Issuu on Google+

â‚Ź3,50

januari 2013 nummer

121

Stagnatie zonder einde? Fascisme in Griekenland Winst maken uit een crisis VS: neergang van een wereldrijk Vrouwen de klos van bezuinigingen

1


C o l o f o n Grenzeloos wordt uitgegeven door Socialistische Alternatieve Politiek (SAP), de Nederlandse afdeling van de Vierde Internati足onale. Grenzeloos verschijnt zes keer per jaar. Hoofdredactie: Alex de Jong. Redactie: Peter Drucker, Patrick van Klink, Lot van Baaren. Spellingcontrole: Marijke Colle, Eng Que. Beeldredactie: Fleur Heinze. Illustraties: Lieke Peeters. Distributie en logistiek: Niek de Kleijn, Gijs van Kooten. Layout: Fleur Heinze. Redactie en administratie: redactie@grenzeloos.org Giro: 5571638 Reacties op dit nummer, de lay-out en suggesties voor artike足len worden op prijs gesteld. Overname van artikelen met bronvermelding wordt van harte toegejuicht. Artikelen in Grenzeloos vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de redactie.

INHOUD binnenland 5 Waar blijft de klinker door de Haagse kaasstolp? 8 Vrouwen de klos van kabinet Rutte-Asscher 10 Aan de stad zit een luchtje 14 Migratiebeheersing en overlevingsstrijd

buitenland 18 Een alternatief voor Pakistan 24 Gouden Dageraad: van pestkop naar knokploeg

achtergrond 12 Winst maken uit een crisis 16 Stagnatie zonder einde? 20 De neergang van een wereldrijk 22 Democratie in Europa 26 Via Campesina: voedselsoevereiniteit en feministische strijd

literatuur 28 Een echte sociaaldemocraat 30 Een joodse lesbienne tussen Palestijnen

v a s t e G renzeloos tijdschrift voor socialisme

Wilt u een proefabonnement op

3 commentaar Nee tegen de interventie in Mali 31 film Klassentegenstellingen in en om een film

Grenzeloos

kijk dan op www. grenzeloos.org

Een jaarabonnement op Grenzeloos is 21 euro per jaar.

2

r u b r i e k e n

32 agenda/ actie/ tips


commentaar

N e e

t e g e n

d e

i n t e r v e n t i e

i n

M a l i

Enkele dagen na het verbreken van het staakt-het-vuren hebben in Mali de fundamentalistische beweging Ansar Dine en zijn bondgenoten Mujao (Beweging voor Eenheid en Jihad in Oost-Afrika), AQMI (Al Qaida in de islamitische Magreb) samen met leden van de Nigeriaanse islamitische sekte Boko Haram geprobeerd zich meester te maken van de gemeente Konna. In twee kolonnes trokken 800, 900 strijders in tientallen voertuigen naar deze stad. De motivatie van de fundamentalisten is onduidelijk. Is het om sterker te staan in onderhandelingen? Of was hun bedoeling om na Konna verder te gaan en delen van de grote stad Mopti in te nemen? Dit zou een verdere inzet van troepen van het Oost-Afrikaanse samenwerkingsverband ECOWAS sterk bemoeilijkt hebben. Ondanks pogingen om verzet te bieden werd het Malinese leger door de jihadi’s gedwongen zich terug te trekken. Het Franse leger greep in eerste instantie vooral in met luchtaanvallen door helicopters en in Tsjaad gestationeerde straaljagers. In Frankrijk bestaat er van de Parti Socialiste tot extreem rechts steun voor het ingrijpen. Het is de tweede keer in twee jaar dat er ingegrepen werd – twee jaar geleden werd de Fransman Michel Germaneau door zijn gijzelnemers gedood na een mislukte militaire operatie. Drie factoren spelen mee in de crisis in Mali. Het land is verzwakt door de neoliberale structural adjustment programs die na de schuldencrisis in de jaren tachtig werden ingevoerd. Niet alleen werden publieke voorzieningen afgebroken, maar ook gingen Malinese bedrijven ten onder en groeide de armoede en werkeloosheid. Na de gewelddadige val van Kadaffi zijn conflicten in de Sahel woestijn waarbij de nomadische Toearegs zijn betrokken toegenomen en veel zwaargewapende strijders keerden terug naar hun land van herkomst, in het bijzonder naar Mali. De derde, en niet minder belangrijke factor is corruptie in de hoogste kringen in Mali. Het is zeer waarschijnlijk dat de in maart door een militaire coup verjaagde president Amadou Toumani Touré (ook bekend als ATT) betrokken was bij door fundamentalisten georganiseerde smokkel in het noorden van het land. Frankrijk draagt een zware verantwoordelijkheid voor deze crisis; Frankrijk steunde het neoliberale beleid, nam het voortouw in de interventie in Libie en steunde ATT. Nadat deze ten val gebracht werd veranderde er niks. Met steun van ECOWAS zitten veel van de oude machthebbers die het land geruineerd hebben nog steeds in het zadel. Het offensief van de fundamentalisten gaf de regering van Mali, waarvan de wettige basis twijfelachtig is en de steun onder de bevolking verre van bewezen, een reden de nationale noodtoestand uit te roepen en daarmee elke betoging van links en sociale bewegingen te verbieden. Voor Frankrijk was het moment gekomen om officieel in te grijpen in Mali. De Franse president Hollande verklaarde al dat de operatie ‘zo lang zal duren als nodig is’. De doeleinden van de operatie zoals verwoord door minister van defensie Jean-Yves Le Drian zijn nogal vaag; ‘het offensief van de jihadi’s stoppen, voorkomen dat deze groepen schade berokkenen en vooral Europese burgers beschermen’. Deze doelstellingen staan open voor allerlei interpretaties. Het noorden van Mali is in de handen van, in de woorden van een inwoner van Timboektoe, ‘bandieten die zich voordoen als moslims’ en het breken van hun juk is noodzaak. Maar dat kan niet zonder een politieke hervorming van het hele land. In het noorden van Mali zijn grote aantallen wapens aanwezig en leden van etnische groepen als de Songhaï, de Peul en de Bellah hebben milities gevormd met namen als Ganda Iso (‘kinderen van het land’ in de taal van de Songhaï) die bereid zijn de confrontatie aan te gaan met andere etnische groepen als de Touaregs en Arabieren. Interventie van buitenlandse troepen dreigt het land nog verder in een politieke en humanitaire ramp te drukken. Net zomin als de oorlog in Afghanistan is deze interventie bedoeld om de lokale bevolking te helpen. De belangen waar het om gaat zijn die van Franse multinationals in Afrika. Deze interventie moet veroordeeld worden. Paul Martial

3


kort nieuws

C o m m u n i s t e n U n i l e v e r ?

a a n

d e

m a c h t

b i j

De huidige multinationals hebben meer gemeen met de oude stalinistische partijen dan ze zelf vermoeden. Een klein centraal comité, voorgezeten door een CEO, waar het beleid voor de hele wereld bepaald wordt. En is het beleid vastgesteld, dan wordt het top down opgelegd aan het voetvolk. De targets van het meerjarenplan moeten gehaald worden. Unilever verraste de wereld op 5 december door het voornemen om Laura M. Cha te benoemen in de raad van bestuur. Zij is officieus lid van de uitvoerende raad van Hong Kong en was een gedelegeerde naar het elfde Nationale Volkscongres van China. Daarnaast heeft zij verschillende functies in raden van bestuur van grote banken en telecombedrijven die gevestigd zijn in Hong Kong en Shanghai en was ze vice-minister in de Chinese regering. Ironisch genoeg is de Chinese communistische partij eigenlijk ondergronds in Hong Kong terwijl ze er wel de macht heeft. De partij heeft er waarschijnlijk tienduizenden leden, maar bijna niemand komt openlijk voor lidmaatschap uit. Gezien het feit dat Laura Cha van 2001 tot 2004 vice-minister was in de centrale regering, moet ze wel op goede voet staan met de hoogste bazen van de Communistische Partij. Alleen mensen die zij beschouwen als zijiren, ofwel ‘een van de onzen’, komen op dergelijke posten terecht. Cha’s ervaring en politieke contacten zullen haar kameraden in de Unilever top vast goed van pas komen.

W i t t e b o o r d

e n

c r i m i n a l i t e i t

Landen als Nederland zijn belastingparadijzen voor de rijken en voor grote ondernemingen. Hierdoor vindt voor Afrika een grote financiële aderlating plaats. Dat stelt de Zambiaan Savior Mwambwa, directeur van het Centrum voor Handelsbeleid en Ontwikkeling, een onderdeel van het wereldwijde netwerk Tax Justice. Hij schat dat Zambia ongeveer drie keer zoveel verliest door belastingontwijking dan dat het binnenkrijgt aan ontwikkelingshulp. Zambia is bijvoorbeeld rijk aan koper maar ondanks sterk gestegen koperprijzen profiteert het land er nauwelijks van. Multinationals delven koper in Zambia, maar zorgen er in hun boekhouding voor dat het lijkt alsof ze aldaar nauwelijks winst maken. Dat gebeurt door transfer pricing: dit houdt in dat er door de Afrikaanse dochterbedrijven allerlei betalingen gedaan worden aan het moederbedrijf. Die betalingen lopen via belastingparadijzen als Zwitserland of Nederland waar ze weinig belasting hoeven te betalen. Op deze manier loopt Zambia jaarlijks ongeveer twee miljard aan inkomsten mis. Ook binnen Europa vinden dit soort praktijken plaats. In het Zwitserse Schaffhaussen staan bijvoorbeeld filialen van allerlei grote multinationals. Via deze filialen worden materialen en grondstoffen voor hun fabrieken ingekocht en de hiermee geproduceerde goederen aan hun handelsmaatschappijen verkocht. Volstrekt legaal volgens de letter van de wet, maar landen lopen hiermee miljarden aan belastinginkomsten mis, de belasting wordt immers betaald in Zwitserland. Dat land staat bepaald niet bekend als streng ten opzichte van grote bedrijven en lieden met een flinke bankrekening. De documentaire Stealing Africa over het Zwitserse Glencore, het grootste grondstoffenbedrijf ter wereld, brengt dit soort praktijken in beeld. Glencore kreeg goedkoop Zambiaanse kopermijnen in handen toen het land financieel aan de grond zat en deze tegen bodemprijzen te koop aanbood. De beursgang van het bedrijf vorig jaar leverde de directeur zeven miljard op. Hij betaalde daar in zijn Zwitserse woonplaats 49 miljoen belasting over. Gelukkig verklaart Glencore dat ze, na overleg met key stakeholders, een beleid hebben ontwikkeld van toewijding aan milieu, duurzaamheid, klanten, investeerders, en ‘communicatie’. Maar bovenaan als prioriteit staat toewijding aan ‘onze mensen’. Bedoeld worden waarschijnlijk de bedrijfstop en grootaandeelhouders.

I N D

d o e t

P o e t i n ’ s

v u i l e

w e r k

De Russische activist Aleksandr Dolmatov werd op 6 mei samen met 400 anderen opgepakt tijdens een demonstratie tegen Poetin. Hij werd beschuldigd van deelname aan een ‘grootschalige ordeverstoring’, een overtreding die met tien jaar gevangenis bestraft kan worden. Bij hem en zijn ouders werden huiszoekingen verricht en zijn telefoon werd afgeluisterd. Begin juni vluchtte de activist van ‘Het Andere Rusland’ naar Nederland en vroeg hier politiek asiel aan. Gezien de recente ophef over bijvoorbeeld de arrestatie van de leden van Pussy Riot en de reputatie van het regime van Poetin was dat een begrijpelijk verzoek. De IND was, voorspelbaar genoeg, een andere mening toegedaan. Dolmatov’s verzoek om asiel werd afgewezen en toen hij op 18 januari zelfmoord pleegde zat hij in afwachting van uitzetting vast in Amsterdam of Rotterdam. Waar is onduidelijk, het IND vindt de zaak niet belangrijk genoeg om te reageren.

4


binnenland

Waar blijft de klinker door de Haagse kaasstolp? Vlak voor de verkiezingen werd een zogenaamd ‘voor-ultimatum’ aangeboden aan het Torentje. De nieuwe regering zou last krijgen met de FNV als het afbraakbeleid uit het voorjaarsakkoord werd voortgezet. Dit ultimatum was het slotakkoord van de actie campagne die de FNV naar de verkiezingen toe had georganiseerd. Daarna bleef het stil.

Wanneer komt de FNV in beweging ?

Patrick

van

Klink

Veel kaderleden en leden waren teleurgesteld over de verkiezingsuitslag. Zij vonden ook dat de campagne niet opleverde wat het doel had moeten zijn: een duidelijk zichtbare en strijdbare FNV. Maar een deel van de leiding en achterban van de FNV was wel degelijk blij met de uitslag. De PvdA maakte weer serieus kans op regeringsverantwoordelijkheid en dat creëerde nieuwe hoop op invloed voor de bond en nieuwe mogelijkheden voor een lobby voor minder a-sociaal beleid. Het blijft de droom van elke sociaaldemocraat om weer aan de knoppen te mogen zitten. De kansen werden meteen gepakt. Op vele manieren is er gelobbyd en gemasseerd om voor de FNV voordelige tekstvoorstellen in het regeerakkoord te krijgen. Dat gebeurde

op de achtergrond, via de SER organen en tot het hoogste niveau toe. De tekst van een gelekt beoogd sociaal akkoord tussen Ton Heerts en Bernard Wientjes heeft nog op de site van het NRC gestaan. Delen van deze tekst zullen de komende tijd wel weer opduiken in het sociaal overleg. Uiteindelijk werd Ton Heerts, vlak voor het einde van de formatie, teruggefloten door de grote bonden. Hij had namelijk geen mandaat gekregen voor deze manoeuvres.

Afwachtend en verdeeld Na het afsluiten van het regeerakkoord tussen PvdA en VVD werd door Leo Hartveld, penningmeester van de FNV, vooral gewezen op de positieve punten van dit akkoord. Hij

5


Hoofdartikel

Crisis caravan staat te wachten op trekker

was vooral gecharmeerd van de nivellerende zorgpremie en de nieuwe mogelijkheden voor overleg. Zonder veel overleg, maar met een hoop rumoer, verdween veel van die nivellering al weer snel. Bij de PvdA ledenraadpleging werd nog een waarschuwend vingertje opgestoken over de beoogde aanpassing van het ontslagrecht maar ook dit bleef zonder resultaat. Vanuit de grote bonden werd kritischer gereageerd. FNV Bondgenoten was negatief over het oplopen van de werkloosheid, over het ontbreken van plannen om de flexibilisering tegen te gaan en over de verzwakking van het ontslagrecht. Ook FNV-Bouw sprak zich uit tegen het wegvallen van het sociale vangnet. In deze bond voelen mensen aan den lijve de gevolgen van de crisis in de bouwsector. De ABVA maakte daarnaast een punt van de versnelde verhoging van de pensioenleeftijd en de dreigende kortingen van de pensioenen. De realiteit van de vakbeweging na de verkiezingen stond haaks op de hoop die besloten lag in de actiecampagne. In plaats van strijdbaar en daadkrachtig was de vakbeweging weer verdeeld en afwachtend.

Eindeloze onderhandelingen maken actie moeilijk Het succes van de PvdA was hier niet de enige oorzaak van. Zoals zo veel andere campagnes heeft ook deze actiecampagne niet de massa van de leden in beweging gebracht. Het gevolg is dat critici van dit kabinet binnen de FNV op kousenvoeten lopen. Voor je het weet wordt je weggezet als ‘te negatief’, ‘te radicaal’, als iemand die het oude zeer rondom het mislukte pensioenakkoord naar boven haalt. Ondertussen hoopt een deel van het kader en de werkorganisatie met onderhandelen en praten de ergste maatregelen af te zwakken. Maar de trein dendert door. We noemden al de afbraak van werkgelegenheid in de bouw. Daarnaast dreigt een complete kaalslag in de thuiszorg. Hier is de agenda van deze regering goed zichtbaar. Naast de banen die op de tocht staan, worden de salarissen in de thuiszorg met een kwart verlaagd. Werkneemsters worden in een lagere schaal geplaatst. Dit is

6

het effect van bezuinigingen en de daarmee samenhangende aanbesteding die in vele gemeentes plaats vindt. Iedereen gaat meer betalen voor de zorg, maar ondersteuning via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt vrijwel onbereikbaar. Om de leeg gevallen plekken in de zorg op te vullen worden mensen met een uitkering verplicht te werk gesteld. Het is immers ‘logisch dat je voor een uitkering wat terug moet doen’, aldus de Rotterdamse PvdA wethouder Florijn. Flexibele oproepkrachten met weinig rechten worden gebruikt om de rechtspositie van duizenden te ondergraven. Aanpassing van het ontslagrecht is straks niet eens meer nodig om snel van mensen af te komen. Al deze maatregelen treffen vooral vrouwen die buitenshuis werken. Voor veel vrouwen die buitenhuis begonnen te werken om wat extra te verdienen is hun inkomen door de bezuinigingen een noodzakelijke aanvulling geworden. Als dit inkomen wegvalt komt voor velen de grens van armoede en ellende in zicht. De overeenkomsten van Nederlands beleid met dat van andere westerse landen, ongeacht verschillen in economie of sociale voorzieningen, laten zien dat overal het doel hetzelfde is: het afbreken van de verzorgingsstaat en tegelijkertijd de slagkracht van de vakbeweging ondermijnen. Het gaat hier om het doorvoeren van het neoliberalisme tot in zijn uiterste consequentie: alleen individuele verantwoordelijkheid, ieder voor zichzelf, mag overblijven. Er is hier en daar verzet, maar dit moet van de grond af opgebouwd worden. De bereidheid om in beweging te komen is laag, vooral vergeleken met de grote problemen. De zorgsector staat er vrijwel alleen voor. Er zijn pogingen om dit verzet te verbreden en te verbinden met andere acties en met landelijk beleid. Zoals in Rotterdam waar op de Europese actiedag van 14 november actie is gevoerd door de FNV bij het kantoor van Unilever. Een lovenswaardig initiatief maar in de huidige situatie een speldenprik.

Weer een rituele dans? Na het mislukken van Ton Heerts’ poging om een sociaal akkoord te sluiten zijn verkennende besprekingen gestart. Het idee dat voordat er enige actie gevoerd kan worden werkelijk alle mogelijkheden tot overleg uitgeput moeten zijn zit diep.


Hier wreken zich weer de illusies in de PvdA, in het Nederlandse overleg stelsel en het gebrek aan zelfvertrouwen, gevoed door werkloosheid en geleden nederlagen. Weer moet geduldig uitgelegd en aangetoond worden dat met dit kabinet niet te onderhandelen valt en dat er weinig onderhandelingsruimte is. De jaren negentig, toen economische voorspoed enige ruimte bood om via overleg tot verbeteringen te komen, komen niet terug. Toen was de Europese regelgeving ook nog niet zo dictatoriaal. De onderhandelingsruimte zal nu alleen verbeteren als er breed verzet op gang komt en er andere politieke keuzes gecreÍerd worden. We lopen het risico dat er straks, door al het lobbyen en verkennen, een ingewikkeld dossier ligt dat niemand begrijpt en dat er mensen afhaken. De inzet van dit kabinet lijkt om via eindeloos uitgerekte onderhandelingen die nergens toe leiden de mensen moedeloos en verdeeld te houden. En ondertussen dringt de tijd; in het voorjaar kunnen de economische vooruitzichten nog slechter zijn. Zelfs als een onderhandelingstraject tot resultaat leidt is de kans levensgroot dat zo’n resultaat snel achterhaald is. Een conflict is onvermijdelijk, iets anders beweren is hopeloos naïef of een cynische leugen. Een strijdbare vakbeweging is ons beste wapen, ook al zijn de vooruitzichten op resultaten niet geweldig. Blijven wachten op gunstige omstandigheden maakt ons niet sterker. We moeten doorgaan met mensen overtuigen dat we alleen door strijd vooruitgang kunnen boeken en onszelf door de confrontatie aan te gaan ook kunnen versterken. Dan kan er op den duur een werkelijke kans komen op ander politiek beleid. Dit betekent nu de keuze voor een ander vakbondsbeleid: meer op actie-gericht, op het versterken van de basis van de vakbeweging, meer zichtbaarheid en een eigen verhaal. Kortom: bouwen van onderop. Daar zijn kansen voor, het gaat erom die te nemen. Als leden aangeven het gevecht aan te willen gaan moeten ze daarin gesteund worden in plaats van ontmoedigd te worden met verhalen dat acties slecht zijn voor het imago. Juist door zicht-

baar actie te voeren in sectoren als de thuiszorg, de verpleging en de schoonmaak kunnen we zichtbaar maken dat het idee dat een vakbeweging een club van comfortabele, oudere, blanke, mannen is,misplaatst is. Veel CAO overleg in belangrijke sectoren zit al vast. Werkgevers willen niets liever dan snel de huidige pensioenregelingen op de schop nemen, desnoods zonder met de bonden te overleggen, zoals bij Dupont waar de nieuwe pensioenregeling moet gelden voor nieuwe werknemers. Met nieuwelingen hoeft niet overlegd te worden, want die hebben geen vertegenwoordiging, aldus Dupont. Pogingen om de gevolgen van de crisis op werkende mensen af te wentelen moeten afgewezen worden. Niet langer werken door onze vakantiedagen te verkopen voor meer loon, maar juist korter werken met behoud van loon. Dat is niet te betalen? Natuurlijk is dat zo als je binnen de heersende verhoudingen blijft.

Conflicten zijn onvermijdelijk Het idee dat de prioriteit is dat bedrijven nog meer winst maken en dat dan vanzelf voor iedereen verbeteringen komen is het soort beleid dat ons in deze moeilijkheden heeft gebracht. De situatie van twijfel en verdeeldheid zal nog wel even duren. Eerst moet voor de grote meerderheid van vakbondsleiding en kader duidelijk worden dat er echt niet te onderhandelen valt met dit kabinet. Dat we weer belazerd zullen worden, hoe mooi de teksten en de goede bedoelingen ook zijn. Ondertussen moeten we zo strak mogelijk vasthouden aan onze eigen eisen en belangen. Meer mensen hiervan overtuigen. En die leden die in actie komen ondersteunen en hun verzet in een breder kader plaatsen. We hebben een lange weg te gaan, onze tegenstanders geven hun macht niet zomaar op. Maar de vakbeweging is al vaker de katalysator van breed verzet geweest. V

Voorzitter FNV Ton Heerts

7


binnenland

Vrouwen de klos van

De bezuinigingen die onder het kabinet Rutte-Asscher worden doorgevoerd zijn al vaak becommentarieerd maar aan de gevolgen voor vrouwen is nog weinig aandacht besteed. Onterecht, want die gevolgen zijn ingrijpend. Judith

Westhoek

De positie van vrouwen op de Nederlandse arbeidsmarkt is nog steeds niet rooskleurig. Uit gegevens van de Emancipatiemonitor 2012 van het CBS blijkt dat in 2011 64 procent procent van de vrouwelijke beroepsbevolking werkzaam was. Ongeveer de helft van de vrouwen is op dit moment economisch zelfstandig, dat wil zeggen dat zij in ieder geval een minimuminkomen hebben. Vrouwen verdienen, nog steeds, minder dan mannen voor hetzelfde werk en een groot deel van de vrouwelijke werknemers heeft slechts een onzeker flexcontract. De gehele Nederlandse samenleving krijgt op een of andere manier te maken met de bezuinigingen en andere maatregelen die het kabinet wil doorvoeren. Vrouwen worden door een aantal van deze plannen extra hard getroffen. Het gaat dan onder meer om de verhoging van de kosten voor kinderopvang, de bezuinigingen op de (thuis-)zorg, het afschaffen van de aanvullende bijstand voor alleenstaande ouders en de doorwerkbonus. De economische zelf-

8

standigheid en arbeidsparticipatie van vrouwen zal sterk achteruitgaan.

Kinderopvang Mensen met een gezamenlijk inkomen van 118.189 euro en hoger ontvangen vanaf 2013 geen kinderopvangtoeslag meer voor hun eerste kind. Voor iedereen die nog wel in aanmerking komt voor een toeslag wordt deze verlaagd. Daarnaast heeft het kabinet in 2012 besloten om het aantal opvanguren te koppelen aan het aantal gewerkte uren van de minst verdienende ouder. Dat betekent dat je nog maar 140 procent van je gewerkte uren als opvang mag opgeven voor een bijdrage van de belastingdienst voor dagopvang en 70 procent van de gewerkte uren voor buitenschoolse opvang. Voor veel ouders zal dit geen probleem zijn omdat een grote meerderheid van de ouders minder uren opvang afneemt dat dan zij gemiddeld werken. Echter, een kleine groep zelfstandigen en werknemers met flexibele contracten zal hier wel degelijk door in de problemen komen.

Het duurder worden van kinderopvang zal leiden tot minder arbeidsparticipatie van vrouwen, omdat zij meestal het minste aantal uren werken en het inkomen dat ze inbrengen wegvalt tegenover de hogere kosten.

Thuiszorg en WMO De zorg voor ouderen en gehandicapten wordt nu bijna helemaal betaald via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De AWBZ biedt een verzekerd recht. Alleen huishoudelijke hulp krijgen mensen nu via de gemeenten. Maar deze hulp is meer dan huishoudelijke hulp alleen. De mensen van de thuiszorg constateren bijvoorbeeld vaak als eerste dat ouderen achteruitgaan en meer hulp nodig hebben. Door aanbestedingen en bezuinigingen staat deze vorm van zorg al onder druk. Thuiswerksters worden alleen nog maar gezien en betaald als hulp in de huishouding. Het kabinet wil de thuiszorg helemaal uit de AWBZ halen en overhevelen naar de gemeenten en ondertussen een fikse budgetkor-


binnenland

kabinet Rutte-Asscher ting doorvoeren. Vanaf 2014 is er geen aanspraak meer op huishoudelijke zorg voor hogere en middeninkomens. Daarmee wordt 1,2 miljard euro bezuinigd op deze vorm van zorg. Van de AWBZ blijft daarmee een rompvoorziening over. Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging en krijgen grote vrijheid bij de invulling van deze taken. De aanspraken worden beperkt, dienstverlening wordt versoberd en meer gericht op waar ze het hardste nodig is en gaat vallen onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). De aanspraken op huishoudelijke hulp worden vervangen door een ‘maatwerkvoorziening voor degenen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen’. De voorziening wordt anders gezegd volledig uitgekleed. Hiermee wordt een kwetsbare groep cliënten getroffen. De WMO is een voorziening en geen verzekerd recht. Bovendien kan de voorziening per gemeente verschillen waardoor ongelijkheid op kan treden. Doordat er een totale bezuiniging van 1,6 miljard op de AWBZ is ingeboekt treedt er een stevige versobering van voorzieningen op. Deze bezuiniging gaat ten koste van een kwetsbare groep mensen.

Vrouwen extra getroffen De kosten voor kinderopvang gaan omhoog en het aanbod van thuiszorg wordt minder. Van oudsher zijn het juist vrouwen die gebaat zijn bij kinderopvang en thuiszorg, vrouwen nemen nog steeds vaker dan mannen de zorg voor kinderen en mantelzorg op zich. Door de stijging van de kosten voor kinderopvang en de vermindering van het aanbod van thuiszorg is de verwachting dat meer en meer vrouwen gedwongen zullen zijn hun betaalde baan op te zeggen om onbetaalde zorgarbeid te verrichten. Deze ontwikkeling staat haaks op het streven naar een groeiend percentage van economisch zelfstandige vrouwen. Daarnaast treffen bezuinigingen bij kinderopvang en thuiszorg specifiek vrouwen als werknemers. Het zijn namelijk vooral vrouwen die in de kinderopvang en de (thuis-)zorg werkzaam zijn. Voor zowel de kinderopvang als de thuiszorg geldt dat het overgrote deel van de werknemers vrouwen zijn. De bezuinigingen in zorg en kinder-

opvang zullen niet zonder verlies van banen plaatsvinden. Abvakabo FNV houdt rekening met een verlies van 5000 voltijdsbanen in de kinderopvang en een verlies van 58.000 arbeidsplaatsen in de thuiszorg en 40.000 huishoudelijke hulpen die zonder werk komen te zitten. Het gaat hier dus om ruim 100.000 banen, voor het overgrote deel van vrouwelijke werknemers. Wat betreft de werkgelegenheid zijn vrouwen in deze sectoren bepaald niet gebaat bij de maatregelen van het kabinet Rutte-Asscher. Door de kortingen en marktwerking wordt de thuiszorg anders georganiseerd. Wat eerst betaald werk was, wordt nu verplicht vrijwilligerswerk. In Rotterdam zijn al 1200 bijstandgerechtigden op deze wijze in de zorg aan het werk gezet. Tegelijk zegt de verantwoordelijke PvdA wethouder dat het een absolute voorwaarde is dat er geen verdringing plaatsvindt. Hoe dat te rijmen valt met 600 werknemers van een Rotterdams zorgbedrijf die hun baan dreigen te verliezen door de laatste aanbesteding kan hij natuurlijk niet uit leggen.

Werkbonus, maar niet voor vrouwen Een maatregel die vrouwen dupeert vanwege zijn discriminerende karakter is de werkbonus. Deze komt in plaats van de oude doorwerkbonus. Werknemers die tussen hun 61-ste en 65-ste jaar blijven doorwerken komen in aanmerking voor deze bonus. Voorwaarde hiervoor is dat je minimaal 90 procent van het minimumloon moet verdienen. Veel vrouwen van die leeftijd werken parttime (gemiddeld 27 uur per week) en zullen dus niet aan deze voorwaarde voldoen. En gezien de slechte economische situatie en het aantal werklozen is niet te verwachten dat vrouwen door uitbreiding van contracturen wel aan deze voorwaarde kunnen gaan voldoen. Vanuit de Tweede Kamer is er een amendement ingediend om de grens voor de werkbonus te verlagen naar 50 procent van het minimumloon. Helaas hebben zowel de Tweede als de Eerste Kamer ingestemd met de oorspronkelijke grens van 90 procent. Voor vrouwen geldt dat doorwerken dus minder vaak een positief effect zal hebben dan voor mannen. Dit komt de gelijkheid in arbeidsdeelname van mannen en vrouwen zeker niet ten goede.

Tenslotte is het kabinet van plan de aanvullende bijstand voor alleenstaande ouders af te schaffen. De bijstandsuitkering van een alleenstaande is 50 procent van het wettelijk minimumloon en die van een alleenstaande ouder 70 procent. Het overgrote deel van de alleenstaande ouders die een uitkering ontvangen zijn vrouwen. Ondanks dat de overheid het kindgebonden budget verhoogt, gaan deze vrouwen er substantieel op achteruit. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting heeft berekend dat alleenstaande vrouwen met kinderen met een bijstandsuitkering er tot wel 5,2 procent op achteruit gaan, wat gelijk staat aan een bedrag van 82 euro per maand.

Terug in de tijd Kortom, vrouwen gaan er niet op vooruit onder het kabinet Rutte-Asscher. Economische zelfstandigheid van vrouwen lijkt weer een stap verder weg doordat er weer een groter beroep op vrouwen komt om onbetaalde zorgarbeid te verrichten. In sectoren zoals de kinderopvang en de thuiszorg waar vooral veel vrouwen werken, worden zij geconfronteerd met het verdwijnen van meer dan 100.000 banen. Voor een groot deel van de oudere vrouwen die wel hun baan houden zal ook de stimuleringsregeling om door te blijven werken niet van toepassing zijn omdat zij vaker parttime werken. En kom je terecht in de bijstand, worden alleenstaande vrouwen die kinderen hebben nog eens extra geraakt in hun inkomen door de afschaffing van de aanvullende bijstandsuitkering. Wat betreft emancipatie en arbeidsparticipatie gaan vrouwen onder het Kabinet Rutte-Asscher zware tijden tegemoet. Om dit tegen te gaan worden acties gevoerd en gepland. Door Abvakabo FNV wordt prioriteit gegeven aan de opbouw van de bond en verzet tegen de verslechteringen in de zorg. In veel steden zoals Rotterdam en Utrecht zijn al langere tijd acties aan de gang. Op www.strijdvoorthuiszorg.nl staat daarover meer informatie. Ook tegen de andere bezuinigingen zoals op de kinderopvang vinden er acties plaats van de FNV samen met andere organisaties. Degelijke acties zullen nodig zijn als we niet willen dat vrouwen gedwongen worden een stap terug in de tijd te zetten. V

9


Binnenland

Aan de stad zit een luchtje

10


De kwaliteit van de lucht is in veel grote steden ronduit slecht. De uitstoot van vervuiling door fabrieken en industrie is teruggedrongen en auto’s zijn wat minder vervuilend geworden maar het autoverkeer is ook toegenomen. Door onderzoek wordt steeds meer bekend over de schadelijke gevolgen van ‘slechte lucht’. We hebben het dan over fijnstof en stoffen als stikstofoxide en ozon. De veiligheidsnormen zijn aangescherpt maar het ontbreekt vaak aan betrouwbare informatie. Patrick

van

Klink

Door gemeenten en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wordt maar op een beperkt aantal plaatsen echt gemeten. Meten kost immers geld. De beschikbare gegevens dienen als basis voor een model waarmee de luchtkwaliteit in de rest van de stad wordt berekend.

Bewoners en deskundigen Om bewoners te betrekken bij het thema is Milieudefensie gestart met de campagne ‘Samen voor gezonde lucht’. De bedoeling is dat groepen bewoners op een eenvoudige wijze zelf stikstofoxide gaan meten. Deze stof is een goede indicator van autoverkeer en de hoeveelheid fijnstof die daaruit voortkomt. Ondertussen zijn diverse groepen enthousiast gestart in Amsterdam, Rotterdam en Den haag. Andere plaatsen zullen volgen. In Utrecht heeft de SP al enige jaren geleden het initiatief genomen voor een referendum over het ‘Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht’. In dit ‘omrijplan’ krijgt het verkeer naar de Jaarbeurs en HoogCatharijne ruim baan terwijl bewoners in de wijken Hoograven, Oog in Al en Zuilen/Ondiep met meer luchtvervuiling worden opgezadeld. Onderdeel van het initatief was het meten van de luchtkwaliteit. In het rapport ‘Stop het schoonrekenen’ concludeerde de SP dat de officiële berekeningen praktisch altijd een te rooskleurig beeld gaven. De vervuiling blijft daardoor overal net onder de gestelde grenzen. Michel Eggermont, SP gemeenteraadslid in Utrecht, vindt de campagne van Milieudefensie een goed initiatief; ‘Luchtkwaliteit is van levensbelang en door zelf te meten raken bewoners betrokken. Luchtkwaliteit wordt zo een gespreksonderwerp en veel mensen blijken last te hebben van de vervuiling.’ Het blijkt ook van belang met daadwerkelijke metingen de berekeningen te controleren. Ook in het plan ‘Aanpak Luchtkwaliteit Utrecht’

bleek dat de berekeningen van de gemeente niet overeenkwamen met de werkelijkheid. Door zelf te meten, zegt Michel, wordt de discussie niet meer alleen beperkt tot deskundigen en modellenbouwers. Bewoners vragen nu om openbaarheid van de gegevens en om een beter meetsysteem. Door de Utrechtse wethouder Frits Lintmeijer, van GroenLinks, werd in een gesprek met bewoners toegegeven dat er inderdaad tientallen fouten zitten in de invoergegevens, in de wijze waarop rekening gehouden wordt met busverkeer en hoe de hoeveelheid verkeer onderschat wordt. Dit ondanks controle door dure adviesbureaus. Het lijkt waarschijnlijk dat in Rotterdamse beleidsplannen vergelijkbare fouten zitten. Het Rotterdamse rekenmodel houdt bijvoorbeeld geen rekening met files.

Vastgoedbelangen De campagne van Milieudefensie is er op gericht om de groepen uit verschillende wijken gezamenlijk op te laten trekken. Daarvoor moet er wel een gezamenlijk perspectief zijn en duidelijkheid over de oorzaken, zegt Michel. Het Utrechtse plan stuitte op verzet omdat het voor sommige wijken slecht uitpakte. De eis voor openbaarheid van gegevens en duidelijkheid over berekeningen heeft de strijd geholpen. De daaropvolgende discussie over de oorzaken van vervuiling is niet eenvoudig. Stadsbesturen stellen de belangen van grote (vastgoed-)bedrijven als Corio, eigenaar HC en de Jaarbeurs, vaak boven de gezondheid van de inwoners. Oppervlakkig gezien kun je zeggen dat het mooi is dat de Jaarbeurs dicht bij Utrecht Centraal ligt, want zo kunnen veel Jaarbeursbezoekers met de trein. Maar de realiteit is dat om de Jaarbeurs enorme parkeerterreinen liggen en dat bereikbaarheid van de Jaarbeurs per auto topprioriteit heeft. Er wordt bijvoorbeeld voor vele miljoenen een fly-over gebouwd om de file in

de stad een enkele kilometer verder te laten beginnen; net voorbij de ingang van de Jaarbeurs. En een van plannen voor het centrum is de bouw van nieuwe parkeergarages. Om de stad leefbaar te houden moet het autoverkeer ingeperkt worden. Daarvoor zijn er grofweg twee opties. Het duurder maken van verkeer door hogere prijzen voor parkeren en vergunningen wordt in de milieubeweging vaak als eerste genoemd. Maar uiteindelijk is het simpeler en democratischer om als het ware een stoplicht aan de rand van de stad te zetten. Als er een bepaald aantal auto’s langs zijn gaat het licht op rood. Meer komen er niet in. Het voorkomt onnodig rondrijden en files in de stad. Bovendien leidt een discussie over hogere prijzen tot een discussie over het middel, de auto wordt een melkkoe, in plaats van dat het doel van een gezonde, veilige, leefbare stad centraal blijft. Het huidige Utrechtse stadsbestuur, en de verantwoordelijk GroenLinks wethouder, flirt met het SP idee van het beperken van het autoverkeer aan de rand van de stad, maar maakt een uitzondering: de feitelijke snelweg die van de A2 naar Utrecht Centraal loopt. In een werkelijk actieplan voor het verbeteren van de luchtkwaliteit zou tegen de belangen van de vastgoedsector in worden gegaan en niet de bouw van extra parkeergarages als uitgangspunt genomen worden. Michel Eggermont: ‘Het duurder maken versluiert de discussie. Het vastleggen van een aantal auto’s maakt duidelijk dat het om echte keuzes gaat. Je kan dan echt de openbare ruimte anders in gaan delen, zichtbaar maken wat mogelijk is en concreet besluiten wat je wil en waarom. Kortom, zo’n discussie leidt tot de vraag of de stad er is voor de vastgoedbelangen of voor de mens.’ Campagnes als die van Milieudefensie kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een visie op de stad waarin mensen centraal staan. V

11


achtergrond

Winst maken uit een crisis Onmiddellijk na het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 spraken de regeringen van de leidende economieën af om met een grootschalig stimuleringsprogramma te komen. Doel was de neerwaartse spiraal waarin hun economieën zich bevonden te doorbreken. En inderdaad, dankzij dit programma trad in de loop van 2009 een herstel op en werd een herhaling van de depressie van de jaren dertig voorkomen. Maar bezuinigingen en belastingmaatregelen die daarna werden ingezet hebben ertoe geleid dat Nederland zich opnieuw in een recessie bevindt. Wat drijft dit ogenschijnlijk contraproductieve beleid? William

van

den

Heuvel

Nederland is geen uitzondering, de meeste Europese landen bevinden zich nu in een recessie. In tegenstelling tot 2008 hebben Europese beleidsmakers op deze nieuwe recessie gereageerd met nog meer bezuinigingen en lastenverhogingen. En dit ondanks dringende waarschuwingen van veel economen en zelfs organisaties als het IMF voor de gevolgen van te harde bezuinigingen. De hardnekkigheid waarmee toch wordt vastgehouden aan de bezuinigingsagenda duidt erop dat deze wel degelijk een functie heeft. In lijn met Europese afspraken worden in het regeerakkoord van Rutte 2 een reeks maatregelen aangekondigd die de werkloosheid zullen verhogen en de positie van werkenden verzwakken. In de zorg en bij de overheid worden bijvoorbeeld 80.000 arbeidsjaren geschrapt, voor de WW worden de duur en de uitkeringshoogte beperkt en de ontslagbescherming wordt verminderd. Het CPB verwacht dat deze maatregelen een drukkend effect op de lonen zullen hebben. Hierdoor vallen naar verwachting de winsten van het bedrijfsle-

12

ven in 2017 ongeveer 12 miljard euro hoger uit dan zonder deze maatregelen het geval zou zijn geweest. Het zijn vooral de exporterende bedrijven die hiervan profiteren. Dit beleid past volledig in de neoliberale traditie van de laatste 30 jaar waarin een hoge werkloosheid wordt gebruikt om via lagere lonen de winstmarges te verruimen.

Hoge winsten, lage investeringen En de winsten staan nu al op een hoog niveau. Met uitzondering van een korte dip op het hoogtepunt van de kredietcrisis weet het Nederlandse bedrijfsleven al jaren hoge winsten te realiseren. De huidige crisis wijkt hierin sterk af van de crisis aan het einde van de jaren zeventig die werd voorafgegaan door een periode van dalende winsten. Ondanks de hoge winsten wordt er sinds de eeuwwisseling weinig geïnvesteerd in Nederland. Dit betekent dat het Nederlandse bedrijfsleven een groot financieel overschot heeft. De laatste jaren bedraagt dit overschot ongeveer 50 miljard euro per jaar. Een deel van dit overschot wordt in het buitenland geïnvesteerd, een ander deel wordt opgepot als geldreserve. Dit verschijnsel van hoge winsten en lage investeringen doet zich ook in andere landen, bijvoorbeeld de Verenigde Staten, voor. Een mogelijke verklaring is dat door de privatiseringen, de schaalvergroting en de vele overnames van de afgelopen decennia grote bedrijven een steeds groter stempel op de markt kunnen zetten. De winstmarges zijn dus hoog omdat machtige bedrijven prijzen die ver boven de kostprijs liggen kunnen vaststellen en ze tegelijkertijd verhinderen dat er concurrerend aanbod wordt geschapen. Hierdoor blijven de investeringen laag. Neoliberale politiek is altijd gerechtvaardigd met het argument dat lagere lonen via hogere winsten tot een stijging van de investeringen zouden leiden. Deze extra investeringen zouden op hun beurt tot meer banen en een grotere economische groei leiden, waardoor uiteindelijk iedereen, dus ook werknemers wiens lonen werden gematigd, beter af zou zijn. Volgens dit model zouden vakbonden dus eigenlijk altijd moeten pleiten voor loonsverlaging, hoe hoog de winsten van de bedrijven ook zijn. En wel in het belang van werknemers. Die denktrant volgend gaat de Nederlandse Bank in haar laatste economische raming bijvoorbeeld in op de gevolgen als in alle kernlanden van de Euro de lonen met twee procent zouden worden verhoogd. Volgens het model van de DNB leidt dit tot een dusdanige terugval van de investeringen dat dit al na 2 jaar tot een economische terugval en een stijgende werkloosheid zou leiden. Echter, in de praktijk blijkt uitbundig dat hogere winsten niet automatisch leiden tot hogere investeringen. Hiermee is de voornaamste rechtvaardiging van de neoliberale politiek weggeslagen. Grote financiële overschotten in het bedrijfsleven kunnen alleen bestaan als andere sectoren financieringstekorten hebben. In Nederland kunnen de huishoudens deze tekorten niet dragen omdat ze al in de schulden steken en volgens de Europese regels mag de overheid deze tekorten ook niet dragen.


achtergrond Daarom kan het financieringsoverschot van het bedrijfsleven alleen in stand blijven als het buitenland een groot financieringstekort heeft ten opzichte van Nederland. Dit vormt de belangrijkste oorzaak van de zeer hoge, en nog steeds stijgende, overschotten op de Nederlandse handelsbalans. Deze overschotten zijn bijzonder nadelig voor landen als Spanje en Griekenland die juist proberen om via het vergroten van hun export uit de depressie te komen maar daar niet de ruimte voor krijgen.

Gokken De noodzaak tot het handhaven van grote handelsoverschotten vormt één van de zwakste punten van de Nederlandse economie. Zodra de exportmachine hapert, zoals de afgelopen maanden het geval was, komt de economie in grote problemen en vallen de winsten sterk terug. De hypotheekschulden vormen een andere achilleshiel van de economie. De meeste huizen-bubbels kenmerken zich naast sterk stijgende huizenprijzen door een grote toename van de nieuwbouw van woningen. Hierdoor ontstaat na enkele jaren een overschot aan huizen en storten de huizenprijzen in.

De winsten zijn al hoog De Nederlandse huizenbubbel heeft echter niet geleid tot een stijgende nieuwbouw omdat de woningbouw in Nederland gerantsoeneerd is. Op deze manier wordt de schaarste in stand gehouden en het inzakken van de prijzen voorkomen. Deze rantsoenering heeft ervoor gezorgd dat de huizenbubbel van de jaren negentig in afgezwakte vorm tot aan de kredietcrisis heeft voortgeduurd. Vooral banken hebben hier veel aan verdiend. De schaduwzijde is dat Nederlanders nu naar verhouding de hoogste hypotheekschuld van de ontwikkelde landen hebben, hoger dan het gemiddelde in notoire bubbellanden als Spanje of Ierland. Ondanks de schaarste aan woningen zijn de prijzen nu aan het dalen als gevolg van dalende koopkracht, oplopende werkloosheid en kredietbeperking door de banken. Als deze prijsdaling doorzet komt de kredietwaardigheid van de banken onder grote druk te staan. Ze zullen dan gedwongen worden om hun kredietportefeuille sterk in te krimpen. En als dit onvoldoende soelaas biedt zullen ze een beroep op de overheid moeten doen, in navolging van banken in bijvoorbeeld Ierland en Spanje.

zwaar weer verkeert is dit hoogst onzeker. En als het mis gaat met de export kan stijgende werkloosheid leiden tot een verdere escalatie van de problemen op de huizenmarkt. Een neerwaartse spiraal, vergelijkbaar met die waarin Zuid-Europa terecht is gekomen, wordt dan een reële mogelijkheid. De vraag dringt zich natuurlijk op waarom er zulke grote risico’s met de economie worden genomen, alleen maar ten behoeve van nog grotere winsten. Is dat gewoon roekeloosheid, het kiezen voor grotere winsten zonder oog te hebben voor risico’s op de langere termijn? Allicht is deel van de verklaring ook dat het vooruitzicht van een mogelijke zware crisis niet iedereen afschrikt. Een zware crisis is namelijk niet voor iedereen nadelig is maar biedt een uitstekende gelegenheid om een groot deel van de sociale voorzieningen en werknemersrechten af te schaffen. Door de hoge winsten van de afgelopen jaren hebben een aantal grote bedrijven en kapitaalbezitters grote financiële reserves opgebouwd. Zij kunnen hierdoor optimaal profiteren van de kansen die een eventuele crisis biedt en hun marktmacht nog verder vergroten. Daardoor zouden na een mogelijke nieuwe crisis de verliezen die ze tijdens die crisis hebben opgelopen ruimschoots worden goedgemaakt. Zolang er geen zicht is op grootschalig maatschappelijk verzet is er niets wat een dergelijk cynisch winstbejag in de weg staat. V

Nederland kiest voor een onzekere strategie Het is beleidsmakers er daarom veel aan gelegen om de prijsdaling tot staan te brengen. Voor de hand liggende maatregelen om verdere daling te voorkomen zijn het verhogen van de koopkracht en de terugdringing van de werkloosheid. Deze maatregelen zouden echter tot hogere lonen leiden, en daarmee tot lagere winstmarges. Dit is waarschijnlijk de reden dat de huidige regering er voor kiest om de prijsdaling tegen te gaan door het vergroten van de schaarste aan woningen. Via belastingmaatregelen wordt bijvoorbeeld de bouw van sociale huurwoningen door woningbouwcorporaties onmogelijk gemaakt. De belangen van de huurders en de bouwsector worden opgeofferd aan de belangen van de banken. De Nederlandse strategie om uit de recessie te komen kan alleen werken als de export stevig gaat groeien. Maar omdat Europa, de belangrijkste afzetmarkt voor Nederland, in

13


binnenland

Migratiebeheersing en overlevingsstrijd Een nieuw kabinet maar hetzelfde repressieve liedje: migranten en vluchtelingen moeten volgens de beleidsmakers nog harder worden aangepakt. Zo gaat dat al zeker 25 jaar. Maar ondanks dit beleid van migratiebeheersing weten veel mensen zonder papieren zich hier toch te handhaven. Hun leven is hun strijd, en omgekeerd. Harry

Westerink

Illegaal verblijf wordt strafbaar gesteld en leidt tot afwijzing van verblijfsaanvragen. Het huwelijks- en gezinsmigratiebeleid wordt verder aangescherpt en het asielbeleid wordt verder dichtgetimmerd. Migranten moeten zelf hun verplichte inburgering te regelen en te betalen, op straffe van verlies van verblijfsrecht. Een greep uit de maatregelen die het kabinet Rutte II voor ogen staat om de afwijzing, uitsluiting en disciplinering van migranten en vluch-

14

telingen verder op te voeren. Evenals het beleid van eerdere kabinetten, valt ook deze reeks maatregelen binnen het kader van de politiek van migratiebeheersing, die al vanaf begin jaren negentig tot stand is gekomen onder verantwoordelijkheid van sociaaldemocratische ministers en staatssecretarisssen. Het zijn vooral PvdA-politici geweest die het fundament hebben gelegd voor de sociale en bestuurlijke apartheid, die gestalte kreeg door de identificatieplicht, het sofi-nummer en de Koppelingswet, waardoor vrijwel alle voorzieningen op het gebied van onderdak, inkomen en werk werden afgesneden voor mensen zonder verblijfsrecht. Helaas is deze politiek van uitsluiting gaan behoren tot de alledaagse normaliteit. Het beleid van migratiebeheersing maakt een onderscheid tussen ‘gewenste’ migranten die welkom zijn zolang ze als economisch ‘nuttig’ worden aangemerkt, en ‘ongewenste’ migranten die ‘onbruikbaar’ en ‘overbodig’ worden geacht. Migratiebeheersing is een van de instrumenten waarmee moderne kapitalistische staten de kwantiteit en ‘kwaliteit’ van de bevolking reguleren, al naar gelang de behoeften van het bedrijfsleven. Toen het in de jaren zestig economisch voor de wind ging, waren ‘gastarbeiders’ welkom om het tekort aan arbeidskrachten weg te werken. Nadat het tij in de jaren zeventig keerde, kregen arbeidsmigranten moeilijker verblijfsrecht. Velen zagen zich daardoor gedwongen om onder te duiken in de illegaliteit en te overleven

middels zwart werk. Deze illegaal gemaakte migranten vormden een van de eerste groepen die geconfronteerd werden met grootschalige flexibilisering van de arbeid, waarbij arbeidsrechten en het minimumloon werden ontdoken. Ze vormden de proefkonijnen waar bazen de neoliberale plannen op uittestten die vandaag de dag volop zijn verwezenlijkt. Samen met de VVD heeft de PvdA in de jaren negentig niet alleen de arbeidsmigratie ingeperkt, maar ook de komst van vluchtelingen. Vooral sociaaldemocratische bewindslieden hebben ertoe bijgedragen dat het asielbeleid vluchtelingen steeds minder kans op veiligheid en bescherming biedt. Gaandeweg werden vluchtelingen steeds vaker weggezet als fraudeurs, als liegende profiteurs. De aanscherping van het beleid ging gepaard met de mantra ‘streng maar rechtvaardig’. De PvdA grijpt het migratiebeleid aan als een van de middelen om de onderlaag van de samenleving en de arbeidsmarkt te beheersen, te stroomlijnen, aan te passen en klaar te stomen, zoals de partij voor zichzelf van oudsher al de taak ziet weggelegd om de belangen van het bedrijfsleven te dienen, als een soort personeelschef van de BV Nederland.

Verdeel en heerspolitiek Iedereen die zich sinds het begin van de jaren negentig heeft ingezet voor migranten en vluchtelingen, heeft niets anders meegemaakt dan dat het beleid van migratiebeheersing steeds harder is geworden. Welke kleur het kabinet ook had, steeds gingen de ontwikkelingen dezelfde richting op: meer controle, meer disciplinering, meer repressie, meer uitsluiting, meer rechteloosheid. Dat het vooral de PvdA was die aan de wieg stond van deze ontwikkelingen, blijkt van wezenlijk belang te zijn geweest. Deze partij heeft daarmee de weg gebaand voor het maatschappelijk aanvaardbaar maken van het stigmatiseren van migranten en vluchtelingen, wat een uitgesproken rechtse partij als de VVD in haar eentje veel moeilijker zou zijn gelukt. Dat mechanisme zien we ook vandaag de dag terug. Terwijl


het kabinet Rutte I bekend stond om zijn ronduit racistische beleid en nog wel wat protest opriep, dreigt datzelfde beleid nu tamelijk geruisloos te worden ingevoerd, met medewerking en instemming van de PvdA. Tegen de strafbaarstelling van illegaal verblijf maakt een lange lijst van maatschappelijke organisaties al jarenlang bezwaar, zeker sinds het voorstel daartoe van het kabinet Rutte I. Maar de sociaaldemocratische politici kijken de andere kant op en zijn akkoord gegaan met het opnemen van de strafbaarstelling in het regeerakkoord van Rutte II. Het beeld dat het migratiebeleid pas is verscherpt met de opkomst van het rechtse populisme, met boegbeelden als Pim Fortuyn en Geert Wilders, klopt niet. Men zou zelfs kunnen stellen dat het beleid van sociaaldemocratische bewindslieden tegen migranten en vluchtelingen, dat vaak ook gepaard ging met allerhande hetzes, de weg heeft bereid voor deze rechts-populisten die konden inspelen op het toegenomen zoeken naar zondebokken. Toen de geest eenmaal uit de fles was, bleek het te laat om de verdeel- en heerspolitiek van Wilders en de zijnen terug te kunnen duwen, tot verdriet van menig sociaaldemocraat. De PVV-leider valt al jaren niet alleen de islam aan, maar ook ‘de linkse kerk’, waarmee hij vooral verwijst naar de PvdA, de partij die de repressieve politiek tegen illegaal gemaakte mensen begin jaren negentig in gang zette en met het stigmatiseren van migranten en vluchtelingen bijdroeg aan maatschappelijk klimaat waarin ‘allochtonen’ als zondebok functioneren. De PVV gedijt op de voedingsbodem die PvdA-bewindslieden hebben gelegd. Ook de SP en GroenLinks stemmen in met de fundamenten van het beleid van migratiebeheersing. In feite zijn in de parlementaire politiek de verschillen in standpunten tussen de diverse partijen op het gebied van migratie marginaal. Alle parlementariërs gaan immers akkoord met het illegaal maken, het maatschappelijk uitsluiten en het deporteren van mensen die als ‘ongewenst’ en ‘onbruikbaar’ worden gebrandmerkt. De SP heeft in de loop der jaren flink bijgedragen aan stemmingmakerij tegen allochtonen, niet alleen met de geruchtmakende nota ‘Gastarbeid en kapitaal’ uit 1983, waarin buitenlandse arbeiders tot probleem werden gemaakt, maar ook met haar enthousiaste en aanhoudende pleidooi voor integratiedwang, jaren later. Trots verkondigde de SP als eerste te hebben aangedrongen op de inburgeringsplicht. Men had er blijkbaar weinig moeite mee dat de integra-

tiedwang de maatschappelijk druk op migranten en vluchtelingen nog verder opvoert, hoewel her en der wel wat gemor binnen de SP viel te bespeuren.

Tentenkampen Het van bovenaf beschrijven van de schier eindeloze rij beleidsmaatregelen en hetzes tegen migranten en vluchtelingen draagt het risico in zich dat de strijd van onderop, door en voor migranten en vluchtelingen, uit het zicht raakt. Uit analyses van machtsverhoudingen moet niet het beeld rijzen dat er voor mensen in kwetsbare maatschappelijke posities geen ontsnappen mogelijk zou zijn, dat ze willoos zouden zijn overgeleverd aan de almacht van staat en kapitaal. Want migranten en vluchtelingen laten zich het repressieve beleid niet passief door de strot duwen, maar verweren zich ertegen, zowel individueel als collectief, op zeer uiteenlopende manieren. Elke dag zijn ze tegen dat beleid in gevecht, simpelweg door hier te overleven en te weigeren om te vertrekken. Hun levens zijn de afgelopen 25 jaar ontegenzeggelijk veel moeilijker geworden. Er worden meer mensen illegaal verklaard, er worden meer mensen uitgesloten en opgesloten, en er vallen meer doden aan de Europese buitengrenzen en elders. Maar uit het feit dat al die maatregelen nodig worden geacht, kunnen we ook afleiden dat de machthebbers de migranten en vluchtelingen er als groep niet gemakkelijk onder krijgen. Iedere nieuwe, nog repressievere wet is zo ook een erkenning van de staat dat de vorige onvoldoende effect had. Hoeveel energie en geld de staat er ook in steekt, migratie blijkt niet helemaal beheersbaar te zijn. De migranten en vluchtelingen behouden een vorm van autonomie, dat wil zeggen dat ze uiteindelijk zelf bepalen waar ze wonen en leven. Hoewel flink wat illegaal gemaakte mensen in handen vallen van de staat, zijn er ook een heleboel die zich hier weten te handhaven, tegen de ver-

drukking in. Dat is een uiting van wilskracht, van overlevingsdrang, en daar heeft de staat onvoldoende antwoord op. Het gaat om een permanente strijd tussen degenen die hier willen blijven en de staat die alles op alles zet om hen tegen te houden, uit te sluiten en te verwijderen. Illegaal gemaakte mensen voeren hun overlevingsstrijd niet georganiseerd als categorie, maar veelal individueel, ieder voor zich. Ze proberen de moed erin te houden, controles te ontlopen, inkomen en onderdak te regelen en te behouden. Daarbij krijgen ze vaak hulp van familie, vrienden, lot- en landgenoten en soms ook van steungroepen. De staat probeert het al deze individuen en groepen zo moeilijk mogelijk te maken, uiteindelijk misschien zelfs wel via criminalisering van hulp. Maar allemaal samen zorgen ze ervoor dat de staat zijn zin niet krijgt en dat illegaal gemaakte mensen weten te overleven. Dat is een vorm van concrete tegenmacht. Sinds ruim een jaar geven vluchtelingen met tentenkampen vorm aan hun strijd om hier te zijn en te blijven. Het is belangrijk om daarbij in het oog te houden dat de actiekampen slechts het topje van de ijsberg zijn. Ook buiten de tentenkampen gaat de dagelijkse strijd door. De strijd van vluchtelingen vraagt om ondersteuning die nadrukkelijk uitgaat van hun eisen. De vluchtelingen vechten niet voor tijdelijk onderdak in afwachting van terugkeer naar hun landen van herkomst. Dat chantageaanbod van het vorige en het huidige kabinet wijzen ze af. Ze strijden daarentegen voor verblijfsrecht en bescherming hier, in dit land. Wie solidair met de vluchtelingen wil zijn, moet die eis dan ook centraal stellen en het migratiebeheersingsbeleid in de kern aanvallen. V Harry Westerink is medewerker van Doorbraak. Zie: www.doorbraak.eu, onder andere voor meer artikelen over migratiepolitiek.

15


achtergrond

Stagnatie zonder einde? Sinds de wereldeconomie in 2008 inzakte, horen we voortdurend dat ‘het economisch herstel nu snel zal beginnen’. Elke keer blijken die voorspellingen vals. De recessie duurt nu al vijf jaar en het einde lijkt nog niet in zicht. David

McNally

Wereldwijd is er geen herstel van de werkgelegenheid. Vijftig miljoen mensen hebben hun werk verloren. De eurozone is officieel opnieuw in recessie geraakt. Spanje en Griekenland kampen allebei met meer dan 25 procent werkloosheid, onder jongeren heerst zelfs een werkloosheid van meer dan 50 procent. De echte werkloosheid in de VS, inclusief de mensen die het zoeken naar werk hebben gestaakt en de parttimers die naar een volledige baan streven, schommelt rond 15 procent. De zogenaamde ‘opkomende economieën’, waarvan verwacht werd dat zij het kapitalisme vlot konden trekken (op zich een absurde gedachte), kennen een sterk teruglopende groei. De zogenaamde BRIC landen (Brazilië, Rusland, India en China) worden geconfronteerd met een terugvallende vraag uit de door recessie getroffen westerse landen.

Politiek, niet economie, is beslissend Achter de abstracte begrippen en getallen gaan armoede, ziekte, honger, stress en demoralisatie schuil. Maar, en dit kan niet genoeg benadrukt worden, achter dit lijden schuilt een logica. Meer precies: een kapitalistische logica. Uit de verwoestingen van crisis en depressie zal het kapitalisme, als we het daartoe de kans geven, als een feniks uit zijn as herrijzen. Sommigen zullen het vreemd vinden om te horen dat vernieling nodig en rationeel is voor een herstel van het kapitalisme. Heeft het kapitalisme niet mensen nodig die werken en geld uitgeven om draaiende te blijven? Het probleem is dat deze vraag de inherente tegenstrijdigheden van het kapitalisme negeert. Natuurlijk is het beter voor de business als er een sterke vraag is. Maar het doel van een bedrijf is niet om zaken te doen, het doel is om winst te maken. Het vermogen van bedrijven om kapitaal te vergaren, te investeren en te groeien en hun concurrenten te verslaan is afhankelijk van winstcijfers. En als kapitalisme eenmaal getroffen is door een systeemcrisis, dan komt het daar alleen weer bovenop na grootschalige vernieling.

De keuze voor bezuinigingen In grote lijnen gebeurt dat op twee manieren. In de eerste plaats door de vernietiging van overbodig of niet productief kapitaal. Als in een bedrijfstak firma’s failliet gaan en/of worden overgenomen door concurrenten, zullen de overblijvers herstructureren en reorganiseren om goedkoper te produceren en meer winst te maken. Failliete bedrijven overnemen is goedkoop en door het overnemen van het marktaandeel van een bedrijf dat kopje onder is gegaan, zijn de andere bedrijven weer in staat te investeren. Het tweede mechanisme is het verlagen van de levensstandaard van werkende mensen. Simpel gezegd is het verminderen van de waarde van

16

mensen en de kosten van reproductie van de samenleving door middel van lagere waarden en lagere ‘sociale lonen’ (publieke diensten als pensioenen, bijstand, gezondheidszorg en onderwijs) een manier om goedkoper zaken te kunnen doen. Deze strategie, het verlagen van de kosten van het reproduceren van mensen, heeft het kapitaal tot nu toe het meest toegepast. De reden is eenvoudig. Centrale Banken hebben in het westen miljarden gepompt in de financiële sector in de vorm van bailouts; tegelijk hebben ze de rentes drastisch verlaagd. Bedrijven die in zwaar weer verkeren, kunnen overeind blijven door vrijwel gratis geld te lenen. Dit is de reden waarom we geen golf van faillissementen hebben gezien die vergelijkbaar is met die tijdens de Grote Depressie of tijdens de jaren tachtig. Omdat een dergelijke faillissementsgolf het financiële systeem in gevaar zou brengen, hoeven we zoiets ook niet te verwachten. Daarmee blijft alleen ‘bezuinigen’ over als middel om de crisis te lijf te gaan. Publieke diensten zijn gekortwiekt en de levensstandaard is gedaald. Sinds het economische ‘herstel’ in 2010 daalde het gemiddelde loon in de VS met meer dan vier procent. Lonen staan nu op hetzelfde niveau als in 1995. Daarmee is de verbetering van het loon over een periode van 17 jaar te niet gedaan. In Groot-Brittannië daalde de levensstandaard vergeleken met 2008 met dertien procent. Dit alles moge dan slecht zijn voor ‘de economie in het algemeen’, omdat het verlagen van inkomens minder uitgaven en meer werkloosheid betekent; maar wat telt is dat we niet in een abstracte ‘economie in het algemeen’ leven, maar in een kapitalistische economie waarin winst maken het gebod is. Lonen verlagen is dan nuttig voor het kapitaal. Overal hebben regeringen het leven meer onzeker gemaakt. Die onzekerheid maakt het voor werknemers moeilijk om terug te vechten. Het zal niet verbazen dat bezuinigen en het vergroten van arbeidsonzekerheid wonderen hebben verricht voor de bedrijfswinsten. Sinds 2009 groeien deze voortdurend. Aangezien de crisis relatief weinig kapitaal heeft vernietigd, worden de winsten niet geïnvesteerd in nieuwe middelen om welvaart te vergaren. Begin 2012 hadden Amerikaanse bedrijven bijna 2 biljoen (2000 miljard) dollar op de bank staan – een recordbedrag. In Europa zagen we hetzelfde, met ongeveer 2 biljoen euro. Bezuinigen heeft de winstmarges verhoogd, maar dat heeft nieuwe investeringen niet aantrekkelijker gemaakt. Het uitblijven van die investeringen maakt dat aan het verder verhogen van de winsten grenzen zijn gesteld (sinds het midden van 2012 lijken de winsten opnieuw te stagneren). Als gevolg hiervan blijven groei en duurzaam economisch herstel uit. En dus blijft de kapitalistische klasse en haar regeringen doen waar ze goed in zijn: werkende mensen steeds meer offers laten brengen.


Alternatieven Als we niks doen zal jaar na jaar, decennium na decennium de levensstandaard dalen, vooral voor vrouwen, migranten, jongeren en ouderen. Hoe lang dit zal duren is een kwestie van politiek, niet van economie. Beslissend is of er grootschalig verzet zal ontstaan. We hebben daarvan prachtige staaltjes gezien, zoals de ‘Arabische Lente’, de massabeweging in Wisconsin en Occupy. In Chili, Puerto Rico en Quebec zijn studenten massaal de straat opgegaan. In Griekenland volgde de ene algemene staking op de ander. In Chicago organiseerden leraren een staking die op massale steun kon rekenen. Maar de politieke organisatie loopt nog ver achter. Radicaal links heeft niet de organisatievorm kunnen ontwikkelen die al deze bewegingen met elkaar kan verbinden en coördineren. Het heeft deze bewegingen niet kunnen helpen om rond gemeenschappelijke sociale en politieke doeleinden de handen ineen te slaan. Het zal nog jaren kunnen duren voor dergelijke organisaties het licht zien, jaren waarin de strijd moet doorgaan, waarin mensen geschoold moeten worden en met elkaar in discussie gaan. Zonder zulke organisaties zullen bewegingen gedoemd zijn om terug te vallen en hun doeleinden te beperken. Toch bieden enkele belangrijke bewegingen een vingerwijzing wat er mogelijk is. Zoals de lerarenstaking in september 2012 in Chicago. Veel commentatoren waren verrast door de vastberadenheid en zelforganisatie van de leraren en de steun die zij kregen uit arbeiderswijken. Het kwam voort uit jarenlange noeste arbeid van de Caucus of Rank and File Educators (CORE), een groep vakbondsleden die op lokaal niveau hun sporen verdiende met het organiseren van verzet tegen het sluiten van scholen. In 2010 verkreeg de CORE een meerderheid in het bestuur van de Chicago Teachers Union (CTU). CORE publiceerde een verklaring onder de titel The Schools Chicago’s Students Deserve waarin ze pleitte voor voldoende budget, kleinere klassen, een breed curriculum en de opheffing van de ‘Apartheid-achtige’ onderwijsorganisatie die scholen in rijke, blanke wijken bevoordeelt boven die in de arme, voornamelijk latino en zwarte wijken. Het grote publiek ging de bond meer en meer zien als een antiracistische verdediger van sociale rechtvaardigheid.

dagelijks demonstraties plaats en er waren geregeld harde botsingen met de politie. De stakingen in Chicago en Quebec vertoonden trekken van wat Rosa Luxemburg lang geleden een ‘volksstaking’ noemde – stakingen die zich niet beperken tot een beroepsgroep of sociale categorie maar die uitgroeien tot een beweging die steeds meer achtergestelde mensen gaat omvatten en die een groeiend aantal politieke en sociale eisen stelt. In het geval van de studenten in Quebec was dit onder andere gratis hoger onderwijs – een idee dat recht tegen de vooronderstellingen van het neoliberalisme en het bezuinigingsbeleid ingaat. In dergelijke bewegingen zien we de contouren van een visie die beoogt om het versnipperde verzet te bundelen in een beweging die het kapitalisme wil overstijgen. Door het lijden in dit tijdperk van bezuinigen is zo’n beweging dringend noodzakelijk. V Dit is een bewerking van het nawoord bij de Deense uitgave van Global Slump: The Economics and Politics of Crisis and Resistance. De Engelstalige tekst verscheen eerder op solidarity-us.org.

Winsten stijgen, investeringen blijven uit De CTU koos er voor aan de kant van scholieren en hun families uit de arbeidersklasse te staan. Ze braken met de gewoonte om zich alleen bezig te houden met loon en arbeidsomstandigheden. Onderwijs van goede kwaliteit, betrokkenheid van ouders en verzet tegen discriminatie op basis van etniciteit of klasse werden centraal gesteld. Het gevolg was dat op de derde dag van de staking in de voornamelijk zwarte en latino wijken grote solidariteitsdemonstraties plaatsvonden. Deze steun was doorslaggevend voor het succes van de CTU – hoewel de bond niet alle verslechteringen kon stoppen, boekte ze aanzienlijke vooruitgang. De CTU werd een bond die democratisering hoog in het vaandel schreef. Ze introduceerde een ‘parlement’ waarin vertegenwoordigers van alle scholen samenkwamen om besluiten te nemen. Ze organiseerde bijeenkomsten in de open lucht om leraren direct bij de staking te betrekken en te laten beslissen over nieuwe acties. Democratische organisatievormen waren ook belangrijk in de studentenstaking in Quebec. De bijna 200.000 studenten slaagden erin een sterke verhoging van het collegegeld te stoppen. Er vonden in Montreal

17


buitenland

Een alternatief voor Pakistan Meestal komt Pakistan in het nieuws vanwege aanslagen en islamitisch fundamentalisme. De tegenstanders hiervan, in de ogen van veel commentatoren, zijn het Pakistaanse leger en regering. Het geweld tussen fundamentalisten en leger lijkt elke derde weg onmogelijk te maken. Eind vorig jaar besloten Pakistaanse socialisten echter te proberen juist zo’n alternatief mogelijk te maken met de oprichting van een nieuwe, verenigde linkse partij, de Awami Workers Party (AWP). Alex

de

Jong

Het terrorisme van islamitische fundamentalisten en grootschalig overheidsgeweld zijn internationaal bekend maar het leger vecht ook een smerige oorlog tegen afscheidingsbewegingen. De overheid is door en door corrupt en ondertussen vissen geheime diensten in troebel water door contact te houden met gewapende groeperingen die het als handig instrumenten tegen bijvoorbeeld aartsvijand India beschouwt. Naast gewapende botsingen eisen aanslagen en rellen elk jaar honderden levens, de afgelopen jaren is het geweld sterk gestegen.

Pakistan is slachtoffer van geopolitieke calculaties Het geweld in het land van 180 miljoen inwoners en de diepe crisis waarin Pakistan verkeert hebben structurele oorzaken. Meer dan de helft van de bevolking bezit bijvoorbeeld geen land terwijl een kleine tien procent van de grondbezitters meer dan 100 hectare bezit. Landloosheid in verarmde provincies waar veel mensen afhankelijk zijn van landbouw voor hun levensonderhoud creëert een stroom recruten voor gewapende groeperingen die verandering en een inkomen beloven. Maar hervorming van het landbezit is een van de laatste dingen waar de regering aan denkt; deze bestaat grotendeels uit grootgrondbezitters of hun bondgenoten en ook het leger controleert grote lappen winstgevende land-

18

bouwgrond. Verandering van het landbezit zou afgedwongen moeten worden en gepaard gaan met overheidssteun aan kleine boeren om te voorkomen dat deze failliet gaan en hun land weer moeten verkopen. Allemaal maatregelen die ingaan tegen de logica van de markt die internationaal toonaangevend is en waar de Pakistaanse regering trouw aan gehoorzaamt. Nadat grote protestbewegingen eind jaren zestig een kans leken te bieden op een sociale omwenteling werd Pakistaans links in het defensief gedrongen. In de Koude Oorlog lag het land in de frontlinie van de confrontatie tussen ‘oost’ en ‘west’. In 1977 greep generaal Mohammed Zia ul-Haq de macht in een door het westen gesteunde coup tegen premier Zulfikar Ali Bhutto. Bhutto, dwars, autoritair, nationalistisch, seculier, naar links neigend, was een te onvoorspelbare factor. De Brits-Pakistaanse journalist Tariq Ali stelde; ‘generaal Zia verwoestte de politieke samenhang en cultuur van Pakistan met het invoeren van openbare lijfstraffen

Armoede zorgt voor een stroom nieuwe rekruten en executies, het ter dood brengen van de laatste verkozen premier Zulfiqar Ali Bhutto en deed dit allemaal onder de dekmantel van islamisme, islamitische wetten. Vrouwen werden hun rechten ontnomen en het land lijdt nog steeds onder de kwalijke atmosfeer die toen ontstond’.


Ook tijdens de ‘war on terror’ was Pakistan slachtoffer van geopolitieke calculaties. Generaal Perez Musharraf, ook door een coup aan de macht gekomen, was een bondgenoot in de strijd tegen ‘terrorisme’ en gold daarom als ‘hervormingsgezind’. In 2008 dwongen protesten Musharraf af te treden en brachten verkiezingen Asif Ali Zardari aan de macht. Zardari's grootste talenten liggen in corruptie en zelfverrijking maar hij is weduwnaar van Benazir Bhutto, de dochter van, en erfde haar vaders’ partij, de Pakistan People’s Party (PPP). Geconfronteerd met arrestaties, martelingen en ‘verdwijningen’ door de overheid en het geweld van fundamentalisten kiezen talrijke Pakistaanse progressieven voor een politiek van het minste kwaad; met fundamentalisten tegen ‘imperialisme’ of met de staat tegen

‘islamitisch fascisme’. Het zijn allebei doodlopende wegen, allebei bieden ze geen uitweg uit de crisis. Voor de Awami Workers Party is een van de grootste uitdagingen deze valse keuze te vermijden en een alternatief op te bouwen dat zijn kracht ontleent aan de sociale strijd van de armen en onderdrukten.

Vooral jongeren streven naar eenheid De Pakistaanse socialisten zijn er duidelijk over dat dit niet makkelijk zal zijn, dit is geen tijd voor triomfalisme. Juist de zware druk van de huidige crisis deed de drie partijen die de AWP oprichtten, de Awami Party Pakistan, Labour Party Pakistan en Worker’s

Party Pakistan, afkomstig uit verschillende socialistische tradities, besluiten hun verschillen terzijde te zetten. Vooral sinds de protestbeweging van 2008 is een nieuwe laag jonge linkse activisten op zoek naar een alternatief voor Pakistan. Deze jongeren speelden een belangrijke rol in het streven naar samenwerking tussen de verschillende stromingen. Het initiatief voor de fusie was afkomstig van activisten van de National Students Federation, historisch een van de belangrijkste linkse bewegingen in het land. De historische twistpunten tussen de verschillende socialistische tradities zijn voor deze activisten minder belangrijk dan eensgezindheid. Met enkele duizenden leden is de AWP van bescheiden omvang maar de nieuwe eenheid heeft activisten nieuw zelfvertrouwen gegeven. V

19


achtergrond

De neergang van De internationale invloed van de Verenigde Staten is tanende. De Arabische Lente luidde een nieuw hoofdstuk in van de neergang en het ontbreekt de wereldmacht aan een coherent antwoord, zo betoogt Midden-Oosten deskundige Gilbert Achcar in een interview met de Amerikaanse socialist David Finkel.

Gilbert

Achcar

Gilbert Achcar: ‘Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie bleef de VS over als enige wereldmacht. Maar de regering Bush junior verspeelde al snel na 11 September het politieke kapitaal dat de VS na 1990 had opgebouwd. In de afgelopen periode zag de VS haar macht verder afnemen, vooral in het MiddenOosten. Haar invloed is slechts een schim vergeleken met het begin van de jaren negentig ten tijde van de eerste oorlog tegen Irak. De recente terugtocht uit dit land, zonder dat ook maar een van de hoofddoelen van Bush verwezenlijkt is, is een zware nederlaag.’ David Finkel: De stemming in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over lidmaatschap van Palestina lijkt dat te bevestigen. Meer dan een Palestijnse staat dichter bij te brengen, is het toch in de eerste plaats een klap voor de VS, is het niet? ‘Het laat inderdaad zien dat de Amerikaanse invloed af-

20

neemt. Sinds de jaren zeventig, toen de internationale invloed van de VS ook in verval was, hebben we zoiets niet meer gezien. De VS en Israël staan geïsoleerd. Ze hebben alleen Canada, Tsjechië en een enkel onbetekenend eilandstaatje aan hun zijde. De manier waarop Europa zich in de kwestie opstelde was opmerkelijk, vooral als we de gebeurtenissen in het Midden-Oosten in aanmerking nemen. De VS blijkt geen coherente strategie te hebben, ze heeft geen alternatief dan te vertrouwen op de Moslim Broeders. De stemming was voor de Palestijnen vooral een morele overwinning na een lange reeks van nederlagen.’ Zal Europa gevolgen verbinden aan zijn afkeuring van de nieuwe Israëlische nederzettingen in Oost Jeruzalem? ‘Dat valt nog te bezien, maar de afkeuring is duidelijker dan in het verleden. De nieuwe nederzettingen zijn een klap voor het streven naar een Palestijnse staat omdat ze de territoriale


een wereldrijk eenheid van zo’n toekomstige staat onmogelijk maken. Israël is echter vooral afhankelijk van de VS. Zolang Netanyahu de steun van Washington heeft, kan hij zijn gang gaan. De Europese invloed op Israël is beperkt. Europa zou druk uit kunnen oefenen door de handelsprivileges van Israël op te zeggen en werk te maken van boycots en sancties, maar op het moment zijn dergelijke stappen nog niet in zicht. Bush senior heeft in het verleden nog de meeste druk op Israël uitgeoefend. Op het hoogtepunt van de Amerikaanse invloed in 1991, dreigde hij een lening van 10 miljard dollar op te schorten om Yitzak Shamir aan de onderhandelingstafel te krijgen. Sinds 2001 schuift de Israëlische politiek voortdurend op naar rechts. De regering van Bush junior kon daar volledig mee instemmen, maar ook Obama schikt zich. De VS is niet in staat zijn nauwste bondgenoot onder druk te zetten.’ Mijn indruk was dat er een deal gemaakt was; Israël zou niet zonder Amerikaanse instemming Iran aanvallen, en in ruil daarvoor kreeg het van de VS carte blanche om amok te maken in de Palestijnse gebieden. Wat denk jij? ‘Ik denk niet dat er expliciet zo’n overeenkomst was, impliciet misschien wel. Israël dreigde eerder om zonder Amerika Iran aan te vallen en de herverkiezing van Obama was een klap voor Netanyahu; die had er op gerekend dat Romney het groene licht zou geven voor een aanval. Niet alleen de regering van Obama maar ook het Pentagon maakte zich zorgen. Zij willen geen risico’s nemen enkel ten behoeve van Netanyahu. Hetzelfde geldt voor het Israëlische leger en de veiligheidsdiensten; er komen geluiden uit die hoek die een aanvalsplan sterk afkeuren. Iran heeft raketten die Israël kunnen raken, Hezbollah in Libanon ook. Een botsing met Iran is voor Israël veel riskanter dan een aanval op de Gazastrook. Netanyahu’s aanval op Gaza was voor een groot deel gemotiveerd door de verkiezingen in januari, maar ze lijkt op een mislukking te zijn uitgelopen.’ Zoals je al voorspelde nam de opstand in Syrië een veel gewelddadigere vorm aan dan bijvoorbeeld die in Egypte. Hoe zie jij de Syrische crisis en de rol van buitenlandse mogendheden? ‘De VS en Europa wilden chaos vermijden. Vanaf januari 2011 koerste Washington op een ‘ordelijke transitie’. In Jemen heeft de VS met hulp van Golfstaten zo’n ordelijke overgang doorgevoerd. Het was een compromis dat de protestbeweging de overwinning ontnam en het land instabiel achterliet. De president droeg de macht over aan zijn rechterhand maar trekt achter de schermen nog steeds aan de touwtjes terwijl zijn familie het leger controleert. Als een massabeweging een systeemverandering onvermijdelijk maakt, probeert de VS die verandering in te dammen. De interventie in Libië was bedoeld om de ontwikkelingen daar te kunnen beïnvloeden, al accepteerden de rebellen geen inzet van grondtroepen. De VS bleef tot het einde onderhandelen met Seif al-Islam, de zoon van Kadaffi, tot ergernis van de rebellen. In Syrië proberen de Amerikanen ook een transitie te bewerkstelligen zonder werkelijk steun te geven aan de opstand. Van een directe Amerikaanse of Navo interventie is geen sprake. De weigering om wapens te leveren zet de rebellen op achterstand. Obama zelf sprak van een ‘Jemenitische oplossing’ voor Syrië. Het is een vergissing om te

denken dat Washington druk bezig is om Assad weg te krijgen. Wat de VS en Groot Brittannië vooral bezighoudt, zijn de zogenaamde ‘lessen van Irak’. Daar hebben zij het leger en de staat ontmanteld, wat ze later als een grote blunder zijn gaan beschouwen. Ze willen een herhaling voorkomen. De westerse landen proberen in Syrië overeenstemming te bereiken met een deel van het regime. Net zoals in Libië heeft deze benadering weinig succes; het regime heeft zoveel dood en vernietiging gezaaid, dat mensen het niet meer willen accepteren.’ Hoe zie jij de afloop? ‘Ik denk dat het einde van het Syrische regime onvermijdelijk is. De grote vraag is niet of, maar wanneer Assad zal vallen. Hoe langer het duurt, hoe hoger de tol aan mensenlevens. En hoe langer het duurt, hoe verder de politieke condities verslechteren, ook binnen de oppositie. Terwijl westerse steun uitblijft, steunt de Saoedische monarchie de opstand via fundamentalistische groeperingen. Het Syrische regime sprak vanaf het begin van een ‘samenzwering van salafisten en al-Qaeda’ en hoe langer het duurt, hoe meer dit scenario werkelijkheid wordt. Dit is een van de redenen waarom in het belang van Syrië het regime zo snel mogelijk moet vallen. Tenzij de rebellen aanzienlijke steun krijgen of het regime van binnenuit ineenstort, kan de strijd nog maanden en zelfs langer duren.’ Ten slotte, wat is jouw beoordeling van de nieuwe politieke crisis in Egypte? ‘Het was geen verrassing dat de Moslim Broederschap na de val van Moebarak de machtigste organisatie in Egypte bleek, haar electorale overwinning was te voorspellen. Veel belangrijker is te zien hoe fragiel hun machtsbasis is. De verkiezingsoverwinning van Morsi was niet overweldigend en in de ogen van de protestbeweging geniet hij geen enkel aanzien. Toen hij aankondigde de macht in handen te zullen nemen, ontstonden massale, aanhoudende protesten. De Moslim Broederschap is een invloedrijke organisatie die veel mensen op de been kan brengen, maar nieuw zijn de grote aantallen mensen die ‘nee’ zeggen. Op de lange termijn zal het regime zwak blijken te zijn; het heeft geen oplossing voor de grote economische en sociale problemen die in eerste instantie tot de opstand tegen Moebarak hebben geleid. De diepe wortels, zoals de grote werkloosheid, worden niet aangepakt. Morsi’s programma is gewoon een voortzetting van het beleid van het vorige regime – hij heeft net een akkoord gesloten met het IMF met alle gebruikelijke voorwaarden, en dit zal tot nog meer onvrede leiden. De opstand van januari 2011 is nog lang niet voorbij; we staan aan het begin van een langdurig revolutionair proces. Het hoge tempo waarin de Moslim Broeders in Tunesië en Egypte hun geloofwaardigheid verliezen, geeft reden tot optimisme. Het pessimisme van sommige westerlingen, die vanaf het begin een fout beeld hadden van de opstand, is niet gegrond.’ V Gilbert Achcar schreef meerdere boeken over politiek in het Midden-Oosten. Dit jaar verschijnt van hem The People Want: A Radical Exploration of the Arab Uprising. Dit interview verscheen eerder in Against the Current, www.solidarity-us.org.

21


achtergrond

Democratie in Europa Als laatste in de tiendelige serie brochures over Europa publiceerde het Comité Ander Europa een brochure over ‘Europa en democratie’ met de wat provocerende ondertitel ‘best wel een goed idee’. Grenzeloos sprak met de coördinator van Ander Europa en schrijver van de brochure Willem Bos. Willem

Bos

De andere brochures in deze serie gaan over de rol van Europa (de Europese Unie) op specifieke terreinen. Deze laatste gaat over het functioneren van de Europese Unie zelf en met name over het gebrekkige democratische gehalte van de Unie. Waarom hebben jullie daarvoor gekozen? ‘De andere brochures gaan inderdaad over de rol van Europa op bepaalde terreinen en zijn steeds geschreven door deskundigen op het betreffende gebied. Wat op al die terreinen opvalt - en in al die brochures steeds weer terugkomt - is de grote kloof tussen wat de EU pretendeert en wat ze in de praktijk doet; tussen wat de mensen willen dat Europa doet en de werkelijke rol van de Unie. In feite kom je steeds uit bij dezelfde conclusie, namelijk dat het Europese beleid gericht is op de belangen van het bedrijfsleven en dan met name het grote internationale bedrijfsleven. Nou zien we dat in de landelijke politiek natuurlijk ook, maar in Europa is dat nog sterker het geval en omdat belangrijke beslissingen steeds meer in Europa genomen worden is de Europese besluitvorming steeds meer van belang.’

22

Wat voor Europa ‘De discussie over Europa wordt heel sterk gevoerd in termen van ben je voor of ben je tegen Europa. Dat is wat ons betreft een onzinnige vraagstelling. Europa is een realiteit, en het is duidelijk dat de geweldige problemen waar we mee te maken hebben niet achter de dijken van de Hollandse polder opgelost kunnen worden. De vraag is dus niet; ‘ben je voor of tegen Europa’, maar; ‘wat voor Europa hebben we nu en wat voor Europa hebben we nodig’. Daarin speelt de vraag naar het democratische gehalte van Europa een belangrijke rol.’ Maar dan heb je het dus over het functioneren van de EU, over allerlei organen, bevoegdheden en procedures, dat is toch ongelooflijk saai? ‘Europa zit ongelooflijk ingewikkeld en ondoorzichtig in elkaar en je ontkomt er niet aan om ook naar de verschillende organen en hun bevoegdheden te kijken. Democratie speelt zich nu eenmaal af in een bepaalde setting, via bepaalde organen met bepaalde bevoegdheden, of juist het ontbreken daarvan. Daar kan je dus niet helemaal omheen. Maar vaak is het ook helemaal niet zo ingewikkeld als het wordt voorgesteld.’

Europees Parlement ‘Neem bijvoorbeeld het Europees Parlement. Door de voorstanders van het huidige Europa wordt dat vaak als bewijs aangevoerd dat er ook op Europees vlak van parlementaire democratie sprake is. Maar als je weet hoe beperkt de bevoegdheden van dat parlement zijn is het makkelijk te begrijpen dat het parlementair democratische karakter van de EU in hoge mate nep is. Dan wordt het ook duidelijk waarom lobbygroepen een zo ontzettend grote invloed hebben op het Europese beleid, en waarom de stem van de bevolking nauwelijks doorklinkt. Wat er ook weer toe leidt dat de bevolking in vrijwel alle Europese landen zich steeds meer van Europa afkeert.’ In jullie analyse van de Europese Unie staat het begrip democratie centraal, waarom hebben jullie daarvoor gekozen? En wat versta je daar onder? ‘Europa pretendeert een democratie te zijn, dus er is alle reden om het

functioneren van de EU daar ook op te beoordelen. Wat we onder democratie verstaan? Dat is minder makkelijk dan het op het eerste gezicht lijkt. Iedereen heeft het in de politiek altijd over democratie, maar wat daar onder verstaan wordt is niet altijd duidelijk. Voor sommigen lijkt democratie niet meer te zijn dan dat er eens in de zoveel jaar verkiezingen zijn. Dat is natuurlijk een heel beperkte opvatting. Democratie is geen statisch gegeven, maar iets dat steeds in ontwikkeling is en dat steeds weer bevochten moet worden. Machthebbers proberen hun macht steeds uit te breiden en in het verzet daartegen wordt de democratie, of democratische verworvenheden, verdedigd en soms uitgebreid. In het eerste deel van de brochure geven we een korte historische schets van de ontwikkeling van de democratie van de oude Grieken tot de huidige parlementaire democratie en geven we de beperkingen van de parlementaire democratie aan. In het tweede hoofdstuk kijken we naar het functioneren van de EU en komen we tot de conclusie dat de mate van democratie in de EU een heel stuk minder is dan op nationaal niveau. Waar het op neer komt is dat men er in is geslaagd om op nationaal niveau de formele democratie te laten bestaan en er tegelijkertijd op Europees vlak een structuur is opgebouwd die het mogelijk maakt om allerlei zaken door te drukken zonder serieuze democratische controle. ‘

Wezenskenmerk ‘Heel veel voorstanders van het huidige Europa hebben het over een ‘democratisch tekort’, en daarmee suggereren ze dat het huidige Europa eigenlijk wel in orde is, maar er alleen nog maar een scheut democratie bij hoeft. Volgens ons is het ondemocratische karakter van de huidige Europese Unie er juist een wezenskenmerk van. Europa kan de rol die ze speelt alleen maar spelen omdat de democratie er op een laag pitje staat. Voor de machthebbers in Europa is het heel gunstig dat er een Europese Unie is met weinig democratie. Het huidige Europa is een ideaal instrument om de door hen gewenste politiek door te voeren, zonder daarbij te veel gehinderd te worden door democratische hindernissen. ‘


buitenland

Geef daar eens voorbeelden van? ‘Europa heeft een belangrijke rol gespeeld in het doorvoeren van de neoliberale politiek: het liberaliseren van de (financiële) markten, het privatiseren van overheidsbedrijven, de invoering van marktwerking in allerlei sectoren en de afbraak van de verzorgingsstaten. Heel veel daarvan is op Europees vlak overeengekomen en vervolgens aan de bevolking verkocht als iets dat moest van Brussel. Dat werd allemaal doorgevoerd zonder serieus debat en zonder democratische besluitvorming, de bevolking werd er buiten gelaten. Als al die beslissingen op nationaal vlak genomen waren had dat ongetwijfeld tot veel meer politieke discussie en weerstand geleid. Dan hadden politici zich niet kunnen verschuilen achter het argument dat het nu eenmaal moet van Brussel of dat het nu eenmaal een gevolg is van de noodzakelijke Europese eenwording. Zelfs over de invoering van de euro en alles wat daar aan vast zit is de bevolking nooit geraadpleegd en heeft er nooit een diepgaande publieke discussie plaats gevonden. Met de huidige crisis is de rol van Europa nog veel sterker geworden. De contouren van het hele financiële en economische beleid van de Europese landen worden feitelijk in Brussel bepaald. Op nationaal vlak heeft men zich te houden aan de grote lijnen zoals die in Europa zijn bepaald. Nationale parlementen hebben het laatste woord over de begroting, maar de kaders ervan zijn van te voren in Brussel vastgelegd.’

Rol regeringen ‘Toch vormt Europa niet een macht over de nationale staten, het is geen superstaat. Het zijn nog steeds de nationale regeringen die in Europa uiteindelijk

de dienst uitmaken, waarbij Duitsland als economische grootmacht duidelijk de leiding heeft. Als afzonderlijke regeringen dat echt zouden willen kunnen ze dwars gaan liggen. Maar tot nu toe zijn alle Europese regeringen het eens met het neoliberale beleid en steunen ze de politiek van het afwentelen van de crisis op de bevolking. De gezamenlijke Europese besluitvorming is dan een belangrijk element om dat beleid er door te drukken. En als de bevolking van een Europees land een regering die een dergelijke politiek voert wegstemt, zoals de afgelopen jaren in verschillende landen is gebeurt, krijgen ze er een regering voor terug die formeel een andere politieke kleur heeft maar die onder druk van Europa en van de gemaakte afspraken het zelfde beleid moet voeren.’

belang dat we inzicht hebben in hoe de EU nu in elkaar zit en wat daar fout aan is. Daaraan willen we met deze brochure een bijdrage leveren.’ V Brochures kunnen worden besteld en gedownload via de website van Ander Europa: www.andereuropa.org.

Europa moet dus grondig hervormd worden? ‘Nee, ik geloof niet dat de EU hervormd kan worden, dat ze geleidelijk aan steeds democratischer kan worden. De ontwikkeling is juist de andere kant op. Europa wordt steeds minder democratisch en krijgt steeds meer macht. Geloven in de geleidelijke democratisering van Europa is geloven in een illusie. Er zal een ander Europa moeten komen, een Europa dat uitgaat van andere belangen, op een heel andere manier functioneert en met een heel andere structuur. Een Europa waarin niet de belangen van een kleine groep kapitaalbezitters maar van de overgrote meerderheid van de bevolking voorop staat. Alleen dan kunnen we op een positieve manier uit deze crisis komen. Maar er zal heel wat strijd voor nodig zijn om een dergelijk Europa te realiseren. Om die strijd effectief te voeren is het van

23


buitenland

Gouden Dageraad: van pestkop naar knokploeg De Griekse verkiezingen van zes mei hadden een verontrustend resultaat; de neonazi partij Gouden Dageraad (GD) won 21 zetels in het parlement. Diezelfde avond, tijdens een persconferentie, werden journalisten door partijleden toegeblaft om op te staan bij het binnenkomen van de partijleider. Journalisten die dit niet deden werden de zaal uitgegooid. Het was een voorproefje van het geruchtmakende, gewelddadige optreden van de partij. Yannis

Tzaninis

De partij was niet altijd zo succesvol. Ik herinner me hoe toen ik een tiener was, in de jaren negentig, Gouden Dageraadleden de vijand waren van alternatieve jongeren. Met de Griekse vlag op hun arm trokken ze door de straten, op zoek naar confrontaties. Soms begonnen ze mensen lastig te vallen door op dreigende toon te vragen of iemand wel van Griekenland hield, andere keren gingen ze meteen tot geweld over als ze iemand zagen die er niet ‘Grieks’ genoeg uitzag. Toen waren ze nog een schaars fenomeen, een splinter te midden van de vijf miljoen inwoners van Athene. Dat bleek ook uit de verkiezingsresultaten van die jaren. Toen tijdens het midden van de jaren negentig grote aantallen Albanezen de ellende in hun land ontvluchtten en naar Griekenland kwamen, stegen xenofobe sentimenten naar een nieuw hoogtepunt. Zelfs toen won Gouden Dageraad echter slechts 4500 stemmen; 0,07 procent. In 2000 sloten ze een verbond met een andere met het nazisme symphatiserende partij en haalden ze met 0,18 procent. In 2009 waren ze er nog steeds marginaal met 0,29 procent. Mei 2012 was het debuut van GD als een nationale politieke kracht; ze wonnen zeven procent, bijna een half miljoen stemmen. Bij de nieuwe verkiezingen een maand later bleken ze in staat die stemmen grotendeels

vast te houden en wonnen ze 18 van de 300 zetels. De plotselinge groei van deze partij werpt verontrustende vragen op over de Griekse samenleving.

Van getolereerde crimineel naar ordehandhaver Michaloliakos, leider en oprichter van GD, koesterde al in zijn jeugd fascistische sympathieën. In zijn schooljaren, in 1973, werd hij lid van een extreemrechtse organisatie. Nadat hij enkele malen was opgepakt wegens geweldpleging leerde hij in de gevangenis voormalige leden van het in 1974 ten val gebrachte kolonelsregime kennen. Hij werd een bewonderaar van het juntaregime. Toch kon hij na zijn vrijlating lid worden van een elite-eenheid van het Griekse leger. Daar voegde hij nieuwe wapenfeiten toe aan zijn strafblad; hij werd tot 13 maanden cel veroordeeld wegens politiek geweld. In 1980 begon hij het tijdschrift Gouden Dageraad, de kiem van de latere partij, uit te geven. De nieuwe splinterpartij speelde zichzelf voor het eerst in de kijker in 1993. Griekenland botste toen met Macedonië over de naam van deze nieuwe Balkanstaat. Veel Grieken beschouwen zichzelf als ‘Macedoniërs’ en de nieuwe staat werd ervan beschuldigd symbolen van de

Derde van links, in blauw overhemd: Gouden Dageraad leider Nikolaos Michaloliakos

24


buitenland Griekse cultuur te stelen. GD wierp zich op als een fanatiek verdediger van Grieks nationalisme. Toch was de partij niet in staat gedurende langere tijd actief te blijven. Met een harde kern van zo’n 200 leden wist zij wel soms de aandacht te trekken, vooral door agressief zogenaamde bedreigingen voor de ‘Griekse identiteit’ aan te vallen. Geweld is altijd al een belangrijk middel van de GD geweest. Kasidiaris, nummer twee van de partij en parlementslid, heeft meerdere aanklachten wegens geweldpleging open staan. Het geweld van GD werd niet consequent vervolgd, ook al toonde een rapport van de Griekse inlichtingendienst in 2004 al aan dat veel partijleden wapens dragen – wapens die hen werden geleverd door Nea Dimokratia, de partij van het rechtse establishment. In ruil dienden GD leden als beveiliging voor Nea Dimokratia politici. GD heeft daarnaast nauwe banden met gepensioneerde en actieve politie- en legerofficieren. Vooral agenten hebben bij de laatste verkiezingen in grote getale op de neonazi’s gestemd. In 2005 zette Michaloliakos de partij nog op een laag pitje, ‘om leden te beschermen tegen botsingen met de anarchisten’. Twee jaar later maakte de partij zijn rentree, tijdens protesten tegen de G8 in Berlijn. De huidige aanpak van GD kreeg vorm, activistisch en vooral gericht tegen immigranten. De partij sloot met openlijk racistische uitingen aan bij al bestaande anti-immigratie sentimenten. Continue hamert de partij op de bedreiging die immigranten zouden zijn en organiseert zij acties die ‘echte Grieken’ zouden moeten beschermen tegen deze gevaren. Partijleden begeleiden bejaarden op straat, om ‘hen tegen immigranten te beschermen’, en GD opende goedkope groentewinkels, ‘alleen voor Grieken’. Partijleden nemen letterlijk politietaken op zich door bijvoorbeeld te eisen dat mensen hun identificatiebewijs tonen om te laten zien dat ze geen ‘illegale immigranten’ zijn. Met dit alles hebben ze bij een gedeelte van de bevolking een naam opgebouwd als verdedigers van het Griekse volk tegen ‘buitenlandse bedreigingen’, hetzij immigranten of de trojka van EU, Europese Centrale Bank en IMF.

Gouden Dageraad is een bondgenoot van de bazen Dit is doorslaggevend voor de sprong in populariteit van GD. De partij is er in geslaagd zich voor te doen als een rationele keuze voor mensen die op zoek zijn naar veiligheid en bescherming. Een half miljoen Griekse kiezers zijn niet plotsklaps overtuigd nazi geworden, zij reageren op een uitzichtloze situatie van stijgende werkloosheid, onzekerheid en gebroken politieke beloftes. Deze stemmers zagen ogenschijnlijk gedisciplineerde activisten ouderen ‘begeleiden’ en goedkoop voedsel verstrekken en horen van hen beloftes van bescherming. De politicoloog Vernadakis van de universiteit van Thessaloniki stelde een profiel op van de GD stemmer. Het resultaat zal sommige mensen misschien verbazen. De meerderheid is relatief goed opgeleid (secondair of beroepsonderwijs) en vaak zijn het kleine zelfstandigen. Bijna een vijfde van de kleine zelfstandigen die gingen stemmen, stemde op GD. Dit laatste feit is kenmerkend. De rol van GD in bedrijven wordt vaak genegeerd in de media. Werkgevers dreigen vaak de hulp van GD in te roepen als werknemers onvrede tonen of in verzet willen komen. En vaak blijft het niet bij dreigementen. Werkgevers dwingen arbeiders voor niks te werken en verlofdagen en arbeidsrechten op te geven, zogenaamd om de ineenstortende economie te redden. De vechtersbazen van GD helpen hen de arbeiders in het gareel te houden.

GD-leden zijn allang niet meer enkel straatcriminelen, in toenemende mate steunt de Griekse burgerij hun geweld en intimidatie. De parlementariërs van GD stemmen tegen de bezuinigingen – die komen er toch wel – en houden daarmee hun populistische imago intact maar ondertussen helpen hun partijleden op straat en op de werkvloer arbeidsrechten af te breken. Volgens klassiek fascistisch recept roept GD op tot het harmonieus combineren van de ‘creativiteit’ van de bazen met de inspanning van arbeiders, in het belang van een ‘rechtvaardig, meritocratisch en humanitair nationalisme’. Klassenstrijd wijzen ze als een ‘kunstmatige’ afleiding van dit doel; mensen moeten weer ‘trots zijn op productief werk’.

Griekse democratie; ‘40 jaar geleden’ De opkomst van GD heeft niks te maken met een gebrek aan democratische ervaring in Griekenland, wat sowieso ironisch zou zijn aangezien Grieken ook worden aangemerkt als de uitvinders van democratie. Grieken zijn in het geheel niet nostalgisch naar de dictatuur van de vroege jaren zeventig. De hele politieke cultuur van na 1974 is gekenmerkt door de overwinning op een onderdrukkend, prowesters regime, het verzet tegen de dictatuur is deel geworden van de nationale cultuur. Zelfs Grieks rechts wil niks te maken hebben met de junta – met als uitzondering extreme partijen als GD, die tot voor kort niks meer dan splinters waren. Xenofobie en racisme zijn wijdverbreid onder GD-stemmers, en in de Griekse samenleving in het algemeen, maar de meeste mensen steunen GD ondanks hun fascistische opvattingen over een autoritaire staat. Wat nu de doorslag geeft is dat GD daadkrachtig overkomt terwijl de andere partijen gefaald hebben. GD is door en door populistisch, heeft het voortdurend over ‘het Griekse volk’, maar ook het wijdverspreide racisme dreef mensen niet automatisch in de armen van deze fascisten. Dit gebeurde pas nadat de impact van bezuinigingen voelbaar werd. De levensstandaard van veel Grieken is niet beter dan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de steden kunnen veel mensen niet meer betalen voor verwarming, er hangt smog van houtvuren. Mensen lopen gaarkeukens af op zoek naar voedsel, gezondheidszorg is onbetaalbaar. De ergste slachtoffers zijn te vinden onder recente immigranten maar deze worden al te vaak door autochtone Grieken als concurrentie voor slinkende voorzieningen gezien. In plaats van de opkomst van GD op racistische wijze als een gevolg van Grieks onvermogen om democratisch te blijven te zien, moet er nagedacht worden over wat democratie eigenlijk betekent. De meerderheid van de Grieken wordt de meest basale voorzieningen ontnomen, is dat democratie? Het beleid van IMF en de EU ondermijnt elke vorm van solidariteit, mensen worden aangezet met elkaar voor alles te wedijveren; werknemers tegen werknemers, Grieken tegen immigranten. GD doet het hetzelfde, slechts met meer extreme middelen. Het is niet de eerste keer dat een formele democratie ontspoort onder druk van ongelijke machtsverhoudingen. Dit systeem overeind houden eist enorme offers in Griekenland en de wanhoop die hieruit resulteert, drijft mensen richting fascisme. Griekenland is een laboratorium voor bezuinigingsbeleid in de rest van Europa. De strijd in Griekenland tegen een logica van sociale kaalslag en ongelijkheid, inclusief producten daarvan als GD, is daarmee een strijd voor mensen in heel Europa. In deze strijd hebben de Grieken daadwerkelijke wederzijdse solidariteit nodig, niet liefdadigheid of neerbuigendheid. V Yannis Tzaninis is promovendus sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam.

25


achtergrond

La Via Campesina:

v o e d s e l s o e v e r e i n i t e i t f e m i n i s t i s c h e s t r i j d

e n

Via Campesina is ‘s werelds belangrijkste internationale beweging van kleine boeren en verdedigt het recht op voedselsoevereiniteit. Opgericht in 1993, is Via Campesina uitgegroeid tot een van de grootste organisaties in de beweging tegen neoliberale globalisering. De opkomst van de organisatie is een uiting van het verzet van kleine boeren tegen de rampzalige gevolgen van het neoliberale beleid van organisaties als de Wereldhandelsorganisatie. Esther

Vivas

In 1996, gelijktijdig met de World Food Summit, bracht Via Campesina voedselsoevereiniteit naar voren als een alternatief voor onrechtvaardige en uitbuitende manieren om voedsel te produceren. Het alternatief van Via Campesina is lokale kennis van boeren en traditionele manieren van werken te combineren met nieuwe technologieën en kennis. Schaalverkleining en het kritisch heroverwegen van de wereldwijde voedselproductie maken meer democratische vormen van voedsel productie en distributie mogelijk.

Een feministisch perspectief In de loop van de tijd heeft Via Campesina een feministisch perspectief geïntegreerd in zijn werk. Er wordt gestreefd naar gendergelijkheid binnen de organisaties en naar allianties met feministische groepen als de internationale World March of Women. Voor Via Campesina is de feministische strijd verdeeld over twee niveaus. Ten eerste het verdedigen van de rechten van vrouwen, binnen de organisatie en in de samenleving in het algemeen. En ten tweede de strijd van vrouwelijke kleine boeren, samen met collega’s, tegen het neoliberale landbouwmodel. Het feministische werk in Via Campesina heeft belangrijke stappen voorwaarts gemaakt sinds het begin van de organisatie. Zo waren tijdens de eerste internationale conferentie in Mons (België) in 1993 alle gekozen coördinatoren nog mannen en in de slotverklaring werd de situatie van plattelandsvrouwen nauwelijks genoemd. Hoewel de verklaring de noodzaak om de behoeften van vrouwen te integreren in het werk van Via Campesina erkende, werden er geen mechanismen opgezet om participatie van vrouwen te garanderen. Op de tweede internationale conferentie in Tlaxcalae (Mexico) in 1996 waren 20 procent van de aanwezige vrouwen, evenveel als tijdens de eerst internationale conferentie. Om dit probleem aan te pakken werd er een speciaal vrouwencomité opgericht en werden mechanismen die een betere vertegenwoordiging en participatie van vrouwen mogelijk maakten aangenomen. Deze stappen vergemakkelijkten de integratie van feministische analyses in Via Campesina. Toen in 1996 tijdens de World Food Summit in Rome Via Campesina het concept van ‘voedselsoevereiniteit’ presenteerde, droegen vrouwen hun eigen eisen aan. Deze eisen omvatten de noodzaak om voedsel lokaal te produceren, het koppelen van menselijke gezondheid aan duurzaamheid, een vermindering van schade-

26

lijke chemische producten in de landbouw en het promoten van organische landbouw. Daarnaast benadrukten vrouwen dat voedselsoevereiniteit niet kon worden bereikt zonder een grotere participatie van vrouwen in het bepalen van het landbouwbeleid. Het werk van de vrouwencommissie bevorderde de uitwissing van ideeën tussen vrouwen uit verschillende landen. Daarnaast vielen specifieke vrouwenvergaderingen samen met internationale bijeenkomsten. Tussen 1996 en 2000 richtte het werk van de vrouwencommissie zich voornamelijk op Latijns Amerika. Door training, uitwisseling en discussie met en door plattelandsvrouwen steeg de participatie van vrouwen aan activiteiten van Via Campesina op alle niveaus. In oktober 2000, vlak voor de derde nternationale conferentie van Via Campesina in Bangaore (India), werd de eerst internationale bijeenkomst van vrouwelijke boeren georganiseerd. Dit maakte een grote participatie van vrouwen in Via Campesina mogelijk. De vergadering stelde enkele prioriteiten vast: ten eerste dat in alle beslissingsniveaus en activiteiten van Via Campesina de helft van de betrokken personen vrouwen moeten zijn. Ten tweede het versterken van het vrouwencomité en tot slot het verzekeren dat de documenten, trainingen, evenementen en toespraken van Via Campesina geen seksistische inhoud bevatten.

Geen voedselsoevereiniteit zonder deelname van vrouwen Deelnemers van de conferentie kwamen overeen om de structuur van de organisatie te veranderen om zo gelijke deelname van vrouwen te garanderen. Zoals Paul Nicholson van Via Campesina opmerkte: ‘(in Bangalore) werd duidelijk dat de gelijkheid van mannen en vrouwen in vertegenwoordigende posities in de organisatie tot veel discussie en nadenken over de rol van vrouwen had geleid. Het gender perspectief werd serieus genomen, en niet alleen wat betreft het gelijk delen van verantwoordelijkheden, maar ook wat betreft de wortels en gevolgen van het patriarchaat en geweld tegen vrouwen op het platteland.’ Deze aanpak dwong organisaties die lid zijn van Via Campesina op nationaal en regionaal niveau hun werk te herzien om de rol van vrouwen te versterken. Als onderdeel van de vierde internationale conferentie in Juli


film en het onderwijs die nodig zijn om een een leidende rol te kunnen spelen.’ Ondanks een aantal overwinningen staan vrouwen voor een lange strijd, zowel binnen Via Campesina als daarbuiten.

2004 in Sao Pualo, Brazilië, bracht de internationale vergadering van boerinnen meer dan 100 vrouwen uit 47 verschillende landen van alle continenten samen. De belangrijkste actiepunten die tijdens de vergadering naar voren kwamen waren acties tegen fysiek en seksueel geweld tegen vrouwen en voor gelijke rechten en investeringen in onderwijs. Zoals de slotverklaring stelde: ‘Wij eisen ons recht op een waardig leven, respect voor onze seksuele en reproductieve rechten en onmiddellijke maatregelen tegen alle vormen van fysiek, seksueel, verbaal en psychologisch geweld…. We dringen er bij alle staten op aan om maatregelen te nemen om onze economische zelfstandigheid te garanderen en toegang tot land, gezondheidszorg, onderwijs en een gelijkwaardige sociale status te verwerkelijken.’ In oktober 2006 vond het wereldcongres van vrouwen van Via Campesina in Santiago de Compostela, Spanje plaats. De deelnemers waren onder meer vrouwen van boerenorganisaties uit Azië, Noord Amerika, Europa, Afrika en Latijns Amerika. Het doel van de bijeenkomst was om een plan van aanpak te maken om gelijkwaardigheid van vrouwen in de boerenbeweging te bereiken. Zoals een van de deelneemsters er op wees stonden de vrouwen van Via Campesina voor drie uitdagingen: 1) een feministische visie op de rol van kleine boeren deel te maken van gangbare feministische analyses; 2) verder werken aan de consolidatie van de beweging van plattelandsvrouwen; 3) een einde maken aan schuldgevoelens over de strijd voor hogere machtsposities tegenover mannen. Het wereldcongres van vrouwen van Via Campesina benadrukte de noodzaak van het versterken van de positie van vrouwen in Via Campesina. Voorstellen waren onder meer een wereldwijde campagne tegen geweld tegen vrouwen en werken aan de erkenning van het recht van plattelandsvrouwen op gelijke toegang tot land, kredieten en de markt. Tijdens de vijfde internationale conferentie van Via Campesina in Maputo, Mozambique in oktober 2008 werd de derde internationale vergadering van vrouwen gehouden. De vergadering lanceerde een campagne tegen alle vormen van geweld die vrouwen tegenkomen (fysiek, economisch, cultureel en door uitsluiting van macht), vormen van geweld die ook aanwezig zijn op het platteland en in boerenorganisaties. Ondanks formele gelijkheid lopen vrouwen nog steeds op tegen allerlei obstakels wanneer ze reizen naar bijeenkomsten of deze bijwonen. Zoals Annette Desmarais opmerkt: ‘Er zijn veel redenen waarom vrouwen niet deelnemen. Waarschijnlijk zijn de meest belangrijke obstakels ideologieën en culturele gebruiken die ongelijke genderrelaties en onrecht in stand houden. Bijvoorbeeld de verdeling van arbeid op basis van geslacht zorgt er voor dat plattelandsvrouwen minder toegang hebben tot het meest belangrijke middel, namelijk tijd, om als leiders deel te kunnen nemen aan boerenorganisaties. Vrouwen werken in de productie, als moeders en in de gemeenschap en hebben daarom minder tijd voor de training

Allianties weven Via Campesina heeft verschillende allianties gesmeed met organisaties en sociale bewegingen, zowel internationaal, regionaal als nationaal. Een van de belangrijkste allianties is die met de World March of Women, een prominent wereldwijd feministisch netwerk. De twee netwerken kwamen elkaar tegen in de andersglobaliseringsbeweging. Tijdens het forum voor voedselsoevereiniteit in 2007 te Sélingué, Mali werd er een vergadering bijeengeroepen van vooraanstaande sociale bewegingen als Via Campesina, the World March of Women, en anderen om strategieën te ontwikkelen om binnen een breed scala van sociale bewegingen (boeren, vissers en consumenten) de strijd voor voedselsoevereiniteit te versterken. Vrouwen speelden een belangrijke rol in deze bijeenkomst. Afgevaardigden uit Afrika, Amerika, Europa, Azië en Oceanië waren aanwezig en legden de verantwoordelijkheid voor schendingen van de rechten van vrouwen bij het kapitalisme en de patriarchale machtsverhoudingen.

Het huidige voedselsysteem heeft gefaald Ervaringen en bijeenkomsten als deze smeden nauwere banden tussen beide netwerken en versterken de feministische strijd van plattelandsvrouwen. Hun strijd maakt immers deel uit van een bredere strijd tegen kapitalisme en patriarchaat. Het huidige systeem van voedselproductie en distributie faalt in het verzekeren van voedselzekerheid. Op dit moment lijden meer dan een miljard mensen wereldwijd honger. Het huidige voedselproductiesysteem heeft zeer negatieve gevolgen voor het ecosysteem. Het geïndustrialiseerde agro-industrieel model heeft bijgedragen aan de klimaatverandering en is een van oorzaken van het ineenstorten van landbouw biodiversiteit. Dit model is bovendien nadelig voor vrouwen. Het ontwikkelen van een alternatief model voor de landbouw vereist een feministisch perspectief. Voedselsoevereiniteit als alternatief tegenover het dominante model heeft een feministische insteek nodig om te breken met de patriarchale en kapitalistische logica. Via Campesina, de grootste beweging voor voedselsoevereiniteit, erkent dit en creëert allianties met andere sociale bewegingen, vooral feministisch organisaties en netwerken zoals de World March of Women, en versterkt de solidariteit tussen vrouwen uit het wereldwijde Noorden en Zuiden. Zoals Via Campesina zegt: ‘Globaliseer strijd. Globaliseer hoop.’ V Esther Vivas is verbonden aan het Centrum voor Studie van Sociale Bewegingen van de universiteit Pompeu Fabra in Barcelona. Dit artikel verscheen eerder op internationalviewpoint.org.

27


literatuur

Een echte sociaaldemocraat Bart Tromp was binnen de PvdA bekend als dwarsdenker, als eigenzinnig maar oerloyaal aan de sociaaldemocratie, en ook als belangrijk partijideoloog. In een toegankelijke bundel heeft de Bart Tromp stichting nu een aantal belangrijke teksten van Tromp over de sociaaldemocratie bijeen gebracht. Herman

28

Pieterson


literatuur Voor een socialist is lezing van deze bundel een waar genoegen. Tromp wist waarover hij het had. Hij kende zijn klassieken, en dan niet alleen de grote bekende. Je kunt met een aantal van zijn oordelen van mening verschillen. Maar het is bij Tromp wel een onderbouwde en goed beredeneerde mening. Bovendien is het voordeel van linkse sociaaldemocraten dat ze wel zelfstandig moeten denken. Ze staan niet meer in een grote traditie maar moeten zelf teruggrijpend op een verder verleden nieuwe ontwikkelingen duiden. En zelfstandig denken was Tromp wel toevertrouwd.

Hij schoof niet naar links, maar de PvdA naar rechts Bovendien staan er artikelen in over stromingen en personen die van wezenlijk belang zijn geweest voor de ontwikkeling van de arbeidersbeweging, zowel nationaal als internationaal. Vooral de schetsen over de ‘Fabian Society’ en over de Britse Labour premier Clement Attlee, lang geleden eerder verschenen in Vrij Nederland, zijn een waar genoegen. Het gros van de artikelen en fragmenten die in de bundel De loden bal van het socialisme zijn opgenomen gaat natuurlijk over de PvdA. Daarin zijn mij een paar belangrijke dingen opgevallen. Tromp was een vooraanstaand aanhanger van de wereldsysteem theorie, die vooral ontwikkeld is door Immanuel Wallerstein. Voor Tromp paste deze naadloos bij zijn omarming van het denken van Eduard Bernstein. Tromp maakte duidelijk dat Bernstein meer was dan alleen de afvallige of revisionist zoals hij meestal bekend staat. Bernstein’s standpunten van een eeuw geleden zouden overigens nu niet alleen in de PvdA maar zeker ook in Groen Links of in de SP voor tamelijk radicaal doorgaan. Tromp nam de hervormingsgezinde sociaaldemocratie van Bernstein serieus. Het kapitalisme, door Tromp opgevat als wereldsysteem op zijn Wallersteins, is historisch wel eindig, zoals alle grote wereldsystemen, maar leidt niet tot een andere, socialistische maatschappij. Omdat het kapitalisme dus niet omvergeworpen kan worden moet het zo veel mogelijk aan banden wor-

den gelegd. Dat is de taak van de sociaaldemocratie in de visie van Bernstein en ook van Bart Tromp. Dat is iets heel anders dan wat de PvdA de afgelopen tientallen jaren heeft gedaan. Mocht de regering Den Uyl (1973-1977) misschien nog pogingen hebben gedaan in die richting, elke regeringsdeelname van de PvdA sindsdien heeft als doel gehad de crisis zo netjes mogelijk te managen.

Opschuiven Vond ook Bart Tromp, die daarmee schijnbaar een steeds linksere positie in de PvdA innam. Volgens hemzelf met in principe dezelfde standpunten. Hij was niet naar links opgeschoven, maar de partij naar rechts, vond hij. Daar zit wel wat in, maar het is zeker na lezing van deze bundel niet het hele verhaal. De ontwikkeling van de PvdA tijdens Tromp’s leven is ontegenzeggelijk naar rechts gegaan. Dat blijkt uit de manier waarop met de discussies over het beginselprogramma is omgegaan. Alleen al voor die delen van dit boek zou het de moeite waard zijn het te lezen. Bart Tromp probeerde die ontwikkeling ook theoretisch te plaatsen. Hij gebruikte daarvoor de begrippen Weltanschauungspartei (beginselpartij) en Appropriationspartei (machts- en carrièrepartij) die hij ontleende aan Max Weber. Hij zag de meeste Nederlandse partijen zich naar machts- en carrièrepartijen ontwikkelen. In eerste instantie zag hij dit wel als een gevaar voor de PvdA, maar bleef de PvdA voor hem nog een echte massapartij, zo rond 1985. In tweede instantie concludeerde hij echter in 2002 dat de omvorming tot machts- en carrièrepartij had plaats gevonden. Dat markeerde in combinatie met een heldere kritiek op de inhoudelijke leegheid van de paarse politiek, zijn positie aan het eind van zijn leven op de linkervleugel van de partij. Overigens lijkt mij ook zijn omarming van de wereldsysteem theorie vooral in zijn latere artikelen het sterkste.

PvdA al in de jaren vijftig geen echte sociaaldemocratische partij meer als gevolg van de – overigens mislukte – ‘doorbraak’ van kort na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig bleek er geen plaats meer voor linkse socialisten. Juist de opkomst van Nieuw Links, door Bart Tromp zo bekritiseerd, betekende al een definitieve doorbraak van andere sociale groepen in de partijorganen. De agogen en beleidsambtenaren die de massapartij van de jaren tachtig bevolkten waren al een uiting van de omvorming van de PvdA van hervormingsgezinde massapartij tot machts- en carrièrepartij. De tragiek van Bart Tromp was dat hij lang heeft gemeend dat een terugkeer naar een beginselpartij mogelijk was, toen de PvdA al lang in handen was van de carrièremakers. Uiteindelijk kun je zeggen dat de PvdA naar rechts op schoof, maar dat Bart Tromp zelf op basis van deze ontwikkeling tot steeds kritischer conclusies kwam. Zonder daarbij zijn trouw aan de echte hervormingsgezinde sociaaldemocratie op te geven. V

De loden bal van het socialisme. Bart Tromp over de sociaaldemocratie. Bert Bakker, 2012. 360 pagina’s, €34,95

De PvdA is allang niet meer sociaaldemocratisch Maar klopte deze analyse van Tromp? Was de PvdA pas door het gecombineerde kwaad van Rottenberg’s netwerk gedoe en de paarse coalitie tot machts- en carrièrepartij geworden? Dat lijkt me iets te veel eer voor Rottenberg en Kok. In werkelijkheid was de

29


literatuur

Een joodse lesbienne tussen Palestijnen Het gaat niet goed in Palestina, en er zijn niet veel linkse ontwikkelingen binnen HLBT-bewegingen (Homo-Lesbo-BiseksueelTransgender). Dat maakt het nog leuker een boek te lezen dat hoopvol stemt over beide. Peter

Drucker

Sarah Schulman, de schrijfster van Israel/Palestine and the queer international, is een doorgewinterd activiste en al jarenlang actief in New York in groepen als de HLBT groep ACT UP. Maar ze is vooral de auteur van zeventien boeken, waarvan de meeste romans. Dat merkt de lezer ook. Schulman is misschien geen theoretica, maar ze weet wel een eerlijk – soms overdreven eerlijk over haar eigen naïviteit en onwetendheid – onderhoudend, spannend en hartverwarmend verhaal te vertellen. Het verhaal begint met een persoonlijke noot in 2009, als Schulman wordt uitgenodigd een lezing te geven op de universiteit van Tel Aviv. Op dat moment is ze nog wat ze ‘progressief behalve over Palestina’ noemt; over Israël heeft ze niet veel nagedacht. Ze vraagt dus advies van linkse mensen die ze vertrouwt: grotendeels andere lesbiennes, uit de Verenigde Staten of Israël, en zoals ze later ongemakkelijk constateert, vooral andere joden: mensen als de vooraanstaande queer theorist Judith Butler. Toch luidt het advies dat ze krijgt meestal: als de reis door de Israëlische staat wordt betaald, zeg dan maar nee. ‘Nee’ wordt het dus. Schulman vindt het echter jammer om de Israëlische queers die haar hebben uitgenodigd teleur te stellen, zowel voor haar als voor hen. Ze zoekt dus een andere manier om een reis te maken. Dit brengt haar in contact met het Palestijnse comité dat toeziet op de boycot van Israëlische universiteiten, en daardoor met Palestijnse HLBTactivisten. Dit is het begin van een intensieve samenwerking tussen de Palestijnen en ‘al-Schulman’ (zoals ze haar dopen), die in 2011 tot de organisatie leidt van ‘al-Tour’: een succesvolle tournee door de VS van Palestijnse queers voor BDS (boycot, desinvesteringen en sancties). De samenwerking legt ook de basis voor hechte vriendschappen.

Doorbraak De snelle groei van de BDS-beweging is in de laatste jaren de meest hoopvolle ontwikkeling die er rond Palestina is geweest. En het verzet van HLBTs tegen de pinkwashing van Israël (de bewuste poging van de Israëlische overheid om een progressief imago te claimen door op te scheppen over homo-rechten) en hun inzet voor BDS zijn misschien wel het grootste linkse HLBT-initiatief geweest. In de beide ontwikkelingen heeft Schulman een sleutelrol gespeeld. Daarbij heeft ze baat gehad van haar naamsbekendheid, haar organisatorische talenten en haar kennis van HLBTgemeenschappen in de VS. Maar de timing was ook gun-

30

stig. Radicale queers in de VS, die volgens haar ‘walgen van het huwelijk en het leger’, stonden open voor een echte solidariteitscampagne. En ze hadden sympathieke Palestijnse bondgenoten, getalenteerde HLBT-activisten die al op het punt stonden van een internationale doorbraak. Schulman laat zien hoe snel ze heeft geleerd. Nog in 2010 is voor haar publieke erkenning door de Palestijnse boycotleider Omar Barghouti van de rol van HLBTs in de beweging het allerbelangrijkste. De lezer voelt met haar mee als ze haar zin niet krijgt. En ook nauwelijks een jaar daarna, als Barghouti op de radio de rechten verdedigt van HLBTs in Palestina. Ontroerend is Schulmans bekentenis op het moment van haar zege: ‘Ook ik ben veranderd.’

Voor Schulman is Europa het werelddeel van de Holocaust Europa Hoewel het verhaal zich vooral afspeelt in de VS en Israël/ Palestina, maakt Europa (zelfs Nederland) er ook deel van uit. Schulmans Palestijnse lesbische maatje Haneen Maikey is ook in Nederland uitgenodigd voor een workshop over pinkwashing. (Mikki Stelder van het Nederlandse Queeristancollectief wordt door Schulman bedankt.) Ook de Portugese homo-activist Sergio Vitorino (van de zusterorganisatie van Grenzeloos) wordt genoemd. Toch was Schulmans houding over Europa zelfs voor mij (als geboren Amerikaan) een verbazing. Voor Schulman is Europa in de eerste plaats het werelddeel waar de Holocaust plaatsvond. Nog steeds geeft ze Theodor Herzl, grondlegger van het zionisme, gelijk in zijn stelling dat de joden in Europa nooit veilig kunnen zijn – al voegt ze toe dat ook moslims hier niet veilig zijn. De geschiedenis van Europees internationalistisch links – inclusief die van ‘niet-joodse joden’ als Karl Marx en Rosa Luxemburg – lijkt voor haar niet te bestaan. Voor haar is de beste plek voor joden het multiculturele New York. Genoeg stof voor een discussie, het boek is een mooi begin. V Sarah Schulman. Israel/Palestine and the queer international. Durham: Duke University Press, 2012. 204 p. €20,99.


film

Klassentegen in en om een film Zelden is een film zo neergesabeld door de critici als Het Bombardement. Van 14 recensies waren er 12 ronduit negatief. Nou is Het Bombardement misschien geen meesterwerk. Maar wie de film met eigen ogen heeft gezien, zal niet snel meegaan in de totale afkraak. Dat verklaart wellicht de volle zalen die de film na weken nog steeds trekt. Wat heeft de recensenten bezield? Rob

Lubbersen

Al voordat de film in de bioscopen kwam, werd duidelijk dat Het Bombardement op veel kritiek kon rekenen. Het feit dat regisseur Ate de Jong voor hoofdrolspeler Vincent geen gelouterde professionele acteur had gekozen, leidde in het filmwereldje tot verbazing. Dat het ook nog eens geen Rotterdammer was, voerde in en om Rotjeknor tot verontwaardiging. Dat het Jan Smit werd, een Volendamse volkszanger, dat zorgde voor regelrechte hoon. Dat voor tegenspeelster Eva een vrij onbekende musical-actrice werd gekozen, Roos van Erkel, dat werd ook maar matig gewaardeerd. Toen de film eenmaal draaide, kwamen er bergen kritiek bij. Het scenario zou niet deugen. Het zou te veel lijken op dat van de Titanic. Bovendien zou het plot ongeloofwaardig zijn met lelijke dialogen. En de Duitsers zouden niet genoeg de schuld krijgen, want de grootste schoftfiguur in de film is een Nederlandse kapitalist, Dirk Lagerwaard.

Vijand Om met dat laatste te beginnen. De Duitse verantwoordelijkheid voor de oorlog, de bezetting en het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 wordt nergens ontkend. Misschien was het inderdaad beter geweest als er in de film iets meer informatie was verwerkt over de achtergrond. Dat gebeurt nu wel erg karig en daar had Aart Staartjes via de voice-over best meer over mogen vertellen. Maar dat neemt weer niet weg dat er inderdaad door Nederlandse ondernemers soms een smerige rol werd gespeeld. Het type Dirk Lagerwaard stond helemaal niet alleen. OW’ers werden ze genoemd. Oorlogswinstmakers of oorlogswoekeraars. Lieden als Dirk die bij een bombardement in hun handen wreven, omdat er dan weer wat te bouwen en te verdienen viel. In de tegenstelling tussen de klassen in de maatschappij staat de vijand net zo goed in eigen land! Dat heeft Ate de Jong, zelf afkomstig uit een ‘communistisch nest’ ons terecht niet willen onthouden.

Dan het scenario. De liefdesgeschiedenis van de eenvoudige bakkersknecht en bokser Vincent met de tamelijk welvarende half-Duitse Eva. Ongeloofwaardig met gênante dialogen? Voor wie zich een beetje inleeft in die tijd en die situatie, is dat flauwekul. Alles wat in de film gebeurt en gezegd wordt, zou toen en daar zo gebeurd en gezegd kunnen zijn. Ongeveer natuurlijk, want we hebben met een speelfilm te doen en niet met een documentaire. Het verwijt dat het scenario te veel weg heeft van dat van de Titanic is belachelijk. Het is wel zo, maar is daar wat mis mee dan? Het gegeven van een arme jongen en een rijk meisje die verliefd op elkaar worden terwijl de omstandigheden niet echt mee zitten, is van alle tijden. Tenslotte de acteerprestaties. Er valt over te twisten. Maar wie niet bij voorbaat bevangen is door een anti-Jan-Smit-virus en wie niet valt over de onbekendheid van Roos van Erkel, die ziet een fris tweetal tamelijk naturel acteren. Niks mis mee.

Napraterij Een van de beschouwingen over de film, in het Rotterdamse huis-aan-huis-blad Dichtbij, heeft als kop ‘Het Bombardement een aanfluiting’. Het artikel blijkt gebaseerd op de uitspraken van een dame die zich ontzettend ergert aan het feit dat een ‘Volendams zangertje’ de hoofdrol heeft gekregen. Ze voelt zich zelfs ‘gekwetst’. En passant vertelt ze dat ze de film natuurlijk niet is gaan zien.... Uit interviews en ingezonden brieven van mensen die de film wel hebben gezien, komt een ander beeld naar voren. Vooral Rotterdamse ooggetuigen van het bombardement van 14 mei 1940 zijn onder de indruk. Herkenning is een sleutelwoord. En ook jongeren blijkt de film aan te spreken. De volle zalen tijdens de kerstdagen getuigden daarvan. Dat was ook de bedoeling van regisseur Ate de Jong. Hij wilde een film maken die het bombardement van Rotterdam aan de vergetelheid zou ontrukken. Die bij ouderen weer een snaar zou doen trillen. Die jongeren zou aanspreken en interesseren voor de oorlog en de wederopbouw. Een volksfilm. En kennelijk zijn de tegendraadse keuzes die hij daarvoor maakte de meeste recensenten in het verkeerde keelgat geschoten. Jan Smit, Roos van Erkel, een romance tegen de achtergrond van een ramp, een Nederlandse kapitalist als zichtbare boosdoener, het is de fine fleur van de filmwereld te veel geworden. Het is allemaal niet hun klasse. De rest is napraterij. V

31


AGENDA / AKTIE / TIPS

Antikapitalistische Lenteschool 2013 N i e u w p o o r t , B e l g i ë v r i j d a g 1 5 , z a t e r d a g

1 6

e n

z o n d a g

1 7

m a a r t

2 0 1 3

Na de geslaagde editie 2012, waaraan meer dan honderd mensen deelnamen, organiseert SAP België dit jaar opnieuw een antikapitalistische lenteschool. Deze editie wordt een samenwerking met SAP-Grenzeloos uit Nederland, de Franse vrienden van de NPA en Duitse kameraden van de ISL. Sprekers komen uit verschillende Europese landen, en erbuiten. Internationalisme in de praktijk! De lenteschool zal in de eerste plaats aandacht hebben voor het politieke en sociale verzet in Europa en de rest van de wereld. Sprekers zijn onder andere: ●Alda Sousa (europarlementarier voor Bloco de Esquerda) ●Ahlem Belladj (Tunesië, lid van de socialistische organisatie Ligue de la Gauche Ouvrière) ●Peter Mertens (Voorzitter en woordvoerder van de PVDA België) plus sprekers uit Spanje, Griekenland, Quebec...

Programma:

(Kleine wijzigingen zijn mogelijk. De meest recente informatie vind je op www.grenzeloos.org)

15 Maart

17u-19u Onthaal en inschrijvingen 20u-21u30 Internationale meeting: Durven strijden, durven winnen! Revoluties in de Arabische wereld. Massale studentenstrijd in Québec en Chili. Volksbewegingen tegen de bezuinigingen in Zuid-Europa. Ook bij ons hoog tijd voor sociaal verzet!

16 Maart

9u30-12u Vier parallelle werkgroepen: ●Zuid-Europa in opstand: Portugal, Griekenland, Spanje Hoe zit het met het sociaal en politiek verzet? ●Het Azië van strijd en solidariteit. ●De Arabische wereld tussen revoluties en islamisme Volgt er een islamistische winter op de Arabische Lente, of gaat de strijd voor meer democratie en sociale gelijkheid verder? ●Duitsland: Merkel oppermachtig? Hoe dominant is Duitsland in het huidige Europa? Welke bewegingen zijn er in Duitsland zelf? 12u-14u Pauze en middagmaal 14u-16u30 Debat: Welk links willen we? Hoe bouwen we een linkse politieke beweging die verzet kan bieden tegen het neoliberalisme? En op welke basis? 16u30-19u Pauze en avondmaal 19u-20u30 Meeting: Vrouwen en de crisis, vrouwen tegen de crisis! 20u30 tot ? Feest

17 Maart

9u30-12u Vier parallelle werkgroepen: ●De media Vierde macht in ons aller belang of waakhond van ‘t kapitaal?

●Vlaanderen, waar Van Het Groenewoud zingt en De Wever spint Paradox: De onderdrukking van het Vlaamse volk is verleden tijd, maar de Vlaamsnationalisten scoorden nooit beter... met een ultraliberaal project. Een en ander in historisch perspectief. ●Seksualiteit in een neoliberale tijd Het kapitalisme probeert alles om te vormen tot koopwaar om winst op te maken. Onder het neoliberalisme is deze tendens des te sterker geworden. Ook onze seksualiteit ontsnapt niet aan de gevolgen. Hoe opkomen voor een bevrijdende seksualiteit? ●Een andere landbouw is mogelijk? Na door links veel te lang verwaarloosd te zijn, komt de kwestie van welk soort landbouw we willen terug, onder meer door de klimaatproblematiek. Tijd om de koe bij de horens te vatten! 12u-14u Pauze en middagmaal 14u-15u45 Parallelle debatten: Repressie, sterke staat, populisme, uiterst-rechts Het neoliberalisme, of de nieuwe kleren van de actieve repressiestaat. Nieuwe vormen van controle, dwang en bestraffing. Hoe hierop reageren? Nieuwe uitdagingen voor de vakbeweging: bestaansonzekerheid, armoede, flexibiliteit De arbeidersklasse (m/v) was nog nooit zo talrijk... maar tegelijk nog nooit zo verdeeld. Een serieuze uitdaging voor vakbonden. Hoe kunnen deze antwoorden op deze veranderingen? 16u-16u20 Afsluiting

Meer info over prijzen en aanmelding op www.grenzeloos.org

32

w w w . g r e n z e l o o s . o r g


Grenzeloos 121