Issuu on Google+

retouradres: Jonge Democraten Groningen Grote Leliestraat 7b 9712SM Groningen

Open & Bloot nummer 2

Zomer 2008

Zelf kiezen?! Duurzame energie: Pluk het groene gras van de buren De EU is een voloptueuze vrouw

De blijheid van godsdienstvrijheid


Open & Bloot

Zomer 2008

Inhoudsopgave Voorwoord | Zelf kiezen: (even) liever niet 3 Opinie | Sloop nodeloze drempels - zorg dat mensen echt kunnen kiezen 4 Opinie | Bio-industrie: Beperk de keuzevrijheid van consumenten 6 Beschouwing | Meer keuze is niet altijd beter 8 Opinie | Nederland, pluk het groene gras van de buren 11 Opinie| Nederland Kennisland: Voor een dubbeltje op de eerste rang 14 Internationaal | Voetstuk-reputatie ANC rust op drijfzand 16 Lokaal | Geef scholen meer vrijheid, maar niet halfslachtig 18 Lokaal | Vrije sluitingstijden moeten blijven 19 Opinie | De blijheid van godsdienst 20 Poëzie | De EU is een voloptueuze vrouw 22 Reportage | Voorjaarscongres in zonovergoten Amsterdam 23 Fotoverslag | Voorjaarscongres 2008 Amsterdam 24 Bestuur | ‘Er gaat niets boven JD Groningen’ 26 Bestuur | Van promotiecommissie tot bestuurskasbeheerder 27 Bestuur | Het gezicht achter de emails 28 Bestuur | Ledenaantal Groninger JD verdubbelen 29 Bestuur | Hee Jonge Dame(Craat)! 30 Agenda| Mei - Augustus 31

Colofon Hoofdredacteur:

Niels Bakker Opmaak: Gabe Sytema Hidde Boersma Foto’s www.sclera.be Joris Heijn Pim Inberg Gabe Sytema Chris-Jan Kamminga Caroline Remmelts Oplage: 230 exemplaren Sander Schelhaas Gabe Sytema Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de redactie. Geplaatste stukken verschijnen op persoonlijke titel. Plaatsing betekent niet dat de mening van de redactie of van de vereniging tot uitdrukking wordt gebracht.

Redactie:

2


Voorwoord | Zelf kiezen: (even) liever niet Door Niels Bakker Zijn we met z’n allen minder liberaal geworden? Het lijkt er potverdorie wel op. Als ‘zelf kunnen kiezen’ zelfs voor een voormalig JD-voorzitter – de man notabene die de slogan twee jaar lang hoog in het vaandel voerde – niet langer vanzelf spreekt, moet er wel iets aan de hand zijn. Jasper Hörmann zet in deze Open & Bloot openlijk vraagtekens bij de overdadige keuzevrijheid van de 21e eeuwse burger. Die heeft ons eerder gestressder dan vrijer gemaakt, denkt hij. We zijn ‘keuzemoe’ en meer (keuze)vrijheden gaan ons niet gelukkiger maken. Hörmanns stellingname past bij de stevige conservatieve wind die momenteel door het land waait. Die vormt een correctie op het vrijheidblijheid gevoel dat in de sixties opkwam en in de jaren ’90, met de speelse paarse kabinetten-Kok, een (voorlopig?) hoogtepunt bereikte. Het waren de jaren waarin een strikt geloof in de heilzame werking van de vrije markt gelijk opging met een losse omgang met eigen waarden

en normen en een brutale houding tegenover de als beklemmend ervaren collectiviteitsgedachte. Het ideaal van de individualistisch ingestelde, zelf kiezende, vrije wereldburger leek eindelijk binnen handbereik. En toen kwam 9/11, met als gevolg een hernieuwde focus op eigen identiteit en de vraag ‘wat ons bindt’. Veel privatiseringen flopten, omdat een markt zich niet op alle terreinen – spoorwegen, gezondheidszorg – even makkelijk laat creëren. En anders ligt de burger wel dwars, die helemaal geen zin heeft zijn kostbare tijd te besteden aan een potentiële mini-besparing op de ziektekostenverzekering. Voor die hard liberalen, ook binnen de JD en D66, zijn het enigszins ontnuchterende constateringen. Pragmatici daarentegen zien zich in hun gelijk bevestigd: de werkelijkheid doet zich nu eenmaal minder perfect voor dan de boekjes voorspellen. In idealen zit het moment waarop ze gecorrigeerd worden eigenlijk al besloten. Gelukkig is dat óók een gedachte naar het JD/ D66-hart. Zo’n moment is nu in ieder geval aangebroken. Zelf kiezen: (even) liever niet.

3


Open & Bloot

Zomer 2008

Opinie | Sloop nodeloze drempels – zorg dat mensen echt kúnnen kiezen Ben je sinds de invoering van een vrije energiemarkt veranderd van leverancier? Heb je na de invoering van het nieuwe ziektekostenstelsel een andere verzekeraar gekozen? En heb je je wel verdiept in hoe je de komende dertig jaar je pensioen zo goed mogelijk op kunt bouwen? Door Jasper Hörmann Er is ‘keuzevrijheid’ alom. Zo veel zelfs, dat – zo tonen diverse wetenschappelijke studies aan – het stressgevoel in de huidige samenleving daar grotendeels uit voortkomt. Mensen kiezen bij voorkeur voor de ‘default’-keuze, namelijk géén keuze (bijvoorbeeld de collectieve ziektekostenverzekering via je werkgever). We zijn ‘keuzemoe’. Hoe terecht is de roep om meer keuzevrijheid – een typisch D66-motto – in het licht van bovenstaande? En welke waarde heeft de slogan ‘Zelf kunnen kiezen’, die de JD gebruikte in haar campagnes tijdens mijn voorzitterschap van 2000 tot 2002, nog? Het ‘vrijzinnige’ karakter van D66 heeft me altijd getrokken. Een

4

vrijzinnig mens laat zich niet voorschrijven hoe over een bepaalde kwestie te denken, maar geeft ruimte aan onconventionele opvattingen. Die houding maakt het acceptabel dat anderen er anders over denken, anders doen, anders willen leven. Mensen moeten de vrijheid hebben om hun leven in te vullen zoals ze zelf willen. Iedereen mag ‘zelf kiezen’. Die kernwaarde lijkt goed aan te sluiten bij de huidige welvaartsfase van Nederland. Mensen zijn zodanig voorzien in basisbehoeften, dat het logisch lijkt dat ze in toenemende mate de ruimte willen om ‘zichzelf te zijn’. ‘Geluksprofessor’ Ruut Veenhoven beaamt dit en stelt het volgende: ‘Vanaf de tweede auto, het tweede huis of nog meer vakanties wordt een mens niet nóg gelukkiger. Maar als je een verband legt tussen individualiteit en geluk, dan zie je dat ons geluk nog steeds aan het toenemen is. Meer individualiteit levert ons meer geluk op.’


Ik denk dat dit waar is. Tegelijkertijd zie ik dat het ons niet lukt om de toegenomen mogelijkheden om onszelf te ontwikkelen op juiste waarde te schatten, laat staan dat we er trots op zijn. Temidden van de enorme verworven materiële luxe, komen we niet verder dan ‘meer, meer, meer’. Alles wat minder is dan we zouden willen, is vervolgens de schuld van een ander (de buitenlanders, de politiek), niet van onszelf. Er is een klaagcultuur ontstaan, in plaats van een, conform de theorie, logische en wat mij betreft wenselijke cultuur waarin respect en ruimte voor het individu om zich te ontwikkelen centraal staan. Het bieden van nog meer vrijheden gaat er volgens mij niet voor zorgen dat dit verandert. Ik heb het antwoord niet, maar worstel wel met de vraag wat we moeten doen om te komen tot een ambitieuze, positief ingestelde samenleving, die erin slaagt om mensen uit de ‘klaag-en-eis’ modus in de ‘ik wil aan mijn toekomst werken’ modus te krijgen. De uitdaging voor D66 is mensen ervan te overtuigen dat we de stap moeten durven zetten naar een daadwerkelijk vrije en open samenleving. En dan bedoel ik niet de vrijheid om je gasleverancier of je burgemeester te kiezen, maar wezenlijke vrijheden die een samenleving creëren waarin je jezelf als persoon kunt (misschien wel moet) ontwikkelen.

Neem de arbeidsmarkt. De huidige ontslagrecht-regelgeving zorgt voor een gemiddelde arbeidscarrière die er al een halve eeuw hetzelfde uitziet: na een moeilijke periode als starter, die bij een reorganisatie de eerste is die eruit ligt (last-in-first-out principe), volgt het vaste contract en een bijna zekere stijging van het salaris. Daarmee verdwijnen de prikkels om jezelf te blijven ontwikkelen. Op je vijftigste ben je te duur voor een andere werkgever en ‘moet’ je nog vijftien jaar doorploeteren bij de huidige. Maatregelen als de aanpassing van het ontslagrecht kunnen ervoor zorgen dat werknemers zichzelf blijven ontwikkelen. Vrijzinnig-democraten willen mensen de vrijheid te geven hun leven naar eigen inzicht in te vullen. Ergens denk ik dat de slogan ‘zelf kunnen kiezen’ nog steeds de kern van onze filosofie kenmerkt. Maar dan niet alleen zelf kiezen, wat de nadruk legt op het vrijblijvende. Nee, we moeten naar een samenleving met een goed georganiseerde en controleerbare overheid die nodeloze drempels sloopt, zodat mensen echt kúnnen kiezen voor hun eigen ontwikkeling. Jasper Hörmann was van 2000 tot 2002 de jongste landelijk voorzitter van de Jonge Democraten (19 jaar). Onder zijn leiding voerde de JD de slogan ‘Zelf kunnen kiezen’. Inmiddels is hij werkzaam bij Essent.

5


Open & Bloot

Zomer 2008

Opinie | Bio-industrie: Beperk keuzevrijheid van consumenten Het hele leven wordt in hoge mate bepaald door dingen die we wel of juist niet moeten doen. Dit begint al als kind. Je moet je groente opeten, je mag niet te laat naar bed. Als je ouder wordt, verdwijnen sommige regels en leer je met nieuwe omgaan. Woon je als student op kamers, dan bepaal je zelf wel wat je eet en hoe laat je naar bed gaat. Omdat je zelf de consequenties draagt van ongezond eten en slaaptekort, doe je dit niet te vaak. Af en toe doe je verstandig, andere keren haal je je schouders op en doe je gewoon waar je zin in hebt. Regels zoals het op tijd betalen van de huur zijn vervelend, maar je houdt je eraan omdat je anders gezeur krijgt. Niemand heeft zin in een boze huisbaas. Door Barbara van Genne Deze regels hebben directe consequenties voor jezelf. Daarom houd je je eraan. Maar hoe zit het met regels waar je zelf niet direct of helemaal geen baat bij hebt? Als je naar het postkantoor gaat, moet je er rekening mee houden dat het al om 16 uur dichtgaat. Heel vervelend als je de hele dag aan de studie of aan het

6

werk bent. Ander voorbeeld: het is lekker weer in het vroege voorjaar, maar de terrasjes zijn nog niet open omdat dat pas vanaf april mag. Wie heeft dat verzonnen? Deze regels beperken je vrijheid, zonder dat je er wat aan hebt. Irritant! Toch zijn sommige regels nodig, puur voor de bescherming van anderen. Zo zijn er regels die winkels verplichten geen producten te verkopen die gemaakt zijn met gebruik van kinderarbeid of slavernij. Als burger en consument nemen mensen nu eenmaal verschillende rollen aan. Burgers zijn over het algemeen tegen


misbruik van kinderen en volwassenen. Maar zodra zij in de winkel staan, vergeten ze dit. Dan wordt er meestal nog op één ding gelet: de prijs. Maar bepaalde producten horen gewoon niet thuis in de winkel. Deze producten zijn goedkoop omdat ze over de rug van anderen gemaakt zijn. En dat moeten we niet willen. Dus zelf kiezen? Voor burgers een ‘ja’. Voor consumenten een ‘nee’ als er op een oneerlijke manier een lage productprijs is ontstaan. Zoals we burgers in de winkel verplichten om goed te zorgen voor andere mensen, moeten we dat voor dieren ook doen. Daarom vindt PINK! dat het verkopen van producten uit de bio-industrie een grote fout is. In de bio-industrie worden dieren gehouden op een manier die tegen hun natuur in gaat. Ze zien geen daglicht, ademen geen buitenlucht in en staan met zijn allen op elkaar gepakt in hun eigen uitwerpselen. De bioindustrie is een systeem waarin dieren stelselmatig mishandeld worden. Burgers kiezen ervoor in onze maatschappij geen kinderen, mensen en dieren te mishandelen. Dan moeten consumenten dus niet de keuzemogelijkheid krijgen goedkope producten aan te schaffen die op deze manier geproduceerd worden. Daar komt bij dat de productie van bio-industrie vlees niet alleen

slecht is voor dieren. Ook mensen worden er indirect negatief door beïnvloed. Denk aan de mestoverschotten bij het grootschalig houden van vee en de vervuiling die daarbij ontstaat. De bio-industrie levert bovendien een zeer grote bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen. Dan hebben we het nog niet eens over de inefficiëntie van het eten van vlees. Mensen in andere landen verhongeren, doordat wij voor de productie van vlees de landbouwgewassen gebruiken waar zij van zouden kunnen leven. Als mensen met mededogen tegenover dieren staan, zullen ze pas echt mededogen tegenover de rest van de mensheid vertonen. Barbara van Genne (22) is algemeen bestuurslid van PINK!, de jongerenorganisatie van de Partij voor de Dieren.

7


Open & Bloot

Zomer 2008

Beschouwing | Meer keuze is niet altijd beter Energie, zorgverzekeringen, kinderopvang, pensioenen: op tal van gebieden is de keuzevrijheid van Nederlandse burgers de laatste jaren vergroot. De waarde van keuzevrijheid staat tot nu toe niet ter discussie. De regering vindt dat ‘consumenten niet slechter worden van de keuzevrijheid’ (Miljoenennota, 2007). Terwijl zelf kiezen vaak een complex en op zijn minst tijdrovend proces is. Je moet informatie inwinnen, mogelijkheden tegen elkaar afwegen en beslissingen nemen. Kun je echt niet slechter af zijn met meer keuzemogelijkheden? Door Hanna van Loo Talloze filosofen hebben zich in het verleden over dit probleem gebogen. John Stuart Mill stelde dat het maken van een keuze een positieve invloed heeft op ons karakter: kiezen is een oefening van onze waarneming, ons onderscheidingsvermogen en zelfs van onze morele voorkeur. Zonder keuzevrijheid zou er geen sprake kunnen zijn van autonomie van het individu, noch van vrijheid of controle. De waarde van keuzevrijheid waar ik me op concentreer, is het bevredigen van voorkeuren. Mensen

8

hebben bepaalde verlangens of wensen die zij graag vervuld willen zien. Hoe sterker dit gebeurt, hoe tevredener ze met de door hen gemaakte keuze zijn. Keuzevrijheid staat in dit geval gelijk aan de mogelijkheid om uit een verzameling van alternatieven één optie (meestal een product of handeling) te kiezen. Het hebben van een groot aantal keuzemogelijkheden kan voordelig zijn. Des te groter dat aantal, des te groter immers de kans dat het gewenste alternatief aanwezig is. Daarnaast is een uitgebreide keuzeset voordelig voor als voorkeuren veranderen. Mocht een student over een jaar anders denken over zijn of haar studie, dan zijn er nog 2.500 andere opleidingen in het hoger onderwijs om naar over te stappen.


Het is één ding om te zeggen dat meer keuze soms leidt tot een betere bevrediging van behoeften. Veel verder gaat de stelling dat meer keuze altijd beter is. Toch lijkt die gedachte voor de hand te liggen. Stel dat je de keuzealternatieven a, b en c hebt en je er de extra optie d bij krijgt. Twee situaties kunnen zich dan voordoen. In de eerste heeft d je voorkeur boven de al bestaande mogelijkheden. In dat geval stelt de uitbreiding van keuzemogelijkheden je in staat om beter je voorkeuren te bevredigen: je kunt nu ook voor d kiezen. De tweede situatie is dat je d helemaal niet waardeert. Maar omdat a, b en c nog steeds opties zijn, kun je je voorkeuren evengoed bevredigen als voorheen. In beide gevallen leidt een uitbreiding van de keuzemogelijkheden dus niet tot een verslechtering van je tevredenheid. Uitzondering hierop vormen situaties waarin andere mensen de uitkomst mede kunnen bepalen. Als de mogelijkheid om een SUV te kopen wordt toegevoegd aan je keuzeset, dan hoef je daar geen gebruik van te maken en kun je op je oude fiets blijven rijden. Maar als anderen wel besluiten een SUV aan te schaffen, loop jij meer risico om overreden te worden. Omdat een vergroting van jouw keuzemogelijkheden in dit geval ook een vergroting van de keuzemogelijkheden van anderen betekent, kun je toch slechter af zijn.

Maar ook als de uitkomst van een beslissing onafhankelijk is van de keuzes van andere mensen, leidt dat mogelijk tot minder tevredenheid. In een wetenschappelijk experiment kreeg de ene groep proefpersonen de opdracht om één smaak te kiezen uit een doos met zes verschillende soorten chocola, terwijl de andere groep dertig smaken voor de kiezen kreeg. Na afloop bleken de deelnemers met zes opties tevredener te zijn met hun keuze dan de deelnemers met dertig opties. Hoe is dat mogelijk? In de redenering dat meer mogelijkheden onmogelijk kunnen leiden tot een vermindering van tevredenheid, wordt een belangrijke aanname gedaan. Namelijk dat de keuze voor optie a uit a, b en c leidt tot een even grote tevredenheid als de keuze voor optie a uit a, b, c en d. Maar in een aantal situaties gaat dat niet op. Ten eerste kun je door de uitbreiding van keuzemogelijkheden optie a minder gaan waarderen. Ieder extra alternatief biedt nieuwe kansen, die je moet laten schieten als je het alternatief niet kiest. Als je bij de introductie van de SUV op je oude fiets blijft rondrijden, mis je de mogelijkheid om in stijl in de PC Hooftstraat te arriveren. Fietsen is minder bevredigend, omdat je nu ziet dat je iets mist.

9


Open & Bloot In de tweede plaats is het kiezen van optie a uit a, b en c niet per definitie hetzelfde als het kiezen van a uit a, b, c en d. Het karakter van optie a kan door een uitbreiding van keuzemogelijkheden veranderen. In de Verenigde Staten bestaat niet alleen de keuze om als donor vrijwillig gratis bloed te geven, maar ook om dit tegen betaling te doen. Bloed is dus een commercieel product waarmee geld te verdienen valt, al hoeft dat niet. Maar in ieder geval is bloed geven in het ene systeem niet gelijk aan bloed geven in het andere systeem. Dat kan de bevrediging van het bloed geven verminderen. Tenslotte heeft het kiezen van optie a niet zonder meer dezelfde gevolgen op het moment dat er nieuwe keuzemogelijkheden ontstaan. De mogelijkheid van prenatale diagnostiek verandert de geboorte van een kind met een genetische afwijking van een onvermijdelijke gebeurtenis in een gebeurtenis die te voorkomen is. Ouders van nu die tijdens de zwangerschap geen test doen en vervolgens een gehandicapt kind krijgen, zitten in een andere situatie dan ouders van voor 1960 die de keuze voor een test niet hadden en een gehandicapt kind kregen. Hoewel ouders van nu niet verplicht zijn te testen, kunnen ze met deze keuze en de mogelijke gevolgen toch minder tevreden zijn dan wanneer prenatale diagnostiek niet had bestaan.

10

Zomer 2008 De keuze van a uit a, b en c leidt dus niet automatisch tot eenzelfde tevredenheid als de keuze van a uit a, b, c en d. De redenering van de regering dat ‘consumenten niet slechter van de keuzevrijheid’ kunnen worden, is onjuist. Meer keuze is niet altijd beter. Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder verscheen in Qualia, het faculteitsblad van de Faculteit Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen. Hanna van Loo (24) is afgestudeerd op een scriptie over de waarde van keuzevrijheid.


Opinie | Duurzame energie: Nederland, pluk het groene gras van de buren! Al sinds de jaren ‘70 weten we dat onze fossiele energievoorraden eindig zijn. Maar in 2007 is het totale aandeel duurzaam in Nederland opgewekte elektriciteit nog altijd maar 6 procent, waarvan het grootste gedeelte komt uit het verbranden van afval. Echt duurzame bronnen als wind- en zonne-energie vormen nog geen 2 procent van het totaal. De afgelopen 38 jaar is er vrijwel niets ondernomen om duurzame energie serieus op de kaart te zetten. Dat is niet alleen jammer, maar ook riskant. Nederland blijft zo afhankelijk van steeds schaarser en duurder wordende fossiele grondstoffen, die bovendien voor schadelijke milieu- en gezondheidseffecten zorgen. Door Douwe Beerda De overheid dient, in samenwerking met de bevolking, nu haar verantwoordelijkheid te nemen. Duurzaam opgewekte energie dient een hoofdprioriteit te zijn. Er moeten doelen komen waarbij het onderste uit de kan wordt gehaald. Een aandeel duurzame energie van rond de 50 procent binnen een generatie, en een generatie later de volle 100

procent. Bijzonder ambitieus? Zeker, maar hierdoor wordt ons land wel een stuk minder afhankelijk van instabiele, buitenlandse energieleveranciers. Bovendien is duurzame wind- en zonne-energie volledig schoon. We laten onze kleinkinderen dus een wereld na waarin energie niet meer een punt van zorg noch een conflict hoeft te zijn. Nederland kan het Duitse overheidsbeleid als model nemen. Onze Oosterburen zijn inmiddels wereldwijd koploper op het gebied van verschillende duurzame energiebronnen als zonne-energie, windenergie en

11


Open & Bloot geothermische energie. Deze wetgeving staat ook wel bekend onder de naam Erneuerbare-Energien-Gesetz (EEG). Voor Nederland is een vergelijkbare stap een essentieel begin om zichzelf op constructieve wijze van duurzame energie te voorzien. Wat maakt de EEG zo bijzonder? I. Het is een stuk wetgeving, geen subsidieregeling. De EEG kost de overheid dan ook geen subsidie. De kosten worden via onderverdeling van de verschillende netbeheerders door de gehele bevolking betaald, zodat iedereen bijdraagt aan een duurzame en onafhankelijke energievoorziening. II. De EEG garandeert, voor zowel bedrijven als particulieren, een vergoeding voor teruglevering van duurzame energieproducten per Kilo Watt Hour (KWH) aan het elektriciteitsnet. Dit gebeurt voor een gesteld aantal jaren, voor zonneenergie gaat het om twintig jaar. Dit betekent een stimulans voor de productie van duurzame energie. De producent is bij deze beloningsstructuur gebaat om het systeem zo optimaal mogelijk te benutten. Een defecte zonnecel zal snel gerepareerd of vervangen worden, want elke gemiste KWH is gemist geld. Er wordt zo een helder en overzichtelijk investeringsklimaat geschapen, waarbij de partijen precies weten waar ze aan toe zijn. Deze garantie heeft het onder andere mogelijk ge-

12

Zomer 2008 maakt dat banken leningen uitgeven voor de aanschaf van een photovoltaïsch (PV) zonnestroomsysteem. Hierdoor is investeren in duurzame energie zelfs voor de gewone Duitse man en vrouw een betaalbare optie. III. De terugleververgoedingen worden jaarlijks met 5 procent verminderd. Dat voorkomt dat afwachten beloond wordt. Tevens geeft het de markt een impuls om ieder jaar de kosten voor de verschillende duurzame energiebronnen met 5 procent te verlagen. Immers, consumenten krijgen jaarlijks minder vergoeding, en zullen, als de systemen ook niet goedkoper worden, anders minder snel een zonnestroomsysteem aanschaffen. IV. De Duitse netbeheerders zijn verantwoordelijk voor het kosteloos aansluiten van de duurzame energieleverancier op het net. Dit geldt ook als het net eerst vernieuwd moet worden. Op deze manier is het instappen voor duurzame energieproducenten zo makkelijk mogelijk gemaakt. De technische rompslomp vormt geen barrière meer, omdat de netbeheerder daar bij wet een taak voor heeft gekregen. Zowel bedrijven als particulieren hebben met de EEG dus de mogelijkheid om in duurzame energie te investeren. Dit heeft tot een grote vraag naar duurzame producten geleid en dus tot een grote afzet op deze markt. Er is in korte tijd


een grote industrie rond duurzame energie ontstaan, en de duurzame energiesector in Duitsland telt momenteel 235.000 banen. De grote kracht van de wet schuilt in zijn eenvoud. Veel Europese landen hebben de belangrijkste elementen van de regelgeving overgenomen, zoals Spanje, Frankrijk, Portugal, Zweden en Denemarken. Ook voor Nederland zou de EEG een slimme optie zijn. Maar de regeling die wij hebben sinds 1 april 2008, de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE), is niet meer dan een slap aftreksel. Het gaat om een subsidie, wat de overheid geld kost. Daardoor kan de SDE makkelijk aan het eigen succes ten onder gaan, zoals in het verleden al te vaak gebeurd is met zulke regelingen. Dat risico heeft de overheid willen opvangen door het aantal mensen te beperken dat een vergoeding kan krijgen – ze is bang dat haar subsidiepotje anders te snel leeg raakt. Zo kunnen voor PV zonne-energie maximaal 7.000 huishoudens subsidie krijgen. Op 6 miljoen huishoudens gaat het dus om ongeveer 0.1 procent. Onbegrijpelijk. Daar komt bij dat er allerlei criteria gesteld worden aan een maximum (3500 Wp) en minimum (600Wp) energieopwekkingscapaciteit, en de regeling alleen toegankelijk is voor particulieren. Daardoor vallen projectontikkelaars buiten de boot. Zij zullen nu dus geen PV installeren op

nieuwbouwhuizen. De EEG daarentegen garandeert iedere producent aansluiting op het net en gegarandeerde vergoedingen, heel simpel en heel helder. De SDE is goed bedoeld, maar verre van optimaal. Waarom wordt niet gewoon het beleid overgenomen dat zich in Duitsland al zeven jaar bewezen heeft? Soms is kopiĂŤren het beste wat je kunt doen. Niet creatief, wel effectief en dat is precies wat we nodig hebben om onze ambities waar te maken. 50 procent duurzame energie binnen een generatie voor een schone, veilige, onafhankelijke en met geluk een zonnige toekomst. Douwe Beerda is student Energie en Milieuwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet voor zijn masterscriptie onderzoek naar het duurzame energiebeleid in Nederland en Duitsland. Voor vragen of commentaar: douwebeerda@gmail. com. Meer informatie: * http://www.bmu.de/english/documents/doc/3242.php (EEG 2000) * http://www.bmu.de/english/renewable_energy/doc/6465.php (EEG 2004) * http://www.bmu.de/english/renewable_energy/current/aktuell/3860. php (Algemeen nieuws over het Duitse succes op duurzame energiegebied)

13


Open & Bloot

Zomer 2008

Opinie | Nederland Kennisland: voor een dubbeltje op de eerste rang Nederland wil graag een kennisland zijn. Het kabinet Balkenende IV pretendeert in te zetten op Nederland als kenniseconomie. In 2010 moet Nederland bij de top van Europa horen waar het gaat om kennis en de implementatie daarvan in de economie. Helaas ziet het er niet naar uit dat die doelstelling gehaald wordt. Het huidige kabinet denkt namelijk dat een kenniseconomie zich vanzelf wel ontwikkelt. Dat er geen investeringen nodig zijn, of dat er zelfs bezuinigd kan worden op gebieden die essentieel zijn voor het functioneren van een kenniseconomie, zoals onderwijs en onderzoek. Door Hidde Boersma De cijfers aangaande onze investeringen in universitair onderzoek liegen er niet om. Nederland steekt ongeveer 1,5 procent van het bruto binnenlands product in universitair onderzoek. Dat is lager dan de investeringen die van overheidswege worden gedaan in landen als Groot-BrittanniĂŤ, BelgiĂŤ, Duitsland, Denemarken en Zweden, die allemaal boven de 1,7 procent zitten. Nederland zit op het peil van een Oost-Europees land als Bulgarije. Ook in onderwijs

14

wil het kabinet niet investeren: voor het eerst in jaren wordt er dit jaar minder geld opzij gezet voor het onderwijs. We zijn weer terug op het niveau van 2006, en met de inflatie in ogenschouw genomen is dit een trieste vaststelling. Het kabinet, en vooral de PvdA, lijkt deelname aan het hoger onderwijs te willen ontmoedigen. Iedereen herinnert zich de proefballonnetjes van Jacques Tichelaar en Ronald Plasterk: studenten moeten de vergrijzing opvangen door hun studie volledig zelf te betalen, en bij voorkeur stoppen ze na de bachelor zodat ze snel de arbeidsmarkt op kunnen. Natuurlijk kost dit korte termijn denken op de lange termijn alleen maar meer geld. Hoe bouw je in vredes-


naam een competitieve kenniseconomie op zonder hoogopgeleiden en zonder goede faciliteiten? Veelzeggend is dat toponderzoekers aan de Rijksuniversiteit Groningen gestrikt worden voor banen bij top researchinstituten in Duitsland. Inclusief dual careerplanning van de partner, en een smak geld om echt innovatief onderzoek te doen. Zulke braindrains laten duidelijk het manco van het huidige Nederland zien: we willen voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Ook bedrijven zitten niet te springen om hun R&D activiteiten in Nederland te ontplooien. Liever verplaatsen ze die naar het buitenland. Momenteel wordt er door Nederlandse bedrijven zes keer zoveel geld in R&D activiteiten geïnvesteerd in het buitenland als in Nederland zelf. Voor de VS bijvoorbeeld is deze ratio 3:1. Dit heeft meerdere oorzaken. Allereerst het onderzoeksklimaat: met het huidige, overwegend christelijke kabinet mag er weinig meer in het laboratorium. Er is een ‘nee, tenzij’ beleid aangaande genetische modificatie en zelfs een volledige stop op het kweken van embryonale stamcellen voor onderzoeksdoeleinden. Bedrijven wijken uit naar Finland en Canada waar de wetgeving beduidend progressiever en minder wereldvreemd is. Zij beseffen dat deze ontwikkelingen niet te stoppen zijn en zien het enorme potentieel ervan in. Nederland loopt de kans door

deze wetgeving de biotechnologische boot te missen. De tweede oorzaak is het arbeids- en vestigingsklimaat in Nederland. De Nederlandse arbeidsmarkt is te inflexibel, en schrikt ondernemers af. Werknemers behoren hier tot de best beschermde ter wereld. De balans is duidelijk doorgeslagen, en het ontslagrecht moet echt versoepeld worden wil Nederland kunnen concurreren met omringende landen. Ten slotte werken we te kort. Het gebrek aan voldoende arbeidspotentieel kan ons de komende jaren nog behoorlijk opbreken. Eén van de oplossingen hiervoor is de AOW leeftijd te verhogen, naast het weer in ere herstellen van de 40-urige werkweek. Bovenstaande weerspiegelingen zijn bekend bij het kabinet. Er is veelvuldig over gepubliceerd door onder andere werkgeversorganisatie VNO-NCW. In plaats van hierop te anticiperen lijkt het kabinet vooral te berusten in niks doen. Zo komen we steeds verder achter te lopen op de ons omringende landen. Er moet zowel geïnvesteerd worden in onderwijs en onderzoek als in ons arbeids- en vestigingsklimaat, om de opgelopen achterstand in te halen en te zorgen dat Nederland weer meeloopt in de voorhoede. Het is tijd voor een liberale wind door het binnenhof en de laboratoria, zodat Nederland daadwerkelijk koploper wordt. Daar waar het hoort.

15


Open & Bloot

Zomer 2008

Internationaal | Voetstuk-reputatie ANC rust op drijfzand Soms kom je wel eens op plekken die ‘echt’ oud zijn. Je zou het niet opmaken uit de naam, maar de omgeving van ‘Muldersdrift’, de locatie van een seminar dat ik afgelopen maand vanuit mijn IFLRY-bestuursfunctie in Zuid-Afrika organiseerde, is zo’n plek. Door Bart Woord Muldersdrift ligt zo’n 30 kilometer ten noorden van Johannesburg, in een regio die wel wordt aangeprezen als de ‘cradle of mankind’. Er zijn bijzonder oude vondsten gedaan van menselijke voorlopers en zelfs bepaalde steenformaties schijnen tot de oudste ter wereld te behoren. Gelukkig was er een bijzonder interessant en modern museum in de buurt waar je veel te weten kon komen over deze vondsten, maar met name ook over menselijke evolutie en het ontstaan van de wereld. Dat is nog eens wat anders dan het stripmuseum, niet? Onze Duitse chauffeur, die 40 jaar geleden al backpackend vanuit Duitsland naar Zuid-Afrika was gereisd en daar was gebleven (een soort omgekeerde ‘Out of Africa’),

16

vond het maar niks: ‘Allemaal propaganda’. Hij bleek zelf een volgeling te zijn van de zogenaamde ‘Sovjettheorie van evolutie’ (ik heb dit niet kunnen natrekken): er waren ooit witte, zwarte en gele apen, en daaruit zijn de verschillende mensenrassen voortgekomen. Het lijkt na zo’n opmerking moeilijk voor te stellen, maar op zich kwamen er nog wel wat andere, beter overdachte opmerkingen uit de mond van deze oude baas. Het gaat volgens hem namelijk niet heel erg de goede kant op met Zuid-Afrika. Minstens eens in de twee weken valt de stroom voor een paar uur uit, want er is niet genoeg electriciteit voor het hele land. De energie moet dus netjes verdeeld worden. Op zich kun je je zoiets voorstellen in een noodsituatie, maar er was tien jaar geleden al voorspeld dat er in 2008 een electriciteitstekort zou zijn. Het ANC had echter ‘andere prioriteiten’ (een formulering die door Zuid-Afrikanen eng vaak wordt gebruikt).


In het Westen, en vooral als (liberale) jonge westerlingen, zien we het ANC toch voornamelijk als een heldhaftige beweging die zich na het afwerpen van het Apartheidsjuk heeft gevestigd als een lichtend voorbeeld voor de rest van Afrika. Haar leninistische ideologie en gebruik van geweld en terrorisme voordat ze aan de macht kwam – voornamelijk tegen andere zwarte rivalen in de periode 1990-1994 – wordt daarbij maar over het hoofd gezien. Vermoedelijk is die houding het gevolg van het immense charisma en de charme van Nelson Mandela. In werkelijkheid blijkt het ANC niet heel veel te verschillen van vele andere bevrijdingsbewegingen die in Afrika aan de macht kwamen, en die vervolgens, verdoofd door de populariteit en gecorrumpeerd door de macht, zelf autoritaire trekjes – in het positieve scenario – gingen vertonen. Ook al is Zuid-Afrika nog lang geen ‘Zim’, de democratie staat er onder druk. De enige officiële oppositie is de liberale Democratic Alliance, maar die heeft slechts 50 van de 400 zetels. De positie van het ANC, van nationaal tot lokaal niveau, is zorgwekkend dominant en wordt in stand gehouden door grootschalige corruptie en verkiezingsfraude. Het is misschien contra-intuïtief, maar de sociaal-economische situatie van de zwarte bevolking is er in het eerste

decennium van de ANC-regering alleen maar slechter op geworden. De ongelijkheid is eveneens gegroeid. Het grootste schandaal van het ANC blijft haar krankzinnige, apologistische houding ten opzichte van de AIDS-epidemie, die in Zuid-Afrika inmiddels miljoenen levens heeft vernietigd. De Zuid-Afrikaanse historicus R.W. Johnson schreef in zijn boek South Africa – The First Man, The Last Nation (2004) dat de AIDSravage onder de zwarte bevolking, en met name ANC’s desastreuze ontkenning van het probleem, als wreder betiteld kan worden dan welke misdaad van het voormalige Apartheidsregime dan ook. Nu is zo’n vergelijking erg scheef en heeft deze weinig politieke relevantie, het plaatst de reputatie van het ANC wel in een rechtvaardiger perspectief dan het Mandela-effect ons nog steeds doet geloven. Bart Woord is Secretaris Generaal van IFLRY en voormalig Landelijk Bestuurslid van de JD. Hij studeert IB/IO in Groningen.

17


Open & Bloot

Zomer 2008

Lokaal | Geef scholen meer vrijheid, maar niet halfslachtig Moeten onderwijsinstellingen zelf keuzes maken of moet de gemeente dat voor hen doen? Het eerste natuurlijk. Het werkt het beste als onderwijsinstellingen het beleid binnen hun deuren bepalen. Nu is dat niet het geval. Als een school bijvoorbeeld nieuw meubilair wil hebben, moet eerst een aanvraag worden ingediend bij de gemeente. Die gaat daar vervolgens over vergaderen en zal het ĂŠĂŠn en ander onderzoeken, om te kijken of het wel nodig is. Een goed voorbeeld van bureaucratie binnen de overheid. Door Pim Inberg De gemeente Groningen heeft laten onderzoeken of vrije onderwijsbesturen iets is voor de onderwijsinstellingen binnen haar grenzen. De afgelopen jaren voerde het college van burgemeesters en wethouders een discussie met de gemeenteraad, de scholen, leerkrachten, leerlingen en ouders over de toekomst van het openbaar onderwijs. Hieruit bleek dat een slagvaardiger bestuur, dat dichterbij de scholen staat, wenselijk is. Het college heeft nu voorgesteld om van

18

het openbaar onderwijs een zelfstandige stichting te maken. Daarmee krijgen ouders meer ruimte om directe invloed uit te oefenen, omdat zij zitting kunnen nemen in een zelfstandig schoolbestuur. In die nieuwe bestuursvorm blijft het college betrokken bij het openbaar onderwijs. Een aantal zaken vindt het zo belangrijk dat het op hoofdlijnen richting wil blijven geven. Het gaat dan om de identiteit en kwaliteit van het openbaar onderwijs zelf en de aansluiting met het jeugdbeleid en de Lokaal Educatieve Agenda. Dit is volgens mij nu net niet de bedoeling. Ik snap dat er controle moet zijn op de kwaliteit, maar dat is meer iets voor de onderwijsinspec-


tie. En onderwijsinstellingen moeten gewoon zelf hun identiteit kunnen bepalen. Dat is namelijk de basis van een bepaald beleid dat ze willen uitvoeren. Een positieve intentie is er, maar er moet nog heel wat gebeuren aan de vorm. Het is de bedoeling dat in 2010 de nieuwe bestuursvorm ingevoerd wordt, zo valt er gelukkig nog wat te sleutelen aan de vorm. Interesse in lokale politiek? Wil jij ook meepraten in de lokale politiek? D66 heeft in de stad Groningen verschillende werkgroepen die bezig zijn met lokale politieke onderwerpen, van financiĂŤn tot cultuur en van ruimtelijke ordening tot welzijn. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Pim Inberg, pinberg@hotmail.com, of met de stadsfractie van D66, d66@raad. groningen.nl. Je kunt ook een keer langs komen bij de steunfractie, om mee te praten over verschillende lokale onderwerpen. Deze komt iedere maandagavond om 20:00 samen in het Stadhuis aan de Grote Markt. De D66-kamer zit op de bovenste verdieping.

Lokaal | Vrije sluitingstijden

moeten blijven

Als het gaat om het horecabeleid, is Groningen een unieke stad. Het is namelijk ĂŠĂŠn van de weinige steden waar geen vaste sluitingstijden bestaan. Met als gevolg dat het altijd een feestje is in de stad. De overlast op straat is volgens gemeente, politie en horecaondernemers afgenomen sinds de vrijlating van de sluitingsuren. Er zijn weinig of geen calamiteiten meer op straat en bij taxistandplaatsen. Ook de plaatselijke economie is er bij gebaat; horecaondernemers bepalen zelf hoe laat ze open gaan en hoe laat ze sluiten. De binnenstad heeft met andere woorden een ondernemersvriendelijk klimaat. Helaas wordt de druk op de stad steeds groter om vaste sluitingstijden in te voeren. Iedereen kent de twee overbezorgde moeders uit Friesland, die tegen uitgaan tot in de late uurtjes zijn. Ook binnen de gemeenteraad zijn er partijen die tegen vrije sluitingstijden zijn. Ik hoop dat de gemeenteraad inziet dat een Groningen zonder vaste sluitingstijden uniek is, en bovendien veel studenten trekt, wat goed is voor de economie.

19


Open & Bloot

Zomer 2008

Opinie | De blijheid van godsdienstvrijheid Slechts een meerderheid van de helft plus één zorgde op het afgelopen voorjaarscongres voor een ingrijpende wijziging in het politieke programma van de Jonge Democraten. Onderwerp van discussie was de vrijheid van godsdienst, vastgelegd in artikel 6 van de grondwet. De JD is nu vóór het afschaffen van dit artikel. Een motie, ingediend door Secretaris Politiek Gijsbert Werner van de afdeling Utrecht, zorgde hiervoor. Door Chris-Jan Kamminga Het wijzigen van de grondwet is een zware en omslachtige procedure, neergelegd in hoofdstuk 8 van dezelfde grondwet. Een wijziging begint ermee dat de Staten-Generaal, bestaande uit de Eerste en Tweede Kamer, een voorstelwet aanneemt. Deze wet wijzigt niet de grondwet, maar stelt dat de volgende Staten-Generaal zal overwegen om een bepaalde wijziging door te voeren. Nadat de voorstelwet is aangenomen, wordt de Tweede kamer ontbonden. Binnen drie maanden volgen verkiezingen, waarna het parlement in haar nieuwe samenstelling bijeenkomt. De nieuwe Staten-Generaal behan-

20

delt nu de voorgestelde wijziging. Hierbij geldt dat zowel de Eerste als de Tweede Kamer met een versterkte meerderheid – een tweederdemeerderheid – voor moeten stemmen om de grondwetswijziging daadwerkelijk door te voeren. Realistisch gezien is er momenteel geen versterkte meerderheid te vinden voor het afschaffen van artikel 6. Mocht de JD erop aan willen dringen dat D66 dit standpunt in beide kamers gaat verkondigen, dan ben ik bang voor een volgende ‘nacht van …’ D66 heeft te maken met een negatief imago als het gaat om religie. Christen Unie voorman André Rouvoet noemde D66 al eens een antireligieuze partij. Een standpunt dat inhoudelijk weliswaar weerlegd is, maar ik vraag me af bij hoeveel mensen dat het beeld daadwerkelijk heeft weggenomen. Niet voor niets


staat onder het kopje ‘veel gestelde vragen’ op de D66-website (http:// archief.d66.nl/faq_overd66) de vraag ‘Klopt het dat D66 anti-religie is?’ De Jonge Democraten zijn officieel onafhankelijk, dat is een groot goed. Toch denk ik dat het standpunt van het congres van Amsterdam D66 in een kwaad daglicht kan zetten. Zijn deze punten relevant voor het principe? Uiteraard niet, het enige wat ik hiermee wil aangeven is dat ze samen een paardenmiddel vormen bekeken vanuit het argument, ik citeer Gijsbert Werner, dat ‘artikel 6 overbodig is’. Wat wel relevant is voor het principe, is dat men weet waarover men spreekt. In 1983 is het grondwetsartikel gewijzigd in ‘vrijheid van godsdienst en levensovertuiging’. Het woord ‘levensovertuiging’ heb ik nergens teruggezien in de motie. Ideologische stromingen als het liberalisme, het communisme, het humanisme, maar ook het fascisme en het nazisme – denk aan het verbod op het verspreiden van Adolf Hitlers’ Mein Kampf – zijn minder sterk beschermd dan godsdienst. Maar dit komt niet voort uit het artikel, het is er zelfs mee in strijd. Daarom zou juist een striktere naleving van het artikel betoogd moeten worden. Om terug te komen op de overbodigheid. Werner betoogde

dat ‘alle religieuze activiteiten hun bescherming kunnen vinden in de vrijheid van meningsuiting (artikel 7), de vrijheid van vereniging (artikel 8) en de vrijheid van vergadering (artikel 9).’ Dit gaat echter voorbij aan het belang dat een groot deel van de samenleving hecht aan godsdienst. Eeuwenlang, niet eens zo lang geleden, werden in Nederland protestanten verbrand en katholieken achtergesteld. Van tijd tot tijd was slechts één godsdienst toegestaan. Ik denk dat we trots mogen zijn op de huidige religieuze vrijheid, en dat artikel 6 waardevol is. In feite zijn ieders meningen te scharen onder zijn of haar persoonlijke levensovertuiging. In die zin zou eerder de vrijheid van meningsuiting het ‘overbodige artikel’ zijn. Vrijheid is simpelweg nooit overbodig. De grondwet is duidelijk geschreven. Men kan het lezen als een samenvatting van Nederlandse dan wel westerse waarden en normen, van wat wij belangrijk vinden. Er zijn vrijheden in vastgelegd die wij in de afgelopen eeuw ‘verzameld’ hebben. En in plaats van het schrappen van vrijheden, hoe overbodig ook, zou ik eerder kijken naar een uitbreiding ervan. Van vrijheid kun je nooit genoeg hebben.

21


Open & Bloot

Zomer 2008

Poëzie | De EU is een voluptueuze vrouw Op woensdag 13 februari vond er een debat plaats over de Europese Unie en de regio. Sprekers waren Europarlementariër Sophie in ‘t Veld, hoogleraar eigentijdse geschiedenis Doeko Bosscher, Euroscepticus Willem Bos (zie opinieartikel in de vorige Open & Bloot) en lid van de Groninger Provinciale Staten Teun Jan Zanen. De drie debatstellingen werden op bijzondere wijze ingeluid. Stadsdichter Rense Sinkgraven las bij iedere stelling een kort, speciaal voor deze gelegenheid geschreven gedicht voor. Stelling twee In Europa kraait de staat koning maar de nachtegaal zingt een Gronings lied. Stelling 2: De Europese burger is beter af met een Europa van regio’s dan van lidstaten. Stelling één Europa is een voluptueuze vrouw met vele gezichten die voor de spiegel haar eenzijdige perspectief verzint. Stelling 1: Promotie van een Europese eenheidsgedachte stimuleert nationalisme in plaats van interregionale samenwerking.

22

Stelling drie De taal is rendabel staat gelijk aan de bloemetjesjurk van een boekhouder en is omgekeerd evenredig met de rode ballon van een blij kind. Stelling 3: De Europese eenheid is gebaat bij de afschaffing van onrendabel taalsentimentalisme.


Reportage | Voorjaarscongres in zonovergoten Amsterdam ‘Dit weekend wordt het mooi weer met veel zon en temperaturen tot 20°C.’ Zo luidde het weerbericht voor 26 en 27 april, het weekend van het 52e JD-congres in Amsterdam. Prachtig weer om een heel weekend binnen te zitten. Not! Maar ondanks het overvolle programma met sprekers, moties en verkiezingen, bleef er genoeg tijd over om lekker een terrasje te pakken. Door Caroline Remmelts De zaterdag begon met een lezing van Ahmed Marcouch, over zijn stadsdeelvoorzitterschap van de Amsterdamse wijk Slotervaart, wat hij interessant wist te brengen. Verder was socioloog Dick Pels als spreker uitgenodigd en had JD-voorzitter Floris Kreiken een politieke speech voorbereid (na te lezen op de JDwebsite). Na het dagprogramma konden we inchecken en dineren in de StayOkay. Vervolgens begon het feest, waar ik me zo enorm op verheugd had door de vele legendarische verhalen. Want JD’ers schijnen te feesten als de besten, en niets zou dat kunnen tegenhouden want we zaten tenslotte in Damsco. Maar dat

viel tegen; in de hoofdstad sluiten de meeste kroegen om drie uur. Dus als het congres weer in Groningen is, zullen we ze laten zien wat uitgaan is! De volgende ochtend zat iedereen weer met frisse en minder frisse hoofden in de zaal, waar weer de nodige sprekers aan ’t woord kwamen, over moties werd gestemd en de nieuwe leden van het landelijk bestuur werden gekozen. Zo werd Eric Krijgsman voor een derde (!) termijn verkozen tot Penningmeester en ging Maaike Alleblas van Ad Interim naar verkozen Secretaris Algemeen. Ook kwam Boyd van Dijk nieuw in het bestuur als Secretaris Scholing en Vorming, waarmee hij het stokje overnam van Mark Santcroos. Verder is Lex Sietses, die voor een half jaar verkozen was, gestopt met Organisatie, waardoor deze functie nog vacant is.

23


Open & Bloot

Zomer 2008

Fotoverslag

‘......... Zooooo´n grote.........’

Bart aan het Woord

Vergeet je tandenborstel niet!

24


Voorjaarscongres 2008 Amsterdam Stemmen!

Suppoost

Hulde terrasje!

25


Open & Bloot

Zomer 2008

Bestuur | ‘Er gaat niets boven JD Groningen’ Dames en Heren van de Groninger Jonge Democraten. Het is zo ver, er is een nieuw bestuur. Een bestuur met vier nieuwe inzittenden, en met mij, voorheen Secretaris Promotie, als voorzitter. Die taak vervult mij met veel plezier. Maar u mag ook best weten dat het zwaar te moede is. Op de AAV zijn grote ambities uitgesproken. Dat betekent een buitengewoon zware opgave. Het nieuwe bestuur wil een grotere afdeling, meer leden, meer naamsbekendheid, maar ook meer betrokkenheid en organisatie binnen de vereniging. Inderdaad, ‘vereniging’ – zo noem ik de JD graag. Wij zijn geen organisatie vóór leden, maar dóór leden. Het bestuur is geen doel op zich, maar een middel voor iets groters. Of je nu JD’er bent in een afdeling als LeidenHaaglanden, Amsterdam, Twente of Groningen, dat maakt wel degelijk verschil. Het afdelingslidmaatschap geeft vooral invulling aan het JDlidmaatschap. Daarom is een afdeling eigenlijk niet alleen een ‘afdeling van’, maar ook een organisatie op zich. Vandaar dat het nieuwe bestuur spreekt van ‘Groninger Jonge Democraten’. ‘Er gaat niets boven JD Groningen’ is de slogan voor het komende bestuursjaar. Ik denk dat iedere Groninger JD’er trots mag zijn op de afdeling. Maar we zijn er nog niet. Er zijn tal van kwaliteiten die niet

26

worden ingezet, kansen die niet worden benut. Daarom wil ik iedereen oproepen een voorbeeld te nemen aan Sander Schelhaas. Een man die zich al zes jaar met hart en ziel inzet voor de afdeling. Een man die actief is geweest in het bestuur maar ook in commissies. Lees: de handen en voeten waardoor het bestuur kan besturen. Een man die al jarenlang betrokken is bij de Open & Bloot, die stukken heeft geschreven over de meest uiteen lopende onderwerpen. De Open & Bloot, het paradepaardje en het juweeltje van de afdeling. Ieder lid met een mening kan die uitdragen binnen de JD, zeker in Groningen! Leef je uit, geef je mening, schrijf! Met vrijzinnige groet, Chris-Jan Kamminga


Bestuur | Van promotiecommissie tot bestuurskas-beheerder Mijn naam is Jeroen van Leeuwen, en ik ben sinds eind maart de nieuwe Groninger penningmeester. We zijn alweer meer dan een maand onderweg, en ondanks wat kleine opstartprobleempjes hebben we wat mij betreft een goede start gemaakt. Maar laat me beginnen bij het begin. Mijn eerste JD-activiteit was geen groot succes. De debattraining die op het programma stond vond ik kwalitatief mager. Daardoor rees de vraag of de JD wel de juiste vereniging voor mij was. Duidelijk bleef dat mijn politieke voorkeur bij D66 lag, en de link met de JD bleef dus bestaan. In december belandde ik nogmaals bij een JD-activiteit. Toen ben ik actief geworden binnen de ProCo, de promotiecommissie. In maart heb ik me vervolgens als kandidaatpenningmeester verkiesbaar gesteld voor het bestuur. Tot zover mijn korte, maar kleurrijke voorgeschiedenis bij de JD. Nu zal ik nog wat meer over mezelf vertellen. Sinds twee jaar ben ik student aan de RUG. Het eerste jaar heb ik Economie en Manage-

ment gestudeerd. Deze studie paste echter niet goed bij mij, daarom ben ik deze zomer overgestapt naar Geschiedenis. Sinds de zomer woon ik ook in de stad, kortom ik ben fulltime student. De aanwezigen op de AAV in maart hebben allemaal de ambities van dit bestuur gehoord. Ik sta daar volledig achter en hoop oprecht dat we de Groninger JD zowel kwalitatief als kwantitatief kunnen verbeteren. Wij als bestuur gaan daar het komende jaar in ieder geval onze uiterste best voor doen. Als penningmeester wil ik toch met name de nadruk leggen op de kwaliteit. Een ieder zal begrijpen dat we met onze, helaas geringe, begroting niet alles kunnen doen. Maar ik ga me volledig inzetten om er het maximale uit te halen. Met vrijzinnige groet, Jeroen van Leeuwen

27


Open & Bloot

Zomer 2008

Bestuur | Het gezicht achter de emails Ik ben Romeo Tuinman, sinds enkele weken de nieuwe secretaris van de JD Groningen. Waarschijnlijk kennen jullie mij al, van de inmiddels talloze emails die jullie van mij hebben ontvangen. Om het emailadres ‘een gezicht te geven’, wil ik me bij deze even voorstellen. Ik ben dit jaar begonnen met de studie Internationale Betrekkingen en Internationale Organisaties, en vanuit mijn vroegere woonplaats Apeldoorn naar Groningen verhuisd. Na enkele maanden studeren, besloot ik me aan te melden bij de JD Groningen. Vanaf dat moment ging het snel: op 22 januari bezocht ik mijn eerste activiteit, op 18 maart zat ik als secretaris in het bestuur. In die hoedanigheid ga ik proberen jullie zo goed mogelijk op de hoogte te houden van de activiteiten. Daarnaast zal ik binnen het bestuur allerlei andere taken uitvoeren, zodat we gezamenlijk de doelen kunnen halen die we onszelf bij ons aantreden hebben gesteld. En een bestuursfunctie is natuurlijk de ideale mogelijkheid om de JD en alle Jonge Democraten goed te leren kennen.

28

Waarom ik lid ben geworden van de JD en van D66? De standpunten van de JD en van D66 komen natuurlijk sterk overeen met mijn politieke voorkeur. Het nemen van de beslissing om lid te worden, bleek begin 2008 sowieso niet al te moeilijk: Rita Verdonk stond op 25 zetels in de peilingen, Geert Wilders hield het land in zijn greep met Fitna en het Rooms-Rode kabinet sleepte zich voort van non-issue naar non-issue... Need I say more? Redenen genoeg om te willen bijdragen aan een duidelijk vrijzinnig-democratisch geluid! Met vrijzinnige groet, Romeo Tuinman


Bestuur | Ledenaantal Groninger JD verdubbelen Mijn naam is Welmoed Brugman. Ik ben eerstejaars Italiaans en daarnaast studeer ik Godsdienstwetenschappen. Sinds september ben ik lid van de Jonge Democraten en vanaf ongeveer dat moment enthousiast lid van de promotiecommissie, de ProCo. Nu, een paar maanden later, mag ik mijzelf Secretaris Promotie noemen van het Groningse JD-bestuur. De Jonge Democraten vormen een organisatie die ergens voor staat, een organisatie die in de eerste instantie wil bijdragen aan de individuele ontplooiing van alle mensen, die streeft naar een radicale democratisering van de maatschappij, en als het aan mij ligt, een organisatie die de komende jaren sterk zal gaan groeien. Het valt mij op dat veel jongeren geïnteresseerd zijn in politiek en een uitgesproken mening hebben, maar toch geen lid van een politieke jongerenorganisatie (pjo) zijn. Misschien uit luiheid, misschien uit tijdgebrek, maar vooral uit gebrek aan informatie. Dit wil ik veranderen. Onze afdeling telt momenteel rond de 180 leden, en ik ben ervan overtuigd dat dit verdubbeld kan worden. Onlangs was het zelfs in het

maandblad Penthouse te lezen: van alle politieke jongerenorganisaties, biedt de Jonge Democraten de meeste hoop voor de toekomst.  Wij jongeren zíjn de toekomst, we moeten nú onze stem laten horen en zorgen voor een leefbare, vredige wereld voor onszelf en de volgende generaties! Ik wil van de JD een begrip maken, een partij die bekend is onder alle jongeren. Ik wil proberen al onze leden te laten zien hoe leuk het is om binnen de JD actief te zijn. Kom eens naar een activiteit, kijk op onze JD-hyve, voel je thuis in onze organisatie! Ook wil ik meer leden betrekken bij het organiseren van activiteiten – heb je dus een leuk idee, schroom niet en mail me! Laat je zien en laat je horen, zodat je over een tijdje kan zeggen dat jij actief bent in de grootste, beste en leukste pjo-afdeling van Nederland! Met vrijzinnige groet, Welmoed Brugman

29


Open & Bloot

Zomer 2008

Bestuur | Hee Jonge Dame(craat)! Hiermee werd ik door Chris-Jan Kamminga, destijds Secretaris Promotie, naar het Groninger JD-lidmaatschap gelokt. Het was november 2007, dus niet eens zo lang geleden. Ik besloot meteen actief te worden en wel in de promotiecommissie, de ProCo. Niet veel later zou het oude bestuur aftreden, en werd ik gevraagd me beschikbaar te stellen voor het nieuwe bestuur. Om heel eerlijk te zijn, vond ik dit best een enge gedachte. Ik zat nog maar net bij de JD en kende de gewoontes en gebruiken van de partij nog niet echt. Daarnaast vond ik de functies die op dat moment ingevuld werden, niet echt aanlokkelijk. Een nieuwe functie, die een mooie aanvulling zou zijn, sprak mij aan. Daarom stelde ik mijzelf verkiesbaar als Secretaris Pers en ben ik na een spannende avond verkozen. Met deze functie hoop ik meer naamsbekendheid te krijgen voor de JD Groningen. Dit moet leiden tot meer leden. Afgelopen zomer ben ik naar Groningen gekomen om te studeren, maar daar is niet veel van terecht gekomen. Na ongeveer twee maanden PABO besloot ik dat dat toch niet

30

helemaal mijn studie was. Ik besloot een baantje te zoeken, wat vooralsnog niet is gelukt. Voordeel daarvan is dat ik nu extra veel tijd heb voor mijn functie! Vol vertrouwen zie ik dit bestuursjaar tegemoet, ik denk dat wij als bestuur grootse dingen gaan bereiken. We gaan zorgen voor een grote en actieve afdeling, eentje waar alle afdelingen van de JD of van andere politieke jongerenorganisaties jaloers op zullen zijn! Met vrijzinnige groet, Caroline Remmelts


Agenda Mei - Augustus Internationale Week in Groningen (InCo) Wanneer: dinsdag 20 mei 2008 Waar: Groningen aan Zee (Drie Gezusters, Grote Markt) Hoe laat: 19.30 inloop, 20.00 start De landelijke internationale commissie van de Jonge Democraten (InCo) organiseert jaarlijks een internationale week. Daarin komen ze ook naar Groningen om met ons van gedachten te wisselen over actuele internationale kwesties. Het thema is dit jaar Integratie en immigratie. Voor meer informatie: inco@jongedemocraten.nl

Professionele debattraining Wanneer: dinsdag 3 juni 2008 Waar: Groningen aan Zee (Drie Gezusters, Grote Markt) Hoe laat: inloop 19.30, 20.00 start Een professionele trainer komt aan de Groninger JD een spoedcursus debatteren geven. Dit is een vaardigheid die geen enkele JD’er mag missen, dus wees erbij!

Groninger Commissie Politiek Café Wanneer: dinsdag 27 mei 2008 Waar: Groningen aan Zee (Drie Gezusters, Grote Markt) Hoe laat: 19.30 inloop, 20.00 start Na een geslaagde avond over religie en politiek organiseert onze Politiek Café-commissie PolCa ook in mei een activiteit. Het onderwerp van deze avond wordt later bekendgemaakt via de email.

31



Open & Bloot zomer 2008