__MAIN_TEXT__

Page 1


[1r] Een Pelgerimsche Reijse nae de H Stadt JerĂźsalem, Die gedaen heeft den E Jacob dircksen bockenbergh vander gou in holland Die alt Voornaemste soo op den wegh Als oock int H Lande, Claerlijck beschreven Ende fijguijerlijck in desen afghebeeldt soo het tegens woordich staet ende te sijen is Nach een pelgrimsche rise die gedaen heeft den E heer Jeronimus Scheijdt van erffort int jaer 1615 van Jerusalem naede Jordan ende voorts nae Sodoma ende gomora en vederom door egijpten nae Jerusalem

Een pelgrimage naar de heilige stad Jeruzalem die de eerwaarde Jacob Dircksen Bockenbergh van Gouda in Holland gemaakt heeft. Die al het voornaamste zowel onderweg als ook in het heilige land duidelijk beschreven en aanschouwelijk hierin heeft afgebeeld, zoals het er tegenwoordig staat en te zien is. Eveneens een pelgrimage die de eerwaarde heer Jeronimus Scheidt van Erfort gemaakt heeft in 1615 van Jeruzalem naar de Jordaan en verder naar Sodom en Gomorra en terug door Egypte naar Jeruzalem.


[1v] Approbatie Dit tegenswoordige boock geintituleert een pelgrimse Reijse soo is dat ick het gevisiteert hebbe ende betuigen gants niet dat het Catelicke geloove ijets roert ofte tegen ijs Maer goet vinde gedruck te vorden actijm Den 9 september anno 1619 egbartus Spitholdus Licentiaet Conunck ende pleuaen tot Antwerpen Ouer geschreven den 13 augustus anno 1654 Door Cornelis Egbertsz onck

Goedkeuring Dit huidige boek, getiteld een pelgrimage, is zoals ik het onderzocht heb en verklaard in het geheel niet dat het Katholieke geloof iets raakt of er tegen is, maar dat het goed vindt dat het wordt gedrukt. Waarvan akte, 9 september 1619, door Egbertus Spitholdus licentiaat, kanunnik en pastoor te Antwerpen. Overgeschreven 13 augustus 1654 door Cornelis Egberts Onck.


[1v] Approbatie Dit tegenswoordige boock geintituleert een pelgrimse Reijse soo is dat ick het gevisiteert hebbe ende betuigen gants niet dat het Catelicke geloove ijets roert ofte tegen ijs Maer goet vinde gedruck te vorden actijm Den 9 september anno 1619 egbartus Spitholdus Licentiaet Conunck ende pleuaen tot Antwerpen Ouer geschreven den 13 augustus anno 1654 Door Cornelis Egbertsz onck

Goedkeuring Dit huidige boek, getiteld een pelgrimage, is zoals ik het onderzocht heb en verklaard in het geheel niet dat het Katholieke geloof iets raakt of er tegen is, maar dat het goed vindt dat het wordt gedrukt. Waarvan akte, 9 september 1619, door Egbertus Spitholdus licentiaat, kanunnik en pastoor te Antwerpen. Overgeschreven 13 augustus 1654 door Cornelis Egberts Onck.


[2r] Dit Clijn tonnel Offer ick op aen alle Godvrchtighe ende devote herten die haer Cruijs ootmoedelick op Nemen ende Wandelde de Wegen die onse Salichmacker Jusu Christi ons voor gewan deldt heeft op dat wij hijer namaels moghen Worden Kinderen des eeuwige Leeven Het is Waerachticht beminde Leeser als datter twee gebroeders, ghenaemt de bockenberghen gebooren ter gouden in hollant, desen sijn van jongh op seer iuerich geweest, omte besoecken het H1 Lant van beloften als oock de H stat Jerusalem ende Soo voors al de H pla sen die de Heeren Jesus Christus onsen Salichmacker Lichamelicke gewandelt Ende groote mieraculen, gedaen heeft Ende de blijnde doen sijen de melaese gereinight Ende veel groote wonderteeckenen mer, alsoo de H Schrift hijer vol af is van gelicken het volck vermant, geleert ende bekert tot boeten en penetensie, ende ten Laesten Smacken den bitteren, doot aende stamne Des Cruise, niet om sijn sonden ofte Mijts daets, dan alleenlijcke vijt Lieude Om te verlossen het Menselicke geslacht die in haer sonden Doot ende versmoort Waren Niet dat wij dese beswaerelicke reij

1

INGREEP [H] in de marge

Dit klein toneel draag ik op aan alle godvruchtige en devote harten die hun kruis nederig aanvaarden en de wegen bewandelen die onze zaligmaker Jezus Christus ons voorgegaan is, opdat wij in het hiernamaals kinderen van het eeuwige leven mogen worden. Het is waar, beminde lezer, dat er twee gebroeders, genaamd de Bockenberghen, geboren zijn te Gouda in Holland. Zij waren van jongs af zeer vurig geweest om het beloofde land en ook de stad Jeruzalem te bezoeken en dan verder al de heilige plaatsen die de heer Jezus Christus, onze zaligmaker in levenden lijve bewandeld heeft en waar hij grote wonderen verricht heeft. Hij heeft de blinde ziende gemaakt, de lepralijder gereinigd en veel grote wonderen meer. Zoals de heilige schrift hiervan vol staat met overeenkomstige zaken, het volk vermaant, onderwijst en aanzet tot boetedoening en berouw om ten slotte de bittere dood te ondervinden aan het kruishout, niet om zijn zonden of misdaden, dan uitsluitend uit liefde om het menselijk geslacht te verlossen, dat in zijn zonden dood en verstikt was. Niet dat wij deze moeilijke reis


[3r] Perickel Soo Bijdde ick u O hemelsche Vader Seer ootmoedelick Dat ghij Ghij Mijn Leijtsman Blijft wesen op desen Mijnen voornoemde Reijse, om die te volbrengen ijn vwen H Naem, dat mijn wijl vergunnen, de goeden ende almachtighen godt die daer Leeft ende regeeren van nu, aen tot, inder Euwicheijt Amen het beginsel van desen minen Reisen nae het beloofde Landt ende de heilige stadt Jerusalem Ende dat van de eenen stadt in de ander, mitsgaders de milen van dien Vander goude ben ick gereist op gorinchem 5 Mijlen twelck is van gorinchem op den Bosch 4 ,, van den bosch op weert 3 ,, van weert op Ruremunden 3 ,, van Ruremunde op Coellen 10 ,, van Coelen op bon 5 ,, van bon op andernacht 3 ,, van andernacht op Coeuelens 3 ,, van Coeuelens op bobbert 3 ,, van bobbert tot sangeweer 2 ,, van Sangeweer tot ouervesel 1 ,, van ouervesel tot bacharach 1 ,, van bacharach tot bingen 4 ,, van bingen tot verstadt 3 ,, van verstadt tot worms 4 ,,

gevaar. Zo bid ik u, o hemelse vader, zeer nederig, dat gij mijn leidsman blijft zijn op deze voornoemde reis van mij, om die te volbrengen in uw heilige naam dat mij wil gunnen, de goede en almachtige God die daar leeft en regeert van nu tot in de eeuwigheid. Amen. Het eerste gedeelte van deze reis van mij naar het beloofde land en de heilige stad Jeruzalem van de ene stad naar de andere tezamen met de mijlen. Van Gouda ben ik naar Gorinchem gereisd hetwelk is 5 mijl. Van Gorinchem tot Den Bosch 4 mijl Van Den Bosch tot Weert 3 mijl Van Weert tot Roermond 3 mijl Van Roermond tot Keulen 10 mijl Van Keulen tot Bonn 5 mijl Van Bonn tot Andernach 3 mijl Van Andernach tot Koblenz 3 mijl Van Koblenz tot Boppard 3 mijl Van Boppard tot Sankt Goar 2 mijl Van Sankt Goar tot Oberwesel 1 mijl Van Oberwesel tot Bacharach 1 mijl Van Bacharach tot Bingen 4 mijl Van Bingen tot Wรถrstadt 3 mijl Van Wรถrstadt tot Worms 4 mijl


[3r] Perickel Soo Bijdde ick u O hemelsche Vader Seer ootmoedelick Dat ghij Ghij Mijn Leijtsman Blijft wesen op desen Mijnen voornoemde Reijse, om die te volbrengen ijn vwen H Naem, dat mijn wijl vergunnen, de goeden ende almachtighen godt die daer Leeft ende regeeren van nu, aen tot, inder Euwicheijt Amen het beginsel van desen minen Reisen nae het beloofde Landt ende de heilige stadt Jerusalem Ende dat van de eenen stadt in de ander, mitsgaders de milen van dien Vander goude ben ick gereist op gorinchem 5 Mijlen twelck is van gorinchem op den Bosch 4 ,, van den bosch op weert 3 ,, van weert op Ruremunden 3 ,, van Ruremunde op Coellen 10 ,, van Coelen op bon 5 ,, van bon op andernacht 3 ,, van andernacht op Coeuelens 3 ,, van Coeuelens op bobbert 3 ,, van bobbert tot sangeweer 2 ,, van Sangeweer tot ouervesel 1 ,, van ouervesel tot bacharach 1 ,, van bacharach tot bingen 4 ,, van bingen tot verstadt 3 ,, van verstadt tot worms 4 ,,

gevaar. Zo bid ik u, o hemelse vader, zeer nederig, dat gij mijn leidsman blijft zijn op deze voornoemde reis van mij, om die te volbrengen in uw heilige naam dat mij wil gunnen, de goede en almachtige God die daar leeft en regeert van nu tot in de eeuwigheid. Amen. Het eerste gedeelte van deze reis van mij naar het beloofde land en de heilige stad Jeruzalem van de ene stad naar de andere tezamen met de mijlen. Van Gouda ben ik naar Gorinchem gereisd hetwelk is 5 mijl. Van Gorinchem tot Den Bosch 4 mijl Van Den Bosch tot Weert 3 mijl Van Weert tot Roermond 3 mijl Van Roermond tot Keulen 10 mijl Van Keulen tot Bonn 5 mijl Van Bonn tot Andernach 3 mijl Van Andernach tot Koblenz 3 mijl Van Koblenz tot Boppard 3 mijl Van Boppard tot Sankt Goar 2 mijl Van Sankt Goar tot Oberwesel 1 mijl Van Oberwesel tot Bacharach 1 mijl Van Bacharach tot Bingen 4 mijl Van Bingen tot Wรถrstadt 3 mijl Van Wรถrstadt tot Worms 4 mijl


[4r] van inpronck tot Matre 8 ,, van Matera tot stiersien 3 ,, van stiersien tot brixcin 4 ,, Van brixcijn tot boeten 4 ,, Van boeten op trenten 6 ,, Van trenten op lonwije10 itaeliaens myl Van Lonwije op grim 18 ,, Van grim op basten 21 ,, Van basten Castelfranco 10 ,, van Castelfranco tot mesters 10 ,, Van Mesters tot venitia 7 en half m De Leeser Sal zijn, dat Vijer Italiaense mijlen is een duis Duiste mijle de twee een hollantssche mijle is Wij soo gecoomen tot venetije Den 16 junij anno 1565 inde Morgenstont ende hebben Godt gelooft van Onse wel ouer Comste

Van Van Van Van Van Van Van Van Van Van Van

Innsbrück tot Matrei am Brenner 8 Matrei am Brenner tot Sterzing 3 Sterzing tot Brixen 4 Brixen tot Bozen 4 Bozen tot Trento 6 Trento tot Levico 10 Italiaanse Levico tot Grigno 18 Grigno tot Bassano del Grappa 21 Bassano tot Castelfranco Veneto 10 Castelfranco Veneto tot Mestre 10 Mestre tot Venetië 7,5

mijl mijl mijl mijl mijl mijl mijl mijl mijl mijl mijl

De lezer zal zien dat vier Italiaanse een Duitse mijl is en twee Duitse mijl een Hollandse. Aldus zijn wij in de ochtend van 16 juni 1565 in Venetië aangekomen en hebben God geloofd voor onze goede overkomst


[4v] Een Corte beschrivinghe van de Coopstadt Venetie Venetie is Een Reijcke ende machtige Coopstadt ende is ghefondeert inde zee Ende ghesticht int iaer Jesu Cristi 1421 groot sijnde int ronde acht italia ensche Mijle ende leijt vijf mijlen van het Vastelant rontsom, dese stadt Leggen veel eijlandekens die Meestal Bevoont worden van gestelijcke per soonen Soo, mans en vrouven uijt gesondert het eijlant Muraen ghenaemt daer wonen al de genen die het Costelick Cristael Glaes blasen oft macken, ….1. stadt zijn oock groote menichten van wateren, ende, brugen doende groote Coophandel ouer de gansche Werrelt inde tijdeen van oorloge kan desen stadt Opbrengen, in twee dagen tijdts Ses hondert toegherusten galeijen, soo van volck ende Oorloogs ghereetschap daertoe Dienen oock hebben wij gesijen het groot aerisnael ofte Rusthuijs daer veel Duijsenden mans ende vrouwen werckende Zijn, die anders niet en doen door het gansche iaer dan macken gereetschap van oorlooge, soo te water als te lant dienende desen stadt kan op brengen in twee dagen tids met haren banijeren van oorlooghs volck, twee hondert

1

INGREEP [xxx] onleesbaar

Een korte beschrijving van de handelsstad Venetië. Venetië is een rijke en machtige handelsstad met fundamenten in zee en is gesticht in 1421. Zij heeft een omtrek van acht Italiaanse mijl en ligt vijf mijl van het vasteland. Rondom deze stad liggen veel eilandjes, die vaak bewoond worden door geestelijken, zowel mannen als vrouwen, met uitzondering van het eiland Murano: daar wonen al diegenen die het kostbare kristalglas blazen of maken. In deze stad zijn ook een zeer groot aantal wateren en bruggen en de stad drijft veel handel in de hele wereld. In tijd van oorlog kan deze stad in twee dagen tijd met zeshonderd galeien voor de dag komen, geheel uitgerust zowel met bemanning als oorlogstuig erbij. Ook hebben wij het grote arsenaal of rusthuis gezien, waar vele duizenden mannen en vrouwen werken, die het hele jaar lang niets anders doen dan oorlogstuig maken, geschikt voor zowel te land als te water. Deze stad kan in twee dagen tijd met hun vaandels en soldaten voor de dag komen met tweehonderd


[5r] Duisent Weerbare mannen, met de uijtrustinghe van dien in Venetia is noch te sien het Groot Caneel, twelck Lanck is duijsen driehondert passen ofte voeten stappen, ende is breet veertich passen van gelijcken kostelijcke versijert van beijde seijden met Schoonen pelijsen ofte huijse alle uijtenderhantghemackt ende men, Can van daer te voet niet kommen dan alleen ouer een Costelicke bruggen desen Leijt bij Realto, dese ghelijken en vintmen in gants Cristnrick nijet Ende is gema cke van wijtte arduijn steen, ende desen brugge en heeft maer een boogh ende is Soo breet als de breete van het Caneel op desen booghe, staen twalef seer schoonen huijsen uijtterhant, opgebout met blaue arduijn steen op het mijdden van desen bruggen staet een Weliscus ofte piramide ende booge heeft drie passagien met trappen. Cierelick gemackt, ende aen wedersijden versien met pelaren onder desen bruggen roeijt een Grote oorlooghs galijie met haer vollen Riemen, door sonder Enech belet, ende noch zijn in dese verschreuen stadt seer veel Costelicke edifitien ofte gestechten het welcke mijn te Lanck vallen, souden alles te verhalen ende wijl mijn vervoegen om te beschriuen de seer deuote ende Costelicke prosesse, diemen allee jaers hout op Heijlige Sackeramensdagh ende dat in soo goede order als volcht ende hebben alsoo naer en soo klaer beschreven alst mijn mogelick is geweest

duizend weerbare mannen met de passende uitrusting. In VenetiĂŤ is ook te zien het grote kanaal dat duizend driehonderd passen of schreden lang is en veertig gelijke passen breed. Met pracht en praal verfijnd aan beide zijden met mooie paleizen of huizen, alle met de hand gemaakt en men kan daar slechts te voet komen over een kostbare brug, die ligt bij Rialto en men vindt zijns gelijke niet in het ganse Christenrijk. Hij is gemaakt van witte arduinsteen en deze brug heeft maar een boog die even breed is als het kanaal. Op deze boog staan twaalf zeer mooie huizen, met de hand opgetrokken uit blauwe arduinsteen; op het midden van deze brug staat een obelisk of piramide en de boog heeft drie passages met trappen. Sierlijk gemaakt en aan weerskanten voorzien van pilaren; onder deze brug door roeit een grote oorlogsgalei vol in de riemen zonder enige hinder. Bovendien zijn in deze voornoemde stad zeer veel kostbare bouwwerken of gebouwen die het mij te lang zou vallen om erover te vertellen, omdat ik mij hierbij verbind om de zeer devote en kostbare processie te beschrijven die men elk jaar op de heilige Sacramentsdag houdt en wel in zeer goede orde. Zoals hier volgt heb ik het zo nauwkeurig en duidelijk beschreven als het mij mogelijk is geweest.


[5v] de groote Processie die men alle jaers hout op H Sacramensdach tot Venetie Ten Eersen des Morgens omtrent ses uren Soo comt den hertogh van Venesen met allen Sijn Senatoren, edelen ende voors allee de Seigneurie van Venetien met grooter manief fecentie uijt des hertoogs palijs, haren ganck Nemende nae de gulde kercke genaemt S. Macus staende dicht bij des hertoghs hoof ofte palijs daer in Comende gaen terston Naer hett hooghe toor daer het ghestoelte ende andere sijtplaesen op het kostelijcke toegrust Ende behangen zijn, met Seer Constijlicke toegerustelicke1 tappiten, gulde lackenen ende Neffens den hertoogh sitten de treffelicke personagen van der stadt allee wesende op het Costelijckste gekleet, int, midden van den hoghen thoor, staen allee bancken in seer goeden orden, ende met fluweel behangen, daer op soo sijtten alle de senatoren, ende voors allee ande re heeren des hertochs, den patriarck, van ven etija, die sijngt de hooge misse bij hem hebbende veel bisschoppen, prilaten amten ende ande ghestelicke persoonen, die heman het hoogh outaer dienen met groter eerbiedinghe, onder Andere sijet men daer een groten carbonckel steen, die men seijt, soo kostelijcke te zijn dat de waerde van dien, niet te waerderen enijs de hoogh misse nu met groter herrelickheijt gecelebreert zijnde soo gaet de prosessie indeser voegen met seer goede ordre als hijer nae volght ten

1

INGREEP [toegerustelicke] doorgestreept

De grote processie die men elk jaar op de heilige Sacramentsdag te Venetië houdt. Eerst komt ’s morgens om zes uur de hertog van Venetië met al zijn senatoren, edelen en voorts de hele seigneurie van Venetië met grote pracht uit het paleis van de hertog. Zij gaan naar de gouden kerk die San Marco heet en dicht bij het hof oftewel het paleis van de hertog staat. Binnen gekomen gaan zij terstond naar het hoge koor waar de stoelen en andere zitplaatsen kostbaar uitgerust en bekleed zijn met zeer kostbare tapijten en lakenstoffen met gouddraad. Naast de hertog zitten de hoge heren van de stad, die alle op hun kostbaarst gekleed zijn. In het midden van het hoge koor staan alle banken in zeer goede orde en met fluweel bekleed. Daarop zitten alle senatoren en voorts alle andere heren van de hertog. De patriarch van Venetië zingt de hoogmis en bij hem zijn veel bisschoppen, prelaten, beambten en andere geestelijke personen die hem op het hoog altaar dienen met grote eerbied. Onder andere ziet men daar een grote karbonkel, een edelsteen, waarvan men zegt dat hij zo kostbaar is, dat de waarde ervan niet te schatten is. Als nu de hoogmis met grote luister opgedragen is dan gaat de processie zich voegen in zeer goede orde zoals hierna volgt


[6r] De Groote processie ten Eersten Allee het Volck dat indese voor sijede kercke is soo ijs het thoor als daer buijten blijuende Alse samen stiel op harenplasen sijtten sonder eenighe op loop, ofte enich gherucht te macken tertijt toe, dat die prossie in Goede ordere komt ter Vester duren in ende soo voors passerende door de kerck tot voor het hooge Autaer ende daer komende vallen ghelicker hant op haer knien met grooter deuotie voor het H Sacharament, weder om op staende Nemen haren Ganck ter kercken vijt Met grote ordere Ghelijck Sij daer in Gecomen zijn Nae de plaes van S Marcus welcke plaes Ront om beset is met toersen ende kostelijcke Caerse van fijn Maechde was, alle Brandende De processe ijs gegaen ijn deser manieren ten eersten, soo isser Gheweest een grote menichte van volcks gekleet ijn wijtte Saije, tot der aerde toe op haren rocken stonden1 Grote roode Cruijsen het welcke Waren Allee de gille broeders van venetia ende elck van desen Gilde, waren verscheide niet van haren habiten, maer het onderschijt Was van verschide kluren van de kaersen die Si in haer handen al brandende droeghen Naede gilde broeders quamen een grooten menichte van kinderen, ghekleet op de maenieren van engelen hebbende in haer hantden enige mistiereren van gelicken hebbende een menichten van Roosen

1

INGREEP [op] vervangen door [stonden]

De grote processie Als eerste al het volk dat in deze voornoemde kerk is, zowel binnen als buiten het koor, blijven de mensen stil per beroep op hun plaats zitten zonder enig rumoer of gerucht te maken tot de tijd dat de processie in goede orde komt bij de west deuren en zo voorts gaan zij door de kerk tot voor het hoge altaar om daar allemaal tegelijk te knielen met een grote devotie voor het heilig sacrament. Daarna staan zij op en hernemen zeer ordelijk hun loop de kerk uit, zoals zij binnengekomen zijn, naar het San Marco plein dat rondom voorzien is van toortsen en kostbare kaarsen van fijne ongerepte was, die alle branden. Is de processie uitgegaan op deze wijze ten eerste, dan is er een grote menigte mensen, gekleed in witte kamwol tot op de grond. Op hun rokken staan grote rode kruizen, zij allen zijn gildebroeders van VenetiĂŤ en elk van deze gilden verschillen niet in hun habijt, maar het onderscheid zit in de verschillend gekleurde kaarsen die zij al brandend in hun handen dragen. Na de gildebroeders komt een grote menigte kinderen, gekleed op de wijze van engelen en zij hebben in hun handen enige identieke schalen met een grote hoeveelheid rozen


[6v] Van Venetien Bladen in vaten die sij stroiden onder het volck enighe droegen oock sijllerde Kandelaers met brandende kaersen, daerbij Wesende Cierelick ende Costelick toe gemackt Ende hebbende bij haer een Costelicke Maeniere oock volgende haer veel sangers scharmaije trompetters harpen luijten ende fluiten alle ackorderende makende Een alsulcken Meledie als men hooren Nae desen volghende noch twee gulde broeders wesende seer costelick ghecleet hebbende in haren handen graue brandende kaers sen van wit machde wassche de derde gilde broeders droeghen in haren handen graue brandende kaersen van fijn machden vas die vierde gilde broeders droegen in haer handen gheclurde brandende caersen van fijn machde was de 5 ende lesten gilde broeders droegen in haren handen swarten Caersen van Maechden wassche ende Allee de Verschreuen gilden gingen elck omt Costelick ende Cierelickste toe ghemackt mennen datse sterck intgetal waren ontrent twintich duijsent persoonen, want haer Vervol gende duijerenden meer dan 3 uren Lanck Achter desen Verschreuen gilden voldegen seer veel jongelingen mede toe gemackt op het Costelickste waer onder veel persoon nasie waeren, die uijt beldende ghehoorsaen heijt van abraham deur het ghebodt Godts bereijt heeft sijnen eenigen soonen Isack op te offeren ende vooraen gaende dragende Seuen bondel houts op sijnen schouderen desen Isack vas was een schoon jongelinck enden Neffens hem worden ghelidt eenen bocken nae desen volchden een treffelicken persoon van aen sien, dien presenterden de persoonen van Abraham hebbende een blodt Swaert in sijn hant alslanden Sijnen ooghen ten hemel op heffenden

Van VenetiĂŤ blaadjes, die zij strooien onder het volk. Sommigen dragen ook zilveren kandelaars met brandende kaarsen en zijn daarbij bevallig en kostbaar uitgedost en hebben een voorname wijze van doen. Zij worden gevolgd door veel zangers, schalmeispelers, trompettisten, harpisten, luitisten en fluitisten die op elkaar afgestemd een melodie ten gehore brengen. Hierna volgen nog de tweede gildebroeders, die zeer kostbaar gekleed zijn en zij hebben in hun handen plechtig brandende kaarsen van witte ongerepte was, de derde gildebroeders dragen in hun handen plechtig brandende kaarsen van fijne ongerepte was, de vierde gildebroeders dragen in hun handen gekleurde brandende kaarsen van fijne ongerepte was en de vijfde en laatste gildebroeders dragen in hun handen zwarte kaarsen van ongerepte was en alle voornoemde gilden gaan elk om het kostbaarst en sierlijkst uitgedost. Het leidt ertoe dat zij sterk in aantal zijn, omtrent twintig duizend personen, want hen volgen duurt meer dan drie uur lang. Na deze voornoemde gilden volgen zeer veel jongelingen ook op hun kostbaarst uitgedost, waaronder veel personen zijn die de gehoorzaamheid van Abraham verbeelden, die bereid was naar het gebod van God zijn enige zoon Izaak op te offeren. Zij gaan voorop en dragen zeven bundels hout op hun schouders en deze Izaak is een mooie jongeling en naast hem loopt een bok mee. Daarna volgt een respectabel persoon van aanzien die de persoon van Abraham voorstelt die met een ontbloot zwaard in zijn hand zijn ogen ten hemel slaat


[5v] de groote Processie die men alle jaers hout op H Sacramensdach tot Venetie Ten Eersen des Morgens omtrent ses uren Soo comt den hertogh van Venesen met allen Sijn Senatoren, edelen ende voors allee de Seigneurie van Venetien met grooter manief fecentie uijt des hertoogs palijs, haren ganck Nemende nae de gulde kercke genaemt S. Macus staende dicht bij des hertoghs hoof ofte palijs daer in Comende gaen terston Naer hett hooghe toor daer het ghestoelte ende andere sijtplaesen op het kostelijcke toegrust Ende behangen zijn, met Seer Constijlicke toegerustelicke1 tappiten, gulde lackenen ende Neffens den hertoogh sitten de treffelicke personagen van der stadt allee wesende op het Costelijckste gekleet, int, midden van den hoghen thoor, staen allee bancken in seer goeden orden, ende met fluweel behangen, daer op soo sijtten alle de senatoren, ende voors allee ande re heeren des hertochs, den patriarck, van ven etija, die sijngt de hooge misse bij hem hebbende veel bisschoppen, prilaten amten ende ande ghestelicke persoonen, die heman het hoogh outaer dienen met groter eerbiedinghe, onder Andere sijet men daer een groten carbonckel steen, die men seijt, soo kostelijcke te zijn dat de waerde van dien, niet te waerderen enijs de hoogh misse nu met groter herrelickheijt gecelebreert zijnde soo gaet de prosessie indeser voegen met seer goede ordre als hijer nae volght ten

1

INGREEP [toegerustelicke] doorgestreept

De grote processie die men elk jaar op de heilige Sacramentsdag te Venetië houdt. Eerst komt ’s morgens om zes uur de hertog van Venetië met al zijn senatoren, edelen en voorts de hele seigneurie van Venetië met grote pracht uit het paleis van de hertog. Zij gaan naar de gouden kerk die San Marco heet en dicht bij het hof oftewel het paleis van de hertog staat. Binnen gekomen gaan zij terstond naar het hoge koor waar de stoelen en andere zitplaatsen kostbaar uitgerust en bekleed zijn met zeer kostbare tapijten en lakenstoffen met gouddraad. Naast de hertog zitten de hoge heren van de stad, die alle op hun kostbaarst gekleed zijn. In het midden van het hoge koor staan alle banken in zeer goede orde en met fluweel bekleed. Daarop zitten alle senatoren en voorts alle andere heren van de hertog. De patriarch van Venetië zingt de hoogmis en bij hem zijn veel bisschoppen, prelaten, beambten en andere geestelijke personen die hem op het hoog altaar dienen met grote eerbied. Onder andere ziet men daar een grote karbonkel, een edelsteen, waarvan men zegt dat hij zo kostbaar is, dat de waarde ervan niet te schatten is. Als nu de hoogmis met grote luister opgedragen is dan gaat de processie zich voegen in zeer goede orde zoals hierna volgt


[7r] De Groote Processie Nae hem volghte den Priester Melchcsisedech dragend broodt ende Wijn het welcke bij Abraham Presenteren Als wesende een fijguere van het heijlijch Sacarament Hijer nae volghde Josua met Caleph draghen de op haren schouderen enen stock, daer aenhanghende wijndruiven tot een tecken van vruchtbaerheijdt, des Glans van beloften hijer naer volghdende Moses hebbende eend Claeringhe in sijnen hant daer nae quamdie Justieseja wesende Eenen seer schoonen Macht seer Costelicke Ghecleedt hebbende in haer Rechter hant een Swaert ende inde Slincker hant een belantse uijt beeldende de recht vaerdicheijt van Justiecieia om voor te staen den Rechtwaerdighen, Sonder enich aensijen van persoon, nae de ijustitia, volchden den broeders Gelick zijnde religiusen den derden order van S franssuscus haer habijten graue Mantels totter aerden toe, wesende blods hooffs een eijder droch op haer Schouderen Een wijtte Cappruin ende elck oock een Caersen in haer hant ende voor haer Gingen jongskens hebbende kandelaers Ende Cruisen seer Costelicken gesiert ende waeren in het getal ontrent Dertich, Voorts Volcht de reste indesen Manieren Eerstelicke twe Canters hebbende Seer Costelicke thoor Cappen, daer nae de dijaconnen ende Subdiakennen ende daer daer nae de Priesters op de manieren of sij De Misse hadden wijllen Gaen Sijnghen bij haer hebben Seer Groote Schadt Soo

De grote processie Na hem volgt de priester Melchizedeck, die brood en wijn draagt, die hij Abraham aanbiedt als een zinnebeeld van het heilig sacrament. Hierna volgen Jozua en Caleph, die op hun schouders een stok dragen waaraan druiven hangen als teken van vruchtbaarheid, de glans van de belofte. Hierna volgt Mozes met een vonnis in zijn hand. Daarna komt Justitia, die een zeer schone maagd is en zeer kostbaar gekleed. Zij heeft in haar rechterhand een zwaard en in de linkerhand een weegschaal, die de rechtvaardigheid verbeeldt van Justitia bij het toepassen van het recht, zonder aanzien des persoons. Na Justitia volgen de broeders die monniken zijn van de derde orde van St. Franciscus met hun habijt, een grijze mantel tot op de grond en blootshoofds; iedereen draagt op de schouder een witte kaproen en iedereen heeft ook een kaars in de hand. Voor hen uit gaan jongens die kandelaars en kruizen hebben, die kostbaar versierd zijn en zij zijn met omtrent dertig in getal. Dan volgt de rest op deze manier: ten eerste twee voorzangers die zeer kostbare koorkappen hebben en daarna de diakenen en subdiakenen en daarna de priesters op een manier of zij de mis hadden willen gaan zingen en zij hebben bij zich een zeer


[7v] Van venetien Groote Schadt van Costelicke ernamenten Ende kerck Ghevaet ende met desen gingen een Groot ghetal van Moncken ende waeren oock seer Costelick toeghemackt Met ornementen ende kerckgheuaet als de Voorgaende hier naer volchden de S benedickti Order ende waeren int ghetal van vijer en vif persoonen nae desen volchden onsen lieue Vrouwen broeders wesende in het ghetal van vijer en vijftich persoonen voor haer gingen veel jonghen broederkens Seer Costelick toe gherust met goudt ende Siluer dragende in haeren handen lamppetten ende beckens Daer in laegen roosen blaeden die Sij wederom in de Cercken kommende stroiden hiernae volghden den augustinen die alle de voorgaende passerden in Costelickheijdt Soo in haren Cappen als andere Cieraet gebordurt met fijn Goudt ende perrelen, bi haer hebben veel jongeskens die oock kostelick toe Gerest waeren Soo van fijn Goudt Als Sijluer Desen hadden vaten daer sij Roosen water in hadden onder allee desen Wasser eene, die droech een seer Costeli Caerse daer was in het midden Gemackt een Springende fantinken Ende dese waeren sterck in het getael Drieen Sestich persoonen hier nae volchden de minnebroeders die van gelicke toegemaek Ende desen waeren in Groter menichten Ende quamen den augustinen seer nae bij in allee Costelijckheijt ende desen hadden bij haer twintich jonghe broederkens van ghelicken Costelicke toegemackt met gestelicken ornomenten allee desen droogen cruijsen met

Van VenetiĂŤ grote schat van kostbare ornamenten en liturgische gewaden en met hen gaan een groot aantal monniken die ook zeer kostbaar waren toegerust met ornamenten en liturgische gewaden, net als zij die voorgingen. Hierna volgt de orde van St. Benedictus en die zijn met vier en vijf personen in getal. Hierna volgen de broeders van Onze Lieve Vrouwe, vier en vijftig personen in getal en voor hen uit gaan veel jonge broeders, zeer kostbaar uitgerust met goud en zilver en zij dragen in hun handen lampetten en bekkens, waarin rozenblaadjes liggen die zij rondstrooien bij het terugkomen in de kerk. Hierna volgen de Augustijnen die al het voorgaande achter zich laten in kostbaarheid, zowel in hun kappen als andere sieraden, geborduurd met gouddraad en parels. Zij hebben jongens bij zich die ook kostbaar uitgerust zijn met goud en zilver. Zij hebben vaten met daarin rozenwater. Onder al deze is er een die een zeer kostbare kaars draagt. In het midden is een springende fontein. Zij zijn met drie en zestig personen sterk in getal. Hierna volgen de minderbroeders die gelijk gekleed zijn en zij zijn met een grote menigte, doen nauwelijks onder voor de Augustijnen in kostbaarheden en zij hebben bij zich twintig jonge broeders die ook kostbaar gekleed zijn en uitgerust met geestelijke ornamenten en zij allen dragen kruizen


[8r] De Groote Processie met Candelaeren met brandende kaersen in haren handen onder haer Waerendender acht die droeghen den berch Alveren op de welcken den Heijlighe vaders S Franciscus ontfijnck de littekens der vijf wonden van onsen Salichmakers Jesu Christi daer de Heere Cristis geopenbaerden inde ghedaente van een Ceraphi n met Ses vlogelen hangende aen het hout des Cruise ende daer nae een proper tabbernackel zijnde bedecht daer melchisedech voor hem hadden broot ende wijn ende int midden stont eenen kelcke oock soo Worden bij desen ghedragen een nest met jongen pelicanen daer bovenvliegende de ouden piliaen Sijnen borste schuerden daer het bloet uijt vloijde ende besprende de jongen daer met tot een memorie ons Salichmackers Jesu Christi noch wert van haer Ghedraghen Een lammeken ende dat Duijden mede op Christus alsnu desen voor bij waeren Soo quamen noch een Ander Soort van minnebroeders die Genoemt werden abservanten Sonder Cruisen ofte vanen wesende veerticht int Getal hebbende Costelicke Cappen van fijn fluveel ende damast Dragen mede Costelicke ornamenten Ende gingen seer deuotich hier op ublden De Collegiaten van S Marcus met Onuitsprekelicke Costelickheijt van Reliquien onder deesen wert bij haer om

De grote processie met kandelaars met brandende kaarsen in hun handen. Onder hen zijn er acht die de berg La Verna dragen waarop de heilige vader St. Franciscus de littekens van de vijf wonden heeft ontvangen van onze zaligmaker Jezus Christus, waarbij de Here Christus zich openbaarde in de gedaante van een serafijn met zes vleugels die aan het kruishout hangt. Daarna een gepast tabernakel dat gedekt is, waar Melchizedek brood en wijn voor zich heeft en in het midden staat een kelk. Ook wordt hierbij een nest met jonge pelikanen gedragen waarboven de oude pelikanen vliegen, hun borst open gescheurd, waaruit het bloed vloeit dat de jongen besprenkelt, wat ons doet denken aan onze zaligmaker Jezus Christus. Bovendien wordt door hen een lammetje gedragen, wat ook duidt op Christus. Als nu deze voorbijgetrokken zijn, dan komt nog een ander soort minderbroeders, die observanten worden genoemd zonder kruis of vaan. Zij zijn met veertig in getal en hebben kostbare kappen van fijn fluweel en damast, dragen ook kostbare ornamenten en geven hier zeer devoot hun eerbetoon. Hierop volgen de collegiaten met onzegbare kostbaarheid van relikwieĂŤn en onder deze wordt bij hen


[7r] De Groote Processie Nae hem volghte den Priester Melchcsisedech dragend broodt ende Wijn het welcke bij Abraham Presenteren Als wesende een fijguere van het heijlijch Sacarament Hijer nae volghde Josua met Caleph draghen de op haren schouderen enen stock, daer aenhanghende wijndruiven tot een tecken van vruchtbaerheijdt, des Glans van beloften hijer naer volghdende Moses hebbende eend Claeringhe in sijnen hant daer nae quamdie Justieseja wesende Eenen seer schoonen Macht seer Costelicke Ghecleedt hebbende in haer Rechter hant een Swaert ende inde Slincker hant een belantse uijt beeldende de recht vaerdicheijt van Justiecieia om voor te staen den Rechtwaerdighen, Sonder enich aensijen van persoon, nae de ijustitia, volchden den broeders Gelick zijnde religiusen den derden order van S franssuscus haer habijten graue Mantels totter aerden toe, wesende blods hooffs een eijder droch op haer Schouderen Een wijtte Cappruin ende elck oock een Caersen in haer hant ende voor haer Gingen jongskens hebbende kandelaers Ende Cruisen seer Costelicken gesiert ende waeren in het getal ontrent Dertich, Voorts Volcht de reste indesen Manieren Eerstelicke twe Canters hebbende Seer Costelicke thoor Cappen, daer nae de dijaconnen ende Subdiakennen ende daer daer nae de Priesters op de manieren of sij De Misse hadden wijllen Gaen Sijnghen bij haer hebben Seer Groote Schadt Soo

De grote processie Na hem volgt de priester Melchizedeck, die brood en wijn draagt, die hij Abraham aanbiedt als een zinnebeeld van het heilig sacrament. Hierna volgen Jozua en Caleph, die op hun schouders een stok dragen waaraan druiven hangen als teken van vruchtbaarheid, de glans van de belofte. Hierna volgt Mozes met een vonnis in zijn hand. Daarna komt Justitia, die een zeer schone maagd is en zeer kostbaar gekleed. Zij heeft in haar rechterhand een zwaard en in de linkerhand een weegschaal, die de rechtvaardigheid verbeeldt van Justitia bij het toepassen van het recht, zonder aanzien des persoons. Na Justitia volgen de broeders die monniken zijn van de derde orde van St. Franciscus met hun habijt, een grijze mantel tot op de grond en blootshoofds; iedereen draagt op de schouder een witte kaproen en iedereen heeft ook een kaars in de hand. Voor hen uit gaan jongens die kandelaars en kruizen hebben, die kostbaar versierd zijn en zij zijn met omtrent dertig in getal. Dan volgt de rest op deze manier: ten eerste twee voorzangers die zeer kostbare koorkappen hebben en daarna de diakenen en subdiakenen en daarna de priesters op een manier of zij de mis hadden willen gaan zingen en zij hebben bij zich een zeer


[9r] De grote Processie van venetia te Lesten Soo Volghde nu Alle de ghementen Sonder enighe ordere Wesende een Grote menichte int ghetal elck hadden in sijn hant eene brandende was Caers Als nu desen herrelicke processie voleijndt was soo versaemde sij wederom in de Gulden kercken van s Marcus om het H Sacrament wederom aldaer te brengen ende dat met Groter deuotie dit nu allee geindicht Sijnde soo nemt de hertogh sijnen ganck met allee Sijn eedeldom ende raet nae Sijn palijs het welcke dicht bij den gulden kercke staet Ende allee de pelgrims volgen de hertog met een Seer groote menichten ende in des hertogen paleijs Sijnde soo Gaet allee het volck elck nae zijn qualetijt staen in Goeden ordere neffens den anderen in eenen Grooten sael daer de speel luijden ende musijck sijngers vander stadt een seer Groote melodie macken ten Lesten Soo komt de hertoogh ende Geeft den pelgrims de handt ende Wijnckt haer een gheluckighe voor Spoedige Reisen nae het H Landt ende stadt Jurusalem ende voors Gaet elck sijns wechs

De grote processie van VenetiĂŤ Als laatste volgen nu de overige mensen die niet tot een orde behoren: een grote menigte in getal en iedereen heeft in zijn hand een brandende waskaars. Als nu deze heerlijke processie ten einde is dan verzamelen zij zich weer in de gouden kerk van St. Marcus om daar het heilig sacrament terug te brengen met zeer grote devotie. Als alles achter de rug is herneemt de hertog zijn loop, met al zijn edelen en zijn raad, naar zijn paleis dat dicht bij de gouden kerk staat. Alle pelgrims volgen de hertog in een zeer grote menigte en in het paleis van de hertog gaat het volk, elk naar zijn hoedanigheid heel ordelijk naast elkaar staan in een grote zaal. Daar brengen de muzikanten en zangers van de stad een zeer grootse melodie voort. Op het laatst komt de hertog, geeft de pelgrims een hand en wenst hen een gelukkige en voorspoedige reis naar het heilige land en de stad Jeruzalem. Daarna gaat elk zijns weegs.


[9v] Den Reliquien Offt heijlichdom dat binnen venetiens te Sijen Ende te Besoeken is ende in wat kercke ende Plasen Inden Gulden ende Wonderbae hert tooghlicke kercke vande glorieusen euangelist S Marcus daer is het selue licham van dien heilighe euangelist Rustende onder den hoogen autaer, te weten in het midden van den hoogen autaer, het welcke waerachticht voor het selue licham ghehouden wort ende het Selfde licham is uijt alcxandrien aldaer Gebracht inde vermaerde coopstadt Venetien van enige, machtighe, Coopluijden Inde Coppellen die teghen ouer deser uoornoem de kercke staet nae het noorden toe is Rustende het lichaem van den groreiusden Martelaer Sijnte Isedorius wesende geb racht uijt het eijlant van Scu in venetie ende allee iaers gaet men daer op den seluen dach met een processie om in de pateriaerchalen kercke dat is S pieter van Castello sijn Rustende in een tombe van marmersteen, de lichamen vandesen Gloore iusen martelaren Sergius ende bachus inde kercke vande heijlijghe proffeet daeniel is rustende het licham van den martelaers S Jan den welcke is hertogh gheweest van alcxandrien ende ende wort ghetoent in enen Autaer staende zuijtwaers in de selue kercke in de kercke van S Jan ghenaemt in bragole rust het licham uan S Jan alemoesienier patriaerck van Alcxander het welck vervoert is uijt alexandrien in venetien ende daer wertt vertoont in enen autaer staende nae het Zuijden buijten den hoogen thoor in de kercke van S antoijus Rust het lichaem van S saba abdt ghebracht uijt de stadt genoemt aecre

De relikwieën of ‘t heiligdom dat in Venetië te zien en te bezoeken is, in welke kerken en op welke plaatsen. In de gouden en wonderbare hertogelijke kerk van de glorieuze evangelist St. Marcus rust het lichaam zelf van de heilige evangelist onder het hoogaltaar, in het midden van het hoge altaar en het wordt waarlijk voor het lichaam zelf gehouden. Datzelfde lichaam is uit Alexandrië daarheen gebracht in de vermaarde koopstad Venetië door enige machtige kooplieden. In de kapel die tegenover deze voornoemde kerk naar het noorden toe staat, rust het lichaam van de glorieuze martelaar St. Isedorus, dat daar vanuit het eiland Scu in Venetië is gebracht en elk jaar gaat men daar op dezelfde dag met een processie rond. In de patriarchale kerk, dat is de St. Pieter van Castello, rusten in een tombe van marmer, de lichamen van de glorieuze martelaren Sergius en Bachus. In de kerk van de heilige profeet Daniël rust het lichaam van de martelaar St. Jan, die hertog van Alexandrië is geweest en het wordt getoond in een altaar in de zuidzijde van diezelfde kerk. In de kerk van St. Jan, genaamd de Bragole, rust het lichaam van St. Jan, aalmoezenier, patriarch van Alexandrië, dat vanuit Alexandrië naar Venetië is vervoerd en daar wordt getoond in een altaar dat naar het zuiden staat, buiten het hoge koor. In de kerk van St. Anthonius rust het lichaam van St. Saba, abt, gebracht uit de stad genaamd Acre


[10r] De reliquien De welcke eertijs was in Corien ende nu te niet ghedaen ofte verderstruveert is ende t seluen Licham wort vertoont op enen autaer staende nae den oosten buijte den toor inde Cercke van de heilige drieuildichheit daer in rustet het licham vande Eerwaerdigen Monck S Augusinus twelck leijdt in een Capellen buijten de thoor Moortwaers in de Cercken van S Sachrias Rust het Lichaem van S Sachrias de vaeder van S Jan batista Ende van Gregories Nasanzenus patriarck van Constantenopelen Gebracht uijt Con stantenopelen in venetie nach het licham van S dirck Confessoor het twelck uijt het eijlant van Soma ghebrocht is item inde selfde kerck rust het licham van S pancratius Martelaer in een tommbe van marmer steen aen de eenen sijde van de hooge autaer daer beneffens oock het licham vanS sabina, marteleresse oock in eenen mormoren tombe aende andere sijden van den autaer item oock het Licham van S tomas hermijt ghebracht uijt Romanieren ten laesten oock het licham van S Lazarus Martelaer aen den een zijden in het spreeckhuijs daer de religieusen inde Cercken van S laurens Sijn Ruitende Licham van S Ligorius ende S barbaras mar telaeres ende oock van S Paulus bisschoop ende martelaer Ghebracht uijt Corstantenopelen inde Cercke van S Cebasteijan bij S Laurens Rust het licham van eenen Eerw passtoor van den onthoofden S Jan den welcken gheheeten wort beatus Johann es om dat hij noch niet gecanniseerte was

De relikwiën die vroeger in Syrië lag en vernietigd of verwoest is en het lichaam zelf wordt getoond op een altaar dat naar het oosten staat buiten het koor. In de kerk van de heilige drievuldigheid rust het lichaam van de eerwaardige monnik St. Augustinus in een kapel buiten het koor naar het noorden. In de kerk van Zacharius rust het lichaam van St. Zacharius, de vader van Johannes de Doper en het lichaam van Gregorius Nasanzenus, patriarch van Constantinopel, van daaruit naar Venetië gebracht en ook het lichaam van St. Dirk Confessoor, dat uit het eiland van Soma is gehaald, idem rust in dezelfde kerk het lichaam van St. Pancratius de martelaar, in een tombe van marmer aan de ene kant van het hoge altaar en aan de andere kant rust bovendien het lichaam van St. Sabina, martelares, ook in een marmeren tombe, idem rust hier ook het lichaam van St. Thomas, de kluizenaar, gebracht vanuit Roemenië en als laatste ook het lichaam van St. Lazarus, de martelaar, aan de ene zijde van het spreekhuis van de religieuzen. In de kerk van St. Laurens rusten de lichamen van St. Ligorius en van St. Barbara, martelares, en ook van St. Paulus, bisschop en martelaar, overgebracht uit Constantinopel. In de kerk van Sebastiaan bij St. Laurens rust het lichaam van ene eerwaarde pastoor van de onthoofde St. Jan die de gezegende Johannes genoemd wordt, omdat hij nog niet gecanoniseerd was


[10v] De Relijquien inde kercke van St Marina leijdt het licham van de seluie eerw machden buijtenden toor Ghebracht zijnde nijt Grieckenlant inde kercke van S Saluatoor het welcke is te seggen onsen Salichmacker leijt het licham van S dirck martelaer ghebracht uijt constant nopelen in de kercke van S paterniaen rusten de lichamen van S gordiaen ende epimacus onlans door reveliese verlideijt op den hooghe Autaer van desen selue kercken in de kercke van S ijuliaen martelaer rust het licham van S floriaen martelaer aen den eersten Autaer inde toor ouer ghebrocht uijt Griecken lant noch in de selfde kercke buijten de poorte vande thoor Rust het licham van S paulus den eersten ermijt Sonder het hooft inden kercke van S cantiaen Buijten den thoor rust het licham van S Maniximus bijsscop ende martelaer in de kercke van de cruijsheren Rust het licham van de maget ende martelerssen S barbara buijten de thoor in de cappelle in de kercke S Jerimias rust het licham van den eerwaerdighen S magnus den welcken fondatur is gheweest van den eersten kercke Binne venietie ende is geweest bisschop ende Confessener van altino in de kercken van S luijceia is rusten den het eerw lich aem van van S lucia magit ende martele rsse in den inganck vande kercke in een Cappelle haer toe ghewijdt ende is ghebrocht vijt Ciracusen in Constantenopelen ende van daer gebroecht in venietie inde kercke van S gervasius ende protasiues gemenelick Genoemt S tovasius rust het licham van S Grisogenus martelaer in de hoogen Autaer vanden selue kercke ghebracht

De relikwieĂŤn In de kerk van St. Marina ligt het lichaam zelf van de eerwaardige maagd buiten het koor, dat uit Griekenland is overgebracht. In de kerk van St. Salvator, dat wil zeggen onze zaligmaker, ligt het lichaam van St. Dirck martelaar, uit Constantinopel overgebracht. In de kerk van St. Paterniaan rusten de lichamen van St. Gordiaan en Epimachus, onlangs bij een revisie verlegd naar het hoge altaar van deze zelfde kerk. In de kerk van St. Juliaan martelaar, rust het lichaam van St. Floriaan martelaar. Aan het eerste altaar in het koor, overgebracht uit Griekenland. In dezelfde kerk buiten de ingang van het koor rust het lichaam van St. Paulus, de eerste kluizenaar zonder hoofd. In de kerk van St. Cantaan, buiten het koor, rust het lichaam van St. Maximus bisschop en martelaar. In de kerk van de Kruisheren rust het lichaam van de maagd en martelares St. Barbara buiten het koor in de kapel. In de kerk van St. Jeremias rust het lichaam van de eerwaardige St. Magnus die de grondlegger is van de eerste kerk in VenetiĂŤ en die bisschop en biechtvader is geweest van Altino. In de kerk van St. Lucia rust het eerwaarde lichaam van St. Lucia maagd en martelares, in de ingang van de kerk in een kapel aan haar gewijd; zij is gebracht uit Syracuse naar Constantinopel en van daar gebracht in VenetiĂŤ. In de kerk van St. Servatius en Protasius gewoonlijk genaamd St. Tovasius rust het lichaam van St. Grisogenus martelaar, in het hoge altaar van dezelfde kerk gebracht


[11r] Van venetien Uijt Zara in Venitien – inde kercke van S Niclaes van de bedelaers is rusten de het licham van S nicetus martelaer in eenen autaer buijten de toor – inde kercken van S raephael rust het licham van S Nicheta inden seluen Autaer het welcken gheb racht is uijt nicodemien in venetien inde kerkck van S kasijlius rust het licham van S con stantijn Confesseuer het welcke vervoert is uijt ancona in venetie ende leijt inde een tombe buijte den thoor inde kercken van Apollinarus buijten den thoor leijt het licham vanden heijlige propheet Jonas in enen Autaer inde kercke van S sijmon de meddesijn rusten de ghebeente van S sijmon vervoert uijt Constan tenopelen ende leggen in een toumbe van marmoir steen achter den hoogen autaer noch inde selue kercke ijs rustende in een toumbe is rustende het licham van S hermolaus priester ende Martelaers ghebrocht uijt nicodemien in uenetien inde kercke van S nickaes van lio leijdt het licham van S niclaes de groote ardtschbisscop van mirra noch het eerw licham van S nicklaes sijnen oom den bisschop de welcke hem S nickaes priester ordenerde ende hem daer nae abdt heeft ghemackt van een Clooster denoemt den bergh van sijon item het lichaem van S dirck aertsche pisscop allee de selue lichamen sijn onder den hoogen Autaer Rustende ende zijn ghebracht uijt mirra in de stadt van venetie ghelijck als blijckt inde historie van de vervoeringhen inde kercke van S lena van het orden vanden berch van Oli veten is Rustende de Coninghe S helena de moeder van Constantijn de keijser in eenen Sekeren Autaer inde kercke van S Jores de meerdere rust het licham van S steuen eerste martelaer de welck onlangs gheuonden is ende leijt in de autaer van Sijnen Capellen Noch inde selve kercke vint men het licham van S paulus martelaer ende hertogh van

Van Venetië vanuit Zara naar Venetië. In de kerk van St. Nicolaas van de bedelaars rust het lichaam van St. Nicetus martelaar in een altaar buiten het koor. In de kerk van St. Raphael rust het lichaam van St. Micheta, dat gebracht is uit Nicomedia naar Venetië, in hetzelfde altaar. In de kerk van St. Kasijlius rust het lichaam van St. Constantijn biechtvader, dat vervoerd is uit Ancona naar Venetië en in een tombe ligt buiten het koor. In de kerk van Apollinarus, buiten het koor, ligt het lichaam van de heilige profeet Jonas in een altaar. In de kerk van St. Sijmon de geneesheer, rust het gebeente van St. Sijmon, vervoerd uit Constantinopel en het ligt in een tombe van marmer achter het hoge altaar. Ook in dezelfde kerk rust in een tombe het lichaam van St. Hermolaus priester en martelaar gebracht uit Nicomedia naar Venetië. In de kerk van St. Niclaes van Lio ligt het lichaam van St. Niclaes de grote aartsbisschop van Myra en het eerwaardige lichaam van St. Niclaes, zijn oom de bisschop die hem, St. Niclaes, tot priester wijdde en hem daarna abt heeft gemaakt van een klooster, genaamd de berg van Sion. Idem het lichaam van St. Dirck aartsbisschop. Al deze lichamen rusten onder het hoge altaar en ze zijn gebracht uit Myra naar Venetië, zoals blijkt uit de geschiedenis van de vervoeringen. In de kerk van St. Lena van de orde van de berg Oliveten rust de koningin St. Helena, de moeder van keizer Constantijn in een zeker altaar. In de kerk van St. Joris de meerdere rust het lichaam van St. Steven eerste martelaar die onlangs gevonden is en ligt in het altaar van zijn kapel. Ook in dezelfde kerk vindt men het lichaam van St. Paulus martelaar en hertog van


[11v] De Relquien Constantenopelen in eenen autaer enden Noch de gheebeenten van den martellaer S cosmas ende domitianas in eenen autaer ende oock het Licham van S cornius den confessent in enen Autaer Allee allee welcke lichamen zij uijt Constantenopelen ghebracht in venetien in het Clooster van S seruulus rust het licham van S leo bisschop ghebracht van modon in Venetien ende leijt buijten de thoor inde kercke van S clemens paus leijdt het licham van S anianus pateriarch van alexandrien ende een desiepel van S marcus den euangelijst gebracht uijt alexandrien in venetien. Inde kercken van S cecundus martelaer daer is Sijn eijgen licham rustende ende is gebrach vijt aste in venetien inde kercke S maria van Muran is rustende het licham van S donatus Bijsschop ende Confesseur buijten den thoor inde selfde kercke inde hoogen autaer leijt het licham van S Geraert Martelaer ende Ende bijsscop van marouija wesende een vene tiaen van Gheboorten ende is van het huijs van Sagree den welcken ghemarteleseert is in hangarien ende van daer is hij Gebracht ijn Venetien inde kercke S Albaen van buraens Rustende het licham vanden selven S albaen Bijsscop ende martelaer ende leijdt in het Muide van twee heijlighen lichamen te weeten van S orfus Martelaer ende S domeneten Eermijdt ende Confisoor twelcke licham Ghebracht zijn vijt armenezen in venetie Inde kercke van S Maria van torcella lidt het Licham van S elidorus Bijesscop an Altino end Confesoor wesende ghebracht uijt altino in venetie Inde kattolijcke kercke van Torello Rust het Licham van den heilige maget ende Martelueresse fassa ghebracht van Aquileia in venetien Inde kercke van S Antonijus van torces is Rustende het licham van S Catrina

De relikwieën Constantinopel in een altaar en ook het gebeente van de martelaar St. Cosmas en Domitianas in een altaar en ook het lichaam van St. Cornius de biechteling in een altaar. Al deze lichamen zijn uit Constantinopel naar Venetië gebracht. In het klooster van St. Servulus rust het lichaam van St. Leo bisschop, van Modon naar Venetië gebracht en het ligt buiten het koor. In de kerk van St. Clemens paus ligt het lichaam van St. Anianus patriarch van Alexandrië en een discipel van St. Marcus de evangelist, uit Alexandrië naar Venetië gebracht. In de kerk van St. Secundus martelaar rust zijn eigen lichaam dat uit Aste naar Venetië is gebracht. In de kerk van St. Maria van Muran rust het lichaam van St. Donatus bisschop en biechteling, buiten het koor. In dezelfde kerk , in het hoge altaar, ligt het lichaam van St. Geraert martelaar en bisschop van Moravië die Venetiaan van geboorte is en van het huis van Sagree, die gemarteld is in Hongarije en die van daar uit naar Venetië is gebracht. In de kerk van St. Albaen van Burano rust het lichaam van dezelfde St. Albaen bisschop en martelaar en hij ligt in het midden tussen twee heiligenlichamen, te weten St. Orfus martelaar en St. Domeneten kluizenaar en biechtvader, wiens lichaam van Armeneten naar Venetië is gebracht. In de kerk van Maria van Torcello ligt het lichaam van St. Elidorus bisschop van Altino en biechtvader, dat van Altino naar Venetië gebracht is. In de katholieke kerk van Torcello rust het lichaam van de heilige maagd en martelares Fosca, dat van Aquileia naar Venetië is gebracht. In de kerk van St. Antonius van Torcello rust het lichaam van St. Catrina


[12r] Van venetien Maget Ende Martelaeresse Ghebracht vijt Arimino inde kercke van grado Rustende licham van S hermacona Paterriarck van aquileia ende fortenatus Sijnen archidiakens gebrach uijt Aquilea in venetien inde kercke vant heilich Cruijs tot Judeca Rust het Licham van athanasije pateriarck van alexander inde kerck van S rochus bijde Minderbroeders Is het selve licham Rustende hier eijndege de reliquien ofte heijlige lichamen de bijnnen venetien Rustende De kercke Cloosters soo mans als vrouuen Conventen Abdeijn priorien gast huijsen Schoole ofte gulde ende vordts de bijsschrijuenge van al het volck dat beuonden is int jaer anno 1570 binne Venetien

Van Venetië maagd en martelares, dat uit Arimino gebracht is. In de kerk van Grado rust het lichaam van St. Hermacona patriarch van Aquileia en het lichaam van Fortenatus zijn aartsdiaken, die van Aquileia naar Venetië zijn gebracht. In de kerk van het Heilig Kruis op Giudecca rust het lichaam van Athenasius patriarch van Alexandrië. In de kerk van St. Rochus bij de Minderbroeders rust het lichaam van hemzelf. Hier eindigen de relikwieën of heiligenlichamen die binnen Venetië rusten. De kerken, kloosters zowel van mannen als van vrouwen, conventen, abdijen, priorijen, ziekenhuizen, scholen of gilden en voorts de beschrijving van al het volk dat zich in 1570 in Venetië bevond.


[12v] Prochi kercke ofte wijcken Die Bijnnen Venetien zijn S pieter van casset S pateriarchet S blasius S Marten S Jan in bragola S Antonus H drievildicheijdt S serverus S poules S Jan de neuwe S pilippas en jacob S bassus S juliaenes S maria formaso S marina S lio S bartolemeues S jan crisostemus S maria noua S Cantiaen S apostola S sophya S feix S brnabas S Ragal S niclaes S Margreta S ponsalan S tomas

S marciliaen S foscu S maria Machdelena S narsula S lunardus S jeremias S Geminiaen S Moses S Luicas S salvator S funtijn S maria zubenigo S Maritius S uijtael S sameuel S angel S benedictus S paterniaen oner het groot cannael S vido S angeneet S tronasius S basilius S Jan de oonthooft is S stijn S sijmon opostel S sijmon propheet S Maertias van ville S selvester

Parochie kerken of wijken die zich in VenetiĂŤ bevinden St. Pieter van Casset St. Patriarch St. Blasius St. Maarten St. Jan in Bragola St. Antonus H. Drievuldigheid St. Serverus St. Paulus St. Jan de Nieuwe St. Philippus en St. Jacob St. Bassus St. Julianes St. Maria Formaso St. Marina St. Lio St. Bartolomeus St. Jan Crisostemus St. Maria Nova St. Cantiaan St. Apostola St. Sophia St. Felix St. Barnabas St. Rachel St. Niclaas St. Margareta St. Ponsalan St. Tomas

St. Marciliaan St. Fosca St. Maria Magdalena St. Narsulo St. Lunardus St. Jeremias St. Geminiaan St. Moses St. Lucas St. Salvator St. Funtijn St. Maria Zubenigo St. Mauritius St. Vitaal St. Samuel St. Angel St. Benedictus St. Paterniaan over het Groot Kanaal St. Vido St. Angel St. Tronasius St. Basilius St. Jan die onthoofd is St. Stijn St. Simon Apostel St. Simon Profeet St. Mathias van Rille St. Silvester


[13v] De kercken van Venetien S Luica S Clara van veneten

De kerken van Venetië den H geest Allee heijlighen

St. Lucia St. Clara van Veneten

De H. Geest Alle heiligen

de Gasthuijsen binne veneten Het Gasthuijsen van Jusu het Clin Gasthuijs van S Cristi tot S antoniens Maria het welcken staet bij S Peter ende S pau den toren van S Marcus ten de natien het huijs S vido Gods aensicht S barthelomeus van casse het H Geest ten Cruijsdragers S boldus S Marten S Jan en paulus De barmherticheijt S Raphael de engeneesbare De Liefde S lasarus S Jan euangelist de hochscholen H Cruijs de oude la Zarije S andries de niewe Laserije

De ziekenhuizen van Venetië Het ziekenhuis van Jezus Christi tot St.Anthonius het Kleine ziekenhuis van St. Maria dat staat bij de toren van St. Marcus St. Pieter en St. Paul Ziekenhuis van St. Cristi tot St. Anthonius Te devotiën het huis Gods aangezicht St. Vido St. Bartholomeus van de Heilige Geest Te Kruisdrager St. Boldus St. Maarten St. Jan en Paulus De Barmhartigheid St. Raphael de ongeneesbare De Liefde St. Lazarus St. Jan Evangelist De Hochscholen H. Kruis De Oude Lazarije St. Andries De Nieuwe Lazarije

de Groten schoolen ofte gulden bijnnen veneten S Marcus de Liefde de barmherticheijdt

De grote scholen of gilden in Venetië St. Marcus St. Jan Evangelist De Liefde St. Rochus De Barmhartigheid St. Theodorus

S Jan Euangelist S rochus S theodorus

Beschrijving van al het volk dat zich in 1570 in Venetië bevond. Beschrivinghe van Allee het Volck dat binne venetien int jaer 1570 bevonden is Mans Vrouuen Kinderen van 6 jaer tot 20 Moncken Nonnen Joden

59349 67531 58412 2183 2081 1157

Mannen Vrouwen Kinderen van 6 jaar tot 20 Monniken Nonnen Joden

59349 67531 58412 2183 2081 1157


[14r] Comende Wederom op mijnen voorghenomen reise nae de heijlighe stadt Jerusalem Den 29 juni op Sijnt pieteres ende Paulus dagh Soo zijn wij pelgrims van Venetien af Gheuaren met een Barcke Aeen het Groot Schip Groot zijnde van hondert lasten t welck lach op de ree omtrent een duisse mijlen in zee ende den derchtichts hebben wij Grooten noot gheleede van storm ende Grooten omueer dat wij menden dat weij Menden dat wij al virgaen Souden hebben ende verliesende een groot Ancker die wij des anderen dachs door een boije wederom opghehalt ende Ghecregen hebben, ende ten tweede julij ontrent de klock twaelef uren op de mijddach Soo zijn wij zijl Gegaen van veneten na Sipres, op maria visitaten dach den tienden juli Ontrent ten 5 uren bij den auont Soo zijn Wij tot Santen Ghecomen in Griecken Lant met Goede voor Spet het welcke Een eijlant is daer Gijngen wij pelgrims op ende besagent eijlant ende de kercke daer Grieken ende Daer stont ter Seluer teijt een doode Cerpes ofte licham bouen de Aerde leggende op een baer daer songe sij de Exequien int Griecx ende wijeroockten soo datter Seer benaeut was voor ons die het vijt gheuent en waren de Griecsche kercken Sijn Seer Clijn soo dat de vrouuen vanden doode sttonde ijnt uoor portael ende mackten Seer Groot misbaer ende Gehult trocken haer bij het haer ende sloegen haer met vijsten op haer hoofden ende Crabbelden haer selfs int aenghesicht oock Sloegen Sij op haren borsten soo dat het deerlijck om Sijnen was hier wonen oock mede eenighe Minnebroeders houdende onder haer de rom sche oude religie Int openbaer op het eijlant van santa haren woonplaesen zijn Gelegen op de hauen vander Zee onder het Geberchte ende brune bouen op den berch Leijt een Casteel ofte sterckte Soo groot dat het hem veeren in zee ver toont oft een Clijn Stedeken waer ende is een seer vruchtbaer eijlant van wijnen ende recht ouer de zee van Zante

Weer terug naar mijn voorgenomen reis naar de heilige stad Jeruzalem Op 29 juni, op St. Pieter en Paulusdag zijn wij, pelgrims, van Venetië uitgevaren met een bark, een heel groot schip, dat honderd lasten groot was en dat ongeveer een Duitse mijl in zee op de rede lag. De dertigste zijn wij in grote nood geweest door storm en zwaar onweer zodat wij meenden dat wij zouden vergaan. Daarbij hebben wij een groot anker verspeeld, dat wij de volgende dag met een boei weer opgehaald en terug gekregen hebben. De tweede juli omtrent de klok van 12 uur op de middag zijn wij onder zeil gegaan van Venetië naar Cyprus. Op de dag van de openbaring van Maria, de tiende juli, ongeveer om 5 uur ’s avonds zijn wij met goed weer gekomen tot Zakynthos1 in Griekenland. Spet? Het is een eiland waar wij met goed weer aan land zijn gegaan en het eiland en de kerk van de Grieken hebben gezien. Daar lag op datzelfde moment een dood corpus of lichaam boven de grond op een baar. Zij zongen de lijkdienst in het Grieks en wierookten zo dat het zeer benauwd voor ons was, die het niet gewend waren. De Griekse kerken zijn zeer klein, zodat de vrouwen van de dode in het voorportaal stonden. Zij maakten zeer veel misbaar en gehuil en zij trokken zich aan het haar en zij sloegen zich met de vuisten op het hoofd en krabden zich zelfs in het gezicht en zij sloegen zich ook op hun borsten, zodat het droevig was om te zien. Hier wonen bovendien ook enige minderbroeders die de oude Roomse religie in het openbaar in stand houden op het eiland Zakynthos. Hun woonplaatsen staan aan de zeehaven onder de berg en boven op de berg staat een kasteel of sterkte, zo groot dat het van ver in zee lijkt op een kleine stad. Het is een zeer vruchtbaar eiland met wijnbouw en recht tegenover de zee van Zakynthos.

1

ACHTERGROND Zakynthos, de Italiaanse naam is Zante of Zacinto


[14v] Pelgrimse Reijse Een Groot slot ofte sterckte dat den Turck toecomt alsoo het selbiegie lant van den turcke oock bewoont woort, den twaelefte deser mant juli zijn wij wederom t zijl Ghecomen soo is ons beiegent een seer Groot schip stellende zijnen Cors Rech tegen ons aen hem vertonende oft een zee Roouer hadde gheweest, dit onsen pateroen Siende liet al Sij Gheschut geret machen Om tegens hem te Slan stellen de al het Weerbaer volck elck op zijn quartier Waer ouer ons een Grote vreese onge jacht wierdende hij quam stontelick op on Sonder enighe tecken van bannieren ofte Vlagen te doen alsoo weij deden om ons kenbaer te macken van vaer ons Schip was Ende ons soo naer bij Comende dat Onse patrion hem toe mocht beroepen en van vaerheijt schijp ware ende hem Eerst den derden roep antwoorden ende soo het de leste reijse was ende niet gheantwoort hedde soo souden onsen patroon daer in gebr acht hebben ende seijde ick ben oock een Venetianer ende dat hij dede dat dede hij vantros ende daer naer liet hij sijne vlachen ende vandels vliegen ende vijtuaien den twinchen chsten juli onttrent elf uren inder nacht Soo Sijn wij ghekomen tot salmis in cijpers wesende de vijterse hauen van venetien soo ist datmen voorbij vaert de eerste hauen ghenaemt bassa ende de anderen Lenisson dese drie voorschreven hauens zijn Gheleegen int eilant Cipres ende des Morges metten opganck der Sonnen Soo deden onse patroon vijer Schuten met de Canons leggende in onse merssen ende deden zijnen vlaggen vliegen dat nu gedaen zijnde soo Sijn wij allee bouen opt schip Gecomen Seer verblijt wesende van onse weel ouercomste tot aldaer toe ende Loofde Godt opt Schip staende soo is een quade stinckende ende onghesonde Lucht beiegent uijt dijt voorschreuen eijlant dat wij Allee wederom onder ijnt Schip liepen

Pelgrimage Een groot slot of sterkte dat aan de Turk toebehoort zodat hetzelfde land van de Turk ook bewoond wordt. De twaalfde van de maand juli hebben wij weer het zeil gehesen en al snel is een zeer groot schip ons tegemoet gekomen en heeft zijn koers op ons aan gelegd zodat het voor ons erop leek dat hij een zeerover was. Toen onze kapitein dat zag liet hij al het geschut gereed maken om tegen hem slag te leveren en al het weerbaar volk zich opstellen op zijn plaats. Terwijl ons een grote benauwde jachtige vrees beving kwam hij vermetel op ons af zonder enig teken van vanen of vlaggen te tonen. Dus dat deden wij wel om kenbaar te maken waar ons schip vandaan kwam tot hij zo dichtbij kwam dat onze kapitein hem kon toeroepen waar het schip vandaan kwam en waar het heenging. Pas op de derde roep kwam het antwoord dat het de laatste reis was en als hij niet geantwoord zou hebben dan zou onze kapitein iets in gebracht hebben en hebben gezegd: ik ben ook een Venetiaan en dat deed hij. Hij deed dat van trots. En daarna liet hij zijn vlaggen en vaandels vliegen en uitwaaien. De twintigste juli omtrent elf uur ’s nachts zijn wij tot in Salamis op Cyprus gekomen, dat is de verste haven van Venetië omdat men voorbij vaart aan de eerste haven genaamd Bassa en dan de andere, Lenisson. Deze drie voornoemde havens zijn gelegen op het eiland Cyprus en ’s morgens bij zonsopgang gaf onze kapitein vier schoten met de kanonnen bij het aanleggen aan de kade en hij liet zijn vlaggen wapperen. Toen dat gedaan was zijn wij dus allen boven aan dek gekomen omdat wij heel blij waren met de goede overtocht tot daar toe en wij loofden God. Toen wij boven op het schip stonden werden wij zo overvallen door een kwalijk stinkende en ongezonde lucht uit dit voornoemde eiland dat wij allen weer naar beneden in het schip liepen,


[15r] Nae jerusalem Liepen want den Schipper van onse Schip ons waerschouden eerdat wij opt Schijp Soude Gaen eerst ende voor al een Goet dicht lijft maken om wat tegens de quade lucht Ghewapent te wesen want het is1 een onghesont eijlant accordert met onse natuijr niet waer het ghemenen Spreeckwoort van is het kerckhof der pelgrims wij seijlde den enentwintic chtsten rontsomme dit voorschhreven eijlandt ende hebben aldaer Gehuijrt een Clijn Schepken van Ses lasten groot ende daer met gheseijlt na Jaffa ende wederom tot Sipres voor hondert veneecsche Croonen dies beeloofde onse patroon dat hij onsen taelman wesende Soude int heijlich lant want hem de sprake wel bekent was ende noch dagelicx aldaer zinde Coopmanschp dede ende hij was een seer Oprecht ende ghetrou man sijnen naem was mansur donutri ende was woonachtich tot famagusto in eijlandt van Cijpres den Berch olijmpus ofte Cruijs Berch Genamt den 29 julij Sijn Wij met dijt Voorschreven schepken t zeijl gegaen van Saluns nade hauen van limisson ende de wijnt was ons tegen soo dat wij met ons 15 pelgrims metten boot aent wierden geset ende huerden aldaer een vagen die de ossen voort trocken ende quamen alsoo tot Limissen aen ende verwachten aldaer ons gehurt sche pen ende namen eerst onse reise dae dese cruijs berch aldaer den volcken was leggende in onse passagie ofte wech als wij nu qnamen aen de voet van desen berch aldaer wij ons vernachten onder de blaue hemel op den aerde neder ende des anderen dach te voete op den berch gegaen ende is wel 2 uren gaens hooch ende is oock den hoogsten ende stijlsten opgaende berch int eijlant van ghantsch Cipren de welcken wij verre in zee ghesien hebben op den berch vonden vij een Closterken daer in waeren twee Geestelicke persoonen uijt griecken landt met noch een cleijn kersken daer worden ons getoont in Alderhochste vant kercksken het Cruijs vanden bekerden ofte rechtvaerdighe mordenaer die ghenaemt was dismas die met Cristus gecruijst woorden op den berch van Caluartien die desen woorden sprack aen de Cruijse heer zijt mijner gedachtich als ghij Comt in u rijcke waer

1

INGREEP [tegens] vervangen door [het is]

Naar Jeruzalem want de schipper van ons schip waarschuwde ons al voordat wij aan dek zouden gaan eerst en vooral het lichaam goed te bedekken om wat tegen de kwalijke lucht beschermd te zijn, want het is een ongezond eiland. Het komt niet overeen met onze natuur en het algemene spraakgebruik spreekt van het pelgrimskerkhof. Wij zeilden de een en twintigste om dit voornoemde eiland heen en hebben daar een klein schip gehuurd dat zes lasten groot was, waarmee wij naar Jaffa zijn gezeild en weer terug naar Cyprus. Voor honderd venetiaanse kronen beloofde onze kapitein dat hij onze tolk zou zijn in het heilig land, omdat hij de taal kende en nog dagelijks als hij daar was handel dreef. Hij was een zeer oprechte en betrouwbare man en zijn naam was M.Donutri en hij woonde in Famagusto op het eiland Cyprus. De berg Olympus of de Kruisberg geheten. De negen en twintigste juli zijn wij met dit voornoemde scheepke onder zeil gegaan van Salunt naar de haven van Limisson. Wij hadden tegenwind, zodat wij, onze 15 pelgrims, met de boot aan land werden gezet, waar wij een wagen huurden die door ossen getrokken werd. Zo kwamen wij in Limisson aan en wachtten er op ons gehuurde schip. Wij maakten eerst een reis naar de Kruisberg. Aldaar versprde het volk onze doorgang of weg, toen wij aan de voet van de berg kwamen. Wij overnachtten onder de blauwe hemel op de grond. De volgende dag zijn wij te voet de berg opgegaan, wat wel twee uur gaans omhoog is en het is dan ook de hoogste en steilst oprijzende berg van het hele eiland Cyprus, dat hebben wij van ver in zee gezien. Op de berg troffen wij een klein klooster aan, met daarin twee geestelijken uit Griekenland en ook een kleine kerk, waar ons het allerhoogste van het kerkje werd getoond: het kruis van de bekeerde of rechtvaardige moordenaar. Hij heette Dismas en werd met Christus gekruisigd op de berg Golgota en hij sprak deze woorden aan het kruis: Heer, gedenkt gij mij als gij in uw rijk komt waar


[15v] Pelgrimsche Reise De heere Christus onsen salichmacker antwoorden Heeden Sult Ghij met mijn zij int paredijs alsoo Gheschreuen staet luicas Cap 23 vers 42 en 43 ende dit Cruijs was breet seuen duijmen ende vijf duijmen dick ende is aen beijde Sijden inder muer gheuocht in de gaten los staende ende is vriuat langher dan een manken vamen en het Cruijs te reckenen komt recht int midden soo dat het schijnt en stuck van beneden bouen aen gheset is ende van voore beslagen met blick ende daer op vergult ende voort versor met Sijlueren plaetgens ende die zijn opt Cruijs vast gemaeckt ende wert dagelickx wel bewaert van de Griecken op dat het van Genige natien Soude Geschendt ofte wech ghenomen word de 2 Augustus des morgens voorder sonnen op Ganck zijn wij ghekomen tot limnisson ende verwachten aldaer ons Gheuert schepken tot op den vyerden deser mant soo is dat aldaer oock Gheariueert ende het was ses dagen onderweghen int eijlant van Cijpres daer waren Seer veel bonten Craijen twelck wij aensagen met veruonderen inde nederlanden comen Sij in het kouste van de wijnter ende daer waeren desen int heeste vande soomer want de sonne Schijnt Soo heet op de Landen dat men ment te verbranden inde heetste van de Daghen Soo dat men van ,des, morgens ten tijen vren tot vijer vren toe de straten niet ofte weijnich Can Ghebruicken ende dan Begintet een weijnich Can ghebruiken ende dan begintet een Weijnich te Weijen Vijter Zee daert lant een Weijnich met vercoelt wert ende Allee de genen die daer door het lant wijllen reijsen moeten bij der nacht doen den 5 Augustus ontrent twee uijren voor de sonnen ondergan nck zijn wij wederom t zijl Gegaen van Limison nae Jafpha nae het heijlijgh Lant

Pelgrimage de Here Christus , onze zaligmaker, antwoordde: heden zult gij met mij zijn in het paradijs. Zo staat het beschreven in Lucas hoofdstuk 23 vers 42 en 43. Dit kruis was zeven duim breed en vijf duim dik en het is aan beide zijden in de muur gevoegd en het stond los in de gaten. Het is vrij wat langer dan een man kan omvatten en als men het kruis beschouwt komt men recht in het midden uit, zodat het lijkt alsof een stuk van beneden boven aangezet is en het van voren met blik beslagen is en daarna verguld. Voorts versierd met zilveren plaatjes die op het kruis zijn vastgemaakt en dagelijks goed worden beveiligd door de Grieken, opdat zij door geen enkel land zouden worden geschonden of weggenomen. 2 augustus voor zonsopgang zijn wij in Limasol aangekomen en wij hebben daar op ons gehuurde schip gewacht tot de vierde van deze maand en toen is dat ook gearriveerd, nadat het zes dagen onderweg was geweest. Op het eiland Cyprus waren zeer veel bonte kraaien, die wij met verwondering bezagen, want in Nederland komen zij in het koudst van de winter en daar waren ze in het heetst van de zomer. Want de zon schijnt zo heet op het land dat men meent te verbranden op het heetst van de dag, zodat men van ’s morgens tien uur tot vier uur toe de straten niet of een beetje kan gebruiken. Dan begint het een beetje te waaien uit zee waardoor het land een beetje koeler wordt. Al diegenen die door het land willen reizen moeten dat ’s nachts doen. Op 5 augustus omtrent twee uur voor zonsondergang zijn wij weer onder zeil gegaan van Limasol naar Jaffa naar het heilige land


[16r] Nae Jerusalem de 5 Augusti ontrent twee uijren voor de sonnen onderganck zijn wij wederom tzijl ghegaen van limison nae Jafpha nae het heijlich lant den 8 Augustus soo hebben wi in den morgenstont het heij lich lant beginnen te sijen waer ouer wij seer verblijt waren ende hebben beginnen te sijngen te deumlaudamus Ghelijckerhant te seluigen daghen ontrent ten 6 uijren nade middagh soo hebben wij Jafpha int ghesijcht gecregen1 [afbeelding] Den 9 Augusti inden morgenstondt ontr de klock negen uren soo zijn wij Gheco men inde erste stadt van het heijlich landt Jafpha Ghenamt inde

1

INGREEP [egen] interlineair

Naar Jeruzalem Op 5 augustus omtrent twee uur voor zonsondergang zijn wij weer onder zeil gegaan van Limasol naar Jaffa naar het heilige land. Op 8 augustus in de morgenstond begonnen wij het heilige land te zien waarover wij zeer verheugd waren en wij zijn tezamen begonnen het te deum laudamus te zingen. Dezelfde dag omtrent 6 uur na de middag hebben wij Jaffa in het zicht gekregen. Op 9 augustus in de morgenstond omtrent de klok van 9 uur zijn wij gekomen in de eerste stad van het heilige land, Jaffa geheten. In de


[16v] Pelgrimsche Reisen Heilighe Schrifture Joppe dat is te Seggen schoonheijdt ende dese stadt is seer ver vallen ende ghestrueert van den turcken soo datter teghenwordich niet mer te sijen is dan ver vallen muren van huisen ende 2 torens die op het Gheberchte staen daer de turcken haer wach(t??) op houden in desen plaece heeft S pieter die desiepelen dorcas vander doot verweckt ende hij was Gheherbercht bij Sijnoen den leerbereijder alsoo staet actorum 9 ende desen stadt is ghe sticht voor het Ghemen deluvij ofte water vloet nae het Seggen ofte Schriven van Pellegrims pomponis mella solinus ende anderen meer Sommighe Schriven het toe jap het des patriarches noe in desen stadt hebben Geregeert twee broeders met mamen phinus ende Cephus desen Cephus desen Sep huijs was den vader van andromida die aldaer voor een zee monster was Ghestelt ende verlost door perseus door den ouerwinninge van het zee monster marcus scaurus wesende een edelis heeft desen gebenten nae romen doen brenghen de welcke beuonden werden inde lenckt veertich voeten ende de hoochste van de grootste oliphant inde teijde van joep ende sinte hieronimus was noch aldaer te sijen de steen rots ketenen ende andre dinghen meerhier van Schrift oock de heijligen Augustus in zijn tiende boeck als dat de prophet Jonas van desen stadt scheep gegaen is ende vlietende voor het Aensijt Godts nae Ciclien ende door de Groote tempeest der zee wierden het lot onder haer geworpen ende viel op Jonas ende hem werpende inde zee ende worden ingheslicht van den walvis ende de zee stijlden van de Grooten ongestuim icheijt ende Jonas was drie dagen en drie nachten inde walvis ende leuendich te lande Gheschoten waer over hij hem wel bedacht ende berou, hadden van sijnen zonden keerden nae de Groote stadt ninive

Pelgrimage heilige schrift Joppe, dat wil zeggen: schoonheid. Deze stad is zeer vervallen en verwoest door de Turken, zodat er tegenwoordig niet meer te zien is dan vervallen muren van huizen en twee torens die op het gebergte staan, waar de Turken de wacht houden. In deze plaats heeft St. Pieter, de discipel, Dorcas uit de dood gewekt en hij heeft gelogeerd bij Simon de leerlooier, zo staat het beschreven in handelingen 9. Deze stad is gesticht voor de grote zondvloed of watervloed zoals gezegd of geschreven door de pelgrims Pomponis, Mella en Solinus en nog wat andere. Sommigen schrijven het toe aan Japhet, de patriarch. Welnu, in deze stad hebben twee broers geregeerd, die Phinus en Cephus heetten. Deze Cephus, was de vader van Andromeda, die daar aan een monster werd geofferd en verlost door Perseus door een overwinning op het zeemonster. Marcus Scauris, die een edelman was, heeft het gebeente naar Rome laten brengen dat gevonden werd in de lengte veertig voet. De hoogste en grootste olifant in de tijd van Joep en St. Hieronimus was ook daar te zien, de rotssteen, ketenen en nog meer andere dingen. Hierover schrijft ook de heilige Augustus in zijn tiende boek. Hoe de profeet Jonas van deze stad scheep gegaan is vluchtende voor het aangezicht van God naar CiliciĂŤ en door een hevige zeestorm werd getroffen. Men dobbelde, het lot viel op Jonas en men wierp hem in zee waar hij door een walvis werd ingeslikt waarna de zee verstilde en de grote onstuimigheid verdween. Jonas was drie dagen en drie nachten in de walvis voor hij levend aan wal gespuugd werd. Hij liet daarover zijn gedachten gaan en had berouw van zijn zonden. Hij keerde naar de grote stad Ninive


[17r] Nae Jerusalen Leerende het Volck afstant te doen Van haeren groote sonden ende dat sij soude doen boeten ende penetensi den Coninck dit hoorende leijde af1 Zijnen Costelijcke purperen mantel ende becleede hem met een haeren Cleet dede boete ende penetensi ende hedde berou van allee zijnen Sonde och dese exempelen behoorden wij Cristenen oock te volgen ende ter herte te nemen Om Cijnderen des euege leuens te worden, op den 10 Augusti ontrent den middach Soo zijn wij pelgrims Gereist nae de stadt rama sommeghe op paerde ende [afbeelding] Sommege op muijesels ende zijn daer gecomen ontrent den auent hebben de seer goede wech gehadt onderwegen sagen wij aen de slincker hant eenen toren soo men daer seijde dat Den Ridder Sint Jores op onthooft was

1

INGREEP [af] interlineair

Naar Jeruzalem en leerde het volk afstand te doen van hun grote zonden en dat zij boete zouden doen en penitentie. Toen de koning dit hoorde legde hij zijn kostbare purperen mantel af, kleedde zich met een mantel van haar, deed boete en penitentie en had berouw van al zijn zonden. Deze voorbeelden behoren wij Christenen ook te volgen en ter harte te nemen om kinderen van het eeuwige leven te worden. Op 10 augustus omtrent de middag dus zijn wij, pelgrims, naar de stad Rama gereisd. Sommige pelgrims op paarden en sommige op muilezels en zijn daar omtrent de avond aangekomen na een zeer goede reis te hebben gehad. Onderweg zagen wij aan de linkerkant een toren waarvan men daar zei dat er de ridder St. Joris, op onthoofd was.


[14r] Comende Wederom op mijnen voorghenomen reise nae de heijlighe stadt Jerusalem Den 29 juni op Sijnt pieteres ende Paulus dagh Soo zijn wij pelgrims van Venetien af Gheuaren met een Barcke Aeen het Groot Schip Groot zijnde van hondert lasten t welck lach op de ree omtrent een duisse mijlen in zee ende den derchtichts hebben wij Grooten noot gheleede van storm ende Grooten omueer dat wij menden dat weij Menden dat wij al virgaen Souden hebben ende verliesende een groot Ancker die wij des anderen dachs door een boije wederom opghehalt ende Ghecregen hebben, ende ten tweede julij ontrent de klock twaelef uren op de mijddach Soo zijn wij zijl Gegaen van veneten na Sipres, op maria visitaten dach den tienden juli Ontrent ten 5 uren bij den auont Soo zijn Wij tot Santen Ghecomen in Griecken Lant met Goede voor Spet het welcke Een eijlant is daer Gijngen wij pelgrims op ende besagent eijlant ende de kercke daer Grieken ende Daer stont ter Seluer teijt een doode Cerpes ofte licham bouen de Aerde leggende op een baer daer songe sij de Exequien int Griecx ende wijeroockten soo datter Seer benaeut was voor ons die het vijt gheuent en waren de Griecsche kercken Sijn Seer Clijn soo dat de vrouuen vanden doode sttonde ijnt uoor portael ende mackten Seer Groot misbaer ende Gehult trocken haer bij het haer ende sloegen haer met vijsten op haer hoofden ende Crabbelden haer selfs int aenghesicht oock Sloegen Sij op haren borsten soo dat het deerlijck om Sijnen was hier wonen oock mede eenighe Minnebroeders houdende onder haer de rom sche oude religie Int openbaer op het eijlant van santa haren woonplaesen zijn Gelegen op de hauen vander Zee onder het Geberchte ende brune bouen op den berch Leijt een Casteel ofte sterckte Soo groot dat het hem veeren in zee ver toont oft een Clijn Stedeken waer ende is een seer vruchtbaer eijlant van wijnen ende recht ouer de zee van Zante

Weer terug naar mijn voorgenomen reis naar de heilige stad Jeruzalem Op 29 juni, op St. Pieter en Paulusdag zijn wij, pelgrims, van Venetië uitgevaren met een bark, een heel groot schip, dat honderd lasten groot was en dat ongeveer een Duitse mijl in zee op de rede lag. De dertigste zijn wij in grote nood geweest door storm en zwaar onweer zodat wij meenden dat wij zouden vergaan. Daarbij hebben wij een groot anker verspeeld, dat wij de volgende dag met een boei weer opgehaald en terug gekregen hebben. De tweede juli omtrent de klok van 12 uur op de middag zijn wij onder zeil gegaan van Venetië naar Cyprus. Op de dag van de openbaring van Maria, de tiende juli, ongeveer om 5 uur ’s avonds zijn wij met goed weer gekomen tot Zakynthos1 in Griekenland. Spet? Het is een eiland waar wij met goed weer aan land zijn gegaan en het eiland en de kerk van de Grieken hebben gezien. Daar lag op datzelfde moment een dood corpus of lichaam boven de grond op een baar. Zij zongen de lijkdienst in het Grieks en wierookten zo dat het zeer benauwd voor ons was, die het niet gewend waren. De Griekse kerken zijn zeer klein, zodat de vrouwen van de dode in het voorportaal stonden. Zij maakten zeer veel misbaar en gehuil en zij trokken zich aan het haar en zij sloegen zich met de vuisten op het hoofd en krabden zich zelfs in het gezicht en zij sloegen zich ook op hun borsten, zodat het droevig was om te zien. Hier wonen bovendien ook enige minderbroeders die de oude Roomse religie in het openbaar in stand houden op het eiland Zakynthos. Hun woonplaatsen staan aan de zeehaven onder de berg en boven op de berg staat een kasteel of sterkte, zo groot dat het van ver in zee lijkt op een kleine stad. Het is een zeer vruchtbaar eiland met wijnbouw en recht tegenover de zee van Zakynthos.

1

ACHTERGROND Zakynthos, de Italiaanse naam is Zante of Zacinto


[17v] Pelgrimsche Reijse Dese stadt rama is redelijcke betimmer heeft Eenen hoogen steenen tooren die men verre onder wegen sijen can maer die in wonderen laten dese stadt Seer vervallen dese stadt leijt in een vlack Santigh velt met olijve ende palmboomen beplant, de turcken branden alteijt lampen ter eeren van dese heijligh ende welcke Sij in haer Spracke noemen deseleth rozatel t welck is te Seggen den rijdder van het wijtte paert ende wij pelgrims Bijnnen rama comende soo worden wij ghebracht in een ledich huijs daer niemandt en woonde ghelick oft voor de pelgrims Gemackt twaer ende het Scheen wel een Clooster gheweest te Sijn ende den andere dachs quam daer den vijcarius van de minne broeders van Jurusalem comende van Constantenopel inde plaes van den Gardeijaen1 ende dese vicarius bracht met hem een taelman als oock dertien pelgrims onder den Voorschreuen pelgrims waren 3 minnebroeders te weten twee Walen ende allee de andere italiaenen ende waren op de Wederom reijse nae Jafpha. dese voor Schreuen vicarius dese onse pelgrims allee bij een comen ende vij waren 52 sterck int Getal ende vrachde ons af oft wij oock bescheijt ende bevijs haden van den heijligen vader den paus van Romen om te moghen besoecken, wij antwoorden als dat wij Geen beschijt en hadden soo dede hij ons allee neder knielen ende de confitier lesen dijt nu gedaen sijnde soo heeft hij Selfs een colect gelesen ende ons Gealsolvert ende de benedic ksie gegeuen om vrij te moghen reijsen door het Gantsche heijlich landt ende alsoo voorts onse reijse nae Jerusalem Ghenomen den 13 Augusto ontrent twee uijren inder nacht soo zijn wij gereden vijt Rama nae de heijlige stad jerusalem ende onder vegen convij hebbende met een Gemster met de mocker genaemt de welcke de besten daer wij op saten nae lopen Wesende ontrent Seuentich mannen sterck want het ijs een seer priculensen wech om te reijsen besonder ijnt philisteensche gheberchte daer haer de aerrebeijters onthouden ende daer en can niemant door reise ofte men moet haer tevrede stellen want desen en zijn bijde turcken niet te vergelicken van boosheijt ende oock onbecent ende worden geacht bij struijckrovers ende mordenaers want sij en passen op niemant op den turck noch op den Cruijsten en onthouden haer in hollen Speloncken vant gheberchte ende leeven op den rooft soo dat men geen middel en weet om dit volck te verdriven uijt het lant alsoo ick selfs

1

INGREEP [d] doorgehaald

Pelgrimage Deze stad Rama is redelijk met vestingwerken versterkt en heeft een hoge stenen toren die men onderweg van ver kan zien, maar de inwoners laten deze stad zeer vervallen. Deze stad ligt in een vlak zandig veld dat met olijven en palmbomen beplant is. De Turken branden altijd lampen ter ere van de heilige die zij in hun taal Deseleth Rozatel noemen, dat wil zeggen de ridder op het witte paard. Toen wij, pelgrims, Rama binnenkwamen, werden wij naar een leeg huis gebracht, waar niemand woonde. Het leek wel of het voor de pelgrims gemaakt was, of het leek wel een klooster geweest te zijn. De volgende dag kwam daar de vicaris van de Minderbroeders van Jeruzalem. Hij kwam van Constantinopel in de plaats van de overste en deze vicaris bracht een tolk met zich mee en ook dertien pelgrims. Onder de voornoemde pelgrims waren 3 minderbroeders te weten twee Walen en alle anderen waren Italianen en zij waren op de terugreis naar Jaffa. De voornoemde vicaris liet ons, pelgrims, allen bijeenkomen en wij waren 52 man sterk in getal. Hij vroeg ons of wij ook een verklaring en bewijs hadden van de heilige vader de Paus van Rome om het heilige land te mogen bezoeken. Wij antwoordden dat wij geen verklaring hadden en dus liet hij ons knielen en een schuldbekentenis lezen. Toen dit gedaan was, heeft hij zelf een gebed gelezen en ons geabsolveerd en de zegen gegeven om vrij te mogen reizen door het ganse heilig land en zo hebben wij onze reis naar Jeruzalem voortgezet. De 13e augustus omtrent twee uur ’s nachts zijn wij dus uit Rama gereden naar de heilige stad Jeruzalem. Onderweg hadden wij begeleiding van iemand die Gemser met de moker heette, die de beesten waarop wij zaten naliep en hij was met ongeveer zeventig man sterk, want het is een zeer gevaarlijke weg om te reizen. In het bijzonder in het Philistijnse gebergte waar zich de Arabieren ophouden. Daar kan niemand door reizen of men moet hen tevreden stellen, want deze zijn met de Turken niet te vergelijken in kwade bedoelingen en ook onbekend. Zij hebben de achting van struikrovers en moordenaars, want zij zijn bang voor niemand, noch voor de Turk, noch voor de Christen. Zij houden zich op in hun holle spelonken van het gebergte en leven van het roven, zodat men geen middel weet om dit volk te verdrijven uit het land. Zoals ik zelf


[18v] Pelgrimse Reijse Beminde Leesser ten sal u niet verdrieten dat Ick een weinich verhael van de1 gelegentheijt van Out Jursalem alsoo het was ten teijden onse Salijchmacker Jesu Crijsty

Pelgrimage Beminde lezer, het zal u niet verdrieten dat ik wat vertel van de toestand van Oud Jeruzalem zoals het was ten tijde van onze zaligmaker Jezus Christus. [Afbeelding]

[Afbeelding] Dijt naervolgende zijn de voornaemste Plaesen in Jerusalem 1 de poorte van Jafph 7 het huijs van S Marcus 2 het Castel 8 het huijs van S tomas 3 het Convent catholicke 9 de kercke van S jacob 4 de kerck vant heijlich graf 10 het huijs van annas 5 het huijs Zebedeues 11 de poorten van den berch Sijon 6 de isere poorten

1

INGREEP [de] interlineair

Hierna volgen de voornaamste 1. De poort van Jaff 2. Het kasteel 3. Het Katholieke convent 4. De kerk van het heilig graf 5. Het huis Zebedeus 6. De ijzeren poort

plaatsen in Jeruzalem: 7. Het huis van St. Marcus 8. Het huis van St. Thomas 9. De kerk van St. Jacob 10. Het huis van Annas 11. De poorten van de berg Sion


[15v] Pelgrimsche Reise De heere Christus onsen salichmacker antwoorden Heeden Sult Ghij met mijn zij int paredijs alsoo Gheschreuen staet luicas Cap 23 vers 42 en 43 ende dit Cruijs was breet seuen duijmen ende vijf duijmen dick ende is aen beijde Sijden inder muer gheuocht in de gaten los staende ende is vriuat langher dan een manken vamen en het Cruijs te reckenen komt recht int midden soo dat het schijnt en stuck van beneden bouen aen gheset is ende van voore beslagen met blick ende daer op vergult ende voort versor met Sijlueren plaetgens ende die zijn opt Cruijs vast gemaeckt ende wert dagelickx wel bewaert van de Griecken op dat het van Genige natien Soude Geschendt ofte wech ghenomen word de 2 Augustus des morgens voorder sonnen op Ganck zijn wij ghekomen tot limnisson ende verwachten aldaer ons Gheuert schepken tot op den vyerden deser mant soo is dat aldaer oock Gheariueert ende het was ses dagen onderweghen int eijlant van Cijpres daer waren Seer veel bonten Craijen twelck wij aensagen met veruonderen inde nederlanden comen Sij in het kouste van de wijnter ende daer waeren desen int heeste vande soomer want de sonne Schijnt Soo heet op de Landen dat men ment te verbranden inde heetste van de Daghen Soo dat men van ,des, morgens ten tijen vren tot vijer vren toe de straten niet ofte weijnich Can Ghebruicken ende dan Begintet een weijnich Can ghebruiken ende dan begintet een Weijnich te Weijen Vijter Zee daert lant een Weijnich met vercoelt wert ende Allee de genen die daer door het lant wijllen reijsen moeten bij der nacht doen den 5 Augustus ontrent twee uijren voor de sonnen ondergan nck zijn wij wederom t zijl Gegaen van Limison nae Jafpha nae het heijlijgh Lant

Pelgrimage de Here Christus , onze zaligmaker, antwoordde: heden zult gij met mij zijn in het paradijs. Zo staat het beschreven in Lucas hoofdstuk 23 vers 42 en 43. Dit kruis was zeven duim breed en vijf duim dik en het is aan beide zijden in de muur gevoegd en het stond los in de gaten. Het is vrij wat langer dan een man kan omvatten en als men het kruis beschouwt komt men recht in het midden uit, zodat het lijkt alsof een stuk van beneden boven aangezet is en het van voren met blik beslagen is en daarna verguld. Voorts versierd met zilveren plaatjes die op het kruis zijn vastgemaakt en dagelijks goed worden beveiligd door de Grieken, opdat zij door geen enkel land zouden worden geschonden of weggenomen. 2 augustus voor zonsopgang zijn wij in Limasol aangekomen en wij hebben daar op ons gehuurde schip gewacht tot de vierde van deze maand en toen is dat ook gearriveerd, nadat het zes dagen onderweg was geweest. Op het eiland Cyprus waren zeer veel bonte kraaien, die wij met verwondering bezagen, want in Nederland komen zij in het koudst van de winter en daar waren ze in het heetst van de zomer. Want de zon schijnt zo heet op het land dat men meent te verbranden op het heetst van de dag, zodat men van ’s morgens tien uur tot vier uur toe de straten niet of een beetje kan gebruiken. Dan begint het een beetje te waaien uit zee waardoor het land een beetje koeler wordt. Al diegenen die door het land willen reizen moeten dat ’s nachts doen. Op 5 augustus omtrent twee uur voor zonsondergang zijn wij weer onder zeil gegaan van Limasol naar Jaffa naar het heilige land


[19v] Pelgrinsche Reijse [1] vanden Coninck Melchisedech ontrent het jaer vande Scheppinge der werelt twe duijsent ende drie en twintijgh inde tijde van Aberam de welcke int hebreusch is Genoemt Salem ende int Griecx Solijma ende schijnt dat hij de heeft beseten den teijt van vijftich jaren dese is namaels ingenomen Geweest vande Jebuseen alsoo Genaemt nae Jebusens den soonen van Cahanaam vande welcke sij Jebus ende Jebusenen een wijle tijts Genaemt wert ten teijde dat Josue haren Coninck heeft gedoodet de Jebusen hebben haer beseten den tijt van achthondert viertwintich jaren de welcke hem soo seer betrouden op den stercke vander stadt dat sij doen de koninck Dauidt die souden bestormen wt een verachtingh blijnde Crepelen ende verlemte menschen op de veste stelde seggende dat dese machtich waren om den viant of te kercke maer dauit heeft doer Godts hulpen de stadts ingenomen ende de Jebuseen verdreuen de welcke rontomme besluijt ende weder op bouwende heeft daer een sterck Casteel Ghemaeckt ende de selfde bewoonede heeft haer gemaeckt de hooftstadt vanden [2] lande van Juda ende t hooft van geheel Coninck rijck de welcke voortaen is gemaeckt ghe weest Jurusalem soo veele als Jebusalem de bi om de Soeticheijt wijllen verander zijnde in een ri maer int Grieckxsche hierosolijm ende nochtans zijnder sommighe die schriven [3] dat sij eerst vanden tijt af dat salomon in haer heeft gemackt den seer herlicke tempel hierosalijma gemaeckt wert dat is soo wel te seggen als Salomons tempel daer nae int toecomende tijden hebben salomon ende de andere Conighe van Juda de stadt seer vermedert ende met seer stercke poorte torens muren ende grachten sterck gemackt Zijn gelickx oock met den tempel palijsen met seer groote ende excellenten huijsen

1

INGREEP [dieut 16 17 / pesalm 47 / Kla. jaer. / 2.1 / gen. 14 / Josep 7b / vande Jodt / ende 3 c en / 7b vande / Jodt oorlog / Cap 18 / nume 10 / Josep 10 / 15.18 / Jude 1 19 / 2 b. der / con 5 / 1 samuel 11 / Josep. 7b / vade Iodt / oude cap 5] in de marge 2 INGREEP [hieron / 3 lut. l] in de marge 3 INGREEP [vande / euang be / reijt] in de marge

Pelgrimage koning Melchisedeck in 2023 vanaf de schepping van de wereld. In de tijd van Abraham, die in het Hebreeuws Salem heet, en in het Grieks Solyma, heeft hij schijnbaar de stad 50 jaar lang bezeten. Deze stad is naderhand ingenomen door de Jebusieten die zo heten naar Jebus de zoon van Kanaän waarna zij een tijdje Jebus of Jebusieten werden genoemd, in de tijd dat Joshua hun koning heeft gedood. De Jebusieten hebben de stad 824 jaar bezeten en zij vertrouwden zo zeer op de sterkte van de stad dat zij, toen koning David die wilde bestormen, uit minachting blinden, kreupelen en verlamden op de vesting opstelden, waarbij zij zeiden dat deze bij machte waren om de vijand te keren. Maar David heeft met Gods hulp de stad ingenomen en de Jebusieten verdreven en besloten de stad rondom weer op te bouwen. Hij heeft daar een sterk kasteel gemaakt en is daar zelf gaan wonen. Hij heeft de stad tot hoofdstad gemaakt van het land van Juda en het hoofd van het hele koninkrijk. Voortaan werd de stad Jerusalem genoemd, omdat in Jebusalem de b omwille van de aangenamer klank is veranderd in een r, maar in het Grieks heette de stad Hierosolyma. Nochtans zijn er sommigen die schrijven dat de stad pas zo heette vanaf de tijd dat Salomo er de zeer heerlijke tempel Hierosolyma gebouwd heeft, dat zo veel wil zeggen als Salomo’s tempel. In de tijd daarna hebben Salomo en de andere koningen van Juda de stad zeer vergroot en met zeer sterke poorten, torens, muren en grachten versterkt. Ook tegelijk met de tempel paleizen en zeer grote en excellente huizen


[20r] Nae Jerusalem Gebouwen seer versijert sulcx dat sij onder allee andere stedeals een wonder werck vas de geheele werelt ende daerom mer te eeren Met een stijllee Swigen dan slechtelicken daer af te sprecken in desen Seer Costelicke ende ende Costelicke stadt heeft sij 4 hondert seuenen veertich jaren in haer fluer geweest als een aertsche paredijs Groot zijn ende [1] int ronden vijftich stadien ofte ses milen ende een veerendeel hebbende rontomme een Gracht vijt gehouden steen van t sestich voeten diepe ende twee hondert voeten breedt ende in haer waren woonachtich ontrent houdert vijftijch duijsent mannen maer alsoo de Godloosheijt vanden prinsen enden vanden volcke niet alleen den tempel ontheijlicht hadden door de Grouwelickheden vanden afgoden maer oock Geheel vol zijnde uan het onnosel bloet dat sij vredelijck doen storten hadden soo heeft [2] Godt wracken nemende de stadt samen metten tempel prinsen ende volcke laten inde Gront destruweren ende vernielen door nebuchodonosor Coninck van babelonie de roede Godts ghenaemt soo dat sij t seuentich jaren heel vervoest Gelegen sulcx dat Sion als een acker heeft Geackert Geweest ende Jerusalem ghelegen heeft aels een hoop stenen ende de tempel als hoochen van bossen ende dat binnen den tijt [3] noch vogels noch besten beesten als hieronimus seijt daer door ofte over heeft ghevlogen noch gegaen daer nae sijnde allenen ten tempel tot naever nodt wederom opghemaeckt heeft sij sonder [4] poorten toorens ende vesten wederom bewoont geveest vande Joden die weder gecomen waren vijt de gevanckenis van babelonije den tijt van drieensestich jaren maer daer naer weert [5] door Mehemias bijnnen den teijt van twee en viftich dagen driendertich stadien int ronde met poorten

1

INGREEP [Josep teg / en apion 1 / b strabo / 16 b van / geogra] in de marge INGREEP [mch 3 / jerem 25 / 26-29] in de marge 3 INGREEP [hiero 10.3 / p.2 par / alip 15] in de marge 4 INGREEP [efd .10 / 3 4 5 6] in de marge 5 INGREEP [nehm 1 / 2 3 4 5 6 7] in de marge 2

Naar Jeruzalem gebouwen zeer te versieren, zodat zij onder alle andere steden als een wonder was in de hele wereld. Daarom wordt zij meer geëerd met een stijlvol zwijgen dan er eenvoudig van te spreken. De zeer prachtige stad is vierhonderd zeven en veertig jaar in bloei geweest als een aards paradijs. Zij is vijftig stadiën of zes mijl in de omtrek groot en een kwart heeft rondom een gracht uit steen gehouwen van zestig voet diep en tweehonderd voet breed. Er woonden ongeveer honderdvijftig duizend mannen. Maar omdat de goddeloosheid van de prinsen en het volk niet alleen de tempel ontheiligd had door de gruwelijkheden van de afgoden maar ook helemaal onder het onschuldig bloed zat dat zij wredelijk lieten vloeien heeft God wraak genomen en de stad, samen met de tempel, de prinsen en het volk tot op de grond laten vernietigen door Nebucadnesar, koning van Babilonië, die de roede van God genoemd werd. Jeruzalem is zeventig jaar verwoest geweest, zodat Sion als akker is gebruikt en Jeruzalem erbij gelegen heeft als een hoop stenen en de tempel als hoogten van bossen. In die tijd zijn daar noch vogels overheen gevlogen, noch beesten doorheen gegaan, zoals Hieronymus zegt. Daarna is alleen de tempel te nauwer nood weer opgebouwd en is de stad zonder poorten, torens en vesten weer bewoond geweest door de Joden die terug gekomen waren uit de drie en zestigjarige gevangenschap van Babilonië. Maar daarna heeft Nehemia binnen de tijd van twee en vijftig dagen drie en dertig stadiën in het rond met poorten


[20v] Pelgrinsche Reijse [1] torens ende seer Geueldighe muren beslooten ende daer nae vanden machhebben herodes ende meer anderen seer rijckelicke met Gemine ende oock partekelieren huijsen gebouwet ende versiert hebbende vele ende enge straten mits de dichticheijt ende menichten vande huijse ende alsoo weder ghebracht sijnde ijn haren oude naem ende staet heeft 5 hondert en vier twijntich jaren seer heerlijck ende rijck van volck ende wel vermaert Geweest op welcke tijt Jesus Crijstus heeft aldaer als op een Schoude plaese onse salicheijt Ghewrocht van gelick hebben de apostelen vercondicht ende vijt ge sprijt over de gehele werelt de predecasie den H evangeiumes Maer int achtedertichste jaer naer Cristus doot heeft de roomsche keiser tijtus om Cristus [2] doot te vrecke op 3 dagen tijts dese stadt om ringende met een Mur van negenendertich staedien in ronden ende alsoo haer daer binnen beslooten als in een Geuanckenisse allee de joden die daer uijt allee Gheslachten het hoocheijt van paesen waren houdende waer door dat dese stadt die van allee de werelt Seer groodt Geacht was gheworde ijs Der rouers kuijl ende een graf daer dooden want in haer sijn doot gebleuen of geslagen oft van honger ende peste als metten swaerde elf 100 duijsent joden ende tijtus heeft de stadt tot den gronde gesticht dat de ghene die daer soude Gecomen hebben qualijck soude mogen geloven dat die enichsijns soude moghen gelooven dat die enichsijns soude gewoont gheweest hebben maer de drie herodiaensche torens te weten hippicum mariamne ende pheselum die soo wel in groote als in schoonheijt allee andere te booven Gijngen ende de mur vander stadt die aende vest zijde dese torens omringe heeft hij ongeschent gelaten ensdels tot een Castel voor de rominsche soldaten die men daer in garnisoen soude laten ende eensdels om de nach ommers te kennen te geven hoedanighe ende hoe geweldighen dat de macht der

1

INGREEP [1 macha / 12.13.14 / Joseph 6 b / vande joods / oorloog cap 6 / Jose 1 b / 13 c / pesam. 78 / esaie. 2 / mich. 4 / actor. 1 / marc. 16 / pesalm 18] in de marge 2 INGREEP [iosep 6 b / vande Jode oor / loge 13 en / 7 boec 14. / 17.18] in de marge

Pelgrimage torens en enorme muren omsloten. Daarna hebben de machthebber Herodes en ook anderen de stad zeer rijkelijk met gemeenschapshuizen en ook particuliere huizen bebouwd en versierd en de vele en nauwe straten en grote aantallen huizen hebben Jeruzalem dus weer in de oude naam en staat hersteld en zij is 524 jaar zeer voornaam, dicht bevolkt en heel beroemd geweest. In die tijd heeft Jezus Christus daar door de schuld op zich te nemen onze zaligheid gemaakt. Zo hebben ook de apostelen de predicatie van het heilig evangelie verkondigd en over de hele wereld verspreid. Maar in het acht en dertigste jaar na Christus dood heeft de roomse keizer Titus, om de dood van Christus te wreken in de tijd van drie dagen deze stad omringd met een muur van 39 stadiĂŤn in het rond. Zodoende werden zij daarbinnen opgesloten als in een gevangenis, alle Joden die daar van alle geslachten de hoogheid van Pasen aan het vieren waren. Zodat deze stad, die door de hele wereld heel hoog geacht werd, verworden is tot een rovershol en een graf der doden, want in de stad zijn 1.100.000 Joden dood gebleven, ofwel geslagen, ofwel van honger en de pest of door het zwaard. Titus heeft de stad met de grond gelijk gemaakt, zodat iemand die daar kwam kwalijk zou kunnen geloven dat zij ooit enigszins bewoond was geweest. Maar de drie torens van Herodes, te weten Hippicum, Mariamne en Pheselum, die zowel in grootte als in schoonheid alle andere te boven gingen en de muur van de stad die aan de vestingzijde de torens omringde, heeft hij ongeschonden gelaten. Enerzijds als kasteel voor de Romeinse soldaten die men daar in garnizoen zou laten en anderzijds om de nakomers te kennen te geven hoe danig en geweldig de macht was van de


[21r] Nae Jerusalem der Rominen vercregen hebben maer vif en sestich jaren daer nae doen de jooden wederom op roerich werden tegen de rominen heeft de keijser aeliues aerdrianus veel duijsent Joden ver slaghen ende de voorseijden torens met de ouergeb leuen muer geheel Geflisset ende dede de stadt met sout bestroije twelck gedaen sijnde soo en is [1] daer als Cristus Ghepropheteert heeft den eenen steen op de anderen niet ghebleuen ende op een nieu de stadt wederom op bouuende daer in besluiten een deel vande bogertden heeft den ghelen berch van Sijon tsamen metten paleijse van Salomon dat van de koninginne als oock het huijs van tbosch op liban ende de poorten vanden hoeck ende tCasteel van den astijriaen ende den ghehelen noersche hoeck tot aen de mestpoorte ende de poorte van ephraim buijten besluit vander stadt gelaten maer den berch van Caluarien ende het heijlich Graf ons heeren twelck te vooren buijten de stadt was heeft hij binnen de norderschen muer vander staet ingetrocken ende2 heeft boven de poort daer men nae betlehem gaet een sach doen houwen int Marmersteen daer onder een deel joden daer meden te kennen gevende dat sij stonden onder de macht der romijnen den welcke hij bij openbaer verbodt heeft verbooden dat sij niet meer inde stadt souden comen noch oock van [3] eenighe hoogher plaesen van vere souden aen sijen ende heeft die daer nae hem doen noemen Aelia Capitolia daer nae van den Cristenen bewont zijnde ende een pateraerck hen stoel zijnde heeft mettertijt den ouden naem Jerusalem vercregen ende vijfhondert jaer Lanck Gefloreert inde Cristenen Reigoe maer inder jaeren seshondert en dertich nae de Geboorte Cristi [4] heeft Sij vanden Caricenen die in egepty Regenerde ijn Genomen Gheweest ijn die vier hondert drien sestiijch jaren beseten ofte bewont daer nae heeft herthoghen Goedefroij van buillon met een hijerkracht van

1

INGREEP [lucij 19 / eusebi. in / zijn croo / ende kerck / hist. int 6 / b.c. 15. hier / opt twerck / der apostele / b. h. in / cep h. 3 van / de kerck / histor. 24 / beschrij van / den wech / van het h / lant 6] in de marge 2 INGREEP [ende] interlineair 3 INGREEP [wol.tij?? / inde hist / vande heil. / orlog. 14 b / 12c iacob / vit. c.55] in de marge 4 INGREEP [omghr in / de cercke / groon] in de marge

Naar Jeruzalem van de Romeinen verkregen. Maar 65 jaar daarna, toen de Joden weer oproerig werden tegen de Romeinen heeft de keizer Aelius Hadrianus duizenden Joden verslagen en de voornoemde torens met de overgebleven muur geheel vernietigd en de stad met zout laten bestrooien. Toen dat klaar was, is daar zoals Christus voorspeld heeft geen steen op de andere gebleven. Om de stad opnieuw op te bouwen omsloot hij een deel van de boomgaard en heeft de hele berg van Sion samen met het paleis van Salomo, dat van de koningin alsook het huis van het bos op Liban en de poorten van de hoek en het kasteel van de Burcht van Antonia en de hele noordhoek tot aan de mest poort en de poort van Ephraim buiten de muren van de stad gelaten. Maar de berg Golgotha en het heilig graf van onze Heer, dat voordien buiten de stad lag, heeft hij binnen de noord muur van de stad getrokken. Hij heeft boven de poort waardoor men naar Bethlehem gaat een zeug laten houwen in het marmer met daaronder een aantal Joden, waarmee hij te kennen gaf dat zij onder het gezag van de Romeinen stonden. Hij heeft hen openlijk verboden in de stad te komen en ook mochten zij niet vanaf enige hoogte uit de verte de stad bekijken. Hij heeft de stad Aelia Capitolina vernoemd naar hemzelf. De stad, die daarna door Christenen werd bewoond en waar een patriarch een stoel had, verkreeg mettertijd de oude naam Jeruzalem. De stad floreerde 500 jaar lang onder de heerchappij van de Christenen, maar in 630 na de geboorte van Christus werd de stad ingenomen door de Saracenen die in Egypte machtig waren. En die hebben de stad 463 jaar bezeten oftewel bewoond. Daarna heeft hertog Godfried van Bouillon met een legermacht van


[21v] Pelgrijmsche reijse [1] van Chrijstenen inde Jare ons heere [2] Duijsent ende negenentnegentich dese stadt ingenomen Zijnde alder eerste die ouer de muren Clom van der stadt op den achtsten dach Juli ende seer Vromelijcke met een Groot gewelt ingenomen in ghe op eenen vrijdach op den Negesten uren vanden daghen te wete op sulcken dach ende [Afbeelding] ende Uren als Crijstus Gestoruen ende gekruist is waer in dat alle de weegen straten ende zijt straten vander stadt oock inden tempel Geschiet is soo groote moort van borgers als oock vande Geene dije uijt de naest gheleegen steede ende doorpe inde stadt ghevijlcht waren datmen tot de enckelde tot int boet gijnck ende niet dan Ouer de dooden lichamen Gaen mochten ija de ver winners selve waren van het hol vanden bloede de Welcke gheheel meesters zijnde vande stadt of Gheleijt hebbende de besmuerde wapenen zijn Gegaen nae de seer eerwaerdijge plaets dije door Crustus tegenwordicheijt lijden verrijsenisse ende hemel vaert heijlich zijn gemackt de welcke henliede vande Christenen dije in Jerusalem wonden getoont werden welcke begangenisse sij bootsvoedts Seuendagen vervolchens met groot devotien hebben onderhouden ende de h plaesen

1

INGREEP [b salicheijt / inden brief / aen Jan van / lotringe / card van] in de marge INGREEP [willen eerst / b. van tijer / is inde hist / vande heili / ge oorloogh / 8. b.c.5. 18 / 19.20.21. en / 9. b cap. 1 / 2. euag 11e / 5. de vitre / cap 20] in de marge 2

Pelgrimage Christenen in 1099 de stad ingenomen. Hij was de allereerste die op 8 juli over de muren van de stad was geklommen en haar heel vroom en met veel geweld had ingenomen en wel op een vrijdag op het negende uur van de dag, te weten, op zo’n dag [Afbeelding] en zo’n tijd dat Christus gekruisigd en gestorven is. Waarbij in alle wegen, straten en zijstraten en ook in de tempel zo’n groot aantal burgers is vermoord en daarbij ook degenen die uit de omliggende steden en dorpen naar de stad gevlucht waren, dat men tot de enkels in het bloed liep en niet kon vermijden over de dode lichamen te lopen. Ja, de overwinnaars zelf, die toen geheel meester waren van de stad, zaten onder het bloed. Ze hebben de besmeurde wapens neergelegd en zijn gegaan naar de zeer eerwaardige plaats die vanwege het lijden van Christus en zijn herrijzenis en hemelvaart heilig is gemaakt. De plaats werd hen door de Christenen die in Jeruzalem woonden getoond en vervolgens hebben zij blootsvoets zeven dagen de plechtige omgang met veel devotie volgehouden en de heilige plaatsen


[22r] Nae Jerusalem Gecusset op den achsten dach hebben sij eendrachtichtelick Coninck van Jeru salem Ghekooren ende Ghemackt den hert oge Godefroij van buillon maer de seer godtvrughtigen man en heeft wt ootmoedicheijt naer de ghewoonte van andere koninghen niet wijllen met eenen Gulden Croone ghecroont zij te vreede zijnde metde doorne Ghecroont zijn te vreede zijnde metde doorne croone de selfde eere bewijsende die de Coninck van het menschelijcken Gheslacht gedragen heeft van de selfde plaese tot aen de Galge des Cruijsens ende dat om onse salicheijt aldus heeft [1] Jerusalem van den Cristenen wederom gewonnen Gheweest ende achtentich jaren vande selfde Beseten daer nae heeft saladin den soudaen van Egipten inde jare elf hondert seuentachtentich dese stadt belegert ende wert door ghebreck van bijstant ouermis dat de Cristenen prinsen eijlaes in Grooter tweedracht waren hem opgeuende met Conditie dat den Cristenen soude Gheorloft zijn soo veele daer uijt te dragen als een iegelijck op sijn scho uderen mocht dragen hetwelcke ijs Gheschiet des Vridaechs ten tweeden dach van october vanden selfen jaren ons heren vijftien hondert seuentien wort zij vanden turckschen keijser selim wederom ingenomen ende wert met het selfde besluijt van Muren tot op den dach van heden van de turcken beseten de welcke haer noemen cuzumoborech of Godsbarich dat is te seggen heijlige stadt aldus zij is dan van haer eerste fonderinghe tot desen teghen wordige jaren vijftijen hondert vijfentachtentich ostreken drie duijsen vijf hondert tweeentwintich Jaren desen godefridus de boulion Llijet begrauen in den tempel vant heijlich Graft onses salickmaker Jesu christi ende dat met dusdanighe opschrift HIC iACIT INCLYTVS dvx Godferidus de boulion qvi totam istam tarram gultui Christiano acxvsivit cuius anima regnet gum Cristo Amen

1

INGREEP [boschgerod. / vande / heijlige oor / loch b.1. 7 cap / 6.b.10 cap / mateh / pasalm in / zijn t grav / on??phe / ijn troon] in de marge

Naar Jeruzalem gekust. Op de achtste dag hebben zij unaniem de hertog Godfried van Bouillon tot koning van Jeruzalem gekozen en gemaakt. De zeer godvruchtige man heeft in nederigheid niet naar de gewoonte van andere koningen met een gouden kroon gekroond willen worden, maar was tevreden met een doornen kroon. Om daarmee zelf eer te bewijzen aan de koning van het menselijk geslacht die voor onze zaligheid er een gedragen heeft vanaf dezelfde plaats tot aan de galg van het kruis. Zo was Jeruzalem weer voor de Christenen gewonnen en was 80 jaar in hun bezit. Daarna heeft Saladin, de vorst van Egypte, in 1187 deze stad belegerd en zij werd door gebrek aan steun overmeesterd. De christelijke prinsen waren helaas in grote tweedracht en gaven haar op onder voorwaarde dat de Christenen werd toegestaan zoveel er uit mee te nemen als iedereen op zijn schouders kon dragen, hetgeen is gebeurd. Op vrijdag 2 oktober 1517 werd de stad door de Turkse Sultan Suleiman weer ingenomen en met dezelfde omsluiting van muren tot op de dag van heden door de Turken bezeten. Zij noemden de stad Cuzumborech of Codsbarich dat wil zeggen heilige stad. Zo zijn dan 3522 jaar verstreken vanaf de eerste stichting van de stad tot dit huidige jaar 1585. Godfried van Bouillon ligt begraven in de tempel van het heilig graf van onze zaligmaker Jezus Christus en met het volgende opschrift: Hic iacet inclytus dux Godefridus de bouillon qui totam istam terram cultui Christiano acquisivit cuius anima regnet cum Cristo Amen [Hier ligt de beroemde hertog Godfried van Bouillon die al dit land voor het christendom heeft verworven. Moge zijn geest regeren met Christus. Amen]


[18r] Nae Jerusalem Gesien hebben Onttrent Rama dat zij sijn Gecomen ende hebben de turcken Dije daer wonen Selfs berooft alsoo dat sij teckenen met Vaentgens opt Geberchte Gemackt hebben Soo dat daer terstont Sekeren paerden vijt Rama zijn Gecomen om haer te verstoren Als sij nu te paerden met het volck Sagen soo begeven Sij haer wederom int Geberchte elck in zijn hollen ofte Speloncken. onder vegen Sijn wij voorbij een kerck Gereden aen de rechter hant aldaer den profet Jerijmias Gewoont heeft ende Ook Aldaer Gestorven is beminde Leser

Naar Jeruzalem gezien heb. Tot aan Rama zijn zij gekomen en hebben de Turken die daar wonen zelfs beroofd. Daarom zijn nu tekens met vaantjes op het gebergte gemaakt, zodat er onmiddellijk zekere paarden uit Rama zouden komen om hen te verjagen. Toen zij nu de paarden met het volk zagen, begaven zij zich weer in het gebergte, elk in hun hol of spelonk. Onderweg zijn wij aan de rechterkant voorbij een kerk gereden waar de profeet Jeremia gewoond heeft en waar hij ook gestorven is, beminde lezer.


[22v] Pelgrinsche Reijse Aenghesien dat ick int kort een weijnich verhaelt hebben van dese oude heijlige stadt Jerusalem alsoo die was ten tijde ons salichmackers Jesus Ccristi soo wil ick den leeser oock een weijnich voor ooghe stellen van de Ghedaente Gelegentheijt van diijt tegenwordi Nu Jerusalem twelck beschreuen is van den seer Gheleerden heer Jeronimus scheijdt van erffert die het heijlich lant ende vele andere Coninckrijcken door Ghereust alles Ghesien Claerlijck Beschreven heeft int jaer 1615 eer ick voortsgaen wil met mijn beschriuijnghe van dese mijne voor ghenomen reijse soo sal ick mede den leser een wijnigh te kennen gheuen van de gelegentheijt alsoo de stadt Jerusalem nu ten teijt betimmert ende bewoont wert voo soo veel mijn bekent is ende selfs Ghesien hebben Soo salmen weten dat nu ter tijt dese stadt niet eijge ntlijcke staen op de oude plase alsoo die eerteijts ghe weest is dan de oude stadt hadde in sijch begrepen den berch sion het huijs caiphas met noch veel andere Groote ende heerlicke ghestichte meer die in Jerusalem plaesten te staen ende nu allee buijten staen ontrent een musket schoot weechs daer buijten den berch Calvarien met het heijlich Graf heeft Eertijs buijten gestaen ende is nu binnen ghetrocken hoe wel dat dese stadt verset ende verandert is soo zijnder nochtans veel treffelicke ende ghedenckwaerdighe plase binnen den Rinck mueren ghebleuen als nament lick de berch moria op welcken den tempel salomon op Ghestaen heeft als oock den berch acra ende den berch bezetha daer die nuwe stadt als dan terteijt Alsoo Ghenaemt Ghestaen heeft van ghelicken het dal Cetroen dat voor desen een groote diepte was soo datmen desen berch met veel trappen mosten op gaen ende was Ghelegen tusschen dese twee berghen moria ende acra twelck nu terteijt op veel na Soo diep niet alst eertijts geweest is ten ijs niet te verwonderen dat de dieppe valeijen van dese voorseide hooge bergen vervult zijn door de menichvildighe destructien die dese stadt beijegent zijn dese stadt heeft 4 hoochten met 3 dallen ofte diepe valeijen dat eerste staet tegen de sonne op Ganck ende is Genaemt het Dal

Pelgrimage Aangezien ik in het kort iets verteld heb van deze oude heilige stad Jeruzalem, zoals die was ten tijde van onze zaligmaker Jezus Christus, wil ik dus de lezer ook iets voorschotelen van hoe de stand van zaken van dit huidige Jeruzalem er nu uitziet. Het is beschreven door de zeergeleerde heer Jeronimus Scheidt van Erfort die het heilig land en vele andere koninkrijken heeft bereisd en alles heeft gezien en helder beschreven in 1615. Voordat ik wil doorgaan met mijn beschrijving van deze door mij voorgenomen reis, zal ik dus ook de lezer iets laten weten van de toestand waarin de stad Jeruzalem heden bebouwd en bewoond is, voor zover het mij bekend is en ik het zelf gezien heb. Zo moet men weten dat heden deze stad eigenlijk niet ligt op de oude plaats, zoals die vroeger geweest is, want in de oude stad waren begrepen de berg Sion, het huis van Kajafas en nog veel andere grote en heerlijke gebouwen meer, die in Jeruzalem plachten te staan en die nu alle er buiten staan, ongeveer een musketschot ver. Bovendien, de berg Golgotha met het heilig graf heeft vroeger er buiten gestaan en is er nu binnen getrokken. Hoewel deze stad verplaatst en veranderd is, toch zijn er dus veel voorname en gedenkwaardige plaatsen binnen de ring muren gebleven, zoals met name de berg Moria, waarop de tempel van Salomon gestaan heeft, alsmede de berg Akra en de berg Bezetha, waar de nieuwe stad in die tijd ook zo genoemd werd. Het dal Kidron dat vroeger heel diep was, zodat men deze berg met veel trappen op moest gaan was gelegen tussen deze twee bergen Moria en Akra. Het dal is heden bij lange na niet zo diep als het vroeger is geweest en men hoeft zich niet te verwonderen dat deze diepe valleien van deze voordien hoge bergen opgevuld zijn door de talloze vernielingen die deze stad overkomen zijn. Deze stad heeft 4 hoogten en 3 dalen of diepe valleien. De eerste, in het oosten, heet het dal


[23v] Pelgrimsche Reijse bewoont geweest tot der tijt des roomsche keijsers teijt ende vespasiani ongeveerdelick veertich ijaren nae de cruijcinge Cristi nae dese verdestruerende en bleef den eenen steen op den aderen niet alsoo dat onse salichmaker Jesu Christi vante vooren gepropheteert hadde dat den eenen steen op den ander niet blijven soude alsoo Wij lesen soo dat Jerusalem woest ende beront lach ontrent twee hondert jaren tot de tijt des roomsche keijsers aelij adriani dese behon ste stadt weder om op te bouwen maer nergens nae als de eerste stadt was gheweest ende de dese noemen nae zijnen naem aelij ende hier naer ijs sij noch tot verschijde reijse verstoort ende wederom opgemaeckt ende ten lesten Int Jaer 1517 soo heef den turckschen keijser soliman de teghenwoordighe stadts mueren ende poorte wederom op een nieu laeten oprechten Ende werdt nu tertijt noch redelijcke bewoont soo van Moren aerabiers armeniers griecken ende turcken Ende gheneren haer met bomwolle vijgen aman delen ende olien want om dese stadt Jerusalem staen veel olij boomen haer woonhuijsen sijn gemenelick maer een vijercant hooch ende dat van Marmersteen opghemaeckt want haren steen ijs meestendeel Marmer om Jerusalem ende in wendich zij de huijsen behangen met turcksche zijden tapijtserijen sonder enige andere schilderie de huijsen hebben boven geen dack maer effen plat met estericken steen beleijt beminde leser hier meden neem ijck mijn afscheijt van out Jerusalem niet teghenstaende datter Materie genoech ende vele is ende wijtloopich conde beschreuen werden dan alsoo het selfde mijn voornemen te boven gaen soude van dijt mijn hantdoecxken soo wijl ijck het hijer bij laten ende tot mijnen voor genomen reijse weder keeren die breder beschriuinge vande H. stadt beegeert ende lust heeft te leesen die wijse ijck tot de H Schrifturen selve ende den Jootschen schrivers josephus met meer andere hijer vooren op de margine aengewesen die hier vol van zijn wijtloopich alles verhalen Een groote duijsche mijle van Jerusalem daer hebben wij een wijle tijts gerust onder de Schadu we vande olijf bomen ende die watten eeten hadden

Pelgrimage bewoond geweest tot de tijd van de Romeinse keizers. Vespasianus, vernietigde Jeruzalem ongeveer 40 jaar na de kruisiging van Christus, zodat niet een steen op een andere bleef zoals onze zaligmaker Jezus Christus van tevoren had voorspeld dat er geen steen op een andere zou blijven. Zo lezen wij ook dat Jeruzalem er woest en berooid bij lag, gedurende ongeveer 200 jaar, tot de tijd van de Romeinse keizer Aelius Hadrianus, die begon de stad wederom op te bouwen, maar in het geheel niet zoals de eerste stad geweest was en hij noemde haar naar hemzelf Aelia. Hierna is Jeruzalem nog door verscheidene vijandige invallen verstoord en is daarna weer opgebouwd. Tenslotte, in 1517, heeft dus de Turkse Sultan Suleiman de huidige stadsmuren en poorten weer opnieuw laten oprichten. De stad wordt heden dus nog redelijk bewoond door meerdere Arabieren, Grieken en Turken. Er werd gehandeld in katoen, vijgen, amandelen en oliĂŤn, want om deze stad Jeruzalem staan veel olijfbomen. Hun huizen zijn in het algemeen maar een vierkant hoog en zijn van marmer gebouwd, want hun steen rondom Jeruzalem is voor het grootste deel marmer. Van binnen zijn de huizen behangen met Turks zijden tapijtwerk zonder enig ander schilderwerk. De huizen hebben van boven geen hellend dak maar een glad plat dak dat met gebakken tegels is belegd. Beminde lezer, hiermee neem ik afscheid van het oude Jeruzalem, ondanks het feit dat er stof genoeg is en er veel is dat uitgebreid zou kunnen worden beschreven maar dat dan dus het voornemen van mijzelf te boven zou gaan voor dit handboekje van mij. Dus wil ik het hierbij laten en tot mijn voorgenomen reis terugkeren. Wie een uitvoeriger beschrijving van de stad wenst en zin heeft die te lezen, die wijs ik op de heilige geschriften zelf en de Joodse schrijver Josephus en vele andere, hierboven in de kantlijn genoemd, die er vol van zijn alles uitgebreid te vertellen. Een grote Duitse mijl buiten Jeruzalem hebben wij een tijdje gerust in de schaduw van de olijfbomen en wie wat te eten had


[19v] Pelgrinsche Reijse [1] vanden Coninck Melchisedech ontrent het jaer vande Scheppinge der werelt twe duijsent ende drie en twintijgh inde tijde van Aberam de welcke int hebreusch is Genoemt Salem ende int Griecx Solijma ende schijnt dat hij de heeft beseten den teijt van vijftich jaren dese is namaels ingenomen Geweest vande Jebuseen alsoo Genaemt nae Jebusens den soonen van Cahanaam vande welcke sij Jebus ende Jebusenen een wijle tijts Genaemt wert ten teijde dat Josue haren Coninck heeft gedoodet de Jebusen hebben haer beseten den tijt van achthondert viertwintich jaren de welcke hem soo seer betrouden op den stercke vander stadt dat sij doen de koninck Dauidt die souden bestormen wt een verachtingh blijnde Crepelen ende verlemte menschen op de veste stelde seggende dat dese machtich waren om den viant of te kercke maer dauit heeft doer Godts hulpen de stadts ingenomen ende de Jebuseen verdreuen de welcke rontomme besluijt ende weder op bouwende heeft daer een sterck Casteel Ghemaeckt ende de selfde bewoonede heeft haer gemaeckt de hooftstadt vanden [2] lande van Juda ende t hooft van geheel Coninck rijck de welcke voortaen is gemaeckt ghe weest Jurusalem soo veele als Jebusalem de bi om de Soeticheijt wijllen verander zijnde in een ri maer int Grieckxsche hierosolijm ende nochtans zijnder sommighe die schriven [3] dat sij eerst vanden tijt af dat salomon in haer heeft gemackt den seer herlicke tempel hierosalijma gemaeckt wert dat is soo wel te seggen als Salomons tempel daer nae int toecomende tijden hebben salomon ende de andere Conighe van Juda de stadt seer vermedert ende met seer stercke poorte torens muren ende grachten sterck gemackt Zijn gelickx oock met den tempel palijsen met seer groote ende excellenten huijsen

1

INGREEP [dieut 16 17 / pesalm 47 / Kla. jaer. / 2.1 / gen. 14 / Josep 7b / vande Jodt / ende 3 c en / 7b vande / Jodt oorlog / Cap 18 / nume 10 / Josep 10 / 15.18 / Jude 1 19 / 2 b. der / con 5 / 1 samuel 11 / Josep. 7b / vade Iodt / oude cap 5] in de marge 2 INGREEP [hieron / 3 lut. l] in de marge 3 INGREEP [vande / euang be / reijt] in de marge

Pelgrimage koning Melchisedeck in 2023 vanaf de schepping van de wereld. In de tijd van Abraham, die in het Hebreeuws Salem heet, en in het Grieks Solyma, heeft hij schijnbaar de stad 50 jaar lang bezeten. Deze stad is naderhand ingenomen door de Jebusieten die zo heten naar Jebus de zoon van Kanaän waarna zij een tijdje Jebus of Jebusieten werden genoemd, in de tijd dat Joshua hun koning heeft gedood. De Jebusieten hebben de stad 824 jaar bezeten en zij vertrouwden zo zeer op de sterkte van de stad dat zij, toen koning David die wilde bestormen, uit minachting blinden, kreupelen en verlamden op de vesting opstelden, waarbij zij zeiden dat deze bij machte waren om de vijand te keren. Maar David heeft met Gods hulp de stad ingenomen en de Jebusieten verdreven en besloten de stad rondom weer op te bouwen. Hij heeft daar een sterk kasteel gemaakt en is daar zelf gaan wonen. Hij heeft de stad tot hoofdstad gemaakt van het land van Juda en het hoofd van het hele koninkrijk. Voortaan werd de stad Jerusalem genoemd, omdat in Jebusalem de b omwille van de aangenamer klank is veranderd in een r, maar in het Grieks heette de stad Hierosolyma. Nochtans zijn er sommigen die schrijven dat de stad pas zo heette vanaf de tijd dat Salomo er de zeer heerlijke tempel Hierosolyma gebouwd heeft, dat zo veel wil zeggen als Salomo’s tempel. In de tijd daarna hebben Salomo en de andere koningen van Juda de stad zeer vergroot en met zeer sterke poorten, torens, muren en grachten versterkt. Ook tegelijk met de tempel paleizen en zeer grote en excellente huizen


[24v] Pelgrimsche reijse

Pelgrimage [Afbeelding met letters] A de ingang b venster c de ingang van het oratorium van Jezus Christus dat is de

d plaats waar het oratorium plaatsvindt D het gat dat daar lucht geeft E Plaats of plein voor de kerk F een afgescheiden plaats

die de Grieken hebben. Om in de kerk te komen moesten wij 49 treden onder de grond afgaan en bij het afdalen hebben wij gezien: aan de rechterkant in de muur het graf van de heilige moeder St. Anna en van St. Joachim. Aan de linkerkant zagen wij het graf van de heilige man St. Jacob en in het midden van de kerk toonde men ons het graf van de heilige moeder van God, Maria en daar is zij ten hemel gevaren. Dat graf is vierkant gemetseld op een open plek, zodat men op en rondom dit graf kan gaan en hoog staan boven

A. den Inganck b venster c den Inganck van het orato rum Jesus Cristij dat is de

d plaese daer het orata geschiet D het gat daer lucht geeft E paets ofte plin voor de kerck F een afgescheijden plaets

De welcke de Griecken in hebben ende om in de kercke te comen mosten wij negenenvertich trappen onder de aerde gaen ende hebben gesien int afgaen Aende rechterhant inde muer het Graft van de heijlige Moeder S anna ende van S Jochim van de [1] lincker hant Saghen wij het graff vanden heijlighen Man S Jacob ende int midden vande kercke worden ons ver toont het graft vande heilighe Moeder Godts Maria ende aldaer is sij ten hemel op Geresen ende dat graft is viercant Ghemesselt met een open daermen op ende rontsoen dit graft can gaen ende staen hooch uijterhan

1

INGREEP [Sag?] doorgehaald


[25r] Nae Jerusalem Aerden verheven oft een Autaer waer op de minnebroeders de hooge misse singhen ter eeren de Moeder Godts maria ende ouer dijt Graf hangen dertijch brandende lampen in dese kercken stonden noch drie ofte vier autaren daer de griecken haren dijenst doen op haren Manieren in dese kercke stonden twee waters putten die seer Goede smaeck van Water hadden ontrent 6 roe weechs van dese kercken hebben wij Ghesien de plaetsen seuen trappen nedergaende daer onsen Salichmacker Jesus Cristus ende sijnen hemelschen vader was ontbiedende seggende vader ijst Mogelijck wijlt desen kelke van Mijn nemen niet de mijnen maer uwen wijllen gheschiede maten 26 v 39 ende heeft gesweet water ende bloet ende dese plaese is uijt Geberchte gehouwen oft een Speloncke gheweest waren Dijt nu alles Gesien hebbende soo zijn wij Wederom ghe keert nae de heijlighe stadt Jerusalem uijt het dal van Josaphat ende sagen onder wegen noch een plaetse daer sinte Steven desen Woorden Sprack heer vergeeft het haer want sij en Weten niet wat se doen onse woorden oock mede vertoont de gulden poort ofte plaesen daer de heere Cristus soo ootmoe delijcke op den palm Sondach in Jerusalem ghecomen is ende dese plaetse en wert nu niet ghebruijckt om uijt ofte in te gaen ende is toegemesselt

Naar Jeruzalem de aarde verheven, alsof het een altaar was waar de minderbroeders de hoogmis zingen ter ere van de Moeder van God, Maria. Boven dit graf hangen 30 brandende lampen. In deze kerk stonden nog 3 of 4 altaren waar de Grieken hun dienst deden op hun manier. In deze kerk zijn 2 waterputten die zeer goed smakend water hebben. Op ongeveer 6 roeden afstand van deze kerk, hebben wij, na 7 treden te hebben afgedaald, de plaats gezien waar onze zaligmaker Jezus Christus zijn hemelse vader liet weten zeggende: vader, is het mogelijk deze kelk van mij te willen nemen, maar niet mijn, maar Uw wil geschiede Math. 26v39. Hij heeft water en bloed gezweet en deze plaats was uit een berg gehouwen of het een spelonk geweest was. Toen wij dit alles gezien hadden zijn wij terug gekeerd naar de heilige stad Jeruzalem uit het dal van Josaphat. Wij zagen onderweg nog een plaats waar St. Steven deze woorden sprak: Heer vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen. Men toonde ons ook de Gouden Poort of de plaats waar de Here Christus zo nederig op Palm Zondag in Jeruzalem gekomen is. Deze plaats wordt nu niet gebruikt om uit of in te gaan en is dichtgemetseld.


[25v] Pelgrimsche reijse De Kercke vant Heijlich graft onses Salichmakers Jesu Cristus

Pelgrimage De kerk van het heilig graf van onze zaligmaker Jezus Christus. [Afbeelding] Op 17 augustus ongeveer 5 uur na de middag zijn wij het heilig graf van onze zaligmaker Jezus Christus gaan bezoeken. Toen wij voor de tempel van het heilig graf kwamen toen zaten daar 5 Turken die al onze namen opschreven en zij ontvingen van ons, pelgrims, 9 gouden sekijnen of Venetiaanse ducaten. Deze ducaten moesten in opdracht van de laatste hertog geslagen zijn, anders wilden zij ze niet ontvangen. De een woog ze en de ander zag toe en elke pelgrim moest betalen voor hij in de tempel mocht komen. Daarna werd ĂŠĂŠn tegelijk binnen gelaten en iedereen gaf nog een madijn, de 3 deden 7 groten Hollands geld.

Den 17 augusti ontrent 5 vrren nae de Middach soo zijn wij gegaen besoeken het heijliche graft onsen salichmakers Jesus Crijsti ende voor den tempel vant heijliche Graft comende soo saten daer vijf turcken die allee onse naemen op schre ven ende sij ontfijngen van ons pelgrims neghen gulden sekijnen oft veneetsche decaten ende desen ducaten Mosten vanden lesten hertoghen Geslagen Wesen oft sij en wijldese niet ontfangen de een Weechse de ander siet toe ende elck pelgrim moste betalen eer hij inden tempel mochten comen ende als dan wort daer bij een teffens in gelaten ende elck geeft noch een madijn de drie doen seuen Groot hollandts Gelt


[26r] Nae Jerusalem Nu allee inden tempel wesende soo gijngen Wij in een Capellen staende aende noort sijde van dese tempel aldaer de minnebroeders haer compleet houden ofte singen aen dese Capelle staet noch de maniere van een clooster ken daer ijn woonen altijt twee minrebroeders de welcke ijn haer Clooster des middachs het eeten ghebracht wert ende dat Wort haer gerickt door gaten die inde kercke deur staen ende den turck bewaert hier van de slutelen soo dat hier niemant uijt noch in can Comen sonder haren wijllen in dit Clooster hadden wij onse nacht ruste. als dese compleet uijt was soo hebben de minnebroeders ende vij pelgrims mede een brandende Waskaers ijn onse handen ghehadt ende tot elck waskers gaf elck pelgrim dertijch madijnen ende hebben alsoo net de proc essie gegaen ende de vicarius is met ons ghegaen en ghetoont alle de heijlighe plaetsen eerst int latijn vertaelt ende daernae in het Italians ons alles beduidet ende Watter gheschiet waren voor Wonderen ten eersten is ons vertoont de plaes sen daer onse salichmacker sijnen lieve Moeder Maria op de heijlighen paesdach verstroosten ten tweeden is ons vertoont boven opt autaer het een stuck dat aent heijlich kruijs Ghestaen hadden ende was niet langhe wechgenomen gheweest ten derden is ons vertoont aen de rechter handt van de Cappelle een grodt stuck van de Calomme daer de heer Christus aen gebonden en gegeeselt is geweest in pilatus huijs ende dese Calomme is Geslooten ijn een open Iser tralij daer men die door sijen can ende is rootsachtich van Coluren met naturelijcke bloet vlecken het welcke soo men seijt wesen souden vant bespringhet bloet Onses Salichmakers Jesus Cruijstus int Midden van desen kapelle leijt eenen ronden wijtten steen de betekent de plaese daer de Coninckinne helena het heijlich cruijs Onse Heere gevoden hadden ende bekent vorde door het off leggen van het heijlige Cruijs

Naar Jeruzalem Toen wij allen in de tempel waren gingen wij een kapel binnen die stond aan de noordzijde van deze tempel, waar de minderbroeders hun completen konden houden of zingen. In deze kapel bestaat nog de levenswijze van een kloostertje; daarin wonen altijd twee minderbroeders, die kregen in hun klooster ’s middags het eten gebracht en dat werd ze aangereikt door gaten die in de kerkdeur zitten. De Turk bewaart hiervan de sleutel zodat niemand er uit of in kan komen zonder dat de Turken het willen. In dit klooster hadden wij onze nachtrust. Toen deze compleet uit was hebben de minderbroeders en ook wij, de pelgrims, een waskaars in onze handen gekregen en voor elke waskaars gaf elke pelgrim 30 madijnen en zo hebben wij ook met de processie meegedaan. De vicaris is met ons meegegaan en heeft ons alle heilige plaatsen getoond en eerst in het Latijn vertaald en daarna in het Italiaans uitgelegd, welke wonderen er waren gebeurd. Ten eerste werd ons de plaats getoond waar onze zaligmaker zijn lieve moeder Maria op de heilige Paasdag troostte. Ten tweede werd ons een stuk boven op een altaar getoond dat aan het heilig kruis gezeten had en dat was niet lang weggenomen geweest. Ten derde werd ons aan de rechterkant van de kapel een groot stuk getoond van de zuil waaraan de Heer Christus werd gebonden en gegeseld in het huis van Pilatus en deze zuil is ingesloten achter een open ijzeren traliehek, waardoor men het kan zien. Het is roodachtig van kleur met natuurlijke bloedvlekken die, zo men zegt, zouden zijn van het weg spattende bloed van onze zaligmaker Jezus Christus. In het midden van deze kapel ligt een ronde witte steen die de plaats markeert waar koningin Helena het heilig kruis van onze Heer gevonden had en bekend werd door het opleggen van het heilig kruis


[26v] Pelgrimsche Reijse Cruijs op een doot Mensche licham twek terstont op rees ende Wandelde uijt dese Capellee Gaende soo leggen daer twee wijtte ronde steenen beduijden dat op de eenen plaetsen de heere Cristus gestaen heeft ende op de andere maria Machdelena naer den tijt dat vijt haer geworpen waren de 7 duijuelen olsoo ghesch reven staedt Marc. 16 v 9 de Heere Cristus Ghestaen heeft ende op de andere maria Openbaerde haer Mede aldier op dese plaes nae zijn verrisenisse uijt het heijlig Graff inde gedaente van een hoouenier ende sprack dese woorden teghens haer vrou wederom sijt bedroeft waerom scherit ghij sij antwoorde heere hebt ghij onsen Sali chmaker vijt de grave ghenomen segget mijn Waer dat ghij hem ghelaten hebt Ick sal Hem halen ende hier hangen altijt vier brande Lampen daer nae is ons vertoont den hollen steen daer de Joden Cristum op hebben gheset ter tijt toe dat sij het Cruijs ghereet macken het Cruijs Ghereet wesende soo hebben sij sijnen klederen vijtghetrocken ende dese plaes Wort genaemt de kercker Cristi ende is boven over Wulft daer in hanghen twee brandende lampen ende twee daer voor Ock worden ons hier vertoont de plaes daer de Joden de Clederen van onsen heere Crustus hebben gedeijlt en het lot daer ouer gheworpen alsoo ghechreven stadt matth. 27.35 ende daer hangen op twee brandende lampen wat voorts Gaende soo worden soo worden wij ghebracht onder de aerde negenentwintich trappen diep daer sagen wij de plats daer de koninginne helena stont ter tijt dat het Cruijs ons heere jesus Cristi worden ghevonden ende hinghen oock twee brander Lampen. op een ander pladts elf trappen ofgaende daer ijs ons vertoont de plaets daer het heijlighe cruijs ons heeren Jesuij Cristij met de twee

Pelgrimage op een dood mensenlichaam, dat meteen opstond en wandelend de kapel uit ging. Ook liggen daar twee witte ronde stenen die aangeven dat op de ene plaats de Heer Christus gestaan heeft en op de andere Maria Magdalena, nadat er bij haar 7 duivels waren uitgedreven. Zoals geschreven staat in Marcus 16 v 9 stond op de ene de Heer Jezus Christus en op de andere Maria. Hij openbaarde haar ook hier op deze plaats zijn herrijzenis uit het heilig graf in de gedaante van een hovenier en Hij sprak deze woorden tegen haar: “Vrouw, waarom zijt gij bedroefd en waarom schreit gij?” Zij antwoordde: “Heer, hebt gij onze zaligmaker uit het graf genomen? Zeg mij waar gij Hem gelaten hebt, ik zal Hem halen.” Hier hangen altijd 4 brandende lampen. Daarna toonde men ons de holle steen waarop de Joden Christus hadden neergezet tot de tijd dat zij het kruis klaargemaakt hadden. Toen het kruis klaar was hebben zij hem zijn kleren uitgetrokken. Deze plaats heet de kerker van Christus en er is een gewelf boven waarin 2 brandende lampen hangen en 2 hangen ervoor. Ook toonde men ons hier de plaats waar de Joden de kleren van onze Heer Christus hebben verdeeld en er voor hebben gedobbeld, zoals geschreven staat in Math 27:35. Daar hangen 2 brandende lampen. Zo voortgaande bracht men ons 29 treden diep onder de aarde. Daar zagen wij de plaats waar koningin Helena stond toen het kruis van onze Heer Jezus Christus gevonden werd en daar hangen ook 2 brandende lampen. Op een andere plaats, 11 treden naar beneden, toonde men ons de plaatsen waar het heilig kruis van onze Heer Jezus Christus met de 2


[27r] Nae jerusalem Moordenaers Cruijsen Ghevonden waren Ende Sagen noch de gaten daer desen cruijsen door op gebrocht waren ende daer hingen vijf brandende lampen ende hijer noch wat vorder gaende bevonden wij veel trappen de welcke uijt den berch van calvareijen gheho owen waren want dese berch comter recht boven ende men can sijen allee de hollen van desen berch siet men een lange vide schuier daer bi nae een mensch Inde soude staen soo het schint vant bouvensten Des berchs te sijen alsoo hij zijn beginsel heeft welcke scheurde als onsen Salichmacer den betteren doot aende Galghe des Chruijs smac te voor het Menschelicke geslacht daer nae zijn wij alle weder op gegaen ende zijn ghecomen bij een Capelle onder het autaer stont noch een stuck van een Calomme wesende de plaese daer sij de heere Crustus de dorene croon Op Sijn gebenedide hooft hebben in gedruckt bespoot bespoogen ende voorts soo gingen wij besichtigen de porta spiritosa genaemt twelck is een portael van Salomoens tempel voor dit portael heeft geseten een Crupelen men sche biddende om een aelmoese inden naem van S Jan aen S Peter waer ouer sinte peter Sprack tot dese Crupelen Mensche Goudt noch silver en en hebbe ick niet dan het ghene ick hebbe dat gheve ick u staet op en Wandelt.

Naar Jeruzalem kruizen van de moordenaars gevonden waren. Wij zagen ook de gaten waarin deze kruizen opgericht waren en daar hingen 5 brandende lampen. Hier nog wat verder gaand vonden wij veel treden die uit de berg Golgotha gehouwen waren, want deze berg komt er recht boven. Men kan alle holtes van deze berg zien. Men ziet een lange wijde scheur waar bijna een mens in zou kunnen staan en zo schijnt het van boven op de berg te zien te zijn. Zo begon het te scheuren toen onze zaligmaker de bittere dood aan het dwarshout van het kruis smaakte voor het menselijk geslacht. Daarna zijn wij allen weer naar boven gegaan en zijn bij een kapel aangekomen. Onder het altaar stond nog een stuk van een pilaar en dat was de plaats waar zij de Here Christus de doornen kroon op zijn gezegende hoofd hebben gedrukt en Hem hebben bespot en bespuugd. Daarna gingen wij de poort bezichtigen die Spiritosa heet en dat is een poort van Salomons tempel. Voor die poort heeft een kreupel mens gezeten die vroeg om een aalmoes in de naam van St. Jan aan St. Petrus, waarna St. Petrus tot deze kreupele mens sprak: “Ik heb noch goud noch zilver dan hetgeen ik bij mij heb en dat geef ik u. Sta op en wandel.�


[27v] Pelgrimsche reijse Beschrijuinge des Conincklicken tempel Salomon Aen dese tempel sietmen noch hedens dachs staen twalef portalen ende men siet door het eenen portael een groote lege plaese met veel olijfbomen oock soo siet men een grote vierkant ghebo usel twelck boven plat is daer men met trappen op door een steene poorte gaet ende ijnt midden van dit viercant soot schint soo is dat den tempel van Salomon die isser sedert op ghetimmert ende is bij nae heel ront dan het is int ronde Cantich dan heet is en Cannen van veeren soo niet sien want wij en mochten daer niet bij Coomen wij worden wel berecht dat dit werck rontsom Seer schoon ende Cost lick Geschildert was Alles ruijtwijsen ofte viercantich als oft glasen hadden Gheweest ende door dese voorschreven portalen en Moogen geen Cristenen is com en op de verbeurte vant lijf ofte sij moeten de turcken aenhangen ende haren Mannieren Ende weten onderhouden Een Ander beschrijuinghe vanden tempel des Conincks salomon twelck Claerelijck beschreuen is van den E. heer heronijmus schijt van erffort de selfs in de tempel Gheweest is ende alles ghesien heeft alsoo hij betuijcht met zijn eijgen boeck gedruckt tot erffort int jaer 1615 Voor een vande deuren ofte in ganck des Voorschreven tempels daer staet eene vier Canten steene back die altijts vol

Pelgrimage Beschrijving van de koninklijke tempel Aan deze tempel zitten nog heden ten dage 12 portalen en men ziet door een portaal een grote lege plaats met veel olijfbomen. Men ziet ook een groot vierkant bouwsel dat van boven plat is, waar men via treden naar boven door een stenen poort gaat en in het midden van dit vierkant lijkt het dat de tempel van Salomo er sindsdien op gebouwd was. Hij was bijna helemaal rond, want hij was van deze kant in het rond achtkantig. Wij konden het van ver niet zien, omdat wij daar niet bij mochten komen. Men vertelde ons wel dat dit werk rondom zeer rijk en mooi beschilderd was, alles ruitvormig of vierkant zoals glazen vaak waren. Door deze voornoemde portalen mochten geen Christenen naar binnen: daar stond de doodstraf op, of zij moesten bij de Turken horen en zich houden aan hun manieren en wetten. Een andere beschrijving van de tempel van koning Salomo is die die door de edele heer Hieronymus Scheijdt van Erfford helder beschreven is. Hij zelf is in de tempel geweest en heeft alles gezien zoals hij getuigt in zijn eigen boek, gedrukt in Erfford in 1615. Voor een van de deuren of ingangen van de voornoemde tempel staat een vierkanten stenen bak die altijd vol


[22v] Pelgrinsche Reijse Aenghesien dat ick int kort een weijnich verhaelt hebben van dese oude heijlige stadt Jerusalem alsoo die was ten tijde ons salichmackers Jesus Ccristi soo wil ick den leeser oock een weijnich voor ooghe stellen van de Ghedaente Gelegentheijt van diijt tegenwordi Nu Jerusalem twelck beschreuen is van den seer Gheleerden heer Jeronimus scheijdt van erffert die het heijlich lant ende vele andere Coninckrijcken door Ghereust alles Ghesien Claerlijck Beschreven heeft int jaer 1615 eer ick voortsgaen wil met mijn beschriuijnghe van dese mijne voor ghenomen reijse soo sal ick mede den leser een wijnigh te kennen gheuen van de gelegentheijt alsoo de stadt Jerusalem nu ten teijt betimmert ende bewoont wert voo soo veel mijn bekent is ende selfs Ghesien hebben Soo salmen weten dat nu ter tijt dese stadt niet eijge ntlijcke staen op de oude plase alsoo die eerteijts ghe weest is dan de oude stadt hadde in sijch begrepen den berch sion het huijs caiphas met noch veel andere Groote ende heerlicke ghestichte meer die in Jerusalem plaesten te staen ende nu allee buijten staen ontrent een musket schoot weechs daer buijten den berch Calvarien met het heijlich Graf heeft Eertijs buijten gestaen ende is nu binnen ghetrocken hoe wel dat dese stadt verset ende verandert is soo zijnder nochtans veel treffelicke ende ghedenckwaerdighe plase binnen den Rinck mueren ghebleuen als nament lick de berch moria op welcken den tempel salomon op Ghestaen heeft als oock den berch acra ende den berch bezetha daer die nuwe stadt als dan terteijt Alsoo Ghenaemt Ghestaen heeft van ghelicken het dal Cetroen dat voor desen een groote diepte was soo datmen desen berch met veel trappen mosten op gaen ende was Ghelegen tusschen dese twee berghen moria ende acra twelck nu terteijt op veel na Soo diep niet alst eertijts geweest is ten ijs niet te verwonderen dat de dieppe valeijen van dese voorseide hooge bergen vervult zijn door de menichvildighe destructien die dese stadt beijegent zijn dese stadt heeft 4 hoochten met 3 dallen ofte diepe valeijen dat eerste staet tegen de sonne op Ganck ende is Genaemt het Dal

Pelgrimage Aangezien ik in het kort iets verteld heb van deze oude heilige stad Jeruzalem, zoals die was ten tijde van onze zaligmaker Jezus Christus, wil ik dus de lezer ook iets voorschotelen van hoe de stand van zaken van dit huidige Jeruzalem er nu uitziet. Het is beschreven door de zeergeleerde heer Jeronimus Scheidt van Erfort die het heilig land en vele andere koninkrijken heeft bereisd en alles heeft gezien en helder beschreven in 1615. Voordat ik wil doorgaan met mijn beschrijving van deze door mij voorgenomen reis, zal ik dus ook de lezer iets laten weten van de toestand waarin de stad Jeruzalem heden bebouwd en bewoond is, voor zover het mij bekend is en ik het zelf gezien heb. Zo moet men weten dat heden deze stad eigenlijk niet ligt op de oude plaats, zoals die vroeger geweest is, want in de oude stad waren begrepen de berg Sion, het huis van Kajafas en nog veel andere grote en heerlijke gebouwen meer, die in Jeruzalem plachten te staan en die nu alle er buiten staan, ongeveer een musketschot ver. Bovendien, de berg Golgotha met het heilig graf heeft vroeger er buiten gestaan en is er nu binnen getrokken. Hoewel deze stad verplaatst en veranderd is, toch zijn er dus veel voorname en gedenkwaardige plaatsen binnen de ring muren gebleven, zoals met name de berg Moria, waarop de tempel van Salomon gestaan heeft, alsmede de berg Akra en de berg Bezetha, waar de nieuwe stad in die tijd ook zo genoemd werd. Het dal Kidron dat vroeger heel diep was, zodat men deze berg met veel trappen op moest gaan was gelegen tussen deze twee bergen Moria en Akra. Het dal is heden bij lange na niet zo diep als het vroeger is geweest en men hoeft zich niet te verwonderen dat deze diepe valleien van deze voordien hoge bergen opgevuld zijn door de talloze vernielingen die deze stad overkomen zijn. Deze stad heeft 4 hoogten en 3 dalen of diepe valleien. De eerste, in het oosten, heet het dal


[28r] nae Jeruselem vol waters is waer in de tnrcken1 haer Altijts wasschen ofte reijnighen eer sij inden tempel gaen oock soo hangen daer mede kemmen daer sij haer mede kemmen ende reijnigen ende gaen als dan blodts hooft ende ghesch oeijt inden tempel en daer en mogen geen cristenen in comen ten waer met Groote prickel ofte ten waer seer Cekretelijck om geldts wijllen ende soo dat Anders bevonden worden het waer om beyde haer Leven te doen dan het gebenrt wel dat Sulckx gheschiet bij nacht doch seer priculus soo van de een als vande Ander ende soo Wije daer in Comt moet de Maniere der turc ken volgen alsoo boven verhaelt wort ende sij nemen haren Schoenen ende haer hoet onder haer armen ende gaen als dan in want den vloer des tempels is seer Costelijck ende is met schoon turcksche tapiten behangen door den ganschen tempel de pilaren sij van Costelijck orenttael marmer ende albaster steen aen een van de pilaren daer hanght aen de handt die onse heere Christus Een kijnneback slagh gaf noch is daer in te sijen de 28 sijlvere pennighen daer de heere Crijstus om vercoft was van gelicken de roede Moses daer met hij sloegh op den berch ofte klipen ende inde roede zee hoe wonderlick het Water dede van een Schijde ende kinderen van Isarel drochs vodts daer door gingen noch is daer te sijen de kruijken daer de kinderen van Isarel het h Manna in vergaderden inde woestijnen ofte anders genaemt het hemels broot noch siet men daer de twee steene tafelen die Moses ontsinck van godt de heere op den berch sijnai daer de wet godts met zijne vingeren ingeschreven is als gheschreven stadt exod. 20

1

TEKSTKRITIEK [tnrken] lees [turken]

Naar Jeruzalem water is, waarin de Turken zich altijd wassen of reinigen voor zij de tempel in gaan. Daar hangen ook nieuwe kammen waarmee zij het haar kammen en reinigen en daarna gaan zij blootshoofds en ongeschoeid de tempel in. Er mogen geen Christenen in komen of het moet zijn met een grote stimulans dan wel zeer heimelijk om het geld. Als het anders ontdekt werd dan was het met hun beider leven gedaan. Het gebeurt dan wel dat zo iets bij nacht plaats vindt, maar dat is zeer gevaarlijk, zowel voor de een als voor de ander. Wie daar binnen komt moet dat op de Turkse wijze doen zoals hiervoor werd verteld. Zij nemen hun schoenen en hun hoed onder hun arm en gaan daarna naar binnen, want de vloer van de tempel is zeer kostbaar met fraaie Turkse tapijten belegd, de hele tempel door. De pilaren zijn van kostbaar oosters marmer en albast. Aan een van de pilaren hangt de hand van degene die onze Heer Christus een kaakslag gaf. Ook zijn daar te zien de 28 zilveren penningen waarvoor de Heer Christus verraden werd. Zo ook de staf van Mozes, waarmee hij op de berg of de rotsen sloeg en het water in de Rode Zee week als door een wonder uit elkaar zodat de kinderen van Israël droogvoets daar door gingen. Ook zijn daar te zien de kruiken waarin de kinderen van Israël het heilig manna, ook wel het hemels brood geheten, in de woestijn verzamelden. Ook ziet men daar de 2 stenen tafels die Mozes op de berg Sinaï ontving van God de Heer, waarin de wet van God met Zijn vingers geschreven is, zoals beschreven staat in Exod. 20.


[29r] Nae Jerusalem opt hachste deses berch Ghecomen zijnde Soo trocken wij alle onse Schoene uijt ende vijt zijnde ontrent de plaese comende daer de heere Crustus Onse Salicheijt aen de stamme des Cruijse gevrocht hadde soo is ons een groote beroerte ende bevinge over ghecomen in een schijn of ons een grote corse overvallen hadde soo dat wij hier over seer verschrickt waren niet mij Alleen maer ons allen opt hoochste deses berchs daer stadt hedendachs een ronde capelle oft kercxken ende is boven verwult den vloer is seer freij beleijt met verschiden schone Coluren van Marmer ende albastert steen in dit Voorschreuen kercxken sijet men uijt den vloer ver heven staen als een graft niet wel soo hooge als een autaer ende ontrent twee mals soo breet ende lanck ende boven plat ende int midden is een rontgat dat in desen steen rots gehouwen is ende dit gat is diep ontrent 2 voeten en een half ende rontsom is het beslagen met een Sijlver plaet gen ende in dit gat heeft ghestaen het Cruijs Crijsti ende ontrent vier voeten nae het Zuijden van dijt voorschreven gadt daer is noch te Sijen Een groote scheure in een steen deses berchs Welcke steen rodts scheurden als de heere Crustus zijnen geest gaf aen den Cruijse Noch wat Zuijt Waerts op desen berch daer staet eenen Autaer ende is Ghemaeckt van suijver arientael marmer steen ende voorts ist allee Costeijck bevrocht met Mermer steen ende op dese plaes stonde maria de Moeder Godts Als haren soon Ghecruijst was ende bevanghen zijnde met Groter droefheijt

Naar Jeruzalem Toen wij op het hoogste deel van deze berg gekomen waren, trokken wij allemaal onze schoenen uit. Toen wij waren uitgekomen op de plaats waar de Heer Christus onze zaligheid heeft bewerkstelligd aan de stam van het kruis kwam er een grote beroering en beving over ons, het leek wel of een hoge koorts ons had overvallen en wij waren hierover zeer verschrikt, niet alleen ik maar wij allemaal. Op het hoogste punt van deze berg staat heden een ronde kapel of kerk die van boven een gewelf heeft; de vloer is zeer fraai belegd met verschillende kleuren marmer en albast. In de voornoemde kerk ziet men een uit de vloer oprijzende steen als een graf, niet zo hoog als een altaar en ongeveer 2 maal zo breed en zo lang, van boven plat en in het midden een rond gat dat in deze rots gehouwen is. Dit gat is ongeveer 2,5 voet diep, het is rondom beslagen met een zilveren plaatje en in dat gat heeft het kruis van Christus gestaan. Ongeveer 4 voet naar het zuiden van dit voornoemde gat is ook een grote scheur te zien in de steen van deze berg. De rots scheurde toen de Heer Christus aan het kruis de geest gaf. Iets zuidelijker op deze berg staat een altaar dat is gemaakt van zuiver oosters marmer en verder is het allemaal rijkelijk bewerkt met marmer. Op deze plaats stond Maria, de moeder van God, toen haar zoon gekruisigd werd en zij werd bevangen door grote droefheid.


[29v] Pelgrimsche reijse

Pelgrimage [Afbeelding] A het gat waarin het kruis van Christus was gezet B waar de kruisen van de moordenaars stonden C waar de berg gebarsten was D de kamer van de Goten

E het altaar van de Katholieken F de plaats waar onze zaligmaker aan het kruis genageld werd G de ingang van de berg

Zo werd hier ook de plaats getoond waarop de Joden de Here Christus hebben vastgenageld en zijn gezegende lichaam hebben uitgerekt. Hier hangen 52 brandende lampen. Wij hoorden van diverse pelgrims die in de heilige-plaatsen-week alle heilige plaatsen bezocht hadden dat de Grieken in de goede week daar als pelgrims komen om te bezoeken al

A het gat daer het Cruijs Crijsti ingestelt was B daer de Cruijsen der moordenaren stonden C daer den berch geborsten was D de camer der gotthen

E den autaer vande Catolijcken F de plaesse daer onse salic hmacker aen het gehecht wort G den inganck vanden berch

Ons worden oock hier vertoont de plaese daer op Jooden de heere Crustus opt Cruijs vast naegelen en Zijn gebenedide licham vijt ghereckt hebben ende hier hangen tweenvijftijch brandende Lampen ende wij vorde berecht van dieversche pelgrijms die in de heijlige plaese weecke alle de heijlig plaese besocht hadde dat de griecken de Welcke inde goe wecke Aldaer comen als pelgrims om te besoecken allee


[24v] Pelgrimsche reijse

Pelgrimage [Afbeelding met letters] A de ingang b venster c de ingang van het oratorium van Jezus Christus dat is de

d plaats waar het oratorium plaatsvindt D het gat dat daar lucht geeft E Plaats of plein voor de kerk F een afgescheiden plaats

die de Grieken hebben. Om in de kerk te komen moesten wij 49 treden onder de grond afgaan en bij het afdalen hebben wij gezien: aan de rechterkant in de muur het graf van de heilige moeder St. Anna en van St. Joachim. Aan de linkerkant zagen wij het graf van de heilige man St. Jacob en in het midden van de kerk toonde men ons het graf van de heilige moeder van God, Maria en daar is zij ten hemel gevaren. Dat graf is vierkant gemetseld op een open plek, zodat men op en rondom dit graf kan gaan en hoog staan boven

A. den Inganck b venster c den Inganck van het orato rum Jesus Cristij dat is de

d plaese daer het orata geschiet D het gat daer lucht geeft E paets ofte plin voor de kerck F een afgescheijden plaets

De welcke de Griecken in hebben ende om in de kercke te comen mosten wij negenenvertich trappen onder de aerde gaen ende hebben gesien int afgaen Aende rechterhant inde muer het Graft van de heijlige Moeder S anna ende van S Jochim van de [1] lincker hant Saghen wij het graff vanden heijlighen Man S Jacob ende int midden vande kercke worden ons ver toont het graft vande heilighe Moeder Godts Maria ende aldaer is sij ten hemel op Geresen ende dat graft is viercant Ghemesselt met een open daermen op ende rontsoen dit graft can gaen ende staen hooch uijterhan

1

INGREEP [Sag?] doorgehaald


[30v] Pelgrimsche reijse IDEM 29v!!!!!


[31r] Nae Jerusalem IDEM 30r!!!!!!!


[31v] Pelgrimsche Reijse

Pelgrimage [Afbeelding] De spelonk van het heilig graf is 7 grote voeten lang en het graf is over de lengte aan beide zijden en over de breedte aan een zijde aan of in de muur gemetseld zodat men maar aan een brede zijde er tegen aan kan staan. Het graf steekt uit de grond, ongeveer zo hoog als een altaar en is van voren en van boven met zuiver marmer bedekt, zodat men er op kan celebreren. Het binnenste waar de Here Christus gelegen heeft wordt aan niemand getoond, want het schijnt dat daar nog een lichaam of gedaante ligt en er werd besloten dat niemand het beschadigen mocht of enige hinder veroorzaken; dat blijft zo en men berust daarin. Want alle pelgrims zouden zeer begerig zijn om daarvan iets te hebben. Boven dit graf hangen 42 brandende lampen.

De Speloncken vant heijlich graft is Lanckt 7 Groote voeten ende daer over De Lengten aen beijde Sijden ende aen de een Zijde over de brede soo ist aen ofte in de mur Ghemesselt Alsoo dat men maer aen de een Zijden van de brede daer tegen can aen staen ende stae vijt Den gront verheven ontrent Soo hoogh Als een Autaer ende is van vooren ende booven met Suijver marmer steen becledt soo dat Men daer op mach celebreeren ende het binnensten ende voort niemant vertoont daer de heeren Crustus Ghelegen heeft want het Schijn of daer noch een licham was leggende van gedaenten ende het wert ghedaen dat het niemant questen ofte enigh hinder doen mochten ende blijft Alsoo is berustenden want allee de pelgrims Souden seer begerich Zijn om daer van ijets te hebben ende over dit heijligh Graft hangen 42 brandende Lampen


[32r] Nae Jerusalem Als wij uijt het heijlich Graft Gaen Wilde door een deure die welcke Seer lege Was soo worde ons noch vertoont een speloncke Die daer aenghemackt is door deese Voorschreven Speloncke can men oock gaen tot het heijlighe Graft Ende is van eenderbrete daer de drie Maria stonden op den heijlighen pasdach om Jesun te Saluen int midden van desen plaetse is noch een stuck van een steen die opt heijlighe graft gelegen heeft waer van de 3 mari en spracken onder wegen al gaende wie sal ons Desen steen af wentelen van den deuren des Grafs want sij is Groot alsoo gheschreven staet marcus 1.6.v.3. ende leijt ontrent een voet boven der aerden vast Ghemesselt daerop heeft den engel Geseten seggende tot haer en weest niet verschrickt noch bevreest ghij soeckt Jesum van Nazereth den Ghecruijsten hij is Verresen hij is hier niet meer besiet de plaetsen daer sij hem gelit hebben ende daer hijngen 15 brandende Lampen int heijlich Graft soot Schijnt soo hanck daer een stuck Schilderie daer de verrijsenissen in geschildert is dauis nu geheel verduijstert door den roock ofte damp der Lampen oock is daer te Sien een out stuck Schilderije op desen berch van Calvareien daer de heere Crijstus Aent Cruijs hangt Soo Groot als een gemen Mans langte t welck seer is werweckende tot devotie soot schijnt soo is dit Cruijs Gemaeckt van vierder hande houdt alsoo schrijvers daer van verhalen te weten den eersten op gaende Boom ten twede het dwaers houdt ten derden den Voetbanck ten vierden daer den tijtel opt H Cruijs Gheschreven stonden Jesus Nazarenes Rex Jndeorum dese

Naar Jeruzalem Toen wij uit het heilig graf gingen wilden wij door een deur die zeer laag was en men toonde ons nog een spelonk die daar gemaakt was. Door deze voornoemde spelonk kan men ook bij het heilig graf komen. Het is van dezelfde breedte en daar stonden de drie Maria’s op de heilige Paasdag om Jezus te zalven. In het midden van deze plaats ligt ook een stuk van een steen die op het heilig graf gelegen heeft en waarover de drie Maria’s onderweg, al gaande spraken: “Wie zal voor ons deze steen afwentelen van het deksel van het graf, want hij is groot.” Zoals geschreven staat in Marcus 16v3. Hi ligt ongeveer een voet boven de aarde vastgemetseld. Daarop heeft de engel gezeten en die zei tegen hen: ”Weest noch verschrikt noch bevreesd. Gij zoekt Jezus van Nazareth, de gekruisigde, hij is verrezen en hier niet meer, kijk naar de plaats waar zij Hem gelegd hebben.” Daar hingen 15 brandende lampen. Naar het schijnt hangt daar een stuk schilderij waarop de herrijzenis geschilderd is. Die is nu geheel verduisterd door de rook of damp van de lampen. Daar is ook een oud stuk te zien van een schilderij van de berg Golgota waar de Here Christus aan het kruis hangt, zo groot als een man gewoonlijk lang is, een schilderij dat zeer tot devotie opwekt. Naar het schijnt is dit kruis gemaakt van 4 stukken hout, zoals de schrijvers verhalen daarover. Ten eerste het rechtop staande hout, ten tweede het dwarshout, ten derde de voetbank, ten vierde waar de titel op het kruis geschreven stond: Jezus van Nazareth, koning der Joden.


[32v] Pelgrimsche Reijsen

Pelgrimage [Afbeelding] Deze voornoemde spelonk van het heilige graf staat in het midden van het kruisgewelf en boven de spelonk van het heilige graf in het bovenste van de kerk daar is een groot rond gat zodat deze spelonk recht onder de blauwe hemel komt. Al het werk van de kerk naar het westen toe is nagenoeg rond zoals onze koren in onze kerken gemaakt zijn. Dit heilig graf is van buiten en van binnen met zuiver marmer bekleed met enige pilaren daarbuiten waartussen 7 brandende lampen hangen. De Grieken hebben er achter aan een kapel gebouwd en wonen daarin met menigeen. Daarin hangen gestadig 20 brandende lampen met een grote kroon waar het licht bijna ontelbare keren op lijkt te schijnen. In het midden van de toren daar ligt een steen en op die plaats stond de Here Christus en sprak: “Ik sta in het midden van de ganse wereld�. In deze toren en erbuiten hangen 28 brandende lampen. Toen wij al deze heilige

Dese voorschreven speloncke vant heijlich graft staet int midden van het Cruijs werck ende boven de Speloncke des heijlighen grafts int opperst van de kercke daer staet een groot ront gadt soo dat dese spelonck Recht onder den blaven hemel comt ende voorts allee het werck vande kercke westwaerts is rontachtich op de Mannieren als onse Cooren in onse kercken gemackt zijn dijt heijlich Graft in van buijten ende van binnen met Suijver marmer steen becleet met eenighe pila ren daer buijten daer tusschen hangen Seven branden de lampen de Griecken hebben hier achter Aen een Capelle ghetimmert ende woonen met menichen Daer in ende daer in hangen ghestadich twintich brandende lampen met een groote Croon daer het Licht Schier Schint ontelbaer op te staen Int Midden vande toor daer leijt een Steen op desen plaetsen stonde de heere Crustus ende sprack ick stae int Midden van de Gansche werelt in dit toor hangen 28 brandende Lampen ende twee daer buijten Als wij nu Allee dese heijlighe


[33r] Nae Jerusalem Plaetse ghesijen Ende besocht hadden Soo zijn wij wederom gheceert nae de heijlighe Stadt Jerusalem daer de minnebroeders voonen ende die eeten voor hem bracht die Mocht wat eeten ende Gijngen voorts Nae onse ruste. Op den 26 Augustus des Morgens ten twee vren voor den dacht soo heeft een iegelick Diet beliefden versocht zijn devotie te houden op Alle De heijlighe plaetse hier vooren verhaelt ende Daer nae een ijegelijcken ghebiechtet ende de opsolu tie hebbende soo bereijden hem een ijder om te ontfa nghen het heijlich Sacrament des Autaers ontrent ten Acht vijren des Morgens soo heeft de vicarius int heijlich Graft de hooghmissen Gesongen ter eeren Godts ende zijner verrijsenisse ende nae de Elevatie soo hebben wij int heijlighe Graft het waerachtich Licham ende bloet ons heeren Jesu Cristus Onder den Gedaente van broot ontfangen Voor ende nae de hooch Mijsse hebben wij met prosseje omt heijlich Graf gegaen Ende Soo weder nae onser Liever vrouwen Cappelle Ghekeert Wij pelgrims Gingen noch een kercke ofte tempel Besoecken dese tempel hebben de turcken in plachten soo ons berecht is ende Daer en Comt Niemant in dan met believen vanden turck ende hier wonen acht verscheijden Naetien van volcken ende zijn allee Cristenen Ende Elck heeft zijn besonder Woonplaetsen daer Sij haer dingen doen tgeen haer belast is ende Sijn Seer eendrachtich onder den Anderen oock soo waren onder desen eenighe uijt papeians landt desen waren getekent voor haer voor hoofden met drie streecken ofte teeckenen t welck met eeen eijser daer op gebrant was dit

Naar Jeruzalem plaatsen gezien en bezocht hadden zijn wij weer teruggekeerd naar de heilige stad Jeruzalem, waar de minnebroeders wonen en wie eten had meegebracht die mocht wat eten en gingen voorts na ons rusten. Op 26 augustus ’s morgens 2 uur voor zonsopkomst heeft men iedereen die het behaagde verzocht zijn devotie te houden op alle heilige plaatsen die hiervoor genoemd zijn. Nadat iedereen had gebiecht en de absolutie ontvangen bereidde eenieder zich voor om het heilig sacrament van het altaar te ontvangen. Ongeveer 8 uur ’s morgens heeft de vicaris in het heilig graf de hoogmis gezongen ter ere Gods en Zijn verrijzenis. Na de elevatie hebben wij in het heilig graf het waarachtig lichaam en bloed van onze Here Jezus Christus in de vorm van brood ontvangen. Voor en na de hoogmis hebben wij in processie om het heilig graf gelopen. Daarna zijn wij weer teruggekeerd naar de Onze Lieve Vrouwe kapel. Wij pelgrims gingen nog een kerk of tempel bezoeken. Men vertelde ons dat de Turken deze tempel in gebruik hebben. Daar komt niemand in als het de Turk niet behaagt. Hier wonen 8 verschillende volken die allemaal Christelijk zijn en elk volk heeft zijn eigen woonruimte waar het zijn dingen doet waarmee het belast is. Deze volken zijn zeer eendrachtig; onder hen waren onder andere ook enige uit Pape Jansland en die waren getekend op hun voorhoofd met 3 streken of tekenen die er met een ijzer op waren gebrand. Dit


[33v] Pelgrimsche Reijse hebben Sij in de plaetse want vormsel ende Allee dese acht natien gheloofden allee in Jesum Cristum ende elcken Natien excerceert zijnde religie alsoot in haer Lant ghebruijckelijcken is sonder iets den een of den Ander te molesteeren dan ons en Was niet bekent oftse allee religieus zijn of niet ende Alle dese woorden onder houden elck in zijn Lant ende t geen sij eeten ofte drincken Comt van Jerusalem daer Sij vrienden hebben die hun Dit Becicken Sonder dat mosten Sij van hongers noot vergaen Altgeen dat Sij Cregen dat wordt haer Ghereijckt door Enighe gaten die in de kerck deur zijn Ende ten Selfde daghen voorschreven Soo zijn wij pelgrims weder om uijt Ghegaen ontrent Drie uren nae den middagh ende besochten een Griecxsen kercke op dese plaets is S Jacop onthooft Gewoorden

Pelgrimage hebben zij in de plaats van het vormsel en al deze 8 naties geloven alle in Jezus Christus en elke natie oefent zijn godsdienst uit zoals het in hun land gebruikelijk is zonder de een of de ander lastig te vallen. Aan ons is niet bekend of iedereen een religieus is of niet. Zij worden alle onderhouden en wat zij eten en drinken komt uit Jeruzalem, waar zij vrienden hebben, elk uit zijn eigen land, die hen dit beschikbaar stellen, want zonder dit zouden zij van de honger omkomen. Alles wat zij krijgen wordt hen aangereikt door een paar gaten die in de kerkdeur zitten. Diezelfde voornoemde dag zijn wij, pelgrims, ongeveer 3 uur na de middag weer uitgegaan en wij bezochten een Griekse kerk. Op deze plaats is St. Jacob onthoofd.


[34r] Nae Jerusalem

Naar Jeruzalem [Afbeelding] A de steen die voor het graf van onze Heer lag.

B de gevangenis van Jezus Christus.

Men toonde ons ook het huis van Annas, de bisschop. Op deze plaats staat nu een kerk. Buiten deze kerk ligt een steen ingemetseld , waar de Here Christus op zat toen hij een kaakslag kreeg van een dienaar van Annas, terwijl die zei:� Zult gij een bisschop zo antwoorden!�

A den steen die voor het graft ons heeren was

B de gevanckenisse Jesu Cristo

Oock Soo worden ons vertoont het huijs van Annas de bisschop op welcken plaets nu een kercke staet ende buiten desen kercken Leijt een steen inghemetselt daer de heere Christus op Sat Als hi een Cack Slach Creegh van Annas diennaer Seggende Sult ghij alsoo een biscop antwoorden


[34v] Pelgrimsche Reijse

Pelgrimage [Afbeelding] A het huis van Kajafas c de plaats waar St. Petrus B de pilaar waarop de haan kraaide zich warmde met de dienaren Daarna toonde men ons buiten Jeruzalem het huis van Kajafas. Op deze plaats staat nu een kerk. Op het hoge altaar daar ligt nu een steen van het heilig graf en daar is een hoek afgebroken of afgeslagen. In de kerk is een kerker waar onze zaligmaker in gevangen gezeten heeft en die is zo eng of nauw dat er nauwelijks een mens in kan liggen. Niet ver van hier, buiten deze kerk, daar toonde men ons de plaats waar St. Petrus de haan tot drie maal hoorde kraaien en de Here Onze Zaligmaker verloochende. Ongeveer op deze plaats was ook het hoogste punt van de berg Sion waar de Here Christus het H

A. het huijs van Caiphas c de plaetse daer S peteris sich B. de pilaer daer de haen op cride wermde met de diennaers Daer nae worden ons vertoont buijten Jerusalem t huijs van van Caiphas op dese plaetse staet nu een kerck opt hoogh autaer Daer Leijt een steen van het heijlighe Graft ende Daer is een hoeck afghebrocken oft geslagen in de kercke is den kercker daer onse Salichmaker in Gevangen gelegen heeft ende is soo enge oft nau Datter nauwelicx een mensche in leggen Can Niet wijt van hier buijten dese kercke daer worde ons de plaes vertoont daer S pieter den haen tot drie reijsen hoorden kreijen ende den heeren onse Salichmacker vervolgden. ontrent dese plaetse was oock het hoochst van de berch Sion daer de heere Cristus het H


[35r] Nae Jerusalem Auontmael Met Sijnen desiepelen heeft Gegeten ock daer de apostelen den heijligen Geest op den heijligen pincxsterdach ontfangen hebben Van Gelijcken Soo openbaerde de heere Cristus Zijnen Diesiepelen nae zijn verrijsenisse op den berch Sion daer sprack Cristus dese woorden tot thomam steeckt u hant in mijnen Zijde Ghij zult vijnden den steeck vanden speer liet hem oock Sien de Gaten van Sijn handen ende voeten ende zeijde weest niet ongelonich maer gelouich hier Leijt oock begraven den heijligen propheet Dauid ende op desen berch is noch veel meer Gheschiet het Soude mijn te banc vallen alles hier int Cleen tee Verhalen op desen Berch Sion Sagen wij de huijsinghe van buijten aldaer de bijnnebroeders haer Cconvent gehadt hebben ende den turck heeft heeft het haer afgenomen ontrent t Sestich jaer geleden ende haer wederom een plaetsen in Jerusalem vergunt Soo dat dese plaes mede in Groter deuotie Ghehouden wert ouermits dat den Coninck dauid daer begraven is. In het dal Josaphat bij Jerusalem is ons Oock vertoont de plaetse daer de Jooden het Doode Licham van de Maget Maria den Apostel wijlden ontweldigen Alles Sij daer meede besich waren om ter aerden te brengen in het voorschreven dal van Josaphat desen plaetse besien hebbende Soo zijn wij weederom Gekeert nae jerusalem Ende hebben gaen Zesien het huijs vanden heijligen euangelist S Marcus den welcken een desiepel Gheweest Van S. pieter den Apostel op desen plaetsen is nu een kerck Getimmert ende is de plaetsen daer S pieter quam als hij vanden engel Godts verlost was uijt den kercker ofte gevancken Ons worde oock daer bij vertoont de eijsesre Die daer leijt totter stadt van jerusalem die van Selfs open Ginck als S pieter Gelijt Ende verloost worden van de engel vijt den kerkcer hier bij is ons oock vertoont

Naar Jeruzalem Avondmaal met zijn discipelen heeft gegeten. Ook hebben daar de apostelen de Heilige Geest ontvangen op de Heilige Pinksterdag. Tevens openbaarde de Here Christus aan zijn discipelen zijn verrijzenis op de berg Sion. Daar sprak Jezus deze woorden tot Thomas:“ Steek uw hand in mijn zij, gij zult de steek van de speer vinden.” Hij liet hem ook de gaten in zijn handen en voeten zien en zei:” Wees niet ongelovig, maar gelovig.” Hier ligt ook de heilige profeet David begraven en op deze berg is nog veel meer gebeurd. Het zou mij te lang duren alles hier in het kort te vertellen. Op deze berg Sion zagen wij de buitenkant van de behuizing waar de Minderbroeders hun convent hebben gehad, maar de Turk heeft die ongeveer 60 jaar geleden van hen afgepakt en hun opnieuw een plaats gegund in Jeruzalem, zodat deze plaats bovendien in een grotere devotie werd gehouden, vooral omdat koning David daar begraven ligt. In het dal Josaphat bij Jeruzalem toonde men ons ook de plaats waar de Joden het dode lichaam van de Maagd Maria met geweld aan de apostel wilden ontrukken toen die bezig was om het ter aarde te bestellen in het voornoemde dal Josaphat. Toen wij de plaats gezien hadden zijn wij weer teruggekeerd in Jeruzalem en zijn het huis gaan bekijken van de heilige evangelist St. Marcus, die een discipel is geweest van St. Petrus, de apostel. Op deze plaats is nu een kerk gebouwd en dat is de plaats waar St. Petrus kwam toen hij door de engel van God verlost werd uit de kerker ofwel gevangenis. Men toonde ons ook daarbij de ijzeren poort die naar Jeruzalem leidde en vanzelf open ging toen Petrus door de engel uit de kerker geleid en verlost werd. Daarbij toonde men ons ook


[35v] Pelgrimsche reijse De plaetse daer den euangelist S jan Ghebooren is oock quamen wij verbij de plaets ofte tempel des heijligen grafs ende Sagen Den Gevanckenisse daer S pieter ghevangen gelegen hadden aldaer de Misdadegers noch hedens dachs haer Ghevanghen plaets hebben Ons worden oock vertoont de plaets van Sinte Anna daer onse Lieve vrouwe maria Gebooren is ende daer staet nu een kercxken op Getimmert ende voorts Gaende besochten wij de plaetse ofte t huijs van Veronica ende daer den reijcken Man gewoont heeft oock Soo worden ons vertoont de eijgenste plaets daer Sijmon van Cirenen ghedwonghen worden om te Helpen dragen het Cruijs onsen onses Salichmac kers jesus Cristus hier ontrent stont Maria de Moeder Godts als Cristus voor bij Gijnck belast zijnde met een Cruijse ende Ginck nae den berch Calvareien om aldaer ghec ruijst te worden Sij dat Siende beswimde ende op dees plaets staet nu een vervallen kercxken ofte kapelle wat voorts gaende is ons vertoont het huijs van pelatus ende huijs van herodus want dese twee staen bij nae onder malcander daer sagen wij eenen groten Steenen bogen daer men onder door gaet ende daer boven op staen twee open vensters int midden met een ront pilaerken op desen plaets dede pilatus onsen Sarichmacker stellen als hij hem liet geselen kroonen ende bespotten Ende Seijden tot enen Scharen van de volcken Exse homo aen siet den mensche ende riepen Al met luijden stemme neemt hem wech neemt hem wech ende Cruijst hem oock Soo Gingen wij besichtigen Probatica t welck pissima Ghenaemt is ende dat is int Vier Cant bemuert

Pelgrimage de plaats waar de evangelist St. Jan is geboren. Wij kwamen ook voorbij de plaats of tempel van het heilig graf en zagen de gevangenis waar St. Petrus gevangen heeft gezeten. Het is nog tot op heden de plaats waar de misdadigers gevangen worden gehouden. Men toonde ons ook de plaats van St. Anna, waar Onze Lieve Vrouwe Maria geboren is; daar is nu een kerk op gebouwd. Na verder te zijn gegaan bezochten wij de plaats of het huis van Veronica, waar de rijke man gewoond heeft. Men toonde ons ook de plaats zelf waar Simon van Cirene gedwongen werd om het kruis van Onze Zaligmaker Jezus Christus te helpen dragen. Hier ongeveer stond Maria, de moeder van God, toen Christus voorbij ging, onder de last van een kruis op weg naar de berg Golgota, om daar gekruisigd te worden. Toen zij dat zag bezwijmde zij en op die plaats staat nu een vervallen kerkje of kapel. Toen wij iets verder gingen toonde men ons het huis van Pilatus en het huis van Herodus, want deze twee staan bijna onder elkaar. Daar zagen wij een grote stenen boog waar men onder door gaat en daar boven op twee open vensters met in het midden een rond pilaartje. Op deze plaats liet Pilatus Onze Zaligmaker neerzetten toen hij hem liet geselen, kronen en bespotten. En hij zei tegen een schare mensen: “Ecce homo, ziet de mens.” En die riepen allemaal met luide stemmen: “ Breng hem weg, breng hem weg en kruisig hem.” Zo gingen wij ook Probatica bezichtigen, dat Piscina genoemd wordt en dat aan vier kanten een muur heeft.

Profile for Gouda op Schrift

Pelgrimage Bockenbergh  

Een pelgerimsche Reijse nae de H. Stadt Ierusalem

Pelgrimage Bockenbergh  

Een pelgerimsche Reijse nae de H. Stadt Ierusalem