Page 1

magazine


Hoe vertelt u verhalen die de zinnen van lezers prikkelen?

Uw verhaal. Sterk door Sappi. U houdt dit magazine in handen omdat u houdt van kwaliteit. Van vakwerk en visuele impact. Daarvoor kunt u rekenen op Graphius Group. En dat doen wij ook. Want ook Sappi vond in Graphius Group een loyale partner voor hoogwaardige en duurzame kwaliteit. Samen laten we papier ĂŠcht beklijven. Zodat u drukwerk creĂŤert dat verder gaat dan u voor mogelijk houdt.

www.sappi.com


INHOUD

12 Dixie Dansercoer Pionier op de polen

08

‘Het was een verzoek dat je niet weigert’

04 Bruggenhoofd in Brussel Gesprek met Luc Roesems

Marie-Jo Lafontaine

25

Daniël Ost Levende kunst

22 Zoute Grand Prix Oldtimers en snelle wagens

18 Tien jaar DAMn°

Siegrid Demyttenaere blikt terug en vooruit

Boekentickets & te winnen Heel wat boeken die in dit magazine aan bod komen, kan u winnen! Ga naar www.graphius.com/wedstrijd en maak kans op allerlei boeken, catalogi, tickets en zelfs Belgisch bier.

33

Specialiteit

Voorstelling Etiglia

42

Stageco Werchter wordt wereld

Foto cover © Polar Circles / Dixie Dansercoer

COLOFON: Members of Graphius Group: Geers Offset, New Goff, Sintjoris, Druk In De Weer, De Duurzame Drukker, Deckers Snoeck, Boone-Roosens en Etiglia. Verantwoordelijke uitgever: Denis Geers, Eekhoutdriesstraat 67, 9041 Gent, België. Abonnementen: u kan zich gratis abonneren via magazine@graphius.com. Graphius, Eekhoutdriesstraat 67, 9041 Gent, België. Tel. +32 (0)9 218 08 41. info@graphius.com, www.graphius.com Gedrukt met vegetale bio-inkten op een Heidelberg XL 106-10 kleurenpers met hybride raster 250 lpi. Verstuurd onder biologisch afbreekbare folie op basis van zetmeel.


BOEKEN

de details maken het boek KOLENIK Eco Chic Design De Nederlandse designer Robert Kolenik zit niet om een stunt verlegen: een keukeneiland dat bestaat uit een enorm aquarium met daarboven een marmeren werkblad, een verticale tuin in de woonkamer, een zwevende muur met middenin een open haard. Zelfs de cover van zijn fotoboek is buitengewoon: in de hardcover zijn de letters met laser uitgesneden. Uitgeverij TerraLannoo, 196 bladzijden

AMANIA MO De catalogus voor de wintermode blinkt als een klomp goud. De structuur van het papier en de bedrukking zorgen letterlijk voor een schitterende brochure. Diezelfde precisie en kleurbeheersing is terug te vinden in de ontwerpen van de wintercollectie, een uitdaging voor elke drukker. www.amaniamo.be

ORGELBOUWER Thomas Wie dacht dat kerkorgels een fenomeen uit het verre verleden zijn, moet dringend de Thomas-box ter hand nemen. Vijftig jaar reeds bouwt en herstelt de Manufacture d’orgues Thomas uit Ster-Francorchamps kerkorgels in binnen- en buitenland. Deze 263 orgels nemen niet minder dan drie boekdelen in beslag, verzameld in de box. www.orgues-thomas.com


DE GROOTE OORLOG IN KLEUR De Eerste Wereldoorlog was het bloedigste conflict dat Europa ooit gekend heeft. De miljoenen soldaten beleefden dit conflict niet in zwart-wit, maar kleurenbeelden uit de beginjaren van de twintigste eeuw zijn uiterst zeldzaam. Alain D’Amato, een specialist in het historisch verantwoord bewerken van oude beelden, heeft kleur gegeven aan een tweehonderdtal beelden en te boek gesteld. Het resultaat is een oorlog die plots veel dichter bij ons lijkt te

BIGBOOK

liggen, dan we vermoedden.

Brussels

1914-1918 Les hommes, les mots, la guerre, Alain D’Amato, Editions Aldacom, 224 bladzijden

Het Bigbook Brussels is precies wat de titel belooft: big! Met bijna een A3-formaat vult het een groot stuk van de salontafel. Dit lifestyle magazine van ‘The News & Modern Editions’ presenteert zichzelf als ‘het officiële magazine van Belgische kwaliteit en Belgische insiders’.

DE RECEPTEN van Nespresso Zeg nooit nog zomaar koffie tegen een kop koffie. Het bakje troost is zo passé. Nespresso verandert koffiezetten in kunst. Een Espresso Macchiato Speculoos? Een vanille café glacé? Dit receptenboek, ontworpen door het communicatiebureau ACT* maakt van elke liefhebber een barista. En zelfs voor de cocktailliefhebber heeft Nespresso een eigen variant: wat dacht je van een caipirinha koffie!


4


gesprek met Luc Roesems

Bruggenhoofd

in Brussel

5


Drukwerk wordt in de communicatie wat vinyl in de muziekwereld is, denkt Luc Roesems: bescheiden wat de oplagen betreft, maar zeker in het luxesegment niet weg te denken. De niche voor fijnproevers, zeg maar. “Die markt bieden we superkwaliteit aan”, vertelt Luc. Ten bewijze haalt hij enkele glanzende brochures voor automerken boven. “Dit magazine drukken we voor een Aston Martin dealer. We wonnen er vorig jaar de Grafisch Nieuws Excellence Award van Knack mee, in de categorie Bedrijfs- en klantenmagazines. Let op de scherpte van de foto’s. We werken hiervoor met speciale software en een rasterliniatuur van 300. De meeste drukkers gaan niet verder dan 175. Die fijne raster zorgt ervoor dat foto’s werkelijk haarscherp afgedrukt worden. Met de grijze metaalglans op de cover imiteren we de lakkleur van de Aston Martin waarmee Daniel Craig in de James Bond-films rondtoert. Alleen het beste is goed genoeg voor 007.” (lacht) Ook voor Lexus drukt Boone-Roosens brochures. Dat is opnieuw high end drukwerk. Luc Roesems: “We voeren eerst kleurcorrecties door op proefdrukken van de foto’s voor we echt in druk gaan. Luxe is een van de niches waarin we het verschil willen maken.”

Dicht bij de klanten Als kleinzoon en zoon van drukkers is Luc Roesems gepokt en gemazeld in de drukkerijwereld. Boone-Roosens was in 1918 opgestart onder de kerktoren van Ruisbroek en in 1995 verhuisd naar een nieuwbouw in de industriezone van Lot in Beersel. Luc Roesems gaf het bedrijf in 2012 een frisse impuls door te investeren in automatisering en webapplicaties. In 2013 worden de eerste stappen gezet voor het drukken van natlijm-etiketten op flesjes (lees ook pagina 33). Sinds kort maakt Boone-Roosens deel uit van Graphius Group, dat zes drukkerijen van Oost-Vlaamse origine bundelt op één productiesite in Gent. Verhuist BooneRoosens ook naar daar? Luc Roesems: “Integendeel, we zitten hier perfect voor onze klanten. Traditioneel mikken we vooral op de Brusselse en de Waalse markt. Voor veel bedrijven uit deze regio’s is Gent ver weg. Of zo voelen ze het toch aan. Wij worden dus een tweede productiesite voor de groep, perfect gelegen voor midden- en zuidelijk België. Onze naam, team en commerciële aanpak blijven dezelfde. Een sterk punt is dat ons commercieel team evengoed in het Frans als in het Nederlands uit de voeten kan en dat we een jarenlange samenwerking met Brusselse en Waalse ondernemingen hebben.” Tegelijk geniet Boone-Roosens mee van de schaalvoordelen van een grotere, internationaal opererende groep. Het samengaan met Graphius Group maakt het mogelijk om prijsgunstig aan te kopen. Luc Roesems: “Via de groep wordt het ook mogelijk om verder te investeren in nieuwe technologieën. Ten slotte kunnen we weer nieuwe medewerkers aanwerven en opleiden. Wie niet groeit, kan niet blijven bestaan.”


gesprek

Luc Roesems is niet te beroerd om toe te geven dat ‘kleinere’ spelers dit soort van investeringen heel moeilijk alleen kunnen dragen. “Onze toetreding tot de groep past in een bredere consolidatiegolf in de Belgische grafische sector. Traditioneel zijn we een land met een mozaïek van familiale drukkerijbedrijven. Op een paar jaar tijd is dat landschap compleet door elkaar geschud. Veel familiebedrijven zijn weggevaagd. Ze krijgen de dure investeringen vaak niet meer rond. Binnenkort blijven er nog maar enkele grote groepen over, die wel kunnen blijven investeren en die de concurrentie met het buitenland aankunnen.”

Bestellen via webapp In de nabije toekomst wil Boone-Roosens verder inzetten op enkele specifieke niches. Zo kunnen klanten nu al via een webportaal drukwerk laten leveren. Luc Roesems: “Wij drukken de handleidingen en het promotiemateriaal van een klant en houden het in ons magazijn bij. Wij weten perfect wat de klant nog in stock heeft, aangezien we het zelf drukken en opslaan. Online kan de klant of een vertegenwoordiger van de klant dan laten weten hoeveel materiaal er waar geleverd moet worden en tegen wanneer. Wij sturen onmiddellijk een koerier op pad.” Een volgende stap in de digitale dienstverlening is een webapplicatie waarmee klanten de lay-out van een drukwerk (affiche, folder, magazine …) kunnen uploaden en in een bepaalde oplage bestellen. “Een beetje zoals particulieren online ­foto’s laten ontwikkelen. Zoiets moet je wel op Europese schaal aanpakken – België alleen is er te klein voor. Graphius is daar al heel wat jaren mee actief. We zijn nu volop bezig met de ontwikkeling van een nieuwe applicatie.” Er zijn nog plannen voor andere nichemarkten. We proberen iets los te peuteren, maar Luc trekt voor zijn lippen een denkbeeldige ritssluiting dicht. “Ik mag er niets over zeggen. (lacht) Maar we hebben grote plannen met de Graphius Group. Binnen nu en een half jaar kunnen we ermee naar buiten komen.” Over het algemeen is Luc Roesems eerder positief over de toekomst van papier. “Sommige bedrijven hebben een paar jaar geleden beslist om niets meer te drukken. Ik denk dat ze fout zitten. Ook jonge ‘digital natives’, die constant op Facebook of Snapchat zitten, kijken zo naast de reclame op hun scherm heen. Of ze ergeren er zich aan. Lees jij nog commerciële e-mails, gesteld dat ze al door je spamfilter geraken? Zie je advertenties op een website? Terwijl een advertentie in een mooi magazine toch blijft hangen, vind ik. Misschien onbewust, maar toch. Nogal wat bedrijven keren terug van hun beslissing om niet meer te drukken. Papier blijft bestaan, maar anders dan vroeger: als aanvulling op online en in kleinere oplagen, maar met meer toegevoegde waarde. En weet je wat ik hoop dat ook terugkomt? Gedrukte handleidingen. Je wil niet weten hoeveel geld we uitgeven aan inktpatronen omdat je de manuals tegenwoordig zelf moet afdrukken …”

“We zijn het bruggenhoofd voor Brussel en Wallonië.” Luc Roesems


reportage

Ergernis Ergernis! De afgevallen bladeren van de bamboe op haar terras en de manier waarop we met onze vluchtelingen omgaan aan onze oostgrenzen. Ergernis! Die bamboe kan Marie-Jo Lafontaine nog de baas (‘ze moeten van mijn terras, punt, ze gaan eruit’). Op de vluchtelingenstroom heeft ze minder directe impact en dus druppelt die ergernis door in haar jongste reeks schilderijen. Het woongedeelte in de loft van ­Marie-Jo Lafontaine in Schaarbeek hangt en staat vol kunst, tot in de keuken toe. Geen enkel werk van haarzelf, wel van onder meer José María Sicilia. Om haar schilderijen en foto’s te zien moet je in het aanpalend atelier zijn, een opvallend cleane ruimte met grote ramen en veel zonlicht. Op de eerste tafel staat een maquette van de Galerij Pieters in Knokke, waar ze exposeert met volkomen nieuw werk. De witte muren van de galerij zijn minutieus nagemaakt en daarin hangen, alsof het een poppenhuis is, uiterst kleine kadertjes van nauwelijks twee centimeter breed met haar schilderijen. Het geeft haar een goed beeld van wat de uiteindelijke tentoonstelling zal worden. De echte werken staan wat verder in zwarte kaders tegen elkaar gestapeld achterin het atelier. “Het wordt een tentoonstelling met grotendeels nieuw werk, in een volledig andere richting. Niet meer met ­foto’s

of video’s, ik keer terug naar het schilderwerk.” Voor Lafontaines doen zijn de schilderijen vrij klein: dertig centimeter hoog, heel wat minder dan de muurvullende foto’s die vlotjes naar de twee meter gingen. Elk van de kaders bestaat uit twee vierkante, abstracte schilderijen. “De twee schilderijen staan voor twee werelden die tegen elkaar geschoven zijn. Daartussen krijg je automatisch een lijn, een grens. De inspiratie kwam uit de vluchtelingenstroom die op gang gekomen is en mijn ergernis over de manier waarop we daarmee omgaan.” Het werk van Marie-Jo Lafontaine is ­Marie-Jo Lafontaine. Mooi, aantrekkelijk, charmant maar wie de moeite doet om goed te kijken, bemerkt een donkere schaduw. De bloemenlandschappen laten ook verval zien. De foto’s van zakenmannen met een dierenmasker (gebaseerd op de fabels van naamgenoot Jean de la Fontaine) hebben een sinister kantje. De fragiele, schijnbaar lieflijke zwart-wit foto’s van


Troubled waters, 2013 (monochrome & photo, 195 x 120 cm)


reportage

kinderen laten je eerst glimlachen tot je in hun ogen ziet dat ze binnenkort volwassen worden, en dingen zullen doen die volwassenen doen – ten goede en ten kwade. Parallel aan het schilderwerk bereidt ze een nieuwe video-installatie voor, in samenwerking met het Brusselse Flagey-museum. Het thema wordt muziek, met Brussel als decor. Een grootschalige opdracht met tientallen muzikanten uit alle genres, van rumba tot hiphop.

Videopionier Lafontaine (°1950) brak internationaal door met haar videokunst toen die tak van de kunstwereld nog in de kinderschoenen stond en tegen de gevestigde waarden in de kunstwereld moest vechten om erkenning te krijgen en ernstig genomen te worden. Haar video ‘Larmes d’acier’ zette in 1987 in Kassel, op de vijfjaarlijkse hoogmis van de hedendaagse kunst, de lijnen uit

voor een hele generatie videokunstenaars. Die video-installatie ontstond vanuit een ergernis – daar is dat woord weer – over de schoonheidsidealen en de fitnessrage van die dagen. Lafontaine toonde een bodybuilder op meerdere televisieschermen, ingebouwd in een installatie die op zichzelf staat als kunstwerk. Het was pionierswerk en dat levert momenteel kopzorgen op voor musea die haar


eerste videowerken opnieuw willen tonen. “De beeldschermen die ik toen gebruikte, maakt men niet meer. Ik heb de laatste die ooit gefabriceerd werden uit China laten overkomen. Als die breken, dan zitten de musea die mijn werk terug opstellen, met een groot probleem.” Het S.M.A.K. (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, in Gent) worstelt op dit moment met een dergelijk dilemma. De oplossing: de omringende installatie wordt lichtjes aangepast aan de flatscreens van vandaag.

Ten paleize

Banana kisses and ­frozen margaritas, 2003 (monochrome & photos)

De meeste fotografen met faam verzilveren hun naam met portretten-in-opdracht. Een studioportret van de jarige dochter, of desnoods van haar pony? Marie-Jo ­Lafontaine brengt liever zelfgekozen modellen voor haar lens. Nochtans is er één beroemde uitzondering. “Ja, ik weet het. Maar dat was een verzoek dat je niet kan weigeren. Als men je vraagt om de statieportretten te maken van de nieuwe koning en de nieuwe koningin, dan heb je eigenlijk geen keuze. Je moet toestemmen.” Die foto’s zijn ondertussen haar meest verspreide werk. Ze hangen in elk gemeen-

tehuis en op elke rechtbank. “Ik heb het koningskoppel niet – zoals al mijn voorgangers deden – binnen in hun paleis gefotografeerd. Dat paleis heeft alleen maar lusters, brokaat en gouden versieringen. Ik kreeg er geen gevoel bij. Tot ik toevallig buiten stapte, aan een rotonde, met op de achtergrond de hoofdstad. Dat is het beeld geworden: de koning en de koningin, voor hun koninkrijk.” Het contrast kan niet groter zijn tussen het statieportret van koningin Mathilde (in een vrij strak blauw kleed, een paars lint bezaaid met eretekens en een tiara) en een recente reeks levensgrote foto’s van een naakte, hangende vrouw. Marie-Jo Lafontaine: “Het is een serie geworden van naakte vrouwen. Buiten beeld houden ze een balk vast. Door te hangen, verandert hun houding volledig. Dat creëert een sterk beeld, over het verlies van controle. Waarom ik hiervoor koos, weet ik ook niet precies. Beelden komen op mij af. En dan is mijn selectiecriterium: maakt dit beeld een kans in de kunstgeschiedenis? Zoniet, weg ermee!”

www.guypietersgallery.com


Dixie Dansercoer:

Jezelf overleveren, niets forceren

Slechts vier mensen zijn er ooit in geslaagd om zowel de Arctische Oceaan als het Antarctische continent over te steken. Het gezicht van Dixie Dansercoer staat voor altijd in de Mount Rushmore van het poolreizen gebeiteld. Zijn geheim? De rust om zich over te leveren aan omstandigheden. “Je mag je op de polen niet manifesteren als een extern element, er moet een symbiose zijn met de natuur.�


Op 18-jarige leeftijd vertrok Dirk Dansercoer in het kader van een ontwikkelingsprogramma naar de Verenigde Staten. Hij leerde er een les die hem voor het leven gevormd heeft: “Dat was niet het Amerika waarvan ik had gedroomd. Ik had toen nog aspiraties om bassist te worden. Ik had lang haar, droeg oorbellen, voelde me een echte rocker. Music was my first love. Ik kwam echter in het conservatieve Idaho terecht. Ik moest drie keer per week mee met mijn kroostfamilie naar de mis. Achteraf bekeken heb ik daar geleerd om flexibel te zijn, te aanvaarden wat niet perfect is, open te staan voor nieuwe ervaringen en me helemaal over te leveren in plaats van te forceren. Jezelf kunnen overleveren is een goede kwaliteit, zeker aan Moeder Natuur, die altijd de sterkste is en waar jij niets meer bent dan een speldenkopje in een mastodont van ijs en sneeuw.” Aan die periode hield je nog een ander souvenir over. Mijn hostbroer in Idaho, een hippe en joviale kerel, vond het belangrijk dat ik me goed zou integreren op school. Het laatste jaar high school: either you’re in or you’re out. Hij vond: “Dirk, dat rijmt te gemakkelijk op jerk, laten we er Dixie van maken.” Mijn vrienden hebben die naam omarmd. Mijn familie noemt me nog altijd Dirk en dat is oké. Het is niet iets dat ik absoluut wil, het is organisch gegroeid. Groenland was jouw recentste grote expeditie. Klopt, in 2014 hebben Sam Deltour en ik een vervolg gebreid aan onze expeditie van drie jaar eerder, met dezelfde queeste om te bewijzen dat het mogelijk is om een expeditie rond de grote ijskappen te beginnen en eindigen op dezelfde plaats. Ik wilde bewijzen dat het corioliseffect en het draaien van de aarde ons zouden toelaten om een circulair traject af te ronden. Met succes en met twee wereldrecords als gevolg. Dat is mooi omdat het bewijst dat je nog altijd pionier kan zijn in je sector, want wat kan je nog doen? Alles is bereisd, alles staat op de kaart, maar zo’n missie volbreng je toch voor het eerst. Je reist altijd met een partner? Dat is een belofte die ik gemaakt heb aan mensen die mij dierbaar zijn. Met zijn tweeën halveer je de risico’s. Je bent natuurlijk aangewezen op die persoon, dat maakt het een belangrijke keuze. Ik vertrouw op mijn buikgevoel wanneer ik die mensen benader,

bekijk wat zij al gepresteerd hebben, hoe nederig ze zijn. En of het aangename personen zijn in moeilijke situaties. Tenslotte breng je veel tijd samen door. Wat doe je in een tent, wanneer je niets anders kan doen dan wachten? Op die momenten is muziek nog altijd een steunpilaar. Je luistert veel analytischer, veel intenser. Dat geldt eveneens voor literatuur. Tegenwoordig kan je honderden boeken in een e-reader steken. Dat kan tellen qua gewichtsbesparing. In mijn beginjaren sneden wij de omslag en alle beginpagina’s uit boeken, nu hoeft dat niet meer. Waarnaar ga jij op zoek? Eerlijkheidshalve word ik gedreven door persoonlijke ambitie en ontdekkingszin, dat siert pionieren toch nog altijd. Ik heb helemaal geen zin om te imiteren en sneller te doen dan anderen. De stap in het onbekende zetten, dat is voor mij wat telt. Dat kan nog vandaag, ondanks Google, alle kaarten en satellieten. Je wordt geconfronteerd met de moeilijkheid, het gevaar en de monotonie. Weg van onze streefmaatschappij naar altijd maar meer luxe, geborgenheid en veiligheid. Dat is slechts een grote illusie. Ik heb daar geen boodschap aan. Vind je “de mens” soft? Zeker niet, maar de maatschappij dringt het wel op. Inherent zijn wij nog steeds de survivors, de mensen die in moeilijke omstandigheden moeten terugvallen op wat ze in huis hebben. We hebben nochtans heel wat potentieel. Maar je kan geen tv meer vinden met knoppen waarvoor je moet opstaan. Alles wordt gemakkelijker en dat heeft zijn gevolgen. Denk aan problematieken als zwaarlijvigheid bij kinderen en diabetes. Ik zie mensen liever wat vaker bewegen. Je hebt al een paar keer het woord pionier laten vallen. Ergens als eerste komen, vanwaar komt die drang? Dat is een extra dimensie aan nieuwsgierigheid, aan voortdurend blijven leren. Pionieren maakt deel uit van het ondernemerschap, het construeren van een structuur waarin je het verschil wilt maken. Niet imiteren wat de concurrentie doet, maar een nieuwe visie creëren die de toekomst zal definiëren. Op het einde van


mijn carrière of leven wil ik terugblikken en weten dat ik iets betekend heb. Hoe kom je erbij om op een dag te zeggen: “Ma, ik ga naar de Noordpool, zo terug!” (lacht) Net als de andere passies in mijn leven is dat stilaan gegroeid. Ik heb mijn

een ijslaagje gegroeid dat in aanraking kwam met mijn wang zonder dat ik het besefte. Na een paar uur was mijn wang bevroren. Ik had toch wel schrik om mijn wang te verliezen, maar met het mirakelproduct aloë vera was het na twee weken al genezen.

“Ik word gedreven door persoonlijke ambitie en ontdekkingszin. De stap in het onbekende zetten, dat is voor mij wat telt.” lichaam altijd op niveau gehouden en ben uitdagingen aangegaan om de limieten van dat lichaam te kennen. En van zodra ik die kende wou ik de limieten van de grijze materie verkennen. Ik heb beide gecombineerd: van sport naar avontuur, kamperen, mountainbiken, klimmen, ijsklimmen, mountaineering en plots is er de confrontatie met een ijskap. Dat is een coup de foudre, een microbe die nooit uit het lichaam geraakt. In die vreemde wereld ga je soms op je bek, maar je leert uit je fouten en door zachtjes te groeien word je een expert. Dat leerproces kan hard zijn. Een van je wangen is ooit bevroren tijdens een expeditie. Ik was heel erg boos op mezelf. Ik ging er prat op dat ik nooit een frostbite had gehad, omdat ik dat bijna militaristisch in de hand hield. Op een koude dag met scherpe winden is aan de binnenkant van mijn masker

Heb je schrik dat een expeditie slecht kan aflopen? Goh, een gezonde schrik moet altijd je partner zijn. Ik ben een zeer conservatieve beslissingsnemer. Er is een rode lijn die je nooit mag overschrijden. Maar echt bang ben ik niet. Het voordeel aan poolreizen is dat het relatief veilig is, er zijn weinig slachtoffers. Eén dode per vijf jaar, dat is gelukkig heel weinig. Bij bergbeklimmen spreken we over duizenden doden per jaar. Als je alert bent, is poolreizen behoorlijk veilig. Wie of wat is je grootste vijand op het ijs? Vocht, omdat je dat op verschillende manieren in huis kan halen. Eigenlijk mag je niet transpireren in de kou, want dat gaat zich in de isolatie van je kledij nestelen. Als je kookt, heb je ook veel vocht, dat moet je evacueren uit je binnentent. En dan zijn er de sneeuw en het water die je moet buitenhouden. Niet alleen voor ons omdat we dan onderkoeld geraken, maar ook voor onze materialen die daaronder lijden.

De mens is niet gemaakt om in dergelijke temperaturen te leven. Voel je de drang om de natuur te overwinnen, om jezelf te overtreffen? Anderen hebben al lang voor ons bewezen dat je die omstandigheden tijdelijk kan overwinnen. Daar doe ik het dus niet voor. Maar de lijfelijke confrontatie met die ruwe natuur is wel enorm verfrissend. Zijn de polen een tweede thuis voor jou? Toch wel, ik denk dat ik dat voor een stukje mag claimen. Ik voel me daar helemaal op mijn gemak, het is mijn artificiële habitat. Je moet niet de illusie hebben dat je daar kan blijven wonen, maar de kleine finesses ken ik grondig. Die diepgang is voor mij doorslaggevend. Jij voelt je echt één met de natuur. Absoluut, ik ben een stukje animalistisch bezig, als een dier dat constant alert moet zijn. De gevaren, de windrichting, de zon, de creaties van ijs, het sneeuwtapijt, vochtigheid … Al die factoren bepalen hoe ik mij opstel in die vreemde habitat. Als je dat omarmt, gaat alles veel makkelijker dan wanneer je weerstand biedt. Wanneer het weer in die situatie plotseling niet meer gortig is en de wind gaat liggen, dan voelt het alsof de natuur haar rode loper voor je uitrolt en je een vrijgeleide geeft. Op zo’n momenten kan je honderduit genieten? Als alles goed gaat, beleef je momenten van euforie die je in je fotografisch geheugen stockeert. Als je dan toch in de file staat of twintig dossiers moet verwerken, stop


je even en passeert dat de revue. Het zijn momentopnamen die je niet altijd fotografeert, maar onbewust prent je die beelden voor altijd in je geheugen. Kan jij nog genieten van normale-mensentoerisme? Ik ben ook maar iemand die willens nillens in de file moet gaan staan. Ik wil me niet verzetten tegen alles wat ik in eerste instantie als negatief ervaar. Ik heb geen probleem met massatoerisme. Doordat je iedereen laat samenhokken, is het zelfs ecologisch verantwoord. Maar het is niets voor mij. Antarctica is een volwaardig continent. Arctica is een bevroren oceaan. Hoe ­verschillend is het om die delen te bereizen? Op Antarctica is het ijs vierduizend meter diep. Dat continent ligt dus zeer stabiel. Op de Arctische Oceaan drijft misschien twee, drie meter ijs, nauwelijks een vliesje. Er heerst een grotere diversiteit in fauna en in ijsstromingen die bepaald worden door de maan en de getijden. Dat en het vochtige karakter maken het allemaal veel moeilijker. Je moet er voortdurend alert zijn, want Arctica is veel gevaarlijker, maar ook intenser en mooier. De gevolgen van de opwarming van de aarde zijn er ook duidelijker zichtbaar. In de media vernemen we inderdaad desastreuze verhalen over Arctica, omdat het ijs daar sneller smelt, dat is logisch. De problematiek van de poolberen is daar eigen aan. Zij vluchten naar het vasteland waar ze niet thuishoren, vinden er een andere voedingsbodem en paren er met de grizzly’s. Met

­ izzly’s als gevolg, niet mooi om te zien. Het p is belangrijk om mensen te overtuigen dat er in hun levensspanne nog tijd is om veranderingen te initiëren, het is nog niet te laat als we nu handelen. Met Polar Circles neem je anderen op sleeptouw om de poolregio’s te leren kennen. Het is ongelofelijk dat ik van een uit de hand gelopen hobby mijn beroep heb kunnen maken. We nemen kleine groepjes mee naar een plek van stilte en creativiteit, waar mensen op zoek kunnen gaan naar zichzelf. Daar gaat een training aan vooraf. Onze deelnemers voorzien zich bijvoorbeeld onafhankelijk van hun theetje. Moeilijk is dat niet, het vergt alleen tijd en een stukje toewijding. Dat maakt de hele ervaring veel frisser en intenser, omdat er nadien een grotere dosis zelfrespect is. Je hebt het immers zélf gedaan. Is zo’n expeditie niet immens duur? Absoluut niet als je het vergelijkt met soortgelijke uitstappen. We hebben postbodes mee gehad, mensen die echt zin hebben om mee op expeditie te gaan en te proeven van the real thing. We ontvangen inschrijvingen van gemotiveerde individuen en van bedrijven. Voor die laatste groep is het goed om elkaar ver van alle beslommeringen te ontmoeten. Het moet echter meer zijn dan teambuilding: er moet productiviteit uit voortkomen. Daarnaast tonen we aan dat de complexiteit van generaties op de werkvloer niet voor een clash hoeft te zorgen. Een goede voorbereiding en een vlotte communicatie kunnen zorgen voor toenadering tussen beide leeftijdsgroepen. Ikzelf heb

uitsluitend positieve herinneringen aan mijn reispartners van jongere generaties. Wil je die witte wonderwereld van jou tonen aan je kinderen? Natuurlijk. Mijn vier kinderen, van 24 tot 13 jaar oud, gaven me op mijn 50e verjaardag een grote foto cadeau waarop ze zichzelf gefotoshopt hadden tussen een tent en een slede. De knipoog was duidelijk: “Wij willen ook wel eens mee.” De planning wordt een uitdaging, maar ze zijn welkom. Een hele gezinsuitstap zal niet lukken, maar één kind per keer moet lukken, dat is ook intenser. Wat wil je nog bereiken? In 2017 wil ik samen met Alain Hubert van de Noordpool naar Frans Jozefland trekken, gebaseerd op het verhaal van de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen die al vroeg begrepen had dat er een transpolaire drift bestaat. Zijn tocht wil ik herbeleven. We gaan daarbij eveneens de studie van het ijs omarmen. Bovendien is het een viering van onze eerste grote expeditie doorheen Antarctica van twintig jaar geleden. Is de cirkel dan rond? Ik zal dan 55 jaar oud zijn. Die expedities zijn zeer belastend. Je moet dat beschouwen als elke keer een nieuw bedrijf vanaf nul opstarten met alles wat erbij hoort. Ik zal al blij zijn dat ik het hele gidsgegeven goed gestructureerd heb, maar never say never … www.polarcircles.com www.polarexperience.com www.polaroffsites.com © foto’s Polar Circles / Dixie Dansercoer


nieuws ON TOUR Frankfurt - Parijs - Chicago Graphius trekt elk jaar van boeken-

ETIGLIA

beurs naar boekenbeurs. In oktober

HET LOUVRE KIEST GRAPHIUS

CENTRALE POMPEN

Graphius haalt het

KONINKLIJK CADEAU

vond de grootste boekenbeurs

Graphius houdt trots

ter wereld plaats. Ook Graphius

Etiglia boven de

had een stand op de ‘Frankfurter

doopvont. Etiglia is

Koning Filip bracht

Buchmesse’, niet om boeken te

een nieuwe afdeling

een bezoek aan het

verkopen maar wel om zichzelf

binnen het bedrijf die

jubilerende Volvo in

als drukker voor te stellen aan

bouwt op de etiketten­

Gent. Graphius zorgde

raamcontract binnen voor

Door de pompen bij de

boekenuitgevers.

ervaring van Boone-

voor de kers op de

al het drukwerk van het

verschillende machines te

Voor de nabije toekomst staan nu

Roosens en daar een

taart: wij drukten 200

prestigieuze Musée du

vervangen door één cen-

al op onze tourlijst:

kartonnageafdeling aan

herdenkingsboeken

Louvre, z­ owel digitaal als

traal systeem is de geluids-

• Parijs met het Salon du Livre

toevoegt. Etiglia focust

in minder dan 50

offset, voor een looptijd

overlast in de binderij fors

op verzorgde, stijlvolle

minuten, met binnenin

van 4 jaar.

gedaald. Bovendien daalt het elektriciteitsverbruik en kan men nu de warmte

(17-20 maart 2016) • Chicago voor het National

verpakkingen voor

zelfs een foto van het

­Museum Publishing Seminar

onder meer bierflesjes,

koninklijk bezoek.

(12-14 mei 2016)

wijnflessen, confituur-

die deze pompen creëren

Ben je in de buurt? Laat ons

potten, melkflessen,

centraliseren en gebruiken

afspreken!

wikkels rond koffie­

om de binderij in de koude

blikken, sleeves, enz.

maanden te verwarmen.

www.etiglia.be


© STAM, Bijlokecollectie, Gent.

BOEK

Gent koestert een boon voor het Hollands koningshuis, want zelfs tot de dag van vandaag heeft de Belgische stad veel te danken aan Willem-Frederik van Oranje-Nassau. Precies tweehonderd jaar nadat Willem deze gebieden onder zijn bewind kreeg, zijn er tentoonstellingen, stadswandelingen en een herdenkingsboek: ‘Vivat Willem!’. Daarin beschrijft de Gentse auteur Joris De Zutter de monarch Willem I als een koppige autocraat met ontembare ambities. Joris De Zutter: “Willem I wilde van zijn koninkrijk een economisch zwaargewicht maken. Hoewel zijn beleid tot veel controverse heeft geleid, met fervente voor- en tegenstanders, plukte Gent er wel de rijke vruchten van. In die 15 jaar, tussen de slag van Waterloo in 1815 en de Belgische onafhankelijkheidsrevolutie in 1830, ontpopte de stad zich tot een industriële koploper. Willem I liet een zeekanaal graven tussen Gent en Terneuzen, zodat Gent een zeehaven kreeg. Hij richtte ook nog eens de universiteit op. Gent is momenteel de grootste universiteitsstad van het land. Wat mij vooral fascineert is zijn worsteling met de tegenstellingen tussen de soevereiniteit uit het ancien régime, gedachtengoed waarmee hij was opgegroeid, en de nieuwe liberale ideeën over staat en maatschappij, die door de Franse Revolutie hun ingang hadden gevonden.”

Het boek Vivat Willem! werd niet toevallig voorgesteld in Hotel d’Hane Steenhuyse in Gent, de plek waar de monarch destijds zijn blijde intrede deed. Maar dit gebouw is slechts één spoor van de Hollandse periode. Met het Willemwandelplan, dat ook door Joris De Zutter uitgetekend werd, kan je ze allemaal ontdekken. “Mijn favoriet is de Aula van de Universiteit in de Voldersstraat, waar elk jaar de plechtige opening van het academiejaar plaatsvindt. Haar majestueuze karakter, geïllustreerd door de acht Korinthische zuilen aan de toegang, maakt indruk. Binnenin het gebouw, in het grote halfrond, kan je nog steeds het Nederlandse rijkswapen zien.”

Graphius geeft vijf boeken weg. Kijk op pagina 1 hoe je Vivat Willem! kan winnen. ‘Vivat Willem! Onzen koning 1815-1830’ werd gedrukt door Graphius. Het kost 14 euro en is verkrijgbaar in de Gentse musea (waar ook het wandelplan te vinden is) en in de boekhandel.


MAGAZINE

18

Illustratie © 2015 Inga Knölke

van het blad dat een boek wil zijn


Vanuit België de wereld veroveren met een magazine over design, architectuur en kunst: DAMn° bewijst al 52 nummers lang dat het kan. “We geloven in papier en in artikels die lang en diepgravend mogen zijn. DAMn° mikt op een plaats in de boekenkast.”

M

et DAMN° zette Siegrid Demyttenaere tien jaar geleden een papieren kind op de wereld. Vijf jaar geleden kwam er eentje van vlees en bloed bij. Terwijl dochter Romy in een wolk van roze tule en kleutergesnater verdwijnt, bestelt mama een glas wijn. We hebben tot het einde van de balletles. “Als dertiger dacht geen haar op mijn hoofd aan kinderen. En plots zei de biologische klok: nu of nooit. (lacht) Maar het was perfect zo. Ik heb haar altijd overal mee naartoe genomen. En de balletles op vrijdag is een prima excuus om toch één keer per week niet tot ’s avonds laat aan DAMN° te werken.” DAMN° viert dit jaar zijn tienjarig bestaan en zit aan nummer 52. Wat haar en co-editor Walter Bettens bezielde om met een Engelstalig magazine on contemporary culture te beginnen? Ze weet het zelf niet goed meer. “Een duidelijk omlijnd project was er in elk geval niet, laat staan een businessplan. Ik had al wat krantenvormgeving gedaan en ik maakte ook de trendcahiers voor het toenmalige communicatiebureau Scritto. De Biënnale Kortrijk van 2004 was de gelegenheid om eens te proberen of een nieuw magazine zou aanslaan. Dat nulnummer viel mee en in 2005 volgde het eerste officiële nummer. Op een jaar of drie tijd groeiden we uit tot een Europees magazine, nog een paar jaar later verschenen we wereldwijd. Het blijft wel een nicheblad. We liggen bijvoorbeeld in Chili en Argentinië, maar dan alleen in Santiago en Buenos Aires, in gespecialiseerde boekhandels, museumshops en grote perswinkels.” Een DAMN° kost 12 euro en hangt voor zijn inkomsten vooral van adverteerders af: high end designmerken zoals BMW, Molteni, Flos, Duravit en Dornbracht. Siegrid Demyttenaere: “We zouden DAMN° graag gratis verspreiden, maar dat lukt voorlopig niet. We hebben trouwens een paar stormachtige jaren achter de rug. Als internationaal blad moeten we het van internationale budgetten hebben. Na 2008 droogden die ineens helemaal op. Er was alleen nog advertentiegeld voor landelijke en regionale bladen, wij werden overal geschrapt. We hebben al die jaren hard gewerkt aan onze relaties met de adverteerders. Daardoor konden we partnerships opbouwen die langer duren dan één nummer.”

19


MAGAZINE

De papieren DAMN° heeft een goed uitgebouwde online tegenhanger. Daarop verschijnt de snelle, actualiteitsgebonden content: veel beeld en weinig tekst. Tegen eind dit jaar komen er op de site ook links naar de shops van jonge designers, die zo hun werk kunnen promoten. Maar het blad van papier blijft bestaan. Was dat dan geen aflopend verhaal? “Niet voor ons”, vindt Siegrid. “Mainstream magazines hebben het moeilijk, maar wij hebben altijd in een niche gezeten. Dit is een markt waarin men het gewoon is om mooie boeken uit te brengen. Een DAMN° gooi je niet weg, maar bewaar je in de boekenkast, om later nog eens te doorbladeren of een artikel te herlezen. Daarom denken we erover om van zes nummers per jaar te gaan naar vier, dikkere nummers. We dromen er ook van om een DAMN° zonder advertenties te maken. Een adverteerder zou dan bijvoorbeeld een katern van zestien pagina’s sponsoren, in ruil voor een vermelding. We spreken er al vijf jaar over, maar de markt is er nog niet klaar voor (lacht). Wie weet, ooit ...”

“We dromen van een DAMn° zonder advertenties.” Siegrid Demyttenaere

Voor de lezers van dit magazine legt

Overleven op een magazine alleen is moeilijk. Het netwerk dat in de loop der jaren met engelengeduld opgezet is, wordt nu ingezet om nieuwe inkomstbronnen aan te boren. “We organiseren evenementen waarop we spelers uit de designwereld samenbrengen die elkaar anders alleen van digitale contacten kennen. Zo hadden we in Milaan tijdens Salone del Mobile een meeting point voor adverteerders, designers en andere professionals opgezet. Als starter raak je normaal niet zomaar bij een grote speler binnen. Maar op ons netwerkfeest konden jonge talenten zomaar grote namen als Andrea Branzi en Michele de Lucchi aanspreken. Het is fijn als je achteraf hoort dat ze daardoor aan de slag konden voor gevestigde namen.”

DAMN° tien pakketten klaar met de drie jongste DAMN°s. Om deel te nemen aan deze wedstrijd, zie pagina 1.

www.damnmagazine.net


BOEK

Charlotte a appris à lire son prénom sur une tombe. Elle n’est donc pas la première Charlotte. Il y eut d’abord sa tante, la sœur de sa mère. Les deux sœurs sont très unies, jusqu’à un soir de novembre 1913. Franziska et Charlotte chantent ensemble, dansent, rient aussi. Ce n’est jamais extravagant. Il y a une pudeur dans leur exercice du bonheur.

Charlotte Het boek Charlotte van David Foenkinos was maar nauwelijks van de persen gerold, of het werd al meteen in september vorig jaar overladen met lof. De roman sleepte twee prestigieuze Franse literaire prijzen in de wacht: de prijs Renaudot en de prijs Goncourt des lycéens. Ondertussen zijn maar liefst 500.000 exemplaren van Charlotte gedrukt. Charlotte schetst het leven van Charlotte Salomon, een schilderes die reeds op 26-jarige leeftijd sterft. Ze is op dat moment zwanger. Na haar kinderjaren in Berlijn wordt ze door de nazi’s opgejaagd en moet uiteindelijk vluchten naar Frankrijk, waar ze aan een reeks autobiografische, modernistische tekeningen en gouaches begint. Wanneer het Duitse leger doorstoot tot in het hart van Parijs, vertrouwt ze haar werken toe aan haar huisarts. “Ze zijn heel mijn leven”, is haar enige commentaar daarbij.

Charlotte, van David Foenkinos met de gouaches van Charlotte Salomon. Editions Gallimard, 258 bladzijden. Gedrukt door Graphius.

Al meteen na de eerste druk vroegen heel wat lezers aan de auteur David Foenkinos waar ze die kunstwerken van Charlotte konden zien. Deze nieuwe versie van het boek bevat daarom een vijftigtal van de honderden gouaches die Charlotte Salomon heeft nagelaten en een dozijn foto’s die het dagelijks leven tonen van haar en mensen uit haar directe omgeving. Van David Foenkinos, romanschijver, scenarist en muzikant, zijn ondertussen dertien romans vertaald in veertig talen. In 2011 heeft hij samen met zijn broer zijn eigen boek La délicatesse verfilmd, met Audrey Tautou en François Damiens in de hoofdrollen. Deze versie met de gouaches van Charlotte levert een volledig nieuwe kennismaking op met haar (korte) leven. De fans van David Foenkinos krijgen nu de kans om nog intenser de emoties te ondergaan die reeds rijkelijk te vinden waren in deze onvergetelijke roman.


MAGAZINE

is the

limit Een verfijnde cocktail van oldtimers, snelle wagens, culinaire toppers en een strakke organisatie, afgewerkt met een snufje zeezout? Natuurlijk hebben we het over de Zoute Grand Prix. Geen betere locatie denkbaar dan de mondaine badstad Knokke, sans doute. De naam ‘Grand Prix’ kan misleidend zijn. Racefanaten die op onversneden snelheid kicken, komen hier bedrogen uit. Maar autoliefhebbers, die komen op de Zoute Grand Prix wel aan hun trekken. De mooiste bolides tekenen stuk voor stuk present en maken van Knokke een soort autosalon in de openlucht. Meer zelfs, het vier dagen durende evenement bestaat uit vijf onderdelen. Maar de hoofdacts, dat zijn voor de meeste deelnemers de Zoute Rally voor oldti-

mers van 1920 tot 1965 en de GT Tour voor Gran Turismo modellen sinds 1995. Sophie Braems is voor Zoute Events mee verantwoordelijk voor de organisatie: “Het autogebeuren is een fascinerende wereld. Onze toeschouwersaantallen bewijzen dat: volgens schattingen mochten we honderdduizend bezoekers verwelkomen, een groot succes!” Dankzij de Grand Prix doen ook de gemeente en de handelaars gouden


© Eventattitude.com

zaken, zelfs buiten het strandseizoen. De planning blijkt een bewuste, strategische keuze: “Op die manier verlengen we het seizoen en trekken we ook in het tweede weekend van oktober een pak volk naar Knokke.” Om tussen al die bezoekers en evenementen het overzicht te bewaren, gaat de Zoute Grand Prix sinds de eerste editie hand in hand met haar eigen tijdschriften. De oplage van de preview is dit jaar verhoogd naar 11.000 exemplaren. “Het magazine is voor het eerst verkrijgbaar in krantenwinkels”, verduidelijkt Sophie. “We hebben gekozen voor een lifestyle magazine, waarbij we ook aandacht willen besteden aan het centrale thema: mooie wagens. We merken dat de uitgave een collector’s item is geworden voor deelnemers en bezoekers.” Dat geldt eveneens voor de review, die al op de laatste dag van het evenement beschikbaar is. “In die terugblik worden alle evenementen besproken en plaatsen we heel veel foto’s, ook

van de gala-avond op zaterdag”, weet Sophie. “Dat betekent dat onze fotograaf zijn foto’s snel moet aanleveren en dat het magazine ’s nachts gedrukt wordt.” Graphius ontvangt die bestanden pas om 1u ’s nachts. Nauwelijks 8 uur later levert de drukkerij 4.000 magazines in Knokke. En zo spelen topsnelheden dan toch nog een rol in de Zoute Grand Prix …

Zoute Grand Prix wordt gemaakt door Choisi en gedrukt door Graphius. Meer info over het evenement is te vinden op www.zoutegrandprix.be


DUURZAAMHEID

Impact zo klein mogelijk Organisaties die begaan zijn met duurzaamheid kunnen opteren voor een duurzaamheidsverslag. Het eerste van Graphius komt binnenkort uit. Aan ‘duurzaamheidsexpertise’ geen gebrek. Halina Bletek stelde voor de Duurzame Drukker – vandaag onderdeel van Graphius – meerdere duurzaamheidsverslagen op, waarvan er eentje zelfs werd bekroond. “In 2009 publiceerde de Duurzame Drukker als eerste Belgische KMO het eerste verslag en in 2011 sleepten ze de Award for Best Belgian Sustainability Report in de wacht. In tegenstelling tot een jaarverslag is een duurzaamheidsverslag niet wettelijk verplicht. Maar het is wel ideaal voor ondernemingen die open en duidelijk willen communiceren over wat er allemaal leeft in de organisatie. Hoe verklein je als onderneming je impact op het milieu, zonder dat je de rendabiliteit in gevaar brengt? Hoe ga je om met je medewerkers? Het is niet alleen voor de eigen medewerkers belangrijk om te weten waar ‘hun’ bedrijf mee bezig is, maar ook voor de buitenwereld, denk maar aan klanten, leveranciers, buurtbewoners, enzovoort.”

Realistisch blijven Drukpersen die continu draaien, hectoliters inkt en tonnen papier die er worden door-

gedraaid … Is het voor een drukkerij niet zoektocht naar de best beschikbare technieenorm moeilijk om echt duurzaam te zijn? ken om deze doelstellingen te bereiken. Het “Een drukkerij heeft uiteraard veel energie duurzaamheidsverslag is dan een tool om de nodig om te kunnen draaien”, zegt Halina evolutie op te volgen en over de resultaten Bletek. “Dat weten we bij Graphius maar al en doelstellingen te communiceren.” te goed maar we gaan wel bewust om met die energie. We doen ons best om de impact Alles kan beter op het leefmilieu zo laag mogelijk te houden, Het eerste rapport dat in het najaar uitkomt, bijvoorbeeld door milieuvriendelijker papier- schetst een stand van zaken en toont mogesoorten te gebruiken, opleidingen te voor- lijkheden voor de toekomst. “Graphius boekt zien voor medewerkers ... Het moet natuur- op heden al mooie resultaten op het vlak van lijk wel realistisch blijven, en economisch duurzaamheid. Maar het kan uiteraard altijd haalbaar. Je kunt bijvoorbeeld niet volledig beter. Daarom worden ook actiepunten en overschakelen naar 100% gerecycleerd KPI’s opgenomen. In het volgende duurzaampapier. Maar het kan wel een uitdaging zijn heidsverslag – dat voorzien is voor volgend jaar – gaan we dan bekijken om het aandeel van het gerewelke doelen werden gehaald, cycleerd papier te verhogen. Graphius Duurzaamheidsverslag 2014 welke niet en waarom.” Het duurzaamheidsverslag is daarvoor een handig beheersinstrument. Het duidt op de uitdrukkelijke visie van het management om permanent Het eerste duurzaamheidste streven naar een betere verslag van Graphius is verkrijgbalans tussen ecologie, maatbaar op eenvoudig verzoek via schappij en productiviteit en info@graphius.com de wil om verder te gaan in de www.graphius.com

Duurzaamheidsverslag.indd 1

duurzaamheidsverslag 2014 // 1

16/11/15 15:02


DANIĂ‹L OST

Floral Art and the Beauty

of Impermanence De moeilijkheid begint bij het benoemen. Hoe noem je datgene wat DaniĂŤl Ost maakt? Bloemstuk? Dat in ieder geval niet. En toch heb je het gevoel dat je, als je het woord bloem weglaat, iets wezenlijks mist. Maar wat moet je dan zeggen? Sculptuur? Daarvoor ademt het te veel. Kunstwerk? Natuurlijk, want het is kunst, en het is heel duidelijk ook werk. Cees Nooteboom


DaniĂŤl Ost, Floral Art and the Beauty of Impermanence, Uitgeverij Phaidon & Marot, hardcover, groot formaat, 402 bladzijden, werd gedrukt door Graphius. DaniĂŤl Ost signeerde twee exemplaren van zijn boek, speciaal voor de lezers van het Graphius magazine. Blader naar pagina 1 om het boek te winnen.


Op ieder potje past een etiketje In de winkelrekken van de supermarkt schreeuwen tal van etiketten om het hardst om de aandacht van de consument. Het drukken van wet glue labels mag dan een niche zijn, het marketingeffect van die kleine stukjes papier is wel immens. Labelspecialist Etiglia drukt jaarlijks miljoenen etiketten voor brouwers, bottelarijen en voedingsproducenten.


reportage

E

en lekker biertje in een stijlvolle fles, afgedicht met een glimmende kroonkurk. Een topproduct, en toch zal het flesje nauwelijks verkocht geraken als het etiket los hangt of, erger nog, kapot is. Stijn Glorieux, wet glue label specialist en manusje-van-alles bij Etiglia, beschikt gelukkig over voldoende vakkennis om de foutenmarge tot een strikt minimum te beperken: “We voeren bij elke productie testen uit en we waken voortdurend over elk technisch detail. We proberen om een maximale snijafwijking te garanderen van 0,4 millimeter.” Nog zo’n cruciale factor: de kleurstelling moet gelijk zijn bij elke levering. “Als er een kleurverschil merkbaar is tussen twee leveringen, vragen consumenten zich af of het bier al te lang in de rekken staat. Onze klanten zijn daar gevoelig voor. Daarom werken wij consequent per klantenfamilie.” En niet alleen voor bierproducenten, want Etiglia drukt net zo goed voor wijn, ­confituur, koffie in blik, melk en veel meer. De naam Etiglia is een samentrekking tussen de Italiaanse woorden ‘etichetta’ en ‘bottiglia’ en staat symbool voor de verfijnde producten die er van de persen rollen. Het bedrijf is een onderdeel van Boone-Roosens en zit dus mee onder de Graphius koepel. Met een eigen labeldivisie en een kartonnageafdeling is alles in huis om volledig afgewerkte ­producten te leveren. Voor Stijn schuilt daarin de meeste voldoening: “Je komt je eigen producten overal tegen: op café, in de winkel, thuis in de koelkast, enzovoort. Het vervelende is dat je die producten ook telkens bekijkt en vergelijkt.” En dat is niet alleen voor hem vervelend: “Mijn vrouw wordt gek als ik mee inkopen ga doen. Ik doe dubbel zo

lang over de rekken met wijn en bier als over de rest van de winkel samen! Meestal laat ze mij gewoon achter terwijl zij boodschappen doet. (lacht)”

Het oog wil ook wat

“Men koopt met het oog. Etiketten met goudfolie doen beduidend beter verkopen dan traditionele labels.” Stijn Glorieux

We kunnen niet allemaal bier- of wijnkenners zijn. Dus laten veel consumenten zich leiden door het etiket dat op een fles kleeft. “Men koopt met het oog”, legt Stijn uit. “Studies hebben bijvoorbeeld bewezen dat etiketten met goudfolie beduidend beter doen verkopen dan hetzelfde product met een traditioneel label.” Bij deze fantasietjes is het belangrijk om rekening te houden met de wensen van de klant. “Voor retourflessen gebruiken we uitsluitend natsterk papier en drukken we met alkali-echte inkten. Daarmee willen we de vervuiling van spoelbaden bij onze klanten tegengaan. Het water van een spoelbad verversen kost immers een smak geld. Zo’n spoelbad heeft de afmetingen van een vijfkleurendrukpers met twee verdiepingen. De grootte van een aardig zwembad dus.” De ontwikkeling van wet glue labels is dan ook een verrassend complexe zaak: “Reclamebureaus komen vaak aanzetten met fantastische ideeën, die druktechnisch helaas niet altijd haalbaar zijn of niet behoorlijk geëtiketteerd kunnen worden bij de eindklant. Bij etiketten zit je met een beperkt aantal papiersoorten en daar komt onze knowhow altijd van pas.” Het mag duidelijk zijn dat Etiglia betracht om meer te zijn dan een leverancier. Stijn, die de divisie een stadstaat binnen de drukkerij noemt, springt als staatshoofd zelf bij als klanten met een hapering kampen aan de productieband. “We zijn er reeds meermaals in


Kleine verbeteringen, grote resultaten

geslaagd om de productiesnelheid van klanten op te drijven. Die technische ondersteuning ter plaatse wordt geapprecieerd.” Met een digitale drukpers heeft de labelspecialist bovendien een vrij unieke troef in handen om genummerde of gepersonaliseerde etiketten te drukken. Voor gelimiteerde aantallen, maar ook om bij te springen in geval van nood: “Het is al voorgevallen dat een grote klant een kapotte laser had. Zij hadden dringend 100.000 etiketten nodig met de datum daarop. Wij hebben dat voor hen op één dag kunnen realiseren”, vertelt Stijn trots.

Bierland België Op beurzen verwelkomt Graphius haar bezoekers tijdens een zelf georganiseerd ‘happy hour’ met een fris biertje. De perfecte incentive om aan klantenbinding te doen, zeker voor een Belgische organisatie. Het bierland bij uitstek zorgt er trouwens voor dat Etiglia niet ver hoeft te zoeken naar

cliën­teel: “We hebben klanten in Nederland en via de Proefbrouwerij zitten we tot in Denemarken, maar het grootste deel van ons klantenbestand komt uit eigen land. De Belgische brouwerijen schieten als paddenstoelen uit de grond. Niet moeilijk: iedereen die thuis een grote kom heeft, kan bier brouwen.” Wij gaan thuis maar eens in onze pannenkast rommelen. We weten alvast waar we onze etiketten laten drukken. Schol! Op zoek naar een etikettendrukker die een constante kleurkwaliteit en minimale afwijking in formaten garandeert, technische ondersteuning ter plaatse biedt en meedenkt over oplossingen? Surf naar www.etiglia.be of contacteer Stijn Glorieux via stijn.glorieux@graphius.com of +32 (0)479 72 22 77. Graphius trakteert drie lezers op een bak Reinaert Tripel, u aangeboden door Etiglia. Blader naar pagina 1 en neem deel aan de wedstrijd.

Symeta, print provider voor alle business units binnen de Colruyt Group, plukt de vruchten van een long term partnership met Etiglia. Aankoper Frederik De Cremer getuigt: “Na de sluiting van onze eigen drukkerij, een uitgebreide prospectieronde en een doorgedreven testfase zijn we bij Etiglia terechtgekomen. Onze hoofdbedoeling is telkens om een kwalitatief sterk product aan te kopen dat zich vlot laat verwerken. Sinds onze samenwerking hebben we onze papiersoort en lijm voor etiketten veranderd. De problemen die we vroeger ondervonden bij het etiketteren, zijn inmiddels opgelost. Het zijn kleine verbeteringen die wel grote resultaten teweegbrengen. Het onderhoud van onze spoelbaden doen we nu zoals het wordt voorgeschreven, we hoeven niets méér te doen. Tel daarbij Stijns professionele adviezen en je weet dat wij voor de hele reeks van afwerkingsmogelijkheden terechtkunnen bij Etiglia. Het is een echte one-stop shop. Naar continuïteit toe is dat zeer belangrijk. Wij willen niet van de ene job naar de andere hoppen. Daarom hebben we bewust gekozen voor een partner die op lange termijn ons vertrouwen kan genieten.”


Race in

slow motion 36


Beelden uit Arctica, The Vanishing North. Hardcover fotoboek van Sebastian Copeland.

37

Photo © 2015 Sebastian Copeland. All rights reserved. www.sebastiancopeland.com

Sebastian Copeland is door ijs gezakt, achternagezeten door ijsberen en in genadeloze winterstormen terechtgekomen. Het gevoel verloren te lopen in een witte woestijn, geslagen door striemende ijswinden, maakt deel uit van een heroïsche overlevingsstrijd in de woeste natuur. Wanneer hij zich terug in warmere oorden bevindt, wanneer de pijn vergeten is en de droom overblijft, laat zijn fotografie hem toe om de Arctis opnieuw te bezoeken. En u, want Copeland bundelde zijn meest verbluffende foto’s in zijn nieuwe boek ‘Arctica: The Vanishing North’.


FOTOGRAFIE

Fotograaf, ontdekkingsreiziger en milieu­ activist. Met die drie woorden beschrijft ­Sebastian Copeland zichzelf. Zijn eerste boek leverde hem de titel Professioneel ­Fotograaf van het Jaar op tijdens de International Photography Awards van 2007. Drie jaar later viel ook zijn eerste documentaire ‘Into The Cold’ in de prijzen, ditmaal op het gerenommeerde Tribeca Film Festival. En passant vestigde de waaghals enkele wereldrecords, waaronder langste afstand kite­skiën in 24 uur. Met zijn kunst hoopt hij een bijdrage te ­l­everen aan het globale milieubewustzijn. De opwarming van de aarde is het best zichtbaar op de polen, maar heeft zorgwekkende gevolgen voor de hele wereld. Copeland

engageert zich als internationaal spreker over de klimaatcrisis, maakt deel uit van de Explorers Club en zetelt in het bestuur van Gorbatsjov’s Global Green USA. Sebastian Copeland heeft van milieubescherming zijn levenswerk gemaakt. Hij hoopt dat zijn beelden helpen om lezers verliefd te laten worden op deze wereld. Hun wereld.

Andere planeet Het boek ‘Arctica: The Vanishing North’ is een magnifieke fotoverzameling van verschillende expedities over een periode van tien jaar. Tegelijkertijd zijn de foto’s een waarschuwing: de polen verdwijnen met toenemende snelheid. Een alarmerende werkelijkheid, die in dit boek bij momen-

38

ten pijnlijk tastbaar wordt. “De voorbije jaren zijn de temperaturen in Arctica al flink gestegen”, vertelt de Frans-Britse fotograaf, die nu in de Verenigde Staten woont. “Die trend zal zich steeds verder doorzetten als we niet stevig ingrijpen. De opwarming van de aarde is een race in slow motion, die op dit moment aan de gang is.” Copeland heeft ervaren dat het geen sinecure is om mensen warm te maken – no pun intended – voor de bescherming van de polen: “We beschermen wat we kennen en liefhebben. Dat ligt in onze menselijke natuur. Het is moeilijk om de aandacht te vestigen op de kwetsbaarheid van de Arctische natuur, dat blijft in de ogen van veel mensen een ver-van-mijnbedshow. Onterecht, natuurlijk.”


Photos © 2015 Sebastian Copeland. All rights reserved. www.sebastiancopeland.com

“Ik probeerde hem af te schrikken, maar mijn hart bonsde nog luider dan het lawaai van het geweer.” Sebastian Copeland

© Arctica: The Vanishing North van Sebastian Copeland, uitgegeven door teNeues, € 98 – ook beschikbaar als Collector’s Edition, www.teneues.com Graphius drukte ‘Arctica: The Vanishing North’ en geeft twee exemplaren weg. Blader naar pagina 1 en waag uw kans.

Een expeditie naar Arctica is een hachelijke onderneming. Al was het maar omdat de extreem lage temperaturen een ware aanslag vormen op de fotografische apparatuur. En dat is niet de enige uitdaging: “De dominantie van water, in bevroren of vloeibare vorm, en de lage hoek van de zon resulteren in een beperkt kleurenspectrum, terwijl het kale landschap de allerbeste focus vereist”, licht Copeland toe. “Eigenlijk is een bezoek aan de polen het best te vergelijken met een bezoek aan een andere planeet.” Maar het is het allemaal waard: “De combinatie van ijs, zon en lucht levert een visueel spektakel op dat bovendien voortdurend verandert.” Dankbaar materiaal voor een doorgewinterde fotograaf als Copeland, die de natuur toont in al haar magische facetten.

Oog in oog met ijsbeer Ondanks de vele uitdagingen slaagt de charismatische artiest erin om dieren te fotograferen alsof ze vrijwillig voor zijn lens

zijn komen poseren. Dat is nochtans geen gemakkelijke opgave: “De fauna in de Hoge Arctis is heel zeldzaam. Daardoor wordt elke ontmoeting een ware belevenis.” In zijn boek doet de gelauwerde fotograaf het relaas van een hongerige ijsbeer die hem de schrik van zijn leven bezorgde: “In de witte vlakte van de Noordpool val je op als een stip op een wit doek. Toen een ijsbeer me opmerkte en vervolgens een eerste en een tweede aanval inzette, kon ik natuurlijk geen kant uit. Bij zijn derde poging kwam hij binnen 3 meter van mij. Ik vuurde enkele schoten af om hem af te schrikken, maar mijn hart bonsde nog ­luider dan het lawaai van het geweer. Tussendoor greep ik naar mijn camera.” Copelands harige vriend staakte zijn aanvallen pas nadat hij werd opgeschrikt door opspattend water, het gevolg van een welgemikt schot in een plas. Onze avonturier kroop werkelijk door het oog van de naald. Maar het leverde prachtige foto’s op, dat wel.


BOEK

De twee gezichten van een

Snoecks Het is waarachtig Vlaams erfgoed. In elk huis ligt er wel een Snoecks, zelfs in mijn boekenkast heb ik tot mijn verbazing gezien. Een Snoecks 86 zelfs. Hoe die daar terechtgekomen is, blijft een mysterie: ik had zelfs nog geen bibliotheek in 1986! De Snoecks van toen toont reclame voor banken die niet meer bestaan, veel glamoureus naakt en interviews met de auteur Harry Mulisch en de nog jonge kunstpaus Jan Hoet. Snoecks was een salontafelboek dat je net zoals Playboy las ‘omwille van de interviews’. Hoofdredacteur Geert Stadeus draagt dat verleden met de glimlach mee: “Ik krijg het wel vaker te horen van wat oudere heren: de eerste naakte vrouw die ze ooit zagen, was op een foto in Snoecks.” Snoecks startte als een literaire almanak. Geert Stadeus: “De eerste editie verscheen 92 jaar geleden. Er was van bij de start veel aandacht voor Nederlandstalige auteurs, maar naarmate drukpersen gesofisticeerder werden en de drukkersfamilie Snoeck steeds betere kwaliteit kon afleveren, doken er meer foto’s op. Toerisme, literatuur … kregen minder ruimte ten voordele van de fotografie en vandaag toont het boek vooral een staalkaart van de hedendaagse fotografie.” Dat vertaalt zich dit jaar in werk van ruim twintig fotografen met onder meer een reeks over gecrashte vliegtuigen, vrouwen die een zuuraanval overleefden, een natuurreportage over giftige kikkers en jawel, nog steeds heel wat glamoureus naakt.

Ondertussen is de traditie gegroeid om de geboorte van elke nieuwe Snoecks te vieren met een tentoonstelling in de Schipperskapel in Brugge. Veel beelden die in het vrij kleine boekwerk verschijnen, kunnen daar op ware grootte bewonderd worden. De nieuwe Snoecks 2016 die nu in de winkels ligt, heeft twee verschillende covers: een versie met een glamourgirl (van modefotograaf Tony Kelly) en een versie met een vliegend huis (van kunstfotograaf Laurent Chehere) . Ze liggen zusterlijk naast elkaar in de krantenwinkel en spreken elk een eigen publiek aan. “Iedereen kent Snoecks, maar niet iedereen ziet de richting waarin we evolueren. Toerisme, sport, geschiedenis zijn uit Snoecks verdwenen. We worden steeds uitdrukkelijker een fotoboek. Vandaar de versie met werk van de kunstfotograaf Chehere op de cover.”

Snoecks is te koop in de boekhandel en via www.snoecks.be en wordt gedrukt door Graphius. Idee voor tijdens het kerstshoppen: de Snoecks fotoboeken zijn zeer geliefde eindejaarscadeaus. Voor de lezers van dit magazine legt hoofdredacteur Geert Stadeus alvast tien exemplaren opzij (vijf van elke versie). Kijk op pagina 1 hoe je Snoecks 2016 kan winnen.


MAGAZINE

Op weg met de Salesianen VIA Don Bosco helpt jongeren in het Zuiden door ze opleidingen en werkkansen aan te bieden. Met het magazine Samen op Weg houden ze hun achterban op de hoogte van de vorderingen. Het verhaal van VIA Don Bosco begint in de voorsteden van Turijn eind de jaren 1840. Er heerst armoede en dat laat de jonge priester Giovanni Bosco, beter bekend als Don Bosco, niet onberoerd. Hij wil een uitweg bieden aan de werkloze jongeren, die verloren door de straten dolen, en start allerlei projecten om hen de kans te geven aan hun toekomst te bouwen. Dat werk wordt vandaag verder gezet door zijn volgelingen of ‘salesianen’, in scholen, centra voor bijzondere jeugdzorg … en de Belgische ontwikkelingsorganisatie VIA Don Bosco. Etienne Vandercruyssen, VIA Don Bosco: “We proberen kansarme jongeren in het Zuiden aan een diploma en werk te helpen, onder meer door te investeren in technische en beroepsscholen. De Belgische overheid draagt een aardig centje bij. Voor elke euro die ons geschonken wordt, legt de overheid er vier bovenop. Gespreid over drie jaar hebben we zo’n twintig miljoen euro om te investeren.” VIA Don Bosco heeft projecten lopen in Benin, Bolivia, DR Congo, Ecuador, El Salvador, Haïti, Madagaskar, Mali, Peru en Tanzania. “Hier begeleiden we een lerarenkorps, daar starten we een nieuwe studierichting op en nog ergens anders bouwen we een extra vleugel aan een schoolgebouw. Maar soms begint het werk op de straat. In Ecuador

maakt 14% van de jongeren het basisonderwijs niet af, er zijn heel veel straatjongeren. De straatwerkers van Chicos de la Calle, een project dat wij steunen, gaan elke dag de straat op om hun vertrouwen te winnen. Daarna bieden ze hen de kans om in het project te stappen, waar ze over hun rechten leren en toegang krijgen tot schoolkantines, gezondheidszorg, psychologische en sociale bijstand.” Tot slot probeert VIA Don Bosco ook Belgische scholen in hun werking te betrekken. VIA Don Bosco wil de sympathisanten helder informeren over de besteding van die miljoenen euro’s, vooral met het driemaandelijks magazine Samen op Weg. Die transparantie wekt vertrouwen op bij particuliere donateurs en brengt bedrijven tot ideeën. “Het baggerbedrijf DEME zal in de komende tien jaar de Congorivier baggeren en wil een autochtoon team klaarstomen om die klus te klaren. Daarvoor doen ze een beroep op ons: wij zoeken in het middelbaar onderwijs in Congo jongeren die in aanmerking komen en bieden ze een vorming aan in de Hogere Zeevaartschool, hier in België.” Het magazine Samen op Weg wordt gedrukt door Graphius. Meer info over de organisatie is te vinden op www.viadonbosco.org. Een fiscaal attest wordt opgestuurd voor giften vanaf 40 euro.


interview met Hedwig De Meyer

Een frietje steken met

Bono

Het ene moment draai je Deep Purple in een parochiezaal te lande, het volgende moment bouw je The Claw, het legendarische podium voor de 360° Tour van U2. Standenbouwer Hedwig De Meyer onderdrukt ternauwernood een zucht. “Het is voorbijgevlogen.” Tijd voor een terugblik in boekvorm: ‘30 Jaar Stageco. From Werchter To The World’.


© Arne De Kneght

M

etallica, Guns N’ Roses, U2, The Rolling Stones, David Bowie, Foo Fighters … Een super­band die op wereldtournee gaat, doet dat op een podium van Stageco. En het begon allemaal met een fuif in Werchter. Hedwig De Meyer: “Elk jaar in juli gaf de Chiro een fuif, op een zaterdagavond. Ik verdiende al wat geld met mijn discobar, Flash Experience. Maar het mocht wat meer zijn. Daarom organiseerde ik de dag erna het eerste Werchter Rock & Blues Festival, in 1975. De tent stond er toch al. (lacht) Ik had van Guy Mortier de nummers van Kandahar en Banzai gekregen en uit de Leuvense scene hadden we Big Bill gevraagd.” In 1977 kwam Herman Schueremans erbij. “Herman regelde de contacten en de PR. Ik nam de organisatorische en logistieke kant voor mijn rekening. De tent

werd snel te klein en in 1979 gingen we openlucht. Op de markt vonden we geen podium naar onze goesting. Dus hebben we er zelf één gebouwd.” Dat eerste podium zag er een tikje knullig uit. Vooraan in het midden, waar normaal de zanger staat, stond pardoes een paal in de weg. “We bouwden met stellingmateriaal en buizen. Die waren niet stevig genoeg om de lengte van het dak te dragen. Het was geen zicht. (lacht) Maar we waren zo fier als een gieter. Ik herinner me nog de proefopstelling op het erf van mijn ouders. We voelden ons pioniers. We bleven ernaar kijken, zo mooi vonden we het. Als een bende jongens bij hun eerste fiets. Een jaar later was die paal trouwens weg, hoor.”


© Stageco

interview

De afsluiting tussen het publiek en het podium ging wel jaren mee: een manshoog muurtje in grijze betonplaten. Je ziet ze soms nog staan rond een moestuin of een voetbalveld. (schiet opnieuw in de lach) “Een hek huren vonden we te duur. Zo’n betonnen afsluiting kon jaren blijven staan. Het was een spuuglelijk ding. Daarom vroegen we aan Kamagurka om die afsluiting te schilderen. Humo betaalde de verf, wij Kamagurka. Hij schilderde de wand vol met rare ventjes, reuzenpiemels en absurde praat. Het was hilarisch, maar we kregen een beetje schrik wat de goegemeente in Werchter ervan zou denken. We hadden een goede verstandhouding met meneer pastoor en de Chiro, zie je. Daarom hebben we de afsluiting weer overschilderd. Met onze excuses aan Kama.”

manier om geld te verdienen. Dan kan je maar best grootschalig werken: zoveel mogelijk concerten spelen op grote terreinen of in sportstadia. En spektakel brengen. Bands en festivals creëren vandaag een unieke belevenis. Dat kun je niet downloaden. Onze eerste grote toer was Genesis, in 1987. Een jaar later zaten we met Pink Floyd in Australië. Vanaf de jaren negentig overtroefden de grote namen elkaar met steeds imposantere shows. Wij hebben hen daar graag bij geholpen.”

Terwijl jullie de kunst van de podiumbouw perfectioneerden, vond er een revolutie plaats in de muziek. De cd-­ verkoop klapte in elkaar. Dat was voor jullie goed nieuws? “Ook wereldberoemde artiesten in superbands ­moeten­ hun huur betalen en concerten spelen werd de enige

Het culminatiepunt van die trend was The Claw, het spinvormige podium voor U2. Met 3 miljoen euro het duurste ooit. “Maal drie: voor Europa, Azië en Amerika. Toen ik het ontwerp zag, dacht ik: onmogelijk of onbetaalbaar. Maar U2

Aan de top hebben jullie geen c­ oncurrentie.­ “Voor de kleine podia zijn er lokaal nog andere spelers. Maar niet op het niveau van de supergroepen. De enige vraag is: hoeveel kunnen ze investeren?”


heeft altijd gedurfd. Voor zo’n mensen werken is speciaal.” De bandleden strooiden zelfs tijdens het optreden met complimentjes voor jullie werk, maar persoonlijk ken je hen niet. “Nee, dat houd ik ook liever af. Ik heb geen zin om met rocksterren in de boekjes te staan.” Maar je hebt wel een frietje gestoken met Bono & co? “Bij de start van de toer, ja. Bono vertelde me toen dat hij thuis een foto van de testbouw hangen had, met de kerktoren van Werchter op de achtergrond.” In 2012 pakten jullie uit met het XXLpodium. Is dit monsterpodium de limiet van wat mogelijk is? “Grotere elementen kan je niet meer met een truck of in een container vervoeren. We hebben de XXL al gebruikt voor Madonna, Rock Werchter, Hyde Park, The Wall, Lady Gaga. Hopelijk is het een blijver. Dit prijssegment is alleen haalbaar voor toppers en grote festivals. De toekomst zal leren of er genoeg vraag naar is.” Intussen verkennen jullie nieuwe markten? “We diversifiëren. Zo werken we steeds vaker voor de mode. Interessant, want de meeste mode-evenementen vinden binnen plaats, in de winter. Zo houden we onze medewerkers buiten het zomerseizoen aan de slag.”

En in de mode lopen er ook veel mensen in het zwart. Maar dan zonder AC/DC op hun rug … “Ja, zo groot is dat verschil niet! We werken voor creatieve mensen met een idee, dat we samen waarmaken. De dag van de show blijven onze medewerkers wel uit de buurt …” Belangrijke nieuwe klanten zijn de dancefestivals? “Dance is de festivalervaring van deze eeuw. Tomorrowland in Boom of Electric Daisy Carnival in Las Vegas, dat zijn de nieuwe pioniers. ‘Wat we zelf doen, doen we beter’, die houding. Zoals wij indertijd. Het is wel een andere wereld dan de rockscene. Assertiever. Voor ons was het een beetje wennen aan de stijl. We hebben die organisatoren wel kunnen helpen toen ze zo snel groeiden, dat ze op de limieten van hun wereld stootten. Bij dance zijn de experience en de look even belangrijk als het luisteren. En de budgetten zijn immens. Electric Daisy Land heeft een productiebudget van 40 miljoen euro.” Dance is een religie geworden. “En God is a deejay (lacht). Maar muziek een centrale plaats geven in je leven is niets nieuws. Ook voor ons was muziek àlles. Woodstock en Easy Rider, ’s nachts luisteren naar Radio Luxembourg, voor de eerste keer The Small Faces horen, The Byrds, Françoise Hardy, Creedence Clearwater Revival. De hele wereld veranderde, gestuurd door al die prachtige muziek. We boffen dat we het mochten meemaken.”

Vijf boeken liggen klaar voor de lezers van dit magazine. Kijk op pagina 1 hoe je dit boek kunt winnen. ‘30 Jaar Stageco. From Werchter To The World’ werd geschreven door Geert Vandenbon en gedrukt door Graphius. Het werk verscheen in twee taalversies: Nederlands en Engels. Het kan besteld worden via www.pinguinproductions.be.

Dit verhaal moest geschreven worden Geert Vandenbon schreef ’30 Jaar Stageco. From Werchter To The World’. Een werk van liefde, zegt hij zelf, geboren uit bewondering voor wat Stageco in dertig jaar tijd heeft neergezet, letterlijk en figuurlijk. “Stageco en Hedwig De Meyer waren geen onbekenden. Dit verhaal gaat terug tot mijn jeugdfascinatie voor concerten en festivals. In mijn jonge jaren deed ik klusjes op Rock Torhout en als ik later met mijn communicatie- en eventbureau logistiek nodig had voor pakweg de Ronde van Vlaanderen, vond ik die bij Stageco. Het is ook gewoon een leuk bedrijf, met harde noeste werkers. Hedwig De Meyer is een charmante man die met de groten der aarde werkt maar altijd in de schaduw staat. Dat is bewust. Hij loopt weg van de schijnwerpers. Maar wat hij neergezet heeft, daar sta je toch met grote ogen naar te kijken. Dus ben ik op een dag naar Hedwig gestapt met een simpele boodschap: Stageco is een mooi verhaal en dat moet geschreven worden. En voilà, het plaatje klopte: het Stageco-boek is de perfecte drievuldigheid: mijn liefde voor boeken, voor events én voor muziek.”


uit-tip

De codes in musée

d’Orsay Toen Henri Toulouse Lautrec in 1892 deze slapers schilderde en het doek ook nog eens durfde te presenteren op een tentoonstelling in Parijs was de beau monde een schandaal rijker. Waarom? Voor een toeschouwer uit de 21ste eeuw lijkt dat een raadsel, want in de voorbije anderhalve eeuw zijn we de codes vergeten om de schilderijen van toen te ontcijferen. Hetzelfde lot onderging de Olympia van Edouard Manet: een naakte jonge vrouw ligt op ware grootte geschilderd op een bed, terwijl uit de achtergrond een zwarte dienster haar een bos bloemen brengt en op het bed (de on-beschaamd-heid!) een zwarte poes staat. Vandaag vinden we de Olympia op postkaarten en brooddozen, maar bij de presentatie van het werk in 1863 was Parijs te klein. Waarom? Elke dame uit die dagen zou je met rode oortjes vertellen dat ‘les demoiselles’ op de schilderijen overduidelijk prostituees waren. Ze kijken je onbeschaamd aan, ze dragen frullerige onderrokken of er zit zowaar een poes in beeld. Als dat niet duidelijk is! “Demoiselles, oui, car elles ne sont ni mariées ni veuves, cela se voit du premier coup”, schreef de filosoof Pierre-Joseph Proudhon toen met ingehouden verontwaardiging. Die codes zijn we kwijt geraakt. Welke schilderijen hebben een scabreus kantje en welke niet? Zo zetten we met gemak alle werken van Toulouse Lautrec op hetzelfde plan, maar voor zijn grote overzichtstentoonstelling in 1896 hing hijzelf een reeks schilderijen in een apart afgesloten kamertje. De sleutel haalde Toulouse-Lautrec enkel boven voor goede vrienden. De deur bleef dicht voor de kunstverzame-

laars. Waarom was toen een dame in rugaanzicht die zich wast in een teil water zo schandalig? De tentoonstelling Splendeurs & misères in Parijs reikt opnieuw de codes aan: de kledij, de blikken, het typerende behangpapier, de kleinste details die verwijzen naar prostitutie. De tentoonstelling gaat tegelijk de miserie niet uit de weg. Als Edvard Munch zijn triest ‘Noël au bordel’ schildert, is dat een schreeuw van eenzaamheid. In 1850 telt Parijs een miljoen inwoners. Twintig jaar later dubbel zoveel. Gelukszoekers van het platteland stromen de lichtstad binnen, om meestal niet veel meer te vinden dan armoede en uitbuiting, schabouwelijke woonkazernes en epidemieën, en ook die miserie lijken we vergeten te zijn. Splendeurs & misères loopt nog tot 17 januari in het musée d’Orsay en verhuist dan naar het Van Gogh Museum in Amsterdam. www.musee-orsay.fr. Blader naar pagina 1 en win één van de vijf catalogi of één van de vijf duotickets voor Musée d’Orsay.

De catalogus bij de tentoon­ stellingen in Parijs en Amsterdam Splendeurs & misères, Images de la prostitution 1850-1910, uitgever Flammarion (hardcover, 310 blz) werd gedrukt door Graphius. Henri Toulouse Lautrec, Dans le lit, 1892 (fragment).


47


prijzen FERNAND BAUDIN De Fernand Baudin Prijs voor de best verzorgde boeken in Brussel en WalloniĂŤ is een initiatief van een groep grafische vormgevers. De jury kent een eervolle vermelding toe aan kwaliteitsvolle boeken, zowel qua concept als uitvoering. Uit een inzending van 104 boeken werden 12 boeken bekroond waarvan maar liefst 4 bij Graphius werden geproduceerd. Schakelpauzes, LUCA School of Arts. During the exhibition, the Studio Will be Close, WIELS Contemporary Art Centre. Film as a form of Writing, WIELS Contemporary Art Centre + Motto Books. Reweaving the Urban Carpet, ed. International Architecture Biennale Roterdam, Architecture Workroom Brussels, Province du Brabant-Septentrional.

DEUTSCHER FOTOBUCHPREIS Shark, fear and beauty van Jean-Marie Ghislain en gedrukt door Graphius sleept de Deutscher Fotobuchpreis in de wacht. Deze jaarlijkse prijs van het Goethe Institut Philippines bekroont uitzonderlijke fotoboeken.


Als leverancier van grafische machines en materialen, is Plantin er trots op om Graphius tot zijn relaties te mogen rekenen. Naast de liefde voor het gedrukte en geprinte product, speelt creativiteit in onze samenwerking een belangrijke rol. Om zo Ăşw graďŹ sche producten extra emotionele aantrekkingskracht te kunnen geven.

Business partner of Heidelberg Telefoon +32 (0)2 727 31 11 • www.plantin.be


GRAPHIUS THE FINE ART OF PRINTING

www.graphius.com

WWW.GRAPHIUS.COM • Eekhoutdriesstraat 67, B-9041 Gent (Oostakker) •



+32 9 218 08 41 •



info@graphius.com

Graphius Magazine n°02 NL  
Graphius Magazine n°02 NL  
Advertisement