__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

~<(st!m&=h dabe<

Kees naar de koeien

www.gottmer.nl

Anke Kranendonk

Kees gaat op zoek naar Septimia, het meisje dat hij ooit op een mooie dag in het weiland heeft gezien. Hij neemt zijn cavia Hector mee, want die vindt Septimia zo leuk. Als ze elkaar vinden begint een groot avontuur op de boerderij: Kees raakt zijn cavia kwijt, wordt ondergepoept door een koe, maakt de geboorte van een kalfje mee Ên ontdekt dat de stoere Septimia ook een geheim heeft.

Anke Kranendonk

Kees naar de koeien Met illustraties van Annemarie van Haeringen


Kees naar de koeien


Van Anke Kranendonk verscheen bij Gottmer: Slaap je al?


Anke Kranendonk

Kees naar de koeien

Met illustraties van Annemarie van Haeringen


2021 DE LEZERSPRIJS VAN DE KINDERBOEKENWEEK

De auteur ontving voor het schrijven van dit boek een projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds.

Eerste druk, 2020 © 2020 tekst Anke Kranendonk © 2020 illustraties Annemarie van Haeringen Voor deze uitgave: © 2020 Uitgeverij J.H. Gottmer / H.J.W. Becht BV, Postbus 317, 2000 AH Haarlem (e-mail: info@gottmer.nl) Uitgeverij J.H. Gottmer / H.J.W. Becht BV maakt deel uit van de Gottmer Uitgevers Groep BV Vormgeving omslag en binnenwerk: Studio Nico Swanink 978 90 257 7301 4 978 90 257 7423 3 (e-book) nur 282 isbn isbn

www.ankekranendonk.nl www.annemarievanhaeringen.nl www.gottmer.nl Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op een andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud

 1. Voor Sep 7  2. Grote vriend achter de deur 11  3. Daar gaan we! 15   4. Een verrassing 19   5. Een motor met gouden krullen 23  6. Bijna in de sloot 29   7. Een groot bruin hek 34  8. Nog maar een keer 37   9. Bloed 40 10. Cowboy Septimia 45 11. Sep Acht 49 12. Wat een koe allemaal kan 54 13. Waarheen? 58 14. De caviajongen 63 15. Waar kan hij zijn? 68


16. Een bibberig babyâ&#x20AC;&#x2122;tje 74 17. Net een mensenbaby 79 18. Wachten, wachten, wachten 83 19. Een roze tong 89 20. Koeien melken 95 21. Ontzettend enorm verschrikkelijk vies 99 22. Blijf je? 104 23. Een telefoongesprekje 107 24. Nu moet hij er zijn 111 25. Kraambezoek 114 26. Een jongen als meisje 120 27. Terug? 124 28. Wat gebeurt er? 128 29. Een vroege dag 132 30. Uitkijken! 137 31. Een heel lichte dag 142 32. Opgelucht 146 33. Geboortekaartjes 150 34. Nou, doei 155


1

Voor Sep

Hoe schrijf je ‘Septimia’? Nou ja, dan maar ‘Sep’. Kees zit aan de tafel. Voor hem ligt een geel blaadje en een doos met pennen en kleurpotloden. Dit is de eerste brief die hij schrijft in zijn leven. En misschien wel de laatste want het is ontzettend moeilijk. Hoe schrijf je aan een heel leuk meisje dat je één keer hebt gezien dat je haar nog een keer wilt zien? ‘Hoi Sep.’ En dan? ‘Schiet op,’ zegt Kees tegen zichzelf. ‘Je denkt al weken. Doe het nou gewoon.’ 7


Kees pakt een paarse stift en schrijft achter elkaar door: ‘Hoi Sep, weet je nog? Ik ben Kees met de cavia. Kom je een keer spelen? Ik woon op Blauwbrug 13. Doei, Kees.’ Zo, niet meer over nadenken. Brief opvouwen en gaan. ‘Oink, oink, oink.’ Dat is Beer Hector Zwabber Poedel, de cavia van Kees die de hele dag in zijn bak vol stro zit en om eten bedelt. Kees staat op van de tafel en loopt naar hem toe. Het beestje begint meteen als een tornado door de bak te rennen. ‘Ja, ik kom zo,’ zegt Kees. ‘Ik moet even weg.’ Hector staat stil en beweegt zijn neus razendsnel heen en weer.


‘Ja,’ zegt Kees. ‘Ik weet wat je ruikt, een brief. Die ga ik brengen. Doei.’ Kees loopt de kamer uit, de gang uit. Net als hij de buitendeur wil openmaken komt mama de trap af. ‘Wat ga je doen?’ vraagt ze. ‘Stukkie lopen,’ antwoordt Kees. ‘Met de hond.’ ‘Met Bas?’ vraagt mama. ‘Is de buurvrouw dan thuis? Vindt ze het altijd maar goed dat jij hem uitlaat? Ga je niet te ver? Klein stukje maar en daarna weer thuiskomen. Goed begrepen?’ ‘Ja,’ zegt Kees. Dat lijkt hem het beste antwoord op alle vragen. ‘Neem je Hector mee?’ vraagt mama. Even sluit Kees zijn ogen. Zijn cavia? Op de achtergrond hoort hij zijn beestje luid piepen, alsof hij in een caviakoor zingt. ‘Vindt hij altijd superleuk.’ Ja, denkt Kees, maar ik niet altijd. Het moet, dat snapt Kees inmiddels als zijn moeder zo tegen hem praat. Hij loopt naar de gang, trekt de rugzak van de kapstok, komt weer 9


terug en ziet de brief liggen. Opgevouwen op de tafel. Wat ben ik een oelewapper, denkt Kees, vergeet ik het belangrijkste. En hij voelt dat hij knalrood wordt. Hij pakt de brief, stopt hem snel in de rugzak voordat zijn moeder vragen gaat stellen, loopt naar de cavia en tilt hem op. Kees hoort het, Hector is superblij dat hij mee mag. En dat maakt Kees dan weer blij. Hij stopt hem in de rugzak en laat de rugzak ver genoeg open zodat Hector nog genoeg lucht krijgt om adem te halen. De tas hijst hij om zijn schouders en hij vertrekt. ‘Kwartiertje,’ zegt zijn moeder. ‘Hier, neem een stukje te knabbelen mee voor het beestje.’ ‘Oké,’ antwoordt Kees. ‘Goed, best.’

10


2

Grote vriend achter de deur

‘Bas, ga je mee?’ Kees loert door de klep van de brievenbus bij de buurvrouw naar binnen. Het is donker in de gang. Kees hoort Bas in de woonkamer blaffen. Je kunt horen op de manier waarop de hond blaft, dat hij heel blij is. Bas weet dat Kees voor de deur staat. Kees wacht met aanbellen. Misschien snapt de buurvrouw dat híj voor de deur staat. ‘Ik ga even een brief brengen!’ roept Kees. ‘Een heel speciale, ik vertel het zo wel!’ Er klinken geen voetstappen in het huis. Wel het krabben aan de deur van de kamer. ‘Bas, Bassie!’ Kees ziet de snuit van de hond door een opening in de deur en even later dribbelen de 11


zachte kussentjes van zijn poten over de gangvloer. Door de brievenbus kan Kees het precies zien. Bas houdt stil en gaat op de deurmat zitten. Hij blaft en jankt. Hij wil eruit, gezellig met Kees aan de wandel. ‘Waar is de baas?’ vraagt Kees. Verder praten gaat niet, hij krijgt een lik over zijn neus. Een kus van de hond. ‘Dank je,’ zegt Kees. Hij gaat rechtop staan en veegt zijn neus droog. ‘Oké,’ zegt Kees, die nu een afstand van 1 centimeter van de brievenbus houdt. ‘Ik heb namelijk een brief. Ik dacht, als ik die bij de molen ergens ophang, dan leest Sep hem misschien.’ Bas kan het niet meer houden aan de andere kant van de voordeur. Hij springt omhoog, schraapt met zijn nagels over het hout, duwt zijn poot tegen de klink. Het helpt niks, de deur blijft dicht, hij erachter en Kees ervoor. Arme hond, denkt Kees. Zo zielig dat hij daar zo in zijn eentje opgesloten zit. Kees kan alle kanten op, hij kan de hele wereld over, het weiland in, de rivier op en neer, in bomen 12


klimmen, naar de molen gaan, ijsjes eten. Maar Bas moet blijven waar hij is: binnen, in een donker en somber huis. Kees moet er niet te lang over nadenken, anders gaat het pijn doen in zijn buik. ‘Bas,’ zegt hij, ‘ik snap je. Maar ik heb geen sleutel. Weet je wat, ik ga nu alleen met Hector en dan kom ik terug als buuf er is. Of niet, dan praat ik verder door de brievenbus.’ Weer blaft Bas zo allenig. ‘Ik kom terug. Echt, echt, echt. Ga nu maar naar binnen. Dag.’


‘Waf.’ ‘Dag.’ ‘Wraf.’ ‘Dag.’ ‘Wrrrraf.’ Moet Kees voor de deur blijven wachten totdat de buurvrouw terug is? Kees doet een stap naar achteren, nog een en nog een. Totdat hij de hond niet meer hoort. Gelooft hij.

14


3

Daar gaan we!

‘We pakken de fiets,’ zegt Kees tegen Hector, die voor op zijn buik hangt. De cavia heeft zijn koppie uit de tas gestoken. ‘Kijk jij eigenlijk met je neus?’ vraagt Kees. ‘Waarom beweeg je hem anders de hele tijd zo heen en weer?’ Met zijn voet schuift Kees de standaard omhoog en loopt de tuin uit. ‘Even goed opletten,’ zegt hij tegen Hector wanneer ze bij de drukke weg komen. ‘We moeten oversteken. Ik ga hier niet fietsen, we nemen het pad langs het water, goed?’ Niet dat Hector antwoordt, maar toch is het gezellig om tegen zijn cavia te praten. Eigenlijk is het verboden om over het v­ oetpad 15


te fietsen, maar voor deze ene keer mag Kees het wel. Vindt hij. Als hij maar goed oplet dat hij geen mevrouwen of kleine honden omver fietst. Of meneren met grote honden, nog enger. ‘We zijn er al,’ zegt Kees na een paar minuten. Hij legt zijn fiets in het gras en loopt het heuveltje op naar de molen. Er is niemand. Geen tafels en stoelen buiten, geen ijscokar, geen deur die openstaat, geen molenaar. Zelfs de wieken draaien niet. ‘O,’ zegt Kees. ‘O.’ Hij kijkt om zich heen. Er is niemand te zien. Alleen weilanden, de rivier en de weg die erlangs gaat. ‘Uh,’ zegt Kees. Hector antwoordt niet, hij heeft zijn koppie naar binnen gedaan en schuifelt nu in de tas. Voor op de buik van Kees. ‘Zullen we gewoon de polder in fietsen?’ vraagt Kees aan de lucht. ‘Kijken of we haar vinden?’ Hij kijkt nog eens om zich heen. Er is niemand die antwoord kan geven. We gingen die kant op, denkt Kees en hij 16


kijkt in de richting van de brug. Toen, die ene keer dat hij met de hond en de cavia in zijn bootje ging varen en ergens in het weiland Septimia tegenkwam. ‘Daar moet het ergens zijn,’ zegt hij. Kees loopt naar zijn fiets, pakt hem op en kijkt nog één keer om zich heen. Zal hij haar vinden? Weet hij de weg? Zijn er geen boze boeren die lelijk tegen je doen? ‘We gaan,’ zegt hij en daarmee houdt hij alle enge gedachten buiten. Kees fietst weg, naar de zon die zo fel schijnt dat Kees ervan moet knipperen. Eigenlijk is het heel makkelijk, denkt Kees. Daar is de zon en achter me is de molen. Als ik terugga, doe ik het andersom. Pompeldiepom. Er is geen mens op de weg. De vogels fluiten in de lucht, zo af en toe loeit er eens een koe. Waar is iedereen? Ha ha, denkt Kees. Allemaal werken. Of slapen. Lekker dan! Kees weet nog precies dat hij hier was met Hector en de hond Bas. In zijn bootje, over het water. 17


Dat ze gingen aanleggen en de hond direct het weiland in rende. Man, wat was dat een toestand! Hij blafte tegen de koeien! Dáár was het, bij dat prikkeldraad. Of was het bij de koeien in de volgende wei? Alle weilanden lijken op elkaar, alle koeien ook. Allemaal zwart-wit. Eigenlijk best saai. ‘Zijn koeien leuk?’ vraagt Kees aan Hector. Die antwoordt nog steeds niet, hij heeft zich verstopt in de tas. Daar is de brug. Kees moet op zijn trappers gaan staan om ertegenop te fietsen. Gek hoor, in het bootje moest hij zelfs bukken om eronderdoor te kunnen. Nu lijkt de brug heel hoog. Kees zet nog meer kracht op zijn trappers. Nog even, dan staat hij bovenop en gaat de tocht naar beneden lekker snel. Hopsa!

18


~<(st!m&=h dabe<

Kees naar de koeien

www.gottmer.nl

Anke Kranendonk

Kees gaat op zoek naar Septimia, het meisje dat hij ooit op een mooie dag in het weiland heeft gezien. Hij neemt zijn cavia Hector mee, want die vindt Septimia zo leuk. Als ze elkaar vinden begint een groot avontuur op de boerderij: Kees raakt zijn cavia kwijt, wordt ondergepoept door een koe, maakt de geboorte van een kalfje mee Ên ontdekt dat de stoere Septimia ook een geheim heeft.

Anke Kranendonk

Kees naar de koeien Met illustraties van Annemarie van Haeringen

Profile for Gottmer Uitgevers Groep

Kees naar de koeien - door Anke Kranendonk  

Kees wil Septimia opzoeken, het meisje dat hij ooit op een mooie zomerdag in het weiland ontmoette. Met zijn cavia Hector, want Septimia vin...

Kees naar de koeien - door Anke Kranendonk  

Kees wil Septimia opzoeken, het meisje dat hij ooit op een mooie zomerdag in het weiland ontmoette. Met zijn cavia Hector, want Septimia vin...

Profile for gottmer
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded