Page 1

FREE Issue 8, oktober 2012 Jaargang 9

Glamcult Independent Style Paper

“History will be kind to me for I intend to write it.”


INTRODUCING

PRO LEATHER

WWW.CONVERSESTREETS.COM


Since 1947, Palladium has been making boots for exploration-first for the French Foreign Legion and now relaunched for modern day explorers.

WWW.PALLADIUMBOOTS.COM


Issue 8

Cult

Update

Platform

Blue Jeans

Interviews

Willy Moon Heikki Salonen Amie Dicke Lena Lumelsky Esther Stocker DIIV Cosmo V SKIP&DIE

10 14 16 18 24 28 30 34 36 37

AFKA SX

38 39 Visual Essays

Show me a hero... 44 I accept chaos... 50 Diesel Black Gold x Rankin 56 Update

Film Albums Stuff

Plus

60 61 62

Colofon Uitgever Hoofdredacteur Rogier Vlaming rogier@glamcult.com

Grafisch Ontwerp Glamcult Studio: Isabelle Vaverka Suzie Wempe

Chef- en Eindredactie Joline Platje joline@glamcult.com

Sales Sarah Johanna Eskens sarah@glamcult.com

Redactie Mode Steffie Henderson steffie@glamcult.com

Aan deze editie werkten mee: Carlijn Potma, Claire van den Berg, Dorothy Vrielink, Danielle Hielckert, Jorieke Abbing, Katelijne Blom, Leendert Sonnevelt, Lisa den Oudendammer, Matthijs van Burg, Niels Wiese, Pauline Bijster, Rikke Maas, Sander van Dalsum, Sharda Fähmel, Sophie Bargmann, Thomas Stevens, Vanessa Groenewegen

Redactie Film Maricke Nieuwdorp maricke@glamcult.com Creative Director Rogier Vlaming Art Director Marline Bakker marline@glamcultstudio.com

Fotografen Daan Brand, Marco van Rijt, Nicole Maria Winkler, Rankin, Taufiq Hosen Wikkie Hermkens, Zeb Daemen

Cover Fotografie: Marco van Rijt —Eric Elenbaas Styling: Jean-Paul Paula Haar: Ilona de Leeuw voor Kevin Murphy en Chi Tools —Angelique Hoorn Management Make-up: Yokaw voor Laura Mercier —Angelique Hoorn Management Model: Vera —Fresh Model Management Assistenten fotografie: Humphrey Khouw en Petra Vaessen Jas: Maison Martin Margiela History will be kind to me for I intend to write it.—Winston Churchill Uitgever Glamcult Studio B.V. Postbus 14535, 1001 LA Amsterdam T 020 419 41 32, F 020 419 66 54 info@glamcult.com www.glamcult.com

Distributie JAM Pers en Communicatie Cream PR Opgave en vragen over abonnementen Abonnementenland Postbus 20, 1910 AA Uitgeest Tel. 0900  -   A BOLAND of 0900  -   2 26 52 63 (€ 0,10 per minuut) Fax 0251 31 04 05 www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Abonnementsprijs bedraagt € 37 per jaar (10 nummers). Abonnementen binnen Europa € 59,50, buiten Europa € 79,50 per jaar. Een abonnement kan bij iedere editie in­g aan; het wordt afgesloten voor minimaal een jaar en wordt stilzwij­ gend verlengd tot wederopzegging.

Opzeggingen dienen schriftelijk uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de abonnementsperiode in bezit van Abonnementenland te zijn. Adreswijzigingen uiterlijk drie weken vooraf schriftelijk doorgeven aan Abonnementenland. Prijswijzigingen voorbehouden. © Copyright: Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of vermenigvuldigd zonder de schriftelijke toestemming van de uitgever en de andere auteursrechthebbenden. De uitgever is niet verantwoordelijk voor schade opgelopen door onjuiste verwerking in het blad. Glamcult, ISSN 1874  -   1 932


SHOP ONLINE HUGOBOSS.COM

HUGO

HUGO BOSS BENELUX B.V. Phone +31 20 6556000


Cult

1

Collectie A/W 12, Foto: Chris Moore

Bunker, 2011, Foto: Hugo Glendinning, ter beschikking gesteld door White Cube

2

Mona Hatoum

Jessie Hands

4

5

Marc Bijl

1

De afstudeercollectie van Jessie Hands viel op door het gebruik van verschillende materialen. Geïnspireerd door het surrealisme en het werk van filmmaker Jean Cocteau—meester in het herinterpreteren van het klassieke beeld—gaf de ontwerper een moderne draai aan de conventionele marmerprint door deze te digitaliseren. Hands verwerkte de prints in futuristisch aandoende jurken met hoekige vormen en ’80s power shoulders, uitgevoerd in zwart, wit en grijs met ijsblauwe en limoengele accenten. Door middel van embossen (een techniek om reliëf aan te brengen op papier) creëert Hands diepte in haar materiaal. Zelf zou ze haar collectie omschrijven als een combinatie van de expressionis­ tische filmklassieker Das Cabinet des Dr. Caligari en een powder room (kleine badkamer) uit de jaren 20.

Exhaust Escaping, 2009

Playboy centerfold, 1970, Foto: David Hurn

Burning Peace, 2004, foto ter beschikking gesteld door Upstream Gallery

3

Scott Hazard

Playboy Architecture, 1953—1979

2

De meeste werken van kunstenaar Mona Hatoum hebben iets ironisch. Een uitvergrote kaasschaaf, een kamer vol schommels of een rolstoel met messen als handvatten. Door haar bewerking van alledaagse voorwerpen en het toevoegen van simpele symbolische elementen word je als kijker aangemoedigd naar de onderliggende betekenis te zoeken. Het werk van Hatoum gaat vaak over een conflict of tegenstelling binnen een object of politiek gerelateerd onderwerp. Mona Hatoum (1952) werd geboren in een Palestijnse familie in Beiroet, maar woont en werkt in Berlijn en Londen. In deze laatste stad studeer­ de ze aan de Byam Shaw School of Arts (nu Central Saint Martins).

3

De wereld die Marc Bijl creëert is ongepolijst en grimmig. Het werk van de geboren Leerdammer oogt als een parallel universum, waarin anarchie zegeviert. De sculpturen, schilderijen en installaties uit zijn repertoire zijn allemaal overgoten met liters punk- en gothinvloeden. Lara Croft en ook Jezus Christus moeten het ontgelden; epoxydruppels banen zich een weg over deze iconen en injecteren de ruimte waar ze in staan met een maatschappij­ ondermijnende boodschap. Macabere uitspraken als “I’m too sad to kill you” en andere kritische uitingen sieren muren en golfplaten met pure ontevredenheid—de massacultuur wordt door Bijl stevig op de proef gesteld. De afgelopen maanden heeft het Groninger Museum voor de expositie Urban Gothic oud en nieuw werk van de kunstenaar verzameld, en geeft een unieke blik in Bijls zwarte kosmos. 6 okt t/m 1 apr 2013, Groninger Museum www.groningermuseum.nl

10

4

Seks en architectuur—velen beschouwen deze twee termen als interesses, maar associëren ze niet direct met ­e lkaar. Toch hebben erotiek en design een onuitwisbare indruk gemaakt op elkaar, zo blijkt uit het archief van ­P layboy. Sensuele vrouwen en het werk van architecten vulden in de periode 1953-1979 vaak de inhoud van het herenblad. De ontwerpen van onder andere Mies van der Rohe en Frank Lloyd Wright, afgewisseld met schaars- tot uitgeklede vrouwen, vormden een verleidelijk ­g eheel voor de nieuwe Amerikaanse man. Of hier in de 21 ste eeuw nog steeds sprake van is, wordt aan de huidige lezers overge­l aten. Het NAiM/BureauEuropa heeft verschillende artefacten uit deze periode verzameld in de ­tentoonstelling Playboy Architecture, 1953-1979, waarin onder andere verloren interviews, foto’s, films en andere objecten zijn opge­n omen om beeld te geven aan deze vervlogen tijd. 29 sep t/m 10 feb 2013, ­ NAiM/Bureau-Europa www.bureau-europa.nl

5

Scott Hazard is een kunstenaar met een universitaire achtergrond in fotografie en architectuur, en dat is duidelijk te zien in zijn oeuvre. Met een eigen kijk op ruimtelijke ordening maakt de man geslaagde combinaties tussen de twee ambachten. Door foto’s te scheuren, wordt er een extra dimensie gecreëerd; hoe langer je staart, des te minder je begrijpt. De opeenstapeling van beschadigde beelden vormt soms op den duur een gapend zwart gat, met een even aantrekkelijk als onheilspellend resultaat. Dan weer ver­ oorzaken de opengetrokken ingangen een analoog 3D-effect, zonder dat daarvoor een brilletje gedragen hoeft te worden. De ondoorgrondelijke sfeer in Hazards foto’s kan afstandelijk overkomen, maar vaak wil je toch het liefst een stap naar binnen zetten. www.scotthazard.net


Cult

6

Vertigo, 2008, Foto: Peter Cox

Foto uit het boek Behind the Curtains, 2012

7

Tomas van Houtryve

Anish Kapoor

10

8

Collectie A/W 12, Foto: Chris Moore

Olympia, 2007

Silence, 2011, ter beschikking gesteld door Two Palms

9

Marielle Buitendijk

Mel Bochner Timur Kim

6

Wanneer je de sculpturen van Anish Kapoor aanschouwt, lijkt het alsof je voor een onpeilbare diepte staat. De kunstenaar vertelde Glamcult in een interview dat hij geïnteresseerd is in de negatieve ruimte en het non-materiële, waarmee hij bedoelde dat alle objecten in de wereld nooit helemaal beschreven kunnen worden. De nadruk ligt bij hem dan ook met name op de beleving van een werk, en niet op een specifieke boodschap. Met gekromde oppervlakten richt Kapoor de aandacht op een mysterieuze leegte in het bouwsel, maar bij spiegelende objecten zoals Vertigo gaat het om de ruimte ervoor. Museum De Pont in Tilburg kocht het werk twee jaar geleden, en stelt nu het werk van Kapoor uit de periode 2006-2012 tentoon. 13 okt t/m 27 jan 2013, Museum De Pont www.anishkapoor.com www.depont.nl

7

Toen het IJzeren Gordijn eind jaren 80 viel, betekende dit het einde van tientallen jaren communisme in Europa. In onze naaste omgeving althans. Met hoge verwachtingen van de media op zak deed Tomas van Houtryve zeven jaar lang veldwerk in landen waar de hedendaagse tegenhanger van het kapitalisme zegeviert. Landen als Cuba, China en zelfs Noord-Korea werden het onderwerp voor zijn lens—het ene nog moeilijker vast te leggen dan het andere. Foto’s van geforceerde trots, ongenoegen en misplaatste sier vormen een serie die idealen en realiteit lijnrecht tegenover elkaar zet. De individuen die op de afbeeldingen staan, verschillen van identificeerbare burgers tot extremistische revolutionairen—soms in vervallen gebieden, dan weer in een opgepoetste, mediavriendelijke omgeving. Het boek Behind the Curtains, dat sinds kort verkrijgbaar is, geeft een blik in de wereld van totalitarisme. www.tomasvanhoutryve.com

8

Mel Bochner came of age in de jaren 60, een tijd waarin een generatie kunstenaars opstond die de gewichtige status van de schilderkunst en de heroïsche grandeur van de abstract expressio­ nistische schilders als Mark Rothko en Jackson Pollock in twijfel trok. De New Yorker behaalde zijn bachelor in beeldende kunst aan het Carnegie Institute of Technology, en gaf daarna les aan de School of Visual Arts en Yale University. In zijn eigen werk vervulde hij een pioniersrol op het gebied van het incorporeren van taal in de visuele kunst, en verwierf daarmee onder kunsthistorici de naam van grondlegger van de conceptuele kunst. De Whitechapel Gallery in Londen presenteert met de overzichtstentoonstelling Mel Bochner: If the Colour Changes een ruime selectie van zijn (muur-)­ schilderijen van de afgelopen 50 jaar. 12 okt t/m 30 dec, Whitechapel Gallery www.melbochner.net www.whitechapelgallery.org

9

Marielle Buitendijk was in 2005 nog maar net klaar bij het Frank Mohr Instituut in Groningen of ze denderde al met verve de kunstwereld binnen met haar schilderijen. Met een reeks streng geabstraheerde, monumentale doeken gaf ze haar interpretatie van uiteenlopende architectonische hoogstandjes. Een vertolking die haar bepaald geen windeieren legde; ze werd gekozen als een van de vier winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Marielle werkt vooral op hout, alumi­ nium en papier, en weet als geen ander raad met de spuitbus. Sterker nog, sprayen is haar signature style geworden. Deze werkwijze geeft fotografische beelden een prachtig vage, grofkorrelige waas. De monochrome verbeeldingen doen daardoor niet zelden denken aan extreem opgeblazen zwart-wit foto’s. Haar bedoeling is het getoonde object los te weken van een duidelijk te identificeren tijd en context. Een principe dat ze soms tot het uiterste rekt en wat resulteert in (ietwat obscure) schitterende droombeelden. www.mariellebuitendijk.com

10

De combinatie van demin en fluweel is er niet één die voor de hand ligt. Toch kreeg Timur Kim het met zijn afstudeercollectie voor elkaar de twee schijnbaar moeiteloos te combineren. De jonge ontwerper verwerkte beide stoffen in zijn vrouwencollectie, die enkel bestaat uit lange, overheersend rechte silhouetten. Uitgangspunt voor de collectie was een klassieker: het spijkeroverhemd. Het dramatische liefdesverhaal van Dokter Zjivago, het Rusland van de jaren 20, modern Hollywood en cowboys fungeerden als referenties. Kim groeide op in Rusland, waar hij zijn carrière al op vroege leeftijd begon; op zijn zes­t ien­ de showde hij er zijn eerste collectie tijdens St. Petersburg Fashion Week. In 2006 verhuisde hij naar Londen, waar hij zijn bachelor- en master­ diploma aan het Central Saint Martins behaalde. Afgelopen september maakte de ontwerper met zijn spring/ summer 2013 collectie zijn debuut tijdens London Fashion Week. Ook in deze collectie speelt denim in verschillende kleuren de hoofdrol. Het contrast tussen losse, relaxte vormen en scherp gesneden stukken vormen het silhouet. Kim creëert naar eigen zeggen everyday wear with a touch of luxury. www.timurkim.com

11

Gc Update


Cult

Foto’s uit de serie Garages, 2005 Foto’s uit de serie Lobbies, 2007

Door Sophie Bargmann

Foto’s uit de serie Billboards, 2008

11

Branislav Kropilak 11

Branislav Kropilak portretteert de ­a bstracte schoonheid van de moderne technologie. Zijn series van hijskranen, fabrieken, stations, reclameborden, windmolens, landbanen en garages zijn prachtige verbeeldingen van industriële omgevingen. De fotograaf transformeert, met dank aan zijn scherpe oog voor geometrie en perspectief, de dystopische vormen van het stadse landschap tot kunstwerken. Zo veranderen simpele werktuigen of billboards in intrigerende sculpturen, als totempalen van onze postmoderne samenleving. Kropilak werd geboren in ­S lowakije, maar woonde gedurende zijn jeugd in België. Studeren deed hij vervolgens aan de Private Art School of Design (Súkromná stredná umelecká škola ­dizajnu) in Bratislava, waarna hij in Praag ging werken. Nu woont de fotograaf weer in Bratislava. Kropilak vertelt

dat hij van kinds af aan gefascineerd is door landschappen die de meeste mensen onaantrekkelijk vinden. “In­ dustriële gebieden worden meestal vermeden door mensen, terwijl we ze zelf gebouwd hebben. Voor mij representeren deze plekken het hart van een stad. Het feit dat ik in veel indus­ triële steden heb gewoond, heeft wel wat te maken met mijn obsessie voor ‘lelijke’ dingen”, vertelt de fotograaf. De steden waarin hij fotografeert, worden echter niet gereflecteerd in zijn werk. De focus ligt op de vorm en de plaatsing in de ruimte, waarbij de geografische locatie er niet toe doet. Kropilaks projecten richten zich op industriële, stedelijke landschappen, zonder menselijke aanwezigheid. Hiermee wil hij onze technische creaties in de meest zuivere vorm portretteren. “Alles wat we gebouwd hebben—

alle fysieke constructies van een stad—, is een reflectie op onszelf. De aanwezigheid van de mens is wel opgenomen in de beelden die ik vastleg, maar niet op een fysieke manier. Mijn doel is om de intieme relatie tussen mensen en technologie te laten zien”, stelt Kropilak. Hiervoor zoekt hij naar verlaten plekken waar hij in alle rust kan fotograferen. “Ik vind het fijn als er geen mensen in de omgeving zijn. Je kunt de sfeer van een omgeving dan op een veel diepere spiri­t uele manier in je opnemen.” De beelden van Kropilak zijn ­e sthetisch zo aantrekkelijk door hun ­f uturistische inslag. De kleuren zijn ­h elder en krachtig, en de composities grafisch sterk. Om dit effect te bereiken, is nabewerking net zo belangrijk als het schieten van de perfecte ­foto. ­B ovendien is de juiste lichtval ­c ruciaal. Het liefst werkt hij ’s nachts. “Ik houd van

12

de duisternis en de stilte van de nacht. Ik kom dan pas tot leven. Mijn creativiteit komt tot uiting wanneer de stad slaapt.” Zijn voorkeur voor nachtwerk heeft ook te maken met de locaties die hij voor zijn werk bezoekt. Deze zijn vaak verboden terrein. De ­fotograaf komt regelmatig met politie en beveiligers in aanraking. Over hekken springen en op daken klimmen zijn geen ongewone praktijken voor ­K ropilak. “Ik kan niet ontkennen dat ik houd van de spanning en adrenaline die hierbij komt kijken. Het gevoel van voldoening als een gevaarlijke shoot lukt, is onbeschrijfelijk”, biecht hij op. Een onderwerp voor een volgende serie heeft Kropilak nog niet voor ogen. “Ik heb veel ideeën, maar helaas zijn deze momenteel onhaalbaar, omdat ze buiten mijn ­g eografische bereik liggen, veel spe-

ciale technische materialen vereisen en te gevaarlijk of onmogelijk zijn om te fotograferen.” Wellicht zal de focus op een andere kunstvorm komen te liggen. Naast fotograferen is hij namelijk in veel andere media geïnteresseerd. “Ik houd van schilderen, tekenen en muziek maken. Ook heb ik ideeën voor een sculptuur en een installatie”, verklapt hij. Een talent om in de gaten te houden dus. Aan gebrek aan creativiteit zal het niet liggen. www.kropilak.com

Gc Update


G+N

Bloemberg: “Een andere bijzondere innovatie op het gebied van spijkerbroeken is natuurlijk de gluejeans van ontwerpersduo G+N. Bij deze broek is gebruikgemaakt van lijm in plaats van stiksels, iets wat nog nooit eerder gedaan was. Speciaal voor deze tentoonstelling zullen de twee ook iets ontwerpen. De gluejeans is daarbij het uitgangspunt, maar hoe het er precies uit komt te zien, weten we nog niet. Daarvoor moeten we nog even wachten tot de tentoonstelling zelf.”

Bloemberg: “Hoewel deze afbeelding in eerste ­i nstantie niks met spijkerbroeken te maken heeft, is hij vanwege de kleur wel in de tentoonstelling opgenomen. Voor sommige ontwerpers is een spijkerbroek namelijk pas een spijkerbroek als hij blauw is. Deze kleur verf krijg je niet alleen met behulp van de indigoplant, maar ook dankzij de wedeplant. Op deze afbeelding zien we een ­foto van het parfum Wode van het Britse label Bouddica, dat de wedeplant hiervoor als inspiratiebron ­g ebruikte. We zien hier eigenlijk het omgekeerde van een verfproces, waarbij de blauwe kleur pas ontstaat als de stof in aanraking komt met zuurstof. Het parfum daarentegen geeft de blauwe kleur juist direct als je het opspuit, maar verdwijnt na enkele seconden. Ook Bouddica zal speciaal voor de tentoonstelling iets maken, waarbij indigo en wede de uitganspunten zullen zijn.”

Master of the Blue Jeans

Jurgen Bey

Bloemberg: “Dit schilderij, met als titel Woman begging with two children, is gemaakt door een anonieme 17 e -eeuwse meester, die tijdens een r­ ecent onderzoek de naam Master of the Blue Jeans heeft gekregen. Deze naam heeft hij te danken aan zijn unieke stofuitdrukking. Als we ­k ijken naar de onderkant van de rok, dan lijkt het alsof er een blauw-witte keperbinding is gebruikt. Hiermee ­t yperen we denimstof vandaag de dag. Het blijft natuurlijk moeilijk om exact te bepalen of het inder­d aad een jeansstof is die is afgebeeld, maar theoretisch gezien moet het kunnen. Juist door dit schilderij in de tentoonstelling te plaatsen, willen we laten zien dat de historie van de stof veel ­verder teruggaat dan de meeste mensen ­m isschien denken.”

Jurgen Bey voor Droog Design en Levi Strauss & Co., Indigo, 1999, Foto: Rien Bazen

Collectie S/S 08, Foto: Jean-Louis Coulombel

Bloemberg: “Innovatie en duurzaamheid vormen samen een thema binnen de tentoonstelling. Een van de meest bijzondere innovaties is die van het Franse ontwerpersduo Marithé en François Girbaud. Omdat een techniek als zandstralen erg schadelijk voor het milieu en de gezondheid is, hebben zij een alternatieve methode ontwikkeld om hetzelfde effect te bereiken. Op deze foto zien we een jeans, waarbij door middel van laser een heel dun laagje van de stof is gehaald. ­H etzelfde gedragen effect dus, maar zonder de schadelijke bijwerkingen.”

Gluejeans Revolution Jeans, Foto: Bill Tanaka

Door Lisa den Oudendammer

Marithé + François Girbaud

Concept Wode, Foto: Justin Smith

Bloemberg: “Koen Tossijn zegt zelf dat hij feitelijk niks anders doet dan wat de arbeiders in India doen: het maken van een spijkerbroek. Toch is zijn proces anders, omdat hij spijkerbroeken op maat maakt. Daarnaast werkt hij met speciale donkere Japanse denim, waardoor het karakter van de broek verandert naarmate je hem meer draagt. Sinds half juli heeft Tossijn zijn atelier in SPRMRKT in Amsterdam. Tijdens de tentoonstelling verplaatst de ontwerper zijn atelier naar het Centraal Museum en kunnen bezoekers eveneens in de werkplaats aan de slag gaan.”

Woman begging with two children, Parijs, Galerie Canesso, Foto: Thomas Hennecque

Atelier Tossijn, With you in my mind, Foto: Koen Tossijn

Koen Tossijn

Blue Jeans Nederland is denimland bij uitstek; Hollandse jeansmerken veroveren de wereld en geen Bouddica enkel ander land telt zoveel spijkerbroeken per hoofd van de bevolking. Hoog tijd voor een expositie specifiek over dit kledingstuk, vond ook Ninke Bloemberg. De conser­ vator mode en kostuums van het Centraal Museum in Utrecht stelde daarom de tentoon­ stelling Blue Jeans samen, die vanaf 24 november in het Centraal Museum te zien zal zijn. Glamcult besprak met Bloemberg een aantal opval­ lende items uit haar selectie. www.centraal­museum.nl

Bloemberg: “Deze installatie is gemaakt door Jurgen Bey in opdracht van Levi’s. Dit merk vraagt ontwerpers en kunstenaars regelmatig om iets voor hen te ontwikkelen. Zo ook deze raaminstallatie met de naam Indigo. Het is prachtig om te zien hoe

14

Bey heeft gespeeld met de verschillende kleuren blauw. In de tentoonstelling is één thema speciaal gericht op indigo en het ‘DNA’ van de spijkerbroek. Dit item past daar natuurlijk perfect in.”

Gc Platform


Interviews 6

1 Willy Moon: “Het is mijn roeping om licht in het leven van mensen te brengen.”

8

2 De Oekraïense ­ontwerper Lena ­Lumelsky ontdekte haar liefde voor ­mode in Antwerpen.

8

1 De Finse mode­ ontwerper Heikki Salonen blijkt ­een haat-­liefdeverhouding 4 met zijn vak te 2 hebben. Amie Dicke: “Ik ben benieuwd hoeveel een beeld kan hebben.” 0

3 Esther Stocker: “Er zit veel esthetiek in abstracte, wetenschappelijke ideeën.”

6

3 De muzikale talenten achter Cosmo V (p.36), SKIP&DIE (p.37), AFKA (p.38) en SX (p.39) veroveren de Lage Landen.

4

3 De jongens van DIIV vertellen smakelijk over het leven als rockster.


16

Door Danielle Hielckert Fotografie: Taufiq Hosen

m o o n

w i l l y


Willy Moon Een fascinatie voor het heelal en de oneindigheid daarvan zorgde ervoor dat William Sinclair zijn artiestennaam, zodra hij er één mocht verzinnen, direct veranderde in Willy Moon. “Ik wil heel graag planeet aarde verlaten, en de mensheid helpen een stap richting de toekomst te nemen. Dat is mijn droom voor de toekomst.” Even groots als deze fantasie is zijn visie op kunst, en het belang hiervan voor de mens­ heid. Glamcult sprak hem hierover.

Dromen waren alles wat Willy Moon als kind had. Hij groeide op in NieuwZeeland, waar zijn vader hard werkte en zijn moeder lang ziek was. “Ik ben deze zomer voor het eerst in een achtbaan ­g eweest! Dat klinkt misschien raar, maar ik heb geen jeugd gehad. Er was eigenlijk ook nooit muziek in huis”, valt Willy met de deur in huis. Toen hij zestien was, overleed zijn moeder en werd zijn vader door ­f inanciële omstandigheden gedwongen om in Azië te gaan werken. “Vanaf dat moment ging ik naar muziek luisteren. Met mijn vrienden draaide ik vooral hiphop. E­ igenlijk nooit andere dingen. ­A lles wat ik nu weet over muziek, heb ik mezelf geleerd.” Op zijn achttiende besloot hij een enkele reis naar Londen te kopen. “Het was de grootste stad die ik kon bedenken! Ik wilde of naar New York of daar naartoe. Het moest voor mij immens zijn, een echte metropolis. Ik wilde het gevoel hebben alsof ik in een film was beland”, vertelt Willy. Maar muziek was niet de reden dat de zanger naar Europa vertrok. Pas vele omzwervingen en verschillende baantjes later, begon hij, terwijl hij in Berlijn als klusjesman werkte, met het schrijven van liedjes. “Elke dag zat ik onder het vuil in de trein naar huis. Mensen gingen me uit de weg, zo vies zag ik ­e ruit! Ik denk dat ik wel wat weg had van de schoorsteenvegers uit Mary Poppins”, lacht hij. “Thuis had ik vervolgens niet veel te doen—maar ik had wel een ­g itaar.” En van het één kwam het ander. “Het was pure noodzaak; ik was daar echt alleen. Ik had niemand om muziek mee te maken, dus deed ik alles zelf. Dat is ook de reden dat ik nu nog steeds ­a lles zelf schrijf, speel en produceer. Ik ben het zo gewend.” Zijn muziek wordt vaak omschreven als rockabilly, en de eerste liedjes die hij maakte, waren ook rock-’n-rollnummers. “Dat verveelde me al heel snel

en daarom wilde ik het extremer laten klinken. Ik wilde nummers maken die nu net zo opwindend zouden klinken als rock-’n-rollsongs in de jaren 50 geklonken moeten hebben, toen men ze voor het eerst hoorde. Of zoals het voor mij voelde, toen ik als puber voor het eerst hiphop hoorde.” Rockabilly is dan ook geen term die zelf ooit bij Willy op zou komen om zijn muziek te beschrijven. “Ik wil geen muziek uitbrengen, die een collectie is van muziek die al gemaakt is. Ik wil juist alle mogelijkheden ontdekken, nieuwe dingen uitvinden. En mijn eigen niche creëren door alles samen te brengen wat ik mooi vind. Ik wil niet binnen één genre vallen. Ik wil mijn eigen genre hebben! I want you to go: ‘Wow, what the fuck is this?’ And turn up your radio”, zegt Willy enthousiast. Zijn nummers duren nooit langer dan drie minuten, net als zijn optredens nooit boven een half uur uit zullen komen. “Ik houd van korte films, ik houd van korte liedjes. Ik zie het punt er niet van in om alles langer te maken, alleen omdat het kan. Ik zie het als een ritje in een achtbaan—dat gaat ook niet twintig minuten door. Het bereikt zijn hoogtepunt en dan is de opwinding voorbij en moet het ook niet veel langer meer duren”, legt Willy uit. Een ballad zal hij dan ook nooit zingen. “Mijn nummer Railroad Track zou je op een bepaalde manier kunnen zien als een ballad. Maar om heel eerlijk te zijn, vind ik dat soort liedjes gewoon doodsaai. Ik wil muziek creëren die artistiek relevant is—voor mij in ieder geval!” Toch heeft Willy zich wel laten ­i nspireren door de ballad I Only Have Eyes For You van The Flamingos, waaruit blijkt dat de jaren 50 en 60 een grote bron van inspiratie voor hem zijn. Toen hij in Berlijn woonde, irriteerde het hem dat iedereen een wedstrijdje deed wie er het meest sjofel uit kon zien. Hij besloot om dit radicaal om te gooien; hij draagt

nu elke dag een strak pak en kamt zijn haar in een vetkuif. Het gelikte plaatje is niet zomaar een gimmick. “Ik voel me erg comfortabel in deze stijl. Ik heb eindelijk een stijl gevonden, waar ik de rest van mijn leven mee verder kan. Ik vind dat mensen meer moeite zouden moeten doen voor de manier waarop ze zichzelf presenteren. Ik snap dat echt niet. Ik zag laatst een boek met mugshots van criminelen uit de negentiende eeuw. Hoe arm die mensen ook waren, hun haar zat altijd netjes gekamd. Ze probeerden er in ieder geval beter uit te zien dan dat ze eraan toe waren. Het lijkt erop alsof we nog steeds in een soort post-James Dean-tijdperk leven, waarin iedereen alleen maar jeans en een wit T-shirt aan wil!”, ergert Willy zich. De Londenaar wil met zijn muziek niet zozeer een verhaal vertellen. Zijn album—dat in 2013 uitkomt—gaat dan ook alleen over zijn grote liefde: muziek. “Er zit geen concept achter mijn liedjes. Het is een poging van mij om verschillende elementen en genres te laten samensmelten op een manier die nieuw is voor mij. En voor de wereld. Het is een expressie van alles wat mogelijk is als we ons niet zo vasthouden aan de veilige grenzen die ons opgelegd worden.” Volgens Willy moeten we deze juist doorbreken, en hij vervolgt: “Artiesten laten zichzelf zo makkelijk in een hokje duwen, en volgen daarna braaf het gebaande pad. Ze proberen niet te vernieuwen, maar juist muziek te maken die volgens hen binnen het genre past. I’m actually an artist. I’m not pretending.” Willy is gefascineerd door creëren op zich en schrijft niet alleen muziek, maar ook verhalen. Het is een droom van hem om in de toekomst ook films te gaan maken. En dan het liefste gebaseerd op de muziek die hij heeft gemaakt, zodat er een ultieme samensmelting van zijn creativiteit ontstaat. “Ik houd gewoon van de mooie dingen

17

die mensen kunnen maken. Het is de mensheid op zijn best. Ikzelf laat me ook graag inspireren door de technologie. Ik zou willen dat men opschoot en eindelijk eens goede robots ontwierp. Dat lijkt me zo fantastisch! Als ik een ­b iljonair zou zijn, zou ik daar al mijn geld in stoppen”, fantaseert hij. Op het moment zit hij nog dag en nacht in de studio en heeft hij weinig tijd om andere dingen te doen. Onlangs werd bekend gemaakt dat hij Jack White zal supporten op zijn tour door Engeland. Willy tekende dit jaar bij het label van the white stripe en hoopt hiermee zijn carrière in de Verenigde Staten ook te lanceren. De wereld veroveren is iets wat wel in zijn plan voor de toekomst past. Mooie dingen maken en de wereld ­b eter maken, is eigenlijk de gedachte achter ­a lles wat Willy doet. “Ik ben een performer, dat is wat ik doe. Dat is mijn rol in de ­s amenleving. Het is dus de bedoeling dat ik licht breng in het leven van mensen. Zonder kunst zouden mensen echt minder hoop hebben, maar cultuur wordt niet op juiste waarde geschat. Het helpt ons een betekenis aan ons leven te geven. Het is een vervanging voor religie. Als je geen geloof hebt, dan heb je iets anders nodig dat eenzelfde schoon­h eid biedt. Iets dat laat zien dat er zin is. En daarom neem ik mijn vak erg ­s erieus. En weet je, als we echt alleen zijn in het universum, dan geeft ons dat een hele grote verantwoordelijkheid hier op aarde om ons best te doen”, ­a ldus Willy Moon. www.willymoon.com

Gc Interview


Door Carlijn Potma Fotografie: Nicole Maria Winkler voor SSAW Alle kleding: Heikki Salonen autumn / winter 2012


h e i s i k n a k e l n o The next fashion superstar—spreken over de Finse modeontwerper Heikki Salonen gebeurt enkel met lovende woorden. Het talent combineert in zijn werk verfijnd vakmanschap en rijke materialen met een grungy touch. Een modeman in hart en nieren? Zelf bekijkt hij de zaak heel anders: “I love to design, but I hate to be a designer.” 19

Gc Interview


Heikki Salonen

In de strakke, witte ruimte van Galerie Anne de Villepoix staan twaalf modellen opgesteld tegen een met spots verlichte muur. Het is showtime voor Heikki Salonen in Parijs. Autumn/winter 2012 staat die avond centraal, voor de eerste keer in la grande capitale de la mode. Een mannenlijn, vermengd met een aantal looks voor vrouwen. We zien strak maatwerk en scherpe ­s ilhouetten, grove stiksels en onafgewerkte naden— grungy en rebels door de rafelende randen. Jassen, gilets, sweatshirts en bij de enkels opgeknoopte chino’s in een palet van zwart, donkerblauw en beige, met groen als accent. Rijke stoffen, luipaardprint en patchwork. Weer een mijlpaal afgevinkt. De 33-jarige Scandinaviër heeft een aardig portfolio bij elkaar gewerkt. Zo won hij in 2008 de Diesel Award ­t ijdens ITS#Seven, met een functie als hoofdontwerper womenswear tot ­g evolg. Maar ook een master aan het Royal College of Art, een samenwerking met Fashion East en een baan bij Erdem prijken op zijn cv. “En dat terwijl ik het nooit als mijn roeping zag om modeontwerper te worden. Ik wilde vroeger van alles, en iedere keer weer iets

a ­ nders. Een deel van die dromen heb ik kunnen realiseren, maar ik ben nog steeds onderweg. Ik zie mezelf ook niet echt als modeontwerper alleen. Ik richt me nu op het beter en beter worden als designer op meerdere vlakken”, vertelt Salonen. Een eigen label en een topfunctie bij Diesel—daar staan we anno 2012. Maar hoe zit het met de roots? “Ik ben opgegroeid in Vantaa, een dorpje ­n abij Helsinki in Finland. We woonden in een klein houten huis midden in de natuur. Heel romantisch. Voor mijn studie modepsychologie—en later modeontwerp— verhuisde ik naar de hoofdstad. Halverwege mijn opleiding zag ik het echter niet meer zitten, want was ik wel een ontwerper? Ik wilde stiekem niet echt ‘iets worden’. Ik wilde gewoon ­d ingen doen, en van het ene in het andere rollen. Dus ging ik in 2003 een half jaar naar Utrecht voor een uitwisselings­p roject. Dat was geweldig! Een stap uit mijn comfort zone en zeker een keerpunt in mijn carrière. Voorheen was ik altijd heel conceptueel bezig, enkel gericht op het proces zonder enige aandacht voor esthetiek. Kinderachtig eigenlijk. Tijdens mijn periode in Utrecht verschoof mijn

f­ ocus meer naar schoonheid, tailoring en draagbaarheid. En zo werk ik nu nog steeds!”, vat de ontwerper zijn ontwikkeling samen. Vol goede moed en met een dosis nieuw enthousiasme keerde Salonen terug naar Helsinki. Maar niet voor lang. “Ik werd verliefd! Zij verhuisde kort na onze ontmoeting naar Londen, dus ging ik haar achterna. Ik startte daar mijn masteropleiding. Het is opmerkelijk hoe weinig controle je eigenlijk over dingen hebt. Natuurlijk wilde ik graag een opleiding in Londen volgen, maar zonder haar had ik die stap nooit genomen. Waarschijnlijk was ik dan terug naar Nederland gegaan. Ik ben eerlijk gezegd toch blij dat het zo gelopen is”, biecht Salonen op. Die ene ontmoeting was misschien wel de sleutel tot succes; in Londen ging het rap. Salonen ging aan de slag als assistent-ontwerper voor Erdem. “Ik stond op het punt daar meer verantwoordelijkheid te krijgen, maar toen won ik de Diesel Award. Wederom een keerpunt. Ik verhuisde naar Italië en kreeg een rol binnen het creatieve team van Diesel. Tegelijkertijd startte ik in Londen ook mijn eigen label.” Dat deed de

20

­ ntwerper samen met zijn partner, kuno stenaar Johanna Eliisa Laitanen, nadat zijn ITS-collectie Kant in zijn geheel werd opgekocht door de Parijse boetiek Maria Luisa. “Een eigen lijn beginnen was nooit mijn droom. Toch werkte die aankoop motiverend en opende het deuren. Het leek mij hét moment voor het opstarten van een label. Om in twee totaal verschillende werelden te werken was ­g ecompliceerd, maar ook heel leerzaam. Ik kreeg iets mee van het grote, commerciële denimbedrijf dat voor mijn gevoel recht tegenover ons kleine, persoonlijke project stond. Bij Diesel en Erdem heb ik vooral veel people things geleerd, want de politieke kant van de mode is behoorlijk complex!”, aldus Salonen. De collecties voor Heikki Salonen blinken uit in materiaalgebruik en technieken. Zijn werk is experimenteel en luxueus, en nooit zonder rauwe touch. De lijn wordt wel vergeleken met Japanse avant-gardistische labels als Comme des Garçons, waar de ontwerper zich wel in kan vinden. “Ik waardeer ­J apanse designers als Rei Kawakubo om hun passie en het volgen van hun ­e igen weg. Daar streef ik zelf ook naar.” Maar ­S alonen vervolgt hierop kritisch: “Ik ben


Heikki Salonen

een perfectionist en streng voor mezelf. Dat is ook de reden waarom mijn collecties altijd klein zijn. Het creatieve proces is telkens weer anders. Het begint meestal met het verzamelen van allerlei ideeën, beelden en materialen, die ik op een grote muur ophang om ze samen te brengen. Uit deze combinatie ontstaat de rode draad voor de ontwerpen. Soms gaat het daarbij om duizenden beelden, alhoewel een collectie ook kan ontstaan uit één enkel beeld. Zo werd ik voor A/W 12 geïnspireerd door een foto van Indonesische punkrockers die door de politie werden kaalgeschoren. Een onzinnige actie overigens.” Het opzetten van de mannenlijn was geen eenvoudige klus. Salonen ziet het ontwerpen voor mannen en vrouwen als twee totaal verschillende beroepen, waarvan er één toch stiekem zijn voorkeur krijgt. “Ik moet nog veel leren op het gebied van menswear. Ik ben er nog niet helemaal tevreden over. Je moet niet hedonistisch zijn en een collectie voor jezelf willen ontwerpen. Het gaat juist om het creëren van betekenis voor een zo breed mogelijk publiek. Op het moment gaat mijn voorkeur uit naar het ontwerpen voor vrouwen,

dat is toch vertrouwd gebied. Maar ik werk er hard aan!” Zal er wel een volgende collectie voor mannen komen? Daar twijfelt ­S alonen niet aan. “Zeker!”, roept de ontwerper vol overtuiging. Ook op de vraag of er andere designers zijn waar Salonen tegenop kijkt, heeft hij direct een antwoord: ­“ Het designerduo Laitinen!” Het label van broer en zus Anna en Tuomas Laitinen, eveneens afkomstig uit Finland. In samenwerking met Salonen presenteerden ook zij begin dit jaar hun autumn/winter 2012 mannenlijn in de Parijse galerie ­A nne de Villepoix. “Ik vind die twee pretty amazing. Ik draag niet alleen hun kleding vaak, maar bewonder ook de filosofie en werkwijze. Ik herken veel van mezelf in hun werk, maar ze laten altijd iets aan de verbeelding over. Iets dat ik niet volledig kan begrijpen. Die onvoorspelbaarheid maakt ze interessant.” Een ­s amenwerking ligt voor Salonen overigens niet voor de hand. “Ik kan soms best een loner zijn. Zo vind ik het heerlijk om alleen op pad te gaan om door de n­ atuur te wandelen. Ook heb ik als echte control freak de touwtjes graag zelf in handen, zeker voor mijn eigen ­l abel. Ik vind het in mijn werk voor Diesel dan

wél weer leuk dat ik in een team opereer. Het gaat om de juiste balans”, legt hij uit. Zijn partner in crime, Johanna, is echter onmisbaar voor Heikki Salonen. Niet alleen op creatief vlak. De ontwerper vertelt: “Mijn ontwerpen moeten een boodschap overbrengen, maar ook draagbaar zijn. Op dat punt speelt ­J ohanna een grote rol; zij is als vrouw goed in het opmaken van de balans tussen esthetiek en wearability.” Die draagbaarheid is volgens de ontwerper ook onbewust een verlengde van zijn Finse afkomst. Typische handwerktechnieken en silhouetten verraden op ­s ubtiele wijze een vleug Finse folklore. “Bovendien zijn het vaak warme, de­ gelijke kledingstukken”, grapt Salonen. Voor de prints en patronen van zijn ontwerpen zoekt hij het echter in Italië. “Ik werk nu al een aantal seizoenen met Giovanni Bonotto, die ook voor onder meer Dries Van Noten en Balenciaga stoffen ontwikkelt. Af en toe mag ik zijn archief in om op jacht te gaan naar ­m aterialen. Hij heeft door de jaren heen heel veel prachtige stoffen verzameld.” Salonen betrekt binnenkort in Helsinki een nieuwe studio. Het heen en weer pendelen tussen de Finse hoofdstad en

23

Molvena—waar het Diesel hoofdkwartier zich bevindt—zal niet stoppen, maar de nieuwe thuisbasis biedt wel rust. “Ik ga een ruimte delen met een aantal muzikanten. Ik kijk erg uit naar een meer cross-artistic-­o mgeving. Wie weet wat daar uit voortkomt!” De overlap die mode met andere velden heeft, is voor Salonen erg belangrijk. “Om een goede designer te kunnen zijn, zouden modeontwerpers zich bezig moeten houden met allerlei andere dingen dan het vak. En ervoor moeten zorgen niet met oogkleppen op te werken. You know, I love to design, but I hate to be a designer. Voor je het weet ga je dingen anders bekijken, krijg je een vernauwende blik en werk je alleen maar voor je eigen crowd. Met elitair gedrag en saaie resultaten tot gevolg. Er is zoveel meer in het leven!” www.heikkisalonen.com

Gc Interview


Red Paint and Beer Bottle, 2011, ter beschikking gesteld door Diana Stigter, Amsterdam

Door Pauline Bijster

Amie Dicke

24


d am i e c k e Direct na haar afstuderen aan de Willem de Kooning Academie in 2000 werd het werk van kunstenaar Amie Dicke (1978) al op­ gemerkt door galeriehouder Diana Stigter en Museum Boijmans van Beuningen. Ze had ­internationale tentoonstellingen en woonde in New York, Berlijn en Amsterdam. Nu, twaalf jaar later, ­expo­seert zij haar werk voor het eerst op grote schaal in een Nederlands ­museum met de solo­ten­toon­stelling Nabeeld in het GEM. 25

Gc Interview


Aesthetic Censorship (face 01) en (face 02), 2012, ter beschikking gesteld door Diana Stigter, Amsterdam/The Company, Los Angeles, Foto: Robert Wedemeyer

Amie Dicke

Op de vraag waar de titel Nabeeld vandaan komt, zegt Amie Dicke: “Beeld is voor mij een belangrijke drager in het leven, en een belangrijke inspiratiebron. Ik kom eigenlijk altijd ná het beeld.” Zolang ze zich kan herinneren, verzamelt ze beelden uit tijdschriften. Haar atelier naast het Museumplein in Amsterdam staat vol dozen knipsels. “Als ik een nieuw atelier binnenkom, hang ik als eerste afbeeldingen op. Ik kom elke keer weer opnieuw beelden tegen in mijn eigen archief die ik was vergeten. Dat vind ik een spannend gegeven. Beelden draag je in je mee. We hebben een ontelbare hoeveelheid beelden in onze herinnering, maar je vergeet ze ook. Een beetje vergeten is nodig om erop voort te kunnen bouwen, om iets te kunnen toevoegen aan de wereld.” Ook letterlijk komt de kunstenaar na het beeld. “Iedere keer als ik ergens op kras of schuur, met alle bewerkingen die ik uitvoer op bestaande beelden, test ik hoeveel een beeld kan hebben. Hoeveel ervan overeind blijft.” Dicke werd bekend met snijwerken; van foto’s uit internationale modetijdschriften sneed ze grote delen weg, totdat er van de modellen slechts een lijnenpatroon overbleef met alleen nog contouren, neusgaten, een lip of wat haar. Daarna veranderde ze ook op andere manieren bestaande beelden. Bijvoorbeeld door ze op te schuren, te bekrassen, met wijn of inkt te besprenkelen of met spijkers te doorboren. Voor de Mode Biënnale Arnhem in 2011 maakte

ze een installatie die langzaam besproeid werd met een steeds dikkere laag foundation—de honderd liter foundation had ze gekregen van L’Oreal. “Hoe meer foundation er op de spullen kwam, hoe meer mensen erin dachten te kunnen herkennen. Juist omdat de oorspronkelijke vorm niet meer te zien was. Dat geldt in het algemeen: hoe vager het beeld wordt, hoe meer je er van jezelf op kunt projecteren. Daarom vinden mensen abstract werk vaak fijn; het biedt hen die ruimte. Ik ben er nu klaar voor om abstractie toe te laten. Ik ben misschien ook in die zin voorbij het beeld”, vertelt de kunstenaar. In het GEM hangen vooral nieuwe werken. Over de snijwerken of haar link met de modewereld wil ze het eigenlijk liever niet meer hebben. “Het is echt nooit mijn bedoeling geweest om me af te zetten tegen het heersende schoonheidsideaal. Ik heb natuurlijk wel een interesse in modebeelden, daarom heb ik ze ­g ebruikt. Ook omdat ze op straat zoveel aanwezig zijn. Toen ik in New York woonde, zag ik ze letterlijk overal. Ik zocht toen een manier, waarop ik me ertoe kon verhouden. Jazeker, ik heb mijn eigen eenzaamheid erop geprojecteerd. Maar wat ik eigenlijk nog meer deed, was ruimte creëren in die modebeelden, zodat ik er meer persoonlijke vragen in kwijt kon.” Dit proces herhaalde ze later, toen ze foto’s uit tijdschriften bewerkte. “Ik kraste alles weg wat ik storend of afleidend vond. Daarna kun je jezelf er in toevoegen”, legt Dicke uit.

Het wegkrassen of censureren van belangrijke onderdelen in een beeld staat eigenlijk haaks op onze moderne beeldcultuur, waarin alles gezien wil worden. “Achter het beeld kijken, naast het beeld of onder het beeld, is wat ik al jaren doe. Ik haal dingen weg of bedek ze. Ik ben meer geïnteresseerd in de randverschijnselen. Wat blijft er over?” Voor een nieuw werk voor het GEM kraste ze een man weg uit een levensgrote foto. “Het gaat misschien over een soort censuur, iemand die is uitgepoetst. Aan de andere kant gaat het over de randverschijnselen, want wat blijft er over als je de centrale figuur laat verdwijnen?” Hoe langer ze zelf naar het beeld keek, hoe meer ze erin zag. Juist door het ­o ntbreken van de ‘hoofdpersoon’ viel ineens het beetje rode verf op aan de regenpijp, het bierflesje in de hoek. “Ook bij bevroren beelden als foto’s kun je er nog heel lang nieuwe dingen in ontdekken. Ik vind die details in de hoeken juist spannend. Het werk heet daarom Red Paint and Beer Bottle.” Amie Dicke probeert zich in iedere ruimte waar ze exposeert, of dat nu een tuin is of een oud onderduikadres zoals Castrum Peregrini, te verhouden tot de plek. Toen ze de uitnodiging kreeg van het GEM ging ze meteen op zoek naar aanknopingspunten. “Ik vind die witte kubussen daar niet sfeervol”, zegt ze. “Daarom ben ik me gaan richten op de gebouwen en de architecten: Sjoerd Schamhart en Hendrik Petrus Berlage. De geschiedenis van het Gemeentemuseum

26

is interessant. De beelden van de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog zijn een rol gaan spelen in mijn expositie. Ook binnen de lege, witte ruimte van het GEM ben ik ook op zoek gegaan naar aanknopingspunten.” De gaatjes van de kunstwerken van de vorige kunstenaar (Robert Zandvliet) liet ze niet dichtsmeren, maar vulde ze zelf met stukjes gouden reddingsdeken. “Ik wilde de voorganger nog even warm houden, nog even laten schitteren. Littekens in muren, kieren en gaten zeggen veel over wie er geweest zijn, en die aan­ raking zoek ik. Dat is een andere vorm van Nabeeld.” Ook bracht ze inkt uit duizenden BIC-pennen aan op grote perspex ­p laten. “Deze platen symboliseren voor mij het gebouw: de witte muren, de ­a rchitectuur. Pennen worden normaal gesproken gebruikt om mee te schrijven. Of om mee te corrigeren. Het corrigerende karakter komt terug in al mijn werk. Maar nu heb ik, met deze platen, voor het eerst een correctie of aantasting gemaakt, zonder dat er ­d irect iets onder zit wat veranderd hoefde te worden”, geeft Dicke ons alvast een voorproefje. Amie Dickes tentoonstelling Nabeeld is te zien t/m 6 januari 2013 in het GEM. www.amiedicke.com


Corrected Corner, 2012, ter beschikking gesteld door Diana Stigter, Amsterdam/Peres Projects Berlin, Foto: Anniek Mol

Amie Dicke

27

Gc Interview


28

a n e l

y k s l e m u l

Door Thomas Stevens Fotografie: Zeb Daemen


Lena Lumelsky Sommige mensen worden geboren met een duidelijk doel in hun leven. Anderen rollen ergens per ongeluk in om vervolgens op precies de juiste plek terecht te komen. Tot die laatste groep behoort de van oorsprong Oekraïense modeontwerper Lena Lumelsky wier modeliefde pas echt begon te leven dankzij haar Vlaamse mede­ studenten. Dit jaar was ze deelnemer aan High Fashion Low Countries. Een project van de Nederlandse ambassade in, jawel, België.

Lena Lumelsky groeit op in een gezin, en een cultuur, waar geen speciale waarde wordt gehecht aan mode. Ze kan zich dan ook geen specifiek moment herinneren, waarop haar liefde voor kleding is ontstaan. Wel was ze altijd aan het tekenen of schetsen. “Dat was meer een algehele fascinatie voor wat iemand aanhad. Zelfs bij het zien van oude zwart-wit foto’s kan ik me bepaalde details als kleuren, ­texturen en patronen levendig voor de geest halen.” Om haar illustratieve ­kunsten te ontwikkelen, vertrekt ze naar ­I sraël om een bacheloropleiding te volgen— maar alleen omdat ze daarvoor een prestigieuze beurs ontving. Het is pas nadat ze meedoet aan een competitie in Italië, en in contact komt met Belgische studenten, dat haar modehart sneller gaat kloppen en de stap naar ontwerpen gemaakt wordt. “Ik was compleet onder de indruk van het voorkomen van mijn medestudenten en hun manier van creëren. Ik besloot hetzelfde pad te volgen. Het maakte me niet uit dat ik helemaal opnieuw moest beginnen in Antwerpen, zo werkt het nu eenmaal. Ik kwam met een creatieve honger die niet te stillen was.” Drie jaar na het behalen van haar masterdiploma is haar eigen label een feit. Lumelsky, nog steeds gevestigd in Antwerpen, heeft intussen een schare bewonderaars verzameld en is bezig een gerenommeerd merk te worden met meerdere internationale verkooppunten.

Wat maakt haar zo succesvol met alle dreigende concurrentie in een economisch ongunstige tijd? In elke collectie weet Lumelsky ogenschijnlijke contrasten als modern en tijdloos, vrouwelijk en krach­t ig, maar ook sensueel en comfortabel tot een uitgebalanceerd samenspel te vormen. Voeg een dosis romantiek en een onberispelijk oog voor detail toe, en je komt aardig in de buurt van een typische Lena Lumelsky-look. Zelf beweert ze echter geen handtekening te hebben. “Ik heb geen signature zoals Rick Owens of Comme des Garçons. Wel werk ik altijd op een mannequin, omdat ik het liefst drie­ dimensionaal ontwerp. Ook is er vaak een vorm van traditie aanwezig. Dit ­varieert van het maken van mijn eigen patronen op een conventionele manier tot het toepassen van historische, en soms lokale, ambachtelijke technieken.” Zo is haar autumn/winter 2012 collectie geïnspireerd door traditioneel Russische handwerktechnieken. Ook hier werkt ze (weer) veel met leer en heeft ze haar eigen materialen en prints gecreëerd. Wars van trends en hypes, doet Lena duidelijk waar ze zelf zin in heeft. Dat geldt ook voor de vrouw voor wie ze ontwerpt. “Het zijn zeker geen meisje-meisjes! Juist sterke, onafhankelijke vrouwen die goed weten wat hen staat, en bereid zijn om daarin te investeren. Types als Skin van Skunk Anansie en Annie Lennox.” Dat is duidelijke taal van een vrouw die hard aan de weg timmert om door

te breken in de mode-industrie. Is ze al iemand tegengekomen op straat in een van haar designs? “Nee, dat nog niet. Wel had ik laatst een ­p er­s oonlijke doorpassessie met een van mijn klanten— een wat vollere dame op leeftijd. Er is niets mooiers dan getuige te zijn van wat mijn kleding met iemand doet. De blik op haar gezicht toen ze voor de spiegel stond, is onbetaalbaar.” Ze klinkt oprecht ­g eëmotioneerd, ­w anneer ze deze anekdote deelt. Het benadrukt de passie waarmee ze te werk gaat. De persoonlijke aandacht die ze stopt in het vervaardigen van haar ontwerpen doet denken aan de manier waarop men couture creëert; een element dat ze zeer hoog in het vaandel heeft staan en wat vaak terugkomt in haar werkethos. “Ondanks dat ik ­o ntwerp vanuit het oogpunt dat iets draagbaar moet zijn, en het liefst op een lichaam werk, probeer ik altijd de grenzen op te zoeken wat betreft functionaliteit en duurzaamheid.” Dat verklaart ook waarom ze ­zoveel bewondering heeft voor ont­ werpers als Azzedine Alaïa en Iris van Herpen. Waar eerstgenoemde gelauwerd wordt om zijn lichaamsvriendelijke stukken die de tand des tijds doorstaan, zo wordt Van Herpen geroemd om haar ingenieuze con­s tructies, die meer weg hebben van kunstwerken. Hoorbaar enthousiast vult Lena aan: “De modewereld heeft meer van dit soort fantasierijke figuren nodig, die barrières durven te doorbreken. Die buiten de lijntjes

29

kleuren, zonder zichzelf te verloochenen.” Wat betreft haar eigen toekomst neemt Lena elke dag zoals die komt. Ze geniet van het feit dat ze kan doen wat ze het liefste doet: ontwerpen. En ondanks dat ze graag op kleine schaal werkt (elk kledingstuk wordt nog vanuit het atelier gemaakt), doet ze er alles aan om haar label te laten groeien. Al haast ze zich hieraan toe te voegen dat ze het persoonlijke contact met haar ontwerpen nooit uit het oog zal verliezen. Ze is dan ook resoluut in haar mening dat een samenwerking met een modegigant als H&M niet in de lijn der verwachting ligt. “Begrijp me niet verkeerd, ik ben helemaal voor de democratisering van mode. Maar het neemt soms wel iets weg van de originaliteit en kwaliteit. Terwijl dat juist iets is wat ik mijn klanten garan­ deer. Ik wil wat betreft mijn integriteit geen compromissen sluiten.” Het zijn haar mentaliteit, sterke wil en doorzettingsvermogen die haar een rising star maken. Heeft ze nog advies voor jonge ontwerpers die dromen van een eigen label? “Wees voorbereid op een sober bestaan met weinig slaap”, antwoordt ze lachend. Het is even stil voor ze met een zucht vervolgt: “Ik zou graag weer tien jaar jonger zijn en de energie van toen hebben. De gierende adrenaline die je helpt nachten door te halen, heb ik nu veel minder. Toch zou ik het niet anders willen; het is goed zo.” www.lenalumelsky.com

Gc Interview


Door Jorieke Abbing


s e s t h e r o c k e r

Zonder titel, 2009, installatie op de tentoon­s telling Beyond These Wall s , South London Gallery, Londen

Abstract, zwart-wit en glanzend tape, dat is het eerste waar je aan denkt als je het werk van de Italiaanse kunstenaar Esther Stocker be­kijkt. Met haar duizelingwekkende ruimtes zorgde ze voor een enorme buzz in de kunstwereld. Stocker is eindeloos gefascineerd door het gegeven van optisch bedrog en wiskundige afwijkingen. Gedreven en vakkundig speelt ze met het oriëntatievermogen van haar toeschouwers. 31

Gc Interview


Esther Stocker 2008 in Brussel gaf. Kijk, dit is nog eens een sterke titel, want: poëtisch, verwar­ rend, paradoxaal en prima beeldtaal. Opvallend ook, want wie beweert er nu dat abstractie zo warm is als een puppy? Op het eerste gezicht lijkt Stockers werk helemaal niet warm of aaibaar—eerder streng of misschien wel kil. Een voorbeeld: in een totaal witte ruimte kronkelt zwart vinyltape over de wanden, de vloeren en het plafond. Hier en daar laat het tape los en hangt het vanaf het plafond in een punt naar beneden. Een beeld dat sterk doet denken aan een kapot cassettebandje. In de mailwisseling die ik met haar heb, legt Stocker uit hoe ze tot dit art-in-your-face-idee is gekomen. Stocker: “Ik wilde weten hoe ik een abstract schil­d erij toegankelijker kon maken. Dit onderzoek heb ik toen erg letterlijk genomen! Ik be­s loot dat ik niet

op doek, maar drie­d imensionaal wilde werken om de ervaring van de kijker interessanter te maken. En het werkte; in een ruimte werd de abstractie ineens ontzettend tastbaar. Mijn werk gaat over hoe wij naar kunst kijken en over de interactie met iets in de ruimte of met de ruimte zelf.” In zo’n Stocker-ruimte wordt de toeschouwer omgeven door een ­s ysteem van blokken, strepen of wis­ kundige roosters die in een wirwar over de vloe­­­­­­­­r­e n en muren lopen. Het patroon is nooit perfect en consistent, want de herhaling van de vorm wordt hier en daar onderbroken of wijkt af. Optische pauzes, noemt Stocker dit zelf, of visuele ruis. “Hoe de ene vorm overgaat in de andere, fascineert me”, legt Stocker uit. “In mijn werk speel ik met de wetten van de wis­kunde, die over logica en orde gaan. Die perfectie wil ik doorbreken,

Zonder titel, 2004, AR/GE Kunst Galerie Museum Bozen, Foto: Martin Pardatscher

show Degrees of Freedom was tot eind september te zien in Winterthur (Zwitserland). Vooral Stockers installaties heb­ ben al vaker voor een enorme hy­p e onder het kunstminnend volk gezorgd. Niet zo vreemd, want deze installaties zijn met recht fenomenaal te noemen. En door Stockers’ consequente gebruik van gitzwarte vormen die samen in een sy­­­s teem van blokken, strepen of rasters over de vloeren en muren van de glanzend witte muren lopen, ook erg esthetisch. Een installatie van Stocker is bovendien een duizelingwekkende ­t otaalervaring; je verliest ieder gevoel van oriëntatie wanneer je haar geo­ metrische wereld betreedt. “Het is alsof je je in een abstract schilderij bevindt”, beaamt Stocker. Abstract thought is a warm puppy is de titel van een expositie die ze in

Geometrisch betrachtet, 2008, Museum Moderner Kunst Stiftung Ludwig, Wenen, Foto: Michael Goldgruber

Esther Stocker (1974) groeide op in Alto Adige, een gebied in het noorden van Italië waar men zowel Duits als Italiaans spreekt. Tussen 1994 en 1999 liep ze in totaal drie verschillende kunstacademies af: de Akademie der bildenden Künste in Wenen, de Accademia Bella Arti di Brera in Milaan en in 1999 eindigde ze haar studiejaren aan het Art Center College of Design in Pasadena. Met haar werk—schilderijen, tekeningen, foto’s en installaties—exposeert ze regelmatig in verschillende galeries en musea in Europa, met name in Brussel en Wenen. In 2008 oogstte ze succes met haar tentoonstelling What I don’t know about space in het Londense Museum 52. En in 2009 exposeerde ze onder de titel Nothing could be done—men were only men, and space was their eternal enemy in het House of Art České Budějovice in Tsjechië. Haar meest recente solo-

32


Silo Barth, 2006, Brixen, Foto: Jürgen Eheim

Esther Stocker

want zelfs perfectie kan zich niet voor eeuwig vasthouden aan haar vorm. Verder ben ik eindeloos geïnteresseerd in de Gestaltpsychologie. Die gaat ­h elemaal over de visuele perceptie waar ik me mee bezighoud. Een theorie dus, die je steeds terugziet in mijn werk. Onze hersenen creëren driedimensionale voorstellingen van tweedimensionale beelden, omdat ze zo geprogrammeerd zijn. Ik speel graag met het idee dat we alleen zien wat we herkennen.” Het optische bedrog dat Stocker creëert, getuigt van een ongelooflijk wis­kundig inzicht én van gevoel voor humor en ironie. Een beeld op de website van Stocker van enkele breed lachende toeschouwers die in een van haar installaties staan, vormt hiervan het bewijs. Stocker: “Wat ik persoonlijk aantrekkelijk vind aan optische illusie is dat het het menselijk falen zo goed toont—het gaat over het tekortschieten van onze visuele vaardigheden. Deze mislukking is in mijn ogen iets existentieels. En ik vraag me af waarom de mens ervan geniet. Waarom laten we ons meevoeren door chaos? ­W is­kunde staat

lijnrecht tegenover wanorde en juist die tegenstelling zoek ik telkens weer op.” Stocker haalt haar inspiratie dus niet uit een wandeling door de stad, maar put uit de wetenschap. “Ik verwijs hier graag naar. Je ziet dan ook veel verwant beeldmateriaal in mijn installaties, zoals grafieken. De eerste wetenschappelijke tekst waar ik ooit enthousiast over was, is Dialogues on Perception van Béla Julesz. Ik geniet echt van het onderzoek naar de mense­ lijke perceptie, en daar komt bij dat ik de beelden die een wetenschappelijk onderzoek illustreren heel esthetisch vind”, legt de kunstenaar uit. Daaraan voegt ze toe: “Wat filosofie betreft, voel ik me sterk verbonden met Gottlob F­ rege, Donald Davidson en Saul Kripke— de filo­s ofen van de communicatie en de logica. Ik word altijd geïnspireerd door de schoon­h eid van een goed idee. En voor mij zit er veel esthetiek in abstracte ideeën.” Stocker woont en werkt overwegend in Duitsland en Wenen, maar de heimwee naar Italië blijft haar doen terugkeren. “Begrijp me niet verkeerd,

Italië heeft grote kunstenaars voort­ gebracht. Maar er is nu te weinig oog voor moderne kunst in Italië; het heeft nog veel te weinig terrein gewonnen. De klassieke kunstgeschiedenis is onontkoombaar en van grote betekenis. Ook in mijn ontwikkeling heeft de Ita­ liaanse renaissance een rol gespeeld, daar kwam ik niet onderuit. Maar persoonlijk houd ik meer van het werk uit de jaren 60 en 70 dan van Michelangelo en Da Vinci. Deze kunstenaars staan zo­ veel dichter bij mijn eigen werk. Ken je het werk van Grazia Varisco and Gianni Colombo? Deze twee hoorden bij het Italiaanse Gruppo T, een groep opartkunstenaars. Zij zijn mijn absolute helden!” Terug gaan naar Italië is dus geen optie? “Jammer genoeg niet”, antwoordt Stocker. “Als ik zou werken voor een Ita­ liaanse kunstinstelling zou dat weleens tot suïcidale gedachten kunnen leiden. Echt waar! Ik hoop dat het land er op een dag beter voorstaat.” Momenteel werkt Stocker aan enkele nieuwe schilderijen, die gebaseerd zijn op het concept van fragmentatie. “Ik ben nu op het punt dat het werk

33

k­ leine foutjes begint te tonen, visuele ruis dus. Komend jaar ga ik paviljoens bouwen. De ideeën hiervoor spelen zich nu in mijn hoofd af en beginnen vorm te krijgen”, vertelt ze enthousiast. Op de vraag of Stocker werkt met spe­ cifieke ri­­­tuelen of met muziek op de achtergrond, ant­w oordt ze: “In mijn hoofd is het een chaos. Als het echt niet anders kan, werk ik met assistenten. Maar het liefst werk ik alleen, ik ben erg solitair als kunstenaar. Mijn creatieproces is nogal intiem. En omdat het in mijn hoofd al behoorlijk druk is, werk ik ook niet met muziek. In stilte krijg ik de mees­t e nieuwe ideeën.” Tot slot be­s luit Stocker: “Ik heb het naar mijn zin, maar mijn werk mag me niet meer te­v eel ­o p­s lokken. De liefde en mijn wens om mo­e der te worden spelen nu ook mee. Als kunstenaar wil ik vooral mooie ­d ingen maken, en ik kan alleen maar hopen dat ik deze schoonheid kan blij­v en overbrengen.” www.estherstocker.net

Gc Interview


34

Door Sander van Dalsum Fotografie: Taufiq Hosen

D I I V


DIIV Dat DIIV eerst bekend was onder de naam Dive, betekent volgens Zachary Cole Smith niks; de muziek bleef hetzelfde. De gitarist van Beach Fossils zonderde zich af en begon aan Oshin, een popplaat die geschreven is met een fascinatie voor water en kindergedichten. Samen met een band trok hij deze zomer door Europa. Glamcult sprak de jongens in Occii over John Cale, de lasten en lusten van het touren en het oude Europa.

Aan een tafel, gevuld met guacamolesaus en gembersoep, kletst Zachary Cole Smith met zijn bandleden. Amsterdamse delicatessen (lees: cannabis) zijn het gesprek van de dag. “Waar kunnen we dit halen?”, vraagt iemand tijdens de discussie. “Laten we het halen!”, volgt al snel. De jongens ogen lichtelijk vermoeid, maar de joggingbroeken, het Mexicaanse eten en hun onderuitgezakte houdingen bieden comfort. Ze zijn net een jaar bezig met dit project, maar ogen als doorge­ winterde muzikanten uit een vervlogen tijdperk van rock-’n-roll. Begonnen als een soloproject van Zachary, is DIIV inmiddels uitgegroeid tot een vierkoppige band. Jeugdvriend Andrew Bailey vult hem aan met gitaar, Devin Ruben Perez plukt de bas, en ex-Smith Westerns-drummer Colby Hewitt zorgt voor het ritme. Nadat Zachary thuis kwam van een tour met Beach Fossils, werd het tijd voor wat anders. Het onlangs uitgebrachte Oshin werd door Zachary geschreven in een New Yorks appartement—in ballingschap en ironisch genoeg zonder stromend water. Het aankomende werk moet meer een groepsinitiatief worden. “Ik ben begonnen met schrijven en deze nummers proberen we in een band­ setting uit. De aanvang van een lied begint nog steeds bij mij, maar door samen te experimenten gaan we allerlei kanten op”, legt de geblondeerde jongeman uit. “Is dit nou onze vijfde show?”, roept Colby naar de rest. “Nee! Dit is al de achtste!”, corrigeert Andrew. “Ja, de achtste show van DIIV in Europa, ooit!”, beaamt Zachary. Niet raar dat de groep muzikanten vermoeid is, aan­ gezien de optredens allemaal plaats­ vonden in zeven dagen tijd. Wanneer Zachary geconfronteerd wordt met een citaat over de voordelen van touren,

die hij eerder dit jaar maakte, krabbelt hij snel terug. “Ik herinner mij nog wel dat ik zei dat ik me het meest thuis voel op tour. Maar waarom dat uit mijn mond kwam in dat interview, weet ik echt niet meer! Ik was in een hele, hele slechte bui die dag. I fucking hated touring.” Colby weet misschien wel het antwoord. “Je was weer terug in Minneapolis, waar je vroeger woonde. Het is logisch”, ondersteunt hij hem. Zachary lijkt content met deze conclusie. “Ja, misschien was dat het. Dat is het leuke van on the road zijn: het wederzien van oude vrienden en na het optreden met ze feesten.” Wanneer de eettafel ook voorzien wordt van bestek, laten de mannen er geen gras over groeien. “Deze guacamole is zo goed!”, spreekt Devin euforisch. Al kauwend en genietend van een warm maal na een lange autorit, begint Andrew over de nadelen van constant onderweg zijn. “Er is een gebrek aan slaap. Serieus, er is heel weinig rust.” Een Doritos-etende Colby weet er ook nog wel een paar. “Er is net zo weinig slaap als persoonlijke vrijheid. Met het gebrek aan tijd kunnen we niets doen.” Zachary lijkt de enige te zijn die hier ook voordelen inziet. “Het klopt dat er weinig tijd voor jezelf is, maar dit kun je ook op een andere manier ervaren. Er is een soort constant activity in de groep die heel inspirerend werkt. Je zou op momenten kunnen gaan slapen, maar er is altijd iets spannends of nieuws te beleven.” Voor de helft van de band is dit niet de eerste keer dat ze voet hebben gezet op Europese bodem. Zachary zag het continent al eerder met Beach Fossils, en Colby speelde hier eerder veel shows met Smith Westerns. Voor Andrew werken de vele indrukken van het werelddeel echter verwarrend. “In de Verenigde Staten kan ik alle steden van elkaar onderscheiden. Hier is alles

hetzelfde!”, lacht de gitarist terwijl hij zijn tortilla in elkaar vouwt. “En de talen! Iedereen spreekt hier wat anders, pretty crazy!”, verkondigt Colby. In thuisbasis New York weten de heren de weg, kennen ze veel mensen en is er geen gebrek aan optredens. “We maakten altijd grapjes over hoe we continu onderweg waren in the city”, vertelt Zachary. “We hadden in de stad soms vijf shows per week en sliepen overal en nergens. We leefden letterlijk uit onze rugzakken”, vervolgt hij. De helft van DIIV is op dit moment gevestigd in New York, de anderen vertoeven hier en daar. Maar missen ze hun hometown? “Het is leuk om zo weer naar huis te gaan, maar op dit moment gebeuren hier nog te veel gekke, onverwachte dingen”, vertelt de frontman. De jongens beginnen te vertellen over de meest opmerkelijke ervaringen van de week. “Weten jullie dat gevecht nog bij die ene show? Een gast werd keihard tegen de grond geslagen! That shit was crazy!”, zegt Colby terwijl hij nog een keer zijn bord vult. “Ja, en wat dacht je van dat bericht van die promoter in België?”, hint Zachary. Colby informeert de band vervolgens lachend dat ze het daar beter niet over kunnen hebben. Zachary mompelt daaropvolgend iets over vrouwen en drugs en een persoon die niet blij was met deze twee fenomenen. De aanstekelijke, tropische popliedjes van DIIV vinden hun oorsprong in Britse shoegaze, oude krautrock en melodieuze, Afrikaanse muziek. Een gevarieerde selectie die vaak terug te horen is op de debuutplaat. Maar het oeuvre dat momenteel in de auto voorbij komt, lijkt in geen opzicht op wat er in New York geluisterd werd. “We luisteren eigenlijk bijna niks anders dan heel, heel, heel veel John Cale. Vandaag stonden er vier albums van hem op, en dat is eigenlijk nog weinig”, legt Zachary uit.

35

“Ons nieuwe album zal erg in het teken staan van deze man. Soms als ik twijfel over de structuur van een liedje, denk ik: ‘Wat zou John Cale hiervan vinden?’ Ik zie hem dan de studio inlopen en zeggen: ‘Geen gitaren en geen reverb!’ En dit zouden we braaf gehoorzamen.” Zachary’s sarcasme kan je van mijlen­ ver zien aankomen, maar zijn Cale-­ fanatisme is deels oprecht. Colby wil de muzikale eenzijdigheid toch verbreken. “Raekwon The Chef kan ook niet ontbreken in het lijstje!” De club is blijkbaar ook fan van oud Wu-Tang Clan-materiaal. De rij buiten Occii wordt steeds langer, en ook al is dit Amsterdamse podium niet groot, het representeert wel degelijk de stijgende populariteit van de band. Zachary voelt geen spanningen met zijn andere band Beach Fossils. “Dat project staat nu gewoon even on hold. We zouden op tour gaan naar China, maar dat ging last minute niet door. Dustin Payseur, de oprichter van de band, is een plaat aan het schrijven, en wij zullen daar sporadisch een steentje aan bijdragen. Hetzelfde idee achter DIIV dus eigenlijk. Daarnaast is onze bassist John Peña gestopt en verder gegaan als Heavenly Beat. En onze drummer, Tommy Lucas, maakt nu een soort dubstep!” Colby reageert lachend. “Hij is de nieuwe Skrillex!” Waar het plotse succes van DIIV dus naar uitgroeit, zal de tijd leren. “Ik heb geprobeerd een tour te regelen met The Red Hot Chili Peppers. Het zou cool zijn om met hen in stadions te spelen!”, lacht Zachary.

Gc Interview


Rising De carrières van Cosmo Luhulima, Catarina ­Aimée Dahms, Aafke Kloppenburg en Stefanie Callebaut gaan in sneltreinvaart de ­goede kant op. Van tropical bass tot indiepop, met hun verschil­ lende muziekstijlen veroveren de vier aanstormende talenten langzaam maar zeker een plekje in de music scene. Cosmo V

Door Katelijne Blom Fotografie: Daan Brand—House of Orange Styling: Lidewij Merckx—House of Orange Haar en make-up: Yokaw—Angelique Hoorn Assistenten fotografie: Emma Hopstaken en Kiet Duong Met dank aan Studio Umsjatka

Nadat Cosmo Luhulima, oftewel ­C osmo V, een opleiding volgde tot restauratieschilder aan Nimeto Utrecht, besloot ze deze uiteindelijk toch te laten voor wat het was. ­“ Restaureren vond ik te stoffig en ik had er het geduld niet voor”, vertelt de zangeres. In plaats daarvan ­b esloot de Utrechtse zich op muziek te richten en tekende dit jaar een ­c ontract bij het Amsterdamse label Kindred Spirits. Cosmo’s carrière begon op haar zolderkamer. “Ik ben eigenlijk geen ­m uzikant, want ik speel geen instrument. Maar ik wilde wel heel graag muziek maken. Dus luisterde ik veel naar gitaarmuziek en heb ik dat—omdat ik best handig ben met computers—met de ­m inimale middelen geprobeerd na te bootsen. Ik noemde de muziek die ik maakte in het begin dan ook voor de grap bedroom pop, maar inmiddels ben ik dat stadium voorbij”, vertelt ze. Nu heeft Cosmo al een tijdje een band achter zich staan. “De muziek heb ik helemaal alleen gemaakt. Op een gegeven moment vond ik het wel tijd dat ik ging optreden, maar dat durfde ik echt niet in mijn eentje! Ik had nul podiumervaring. De laatste keer dat ik op een podium had gestaan, was tijdens de basisschoolmusical. Daarom heb ik een band om me heen gezocht. Met hen heb ik het laatste jaar heel veel opgetreden en ervaring opgedaan.” Naast haar EP V die binnenkort uitkomt, is er ook al sprake van een debuutalbum. Cosmo vertelt: “Ik kijk erg uit naar het album dat op de planning staat. Helaas heb ik heel veel vertraging opgelopen toen al mijn muziek in februari werd weggevaagd door een brand. Ik moest echt helemaal opnieuw beginnen. Sinds de brand zijn mijn liedjes wel weer iets anders gaan klinken. Ik durf nu meer en ik heb mijn eigen regeltjes een beetje losgelaten. Ik doe nu gewoon wat ik goed vind klinken. Misschien wil ik ook wel wat nummers gaan schrijven met de band, zodat er een mix tussen elektronica en gitaar ontstaat.” cosmov.bandcamp.com

Jurk en legging American Retro , l­ aarzen Surface to Air, ketting met steen Fashionology, ketting met driehoek Accessorize

36


Rising SKIP&DIE Rok en jas Marga Weimans, BH Sarena Huizinga, schoenen River Island, ­a rmband Bibi van der Velden, oorbel Chris Bell, ketting Maison Scotch

Met een ritmische mix van electro en ­t ropical bass wil Skip&Die het ­p ubliek vooral aan het dansen krijgen. Dat lijkt ze tot nu toe aardig te lukken; de band staat erom bekend het publiek plat te spelen. Zo vertelt de Zuid-­ Afrikaanse Catarina Aimée Dahms (a.k.a. Cata.­P irata), frontwoman van Skip&Die, over het hoogtepunt van hun zomertour: “Dit jaar stonden we voor de eerste keer op Lowlands. De tent

puilde aan alle kanten uit, ongelooflijk! Normaal gesproken crowdsurf en stagedive ik ­tijdens mijn optredens, maar op ­L owlands krijg je daarvoor een boete. Toch ben ik tijdens een van de nummers het publiek ingegaan. ­I edereen ging zitten, ook helemaal achterin! Toen ­a lle muziek stopte, maar de beat opzwepend door bleef gaan, ging ik ook zitten. Toen de muziek er op een ge­g even moment weer goed

in kwam, sprong ik op, en de hele tent sprong tegelijk mee omhoog. Echt heel gaaf!” Skip&Die dat inmiddels on stage uit vijf man bestaat, begon twee jaar geleden als een project van Cata.Pirata en de Nederlandse producer Jori ­Collignon. Samen reisden de twee af naar Zuid-Afrika om daar met diverse lokale muzikanten een plaat op te nemen. “Van Kwaito rappers en soundscape

37

artiesten tot marimbaspelers—iedereen had een andere culturele achtergrond. Door het maken van muziek schep je zo snel een band met iemand, zelfs als je elkaar nauwelijks kent. Heel bijzonder”, mijmert de mooie zangeres. Wat begon als een project, ­resulteerde in debuutalbum Riots In The Jungle dat in oktober in 31 landen uitkomt. Ondanks de vrolijke, exotische nummers hebben de meeste een politieke ondertoon. Catarina vertelt: “Ik schrijf in heel veel verschillende talen: Portugees, Spaans, Afrikaans en Engels. Het hangt een beetje van mijn stemming af. Ook staan er liedjes in het Zoeloe of Xhosa op de plaat. Niet iedereen verstaat al deze talen natuurlijk! Dus de ene keer is de boodschap in het nummer wat meer verborgen dan de andere. Dat is perfect voor op de dansvloer; je krijgt niet per se de politieke boodschap mee, maar wel de juiste energie.” www.skipndie.com

Gc Interview


Rising AFKA

AFKA ontstond nadat singer-songwriter Aafke Kloppenburg producer Adriano Ditamorra in 2011 benaderde voor een samenwerking. Hun muziek valt, volgens de zangeres, het beste te beschrijven als donkere, beeldende synthpop. “Door onze combinatie is het lastig om onze sound een naam te geven. Zoals alle nieuwkomers worden wij ook vergeleken met andere bands. Zo zijn wij een keer aan de Gorrilaz gekoppeld. Ik kende ze niet, maar heb het natuurlijk wel even beluisterd. Ik zie het verband totaal niet!”, lacht Aafke. Samen met DiTamorra creëerde zij Thunder In Our Heart, een EP waarop Aafkes toneelachtergrond duidelijk naar voren komt. “Uit theater haal ik veel inspiratie voor mijn liveshows en het schrijven van teksten. Die schrijf ik altijd eerst en ga daarna pas achter de ­p iano zitten. Daardoor zijn mijn nummers misschien niet altijd logisch, en kan je ze niet echt lekker meezingen. De ­fotografie van Hester Postma en films ­i nspireren mij ook erg. Ik verzamel zelfs filmgeluiden. Die verwerk ik dan in mijn muziek. Zo heb ik me voor het nummer Far Away laten inspireren door de speelfilm Whale Rider over een Maorimeisje dat met walvissen kan praten. Als je goed luistert, kun je een bultrug op de EP horen!” Live draait het voor Aafke om meer dan alleen het maken van muziek. “Ik hoop dat een optreden van ons eruit ziet als een soort magische wereld, waarin mensen worden meegetrokken. Ik wil op het podium mezelf en de sfeer totaal transformeren, zodat er ter plekke voor het publiek een nieuwe realiteit ontstaat. We spelen onze nummers ook nooit één voor één met applaus tussen­ door; we proberen juist een spanningsboog te creëren.” Dit doet ze niet alleen aan de hand van muziek. “Nee, over alles wat je op het podium ziet, is door mij of mijn band nagedacht. Van de visuals en het licht tot de attributen en de kleding. Ik ben heel perfectio­ nistisch”, vertelt de zangeres. Momenteel werkt Aafke, die dit jaar genomineerd is voor de Grote Prijs van Nederland, aan een debuutalbum. “Ik schrijf altijd het beste in de winter, dus ik kijk daar heel erg naar uit! Verder hoop ik dat we een langere show kunnen creëren, ­zodra we nog meer materiaal hebben. Dat we er iets heel groots van kunnen gaan maken.”

Jurk en blouse Conny Groenewegen, kousen Oroblu, schoenen Dennis Diem, ketting Wouters & Hendrix

www.afka-music.nl

38


Rising

SX

Nadat het nummer Black Video van de Belgische band SX in 2010 werd opgepikt door Studio Brussel is het snel gegaan. “We gingen in no time van een lokaal bandje dat in kroegen en clubs speelden over naar grote festivals door heel Europa. Dat was wel heel overweldigend. Ik denk dat we dat nu pas, anderhalf jaar na het uitbrengen van Black Video, een beetje hebben kunnen laten bezinken. In­ middels genieten we er steeds meer van”, vertelt de zangeres en toetsenist van SX, Stefanie Callebaut.

De band, die naast Stefanie ­ estaat uit Benjamin Desmet (toetsen b en gitaar) en Jeroen Termote (drums), omschrijft de muziek als magnific indiepop. “Onze muziek is etherisch en krachtig, maar toch toegankelijk. Benjamin en ik schrijven de meeste nummers en zijn constant op zoek naar een nieuw verhaal om te vertellen. Zo halen we op ons album veel filosofische gedachten aan. Maar zulke ingewikkelde thema’s proberen we altijd wel op een luchtige manier te brengen”, aldus Stefanie. Het debuutalbum van de band was al een tijdje in de maak en werd deze zomer eindelijk afgerond met hulp van producer Ben H. Allen die eerder samenwerkte met Washed Out, M.I.A., Animal Collective en Gnarls Barkley. “Toen Black Video opeens zo populair werd, waren we al bezig met een album. Dat hebben we toen een tijd on hold moeten zetten. Dit jaar zijn we weer echt begonnen met het schrijven van nummers en begin juni zijn we voor een maand naar Atlanta gegaan om daar het album af te maken. We hadden een lijstje ­ emaakt met producers met wie we ooit g zouden willen werken en Ben H. Allen stond bovenaan. We hadden alleen nooit gedacht dat het zou lukken. Dus dat is wel heel gaaf!” De release van het album staat gepland voor oktober en single Gold zal ook rond die tijd uitkomen. Hoe ze alles zullen gaan promoten weet Stefanie nog niet. “Wij zijn niet echt een band die in de spotlight gaat staan. Mensen moeten het album zelf maar ontdekken, en hopelijk zal het dan op een natuurlijke manier groeien.” www.sxmusic.be

Blouse H&M, rok en sokjes Sarena ­H uizinga, broche New Look, schoenen River Island

39

Gc Interview


Bart Hess x Work With Me People Bart Hess (1984) is een groot kunstenaar. Hij creëerde stoffen voor Iris van Herpen, werkte met Nick Knight, exposeerde in Palais de Tokyo en de Amerikaanse Vogue publiceerde zijn werk voor LucyandBart. Dit laatstgenoemde project was een intensieve samenwerking met body ­architect Lucy McRae, waarvoor de twee hun lichamen vervormden. De toevoeging van ‘lichaamsdelen’, met behulp van materialen als gras en gekleurd scheerschuim, resulteerde in een hard maar zeer verfijnd realisme. Bij het grote publiek verwierf Hess naamsbekendheid door zijn opvallende samenwerking met Lady Gaga. Uit het concept dat hij voor de videoclip van Born This Way creëerde, blijkt dat de grenzen van kunst en mode niet heilig zijn in de wereld van Hess. Of zoals de door slijm omringde zangeres het verwoordt: “Thus began the beginning of a new race.” Net als ieder jaar vindt in oktober de Dutch Design Week plaats in Eindhoven. Tijdens dit evenement gaat Hess een samenwerking aan met MU, platform voor visuele cultuur. ­ Negen dagen lang zal de kunstenaar creaties prefabriceren, die voor latere opdrachten gebruikt zullen worden. Het idee voor dit project met de naam  Work With Me People ontstond nadat Hess een ‘onmogelijk’ pak moest maken voor de Italiaanse Vogue. Hiervoor kreeg hij slechts een week de tijd. Dankzij een bericht dat via social media werd verspreid, was zijn atelier al snel gevuld met helpende handen. Work With Me People is behalve de titel van dit project ook een oproep. Tienduizend vrijwilligers mogen deelnemen aan de creatieve productielijn. Op deze manier draait Hess het gebruikelijke proces om. Niet de opdrachtgevers bepalen hoe het werk eruit gaat zien, maar de kunstenaar presenteert hen zijn materiaal, zodat zij dit vervolgens kunnen gebruiken. Bart Hess nodigt je uit om in het Klokgebouw plaats te nemen aan lange tafels en de handen uit de mouwen te steken. Jouw bijdrage aan dit werk, dat zal bestaan uit knip- en plakwerk, wordt vervolgens gepresenteerd aan spelers uit het internationale netwerk van Bart Hess.


Bart Hess x Work With Me People Hunt for High-tech

STRP Mutants

Hunt for High-tech is een combinatie van technologie en natuur. Beelden van fragiele huid, harnasachtig bont en een afschrikwekkende, onaardse hand—Hess schept een ras met dierlijke instincten en fetisjistische eigenschappen.

Work With Me People vindt plaats van 20 t/m 28 oktober in Klokgebouw 10 in Eindhoven. Wil je deelnemen aan dit ­project? Zorg dan dat je tussen 10.00 en 18.00 uur aan tafel schuift!

In samenwerking met HEYHEYHEY en het STRP Festival maakte Hess in 2011 een video met de titel STRP Mutants. De gekleurde organismen in dit visuele project zijn een verbeelding van beweging en de altijd verschuivende grenzen tussen kunst, technologie en muziek. Net als de relatie tussen deze ­ disciplines zijn de evoluerende mutants constant onderhevig aan verandering.


FOR MORE INFORMATION PLEASE CHECK: WWW.PARADISO.NL OR DOWNLOAD THE PARADISO IPHONE APP


Visual Essays

44 Show me and

a hero I’ll

write you a tragedy. Fotografie: Marco van Rijt

50 I accept ch aos, I’m not sure wheth e r it accepts me. Fotografie: Wikkie Hermkens


Show me

Links Jas en rok Maison Martin Margiela, schoenen Acne

Rechts Jas Maison Martin Margiela


a hero


and


I’ll

Links Jas G-star, blouse en broek Acne

Rechts Trui en broek Kenzo


write you

Links Jas en broek Diesel, coltrui 足M aison Martin Margiela, 足s choenen Converse

Rechts Jas Acne, broek Diesel


Fotografie: Marco van Rijt—Eric Elenbaas Styling: Jean-Paul Paula Haar: Ilona de Leeuw voor Kevin Murphy en Chi Tools—Angelique Hoorn Management Make-up: Yokaw voor Laura Mercier—Angelique Hoorn Management Model: Vera—Fresh Model Management Assistenten fotografie: Humphrey Khouw en Petra Vaessen

a tragedy.


I acce pt c h a os ,

I’m not sure whether it accepts me. Iris Jas en rok Tommy Hilfiger, coltrui American Apparel, overhemd Karen Millen, handschoenen Claes Iversen,

sieraden Otazu, sokken American Apparel, laarzen Hugo Boss


Felix Colbert Juun J, coltrui American Apparel, overhemd Christian Lacroix, broek en handschoenen H&M


Fleur Jurk en blouse Stella McCartney, coltrui American Apparel, hand足s choenen Hugo Boss,

oorbellen Otazu, sokken American Apparel, laarzen Won Hundred


Fabio Colbert Ado Les Scents by Hyun Yeu, coltrui American

Apparel, overhemd Christian Lacroix, broek Kris Van Assche


Fabio Overhemd en broek Qasimi Homme, blazer Kris Van Assche, coltrui American Apparel,

handschoenen H&M, tas Chanel, sokken American Apparel


Fotografie: Wikkie Hermkens Styling: Sonny Groo Haar: Daan Kneppers—NCL Representation Make-up: Carlos Saidel voor MAC Cosmetics Modellen: Fleur—Paparazzi Models, Iris P—Code Model Management, Fabio—Tony Jones Model Management en Felix—Ulla Models Assistent fotografie: Ruben van Schalm Assistenten styling: Lisa Sneijder en Lars van Beers

Fleur Jas en rok Tommy Hilfiger, witte coltrui American Apparel, zwarte coltrui G-Star Raw, handschoenen

en tas Hugo Boss, oorbellen Otazu, sokken American Apparel, laarzen United Nude


Diesel Black Gold x Rankin

Voor de autumn/winter 2012 collectie van Diesel Black Gold vroeg het label niemand minder dan fotograaf en film­ maker Rankin om de campagne te schieten. Vijf magazines uit verschillende landen werden gevraagd hun favoriete it-girl voor een dag naar Londen te ­s turen om daar een look te schieten. Zo waren onder andere Alina Süggeler (de Duitse leadzangeres van Frida Gold)

Links Model: Paz de la Huerta Stylist: Hannah Kelifa Rechts Model: Karolijn Zomer Stylist: Thomas Vermeer

en de Amerikaanse actrice Paz de la Huerta (bekend van Boardwalk Empire) present. Glamcult werd vertegenwoordigd door model Karolijn ­Zomer en stylist ­T homas Vermeer. www.dieselblackgold.com / www.rankin.co.uk


Diesel Black Gold x Rankin


Diesel Black Gold x Rankin


Diesel Black Gold x Rankin

Links Model: Alina S端ggeler Stylist: Konstantin Spachis Rechtsboven Model: Clara Paget Stylist: Kim Howells Rechtsonder Model: Bianca Gubser Stylist: Miriam Dembach


Film Beasts of the Southern Wild

Mevrouw Vogue Niet de alom gevreesde Anna Wintour maakte het modeblad Vogue tot een van de leidende actoren in modeland, maar ­D iana Vreeland. Doesn’t ring a bell? De documentaire Diana Vreeland: The Eye Has to Travel werd gemaakt door de vrouw van Vreelands kleinzoon. En omdat zij toegang had tot al het beeldmateriaal van en interviews met de in 1989 overleden grande dame van de Amerikaanse modebijbel, geeft zij je een compleet beeld. Hoewel deze documentaire an sich niet heel bijzonder is (want: veel talking heads) zijn de archiefbeelden van Vreeland fantastisch! Het kleine, eigenzinnige vrouwtje dat begon bij Harper’s Bazaar, spreekt (met een enorme aardappel in haar keel) over haar werk als columnist en redacteur, haar leiding bij Vogue (natuurlijk), maar ook over haar werk bij The Costume Institute of the Metropolitan Museum of Art. Voor een vrouw die in 1903 in Parijs geboren werd, heeft ze het verdomd ver geschopt. Nog ver voor de feministische golf maakte ze big time carrière en wist ze van een aardig lopend blad een creatieve en commerciële koploper te maken. Ze bewoog zich in de hoogste societykringen van New York, maar bleef toch een beetje een vreemde eend in de bijt. Zo bestelde ze zonder met haar ogen te knipperen een compleet rood appartement (“I want this place to look like a garden, but a garden in hell.”) Laaf je aan de vele prachtige beelden van extravagante modereportages, portretten van Vreeland samen met iedereen die ertoe deed en interviews met deze bijzondere, doch bescheiden dame. Echt, zo maken ze ze niet meer these days!

Door Maricke Nieuwdorp

Diana Vreeland: The Eye Has to Travel is vanaf 4 oktober te zien.

Frankenweenie 3D

Vanaf 18 oktober Regie: Benh Zeitlin Acteurs: Quvenzhané Wallis, Dwight Henry, e.a.

Vanaf 11 oktober Regie: Lodewijk Crijns Acteurs: Geza Weisz, Imanuelle Grives, e.a.

De 6-jarige Hushpuppy woont samen met haar vader en een kleine, bij­ eengeraapte gemeenschap in een ­m oerasgebied aan de kust, ten ­z uiden van Louisiana. Hun wereld heet ‘de Badkuip’ en ze leven er van wat de natuur hen biedt. Er wordt veel gefeest, zo legt Hushpuppy uiterst serieus uit in de voice-over. Zolang het nog kan dan, want door het smelten van de ijskappen zal de Badkuip onder water verdwijnen en zullen oermonsters ­h errijzen. Dat weet ieder kind. Na een ­m egastorm wordt alles inderdaad van de kaart geveegd. Hushpuppy en haar zwakke, aan alcohol verslaafde vader proberen krampachtig vast te houden aan hun leven, want naar de gewone maatschappij trekken is voor hen geen optie. Hushpuppy, die haar bestaan ziet afbrokkelen, moet al haar survival skills inzetten. Interessant, absurdistisch drama, gezien door de ogen van een kind, vol aandoenlijke, soms verrassend kloppende logica  die daarbij hoort. Gemaakt met niet-­ professionele acteurs en met inzet van een voice-over die verdomd goed werkt. Fantasy/drama

Direct bij verschijning van deze gelijknamige bestseller van Robert Vuijsje in 2009, was de roman een dankbaar onderwerp van discussie. Want, was het niet racistisch om te spreken over donkere seksgodinnen met dikke tieten en een dikke bil? Wie de humor snapt, weet wel beter: élke bevolkingsgroep wordt in Alleen maar nette ­m ensen te kakken gezet. David is een joodse telg uit een intellectueel Amsterdam-Zuidgezin, die op straat steevast aangezien wordt voor kut-Marokkaan. Hij valt niet op elitaire gymnasiummeisjes, maar op ghetto fabulous queens. Liefst met gouden tanden. Daarom volgen de nodige (voor iedereen) ­g ênante verwikkelingen elkaar in rap tempo op. Het is fijn dat Crijns geenszins heeft geprobeerd controversiële romanscènes in de film uit de weg te gaan. Politiek­ ­incorrecte grappen en seksscènes in kelderboxen zijn dan ook bewust onderdeel van deze komedie. Hoewel niet alle acteurs even sterk zijn, spelen Annet Malherbe en Jeroen Krabbé de sterren van de hemel als ­zogenaamd open-minded ouders—maar dan wel tot aan de deur. Komedie

Little Black Spiders

Being Flynn

Vanaf 11 oktober Regie: Patrice Toye Acteurs: Line Pillet, Charlotte de Bruyne, e.a.

Vanaf 18 oktober Regie: Tim Burton Stemmen: Winona Ryder, Martin Landau, Martin Short, Catherine O’Hara, e.a. Stop-motion-animatie is het nieuwe zwart. Dit monnikenwerkgenre laat bij uitstek vakmanschap, creativiteit en waanzinnige filmliefde zien. Want laten we wel wezen, wie ervoor kiest om elke scène op te bouwen uit het minimaal verschuiven van handgemaakte poppen (en dan weer filmt, en weer verschuift), moet wel een beetje gek zijn. Zij het op een positieve manier. Man van de duistere verhalen Tim Burton (Sleepy Hollow, Dark Shadows, Sweeney Todd) is zo’n vakidioot. Hij maakte eerder al de geslaagde

stop-motion-film Corpse Bride, dus hij wist waar hij aan begon. De eerste scènes van deze animatie voor volwassenen pakken je gelijk helemaal in. Victor maakt samen met zijn hond Sparky analoge monsterfilms die hij vervolgens trots aan zijn ouders toont. Victor is een onvervalste nerd. Dat heeft voor hem gelukkig ook enkele voordelen, want hij is een kei in scheikunde. Wanneer op een kwade dag zijn lieve viervoeter onder een auto loopt, is hij ontroostbaar. ­I nventief als hij is, weet hij echter met allerlei ingewikkelde scheikundige experimenten zijn hond weer tot leven te wekken. Hij is dolblij en besluit de ‘nieuwe’ Sparky verborgen te houden voor de buitenwereld. Maar zo’n absurd wonder blijft natuurlijk niet geheim, dus alle andere

kinderen willen hun gestorven dieren ook weer terug (met alle bizarre gevolgen van dien). Heel moedig dat Burton ervoor gekozen heeft deze film geheel in zwart-wit te vertonen. Je verliest immers alle pompeuze kleurexplosies. Toch blijkt het een juiste keuze, want de grijstinten zorgen juist voor subtiele elementen in het waanzinnige verhaal. Dat overigens wel een aangenaam tempo heeft; er gebeuren geen zes dingen tegelijk in één shot, zodat je rustig de tijd krijgt om al het moois in je op te nemen. Alle personages zijn vormgegeven tot eigen(wijze) karakters, met—op z’n Burtons—grimmige, weirde en hilarische trekjes. Animatie

60

Alleen maar nette mensen

Het Vlaamse antwoord op The Virgin Suicides van Sofia Coppola. Niet qua onderwerp, maar qua sfeer. Want dit dromerige, melancholische jongemeisjes-drama brengt je al snel in precies diezelfde stemming. België, 1978. Enkele meisjes die te jong geacht worden voor de liefde, zijn toch zwanger geraakt. Onder druk van volwassenen wachten ze op een geheime plek— een klooster in het bos—hun bevalling af. Die maanden vormen een vreemd vacuüm in hun jonge levens, dat daarna zo snel mogelijk vergeten dient te ­w orden. Na de adoptie van de baby’s kunnen de tieners immers een toekomst beginnen met een schone lei. Maar terwijl haar nieuwe vriendinnen hun tijd uitzitten en dromen over later, kan Katja juist niet wachten op de komst van haar zeer gewenste kindje. We volgen de groep levenslustige meiden—­ sommigen uiterst naïef, anderen juist te wereldwijs voor hun leeftijd—gedurende die intense tijd, waarin ze vriendschappen smeden, vreemde spelletjes verzinnen, en tegen wil en dank alsnog rap volwassen worden. Drama

Vanaf 27 september Regie: Paul Weitz Acteurs: Paul Dano, Robert De Niro, e.a. Jonathan is er heilig van overtuigd dat hij een der voornaamste auteurs is die Amerika de afgelopen decennia— wat heet: éver—heeft voortgebracht. Hij ziet zichzelf tussen grootheden als F. Scott Fitzgerald, maar bestuurt in real life beschonken een taxi. Na de zoveelste bonje met de buren wordt hij op straat gezet. Hij klopt aan bij de daklozenopvang waar zijn zoon Nick werkt. Deze aspirant-schrijver, die zijn vader eigenlijk nooit zag, raakt daar danig van in de war. Wil zijn onaangepaste vader eindelijk werkelijk contact? Of kan hij de zoveelste afwijzing verwachten? De chemie tussen Dano (Ruby Sparks) en De Niro is spot on en geloofwaardig. Beide acteurs zijn in staat een complexe vader-zoon-relatie te portretteren die soms tragisch, dan weer hoopvol lijkt. De Niro speelt de egomane, onaangepaste alcoholist met verve, net als Dano diens introverte, getormenteerde zoon. Verfilming van Nick Flynns roman met de fantastische titel Another Bullshit Night in Suck City. Drama


Albums

Bat for Lashes Diva

PAWS

Paul Banks Grizzly Bear

The Haunted Man

Moon Moods

Shields

Banks

Cokefloat

EMI Music

Critical Heights

Warp/V2 Records

Beggars Group

FatCat Records / Konkurrent

Gelijk existentiële gewetensissues bij het beluisteren van Bat for Lashes’ The Haunted Man. Welk nummer als eerste 60 keer op repeat te beluisteren? Het titelnummer dat je van je sokken blaast? Marilyn, de even verpletterende als merkwaardige ode aan ’s werelds beroemdste filmster? De hart en ziel doorklievende ballad Laura? Winter Fields dan maar, want exemplarisch voor wat de zangeres allemaal in huis heeft: geniale, filmische songwriting skills (we zien ze liggen, die koude, ­b esneeuwde velden van Sussex), de ballen om totaal uncoole instrumenten (de panfluit! de pauk!) te combineren met spannende, dreunende synths en het vermogen om ons het gevoel te geven dat ergens op een berg een heel symfonieorkest meespeelt. Plus een stem die dit alles doordrenkt van een belachelijke dosis urgentie en ­ ezieling. Het is verre van easy listening b wat ons wordt voorgeschoteld, maar Bat for Lashes heeft zichzelf met deze derde plaat opnieuw op alle gebieden overtroffen. Wanneer nodigt het Holland Festival haar uit om een opera te componeren? Door Vanessa Groenewegen

Achter Diva Dompé (haar echte naam!) schuilt een ambitieuze, intrigerende verschijning, born to perform. Want, ­g ehuld in een pailetten bodysuit en felgekleur­d e panty danst deze femme fatale op het podium gechoreogra­ feerde pasjes tussen de lichtjes, oude tv-schermen en oogverblindende ­p rojecties achter haar. De soloartiest leerde dit onder andere in de performance-kunst-groep Babes, maar ook in de verschillende bands (BlackBlack en Pocahaunted) waar ze eerder in speelde. Ondanks al deze activiteiten werd het tijd voor een soloalbum, ­o mdat er naar eigen zeggen nog veel creativiteit in haar geen uitweg vond. Zo houdt Diva nogal van het mystieke (ze heeft een vermoeden wie zij in haar vorige leven was) en blogt uitgebreid over mentale uitstapjes bui­ten haar lichaam. Dit alles heeft geleid tot Moon Moods, een album met sprankelende experimentele popnummers, die begeleid worden door de prachtig heldere stem van Diva. Het begint gelijk goed, het lieflijke Wanna Get To Know You zal je inleiden in de wondere wereld van deze eigenaardige diva. Betoverend! Door Anna Nita

Je kunt je afvragen of de heren van Grizzly Bear wel blij zijn met hun vierde plaat. Nee, niet iedere plaat kan een topper zijn. En ja, de opvolger van een succesplaat is altijd moeilijk. Maar daarmee rekening houdend, valt hun nieuwe plaat Shields nog steeds wel wat tegen. En op de een of andere manier, lijk je ergens te kunnen terughoren dat het viertal van Grizzly Bear dat zelf ook vindt. De New Yorkers hebben aardig de tijd genomen na hun succesplaat Veckatimest, die ­a lweer uit 2009 stamt, maar zelfs dat mocht niet baten. Terwijl Grizzly Bear zich wel gehouden heeft aan het vaste concept van het verlaten van New York—dit keer naar Texas en Cape Cod. Shields is heel wat minder poppy dan zijn voorganger. Maar wat als ­i ntiemer bedoeld was, overtuigt ­g ewoonweg niet. Gelukkig bevat de plaat wel enkele sterkere nummers, zoals Speak In Rounds en Yet Again. Maar laten we vooral niet te moeilijk doen en hopen op snel een nieuwe (betere) plaat. Door Niels Wiese

Paul Banks = Julian Plenti = de frontman van Interpol solo. Precies. Banks is een persoonlijk soloalbum geworden. Ok, je kunt niet écht naar het karakteristieke stemgeluid van bariton Banks luisteren zonder Interpol te vergeten, maar de toon van de plaat is anders. Melancholischer. Speels ook door samples (in het prachtig instrumentale Another Chance) en strijkers (in het poppy Over My Shoulder) die tezamen gebracht worden met elektronica (in Arise Awake). Banks is op Banks ook bijzonder oprecht, terwijl bij Interpol die momenten vaak kil en afstandelijk klinken. Met Young Again brengt Banks ons naar de ­g evoelens van zijn tienerjaren, en Paid For That gaat over zijn drijfveren en ­i nspiraties. In het weemoedige Lisbon is het New York van Interpol het verst weg. Het lijkt er zowaar op alsof Paul/ Julian op Banks zijn onafscheidelijke zwarte overhemd (even) in de kast heeft gehangen. Voor nu een aangenaam weerzien, maar zwart staat hem toch het beste. Door Matthijs van Burg

Puberale dilemma’s, high school sweet­ hearts en geen zin hebben in les. Niet per se de onderwerpen op debuut Cokefloat, maar wel het geluid dat PAWS voortbrengt met hun midden jaren 90 geram. De punky poptijden van Weezer en Blink-182 worden op deze plaat weer gretig herleefd. Het noisy trio uit Glasgow hoekt er op momenten op los; de gitaren scheuren en de percussie stampt minstens even hard. Met her en der een overstuurde schreeuw maken de heren wel net iets meer ­l awaai dan hun muzikale voorvaders. Uiteraard krijgen we af en toe ook een dosis Schotse droevigheid te horen. Nummers over ondankbare vriendinnetjes en teleurstelling—begeleid door een ietwat tammere instrumentatie —geven het album de nodige afwisseling. Maar wat gebeurt er met een bak herrie na een lied of negen? Juist, de aandacht verslapt. Wat een ­verwend nest denk je, een probleem ­m aken van teveel leuke muziek. Gelijk heb je. Door Sander van Dalsum

The Soft Moon

U.S. Girls

SKIP&DIE

Valgeir Sigurðsson

Tame Impala

Riots In The Jungle

Lonerism

Zeros

Gem

Architecture of Loss

Crammed Discs / Coast Company

Modular / N.E.W.S. Records

Captured Tracks

FatCat Records / Konkurrent

Bedroom Community / N.E.W.S. Records

De Australische neopsychedelische rockers van Tame Impala vlechten de toekomst en het verleden op ingenieuze wijze samen. De diepe dromerige sound vol synths, gitaren en Kevin Parkers stem (die verdomd veel lijkt op die van Lennon) hoorden we voor het eerst op debuut Innerspeaker. Ditmaal moesten de nummers meer op een explosie in de zee lijken, waarna de melodieën je als golven meeslepen. Die (ietwat zweverige) toon is gezet op het tweede album Lonerism, waarin Parker zich mentaal uitkleedt en uitlaat over eenzaamheid en verdriet. De nummers zijn verhalender en emotioneler dan op het debuut, maar staan nog steeds vol hypnotiserende arrangementen, die— zoals we gewend zijn—eerder op jams dan op uitgeschreven songstructuren lijken. Sommige nummers, zoals Sun’s Coming Up (enkel piano en zang), ­m aken de vergelijking met het Beatlesalbum Revolver verleidelijk. Maar L­ onerism is toch wel een stuk psychedelischer en chaotischer. Tame Impala heeft dus (gelukkig) besloten wel naar de toekomst te willen. Door Anna Nita

The Soft Moon is weer zo’n weergaloos slaapkamerverzinsel dat evolueert van spinsel naar spektakel. Luis Vasquez uit het doorgaans zo kleurrijke San Fransisco is het brein achter de onheilspellend donkere bewijsvoering van postpunk, synth en wave met spookachtig fluisterende vocalen. Zeros is The Soft Moons tweede apocalyps—duister en zwart. Voor wie Gothic te licht en The Horrors te pop vindt. Remember The Future is een dansbare instrumental die begin jaren 80 in een tochtig repetitiekot geboren had kunnen worden. Insides hypnotiseert met haar staccato drums en creepy synths. Want is trommelen in de nacht en Lost Years klinkt als Joy Division in hun krautrock-periode die ze nooit hebben gehad. is zowel gespeld als gespeeld het tegenovergestelde van opener It Ends. Het einde van het begin van het einde. Aanschouw The Soft Moon tijdens het aankomende Le Guess Who? Festival. Ze spelen op een donkere novemberavond—ideale omstandigheden om The Soft Moon te ondergaan. Door Matthijs van Burg

Na veel avant-gardistische uitspattingen van ruis, distorsie en soms totale wanorde, lijkt het erop dat Meghan Remy de weg naar toegankelijkheid heeft gevonden. Waar ze met haar heersende stem ooit de paden van low fidelity bewandelde, maakt ze nu een draai van 180 graden richting de jukeboxen van het oude westen—haar artiestennaam is meer rechtmatig dan ooit tevoren. Een soundtrack voor de rockabilly’s en punkers die nooit gecast werden voor Grease, of een beloning voor het doorkruisen van Route 66 met veel te veel hallucinerende middelen in de kofferbak. De soloexcursie die Remy in het verleden maakte, wordt nu vergezeld met de productie van psyche­d elicafetisjist Slim Twig. Meer orde en minder isolatie, maar gelukkig nog wel dat rauwe, verontrustende randje dat haar vorige werk zo intri­ gerend maakte. Een hoop rock-’n-roll-­ ambiance op Gem dus, waarmee Remy de oervrouw in zichzelf heeft geëgaliseerd. Dus nozems, zet de potten met vet maar klaar; jullie zullen je aan dit album overgeven. Door Sander van Dalsum

IJsland, het tot de verbeelding sprekende eiland met haar indrukwekkende vulkanische landschappen, ijzingwekkende gletsjers, ongerepte uitgestrekte hoogvlaktes en spuwende geisers. Reisgids-galore. En wat veel mensen inmiddels ook weten, vermaard om de spannende muziekscene met Björk als Godmother. Valgeir Sigurðsson has seen it all. De producer, mixer, muzikant en componist werkte met schoon inheems volk, maar ook van ver daar buiten (o.a. Feist). Architecture of Loss, van origine soundtrack van een ballet, is zijn derde eigen plaat en een sfeervol meesterwerk met vindingrijke partituur waarbij digitale visioenen versmelten met viola en piano. Between Monuments boezemt met crescendo klanken angst in, The Crumbling is desolaat melancholisch en Big Reveal is complex en kraakt als dik ijs. Koptelefoon op, sluit je ogen en ervaar de meest prachtige details die Sigurðsson zo subtiel in zijn composities stopt. Architecture of Loss voert je mee (of terug) naar IJsland en is even magisch avontuurlijk als dat land zelf. Door Matthijs van Burg

De Zuid-Afrikaanse vocalist en visual artist Catarina Aimée Dahms a.k.a. ­C ata.Pirata ken je misschien van de samenwerking met Rimer Londen (Love Dagger). Producer Jori Collignon is ­o nder andere bekend van C-Mon & Kypski en Nobody Beats The Drum. De twee muzikanten bundelden hun talent en liefde voor tropical en global bass en zo ontstond Skip&Die. Voor het debuutalbum Riots In The Jungle reisden ze door Zuid-Afrika om daar samen te werken met de meest inspirerende muzikanten. Het resultaat? Een mix tussen hiphop, electronica, dub, afro beats met hier en daar een grapje (zoals de deurbellen), gezongen in het Spaans, Portugees, Engels, Afrikaans, Xhosa en Zoeloe. Als dat geen werelds plaatje is! Eerste single Love Jihad zorgde wereld­w ijd al voor opschudding en live, wanneer het duo zich uitbreidt tot een vijfmansformatie, weten ze legendarische optredens neer te zetten met hun opzwepende beats. Niet voor watjes! Door Dorothy Vrielink

61

Gc Update


Stuff Glamstuff winnen? Stuur een mailtje met je naam, adres en telefoon­ nummer naar glamstuff@glamcult.com. Laat ook duidelijk weten in het onderwerp welke prijs jij graag zou willen winnen! Winnaars krijgen per email bericht. Tame Impala

Lonerism 3 CD’s

Bat for Lashes

The Haunted Man 3 CD’s

Paul Banks

Banks 3 CD’s

Skip&Die

Riots In The Jungle 3 CD’s

DIIV

Oshin 3 CD’s

10 Years of Benny Sings

Jagten

Donderdag 11 oktober viert Benny Sings zijn eerste decennium in de ­m uziek. Deze avond, die plaatsvindt in de North Sea Jazz Club, zal in het ­t eken staan van de release van zijn nieuwe plaat The Best of Benny Sings—Glamcult ­S tudio ontwierp hier­v oor de album­ hoes. Behalve een live optreden van Benny Sings en band zullen er deze avond verschillende dj’s draaien. ­F otograaf Duy Quoc Vo, die de foto’s voor het artwork schoot, zal er boven­ dien zijn werk e ­ xposeren. Glamcult geeft 3 x 2 gastenlijstplekken weg voor dit feestelijke evenement. Daarbij ­o ntvangen de winnaars het verzamelalbum The Best of Benny Sings.

5 x 2 vrijkaartjes voor de film Jagten. Een drama van de Deense regisseur Thomas Vinterberg met een hoofdrol voor Mads Mikkelsen. Jagten is te zien vanaf 25 oktober.

Verkoopinfo Accessorize www.accessorize.nl

Christian Lacroix www.christian-lacroix.fr

Hugo Boss www.hugoboss.com

Maison Martin Margiela www.maisonmartinmargiela.com

Surface to Air www.surfacetoair.com

Acne www.acnestudios.com

Claes Iversen www.claesiversen.com

Jean Paul Gaultier www.jeanpaulgaultier.com

Marga Weimans www.margaweimans.com

Tommy Hilfiger www.tommy.com

Ado Les Scents www.adolesscents.com

Conny Groenewegen www.connygroenewegen.nl

Juun J www.juunj.com

New Look www.newlook.com

United Nude www.unitednude.com

American Apparel www.americanapparel.net

Converse www.converse.nl

Karen Millen www.karenmillen.com

Oroblu www.oroblushop.nl

Van Bommel www.vanbommel.com

American Retro www.americanretro.fr

Diesel www.diesel.com

Kenzo www.kenzo.com

Otazu www.rodrigootazu.com

Won Hundred www.wonhundred.com

Barbara Bui www.barbarabui.com

Diesel Black Gold www.dieselblackgold.com

Kevin Murphy www.kevinmurphy.nl

Qasimi Homme www.qasimi.com

Wouters & Hendrix www.wouters-hendrix.com

Bibi van der Velden www.bibivandervelden.com

Fashionology www.fashionology.nl

Kris Van Assche www.krisvanassche.com

River Island www.riverisland.com

By Malene Birger www.bymalenebirger.com

G-Star www.g-star.com

Lacoste www.lacoste.com

Sarena Huizinga www.sarenahuizinga.nl

Chanel www.chanel.com

H&M www.hm.com

Laura Mercier www.lauramercier.com

Stella McCartney www.stellamccartney.com

62

Gc Plus


no doubt Push And Shove

21 SEPTEMBER verkrijgbaar als CD / DOWNLOAD / STREAM (VINYL vanaf 5 oktober)


GLAMCULT // ISSUE 08 // OKTOBER 2012  

GLAMCULT // ISSUE 08 // OKTOBER 2012