Issuu on Google+

“Come and put your name on it.”

FREE 2014—Issue 1 #100

Glamcult Independent Style Paper


       


Issue 1 #100 Update

Cult 6 Platform

Lonneke van der Palen Interviews

9

Lev Kalman en Whitney Horn 12 Nasir Mazhar 14 London Grammar 20 Boy George 22 Museum of Bellas Artes 24 Comme des Garçons Play 26

Visual Essays

The mystery... 28 Life tastes good. 34 Collab

RAW & RISING

40

Update

Film 44 Albums 45 Plus

Stuff 46

Colofon Creative Director en Uitgever Rogier Vlaming rogier@glamcult.com

Art Director Marline Bakker marline@glamcultstudio.com

Hoofdredactie Joline Platje joline@glamcult.com

Grafisch Ontwerp Glamcult Studio: Beau Bertens Suzie Wempe

Redactie Mode Antoinette Degens antoinette@glamcult.com Redactie Film Maricke Nieuwdorp maricke@glamcult.com Redactie Leendert Sonnevelt leendert@glamcultstudio.com Stage Misha Kruijswijk misha@glamcult.com

Creative Projects Saba Babas-Zadeh saba@glamcultstudio.om Sales sales@glamcult.com Aan deze editie werkten mee: Anna Nita, Danielle Hielckert, Daniëlle van Dongen, Dorothy Vrielink, Fay Breeman, Matthijs van Burg, May Putman Cramer, Mehtap Gungormez, Pauline Bijster, Pete Wu, Sander van Dalsum, Sarah Johanna Eskens, Fotografen Bernhard Handick, Daan Brand, Daan Joosten, Dean Stockings, Donald J, Jeroen W. Mantel, Leonore Blievernicht, Marco van Rijt, Suzanne Li Puma, Thomas Aurin, Thomas Lohr

Cover Fotografie: Daan Brand —House of Orange Styling: Bonne Reijn —Manja Otten Management Haar en make-up: Chiao-Li Hsu —House of Orange Model: Annegrietje —De Boekers Trui: People of the Labyrinths Bloes: Etro via Stylebob Rok: Versace via Stylebob Ketting van stylist Come and put your name on it. —Rihanna

Uitgever Glamcult Studio B.V. Postbus 14535, 1001 LA Amsterdam T 020 419 41 32, F 020 419 66 54 info@glamcult.com www.glamcult.com Distributie Citydogs Pers en Communicatie Cream PR Opgave en vragen over abonnementen Abonnementenland Postbus 20, 1910 AA Uitgeest Tel. 0900  -   A BOLAND of 0900  -   2 26 52 63 (€ 0,10 per minuut) Fax 0251 31 04 05 www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Abonnementsprijs bedraagt € 37 per jaar (10 nummers). Abonnementen binnen Europa € 59,50, buiten Europa € 79,50 per jaar.

Een abonnement kan bij iedere editie in­g aan; het wordt afgesloten voor minimaal een jaar en wordt stilzwij­ gend verlengd tot wederopzegging. Opzeggingen dienen schriftelijk uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de abonnementsperiode in bezit van Abonnementenland te zijn. Adreswijzigingen uiterlijk drie weken vooraf schriftelijk doorgeven aan Abonnementenland. Prijswijzigingen voorbehouden. © Copyright: Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen en/of vermenigvuldigd zonder de schriftelijke toestemming van de uitgever en de andere auteursrechthebbenden. De uitgever is niet verantwoordelijk voor schade opgelopen door onjuiste verwerking in het blad. Glamcult, ISSN 1874  -   1 932


Cult

3

1

The Real OG, S/S 14 collectie

Foto uit de serie Tropical Bretagne, Bretagne, 2012, met dank aan het Mondriaanfonds te Amsterdam

2

Gerlan Jeans S/S 14 collectie, Foto: Raisa Kingma

Stephan Keppel

5

Foto: Gerard Rouw

Self portrait, Seattle, 2013

First of August

4

Grasnapolsky

1

Het werk van de Nederlandse foto­ graaf Stephan Keppel, die momenteel in Parijs woont, is altijd gebaseerd op interieurs, buitenwijken en “de randverschijnselen van de architectuur”. Deze “diepzinnig verrijkende werelden” openbaren zich aan Keppel naarmate hij ze meer aandacht geeft en regi­ streert. Hij ziet het vastleggen ervan als zijn taak als beeldend kunstenaar. In het ruige Bretagne vind je, volgens de foto­g raaf, veel tropische beplanting en zomers staan er vaak circusdieren langs de weg in afwachting van hun act. Keppel houdt van dit soort surreële beelden—een kameel in de berm met op de achtergrond een nieuwbouwwijk. Hij staat open voor elke uiterlijke verschijningsvorm, en maakt voor zijn beelden graag gebruik van huis-tuin-enkeukencamera’s, kopieerapparaten uit de supermarkt en kantoorprinters. Bovendien omarmt hij grafische druk­ experimenten en drukt hij zijn werk op onconventionele wijze. Ondanks ­Keppels voorliefde voor eenvoudige materialen en werkgerei, zijn zijn beelden juist heel verfijnd. Een beetje zoals wij.

Hobbes Ginsberg 2

1 augustus 2010. Karlijn Boersma lanceert haar geesteskind First of August. Op deze blog deelt de Amsterdam Fashion Institute graduate en inmiddels Master in Culturele Sociologie niet alleen haar persoonlijke visie op stijl, maar onderzoekt zij ook hoe mode, identiteit en sociologische tendensen elkaar beïnvloeden. Inmiddels is de webpagina uitgegroeid tot een volwaardig modebedrijf, waar een webshop, een academie en een eigen kledinglijn deel van uitmaken. En zal het label, by Foa, tijdens Modefabriek een van de acht ontwerpers zijn op het speciale platform NEXT. De ontwerper omschrijft by FoA zelf als “a subtle blend between elegance and ease”. Wij voegen in het geval van de spring/summer 2014 collectie graag nog de woorden minimalistisch, Scandinavisch aandoend en sportief toe. Boersma vond de in­ spiratie voor de fotografische prints, waarmee de verder cleane ontwerpen verrijkt zijn, tijdens een reis door Melanesië (een van de drie grote ­e ilandengroepen in de Stille Oceaan).

3

Is de campagne van Gerlan Jeans voor spring/summer 2014 een parodie op of een ode aan oude Calvin Klein-­ reclames? Je kunt het je afvragen, want op de sporty tops en korte broekjes zien we dikke merknamen, cartoonplaatjes én tribals. Inspiratie en gekscherende verwijzingen lijken aankomende zomer door elkaar te lopen in de collectie met de titel The Real OG (afkorting van Original Gangster). Overdaad schaadt in dit geval niet; voor ontwerper Gerlan Marcel geldt more is more. Ze stu­ deerde Fashion Print aan Central Saint Martins, werkte een tijdje voor Jeremy Scott en richtte vervolgens in 2009 ­vanuit New York haar eigen sportswear label op. In Korea, China en Taiwan ­vinden ze Gerlan Jeans al een paar jaar helemaal te gek. En nu naast K-pop ­s upersterren ook Santigold en M.I.A. in een GJ-pakje zijn gesignaleerd, staat niets een we­reld­w ijde winkelketen meer in de weg. www.gerlanjeans.com

www.firstofaugust.com www.modefabriek.nl

www.stephankeppel.com

4

Het festivalseizoen nog een verre, zonnige droom? Daar denken de organisatoren van Grasnapolsky duidelijk anders over. Op 15 en 16 februari verwarmen zij, ver van de bewoonde wereld, alvast de harten van een exclusief ­g ezelschap muziekminnaars. Midden op de Veluwe zal zenderpark Radio Kootwijk het magische decor vormen van een winterfestival met hoog huiskamergehalte. Tussen de glooiende heuvels werd vanuit dit mystieke monumentale gebouwencomplex ooit het r­ adiotelegrafisch contact tussen ­N ederland en het toenmalige Nederlands-Indië onderhouden. Tijdens Grasnapolsky kun je bekende en minder bekende, nationale en internationale acts als Weval, Klarälven, The ­F uture’s Dust en Falco Benz in een zeldzaam ­i ntieme setting zien. Daarbij zal de historie van het legendarische Radio Kootwijk in het randprogramma belicht worden door middel van film, documentaire, radio, kunst en fotografie. Passepartouthouders maken het festival­ gevoel compleet door een bungalow te boeken in het nabij­g elegen vakantiepark De Berkenhorst. 15 en 16 februari, Radio Kootwijk www.grasnapolsky.nl

6

5

“I’m a queer punk photographer / artist / future filmmaker.” Petje af voor deze uitspraak van de pas 19-jarige Hobbes Ginsberg uit Seattle die het fenomeen selfie tot ongekende hoogte tilt. Zijn zelfportretten hebben door de bloemen en wolken op de achtergrond iets weg van de vluchtig geschoten, tikje on­ gemakkelijke foto’s van de schoolfotograaf back in the day. Hoe vrolijk en kleurrijk de achtergrond ook, de prints kunnen het zwarte randje niet verbloemen. Want: naast het vastleggen van zijn kanariegele haar, tatoeages en lippiercing vangt hij ook in elk portret een stukje van zijn ziel. Met zijn prachtige kijkers staart hij met een vlakke blik in de verte, of recht in je hart. Hobbes neemt je met zijn zelfportretten mee op zijn eigen zoektocht, maar houdt altijd iets voor zichzelf. En het is dit mysterie that makes you come back for more. www.hhobbess.tumblr.com


Cult

6

Quelle Fête II, Schiedam, 2012

Embassy, S/S 14 collectie

8

Rotganzen

7

Meat Clothing

Wear that crown upside down!, S/S 14 collectie

10

Phiney Pet

Collectie MEME INDEX, Foto: Matias Uris Rey

Lenticulair Dress, 2013, Foto: Marc Deurloo

9

Shallowww

Antoine Peters

6

Met latex kun je meer dan zwarte fetisj­ pakjes maken, laat Meat Clothing zien. De eerste seizoenen waren een mashup van referenties aan Tumblr, Barbie en de jaren 90, maar voor de spring/ summer 2014 collectie Embassy keken de ontwerpers voorbij hun eigen generatie. Bo Claridge en Alis Pelleschi, de twee Londense girls achter dit label (waarvan we de laatste eerder spraken over haar werk als fotograaf), lieten zich beïnvloeden door herinneringen aan de outfits van hun grootouders, en door oude dames en heren die nog elke dag de moeite nemen er keurig uit te zien. Het resultaat: ruitjespatronen en kamerjasachtige silhouetten. Maar ook glimmend rubber in roze en felgeel. En palmbomen. Heerlijk. www.meatclothing.co.uk

7

Dinobabies zijn te gek. Net als Wear that crown upside down!—de spring/summer 2014 collectie van Phiney Pet, die bestaat uit handbeschilderde, draagbare stukken met prettig gestoorde prints waarin Ariel a.k.a. de Kleine Zeemeermin, dinosaurussen, donuts en Pippi Langkous verwerkt zijn. Ontwerper ­J osephine Pettman liet zelfs de tuinbroek een welkome en vrolijke comeback maken. Oh no, she didn’t. Maar jawel, dus. Phiney, zoals Josephine wordt genoemd, studeerde er dit jaar mee af aan Ravensbourne in Londen. De collectie weerspiegelt het leven van een 13jarig pubermeisje waarin alles draait om boys, roddels en kliederen in elkaars dagboek. De vriendengroep uit haar jeugd vormde, niet ­g eheel onverwacht, de grote inspiratiebron. Het talent van de jonge designer ging al een tijd niet onopgemerkt voorbij; Phiney versterkt al meer dan een jaar het printontwerpteam van Topshop.

8

Het glinstert, is semi-rond en representeert conflicterende emoties van een creatief trio gebaseerd in Rotterdam en Schiedam. Ra, ra, ra, wat is het? Het is een smeltende discobal met de titel Quelle Fête II. Robin Stam, Joeri Horstink en Mark van Wijk vormen het collectief Rotganzen, dat voorzichtig op het randje tussen kunst en design balanceert met hun beeldende representatie van alledaagse moodswings—van angst, cynisme, ironie en frustratie tot verlangen en euforie. De mannen willen niet de gedoemde realiteit belichten, maar juist een speelse kijk op doodnormale voorwerpen geven. Om hun dubbelzinnige boodschap te verspreiden, laten ze de misvormde ballen de hele wereld rond reizen, van Parijs tot Miami en New York. Wat een feest! Zoek je ze dichter bij huis? Neem dan eens een kijkje in The House of Ababa in Rotterdam. www.rotganzen.com

www.phineypet.com

9

Antoine Peters brengt de platte modeprint naar een nieuwe dimensie. De derde welteverstaan! De lenticulaire techniek, die tot voor kort slechts het domein was van oldschool stickers en ondeugende postkaarten, paste hij toe op een jurk. Zijn Lenticulair Dress, die hij ontwierp voor MOTI (Museum of the Image), verandert door het aan­ nemen van verschillende gezichtspunten van een polkadot- naar een strepenmotief. De Amsterdamse modeontwerper maakte gebruik van traditioneel plooiwerk om deze optische illusie te bereiken. Het effect is even verrassend als dynamisch, en is een voorbeeld van het optimisme waar Peters in al zijn werk naar streeft. Ook in zijn nieuwe collectie Ceci n’est pas un sweater lijkt Antoine ons opnieuw in verwarring te willen brengen. Althans, zo doet de titel sterk vermoeden. Op zijn website gooide hij de sweater eerst in de voorverkoop, om de rest van de collectie te financieren. Die ons ongetwijfeld weer zal verrassen.

10

In de pakken van Shallowww mag je bankhangen of uit je dak gaan. Grenzen tussen ondergoed, homewear en uitgaanskleding zijn maar relatief, per slot van rekening. In dit digitale tijdperk gaat alles hard en Shallowww pretendeert niet hier tegen te vechten. Integendeel, het Madrileense merk neemt een voorbeeld aan de anarchistische en wanordelijke systemen die het wereldwijde web structureren. Internet vormt niet alleen een onuitputtelijke bron voor texturen en wegwerpsymbolen, ook de drag and drop-techniek lijkt verheven tot bedrijfsfilosofie. Het label speelt met de grenzen tussen digitale wereld en werkelijkheid. Zo lijkt de print van Clay, een capsulecollectie uit het project Internet Souvenirs, digitaal, maar is analoog. Shallowww doet niet aan afzonderlijke, gesloten collecties. In plaats daarvan creëert het label lopende projecten, zoals WEEE BUYYY GOLDDD, waarbij de keuzes van de klant de groei, ontwikkeling en uiteindelijk de ondergang bepalen. Hoe control, alt, delete van ze!

www.antoinepeters.com www.shallowww.biz

7

Gc Update


Cult 11

Still uit Glanz und Elend der Kurtisanen, Foto: Leonore Blievernicht

Still uit Der Spieler, Foto: Thomas Aurin

Door Danielle Hielckert Fotografie: Leonore Blievernicht / Thomas Aurin

Still uit Der Spieler, Foto: Thomas Aurin

11

Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz

8

“De Volksbühne is een theaterfabriek. Een kunstfabriek. Een anarchiefabriek”, stelt Thomas Martin, het hoofd dramaturgie van een van de grootste stadstheaters van Berlijn. Met alleen al in huis maar liefst 960 performances is de Volksbühne de drukste schouwburg van Duitsland. Het imposante gebouw op de Rosa-Luxemburg-Platz verbeeldt zowel letterlijk als figuurlijk de roots van het toneelhuis. “Niet alleen metaforisch; de wortels liggen letterlijk hier in Oost-Berlijn in de grond”, aldus Martin. Gebouwd in 1914 door de sociaal­ democraten sierden de woorden Die Kunst dem Volke—het oorspronkelijke motto waarmee het toneelhuis zich nog steeds verbonden voelt—de façade van het gebouw. Ergens tussen de verwoesting van het gebouw in de Tweede Wereldoorlog en de restauratie ervan zijn de woorden verdwenen. “Misschien maar goed ook”, zegt Martin. “Hoewel we vinden dat kunst voor iedereen is, had de Volksbühne niet zoveel op met de Oost-Duitse politiek van die tijd. Kunst voor het volk had toen een iets andere betekenis!” In 2014 bestaat de Volksbühne 100 jaar. Het is altijd belangrijk geweest om avant-gardistisch te zijn. “En dat is het nog steeds! Maar dit betekent ook dat niet alle stukken even succesvol zijn geweest. We hebben natuurlijk altijd grote namen in huis gehad, zoals Max Reinhardt, Erwin Piscator, Benno Besson en nu Frank Castorf, maar dat is geen garantie voor succes”, legt Martin uit. Met de moderne vooruitstrevende stukken van Frank Castorf en René Pollesch, en het immer uitverkochte Murmel Murmel van Herbert Fritsch spreekt de Volkbühne momenteel een breed en verschillend publiek aan. “Hoewel we niet alleen theater voor de massa maken, zien we dat als onze taak, onze verplichting. Je zou ook k­ unnen zeggen dat het onze traditie is.” Hij vervolgt: “We staan erom bekend dat we geen mainstream theater maken. We leggen graag de vinger op de zere plek. We maken theater over onderwerpen waar je het liever niet over hebt. En die hebben vaak met politiek te maken.” Ook de geschiedenis van Duitsland, Berlijn en de Volksbühne zelf, die verweven is met het nazisme en communisme zijn vaak onderwerp. “Wij voelen een sociale verantwoordelijkheid om beroering te veroorzaken”, stelt de dramaturg. Murmel Murmel ontstond in 1974 als een weddenschap die de oorspronkelijke schrijver Dieter Roth afsloot om het meest saaie toneelstuk ooit te maken. De 178 pagina’s vol met het woord ‘murmel’ kwamen bij de Volksbühne terecht en Herbert Fritsch bezwoer er het grappiste toneelstuk ooit van te maken. “Er is geen verhaal,

er is alleen dat woord: murmel. Het is een 90 minuten durend Applausordnung; de spelers ontvangen applaus na applaus na applaus.” Murmel Murmel doet iets magisch met je. Ondanks het eindeloze gemompel, zit je op het puntje van je stoel, omdat je geen woord wilt missen. Je betrapt jezelf er zelfs op dat je geïrriteerd raakt als je door het gelach van het publiek niet kunt verstaan wat er gezegd wordt. Om je vervolgens te realiseren dat je zelf stiekem zit mee te murmelen. Naast experimentele stukken staat de Volksbühne er bekend om dat het zich afzet tegen het kapitalisme, en niet alleen op de planken. Dit houdt onder andere in dat de prijzen van de kaartjes en de drankjes in de bar zo laag mogelijk worden gehouden. Het immense, grijze blok beton aan de RosaLuxemburg-Platz moet voor iedereen toegankelijk zijn. Als je de weg weet naar het café in de kelder waar de regisseur en acteurs na de voorstelling komen, dan ben je daar van harte welkom. “De Volksbühne is niet alleen een theater, maar een manier van leven. Het gaat er niet alleen om het maken van kunst, maar ook om hoe je je gedraagt, hoe je je voelt. We hebben de verantwoordelijkheid om mensen in vervoering te brengen”, vertelt Martin. Na tours door onder andere ­C anada en Japan komt de Volksbühne in maart de Stadsschouwburg Amsterdam in vuur en vlam zetten tijdens Brandhaarden 2014. “We gaan proberen om een stukje van Amsterdam om te bouwen naar Berlijn”, legt Martin uit. Een festival in de Volksbühne zelf betekent dat er in het toneelhuis overal performances zijn, van de kelder tot in de zijkamertjes. Ook ontmoetingen tussen acteurs, regisseurs en het publiek zijn een belangrijk onderdeel van de beleving—een sfeer die ook tijdens Brandhaarden 2014 voorop zal staan. Het programma wordt gevuld met ­m uziek, film, lezingen en natuurlijk toneelstukken. Tijdens Brandhaarden 2014 zijn Der Spieler, Murmel Murmel, Glanz und Elend der Kurtisanen en Glaube Liebe Hoffnung te zien. “Eigenlijk moet je alle opvoeringen zien om het huis te leren kennen; ze hebben allemaal een ander handschrift en zijn totaal verschillend. We zijn altijd in beweging, koortsachtig, als een golfbeweging tussen depressie en euforie. Maar deze vier voorstellingen geven een duidelijk overzicht van waar de Volksbühne nu staat!” Brandhaarden 2014 vindt van 25 februari tot en met 5 maart plaats in de Stadsschouwburg Amsterdam. www.volksbuehne-berlin.de www.ssba.nl


Door May Putman Cramer Portret: Daan Joosten

Lonneke van der Palen Fotograaf Lonneke van der Palen heeft een zwak voor het vastleggen van voor de hand liggende zaken die mensen om haar heen vaak ontgaan. Met haar beelden reflecteert ze op humoristische en doordachte wijze op de wereld om zich heen, het liefst in felle kleuren en grafische vormen.

Vanaf dag één was creativiteit onmisbaar in het leven van Lonneke van der Palen, die haar bachelor fotografie afrondde aan de KABK in Den Haag. Ze studeerde af met de serie Souvenir, waarmee ze meteen een solo-expositie scoorde bij MAMA in Rotterdam. “Dat is gelijk ook mijn doorbraak geweest!” Hierna is het spreekwoordelijke balletje gaan rollen, in diverse richtingen. Lookbooks, packshots, campagnebeelden, maar ook het bouwen van sets voor Ekko in Utrecht—Lonneke doet het allemaal. En het einde lijkt nog lang niet in zicht. “Mezelf in een hokje proppen lukt daarom ook niet. Maar mijn beeldtaal is wel altijd herkenbaar.” Lonneke gebruikt voor haar moderne stillevens abstracte kleurvlakken à la Mondriaan, die zij noemt als in­ spiratiebron naast Blommers / Schumm, Scheltens Abbenes en Frederik Heyman. Haar bijzondere kijk op gebruiksvoorwerpen en de dagelijkse realiteit zorgde er uiteindelijk voor dat ze een contract kreeg bij Kahmann Gallery. Zij vielen vooral op de serie Tombouctou 52 Jours, een experimentele fotoreportage van een vakantie in Marokko. “Niemand heeft het land ervaren op de manier zoals ik het heb verbeeld.

Ik wilde de clichés omzeilen.” Hoewel Lonneke de serie zelf buiten haar andere werk vindt vallen, slaat ze daarmee de spijker op de kop; zij ziet iets waar anderen niet aan denken. “Ik wil mijn verbeeldingskracht gebruiken om de wereld mooier te maken. Om ’m een beetje leuk te houden.” In Lonnekes ogen wordt fotografie tegenwoordig voornamelijk gebruikt als een middel om blijk te geven van ons bestaan. “Maar ik hoef niet per se naar India. Iconische plekken als de Taj Mahal kunnen eigenlijk alleen nog maar tegenvallen in het echt.” Ze bouwt toeristische must-sees liever na in haar eigen huiskamer, en geeft wereldwonderen zoals de piramiden van Gizeh zo een nieuw leven. “Het is ook heel populair geworden om je eten op artistieke wijze vast te leggen. De fotoserie ­Construct is door deze trend geïnspireerd.” Lonneke maakte daarvoor echt ‘kunstvoedsel’—sla van papier, een latte macchiato van geverfde latjes hout en een plastic balletje stelt een bol ijs voor. “Mijn werk vertelt geen verhaal, maar ik denk dat het mensen intrigeert. Het zet ze aan het denken", aldus de fotograaf.

“De serie Construct bestaat uit etenswaren die gemaakt zijn van materialen als plastic, hout, steen en papier. Dit stuk chocola heb ik gemaakt van plastic blokjes die een jongetje mij verkocht op de Koninginnemarkt afgelopen jaar.”

“Voor mijn afstudeerserie Souvenir maakte ik stereoypische beelden van reiskiekjes. Het resultaat: een iglo van suikerklontjes, een kasteel

“In Marokko vond ik het mooiste Lucky Strike pakje ooit gemaakt. Onderweg in een bloedhete auto door het Atlasgebergte kon ik dit beeld niet voorbij laten gaan. Een lucky shot! Alhoewel, volgens mijn galerie verkoopt deze foto niet, omdat er sigaretten op staan.”

9

van LEGO en de piramiden van Gizeh van gevouwen glitterpapier in het zand van Scheveningen.”

“Fotografie is magie. Op de foto kan alles. Een Coca Cola-flesje zou je nooit op z’n kop kunnen houden ­zonder alles te verspillen. Maar dit is dan ook helemaal geen cola.”

Gc Update


5-9 MARCH 2014 MELKWEG - PARADISO - DE BALIE - AMSTERDAM

DARKSIDE - NILS FRAHM - JULIO BASHMORE COLLABS 3000 (SPEEDY J & CHRIS LIEBING) NOISIA - MAREK HEMMANN - FRED V & GRAFIX RUSTIE - SHLOHMO - MARCEL FENGLER - I-F WAZE & ODYSSEY - KOAN SOUND - EJECA

DARKSTAR - METRO AREA (DJ) - S.P.Y - FUNKINEVEN - LTJ BUKEM & FABIO - DEKMANTEL SOUNDSYSTEM FRICTION & LINGUISTICS - MARTYN - CALYX & TEEBEE FT. MC AD - ABDULLA RASHIM - PLANNINGTOROCK LAPALUX - TRUSS - SNAKEHIPS - JAMESZOO - AND MANY MORE... MUSIC, EXPO, RECORD FAIR, WORKSHOPS, SHOWCASES AND MOVIES

5 DAYS O F F. N L

TICKETS: MELKWEG.NL

24 feB GROUPLOvE

vR 31 jAN

PETER HOOK PLAYS NEW ORDER e.a. grauzone festival

DI 4 FEB

POLIÇA

vR 7 FEB

ANAMANAGUCHI

MA 17 FEB

CRYSTAL STILTS

vR 21 FEB

GESAFFELSTEIN

MA 24 FEB

GROUPLOvE

vR 28 FEB

BOTTOMS UP

zA 1 MRT

BOY AND BEAR

MA 10 FEB

BOMBAY BICYCLE CLUB

DI 11 FEB

MAXÏMO PARK

WO 12 FEB

CHILDISH GAMBINO

vR 14 FEB

GARY NUMAN

zO 2 MRT

DANNY BROWN

vR 14 FEB

EXTRAWELT 2 Hour set

MA 3 MRT

LONDON GRAMMAR uitverkocHt

zA 15 MRT

UNCLE ACID & THE DEADBEATS

vR 21 MRT

EARL SWEATSHIRT

zA 15 FEB

WunDerBar

DE KIFT & RATS ON RAFTS Helemaal melkWeg

1, 15 & 29 MRT

DE FOUTMIjN vIDEOCLIPSHOW melkWeg cinema


Interviews

12

14

Modeontwerper Het filmdebuut Nasir Mazhar van regisseursduo omschrijft zijn stukken Lev Kalman en als luidruchtig, Whitney Horn zelfverzekerd en ontstond uit een in your face. hartstochtelijke hang naar de nineties. 22 20 Boy George: “De Boy George London Grammar: uit de jaren 80 is “Onze hele voor mij een generatie is mythisch figuur.” ontgoocheld.”

24 Het catchy, maar melancholische Museum of Bellas Artes is bewust een donkerder pad ingeslagen.

26 De non-design stukken van Comme des Garçons Play dragen dezelfde geest uit als het modehuis zelf.


Door Pete Wu Fotografie: Suzanne Li Puma

y e n t i h W n r H

Lev Kalm an

12


Lev Kalman en Whitney Horn Voelde het een paar jaar geleden nog nét iets te vroeg, anno 2014 is het best oké om je te verzuchten aan de goede herinneringen van de jaren 90. Amerikaanse filmregisseurs Lev Kalman en Whitney Horn groeide op in die tijd en weten deze tijdsgeest in hun werk op een unieke, ietwat excentrieke manier te verbeelden. Hun eerste speelfilm L for Leisure loopt over van ironische ’90s coolheid. Glamcult sprak het duo over Melrose Place, chillwave en apocalyptische oorlogen.

Terwijl Lev in het zonnetje op de univer­ siteitscampus in San Diego zit, praat Whitney met ons, wandelend over het strand bij San Francisco met hond Boojum. Maar de harde buitengeluiden van de oceaan en studentenstakingen op de achtergrond zijn niet de hoofd­ redenen waarom het three-way-Skype­ gesprek niet geheel normaal verloopt. “We hebben eerlijk gezegd nog nooit een interview gedaan over de nieuwe film. We hebben hem nog niet eens sa­ men gekeken sinds ’ie af is! Dit gaat dus een oefening voor ons worden”, lacht Lev, die vooral de praatgrage charmeur speelt, terwijl Whitney rustig door­ wandelt en hem soms aanvult. De nonchalante zorgeloosheid van beide jonge regisseurs blijkt naast hun onvoorbereidheid op interviews ook uit de tijd die ze nodig hadden voor het maken van hun eerste lange speel­ film. Zonder echte financiering en met een totale draaitijd van drie jaar was het maakproces van L for Leisure nooit bedoeld als een fastfoodhap. Best verrassend voor een film die niet echt ergens over gaat: L for Leisure laat op een zelfbewuste, haast perfect na­ gemaakte manier de jaren 1992 en 1993 zien – niet meer, niet minder. In een rits aan dromerige vakantiescènes wordt er door de 24 jonge amateuracteurs gewaterskied, gefilosofeerd, gevreeën, getennist, gereisd, gechilld en vooral heel veel bullshit gepraat.

De dromerige toon van de film wordt mede versterkt door de soundtrack, waardoor de film voelt als één lange chillwave-videoclip van 80 minuten. Lev: “Dat hebben we te danken aan John Atkinson van de Brooklynse band Aa (Big A little a), die alle muziek voor ons heeft verzorgd. We hebben hem erbij gehaald, omdat we niet wilden dat de soundtrack klonk alsof deze door een obscure retroband uit de jaren 90 gemaakt is, maar juist als iets van nu. En onze geluidsman zit in de synth­ popgroep Small Black, ook uit Brooklyn.” Lev en Whitney hebben niet toevallig zo’n goede band met deze muziekacts uit New York; de twee woonden zelf hun hele leven in de Big Apple, voordat ze allebei (niet als stel) naar de westkust verhuisden voor de liefde. “Hier in San Diego is er alleen bijna geen alter­ natieve filmcultuur”, zegt Lev balend. “Je hebt wel meer zonlicht en ruimte om te filmen in Californië dan in New York. Maar ik mis de indie filmscene wel.” De vraag waarom ze zichzelf film­m akers uit de ‘alternatieve’ scene noemen, overvalt hen een beetje. “We werken, denk ik, nu eenmaal anders dan andere mensen. Onze films zitten tussen experimenteel en narratief in”, legt Whitney uit, waarop Lev aanvult dat andere benamingen gewoon niet werken. “Ga je voor artistiek, dan klinkt het pretentieus. Experimenteel is ook misleidend. In de jaren 90 werd je dood­

gegooid met het woord ‘alternatief’, denk aan de cd-bakken van winkels. Maar wat is dat nu eigenlijk? Het woord geeft bijna geen indicatie van wat het precies is, en zo zijn wij ook. We willen met het woord ‘alternatief’ laten weten dat we niet iets normaals doen, en mensen ook een beetje waarschuwen.” Zelf vinden Lev en Whitney het los­ se verhaal daarom niet erg; zo werken ze nu eenmaal. Meestal ontstaat in hun hoofden eerst een titel en een vibe, daarna pas een plot. Bij L for Leisure ging dat vanzelf. Naast eigen herinneringen konden de twee filmmakers ook putten uit onderzoek op internet en tv-series. “Als je een film in het verleden laat afspe­ len, dan word je juist aan het denken gezet hoe het nu écht was. We hebben veel naar Baywatch, The X-Files en Melrose Place gekeken. En die sfeer was best makkelijk en goedkoop te recreë­ ren, want je kunt hier gewoon naar de thrift shops en een jaren-90-outfit scoren. We deden trouwens ook onderzoek naar hoe mensen praatten in die tijd. Wist je dat er toen echt mensen zeiden dat Michael Jordan een zwarte manier van basketballen had? Man, dat doe je nu echt niet meer!” Lev en Whitney wilden met L for Leisure daarnaast het post-Koude-­ Oorlog-gevoel overbrengen, toen men­ sen een naderende nucleaire ramp vreesden. In de film praten de acteurs er in een paar scènes casually over.

13

“Maar weet je wat, het zou moeten werken op twee verschillende levels. Ten eerste kan de kijker denken: ‘Oh nee, ze zijn weer aan het bullshitten’. Het wordt dan een komedie waarin de karakters standaard teveel praten, of het nu gaat over de race war of over basketbal. Maar als je de karakters juist serieus neemt, dan beloont de film je op een hele andere manier.” De twee hebben geen antwoord paraat als ze wordt ge­ vraagd of onze eigen interpretatie juist is, dat de film vooral een hartstochtelijke, schaamteloze nostalgie belichaamt. “Maar bij het volgende interview hebben we wel een antwoord klaar!”, schreeuwt Lev voordat hij ophangt. Nou ja, geluk­ kig hadden ze ons al gewaarschuwd. www.specialaffectsfilms.com L for Leisure is te zien op het International Film Festival Rotterdam (van 22 januari t/m 2 februari in Rotterdam) als onderdeel van Bright Future, een van de program­ ma’s voor opkomende filmmakers.

Gc Interview


Door Mehtap Gungormez Fotografie: Marco van Rijt

Styling: Jean-Paul Paula Haar en make-up: Dennis Michael voor Ellis Faas Cosmetics en Kevin Murphy—Angelique Hoorn Management Model: Nick—IAmELK Agency Fotografie assistent: Petra Vaessen Alle kleding: Nasir Mazhar spring/summer 2014


N sir Mazh r De Britse modeontwerper Nasir Mazhar kwam ooit per ongeluk terecht in de mode. Tegenwoordig schopt hij met zijn collecties voor mannen en vrouwen aan tegen heersende conventies in die wereld. Zijn spring/summer 2014 looks, van inmiddels alweer zijn derde collectie, staan bol van de muzikale invloeden, optimisme en nostalgie naar de nineties. 15

Gc Interview


Nasir Mazhar

Voluptueuze meisjes in bikinitops en strakke rokjes, met neonkleurig haar, op­ vallende lipliner en lange nepnagels, bewegen breeduit lachend en sexy op dance. De laatste presentatie van Nasir Mazhar doet eerder denken aan een scène uit een club dan aan een mode­ show—maar de Londenaar is dan ook allesbehalve een conventionele mode­ ontwerper. Zo hebben zijn collecties nooit één specifiek concept of thema. “Het is niet zo dat ik denk: ‘Dit seizoen draait het allemaal om roze of om con­ structivisme’, of iets dergelijks. Er zit niet echt een ingewikkeld concept achter”, vertelt de 30-jarige designer over zijn S/S 14 collectie. “Het klinkt misschien wat saai, maar ik wilde gewoon nieuwe, exciting looks maken. Kleren maken die er goed uitzien en die mensen willen dragen. Dat is mijn doel.” Zijn carrière is al net zo onuitge­ stippeld. Opgegroeid in een gezin met Turks-Cypriotische roots komt Mazhar als puber ‘per ongeluk’ in aanraking met de wereld van haarstyling en mode. Toen hij werkervaring moest opdoen voor school, koos de jonge Nasir voor de wereldberoemde kapsalonketen Vidal Sassoon. Van zijn multiculturele buurt in East naar het sjieke Knightsbridge—een wijk in het centrum van Londen—was nogal een overstap. “Het is totaal niet artistiek waar ik vandaan kom. Om eer­ lijk te zijn wist ik heel weinig van kunst. Ik was ook niet echt met mode bezig; ik hield veel meer van sport. Maar ik had weleens van Vidal Sassoon gehoord, en het leek me wel een fancy plek. Al snel bleek dat zij de London Fashion Week sponsorden, en dat er allemaal leuke, gekke mensen werkten. Er ging een hele nieuwe wereld voor me open!” Deze stap bleek een levens­ bepalende; het was het begin van een creatieve loopbaan, waarin Mazhar eerst als haarstylist werkte en later uit­ groeide tot (hoeden)ontwerper. “Dat is een geleidelijk proces geweest. Eerst mocht ik assisteren bij modeshows en fotoshoots, maar langzaamaan veran­ derden de kapsels die ik maakte in headpieces.” En niet zonder succes. Zo droegen onder anderen Madonna en

16

Lady Gaga zijn 3D-creaties. Ondanks deze grote successen legde de ontwer­ per zich in de jaren hierna steeds meer toe op het ontwerpen van draagbare hoofddeksels. Zijn signature piece is de zogeheten box peak cap, een petje dat schuin op het achterhoofd ligt en waarin je de ontwerper zelf ook kunt uittekenen. “Ik ben ermee begonnen, omdat ik iets nieuws wilde hebben. Ik wilde niet het­ zelfde petje als iedereen. Dus ging ik het maar zelf maken.” Dit gemis was eveneens een van de redenen dat Mazhar drie seizoenen geleden zijn focus verlegde van alleen headwear naar kleding en accessoires voor mannen en vrouwen. “Waarom zou ik het zoveelste zwarte vest of witte overhemd ontwerpen? Ik maak liever dingen die niemand anders maakt. Niet als een soort business model, maar ­g ewoon omdat ik, en een hele generatie met mij, behoefte heb aan iets nieuws. We zijn het zat om steeds maar weer diezelfde H&M-kleren te moeten dra­ gen.” Voor mannen ontwerpt hij vooral sportieve kledingstukken, zoals shorts, joggingbroeken en sweaters, maar dan met bijzondere prints of materialen, ­zoals metallic. Het is een stijl die wereld­ wijd veel volgers heeft, zo blijkt ook uit de verkooppunten van Mazhars kleding. Zo worden zijn collecties verkocht bij onder andere de Parijse boetiek Kokon To Zai, en in de winkel van modeontwerper Henrik Vibskov. Toch is het niet per definitie de mo­ debewuste fan die hij in gedachten heeft bij het ontwerpen. Neemt hij voor de mannencollecties zichzelf als klankbord —van de S/S 14 collectie heeft hij bijna alle stukken ook voor zichzelf besteld— voor zijn vrouwencollecties haalt hij in­ spiratie uit de vrouwen om hem heen. Vriendinnen, familieleden en kennissen stonden model in de show tijdens de afgelopen London Fashion Week. Mazhar heeft dan ook weinig met de modellen die doorgaans op de catwalk te zien zijn. “Voor mij gaat het niet om het kleden van vrouwen die ik niet ken. De modellen van tegenwoordig zijn voornamelijk bedoeld als blanke canvas­ sen. Het zijn geen ‘gewone’ meisjes. Ik


17

Gc Interview


Nasir Mazhar

ontwerp liever voor vrouwen met een persoonlijkheid, met een eigen stijl.” Zo is elke outfit, die de ‘modellen’ in Mazhars presentatie droegen, afgestemd op de persoonlijkheid en stijl van de drager. De modeontwerper is wars van alle labels die anderen op zijn collecties plakken. “Ik houd er niet van als mensen mijn collecties streetwear of sportswear noemen, want dat is het niet. Ik bedoel, wie gaat er nou sporten in een jogging­ broek van een paar 100 euro? Bovendien worden mijn collecties zo lager gecate­ goriseerd dan echte mode. Of ze noe­ men het high-end streetwear, maar zeg nou zelf, dat klinkt toch belachelijk?” Wie Mazhars mode in een hokje probeert te plaatsen, komt dus bedrogen uit. De modeontwerper, die zijn collecties met steun van de British Fashion Council ver­ toont tijdens de London Fashion Week, kiest duidelijk niet voor een afgebakend concept, noch voor een afgebakende doelgroep. “Dat is ook een van de rede­ nen waarom we een gemixte groep van modellen en vrouwen met verschillende etniciteiten en lichaamsvormen neer­ zetten. We hadden zoiets van: ‘Screw this, let’s make it about everything and everyone!’” Het lukt de modeontwerper wel zijn stijl in één woord te omschrijven: brash. Wat zoveel betekent als luid­ ruchtig, zelfverzekerd, in your face. Alles­ behalve geschikt voor muurbloempjes. “Het is makkelijk te begrijpen. Als je naar iemand in een Nasir Mazhar-outfit kijkt, zie je meteen waar diegene voor staat. In die zin is de mode die ik maak oprecht.” In de mash-up van stijlen die de Britse modeontwerper ons voorschotelt, schemert een ander belangrijk thema door: een hang naar de jaren 90. “De collectie is in bepaalde mate erg nostal­ gisch. Ik verlang terug naar de nineties, waarin alles draaide om uitgaan en plezier maken. Het was een erg progres­ sieve tijd, waarin veel gebeurde op het gebied van muziek, dans, mode, enzo­ voorts. Maar om de een of andere reden is dit rond het millennium opgehouden. We raakten ineens geobsedeerd door de realiteit: door reality-tv, mensen die beroemd worden met dank aan dit soort shows en celebrities. Veel van de ont­

werpers uit deze tijd zijn children of the nineties. Ze hebben behoefte aan dit soort kleding, omdat we het ineens niet meer zagen.” Maar is die hedendaag­ se sterrencultuur dan echt niet aan hem besteed? “Natuurlijk word ik er wel blij van als een beroemdheid een van mijn ontwerpen draagt, maar ik zie liever een vreemde in mijn kleding. Het mysterie van ‘wie is die persoon?’, ‘waar heeft hij of zij de kleding gekocht?’ en ‘hoe com­ bineert hij of zij mijn ontwerpen?’ vind ik spannender. Deze raadselachtigheid maakt het interessanter.” Mazhar zet zich duidelijk af tegen de geldende conventies in de mode­ wereld. Vooral tegen wat men door­ gaans onder ‘hip’ of ‘modieus’ verstaat. “Neem nou de dancehall outfits van sommige meisjes. Deze sletterige kleding wordt vaak gezien als onderdeel van de lage cultuur. Het is niet cool en wordt niet gezien als mode. Maar waarom niet? Waarom kijken we wel naar rock’n-roll ter inspiratie, of zelfs naar smachtige toestanden, maar is deze muziek niet goed genoeg? Waarom zouden piepkleine bikinitops, visnetbody’s en te korte, strakke rokjes geen mode kunnen zijn? Misschien willen deze meisjes ook wel dure designerkleding kopen, maar is het er gewoonweg niet.” Naast dance­ hall is de cybergoth, die volgens Mazhar langzaamaan uit het Londense straat­ beeld verdwijnt, een inspiratie. “Ik wil dit soort uitingen ondersteunen, het is goed dat mensen zich op deze manier durven te uiten en ik vind het jammer als dit langzaam verdwijnt. We zouden dit soort stijlen veel meer moeten om­ armen en laten ontwikkelen.” De togetherness, waar Mazhar zijn respect voor on­ dergewaardeerde subculturen onder schaart, is een belangrijk, terugkerend element in zijn werk. “Dit idee van saam­ horigheid is eveneens iets uit de jaren 90. Het is een hele optimistische kijk op de wereld. Uiteindelijk gaat het om het uitdrukken van jezelf en daar vooral niet te bang voor zijn. Of we nu blank, donker, Aziatisch of uit de bergen afkomstig zijn, we’re all in it together.” www.nasirmazhar.com

19

Gc Interview


Door Fay Breeman Fotografie: Suzie Wempe

Lond n Grammar


London Grammar London Grammar heeft het druk. De touragenda staat ramvol en leidt het Britse trio de komende tijd kriskras over de wereld. Tussen de optredens door maakte de bescheiden gitarist Dan Rothman even tijd voor een telefoontje met Glamcult en sprak over desillusies, zelfmedelijden en hoe overweldigend het is als een heel publiek jouw songteksten kent.

“Excuse me for a while, while I’m wide eyed and I’m so damn caught in the middle”, zo luidt de eerste zin van London Grammars single Strong. Verloren en verontschuldigend klinkt het, maar tege­ lijkertijd ook een beetje gelaten. De­ buutalbum If You Wait wordt bestempeld als de soundtrack van een verloren ­ eneratie van gedesillusioneerde jonge g mensen. En inderdaad, zangeres Hannah Reid, pianist en percussionist Dot Major en gitarist Dan Rothman weten in hun– veelal door Reid geschreven–teksten de tijdsgeest feilloos te vatten. Ze be­ schrijven de gevoelens van velen. Zij die opgroeiden in een tijd van onbegrensde mogelijkheden, maar nu–ondanks een goede opleiding en een stabiele basis– niet weten wat ze kunnen en willen doen in het leven. “Ik denk dat Hannahs teksten beklijven bij mensen van onze leeftijd, omdat zij ook ontgoocheld zijn”, zegt Rothman. “Wij zijn altijd bevoorrechte mensen geweest, de middenklasse. We hebben kunnen studeren, en nu we klaar zijn hebben we ondanks alles geen flauw idee wat we willen doen. Dat is moeilijk. Maar we willen geen medelijden met onszelf hebben, omdat we weten dat we geprivilegieerd zijn. We hebben eigenlijk niks om boos over te zijn, dus dat levert een interessante sociale dynamiek op.” De thematiek van If You Wait is niet (meer) van toepassing op het lot van de bandleden; het gaat London Grammar voor de wind. “Het heeft ons verrast hoe

snel het allemaal is gegaan”, bekent Rothman. Het is nog geen jaar geleden dat Hey Now, hun eerste nummer, op YouTube verscheen. “En nu staan we voor een zaal met 600 mensen die onze lied­ jes meezingen. Best overweldigend. Soms bevat ik niet eens wat er allemaal gebeurt, het is heel vreemd. Je kunt je vooraf bedenken hoe het zal zijn, erop hopen, ervan dromen, maar je kunt je met geen mogelijkheid voorstellen hoe het werkelijk is”, zegt Rothman. Het ver­ haal van London Grammar begon al wat langer geleden. Vijf jaar om precies te zijn en niet in Londen–waar alledrie de bandleden oorspronkelijk vandaan komen–maar in Nottingham waar ze aan de universiteit studeerden. Rothman: “Ik raakte bevriend met Hannah, en toen ik erachter kwam dat ze zong, zijn we samen gewoon muziek gaan maken. We speel­ den covers in pubs en clubs. Anderhalf jaar later stelde mijn vriendin me aan Dot voor. Toen we met hem gingen spelen, wisten we dat dit het begin van iets was.” Het werd allemaal pas serieus na­ dat een man van een platenmaatschap­p ij het trio zag soundchecken in een club in de Londense wijk Camden. Rothman: “Hij kwam ons vragen wie we waren en waar we vandaan kwamen. Hij had Hannahs stem gehoord, natuurlijk... Ja, dan wil het balletje wel rollen.” Vervol­ gens werd er geoefend in Rothmans ­garage om demo na demo op te nemen. Het duurde even voordat de band een sound vond. Een geluid dat de liefdes­

baby van The xx en Florence + the Machine had kunnen zijn, of een kruising tussen Coldplay en Austra. Het heeft iets triphoppigs, maar ook een vleugje klas­ siek. “Dat hadden we in het begin hele­ maal niet! Dat is er na verloop van tijd bijgekomen. Eerder zat er bijvoorbeeld helemaal niet zoveel piano in onze ­m uziek, terwijl Dot wel een klassiek ge­ schoolde pianist is. Hij luistert ook veel naar klassieke muziek. Hannahs vocalen zijn met de tijd ook steeds verfijnder ­g eworden en hebben nu soms iets weg van operastemmen. Zo is dat erin geslopen”, vertelt Rothman. Hoewel If You Wait ook dansmo­ menten kent, blijft het te allen tijden een bescheiden en ingetogen album. Zelfs voor Help Me Lose My Mind, een nummer dat London Grammar met generatieen landgenoten Disclosure maakte, en waarvan de titel doet vermoeden dat de band ook helemaal los kan gaan, blijft zowel de prachtige zang van Reid als de muziek binnen de lijnen. Het past bij de beleefde en haast nederige hou­ ding van het trio. Aan de telefoon ver­ excuseert Rothman zich meerdere malen voor de slechte verbinding. En ook als hij uitlegt hoe blij ze zijn met het succes van de afgelopen tijd, lijkt hij zich te willen verontschuldigen. “Ik klink vast niet erg blij. Ik klink eerder vermoeid.” Alsof dat een schande is, als je net terug komt van een tour door de VS. Deze bescheiden­ heid maakt London Grammar bijzonder en sympathiek.

21

Voorlopig touren de drie nog even door. Ze doen in de komende maanden zo ongeveer iedere stad in Groot-­B rittannië aan en reizen door Europa en Australië. Maar stiekem denken ze ook al aan een nieuw album. Rothman: “We hebben de hele tijd ideeën over hoe het volgen­ de album zou moeten worden. En er lig­ gen ook nog een heleboel onaf­g emaak­ te liedjes waar we nog eens naar willen kijken. We hopen vóór de zomer weer de studio in te gaan.” Je zou London Grammar voor de komende tijd haast nog wat desillusie toewensen, ter inspi­ ratie. Maar aangezien we niet onbeleefd willen zijn tegen de meest hoffelijke band van 2013, laten we dat maar even achterwege. www.londongrammar.com

Gc Interview


B y George

Door: Pauline Bijster Fotografie: Dean Stockings


Boy George Boy George, in eigen land verkozen tot een van de 100 belangrijkste Britten uit de geschiedenis, is helemaal nieuw. En daar is hij zelf heel blij om. “De Boy George uit de jaren 80 is ook voor mijzelf een soort mythisch figuur. Of een lid van de Simpsons.”

Hij is niet hoe je denkt dat hij is. Geen rellerig type en we ontmoeten hem zelfs zonder make-up. In een jogging­ broek, op sneakers en met een muts op. Zo zou je hem kunnen tegenkomen in Hyde Park, rennend, en hij zou niet opvallen tussen de andere joggers. In interviews naar aanleiding van zijn nieuwe album This is What I Do zegt hij nu veel meer te genieten dan toen hij op de piek van zijn carrière was—je weet wel, met de Culture Club en we­ reldwijde hits zoals Karma Chameleon. “Nu gaat het veel meer om de muziek”, legt hij uit. “Een paar weken geleden, tijdens een concert, had ik het gevoel dat mensen écht naar me luisterden.” Boy George, geboren als George Alan O’Dowd in 1961 in de Londense wijk ­E ltham, lijkt er bijna verbaasd over. “Nu kan ik het podium oplopen en het ge­ voel hebben dat ik goed ben, samen met mijn band. Ik werk met geweldige muzikanten. Ik wil graag terugkomen op plekken waar we vroeger speelden, maar dan met goéde muziek. Mijn eigen energie is ook veranderd.” In dat laat­ ste moet hij wel gelijk hebben. Zacht­ aardig komt hij over, eloquent en grappig. Hij drinkt geen koffie, alleen water tijdens ons gesprek. Hij eet zo gezond mogelijk, sport dagelijks en is boeddhist. “Nam-myoho-renge-kyooooo…” Deze chant behoort twee keer per dag tot zijn vaste ritueel. Hij doet het voor. Het klinkt mooi met zijn warme, zware stem. “Het is heel fijn om te doen, het gaat over vrede. Ik bid eigenlijk elke dag voor wereldvrede. Tegelijkertijd is het een spiegel. De tekst betekent zo­ iets als: alles wat ik doe, maakt uit. Het uitgangspunt van het boeddhisme is dat alles een consequentie heeft en dat je daarvoor verantwoordelijk bent. Je mag fouten maken, maar iedere dag doe je het hopelijk iets minder fout.” Wellicht denkt hij ook zo over zijn eigen ‘fouten’—de verhalen die in het verle­

den het nieuws haalden over zijn drugs­ verslaving en zelfs gevangenisstraf. Het is allemaal het verleden, zegt hij daarover. “Toen ik jonger was, toen ik net begon, was ik gewoon veel lol aan het maken. Ik dacht absoluut niet na over de eventuele impact van wat dan ook, ik was roekeloos.” Hij vervolgt: “Toen ik negentien was kon het me niet schelen wat anderen van mij vonden. Echt niet. Ik ging verkleed als non als ik er zin in had. Het is niet voor iedereen makkelijk om zichzelf te zijn. Later zeiden mensen tegen me ‘Jij bent de reden dat ik uit de kast kwam’, of ‘Jij bent de reden dat ik durf te zijn wie ik ben’. Ik was me er niet bewust van. Tegenwoordig zie ik wel dat ik een verantwoordelijkheid heb, en had, als publiek figuur.” Dan kijkt hij uit het raam naar het drukke Leidseplein. Hij houdt van Amsterdam. Is hier vaak geweest in de jaren 90 voor de “really good clubs” zoals RoXY en iT. Tijdens dit bezoek is hij niet veel verder gekomen dan het hotel. “Of ik denk dat de stad is veran­ derd? Ja, ik denk eigenlijk dat de sfeer in de hele wereld is veranderd. Het is best eng aan het worden. Dat vind ik echt. Er was een tijd dat we allemaal dach­ ten: ‘De wereld is geweldig en iedereen is cool!’ Tegenwoordig voelt het alsof we op verschillende fronten een stap terug hebben gedaan. Als ik nu de krant lees, vind ik mensen helemaal niet meer zo cool.” In het begin van de jaren 80, toen hij zelf begon met muziek maken, was er een heel positieve verandering bezig. “De wereld werd steeds vrijer, minder conservatief. Nu voelt het alsof we weer teruggaan. Blijkbaar creëert veel tolerantie ook weer intolerantie. Kijk naar wat er gebeurt in Rusland. De Russische overheid masculiniseert alles. Natuurlijk komt daaruit haat voort. ‘Wie is er erger dan ik?’, vraagt de Russische man zich af. It’s the classic stuff all around the world. Women and queers!” George

stopt met praten en lacht hard. “Maar vrouwen en homo’s maken het hele fucking universum mogelijk. Zonder vrouwen waren er geen mensen, zonder homo’s geen mode.” Over de fotoshoot samen met Jean Paul Gaultier, die onlangs in ZOO Magazine stond, zegt hij: “Ik ben dol op hem. In de mode is het hoogst onge­ bruikelijk om aardig te zijn. Maar Jean Paul is zó aardig. Hij is de Dolly Parton van de mode: niemand zegt ooit iets on­ aardigs over hem.” Over mode gaat hij verder: “Ik denk niet dat ik ooit modieus was. Ik had mijn eigen stijl, maar ik pro­ beerde niet ‘iets te zijn’. Ik houd niet van grote namen en dure kleding, ik koop nooit dure dingen. Ik houd van tweede­ hands winkels.” En over muziek: “Nu, op dit moment houd ik vooral van gitaar­ bandjes. Deap Vally, ken je dat? The most awesome girl band on the planet! Zó goed en zó sexy. Lady Gaga heeft ook een goede stem. Ik houd van wat ze doet; ze speelt in The Muppet Show. Dat is perfect. Gypsy is mijn favoriete nummer. Het klinkt bijna als Sonny & Cher.” Maar lijkt Lady Gaga niet een beetje op de oude Boy George? “Ja, misschien. Ik denk alleen dat zij het iets serieuzer neemt dan ik, haha! Binnenkort is er niets meer dat ze nog niet heeft geprobeerd. Het lijkt me waanzinnig hard werken om Lady Gaga te zijn.” De werkelijke muzikale inspiratie en zijn belangrijkste invloeden komen voor Boy George toch uit de jaren 70. “David Bowie en Marc Bolan, maar ook ­o ude soul en reggae—de muziek uit de tijd dat ik opgroeide. Mijn eerste Bowie-concert was in 1973, ik was net dertien. Concerten waren toen goed­ koop. Ik zag The Who en Lou Reed toen ik veertien was.” This is What I Do om­ schrijft hij als een eerbetoon aan die ja­ ren 70. “Ik werk nu aan een nieuw album dat nog meer seventies klinkt. Het laatste nummer dat we hebben gemaakt, heet

23

Just Like ’73 en gaat over die nacht dat ik Bowie voor het eerst zag. De volgen­ de avond maakte hij een einde aan Ziggy Stardust.” Kritiek op de huidige popcultuur heeft hij wel. “Als iets nu cool is, neemt Coca Cola het meteen over. Alles wordt nagemaakt en gebruikt in een advertentie of film. Let’s use this to sell this. Dat was in mijn tijd helemaal niet. David Bowie zou nooit gevraagd zijn voor een colareclame, snap je wat ik bedoel? Ik ben ook nooit gevraagd om iets te promoten, nu nog steeds niet. Misschien heb ik altijd een soort lastig randje om mezelf heen gehouden. En misschien wel door de dingen die ik fout heb gedaan. Eigenlijk ben ik wel blij met dat muurtje.” Behalve dat haast alle muziek commercieel is tegenwoordig, ziet hij ook de rol van sociale media als een verschil. “Vind je mij een icoon? Ik word ’s ochtends niet wakker met de ge­ dachte: ‘Hoi icoon!’ Misschien dat het toen wel iets iconisch had. De Boy ­G eorge uit de jaren 80 is voor mijzelf ook een soort mythisch karakter. Of een lid van de Simpsons. Ik vind hem wel leuk hoor, maar hij heeft niets te maken met wie ik nu ben. Hij is zo anders… Ik kan om hem lachen. Soms zie ik iets terug en denk ik: ‘Oh My God, zei hij dat nou echt?!’ Ik ben zó blij dat er toen nog geen internet en sociale media waren; dan had ik zoveel meer gehad om mee te dealen, haha!” Weer die lach. En dan iets serieuzer: “Soms is er nog die hysterie. Mensen komen ook naar een concert met een foto van mij toen ik twintig was in hun hand. Waarom?! Waarom denk je dat ik graag een foto van mezelf zou zien? Wil je dat ik terug verander? Dat gaat niet gebeuren.” www.boygeorgeuk.com

Gc Interview


Door Fay Breeman

Mu eum of Bellas Artes


Museum of Bellas Artes In de categorie ‘bands met klinkende namen’ presenteren wij: Museum of Bellas Artes. Dit Zweedse trio bestaande uit Alice Luther Näsholm, Joanna Herskovits en Carl Leonard Öhman bracht eind 2013 hun langverwachte debuutalbum Pieces uit. Met hun muziek refereren ze aan een eclectische mix van genres: van girl groups tot goth, en van disco tot dreamwave. Glamcult belde met Öhman in Stockholm, de voornaamste liedjesschrijver van de band.

Het is nog geen sinecure om in het Google-tijdperk een bandnaam te be­ denken die een beetje lekker bekt, de lading dekt, enigszins vindbaar is in zoekmachines én nog niet in gebruik is. Lastig voor muzikanten, maar leuk voor luisteraars, want zodoende vulden onze playlists zich de afgelopen jaren met mysterieuze namen als CHVRCHES, When Saints Go Machine en Au Revoir Simone. Namen die tot de verbeelding spreken en bovendien nieuwsgierig maken naar hun oorsprong (die overigens lang niet altijd diepzinnig blijkt). In deze categorie past ook het Zweedse trio Museum of Bellas Artes. Alice Luther Näsholm, Joanna Herskovits en Leonard Öhman vernoemden zich naar een museum voor schone kunsten in het Spaanse Valencia, waar Herskovits en Luther Näsholm een tijdje studeerden. Öhman legt uit: “We vonden het wel een goede naam voor een groep. Een museum is als een soort metafoor voor een band. Wij stellen liedjes na het maken eigenlijk ook tentoon. En samen vormen we natuurlijk een collectie van mensen.” Deze mensenverzameling kwam tot stand toen Öhman ongeveer zeven jaar geleden de jeugdvriendinnen Luther Näsholm en Herskovits leerde

kennen. “Ik weet niet meer precies hoe het ging. In ieder geval had ik destijds al eens iets met Joanna opgenomen, en wist ik dat Alice zong en liedjes schreef. Ik vond dat ze mooie dingen maakte, dus ik wilde ook graag een keer met haar samenwerken. Op een dag hadden we het erover om samen een band te beginnen. Ik geloof dat Alice toen een nummer uitzocht om te coveren. De volgende dag hebben we het opge­ nomen.” Het resultaat werd meteen de eerste single van Museum of Bellas Artes: het catchy, maar melancholische Who Do You Love (2009), dat door de synthesizers en crunchy beat zo eigen­ tijds klinkt dat het amper voor te stellen is dat het origineel van meidenband The Sapphires al vijf decennia oud is. Zweedse collega’s Air France tipten het nummer in een interview met het Amerikaanse muziekblog Minor Progression, waar het vervolgens werd opgepikt door het immer toonaan­ gevende Pitchfork. Geen slechte score voor een band die tijdens de opname nog maar één dag bestond. Na Who Do You Love werkte het trio een jaar aan de EP Days Ahead, die in 2010 verscheen en waarvoor alle nummers door de band zelf geschreven

werden. Öhman: “Omdat ik toen in Göteborg woonde en Alice en Joanna in Valencia zaten, hebben we elkaar eigenlijk nauwelijks gezien tijdens het maken van die nummers. We mailden de liedjes heen en weer en voegden telkens iets toe. We zijn alleen samengekomen om de EP af te mixen.” Hoewel Luther Näsholm en Herskovits inmiddels weer in Zweden wonen, was het proces bij het maken van het recentelijk uitgekomen debuutalbum Pieces (2013) niet heel ­a nders. “We hebben de meeste nummers wel samen opgenomen, maar deden ook nog veel afzonderlijk”, vertelt Öhman. “Alice schrijft de teksten bijvoorbeeld alleen en ik doe mijn eigen productionele dingetjes.” Met Pieces is Museum of Bellas Artes bewust een donkerder pad in­ geslagen. De disco en europop van het eerdere werk zijn nooit ver weg, maar op het album is ook ruimte voor een langzamer gothic en ambient geluid, dat onder andere geïnspireerd is door de Britse electronica van Four Tet en ­B urial. Het levert een eclectische stijlen­ mix op en is een reflectie van de ver­ schillende muzieksmaken van de drie bandleden. Öhman: “We hebben alle­ maal een sterke wil en drijven graag

25

onze zin door. Het is best ingewikkeld om muziek te maken als iedereen daar een ander idee over heeft. We probe­ ren het allemaal samen te brengen, maar dat is soms erg lastig. Het duurde dan ook even voordat we voor dit album een sound hadden gevonden waar we tevreden mee waren.” Omdat alle drie de bandleden ondertussen ook nog studeerden en werkten, kostte het maken van Pieces al met al drie hele jaren. Öhman verzekert ons gelukkig dat we niet nog eens zo lang op nieuwe muziek van Museum of Bellas Artes hoeven te wachten. “We hebben vooralsnog be­ sloten om niet te touren met dit album, omdat we nieuwe dingen gaan op­ nemen. Geen heel album, want dat neemt alsnog te veel tijd in beslag. Waar­ schijnlijk een EP, of misschien gewoon een aantal losse singles.” Nou, goed dan. Gaan we ons daar op verheugen!

Gc Interview


Door Leendert Sonnevelt Fotografie: Thomas Lohr Ieder seizoen rijst opnieuw de vraag waar Comme des Garçons ons ditmaal mee zal verrassen. Als een kuikentje dat uit haar ei kruipt en in een ongerepte wereld arriveert, verkent Rei Kawakubo —samen met haar onafscheidelijke protegé Junya Watanabe—opnieuw en opnieuw haar omgeving, haar gren­ zen, haar zelf. Gedreven door een con­ tinue metamorfose herdefinieert ze al meer dan twee decennia lang de status van Comme des Garçons, en daarmee de status van de modewereld. En ook al blijft het label alsmaar groeien, de ontwerpen blijven jong en recalcitrant. Zo werden de mannen afgelopen sei­ zoen in de fluffy pastel collectie Tree of Youth gehesen (inclusief konijnenoortjes), maar wordt de sfeer deze lente duister en ondefinieerbaar. “The ultimate, ­s ymbolic fuck you in the face of the often myopic marketing machine”, aldus Style. com. In dat opzicht lijkt Comme des Garçons echter weinig tegenslag te kennen. Met Adrian Joffe als commercieel directeur gaan rebellie en zakelijk ­s ucces letterlijk hand in hand. En daar wordt goed over nagedacht, aldus de company president.

Comme des Garçons Play Sinds haar allereerste collectie in de jaren 70 zijn de non-conformistische ideeën van Rei Kawakubo unstoppable. En het is haar man, Adrian Joffe, die deze radicale creativiteit in professionele banen leidt en Comme des Garçons mede aanvoert als internationaal president. Een buitensporig prater is hij niet, zo bewijzen zijn kernachtige antwoorden in een emailconversatie met Glamcult. Geheel in de geest van het label maakt Joffe duidelijk dat verwachtingen hem bitter weinig kunnen deren. En ook daar heeft hij slechts één term voor nodig. “Punk.”

“Het doel van Comme des Garçons is nooit om te choqueren, maar om iets nieuws neer te zetten. Iets dat er voor­ heen nog niet was. Met onze winkels beogen we precies hetzelfde. We pro­ beren het label naar een hoger niveau te brengen door alleen horizontaal te groeien. Snelle expansie is voor ons in geen enkel geval een optie.” De recente opening van een POCKET store in Amsterdam en een derde Dover Street Market in New York City zijn slechts twee illustraties van deze horizontale groei. Het concept van Dover Street Market ontstond in 2006 in Londen, waar Comme des Garçons een landmark binnen de modewereld wist neer te zetten. Net als in Londen krijgen ook in het New Yorkse warenhuis ontwerpers als J.W. Anderson, Simone Rocha en Craig Green hun eigen plekje. “Groeien betekent ook het steunen van andere designers en talent waar we in geloven”, aldus Joffe. Bij concurrentie of alsmaar hoger wordende verwachtingen staat hij liever niet stil. “We kunnen slechts ons best doen, ons inzetten met ons hele hart en geest, en voortdurend vasthouden aan dezelfde waarden.”

Over de samenwerking met zijn vrouw, die hij soms uiterst pragmatisch als “RK” omschrijft, blijft Joffe kort. “She wants to be satisfied, but she’s never satisfied”, sprak hij ooit. “Dit is een probleem voor haar, want zodoende kan ze nooit ontspan­n en en leeft ze altijd met on­ vrede over haar werk.” Of Joffe deze rusteloze gevoelens met Kawakubo deelt, is naar zijn mening “afhankelijk van de dag”. Een verschil in kachikan, een Japanse term die aanduidt in hoeverre persoonlijke waarden en normen over­ eenkomen, kan en mag de twee dan ook niet belemmeren. “Rei is de leider, de inspirator en de grondlegger van de gedachte—wij kunnen die alleen maar volgen. Persoonlijke relaties zijn nooit een deel van onze zaken.” Een collectie waar Comme des Garçons zich in recente jaren mee op de markt wierp, is het inmiddels vertrouwde PLAY. De ongecompliceerde prêt-àporter-ontwerpen worden makkelijk herkend door hun hartvormige logo, ontworpen door illustrator Filip Pagowski. “We werkten al een tijdje met hem voor­ dat PLAY daadwerkelijk tot stand kwam”, vertelt Joffe. “Op het inpakpapier van iets

26

anders dat hij in 1999 naar ons opstuurde, vonden we een schets van het hartje. RK hield meteen van het karakter, maar gebruikte het niet direct. Een paar maan­ den later werd de lijn opgericht, en toen hebben we Filip gevraagd of we zijn beeld mochten inzetten.” Volgens Joffe kunnen PLAY-items zowel op zichzelf als in combinatie met andere ontwerpen van Comme des Garçons worden ge­ dragen. De collectie is speels en herken­ baar, maar ook toegankelijk. “Het zijn basic, non-design items.” Toch incorpo­ reren ze volgens Joffe, net als de catwalk­ collecties, de spirit van Comme des Garçons. “Mensen kennen de geest van het label, het is een onderdeel van al onze stukken.” Slechts één term kan om­ schrijven wie of wat deze geest precies omvat. “Punk. We zullen altijd blijven zoeken naar manieren die niet als ‘normaal’ worden beschouwd.” www.commes-des-garcons.com

Gc Interview


Visual Essays

28 The mystery was gone, but the amazement was just starting. Fotografie: Donald J Artwork: Bernhard Handick

34 Life tastes good. Fotografie: Daan Brand


The mystery was gone,


Egon

John

Links Jas CÊline, overhemd Damir Doma, broek Comme des Garçons Rechts Jas tweedehands, coltrui Lutz Huelle, spijkerbroek H&M, ketting van stylist


Gustav

but the amazement was just starting.


Links Jas Lutz Huelle, vest Marc by Marc Jacobs, trui Jean-Charles de Castelbajac, korte broek Comme des Garçons Rechts Jas Uniqlo, trui Topman, coltrui Lutz Huelle, spijkerbroek Undercover x Uniqlo, ketting van stylist

Andy


Links Colbert Comme des Garรงons, T-shirt van OFWGKTA, overhemd Undercover Rechts Colbert Comme des Garรงons, T-shirt van OFWGKTA, overhemd Undercover, broek Cos, schoenen van model

Man

Pablo


Section

Fotografie: Donald J Artwork: Bernhard Handick Styling: Erica Hajung Lee Model: Romeo Caminos–Nathalie Models Make-up: Sid Yahao Sun

33

Gc Interview


Links Bloes Marga Weimans, t-shirt Nieuw Jurk, bodysuit en ketting Tessa de Boer

Rechts Bloezen People of the Labyrinths

Life tastes good.


Links Pak J.W. Anderson via Stylebop, tas en oorbellen Tessa de Boer

Rechts Jas Replay, top en legging Nieuw Jurk, ketting Tessa de Boer


Links Bloes Marga Weimans, t-shirt Nieuw Jurk, bodysuit en sokken Tessa de Boer

Rechts Jas en broek Fausto Puglisi via Stylebob, trui Patta, ketting en schoenen Tessa de Boer


¬Fotografie: Daan Brand—House of Orange Styling: Bonne Reijn—Manja Otten Management Haar en make-up: Chiao-Li Hsu—House of Orange Model: Annegrietje—De Boekers


RAW & RISING G-Star RAW en Glamcult Studio bundelen dit seizoen hun krachten voor RAW & RISING— the Gallery of Arts and Crafts. Tien designers en kunstenaars werden met zorg geselecteerd en gevraagd hun iconische stukken met behulp van denim een nieuwe dimensie te geven. De deel­nemers combi­neerden stuk voor stuk hun creativiteit met de progressieve denim knowhow van het G-Star RAW atelier, met als eind­resultaat een serie unieke stukken die symbool staat voor een veel­belovende generatie craftsmen. Glamcult volgt het hele proces en laat je hier kennismaken met de deelnemers en hun werk.

Frank van der Sman

Styling: Antoinette Degens Haar en make-up: Sandra Govers —Angelique Hoorn Management Assistent fotografie: Tashena Burroughs Assistent styling: Ben Aerts Alle kleding: G-Star RAW

In zijn tienerjaren ontwikkelde Frank van der Sman een opvallende obsessie. “Ik raakte verslaafd aan fixed gear-­ fietsen”, vertelt hij. “Sindsdien heeft deze passie zich ontwikkeld; tegenwoordig ben ik allround fietsgek. Ja, ik ben een absolute nerd op dit gebied!” Gedreven door een fascinatie voor de manier waarop merken door consumenten worden aanbeden en zijn interesse in de ontstaansgeschiedenis van producten, koos Frank na de middelbare school voor het Amsterdam Fashion Institute. Daar studeerde hij af met All Dutch Everything, een korte documentaire waarin hij een overhemd —van grondstof tot eindproduct— volledig in Nederland liet produceren, om dit proces vervolgens te vergelijken met the making of een shirt van een Zweedse fabrikant. Uiteraard speelde de fiets een grote rol “om de relatief korte afstand tussen de verschillende stappen te kunnen weergeven.” Tegenwoordig houdt Frank zich bezig met verschillende projecten, die qua thema uiteenlopen van fotografie en film tot identiteit en interieur. “Op het gebied van fietsen bouwen, wat ik voornamelijk voor mijzelf doe, is er altijd beweging. Ik heb nu vier complete fietsen en zo’n vier à vijf lopende projecten. Ik ben vrij zelfdestructief en stel mezelf graag voor onmogelijke taken. Vaak is het resultaat indrukwekkend of prettig gestoord, maar soms blijkt het onbegonnen werk en daardoor een gigantische mislukking. Denk: onvoltooid én vergeten.” Als uitgangspunt voor RAW & RISING gebruikte Frank een fatbike, “een soort tractor op twee wielen die vooral geschikt is voor extreme omstandigheden als strand en woestijn.” Samen met het G-Star RAW atelier bereidde hij een fietsende avonturier voor op een bikkelharde sneeuwstorm, om zo bestendigheid te scheppen t­ egen “het zwaarste moment, het breekpunt, de beproeving.” 

Door Leendert Sonnevelt Fotografie: Jeroen W. Mantel

Lex Pott & David Derksen

In 2011 toonde Transience, een samenwerking tussen twee razendsnel opklimmende Nederlandse designers, op prachtige wijze de schoonheid van veroudering. Lex Pott en David Derksen versnelden de oxidering van zilver, en vingen dit proces in een serie geometrische spiegels. “Het gaat ons om het opzoeken van de grenzen van materiaal”, aldus David. “Voor RAW & RISING pasten we op een denim wandkleed een vergelijkbare techniek toe, en tonen we opnieuw de verschillende stadia van veroudering.” Zowel in het werk van David als dat van Lex speelt materiaal een cruciale rol, al houdt David vooral van mathematische precisie en rauwheid, en begeeft Lex zich zo dicht mogelijk bij de natuur en zijn experimentele intuïtie. Of de man­n en zichzelf als kunstenaar of ontwerper

40

zien, is voor beiden een moeilijke vraag. “Een ontwerper houdt zich voor een belangrijk deel bezig met functie”, meent David. “Alhoewel dat in mijn werk zeker niet leidend is, hebben mijn ontwerpen bijna altijd een doel. In sommige gevallen gaat het misschien om toegepaste kunst.” De praktijk van Lex belicht het tegenovergestelde, maar bevat ook overeenkomsten: “Ik zie mezelf echt als vrij vormgever! Volledige autonomie en vrijheid zijn altijd een grote inspiratiebron. Al houd ik daarnaast erg veel van productie­technieken en daarmee experimenteren.”    www.lexpott.nl www.davidderksen.nl


RAW & RISING Wessel Rossen De vervormde illustraties en ruw beschilderde objecten van Wessel Rossen waren onlangs te zien in Droog, waar hij zijn eerste solotentoonstelling kreeg. De piepjonge kunstenaar omschrijft ­z ijn werk als donker, humoristisch en seksueel, maar een titel geeft hij zichzelf liever niet. “Een kunstenaar mogen ­a lleen anderen mij noemen!” De Art & Design-student gaat doorgaans te werk met de soundtrack van een film als achtergrondmuziek, en probeert in zijn werk eenzelfde emotie te vangen. “Ik teken de simpele dingen waar anderen niet eens de moeite voor zouden nemen”, legt hij uit. “Mijn inspiratie vind ik in de films van Harmony Korine. Vooral met de sfeer van rauwe films over white trash-families, zoals Trash Humpers en Gummo, kan ik me goed identificeren. Ik wil graag opstaan tegen het ‘perfecte’ werk van sommige kunstenaars, en juist het simpele een kans geven.” Als uitgangspunt voor de kledingstukken die Wessel maakte voor RAW & RISING nam hij zijn eerder gemaakte televisie, waarvan hij de basisingrediënten vertaalde naar een totaal nieuwe (én draagbare) denim ondergrond. “In mijn werk zie je veel ruis en grote, misvormde karakters. Dezelfde elementen vormen een onderdeel van mijn eindproduct.”   www.cargocollective.com/wesselrossen 

Dufarge

Geïnspireerd door hun achtergrond in de skateboard- en surfcultuur richtten Niels van der Zwan, Ties Alfrink en Hugo de Pagter het Rotterdamse platform Dufarge op. De combinatie van early nineties skateboards, analoge fotografie en een hoog DIY-gehalte leidde tot een (werk)plek waar totaal verschillende disciplines samenkomen. Maar wel met één gezamenlijke eigenschap. “De drang om de dingen te maken waar we zelf graag op rond willen rijden! Vrienden die foto’s voor ons schieten, kunstenaars die graphics maken en een skatende meubelmaker waarmee we een handgemaakt board op de markt brengen—voor ons zijn cross-overs erg belangrijk”, leggen de mannen uit. Een succesvol voorbeeld hiervan is de recente samenwerking met OMA, de prestigieuze studio van

The Boyscouts

“Grafisch, stylistisch en relevant.” Met deze woorden omschrijft Zelda Beauchampet de producten van The Boyscouts. De jaarlijkse collecties van haar eigen label worden in Rotterdam geproduceerd en wereldwijd verspreid. “Reeds op jonge leeftijd had ik maar één doel: naar de kunstacademie”, vertelt Zelda. Op de Design Academy Eindhoven ontwikkelde ze haar talent, om zich daarna te specialiseren in ­ odeaccessoires en sieraden. Inmiddels m is The Boyscouts—met in de naam een vette knipoog naar het inzetten van ­s ieraden tijdens het scouting for boys— een steeds groter wordende titel. “Het zijn kleine voorwerpen die je dicht op het lichaam draagt, dat vind ik een mooi gegeven. Ik beschouw mijn werk als toegepaste kunst. Aan een mooi ontwerp dat met zorg is uitgevoerd en eerlijk is geproduceerd, hecht ik veel waarde. Maar zonder gebruiker is mijn product niet compleet!”, aldus Zelda. Als inhoudelijk hoogtepunt van The Boyscouts noemt ze Blanket, een sjaal die onlangs tot stand kwam in samenwerking met kunstenaar Anouk Griffioen en werd gelanceerd bij Margreeth ­O lsthoorn in Rotterdam. “Het samenspel tussen kunstenaarschap, commercie en retail was optimaal.” Voor haar ­s amenwerking met G-Star RAW en Glamcult Studio nam Zelda twee ico­ nische objecten als vertrekpunt, en ontwierp ze haar eigen vlag en hoed. “Rising komt op vele manieren terug in mijn werk. Het gaat over persoonlijke drive, over je nek uitsteken. Het past bovendien bij de ideologie van scouting.”    www.theboyscouts.nl

41

architect Rem Koolhaas, waarvoor een speciaal deck werd gecreëerd. “Buiten, maar ook binnen de skatescene worden we serieus genomen. Dat is van groot belang voor ons als boarders.” Voor RAW & RISING experimenteerde Dufarge samen met het G-Star RAW atelier volop met nieuwe materialen voor de handgemaakte Bink Cruiser. “Dit board werd gebaseerd op de kleine plastic skateboards waarmee we allemaal zijn begonnen.” Door vele laagjes denim op elkaar te persen, en op deze manier een deck te creëren, gaf Dufarge een compleet eigen draai aan het materiaal. “Daarbij maakt een jack met ons eigen artwork het plaatje compleet.”    www.dufarge.com

Gc Collab


Pepe Heykoop

RAW & RISING

Els & Nel

“Ik ben een bouwer. Mijn handen willen maken. Dingen.” Een betere typering van het werk en karakter van Pepe Heykoop is er niet. De producten van deze jonge ontwerper, die in de enkele jaren sinds zijn afstuderen aan de ­D esign Academy Eindhoven meerdere prijzen in ontvangst nam, worden ­g ekenmerkt door ingenieus handwerk. In zijn studio in Amsterdam zoekt Pepe naar nieuwe, low-tech technieken en begeeft hij zich op de grens van kunst en design. Het hergebruiken van ma­ teriaal is hierbij van groot belang. “Recycling kenmerkt mijn werk”, legt hij uit. “Ik vind het moeilijk om afval te creëren, dat is er immers al genoeg! Daarnaast moet mijn werk een hand-

Els & Nel—de ware namen van deze schijnbare alleskunners laten we voor de duidelijkheid maar achterwege—leerden elkaar kennen op de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Tegenwoordig wonen ze in Amsterdam, en maken ze jaarlijks een uitje naar Berlijn. “Els houdt van spa rood, Nel van wodka”, luidt hun enthousiaste introductie. “We hebben allebei geen huisdieren, omdat dat allemaal maar lastig is. Els & Nel houden van mooi papier en de geur van fresh printed magazines.” Dit blijkt ook uit hun enige, steeds bekender wordende product: de Weekly Journal, een prachtig vormgegeven agenda waarmee het tweetal naar eigen zeggen orde probeert te scheppen. “Parttime koffie zetten, socializen, biertjes drinken, van expo naar club hoppen—we hadden iets nodig dat ons een beter overzicht, en daarmee meer rust zou geven!”, aldus de dames. Hiervoor brengen Els & Nel hun praktische aard samen met design en het zogenaamde mobile office life. “Smartphones en ­a pps spelen een steeds grotere rol, maar de behoefte aan pen en papier is bij velen nooit verdwenen. De traditionele opzet van de agenda is dan ook nooit aangepast aan veranderende werkpatronen. Dit was voor ons de aanleiding om onze eerste samenwerking te starten.” Voor RAW & RISING werd deze gedachte verder uitgebouwd. “We ontwierpen een een­ voudig en classy accessoire, dat niet misstaat in een galerie of bar”, aldus het duo. “De denim case die het G-Star RAW atelier heeft uitgewerkt bevat ruimte voor een Weekly Journal, tablet of notitieboek, mobiele telefoon, schrijfwaren, visite­kaartjes en eventueel ook geld en sleutels. Els & Nel gaan over de balans tussen work and play!”   www.elsennel.nl

schrift laten zien. Je ontwikkelt jezelf door te vallen en weer op te staan. Proberen, proberen, proberen—dan voel je vanzelf wat bij je past. Wat ik maak staat altijd dicht bij me; ieder nieuw stuk gaat door een soort filter om te kijken of het eigenlijk wel tot de familie behoort.” Voor RAW & RISING nam Pepe een van zijn lampen als uitgangspunt, en bekleedde deze met het atelier van G-Star RAW op geheel eigen wijze met denim. “We hebben met snijdsels gewerkt om de lamp te ‘skinnen’. Het frame is de rijkdom aan materiaal gaan dragen als een tweede huid.”   www.pepeheykoop.nl

Cavalier

Ook al omschrijft Tjimme Ruyter zichzelf als ras-Rotterdammer, in werkelijkheid groeide deze handyman op in the country. Het was juist de afstand tot de havenstad die leidde tot het ontstaan van een opmerkelijke belangstelling, die hem tot op heden achtervolgt. “Toen ik op mijn 13 e dagelijks 12 kilometer naar de middelbare school moest fietsen en continu werd ingehaald door brommers, begon er zich een ­i nteresse voor gemotoriseerde voertuigen van mij meester te maken.” Op iets latere leeftijd was de aanschaf van een brommer dan ook een vanzelfsprekende stap. “Crossen tot hij kapot ging, repareren, crossen, op­ voeren en nog meer crossen.” Toen Tjimme in 2010 zijn motorrijbewijs haalde, werd zijn interesse specifieker.

42

“Ik vond een afbeelding van een motor die mij raakte en nooit meer heeft l­ osgelaten. Het bleek een van de eerste projecten van de Wrenchmonkees uit Kopenhagen te zijn. Zij transformeren oude motoren tot waanzinnige customs, en wijken daarbij af van de gebaande paden. Het resultaat kan niet in een hokje worden geplaatst; het zijn geen choppers, bobbers of café racers!” Onder de titel Cavalier professionaliseerde Tjimme zijn hobby, en personaliseerde hij met het atelier van G-Star RAW zijn eigen motor. “De motorfiets heeft eigenschappen die ik als mens eigenlijk helemaal niet bezit. Hij is ­l awaaierig, kort door de bocht en agressief. En in tegenstelling tot mijn karakter is ook mijn werk—naast historisch en functioneel—rauw en stoer.”


RAW & RISING “We zien onszelf als ambachtslieden, kunstenaars, ondernemers en clowns.” De vier vrolijke heren achter Oedipus Brewing nemen geen blad voor de mond. Alex Mager, Rick Nelson, Paul Brouwer en Sander Coenraads houden zich op het Amsterdamse Westerdok bezig met hun grote droom: het openen van hun eigen pub. Een diversiteit aan achtergronden—van antropologie tot hydrologie en beeldende kunst—heeft deze brouwers gevormd. Wizkids of techneuten zijn het niet; met dank aan hun nieuwsgierigheid en eindeloos surfen op internet ontstond Oedipus’ kennis én apparatuur. “We willen onszelf en de consument altijd blijven verrassen met nieuwe bieren”, aldus de mannen, wiens brouwsels inmiddels op verschillende festivals en in kroegjes worden geschonken. “Vaak krijgen we de opmerking: ‘Dit smaakt niet naar bier!’ Dan vragen wij onszelf af: ‘Hoe smaakt bier dan?’” Het atelier van G-Star RAW hielp de jongens hun brouwproces te vergemakkelijken. “We hebben een pak ­b edacht dat behalve alle gereedschappen voor het brouwen objecten voor distributie en consumptie bevat. Bier drinken en broeken dragen!”, luidt het optimistische motto van Oedipus Brewing. En daar valt weinig aan toe te voegen.   www.oedipusbrewing.com

Oedipus Brewing

The Phoney Club “Waarom mooi als het ook lelijk kan?” Het was een project met deze veelzeggende naam waardoor Anne Lint en Sanne de Wild op de Willem de Kooning Academie bij elkaar kwamen. De designers—die elkaar destijds stiekem als concurrent beschouwden, maar nu gezamenlijk The Phoney Club vormen —putten volop uit de internet- en popcultuur. Hun mix van Tumblr-elementen met tegendraadse girl power komt onder andere naar voren in OH! $O Fl∆MØU$ de aansteker­ lijn die zelfs M.I.A. in vuur en vlam zou zetten. Het moge duidelijk zijn: TPC gaat graag over the top. Maar wel met een boodschap. “Er is zoveel commentaar op de huidige gene­ ratie. We zijn allemaal internetkids. Maar we zijn ook intelligent, spiritueel en nadenkend. If you want to be a slut, be a slut. And if you want to be a doctor, be a doctor!” Samen met Glamcult Studio en het atelier van G-Star RAW zetten Anne en Sanne iets neer dat groter is dan hun normale werk. “Het uitgangspunt was de aansteker, ons visitekaartje en onze trashy baby. We hebben normaal slechts vijf centimeter, maar toch valt ’ie op. Misschien omdat het een beetje vreemd is om een aansteker tot kunstobject te ver­ heffen?” Voor Anne en Sanne is RAW & RISING “een super toffe manier om onze filosofie en personality uit te bouwen. We hebben een one-of-a-kind bomberjack ontworpen waarvan de binnenkant helemaal is gevoerd met gouden aanstekers. Burn, baby, burn!”   www.thephoneyclub.com

43

Gc Collab


Film The Wolf of Wall Street

Nymphomaniac

In twee delen, vanaf 26 december en 16 januari Regie: Lars von Trier Acteurs: Charlotte Gainsbourg, Stellan Skarsgård, e.a.

Vanaf 9 januari Regie: Martin Scorsese Acteurs: Leonardo DiCaprio, Jonah Hill, e.a. Wat kun je allemaal met dwergen, ofwel kleine mensen, uitspoken? De keihard levende heren en dames uit deze geweldige satire hebben zoveel geld dat ze van gekkigheid niet meer weten waar ze hun gouden bergen aan moeten uitgeven. Dus huurt deze losgeslagen maatpakkenroedel kleine mensen in die men ‘in de roos’ kan gooien. Dwergwerpen. Echt. Het is slechts een van de obscene en bizarre bezigheden van de op ware gebeurtenissen geïnspireerde avonturen van stockbroker Jordan Belfort en z’n maten, die in de jaren 80 en 90 gierend rijk werden.

En niet helemaal legaal bovendien; hun morele kompas sneuvelde op de New Yorkse beurs al snel. In deze drie uur durende nieuwe film van Scorsese (Raging Bull, Goodfellas) volgen we de opkomst en ondergang van een fenomeen: een man in een business die met de kennis van nu niet helemaal koosjer te noemen is. Poep als goud verkopen is misschien niet aardig, maar je kan er met een beetje boerenslimheid kennelijk je zakken mee vullen. Drie uur lijkt een lange zit, maar je verveelt je geen moment. Alles is doordrenkt van overvloed en gekkigheid en zit bomvol bizarre speeches en fantastische dialogen. Dit is Scorsese op z’n best. Hoewel we The Wolf of Wall Street niet per se een komedie zouden noemen, komen er een aantal hysterische scènes voorbij

die je laten janken van het lachen. Dat Jonah Hill komische talenten heeft wist iedereen, maar dat ook DiCaprio op de lachspieren kan werken is een aangename verrassing. Dronken je eigen helikopter besturen, je in het openbaar aftrekken op een overvloedig feestje voor het mooiste meisje, antieke drugs tot je nemen met alle gevolgen van dien—het bestaan van deze in prachtig gesneden pakken gehulde (anti) helden is verre van sjiek. Maar God, wat is dit een heerlijk van de pot gerukt verhaal over ongebreidelde hebzucht vol kleurrijke types you’ll love to hate! Misdaad/satire

Lars von Trier had naar verluid liever gezien dat zijn nieuwste film zoals aanvankelijk ruim vijf uur zou duren, maar men vreesde dat zo’n marathonproductie niet zou verkopen. Dus werd de derde en afsluitende film van zijn trilogie over depressies (na Antichrist en Melancholia) ingekort en in twee delen uitgebracht. Of dat de juiste keuze is, is moeilijk in te schatten als je de director’s cut niet kan bekijken zoals Von Trier ‘m bedoelde. Wat wél te zien is, spreekt op een of andere manier weinig tot de verbeelding. De avonturen van een zich altijd schuldig voelende nymfomane worden weliswaar steeds in een (semi)filosofisch kader geplaatst, maar de expliciete seksscènes raken nauwelijks. Irriteren doen ze soms wel; Shia LaBeouf vindt zichzelf zo geweldig dat zijn ego door zijn personage schijnt. De scène waarin Uma Thurman als bedrogen echt­ genote mét haar arme kroost verhaal komt halen bij de nieuwe minnares van haar man, is vooralsnog het hoogtepunt van onze Nymphomaniac-beleving. Drama

August: Osage County

International Film Festival Rotterdam

Her

Vanaf 27 februari Regie: Spike Jonze Acteurs: Joaquin Phoenix, Amy Adams, e.a. Theodore, een journalist met liefdesverdriet, werkt bij een bedrijf dat in opdracht ‘handgeschreven’ brieven stuurt. De romantische ziel is daar ijzersterk in, maar hij mist zelf die soulmate die hij speelt voor anderen. Op een dag koopt hij een nieuw besturingssysteem dat een eigen stem heeft, de (digitale) agenda van de eigenaar op orde houdt en verrassend dichtbij het menszijn in de buurt komt. Het duurt niet lang of Theodore valt als een blok voor de zwoele stem van deze zelfbenoemde Samantha (Scarlett Johansson). Maar hoe knoop je een relatie aan met iemand die geen lichaam heeft en eigenlijk niet bestaat? Een spannende en verwarrende periode vangt aan waarin Theodore—net als vele anderen in zijn omgeving—verstrikt raakt in een virtuele paringsdans. Beeldig vorm­ gegeven met imaginaire, hebberig makende gadgets. Het drama zakt ietwat in na de eerste helft, maar alles is zo mooi in beeld gebracht dat het te vergeven valt. Romantisch drama

All Is Lost

Door Maricke Nieuwdorp

Het IFFR vindt dit jaar plaats van 22 januari tot en met 2 februari 2014. Glamcult geeft je alvast een greep uit het programma van deze 43 e editie, dat zoals altijd enorm is. R100 Wij zijn, net als het IFFR en half Japan, fan van filmmaker en komiek Matsumoto Hitoshi. Wie Big Man Japan (2007), Symbol (2009) en/of Saya-zamurai (2011) gezien heeft, weet wat er ongeveer komen gaat: een absurde, fantasierijke filmervaring. In R100 wordt een keurige meubelverkoper lid van een sjieke sm-club. Het belooft een spannende tijd te worden, maar de meesteressen uit deze club dringen steeds dieper zijn privéleven in. Only Lovers Left Alive De nieuwste van Jim Jarmush (Coffee and Cigarettes) gaat over de relatie tussen Adam en Eve, een stel eeuwenoude vampiers. Het moderne leven zaait verwarring en onrust, net zoals de komst van Eve’s rebelse zusje Ava. Met onder meer Tilda Swinton, Tom Hiddleston en Mia Wasikowska. De film wordt na het festival overigens ook landelijk uitgebracht, vanaf 6 februari. The Reunion Films over reünies staan altijd garant voor het nodige drama. In dit Zweedse debuut van Anna Odell komt een groep oud-klasgenoten na twintig jaar weer bij elkaar. Niet geheel verbazingwekkend, vervalt iedereen al snel weer in oude patronen, wat natuurlijk de nodige ellende oplevert. Denk aan scènes uit Festen (Thomas Vinterberg) en je zit in de buurt. Of Horses and Men Absurdistische en droogkomische kijk op een afgelegen IJslandse gemeenschap waar paarden en mensen samenwerken als gelijken. Niet geschikt voor paardenmeisjes!

44

Vanaf 13 februari Regie: John Wells Acteurs: Meryl Streep, Julia Roberts, e.a.

Vanaf 16 januari Regie: J.C. Chandor Acteur: Robert Redford

Er gaat weinig boven een sappige familiebijeenkomst waarbij het ene na het andere lijk uit de kast valt. Dit op een toneelstuk geïnspireerde drama voldoet gelukkig aan al onze voyeuristische verlangens. Als de echtgenoot van Violet (Streep) spoorloos verdwijnt, komen haar drie volwassen dochters met aanhang naar het ouderlijk huis om haar bij te staan. Dat blijkt een loodzware opgave, want de knorrige, vileine Violet is werkelijk onmogelijk. Ze is niet bang om haar keiharde kritiek recht in ieders gezicht te planten. De pater familias komt helaas niet tevoorschijn, maar de vele pijnlijke geheimen laten deze familiebijeenkomst al snel gierend uit de hand lopen. Smullen! Vooral Streep is een fantastische, ongenadige heks die de rest van de overigens prima cast (Chris Cooper, Ewan McGregor en Juliette Lewis) al snel van tafel speelt. Moraal van dit verhaal? Eert uw moeder; het kan namelijk altijd nog erger. Drama

Het uitgangspunt van dit waanzinnig spannende drama van Chandor (Margin Call) is eigenlijk verrassend simpel: een solozeiler komt in de problemen ergens midden op de Indische Oceaan. Hij botst op een drijvende container en moet het dan ontstane gat in zijn schip zien te dichten voor het noodweer aanklopt. Er wordt geen woord gesproken (op een in het intro voorgelezen brief na) en tegenspelers heeft Redford niet. En toch is deze filmervaring zo verdomd meeslepend dat de tijd voorbij vliegt. De opbouw is om te beginnen indrukwekkend; deze ervaren zeiler schrikt in eerste instantie namelijk nauwelijks van de tegenslagen. Hij blijft professioneel handelen, ook al wordt zijn situatie steeds nijpender. Ruim anderhalf uur volgen we zijn verwoede pogingen om zichzelf in leven te houden. Tegen de tijd dat ook het personage van de ijzersterk spelende Redford langzaam in paniek begint te raken, heeft de kijker z’n nagels reeds verzwolgen. Drama/thriller


Albums Cymbals

Supreme Cuts Cities Aviv

James Vincent McMorrow

East India Youth

The Age of Fracture

Come To Life

Total Strife Forever

Divine Ecstasy

Post Tropical

Tough Love Records

Young One Records

Stolen Recordings / PIAS

Dovecote / V2 Records

Believe Recordings / DGR Music

Je album baseren op de fragmentatie van ideeën gedurende het afgelopen decennium, beschreven door Princetonhistoricus Daniel T. Rodgers, klinkt wellicht wat… pretentieus? Zeker, maar laat dat je niet weerhouden! Op hun tweede album beelden de lads van Cymbals hun intellectuele ideeën uit aan de hand van intrigerende psychdisco, new wave en slaapkamerhouse. Meer (elektronische) textuur en—zoals de band het zelf omschrijft—veel meer verwarring. De nadruk die de mannen leggen op het combineren van muziek en tekst, zowel Frans- als Engelstalig,  wordt uitgewerkt door Joe Dunthorne, die een bijbehorende short story schreef. “We both like LCD Soundsystem and Metronomy”, aldus de auteur van Submarine, die in het verleden ook samenwerkte met Alex Turner. Maar ook zonder zijn literaire toevoeging verdient  The Age of Fracture veel meer dan een voldoende. Vooral de pijnlijk lang­ gerekte opbouw van Like an Animal en de ongemakkelijke chaos van The 5% verwarmen het onderkoelde winterhart. Keep calm en laat je onderwijzen. Door Leendert Sonnevelt

Come, come, come to life… Zo komt Gavin Mays a.k.a. Cities Aviv tot leven in het intro Intro om daarna voortvarend te rappen op rave loops gemixt met weirde electrobleeps (Fool) en ’80s synthpopsamples (Head). Uhm, maar las ik daar net niet ‘rappen’. Jazeker, maar Cities Aviv is nogal eclectisch elektronisch en niet your average rapper. Dus geen modieuze EDM-beats of uitgekauwde hiphop-hap. Come To Life is een futuristische benadering van hiphop waarbij trouw gebleven wordt aan de ethiek van samples en rhymes. Zo herinterpreteerde Cities Aviv al eens My Bloody Valentine en Depeche Mode. Dissolve is Snap! meets Kraftwerk, Vibrations haalt jaren-90house door de mangel en Worlds ov pressure is Prince meets new wave. En alles met een flow die niet zozeer laidback, maar rustig ruig is. Come To Life is niet altijd easy going maar where the going gets tough, the tough gets going. Door Matthijs van Burg

Ik weet niet hoe mijn Editor-in-Chief zou reageren wanneer ik over een opgestuurde demo zou zeggen: “Ik vind dit zooooo goed, laten we als Glamcult een platenlabel beginnen om dit uit te brengen!” Het overkwam William Doyle nadat zijn CD-R op de redactie van The Quietus belandde. Op aan­ raden van een enthousiaste recensent werd East India Youth getekend op het speciaal voor hem opgerichte platenlabel van de blog. Hmm, had ik ook zo psyched kunnen zijn over diezelfde act? Jazeker, dat ben ik! East India Youth bevat elementen uit ambient, neo-classical, krautrock en (electro) pop. Cool. Invloeden die terugkomen in de instrumentale composities Total Strife Forever I t/m IV, maar ook in Song For A Granular Piano en Dripping Down overtuigen als cross-overs. Technotrack Hinterland en electrokrautballad Heaven, How Long? doen dat minder. Die songs zou Glamcult Phonographic Corporation uitbrengen als B-kantje. Door Matthijs van Burg

Bij het luisteren van Supreme Cuts’ nieuwe album wordt het al snel duidelijk: het duo uit Chicago wil je een hemelse, zeg maar gerust spirituele clubervaring schenken. Zo eentje waarbij bijna elk liedje dat je hoort toepasselijk is, en niemand op je schoenen gaat staan. Eentje waarbij het meeste van je geld tegen het einde van de avond nog in je zak zit, en waar je je telefoon niet kwijtraakt. Al is dit een vervolg op het vorig jaar verschenen Whispers In The Dark, noemen we Divine Ecstasy toch geheel eigenwijs het debuut. In tegenstelling tot zijn voorganger, haalt het tweetal met deze plaat alles uit de kast om een bombastische belevenis neer te zetten. Diepe bassen, een eclectische selectie aan vocalisten, razendsnelle hihats, en af en toe een cheesy popmelodie die je alleen in een slaapkamer van een 14-jarige had kunnen tegenkomen. Door Sander van Dalsum

Normaal gesproken is ‘meer van hetzelfde’ niet waarop je hoopt bij een opvolger. Er zijn echter bands (Beach House, The xx) waarvan je wenst dat ze niet teveel van het bekende pad afwijken. Een gevoel van opluchting ontspringt bij de eerst gehoorde klanken op Post Tropical, het tweede album van de verlegen Ierse singersongwriter met statementbaard en wolventandjes, James Vincent McMorrow, klinkt warm en herkenbaar. De resonanties die teweeggebracht worden door zijn tedere, bijna dierlijke falsetto klinken beter dan ooit over de easy r&b-achtige arrangementen (vleugje vernieuwing inderdaad!). Dat de folkzanger zo met zijn tijd meegaat is een goede zet, want daardoor drijft hij, ondersteund door drummachines en geloopte piano’s, verder weg van zijn collega’s. De sfeer blijft echter wel melancholisch; McMorrow just likes to sorrow. Door Anna Nita

Thomas Azier

Gem Club

Warpaint

Thug Entrancer

ceo

Death After Life

Hylas

In Roses

Wonderland

Warpaint

Software / Bertus

Hylas Records / Mercury Music Group

Hardly Art / Konkurrent

Modular / N.E.W.S. Records

Rough Trade / Konkurrent

Hoe leg je de zin van het bestaan en alles wat daarna komt uit aan je ­m edemens, zonder er ook maar één woord aan vuil te maken? Volgens Ryan McRyhew kan dit met een drumcomputer. Volledig vastbesloten dreunt, klapt, tikt en slaat de legen­ darische Roland TR-808 erop los op Death After Life. Door een verhuizing naar Chicago kwam McRyhew, ofwel Thug Entrancer, in aanraking met juke, een zijstroming van house. Een genre dat zijn oorsprong vindt in de achterbuurten van het Middenwesten en waarop vooral heel wild, maar technisch gedanst moet worden. Hoewel de producer zelf niet heel snel de dansvloer zal betreden, maakt Thug Entrancer er een unieke opwekking van. Bijgestaan door een verscheidenheid aan synthesizers waar elke nerd van zou kwijlen, stompen de ritmes bij elke maat door merg en been. Door zijn experimentele kijk op juke zet hij deze niche in een ietwat futuristische setting; alsof Blade Runner opgenomen is in Chicago. Door Sander van Dalsum

Na Thomas Aziers EP’s Hylas 001 en Hylas 002 zou het tijd zijn voor Hylas 003, maar dat project pakte groter uit. De jonge Nederlandse songwriter maakte er meteen zijn debuutalbum van: Hylas. Zonder 003, maar inclusief bonustracks en remixes van single Ghostcity—dat een ode aan zijn huidige woonplaats, ‘spookstad’ Berlijn, is. Als Justice zingt de producer “We are…”, maar maakt het af met “…the only one alive in this town.” Azier neemt je mee in de energie van een stad die nooit slaapt, meganisch, maar vol emotie. De overgang naar de volgende track, Verwandlung, is met recht een transformatie te noemen. Een ballad, waarin Aziers melancholische stem als een mix tussen Nikolaj Manuel Vonsild (When Saints Go Machine) en Boy George (in Somebody To Love Me) in warme, electronische popgeluiden wordt gehuld. Sirens Of The Citylight kan al helemaal niet onbenoemd blijven; wat een meeslepend nummer! Azier weet de kracht van pop perfect te combineren met die van house, en brengt ons catchy explosies. Live wordt dit het komende festivalseizoen waanzinnig! Door Dorothy Vrielink

Gem Club is het met Lykke Li eens; sadness is a blessing. De band— bestaande uit cellist Kristen Drymala, pianist/vocalist Christopher Barnes, en vocalist Ieva Berberian—weet dat treurige zaken vaak akelig mooi zijn, en dat verdriet menigmaal de motor achter iets subliems blijkt. Op een zeer minimalistische wijze wordt een onbeschrijflijk intieme sfeer opgeroepen, en zo wordt er op In Roses, de opvolger van Breakers, opnieuw veel gezegd met weinig. Songwriter Barnes schrijft ditmaal niet over zichzelf; hij kijkt terug op verbroken relaties. Of relaties die hij had willen hebben, maar nooit heeft gehad. Dat levert breekbare liedjes op met galmende vocalen en orkestrale arrangementen die gedomineerd worden door piano en cello. Maar juist de minimalistische uitwerking van deze Enya-droompop is de sleutel die je muzikale hart doet openen. Het mysterie achter de liedjes doet hunkeren naar meer. Door Anna Nita

In het (wonder)land van ceo heeft een bordeel allesbehalve negatieve connotaties. Althans, zo klinken de ervaringen van de Zweedse producer en singer-songwriter Eric Berglund. “I’m the whore, the pimp, the junk”, gooit hij er op zijn tweede album uit—een muzikaal openen en sluiten van Pandora’s doos. Als zanger van The Tough Alliance werd Berglund in het verleden beschuldigd van hooliganisme en het oproepen tot geweld. De baseballknuppels laat hij tegenwoordig achterwege, om samen met Kendal Johansson en Dan Lissvik (laatstgenoemde verzorgde remixen voor onder andere Haim) als ceo optimistische electropop met hoog meezinggehalte te maken. M83 meets MGMT meets Depeche Mode, zeg maar. De “ultra messiah” —jaja, zo noemt de goede man zichzelf—is Berglund niet. Wat hij wel is? Getalenteerd en een tikkeltje hysterisch. “ceo is you and you are me and i am ceo aka white panther…” Tja, panterpop. Wie kan daar nou nee tegen zeggen? Door Leendert Sonnevelt

Wie Warpaint weleens heeft zien optreden, weet dat de dames niet vies zijn van een ouderwets potje jammen. Ogen dicht, haren los en gaan. Dat is goed te horen op de tweede langspeler van het Californische viertal, die lijkt te zijn gespeeld en opgenomen in een trance. Kwetsbaar, introvert, bezwerend en donker. Nog donkerder dan de veel geprezen EP Exquisite Corpse (2008) en debuutplaat The Fool (2010). De nummers bevinden zich ergens tussen grungy en etherisch, en worden door hun gelaagdheid bij iedere luister­ beurt mooier. Dat neemt niet weg dat de zwoele groove die Warpaint live heel betoverend maakt, op deze plaat zo naadloos doorgaat dat het juist vlak klinkt. Misschien komt het doordat de ritmewisselingen die met name Exquisite Corpse erg spannend maakten nu minder aanwezig zijn. Gelukkig kan de eerste single Love Is To Die zich wel meten aan Elephants en Undertow, de nummers waardoor we in eerste instantie in de ban van Warpaint raakten. Door Fay Breeman

45

Gc Update


Stuff Glamstuff winnen? Stuur een mailtje met je naam, adres en telefoonnummer naar glamstuff@glamcult.com. Laat ook duidelijk weten in het onderwerp welke prijs jij graag zou willen winnen! Winnaars krijgen per email bericht. Supreme Cuts

Divine Ecstacy 3 CD’s

New Dutch Photography

De makers van GUP Magazine laten ons, net als in voorgaande jaren, kennismaken met 100 maal kersvers fotografietalent van eigen bodem. Glamcult geeft 3 boeken weg.

East India Youth

Total Strife Forever 3 CD’s

Nymphomaniac deel 1 & 2

5 x 2 bioscoopkaartjes voor de deel 1 en 2 veelbesproken nieuwe film van regisseur Lars von Trier. Zelf­ gediagnosticeerd nymfomaan Joe vertelt over haar erotische leven, vanaf haar geboorte (!) tot op heden.

Cities Aviv

Come To Life 3 CD’s

Thomas Azier

Hylas 3 CD’s

Wup Wup

Ja, ja, volgens het merk Wup Wup is tanzen auch sport. Glamcult is het daar helemaal mee eens en geeft 3 tanktops weg om 2014 fatsoenlijk in te luiden.

James Vincent McMorrow

Post Tropical 3 CD’s

Grasnapolsky

L for Leisure

Sta je ook te trappelen van ongeduld voor het festivalseizoen? Niet getreurd, het gloednieuwe Grasnapolsky komt eraan. Glamcult geeft 2 vrijkaarten weg voor een dag naar keus. Dive in!

2x2 bioscooptickets voor L for Leisure tijdens IFFR op zondag 26 januari om 21:45 uur in Cinerama (Rotterdam).

Stylebop www.stylebop.com www.stylebop.nl

Verkoopinfo American Apparel www.americanapparel.net

Damir Doma www.damirdoma.com

Jean-Charles de Castelbajac www.jc-de-castelbajac.com

Nike www.nike.com

Carven www.carven.com

Diesel www.diesel.com

J.W. Anderson www.j-w-anderson.com

OFWGKTA www.oddfuture.com

Tessa de Boer

Céline www.celine.com

Etro www.etro.com

Lutz Huelle www.lutzhuelle.com

Patta www.patta.nl

Topman www.topman.com

Chanel www.chanel.com

Fausto Puglisi www.faustopuglisi.com

Marc by Marc Jacobs www.marcjacobs.com

People of the Labyrinths www.labyrinths.nl

Undercover

Comme des Garçons www.comme-des-garcons.com

G-Star www.g-star.com

Marga Weimans www.margaweimans.com

Raf Simons www.rafsimons.com

Converse www.converse.com

H&M www.hm.com

Nasir Mazhar www.nasirmazhar.com

Replay www.replay.it

COS www.cosstores.com

Hugo Boss www.hugoboss.com

Nieuw Jurk www.nieuwjurk.com

Sandro www.sandro-paris.com

46

UNIQLO www.uniqlo.com Versace www.versace.com

Gc Plus


Vandaag kunst. Morgen? film dansen park markt muziek theater koffie natuur spelen concert cultuur sport expo picknick fotografie skaten fashion barbecue drinken geschiedenis eten theater feest ... Bij de Westergasfabriek is altijd wat te doen westergasfabriek.nl

presenteert:

EEN DOODGEWOON FESTIVAL OVER DE KRACHT VAN DAGELIJKSE DINGEN

Voor het volledige programma zie: www.artez.nl/studiumgenerale Mede mogelijk gemaakt door Gemeente Arnhem.


Westerstraat 59-61 1015 LV Amsterdam Tel. +31 20 330 23 91 Utrechtsestraat 85 1017 VK Amsterdam Tel. +31 20 62 46 635 Bijenkorf - Concession Dam Square 1 1012 JS Amsterdam Tel. 0800 0818 Kammenstraat 14 2000 Antwerp Tel. +32 3 227 0032

Made in USA—Sweatshop Free Operated by Dov Charney


GLAMCULT / 2014 / ISSUE 1 / #100