Page 1

1 | 2009 provincie limburg, universiteitslaan 1, b-3500 hasselt

Jonathan Burrows & Matteo Fargion – Quiet Dance Š Alastair Muir

www.limburg.be/dansinlimburg


Discours Naar aanleiding van het Jonathan Burrows & Matteo Fargion Project van 17 tot en met 19 maart in ccmaasmechelen (zie kalender), publiceert dans in Limburg een eerder zeldzaam interview met internationaal gerenommeerd choreograaf Jonathan Burrows. Het interview werpt een interessant licht op zijn artistieke werkwijze evenals op het creatieproces van Trilogy of Two Gentlemen, die integraal in ccmaasmechelen te zien is.

Nu wandelt het zittende duo of Het stuk dat er in alle stilte onder verborgen ligt Daniela Perazzo in gesprek met Jonathan Burrows Sinds het einde van de jaren ’80 tast choreograaf Jonathan Burrows de grenzen van vormen en technieken af in een gestage zoektocht naar manieren om bewegingstaal te herformuleren en het danslichaam te reconfigureren. Burrows ging na een lange carrière bij het Royal Ballet zijn eigen weg als choreograaf. Hij wordt door Britse critici vaak beschreven als een eigenzinnig figuur binnen de Britse dans, met werk dat mettertijd evolueerde naar een abstract minimalisme. Belangrijkste kenmerken ervan zijn: wandelbewegingen, het gebruik van verschillende stijlen en bewegingskwaliteiten, en ook de aandacht voor de structuur van dans en hoe die zich verhoudt tot de andere elementen in de voorstelling. Onderliggend is er altijd zijn zoekende ingesteldheid – naar de plaats, de grenzen en de functie van dans. Both Sitting Duet (2002) maakte en danste Jonathan Burrows samen met de Italiaanse componist Matteo Fargion. De voorstelling was een keerpunt in hun lange samenwerking, die er een van gelijkwaardig partnerschap werd, waarin ze zij aan zij op het podium zitten in een bewegingscompositie gebaseerd op een muziekpartituur. Drie jaar later stelden de danser en de musicus hun nieuwe creatie voor, een duet met als titel The Quiet Dance, dat in München in première ging.

dp: Je hebt vaak gezegd dat je stukken erg verschillend zijn – ze ontstaan op verschillende manieren, de onderzoekspunten en concepten zijn telkens anders en ze ontwikkelen zich ook op verschillende manieren. Wat was het uitgangspunt voor The Quiet Dance, hoe is het werkproces verlopen? jb: Allereerst moet je een beginpunt vinden. En als je met iemand samenwerkt, moet je een begin vinden waar je het samen over eens bent. Sterker, je moet een jeukplek vinden waarvan je alle twee de dwingende noodzaak voelt om eraan te krabben. In het geval van dit duet met Matteo Fargion hadden we beiden al langer zin om een stuk te maken waarin gewandeld wordt. Dat had altijd onmogelijk geleken, omdat het iets is wat in minimalisme thuishoort. Alleen, deze keer gingen we erover door, en na eindeloos gepalaver vonden we dat de tijd gekomen was om het risico te nemen. Enerzijds omdat we een stuk wilden maken waarin we samen konden bewegen, en wandelen behoort nu eenmaal ook tot de radius van Matteo, die een ongetraind danser is. Wandelen is evenveel van hem als van mij. Ik heb de repetitieopnames be-


keken en plots viel me op dat er in feite geen wandelen meer te zien is. De beweging is een eigen leven gaan leiden. Mensen lijken vaak te denken dat makers van voorstellingen – en kunstenaars in het algemeen – een idee ‘kiezen’ en dat ze dan iets van dat idee gaan ‘maken’. Maar de praktijk wijst uit dat er heel weinig te kiezen valt, you are going to make what you are going to make. Dat is iets wat Rosemary Butcher me lang geleden leerde. Je kunt een voorstelling zo maken of anders, maar in de grond is er iets dat in je zit en het werk bestaat erin om dat bloot te leggen, te ontdekken. En één keer je dat ‘iets’ blootlegt of ontdekt, blijft er niets anders over dan het te volgen. Voor mij is deze voorstelling een poging om iets te maken dat net onder het oppervlak verborgen lag, net onder al het andere dat we maakten. Daarom hebben we het The Quiet Dance genoemd. Maar het is ook enigszins verschillend van andere voorstellingen die ik probeerde te maken: voordien vertrok ik van de filosofie dat de beste manier om een dans te maken is, dat je aanvaardt dat je bewegingsmateriaal op een bepaalde manier willekeurig is, dat je alles ter beschikking hebt, dat alles kan en mag. Dat de betekenis van een beweging helemaal kan kantelen door de manier waarop je de beweging met zichzelf confronteert en met wat de anderen op hetzelfde moment doen; door de manier ook waarop je de beweging in tijd en ruimte plaatst. Zo kun je onverwachts uitkomen bij een veel ruimere betekenis dan wat de oorspronkelijke beweging ooit had kunnen suggereren. Maar voor dit stuk had ik voor mezelf besloten – en heb ik Matteo er min of meer van kunnen overtuigen – dat het nu wel genoeg geweest was met dat willekeurige en dat we beter een keer materiaal gingen kiezen dat voor ons een betekenis had. dp: Hoe ben je daartoe gekomen? Ik heb begrepen dat jullie erg lang aan de voorbereiding van dit stuk gewerkt hebben. Jij en Matteo zijn eraan begonnen, terwijl jullie nog op tournee waren met Both Sitting Duet. jb: Met Both Sitting Duet zijn we nu drie jaar op tournee, iets wat we helemaal niet verwacht hadden. Toen we dit stuk maakten, hadden we geen vermoeden dat we over de hele wereld zouden uitgenodigd worden. Maar terwijl we ermee op pad waren, hebben Matteo en ik besloten dat we intussen wel al onderzoek zouden doen voor een volgend stuk. We wisten dat het een risico was, omdat Both Sitting Duet zo’n succes was, maar we hadden tegelijk het gevoel dat er in onze samenwerking zoveel helderheid en energie gekomen was, dat we een poging moesten wagen om daarop verder te bouwen, terwijl die sfeer er was. Als we waren gestopt en enkele jaren niet verder hadden samengewerkt, dan zou het gemak waarmee we communiceerden over de dingen die voor ons echt van belang waren, verdwenen zijn. Dus hebben we de laatste twee jaar verschillende richtingen onderzocht, om een weg te vinden die ons verder zou brengen. dp: Welke waren voor jou de sleutelmomenten in dat zoekproces? jb: Het heeft veel tijd en omwegen gekost om bij iets uit te komen dat goed aanvoelde. We bleven maar aan de gang tot we ons de vraag stelden: ‘Welk stuk hadden we altijd al willen maken, maar hebben we nooit durven maken?’ Zoals ik je net al vertelde, was dat dus een stuk waarin we wandelen. Om een poortje te vinden zijn we ons gaan concentreren op beelden. Niet op een patroon, een ritme of een structuur, maar op heel sterke beelden – iets wat ik nooit gedaan had. Het stuk hééft wel een patroon, een structuur en een ritme, maar de beelden en de impact die ze hebben, zijn nadrukkelijk aanwezig. dp: Wat bedoel je met ‘je concentreren op beelden’? jb: Daar ben ik niet helemaal uit en wat het precies betekent, zal ik waarschijnlijk ook niet te weten komen, voor we ermee op het podium gaan. Wat ik wel weet, is dat het bewegingsmateriaal in de twee vorige stukken er kwam via processen die eerder mentaal waren – zowel in Weak Dance Strong Questions (2001) met theatermaker Jan Ritsema als in Both Sitting Duet met Matteo. In de twee gevallen was er een onderliggende laag die te maken had met ideeën over hoe een voorstelling er moest uitzien en over de relatie tussen de performers en het publiek. En die laag werd op een bepaalde manier het onderwerp van de voorstelling. In The Quiet Dance liggen de zaken anders in de zin, dat we een emotioneel proces durfden toelaten dat op gelijke voet staat met het mentale proces. Je kunt dat nogal ouderwets noemen, maar dat maakt het voor mij net interessant. dp: Waar verwijzen de beelden naar die je gebruikt? jb: Ik denk dat de beste manier om ze te beschrijven is, dat ze een soort treurigheid hebben. Nu denk ik niet dat er ook maar iemand de voorstelling als een treurzang zal beschrijven. De voorstelling is wat ze is, ze heeft een heel eigen, een


beetje vreemde kwaliteit die, hoop ik toch, ook andere mensen kan aanspreken. Maar de kern van de zaak voor ons was om beelden te vinden die iets van een elegie, een treurzang in zich hadden. dp: Ging het om erg persoonlijke beelden? jb: Nee, niet echt, want ik denk dat we geprobeerd hebben – en ja, de voorstelling heeft iets intiems, net als alle stukken die ik maak – om niemand buiten te sluiten. Als iets te persoonlijk is, vindt het publiek geen ingang naar het stuk. Misschien kan ik het zo uitleggen, dat we geprobeerd hebben om naar een beeld te kijken dat voor ons persoonlijk genoeg was, maar met toch een toegangspoortje voor diegene die het van de buitenkant bekijkt. dp: Hoe zijn jullie aan de slag gegaan met de choreografie? Over Both Sitting Duet heb je gezegd dat de bewegingssequensen gebaseerd zijn op zeer heldere ‘instructies’. Voor The Quiet Dance was het vertrekpunt de wandelbeweging. Hoe ben je van daar af verder gegaan? jb: Het was meer dan dat. Het startpunt was een zeer specifiek beeld, en dat beeld is ook het eerste wat je ziet in de voorstelling. Ik ga het niet beschrijven, want ik wil graag dat het nieuw is voor de mensen die naar de zaal komen. Maar we zijn van één beeld vertrokken, en dan zijn we verder gegaan met een volgend beeld dat te maken heeft met het eerste beeld, en dan het volgende en het volgende. Op een bepaald punt, toen we genoeg materiaal hadden om een glimp op te vangen van waarmee we te maken hadden, begonnen we de ‘muziek’ ervan te vinden. Heel praktisch bekeken is het grote verschil tussen dit stuk en vorige stukken die ik gemaakt heb, dat Matteo en ik altijd heel erg bezig geweest zijn met een contrapunt, dus met de relatie tussen iets wat aan de gang is en iets anders wat op hetzelfde moment aan de gang is. In dit geval hebben we besloten om het een ietsje anders aan te pakken. Er zit in The Quiet Dance een duidelijk en rechtstreeks contrapunt, maar naast een ‘horizontaal’ contrapunt tussen twee dingen die gelijktijdig gebeuren, zit er ook een soort ‘verticaal’ contrapunt doorheen het stuk. Het heeft blijkbaar te maken met hoe iets zich verhoudt tot wat er daarvoor kwam en wat er daarna komt, en als het later opnieuw opduikt, hoe het zich dan verhoudt tot de dingen eromheen. Dat is heel erg fascinerend, ik heb voordien nooit op die manier gewerkt. Elke stap die je zet, beïnvloedt elk element van het hele stuk. dp: Zit er dus een vorm van lineaire ontwikkeling in dit stuk? Je vorige werk leek net gebaseerd op principes die het lineaire ontkennen. jb: Als ik kijk naar wat we aan het maken zijn, dan zie ik een werk dat voortdurend vooruitgaat en ook blijft waar het is. Het is misschien een levensvisie – voortdurende verandering die terugkeert naar het beginpunt. Er zit heel weinig bewegingsmateriaal in dit stuk. Ik heb nooit met zo weinig materiaal gewerkt. En toch lijkt het net een erg rijk stuk – wat interessant is. Het gekke is: telkens als ik aan een nieuwe voorstelling begin, wil ik een nieuw uitgangspunt vinden. Dat heeft niets te maken met een artistieke of een esthetische keuze. Alleen heb ik over mezelf geleerd dat zo gauw ik probeer iets opnieuw te doen, ik het gewoon minder goed ga doen. Ik ga me dan al snel vervelen, met als gevolg dat ik mijn aandacht verlies. Maar onlangs hebben we met filmregisseur Adam Roberts een dvd gemaakt met opnames van tien jaar werk – en daaruit wordt dan weer op een bepaalde manier duidelijk dat ik telkens opnieuw hetzelfde stuk maak. Hetzelfde stuk met wel een andere invalshoek. Daar hou ik van. dp: Ben je nog verrassingen of onverwachte ontwikkelingen tegengekomen tijdens het werkproces van deze choreografie? jb: De verrassing van dit stuk is hoezeer het werken met een lineair contrapunt totaal verschilt van alles wat ik voordien gedaan heb – het was soms erg lastig en frustrerend, maar ook erg bevredigend, als je geleidelijk de dingen kunt verschuiven en merkt dat het werk openplooit en zichzelf wordt. dp: Hoe zat het met de rol van Matteo in het creatieproces, en ik bedoel vooral zijn rol in dat idee van contrapunt en in de opbouw van de bewegingssequensen? jb: In dit werk verschillen onze respectieve rollen als medewerker nogal van Both Sitting Duet en ik denk niet dat Matteo het erg vindt, als ik zeg dat hij bijwijlen geworsteld heeft om zijn plek te vinden, omdat ik diegene was die het voortouw nam, als het over het bewegingsmateriaal ging. Maar in het maakproces zijn er twee momenten geweest waarop plots Matteo de teugels in handen had. In de twee gevallen ging hij binnen een week elementen overboord gooien, vormgeven, uitbreiden, samentrekken – een beetje zoals een fotograaf zijn camera focust. En daar is hij veel beter in dan ik.


Jonathan Burrows & Matteo Fargion – Both Sitting Duet (2002) © Herman Sorgeloos

dp: Heeft dat te maken met het ritme van het stuk? jb: Op een bepaalde manier wel, maar het heeft er ook mee te maken dat Matteo minder snel zijn cool verliest – hij durft de tijd te nemen, hij durft afremmen ook en het materiaal de ruimte geven, de gaten tussen de mazen tonen. Ik sla al tilt als ik aan stilstaan denk, uit angst dat de constructie van het stuk gelijk zou instorten. Op een bepaalde manier is dat ook de reden waarom het tussen ons werkt – ik ben de duwende en stuwende factor en hij diegene die kalmeert, vormgeeft en waarschuwt voor te veel haast. En ergens tussen die twee polen komen we samen uit bij wat we wilden doen, die wandelbeweging gebruiken dus, en heel weinig doen, zonder dat het ooit saai wordt. dp: Wat je zegt, doet me denken aan de scènes in Both Sitting Duet waar jij, in de tijd dat Matteo rustig één beweging uitvoert, als een razende hetzelfde patroon al ettelijke keren herhaald hebt. jb: Ja, want in de grond ben ik nog altijd een balletmens, dat is mijn achtergrond. En in mijn lichaam zit nog altijd de lijfelijke ervaring van al die balletopvoeringen waar alles draait om geven en nog eens geven, op een prachtige manier alles geven aan het publiek. En natuurlijk is wat ik doe ook een reactie daarop, op de dertien jaar dat ik dat gedaan heb, het recht dat ik verdiend heb om andere wegen te vinden. Ik hou van de spanning die het oplevert, als Matteo trekt terwijl ik duw. Het zorgt ervoor dat onze samenwerking nooit te vriendelijk wordt – als een samenwerking vriendelijk is, gebeurt er niets. Niet dat we slaande ruzie krijgen, maar we vechten verbeten over de richting die we het elk zien uitgaan. dp: Gebruiken jullie ook nog andere elementen in deze creatie? Je had het over de beelden waarvan jullie vertrokken, over het idee van wandelen, over tijd en ruimte. Is er ook een geluidsdecor of muziek? jb: Af en toe is er muziek in het werkproces gekomen – soms leek het te werken, soms ook niet. In elk geval maken we geluid en gebruiken we onze stemmen tijdens de opvoering, het is dus zeker geen stil stuk. Het heet wel The Quiet Dance,


maar dat heeft naar mijn gevoel met iets anders te maken, een in de kijker zetten van wat zich langzaam en op eigen kracht ontplooit, met het soort van werk waar ik me al altijd in mijn diepste binnenste toe aangetrokken voel. Mijn referentiepunten zijn Samuel Beckett, Tadeusz Kantor, de vroege Trisha Brown, Douglas Dunn, David Gordon, Lucinda Childs, Rosemary Butcher, Les Noces van Nijinska, maar ook de bijzondere waardigheid en eigenheid van die enkele overgebleven Engelse rituele volksdansen – ik denk aan de Pinkstermaandagdansen in Bampton, Oxfordshire. Het is allemaal werk dat je uitnodigt om rustig en aandachtig mee te kijken naar kleine verschillen, niet het soort werk dat van het podium afspat en dat je als toeschouwer met de rug tegen je stoel dwingt. Niet dat ik daar moeite mee heb – als student ben ik wel zeven keer naar Chorus Line gaan kijken. Maar wat me altijd het meest aangetrokken heeft, is die ervaring van in een zaal te zijn waar je het gevoel hebt integraal deel uit te maken van een overdrachtsmoment dat je op het puntje van je stoel dwingt, om te kijken naar iets wat niet groter is dan een speldenprik. dp: In je vroegere werk, rond het midden van de jaren negentig, leek je soms bijzonder geïnteresseerd in de interactie tussen dans, licht en muziek. Speelt dat hier ook nog? jb: Ik werkte toen met een fantastische lichtontwerper, Michael Hulls, en we hadden de aanzet voor een manier van werken gevonden die me echt beviel, waarbij Michael de belichting onafhankelijk naast de dans en muziek wist te plaatsten. Het was niet zoiets als: ‘deze persoon is daar en dan gaat het licht aan’, het licht was geen vorm van illustratie. Michael werkte met tijd, ruimte en ritme op dezelfde manier als ik deed voor het bewegingsmateriaal, en Matteo Fargion met Kevin Volans voor de muziek. Het is iets wat ik op dit ogenblik een beetje opzijgeschoven heb. Deels heeft dat te maken met praktische redenen, dat soort techniek kost nu eenmaal geld – we hadden een technicus nodig voor de tournees, we namen vaak onze eigen vloer mee omdat die heel netjes moest zijn, dus moesten we een bestelwagen nemen, en zo wordt alles meteen een stuk duurder. De laatste vijf jaar heb ik in een moeilijk economisch klimaat kunnen overleven dankzij ‘alles-in-één-koffer’-voorstellingen, en dat is een zeer bewuste keuze geweest. Het betekent dat je zonder technicus reist en dat alle technische informatie simpel en duidelijk moet zijn. Maar esthetisch ging het ook over nieuwe wegen zoeken om verder te geraken met wat de voorstelling uitstraalt. Ik ben beïnvloed door die heel bijzondere generatie van Franse choreografen, Jérôme Bel en Xavier Le Roy voorop, door hoe anders alles in dans werd met hun voorstellingen waarin ze de dingen tot de uiterste consequentie doorvoerden. Er moest plots niets meer verantwoord worden onder de noemer van poëzie – wat in dans vaak niet meer dan een vorm van ‘lege poëtica’ oplevert. Zij doen dat door uiterst strak te werken, met heel heldere ideeën over wat er op het podium gebeurt. Hun voorbeeld werd voor mij op een gegeven moment een echte uitdaging. Ze hebben ervoor gezorgd dat ik de laatste voorstellingen die ik maakte, heel helder wilde hebben, ook als het ging om de precieze relatie tussen een lichtspot en de andere scenische middelen. Dus, naast de praktische overwegingen om niet met belichting te werken, is er ook een verschuiving wég van die samenwerking met een lichtontwerper geweest, omdat ik een nieuwe richting was uitgegaan, op zoek naar iets anders of naar een ander perspectief over wat dans kon zijn. Maar ik vind het erg nuttig dat je die vraag stelt, omdat ik het gevoel heb dat er iets niet afgewerkt was, iets waar ik graag opnieuw zou induiken na wat ik nu heb ontdekt. In The Quiet Dance zit er wel vorm en ritme in het lichtplan, maar verder is het redelijk eenvoudig omdat we met die ‘koffer’-voorstellingen zitten – misschien is dit wel de laatste in de reeks en komt er daarna weer iets nieuws. dp: Welke plannen heb je met een voorstelling na de première? jb: Het is me na al die jaren van marktverkenning duidelijk dat ik het liefst werk zonder vooraf geplande tournee. We beginnen liever met een klein aantal voorstellingen. Gewoonlijk zijn er dan een aantal programmatoren die komen kijken; als ze geïnteresseerd zijn, boeken ze de voorstelling; als dat niet het geval is, boeken ze niet. Je weet nooit op voorhand welke kant het opgaat. Als ze boeken, levert dat opnieuw enkele voorstellingen op, waar weer andere programmatoren naar komen kijken, en zo ontstaat er een soort uitdijende rimpeling van interesse voor het werk. Voor mij is het grote voordeel daarvan dat het anders, rijker is als je optreedt op een plek waar iemand er bewust voor koos om het werk te tonen, want dan zit er een persoonlijk engagement achter die keuze – iemand heeft dan voor zichzelf uitgemaakt waarom die voorstelling daar komt, en kan er dus ook met het publiek over communiceren en de voorstelling in de juiste context plaatsen. Dat werkt zoveel beter dan een tournee met iets dat niemand echt gezien heeft, gekozen op


basis van een tekst waarin je de voorstelling zelf hebt bewierookt. Je komt dan vaak in nogal foute contexten terecht, met een publiek dat niet goed geplaatst is of onvoldoende geïnformeerd over hoe het best naar de voorstelling kijkt. Het proces lijkt me veel organischer te verlopen zo. En werkt het niet, dan begin je gewoon opnieuw. Daniela Perazzo’s onderzoek gaat over semantische strategieën en de reconfiguratie van het danslichaam in het werk van Jonathan Burrows. Ze schrijft en publiceert freelance over dans en podiumkunsten. Dit interview verscheen eerder in Dance Theatre Journal, Vol. 21, No. 2, 2005, pp. 2–7 en werd vertaald door Lieve Dierckx in opdracht van dans in Limburg. Om de tekst tijdloos te maken werd hij licht aangepast.

Partituur van het alledaagse Elke Van Campenhout – TWEE mannen op twee stoelen en een choreografie voor twee paar handen: Both Sitting Duet beperkt de beweging tot haar uiterste minimum. Een hele voorstelling lang zit je gefascineerd te kijken naar een eenvoudig, haast laconiek handenspel. Een partituur van summiere beweging voor één muzikant en één danser. Beetje bij beetje wordt beweging muziek en ontstaan uit eenvoudige herhalingen, gelijktijdige sequensen en overlappende handbewegingen een complex werkstuk, dat precies in zijn eenvoud een wereld aan vragen oproept.

Het is niet de eerste keer dat Jonathan Burrows uitpakt met een gedurfd minimalisme. In zijn choreografieën gaat hij op zoek naar de nulgraad van de dans. Naar het moment waarop dans ophoudt dans te zijn, of omgekeerd, waar alledaagse beweging dans wordt. Zijn technisch perfect opgeleide lichaam gebruikt hij daarvoor als instrument. In Weak Dance Strong Questions werd hij geconfronteerd met het ongetrainde lijf van de theatermaker Jan Ritsema, waardoor een hortende confrontatie ontstond, een zoektocht naar een eigen lichaamstaal. Deze keer, met Matteo Fargion, krijgt de voorstelling een uitgesproken muzikaal karakter. Voor beide performers ligt een soort partituur op de vloer, waarvan af en toe de bladen worden omgedraaid. De handbewegingen verliezen hierdoor meteen heel wat van hun vrijblijvendheid. En de steeds grotere concentratie, die maakt dat je als publiek steeds meer in steeds minder gaat zien, doet een compositie in je hoofd ontstaan, die tijdens het verloop van de voorstelling steeds duidelijker hoorbaar wordt. Het is een uiterst boeiend tussenveld tussen het muzikale en het choreografische dat in de samenwerking wordt geëxploreerd. Een vinnig gesprek van ritmes in beweging, en de klank die beweging voortbrengt. Langs de andere kant is er het gebruikte materiaal. De doordeweekse bewegingen, die hier en daar naar dagelijkse handelingen lijken te verwijzen. Een klopje op de schouder, een haal over de knie. Doodgewone bewegingen, ontdaan van alle virtuositeit, die niets te bewijzen hebben en niemand willen overdonderen. Het is een ballet van het alledaagse en het banale, dat in de context van een precieze choreografie elke vaststaande vooronderstelling over dans onderuithaalt. Zoals het verschil tussen het getrainde en het gewone lichaam, tussen de onnatuurlijke dans en de huis-, tuin- en keukenchoreografieën van het dagelijkse leven. Het is precies in de beperking en door de vragen die dit minimalisme oproept, dat Both Sitting Duet fascineert en uitdaagt. Een aanrader. Dit artikel verscheen eerder in De Standaard, 8 januari 2003.


Kalender dans in Limburg januari–maart 2009 Salva Sanchis – Objects in mirror are closer than they appear woensdag 28 januari 2009 om 20.30u.

 De Velinx Tongeren | Inleiding om 20.00u. > € 13 > € 11 > € 9

Beweging is de basis van alles, het is dat ene ding waarvan we ons niet kunnen ontdoen, tenzij we dood zijn. We kunnen niks zonder te bewegen. We kunnen wel denken, maar wanneer we denken reflecteren we meestal over een actie uit het verleden of plannen we een toekomstige actie. We worden niet verondersteld ons bewust te zijn van hoe onze bewegingen werken. We moeten ze gebruiken. Dat is exact wat Sanchis met Objects in mirror are closer than they appear zal doen. De nieuwe dansvoorstelling van Salva Sanchis draait rond vier thema’s: neurologische afwijkingen, mensen die uit hun lichaam treden, mensen die geloven dat ze iemand anders zijn of die zich als iemand anders voordoen en buitenaardse ontvoeringen. Sanchis put voor zijn nieuwe dansvoorstelling niet enkel inspiratie uit deze thema’s, hij gebruikt ze ook als theatraal materiaal op het podium. Doordat de dansers zichzelf constant verplaatsen wordt hun beweging niet alleen ervaren als een actie of als een beeld, maar als een manier om zichzelf te verhouden met de wereld. Objects…stelt veelzijdigheid voorop in plaats van simpliciteit om een caleidoscopisch effect of interactie tussen alle aanwezige elementen zoals geluid, beweging, beeld, karakters, tekst en objecten tot stand te brengen. Salva Sanchis overtuigde vorig seizoen al met het ingetogen Still Life, voor zijn nieuwe voorstelling trekt hij een bijna diametraal tegenovergestelde (en dus erg beweeglijke) kaart. WardWard / Ann Van den Broek – Co(te)lette’ donderdag 12 februari 2009 om 20.15u.

 Cultuurcentrum Genk – Auditorium Limburghal

fascinerende productie waarin het vrouwelijk lichaam met een tergende vasthoudendheid en minimalistische precisie wordt ontleed en geanalyseerd. Drie vrouwen, de dansers Cecilia Moisio, Theodossia Stathi en Judit Ruiz Onandi, creëren een loop van verlangen en bevrediging, van begeren en begeerd worden. In een onstuitbare stroom van schuddend, pompend en hijgend vlees zet Ann Van den Broek een kritisch beeld van de vrouwelijke seksualiteit neer, vol van een eigen verlangen, maar ook gedomineerd door andermans verlangen. Door de herhaling en de strakke ruimtelijke variatie, abstraheren de bewegingen ook, wat een vervreemdend effect veroorzaakt. Ann Van den Broek bewijst met een stijl die zij zelf ‘emotioneel minimalisme’ noemt al enkele jaren een zeer eigenzinnige en vernieuwende choreograaf te zijn. Co(te)lette is in haar oeuvre een hoogtepunt. Het is een gedurfde en kwets-

Cie Thor / Thierry Smits – D’Orient © Marie-François Plissart

bare choreografie, rauw, confronterend en aangrijpend. De jury plakt er met het grootste genoegen het etiket ‘indrukwekkend’ op.” “Een minimalistische dans met een vleugje theatraliteit, een stijl die op dit moment in de dans uniek is.” (de Volkskrant)

> €10 > € 8 > € 7

Ann Van den Broek won tijdens de Nederlandse Dansdagen als eerste Vlaamse choreografe de Nederlandse dansprijs ‘de Zwaan voor de meest indrukwekkende dansproductie in het seizoen 2007/2008’. Zij kreeg de onderscheiding van de Nederlandse Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) voor de productie Co(te)lette. De jury over de voorstelling: “Co(te)lette is een opmerkelijke,

Cie Thor / Thierry Smits – D’Orient zaterdag 21 februari 2009 om 20.15u.

 Cultuurcentrum Genk – Auditorium Limburghal > €14 > € 12 > € 11

Herinnert u zich nog D’Orient van Cie Thor, het dansgezelschap van Thierry Smits? In 2005 stond het al op de Genkse planken. Maar we vinden het nog steeds zo een mooi voor-


beeld van hedendaagse dans dat we besloten hebben om deze voorstelling nog eens naar Genk te halen. Zij die ze al gezien hebben, zullen ze zeker opnieuw willen zien. Zij die er over gehoord hebben, zullen er deze keer ook bij willen zijn. D’Orient is de zeer esthetische kijk van de Limburgse choreograaf Thierry Smits op de Arabische wereld. Acht topdansers dansen in een decor dat het midden houdt tussen een hammam en een oase in de woestijn. Het is een dansante voorstelling waarin de kracht van de dans én de dansers volledig tot zijn recht komt. Het laat ook een choreograaf zien die geïnspireerd wordt door de Arabische tradities, door de manier waarop mannen in de Arabische wereld met mekaar omgaan. Eén van onze favoriete voorstellingen van de voorbije jaren, een feest voor de liefhebber van hedendaagse dans en een zoveelste krachttoer van een choreograaf op het toppunt van zijn kunnen. Met deze voorstelling reist Thierry Smits de wereld rond. D’Orient was al te zien in heel Europa, maar ook in Egypte, Palestina, Tunesië en Libanon. In 2008 toerde de voorstelling in de Verenigde Staten.

Omdat ik erg visueel ben ingesteld, kan ik me veel beter uitdrukken met mijn lichaam, met beelden. Daarom hou ik zo van hedendaagse dans. Dat is een fantastische kunstvorm omdat het alles of niks kan zijn, zolang er maar beweging of een lichaam te zien is. Bovendien voel ik me veiliger op een podium dan in de echte wereld, op straat. Een voorstelling heeft een code, een rol waar je jezelf achter kan verbergen. Op het podium overwin ik een angst, daar ben ik moediger dan in het echte leven.” (Ugo Dehaes in De Morgen, 21 sept 2004) WardWard / Ann Van den Broek – I SOLO MENT – Een dubbelsolo Woensdag 4 maart 2009 om 20.15u.

 Cultuurcentrum Genk – Auditorium Limburghal > €10 > € 8 > € 7

i solo ment is een in elkaar verweven dubbelsolo, waarin twee temperamentvolle, gedreven individuen – een man en

Ugo Dehaes – Forces woensdag 25 februari 2009 20.30u.

 De Velinx Tongeren | Inleiding om 20.00u. > € 13 > € 11 > € 9

Dat fysica geen saaie materie hoeft te zijn, maar ook kan leiden tot een spannende dansvoorstelling, wil danser-choreograaf Ugo Dehaes ons in Forces bewijzen. Daarin uit hij zijn fascinatie voor zowel de kleinste fysische deeltjes als de alles overheersende natuurwetten die onze wereld in evenwicht houden: de zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de zwakke en de sterke nucleaire kracht. In verschillende Belgische cultuurhuizen werkte Dehaes telkens twee weken met andere dansers rond dit natuurkundig thema. Uit die verschillende samenwerkingen creëert Dehaes korte ‘popsongs’, zoals hij ze zelf noemt: korte dansfragmenten die hij in een verschillende volgorde kan presenteren tijdens zijn performance. Net zoals songs ook van plaats wisselen op een playlist van een concert. Geen twee opvoeringen van Forces zullen dus gelijk zijn. Bovendien gebruikt hij voor het eerst video om alle dansers virtueel aanwezig te laten zijn… “Ik koester een enorme verwondering voor het lichaam.

Ugo Dehaes – Forces © Ugo Dehaes

een vrouw – fysiek samen op het podium staan, maar emotioneel geïsoleerd zijn. De man : hij creëert een veilig bastion, trouw aan zichzelf, vrij van compromissen met de buitenwereld. Afzondering, kracht en extremiteit overheersen. Zelfgekozen isolement verwordt tot solitude, tot eenzaamheid. De vrouw: vormt zijn contrapunt. Observerend, beïnvloed en reflecterend. Heen en weer gesleurd tussen zijn wereld


en de maatschappij. Begrip en bewondering, onbegrip en drang naar contact. Lichamen zonder contact. Lichamen in wanhoop. i solo ment is uiteindelijk een contactloze, liefdevolle schets. ‘...een minimalistische dans met een vleugje theatraliteit, een stijl die op dit moment in de dans uniek is.’ (Mirjam Van der Linden -de Volkskrant over Co(te)lette). i solo ment wordt gedanst door Dario Tortorelli en Cecilia Moisio. Rosas / Anne Teresa De Keersmaeker – Once vrijdag 6 maart 2009 om 20.00u.

 Cultuurcentrum Hasselt – grote schouwburg > € 18 > € 16.5 > € 15

Joan Baez in Concert Part 2. Een zwarte vinylplaat – een jeugdherinnering – opgenomen in 1963 door het jonge boegbeeld van de Amerikaanse protestbeweging. Anne Teresa De Keersmaeker staat alleen op het toneel. Onverholen, bewust en openhartig becommentarieert, liefkoost en omhelst haar dans de verzuchtingen van Baez, haar zijdeachtige stem, haar engagement. Een solo gecreëerd in 2002, goed twintig jaar nadat ze eerder al solo op de bühne stond met Fase, nu voor het eerst in Hasselt. Once I had a sweetheart, and now I had none (bis) He’s gone and leave me, he’s gone and leave to sorrow and moan. Last night in sweet slumber I dreamed I did see (bis) My own precious jewel sat smiling by me (bis) And I awakened I found it not so (bis) My eyes like some fountain with tears overfl ow (bis) I’ll venture through England, through France and through Spain, (bis) All my life I will venture the watery main (bis) Once I had a sweetheart... “Once laat een heel persoonlijke De Keersmaeker zien. Het voelt alsof je even binnenkijkt in haar slaapkamer en haar keuken, waar ze aan de afwas met ijle stem We shall overcome staat te zingen. (…) Een bijzonder mooie performance van een choreografe met een uitzonderlijk metier.” (De Standaard, 29 november 2002)

proje ct

The Jonathan Burrows – Matteo Fargion Project 17,18 en 19 maart 2009 ccmaasmechelen

Internationaal gerenommeerd choreograaf Jonathan Burrows en componist Matteo Fargion ontwikkelen op vraag en uitnodiging van ccmaasmechelen en in samenwerking met dans in Limburg een uniek, veelgelaagd project gespreid over drie dagen. Op dinsdag 17 en woensdag 18 maart 2009 is er de presentatie van de volledige Trilogy for Two Gentlemen, drie minimalistische en subtiel geestige danspareltjes: Both Sitting Duet (2002), The Quiet Dance (2005) en Speaking Dance (2006). Op de slotdag donderdag 19 maart 2009 is er eerst het seminar Show and Tell met Jonathan Burrows en Matteo Fargion, die op multimediale wijze naar de wortels van hun werk op zoek gaan en dit voor geïnteresseerde dansliefhebbers en studenten van professionele dansopleidingen. Daarna sluit de driedaagse af met een soirée composée met de creatie en wereldpremière van een nieuw werk van Burrows en Fargion specifiek geconcipieerd voor de gerenoveerde Nannette Streicher pianoforte uit 1826 van Kasteel Vilain XIIII Leut. Ook is er de presentatie van de nieuwe danspublicatie (nr. 9) van ccmaasmechelen i.s.m. dans in Limburg. In De ingenieuze onvoorspelbaarheid van Jonathan Burrows pogen Pieter T’Jonck en Rudi Laermans de artistieke praktijk van Burrows te vatten. De essays gaan respectievelijk in op zijn oeuvre in het algemeen, evenals op The Trilogy for Two Gentlemen, die Burrows maakte met zijn compagnon de route componist-muzikant Matteo Fargion. Jonathan Burrows komt zelf aan het woord in een eerder zeldzaam interview dat Daniela Perazzo met hem had voor Dance Theatre Journal. Nooit eerder gepubliceerd choreografisch notatiemateriaal zet de inhoud kracht bij, en werpt een licht op de fascinerende kunst van Burrows. Naar aanleiding van de publicatie is er een gesprek met beide auteurs en Jonathan en Matteo. Jonathan Burrows & Matteo Fargion – Both Sitting Duet dinsdag 17 maart 2009 om 20.15u.

 ccmaasmechelen – schouwburg > € 10 > € 9 > € 6

Twee mannen op twee stoelen met voor zich een partituur-


Jonathan Burrows & Jan Ritsema – Weak Dance Strong Questions (2001) © Herman Sorgeloos

boek. Choreograaf/danser Jonathan Burrows en componist/muzikant Matteo Fargion voeren een choreografie uit voor twee paar handen waarbij een symbiose ontstaat tussen beweging en muziek. Uit herhaling, symmetrie en overlappende handbewegingen ontstaat een complex bewegingsamalgaam dat door zijn beperking en minimalisme fascineert en ontroert. Een inventieve partituur van het alledaagse. Burrows ontving voor Both Sitting Duet een prestigieuze Dance and Performance Bessie Award in New York. Jonathan Burrows & Matteo Fargion – The Quiet Dance & Speaking Dance woensdag 18 maart 2009 om 20.15u.

 ccmaasmechelen – schouwburg

Dance kan haast als een synthese van de twee andere duetten gezien worden: twee heren, twee stoelen, twee micro’s; er wordt gedanst, gesproken en gezongen. Jonathan Burrows & Matteo Fargion – Show and Tell donderdag 19 maart 2009 om 17.30u. ccmaasmechelen – Kasteel Vilain XIIII >€5>€5>€5

Jonathan Burrows en Matteo Fargion graven tijdens een anderhalf uur durend seminar, aan de hand van muziek-, video-, tekst- en beeldmateriaal, naar de invloeden en obsessies, de bronnen en drijfveren die onder het oppervlak van hun werk sluimeren of er op een actieve manier de motor van vormen.

> € 10 > € 9 > € 6

Zoals Both Sitting Duet zijn The Quiet Dance en Speaking Dance ritmisch, muzikaal en licht van vorm. De kleinschaligheid van de productie biedt in The Quiet Dance ruimte aan een stille en intense communicatie tussen de twee performers, die weigeren hun alledaagse lichamen te plooien naar het ideaalbeeld van de gepolitoerde danser. Speaking

Jonathan Burrows & Matteo Fargion – Speaking Music – wereldpremière – Co produc t i e dans i n Li mb urg .

donderdag 19 maart 2009 om 20.15u. ccmaasmechelen – Kasteel Vilain XIIII > € 10 > € 9 > € 6


Jonathan Burrows en Matteo Fargion presenteren tot slot van deze driedaagse een soirée composée met muziek, woord en dans gelinkt aan eigen werk en aan de eigen kunstenaarspraktijk. Ze tonen materiaal dat verwant is met Trilogy for Two Gentlemen of belangrijk is geweest voor de ontwikkeling ervan. Er zijn o.a. performances van zelden uitgevoerde stukken van John Cage en Steve Reich, die hen beiden sterk hebben beïnvloed. De kroon op de avond en de driedaagse is de wereldpremière van een nieuw werk, specifiek gecreëerd en bedacht door Burrows en Fargion voor de authentieke Nannette Streicher fortepiano van Kasteel Vilain XIIII (1826), een instrument waar hun beider held Franz Schubert, voor wiens muziek ze al decennialang en nog steeds een grote liefde koesteren, misschien ooit op speelde. Het nieuwe werk is een opdracht en productie van ccmaasmechelen i.s.m. dans in Limburg. Ballet Biarritz – Les créatures

Familievoorste Kopergietery / Vélo Théâtre – Eerste sneeuw (4+) zaterdag 10 januari 2009 om 15.00u. Cultuurcentrum Hasselt – podium op podium grote schouwburg >€7>€6>€5

Johan De Smet (kopergietery) creëert samen met Charlot Lemoine (Vélo Théâtre) een beeldende, poëtische en grappige kruising tussen objectentheater, dans en muziek. Kopergietery is een graag geziene gast in Cultuurcentrum Hasselt, het ‘objectentheater’ van het Franse gezelschap Vélo Théâtre heeft door zijn subtiliteit en precisie een sterk poëtisch en vaak humoristisch karakter. Eerste sneeuw is een voorstelling vol visuele verrassingen en fijne humor voor de allerkleinsten en voor families!

donderdag 19 maart 2009 om 20.00u. Cultuurcentrum Hasselt – grote schouwburg

ZEVEN / Inne Goris – Droesem (4+)

> € 27 > € 24.5 > € 22

woensdag 21 januari 2009 om 15.00u.

Op de muziek van Les créatures de Prométhée, Beethovens enige balletmuziek, combineert choreograaf Thierry Malandain hedendaagse elementen en klassieke traditie om zowel het ontstaan van de mensheid als de geschiedenis van de dans weer te geven. Les créatures is een betoverend ballet, nu eens explosief en expressief dan weer poëtisch. Onder leiding van Thierry Malandain evolueerde het Ballet van Biarritz tot een gerenommeerd en internationaal gelauwerd gezelschap. Zijn werk wordt gekenmerkt door zijn oog voor detail, van de pas de deux tot de meer complexe stukken, in combinatie met een niet aflatende aandacht voor de muzikaliteit. In 2004 werd zijn werk nog genomineerd voor de Benois de la Danse (de Oscars voor dans). Velen zien in hem een waardig opvolger voor de grote klassieke choreografen. “A first class creation by a choreographer who, like Prometheus passes on the sacred fire to his creatures, the remarkable creatures of the Ballet Biarritz.” (Le Figaro)

ccmaasmechelen – schouwburg >€5>€3

Actrice/danseres Samantha Van Wissen duikelt samen met het publiek van de ene verrassing in de andere, van de ene emotie naar de andere. Zij neemt ons mee naar een sprookjesachtige wereld waarin alles mogelijk is. Droesem werd geselecteerd voor Het Theaterfestival 2008. Een charmante voorstelling, waarin de kleinste lichtstraal, de roodste appel en de grommendste wolf opnieuw het effect kregen dat ze hadden toen het allereerste sprookje voor de allereerste keer verteld werd. (De Standaard). In dit sprookje wint het vrouwelijke het van de reddende

Kabinet K . Joke Laureyns & Kwint Manshoven - Einzelgänger (-) (8+)


llingen dans prins, met zowel simpel als uitgepuurd verbeelde emoties. Andere werelden, soms zijn ze toch treffender dan de bekende. (De Morgen). Kabinet K . Joke Laureyns & Kwint Manshoven – Einzelgänger (-) (8+) zondag 25 januari 2009 om 15.00u.

krokusfestival gaat extra! Immers: in 2009 komt er krokus dans met alleen maar beweging en dans: kijken naar, genieten van en ook zelf doen! En dat zowel voor jong als iets minder jong! krokus dans 09 loopt van vrijdag 20 tot en met dinsdag 24 februari 2009. Wat kan u verwachten? Het programma is nog niet volledig af, maar toch al een tip van de sluier.

De Velinx Tongeren >€6>€4

vrijdag 30 januari 2009 om 19.00u. ccmaasmechelen – schouwburg >€5>€3

vrijdag 13 februari 2009 om 19u. Cultuurcentrum Genk – Auditorium Limburghal >€6>€4

Het zijn vrijbuiters, nomaden, dieven, duivels, dromers, zoekers, zwervers, twijfelaars. Kinderen, per ongeluk uit het nest gevallen, of gesprongen, of gevlogen, of gezet, of ontsnapt. Ze kijken ademen wonen slapen spelen bouwen eten verzamelen staan stil dromen lachen huilen wandelen drinken rusten timmeren schrijven tekenen. Ze scharrelen in hun niemandsland, aan de achterkant, op hun eigen ritme, apart en toch samen. Verbonden in het pure plezier om dingen te doen en te maken, zonder ophouden. Met Einzelgänger (-) maken Joke Laureyns en Kwint Manshoven een dansvoorstelling voor een jong publiek, een portret van vijf buitenstaanders, zonderlingen. Vijf fascinerende individuen, op heterdaad betrapt in hun spel. Na Questo Ricordo, de dansvoorstelling die in 2006 schouwburgen liet vollopen, kiest Kabinet K. opnieuw voor drie generaties op het podium, een jonge danser, een danseres, een kind met een nog prille dansontwikkeling en een oudere man met een groot dansgeheugen. 'Ode aan de vrijheid' 'Einzelgänger' wijkt mooi af van de norm' Het Belang van Limburg KROKUSFESTIVAL – KROKUS DANS 09 vrijdag 20 tot en met dinsdag 24 februari 2009 cultuurcentrum Hasselt

In februari 2010 is er weer een grote editie van het Krokusfestival met theater, dans, muziek en beeld voor kinderen, hun vriendjes en (groot)ouders. Maar er is goed nieuws: het

INTERNATIONAAL FESTIVAL De danstaal is universeel, dus gaan we volop voor internationale voorstellingen die exclusief en in Belgische première te zien zullen zijn. Hét topje van de Europese dans met/voor kinderen komt naar het festival: Dschungel Wien (Oostenrijk) speelt Geheime welten (6+) Deze voorstelling gaat over de fantasiewereld zoals kinderen die beleven onder vrienden, samen in de boomhut – zonder volwassenen in de buurt. Geheime welten wordt gemaakt door dezelfde ploeg die het internationaal bejubelde Uberasschung maakte. Tiago Guedes (Portugal) speelt Matrioska (8+) Een mysterieuze voorstelling die vooral de verbeelding aan het werk zet. Tiago Guedes zet fantastische beelden en daagt de kinderen en het kind in de volwassene uit om verhalen te verzinnen. Co. Nathalie Cornille (Frankrijk) speelt Crouz (3+) Een voorstelling voor een danseres en schoenen, veel schoenen. Crouz is een dans met objecten en een objectendans op een bedje van filmanimatie. tpo (Italië) speelt Vlinders (3+) Farfalle is een poëtische, ontroerende en visueel verbluffende dansvoorstelling. Zoals altijd bij tpo werken ze met knappe videoprojecties en maken aldus een wonderlijke danswereld. Sabine Seume Ensemble (Duitsland) speelt Der Seelenvogel (5+) In onze ziel huist een vogel. Die kent ons heel goed, vooral onze gevoelens. Een dansvoorstelling over koppigheid, verdriet, blijheid, kortom: over herkenbare gevoelens. Voor kinderen en volwassenen. Co. Myriam Dooge speelt Hé eau (3+) Op het podium witte bollen op een witte vloer. Blauw licht.


Water? De zee? De golven? Muziek ook, muziek als water. Hé eau is een poëtische voorstelling die beklijft. Silke Z. (Duitsland), MachMut (8+) Een grote ijsbak waarin dansers verkleumen. Tot ze de bewegingen vinden, dan spettert het jonge geweld van het podium. Krachtig, intens en speels. WORKSHOPS Niet alleen kijken, maar dagelijks ook doen: bewegen, dansen, springen, rollen, sierlijk, macho of hoe dan ook! Elke dag 1 of 2 workshops voor diverse leeftijden. GESPREKKEN EN ONTMOETINGEN Op maandag 23 februari organiseert het Krokusfestival ism VTI (Vlaams Theaterinstituut) een studiedag over (hedendaagse) dans met/voor kinderen/jongeren. Ook zijn er tijdens het festival na elke voorstelling de DANSSALONS: gesprekken met makers en publiek. Het programma wordt nog vervolledigd: zie www.ccha.be of www.krokusfestival.be. Begin januari verschijnt de speciale festivalbrochure en kunnen kaartjes gereserveerd worden op 011 22 99 33 of plaatsbespreking@ccha.be Compagnie Felicette Chazerand / Parcours asbl. – A l’ombre des arbres / In de schaduw van de bomen (5+) zaterdag 21 februari 2009 om 14.00u. Cultuurcentrum Hasselt – kleine schouwburg >€7>€6>€5

Compagnie Felicette Chazerand / Parcours asbl. - A l’ombre des arbres / In de schaduw van de bomen (5+)

Op de planken: wortels, twijgen, takken, stronken, bladeren. Weg uit de natuur valt vooral hun vorm op. Soms lijken ze voeten of armen, dan weer op een hoofd. Of nee, beter, kijk: benen, een schouder, haar. Haar? Wij hebben de boom niet gezien toen hij klein en jong was. Hij heeft ieder van ons wel zien opgroeien en ouder worden. Bomen hebben ons iets te vertellen. Verhalen van de wind. Ze fluisteren melodieën, ze kletteren ritmes. Ze brengen de elementen samen. Wij stellen deze Brusselse danscompagnie voor het eerst voor aan het Vlaamse publiek. De choreografe, Felicette Chazerand, volgde les in de beroemde Mudraschool van Maurice Béjart. In deze dansvoorstelling flirten schaduw en licht in een wondere wereld van pure poëzie. In de schaduw van de bomen is een pareltje dat zich langzaam ontvouwt maar je nog lang bijblijft. Danscompagnie De Stilte – Alice (6+) zondag 22 februari 2009 om 14.00u. Cultuurcentrum Hasselt – kleine schouwburg >€7>€6>€5

Een reis door de droomwereld van Alice met tal van achtervolgingen en onverwachte wendingen zorgt voor een avontuur zonder weerga. Deuren in allerlei maten en soorten geven een doorkijk in de keuken van de fantasie, waarin de merkwaardigste gerechten bereid worden. Maar ook Alice is allesbehalve veilig. Nu eens is ze een minimens, dan een gigantische reus. Op zoek naar het konijn valt ze zelfs in een wereld waarin muis, kat, rups en koningin zich niets aantrekken van de wijsheid van deze kleine wijsneus. Alice is niet zomaar de dansversie van Alice in Wonderland. De Stilte laat zich eerder inspireren door de avonturen van Alice en maakt er een heerlijke dansvoorstelling van: lichtvoetig, guitig, speels, sfeervol.


de coördinatie van dans in Limburg gebeurt door

info & reservaties

provincie Limburg Universiteitslaan 1, B–3500 Hasselt tel.: 011 23 75 34 | fax: 011 23 75 10 dansinlimburg@limburg.be www.limburg.be/dansinlimburg

Cultuurcentrum Hasselt Kunstlaan 5, B–3500 Hasselt – tel.: 011 22 99 33 plaatsbespreking@ccha.be | www.ccha.be Cultuurcentrum Genk Dieplaan 2, B–3600 Genk – tel.: 089 65 38 70 cultuurcentrum@genk.be | www.genk.be/cultuur Cultureel Centrum Maasmechelen Koninginnelaan 42, B–3630 Maasmechelen – tel.: 089 76 97 97 info@ccmaasmechelen.be | www.ccmaasmechelen.be Cultuurcentrum de Velinx Tongeren Dijk 111, B–3700 Tongeren – tel.: 012 39 38 00 info@develinx.be | www.develinx.be

antwoordkaart

word gratis lid van dans in Limburg – –

Nieuwe leden ontvangen een gratis ticket voor een voorstelling uit de selectie aangeduid met ‘’ (Voor sommige voorstellingen is er slechts een beperkt aantal kaarten beschikbaar.). Het ticket ligt klaar aan de kassa. Als lid ontvang je de driemaandelijkse nieuwsbrief met alle info over de voorstellingen, workshops, speciale acties en kortingen.

ja, ik wil gratis lid worden van dans in Limburg! naam |

voornaam |

adres | postcode |

gemeente |

tel |

e-mail |

geboortedatum | keuzevoorstelling (enkel voor nieuwe leden) |

Conform de bepalingen van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van uw privéleven zullen uw gegevens enkel gebruikt worden om u op de hoogte te houden van de activiteiten van dans in Limburg. U hebt het recht jaarlijks uw persoonlijke gegevens op te vragen en eventuele fouten te laten verbeteren.


Jonathan Burrows & Matteo Fargion – Speaking Dance © Chris Nash

antwoordkaart word gratis lid van dans in Limburg

gelieve voldoende te frankeren

provincie Limburg, Directie Cultuur t.a.v. Eef Proesmans Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT

dans in Limburg Een initiatief van de provincie Limburg Universiteitslaan 1, B–3500 HASSELT limburg.be/dansinlimburg

dans in Limburg, nieuwsbrief, 2009, nummer 1  

dans in Limburg staat garant voor de programmering van een 25-tal kwalitatieve dansvoorstellingen per jaar, het coproduceren van dansvoorste...

Advertisement