Page 1

ons


Het is een scène. Een gebeurtenis. Geen werkelijk gebeurde. Misschien ook wel juist de angst voor een, of de herinnering aan een ander. Gecompileerde bewegingen en spierspanningen, het verbuigen van gewrichten. De tijd staat stil bij de gedachten aan de tegelijkertijdigheid van details en overzicht. Van innerlijk en uiterlijk. De omgeving ontbreekt. De focus ligt op het gevangen moment van de zinsbegoocheling van een verstrekkende gedachte. Boven hangend, onder staand en in het midden gevallen. Dunne lijnen zoekend naar houvast. Een vinger zoekend naar een richeltje om zich achter te haken. Het richteltje verwijdert zich schijnbaar. De overgang. De transitie van het een naar het ander. Deze duurt eeuwig. Hetgeen waar naartoe wordt bewogen genereert alle dynamiek en gekheid die de tekening herbergt, ondanks het ontbreken van juist dat doel. De tekeningen dragen vraagstelling, overpeinzing en antwoord in zich. Het ontbreekt echter aan context. Aan omgeving. En aan elke verwijzing naar deze. Hierdoor gaan de tekeningen zich als universeel verhaal gedragen. Afhankelijk van wie er kijkt, vormt zich een verhaal. Dat gebeurt langzaam. Een ingang de tekening in is niet snel gevonden. Langzaam vormt de tekening zich als de handleiding bij hoe de gebeurtenis zich laat plaatsvinden en hoe je ze kan toepassen. Het is een gebeurtenis in je hoofd. Een die je spieren doet spannen, je vel doet verstrakken, je knokkels ontwricht.

2

Geen leuke, maar wel een waarlijke.

Gijs van Bon beeldend kunstenaar Eindhoven nederland

w w w . g i j sva n b o n . n l

bij pag. 14


Tekst of Beeld POGING 1 Tekst: bijvoeglijke naamwoorden kwetsbare vragende sobere vrouwelijke vreemde (in elkaar gekropen houding) gecontroleerde / intuïtieve complexe / eenvoudige naakte wringende POGING 2 Beeld: zelfportet als Griet 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

verdwaasd wegkijkend van camera arm rust op hoofd ongemakkelijke pose vragende houding (levenloze) sobere ruimte interactie met voorwerp complex beeld verloren blik

POGING 3 Met mijn linkerarm zou ik achter mijn nek langs mijn hand tegen mijn wang plakken en deze zo ver mogelijk proberen op te rekken; een opgerekt gezicht.

Mark van den Heuvel grafisch ontwerper, muzikant ’s–Hertogenbosch nederland

POGING 4 Instructies voor zelfportret als Griet: -------------------------------------------------1. 2. 3. -------------------------------------------------- onmogelijke pose - haar lichaamstaal stelt vragen (neemt onderzoekende houding aan) - het wringt - ze stelt de kijker gerust en wordt niet boos als je haar niet begrijpt - constante afwezigheid van de ander - uit eenzaamheid probeert ze zichzelf te omhelzen (of zoiets) POGING 5 Helder en simpel formuleren. Vermijdt poetisch taalgebruik. POGING 6 Ik vind het niet erg dat ik de beelden van Griet niet begrijp. POGING 7 Alle pogingen samenvatten en reduceren tot één enkele zin.

3

bij pag. 15

w w w . m a r k va n d e n h e u v e l . c o m


4

Een ‘Griet’ kenmerkt zich door de natuurlijke vorm van de mens in interactie met zichzelf, en met de mens in zijn omgeving. Vanuit mijn gezichtspunt weet de kunstenaar Griet in haar werk haar eigen interactie met zichzelf en met de omgeving te uiten en deze interactie een vorm te geven. Dit vormt een ‘Griet’ tot een inspirerend continuüm van ontwikkeling.

Ludo van Meeuwen Educational Design and Curriculum Development at Air Traffic Control The Netherlands Eindhoven nederland

bij pag. 16


op de valreep nog even met Griet naar haar atelier achteloos glijdt daar een la open … en ik val als een blok … voor haar abstracte werk hier en daar een minimale suggestie naar vorm zonder ergens concreet te worden ik geniet van die openheid en haar sensitieve, dynamische handschrift ik koop er gelijk twee zonder gêne yesssss

5

bij pag. 17

Bregt Leyendeckers huismeester, assistent kunstenaars Lokaal 01 Breda nederland


Lichaam, opgesloten in een bus

bij pag. 18

In 1999 zat ik in de bus van Dublin naar Galway en een week later reed ik weer terug. Het was de tijd dat ik veel alleen reisde en wie alleen reist, reist met zichzelf als gezelschap – of zoals ik eens schreef: denkend aan mijzelf in een landschap, zie ik óf het landschap óf mijzelf wandelend in dat landschap. Ik weet niet zeker waar dat vandaan komt, dat voortdurende bewustzijn van mijzelf, helemaal als ik in een vreemde omgeving ben. Ik zou een slecht Boeddhist zijn, want niet in staat op te gaan in het Hier en Nu. Ik heb die levenshouding altijd een onmenselijke opgave gevonden: je verlangens, je gedachtes, je lichaam, je ego los te laten en zuiver geest te worden in dat eeuwige Nu. Dat lichaam los laten, dat zou me lukken, omdat ik altijd heb gevonden dat mijn geest de baas was. Zozeer dat ik wel eens als grap de schrijver F.B.Hotz citeerde, die zei: ‘beter een gezonde geest dan een gezond lichaam’ Dat is aardig cynisch, maar ik kon er wel om lachen en in de kern geloof ik erin. Dat lichaam van mij, dat als een wormvormig aanhangsel aan mijn geest vast zat, dat werd ik alleen gewaar als de liefde in het spel was. Maar nu ik ouder ben, dwingt dat zelfde lichaam mijn geest om anders over haar te denken.

6

Wat tekende Griet hier: haar gedachtes, die onderweg van Galway naar Dublin als vrije vogels heen en weer schoten in haar innerlijke universum? In iedere tekening van haar zie ik echter het lichaam – al het cerebrale in haar ten spijt. Haar handen die over het papier gaan, zijn ook een soort vogels, die heen en weer schieten in haar universum – echte vogels van vlees en bloed, die krijt in hun vleugels houden en het zwerk betekenen. Dat is waar zij en ik van elkaar verschillen. Veel herkennen wij in elkaar, ondanks de 26 jaren in leeftijd die wij verschillen, maar Griet is in tegenstelling tot mijzelf misschien wel voor alles LICHAAM. Kijk naar het hare: als het kraanvogelachtig is (de sierlijke Griet), maraboe-achtig (de lijdende Griet), duif-achtig (de nerveuze Griet), reiger-achtig (de evenwichtige Griet). En dus moet deze tekening die ‘Galway to Dublin’ heet, niet alleen de verbeelding van haar denken zijn, maar evenzeer dat van haar lichaam, opgesloten in een bus, terwijl buiten de groene heuvels lokken, en de blauwe beken, en de donkere heidevelden. Zij wachten op de vogel Griet.

Margriet Kemper docent, uitgever, beeldend kunstenaar ’s-Hertogenbosch nederland

w w w. p e l s k e m p e r . n l


In Tripkau heb ik me echt in Griets werk kunnen verdiepen. De voormalige grenskazerne in dit dorp dat vroeger bij de DDR hoorde, bood ons in september 2009 tijdelijk onderdak. Aanleiding was een werkperiode. Samen met een tiental kunstenaars zou er gewerkt, geleefd en gesproken worden. Ik zou teksten schrijven. Dat duurde wel even. Gewend als ik ben om meteen met schrijven te beginnen, kreeg ik een lesje in geduld betrachten. De diverse leden van de groep zochten in het grote gebouw hun plek, verkenden de omgeving en toetsten het gezelschap. Als kunsthistoricus mag ik meestal achteraf werk beoordelen en word dan geconfronteerd met feiten. Nu mocht ik het creatieve proces meemaken. Het voor Griet bestemde atelier moest eerst en vooral schoon zijn. Emmers water werden verplaatst totdat de ruimte tekenklaar was. Daarna kwamen de mensen om haar heen aan de beurt. Pas nadat we allemaal eigen waren, was er geen reden meer om niet te tekenen. En toen werd er gewerkt; de vloer lag al snel vol bewegingen. Potloden draaiden overuren, net als het gummetje. “De snel wisselende emoties die zij ondergaat bij de waarneming en het tekenproces worden niet gebundeld tot één conclusie, maar in analyses naast elkaar getoond”, schreef ik later. Zo ging het ook met onze gesprekken. Griet laat zelden een onderwerp liggen, alles wat ter tafel komt, wordt getoetst. Die snelle opeenvolging van analyses kan leiden tot bewustwording en gefundeerde conclusies; bij haar allemaal in voldoende mate aanwezig. Maar zij blijft gelukkig zoeken. This One or the Next.

7

bij pag. 19

Liesbeth Schreuder kunsthistoricus Waalre nederland


8

Als ik aan jou denk en aan je werk komt er altijd ĂŠĂŠn woordje boven drijven: dansen. Dansen in alle facetten en op alle manieren. Fysiek dansen in een club of als performance met een hoepel, dansen op je stoel als je te lang ergens moet zitten, dansen in de dingen die je kiest op je pad en natuurlijk dansen in je werk. Vanaf het begin is dit een thema geweest in je werk en het is er altijd in gebleven. Dansen als ontwikkeling van je werk en als onderzoek naar het menselijk lichaam en natuurlijk naar jezelf.

Hans van Rijnberk architect Amsterdam nederland

w w w . h a n s va n r i j n b e r k . n l

bij pag. 20


On the floor, above or in the middle

9

bij pag. 21

Suzanne van Rest beeldend kunstenaar Maastricht nederland

w w w . s u z a n n e va n r e s t. n l


Om de tekeningen van Griet Menschaert te begrijpen, moest ik ze eerst zelf tekenen.

10

De eersten mislukten, het waren slechts tekeningen van in elkaar verstrengelde figuren. Er miste iets. Na een uur tevergeefs te hebben gezocht naar het lichaam in de tekening, begonnen mijn benen te tintelen. Te lang in dezelfde gespannen houding gezeten. Deze spanning, dit moest de ontbrekende lading zijn. Ik richtte me tot mijn wat strak omveterde voet, mijn wat beurse zitvlees en uiteindelijk tot mijn inmiddels verkrampte tekenhand. Ik tekende vanuit mijn lichaam. Mijn hand was niet slechts een tekeninstrument, nee, mijn hand stond in directe verbinding met mijn gehele lichaam, met elke zenuw en elke cel. En dan voegt Griet daar ook nog een ontzettend complex geheel aan menselijke relaties, driften, emoties, dynamische chaos en – weet ik veel wat nog meer – aan toe. Immens omvangrijk. Deze tekeningen gaan in je lichaam zitten.

Koen Doodeman beeldend kunstenaar Utrecht nederland

w w w . ko e n d o o d e m a n . n l

bij pag. 22


The immediate impression when first viewing Griet’s sketches in pencil is one of grotesque chaos. If that initial effect succeeds in diverting your eye then you won’t get the reward of insight and honesty that could have been just seconds away. It doesn’t take long to notice, almost on the edge of your awareness a powerful grace and longing that infuses every sketch. They begin to appear to contain life and inhabit the space of the page as if they had a right to be there and a will to grow. An organic explosion or bubbling of pain and or ecstasy, a coming together, a reluctant flight from and a hesitant, delicious taste are all themes. This represents from Griet an obvious awareness of the link between mind, body and emotion that is at the same time clinical and passionate.

11

bij pag. 23

Hugh Conor Devlin Restoration Ecologist Newcastle, Northern Ireland united kingdom


12

Woeste knotsen en grillige knokkels. Tegelijkertijd sierlijk en rauw. Vette zwarte lijnen van contĂŠkrijt monden uit in grillige, fijne potloodlijntjes, zo dun als garen. Haastige krasjes worden afgewisseld met nauwkeurig en nadrukkelijk aanwezige zware lijnen. Samen dolen zij rond op het papier en zoeken met zekere tred in het onbekende. Ontwarring blijft uit, er is geen lijn te bekennen die de boel bijeenhoudt; alle stronken kronkelen voort op zichzelf, hun eigen weg zoekend en gaand. Wringend zoeken de lijnen elkaar, maar vinden doen ze elkaar niet. Gaten gapen ons aan. De flinterdunne lijntjes verdwijnen subtiel in het niets, terwijl de zware stronken plots ophouden. Deze zoektocht op papier, deze strijd, speelt zich netjes af binnen de kaders van het vel. Ingehouden, doch woest. Het beeld is beklemmend terwijl het niets dan loslaten lijkt te zoeken. Nonchalante krasjes links en rechts maken de zoektocht niet alleen beladen, maar ook een beetje frivool. En dan is daar die tekst: Tell me - How do I feel. Het antwoord uitgegumd. Griet lijkt geen antwoord te krijgen op haar eigen lijnenspel, de beschouwer evenmin. Het leven is immers net zo grillig als deze tekening. Een zoektocht dus. Daarom raakt deze tekening me, iedere keer als ik ze zie.

Femke Dekkers beeldend kunstenaar Breda nederland

w w w . f e m k e d e k k e r s . b lo g s p ot. c o m

bij pag. 24


Mij


uit de serie 'Do I Know You', 42 Ă— 29,7 cm, 2008

14

zie pag. 2


Zelfportret, 2010

zie pag. 3

15


Zonder titel, 42 Ă— 59,4 cm, 2010

16

zie pag. 4


Zonder titel, 29,7 Ă— 42 cm, 2007

zie pag. 5

17


Galway to Dublin, 25 Ă— 25 cm, 2010

18

zie pag. 6


This One or the Next, 30 x 30 cm, 2009 (privĂŠ-collectie)

zie pag. 7

19


Zonder titel, 42 Ă— 29,7 cm, 2005

20

zie pag. 8


Zonder titel, 42 Ă— 29,7 cm, 2010

zie pag. 9

21


( tripkau ), 42 Ă— 59,4 cm, 2009

22

zie pag. 10


Left Right, 225 Ă— 240 cm, 2009

zie pag. 11

23


Tell Me How Do I Feel, 50 × 70 cm, 2007 (privé-collectie)

24

zie pag. 12


ons


Klinkt bijna ongelooflijk, maar het is intussen al meer dan 20 (!) jaar geleden dat ik Griet leerde kennen, misschien ken ik haar –naast haar familie – wel het langst van alle auteurs die de eer hebben iets over haar werk te schrijven in deze publicatie. En heel misschien heb ik zelf ook geen enkele andere vriendschap die al zo lang bestaat…! Jaren later maakte ik voor het eerst kennis met de kunstwerken van Griet: als eeuwige vriendin bezoek ik vaak haar blog, ben ik de trotse eigenaar van een Griet-tekening, en was ik of course present op de tentoonstelling van haar afstudeerwerk. Toegegeven, de grote doeken gemaakt met houtskool en dus overwegend zwart lieten in het begin een beetje een bevreemdende indruk bij me na en deden me soms twijfelen of het de bruisende, goedlachse (met wie ik al emmers tranen lachte) en soms prettig gestoorde Griet was die achter deze toch ietwat donkere kunstwerken schuilde. De zwarte door elkaar geslingerde vormen doen je een beetje onwennig of triest voelen, alsof je je plots in een wereld bevindt die niet de jouwe is, maar je wel uitnodigend opneemt. Terwijl ik zelf toch een grote liefhebber van heldere en lichte kleuren ben, konden de kunstwerken me stilaan bekoren, zeker nu het krachtige zwart stilaan plaatsmaakt voor een rustgevend en subtiel kleurenpallet van geel, rood, felblauw en groen.

26

De werken met kleur en licht zijn dan ook mijn absolute favorieten. In de combinatie van lijnen en mooie kleuren, krijg je de volledige vrijheid om vormen te herkennen, soms meer, soms minder. Het eerder afstandelijke zwart klaart in haar meest recente werken steeds meer op door warmere en kleurrijke tinten, alsof de zomer zijn intrede doet en zon en licht een extra dimensie geven aan de kunstwerken. Zon en licht, waar Griet toch ook van houdt en die iedereen zo nodig heeft. In de door elkaar vloeiende vormen voel je dat er iemand aan het werk is geweest, die krachtig en in haar eigen expressieve en persoonlijke beelden- en kleurentaal zich ten volle geeft voor haar werk. Haar kunstwerken stralen energie uit die er alleen kan zijn als je passie hebt voor je vak. En dat heeft Griet. Omdat het iets is wat in haar zit en wat ze moet doen, zegt ze me.

In Griets kunstwerken vloeien beweging, zwart, kleuren en poëzie door elkaar. Soms wat onrustig en onstuimig, een beetje verwarrend misschien, maar gekenmerkt door een bewust en voortdurend zoeken naar nieuwe stijlen, gevoelens en gedachten. Daarin ligt voor mij de kracht van haar werk. Dat typeert Griet, als kunstenaar, maar in het bijzonder als mens.

Isabel Paeme afdelingshoofd Communicatie en persverantwoordelijke, Universiteit Gent Gent belgië

bij pag. 38


Griet vroeg me te schrijven over haar werk en waaraan ik direct dacht zijn de overeenkomsten die ik opmerkte in het werk van Griet en het werk dat ik zelf een aantal jaren geleden maakte. Ook in de serie ‘cold mountains’ van de neo-expressionistische kunstenaar Brice Marden kwam ik eerder eenzelfdesoortige organische patronen tegen en onlangs zag ik in museum De Pont het werk van Johan Kuipers waarin ook dat karakter besloten ligt. Deze structuur is een uiteindelijke vorm waarin het proces en de bewegingen die daarin hebben plaatsgevonden, gestalte hebben gekregen. Het is voor mij de vraag of deze vorm bewust gekozen kan worden of dat hij onvermijdelijk is en enkel tot uitdrukking komt bij het streven naar een bepaald doel of doelmatigheid. Volgens Marden wordt de energie die eruit voortkomt in een soort meditatieve act direct vertaald in het medium en komt een kunstenaar tot deze vorm vanuit een werkproces waarin hij zeer dicht bij de natuur staat. Anders dan in het werk van mijzelf en de eerdergenoemde kunstenaars is het opvallend dat in de structuren die Griet weergeeft figuratie en abstractie samenkomen. Een mooi en waardevol gegeven dat op het papier zijn verdiende onsterfelijke karakter heeft gekregen.

27

bij pag. 39

afbeeldingen van links naar rechts: Brice Marden, ‘Cold Mountain 6’ 1989 – '91, 274,3 × 365,8 cm Griet Menschaert, ‘Soms’ (Sometimes) 2010, 100 × 140 cm Danny Scholtze, zonder titel 2006, 70 × 100 cm

Danny Scholtze beeldend kunstenaar Eindhoven nederland

w w w . da n n y s c h o lt z e . c o m


zaterdag zit ze achter de balie. ze is het nieuwe bibliotheekmeisje. ik ben er daarom ook. ze speelt haar rol aantrekkelijk in de gangen met hoge boekenkasten in slecht licht. alles om haar heen is net niet modern. achter een bureau vol papiertjes met cryptische boodschappen turft ze raadselachtige gebeurtenissen, met tussenposen. het bibliotheekmeisje heeft geheimen en duistere fantasieĂŤn; grote hoofden en buigende lijven, op hun knieĂŤn in het grote tekeningenschrift achter haar balie schetst ze hersenbeelden. ze doet er een beetje nonchalant over; erg aantrekkelijk. duister erotisch, potlood en pen. toen.

28

bij pag. 40

Han van Haren beeldend kunstenaar, milieumanager Diemen nederland

w w w . i wa n - h a n . c o m


Sunday, September 09, 2007 Since then I have been following her. Who is SHE? I remember her asking, but happily I still don’t yet know. From time to time I hear her thinking and from time to time I hear her singing.

29

bij pag. 41

Simon Benson beeldend kunstenaar Eindhoven nederland

w w w. s i m o n b e n s o n . n l


Over de zucht, het smachten en het niet invulbaar verlangen naar de zucht, het smachten en het verlangen naar jezelf in een staat van volle vrede.

Lastig is niet het goede woord, fijn en behaaglijk evenmin, noodzakelijk komt in de buurt en afgunst is niet op zijn plaats. Een zijn zoals je bent, je moet het er maar mee doen, omcirkelende gedachten als baleinen in een korset doen je je maat voelen. De mens zou zo graag willen zijn zoals hij denkt te wezen, te moeten zijn, maar het krassende potlood toont een spiegel waarin de lust en de rust van de onderwerping zich fascinerend legitimeren. De mens is omdat hij is die hij is, of hij wil of niet, of het hoort of niet, zover kijken als je durft te zien en stiekem een beetje verder. Het potlood is te vertrouwen, het leidt zichzelf, speelt de baas boven baas en heeft het vanzelfsprekend gedaan. Vals grafiet bekrast de zoete dromen van de onschuld. De verantwoordelijkheid over het werk raakt verloren in het geparfumeerd riool waarin ik zwem. Maar de beelden brengen rust, doen de slaaf accepteren dat er ergens in hem een meester moet zijn.

30

Het werk als een lofzang op de onmacht, de zwakte, het zoeken om niet te vinden, niet meer dan ongeveer omdat het lijden behaagt, gekoesterd moet worden in de warmte van de buik.

Bas Wilders fotograaf, docent Rotterdam nederland

bij pag. 42


Dag Griet, beste Griet,

Wist je dat slechts 7% van de menselijke communicatie verbaal is? Voor de rest bestaat ze uit het non-verbale, zoals klanken en lichaamstaal. In het eerste geval is de context van belang, maar deze kan enkel specifiek worden bepaald door de verhouding met intonatie, de omgeving en de eerder genoemde lichaamstaal. Ik moest eraan denken omdat je onlangs zei dat je een slachtoffer was van de communicatie. Nu vond ik dit interessant omdat je in beginsel niet het communiceren zoals ik dacht bedoelde, maar het eerder had over alle mogelijkheden die onder meer door media en andere worden aangeboden. Stel bij dezen nu toch de eerste vorm van het menselijke communiceren voorop en breng dit in relatie tot je werk, je tekenen, dan vind ik het heel bijzonder hoe dit oorspronkelijk voldoet aan de stelling en je met name de lichaamstaal als soort van grondbeginsel zou kunnen zien. Wat ik meen te zeggen is dat, zoals wel vaker het geval is, het andersom ook werkt en je eigenlijk geen vat meer hebt op wat je communiceert. Het gaat om wat men interpreteert en afhankelijk van de context waarin men zich bevindt, kan toelaten om te interpreteren. Het is een truc die in de wiskunde ook vaak gebruikt wordt, zoals je wellicht ook wel weet, en we zouden in principe dus ook een stelling ter verbetering van communicatie kunnen lanceren: G² + (V × L)¹ = C, waarbij C staat voor communicatie, L voor luisteren, V voor vocaal of voor hetgeen men zegt en G voor Gedrag. Ik ben zo vrij geweest mijn inspiratie te halen bij Willem Scheepers die op zijn beurt weer geïnspireerd was geraakt door een uitspraak van Hadrianus: ‘De vrouw wier klacht ik op een keer weigerde tot het eind toe aan te horen had gelijk toen ze uitriep dat als de tijd me ontbrak om naar haar te luisteren, me ook de tijd ontbrak om te regeren.’

Een laatste korte bedenking: wie is nu eigenlijk slachtoffer in dit verhaal? Niet dat ik mij, als toeschouwer, in die rol wil zien of voelen, maar vindt frustratie en/of andere neurosen evengoed overbodig. Geen uitvluchten meer! Geen zelfrelativering of vloekwaardigheid! De kunstenaar is gericht, doelbewust, weloverwogen en met opzet! De kunstenaar is een vrouw. Met heel veel groeten,

Frederik Vergaert coördinator Lokaal 01 Breda en Antwerpen Antwerpen belgië

31

bij pag. 43


32

De tekening is gemaakt in de tijd dat Gijs (onze schoonzoon) – zoals Griet het zo sprekend /beeldend uitdrukt: 'deze wereld verruilde voor de hogere', 'en zeer zeker beïnvloed door Jaspers (onze kleinzoon) onrustige lichaampje daarbij.' Suïcide door de vader (40) en de reactie van zijn zoon (6). De tekening vertelt het verhaal en wij zijn bijzonder blij dat Griet deze tekening voor ons heeft uitgezocht. Dank Griet dank.

Olga en Jan Aanstoot gepensioneerd onderwijzeres en gepensioneerd archivaris Menaldum nederland

bij pag. 44


bij pag. 45

Schrik voor den donker

+ 46

Veel schrik En dan maakt ge vieze donkere beesten Schreeuwen zonder gezicht Zonder smoel Vies want overal En ineens op u Knal op u Stukske kunstenaar Weet ge wat gij hebt? Schrik van uzelve en de wereld Dieje grote vieze wereld met zijn dikke bollen En zijn bollebozen Die alles beter weten en zonder schroom Uwe pompbak overschaduwen Alsof u wassen nie belangrijk is Op ne witte achtergrond en met een zwart gat voor uwe neus Zeg stukske kunstenaar Ge moet het maar durven In een rare stad gaan wonen Vol ollanders en andre kwieten Zonder kabeltv en zwembad in den hof Zonder de mama en de papa en de zus en de vriendjes Ja, da kan zwaar tegenvallen zenne Of viel het nie tegen soms?

Johan Vercammen eindredacteur Bonheiden belgië

stukske kunstenaar D’er zitte zwarte vlekken en zwarte dinges op uw dinges Bollen en kankers En kloten van vieze venten met haar op Stukske kunstenaar Peinst maar niet dat ik het niet gezien heb Gij stukske kunstenaar Gij confronteur met uwe spiegel Gij ochtenddier Gij Griet (En ikke slechte poëet nachtdier met rooi ogen Ik zie u & hoor) my body is a cage, arcade fire – passenger, deftones – escape velocity, chemical brothers – lazy eye, silversun pickups – sunday, sonic youth – …

33

Zeg, stukske kunstenaar Weet ge wat gij hebt? Schrik voor den donker Ja, ’t zal wel zijn Schrik!


Wat schrijft een mens over iemands werk, ook een mens? Iemand die je nota bene kent. Schrijf je dan over het werk of over de mens? Kan je dat scheiden? YES, WE CAN! Het zit namelijk zo: ik kan Griet zoals ik haar ken – uit de Leuvense studententijd – niet zo één-twee-drie herkennen in haar werk. En met werk bedoel ik specifiek haar tekenwerk. Wat ik wel herken, is het lichaam als thema. Griet is/was niet alleen een tekenaar maar ook een danser. Laatst bezocht ik Ithaka, een kunstconcours waar Griet een muurtekening heeft gemaakt. Het was een van de weinige keren dat ik een reële confrontatie met haar tekeningen aanging, na heel wat virtueel bezoek. Geloof me, dat is een wereld van verschil. Ik voel me hoegenaamd niet in de positie om haar werk te beoordelen. Ik neem me gewoon voor een poging te ondernemen om te beschrijven wat er in me omging, opkwam, wegebde, terugkwam enzovoort. Eén paragraaf, niet meer:

34

De tekening was een enorme krachtpatserij. Een soort uitbraak die gepaard gaat met een enorme ontlading, genre Eyjafjallajökull. Een uitbraak van macht, van onderdrukking. Kracht. Kijk naar die handen, naar die gespierde ledematen. Centraal staat de onderdrukker die via tal van ledematen en uitlopers de rest onder de knoet houdt. Al kan de rest symbool staan voor één persoon. Wie zal het zeggen? Ik denk dat Griet links boven staat. Ik herinner me een zelfportret waarop ze zichzelf precies zo heeft gefotografeerd. Deze hele tekening zou dus eigenlijk wel eens een zelfportret kunnen zijn. Een portret van het eigen lichaam? Lichamelijkheid staat als thema erg centraal. Wat kan een lichaam, haar lichaam? Heeft het grenzen? Kan ze daarover? Of moet ze vluchten? Door wat of wie wordt het beknot? Zo wordt de tekening een levende zoektocht. Net zoals deze tekst. Griet is eigenlijk een danser die tekent.

Maarten Tielens coördinator Wijkgezondheidscentrum Leuven belgië

bij pag. 46


Alsmaar onderzoekend, keurend ook. Open willen staan voor al wat zich openbaart, maar wie lukt dat? Lichaam, hoofd, kruis: binnen en buiten proporties. Wie bepaalt de proporties? Wat binnen en buiten is? Mooier is: de verhoudingen laten binnenkomen en weer naar buiten. Zoals Griet dat doet. Lijfelijkheid, lichamelijkheid, ledematen. Maar ook: hoofd-zakelijk blijft een kruis een kruis, zijn ledematen gedoemd tot ledematigheid. Ondertussen zie ik steeds meer kleur. Zwarte draden maken plaats, geven ruimte. Behoedzaam maar zeker. Ze durft. Griet mag durven. Onderwijl alsmaar onderzoekend, keurend toch ook.

35

bij pag. 47

Marijn Bruinink interactie-ontwerper, usability specialist Eindhoven nederland


Worstelende Bewegingen? Lijnen ongeduld? Immense Energie? Mysterieus onderweg? Toch onzeker? Toch zelfzeker? Zoekende Onrust?

36

Je pa die door je werk naar jou probeert te kijken…. …en te begrijpen.

Paul Menschaert huisarts Vollezele belgië

bij pag. 48


Mij


Zonder titel, 30 Ă— 30 cm, 2009

38

zie pag. 26


Soms, 100 Ă— 140 cm, 2009

zie pag. 27

39


Zonder titel, 25 Ă— 25 cm, 2007

40

zie pag. 28


Zonder titel, 42 Ă— 29,7 cm, 2009

zie pag. 29

41


Zonder titel, 42 Ă— 29,7 cm, 2010

42

zie pag. 30


Zonder titel, 42 Ă— 29,7 cm, 2009

zie pag. 31

43


Gijs (detail), 42 × 29,7 cm, 2009 (privé-collectie)

44

zie pag. 32


Stukske kunstenaar, 25 Ă— 25 cm, 2010

zie pag. 33

45


Landschap der erfelijkheid ( leuven ), 2010

46

zie pag. 34


Beeld als onderdeel van het soloproject 'Brabants Sirenenlied' ( landgoed velder, liempde ), 2009

zie pag. 35

47


( tripkau ), 42 Ă— 29,7 cm, 2009

48

zie pag. 36


ons


50

Young Witch

Elisabeth Stienstra beeldend kunstenaar Amsterdam nederland

bij pag. 62


Zelf in de Elbe

Hier toont ze zich, Zelf. Volledig naakt, open en bloot. Nietsvermoedend toont ze zich aan jou, Actaeon, als een blanke nimf in het zachte water. Een en al natte naaktheid, haar bovenlichaam stralend in ziedend zomerlicht. Terwijl ze daar zo staat, in de rivier die zachtjes langs haar bovenbenen glijdt, knijpt ze het frisse vocht uit haar haren dat in een straal terugmiezert naar zijn oorspronkelijke plek. Het beeld oogt ongerept. Niets is minder waar. De maagdelijkheid is slechts ogenschijnlijk. Het fragiele rugje van Zelf wordt overschaduwd door een alter ego dat zich fijntjes aan haar heeft vastgeklampt. De paradijselijke vrijheid is niet meer dan tijdelijk. De charme van deze verkoelende waadplek lijdt onder de herinnering aan het IJzeren Gordijn, symbool van een pijnlijke tweedeling. Zelf toont zich hier, als kunstenares ook. Door zich zo onbekleed op te voeren, plaatst ze zich in de eminentste aller beeldtradities waarin vrouwelijk naakt het summum is van schone kunst. Heel moedig is dat. Des te meer omdat dit een mannenwereld pleegt te zijn. Ze neemt positie in, en doet dit heel apart. Met vluchtige maar rake en ontroerende potloodlijnen, verovert ze haar eigen plaats. Haar beeld is intiem en raakt zoals slechts weinige beelden dit doen. De verstilde broosheid brengt de knielende jongens van George Minne voor de geest. De feminiene en sprekende ingetogenheid maakt haar tot waardige zus van Käthe Kollwitz. Maar uniek is ze Zelf, in haar raadselachtige dubbelheid.

51

bij pag. 63

Karolien De Clippel universitair hoofddocent Kunstgeschiedenis, Universiteit Utrecht Hasselt belgiĂŤ


52

eerste kennismaking een vrouw fietst voorbij samen met haar vriendin zij stoppen ik kijk toe zij is eerder geweest enthousiast vertelt ze haar vriendin over dit werk in de openbare ruimte zomaar op straat haast onopvallend maar zo kwetsbaar dat het je niet meer loslaat

Paul Bouw architect Eindhoven nederland

bij pag. 64


Het is altijd vol bewondering en respect dat ik naar de kunst van Griet kijk. Ze heeft zo een goeie techniek. Zo verfijnd is het lijnenspel, de schaduwvlakken. En die tere kwetsbare lijntjes die vervlochten zijn, vormen samen zo’n grootse en krachtige eenheid. Ik herinner me nog goed het eerste werk dat ik van Griet zag. Het hing in de keuken in het huis van haar ouders in Vollezele. Hoe oud zou ze geweest zijn toen ze dat schilderij maakte? Het moet een jaar of vijftien geleden zijn dat ik het zag hangen. Wat ik me nog voor de geest kan halen, waren (toen ook al) veel lijnen, kronkels en vlekken – maar dan in verschillende kleuren en daarop stippen en nog meer kronkelende lijnen gespat of getekend met zwarte inkt. Niets stond op zichzelf in haar tekening, alles was verbonden. Ik werd vrolijk door er naar te kijken. Het doet trouwens altijd wat met mijn gevoel als ik tekeningen van haar zie. Ik kan er weinig of geen afstand van nemen. En dat is best heftig met haar huidige werk, want nu doet het me vaak zo’n pijn, al die verwrongen, verkrampte, opgeknoopte figuren of soms gedrochten – het grijpen, het klauwen, bijten, rouwen, vaak hol en levenloos, lusteloos. En dan zou ik haar een dikke knuffel willen geven. Ze weet wel dat ik het af en toe moeilijk heb met haar kunst. Soms zie ik ook zachtheid en tederheid en dan slaakt mijn wezen een zucht van verlichting. Als de figuren abstracter worden en lijken op te gaan in een soort van takkenbos, vuurzee of storm zie ik het ‘hele-al’ en dat vind ik echt heel mooi. Vaak stokt mijn adem. Het laat me nooit koud.

53

bij pag. 65

Kristien Magdelijns huisvrouw Heiloo nederland


Beste Griet,

54

Alhoewel het niet zo gemakkelijk is een tekstje op te maken, kan ik het toch niet laten, mag ik dit ook niet laten voorbijgaan. Dit is een gelegenheid om mijn appreciatie voor je werk te laten kennen en wat zeker niet onbelangrijk is, erbij stil te staan, en erover na te denken – ondertussen merk ik dat ik wel heel fier ben. Wat ik zeker niet mag verzwijgen is dat je met je talenten en je gaven en je gevoelens veel gewerkt hebt, wat niet altijd gemakkelijk was, maar wel belonend na veel tijd. Je hebt een echte levensweg uitgewerkt, met veel vallen en opstaan, wat weinigen kunnen zeggen.Als ik even nadenk, schrik ik hoe veel je al gepresteerd hebt gedurende de jaren, vanaf je kind zijn en zeker gedurende je studies. Dat je je weg in de kunst gevonden hebt, kent geen twijfel. Gedurende je kunststudie ben je op een andere manier geëvolueerd en dat is tot uiting gekomen in je kunst. Hierin heb ik je karakter herkend. De kunstwerken tijdens je studie hebben getoond dat je voor de kunst geboren bent en vanaf 2007 in een verder stadium –het woord is niet zo goed gekozen, maar ik kan het niet benoemen– heb je reeds verscheidene ‘promoties’ gemaakt. De tentoonstelling ‘Brief aan mijn moeder’ was wel de bijzonderste voor mij. Dat was zeker enig. Bij het overlopen van je werken komt er altijd een zoeken naar... tot uiting. Soms heel droef en pijnlijk, zelden blij of opgetogen. Door te lezen of documentaires te zien over kunstenaars, kom ik tot een besluit voor mezelf dat blijven zoeken eigen is aan bepaalde kunstenaars; het is een drijfveer om nooit stil te staan en dat zie ik ook stilaan nog vergroten bij jou. Wat me in het begin ook frappeerde was dat ik je karakter terugvond en dit zeker bij je eerste werken. Daar had ik vroeger nog niet bij stilgestaan tijdens het kijken naar een kunstwerk. Daar zie ik dat je je totaal in je kunstwerk geeft en verwerkt of tot uiting komt. Nu denk ik daar minder over na of zie ik het minder, omdat de tekeningen soms, voor mij, wat uit een helse sfeer komen -begrijp me niet verkeerd, ik weet niet goed hoe ik dat moet benoemen. Maar in je gedichten herken ik de persoon die erachter zit ten volle. De tekeningen die mij het meest aanspreken zijn die met inkt en fijner. De tekeningen met iets ergens herkenbaars bevallen me ook het meest. Die grote tekeningen vind ik persoonlijk soms wat gruwelijk en komen teveel op mij af of maken me onrustig. Maar uit elke tekening komt er toch een soort dialoog, ik bedoel dat ik er wel moet bij stilstaan en verder zoeken of geneigd ben te kijken naar wat er nog allemaal in verborgen zit. Vele van je werken vallen me op en doen me verder zoeken, niet zo blij maar ze doen me blijven kijken. Je werken verrassen me en doen me stilstaan, prikkelen mijn gevoelens en mijn geest. Voor mij vind ik dat sommige werken soms wat slordig overkomen alhoewel ze veel inhoud bevatten. Je hebt alles om verder te doen. Ik wil mijn bijzondere appreciatie laten kennen voor mijn bijzondere dochter, niet alleen voor je werk, maar gewoon om te zijn wie je bent. Veel liefs. Mama

Gaby De Clippel huisvrouw Affligem belgië

bij pag. 66


Griets beeldentaal is voor mij beangstigend geconcentreerd speels bruut bewegend verhalend teder zorgvuldig herkenbaar lichamelijk gelaagd gedurfd beweeglijk helder zuiver verdriet vrij afschuw troost zacht muzikaal theatraal inspirerend meerdimensionaal direct eerlijk grenzeloos en niet per se in deze volgorde. Het werk dwingt me los te zijn van aannames en opnieuw te leren zien. ‘Kijk maar als je durft’, lijkt het te zeggen. Durf tussen de regels door te lezen. Durf te zien wat niet gevangen kan worden. En zonder dat ik het door had, heb ik een duet met je gezongen.

55

bij pag. 67

Serge Aanstoot geluids- en muziekcomponist IJmuiden nederland


Jade

bij pag. 68

Er is iets veranderd. Zij kijkt niet meer naar elke hoek, naar elke beweging. Wil niet meer alles kopen, (de stukken van haar puzzel mochten vorige week voor de eerste keer stukken blijven). Er zijn mensen die ze niet ziet, en als we langs de zuivelafdeling lopen, vergeet ze haar stukje kaas te vragen. It’s been some change

Ze valt niet meer, of toch niet meer zonder bloeden. Er speelt muziek door de luidsprekers maar ik weet niet meer of ze luistert. Er zijn zoveel liedjes waarvan ik niet langer weet of ze ze al heeft gehoord. Ergens. Bij iemand. Zo groot is haar wereld geworden, dat ik hem niet meer overzie. But we’re still outsiders

Nog niet zo lang geleden kon ik opsommen wie ze allemaal kende. Als iedereen er is, zei ik toen ze jarig was, dan kunnen we beginnen. Met alle mensen die zij tegenwoordig kent, zal ze wel nooit alleen moeten zijn. If everybody’s here

Twee flessen melk is genoeg. We hebben er nog één, denk ik. Waar is ze nu toch? De gangen van deze supermarkt zijn hel verlicht, eindeloos. Het heeft geen zin dat ik zoek, zij is veel vlugger dan ik. We vermorsen tijd. Ik reken af. Wanneer ik buitensta, pakt ze even mijn hand vast. Het is geen bewust gebaar, het is een brokstuk dat nog in haar lichaam zit, iets van vroeger. Ook dat zal wel wegzweren. De Moeder. Ze trekt aan het plastic. Wil helpen. Is klein maar groot zat. Pap. Then hell knows we ride alone

56

Haar kleine beentjes rennen naar de auto. Flarden muziek schallen door de boxen, ik hoor mijn voetstappen niet op de tarmac. Voor ik bij haar kan zijn, liggen de flessen al aan stukken. (uit 'Outsiders' – Franz Ferdinand)

Tom Sintobin docent aan de afdeling Algemene Cultuurwetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen Frasselt duitsland


+ 69

These three. (Colt .45 Automatic)

57

bij pag. 63

Thom Puckey beeldend kunstenaar / docent Amsterdam nederland

w w w . t h o m p u c k e y. c o m


Griet und Werk

bij pag. 70

58

Als ich im Februar 2008 zum ersten Mal mit dem Werk von Griet in Berührung kam, hatte ich sie zuvor schon auf einer Sylvesterparty persönlich kennengelernt. Der Besuch einer Ausstellungseröffnung mit Ihren Werken und denen eines Fotografen gab mir danach Gelegenheit Griet wieder zu treffen und einige ihrer Arbeiten kennenzulernen. Die Ausstellung bestand aus Zeichnungen, von denen die einzige Großformatige noch im Entstehungsprozess war, und einem spezial angefertigtem, sehr skulpturalen Bett. Zur Eröffnung führte Griet eine Performance durch, bei der sie einen für diese Gelegenheit geschrieben literarischen Text über Geist, Körper und Geschlechtsgegend vortrug. Ihr Kopf war dabei unter einem an der Wand befestigen Würfel verborgen, so dass sie pur als Sprecher fungierte, während ihr „Körper“ zusammen mit dem ihres damaligen Freundes in besagtem Bett lag. Die Performance fand ihre Fortsetzung darin, das Griet während des Ausstellungszeitraums an einigen Tagen und Nächten die Galerie bewohnte, währenddessen sie ihre Zeichnung fertig stellte. Viele der Aspekte, die in dieser frühen Begegnung mit Griets Werk ans Licht kamen, sind für mich auch heute Kernpunkte von ihrem künstlerischen Schaffen. Die intime Beschäftigung mit dem (eigenen) Körper, seiner geistigen und emotionalen Welt, zieht sich als roter Faden durch ihre Arbeiten. Dies können Fotos, Texte, Skulpturen oder vor Allem auch Zeichnungen sein. Diese stellen keine willkürlichen Phantasiegebilde dar, sondern sind Notationen von sehr persönlichen Affekten, die erst durch die Zeichnung mitteilbar werden. Ich erinnere mich dass sich Griet bei einem späteren, von mir als sehr atmosphärisch empfundenen gemeinsamen Abendessen mitten im Ausstellungsraum (es gab Hotdogs), als „Medium“ bezeichnete, das Gemütszustande und möglicherweise auch Eingebungen von Außen in den Raum der Zeichnung kanalisiert. Der Inhalt der Zeichnung kristallisiert sich dabei erst während des Arbeitsprozesses, bei dem Elemente hinzugefügt, gelöscht, oder verfeinert werden können. Dies kann sich gerade bei großen Werken über mehrere Tage oder Wochen hinziehen, ein für Griet physisch und psychisch oft sehr anstrengender Prozess bei dem die Zeichnungen mit einer fühlbaren Energie aufgeladen werden. Für mich ist Griet als Person und inzwischen gute Freundin untrennbar mit ihrem Werk verbunden, durch das sie sehr intime und persönliche Momente in einer einzigartigen Weise mitteilt.

Thomas Wortmann architect Rotterdam nederland

w w w .t h o m a s w o r t m a n n . e u


Beste Griet,

“Wanneer de rook van tabak / ook ruikt naar de mond die haar uitademt / trouwen die twee geuren / infrafijn.” Met deze zinnen van Marcel Duchamp, in het Nederlands vertaald door K.Schippers, zou ik mijn brief willen starten. De volgende resonanties tussen Duchamp en je tekeningen zijn veeleer toevallig ontstaan. Er is geen rechtstreeks verband, maar door Marcels woorden en artistieke positie als uitgangspunt te nemen, kom ik tot een aantal korte associaties, een manier van kijken en vragen stellen. Ik hoop dat ze van enige betekenis kunnen zijn voor je onderzoek en je positie als kunstenaar in de 21e eeuw. Bij je tekening ‘Escher’, een voor mij misleidende titel, denk ik tegelijkertijd aan ‘Nu descendant un escalier’ (1911) van Marcel Duchamp en ‘Roberte et les collégiens IV’ (1974) van Pierre Klossowski. Het mechanischkubistische vrouwenlichaam van Duchamp is de trap afgedonderd en verstrengeld geraakt in de ‘grijperige’ handen van de scholieren, en de precieze potloodlijn waarmee Klossowski zijn Roberte een levenlang psycho-tekenend heeft verkend. “Wanneer de rook van tabak / ook ruikt naar de mond die haar uitademt (...)” Lijn, tekenlijn, lichaamslijn, infrafijn, rookslierten die zich verstrengelen. Voor Marcel Duchamp is er maar één –isme: l’érotisme. Wat zit er in je rugzak als kunstenaar? Wat zijn de condities waarbinnen de hedendaagse kunstenaar zijn/haar beeldend werk maakt? Zijn ze ‘in flux’ en zo ja, wat betekent dit dan voor de ontwikkeling van een oeuvre? (Sommige kunsthistorici beweren dat Marcel Duchamp nog voor zijn twintigste verjaardag de grote lijnen van zijn volledige oeuvre had uitgedacht.) Het infrafijne is volgens Duchamp een emotionele term, maar dan in de betekenis van een utopischburlesk alternatief voor fysisch-chemische wetenschappen. Bij je tekeningen en lijnvoering denk ik graag aan zijn aandacht voor wat K.Schippers het allergeringste noemt. Het ‘ultrafijne’ is een apparaat waarmee Duchamp kleine verspilde energieën wilde gebruiken als: de overmaat aan druk op een lichtknopje. het uitblazen van tabaksrook. de druk van haar, lichaamshaar en nagels. de val van urine en uitwerpselen. de bewegingen door angst, verwondering, verveling, woede en lachen. de val van tranen. de nadrukkelijke gebaren van handen, voeten en tics. hardvochtige blikken. de armen die langs het lichaam vallen. het uitrekken, geeuwen, niezen. het gewone spuwen en het bloed spuwen. de ejaculatie. de weerbarstige haren. het snurken. het bezwijmen. het fluiten en het zingen. het zuchten, enz.

59

bij pag. 71

“Wanneer de rook van tabak / ook ruikt naar de mond die haar uitademt / trouwen die twee geuren / infrafijn.” Onlangs schreef je dat er een foto van Duchamp op je atelier hangt. Je kan er je ogen niet van afhouden. Met zowel een middenvinger als een ringvinger lijkt hij zijn ogen uit te wrijven, maar (foto-)schijn bedriegt. Heb je al geprobeerd om de foto te imiteren? Ik ben zeker van wel. Zou het een momentopname zijn? De kans bestaat, maar je weet het nooit met Rrose Sélavy. Kijk naar de rust en de autonomie van de kleine pink en de vrije middenvinger. infrafijne groet,

Phillip Van den Bossche directeur Mu.ZEE Oostende belgië


Draadjes en grenzen Lange tijd heb ik gedacht dat haar werk iets over Griet zegt. Het eerste werk dat ik mij van Griet kan herinneren, is een werk van vele fijne draadjes die wild in de wind wapperen, terwijl het publiek er ook nog dwars doorheen loopt. Het werk oogt fijn en fragiel, maar de kracht is juist de moed om kwetsbaar te zijn, ongeacht wat de consequenties zullen zijn. De volharding en inspanning van het (moeten) maken, heb ik daarna nog vaak gezien in haar werk. Ze zijn intens en intensief, net als Griet. Zelfs de figuren die in haar werk terugkeren, doen me vaak denken aan de manier waarop ze zelf vaak de bewegingen en vormen van haar lichaam onderzoekt. Tot het moment dat Griet mij vroeg, om iets over haar werk te zeggen. Ik heb er lang over gedaan. Ik heb –vanuit mijzelf en te voorzichtig– gedacht dat mijn beschrijving van haar werk, mogelijk volgend werk zou kunnen beïnvloeden. Toen ik besefte dat juist Griet mij had gevraagd, moest ik weer aan het werk met de draadjes denken. De kunst van Griet ligt in het vermogen om kwetsbaar te durven zijn, ongeacht wat de consequenties zullen zijn. Haar werk zegt daarmee iets over mij, in plaats van dat ik iets over haar werk zeg.

60

En dat is mooi.

Rogier Dobma architect Amsterdam nederland

bij pag. 72


Mij


Lust (Jelinek) III, 42 Ă— 29,7 cm, 2009

62

zie pag. 50


Selbst in de Elbe, 42 Ă— 29,7 cm, 2009

zie pag. 51

63


How me can I be as the artist? (tilburg ), 2007

64

zie pag. 52


Zonder titel, 42 Ă— 29,7 cm, 2010

zie pag. 53

65


Zonder titel, 29,7 Ă— 21 cm, 2005

66

zie pag. 54


Lust (Jelinek) IV, 42 Ă— 29,7 cm, 2010

zie pag. 55

67


Zelfportret, 2008

68

zie pag. 56


Gesturing Mind ( delft ), 2010

zie pag. 57

69


Bed ( rotterdam ), 240 Ă— 260 cm, 2009

70

zie pag. 58


‘Escher’, 30 × 30 cm, 2009

zie pag. 59

71


Zonder titel, 42 Ă— 59,4 cm, 2010

72

zie pag. 60

ONS/Mij  

Catalogue on the work of Griet Menschaert, for which she asked 33 friends, family members, fellow artists and art professionals to write on...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you