Page 1

FREE Issue 7, september 2012 Jaargang 9

Glamcult Independent Style Paper

“Laughter, tears, curtain.”


www.chanel.com La ligne de CHANEL - Nederland Tel 0900 519 2005 (0,15/min., incl.BTW)


Issue 7 Update

Autumn/Winter 2012 10 14 Cult Interviews

Issey Miyake Alex Prager Jessie Ware Felipe Oliveira Baptista Jean-Paul Lespagnard A$AP Rocky AlunaGeorge

20 26 30 34 40 42 45

RA13

Platform

46

Visual Essays

Anything... 48 A line is a dot... 56 Illusion... 64 Reportage

ITS Represent

Update

Film Albums Stuff

Plus

72 76 75 77 78

Colofon Uitgever Hoofdredacteur Rogier Vlaming rogier@glamcult.com

Grafisch Ontwerp Glamcult Studio: Isabelle Vaverka Suzie Wempe

Chef- en Eindredactie Joline Platje joline@glamcult.com

Sales Sarah Johanna Eskens sarah@glamcult.com

Redactie Mode Steffie Henderson steffie@glamcult.com

Aan deze editie werkten mee: Claire van den Berg, Danielle Hielckert, Dorothy Vrielink, Hanka van der Voet, Ianthe De Boeck, Jorieke Abbing, Katelijne Blom, Lisa Whittle, Marij Rynja, Matthijs van Burg, Natasja Admiraal, Niels Wiese, Sander van Dalsum, Sophie Bargmann, Vanessa Groenewegen

Redactie Film Maricke Nieuwdorp maricke@glamcult.com Creative Director Rogier Vlaming Art Director Marline Bakker marline@glamcultstudio.com

Fotografen Barrie Hullegie, Catherine Conroy, Duy Quoc Vo, Eefje De Coninck, Etienne Tordoir, Fiona Garden, Jouke Bos, Marco van Rijt, Paul Scala, Senne Van der Ven

Cover Fotografie: Duy Quoc Vo —House of Orange Styling: Antoinette Degens Haar: Hester Wernert-Rijn voor Sebastian Professional / Balmain Hair —House of Orange Make-up: Kathinka Gernant voor Chanel—House of Orange Model: Marlou —Paparazzi Model Management Assistent fotografie: Lotte van Raalte Assistent styling: Danielle van Dongen Assistent haar: Jan Fuite Assistent make-up: Vannessa Chan —House of Orange Jas: Acne Laughter, tears, curtain.   —   T imothy Spall in Topsy-Turvy Uitgever Glamcult Studio B.V. Postbus 14535, 1001 LA Amsterdam T 020 419 41 32, F 020 419 66 54 info@glamcult.com www.glamcult.com

Distributie JAM Pers en Communicatie Cream PR Opgave en vragen over abonnementen Abonnementenland Postbus 20, 1910 AA Uitgeest Tel. 0900  -   A BOLAND of 0900  -   2 26 52 63 (€ 0,10 per minuut) Fax 0251 31 04 05 www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Abonnementsprijs bedraagt € 37 per jaar (10 nummers). Abonnementen binnen Europa € 59,50, buiten Europa € 79,50 per jaar. Een abonnement kan bij iedere editie in­g aan; het wordt afgesloten voor minimaal een jaar en wordt stilzwij­ gend verlengd tot wederopzegging.

Opzeggingen dienen schriftelijk uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de abonnementsperiode in bezit van Abonnementenland te zijn. Adreswijzigingen uiterlijk drie weken vooraf schriftelijk doorgeven aan Abonnementenland. Prijswijzigingen voorbehouden. © Copyright: Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of vermenigvuldigd zonder de schriftelijke toestemming van de uitgever en de andere auteursrechthebbenden. De uitgever is niet verantwoordelijk voor schade opgelopen door onjuiste verwerking in het blad. Glamcult, ISSN 1874  -   1 932


SHOP ONLINE HUGOBOSS.COM

HUGO

HUGO BOSS BENELUX B.V. Phone +31 20 6556000


gewaxt nylon. Blikvangers zijn de zilveren stukken op de schoenen bij Yves Saint Laurent en Louis Vuitton. Bij de damescollectie van Costume National zagen we gelaagde asymmetrische en weggesneden silhouetten met losse flappen, met als hoogtepunt de baggy dubbele bandplooibroeken. Bij Givenchy waren het vrouwelijke peplums, wijd uitstaande kimonomouwen, oversized broekspijpen en laarzen waarvan de schacht wijd uitloopt over de wreef. Wellicht goed gekeken naar Gareth Pugh? Want ook dit seizoen bewijst hij the chosen one te zijn voor gestroomlijnde, asymmetrische tailoring met een sexy Matrix-effect.

Jil Sander

Leer geeft je powerrrrrrr! De mode gaf het afgelopen jaar een boost aan color blocking, bloemenparades en al wat meer waardoor wij ons in romantische, vervlogen tijden waanden. Dit seizoen wordt daar een hardere draai aan gegeven, we gaan voor ruig en sinister. Het ziet zwart van het leer. De wintermode toont ons haar fetisj in vele gradaties, alles moet eraan geloven. Zien de ontwerpers het somber in? Of is het tijd om wat ballen te tonen? Duidelijk is dat leer een gevoel van bescherming geeft, en hint naar macht, luxe en een dosis seks. Veel maatwerk met militaire invloeden, zoals piloten-, ruiter- en officiersjassen, biker broeken en leren afwerkingen bij de mannen van Jil Sander, Yves Saint Laurent en Gucci. De look is breed, hoekig en volu­m ineus als een pantser, maar blijft soepel door gepolijst kalfsleer, rubber en

Yves Saint Laurent

Costume National

Givenchy

Lederfetisj Fest

Door Marij Elisabeth Rynja

Autumn / Winter 2012 In tegen­stelling tot de voorjaarsmode van ­afgelopen jaar en de vorige winter­ trends, gooien de ontwerpers hun roer om richting een krachtigere koers. Niet in de laatste plaats om te benadrukken dat mode minder democratisch is dan gedacht. Status en aristocratie domineren de trends, bepaald niet voor fashionista’s en hipsters met een goedkope smaak. Het gaat weer om kwaliteit, ambacht en echte mode dit seizoen. Wij krijgen het er warm van!

10


Rue du Mail, Foto: Martine Sitbon

Off the Grid

Alexander Wang

J.W. Anderson, Foto: Rory Van Millingen

Autumn / Winter 2012

kwam in diverse stukken terug, waaronder in een zwart-­w it geperforeerd jack zonder kraag. Echter, Proenza Schouler springt eruit wat betreft ingenieuze textielmanipulaties. Dunne stroken leer werden zo gewoven dat er geruite matten van textiel ontstonden. Deze werden vervolgens verwerkt tot rokjes en geborduurde jasjes in zwart en goud, Aziatisch rood of diepblauw met zwart. Deze trend heeft niet veel opsmuk nodig vanwege haar grafisch strakke beeldtaal. Bij zowel de mannen als de vrouwen wordt de grid enkel gestileerd met een coltrui, wat het prettig nerdy maakt.

Proenza Schouler

Alsof de stoffen op een pas geverfd of roodgloeiend rooster hebben gelegen; populair waren ruiten, rasters, hekjes en draden. Ook wel grid genoemd. De grafische, tikkeltje pretentieuze look—veelal uit­g e­voerd in duotone—geeft een optisch effect aan de winterse mode. De damescollectie van Rue du Mail showde rechte jurken tot de knie van laser cut-achtig bouclé in zwart-zilver-wit. Resultaat: een elegante, sportieve hightech maliënkolder. De Britse rising star J.W. Anderson (bekend om het sterk vereenvoudigen van een modebeeld of patroon) onderzocht voor zijn herencollectie de toepassing van opart. Dit experiment

Gucci

Dolce & Gabbana

Alber Elbaz opende zijn Lanvin-collectie met felle kleuren, maar al snel verdrongen donkere tinten als blauw, grijs, groen en zwart alle kleur, om aan het eind een compromis te sluiten tussen het duistere barok en de typische Lanvin-kleuren als fuchsia, turquoise en koraalrood. Ook de mannencollecties flirten met barococo. Gucci bewerkte velours in diepe kleuren en showde geraffineerde wandtapijtmotieven. Eigentijdser was de decadente mannencollectie van Alexis Mabille. Ook hier veel chocobruin velours, maar ook prikkelend zwart kant in het voorpand van een simpel zwart T-shirt en wit kant onderaan een overhemd geplooid. Doorgestikte beenstukken en tafzijden pantalons maken deze collectie een goede inspiratiebron om de winter te ‘barocken’.

Lanvin

Alexis Mabille

Barococo

Luxe fluweel, verguld borduurwerk, ornamenten en juwelen hullen de najaarscollecties in 18 e -eeuwse sferen, waarin de hoofse aristocratie zich distantieerde van de burgerij door met weelderige, zeer kostbare kleding te pronken. Enerzijds uit deze vertaling zich in een uitbundig en rococoachtig modebeeld, waarbij de nadruk op elegantie, zachte pasteltinten en luxe stoffen als zijde, fluweel en brokaat (onder andere Balmain) ligt. Anderzijds verwijst het modebeeld naar het zwaardere barok, waarin we kenmerken uit de verlichting herkennen. Denk aan kerkwaardige kleding van dramatische stoffen. Dolce & Gabbana blinkt uit in deze trend met een vrouwen­ collectie die bijna geheel in goud en zwart (kant) is uitgevoerd. Met imposante zwaar geborduurde capes die tot de knie rijken als blikvanger.

11

Gc Update


Jeremy Laing, Foto: Collective Edit

de belle-époque van Paul Poiret, met exotische stoffen, mantels met ronde revers en grote knopen, hoeden, lampenkaptunieken en bloomers (rokken die over een broek vallen en gemaakt zijn van dezelfde stof). Voor Marc by Marc Jacobs liet hij zich inspireren door Anna Piaggi’s in het oog springende mash-ups van stijlen en stoffen. Het is duidelijk: de aristocrate dame is weer in beeld, en de mode verlangt zichtbaar terug naar een tijd waarin mode nog ‘echt’ was en bestemd voor de demi-monde.

Louis Vuitton

Miu Miu

Aristocats

Al een paar seizoenen duikt het gebruik van neopreen, vilt en textiel­ manipulatie op. Dit heeft tot nieuwe silhouetten geleid. Neopreen en soortgelijke stugge stoffen creëren model, maar onttrekken ook de natuurlijke vorm aan het lichaam. Wat rest is een karikatuur van een jas, rok, jurk of trui, waar de drager van het ontwerp bijzaak in lijkt. Dit seizoen toont Rei Kawakubo van Comme des Garçons zich wederom een meester in het bespotten van de mode. Terwijl de hedendaagse mode driedimen­ sionaler wordt met digitale prints of variatie aan de voor-, zij- en achterkant van eenzelfde item, walst Kawakubo haar ontwerpen plat tot een twee­ dimensionaal vlak. Denk aan: sweaters met stijve mouwen en brede, maar

12

Céline

Op de lange termijn wint propere ­k leding terrein, en wint het verhullen van het lichaam het van het onthullen. Twee van de meest toonaangevende modeontwerpers moedigen vrouwen graag aan zich deze winter klassieker en vrouwelijker te kleden: Miuccia Prada en Marc Jacobs. Miu Miu gooit het op het matching tweedelige broekspak met print, double-breasted A-lijn jassen, rechte pantalons en glansbloezen in groovy pyjamaprints. Dit alles in een kleurenpalet van donkerblauw, turquoise, paars, bruin en mosterdgeel. Het geheel oogt ‘70s, net als de lijn van modehuis Prada. Het verschil toont zich echter in opvallende plexiglas kristallen en elegant rood-paars-zwarte safari-broekpakken in donkerfluweel of bonte sixties-print. Ook Marc Jacobs ging terug in de tijd voor Louis Vuitton, en ondernam een reis naar de Franse mode uit

Comme des Garçons

in blauw-zwart fluweel, en met stoere, hoekige, vilten bikerjacks met stevige schouders in het legergroen. Donna Karan toonde echter de meest Dietrichwaardige collectie met glimmende smokings en gebruik van grijs wol met krijtstreepje. Deze combinatie blijkt zo iconisch mannelijk dat de macho bankiersgeest er zelfs in blijft als er een cocktailjurk van gemaakt wordt. Miuccia Prada biechtte op dit seizoen uitgekeken te zijn op rokken en jurken en nam in broekpak het applaus in ontvangst na afloop van haar Miu Miu en Prada-shows.

Donna Karan

Marlene Dietrich zou fan zijn geweest van de komende wintermode, waar een zweem van testosteron en powerdressing in doorsijpelt. Hoewel dit niet onprettig op de vrouw oogt, leken sommige modellen bij huize Hermès echter op omgekeerde trannies. De mannelijk uitziende modellen kwamen ten tonele zonder mascara, lippenstift en andere vrouwelijke polishings, in prachtig handgemaakte masculiene machokostuums, met een herenhoed schuin op het hoofd om het af te maken. Volgens Stella McCartney mag alles iets vrouwelijker blijven. Zij toonde een luchtige kobalt met witte collectie, waarmee zij de Londense tailoring eerde met strak gesneden smokings

Vormkarikatuur

Hermès

Stella McCartney

Mannexatie

Autumn / Winter 2012

luchtige schouderpartijen, hoekige jassen en geboetseerde jurken uitgevoerd in felle kleuren. Modehuis Céline kiest voor vilten jassen in jumboformaat —als een klein meisje dat opa’s nette jas aantrekt—met ronde drop shoulders; dé hit van dit seizoen. Jeremy Laing doet de jaren 90 herleven. Zijn modellen stralen een masculiene, zakelijke power uit met strak achterover gekamd nat haar, hoekige, mannelijke schoudervullingen en wijde mouwen die werden uitgevoerd in gebleekt en denim­ fluweel. Kortom, deze elegante, ­karikaturale trend bepaalt dit seizoen wie de winter trotseert.


Even iets heel anders. Anders in de zin van mannenmode. Nee, geen ondraagbare, avant-garde creaties waar mannen niets mee kunnen. Integendeel. Raf Simons toonde als een van de weinigen dat mannen­ mode binnen zijn comfort zone zeker vooruitstrevend kan zijn. Oké, de mooie slanke shorts zijn niet bepaald winterproof, maar de fijne ombré sweaters zeker wel. Geïnspireerd door het gegeven dat mensen hun haarkleur veranderen in stijl met het modebeeld, doopte hij sweaters in diverse kleurbaden. Ook Ann Demeulemeester—niet bang voor een experiment—absorbeerde kleureffecten in haar collectie. Verlengde long sleeve shirts, laarzen, leggings

en vesten dompelde de Vlaamse in een zwart of wit verfbad voor een prettig kleurverlopend effect. Issey Miyake deed zijn geruite flanellen pakken ook in een kleurbad, maar veegde de verf ook nog even uit voor een dynamischer effect.

met ijspegels in hun snor en baard —showden wollen wintersporttruien, wijdvallende broekskruizen in Olivier B. Bommel-ruit en gescheurde lammy coats. De clochard is met name gecharmeerd van de wikkelcape, welke een van de grootste trends deze winter zal worden. Iedereen had er wel één in de collectie, zo ook Louis Vuitton, Mugler, Elie Saab, Cavalli en Gareth Pugh.

Dries Van Noten

Het leven op straat is hard, zeker als je dakloos bent. Warme en stevige kleding is dan geen overbodige luxe —laag over laag over laag. Enkele ontwerpers leken dit gegeven als uitgangspunt te hebben genomen en presenteerden een nieuw mannelijk archetype: de zwerver, die weet hoe hij moet overleven. Een avant-garde versie van clochard couture toonde Maison Martin Margiela, met oversized parka’s en jassen gemaakt van vuilniszakken in blauw of bruingrijs. Yamamoto’s show was een hommage aan de wrap around. Capes, doeken met mouwen, grote vierkante sjaals en gelaagde bovenkleding werden geshowd door uit het leven gegrepen mannen. Een frommelige hoge hoed complimenteerde deze outdoor look. Ook Vivienne Westwood zag heil in een weerbestendige en beschermende collectie. De modellen—gestyled

Walter Van Beirendonck

Fisherman’s Friend

Paul Smith

Ann Demeulemeester

Raf Simons

Issey Miyake, Foto: Frédérique Dumoulin

The Hombré Effect

Autumn / Winter 2012

hier en daar een fluo accent of bescheiden kleuropdruk. Walter Van Beirendonck neemt geen enkel risico en kiest voor waterproof stoffen en referenties naar de hengelsport. Dit ­resulteert in een benauwde, maar prikkelende, vrolijk gekleurde presentatie, waarin gemaskerde mannen in rubber waadpak of lieslaarzen klaar lijken te zijn om aangespoelde potvissen schoon te maken. Dries Van Noten mixt marine elementen met street art; twee tegengestelde stijlen die samen een prachtige, frisse collectie vormen.

Yohji Yamamoto

Maison Martin Margiela

Le Clochard

In lijn van de zwervende man zoekt de wintermode de buitenlucht verder op en gaat op survival. Opmerkelijk was de toepassing van dierenafbeeldingen op sweaters. Er waren vossen, uilen (Burberry) en dino’s (Jil Sander), maar toch blijft de waterwereld fa­ voriet bij de mannenmode. Paul Smith voerde het thema in zijn hipsterwaardige slim-fit collectie door. Stoffen met een zeewierglans, wollen schipperstruien met hoge col, korte jacks en lange double-breasted herenjassen met asymmetrische ritssluitingen en

13

Gc Update


Cult

1

2

Ina Jang, Three, 2008, foto ter beschikking gesteld door Christophe Guye Galerie

Collectie After Zero Hour, Foto: Scott Trindle

Stuk uit de collectie Real Food Fake Food

3

Kasumi Ashizawa 4

Unseen

Yang Li

Elise Morin en Clémence Eliard, WasteLandscape

Hatra/ Keisuke Nagami, collectie A/W 11, Foto: Maki Taguchi

5

Future Beauty 1

De Japanse sieradenontwerper Kasumi Ashizawa studeerde in Tokio zowel aan ESMOD (l’Ecole Supérieure des Arts et techniques de la Mode) als aan Coconogacco, waar ze dit jaar haar masterdiploma behaalde. Tijdens haar studie werkte ze onder andere voor Issey Miyake. Met haar afstudeercollectie Real Food Fake Food gooide ze hoge ogen, en werd dan ook uitgekozen als een van de finalisten voor de ontwerpwedstrijd ITS (Inter­ national Talent Support). De ontwerper liet zich voor haar collectie inspireren door Nyotaimori: een Japanse traditie waarbij het naakte lichaam van een vrouw wordt versierd met sushi en sashimi en dient als dienblad voor de gasten. De titel van de collectie refereert aan de in plastic uitgevoerde voorbeelden van gerechten die vaak te vinden zijn in displays van restaurants. De ontwerper vertaalde haar fascinatie naar grote, haast kinderlijke vormen uitgevoerd in felgekleurd plastic.

TodaysArt 2

Yang Li werd geboren in Peking en verhuisde op zijn tiende naar een klein stadje in Australië, waar hij zijn dagen vulde met basketballen en skateboarden. Zijn interesse in mode was naar eigen zeggen een logisch gevolg van hangen in de skatescene, waarbij alles draaide om stijl en imago. Tegenwoordig bevindt Li zich in Londen, waar hij een aantal jaar geleden afstudeerde aan Central Saint Martins, en twee jaar geleden zijn eigen label oprichtte. De kneepjes van het vak leerde hij bij Raf Simons in Antwerpen. Voor zijn autumn/winter 2012 collectie After Zero Hour grijpt de ontwerper duidelijk terug naar het werk van minimalistische meesters als Martin Margiela en Helmut Lang. Li speelt met vormen en proporties maar houdt het geheel clean en scherp gesneden. De collectie, vol oversized broeken, lange rokken en jassen, is uitgevoerd in zware luxe wollen stoffen en donkere kleuren als grijs, groen en zwart met een paar rode eyecatchers.

3

Beurzen zijn bedoeld voor vaklui, maar Unseen mikt duidelijk op een breder publiek. Deze nieuwe fair voor hedendaagse fotografie belooft de sfeer van een festival te hebben, en vindt dan ook plaats op het Westergasterrein. Ruim 50 galeries van over de hele wereld presenteren foto’s van nieuwe fotografen en ongezien werk van gevestigde namen. Binnen het programma van Unseen vindt ook Offprint plaats, een markt voor onafhankelijke uitgevers van fotografieboeken en magazines. Rondom de beurs is een breed randprogramma georganiseerd. Hier kan iedereen rustig kijken, kijken, niet kopen. Foam Magazine lanceert de jaarlijkse talenten editie, en toont het werk van de fotografen uit dit nummer in een expositie. De Fashion! tentoonstelling geeft vervolgens een overzicht van 90 jaar modefotografie. Verder zijn er films, lezingen, workshops en feestjes. 19 t/m 23 sep www.unseenamsterdam.com

www.itsweb.org www.yangli.eu

4

Franse couturiers gebruikten in het begin van de 19e eeuw al elementen van de kimono. In de jaren 70 kwamen Japanse ontwerpers echter pas naar Parijs. De collecties van Rei Kawakubo en Yohji Yamamoto verschenen daar vervolgens in 1981 op de catwalk. Hun gebruik van zorgvuldig vernielde materialen en asymmetrische ontwerpen riep veel reactie op, want dit was in strijd met de heersende mode. In de jaren 90 ontwikkelde Issey Miyake innovatief geplooide kleding, die moest passen bij een moderne levensstijl. Popcultuur en street style zijn belangrijke referentiepunten voor de generatie van nu. De tentoonstelling Future Beauty: 30 years of Japanese Fashion geeft een overzicht van deze Japanse ontwerpers en hun invloed op het Westerse modebeeld. Verder wordt onderzocht wat in de toekomst de bijdrage van Japan aan de internationale modewereld zal zijn. Museum of Contemporary Art Tokyo t/m 8 okt www.mot-art-museum.jp

5

Een eeuwenoude nederzetting ombouwen tot een futuristische metropool van kunst en muziek; een bijzonderheid waar TodaysArt zich sinds enkele jaren in heeft gespecialiseerd. Sinds 2005 wordt de hofstad twee dagen per jaar gevuld met exposities, performances en workshops. Sommige in de buitenlucht, andere overdekt. Als de nacht eenmaal de dag verslindt, is er heil te vinden in een programma dat bestaat uit concerten en bijpassende visualisaties. Dit allemaal overgoten met een ultramoderne, bijna dysto­ pische feel. Deze editie brengt onder meer Waste­Landscape: een installatie die de vormen van een heuvellandschap aanneemt, en volledig bestaat uit het stervende compact disc opslag­­ me­d ium. Ook presenteert het festival de wereldpremière van Seventh Sense, waar het Anarchy Dance Theatre een dans zal wagen tussen digitale projecties. Daarnaast zal elektronica­ pionier Pantha Du Prince een muzikaal eerbetoon geven aan een mysterieus instrument. Als je klaar bent met retrofuturisme en daadwerkelijk een kijkje wilt nemen in de dagen die zullen komen, ben je deze maand voorzien. 21 en 22 sep www.todaysart.org

14

Gc Update


Cult

Balancement, 2010, uit haar boek A not B

Nendo, Mimicry Chairs, 2012

6

7

London Design Festival 9 8

10 Walter Luisant Levitates, 2012, Foto: Allan Campbell

Collectie A/W 12, Foto: Joseph Molines

Untitled #465, 2008, ter beschikking gesteld door Metro Pictures, New York

Uta Eisenreich

Cindy Sherman

Littlewhitehead

Glenn Martens 6

Tijd vliegt, en dat zullen de spelers van de ontwerpindustrie beamen. Een tiental jaren sinds de eerste editie verder en het London Design Festival staat nog als een huis. Aanstormend talent en gevestigde namen krijgen ook deze editie weer de kans om hun werk te tonen. Een werk dat bij een bezoek aan de Engelse hoofdstad niet gemist mag worden, is Mimicry Chairs. Het befaamde V&A Museum heeft verschillende plekken binnen het gebouw toegewijd aan een collectie stoelen van studio Nendo. Deze Japanse ontwerpen nemen het perspectief van de ruimtes over, waardoor een unieke, interactieve plaats ontstaat. Een andere installatie, Prism genaamd, zal hetzelfde museum gedeeltelijk in beslag nemen. Met deze hybride van video, design en architectuur krijgen de participanten een heuse feed aan Londense informatie binnen, zonder de kans te krijgen het volledig te implementeren. Dit ontwerp van Keiichi Matsuda vormt een verleidelijk onderzoek naar onze relatie met data­ verwerking.

7

Uta Eisenreich is wat Lewis Carroll, lucifers, bananen en wetenschap met elkaar te maken hebben. Met simpele composities van alledaagse objecten en de omgeving waarin deze bestaan, speelt de kunstenaar met perceptie en logica. Dit verklaart niet alleen de invloed van Carroll, maar ook van de filosoof Gilles Deleuze. Eisenreich past de wetten van de filosofie toe op een manier die iedereen kan begrijpen; ze observeert en ordent graag, zo komt uit haar werk naar voren. Soms stevent het op het idiote af. Toch blijft Eisenreich steeds binnen het spectrum van herkenbaarheid, en weet de kijker door bijschriften op slinkse wijze een aha-erlebnis te bieden. www.hier-eisenreich.org

8

Het gaat Glenn Martens voor de wind. De 29-jarige ontwerper maakte af­ gelopen februari tijdens Paris Fashion Week met zijn autumn/winter 2012 collectie debuut onder eigen naam. Inspiratie voor de vrouwencollectie haalde hij uit zijn geboorteplaats Brugge en de overwegend gotische architectuur van deze stad. Martens combineert op feilloze wijze harde, stugge stoffen als denim met delicate semi-transparante. Glamcult ontmoette de ontwerper tijdens Modefabriek en was verrast door zijn stukken, die in het echt bijzonder gedetailleerd en perfect gesneden bleken. Nadat hij in 2008 zijn bachelor- en masterdiploma aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen behaalde, deed hij onder andere ervaring op als junior designer bij Jean Paul Gaultier, en werkte hij voor Weekday en Honest by Bruno Pieters. Martens woont en werkt in Parijs.

9

Cindy Sherman kan met recht een fenomeen genoemd worden. Niet alleen wordt ze als fotograaf en kunstenaar geroemd om haar provocatieve, theatrale fotoseries, maar ze is ook nog zelf het hoofdonderwerp van haar kunstwerken. Als model, maar ook als regisseur, kapper, visagist én stylist. Cindy does it all. In het San Francisco Museum of Modern Art (SFMOMA) is haar 35-jarige oeuvre momenteel te zien in meer dan 150 sleutelwerken: van het legendarische History Portraits geïnspireerd op de klassieke schilderkunst, tot haar befaamde Untitled Film Series. Cindy noemt haar repertoire bewust geen zelfportretten. Ze gaat juist haar eigen identiteit uit de weg door zichzelf, als in een film still, keer op keer in een compleet andere verschijningsvorm te fotograferen. In deze ironische kunstgreep van zelfpresen­ tatie legt ze de cliché beelden over vrouwelijkheid en identiteit op bijna mythische wijze bloot.

www.glennmartens.com SFMOMA t/m 8 okt www.sfmoma.org

10

“Our humour often annoys the people around us, but that’s where a lot of the ideas come from.” De donkere installaties van Littlewhitehead zijn een gevolg van een jarenlange vriendschap en samenwerking tussen de kunstenaars Craig Little en Blake Whitehead. Ze leerden elkaar kennen op de Glasgow School of Art, waar ze beiden tot illustrator opgeleid werden, maar een grotere fascinatie hadden voor de beeldhouwkunst. Ze ontwikkelden een vreemde fantasie, beïnvloed door de turbulente jaren 80 in Glasgow. De vervormde lichamen, gemaakt van sili­ conen, doen denken aan slachtoffers van een destructieve omgeving. Maar de installaties bevatten altijd een humoristisch element. De boodschap aan het publiek lijkt er dan ook niet één van doem en destructie te zijn, maar één die dit in een perspectief van absurditeit zet. How Art Things? 9 sep t/m 4 nov, Nest www.littlewhitehead.com www.nestruimte.nl

14 t/m 23 sep www.londondesignfestival.com

16

Gc Update


Cult

Goochelaar, olieverf op linnen, 2010 Goochelaar II, olieverf op linnen, 2012

Poppenspeler, olieverf op linnen, 2012

Door Jorieke Abbing

Magic flowers, olieverf op linnen, 2012

11

Wouter van Riessen 11

Poppen, marionetten, buiksprekers, goochelaars, leeuwen en leeuwentemmers; het is al theater en variété dat het werk van Wouter van Riessen kenschetst. Ingehouden en onheil­ spellend theater, dat wel. Die dubbelzinnigheid roept vragen op. Zo hebben Van Riessens goochelaars geen gezicht, waardoor ze een spannende aantrekkingskracht krijgen. En in de lege, maar gevaarlijke blikken van zijn poppen lijkt een wereld van wijsheid schuil te gaan. Bovendien versterkt Van Riessens schilderstijl deze onheilspellende sfeer. Sprookjesfiguur Pinokkio, de houten pop die graag een jongen van vlees en bloed wil worden, is een terugkerende verschijning in het werk van Van Riessen. “De jongen heeft een springlevende geest, maar zijn lichaam is niet warmbloedig. Hij heeft het gevoel dat hij iets fundamenteels mist.’” Van Riessen vervolgt lachend: “Daarin verschilt hij niet van de mens. Het verhaal van Pinokkio vertelt ons iets over de scheiding tussen leven en dood, en de relatie tussen lichaam en geest.

Daar gaat mijn werk over.” Opvallend is dat de kunstenaar met zijn jongensachtige uiterlijk, slanke gestalte en grote blauwe ogen zelf ook veel weg heeft van Pinokkio. Deze gelijkenis heeft Van Riessen bewust versterkt door zichzelf meer dan eens af te beelden als pop of poppenspeler. Zo laat Self portait with Pinocchio een man zien met zwart haar en markante wenkbrauwen. Op zijn schoot bungelt een halfnaakte Pinokkio met hetzelfde zwarte haar en wenkbrauwen als de ik-figuur. Eind jaren 80 studeerde Van Riessen aan de Akademie voor Beeldende Kunsten in Arnhem, en kwam daarna op de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam terecht. Daar concentreerde Van Riessen zich op het schilderen van portretten. Dit was echter geen bewuste keuze. “Sommige schilders maken een landschap, anderen een groepscompo­ sitie. Ik werkte telkens weer aan een portret. Kennelijk heb ik een persoonlijke affiniteit met gezichten en ligt mijn concentratie daarop.” Toen zijn stijl vereenvoudigde, begonnen zijn

portretten meer en meer op poppen te lijken. “In plaats van dat ik mezelf had geschilderd, was het dus een pop. ‘Wat moet ik hier nu mee?’, dacht ik enigszins verward. Omarmen of niet? Ik besloot eerlijk te zijn, en ermee door te gaan”, legt Van Riessen uit. “De pop staat symbool voor de verbeelding. Men projecteert van alles op de pop, maar ziet ook de dood, de betrekkelijkheid van de pop. De kijker heeft een levensschenkende blik; hij wekt de pop tot leven, net zoals hij dat doet met een schilderij. Die projectie vind ik oneindig interessant.” Daarnaast trekt hij de vergelijking tussen schilders en magiërs. “De schilder­ kunst is een magisch medium. Zoals een goochelaar een illusie laat zien, zo doet de schilder dat ook”, stelt hij. Jarenlang tekende hij illustraties voor de Volkskrant. Hij heeft twee boeken uitgebracht, Full Grown Man (2007) en Inner Glow (2011). De vraag hoe hij is veranderd als kunstenaar beantwoordt hij als vakman: “Vroeger concentreerde ik me op één schilderij en dat moest dan meteen alles bevatten.

18

Het was een ramp als het mislukte. Nu werk ik aan meerdere doeken tegelijk en neem ik de tijd om mijn aandacht te richten op één aspect, zoals kleur of compositie. Ik zoek naar perfectie. Er moet aandacht en studie in zitten. Ik ben pas tevreden als het beeld in balans is. Je leert ook dat je beper­ kingen hebt, maar juist hierdoor ontstaat ruimte.” De vrouw van Van Riessen studeert experimentele animatie aan CalArts in Los Angeles. Samen wonen ze sinds een jaar in Silver Lake, een artistieke wijk die doet denken aan de Pijp in Amsterdam. Voor Van Riessen is het nog te vroeg om te zeggen of deze stad invloed heeft op zijn werk. “Men heeft het beeld van L.A. dat het een plastic stad is. Maar de openbare ruimte wordt daar slecht onderhouden. Je komt meer verval tegen dan in Nederland, waar het soms meer voelt alsof ik in een maquette leef.” Trots vervolgt hij: “Ik heb mijn rijbewijs daar gehaald! Zonder auto is het natuurlijk nogal lastig om ergens te geraken met die enorme afstanden.”

Momenteel is Van Riessen in Amsterdam aan het werk en druk met de voorbereiding van een expositie in oktober. In zijn atelier staat het tweeluik met de titel Leeuwentemmer. Op het eerste werk een wat bedeesde leeuw die zijn leeuwentemmer, een dromerige jongen, lief omhelst. Een ontroerend schilderij. Op het tweede schilderij, een leeuw met ontembare manen en een minstens zo hartstochtelijke jongen in zijn armen. Van Riessen zegt hierover: “Een kind wil voortdurend voorgelezen worden uit hetzelfde boek. En zo schilder ik. Ik ben geïnteresseerd in de vele verschillende beelden van de leeuw en de leeuwentemmer die ik heb.” Wouter van Riessen exposeert van 1 september tot 7 oktober in Heden en van 13 oktober tot 10 november in galerie Metis. www.woutervanriessen.nl www.heden.nl www.metis-nl.com

Gc Update


Interviews 20 Modehuis Issey Miyake blijft meester in het toepassen van nieuwe technologieën.

26 Fotograaf Alex Prager: “Wanhoop kennen we allemaal…”

30 34

Muziek heeft voor de prachtige Jessie Ware altijd iets romantisch.

Felipe Oliveira Baptista: “Tegenwoordig lijkt het iedere dag wel Casual Friday!” 40

Modeontwerper Jean—————Paul Lespagnard—verwerkt graag———geheime boodschappen in—zijn——— shows. 45 De dansbare pop­­formule van AlunaGeorge ontbreekt niet aan mysterie.

42 A$AP Rocky is beter dan alle andere rappers: “No questionmark!”


Door Hanka van der Voet Fotografie: Barrie Hullegie

Styling: Thomas Vermeer—Unit C.M.A. Haar en make-up: Eva Copper voor Bobbi Brown—House of Orange Model: Irene—Paparazzi Model Management Assistent fotografie: Patrick Sijben Assistent styling: Elisabeth Schaduw Alle kleding: Issey Miyake autumn/winter 2012

Issey Miyake

20


Issey Miyake Het Japanse modelabel Issey Miyake heeft over de jaren heen in meerdere opzichten een pioniersrol vervuld in de modewereld. Zo was het het eerste Japanse label dat deel nam aan Paris Fashion Week, sierde het als eerste modemerk de cover van een kunsttijdschrift (Artforum) en speelde daarmee een voortrekkersrol in het slechten van de barrières tussen mode en kunst, en nam het voortouw in het werken met technologisch geavanceerde materialen te werken. 21

Gc Interview


Issey Miyake

Issey Miyake (Hiroshima, 1938) richtte begin jaren 70 zijn gelijknamige modelabel op. Hij studeerde grafisch ontwerp aan de Tama Art University in Tokio en werkte na zijn afstuderen in Parijs en New York. In 1970 keerde Miyake terug naar Tokio, om er zijn modelabel te starten. In 1994 en 1999 droeg hij de ont­w erptaken van respectievelijk de mannen­l ijn en de vrouwenlijn over aan zijn rechterhand Naoki Takizawa, zodat hij zich volledig op research kon storten. In 2011 werd Yoshiyuki Miyamae, die al sinds 2006 deel uitmaakte van het Miyake-ontwerpteam, aangesteld als nieuwe hoofdontwerper van de vrouwenlijn van Issey Miyake. Miyamae heeft grote schoenen te vullen en roemt de pioniersgeest van Miyake. Zijn doel: het behouden en ontwikkelen van het spirituele erfgoed van Issey Miyake, aldus de jonge ontwerper. En dat is nogal wat.

Samen met Kenzo Takeda (bekend onder de naam Kenzo) was Issey Miyake de eerste Japanse ontwerper om de oversteek naar Paris Fashion Week te maken. In de jaren 80 zouden Rei Kawakubo en haar label Comme des Garçons en Yohji Yamamoto volgen. Waar Kenzo koos voor het herinterpreteren van het klassieke Japanse silhouet in combinatie met bloemenprints en een helder kleurenpalet, gebruikte Issey Miyake minder modieuze materialen zoals ikat (een geweven stof uit Azië). In Parijs werden Kenzo en Miyake—en tien jaar later ook Kawakubo en Yamamoto —door de modepers als typisch Japanse ontwerpers onthaald. Een misvatting, omdat juist deze ontwerpers hun horizon probeerden te verbreden door in hun werk een dialoog aan te gaan met het Westerse mode-idioom. Bovendien vroegen de ontwerpers zelf zich af: “Wat is nu eigenlijk een typisch Japanse

modeontwerper?” En: “Waarom worden Europese en Amerikaanse ontwerpers nooit als zodanig betiteld?” Het zijn vragen die ook Yoshiyuki Miyamae bezig houden. Hoewel hij van mening is dat er grote onderlinge verschillen zijn tussen de Japanse modeontwerpers, ziet Miyamae ook overeenkomsten en vindt hij dat er wel degelijk iets als een typisch Japanse ontwerpcultuur bestaat. Miyamae: “In Japan waarderen we niet alleen de uiterlijke kenmerken van de stof, maar ook de herkomst ervan en de eigenschappen die het in zich draagt. Al deze aspecten proberen we te respecteren in het ontwerpproces en daar vinden we uiteindelijk schoonheid. Bij het ontwerpen van een nieuwe collectie begin ik dan ook altijd met het bestuderen van materialen en de technologische vernieuwingen die er op dat gebied zijn. Met het ontwerpteam van Miyake bezoeken we diverse

22

fabrieken om te kijken wat voor nieuws er ontwikkeld is. Vervolgens gaan we met ambachtslieden aan de slag om in ons lab nieuwe textielen te ontwikkelen.” Deze liefde voor en interesse in het materiaal is kenmerkend voor het modelabel dat een van de eerste internationaal bekende modehuizen was dat met technologisch geavanceerde materialen werkte. Beroemd is Miyake om de Pleats Please-lijn, die in 1993 gelanceerd werd. Voor deze collecties creëerde Miyake geplisseerd polyester en maakte er met behulp van innovatieve constructietechnieken een indrukwekkende serie kledingstukken van. Al sinds de oprichting van zijn label in de jaren 70 experimenteerde Miyake met het plooien van textiel. Het was ook een geplisseerde rok die de cover van het kunsttijdschrift Artforum sierde in februari 1982. Het was voor het eerst dat er mode op de cover van een


Issey Miyake kunsttijdschrift te zien was, en dit bracht dan ook veel rumoer teweeg. Mode werd in die periode gezien als pure commercie en moest strikt gescheiden blijven van de kunstwereld, vonden sommigen. Inmiddels zijn de twee werelden onlosmakelijk met elkaar verbonden. Miyamae koestert de voortrekkersrol van de oude Miyake en heeft zelf ook grote interesse in de mogelijkheden die technologisch geavanceerde materialen met zich meebrengen. Miyamae: “Als ontwerper ben ik geïnteresseerd in het integreren van technologie in het creatieproces, zonder dat het Japanse karakter van de ontwerpen verloren gaat. Want hoewel de mogelijkheden van de technologie oneindig zijn, is het de mens die in controle is. Wij zijn verantwoordelijk voor wat er met die technologie gebeurt.” Voor de autumn/winter 2012 collectie ontwikkelde

Miyamae in samenwerking met het technolab van het modelabel een nieuw materiaal: Steam Stretch. Deze collectie bevatte een aantal jurken van zijde en stretchstof, die nadat ze in elkaar gezet waren, gestoomd werden, waardoor de stretchstof kromp en er een nieuwe textuur en een zachter silhouet ontstond. Inspiratie voor deze collectie vond Miyamae (zoals vaker bij hem het geval is) in de natuur. Was zijn eerste collectie voor Issey Miyake voor spring/summer 2012 geïnspireerd op de erotische bloemenschilderijen van de Amerikaanse kunstenares Georgia O’Keeffe, nu haalde Miyamae zijn ideeën uit zijn fascinatie voor de kleuren en texturen van mineralen en edelstenen. “Zoals ruige stenen gepolijst worden tot glimmende edelstenen, zo worden van lappen stof nieuwe vormen gecreëerd om de drager te laten schitteren.” Miyamae brengt het verhaal vrij zwe­

ve­r ig, maar de vergelijking met een ruwe edelsteen loopt in dit geval niet helemaal scheef. Want wie de ontwerpen van A/W 12 (geheel in stijl Mineral Miracle getiteld) ziet, begrijpt wat Miyamae wil zeggen. De op het eerste oog nogal vormeloze ontwerpen van Miyamae krijgen hun sierlijke vorm pas wanneer ze gestoomd, of beter gezegd, gepolijst worden. Naast de Steam Stretch en Mineral Stretch-technieken wordt er in de A/W 12 collectie ook gebruik gemaakt van de Diamond Cut-techniek. Deze techniek komt voort uit de A-POC methode, die in 1997 ontwikkeld werd in het lab van Miyake. A-POC staat voor A Piece Of Cloth. Van tubes stof die kant en klaar uit een machine komen gerold moet de consument vervolgens zelf een kledingstuk knippen. De Diamond Cut techniek houdt hetzelfde in, alleen is het materiaal dat uit de machine komt

23

een bijzondere; van twee fijne licht­ gewicht materialen wordt een stof met een grafische print geweven, die geïnspireerd is op het kristallisatie­ proces van de kwarts. In de tentoonstelling CoutureGraphique: Fashion and Graphic Design die op 8 december 2012 opent in het MOTI (Museum of the Image) in Breda zullen enkele stukken uit de Issey Miyake-­ collectie te zien zijn. www.isseymiyake.com

Gc Interview


Issey Miyake

24


Issey Miyake

25

Gc Interview


7:12 PM, Redcliffe Ave, 2011, uit de serie Compulsion

Door Sophie Bargmann Fotografie: Alex Prager

Alex Prager

26


Alex Prager “Ik ben er een beetje in gesneakt”, vertelt Alex Prager over haar entree in de kunst­ wereld. Dat de reacties op haar gestileerde foto’s zo enthousiast zouden zijn, had de autodidactische fotograaf uit L.A. nooit durven dromen. Met de esthetische inslag van films, modefotografie en pulp fiction creëert de blondine haar speels glamou­ reuze en een tikje melodramatische foto’s. 27

Gc Interview


Alex Prager hebben. “De buitenwereld is grotendeels alleen bekend met de stad, omdat deze door de media wordt belicht. Mensen komen hier met de grote droom om bekend te worden, maar in veel gevallen valt deze in duigen en staan mensen met lege handen op straat”, legt ze uit. Verloren hoop is dan ook een groot thema in Pragers werk. Hoewel de beelden van Prager vergeleken worden met stomme films en erg verhalend zijn, heeft ze voorafgaand aan een shoot geen verhaal in gedachten. “Ik wil het verhaal in mijn foto’s zoveel mogelijk open laten, ook voor mezelf”, beaamt de fotograaf. Wel kiest ze een bepaalde emotie of scène om te fotograferen, maar daar blijft het bij. “Het is erg spannend om een verhaal te creëren op het moment van fotograferen zelf. De energie die ontstaat op de set kan ik niet voorspellen. Deze gebruik ik en hoop vervolgens op het beste”, lacht de fotograaf. Uit de geschoten foto’s kiest Prager het beeld

dat er het meest uitspringt. De uiteindelijke foto is echter maar voor 50 procent af na de eerste shoot. Hierna begint een lang proces van postproductie, opnieuw fotograferen en retoucheren. Op de vraag of ze een ritueel tijdens het fotograferen heeft, roept Prager: “Chocolate chip cookies! Ik kan niet zonder werken, haha!” Een ander ritueel van de fotograaf is slapen. “Ik heb heel veel slaap nodig. Ik ben net een baby als ik moe ben, ik val overal in slaap.” Als Prager in een zeldzaam geval ’s nachts doorwerkt, trekt ze dit wel. Maar alleen als ze constant eet. “Dat is mijn geheim: een volle nacht slapen of veel eten. Als ik een van de twee niet doe, eindig ik sowieso in tranen”, lacht ze. Een andere bijzonderheid in Pragers werkethiek, is dat ze zichzelf het liefst wegcijfert op de set. “Ik verschijn altijd zo lelijk mogelijk; zonder make-up, met mijn haren in een knot en in wijde kleding”, vertelt de Californische schone. Hoewel ze van mode houdt,

28

Megan, 2007, uit de serie Polyester

Irene, 2010, uit de serie Week-End, 2010

vaak op retrowijze gestileerde vrouwen met grote valse wimpers, pruiken en vintage kleding poseren. De constructie van Pragers beelden doet denken aan stomme films, waarin de personages veelzeggend en met een mix van verlangen en angst in de camera kijken. “De stad waar ik woon, Los Angeles, is de grootste inspiratiebron voor mijn werk. De tegenstrijdigheid van de stad en de natuur is enorm. De ongerepte delen met natuur en wilde dieren trekken mij vooral aan. Als ik tijd heb, ga ik het liefst fietsen of wandelen om inspiratie op te doen”, vertelt de fotograaf. Vooral de kleuren uit de natuur zijn goed terug te zien in Pragers werk. Haar kleurenpalet is vrijwel altijd primair. “Ik houd me vast aan de basiskleuren, omdat ze elkaar enerzijds afstoten, en anderzijds aanvullen. De knalblauwe lucht van L.A. is meestal het startpunt van mijn werk”, stelt Prager. De fotograaf vindt het stedelijke gedeelte— waar L.A. bekend om staat—iets akeligs

Despair Film Still #2, 2010

De Amerikaanse fotograaf Alex Prager heeft haar middelbare school nooit afgemaakt. In plaats daarvan vertrok ze op haar veertiende voor een jaar naar Zwitserland om Zwitserse zakmessen te verkopen. Haar ouders zagen de vrije en artistieke persoon in haar al vroeg en accepteerden dat het tra­­d itionele onderwijs niet bij haar aansloot. Haar interesse in fotografie ontstond pas tijdens haar adolescentie. Het was een tentoonstelling van William Egglestons werk die Prager deed beslissen om fotograaf te worden. Met fotografieboeken van de rommelmarkt en een camera en dokaappa­ra­t uur van eBay liet ze haar vrienden model staan en ging ze de slag. “Doordat ik de regels van de fotografie niet echt ken, maak ik gewoon beelden die ik cool vind. Toevallig zijn mensen het op dit moment met mij eens”, stelt de Californische nonchalant. Pragers werk kenmerkt zich door dramatische, filmische scènes waarin


Maggie, 2010, uit de serie Week-End

Alex Prager

voelt ze zich hierdoor beter tijdens het werk. “Je weet hoe meisjes onderling zijn. Ik wil dat mijn modellen weten dat het om hen draait en dat ze zich zo mooi en prettig mogelijk voelen op de set. Ik weet niet of het werkt, maar ik voel me zo professioneler”, legt Prager uit. De fotograaf omschrijft haar eigen stijl als bohemian. Voor haar shoots gebruikt ze alleen tweedehands kleding. Dit omdat de kleding vermaakt of verknipt moet kunnen worden als een model het niet past. “Als een outfit vies of nat wordt, wil ik me geen zorgen hoeven maken om een dure designer jurk. Maar ik zou er geen problemen mee hebben als Prada of Dries Van Noten me zouden benaderen om hun kleding te gebruiken”, lacht de fotograaf. Naast fotografie heeft Prager zich ook gespecialiseerd in korte films. Ze debuteerde in 2010 met de film Despair. “Ik zie mezelf niet als filmregisseur. Er vindt geen dialoog plaats in mijn korte films, alles draait om de emotie. Vandaar Despair; wanhoop kennen we allemaal.” Prager beschouwt haar eerste korte film meer als een serie

van bewegende foto’s. “Ik wilde het publiek laten zien wat er zich afspeelt vlak voor en na een foto”, stelt ze. Ondanks het feit dat Prager zichzelf niet als filmmaker ziet, wist ze actrice Bryce Dallas te strikken voor de hoofdrol. Hierna volgden meer korte films, met onder andere Lara Stone in de hoofdrol. Haar laatste tentoonstelling Compulsion bevat een korte film met de Franse actrice Judith Godrèche. “Voor deze film had ik wel een verhaal in gedachten, en niet meer alleen een beeld. Ik heb dan ook ervaren dat filmen een veel langer en moeilijker proces is dan fotograferen. En dat zeg ik over een film van vijf minuten! Ik kan me niet voorstellen hoe het is om een film van twee uur te maken”, stelt Prager. In haar laatste show is Prager qua fotografie ook een ander pad op gegaan. Voor Compulsion liet de fotograaf zich inspireren door de media en het nieuws. “Ik wilde dat de beelden minder intiem zouden worden dan mijn eerdere werk. De scènes zijn gebaseerd op willekeurige nieuwsartikelen over mensen die ik niet kon helpen, mensen

die ik nooit zou ontmoeten”, legt de fotograaf uit. Ook heeft ze een serie close-up foto’s van ogen ontwikkeld. “Het oog is een representatie van een toeschouwer van een ongeluk. Uit een oog kun je zoveel emoties lezen. The eyes are the windows of the soul, toch?” Prager liet zich voor deze serie inspireren door het surrealisme, wat goed terug te zien is in de tentoon­ stelling. “Mijn zus, Vanessa Prager, is surrealistisch schilder. Haar werk is compleet anders dan dat van mij, want ze gebruikt felle, psychedelische kleuren”, vertelt Prager. Toch hebben de zussen een soortgelijk werkproces; Vanessa schildert een scenario dat zich in haar hoofd afspeelt op dezelfde manier als Alex fotografeert. Prager werkt graag samen met haar jongere zusje. Voor The New York Times maakte ze een korte film met Ryan Gosling in de hoofdrol. Daarin stapt de acteur uit een schilderij van Vanessa. “Het schilderij van Gosling komt als het ware tot leven. Hij is erg gepassioneerd over zijn werk en was superenthousiast over dit project. Hij bleef veel langer dan afgesproken om meerdere ideeën

29

uit te proberen. Heel vervelend!”, grapt de fotograaf. Prager hoopt nog veel meer met haar zus samen te werken in de toekomst, maar hier zijn nog geen concrete plannen voor. “Ik ben helemaal leeg op dit moment”, geeft ze toe. Dat is niet vreemd, gezien het feit dat Compulsion de afgelopen twee maanden in L.A., New York en Londen geëxposeerd werd. “Ik moet mezelf weer bij elkaar rapen na al het reizen en harde werken. Ik heb geen idee wat er op mijn pad komt.” Met een portfolio als dat van Prager zullen dit ongetwijfeld bijzondere dingen zijn. Wij kunnen haar werk in ieder geval bewonderen in Foam, waar de Californische onlangs ook de Foam Paul Huf Award won. www.alexprager.com www.foam.org 31 augustus t/m 14 oktober 2012

Gc Interview


Door Danielle Hielckert Fotografie: Paul Scala

Styling: Sonny Groo Haar: Tom Berry voor Bumble and bumble Make-up: Lucy Bridge voor Yves Saint Laurent—Jed Root Manicure: Gina Hadden voor Opi—LMC Worldwide Assistenten fotografie: Wikkie Hermkens en Craig Teunissen Assistent styling: Anna Wagner Assistent make-up: Charli Avery Met dank aan: ProVision Studios en ProVision Lighting


Jessie Ware Haar stem is zwoel, tergend en haar verschijning is even onweerstaanbaar. Als een echte diva, intimiderend en een tikkeltje arrogant, verleidt ze in de videoclip van Running haar publiek. “Ja, grappig, hè?”, zegt Jessie Ware. “Ik doe gewoon alsof ik Whitney Houston ben. Anders kan ik het ook niet, hoor. Daar ben ik veel te verlegen voor!” 31

Gc Interview


Jessie Ware Vorige pagina Top en rok Hoi Man Cheung, riem en oorbellen Chanel Deze pagina Jurk Stella McCartney, armband Chanel

In haar jeugd was muziek iets om bij weg te dromen en te ontsnappen naar een fantasiewereld. “Mijn moeder en ik keken altijd musicals. Ik heb Grease zó vaak gezien. Superromantisch! Muziek heeft echt iets poëtisch voor mij.” Jessie zong graag en speelde ook piano, maar omdat ze haar piano­ leraar niet leuk vond, stopte ze ermee. Echt serieus is ze dan ook niet bezig geweest met een muzikale carrière. Ze vond zichzelf er niet goed genoeg voor en ging journalistiek studeren. “Ik zat wel bij een musicalgroepje, maar ik dacht gewoon niet dat het ging gebeuren. Ik focuste me dus op mijn cijfers. Ik had het weggestopt, want ik zag mezelf niet als een zangeres. Dus zat ik bij de glee club”, knipoogt ze. Ook Jack Peňate zat bij het klasje en nadat Jessie was afgestudeerd, vroeg hij haar om als achtergrond­ zangeres mee te touren. Dat deed ze als een vriendendienst en vanaf dat moment ging het snel. Door met Jack Peňate mee te gaan, kreeg ze meer zelfvertrouwen. Door haar samenwerking met SBTRKT kwam ze vervolgens op de juiste plek terecht. “Als achtergrondzangeres zing je andermans liedjes. En hoewel ik dat met veel liefde voor Jack heb gedaan, kwam ik er door zelf te experimenteren met muziek achter dat ik meer elementen uit de R&B, soul en electro wilde aan­ halen.” Bij SBTRKT kreeg ze de vrijheid

om binnen zijn postdubstep sound haar eigen stijl te ontdekken, en koerst dan steeds meer richting melodieuze soul. Daarnaast laat ze zich ook erg inspireren door de jaren 80. “Ik groeide op met Gloria Estefan en Annie Lennox op de radio. And I love, love, love Mariah Carey. Haar deed ik na als ik voor de spiegel stond te zingen,” vertelt de zangeres. Op het album Devotions brengt ze deze muzikale liefdes samen. “Het album gaat over de verschillende relaties die je met mensen hebt. Met je familie, met de vriendje en je beste vriendin. Maar het gaat ook over het ontdekken van het maken van een album zelf.” Vooral het schrijven van teksten vond ze in het begin erg moeilijk, en daarom liet ze producer Julio Bashmore het nummer 110% voor haar schrijven. Het nummer gaat niet over haar, maar ze kon zich er wel mee identificeren. Dit maakte het makkelijker voor haar om zelf te gaan schrijven. De nummers op het album zijn uiteindelijk allemaal erg persoonlijk geworden. “Ik voel elk nummer, voor mij zijn ze tijdloos.” Ze was wel bang dat ze mensen zou kwetsen met haar teksten. Juist omdat ze zo persoonlijk zijn. Maar tijdens het schrijven heeft ze dit los kunnen laten. “Uiteindelijk moet je gewoon fearless zijn en op je instinct vertrouwen. Dat is wat ik hiervan heb geleerd. Maak iets waar je trots op

bent. Het was voor mij belangrijk om over elk liedje gepassioneerd te zijn en geen compromissen te sluiten. Om precies te maken wat ik wilde, zodat ik ervan zou houden”, legt ze uit. In videoclip Wildest Moments is Jessie drie minuten lang close-up in beeld. “Na mijn vorige video’s 110% en Running wilde ik niet dat mensen dachten dat ik all about Vogueing was. Ik draag echt niet altijd zoveel make-up. Ik ben ook maar een gewoon meisje. En Wildest Moment is voor mij een groots liedje. Ik wilde dat het stijlvol was, en natuurlijk. Het is zo makkelijk om alle stukjes uit te kiezen waarin ik er mooi uitzie, en de rest eruit te laten knippen. Maar ik wilde mezelf in deze video juist écht laten zien. Net zo puur als het nummer is”, vertelt de brunette. Hoe ze eruit ziet is voor haar vooral belangrijk op het podium. Als ze er goed uitziet, dan voelt ze zich alsof ze alles aankan en beter kan performen “Ik kan er een sfeer mee creëren. Bijvoorbeeld als ik grote schoudervullingen draag of juist iets schattigs, helpt dat mij om in de mood te komen. Thuis wil ik er ook leuk uitzien, maar als zangeres moet het knallen.” Ze kreeg hierbij van verschillende kanten hulp. “Ik heb speciale wimpers”, zegt ze quasi-serieus. Mijn make-up artiest deed vroeger Björk en vond dat ik ook iets aparts moest hebben. Nu heb ik dus een soort van halve wimpers”, lacht ze. Maar het

32

belangrijkste voor Jessie blijft dat de mensen die naar haar kijken, haar aardig vinden. En classy. In januari dit jaar had Jessie haar eerste optreden tijdens Eurosonic. Daar stond ze nog heel zenuwachtig en rende zo snel mogelijk het podium af. “Ja, ik weet gewoon nog niet zo goed hoe ik met het publiek moet omgaan. Moet ik grappig zijn of juist niets zeggen? Straks zeg ik iets stoms! Maar ik leer steeds meer. Ik ken mijn nummers natuurlijk, maar het is zo anders op het podium nu ik geen achtergrondzangeres meer ben. Iedereen kijkt nu naar mij.” In de toekomst hoopt ze nog wel vaak samen te werken met andere artiesten, want dat heeft haar gebracht waar ze nu is. “Ik zou nu alleen niet weten met wie. Ik ben zo gefocust op wat er allemaal gebeurt.” In ieder geval heeft Joe Goddard van Hot Chip bij haar aan­ geklopt met de vraag of hij haar mentor mag zijn voor een speciaal project in samenwerking met Bacardi. “Daar heb ik echt zin in. Hij gaat ook een remix maken van een van mijn nummers. Hij is zo wicked!”, zegt ze enthousiast. Alles gaat heel snel en Jessie hoopt ook tijd te hebben om gewoon te kunnen genieten. “Ik wil daar graag mee beginnen, want ik ben eigenlijk alleen maar bezorgd geweest. Daarna wil ik de rest van de wereld over.” www.jessieware.com


Top Wolford, broek Guy Laroche, schoenen Steve Madden


Door Natasja Admiraal Fotografie: Jouke Bos—Witman Kleipool

Styling: Venus Waterman—Eric Elenbaas Haar: Hester Wernert voor Sebastien—House of Orange Make-up: Liselotte van Saarloos voor Laura Mercier—House of Orange Model: Iris P—Code Model Management Assistent fotografie: Thomas Born Assistent styling: Nijnke van Willigenberg Met dank aan: Studio Witman Kleipool Alle kleding: Felipe Oliveira Baptista autumn/winter 2012

Felipe Oliveira Baptista

34


Aan de vooravond van de Olympische Spelen sprak Glamcult de Portugese ontwerper met de prachtige naam Felipe Oliveira Baptista over de esthetiek van sportswear, fietsen door Parijs en zijn obsessie voor het maken van boeken. “Een collectie maken is een geweldig goed excuus om nieuwe dingen te leren.� 35

Gc Interview


Felipe Oliveira Baptista

Min of meer bij toeval belandde hij in de mode. Dat kwam zo: een jaar lang deed hij zo’n beetje alles wat je maar kunt bedenken op creatief gebied. Tot het besef kwam dat met mode eigen­l ijk al die disciplines samenkomen: grafische vormgeving, tekenen, fotografie en architectuur. Ook de snelheid van de modewereld sprak Felipe Oliveira Baptista aan. “Ik zou beslist niet zes jaar aan hetzelfde project kunnen werken”, bekent hij. Een studie Fashion Design aan Kingston University in Londen en vele prijzen verder, heeft de ontwerper inmiddels een cv waar je U tegen zegt. Zo werkte hij voor Max Mara, Christophe Lemaire en Cerruti, en startte in 2003 zijn eigen label. Zijn precisie en semi-architec­ tonische manier van werken zorgden ervoor dat hij werd toegelaten tot de Chambre Syndicale de la Haute Couture—die de regels vastlegt waar couturehuizen aan moeten voldoen. Toch werkt Baptista niet in de lijn van traditionele couture. Of in ieder geval niet in de zin van luxe, status of rijkdom. Hij is meer geïnteresseerd in de constructie van kleding. Kleur speelt een sleutelrol in zijn werk, maar vaak wel gemixt met neutralere tinten. Zelf vindt Baptista het altijd lastig om zijn stijl te

omschrijven. “Je vervalt al snel in clichés”, stelt hij. “Natuurlijk kun je bepaalde woorden aan mijn werk verbinden. Het is architectonisch, clean en conceptmatig. Maar het eindresultaat moet wel altijd aantrekkelijk en draagbaar zijn. Elegant—maar dat is ook weer zo’n gevaarlijk woord. Het wordt vaak geassocieerd met klassiek. Voor mij heeft het meer te maken met natuurlijke elegantie. Sommige vrouwen hebben dat. Types die geen avondjurk nodig hebben, maar er net zo geweldig uitzien in jeans en simpel T-shirt.” In augustus 2010 werd Baptista aangesteld als creative director bij Lacoste. Zijn eerste herinnering aan het merk is een navyblauwe polo met de bekende krokodil erop, die hij op 8-­j arige leeftijd van zijn moeder kreeg. Lacoste heeft volgens de ontwerper een sterk verhaal en een duidelijk DNA. “Ik probeer zo dicht mogelijk bij de wortels van het merk te blijven, maar heb een meer urban kijk op sport- en vrijetijdskleding. De grootste uitdaging in mijn baan bij Lacoste is dat ik zowel bij de collecties als bij de internationale campagnes betrokken ben. En zie daar maar eens een goede samenhang in te krijgen met zoveel verschillende teams op vrijwel ieder continent!

Ja, ik was verrast over de omvang van het bedrijf; alleen al in mijn studio zijn 30 mensen werkzaam.” Hoe anders is dat bij zijn eigen label, waar het creatieve team slechts uit twee man bestaat: Baptista en een assistent. Zijn vrouw is verantwoordelijk voor het zakelijke gedeelte van het bedrijf. Samen hebben ze twee zoontjes van vijf en acht jaar. Dat Baptista een overvolle agenda heeft, zal niemand verbazen. Dagen zijn vooral gevuld met meetings en zijn werkweek wordt volledig van tevoren georganiseerd. Op maandagochtend weet hij al precies hoe de rest van de week eruit ziet, dat is de enige manier waarop het kan werken. Sinds hij bij Lacoste werkzaam is, werkt Baptista in plaats van vijf, nog maar twee dagen in de week aan zijn eigen label. Pas op de plaats maken, was de enige oplossing. Zijn accessoirelijn staat on hold en ook trok hij tijdelijk de stekker uit zijn tweede lijn. Concentratie, dat is wat hij nodig heeft. “Ik wil alles altijd van A tot Z kunnen uitwerken. En helaas zit er een limiet aan wat je kunt doen. Gelukkig begin ik nu een balans te vinden in mijn werkritme. Op tijd pauzeren, eten en ademhalen, dat is het belangrijkste! Toch hoor je mij niet klagen over de drukte. Zeker,

36

ontwerpen is zwaar in fysieke zin, maar minstens zo stimulerend. Dit is waar ik het allemaal voor doe”, vertelt de ontwerper. Gemiddeld heeft Baptista een maand de tijd om een concept voor een nieuwe collectie op poten te zetten. Vormen ontstaan al in een vroeg stadium, gevolgd door kleur en mate­r iaal. Hij is altijd op zoek naar een interessante dialoog. Zijn werkwijze is instinctief, het moet geen routine worden. “Voor iedere collectie die ik maak, verzamel ik foto’s en motieven op de computer, die ik later verwerk tot collages. Storyboards maken de communicatie over een collectie een stuk makkelijker, zeker als je in een team werkt. Ik schrijf en fotografeer veel. Ik heb standaard een kladblok en een klein cameraatje in mijn tas zitten. Als de collectie af is, bundel ik al deze inspiratiebeelden. Boeken maken is een soort obsessie voor me geworden”, legt hij uit. De boeken hebben allemaal min of meer dezelfde lay-out, meer dan 100 heeft hij er ver­ zameld in de afgelopen vijftien jaar. Al bladerend komt hij dingen tegen die hij anders zou zijn vergeten. Ideeën die nooit goed werden uitgewerkt, pakt hij soms na zeven jaar weer op. “Het geheugen zit interessant in elkaar. Vraagstukken keren terug zonder dat


Felipe Oliveira Baptista

37

Gc Interview


Felipe Oliveira Baptista je er erg in hebt. Daarom zijn die boeken zo belangrijk voor me. Veel meer nog dan showvideo’s en lookbooks.” Helaas bestaat er van deze bijzondere boekenverzameling van elk maar één exemplaar, en blijven ze voorlopig slechts voor eigen gebruik. Afgelopen zomer werd de belangstelling voor sportswear flink aangewakkerd door de Olympische Spelen. Voor Lacoste een goede timing (het merk opende in Londen hun grootste flagship store aller tijden), maar voor Baptista was dat om het even. “Functionele kleding heeft me altijd al gefascineerd—van sportswear tot militaire uniformen. Dat er nu veel aandacht voor is, maakt het voor mij niet per se moeilijker om een onderscheidende collectie te presenteren. Met trends houd ik me zelden bezig, dat is vooral een middel om veel magazines te verkopen! Wat me wel opvalt, is dat mensen zich steeds comfortabeler gaan kleden. Het lijkt iedere dag wel Casual Friday.” Aan sport doet de ontwerper niet, hoewel hij wel sportief is aangelegd. Het eerste wat hij deed toen hij naar Parijs verhuisde, was een fiets kopen. “Ik zag al die depressieve gezichten in de metro en dacht: ‘Daar wil ik niet bij horen.’ Nu doe ik alles op de fiets. Het houdt me in shape. Hard­ lopen doe ik ook geregeld, dat ervaar ik als een soort therapie”, vertelt Baptista.

Zijn studio in Parijs is centraal gelegen tussen het operagebouw en Place de la Republique in. “De studio van Lacoste, mijn eigen studio en mijn woonhuis bevinden zich in een driehoek op steenworp afstand van elkaar. Ik kan dus zo op de fiets springen om even iets te checken. Wat een luxe! Het centrum van Parijs is relatief klein; de meeste leuke restaurantjes, vlooienmarkten, galeries en musea zijn op loopafstand. Mijn vrije dag besteed ik het liefst aan alledaagse dingen. Een tentoonstelling bezoeken of tijd doorbrengen met vrienden. Ik houd ook van reizen, want soms moet ik gewoon even ontsnappen aan de drukte van Parijs, en mijn hoofd leegmaken.” Vrijheid—dat was ook het startpunt van zijn spring/summer 2012 col­ lectie. Vrijheid in de ruimste zin van het woord, van de Arabische lente en het begin van de zomer tot zijn dankbaarheid voor het feit dat hij kan doen wat hij het liefst doet (“Ik beschouw dat niet als een vanzelfsprekendheid”). Al deze associaties met het thema brachten hem op het idee van kledingstukken die je kunt transformeren met behulp van ritsen, die op kleurrijke wijze werkelijk overal opduiken. Dwars over de mouwen, kronkelend over de benen en in luchtige jurken van ultrafijne parachutestoffen. Sommige ontwerpen kunnen groter of kleiner gemaakt worden,

op verschillende manieren worden gedragen of zijn voorzien van zakken op onverwachte plekken. Een collectie vol technische verrassingen. “Ik droom vaak over skydiven. Mijn ouders hebben dat gedaan toen ze jong waren, en ooit wil ik zelf ook een sprong wagen.” Na het sky dive-thema koos Baptista voor autumn/winter 2012 juist het omgekeerde uitgangspunt: under dive. Het onderzeese en het ondergrondse vormden de inspiratie voor een collectie, waarin alles draait om contrast. Raglanjassen met rechthoekige silhouetten in wol en glanzend leer, patchworkbroeken van leer met jersey, waarvan de lagen onorthodox gelijmd werden, en geometrische zebraprints die refereren aan de pop- en punkcultuur van de jaren 80. De collectie zit knap in elkaar. Zeker als je weet dat de ontwerper voor sommige items leer van handtasdikte gebruikte, en er toch in slaagde hiermee een vrouwelijk beeld neer te zetten. Na afloop van de show vertelde de ontwerper backstage aan de pers dat hij het spannend vindt om ieder seizoen met een blanco pagina te beginnen. “Tijdens het ontwerpen van deze collectie was ik in de ban van de harde lijnen van communistische architectuur. Eerder liet ik me inspireren door dans en omdat ik daar weinig vanaf wist, verdiepte ik me in uiteenlopende danssoorten: van de

38

Ballets Russes en de klassieke beelden van Degas tot strippers en gogodansers. Een collectie ontwikkelen, is een ge­ weldig goed excuus om nieuwe dingen te leren.” Onlangs kwam Baptista een copycat op het spoor. Een kennis wees hem op deze ‘ontwerper’ uit Thailand, die zich niet zomaar door zijn collecties liet inspireren, maar verschillende ­o ntwerpen schaamteloos en in exact dezelfde kleurstellingen kopieerde. De jongeman (nog geen 30 jaar) gooide in eigen land nota bene hoge ogen met zijn label. “Een bizarre gewaarwording dat iemand zich aan de andere kant van de planeet hiermee bezighoudt. Wie wil zich nu profileren als ontwerper met een gestolen collectie?”, vraagt de Parijzenaar zich af. De fake ontwerper staakte zijn praktijken overigens per ­d irect, toen hij via internet stromen ­b erichten ontving van trouwe Felipe Oliveira Baptista-fans. En ondanks dat zij op zijn Facebookpagina schreven: “Imitation is the sincerest form of flattery”, is dit voor Baptista een hele opluchting. Inmiddels is hij alweer bezig met de voorbereidingen voor een interessant nieuw project voor volgend jaar. Veel kan hij er nog niet over kwijt, behalve dat het in het teken zal staan van het 10-jarig bestaan van zijn label. www.felipeoliveirabaptista.com


Felipe Oliveira Baptista

39

Gc Interview


Door Sophie Bargmann Fotografie: Etienne Tordoir Alle kleding: Jean-Paul Lespagnard autumn/winter 2012

Jean——Paul

Lespagnard

40


Jean-Paul Lespagnard Brusselaar Jean-Paul Lespagnard liet zich voor zijn nieuwste kleding­ collectie I See ’Em inspireren door zijn grootste angst: monsters. Voor het eerst alleen op reis bezocht hij de Schotse Hooglanden om de sporen van het monster van Loch Ness te onderzoeken. Deze persoonlijke overwinning vertaalt zich in een volwassen collectie van lange gewaden, Schotse ruiten en oversized truien met vrouwelijke, stoere silhouetten.

De titel van Lespagnards autumn/winter 2012 collectie slaat op de zoektocht naar zijn innerlijke monsters. “Ook al ziet niemand mijn monsters, I see ‘em!”, legt de ontwerper uit. Voor deze queeste besloot hij de Schotse Hooglanden te verkennen. “Ik was voorheen bang voor twee dingen in het leven: monsters en alleen zijn. Ik ben een enorm sociaal persoon dus het was een grote drempel voor mij om alleen naar Schotland te gaan. Achteraf gezien is deze ervaring zeer verrijkend geweest. Ik heb een soort innerlijke rust gevonden, die goed in mijn collectie is terug te zien. Sommigen noemen het een volwassen collectie, ikzelf noem het harmonieus”, stelt Lespagnard. Omdat de collectie over monsters gaat, wilde de Brusselaar ontwerpen maken die bescherming uitstralen. “Ik heb gezocht naar materiaal dat er zwaar en warm uitziet, maar licht valt. De mix van ruwe en zachte stoffen geven speelsheid aan de ontwerpen, net als de combinatie van verschillende prints.” Naast Schotse prints bevat de collectie ook stukken met gestippelde prints. Hiermee verwijst Lespagnard naar de kunstenaar Roy Liechtenstein, want popart en popcultuur zijn een grote inspiratiebron voor zijn werk. Ook is het surrealisme een stroming die de ontwerper in zijn collecties integreert. “Ik vind het leuk om geheime boodschappen in mijn shows te verwerken. Wanneer je een bril met rode glazen op doet, veranderen de bloemenprints in octopussen!”, verklapt de ontwerper over zijn laatste collectie. De kleuren in de ontwerpen verwijzen naar het Schotse klimaat. Grijs doet denken aan

de lucht, groen aan de kale vlaktes en geel aan de zonnestralen. Hoewel hij zich laat inspireren door monsters, wil Lespagnard juist geluk en blijdschap overbrengen met zijn werk. “Ik maak ontwerpen die tijdloos zijn en bovendien niet gebonden zijn aan een bepaalde leeftijd. Er is immers geen leeftijd verbonden aan geluk.” Belgische modeontwerpers staan erom bekend niet mee te gaan met trends. “Wij ontwerpen niet voor één seizoen, maar hechten meer waarde aan persoonlijke stijl en de representatie hiervan”, beaamt Lespagnard, die zijn persoonlijke ervaringen als startpunt voor zijn werk neemt, en zich niet laat leiden door andere modeontwerpers. “Ik bekijk veel shows, maar probeer deze gelijk weer te vergeten. Als ik inspiratie uit modeshows haal, doe ik dit door op gebreken te letten. Deze vul ik vervolgens op mijn manier aan”, legt de Brusselaar uit. Liever laat hij zich door kunst inspireren. Een kunstenaar die grote invloed heeft op zijn werk is Wim Delvoye, die vooral bekend staat om de varkenshuiden die hij tatoeëert. “We hebben samen het ontwerp gemaakt voor de tatoeage op mijn boven­ arm. Delvoye is een van mijn helden. Als ik prints ontwerp, houd ik zijn werk altijd in de gaten.” Lespagnard laat zijn tattoo zien: een indrukwekkend ontwerp van twee gekruiste vorken, een olie-en-azijnstel, een pepermolen, een zoutvaatje en een vliegende engel. Hij vertelt dat hij een aantal jaar geleden zelf ook in een tattooshop in Luik werkte. “Ik heb zelf nooit getatoeëerd, hoor. Mijn werk bestond uit het stimu­

leren van klanten om een persoonlijk ontwerp uit te kiezen. Het grootste gedeelte van de mensen wil een kopie van een tatoeage die ze op iemand anders hebben gezien, of iets dergelijks als een stripfiguur. Ik wilde deze mensen overhalen om dit niet te doen, opdat ze achteraf geen spijt zouden krijgen van hun keuze”, legt hij uit. Lespagnard deed dit werk naast zijn studie visuele kunst aan het Château Massart in Luik. Hij volgde hiernaast een avondcursus mode. Al sinds hij zich kan herinneren wilde Lespagnard echter modeont­ werper worden. “Toen ik zes jaar werd, vroeg ik om mijn eerste naaimachine. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur en ik speelde altijd in zijn garage. Dan maakte ik korsetten van binnenbanden voor mijn zusjes”, vertelt de ontwerper. Deze herinnering heeft Lespagnard verwerkt in zijn vorige collectie I Could Be Yours, waarbij de ontwerpen door car tuning geïnspireerd zijn. Hier kwam heel wat technische vaardigheid bij kijken, vooral door de automaterialen die hij in de ontwerpen heeft verwerkt. Lespagnard hecht veel waarde aan de presentatie van zijn werk. “Wanneer ik aan een collectie werk, bedenk ik eerst hoe ik deze wil presenteren. De combinatie van kunst en mode is hierbij vanzelfsprekend voor mij”, legt de designer uit. “Het decor, de muziek, de manier waarop de kleding beweegt op de catwalk; het geheel maakt het tot kunst.” Naast modeontwerpen maakt Lespagnard ook kostuums voor verschillende dans- en theatergezelschappen. In tegenstelling tot het ontwerpen van eigen collecties was dit nooit zijn droom

41

of ambitie. Tijdens zijn kunststudie kwam hij in contact met verschillende disci­­­ plines, zo ook dans en theater. Hier groeide zijn fascinatie voor kostumeren. “Als ik kostuums ontwerp, werk ik meer vanuit de kunst. In de mode-industrie ligt de focus vooral op draagbaarheid, waardoor ik minder vrijheid in het ontwerpen heb. Tijdens het ontwerpen van kostuums hoef ik hier niet over na te denken”, vertelt Lespagnard. Het is de mix van deze twee ontwerpfuncties die hij zo interessant vindt. “Ik haal in­s pi­ ratie uit mijn kostuums voor mijn eigen collecties en andersom”. Momenteel is Lespagnard druk bezig met zijn spring/ summer 2013 collectie die hij in september showt tijdens Paris Fashion Week. En naast dit alles geeft hij workshops aan kinderen en werkt met mensen met een verstandelijke beperking. Deze ervaringen voeden, naar eigen zeggen, zijn inspiratieproces en hemzelf als persoon. Een veelzijdig talent kunnen we de ontwerper dus wel noemen. www.jeanpaullespagnard.com

Gc Interview


Door Danielle Hielckert Fotografie: Marco van Rijt

P A $ A

Rocky

42


A$AP Rocky “Vrouwen en problemen—dat is het enige wat roem je brengt. Maar ja, dat is eigenlijk hetzelfde.” A$AP Rocky, bestempeld als hét nieuwe raptalent en mode-icoon, weet nog niet helemaal welke kant hij op wil. Enerzijds laat hij zijn zachte kant zien als liefje van Lana Del Rey in haar nieuwste videoclip. Maar ondertussen heeft hij dezelfde streken als alle jonge rappers die kennismaken met de wereld van roem. Alsof hij nog steeds een gangster is.

A$AP Rocky, oftewel Rakim Mayers, groeide op in Harlem in New York. Doordat zijn vader in de gevangenis terechtkwam wegens het dealen van drugs, belandde Rocky rond zijn twaalf­ de met zijn moeder in verschillende ­o pvanghuizen. Zijn oudere broer—die Rocky’s muzikale talent ontdekte en hem al vanaf zijn achtste stimuleerde om te rappen—werd vlak daarna dood­ geschoten. In plaats van af te glijden, haal­d e Rocky juist hieruit de kracht om zich een weg te banen uit de gedoemde toekomst die zijn lot leek. “Ik was ­a ltijd al een cocky asshole! Nee, grapje, maar ik had altijd wel veel zelfvertrouwen. En ik wist dat muziek mijn talent was. En mijn only way out.” Het afgelopen jaar werd Rocky vaak genoemd als aanstormend talent. Artiesten als Usher en Drake staan in de rij om met hem samen te werken. Maar wat maakt hem dan beter dan al die ­a ndere jonge raptalenten? “I just am! No questionmark”, legt hij uit. Samen met jongens uit de hood, die hij al zijn leven lang kent, vormt hij de A$AP Mob: een hiphopcollectief met rappers, designers en producers. Een groep creatievelingen met een dubieuze naam. Want waar to Accumulate Status And Power nog ambitieus klinkt, roept Assassinating Snitches And Police toch wel vraagtekens op. Volgens Rocky kunnen we het beter in het midden laten met: Acronym Symbolizing Any Purpose. Hoewel Rocky tijdens het gesprek charmant is, is hij echt niet het lieverdje dat hij soms lijkt. Het interview vindt plaats in The Bulldog in Amsterdam, wat op zich natuurlijk redelijk onschuldig is. Zo ziet Rocky het in ieder geval wel, want: “Roken is slecht voor je, blowen niet. Dat is juist goed voor je keel.” Maar net als zijn vader kent de muzikant een verleden van geweld en dealen. Wel heeft hij al heel vaak geprobeerd om met drugs te stoppen. “Ik gebruik het al zo lang, soms meer dan anders. Maar ik blijf verslaafd aan purple drank.” Voor degenen die niet precies weten wat dat is: purple drank is een soort

hoestsiroop gemixt met frisdrank. En als drug heel populair in de Amerikaanse hiphopscene. Rocky maakt een zoemend geluid en doet een vliegtuig na om te beschrijven wat het gevoel is dat je ervan krijgt. Hij vindt het erg relaxed. Niet voor niets schreef hij er het nummer Purple Swag over. Na zijn eerste single Peso, die in de zomer van 2011 New York veroverde, was dit het nummer dat het ­b egin van de hype rondom Rocky startte. In de blogosfeer werd hij opgepikt omdat zijn raps aangenaam wegluisteren, maar vooral omdat zijn video’s er zo stylish verantwoord uitzien. Rocky ­regisseert al zijn eigen video’s. “Ik heb daar een passie voor. I have a wild ­v ision, and once I tap into that, it’s on. Ik schrijf en visualiseer altijd tegelijkertijd”, legt hij uit. Om het plaatje af te maken heeft Rocky een kledingstijl die anders is dan we gewend zijn van rappers. “Alle hipsters kennen me. Ik was zelf ook een soort hipster; soms was ik blut en dronk ik alleen goedkoop bier, rookte shitty weed en recyclede ik mijn kleding. Het enige verschil was dat ik mezelf wel waste”, lacht hij. Met de zin “I be that pretty mother­ fucker”—zijn signature uitspraak—­ refereert hij aan de titel van Most Stylish New Yorker, waartoe hij onlangs door het magazine Complex werd uitgeroepen. “Maar dat ben ik ook. Ik mix high end mode met streetwear. Ik heb niet één favoriete ontwerper, maar draag graag ontwerpen van onder andere Alexander Wang, Rick Owens en ­G ivenchy. Ik draag nu trouwens hetzelfde als dat ik vroeger deed. Ik spaarde ­g ewoon al mijn geld op, voordat ik wat kocht. Of ik liet het door vriendinnetjes kopen. Ik had toen veel vriendinnetjes”, lacht hij. Maar nu alles in zijn leven de juiste kant op lijkt te gaan, wil Rocky echt veranderen. “Ik wil geen player meer zijn, ik wil niet meer zoveel vrouwen ­tegelijk. Ik doe echt mijn best.” Geruchten gingen rond dat er iets zou zijn tussen Rocky en Lana Del Rey. “Wie heeft je dat verteld? Ik vind haar heel sexy, maar we zijn gewoon vrienden.

En we bewonderen elkaar op muzikaal gebied. Daarom speel ik ook als haar vriendje mee in haar videoclip voor National Anthem.” Lana zong op haar beurt samen met Rocky een nummer op een mixtape van The Kick Drums. Het nummer heette eerst Ridin, vlak erna veranderde Rocky het in My Bitch, maar blijkbaar was hij er nog steeds niet tevreden over. Onlangs zei hij hierover op twitter: “That Ridin song with me n Lana iz not my real lyrics, that waz a reference. The Kick Drums can suck my dick!!!!” Hij vindt zelf niet dat hij een ruziezoeker is. Taferelen zoals die tussen Chris Brown en Drake ziet hij niet zitten. “Nu ik beroemder ben, heb ik opeens wel meer vijanden. But I’ll fuck them up”, zegt Rocky. Even voor de duidelijkheid, deze houding heeft dus niets met gangster zijn te maken. “Alleen omdat ik ­g ewelddadig kan worden, ben ik nog geen gangster. Dat maakt me gewoon een mens. Het maakt me niet uit als ik daardoor in de problemen kom. Dat is juist mijn bedoeling! Ik ben pas 23”, ­vervolgt hij. Ambitieus als Rocky is, heeft hij dit doel onlangs bereikt. In juli werd hij voor het eerst sinds zijn bekendheid opgepakt. Hij viel twee mensen aan die foto’s van hem maakten, terwijl hij ruzie had met een derde persoon. Een van zijn slachtoffers belandde zelfs in het ziekenhuis, waarvoor Rocky zal worden ­a angeklaagd.

43

You could call me Billy Gates, got a crib in every state Man on the moon, got a condo out in space Open up your legs, tell me how it taste And them niggas talkin’ shit so tell them “tell it to my face” Tell that bitch, hop up on my dick, rolled up on her quick In a six, told her suck the dick, motorboat her tits I’m the shit, niggas mad cause I’m smooth puffin’ zig zags Tell ‘em quit the riff raff bitchin’ with yo bitch ass

Rocky’s teksten doen qua grofheid niet onder voor die van andere rappers, maar het is niet zijn bedoeling om met het album Long.Live.A$AP te choqueren. Het succes van het album ligt volgens hem in het feit dat: “People can vibe to it. Relate to it. They can boogie to it.” Met het album wil hij laten zien dat hij hier voor altijd is. “Ik markeer er mijn ­territorium mee. Long live A$AP forever. Ik wil invloed hebben op de geschiedenis van rap, en volgens mij heb ik dat al.” De sound is mellow en erg melodieus. “Ik heb geleerd om de belangrijke ­e lementen van hiphop te manifesteren. Ik houd van verschillende soorten muziek, stijlen en artiesten en het is me gelukt om alle dingen die me inspireren te combineren en er mijn eigen stijl van te maken. Dat is de essentie van hiphop.” In de toekomst zou hij graag nog meer willen experimenteren met zijn sound, en met een band als MGMT willen samenwerken. “Ik zou dat heel graag willen doen. Zij weten alleen waarschijnlijk niet eens dat ik besta! Toen ik een show had in Parijs is Daft Punk naar mijn optreden komen kijken. Zij willen nu dus met me samenwerken. Hoe swag is dat?!” Hoewel de wereld aan zijn voeten lijkt te liggen—en Rocky niet erg bescheiden is—probeert hij alles wel nuchter te bekijken. “Ik wil me beter kunnen concentreren. I’m cutting down on the women, the liquor and the drugs. Ik ben nog niet succesvol genoeg. Ik ben verder dan vorig jaar, en dat waardeer ik, maar ik ben een perfectionist en er is nog veel dat ik moet doen. Ik wil mensen ­i nspireren en mijn stempel achterlaten. Long jeopardy.” www.longliveasap.com

Gc Interview


FOR MORE INFORMATION PLEASE CHECK: WWW.PARADISO.NL OR DOWNLOAD THE PARADISO IPHONE APP


Door Sander van Dalsum Fotografie: Fiona Garden

AlunaGeorge De eenvoud van de naam die Aluna en George hun project hebben geschonken, definieert op geen enkele manier hun muziek. Hun eerste EP You Know You Like It is vriendelijke genoeg voor de radio, maar ontbreekt niet aan eigenaardigheid. Wat schuilt er achter deze volmaakte popformule?

Op een grauwe Amsterdamse dag gaat de telefoon over—een uitgaand gesprek naar Londen, waar iedereen van een van de weinige zomerse dagen geniet. Wanneer Aluna en George opnemen, bevinden ze zich in de studio om de finishing touches aan te brengen op hun aankomende album. Hoe dit debuut gaat klinken, weten ze zelf ook nog niet helemaal zeker. “We hebben verschillende dingen geprobeerd: wat uptempo spul en slow jams. Het is relatief anders dan wat we voorheen gedaan hebben”, zegt George. Het verschil tussen een EP structureren en een langspeler produceren is volgens Aluna groot. “De puntjes verbinden en een aaneensluitend gevoel creëren, is het moeilijkste proces.” Een debuutplaat uitbrengen is een grote stap voor een duo dat elkaar amper twee jaar kent. Vooral met zoveel aandacht en interesse van grote platenmaatschappijen. In zeer korte tijd zorgde de muziek van AlunaGeorge voor een hardnekkige blog buzz. Via Myspace kwamen de Britten in contact. George remixte een track van Aluna’s oude band en de samenwerking bleek te soepel te verlopen om het daarbij te laten. Inmiddels is dit social medium zo goed als doodverklaard, maar daar blijken de twee niet emotioneel over. “Die ontknoping zat er natuurlijk aan te komen. Mensen wilden gewoon met hun vrienden kletsen en niet door honderd bands per dag—zoals de onze —gespamd worden”, zegt Aluna vol

zelfspot. Zou de band zonder web 2.0 dan nooit gevormd zijn? George denkt toch van wel. “Als Myspace er niet was, waren we hoe dan ook wel tegen elkaar aangebotst.” Gelukkig maar. Inmiddels wonen de twee nog net niet in één huis, zo vaak zien ze elkaar. “We maken momenteel zes dagen per week muziek. Ik denk niet dat er veel mensen zijn die zoveel tijd met elkaar doorbrengen”, zegt Aluna. Wanneer je wat op Google rondhangt en de bandnaam van het tweetal opzoekt, lijkt R&B de sleutelterm. Aluna’s manier van zingen neigt op momenten inderdaad naar Aaliyah’s zwoele stem. En George’ producties tonen veel overeenkomsten met de UKvariant van het genoemde genre. Aluna vertelt echter gemengde gevoelens te hebben over deze benaming. “Onbewust zijn we vast wel geïnspireerd door deze sound en de artiesten die deze muziek maken. We zijn alleen nog nooit een nummer begonnen met de bedoeling om R&B te maken.” Fair enough, maar in welke hoek zouden we dan moeten zoeken als we de grote voorbeelden van het duo willen achterhalen? Aluna weet er wel een paar. “Mijn stem lijkt in geen opzicht op deze dames, maar Fever Ray, CocoRosie en PJ Harvey hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt.” George wordt op zijn beurt veel beïnvloed door de discografie van Warp Records. “De organische composities van Prefuse 73 en heel veel Flying Lotus maken deel uit van mijn

inspiratie. Ik luister heel de dag naar instrumentale hiphop.” Guilty pleasures kennen de Londenaren niet. “Ik houd ook wel van disco en funk, maar waarom zou ik mij daar schuldig over moeten voelen?”, vraagt George. “Soms komt Aluna weleens de studio binnen met het advies dat ik een nieuwe Kelly Clarkson-track moet horen, maar dan doe ik net of ik dat niet hoor”, vervolgt George lachend. Op het eerste gehoor lijken de taken in de studio duidelijk verdeeld. George schrijft een melodie, speelt een baslijn en programmeert een beat. Vervolgens komt Aluna met een tekst, waarmee ze het nummer op haar eigen manier manipuleert. Maar zo ongecompliceerd is een opnamesessie blijkbaar niet. De vrouwelijke helft van de band legt het graag uit: “Als we communiceren, moeten we soms erg ons best doen om elkaar te vertellen wat we in een nummer zoeken. Aan mijn kant eindigt dat vaak in het maken van hysterische boom-tshboom-tsh-boom-tsh-geluiden.” George moet lachen om de imitatie van zijn collega, terwijl Aluna vervolgt: “Als George mij een bepaalde manier van zingen voorstelt, wordt er op de waaaahooooowaaaahooo’s niet bezuinigd.” De speaker van de telefoon begeeft het nagenoeg bij het horen van deze hoge toon. De met elektronica overgoten popabstracties op You Know You Like It zijn een vreemde eend in de bijt in de kast van Tri Angle Records—een label

45

dat berucht is dankzij gitzwarte producers als oOoOO, Balam Acab en Holy Other. Ondanks dit zware contrast voelen de twee zich erg thuis in deze muzikale duisternis. “Onze muziek is op een manier ook donker. De beats zijn verdraaid en de lyrics zijn ook op meerdere manieren te interpreteren. Omdat er geen dikke massa galm op mijn stem zit, klinkt het al snel als pop”, legt Aluna uit. Ook George ziet de gemeenschappelijke esthetiek wel. “Toen de eigenaar van het label, Robin Carolan, ons be­ naderde voor een release waren we dolgelukkig. Het was amazing om te horen dat we de juiste balans tussen pop en het obscure hadden gevonden. We voelden ons meteen welkom.” Met een debuutalbum op komst en uitgebreide tourschema’s in het vizier lijkt het een onnodige vraag: Gaan er binnenkort nog spannende dingen gebeuren voor het duo? George zegt van wel: “We hebben zojuist een track afgemaakt met de uit Glasgow af­ komstige hiphopproducer Rustie. Het nummer heet Afterlife en zal later dit jaar uit­komen.” Blijft er dan nog wel iets over om te fantaseren? Hier heeft Aluna op haar beurt weer antwoord op: “Ik droomde laatst over een trio met Frank Ocean en Grimes—dat zou zo geweldig zijn...” www.alunageorge.com

Gc Interview


Romains muze: kunstenaar Cindy Sherman RA's favoriete designer van het moment Meadham Kirchhoff Tijdelijke expo Inside the Dollhouse van Azusa Itagaki Lees- en lunchgedeelte

Links: Anna Kushnerova, rechts: Romain Brau

Door Ianthe De Boeck Fotografie: Eefje De Coninck en Senne Van der Ven

RA13 Tussen de antieke schatten in de Kloosterstraat in Antwerpen vind je in een herenhuis op nummer 13 de conceptstore RA. Een prachtige locatie voor de permanente winkel van Anna Kushnerova en Romain Brau, waarin je wordt overweldigd door de ene ontdekking na de andere. Naar RA13 gaan is te vergelijken met het paradijselijke gevoel dat Audrey Hepburn had in Breakfast at Tiffany’s.

In het inspirerende lunchgedeelte van de winkel vangen Romain en Dakota (zijn kleine windhond) Glamcult op. Op de achtergrond klinken de electro tunes van Kavinsky. Hij vertelt dat hij Anna vijf jaar geleden leerde kennen aan de modeacademie van Antwerpen en al snel goede vrienden werd. “We hielden van dezelfde ontwerpers, en van elkaars werk en stijl.” Samen droomden ze hardop van een eigen project om de jonge garde van designers een kans te geven. “Inter­ nationaal werden Dries Van Noten en Ann Demeulemeester nog steeds als dé jonge Belgische designers gezien, terwijl er zich al decennia lang een nieuwe scene aan het ontwikkelen was. Wij wilden (en willen) kansen creëren voor beginnende ontwerpers die de ambitie hebben om een eigen label op te richten”, vervolgt Romain. Na jaren van reizen en het ontdekken van steden, kwamen ze met een idee. Met de financiële steun van Anna’s familie en het vertrouwen van de banken openden ze in 2009 een ver­ nieuwende concept store in de zuiverste zin van het woord. In een ruimte van 800m 2 worden mode, design, muziek, kunst en eten gecombineerd. Je kan er wegdromen in de boekencorner, rond­n euzen in een prachtige selectie vintage kleding en genieten van een heerlijke koffie of lunch. Maar Romain en Anna maken voornamelijk het verschil door hun onuitputtelijke inzet voor jonge ontwerpers. Met een aaneenschakeling van food-nights, kunstexpo’s, modeshows en feestjes blazen ze RA13 onophoudelijk nieuw leven in.

46

Het project wekte al snel de interesse van de internationale mode-, muziek- en kunstwereld. In 2010 kregen Anna en Romain de grote eer om te jureren tijdens de gerenommeerde modewedstrijd ITS door hun uitzonderlijk oog voor talent. Magazines als The New York Times en Wallpaper verkozen RA13 uit tot een van de beste winkels ter wereld—een uitzonderlijke prestatie omdat deze toen nog maar één jaar bestond. Het is daarom ook niet verbazingwekkend dat artiesten als Santigold en Beyoncé hier kind aan huis zijn. En omdat het RA voor de wind gaat, openden ze begin dit jaar een nieuwe winkel in Parijs. Romain en Anna voelden ook daar het gemis aan een platform voor jong talent. RA13 is het resultaat van sterk teamwerk; Romain en Anna werken samen met acht gedreven professionals, die elk thuis zijn in hun eigen vak. “Wij weten bijvoorbeeld niets van fotografie, dus daarvoor hebben we heel erg inspirerende collega’s gevonden”, legt Romain uit. Terwijl hij zich in een droomwereld begeeft, waarin creativiteit de overhand neemt, handelt Anna de zakelijke dingen af. En samen zorgen ze voor de toestroom van nieuwe beginnende artiesten en ontwerpers. Inmiddels is de shop een springplank geworden voor de ontwerpers die er hun werk mogen etaleren. Romain en Anna creëren voor hen de mogelijkheid om hun totale artistieke vrijheid te behouden en unieke ontwerpen te maken. “Wij zijn een van de weinigen die geloven in show pieces. We kiezen designers die iets vers en ongewoons

te bieden hebben”, vertelt Romain. Inspiratie doen de twee op tijdens de shows van modescholen, belangrijke wedstrijden en fashion weeks. “Mijn favoriete designer van het moment is Meadham Kirchhoff.” Van wie er momenteel enkele overweldigende stuks in de winkel hangen. Ook de piepjonge Niels Peeraer (22 jaar) blijft een belangrijk deel uitmaken van de herfstcollectie. Romain en Anna waren meteen weg van zijn lederen accessoires en besloten om zijn werk in verschillende projecten in RA13 naar voren te schuiven. Voor de rest van de collectie hebben ze hun oog laten vallen op onder meer House of Matching Colours, Anna October, Pierre Antoine Vettorello, Cedric Jacquemyn en visual artist Justin Lee Stansfield. Naast RA13 vinden Anna en Romain verwonderlijk genoeg ook nog de motivatie voor een collectie onder eigen naam. “We zijn designers voor een reden, we houden teveel van ontwerpen om dit op te geven.” Romain ontwerpt een theatrale couturelijn voor jonge mannen en laat zich inspireren door mythes en dromen. Anna focust zich meer op experimentele stijlen en tast de grens af tussen mode en kunst. Hun ongebreidelde passie voor mode en kunst is een enorme aanwinst voor het internationale modelandschap. www.ra13.be

Gc Platform


do

of all

56 A line is a

64 illusion

Fotografie: Catherine Conroy

t t h a w e n t fo r a wal t k Fotografie: Duy Quoc Vo

is the first

g n i o g d n h i 8 4 ort do r w e v g o n i h h t t r y o n A is w Fotografie: Duy Quoc Vo

pleasures

Visual Essays


Ketting en ringen Jacomijn van der Donk

An yt hin do g w ing o rt h i s ov w er or do th ing

Autumn / Winter 2012 Diesel Black Gold


Oorstuk Bibi van der Velden

Autumn / Winter 2012 Costume National


Ring H&M, oorstuk Bibi van der Velden

Autumn / Winter 2012 Costume National


Autumn / Winter 2012 Paul Smith


Autumn / Winter 2012 Acne


Handschoen Claes Iversen Ring Jacomijn van der Donk

Autumn / Winter 2012 Yohji Yamamoto


Ring Dyrberg/Kern

Autumn / Winter 2012 Prada


Ring H&M

Autumn / Winter 2012 Chanel

Fotografie: Catherine Conroy Styling: Amber Myhre Bosch Make-up: Liselotte van Saarloos voor Laura Mercier—House of Orange Haar: Emy El Ghalbzouri voor Babyliss PRO en Redken—House of Orange Modellen: Annemijn—Dune Agency en Vic—Ulla Models Assistent styling: Ricardo van Lachterop Assistent haar: Niki Vos Met dank aan Sam Sawyers


Trui en rok Chanel Gezicht—concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière Aqua 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, shape Chanel Soleil Tan de Chanel, kleuren Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange, Make Up For Ever Pure Pigment 2 Yellow, 6 Bright Red, 14 Violet en 18 Emerald Green. Ogen—oogschaduw Chanel Soleil Tan de Chanel en Chanel ­i llusion d’Ombre 89 Vision, eyeliner Make Up For

Ever ­Waterproof Cream Eye Shadow Aqua Black, highlight Make Up For Ever Aqua Liner 1, mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir, kleur Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange. Lippen—lippenstift Chanel Rouge Allure 69 Mythic. Lichaam—Make Up For Ever Fluo Night 27, Make Up For Ever Pure Pigment 2 Yellow, 6 Bright Red, 14 Violet en 18 Emerald Green


Links Jasje See by Chloé, vilten kraag van stylist

Rechts Top en vilten jurk Chalayan

Gezicht—concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière Aqua 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, shape Chanel Soleil Tan de Chanel, kleur Make Up For Ever Fluo Night 27. Ogen—oogschaduw Chanel Soleil Tan de Chanel, eyeliner Make Up For Ever Waterproof Cream Eye Shadow Aqua Black, highlight Make Up For Ever Aqua Liner 1, mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir. Lippen—lippenstift Make Up For Ever 45

Gezicht—primer Chanel Prolumière Blanc Rose Nacre, concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, ­h ighlighter Bobbi Brown Shimmer Brick Pink Quartz Ogen—oogschaduw Chanel Ombre d’Eau 90 Delta en 77 Cascade en Chanel Illusion d’Ombre 5001 Illusoire, mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir. Lippen—lippenstift Chanel Rouge Allure 109 Rouge Noir


Links Jas Baum und Pferdgarten, vilten kraag van stylist

Rechts Jas Maison Scotch

Gezicht—primer Chanel Prolumière Blanc Rose Nacre, concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière Aqua 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, kleurspray Kryolan colorspray 044, highlight ­ Nars The Multiple Copacabana. Wenkbrauwen— wenkbrauwpoeder Chanel Le Sourcil de Chanel. Ogen—mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir. Lippen—lippenstift Chanel Rouge Coco Baume

Gezicht—primer Chanel Prolumière Blanc Rose Nacre, concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière Aqua 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, kleurspray Kryolan colorspray 044, highlight Nars The Multiple Copacabana. Wenkbrauwen— wenkbrauwpoeder Chanel Le Sourcil de Chanel. Ogen—mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir, oogschaduw Chanel Illusion d’Ombre Vision 89 en MAC Painpot Rich Ground, kleur Make Up For Ever Aquarelle 6 Apple Green. ­Lippen—lippenstift Bobbi Brown Metallic Lipstick Beige Gold


Links

Rechts Jas Acne, schoenen Chanel

Gezicht—concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière Aqua 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, shape Chanel Soleil Tan de Chanel, kleuren Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange, Make Up For Ever Pure Pigment 2 Yellow, 6 Bright Red, 14 Violet en 18 Emerald Green. Ogen—oogschaduw Chanel Soleil Tan de Chanel en Chanel

I­ llusion d’Ombre 89 Vision, eyeliner Make Up For Ever Waterproof Cream Eye Shadow Aqua Black, highlight Make Up For Ever Aqua Liner 1, mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir, kleur Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange. Lippen—lippenstift Chanel Rouge Allure 69 Mythic

Gezicht—concealer Chanel Correcteur Perfection 10, foundation Chanel Vitalumière Aqua 10, poeder Chanel Poudre Universelle Libre 10 Limpide, shape Chanel Soleil Tan de Chanel, kleur Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange, wangen Kryolan Shimmering Vision R21G. Ogen—oogschaduw Chanel Soleil Tan de Chanel, eyeliner Make Up For Ever Waterproof Cream Eye Shadow Aqua

Black, highlight Make Up For Ever Aqua Liner 1, mascara Chanel Inimitable Intense 10 Noir, kleur Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange. Lippen—lippenstift Make Up For Ever 45, glitter Make Up For Ever Glitter 14, kleur Make Up For Ever Fluo Night 27 en Make Up For Ever 12 Flash Colour Case White en Orange. Lichaam— Make Up For Ever Fluo Night 27

Fotografie: Duy Quoc Vo—House of Orange Styling: Antoinette Degens Haar: Hester Wernert-Rijn voor Sebastian Professional / Balmain Hair—House of Orange Make-up: Kathinka Gernant voor Chanel—House of Orange Model: Marlou—Paparazzi Model Management Assistent fotografie: Lotte van Raalte / Assistent styling: Danielle van Dongen Assistent haar: Jan Fuite / Assistent make-up: Vannessa Chan—House of Orange Met dank aan: Studio Umsjatka


Links Pak Maison Martin Margiela, schoenen Ann Demeulemeester

is the first

pleasures

illusion

of all


Links Jurk Damir Doma, laarzen Givenchy

Rechtsboven Blazer Damir Doma Rechtsonder Shirt en jas Raf Simons


Vorige pagina Totale look Givenchy

Links Pak en shirt Damir Doma

Rechts Shirt en broek Raf Simons, schoenen Ann Demeulemeester

Fotografie: Duy Quoc Vo—House of Orange Styling: Mona Scheerfeld Haar en make-up: Mo Model: Karolijn—Paparazzi Model Management


ITS 2012 Eenmaal per jaar reist Glamcult met veel plezier af naar Triëst. Twee dagen lang staat deze stad dan tijdens ITS (International Talent Support) in het teken van creativiteit en jong talent. In de categorieën fashion, accessories, jewelry en photo strijden de finalisten om niet de minste prijzen; naast verschillende geldprijzen zijn er stageplekken en publicaties te winnen. We stelden ontwerpers Ichiro Suzuki (winnaar Fashion Collection of the Year) en Marius Janusauskas (winnaar Diesel Award) kort een paar vragen en spraken met Diesels Renzo Rosso en ITS oprichter Barbara Franchin. www.itsweb.org Ichiro Suzuki

“Ichiro Suzuki was absoluut mijn favoriet. De manier waarop de kleding is gesneden— heel modern. De nieuwe Raf Simons.” —Renzo Rosso

Luke Brooks

Naam, leeftijd en geboorteplaats? Mijn naam is Ichiro Suzuki, ik ben 33 jaar en kom uit Osaka, Japan. Wanneer realiseerde je dat je modeontwerper wilde worden? Ik was altijd al geïnteresseerd in mode, maar niet op een creatieve manier. Ik gaf vroeger veel geld uit aan merkkleding en liet de labels zitten, zodat mensen konden zien wat ik me kon veroorloven. Nogal oppervlakkig, ja. Ik werkte in die tijd in een karaokebar en het was nooit in me opgekomen om mode te gaan studeren. Dit veranderde toen ik er op een gegeven moment achter kwam dat de stukken vrij snel versleten en eigenlijk ook helemaal niet mooi gemaakt waren. Dat zorgde ervoor dat ik wilde weten hoe de kleding ontworpen werd en in elkaar zat. Deze hobby liep een beetje uit de hand en dat was het startpunt van mijn modecarrière. Op mijn 25 e besloot ik— tot groot ongenoegen van mijn familie en vrienden—naar Londen te verhuizen om daar een baan in de Savile Row (een winkelstraat die bekend staat om zijn traditionele kleermakerij voor mannen) te zoeken. Ik werd aangenomen en van het één kwam het ander.

Je won de ‘Fashion Collection of the Year’ prijs. Wat betekent dit voor je? Ik kan wel zeggen dat het het beste is wat me ooit is overkomen. Tegelijk heeft het me ook in een moeilijke situatie gebracht. Dankzij ITS heb ik al een paar banen aangeboden gekregen. Het voelt alsof ik een keerpunt in mijn carrière heb bereikt en de volgende stap weleens een grote zou kunnen gaan worden. Op dit moment twijfel ik vooral tussen het opdoen van ervaring bij modehuizen in Europa of terugkeren naar Japan om daar mijn eigen label op te zetten. Kun je iets vertellen over de collec­ tie waarmee je hebt gewonnen? Mijn oorspronkelijke inspiratie kwam van een patchwork uit 1895, gemaakt door een van de oud werknemers van de kleermaker waar ik werkte. Vervolgens ben ik gaan kijken naar het werk van polygone figuren, 3D draadmodellen en opart kunstenaars als Victor Vasarely, Bridget Riley en Escher. Uiteindelijk combineerde ik bouwkundige elementen en geometrische vormen, en gebruikte traditionele handwerktechnieken. Een schijnbaar onmogelijke combinatie die ik bio-geometric tai­ loring noem. Extreme en ingewikkelde patchworks vormen de kern van mijn collectie. Mijn doel was om de normen van Britse kleermakerij te verdraaien

en door onverwacht gebruik van patchwork mijn visie op moderne kleermakerij te laten zien. Wie was jouw persoonlijke favoriet op ITS? Yong Kyun Shin, door zijn pure vorm van elegantie en oprechte creativiteit. Wie of wat is je grootse inspiratie? Mijn werk is altijd ambachtelijk georiënteerd. Ik zou mijn stijl omschrijven als een huwelijk tussen handmatige obsessie en innovatief design. De meeste inspiratie komt van mijn collega’s en de spullen die in een atelier rondslingeren. Het patchwork van deze collectie vond ik bijvoorbeeld in mijn kantoor onder een dikke laag stof. George Bryan Brummell, oftewel Beau Brummell is een grote inspiratie. Hij was een beroemde heer uit de Regency, die heeft bepaald hoe mannen van zijn leeftijd eruit moeten zien. Je zou kunnen zeggen dat ik hetzelfde heb geprobeerd als het gaat om het creëren van de ‘moderne heer’. Ik doe alleen niet aan zelfpromotie, en dus probeer ik dit te bereiken door middel van kledingproductie. Hoe zie je jezelf over vijf jaar? Ik hoop dat ik mij dan nog steeds in de modewereld bevind.

72


ITS 2012 Marius Janusauskas Naam, leeftijd en geboorteplaats? Ik ben Marius Janusauskas, 33 jaar en kom uit Antwerpen. Wanneer realiseerde je dat je modeontwerper wilde worden? Zover ik mij kan herinneren ben ik altijd al beziggeweest met mode en beauty. Je won de ‘Diesel Award’. Wat betekent dit voor je? Het betekent heel veel voor me. Ik kan niet wachten om naar Italië te verhuizen en mijn stage bij Diesel te beginnen. Kun je iets vertellen over de col­l ec­ tie waarmee je hebt gewonnen? De collectie is gebaseerd op het concept van verschil. Een meisje is bereid om in een eeuwige slaap te vallen,

zodat een andere vrouw weer kan herrijzen. De perfecte, passieve vrouw blijft voor tien jaar lang zoals ze is. Daarna verdwijnt haar kleur; ze verandert in een levende dode. Het enige teken van leven dat haar lichaam toont, is het bloed dat door de stiksels van haar kleren loopt. Ze zit vast in de tijd—die zich heeft vastgeklemd aan de voorkant van haar jurk. Haar rug is koud, minimaal en klinisch. Ook al zit haar lichaam vol beloften, onder haar jurk zit een korset dat haar beperkt in het bewegen. Onderdrukt wacht ze op haar prins, een beest, een vampier, een oudere vrouw of een jonge man. De collectie is geïnspireerd door horrorfilms, het werk van Madame Grès, sculpturen van Pablo Atchugarry en het sprookje Doornroosje.

Wie was jouw persoonlijke favoriet op ITS? Ichiro. Hij is een fantastische gozer en ook een creatieve, maar professionele kleermaker. Wie of wat is je grootse inspiratie? Mensen zijn de meest interessante wezens op aarde. Hoe zie je jezelf over vijf jaar? Als een succesvol en gerespecteerd ontwerper. Ik zou willen werken voor een groot merk en daarnaast ook aan mijn eigen lijn.

Chiaki Moronaga

“Ik houd ervan om mensen te ont­moeten uit de hele wereld. Culturen die zich vermengen, informatie die uitgewisseld wordt en verschillende attitudes die elkaar tegenkomen—dat vind ik mooi.”—Barbara Franchin Isabel Vollrath

Isabella Kuru

Shengwei Wang

73

Gc Reportage


di 11 sep THE VIEW

wo 17 okt GUI BORATTO, MICHAEL MAYER

di 18 sep GRAHAM COXON (Blur) do 20 sep ABSYNTHE MINDED

do 18 okt EROL ALKAN, BRODINSKI,

& MORE @ ADE

GESAFFELSTEIN & MORE @ ADE za 22 sep EL-P do 18 okt SKREAM, ARTWORK, JACQUES GREENE & MORE @ ADE ma 24 sep OMAR RODRIGUEZ LOPEZ GROUP za 20 okt C2C @ ADE za 20 okt 2MANYDJS, VITALIC & MORE @ ADE wo 26 sep DEPHAZZ zo 21 okt SOUL CLAP, WOLF + LAMB, vr 5 okt SQUAREPUSHER, MACHINEDRUM PILLOWTALK & MORE @ ADE za 6 okt A PLACE TO BUrY STRANGERS di 23 okt DIRTY PROJECTORS zo 7 okt SCISSOR SISTERS zo 28 okt HOT CHIP ma 8 okt KID KOALA presents 12 bit Blues! wo 28 nov SÉBASTIEN TELLIER The VINYL VAUDEVILLE TOUR LET OP DIT IS SLECHTS EEN SELECTIE VAN HET PROGRAMMAHET VOLLEDIGE PROGRAMMA VIND JE OP WWW.MELKWEG.NL


Film The Story of Film

Your Sister’s Sister De vraag wat iemands favoriete film is, wordt steeds moeilijker te beantwoorden. Niemand kan meer aankomen met lievelingstitels als Step Up 2 of Total Recall—de remake. Waarom? Omdat inmiddels iedereen wel iets afweet over film als entertainment- en kunstvorm, en niemand als complete cultuurbarbaar te boek wil staan. Hoewel film eigenlijk nog maar zo’n 120 jaar bestaat, werkten makers overal ter wereld vanaf het begin aan een mega-titellijst die voor niemand meer in z’n geheel te behappen is. De één gaat hard op de  nouvelle-vague-beweging, een ander kiest voor Westerns, het hele oeuvre van Alfred Hitchcock of juist nieuwe films met state of the art computertechnieken. Maar wie weet mis je wel genres of makers die je idee over het leven compleet zouden kunnen veranderen. Zelfs voor types die tijdens de geschiedenislessen in de schoolbanken in slaap vielen, is deze documentaire—die onze complete filmhistorie behelst—een feest. Niet alleen is de (ietwat lange) film verre  van droog, het blijkt daarnaast heel leuk om te weten waar  bepaalde technieken, referenties of stromingen vandaan komen. Denk aan de uitvinding van de gebroeders Lumière, de opkomst van Hollywood, de Golden Age, de ondergang van het studiosysteem en verschillende Europese grootheden als Fellini. Met filmfragmenten en uitleg van makers, acteurs, schrijvers, critici en andersoortige kenners uit de scene. Deze Britse documentaire is in blokken te be­ kijken, maar wordt ook als vijftien uur (!) durende marathonvoorstelling ingeroosterd. Goed, dat vergt wat zitvlees, maar daarna zit je nooit meer om een praatje verlegen in de kroeg! The Story of Film: An Odyssey is vanaf 20 september te zien.

Door Maricke Nieuwdorp

Ruby Sparks

Vanaf 13 september Regie: Jonathan Dayton, Valerie Faris Acteurs: Paul Dano, Zoe Kazan, e.a. Schrijver Calvin heeft te vroeg gepiekt. Net na zijn tienerjaren schreef hij een literaire bestseller—tien jaar later zit hij nog altijd met een writer’s block achter zijn typemachine. De enige gesprekspartners van deze oldschool romantische schrijver zijn hond Scotty (F. Scott Fitzgerald, duh), zijn broer en zijn psychiater, die op Calvins moeilijkste momenten een knuffelbeer tevoorschijn haalt. Zo eenzaam, labiel en gefrustreerd is Calvin wanneer we hem voor het eerst ontmoeten. Hij hunkert naar de liefde, maar het meisje van zijn dromen, ziet hij echt alleen in zijn dromen. Het brengt hem op het briljante idee om over haar te schrijven. Hij twijfelt dan ook sterk aan zijn mentale gezondheid wanneer zijn fantasie opeens in zijn keuken een eitje voor hem staat te bakken. Niet alleen heet ze, net als in zijn verhaal Ruby, ze ziet er ook precies uit en gedraagt zich exact zoals hij haar beschreven heeft. Na de eerste schrik bergt hij zijn schrijfwerk achter

slot en grendel, en gaat hij genieten van wat hij geschapen heeft. Maar voor God spelen, blijkt toch wel erg verslavend. Heel cute, dit door actrice Zoe Kazan geschreven komische drama. Het idee van de maakbare liefde zet natuurlijk aan tot nadenken, maar de film—geregisseerd door de makers van Little Miss Sunshine—is toch vooral smakelijk. Dano is perfect als geniale, licht irritante schrijver die je af en toe wil meppen. En er zijn leuke bijrollen bedacht voor hippies Annette Bening en Antonio Banderas, en Steve Coogan als foute, zelfingenomen schrijver. Ook geslaagd zijn de scènes over de schrijver die als artiest, genie en beroemdheid fijn in de markt gezet kan worden. Auteursgroupies en geld­ wolven liggen lekker schaamteloos op de loer. Romantisch drama

75

Ted

Vanaf 6 september Regie: Lynn Shelton Acteurs: Mark Duplass, Emily Blunt, e.a.

Vanaf 13 september Regie: Seth MacFarlane Acteurs: Mark Wahlberg, Mila Kunis, e.a.

Sinds het overlijden van zijn broer leidt Jack een treurig, cynisch leven. Iris, de ex van zijn broer en tevens Jacks beste vriendin, stuurt hem voor een weekend introspectie naar een afgelegen familiehuis. Daar aange­ komen, stuit Jack op Iris’ lesbische zus Hannah (Rosemarie DeWitt), die na de breuk met haar vriendin besloten heeft haar verdriet te verdrinken. Het koppel belandt na een fles whisky in bed. Alsof dat niet verwarrend genoeg is, duikt Iris de volgende ochtend op om Jack te verrassen. Jack besluit niets te zeggen over de wilde nacht. Fijn hoor, deze independent met geloofwaardige, leuke acteurs. Dat Blunt en DeWitt prima kunnen spelen, wisten we, maar Mark Duplass (Humpday) is de werkelijke ster van de film. Waar zo’n drama op de vierkante meter uit had kunnen lopen op een triviaal verhaal, tillen de sterke acteurs, de intelligente dialogen en verrassende plotwendingen de film naar een hoger niveau. Romantisch drama

Als klein, eenzaam jongetje wenst John dat zijn teddybeer kan praten. Tot ieders stomme verbazing komt die wens uit. Decennia later woont een volwassen John—die evengoed maar niet op wil groeien—samen met zijn inmiddels scheldende, zuipende en blowende teddybeer. Zijn vriendin Lori heeft tot nu toe geen grenzen gesteld, maar zo langzamerhand hoopt ze toch dat John iets van zijn leven gaat maken en wil nadenken over een carrière en een huwelijk. Maar dat gaat moeilijk met die X-rated beer in huis. Als John Ted—met pijn in zijn hart —vraagt of hij op zichzelf wil gaan wonen, wordt het leven voor iedereen opeens heel ingewikkeld. Ted gedraagt zich als een dirty Fozzy, John kan zijn oude vriend niet loslaten en de baas van Lori ziet zijn kans schoon en begint actief op haar te jagen. Hoewel de trailer anders doet ver­ moeden, is de tone of voice van deze  komedie werkelijk leuk. Vooral de vele maffe quotes en talloze nerdy  film­feitjes dragen bij aan de pret. Komedie

Savages

Laurence Anyways

Vanaf 27 september Regie: Oliver Stone Acteurs: Aaron Johnson, Taylor Kitsch, e.a.

Vanaf 13 september Regie: Xavier Dolan Acteurs: Melvil Poupaud, Suzanne Clément, e.a.

Deze misdaadfilm van Oliver Stone (legendarisch door films als The Doors en Natural Born Killers, en iets minder baas door Wall Street: Money Never Sleeps) is lekker vet. De meeste elementen in deze thriller kloppen aardig, hoewel op stripfiguurachtige wijze.  Twee jongens uit de goudkust van  Californië drijven een goedlopende, onafhankelijke wiethandel en wonen, tot tevredenheid van iedereen, samen met de knappe, blonde Ophelia— ook wel ‘O’ genoemd. Wanneer een Mexicaans drugskartel de pijlen heeft gericht op hun bloeiende handel en het duo niet op hun dwingende voorstellen ingaat, besluit de bende O te ontvoeren. De kracht van deze film zit ’em in de bijrollen, want John Travolta,  Benicio Del Toro en Salma Hayek zetten foute, maar behoorlijk gedenkwaardige personages neer. Net als de twee boys overigens. Alleen Blake  gossip girl Lively schiet tekort. Natuurlijk  is deze Californische beeldig, maar haar rol als poor little rich girl is mager.  De schuld ligt overigens niet alleen bij haar; Stone had niet voor die voiceover moeten kiezen met haar zani­ kende verhaal. Thriller

De Canadese wonderboy Xavier Dolan (J’ai tué ma mère) is terug, met een mooi, gevoelig en taboedoorbrekend onderwerp. Een verliefd (hetero)stel komt eind jaren 80 in roerig vaarwater terecht als de man (Laurence)—werkzaam als leraar op een middelbare  school—bekent dat hij als vrouw verder wil leven. Vriendin Fred schrikt zich een ongeluk, maar besluit dat ze hem wil steunen tijdens zijn transformatie tot vrouw. Maar wat doet dat met hun relatie? Dolan zet een intrigerende geschiedenis neer, die fijn genoeg, niet alleen maar uit kommer en kwel bestaat. Het maakt de personages, die we jaren volgen, menselijk. Hoewel het te begrijpen is dat de jonge filmmaker ook veel aandacht wil besteden aan zijn typische stijl en mooie shots, had hij in de montagekamer echt  strenger moeten zijn; deze film is met z’n whopping 159 minuten zeker een uur te lang. Jammer, want dat zuigt de kracht weg uit het bijzondere en moedige verhaal. Drama

Gc Update


Converse & 100 Club present Represent Best Coast

Naast alle Olympische gekte stond Londen afge­ lopen maand ook in het teken van muziek. De reden hiervoor? Converse vierde het 1-jarig bestaan van hun samenwerking met 100 Club—het befaamde podium waar al sinds 1942 de grootste artiesten ter wereld hebben gespeeld. Represent gaat verder waar het voormalige Converse Gigs @ 100 al succes mee boekte; opkomende bands naar het Britse publiek brengen, zonder zich daarbij tot één genre te beperken. Glamcult bracht een bezoek aan een van deze avonden en werd verwelkomd met een line-up waar je U tegen zegt. De dagboek-slaapkamer-pop van Best Coast, de hogere funk sferen van Friends en de opzwepende indie van Santigold vormden een dansbare, maar intieme avond. www.the100club.co.uk

Santigold

Blur

Django Django

Friends

Citizens

76

Gc Reportage


Albums David Byrne & St. Vincent

Cat Power

Holy Other

How To Dress Well

Matthew Dear

Love This Giant 4 AD / Beggars Group

Sun Matador / Beggars Group

Held Tri Angle Records / Pias

Total Loss Weird World / Domino

Beams Ghost International/ V2 Records

Levende legende David Byrne (exfrontman Talking Heads) en Annie Clark (a.k.a. St. Vincent) ontmoetten elkaar en na twee jaar over en weer ideeën uitwisselen en uitwerken, ontstond Love This Giant. Een unieke samenwerking begeleid door een brute brassband en geprogrammeerde drum beats. Love This Giant klinkt als een koperkleurige funkplaat, gelaagd en dansbaar zoals een Talking Heads en St. Vincent mash-up. Je verwacht het niet! Een absoluut gesamtkunstwerk dus, met (co)composities die één geheel vormen, net als de samensmelting van beide zeer herkenbare stemmen. Who en Lazarus zijn pure win-winsituaties! Optimist is een mooi ingetogen rustpuntje ingebracht door St. Vincent, I Should Watch TV is een te gekke electrofunker met Byrne op zijn best en The One Who Broke Your Heart is een funkfeest door the Dap-Kings (Amy Winehouse). Love This Giant is een viering van muzikaal vriend- en verwantschap tussen twee aansprekend excentrieke namen uit de moderne popmuziek. Door Matthijs van Burg

Breaking News: Chan Marshall is weer vrijgezel én ze is kortgeknipt. Een nieuwe start na een heftige tijd vol nervous breakdowns, faillissement, alcohol- en drugsproblemen en liefdesverdriet. Tot zover RTL Boulevard, terug naar de muziek. Want laten we niet vergeten dat met grote oren is uitgekeken naar Sun. De zes jaren sinds The Greatest zijn het wachten waard geweest. Sun is intens persoonlijk, zelf geproduceerd en verrassend anders; upbeat én uplifting. Marshalls Negende is hoopvol en onder invloed van hiphop een geweldig gewaagde stijlbreuk. Nee, er wordt niet ge-yo-yo-yo’t en ook wijkt Chan niet af van haar toetsen, maar de horizon is verbreed. Soms spaarzaam in noten zoals we Cat Power kennen (Manhattan, Human Being) maar ook dik gemixte synths en beats (Cherokee, Sun). Ruin is de catchy single, Nothing But Time tien-minuten episch met slechts twee akkoorden en Iggy Pop in het achtergrondkoortje. Power to Cat Power! Door Matthijs van Burg

De sferische elektronica van Holy Other heeft een kwaliteit waar veel dag­ dromers van zullen genieten. De muziek van de Britse producer roept namelijk direct situaties op waarbij je deze plaat zou kunnen draaien. Sommige albums hebben nou eenmaal het karakter van een soort soundtrack, perfect voor bij die eenzame nachtelijke autorit (of een ander cliché naar keuze). De EP With U uit juni 2011 maakte bij menigeen al indruk en debuut Held zal dat ongetwijfeld ook gaan doen. Holy Other gebruikt typische house, UK garage en R&B sounds in een hele andere context dan zijn collega’s. Door de toevoeging van prachtige samples van stemfragmenten zorgt dit voor een bijzonder eigen geluid. Aangenaam traag, slepend en chill. Misschien wat kort, maar op repeat heb je dat niet door. Door Niels Wiese

Op het debuut Love Remains werd How To Dress Wells muziek gedefinieerd door Tom Krells onweerlegbare falsetto en zijn zwoele, lofi producties. De man schrijft gevoelige R&B hoofdstukken die ergens tussen afgewezen materiaal van Mariah Carey en R. Kelly gearchiveerd kunnen worden. Soms op een onverklaarbare manier immens, maar altijd gehuld in een dikke mistbank van reverb. Op Total Loss breng je drie kwartier individueel met Krell door. Noem het gerust een therapiesessie. Zijn stem krijgt vaker voorrang en het scheelt soms een haar of je waant je in een a capella repetitie. Op de opener I Was In Trouble worden de emotionele zangpartijen slechts bijgestaan door een pianoloopje—op Struggle pakt hij daarentegen uit met flamboyante synths die een beroep doen op het jaren 90 era van clubby R&B. Dit contrast tussen de tracks maakt van de plaat een ongepolijste mood swing, die net iets meer risico’s neemt dan zijn voorganger. Door Sander van Dalsum

David Bowie en de Talking Heads schijnen de belangrijkste inspiratiebronnen te zijn geweest voor de nieuwe plaat van Matthew Dear. En het is bijzonder knap hoe de New Yorker een sound weet te creëren, waarin die New Wave-invloeden duidelijk terug te horen zijn, zonder dat hij zijn technoroots verloochent. Op Beams heeft Dear naast samples, synths en drumcomputers ook heel soepeltjes gitaar, bas en drums in zijn electropop geïntegreerd. Voor de één klinkt de monotone stem van Dear misschien meer dan prettig bij de groovy beats, de ander zal zich toch irriteren aan het ietwat saaie stemgeluid. Voor die laatste is (zoals zo vaak) het devies: bijt door en u zult beloond worden! Door Niels Wiese

Yeasayer

Two Door Cinema Club

The xx

Teengirl Fantasy

Wild Nothing

Nocturne Bella Union / V2 Records

Fragrant World Secretly Canadian / PIAS

Beacon Kitsuné Music / V2 Records

Coexist Young Turks / Beggars Group

Tracer True Panther / Bertus

Als een sluipmoordenaar wist Wild Nothings Gemini mij twee jaar geleden te killen. Hoe tof is het dan om ‘de volgende’ van zo’n favoriet te beschrijven? Wel, ja… Hoge verwachtingen kunnen dat toch lastig maken. Wild Nothing oftewel Jack Tatum maakt met Nocturne zijn versie van de volmaakte popplaat; harmonieuze composities, orkestrale synthesizers, zwevende zang en goed gemikte gitaarriffjes. Meer dan op Gemini is Wild Nothing gedoken in de jaren 80 New Wave waarmee de wat ongepolijste shoegaze-elementen van het debuut zijn opgegaan in een obsessie voor perfecte popproductie. En da’s stiekem best jammer. Over het songmateriaal echter niets te klagen: Nocturne, Shadow en Only Heather doen gewoon hun ding. Toch versla(a)pt de aandacht soms door eighties retro-clichés (Paradise) en simpelweg minder sterk werk (Midnight Song). Wild Nothing mag echter met Nocturne op tournee (double bill met Twin Shadow?), mits er ook wat ongewassen oud werk op de setlist wordt gekrabbeld. Door Matthijs van Burg

Zijn ze gek geworden?! Nee, ze spacen ‘m gewoon (harder), en daar moet je even aan wennen. Fragrant World is van een iets andere slag dan vorig album Odd Blood (2010), onder andere bekend van de hits O.N.E. en Madder Red. De vier New Yorkers hebben net wat meer geëxperimenteerd. En dan hebben we het volgens mij niet alleen over muzikaal gebied; de begeleidende eerste video’s van singles Henrietta en Longevity lijken een vignet van drugsgebruik met de nogal spacende kleuren, vormen en bewegingen die in nuchtere staat moeilijk te volgen zijn. Dan maar gewoon luisteren. En dat bevalt. Onder de soms dreunende tonen, blijken na enkele luisterbeurten genoeg opgewekte melodieën te zitten. De complexiteit zwakt af en plotseling komt er toch echt (indie) pop naar boven, zoals goed te horen in bijvoorbeeld Reagen’s Skeleton. Een fijne mix van elektronische beats, donkere klanken, optimistische tonen en psychedelische visuals. Door Dorothy Vrielink

Two Door Cinema Club is terug, zoals we ze kennen. Vrolijke indiepop, catchy melodielijnen, fijne niets-aan-de-handmuziek. En dat is maar goed ook, want toen we begin 2010 kennis maakten met het Noord-Ierse trio was dat met de aanstekelijke singles Something Good Can Work en I Can Talk. Hun debuutplaat Tourist History werd bestempeld als hét zomeralbum en de band, vernoemd naar de (verkeerd uitgesproken) plaatselijke bioscoop Tudor Cinema, werd gezien als grote belofte. Met Beacon laten ze opnieuw horen waar ze goed in zijn: opzwepende elektronische popmuziek. Misschien niet erg vernieuwend, maar de heren gaan verder waar ze gebleven zijn en dat is eerlijk gezegd wel zo prettig. Het album is opgenomen in L.A. door producer Jacknife Lee—bekend van onder andere Bloc Party en U2. Vanaf opener Next Year heb je meteen de TDCC-flow te pakken, waarna je kunt meedeinen bij het lieflijke Sun en pakkende single Sleep Alone. Jammer genoeg zwakt de energie daarna iets af, maar dat mag de pret niet drukken. Door Dorothy Vrielink

Gelijk bij de eerste seconde van openingtrack Angels is daar dat signaturegitaartje! The xx werd er in 2009 in één klap wereldberoemd mee. Godzijdank zijn ze niet ineens iets anders gaan doen. De zeikerds onder ons zullen Coexist saai noemen. Maar dat zijn dus zeikerds; het romantisch minimalisme van Oliver, Romy en Jamie blijkt ook voor een tweede keer heerlijk. Kudos ook dat ze hun hoofd koel hebben weten te houden en “pretty relaxed” de studio in zijn gegaan. De uitstapjes die Jamie de afgelopen jaren maakte (het zeer gewaardeerde remix-werk voor onder andere Radiohead en Florence + the Machine) hebben duidelijk hun nawerking gehad; op nummers als Reunion en Swept Away klinkt een prettig Paul Kalkbrenneriaanse feel in het verder als vanouds sombere xx-universum. Ook andere bandleden verrassen. Hun samenzang is net zo mysterieus, maar wordt bijvoorbeeld in het hartverscheurende Missing qua intensiteit naar een hoger niveau getild. Werden karige gitaarklanken en tweestemmige fluisterzang in eerste instantie uit nood geboren, nu verheft The xx dit tot kunst! Door Vanessa Groenewegen

Met Tracer zegt Teengirl Fantasy voorwaardelijk vaarwel tegen de dampende clubs die ze voorheen op stelten zetten. Ook kiest het duo voor minder samples en meer organische constructies dan we op 7AM hoorden. Het resultaat van deze keuze: een palet aan uniek gevormde elektronica. Groteske Euro-raves en eenzame feest­ ervaringen vormden de inspiratie, en de nummers ademen dit uit. De prikkelende ritmes van EFX zullen menig dansvloer verhitten, terwijl End meer weg heeft van het alleen achterblijven na een extatische nacht. Een aangename verrassing is de verschijning van Panda Bear op Pyjama. Door zijn vocale bijdrage verandert de sfeer eenmalig in een broeiende popsubstantie, om vervolgens plaats te maken voor Laurel Halo’s klassiek getrainde stem op Mist of Time. Aan samenwerking en variatie geen gebrek dus. Maar aan elk feest komt een einde en voor dit album geldt helaas hetzelfde. Timeline sluit af met een euforische hypnose— nog één keer je voeten bewegen en dan naar bed. Door Sander van Dalsum

77

Gc Update


Stuff Glamstuff winnen? Stuur een mailtje met je naam, adres en telefoonnummer naar glamstuff@glamcult.com. Laat ook duidelijk weten in het onderwerp welke prijs jij graag zou willen winnen! Winnaars krijgen per email bericht. Cat Power

Sun 3 CD’s

AlunaGeorge

You Know You Like It 3 EP’s

This Must Be The Place

Alex Prager

Wild Nothing

Nocturne 3 CD’s

Matthew Dear

Beams 3 CD’s

Teengirl Fantasy

Tracer 3 CD’s

De Hallen Haarlem Van 15 september tot 18 november vindt in De Hallen Haarlem de tentoonstelling Studio Verwey plaats, die vernoemd is naar de Haarlemse kunstenaar Kees Verwey (1900-1995). Zijn studio was voor hem een belangrijke inspiratiebron, waar hij dan ook het grootste deel van zijn tijd aanwezig was om te schilderen. Studio Verwey onderzoekt de rol die het atelier voor hedendaagse kunstenaars vervult. Hiervoor is het werk bijeengebracht van vijf voormalig residents van de Rijks­a kademie. Het werk van deze jonge kunstenaars varieert van tekeningen tot installaties, maar heeft de studioruimte gemeen. De tentoonstelling laat zien dat kunstenaars in deze tijd van digitalisering en mobiele communicatie vaak toch erg gehecht zijn aan een fysieke werkplek. Glamcult geeft 3 x 2 tickets weg voor een bezoek aan de tentoonstelling, waarbij ook een lunch in het museumcafé Veldt & Veldt is inbegrepen.

2 x 2 tickets voor de tentoonstelling Compulsion van Alex Prager, die van 31 aug t/m 14 okt in Foam te zien is.

5 DVD’s Een komedie van Paolo Sorrentino met Sean Penn, Frances McDormand en Judd Hirsch

Verkoopinfo Acne www.acnestudios.com

Chloé www.chloe.com

G-Star www.g-star.com

Jacomijn van der Donk www.jacomijnvanderdonk.nl

Stella McCartney www.stellamccartney.eu

American Apparel www.americanapparel.net

Claes Iversen www.claesiversen.com

Givenchy www.givenchy.com

Jean-Paul Lespagnard www.jeanpaullespagnard.com

Steve Madden www.stevemadden.nl

Ann Demeulemeester www.anndemeulemeester.be

Converse www.converse.nl

Glenn Martens www.glennmartens.com

MAC www.maccosmetics.nl

Swatch www.swatch.com

Baum und Pferdgarten www.baumundpferdgarten.dk

Costume National www.costumenational.com

Guy Laroche www.guylaroche.com

Maison Martin Margiela www.maisonmartinmargiela.com

Wolford www.wolford.com

Bibi van der Velden www.bibivandervelden.com

Damir Doma www.damirdoma.com

Hoi Man Cheung www.hoimancheung.com

Maison Scotch www.scotch-soda.com

Yohji Yamamoto www.yohjiyamamoto.co.jp

Bobbi Brown www.bobbibrowncosmetics.com

Diesel www.diesel.com

Hugo Boss www.hugoboss.com

Paul Smith www.paulsmith.co.uk

Céline www.celine.com

Diesel Black Gold www.dieselblackgold.com

Hussein Chalayan www.chalayan.com

Prada www.prada.com

Chanel www.chanel.com

Felipe Oliveira Baptista www.felipeoliveirabaptista.com

Issey Miyake www.isseymiyake.com

Raf Simons www.rafsimons.com

78

Gc Plus


Ja, ik wil Glamcult! Ontvang Glamcult 10 keer per jaar voor â‚Ź 37,- en loop voortaan geen enkele editie mis! Ga naar www.glamcult.com en klik op subscription om je in te schrijven.


GLAMCULT // ISSUE 07 // SEPTEMBER 2012  

GLAMCULT // ISSUE 07 // SEPTEMBER 2012

GLAMCULT // ISSUE 07 // SEPTEMBER 2012  

GLAMCULT // ISSUE 07 // SEPTEMBER 2012