Page 1

Erasmusnotitie en passages over Erasmus en Snoij


[I 30] Erasmus Roterodamus

[30] Erasmus van Rotterdam

Erasmus Roterodamus, ex Insula (ut scribit Paulus Iovius) Batavorum, perpetuis eruditae laudis honoribus extollendus videtur, postquam aetatis nostrae scriptorum prope omnium decus, ingenii fertilitate superavit. Qui in adolescenti aetate, curatorum ductu, monasticen Divi Augustini, Canonicorum (ut vocant) regularium in monasterio Steijn, prope Goudam Batavie oppidum professus est. Iactis primum studiorum fundamentis Daventrie Transisulanae, usus preceptore Alexandro Hegio, Westphalo,eius Schole moderatore, qui omnium primus Grecas literas in Ger-

Erasmus van Rotterdam afkomstig van het 'Eiland van de Batavieren' (zoals Paulus Iovius1 schrijft), moet naar het schijnt verheven worden met eeuwige loftuitingen vanwege zijn eruditie, sinds hij de roem van bijna alle schrijvers van onze tijd met de rijkdom van zijn geest heeft overvleugeld. In zijn jonge jaren is hij op instigatie van zijn voogden als monnik van Sint Augustinus ingetreden bij de reguliere kanunniken (zoals men ze noemt) in het klooster Steijn, in de buurt van Gouda, een stad in Holland. De basis voor zijn opleiding was daarvóór gelegd in Deventer aan de IJssel waar hij les kreeg van Alexander Hegius2 uit Westfalen, de rector van de school daar, die als allereerste de Griekse letteren naar Duitsland bracht.

1

Paolo Giovio (1483-1552), Italiaans arts, historicus en biograaf. 2 Alexander Hegius (1439/1440 - 1498), Duits humanist en onderwijshervormer.


maniam invexit. Post annos novenos sacerdotio initiatus et voti suscepti pertesus, sacrati ordinis dictae religionis septa deseruit, ut ad excolendum (inquit Iovius) ingenium plane liber, per omnia Europae gymnasia vagaretur. Contendebat enim cura ingenti ad summum gloriae fastigium ad quod literarum omnium cognitione perveniri posse intelligebat. Quum iam ad arcana (ut ait idem) cuiusque doctrinae, infinita lectione, inusitataque memoria penetrasset, edidit Moriam, atque inde primam nominis famam longissime protulit imitatione Luciani satyre pungentes aculeos passim relinquens omnium scilicet sectarum actionibus

Na negen jaar werd hij tot priester gewijd en kreeg hij steeds meer tegenzin tegen de afgelegde kloostergelofte. Hij verliet de besloten gemeenschap van de gewijde orde van de genoemde congregatie, om (zoals Jovius zegt) volledig vrij langs alle universiteiten van Europa te dwalen om zijn opleiding verder te voltooien. Hij probeerde immers met enorme inzet de hoogste top van roem te behalen die men, naar hij begreep, met de kennis van alle letteren kon bereiken. Toen hij reeds door eindeloos veel lezen en door een buitengewoon geheugen tot de geheimen van iedere wetenschap (zoals dezelfde zegt) was doorgedrongen, publiceerde hij de Moria en daarmee zorgde hij voor het eerst voor een aanzienlijke verbreiding van zijn naamsbekendheid door in navolging van de Satyre van Lucianus3 hier en daar stekelige uitspraken achter te laten, waarbij hij het optreden van

3

Lucianus van Samosata (ca. 125-180), Grieks schrijver die in zijn talrijke geschriften o.a. de Griekse goden maar ook de eerste christenen op de hak neemt.


[31] ad insaniam revocatis. Opus quidem salsa aspergine periucundum, vel gravibus, et occupatis, sed sacrato viro prorsus indecorum, quum divinis quoque rebus illusisse videretur. Sed mature demum, quod eius intemperantie male audiendo poenas daret, sanctiores literas complexus est, tanta robustissimi ingenii contentione, ut vertendo Greca et commentarios excudendo, plura quam quisque alius volumina publicarit. Verum seipso cunctis admirabilior futurus, si latine lin guae conditores gravitate imitari maluisset. Querebat enim peculiarem laudem ex elocutionis atque structure novitate. Âś Eius

[31] alle religieuze stromingen als dwaasheid voorstelde. Het werk is door het strooien met pekel weliswaar zeer prettig leesbaar voor serieuze lieden en mensen met een functie, maar voor een gewijd man zonder meer onwaardig, omdat hij ook met goddelijke zaken de spot lijkt te drijven. Maar op latere leeftijd is hij, omdat hij met een slechte reputatie moest boeten voor dat gebrek aan zelfbeheersing, zich met meer gewijde literatuur gaan bezighouden. Hij deed dat met zo’n grote inzet van zijn geweldige geestelijke vermogens, dat hij door Griekse werken te vertalen en commentaren te schrijven, meer boeken heeft gepubliceerd dan wie dan ook. Maar in de ogen van iedereen zou hij zichzelf nog overtroffen hebben, als hij liever de ernst van de grondleggers van het Latijn had willen navolgen. Hij probeerde immers bijzondere roem te verwerven door nieuwe vormen van welsprekendheid en taalstructuur.


vitam describit Beatus Rhenanus in epistola ad electorem Coloniensem Hermannum, dignu<s>m sane cuius auspiciis illa prodiret. Ceterum ut ortum eius exitumque breviter stringam: Natus est in Batavia, vulgo Hollandia Catthorum olim sede, non quidem Insula, sed Geldrie Belgice provincie contigua, licet versus septentrionem, maris Oceani longissimo tractu conscribatur. Natalis locus oppidum Roterodamum, cuius cives satis opulenti, marina navigatione celebrem halecum piscationem, et exteram mercaturam exercent, ab annis plurimis hereseos novitati faventes modo Calviniane perfidie una cum ceteris involuti. Conflagratione perierat civitas pro

Beatus Rhenanus 4 beschrijft zijn leven in een brief aan Hermann von Wied5, keurvorst van Keulen; bijzonder eervol dat zijn naam met de publicatie ervan verbonden is. Maar om even kort zijn afkomst en levenseinde te behandelen: hij is geboren in Batavia, in de volksmond Holland, de voormalige woonplaats van de Catthen, maar niet op het eiland van de Bataven, maar in het deel dat grenst aan Gelre, een deel van de provincie BelgiĂŤ, al wordt het aan de noordkant omzoomd door een zeer lang deel van de Noordzee. Zijn geboorteplaats is Rotterdam, een stad waarvan de inwoners behoorlijk welvarend zijn en met hun zeeschepen de vermaarde haringvangst en buitenlandse handel beoefenen. Al sinds zeer vele jaren steunen zij de nieuwe ketterij en zijn samen met anderen aanhangers van de dwaalleer van Calvijn. Bij een stadsbrand is de stad

4

Beatus Rhenanus (1485-1547) ook bekend als Beatus Bild, Duits humanist, classicus en boekverzamelaar. Verhuisde in 1511 naar Bazel en was daar bevriend met Erasmus en Johannes Froben. 5 Hermann von Wied (1477-1552), wordt in 1515 aartsbisschop van Keulen en neemt als keurvorst deel aan de verkiezing van Karel V tot keizer van het Heilige Roomse Rijk.


[32] magna parte anno 1563. Sed mox erectis longe pulchrioribus, quam ante edificiis, pontem lapideum mire magnitudinis simul construxerunt. In cuius eminentiori parte suum Erasmum lapidea statua in perpetuum monumentum donarant, quam Hesperici in exordio Batavici tumultus qui in Belgicam perduellionem hucusque durantem excrevit religionis ergo demoliti sunt Anno 1572. Ceterum si avorum traditioni, in istis partibus fides habenda, parente vicinae civitatis Goudane parocho natus est, pregnantem famulam, quo crimen celaretur (ut illius seculi exoptanda

[32] voor een groot deel in vlammen opgegaan in het jaar 1563. Maar weldra zijn er veel mooiere gebouwen dan voorheen opgetrokken en in dezelfde tijd hebben zij een stenen brug van wonderbaarlijke afmetingen gebouwd. Op het hoogste deel ervan hebben zij hun Erasmus een stenen standbeeld geschonken als een eeuwig gedenkteken. Dit hebben de Spanjaarden kapotgeslagen in het jaar 1572, aan het begin van de Bataafse opstand, die is uitgegroeid tot de Belgische godsdienstoorlog, die nog steeds voortduurt. Maar als wij geloof mogen hechten aan het verhaal van de voorvaders in die contreien, is hij geboren als zoon van een pastoor van de nabijgelegen stad Gouda. Deze had zijn huishoudster die zwanger was naar de naburige stad gestuurd, om zo de misstap te verbergen,


honestas urgebat) in proximam civitatem ablegante. Solent huiusmodi congressus raris foetibus, plerumque tamen distorte indolis, ut plurimum esse foecundi, prodiit in lucem Anno 1469. Obiit Basilaeae anno 1536. Ibidem ante chorum primariae aedis, inpo sito sepulturae sarcophago inhumatus. Operum illius indicem longe copiosissimum his attexere ob prolixitatem omitto, tum maxime quod pleraque omnia, nominatim in sacris preter cetera, censuris caventur, donec per Theologicam facultatem Gymnasii Parisiensis aut Lovaniensis correcta prodierint. Quod cum numquam futurum sit, unde alibi, modestae censure inditio, ista perpetuo sublata, prudentiores intellegunt.

zoals het fatsoen in die tijd voorschreef. Uit dit soort liaisons komen regelmatig bijzondere kinderen voort, meestal wel met een verknipte geest. Hij zag het levenslicht in 1469. Hij is in 1536 in Bazel overleden. Daar is hij vóór het koor van de hoofdkerk in een daar aangebrachte grafkelder begraven. Om het kort te houden laat ik het achterwege om de bijzonder uitgebreide lijst van zijn werken aan deze feiten toe te voegen, vooral omdat ze bijna allemaal, met name die over gewijde onderwerpen, aan censuur onderworpen zijn, totdat zij na correctie door de universiteit van Parijs of van Leuven zijn vrijgegeven. En omdat dit nooit zal gebeuren, ik zie geen andere uitkomst, begrijpen de meer verstandigen onder ons wel, dat deze voor altijd uit de roulatie zijn genomen door de beslissing van een milde censuur.


[33] Nota Mirum quod hic iunior author non veretur in hoc cathalogo traducere, immo acriter pungere tam multos graves et doctos viros, ita ut paucis exceptis fere omnes naevo aliquo adurit, precipue tamen Erasmum et Martinum Rithovium. De Erasmo hic dicit, quod voti suscepti pertaesus sacrati ordinis dictae religionis septa deseruit, quasi id sua sponte fecisset. Nam ut Erasmus ipse testatur in epistola ad Servatium, non prius id attentavit, quam habuisset consensum sui prioris Nicolai Werteri, episcopi Traiectensis

[33] Commentaar Wonderbaarlijk dat deze jeugdige schrijver er niet voor terugschrikt om de spot te drijven, ja op een vileine wijze zoveel serieuze en wijze mannen te beledigen, zodanig dat hij ze, een paar uitgezonderd, bijna allemaal een vlek aanwrijft, maar vooral Erasmus en Martinus Rithovius. Van Erasmus zegt deze man, dat hij, toen hij een grote tegenzin had ontwikkeld tegen de door hem afgelegde gelofte, hij de besloten gemeenschap van de gewijde orde van de genoemde congregatie verliet, alsof hij dit op eigen gezag gedaan zou hebben. Terwijl Erasmus, zoals hij zelf verklaart in een brief aan Servatius, dit niet eerder heeft ondernomen dan nadat hij toestemming had gekregen van zijn overste, Nicolaas Werterus, van de bisschop van Utrecht,


Davidis a Burgundia, ac indultum ipsius Romani pontificis Leonis Decimi. Ut patet etiam in epistola Lamberti Grunii ad Erasmum, ubi refert ipsi procurasse indultum sub nomine Florentii. Debuisset ergo addere, id eum fecisse consensu superiorum suorum. Insuper tam abiecte refert eum prognatum ex parocho rusticano, inquiens: ceterum si avorum traditione in istis partibus fides habenda, parente vicinae civitatis Goudanae parocho natus est. Certius ego testimonium adducere possem, qui multo seni-

David van Bourgondië en dispensatie van paus Leo X van Rome zelf. Dit blijkt ook uit een brief van Lambertus Grunius aan Erasmus, waarin hij vertelt dat hij voor hem onder de naam van Florens een dispensatie geregeld heeft. Hij had dus moeten toevoegen dat hij dit met toestemming van zijn superieuren heeft gedaan. Bovendien vertelt hij zo smadelijk dat hij het kind is van een dorpspastoor, terwijl hij zegt: “Maar als we geloof moeten hechten aan het verhaal van de voorvaderen uit die contreien, is hij de zoon van een pastoor uit de naburige stad Gouda.” Maar ik, die veel ouder ben dan deze schrijver,


[34] or hoc authore sum, quod multi fratrum nostrorum audivere ex ore Regneri Snoij, consulis et medici Goudani quem hic tantopere laudat, et revere laude dignus erat tum propter eruditionem, tum propter experientiam artis suae, qui et ipse intimus amicus erat Erasmi et con temporaneus. Hic solitus erat dicere fratribus nostris quibus sepissime aderat in diebus minutionum quia medicus noster erat, dicens se maluisse pro ducentis florenis, quod Erasmus scripsisset se Goudanum, quemadmodum scrip-

[34] zou een betrouwbaarder getuigenis kunnen aanvoeren, dat velen van onze broeders hebben gehoord uit de mond van Reinier Snoij, Goudse burgemeester en arts, die hij zozeer prijst, en inderdaad verdiende hij die lof ook, zowel vanwege zijn eruditie als ook vanwege de beheersing van zijn vak. Hij was bovendien een grote vriend en leeftijdsgenoot van Erasmus. Deze zei regelmatig tegen onze broeders, die hij zeer vaak bezocht op dagen waarop hij kwam aderlaten, want hij was onze huisarts, dan zei hij dat het hem wel 200 gulden waard was geweest, als Erasmus had geschreven dat hij Goudanus was,


sit se Roterodamum. Nam revere (inquiebat ille) scio, quod Goudae natus sit licet Roterodami educatus. In fine au tem huius vitae manifestat amarulentum suum animum quem gerebat erga Erasmum adducens testimonium ex Indice prohibitorum librorum, ubi de Erasmi libris sic refertur: Cetera vero opera ipsius ubi in quibus de religione tractat, tam diu prohibita sint, quam diu a facultate Theologica Parisiensi, vel Lovaniensi, expurgata non fuerint; addens de suo, quod numquam futurum est. O prophetam mendacem, dicit numquam futurum, quod tamen fac-

zoals hij Roterodamus schreef. Aan het eind van deze biografie geeft hij blijk van zijn verbitterde geest, die hij koesterde jegens Erasmus door een bewijs uit de lijst van verboden boeken aan te voeren, waarbij hij over de boeken van Erasmus het volgende vertelt: â&#x20AC;&#x153;Zijn andere werken waarin hij religieuze onderwerpen behandelt, zijn zolang verboden boeken, zolang ze niet zijn opgeschoond door de theologisch faculteit van Parijs of Leuven.â&#x20AC;? Terwijl hij er op eigen gezag aan toevoegt dat dit nooit zal gebeuren. O, leugenachtige waarzegger, hij zegt dat het nooit zal gebeuren, terwijl het wel gebeurd is.


[35] tum est. Nam mihi ipsi correctorium transmissum est ab episcopo Harlemensi, ad corrigendum non solum Erasmi libros, sed etiam multorum aliorum doctorum virorum, et hoc ipsum a facultate Lovaniensi acceperat. Sic traducit Martinum Rithovium, (in vita Martini Dorpii) virum doctum et pium accusans eum, quasi se adiunxisset statibus inferioris Germanie ad rebellionem, quod longe diversum erat. Nam quod liberius cum illis egit, idcircuo fecit, quod sperabat illos posse ad meliorem mentem sua liberalitate reducere. Illius enim captivitas testi-

[35] Want aan mij persoonlijk is een correctieoverzicht gestuurd door de bisschop van Haarlem, dat niet alleen tot doel had om de boeken van Erasmus te corrigeren, maar ook die van vele andere geleerde mannen en dat had hij nou juist ontvangen van de faculteit in Leuven. Zo drijft hij ook de spot met Martinus Rythovius6, (in de biografie van Martinus van Dorp7) een geleerd en vroom man, door hem ervan te beschuldigen dat hij zich had aangesloten bij de noordelijke Nederlanden bij de opstand. Wat heel anders in elkaar stak. Immers dat hij nogal amicaal met hen omging, deed hij omdat hij hoopte dat hij hen door zijn vrijzinnige houding tot een betere gezindheid zou kunnen bewegen. Zijn gevangenschap leverde het bewijs van zijn integere bedoelingen: hij is bijna tot aan zijn dood gevangen gehouden. Zo deelt hij ook een sneer uit aan Anthonius Perenottus8, kardinaal en eerste aartsbisschop van Mechelen in verband met het afschaffen van wat feestdagen en vastendagen.

6

Martinus Rythovius (1511-1583) eigenlijk Martinus Bouwens, eerste bisschop van Yeper. 7 Martinus van Dorp (Naaldwijk, 1485 - Leuven, 1525), theoloog, goede vriend van Erasmus. 8 Antoine Perrenot de Granvelle (1517-1586), adviseur van Karel V en Philips II en later ook Margaretha van Parma.


monium ferebat suae integritatis, in qua fere usque mortem detentus fuit. Sic carpit Anthonium Perenottum Cardinalem primumque archiepiscopum Mechliniensem de festis aliquot et jejuniis abrogatis. Sic Franciscum Sonnium de novis Episcopatibus erectis. Sic alios multos de diversis naevis. Sed cogitare debebat hic novellus author, quod summo probro vertitur Historiographo, qui insincere tractat aliorum laudes, aut encomia eorum imminuit, sicut summo laudi vertebatur, Caio Iulio Caesari quod tantopere elevare solebat Pompei ad-

Zo gaat hij tekeer tegen Franciscus Sonnius9 over het stichten van nieuwe bisdommen. Zo ook tegen vele anderen over allerlei 'vlekken'. Maar deze nieuwbakken schrijver had moeten bedenken, dat men het een geschiedschrijver bijzonder kwalijk neemt, als hij niet serieus omgaat met de lof van anderen, of hun loffelijke daden kleineert, zoals Gaius Julius Caesar er buitengewoon om geprezen werd dat hij de overwinningen van Pompeius, zijn tegenstander net zo

9

Franciscus van de Velde (Son, 1507 Antwerpen, 1576).


[36] versarii sui triumphos ac proprios.Haec de praepropero et incircumspecto judicio huius authoris.

[36] hoog ophemelde als zijn eigen overwinningen. Tot zover mijn commentaar op het voorbarige en ondoordachte oordeel van deze schrijver.


Regnerus Snoijus Regnerus Snoijus Gouda Batavorum Belgicae gentis oppido ex honesta familia natus. Qui faelicis et optimae indolis adulescens humanioribus literis probe perceptis medicinae studiis animum adiecit. Eius professionis honorem consequutus, praxim dissuadente rei familiaris amplitudine, sublimiora sacrae lectionis studia amplectitur. Quo sic suae professionis principibus Christiani nominis divis Cosmae et Damiano aequaretur. Edidit opusculum de Christiana libertate. Scripsit preterea paraphrases in psalterium Davidis, quibus passim eruditis omnibus, celebri nominis fama innotuit. Item conscripsit Chronica, sive Historia Batavica, tijpis nondum excusam. Obiit anno 1538. Patris illatus sepulcro.

Reinier Snoij Reinier Snoij10 werd in Gouda, een stad van de Belgische stam der Bataven, als zoon van een aanzienlijke familie geboren. Hij had als jongeman met een gezegende en zeer goede aanleg de klassieke letteren als een brave leerling tot zich genomen en zich vervolgens op de medicijnenstudie toegelegd. Nadat hij in dat vak een graad had behaald, zorgde het familiekapitaal dat ruim voorhanden was ervoor dat hij niet als arts hoefde te gaan werken en wijdde hij zich aan de meer verheven studie van de theologie. Zo stelde hij zich daarmee op een lijn met de heilige Cosmas en Damianus11, die de eerste christelijke beoefenaars waren van zijn vak. Hij gaf een boekje uit met de titel De Libertate Christiana (De christelijke vrijheid). Hij schreef bovendien Paraphrases in Psalterium Davidis (een commentaar op het psalmenboek van David), waardoor wijd en zijd zijn reputatie als beroemd geleerde werd gevestigd. Hij schreef eveneens Kronieken, ofwel de geschiedenis van de Bataven, een boek dat nog niet in druk verschenen is. Hij stierf in 1538. Hij werd begraven in het familiegraf dat zijn vader had gekocht. 10

Voor uitgebreide informatie over Snoij het biografisch woordenboek van Van der Aa. 11 Cosmas en Damianus waren broers, die leefden in de derde eeuw. Onder keizer Diocletianus werden zij gemarteld en zij stierven in 303.

Erasmusnotitie en leven van Erasmus en Snoy  

Erasmusnotitie en leven van Erasmus en Snoy

Erasmusnotitie en leven van Erasmus en Snoy  

Erasmusnotitie en leven van Erasmus en Snoy