojuist achter de rug.

Van hoogmoed kan Oudman niet worden beticht. ‘Het mooiste compliment dat ik ooit heb gehad is “Dat ziet er verzorgd uit.” Daar was ik erg blij mee. Mijn werk is goed geslaagd als je iets hersteld hebt en het valt daarna niemand op.’

Gewelven De grote droom was ooit om vrachtwagenchauffeur worden. Maar toeval voerde Oudman op zijn zestiende naar Duits-

land, waar hij aan de slag ging als stukadoor. ‘Daar heb ik echt leren werken. En wat discipline is’. Na zes jaar keerde hij terug in Nederland. Voor zijn toenmalige werkgever was hij betrokken bij de restauratie van de Buitenkerk in Kampen. Daar sprong een vonk over. Meer kerkgebouwen volgden, zeker nadat hij in 2012 als zelfstandige aan de slag ging. In Groningen was hij onder meer werkzaam in de Juffertoren van Schildwolde en de kerken van Tjamsweer, Uithuizen en – het meest recent dus – Krewerd. ‘Ik heb wel een voorliefde voor middeleeuwse kerken. Helemaal alleen, hoog tussen de gewelven, dat is gewoon prachtig.’

Zacht herstel Oudman heeft grote interesse voor traditionele materialen en technieken. ‘Werk in middeleeuwse kerken moet je juist traditioneel houden. Vroeger werkten ze bijvoorbeeld met kalkdeeg dat met zand en een houtje werd opgeschuurd. Dat was het. En nadien werd alles witgekalkt. Als je dat van dichtbij bekijkt, dan zie je dat het allemaal niet zo strak is, maar dat de structuur mooi organisch is’. Graag werkt hij daarom met originele kalkproducten zoals oude gebluste kalk (‘putkalk’) met wat zand. Ook kijkt hij goed naar hoe het origineel zich door de eeuwen heen heeft gehouden en Foto Jelte Oosterhuis.


gedragen. Voor de kerk van Krewerd maakte hij bijvoorbeeld reparaties op kleur. Scheuren werden door hem hersteld door ze te injecteren en daarna de losse delen minutieus vast te zetten. Wie nu de kerk betreedt, zal dan ook niet zien dat er maandenlang hard gewerkt is. ‘Zacht herstel vind ik een mooie uitdrukking. Dat klinkt ook nog eens heel lief.’

Tegen de stroom in Werken met de juiste materialen is één ding, maar Oudemans overtuiging is dat de werkwijze van even groot belang is. Plezier in het werk, gevoel en passie – ‘dat woord wordt misschien te vaak onterecht gebruikt, en dat is jammer’ – spelen daarin een grote rol. ‘Het is misschien helemaal tegen de stroom en de tijdgeest in, maar je moet tijd nemen voor dit soort restauraties. Dat verdient elk monument en zeker middeleeuwse kerken. Je hebt de tijd nodig die het vraagt om een probleem tot de wortel te kunnen aanpakken.’ De werkplek, een kerk of oud pand, biedt hem in de eerste plaats al inspiratie. ‘Je moet zélf ontdekken wat goed is. Je voelt aan oude materialen en je klopt erop. Elke schade heeft zo haar oorzaak, en de eerste vraag is wat die oorzaak is.’ ‘Veel leer ik daarnaast door vragen te stellen aan mensen met veel ervaring. Het restauratievak is toch een klein wereldje, waarin iedereen doorgaans graag kennis deelt. In Krewerd werkte ik, net als in de kerken van Uithuizen en Kampen, met de restauratieschilders Aafje Bouwhuis en Nanon Journée, twee vrouwen van wie ik veel heb geleerd. Kortom: durf te vragen en onderbouw het goed voor je zelf. Dat is toch niet zo ingewikkeld?’ Werkzaamheden in de kerk van Krewerd.


D e k e r k a l s p odium

In alle kerken die de Stichting Oude Groninger Kerken beheert, worden bijzondere activiteiten aangeboden. In deze rubriek lichten we een aantal daarvan uit. Voor een compleet en actueel overzicht kunt u terecht op www.groningerkerken.nl/agenda. Geen beschikking over internet? Neem dan contact op met het secretariaat van de Stichting. De medewerkers kunnen u van een papieren agenda voorzien.

De grafkelder van de familie Piccardt in de kerk van Harkstede. Foto archief SOGK.

Grafkelders in het Groningerland - Lezing en excursie Op vrijdag 8 april vindt de presentatie plaats van Een grote hoop verrot holt en dog weijnig beenderen. Harry Brouwer weet in deze uitgave met behulp van historische krantenberichten vele interessante verhalen naar boven te halen over grafkelders in het Groningerland. Aansluitend geeft de auteur vanaf 20.15 uur een lezing. Hij besteedt daarin uitgebreid aandacht aan door hem beschreven grafkelders en de daarbij behorende verhalen. Over deze kelders is weinig bekend omdat ze vaak moeilijk toegankelijk zijn. Soms verdween de ingang onder een houten vloer. Als de familie uitstierf, werd er geen onderhoud meer gepleegd en raakte de kelder in de vergetelheid. Ook organiseren we op zaterdag 25 juni een dagvullende busexcursie naar de grafkelders in het Groningerland.

Harry Brouwer is gids tijdens deze tocht en een van onze SOGK-vrijwilligers is deze dag aanwezig voor tekst en uitleg over het omringende landschap. De bus vertrekt om 10.00 uur bij het Hoofdstation in Groningen en we zijn hier circa 17.00 uur weer terug. De kosten voor de lezing zijn ¤ 2,50, donateurs van de SOGK gratis entree. De kosten voor deelname aan de excursie zijn ¤ 37,50, donateurs van de SOGK betalen ¤ 30,00. Deze prijs is inclusief lunch. Meer informatie over de lezing en de excursie vindt u op www.groningerkerken.nl. Opgave voor de lezing en/of de excursie kan met het antwoordkaartje in het middenkatern van dit tijdschrift of via info@goningerkerken.nl o.v.v. lezing 8 april en/of excursie 25 juni.

Kunst in de BLOB Met veel plezier kondigen we de derde ‘Kunst in de Blob’ expositie aan! Hoe ervaar je de wereld om je heen? Wat is echt en waar begint de verbeelding? Deze vragen zijn van toepassing op het werk van drie talentvolle kunstenaars. Barbara Groenwold maakt beelden in grafiek, tekeningen, schilderijen en foto’s: ‘Mijn werkelijkheid bestaat uit lagen. De buitenkant, de laag vlak onder de oppervlakte, en de diepere liggende waarheid. Mijn verbeelding gaat over de buitenkant, maar laat ook de laag daaronder zien of de laag die ik er onder zie.’

Optreden in de kerk van Holwierde tijdens de vorige editie van Terug naar het begin. Foto Kees van de Veen.


Het uitzicht uit de kerktoren van Termunten, één van de Landmerken. Foto archief SOGK.

Frieda de Witte snijdt met haar losse, luchtige tekenstijl, grote onderwerpen aan: ‘Menselijkheid zoeken en bewustwording creëren vind ik een belangrijk element in mijn te­ keningen. Het lijken losse en luchtige pentekeningen, maar zoals het kwaad zich hult in vriendelijke en onschuldige mensen, zijn mijn tekeningen net zo bedrieglijk.’ Mathilde van Wijnen is een dubbeltalent: naast beeldend kunstenaar is ze professioneel celliste, gespecialiseerd in oude muziek. Deze combinatie zie je in haar werk terug. ‘In de kunst voel ik me aangetrokken door ruimtes waar rust is om volledig te “zijn”. Die vind ik in de natuur maar ook in de muziek van JS Bach en Arvo Pärt. Mijn werk is een verbeelding hiervan.’ De expositie is te bekijken van 4 april t/m 4 juli. Locatie: Remonstrantse kerk Groningen, Coehoornsingel 14, Groningen. Open op werkdagen van 9.00-16.30 uur, gratis entree; graag even aanbellen.

Orgeldag Noord-Nederland Tijdens de Orgeldag Noord-Nederland op zaterdag 14 mei staan de deuren van tal van kerken open voor orgelliefhebbers. Ook de werkplaats van Orgelmakers Mense Ruiter (Zuidwolde) is deze dag geopend voor het publiek. Wie niet alleen wil luisteren, maar ook wil spelen, moet zich wel even aanmelden. Kijk voor meer informatie, zoals kosten van deelname en het overzicht van geopende kerken, op de website van Stichting Hinszorgel Leens: www.hinszorgelleens.nl.

Terug naar het begin Op zaterdag 21 mei zijn twaalfde en dertiende-eeuwse kerken in het historische wierdenlandschap opnieuw podium en decor voor muziek, poëzie, theater of lezingen. Met Appinge­ dam als cultureel hart, volgt het publiek het programma van kerk naar kerk. Dit jaar staan er twintig verschillende acts op het programma, waaronder optredens van saxofonist Yuri Honing, dichter Tjitske Jansen, singer-songwriter Lucky Fonz III, de Groningse cultheld Meindert Talma en het akoestisch popduo Clean Pete. Zoals u inmiddels gewend bent, start de dag met Henk van Os – Universiteitshoogleraar aan de Uni-

versiteit van Amsterdam- en journalist/dichter Marjoleine de Vos. Zij luiden het festivalthema in: Leven in verhalen. Welke verhalen houden ons vandaag de dag bezig: zitten we gevangen in ons eigen verhalen of werken ze juist bevrijdend? Staan we open voor de verhalen van anderen en kunnen we die begrijpen? Koop uw ticket voor 1 mei: u ontvangt dan als donateur bovenop de 10% donateurskorting, ook 10% vroege-vogel-korting. Ga naar www.terugnaarhetbegin.nl.

Nacht van Diskursi Op donderdag 26 mei 2016 vindt in de Der Aa-kerk te Groningen de tweede editie van Nacht van Diskursi plaats. Dit jaar staat het thema Europa centraal. Eén van de sprekers is Agnes Jongerius, lid van het Europees Parlement en oud vakbond bestuurder. Zij zal aan de hand van haar eigen ervaringen binnen de Europese politiek verhalen over de relatie tussen de Europese Unie en Nederland. Meer informatie: www.diskursi.nl.

Abt Emo Lezing De derde Abt Emo Lezing vindt plaats op 4 juni in de kerk van Wittewierum. Rector magnificus Rik Torfs van de Universiteit van Leiden is bereid gevonden deze lezing uit te spreken. Torfs is jurist kerkelijk recht en dus een collega van abt Emo, die dit vak in Oxford studeerde. Het thema dat hem voor de lezing is aangeboden, maar waarop hij kan variëren, is ‘De kracht van internationale contacten binnen Europa. Emo kon daarop terugvallen. Kunnen wij dat ook nog?’ De lezing wordt georganiseerd door Stichting Erfgoedpartners en schrijfster/ historicus Ynskje Penning, met steun van prof. dr. Elmer Sterken, rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen. Voor meer informatie zie www.groningerkerken.nl.

Stichtingsconcert Tijdens het jaarlijkse Stichtingsconcert worden traditie­ getrouw werken van Bach ten gehore gebracht, dit keer op zondag 5 juni in de kerk van Garmerwolde. Bertrand Cuiller (klavecimbel) en Sophie Gent (viool) zijn al jarenlang graag geziene gasten op internationale podia vanwege hun poëti-


sche vertolkingen van zijn muziek. In een programma met sonates en suites van J.S. en C.P.E. Bach voor viool en klavecimbel staan zij garant voor een intieme afsluiting van dit seizoen. Musica Antiqua Nova organiseert dit concert i.s.m. de SOGK. Aanvangstijd 15.00 uur. Donateurs van de SOGK krijgen ¤ 5,00 korting op de toegangsprijs.

Open Toren Dag Op zaterdag 11 juni, Open Toren Dag, kunt u zich in een groot aantal torens laten informeren over de luidklokken, de torenuurwerken en in sommige gevallen de oude speeltrommels en carillons. Uiteraard doen ook een aantal van onze (Landmerken)torens mee, zoals die van Middelstum, Saaxum­ huizen, Hornhuizen, Termunten, Uitwierde en Finsterwolde. Beklim de torens en kijk zover je kunt – over zee en land, tot aan de stad. Zie ook www.landmerken.nl.

Quiltfestival Noord Groningen Van vrijdag 10 t/m zondag 12 juni vindt weer het tweejaarlijks Quiltfestival Noord Groningen plaats in de gemeente Eemsmond. Prominente quilters uit binnen- en buitenland exposeren in 28 karakteristieke gebouwen, waaronder veel kerken. Er zijn drie wandelingen langs dit religieus erfgoed beschreven. De deelnemers komen deze keer uit Rusland, Tsjechië, Italië, Duitsland, Vlaanderen en uit alle delen van Nederland. Zij zorgen voor een heel divers aanbod van quilts, variërend van traditioneel tot art. Aan het tweejaarlijkse festival is een wedstrijd met het thema ‘vlucht’ verbonden. Ook de bekende textielbeurs vindt weer plaats in de Op Roakeldaishal te Warffum. Nieuw in het programma is de buitententoonstelling op het grasveld bij de kerk en de begraafplaats in Rottum. Zie ook www.quiltfestival.nl Werk van de Quiltgroep de Reitdiep Rijgers is te zien in de kerk van Warffum.

De vestingkerk van Oudeschans, deelnemer aan Kerkenpad OostGroningen. Foto Willem Friedrich.

Kerkenpad Oost-Groningen In de zomer van 2015 is voor het eerst een Kerkenpad Oost-Groningen georganiseerd. Het idee ontstond binnen de kerkelijke gemeenten en de kerken in de regio behorend bij de Stichting Oude Groninger Kerken. In totaal stelden achttien kerken hun deuren open voor een breed publiek. In elke kerk was een kundige verteller aanwezig, werd het orgel bespeeld of was een expositie te bezichtigen. Het succes was dermate groot, dat aan het initiatief nu een vervolg wordt gegeven: op zaterdag 18 juni staan de deuren van twintig Oost-Groninger kerken open van 11:00 tot 16:00 uur. Ook dit jaar wordt in diverse kerken een extra activiteit georganiseerd. In het vestingkerkje van Oudeschans is bijvoorbeeld een foto-expositie te zien rond het onderwerp ‘het Oldambtster landschap’. Meer info: www.groningerkerken.nl. Deelnemende kerken aan Kerkenpad Oost-Groningen.

De Stichting is een uitgave van de Stichting Oude Groninger Kerken. Dit katern verschijnt vier maal per jaar, los en als onderdeel van het tijdschrift Groninger Ker­ken, voor donateurs van de stichting. • Redactie: Martin Hillenga • Vormgeving en productie: Ekkers en Paauw • Drukwerk en verzending: Zalsman Groningen • Adres: Coehoornsingel 14, 9711 bs Groningen • telefoon (050) 312 35 69 • e-mail: info@groningerkerken.nl • www.groningerkerken.nl


spot van alle mensen.10 Of dit harde oordeel van Eppens zonder bedenking overgenomen moet worden, is de vraag. Een rol daarbij zal namelijk ook gespeeld hebben dat Wolter weliswaar na 1580 als voorstander van de Reformatie in bal­ lingschap naar Emden ging, maar zich later gematigder toon­ de, in de Ommelanden terugkeerde en tegen zijn protestante verwanten over erfenissen procedeerde. Hij toonde zich daar­ mee in Eppens’ ogen niet solidair met zijn medeballingen. Vóór zijn overlijden in 1587 keerde Wolter overigens tot zijn protestantse opvattingen terug, maar zijn weduwe en doch­ ter lieten hem, tegen zijn wil, op katholieke wijze begraven.11 Zijn zoon Luert was hem in hetzelfde jaar in Friesland in de dood voorgegaan, nog geen veertig jaar oud, met nalating van een dochter uit zijn korte huwelijk met Frouke Entens. Hij had zijn goederen geheel verteerd – aldus Abel Eppens –, in de ijdele verwachting van promotie tot kapitein.12 In 1578 had hij De Wijert al moeten verkopen. Wolters dochter Jeye lijkt ongehuwd te zijn gebleven en zijn dochter Hidde trouwde een militair op het slot Dillenburg. Tot de bedelstaf geraakte deze tak van het oude geslacht Huinga niet, maar met de vroegere glans was het gedaan.

Wat resteert zijn de sporen in Uithuizermeeden, al is het niet meer dan een schaduw van de situatie in de zestiende eeuw. De borg Ungersma heeft geen adellijke bewoners meer ge­ kend en werd tot boerderij verbouwd. Het grafmonument voor Rudolf Huinga werd in 1640 verplaatst naar de huidige locatie aan de zuidmuur van de kerk. Het hekwerk dat het later omgaf en nog enige glans verschafte, werd in de vorige eeuw verwijderd en ligt nu opgeslagen in de kerkschuur — het pleidooi van Teun Juk om dit te herstellen verdient dan ook opvolging.13 De grafzerken van Ode en Rudolf werden eveneens van het koor verwijderd en onder de vloer in de toren begraven. In 1937 werden zij teruggevonden.

De postume reputatie van Rudolf Huinga Toch hebben de inspanningen van het echtpaar HuingaRengers de herinnering aan Rudolf Huinga veel goed gedaan. In 1828 verhaalt de schoolmeester van Uithuizermeeden over Ungersma dat volgens overlevering Jr. Rodolf Huninga of Huinga vóór de Reformatie de borg bewoonde, ‘zynde een zeer vermogend en verdienstelyk Edelman geweest, en uit hoofde van zyne groote kundigheden de vraagbaak der inge­

10 ‘Daer mede alle hoer guederen beswaert, dat geslechte vernichtiget, in armoet vnd verachtunge gecomen, een spot van alle menschen geworden sindt.’ 11 Kroniek van Abel Eppens II, 547. 12 Ibidem, 515. 13 T.B. Juk, ‘De hervormde kerk’, in: De Boer e.a., Meij 650, 122-123.

7 Tekening door J.C. Wendel van het grafmonument, circa 1850-1860. Foto Universiteitsbibliotheek Leiden, collectie Bodel Nijenhuis.

69


70

8 Het monument voor Rudolf Huinga omstreeks 1920, omgeven door een hek. Foto P. Kramer, collectie RHC Groninger Archieven (818-15445). 9 Detail van het grafmonument voor Rudolf Huinga, wiens reputatie na zijn dood aanzienlijk toenam. Foto Redmer Alma.

zetenen, ook was het vorige orgel in de kerk alhier, door hem bekostigd geworden; uit kracht van welk een en ander dan ook de ingezetenen van de Meeden op hunne kosten, de graf­ tombe op het koor van de kerk alhier, ter zyner eere en ge­ dachtenis hebben laten vervaardigen. Ofschoon geharnasd zynde schynt echter niet zeker te zyn, dat Huninga tot den Krygsdienst behoorde. Hy is gehuwd geweest aan Oede Tam­ minga, doch zonder kinderen verwekt of althans nagelaten te hebben, overleden.’ De overlevering heeft dus de verdiensten van vader en zoon Huinga met elkaar verenigd en heeft de eer voor de vervaardiging van het monument aan de bevolking toegeschreven. Een tekening in de collectie Bodel Nijenhuis van het monument maakt het nog bonter en meldt zelfs dat Rudolf overste onder Karel V en in 1566 medeondertekenaar van het Verbond der Edelen was.14 In dit opzicht zijn Wolter Huinga en Anna Rengers in hun opzet zeker geslaagd en heeft de memoria voor de betreurde zoon de werkelijkheid verre overtroffen. Redmer Alma (mail@redmeralma.nl) studeerde Geschiedenis en Wiskunde aan de RUG en bereidt een proefschrift voor over de Ommelander adel in de Late Middeleeuwen.

14 Universiteitsbibliotheek Leiden, Coll. Bodel Nijenhuis. Tekening door J.C. Wendel, ca. 1850-1860.


Elmar Hofman

Het belang van de bijzondere gedenktekens van Frans en Egbert Rengers

Ronde rouwborden in Hellum De Walfriduskerk in Hellum huisvest de oudste en enige ronde rouwborden van Groningen. Door hun bijzondere vorm en interessante geschiedenis zijn deze exemplaren van grote waarde. Waarom wer­ den ze in Hellum opgehangen? En is hun vorm echt zo bijzonder? Deze vragen en het belang daarvan staan centraal in dit verkennende artikel. Het is 1587. De Opstand tegen de Spaanse landsheer woedt al bijna twintig jaar en zeven jaar tevoren ging de stad Gro­ ningen over naar het Spaanse kamp. De aanhangers van de protestantse en Ommelander zaak zijn gevlucht, onder wie velen naar Oost-Friesland. Een van de bannelingen is Johan

Rengers van Hellum (†ca. 1608). Hij is een leidende figuur in de Opstand in de Ommelanden en bevindt zich in 1587 in Emden. In deze turbulente tijd besluit Johan een rouwbord voor zijn vader te laten maken en dat in de kerk van Hellum te laten ophangen.1

1 Aan deze gebeurtenis wordt drie keer gerefereerd in de kroniek van Abel Eppens. J.A. Feith en H. Brugmans (red.), De kroniek van Abel Eppens tho Equart II (Amsterdam 1911) 474, 487 en 629-630.

1 De Walfriduskerk van Hellum uit het zuidoosten. Foto archief Regnerus Steensma.

71


72

2 De omvangrijke kroniek van Abel Eppens (1534-1590). Eppens werd geboren op het Bolhuis in Eekwerd en studeerde aan de Maartensschool in Groningen en de universiteiten van Leuven, Keulen en Wittenberg. Tijdens zijn studie deed hij reformatorische sympathieën op. In 1580 vluchtte hij naar Emden, waar hij begon aan zijn ‘Der Vresen Chronicon sonderling der stadt Groningen unde Ommelanden’. Collectie RHC Groninger Archieven (835-7b). 3 De stad Emden ving tijdens de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog zo’n zesduizend geloofsvluchtelingen uit de Nederlanden op. Door hun nakomelingen werd in 1660 een zandstenen reliëf aan de Großen Kirche (de ‘Moederkerk’) geschonken. Dit ‘Schepken Christi’, aangebracht boven het oostportaal van de kerk, is voorzien van het randschrift ‘Godts kerck, vervolgt, verdreven, heft Godt hyr trost gegeven.’ Foto Matthias Süßen / Creative Commons.


Deze daad kwam hem op kritiek te staan. De Ommelanden werden grotendeels beheerst door de Spaansgezinden en de kroniekschrijver Abel Eppens (1534-1589/90), de enige bron voor de plaatsingsgeschiedenis van de Hellumse rouwbor­ den, schrijft dat Rengers ‘ganslicken suspect’ was en ‘voer ontrow der gemene sake gefonden’ omdat zijn goederen niet geconfisqueerd waren en zijn broer en zus zijn vaders wapen in de kerk konden plaatsen.2 Of deze aantijgingen terecht waren, is niet zeker; Abel laat zich in zijn kroniek regelmatig negatief uit over Johan.3 Het blijft opvallend dat Johan in deze omstandigheden een rouwbord voor zijn vader in de kerk wil­ de hangen, zeker als men de tekst op het cartouche onder het bord leest : ‘An. 1568 up avende Martini, starf der Edeler und Erentvester Frans Renghers, geborener van den Poste, tho Hellem, Schiltwolde en Sydeburen in Duurswolt hoefling’. Zijn vader was al negentien jaar daarvoor overleden. Aangezien Johan Rengers een van de leiders van de Op­ stand was, moet het plaatsen van het rouwbord in een door de tegenstander beheerst gebied heel wat voeten in de aarde hebben gehad. Volgens Abel Eppens is het rouwbord in Em­ den gemaakt. Vervolgens moet het naar Hellum zijn getrans­ porteerd, alwaar Johans broer en zus het in de kerk geplaatst hebben. Alle getrooste moeite suggereert dat dit rouwbord een grote betekenis had voor Johan.

Functie Een rouwbord was allereerst een object van rouw en memo­ rie. 4 Het ophangen van het bord kon onderdeel zijn van een uitgebreid begrafenisritueel, dat gepaard ging met periodes van klokgelui, een lijkstoet en sombere aankleding van kerk, huis en gemeenschap. De overledene kreeg een plek in de kerk en het bord was zowel een herinnering aan een persoon als aan de tijdelijkheid van het leven. Op het rouwbord ston­ den vaak de sterfdatum en de naam, maar het meest promi­ nente element was het familiewapen. Daarmee presenteerde men zich tijdens het leven en door de afbeelding op het bord bleef het de persoon na de dood belichamen. Het wapen toonde ook een andere functie van het rouw­ bord: representatie van aanzien en macht. Rouwborden wa­ ren over het algemeen voorbehouden aan de elite en door de wapens op de borden waren zij nadrukkelijk aanwezig op de plek waar iedereen samenkwam. Kerken konden volge­ hangen zijn met borden van een bepaalde familie, wat aangaf dat deze al meerdere generaties invloedrijk in de regio was. Ze konden onderdeel uitmaken van een met heraldiek over­

laden interieur van de kerk, die in sommige gevallen de vorm kon aannemen van een privékerk van het geslacht van de plaatselijke heersers. Jonker Johan Rengers was een telg uit een geslacht dat sinds de vijftiende eeuw woonde op de Menoldaborg te Hel­ lum en de plaatselijke heerlijkheid bezat.5 De rouwborden in Hellum zijn de oudst overgebleven getuigenis van de praktijk van Ommelander jonkers om rouwborden in de lokale kerk te hangen. De twee genoemde functies van rouwborden hebben ongetwijfeld een rol gespeeld bij Johans beweegredenen, maar waarom deed hij juist in 1587 deze moeite, negentien jaar na het overlijden van zijn vader? Het bericht dat Johan zijn vaders rouwbord door zijn broer en zus in de kerk van Hellum liet aanbrengen, gaat in de kro­ niek van Abel Eppens tot tweemaal toe gepaard met de ver­ melding dat hij, wederom met de hulp van zijn zus, ervoor had gezorgd dat zijn (familie)goederen niet geconfisqueerd werden. Was Johan tijdens zijn ballingschap bezig met het consolideren van zijn lokale bezittingen en macht, en zette hij zijn aanspraken visueel kracht bij door de plaatsing van een rouwbord? Door middel van het wapen op het rouwbord was de familie bij zijn afwezigheid toch visueel aanwezig en werd uitgedrukt dat de Rengersen belangrijke personen in de regio waren. Verder onderzoek naar Johans situatie en han­ delingen in deze periode moet uitwijzen of deze stelling houdbaar is. Mogelijk speelden andere redenen een rol, maar de complexe omstandigheden suggereren dat de plaatsing van het rouwbord van Frans Rengers een weldoordachte en betekenisvolle aangelegenheid was. Juist hierom is de ge­ schiedenis van deze gebeurtenis van belang voor de studie naar het gebruik en de betekenis van rouwborden en daarom verdient deze in de toekomst nader onderzoek.

Vorm Ook de vorm van de Hellumse borden is bijzonder: het zijn de enige ronde rouwborden in Groningen. De borden van Frans en Egbert Rengers vertonen een grote gelijkenis. Op het ron­ de bord dragen ze uiteraard hetzelfde volle wapen: in blauw een gouden dwarsbalk vergezeld van drie gouden rozen, waarvan twee boven en een onder de dwarsbalk geplaatst zijn. Beide rouwborden hebben met een doorsnede van onge­ veer 58 centimeter dezelfde omvang en onder beide exempla­ ren is een rechthoekige cartouche bevestigd met daarop de naam, titel en sterfdatum van de overledene. Het grote ver­ schil tussen beide is dat het bord van Frans Rengers in hout

2 De kroniek van Abel Eppens II, 629-630. 3 Otto S. Knottnerus en Meindert Schroor, ‘De opstand 1568-1594’, in: M.G.J. Duijvendak e.a. (red.), Geschiedenis van Groningen. II Nieuwe Tijd (Zwolle 2008) 107-152, aldaar 148-150. 4 Over de functie van rouwborden: Redmer Alma, ‘De adellijke dood verbeeld. Rouwborden en monumenten’, in: Justin Kroesen en Regnerus Steensma (red.), De Groninger Cultuurschat. Kerken van 1000 tot 1800 (Assen 2008) 124-134 en Adolf Pathuis, ‘Rouwborden in Ommelander kerken’, Publicatiemap Stichting Oude Groninger Kerken I (1970) 49-77. 5 W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijkveld Stol en A. Pathuis, De Ommelander borgen en steenhuizen (Assen 1973) 162-164.

73


4 Rouwbord van Frans Rengers († 1568). Foto archief SOGK.

74

gesneden is en dus reliëf heeft: het volle wapen komt uit het bord naar voren en heeft daardoor een dynamischer voorko­ men dan dat van zijn zoon. Het bord van Egbert Rengers is in dit stuk nog weinig aan bod gekomen, omdat over de productie- en plaatsings­ geschiedenis niets bekend is. Daar waar Abel Eppens ver­ scheidene malen over het rouwbord van Frans Rengers be­ richt, zwijgt hij over dat van Egbert. Eppens schrijft alleen dat Egbert in 1581 was ‘verstorven in den pest’, een jaar eerder dan op zijn rouwbord staat vermeld. Door gebrek aan bron­ nen is het onzeker of het rouwbord van Egbert, net als dat van zijn vader, ook in Emden gemaakt is, maar de sterke over­ eenkomsten doen dit wel vermoeden. Er zijn geen Groninger exemplaren die lijken op deze twee uit Hellum. De oudere rouwborden in Groningen hebben vaak een ruitvorm, zoals het derde bord in de kerk van Hellum, dat van Anna van Ittersum (†1630). Er is wel een epitaaf dat ge­ lijkenis vertoont met de rouwborden van Frans en Egbert Ren­ gers, namelijk dat van Gert van den Clooster (ook bekend als Gert van Dornum) in de Nicolaikerk in Appingedam. Deze ronde steen heeft op de rand een inscriptie met de naam en de sterfdatum en een wapen siert het midden. Gert was in Drenthe geboren, maar getrouwd met de Oost-Friese Almuth von Kankena en aldaar werd hij de stamvader van het Dornu­ mer geslacht Von Closter. In de Dornumer kerk bevinden zich twee gelijkvormige epitafen en het is waarschijnlijk dat het epitaaf van Gert een Oost-Friese traditie van de familie volgt.6 Het epitaaf kwam in Appingedam terecht omdat Gert daar in 1515 sneuvelde. De rouwborden van de Rengersen en het epitaaf van Gert van den Clooster hebben dus niet alleen hun vorm gemeen, maar ook hun Oost-Friese connectie. De gedachte dat de rouwborden rond zijn omdat ze uit dat gebied kwamen (dat van Frans zeker, dat van Egbert mogelijk) dringt zich op. Daarom is het zinvol om kort een blik te werpen op de ontwik­ keling van rouwborden bij onze oosterburen.

Duits en Oost-Fries Net als in Nederland zijn in Duitsland rouwborden slechts sporadisch onderzocht en bestaat er geen volledige inventa­ risatie. Toch kan men uit verschillende lokale studies en da­ tabases vaststellen dat ronde rouwborden in Duitsland geen uitzonderingen zijn.7 Integendeel, ze komen veelvuldig voor.

5 Rouwbord van Egbert Rengers († 1581/82 ). Foto archief SOGK.

6 Groninger Kerken. Groningen & Oost-Friesland. Een gedeeld middeleeuws verleden. Eine geteilte mittelalterliche Vergangenheit, 28 (2011) nr. 2, 46. 7 Het volgende is gebaseerd op: Kurt Pilz, ‘Der Totenschild in Nürnberg und seine deutschen Vorstufen’, Anzeiger des Germanischen Nationalmuseums (1939) 57–112, Albrecht Rieber, ‘Totenschilde im Ulmer Münster’, in: Hans Eugen Specker en Reinhard Wortmann (red.), 600 Jahre Ulmer Münster. Festschrift (Stuttgart 1977) 330-376 en Dieter Müller-Bruns, ‘Heraldische Besonderheiten. Totenschilde’, Kleeblat. Zeitschrift für Heraldik und verwandte Wissenschaften (2012) 42–51.


De oudste rouwborden in Duitsland hebben de vorm van een verdedigingsschild, in navolging van de praktijk om het daadwerkelijke schild van de overledene bij het graf te plaat­ sen. Het ronde rouwbord kwam in sommige plaatsen, zoals in Neurenberg, in de veertiende eeuw op, maar kende vooral in de vijftiende eeuw een wijde verbreiding. Het betrof aan­ vankelijk een houten schijf met het wapen van de overledene daarop geschilderd, maar al snel werd het gebruikelijk om het volle wapen in hout te snijden zodat het uit het bord naar voren kwam, een uitvoering die ook bij het bord van Frans Rengers te zien is. De meeste ronde rouwborden zijn voorzien van een inscriptie met de naam, titels en sterfdatum van de overledene die rondom loopt, precies zoals bij het epitaaf van Gert van den Clooster. In de zestiende eeuw raakten rechthoekige rouwborden in zwang, maar ronde rouwborden werden tot in de zeventiende eeuw vervaardigd. De inscriptie bevond zich bij de vroegmoderne exemplaren niet altijd meer rondom het rouwbord, maar kon ook op een cartouche onder­ aan het bord weergegeven zijn, zoals bij de Rengersen het geval is. De Duitse studies zijn vooral gebaseerd op enkele Zuid-Duitse kerken waar zich uitzonderlijk rijke collecties rouwborden bevinden, zoals in Neurenberg en het munster van Ulm, maar ook in het noorden zijn nog enkele ronde exemplaren te vinden. In Emden bevindt zich het rouwbord van Enno I, een telg uit het Oost-Friese gravengeslacht Cirk­ sena. Dit grote rouwbord met een diameter van 125 centime­ ter heeft een ronde vorm met het volle wapen in het midden en inscriptie rondom.8 Enno stierf in 1491 op dertigjarige leeftijd een tragische dood. Net veilig teruggekomen van een tweejarige pelgrimstocht naar Jeruzalem stormde hij tijdens een woedeaanval midden in de winter in volle uitrusting zijn burcht uit. Hij zakte door het ijs van de burchtgracht en ver­ dronk.9 Na zijn overlijden werd in het klooster Marienthal in Norden een rouwbord voor hem opgehangen, dat tegenwoor­ dig in de Johannes a Lasco Bibliotheek in Emden te bewonde­ ren is.

Schaarste De in Emden gemaakte rouwborden van Hellum lijken dus te passen in de traditie die ook in Oost-Friesland voorkwam. Hebben de Hellumse rouwborden deze vorm omdat ze aan de overzijde van de Dollard vervaardigd zijn? Dat zou een te haastige conclusie zijn. Het grote probleem in het onderzoek naar rouwborden is hun schaarste, zeker wat betreft de vroege periode. Niet veel rouwborden doorstonden de tand des tijds. Aanvankelijk waren ze waarschijnlijk gemaakt voor tijdelijk gebruik. Daarnaast werden exemplaren hergebruikt. Het originele bord kon overschilderd worden om iemand 8 Uwe Roeder, Johannes a Lasco Bibliothek Große Kirche Emden. Ein Führer durch Bibliothek und Gebäude (Lindenberg 2001) 16. 9 Heinrich Schmidt, Politische Geschichte Ostfrieslands (Leer 1975) 121.

6 Rouwbord van Anna van Ittersum († 1630). Foto archief SOGK. 7 Epitaaf van Gert van Dornum († 1515) in de Nicolaikerk, Appingedam. Foto archief Regnerus Steensma.

75


76

8 Het rouwbord van Margaretha Elisabeth Ripperda in de kerk van Oosterwijtwerd, dat eerder haar moeder Josina Maria Ripperda had gediend. Foto archief SOGK.

9 Een 17e-eeuwse kerkkroniek in een nis in de oostwand van het koor van de Hippolytuskerk van Middelstum. De zwarte schilderingen vormden de achtergrond van twee – inmiddels verdwenen – rouwborden. Foto Omke Oudeman.

anders te presenteren en herinneren, zoals deels het geval is bij het rouwbord van Margaretha Elisabeth Ripperda in de kerk van Oosterwijtwerd, dat oorspronkelijk het wapen van haar moeder Josina Maria Ripperda weergaf. Later, ten tijde van de Bataafse Revolutie, werden alle objecten met adellijke kenmerken niet altijd zonder geweld uit de kerk verwijderd, zo ook rouwborden. De borden die zich nu nog in kerken bevinden, vertegenwoordigen daarom slechts een fractie van hun oorspronkelijke aantal. De borden van Egbert en Frans Rengers zijn de enige be­ waard gebleven Groningse exemplaren uit de zestiende eeuw, maar dat betekent niet dat het toen de enige rouwbor­ den waren.10 Afwezigheid van bewijs is hier geen bewijs voor afwezigheid. Op basis van deze twee borden kunnen geen

zekere uitspraken gedaan worden over een Groninger tradi­ tie. Mogelijk danken ze hun vorm aan het feit dat ze in Oost-­ Friesland gemaakt zijn, maar het is ook voorstelbaar dat deze rouwbordentraditie ook aan deze zijde van de Dollard te vin­ den was. Alleen een zoektocht naar nieuwe gegevens zou het onvolledige beeld kunnen invullen. Elmar Hofman (elmar.hofman@uni-muenster.de) is weten­ schappelijk medewerker aan de Westfälische-Wilhelms­ universität in Münster en doet zijn promotieonderzoek naar middeleeuwse wapenboeken in West-Europa.

10 Zie in deze aflevering van Groninger Kerken ook de bijdrage van Redmer Alma over de memoria voor Rudolf Huinga.


Postbus 5086 Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum 9700 GB Groningen tel fax

T 050-2100194 M 06-26888044

www.tomfeith.nl info@tomfeith.nl

050 301 12 00 050 301 17 00

info@johnlemmen.nl

Verbindingsweg 13 9781 DA Bedum tel

050 301 12 00

“Wat Arrix vooraf heeft beloofd, fax 050 301 17 00 zijn ze ook nagekomen”

info@johnlemmen.nl

Vertrouwt u ook blind op uw ICT? ICT-oplossingen moeten uw bedrijfsvoering eenvoudiger, rendabeler, effi ciënter en plezieriger maken. Met dit in gedachten werken onze medewerkers iedere dag met veel plezier aan uitdagende projecten. Het resultaat? ICT waar u gemak van heeft en waar u blind op kunt vertrouwen.

Rob Rikmanspoel, Divisiemanager Bedrijfsdiensten IMpact ‘IMpact maakt werk mogelijk’

Heideanjer 2 | Drachten | 0512 - 543 221 | www.arrix.nl

16013934-1_ARRIX_Adv_StichtingGroningerKerken_190x65,5.indd 1

22-01-16 14:11


DAN

r 0 5 MEER

Jaa

E R VA

RING

Van Lierop Conserveert & Herstelt Hout | Verdrijft Vocht

Van Lierop Van Lierop

Een gezonde kijk op onroerend goed Onderzoek op (hout)aantasting | Houtinsectenbestrijding Zwamsanering | IsochipsÂŽ-kruipruimteisolatie | Vochtwering Kruipruimterenovatie | Houtrestauratie met epoxytechniek Heteluchtmethode | Zuurstofarmeluchtmethode Kelderafdichting | Inspectieabonnementen Vestigingen Noord: Alphen a.d. Rijn | Heerhugowaard | Assen | Vestigingen Zuid: Boxtel | Echt | Mechelen (B) |

www.vanlierop.nl Van Lierop

Van Lierop Van Lierop

Orgel te Tolbert. Gerestaureerd in 2001

Het Lohman-orgel in de Middeleeuwse kerk te Zuidwolde

MENSE RUITER orgelmakers b.v. Oosterseweg 13 9785 AD Zuidwolde (Gron.) Tel. 050-3010550 - Fax 050-3010560 E-mail: info@menseruiter.nl www.menseruiterorgelmakers.nl

0172 43 35 14

0411 63 26 47


Al jaren vertrouwd partner van de SOGK vertrouw ons ook úw bouwwerk bouw werk toe!

H. Pot bouwbedrijf (ver)bouwen met overleg Onderhoud, verbouw, renovatie, nieuwbouw en alle materialen voor de doe-het-zelver

Hoofdweg 25 9795 pa Woltersum (050) 302 15 55 www.bouwbedrijfpot.nl

Schildersbedrijf  W. Dijkema Noorderstraat 5 9989 AA Warffum telefoon (0595) 42 22 67 Ook leveren wij professionele verven, dubbele beglazing, voorzetramen en alle bijkomende schildersmaterialen

De Schilder, de beste vriend van je huis

Met een passie voor panden met geschiedenis 050 403 14 83 info@laurenshout.nl www.laurenshout.nl

Timmer- en restauratiewerken AdvLaurenshout_OGK_2013.indd 1

|

Interieur ontwerp en uitvoering

|

Deskundig in duurzaam (ver)bouwen 23-01-13 10:00


Bouwbedrijf W.H. Blokzijl Hoofdweg 154 Blijham Telefoon 0597 - 56 12 25 fax 56 12 83 Utiliteitsbouw Restauratie Particuliere bouw Houtskeletbouw Onderhoud Renovatie Verbouw

Voor al uw bouwwerken

Voor al uw - voegwerken - voegwerkrestauratie - gevelreiniging Noordveenkanaal n.z. 21 7831 aw Nieuw Weerdinge tel. 0591 - 522 258 / 522 770

Door jarenlange ervaring in renovatie en restauratie kunnen wij de schade aan uw gebouw of woning vakkundig en duurzaam herstellen. Onze vaklieden wonen en werken in uw regio en spreken de ‘toal’. Zij staan voor u klaar!

BRANDSBOUW.NL

050-57 57 800

Brands Bouwgroep B.V. is erkend applicateur van Thor Helical verankering en herstelsystemen.  Renovatie spouwanker isolatie bevestiging  Scheurherstel systeem  Lateiherstel systeem  Muurherstel systeem

Kieler Bocht 33, 9723 JA Groningen


H C

oveniersbedrijf oen Overdevest Leens Wierde 4 tel. 0595-571187

www.overdevesthoveniers.nl VCA gecertificeerd. Erkend Hovenier. Groenkeur gecertificeerd bedrijf.

Lid VHG

Ontwerp, aanleg,

onderhoud, (sier)bestrating en complete terreininrichting

Voor: * een compleet tuinontwerp en/of beplantingsplan * complete terreininrichting * de aanleg van uw tuin * onderhoud aan uw tuin b.v.: - renovatie - voor- of najaarsbeurt - maandelijks onderhoud - wekelijks maaien van uw gazon - gazononderhoud zoals bemesten en verticuteren (mosbestrijding) - enz. * snoeien van bomen en heesters * kappen van bomen * plaatsen van schuttingen, pergola’s, tuinhuisjes, bielzen, hekwerken enz. * aanleg van sierbestrating, grindpaden, schelpenpaden, enz. * aanleg van vijvers * het leggen van graszoden * ontwateren v/d tuin d.m.v. drainage * levering van bomen, heesters, coniferen, vaste planten, haagen bosplanten, potgrond, bemeste tuinaarde, gedroogde koemest, kunstmest en alle tuinmaterialen.

VASTGOED ONDERHOUD

BEGLAZING, WANDAFWERKING, DEALER VAN RUYSDAELGLAS, INDUSTRIEEL SPUITWERK, RESTAURATIE & HOUTRENOVATIE

Neem contact op met Robert van der Maar op 050-549 41 71 Koldingweg 15 • 9723 HL Groningen • Fax 050-549 46 31 • E-mail info@vdmaar.nl • Website www.vdmaar.nl

HOLS TEIN

re s t a u ra t ie a rc h it e c t u u r Kantoren Insulinde Bankastraat 42 J 9715 CD Groningen tel.: 050 5770059 fax: 050 5771904 info@holstein-restauratie.nl www.holstein-restauratie.nl


sinds 1884 uw aannemer in de regio restaureren met oog voor detail meedenken en adviseren

Omdat bouwen vakwerk is vestigingen in Bedum – Appingedam – Valthermond

Bedum 050 – 30 13 862

Profile for GroningerKerken

Groninger Kerken april 2016  

Het aprilnummer 2016 Groninger Kerken - Memoriecultuur

Groninger Kerken april 2016  

Het aprilnummer 2016 Groninger Kerken - Memoriecultuur

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded