Gemeente Krimpen aan de Ijssel

Page 1

Gemeente Krimpen aan den IJssel: Vanzelfsprekende duurzaamheid Duurzaam bouwen: ‘Er kan veel, we moeten het alleen doen’

Warm voorstander van warmtekoudeopslag

Uitgedaagd door beperkingen


Gemeente Krimpen aan den IJssel: Vanzelfsprekende duurzaamheid

2

Martens Aannemingsbedrijf: ‘Ik ben er best trots op’

6

Uitgedaagd door beperkingen

10

Warm voorstander van warmtekoudeopslag

12

Duurzaam bouwen: ‘Er kan veel, we moeten het alleen doen’

15

INHOUD

INLEIDING

door Ernst Delfos, uitgever

Duurzaam bouwen staat volop in de belangstelling. De aandacht gaat hierbij niet alleen naar een laag energieverbruik. Het gaat ook om het gebruik van duur­ zame materialen en steeds vaker om de kleinschalige opwekking van elektriciteit. Om duurzaam bouwen verder te ontwik­ kelen, hebben bouwbedrijven, architecten en installatiebedrijven opdrachten nodig. De gemeente Krimpen aan den IJssel besloot bedrijven uit te dagen om een zo duurzaam mogelijke herontwikkeling te bedenken voor het oude raadhuis. De opdracht werd gewonnen door een con­

sortium van onder andere Martens Aan­ nemingsbedrijf, diederendirrix architecten en Imtech. In april 2015 is de gemeentelijke organisatie terugverhuisd naar het Raad­ huisplein, in het meest duurzame raadhuis van Nederland. De ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen zijn voor het redactie­ team van Green Company aanleiding om het nieuwe raadhuis uitgebreid te belich­ ten. Het resultaat heeft u nu in handen. Een informatieve uitgave, die inzicht geeft in een snel veranderende markt.

1


Krimpen aan den IJssel heeft oog voor de toekomst

Vanzelfsprekende duurzaamheid Het meest duurzame raadhuis van Nederland. Dat was de wens van Krimpen aan den IJssel en dat hebben ze gekregen. Het nieuwe gebouw sluit aan bij het bredere streven van de gemeente om duurzaamheid te bevor­ deren. Wethouder Marco Oosterwijk: “Ik wil voor de komende generaties iets moois achterlaten.”

heb ik meegekregen in mijn opvoeding. Ik ben lid van de SGP; wij hechten aan het rentmeesterschap. We zijn verant­ woordelijk voor de wereld om ons heen. Daarnaast ben ik vader van drie kinderen. Ik wil voor hen en voor de komende generaties iets moois achterlaten.” Als gemeenteraadslid was Oosterwijk medeverantwoordelijk voor het besluit om de locatie van het oude raadhuis te herontwikkelen. “Het oude raadhuis

voldeed niet meer”, zegt Baars. “Het ver­ slond energie. Het gebouw had energielabel G, het laagste dat er is. Maar als er een label Z was geweest, had het die gehad. We hebben eens uitgerekend dat we jaarlijks voor tonnen aan energie verspilden.” Het gebouw was niet alleen zo lek als een mandje, het was ook oncomfortabel om in te werken en de jaren ’50 bouw sloot niet aan bij de filosofie van transparantie van de gemeente en de wens om meer te

Marco Oosterwijk (l) en Johan Baars (r)

Rentmeesterschap Oosterwijk is in juni 2014 aangetreden als wethouder. De bouw van het nieuwe raadhuis was toen al in volle gang. “Duurzaamheid past bij mij”, zegt hij. “Verantwoord met de natuur omgaan

2

Foto: John Wijntjes

Het gesprek vindt plaats in het voor­ malige kantoor van Hoogheemraadschap Krimpenerwaard aan de Olympiade in Krimpen aan den IJssel. Hier heeft een deel van de gemeentelijke organisatie onderdak gevonden. In december 2013, vlak voor de sloop van het oude raadhuis, hebben ambtenaren en bestuurders hun spullen gepakt. Inmiddels is de verhuizing terug aanstaande. “Deze locatie was beschikbaar en het paste goed”, zegt inkoopcoördinator Johan Baars. “We moesten beneden wel een kleine verbouwing doen voordat we hierheen kwamen, maar het afgelopen jaar was hier goed te werken. Al kijken we er wel naar uit om onze intrek te nemen in het nieuwe raadhuis. Dat past veel beter bij de transparantie die we willen uitstralen en het flexibele werken.” Het gesprek met Oosterwijk en Baars meandert van het nieuwe raadhuis naar het duurzaamheidsbeleid van de ge­ meente en weer terug. De twee zijn dan ook nadrukkelijk met elkaar verbonden. Duurzaamheid heeft al geruime tijd hoge prioriteit en het raadhuis – het meest duurzame van Nederland – is de kroon op het beleid.


Marco Oosterwijk, wethouder duurzaamheid

Foto: John Wijntjes Foto: John Wijntjes

“Er bleek op het gebied van duurzaamheid heel veel mogelijk”

Foto: John Wijntjes

Foto: John Wijntjes

Foto: John Wijntjes

Marco Oosterwijk (38) is sinds juni 2014 wethouder in Krimpen aan den IJssel. Daarvoor was hij zes jaar gemeenteraadslid namens de SGP. In zijn portefeuille heeft hij onder meer economische zaken, vergunningverlening, toezicht en handhaving, duurzaamheid, buitenruimte, jeugdzorg en Wmo. Tot hij wethouder werd, werkte Oosterwijk veertien jaar als manager en lid van het managementteam bij overslagbedrijf ZHD Stevedoring in de Rotterdamse havens. Daar was hij onder meer verantwoordelijk voor kwaliteit, gezondheid, veiligheid en milieu. Oosterwijk is getrouwd en heeft drie kinderen, twee zonen (10 en 12 jaar oud) en een dochter (2 jaar oud). Hij werkt aan een nieuwe duurzaamheidsagenda voor de gemeente. Zijn streven is dat de gemeenteraad die voor het zomerreces heeft goedgekeurd.

doen aan het nieuwe werken. “We hebben nog wel een aantal jaren het meest noodzakelijke onderhoud gepleegd, maar uiteindelijk was er geen redden meer aan.”

zouden tekenen, maar direct bezig zouden zijn met mogelijkheden om energie te besparen, alternatieve energiebronnen te benutten en milieuvriendelijke materialen te gebruiken.” Na de eerste ronde bleven er drie partijen over die hun ideeën verder mochten uit­ werken. Die bleken elkaar inderdaad op te stuwen. De gemeente had als onder­ grens een gemiddelde GPR-score van 7,5 meegegeven, maar die werd dik overtroffen (zie ook het interview met aannemer Martijn Martens op pagina 6). Uiteindelijk bleken de twee beste inschrij­ vingen elkaar slechts één tiende punt te ontlopen op een totaal van tweehonderd punten.

Duurzaamheid voorop De gemeenteraad was unaniem van mening dat duurzaamheid bij de heront­ wikkeling het belangrijkste uitgangspunt moest zijn. Dat zou voor de helft bepalen welke partij de opdracht zou krijgen. Verder wogen er zaken mee zoals flexibiliteit en transparantie. Binnen die criteria en een vastgesteld budget werden marktpartijen uitgedaagd om de beste oplossing te bedenken. “Door vanaf het begin duurzaamheid voorop te stellen, hoopten we de partijen te prikkelen tot een strijd waarbij ze het beste naar boven zouden halen”, zegt Oosterwijk. “Zodat ze er niet aan het einde nog even een zonnepaneeltje bij

Plantaardige zonwering “Er bleek op het gebied van duurzaam­ heid heel veel mogelijk”, zegt Baars. “De ontwikkelingen op dit vlak gaan steeds door. We dachten bijvoorbeeld voor de

3


WoonWijzerWinkel

zonwering in de raadszaal aan materiaal van gerecyclede petflessen. Dat was het meest duurzaam. Maar inmiddels zijn er ook zonweringen die gemaakt worden van plantaardig materiaal, afval uit de tuinbouw. Daar hebben we voor gekozen, want dat is nog milieuvriendelijker.” Tijdens de gesprekken met de verschil­ lende partijen besloot de gemeente om een zogeheten design, build & maintain constructie te gebruiken bij de herontwik­ keling. Eén partij is hierbij verantwoordelijk voor ontwerp, bouw en onderhoud. “De bouwers hebben ons daar zelf van overtuigd”, zegt Baars. “Doordat ze ook het onderhoud voor hun rekening nemen, komen ze tot andere afwegingen. Meer gericht op de lange termijn. Dat opende nieuwe mogelijkheden, zoals de warmte­ koudeopslag en meer zonnepanelen.” De gemeente Krimpen aan den IJssel wil niet alleen haar eigen huisvesting zo duurzaam mogelijk hebben. Ze wil ook dat koop- en huurwoningen in de gemeente zo min mogelijk energie verbruiken. “Dat is in de eerste plaats de verantwoor­ delijkheid van de woningbezitters zelf”, zegt Oosterwijk. “Maar als gemeente kunnen we wel faciliteren en stimuleren. En dat doen we ook.” Als voorbeeld noemt hij de pres­ tatieafspraken met woningcorporatie Quawonen. Hierin ligt sterk de aandacht op duurzaamheid. “Quawonen heeft afgelopen jaar onder meer 240 woningen in de wijk Kortland gerenoveerd en veel energiezuiniger gemaakt. Er staat nog een project op de rol waarbij tweehonderd woningen worden aangepakt en van een energielabel G worden verbeterd tot minimaal label B.”

4

Foto: John Wijntjes

Minister Stef Blok (Wonen) nam op 2 maart 2015 de vernieuwde website www.woonwijzerwinkel.nl officieel in gebruik. Bij de WoonWijzerWinkel kunnen woningeigenaren fysiek en digitaal terecht voor onafhankelijk en deskundig advies over hoe zij hun woning energiezuiniger kunnen maken. De WoonWijzerWinkel is een initiatief van vijftien regionale gemeentes die zich hebben verenigd in de Alliantie Duurzaam Rijnmond. Onder hen de gemeente Krimpen aan den IJssel. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten ondersteunt dit initiatief de eerste jaren met geld uit het SER Energieakkoord. De WoonWijzerWinkel is gevestigd op Heijplaat in Rotterdam. In een expositieruimte van 2500 m2 zijn vrijwel alle oplossingen te vinden om woningen te verduurzamen. Op www.woonwijzerwinkel.nl kunnen woningeigenaren online de potentiële besparingsmogelijkheden van hun woning in kaart brengen. Met aanvullende vragen kunnen ze bellen met een onafhankelijk adviseur van de WoonWijzerWinkel.

Woningbezitters stimuleren De gemeente doet ook haar best om particuliere woningbezitters te stimu­ leren tot duurzaamheidsmaatregelen. Zo neemt de gemeente deel aan de WoonWijzerWinkel in Rotterdam (zie ka­ der). Daarnaast organiseerde de gemeente in februari een ‘duurzaamheidscafé’ waar huiseigenaren onder andere informatie konden krijgen over de energielabels (zie kader). Oosterwijk ziet ook bij nieuwe woning­ projecten een rol voor de gemeente. “Bij het project De Wilgen passen we particulier opdrachtgeverschap toe. De gemeente is de uitgevende partij. Ik denk erover om met de mensen die daar een woning willen bouwen over het water naar de WoonWijzerWinkel te varen om inspiratie op te doen en te kijken wat er mogelijk is.”

“We zoeken gericht naar de meest duurzame oplossing”


Ook bij de eigen inkoop hanteert de gemeente steeds strengere normen voor duurzaamheid. “We sturen daar fanatiek op”, aldus Baars. “We zoeken gericht naar de meest duurzame oplossing. Dat hoeft niet duurder te zijn. Je moet niet alleen naar de aanschafprijs kijken, maar naar de kosten over de totale levensduur. Dan krijg je een ander plaatje. Meestal verdien je dan de initiële kosten wel weer terug.” “Burgers en ondernemers zouden het­ zelfde moeten doen”, vindt Oosterwijk. “Niet alleen kijken naar wat het nu kost, maar naar de langere termijn. Hoe lang duurt het voordat je een investering terugverdient? Dat gebeurt nog te weinig. Ik sprak laatst een ondernemer die zijn verlichting had verduurzaamd. De terugverdientijd? Minder dan anderhalf jaar! Dat is laaghangend fruit dat je moet plukken.” Afval scheiden In het nieuwe raadhuis zal wethouder duurzaamheid Marco Oosterwijk zijn duurzaamheidsagenda presenteren. Naast de zaken die hierboven al aan de orde zijn geweest, zal er veel aandacht zijn voor afval, verklapt hij. “In de gemeente hergebruiken we nog maar 40 procent van het afval. Dat moet echt omhoog, naar 75 procent of hoger. Ik heb een combinatie van maatregelen op het oog om burgers te stimuleren meer afval te scheiden. En om het ook aantrekkelijk voor hen te maken.”

Oosterwijk wil verder vaart maken met het vervangen van de openbare verlichting door energiezuinige led-lampen. Daarnaast wil hij de duurzame mobiliteit bevorderen door openbaar vervoer te stimuleren (onder meer over het water), fietsroutes verbe­ teren en elektrisch rijden stimuleren. “We zijn goed op weg met duurzaamheid, en het nieuwe raadhuis is daar een mooi symbool van. Maar we hebben ook nog een hoop te doen.”

Duurzaamheidscafé De gemeente Krimpen aan den IJssel organiseerde op 16 februari 2015 een ‘duurzaamheidscafé’ in ontmoetingscentrum De Tuyter. Wethouder Marco Oosterwijk wilde hier inspiratie opdoen voor de duurzaamheidsagenda waar hij aan werkt. Behalve de wethouder waren er diverse maatschappelijke organisaties, zoals Milieudefensie en Afval Loont. Huiseigenaren konden er informatie krijgen over het energielabel. Woningen hebben een voorlopig energielabel toegekend gekregen op basis van gegevens van het Kadaster. Om het definitieve label te bepalen, moet de eigenaar zelf aantonen wat de staat van het huis is. In het duurzaamheidscafé was een expert aanwezig om mensen hierbij te helpen. “Het was stampvol”, zegt Oosterwijk. “250 tot 300 mensen. Het is goed om op deze manier met elkaar in gesprek te zijn. Ik heb ook een aantal goede ideeën aangedragen gekregen. Bijvoorbeeld om een milieuraad van betrokken burgers en ondernemers op te zetten als klankbord voor de gemeente. Of om een compost­ markt te beginnen. Het zijn ideeën die ik meeneem in de duurzaamheidsagenda.”

5


Martens Aannemingsbedrijf:

‘Ik ben er best trots op’

Directielid Martijn Martens van Martens Aannemingsbedrijf in Lekkerkerk kijkt met genoegen terug op de bouw van het nieuwe raadhuis van Krimpen aan den IJssel. “We hebben als middelgroot bouwbedrijf laten zien dat we een DBMopdracht heel goed aankunnen. Bovendien heeft het gebouw een uitstekende score op het gebied van duurzaamheid. Beide zaken worden in de toekomst steeds belangrijker.”

In de zomer van 2013 bezocht Martens een informatiebijeenkomst van de gemeente Krimpen aan den IJssel. De gemeente wilde een nieuw raadhuis op de locatie van het oude, en Martens dacht dat het wellicht een mooie klus was voor zijn bedrijf. Er lag wel een fikse uitdaging. Het gebouw moest zeer hoog scoren op duurzaamheidscriteria, de bouw moest eind 2014 zijn afgerond, en het moest binnen een budget van 6,5 miljoen. Bovendien wilde de gemeente de opdracht geven in een zogeheten design, build & maintainconstructie (DBM). De hoofd­ aannemer is daarbij niet alleen verant­ woordelijk voor het ontwerp en de bouw,

6

maar ook voor het onderhoud, in dit geval voor twintig jaar. Consortium Martens zou voor het project een consor­ tium moeten vormen met andere partijen, zoals een architect, een installateur, een sloper en een inrichter van de buiten­ omgeving van het nieuwe raadhuis. Al direct na de bijeenkomst raakte hij in gesprek met een vertegenwoordiger van Imtech, die ook aanwezig was. Er bleek een klik te zijn, en beide mannen spraken af later verder te praten. Voor het ontwerp zocht Martens contact met het Eindhovense architectenbureau Diederendirrix. “We hadden in het verleden

wel eens samengewerkt met dit bureau en ik wist dat ze goed zijn in transfor­ maties. Ze hebben onder andere oude kantoorgebouwen van Philips een nieuwe bestemming gegeven (zie ook het inter­ view met Rob Meurders op pagina 10). De partijen gingen aan de slag om een plan te maken waarmee ze de gemeente zouden imponeren. Ze wisten dat ze het daarbij moesten opnemen tegen consortia geleid door grote bouwbedrijven. Dat schrok hen echter niet af, maar stimu­ leerde eerder om met een weldoordacht voorstel te komen. “We hebben heel sterk ingezet op de GPR-score”, zegt Martens (zie kader). “Daarmee kwamen we dan ook als beste uit de bus. We


“We hebben heel sterk ingezet op de GPR-score” mochten met twee andere consortia in gesprek met de gemeente om de plannen verder toe te spitsen.” Geweldige opsteker Na de dialoogronde koos de gemeente uiteindelijk voor het plan van Martens c.s. “Dat was een geweldige opsteker”, kijkt Martens terug. “We hadden er de hele zomer hard aan gewerkt. Het gaf ook veel voldoening om de grote jongens achter ons te laten. Soms mag je als mid­ delgroot bouwbedrijf niet eens meedoen omdat je niet voldoet aan eisen zoals omzetcriteria. Hier hebben we aangetoond dat wij ook goede plannen kunnen maken.”

Een bijzonderheid van het plan was dat het nieuwe raadhuis zou rusten op de fundering van het oude raadhuis. “Het gebouw heeft dezelfde voetafdruk. Hergebruik is natuurlijk een van de beste vormen van duurzaamheid. We moesten wel goed berekenen of de oude fundering het nieuwe gebouw zou kunnen dragen. We konden daarvoor de oude tekeningen en berekeningen gebruiken; die waren er gelukkig nog.” De berekeningen waren nodig omdat het nieuwe gebouw een bouwlaag meer heeft dan het oude gebouw. “Bij het ontwerp in de jaren ‘60 zat nog een

redelijke overwaarde in de draagkracht. Doordat wij met lichtere materialen werken, kon de extra laag er zonder problemen op. We hebben drie extra palen moeten slaan, dat was het. Doordat we de oude footprint gebruiken, ontstaat er gelijk een mooie verbinding van nieuw met oud.” Slimme installaties Het hergebruik van de fundering en de kelder draagt bij aan de duurzaamheid van het gebouw. Maar de grootste bijdrage wordt geleverd door de installaties. “Ge­ bouwen en installaties worden steeds slimmer”, zegt Martens. “Installaties maken ook een steeds groter deel uit

van de aanneemsom, in ons geval rond de 40 procent. Je kunt hierbij denken aan het gebruik van PV-zonnepanelen, elektra die reageert op beweging en daglicht, waterbesparende voorzieningen en warmtekoudeopslag.” (Zie ook het interview met UNETO-VNI-voorzitter Titia Siertsema op pagina 12.) Ook bij het materiaalgebruik was volop aandacht voor duurzaamheid. Het gebouw heeft, ondanks het gebruik van veel glas, een zeer hoge isolatiewaarde. Al het gebruikte hout heeft een FSC-keurmerk en de tegels die gebruikt zijn als gevel­ bekleding, zijn gemaakt volgens het

7


Possehl goo.indd 1

09-02-15 08:45

tititi titititititi ftftftftft Ltttitititttttitititi ttftfttititttttttitititifi tttttttitititititi tttttttititttitttitititititttt tttititttititttitititi titititititititttitifi titi tititi titititttititititttt tttttititttttitititifttiti titititititi ftftftftft Ltttitititttttititititt ftftftftft tttitititi titititi tittti tititt tttttititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttt tttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttttifififififififififififififififtftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftft ftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftft ftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftfttititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititi titi tititititititititttiti tittti ftftftftft titi tititi tifttiti tifttitt tititttiti titi tititititititi tititititi (tititttittft ft) titttitititi tttttttititititi titi titi tititititititi ftftti tititttitititititi (=tititititi ft) titi titititttttitititi tititiftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftft ftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftftfttififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififititititititititititititititititititititititititititititititi tititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititififififififififififififififififififififififififififi fifififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififififitititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititititi tititititititititititititititititititititi ftftftftft Ltttitititttttitititi Btttitt Ftittttti Ktititititttititittttti ftft7 ft8fiti Lft fttttititititttitttt fttitititiftti fiftti ft8fiftAK fttttititititttitttt ftfttititt ftftfift ft fift6 fift6 titititi@tititititititttitititttttititititttiti tttttttttititititititttitititttttititititttiti

Sight goo.indd 1

16-03-15 09:42


Hoge GPR-score De zogeheten GPR-score omvat vijf dimensies van duurzaamheid: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomst­ waarde. Op deze dimensie is een score mogelijk van 0 tot 10. De gemeente had in haar programma van eisen een minimale waarde van 7,5 per dimensie gevraagd. Wel werden de consortia “aangemoedigd” om een hogere score te behalen, dit was immers een gunningscriterium waarvoor 50% van de te vergeven punten verdiend konden worden. Het ontwerp van het consortium van Martens haalde op alle dimensies een betere score. Op milieu en gezondheid noteerde het plan een 8,4, op toekomstwaarde een 9,2, op gebruikskwaliteit een 9,3 en op energie zelfs een 9,7 (de EPC waarde van het gebouw is 0,0).

cradle-to-cradleconcept. “Voor ons was het ook een leerproces”, aldus Martens. “We hebben wel vaker te maken met duurzaamheidseisen, maar zo intensief hebben we het nog niet vaak meege­ maakt.” Veranderingen Martijn Martens is sinds 2001 directielid van Martens Aannemingsbedrijf BV. Het bedrijf is in 1970 opgericht door zijn vader Kurt Martens. In 2001 nam Martijn het over, samen met zijn broer Werner en twee werknemers van het bouwbedrijf. Bij de onderneming werken circa 45 mensen. Martens heeft zijn werkgebied globaal in groot Rotterdam, groot Den Haag en Gouda en omgeving. Het bedrijf is allround; woningbouw, utiliteitsbouw, nieuwbouw, renovatie en transformatie. “De afgelopen jaren is er, mede onder invloed van de crisis, veel veranderd”, constateert Martens. “Specialisme en kennis van bedrijven wordt steeds be­ langrijker. Wij willen nog bepaalde zaken zoals de betonbouw, timmerwerk en

maatvoering zelf doen, maar andere zaken laten we over aan de specialisten. Deze moet je dus ook gaan betrekken in het ontwerpproces om de juiste toepassing en ontwerpuitgangspunten toe te passen.” Een ander wijziging is dat het aannemings­ bedrijf zich eerder in het bouwproces profileert. “Vroeger werden we erbij geroe­ pen als alles was bedacht en uitgetekend en de bouw kon beginnen. Tegenwoordig proberen we in een veel eerder stadium aan tafel te zitten met de opdrachtgever. Dan kunnen we onze expertise beter inzetten en meedenken over ontwerp en uitvoering. Daarmee voorkom je dat partijen langs elkaar heen werken.”

tot twintig jaar onderhoud. Dan moet je anders investeren. Het kan zijn dat je nu meer investeert, maar dat je uiteindelijk over een periode van twintig jaar goed­ koper uit bent.” Zo’n lange horizon stelt de bouwer soms ook voor lastige vragen. “Van veel zaken weten we wel hoe lang ze meegaan, wanneer je preventief onderhoud moet plegen en wanneer je ze moet vervangen. Maar heb je wel eens nagedacht over hoe lang een deurkruk meegaat en wanneer je een slot moet vervangen? Daar hebben we ook schattingen van moeten maken.” De bouw moest in minder dan een jaar worden voltooid, en dat is gelukt. Zonder al te grote problemen. “De samenwerking met de gemeente was goed en erg constructief”, kijkt Martens terug. “Je merkt wel dat de besluitvorming binnen een gemeentelijke organisatie anders verloopt dan in de marktsector. Maar over het algemeen stonden we naast elkaar en zetten we ons beide in voor hetzelfde doel: een duurzaam nieuw raadhuis binnen de gestelde tijd en binnen het gestelde budget. Ik ben er best trots op. Niet alleen op het gebouw maar ook op de samenwerking met alle partijen.”

Andere aanpak Martens is blij dat opdrachtgevers steeds vaker kiezen voor trajecten waarbij ontwerp, bouw en onderhoud worden gecombineerd. “Het vraagt wel een andere aanpak, maar het sluit heel goed aan bij het duurzaamheidsdenken. In het geval van Krimpen aan den IJssel is aan het contract ook een verplichting gekoppeld

9


Foto: diederendirrix architecten

Foto: diederendirrix architecten

Uitgedaagd door beperkingen Enige twijfels had architect Rob Meurders van architectenbureau diederendirrix wel toen hij werd benaderd door Martijn Martens om samen in te schrijven voor het nieuwe raadhuis van Krimpen aan den IJssel. Beperkt budget, weinig tijd, strenge criteria; kan dat wel? Het bleek te kunnen en het heeft Meurders ook nog aan wat nieuwe inzichten geholpen.

Het bureau heeft niet een direct herkenbare stijl. “We zijn geen iconenmakers. We onderscheiden ons liever door gebouwen te ontwerpen die zo goed mogelijk geschikt zijn voor hun functie. Vanuit de kwaliteit van het gebouw komt de schoonheid.” Dat levert hoogwaardige gebouwen op; in 2013 werd Ketelhuis Ceres in Eindhoven door de beroepsvereniging voor architecten BVA bekroond als gebouw van het jaar. Het object is een ontwerp van Meurders.

Rob Meurders

Diederendirrix ontstond in 2000 toen architecten Paul Diederen en Bert Dirrix hun krachten bundelden. Beiden waren eerder verbonden aan andere bureaus en hadden hun sporen al verdiend. Op dit moment werken bij het bureau circa 25 mensen. Diederendirrix is gespecialiseerd in grotere utiliteitsprojecten. “We ontwer­ pen graag gebouwen waar mensen bij elkaar komen”, zegt Meurders, “zoals concertzalen, bibliotheken en gemeente­ huizen.”

10

Goed uitgepakt Toen aannemer Martens diederendirrix architecten uitnodigde om mee te dingen naar de opdracht van de gemeente Krimpen aan den IJssel, aarzelde Meurders. “We zouden het moeten opnemen tegen grote aannemers die aan één stuk door dit soort trajecten doorlopen. Zou het geen verloren moeite zijn? Daarnaast golden er nogal wat beperkingen. We hebben het toch gedaan. En het heeft goed uitgepakt. Binnen korte tijd werden we goede bekenden en werkten we heel goed samen.” Het ontwerpen van het gebouw stelde de architect voor diverse uitdagingen. Duur­

zaamheid was een belangrijk uitgangspunt van de gemeente. Daarnaast was de tijd schaars en het budget beperkt. “Tijdens een van onze sessies ontstond het idee om de fundering en de kelder van het oude gebouw opnieuw te gebruiken. Daarmee sloegen we meerdere vliegen in een klap. Minder slopen, minder bouwen, minder kosten en duurzamer.” Het idee bracht echter ook beperkingen met zich mee. Bijvoorbeeld voor de materiaalkeuze. De fundering zou een extra verdieping moeten dragen, dus moesten de materialen lichter zijn dan de oude. Daarnaast stond de vorm van het gebouw al min of meer vast; de buitenmuren moesten immers op de oude fundering rusten. Tegelijkertijd moest het gebouw wel geschikt zijn voor gebruik door de gemeente en door de Rabobank, de huurder van een flink deel van het gebouw. Transparantie “Het vroeg creatief ontwerpen”, zegt Meurders. “Dat maakte dit project wel erg leuk en bijzonder. We hebben de raadszaal naar voren gehaald, grenzend aan het raadhuisplein met veel glas. Dat


Foto: Bernhard Jaarsma

bouwkundige ingrepen aangepast worden aan de wensen van een nieuwe gebruiker. Duurzaamheid hoort erbij “Duurzaamheid ligt ons bureau goed”, zegt Meurders. “Onze benadering is niet duurzaamheid voor de duurzaamheid, maar als onlosmakelijk onderdeel van de beste oplossing. Het gebeurt nog niet zo heel vaak dat het zo expliciet deel uitmaakt van het programma van eisen als bij dit project. Het doet mij wel genoegen dat ons consortium op het gebied van duurzaamheid beter scoorde dan de concurrentie. En dat we ook nog eens het beste gebouw hadden ontworpen.” Door het gebruik van slimme installaties, zonnepanelen en warmtekoudeopslag is het gebouw energieneutraal, dat wil zeggen dat het zelf de energie opwekt die de medewerkers van gemeenten en Rabobank verbruiken. “Dat is voor een groot deel de verdienste van de instal­ lateurs. Onze bijdrage is dat we het

gebouw zo ontworpen hebben, dat er weinig energie verloren gaat, onder meer door goede isolatie toe te passen.” Ook bij het gebruik van materialen woog het aspect van duurzaamheid zwaar. Voor de decoratie van de gevels is bijvoorbeeld gebruikgemaakt van Mosa-tegels, die volgens het cradle-to-cradleprincipe worden geproduceerd. Dit is een design concept, dat uitgaat van onbeperkt hergebruik van grondstoffen (‘afval is voedsel’), gebruik van hernieuwbare energie en het stimu­ leren van diversiteit. Mosa in Maastricht is de eerste tegelproducent ter wereld die cradle-to-cradle gecertificeerd is. “Het was een mooi traject”, evalueert Meurders. “Wat voor ons een eyeopener was is dat er een tussenweg is tussen renoveren en herbestemmen door sloop en nieuwbouw. Door te ‘verbestemmen’ hebben we kosten en tijd bespaard en het milieu ontzien. Dat is een ervaring die ik meeneem naar volgende projecten.”

Foto: diederendirrix architecten

Foto: diederendirrix architecten

staat symbool voor de transparantie die de gemeente wil uitstralen. We hebben het gebouw verdeeld in zones. Dat hangt samen met het nieuwe werken van de gemeenteambtenaren. Er zijn open plekken waar mensen kunnen werken, ruimtes om te vergaderen en – wat dieper in het gebouw – concentratieplekken.” Het deel van de gemeente en dat van de Rabobank worden door elkaar gescheiden door een inwendige straat. Hier komen medewerkers binnen er zijn diverse voorzieningen. Het bankgebouw heeft een hal tot aan het plafond, waar veel daglicht naar binnen kan. De hal roept herinneringen op aan de patio in het oude raadhuis. Het raadhuis is flexibel gebouwd. Dit wil zeggen dat de indeling vrij eenvoudig te veranderen is als de functie in de toekomst veranderd. De Rabobank heeft bijvoorbeeld een huurcontract voor twaalf jaar met de gemeente. Mocht het contract daarna niet verlengd worden, dan kan dat deel van het gebouw zonder grote

11


Warm voorstander van warmtekoudeopslag Voorzitter Titia Siertsema van UNETO-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche, is blij dat de gemeente Krimpen aan den IJssel in het nieuwe raadhuis gekozen heeft voor warmtekoudeopslag. “Het is een manier van verwarmen en koelen met een groot besparingspotentieel. Het is wel een complex systeem dat integraal ontworpen, goed geïnstalleerd en goed ingeregeld moet worden.”

Voor UNETO-VNI is duurzaamheid een van de speerpunten. “We moeten zuinig zijn met grondstoffen en energie”, zegt Siertsema. “Onze leden, de installatie­ bedrijven, hebben heel veel kennis van water, gas en elektra en hoe je daarop kunt besparen. Technisch is er al heel veel mogelijk, dat zie je ook aan het raadhuis van Krimpen aan den IJssel.

We moeten niet wachten op volgende innovaties, maar energie en grondstoffen besparen met wat we nu in huis hebben.” De uitdaging aan de branche is om bedrijven en consumenten te stimuleren gebruik te maken van die mogelijkheden, stelt Siertsema vast. “Dat doen we sinds kort met de campagne De Techniek achter Nederland via www.detechniekachter­

nederland.nl en social media. Daarnaast lichten onze leden hun klanten voor over manieren om energie te besparen en zelf duurzame energie op te wekken.” Aansprekende voorbeelden Op www.detechniekachternederland.nl staan talrijke voorbeelden van slim gebruik van technologie. Om zuiniger om te gaan met energie, maar ook toepassingen in de zorg en het vervoer en voor het vergroten van de veiligheid. Het zijn aansprekende voorbeeldprojecten die zijn aangeleverd door leden van UNETOVNI. Het resultaat staat voorop, met daarachter een uitleg van de techniek. “Ik kan me voorstellen dat het raadhuis ook als voorbeeldproject op de site terechtkomt”, zegt Siertsema. Een van de duurzame technieken die belicht kunnen worden, is het gebruik van warmtekoudeopslag (WKO). Bij WKO wordt warmte of koude opgeslagen in water in de bodem. De techniek wordt vooral gebruikt om grotere gebouwen te koelen en te verwarmen. In de zomer wordt grondwater gebruikt om te koelen. Het opgewarmde water wordt daarna teruggepompt in de bodem. Het water dat ‘s zomers uit de koude bron wordt onttrokken, heeft een temperatuur van 6-8 graden Celsius, water dat ’s winters uit de warme bron wordt onttrokken, heeft een temperatuur van 14-18 graden Celsius. Enorm besparingspotentieel Op de meeste plaatsen in Nederland is de bodem geschikt voor WKO. En het

12


besparingspotentieel is enorm. Een goed ingeregelde installatie bespaart tot 50 procent op de stookkosten en zelfs 80 procent op koeling. Het gebruik van WKO is de afgelopen jaren dan ook toegenomen. In 2013 groeide het gebruik van bodemenergie met 19 procent. Er zijn gesloten en open systemen. Een open systeem maakt rechtstreeks gebruik van grondwater, een gesloten systeem bestaat uit leidingen waarin water wordt rondgepompt. Naar schatting telt Neder­ land ruim 2000 grootschalige open bronnen en 40.000 gesloten systemen. De gesloten systemen zijn vooral te vinden bij woningen. Het besparingspotentieel wordt echter lang niet altijd gehaald. Volgens een onderzoek van Agentschap NL uit 2011 haalt 70 procent van de onderzochte open systemen het beloofde rendement niet. Siertsema kent de cijfers, maar is niettemin een warm voorstander van WKO. “Het is niet een apparaat dat je eventjes neerzet en inschakelt. Het gaat om ingewikkelde systemen. Het vraagt veel vakmanschap en geduld om het goed te installeren en in te regelen. Daar gaat het soms mis.” Goed afstemmen “Een systeem voor warmtekoudeopslag is een totaalconcept dat bestaat uit een bron, een warmtepomp met energie­ buffers, een afgiftesysteem voor warmte en koude en het gebouw zelf”, legt ze uit. “Wil het systeem goed functioneren, dan moeten die onderdelen goed op elkaar zijn afgestemd. Ook moet de gebouw­ kwaliteit, zowel qua ontwerp als wat betreft thermische prestaties en luchtdichtheid in orde zijn. Dat betekent dat de installateur al vanaf het vroegste ontwerp betrokken moet zijn bij een gebouw.” Wat ook nog wel eens problemen wil geven, is als een gebouw anders wordt gebruikt dan aanvankelijk gepland. “Bij het inregelen ga je uit van een bepaalde warmtevraag. Als die verandert, bijvoor­ beeld doordat je een gebouw ook ’s avonds of in het weekend gaat gebruiken, dan

voldoet het systeem niet meer. Je moet het dan opnieuw inregelen. En dat kost tijd. Soms duurt het wel een jaar voordat het optimaal werkt.” UNETO-VNI is een samenwerking aange­ gaan met de gemeente Amsterdam om het gebruik van WKO te stimuleren. “In Amsterdam zijn relatief veel WKO-instal­ laties”, vertelt Siertsema. “De gemeente inventariseert of die goed draaien. Als er problemen zijn, gaan we kijken hoe dat komt en wat we kunnen doen om de werking te optimaliseren.”

Titia Siertsema Korte terugverdientijd Volgens de Wet milieubeheer zijn bedrijven verplicht investeringen te doen in duur­ zaamheidsmaatregelen als ze die in vijf jaar kunnen terugverdienen. WKO kan in veel gevallen een kortere terugverdientijd hebben. Dat zou een flinke stimulans voor de toepassing van WKO kunnen betekenen. “De handhaving ligt bij de gemeenten”, zegt Siertsema. “En dat loopt niet overal even goed. Aan de andere kant zijn we niet zo voor dwang. Daarom zijn we blij met gemeenten die zelf het goede voorbeeld geven, zoals Krimpen aan den IJssel. Als ondernemers zien dat de gemeente WKO gebruikt en dat het goed werkt, stimuleert dat hen om daar ook in te investeren.”

13


Martens goo.indd 1

09-02-15 08:41

NV MAK helpt gemeente Krimpen aan den IJssel met een duurzaam afvalbeleid

Sinds 2003 verzorgt de NV Milieu­ services AVR – Krimpen aan den IJssel (NV MAK) de huishoudelijke afval­ inzameling voor de gemeente Krimpen aan den IJssel. Huishoudelijk afval bestaat voornamelijk uit rest­, groente, fruit en tuinafval en grof huishoudelijk afval, glas, papier/ karton, kunststof en klein chemisch afval. Tevens verzorgen we het beheer van de milieustraat. Hierbij streeft de NV MAK ernaar zoveel mogelijk

afval een tweede leven te geven in de vorm van grondstoffen. Zo maken de geauditeerde verwerkers waarmee we werken bijvoorbeeld van het glas uit de glasbak weer nieuw glas, dat vervolgens weer dient als grondstof voor flessen en potten, ruiten en glaswol isolatieproducten. Ook in de uitvoeringen proberen we zo duurzaam mogelijk te werken. Momen­ teel zijn we bezig met het optimaliseren van onze inzamelroutes. Door minder

kilometers te rijden stoten we minder CO2 uit. Naast dat de gemeente een duurzaam raadshuis heeft, denken we mee over duurzame afvalinzameling. Dit doen we door adviseren over beleidsdoel­ stelling op het gebied van afvalinzameling, milieu en service, scheidingsnormen en preventie.

14 AVR goo.indd 1

30-03-15 13:10


Elphi Nelissen

Duurzaam bouwen: ‘Er kan veel, we moeten het alleen doen’ Duurzaam bouwen wordt steeds meer toegepast, maar het zou nog veel meer kunnen en moeten, vindt hoogleraar duurzaam bouwen Elphi Nelissen. “We kunnen gebouwen energieneutraal bouwen, maar we doen het niet. We kijken nog te veel naar de bouwkosten en te weinig naar de exploitatiekosten op langere termijn. Daardoor laten we niet alleen veel kansen liggen om duurzamer te bouwen, maar verspillen we ook geld.” Nelissen richtte in 1991 haar eigen inge­ nieursbureau op. Op het hoogtepunt werkten daar meer dan 60 mensen, nu nog ongeveer 50. Het bedrijf is gespecialiseerd in advisering op het gebied van duur­ zame installaties en bouwfysica. In die hoedanigheid was het ook betrokken bij het nieuwe raadhuis van Krimpen aan den IJssel. Zelf had Nelissen hier geen deel aan. Zij is sinds 2011 hoogleraar duurzaam bouwen aan de Technische Universiteit Eindhoven. Ze is tevens decaan van de faculteit Bouwkunde, en dat is meer dan een dag­ taak. Bij het bedrijf zien ze hun directeur niet zo vaak meer. Wat verstaat u onder ‘duurzaam bouwen’? Onder duurzaam bouwen valt heel veel. Feitelijk is het: zo bouwen dat het proces

oneindig lang door kan gaan. Dat betekent dat je geen dingen opmaakt of ervoor zorgt dat je wat je gebruikt opnieuw kunt maken zonder grond­ stoffen uit te putten. Bijvoorbeeld door bomen weer aan te planten als je hout gebruikt. Energie is een heel belangrijk aspect van duurzaamheid. Fossiele brand­ stoffen zijn eindig, dus moet je alternatieven toepassen. Uiteindelijk gaat het erom dat je het milieu zo min mogelijk belast. Is kwaliteit ook een aspect van duur­ zaamheid? Zeker. Een gebouw dat kwalitatief heel goed is, gaat veel langer mee. Dat is de andere betekenis van duurzaam. Als je niet elke twintig jaar een nieuw gebouw hoeft neer te zetten, is dat veel beter voor het milieu. Dat betekent dat je ook

flexibel moet bouwen: als de wensen van de gebruikers veranderen, moet het gebouw eenvoudig zijn aan te passen. Het wordt wel beter, maar er is nog veel te weinig aandacht voor. Hoe komt dat, denkt u? Het vraagt extra investeringen. Het kost geld, en dat hebben we er kennelijk niet voor over. Bij nieuwe bouwprojecten wordt toch nog heel erg naar het budget gekeken en minder naar de revenuen op lange termijn. Ik zie het tot mijn verdriet zelfs bij onze eigen universiteit. Op de eerste plaats komt de investering en daarna de exploitatie. Dat heeft ook te maken met de boekhoudkundige syste­ matiek; als je te veel investeert komt het eigen vermogen onder de vereiste ratio. Maar als je kijkt over de gehele levens­ duur van een gebouw kun je tonnen besparen. Daarnaast kun je een beter werkklimaat creëren. Dat wordt vaak vergeten. Een beter werkklimaat? Duurzaam bouwen betekent ook beter bouwen, met aandacht voor het binnen­

15


Foto: TU/e

Foto: Benthem en Crouwel

Wat moet er gebeuren om duurzaam bouwen te stimuleren? Ik zie een belangrijk taak voor de overheid. De bouwsector heeft het de afgelopen jaren heel zwaar gehad, die kan zelf niet zo veel doen. Maar de overheid is zeer terughoudend. In vergelijking met andere landen bungelen we onderaan met het stimuleren van alternatieve energie­ bronnen. In Duitsland bijvoorbeeld wordt sterk gestimuleerd dat huizen voorzien worden van middelen om zelf elektriciteit op te wekken. Je ziet daar ook hele plantages van zonnepanelen. In Nederland hebben we vorig jaar wel het Energie­ akkoord getekend, maar de doelstellingen daarvoor liggen te ver weg. Er gebeurt te weinig. Ik maak me zorgen dat we die doelstellingen niet gaan halen. Wat moet de overheid dan doen? Naar mijn idee is de overheid nog te veel dwingend met energielabels en EPCnormen en te weinig motiverend. Het zou goed zijn als de overheid investeringen in duurzame meerwaarde van gebouwen meer stimuleert. Bijvoorbeeld dat eigenaren tegen een redelijk tarief extra geld kunnen lenen voor extra maatregelen bij nieuw­ bouw. Je zou ook kunnen overwegen om van alle investeringen in overheids­ gebouwen 1 procent te reserveren voor onderzoek naar beter bouwen. Dat is goed voor de innovatiekracht van Nederland.

16

Waar liggen de kansen voor de toekomst? We kunnen al veel winnen door tech­ nologieën die er al zijn meer toe te passen. Extra-isolerend glas, zonwering, warmteterugwinning uit ventilatielucht, warmte-koudeopslag en goede slimme regeltechniek. Verder zie ik mogelijkheden om zonnecellen te optimaliseren, zodat ze een veel hoger rendement hebben. En ik verwacht veel van ‘smartgrids’, slimme netwerken om vraag en aanbod van decentraal opgewekte energie beter op elkaar af te stemmen. Daar zijn nog flinke verbeteringen mogelijk. Hoe duurzaam is uw eigen woning? Onze huis is acht jaar oud. Bij de bouw heb ik mijn hobby kunnen uitleven. De woning is nog net niet energieneutraal. We hebben alle technologieën toegepast die voorhanden waren. We hebben onder meer vijftig zonnepanelen en warmte­ koudeopslag in de bodem. Als we een paar dingen vervangen kunnen we het energieneutraal maken. Toen liepen we vooruit. Nu is het al redelijk normaal. We kunnen woningen energieneutraal bouwen. We moeten het alleen wel doen.

Foto: TU/e

klimaat. Daardoor functioneren mensen beter, zijn ze fitter, gezonder en effectiever. Als je scholen goed bouwt, kunnen kinderen beter leren en leveren ze betere prestaties. Daar profiteert de samenleving als geheel van.

“Daardoor functioneren mensen beter, zijn ze fitter, gezonder en effectiever”


Welke kant gaan uw medewerkers op?

Al meer dan 50 jaar een vertrouwd gezicht

Een promotie, carrière-switch of een opleiding om bij te blijven in hun vakgebied. Welke kant uw medewerkers ook op gaan, wij bieden oplossingen die hen in staat stellen hun talent ten volle te benutten. Met moderne HR software, die naadloos aansluit op de wensen van u en uw medewerkers.

Vandervalk+degroot is al meer dan vijftig jaar een vertrouwd gezicht op straat. Klein begonnen en uitgegroeid tot een nationaal begrip met vestigingen door heel Nederland. We zijn toonaangevend in het reinigen, renoveren en inspecteren van riolen, gemalen, kolken, dockshelters, waterbassins, duikverbindingen en bedrijfsterreinen. Hoe? Kijk eens op www.valkdegroot.nl.

www.raet.nl

abc-westland 231, 2685 dc poeldijk • postbus 62, 2685 zh poeldijk tel. 0174-247474 • www.valkdegroot.nl • info@valkdegroot.nl

VanderValk+deGroot goo.indd 1

19-02-15 Raet goo.indd 14:011

Green Company is een uitgave van Goo Media T +31 (0)71 - 70 70 161 I www.goomedia.nl

Productie  Renate Claassens Ellen van Vliet

Directie  Ernst Delfos

Vormgeving Marinka Peeters

Realisatie en coördinatie Nima Larkani Peter Molenaar Janneke Rancuret Willeke van de Ree Milco Sprink

Tekstproductie  Bureau Schrijfwerk

04-03-15 14:09

Gemeente Krimpen aan den IJssel T 140180 of (0180) 54 06 55 I www.krimpenaandenijssel.nl

© Goo Media 2015 Niets in deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Hoewel bij de samenstelling van deze uitgave de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht kunnen uitgever en auteurs geen aan­sprakelijkheid aanvaarden voor de gevolgen van eventuele onjuistheden of onvolledigheden.

Deze uitgave is CO2 neutraal geproduceerd

Deze uitgave kwam tot stand dankzij de medewerking van: Martens aannemingsbedrijf bv • NV Mileuservices AVR-Krimpen a/d IJssel • Possehl Aannemingsmaatschappij B.V. • Raet • SIGHT Landscaping b.v. • Unica Installatietechniek • vandervalk+degroot

Unica Installatietechniek Fairoaksbaan 200, 3045 AS Rotterdam Postbus 11056, 3004 EB Rotterdam T: 010 - 23 83 777 I: www.unica.nl

Unica goo.indd 1

09-02-15 15:53