__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1


© 2015 tekst David Solomons © 2015 illustraties Laura Ellen Anderson Oorspronkelijke titel: My Brother is a Superhero Oorspronkelijke uitgever: Nosy Crow, Londen Voor het Nederlandse taalgebied: © 2015 Uitgeverij J.H. Gottmer / H.J.W. Becht BV, Postbus 317, 2000 AH Haarlem (e-mail: post@gottmer.nl) Uitgeverij J.H. Gottmer / H.J.W. Becht BV maakt deel uit van de Gottmer Uitgevers Groep BV Vertaling: Linda Broeder Zetwerk: Studio Nico Swanink Druk en afwerking: Ten Brink, Meppel ISBN 978 90 257 6028 1 ISBN 978 90 257 6029 8 (e-book) NUR 283 www.gottmer.nl

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op een andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


1 DE (NIET-)UITVERKORENE

Mijn broer is een superheld. En ik had er ook een kunnen zijn, alleen moest ik net op dat moment plassen. Mijn naam is Luuk Parker, ik ben elf jaar en ik woon in een rustige buurt in Londen met mijn vader, moeder en grote broer Zack. Mijn broer is niet altijd een superheld geweest, maar met zo’n naam vraag je je toch af of mijn ouders vroeger al dachten dat hij ooit een masker en een cape zou dragen en weeskinderen uit brandende gebouwen zou redden. Ik bedoel, kom op! Dat is toch geen naam? Dat is een geluidseffect! Dat staat altijd in stripboeken wanneer een superheld een superschurk slaat. Pow! Bam! Zack!

5


Volgens mij maakt iedereen wel bepaalde momenten mee waarop alles de ene of de andere kant op kan gaan. Vanille of chocolade. Romig of knapperig. De waterballon op paps hoofd laten vallen of niet. Jij bepaalt wat je kiest en soms kan je hele leven totaal anders lopen door maar drie kleine woordjes. ‘Ik moet plassen.’ Dat was op die noodlottige avond. Zack en ik zaten ongeveer een uur in onze boomhut en ik stond op knappen. Ik zat een oud nummer van Batman en Robin te lezen bij het licht van mijn zaklamp en Zack was bezig met zijn wiskundehuiswerk. Hij is altijd al een studiebol geweest. Voordat hij Ster-Jongen werd, was hij al de sterleerling van de klas. ‘Ga dan,’ zei hij terwijl hij met gemak de zoveelste kwadratische vergelijking oploste. ‘Ik hou je niet tegen.’ Eerlijk gezegd wilde ik niet in het donker de touwladder af. Het was al lastig genoeg geweest om naar boven te klimmen. Niet dat ik een slechte conditie heb of zo, maar laat ik het zo zeggen: ik zal nooit een olympische medaille winnen. Ik heb last van hooikoorts en mijn voeten staan een beetje raar, waardoor ik zogenaamde ‘ortheses’ in mijn schoenen moet dragen. Toen mam me vertelde dat ik die nodig had, was ik superenthousiast. Het klonk als een onderdeel van een mechanisch harnas voor een supersoldaat. Maar toen ik ze eindelijk kreeg, bleken het flexibele inlegzolen te zijn, en geen robotpak.

6


Dat was een teleurstellende donderdag. Ik stak mijn hoofd door het luik van de boomhut. ‘Misschien kan ik gewoon hier naar beneden plassen.’ ‘Eruit! Wegwezen, smerig kind!’ Zack is maar drie jaar ouder dan ik, maar als ik iets doe wat hem irriteert, dan noemt hij me een kind. Van alle dingen die ik niet kan uitstaan aan mijn grote broer, staat zijn gewoonte om mij een kind te noemen op nummer zevenenveertig. Niet dat ik een lijstje bijhou. Oké. Ik heb wel een lijstje. Voordat hij een superheld werd, stonden er al drieënzestig punten op. Nu zijn het er bijna honderd. Hij is gewoon enorm irritant. Ik klom de touwladder af en liep ons huis binnen. Ik ging naar de wc. Toen ik een paar minuten later weer in de boomhut klom, zat Zack daar stilletjes in het donker. Ik wist dat er iets was, want hij was gestopt met zijn huiswerk. Ik pakte mijn zaklamp en richtte het licht op zijn gezicht. Hij knipperde niet eens met zijn ogen. ‘Zack, gaat het?’ Hij knikte. ‘Weet je het zeker? Je lijkt... anders.’ Hij knikte weer, heel langzaam, alsof hij over iets ingewikkelds nadacht. Toen zei hij met een schorre stem: ‘Volgens mij... is er net iets bijzonders met me gebeurd. Luuk, ik ben veranderd.’

7


Dit kwam niet helemaal als een verrassing. Een maand of zes eerder had pap me even apart genomen voor een gesprek van man tot man, zoals hij het noemde. We gingen in de schuur zitten, waarschijnlijk omdat dit de mannelijkste ruimte is die we thuis hebben. Pap legde uit dat ik misschien wat veranderingen zou gaan opmerken aan mijn grote broer. ‘Zack staat aan het begin van een lange reis,’ zei pap. ‘Geweldig! Wanneer vertrekt-ie? Mag ik zijn kamer hebben?’ ‘Niet zó’n soort reis,’ zei pap met een vermoeide zucht. ‘Hij komt in de puberteit, zoals dat heet,’ ging hij verder. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat zijn stem zal gaan veranderen.’ ‘O, klinkt hij straks als een robot?’ ‘Nee, niet als een robot.’ ‘Jammer.’ ‘En hij zal hariger worden.’ ‘O, als een weerwolf?!’ ‘Nee, niet als een weerwolf.’ Die puberteit-onzin leek me supersuf. Pap vertelde nog meer dingen, over privacy en meisjes, maar eerlijk gezegd luisterde ik niet echt meer na die teleurstelling over de robot en de weerwolf. Maar goed, toen Zack me in de boomhut vertelde dat hij was veranderd, wist ik dus precies wat ik moest zeggen. Ik perste mijn lippen op elkaar en knikte serieus,

8


zoals mijn huisarts had gedaan toen hij me vertelde dat ik de ziekte van Pfeiffer had. ‘Ik ben bang dat je last hebt van puberteit.’ Hij negeerde me en staarde naar zijn handen, die hij heen en weer bleef draaien. ‘Volgens mij heb ik superkrachten.’

9


2 ZORBON

Zack was duidelijk gek geworden. Dat krijg je van te veel huiswerk maken. Maar toen begon ik te twijfelen. Hij wist dat ik gek ben op stripboeken en hij zat me altijd te pesten met die ‘kinderachtige obsessie’, zoals hij het noemde. Volgens mij was dit een valstrik. ‘Superkrachten?’ Ik sloeg mijn armen over elkaar en keek hem spottend aan. ‘O, dus nu kun je vliegen en bliksemschichten uit je vingertoppen schieten?’ Er verscheen een vreemde uitdrukking op zijn gezicht. ‘Dat weet ik niet...’ mijmerde hij terwijl hij zijn hand uitstak en zijn vingers bewoog als een suffe goochelaar. Er schoten geen bliksemschichten uit zijn vingertoppen.

10


Maar er gebeurde wel iets anders wat minstens zo wonderbaarlijk was. Mijn zaklamp vloog uit mijn hand, tolde door de lucht en landde met een plof in Zacks uitgestoken hand. Hij sloot zijn vingers om de zaklamp en glimlachte breed. Onmógelijk! Maar Zack had het voor elkaar gekregen. Hij had de zaklantaarn laten bewegen, alleen maar door eraan te denken en een suf handgebaar te maken. Hij had gelijk. Mijn broer had écht superkrachten! Telekinese, dat was de officiële naam. Stripboeken staan vol met superhelden die deze kracht hebben, maar dit was de eerste keer dat ik het in het echt had gezien. Ik gaf het niet graag toe, maar dit was cool. Supercool. Al zou ik dat natuurlijk nooit tegen Zack zeggen. ‘Geen bliksemschichten dus,’ zei ik, zogenaamd teleurgesteld. ‘Wat?!’ Hij keek me aan alsof ik gek was. ‘Zag je dat dan niet? Zag je niet wat ik deed?’ Ik kon niet langer onverschillig blijven doen. Ik was onder de indruk. Maar mijn bewondering veranderde al snel in iets anders. Ik zag groen van jaloezie, zo groen als de Hulk. Het was nog erger dan vorig jaar met kerst, toen Zack een iPhone kreeg en ik schoenen. ‘Het is niet eerlijk! Waarom heb jij superkrachten? Je leest niet eens stripboeken.’ Ik tierde nog een paar minuten door (soms ga ik zo tekeer dat ik helemaal paars

11


aanloop). Uiteindelijk liet ik mezelf uitgeput op de vloer zakken en keek chagrijnig voor me uit. Ik kookte van jaloezie, maar ik móést het vragen. ‘Hoe is dit gebeurd?’ Zack staarde langs me heen naar een vage plek op de muur en begon de ongelooflijke gebeurtenissen van ongelooflijk kort geleden te beschrijven. ‘Vlak nadat jij weg was, hoorde ik in de verte een rommelend geluid. Ik keek naar buiten en zag lichtjes in de lucht. Ik dacht dat het een meteoorregen was. Toen besefte ik dat ze snel mijn kant op kwamen. Er schoten honderden gloeiend witte strepen door de lucht. Maar vlak voordat ze me zouden raken, kwamen ze met een ruk tot stilstand. Toen zag ik dat het helemaal geen meteoorregen was...’ Hij stopte even en haalde diep adem. Toen fluisterde hij: ‘Het was een interdimensionaal ruimteschip.’ Mijn adem stokte. Het spannendste verhaal dat Zack me tot dan toe had verteld, ging over een mislukt kapsel en een chihuahua. En volgens mij was het deel over de chihuahua niet eens waar. ‘Het was een grote, blauwe ovaal, die hier vlak naast de boomhut zweefde.’ Hij stak zijn hand uit en wees met trillende vinger naar buiten. ‘Ik zag een deur openschuiven aan de zijkant van het schip en ik hoorde iets als “bloep-woesj”. Toen verscheen er een lichtgevende figuur die naar me toe zweefde op een lichtstraal. Hij droeg een glimmend paars pak, een cape met een hoge

12


gouden kraag en gouden laarzen. Op zijn borst zaten drie gouden sterren die knipperden als een hartslag. Hij had een groot, rond hoofd dat helemaal kaal was. En als hij praatte, zat hij met zijn vingers aan zijn sprietige baardje. Hij stak drie vingers op als begroeting en stelde zichzelf voor als Zorbon de Beslisser, een interdimensionale reiziger en vertegenwoordiger van de Hoge Raad van Frodax Wontreen Rrr’n’farg. Hij praatte alsof hij alles in hoofdletters zei. Zorbon legde uit dat hij uit een ander universum kwam, parallel aan dat van ons. Het is bijna hetzelfde als ons universum, vertelde hij, alleen zijn de kleuren groen en rood verwisseld en smaakt chocoladecake daar anders.’ Zack leek even te peinzen. ‘Niet heel anders, maar een beetje anders.’ Ik zag aan Zacks dromerige blik dat hij dit saaie feitje bijzonder interessant vond. De kans was groot dat hij over die cake zou blijven doorzeuren. ‘Wat maakt die stomme cake nou uit! Vertel eens over die superkrachten!’ Zack schudde zichzelf wakker uit zijn dagdroom. ‘O, ja. Nou, Zorbon zei dat de Hoge Raad mij heeft uitgekozen voor een missie die heel belangrijk is voor onze beide universums. Zo belangrijk dat hij wel moet slagen, anders zou dat een grote ramp zijn voor triljoenen wezens.’ ‘Twee universums? Jij moet twee universums redden?’ Typisch. Alsof het redden van één universum niet genoeg was. Wat was mijn broer toch een opschepper.

13


‘Maar waarom jij?’ jammerde ik. Zack staarde peinzend naar buiten. ‘Blijkbaar staat deze boomhut op de grens tussen de twee universums.’ Dat was ongelooflijk. Verbijsterend. Onze boomhut als poort tussen twee werelden. Maar aan de andere kant... ‘Wat wil dat zeggen?’ Zack haalde zijn schouders op. ‘Waarschijnlijk was ik de eerste persoon die Zorbon zag toen hij door de poort kwam.’ Ik was sprakeloos. Mijn mond bewoog wel, maar er kwam geen geluid uit, alleen een gesis, als een leeglopende ballon. Zo kies je toch niet de redder van de mensheid uit? Het moet toch op zijn minst als voorspelling in een eeuwenoud boek staan geschreven. Dit was net alsof je het Zwaard van Ultieme Kracht aan een goudvis gaf. ‘Om er zeker van te zijn dat het me lukt, mocht Zorbon mij zes gaven schenken, of superkrachten, als je het zo wilt noemen. Die zullen mij helpen met de missie,’ ging Zack verder. ‘Toen hield Zorbon zijn handen in de lucht en zei iets in zijn vreemde, buitenaardse taal...’ O, want er bestaan ook normale buitenaardse talen? dacht ik. Maar ik zei niets. ‘Er volgde een rode lichtflits, of misschien is dat bij hen dan groen,’ vertelde Zack verder. ‘Ik voelde een golf van energie door me heen trekken. Mijn hele lichaam begon te tintelen. Toen het eindelijk stopte, maakte Zorbon een buiging en zei: “HET IS GEBEURD.” Ik

14


vroeg hem wat er dan was gebeurd. Welke krachten had hij me geschonken? Wat was mijn missie? “DAT MAG IK NIET ZEGGEN, WANT DAN LOOP IK HET RISICO DAT IK DE TOEKOMST VERANDER. EN IEDEREEN DIE VERSTAND HEEFT VAN DIT SOORT ZAKEN, WEET DAT DAT HEEL ERG ZOU ZIJN. ALLES ZAL DUIDELIJK WORDEN, IN DE LOOP DER TIJD,” zei hij. Toen vertrok hij, met een geheimzinnige glimlach. Maar vlak voordat de deur van zijn ruimteschip dichtschoof, zei hij dat hij me nog wel één ding kon vertellen. Ineens keek hij heel bezorgd en hij zei: “NEMESIS KOMT ERAAN.” En toen was hij weg. Bloep-woesj!’ Ik stond Zack met open mond aan te kijken. Zoveel informatie om te verwerken. Zoveel vragen. Maar één gedachte drong zich op de voorgrond. ‘Ik ben maar vijf minuten weggeweest!’ De belangrijkste vijf minuten in de geschiedenis van de wereld, en die had ik gemist omdat ik moest plassen. ‘Als ik erbij was geweest, dan had Zardoz de Beschieter vast voor mij gekozen,’ bromde ik. ‘Hij heet Zorbon de Beslisser. En je was er niet bij.’ Zack haalde zijn schouders op. ‘Had je het maar moeten ophouden.’ Het was zo oneerlijk! Ik kon niet meer normaal denken. ‘Haal hem terug. Zeg tegen Bonbon de Bedrieger dat hij een fout heeft gemaakt en dat hij terug moet komen om mij ook superkrachten te geven.’

15


‘Zorbon de Beslisser,’ verbeterde Zack me nog eens. ‘En hij heeft beslist dat ik de uitverkorene ben. Niet jij.’ ‘Ik geloof je niet. We weten het pas zeker als je het hem vraagt.’ ‘Als ik het hem vraag? Tuurlijk, want hij heeft me zijn telefoonnummer gegeven. Eh, wat is het netnummer van het parallelle universum ook alweer?’ Zijn vraag klonk nogal sarcastisch. Zack zat me te plagen, wat best dom was, want op dat moment was ik kwader dan ik ooit was geweest. ‘Wat doe je nu weer?’ vroeg hij. Ik liep een rondje door de boomhut en klopte om de halve meter op de muur. Was het niet duidelijk wat ik aan het doen was? ‘Ik zoek de poort naar het andere universum.’ Ik hield mijn oor tegen de muur. ‘Volgens mij hoor ik hem.’ ‘Luuk.’ ‘Sst!’ siste ik. Ik hoorde duidelijk een geluid. ‘Ja. Ik krijg iets door. ’t Klinkt als gekrabbel. Misschien zijn het interdimensionale muizen.’ ‘Eh, Luuk...’ Geïrriteerd draaide ik me om. Het schurende geluid kwam van Zack, die door zijn kleding heen aan zijn borst krabde. Hij droeg zijn schooloverhemd, zoals gewoonlijk. Hij zei dat hij zo in de juiste stemming kwam om huiswerk te maken. (Niet te geloven, hè? En daar moet ik dan mee in één huis wonen.) Er zat iets vreemds onder

16


zijn overhemd. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en wees. ‘Wat is dat?’ Er knipperde een zwak licht onder de stof, als een nachtlampje. Zack maakte de knoopjes los en trok zijn overhemd open om zijn borstkas te ontbloten. Ik zou zweren dat ik trompetgeschal hoorde. Ik zag geen haar, ondanks die opmerking van pap, maar ik zag wel iets anders. Er stonden drie gloeiende sterren op zijn borst getatoeëerd. ‘Zorbon had net zulke sterren,’ zei Zack. ‘Ik vraag me af wat het betekent.’ Hij streek erover met zijn vinger. ‘Ik zal je zeggen wat het betekent. Het betekent dat je een tattoo hebt.’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Mam gaat je vermoorden.’ Zack negeerde me. Hij kwam overeind en strekte zich uit, met zijn volle één meter zestig. Er verscheen een kalme, wijze uitdrukking op zijn gezicht. ‘Ik weet wat de sterren betekenen,’ zei hij rustig. ‘Ik. Ben. Ster-Man!’ Ik stak mijn vinger op om te protesteren. ‘Wat?’ snauwde hij. ‘Eh, sorry, maar Ster-Man bestaat al. Straks word je nog aangeklaagd.’ Zack zuchtte geïrriteerd. ‘Oké. Het zal wel.’ Hij rechtte zijn rug. ‘Ik. Ben. Ster-Vuur!’ Hij keek even naar mij, om het te controleren. Zachtjes schudde ik mijn hoofd.

17


Gefrustreerd gooide hij zijn armen in de lucht. ‘Bestaat Ster-Vuur ook al?’ ‘Ik heb je al duizend keer gezegd dat je eens wat meer stripboeken moet lezen.’ Peinzend tikte ik tegen mijn wang. ‘Wat dacht je van Ster-Jongen?’ ‘Ster-Jongen?’ Zack dacht erover na. Hij zei de naam een paar keer hardop, om te kijken hoe hij beviel. Hij sprak hem uit met zijn eigen stem en toen met een diepe stem, waarna hij even nadacht. ‘Ster-Jongen of Sterjongen?’ Ik zat niet echt te luisteren, want ik besefte net waar de tekening op zijn borst me aan deed denken. Het leek precies op die sterretjes op kant-en-klaarmaaltijden die aangeven hoe lang je ze kunt invriezen. Volgens het plaatje op zijn borst moest Zack goed worden ontdooid voor gebruik. Hij zette zijn handen in zijn zij. ‘Ik. Ben. Ster-Jongen!’ Toen hield hij zijn hoofd schuin. ‘Of toch Sterjongen. Dat. Weet. Ik. Nog. Niet.’ En zo is het gebeurd. Mijn broer heeft superkrachten en ik... ... ik heb helemaal geen kracht.

18


3 STER-JONGEN

Het lot van twee universums lag in de handen van mijn broer. In de mijne lag een bloemkool. Het was de dag nadat Zack in Ster-Jongen was veranderd. (Hij had niet voor de spelling Sterjongen gekozen, want hij had bedacht dat hij later misschien een logo nodig had voor op zijn shirt, en ‘S’ was al bezet.) We stonden in de keuken te helpen met koken. ‘Zack, schil jij de aardappels, lieverd?’ Mam gaf hem een grote zak vol. Ik keek hem grijnzend aan. Zelfs superhelden moeten aardappels schillen. ‘Natuurlijk,’ zei hij glimlachend. ‘Met alle plezier.’

19


Met een sluwe blik slofte hij naar de hoek van de keuken. Hij was iets van plan. Ik sloop hem achterna. Hij strekte zijn hand uit en tuurde geconcentreerd naar de aardappels. De schillen gleden er zo af, in perfecte spiralen. De aardappels schilden zichzelf. Ik was geschokt. ‘Dat kun je niet maken,’ siste ik. ‘Waarom niet?’ ‘Dat is de eerste regel van superhelden: je mag je krachten niet gebruiken voor het schillen van aardappels.’ Hij keek me twijfelend aan. ‘Daar geloof ik niets van. Die regel bestaat helemaal niet.’ ‘Nee, nou, misschien niet, maar hoe groter je krachten, hoe groter je verantwoordelijkheid. Gordon de Slisser...’ ‘Zorbon de Beslisser,’ zei Zack met een zucht. Om de een of andere reden kon ik zijn naam maar niet onthouden. Waarschijnlijk voelde ik me zo diep beledigd door wat hij had gedaan, dat ik geen moeite wilde doen om zijn stomme, buitenaardse, interdimensionale naam te onthouden. ‘Ja, Dinges de Doet-er-niet-toe. Hij heeft je die telekinetische krachten niet gegeven om te helpen in de keuken.’ Zack keek schaapachtig. ‘Je hebt gelijk.’ ‘Natuurlijk heb ik gelijk. Het is niet slim om je krachten te misbruiken, geloof me. Het is maar een kleine stap van superheld naar superschurk. Tuurlijk,

20


het begint onschuldig met het schillen van aardappels via telekinese, maar voordat je het weet, zit je in een geheime vulkaanbasis met een leger van boosaardige hulpjes en maak je plannen om de wereld te veroveren.’ Op dat moment vroeg mam vanaf de andere kant van de keuken: ‘Wat zitten jullie daar te smiezen?’ ‘Niets,’ zeiden we tegelijkertijd. We konden haar natuurlijk niet vertellen wat er met Zack was gebeurd. De tweede regel van superhelden is dat je je krachten geheim moet houden. Als de schurken je echte identiteit ontdekken, dan lokken ze je in de val door je dierbaren te ontvoeren. Zo gaat het vaak, maar het is makkelijk te voorkomen met wat simpele voorzorgsmaatregelen. Pap en mam keken elkaar aan met zo’n supersuffe glimlach op hun gezicht, waarna pap zei: ‘Jongens, wat fijn dat jullie weer eens lol hebben samen.’ Hij had gelijk. Dat Zack en ik de laatste tijd weinig lol meer hadden gehad, bedoel ik, niet dat het fijn was. Vroeger waren we de beste vrienden, maar tegenwoordig communiceerden we vooral door te schreeuwen, met deuren te slaan en elkaar te knijpen. Ik denk dat we sinds gisteravond meer met elkaar hadden gepraat dan in de afgelopen drie maanden. Ik zag Zack bedroefd naar me kijken, alsof hij die goede oude tijd miste. ‘Wat zit je nou te staren, leeghoofd?’ zei ik. Kom op, ik moest toch iets doen. Ik had geen zin in klef gedoe.

21


Gelukkig gaf Zack me meteen een stomp tegen mijn arm. Die brak niet en vloog er ook niet af, dus hij was in ieder geval niet supersterk. Interessant. Ik mikte op een plek op zijn borst, haalde uit met mijn vuist en gaf hem een stomp terug. Vanaf deze afstand kon ik niet missen. En ik miste ook niet. Ik kaatste terug. Op een paar centimeter afstand van zijn lichaam voelde ik mijn vuist ineens op iets onzichtbaars en elastisch botsen. ‘Een krachtveld! Je hebt verdorie een krachtveld!’ fluisterde ik verbaasd. Voordat hij iets kon zeggen, haalde pap ons uit elkaar. We kregen een preek over fatsoenlijk gedrag en werden de keuken uitgestuurd om af te koelen. Een kwartier later was het avondeten klaar. De hele maaltijd hield ik Zack in de gaten, als een leraar tijdens een examen, zodat ik niets zou missen als hij zijn bloemkool met zijn gedachten over zijn bord schoof of een erwt tegen zijn krachtveld liet stuiteren. Of... wat nog meer? Zebedee de Toverfee had hem zes krachten gegeven die hij nodig had voor zijn missie. Twee daarvan waren telekinese en een krachtveld. Wat waren de andere vier? En wat hield die missie precies in? ‘NEMESIS KOMT ERAAN’, dat was alles wat we wisten. Na het eten moest ik eigenlijk huiswerk maken, maar ik besloot wat op internet rond te snuffelen om te kijken

22


wat ik over Nemesis kon vinden. Ik vond een berg informatie. Ik scrolde pagina na pagina door. In de Griekse mythologie was Nemesis, en ik citeer: ‘een meedogenloos wezen van goddelijke vergelding’. Ik wist niet precies wat dat betekende, maar die Nemesis leek me maar een onaardig figuur. Toen drong het ineens tot me door: Nemesis was vast een superschurk en Zack had krachten gekregen om hem te verslaan. Ik wilde de pagina weer wegklikken, maar toen viel me iets op. Ik had het artikel te snel gelezen. Het was helemaal geen ‘hij’. Nemesis was een meisje! Eigenlijk klonk dat heel logisch. De aartsvijand van Ster-Jongen was een meisje.

23

Profile for Gottmer Uitgevers Groep

Mijn broer is een superheld  

Luuk zit met zijn oudere broer Zack in hun boomhut, als hij even moet plassen. Een grote fout! Want terwijl hij weg is, komt er een buitenaa...

Mijn broer is een superheld  

Luuk zit met zijn oudere broer Zack in hun boomhut, als hij even moet plassen. Een grote fout! Want terwijl hij weg is, komt er een buitenaa...

Profile for gottmer
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded