Issuu on Google+

moordjongens no. 1 | juni 2009


"Education is our passport to the future,

Change a mind - Change a spirit


for tomorrow belongs to the people who prepare for it today." - Malcolm X

Change a life - Change the Future


editorial

moordjongens Eind 2006 vertrok ik naar Sierra Leone om voor mijn masters in de antropologie onderzoek te doen naar voormalig kindsoldaten. Omdat ik een fascinatie voor kindsoldaten had, maar ook omdat ik veel nieuwsgierigheid had met betrekking tot het onderwerp. Achteraf bezien, ging mijn onderzoek eigenlijk volledig over mijn eigen wens iets aan de weet te komen. Een echt hulpverleningsideaal had ik niet, al dacht ik toen van wel. Tijdens mijn veldwerk raakte ik zeer goed bevriend met een grote groep exkindsoldaten. Als aankomend antropoloog deelde ik hun levens, hun levensgeschiedenis, hun toekomstdromen. En ik leefde het zelfde armoedige leven als zij. Toen ik vier maanden later terugkeerde naar Nederland, stond mijn leven op zijn kop. Pas toen ik terugkwam, realiseerde ik me hoe vreselijk sterk deze ex-kindsoldaten zijn. Sierra Leone is het armste land ter wereld. Nauwelijks mogelijkheden om een carrière op te bouwen, en toch waren deze exkindsoldaten vastbesloten er iets van te maken. Hun veerkracht, hun doorzettings-vermogen en hun grote liefde voor het leven, inspireerden mij in mijn eigen leven. En het gaf me tegelijkertijd de moed ècht iets voor hen te doen. Ik startte een klein particulier project, samen met mijn veldwerksponsor Wietske van der Klein van trainingsbureau Pure Talent. ‘Kindsoldaten terug naar school’, was de slogan. En het project bleek zo succesvol, dat ik besloot het uit te breiden naar een stichting, die in de toekomst veel meer kindsoldaten moet helpen. Met name door meer inzicht te bieden in hun levens en hun behoeften. Waarbij we hopen dat andere organisaties daarin aanknopingspunten zullen vinden om hulpverlening aan kindsoldaten te verbeteren.

De eerste operationele fase van Mind to Change stond in het teken van onderzoek, onderzoek en nog eens onderzoek. In Sierra Leone zag ik zoveel misgaan op het gebied van hulpverlening, dat ik besloot dat Mind to Change eerst goede knowhow over de doelgroep moest opbouwen. Samen met ex-kindsoldaten Lansana en Ibrahim ontwikkelde ik projecten, die we in hele kleine pilots gedraaid hebben. Vijfentwintig andere ex-kindsoldaten hebben steeds als klankbord en denktank gefungeerd. We hebben hopeloos veel fouten gemaakt, maar uiteindelijk hebben we daar ontzettend veel van geleerd. Zoveel, dat we met zelfvertrouwen durven te zeggen dat we een goede basis hebben ontwikkeld, van waaruit nieuwe methodologieën kunnen ontstaan. Mind to Change is nu klaar om echt aan het werk te gaan. En dat vieren we graag met een voorlichtingscampagne. ‘Ontwapen!’ is het motto. De eerste ronde van de campagne staat in het teken van Moordjongens, en draait rond mijn jongerenboek over kindsoldaten, met gelijknamige titel. Ons team in Nederland en Sierra Leone staat in de startblokken om de wereld een ander beeld van kindsoldaten te laten zien. Hun kracht een doorzettingsvermogen maken hen ontwapenend, en dat laten we jullie graag zien! Ginny


mtc-file

careerblues Ibrahim Barry Junior is één van de mede oprichters van Mind to Change. Hij vocht negen jaar. Op zijn achtste werd hij ingelijfd in één van de rebellenlegers in Liberia. Op zijn vijftiende gaf hij leiding aan 50 andere kindsoldaten in het rebellenleger van Sierra Leone. Als General Shed Blood. Ibrahim is een ex-kindsoldaat met reputatie. Een ‘monster’ waarvan men dacht dat hij nooit meer ‘normaal’ zou worden. Tussen 2000 en 2002 begon Ibrahims demobiliseringsproces. Hij leverde zijn wapen in, werd in een tehuis gezet, en uiteindelijk voor een paar jaar naar school gestuurd. Èchte begeleiding kreeg hij niet. Hij moest zelf maar uitzoeken hoe het allemaal werkte, een vredige maatschappij. Hij begreep niet dat geweld niet geaccepteerd was, en ook niet dat dreigen en intimideren van hem een ‘monster’ maakten. Hij gebruikte die tactieken ooit, om in een oorlogssituatie in leven te blijven. Maar als burger werden er hele andere dingen van hem verwacht. Zijn leven stond op zijn kop. Het was voor Ibrahim niet makkelijk de burgers te doorgronden. Wat was nu wel en niet geaccepteerd gedrag? En waarom leken er voor hem hele andere regels te gelden dan voor de rest van de bevolking? Als hij een keer uit zijn slof schoot, was de wereld te klein. Terwijl de rest van zijn omgeving elkaar aan de lopende band uitschold. Of bedreigde. De Sierra Leonese manier om boosheid af te reageren. Het enige wat Ibrahim kon doen was afkijken, hoe anderen het deden, maar hoe weet je hoe je je moet gedragen, als er van jou toch altijd nèt iets anders verwacht wordt? Ibrahim klampte zich vast aan de mensen in zijn omgeving. Hij ontmoette een meisje, ze kregen samen een kind, en toen was hij plotseling een werkloze huisvader.

Een hopeloze situatie in Sierra Leone, want een man hoort zijn gezin te kunnen onderhouden. En bovendien was hij ook nog ex-kindsoldaat. Een status waar hij allesbehalve trots op kon zijn. Jarenlang kwam hij rond van bedelen, kleine klusjes, en wat tijdelijke baantjes. Hij had geen kennis, geen vaardigheden, en ook geen talenten. Dacht hij. Maar Ibrahim gaf op zijn 15e leiding aan een heel bataljon kindsoldaten. Wat hij zeer succesvol deed. Hij heeft dus wel degelijk talent, maar Ibrahim heeft geen idee hoe hij dat talent kan gebruiken om betaald werk te vinden of voor zichzelf te creëren. Bij Mind to Change kan hij zijn ei kwijt door andere ex-kindsoldaten te adviseren. Maar dat is vrijwilligerswerk. Hij denkt mee over de scholing en carrière van andere ex-kindsoldaten, helpt hen oplossingen te vinden voor dagelijkse problemen, en bemiddelt voor hen bij hun huisbazen, families, en leerkrachten. Wat hij zelf met zijn leven en zijn carrière wil, weet Ibrahim echter niet. Hij zou graag naar de universiteit willen, maar dat is bijna onbetaalbaar, en bovendien houdt hij dan te weinig tijd over om geld te verdienen om zijn gezin te onderhouden. Misschien wil hij dan wel pastoor worden. Of elektriciën. Of automonteur. Allemaal beroepen die hij wel ziet zitten. Maar het is toch niet zijn diepste wens. Ibrahim staat voor een aantal hele moeilijke keuzes. Hij heeft verantwoordelijkheden voor zijn gezin, en hij moet een iets leren. Hoe kan hij dat met elkaar combineren? We bekijken samen met Ibrahim of hij een eigen zaakje kan opzetten, zodat hij flexibele werkuren krijgt, geld verdiend en genoeg tijd overhoudt om een vak te leren. Ibrahim is druk bezig een jaarplan voor zijn eigen onderneming te schrijven. Daarna kan hij in alle rust nadenken over wat hij wil studeren. Foto & tekst: Ginny Mooy


volunteers

Lansana Juana Hoe oud was je toen je soldaat werd? “Ik was toen vijftien jaar.” Hoe was je leven voor die tijd? “Ik woonde bij m’n ouders en ging naar school. Er werd goed voor me gezorgd. Ik droomde van een goede opleiding om een goede toekomst voor mezelf op te kunnen bouwen en een volwaardig lid van de samenleving te zijn. Ik heb die droom nog steeds, ondanks dat het leven niet makkelijk is voor me.” Waarom werd je soldaat? “Ik sloot me aan bij de CDF (Civil Defence Forces) nadat ik mijn beide ouders had verloren. Het was voor mij onmogelijk geworden om naar school te blijven gaan. De oorlog had het onderwijs volkomen plat gelegd. Om in m’n onderhoud te voorzien besloot ik vrijwilligerswerk te doen voor de CDF. Vrijwel niemand daar had onderwijs genoten, het merendeel kon niet lezen en schrijven. Ik heb voornamelijk administratief werk gedaan. Gevochten heb ik niet.” Hoe lang was je een kindsoldaat? “Ik was soldaat van 1998 tot 2002. In 2002 werd de oorlog officieel beëindigd. Ergens tussen 1999 en 2000 ging ik naar Freetown voor demobilisatie. Dit werd geregeld door een organisatie die zich Childeren Associated with the War (CAW) noemde. Zij repatrieerden ons later naar diverse tehuizen.” Hoe was het voor jou om soldaat te zijn? “Aan de ene kant was het goed omdat ik in mijn eigen onderhoud kon voorzien en ik had contact met lotgenoten. Aan de andere kant was het erg zwaar. Het leven was hard en moeilijk. En ik werd geconfronteerd met enorm veel geweld door de groep waar ik voor werkte. Maar het was voor mij onmogelijk daar iets tegen te doen of er aan te ontsnappen. Het was de meest moeilijke tijd van mijn leven, ooit wil ik dat verhaal nog eens op papier zetten.” Hoe was het toen de oorlog voorbij was? “Het was de meest gelukkige periode in mijn leven. Het leven als soldaat werd steeds moeilijker en was nauwelijks nog vol te houden. Met het einde van de oorlog kwam er ook een einde aan de dreiging van geweld, intimidatie en gevaar. Tegelijk was het ook moeilijk.”

Heeft de oorlog je dromen beïnvloed? “Het leven na de oorlog is niet makkelijk. Het is moeilijk rond te komen en m’n studie te bekostigen. De oorlog heeft het belang van een goede opleiding voor mij alleen maar benadrukt. Mijn dromen zijn er zeker door beïnvloed, maar dan positief. Ik ben nog altijd vastberaden mijn studie succesvol af te ronden. Ik heb mijn studierichting veranderd en mijn focus verlegd naar een opleiding rondom het oplossen van conflictsituaties, conflictbemiddeling en ontwikkeling, gekoppeld aan antropologie.” Je bent mede oprichter van MTC, waarom? “Ik wilde graag betrokken zijn bij Mind to Change omdat mijn ervaringen een positieve bijdrage kunnen leveren. Ik ben geen buitenstaander, ik weet hoe het leven als kindsoldaat is. Ik heb geen oordeel. Mijn eigen ervaringen maken dat ik bruikbare adviezen heb om het leven van de kindsoldaten positief te beïnvloeden. Veel kinderen die in de oorlog gevochten hebben, hebben het zwaar. Het dagelijks leven is een strijd op zich en bestaat vaak uit overleven. Toch proberen ze er het beste van te maken. Ik wil daar bij helpen. Veel organisaties hebben van alles beloofd, maar konden dit niet waarmaken. Of richtten zich op de hele jonge kinderen, maar vergaten de jongens zoals ik. Mind to Change richt zich op lange termijn resultaten. Onderwijs is daarbij zó belangrijk. Met een goede opleiding kan je een goede baan vinden en ben je niet gedwongen terug te vallen op criminaliteit of jezelf als huurling te verhuren. Mind to Change pakt het probleem breed aan. De familie van de kindsoldaten wordt betrokken bij het programma, dit versterkt de sociale controle. Veel families zijn te arm om onderwijs te betalen, als de jongens al familie hebben. Mind to Change schiet dus ook financieel te hulp, maar koppelt daar een streng beleid aan. Bij overtreding van de regels word je uit het programma gezet. Door de jongens zelf ook bij het programma en de organisatie te betrekken bereik je een enorme betrokkenheid, dat werkt. Mind to Change zet zich in voor reïntegratie van de ex-kindsoldaten in de maatschappij als volwaardige burgers. Ik ben blij dat ik daaraan mee kan werken.” Foto: Ginny Mooy (links Ibrahim Barry, rechts Lansana Juana)


recensie de wil om te doden Het is vrijdagochtend negen uur. Ik ben door omstandigheden ijsvrij en moet een paar uur tijd doden. Normaliter haal ik op vrijdagmiddag onderweg naar huis vers brood van de bakker. Om negen uur hoef je nog geen nummertje te trekken, dus 9:02 sta ik met mijn heel waldkorn en desembrood al weer buiten. Wat nu? Geconfronteerd met de ongekende luxe van incidentele vrije tijd weet ik even niet wat ik daarmee aanmoet. Mijn volgende afspraak is over 3 uur. Naar huis fietsen van boven in Benoordenhout in Den Haag naar Delft waar sinds een half jaar woon is geen aantrekkelijke optie. Dan heb ik drie kwartier voordat ik weer dezelfde route terug moet afleggen. Een beetje cardio is leuk maar dit word wat teveel van het goede. Zeker in de winterkou. Ik besluit naar het centrum te fietsen en haal mijn ATB van het slot. Onderweg kom ik op ideeën. 09:20 wat kruipt de tijd. Ik dwaal door Verwijs: een boekhandel in de Passage een mooi overdekte zijstraat van het Spui. Dit is de drukke winkelstraat in het hart van Den Haag. Ik dwaal beneden langs de tijdschriften, “Zal ik Diver magazine kopen?”, vraag ik me af terwijl de verveelde beveiligingsman mij onderzoekend aanstaart. Waarschijnlijk gaat mijn vriendin mij die voor mijn aanstaande verjaardag cadeau doen. Besef ik. Ik ben al lastig genoeg om iets te geven, dus ik besluit mijn te korte wensenlijstje niet nog korter maken. Dan maar naar de Reisboeken op de eerste verdieping. Even dub ik om naar Stanley&Livingston te gaan, een specialist in reisboeken, maar de regen weerhoudt me. Ik dwaal toch verder in Verwijs en besluit nog een verdieping hoger te kijken. Het toch al schaarse koperspubliek is hier volledig uitgedund. Geen wonder. Geen wonder; Psychologie, Theologie, Wijsbegeerte. Ik loop langs een tafel en zie een boek over Hell’s Angels in de aanbieding liggen voor 2,50. Ik heb te doen met de schrijver. Wie wil er nou afgeprijsd op een tafel tussen kookboeken eindigen. Ik slaak een verveelde zucht. Shoppen voor een boek dat me bevalt in een enorme boekhandel lijkt soms een onmogelijke opgave. Gefrustreerd met mezelf loop ik verder en dwaal langs boeken over oorlog. Het Somme offensief is ontdekt.

Vorig jaar was het Stalingrad. Die liggen er ook nog naast de zoveelste analyse van Market Garden. Dan stokt plotseling mijn slenterende pas. Temidden van een reeks van boeken die ik al ken zie ik een nieuwe titel. Achter het meesterwerk “the state of Africa” van Meredith is mijn oog gevallen op een vreemde cover. Het toont een Afrikaanse jongen met een schooltas. Het geheel oogt wat cynisch want de tas dient als steun voor een karabijn. De titel van het boek: “de wil om te doden.” De titel klinkt niet. Met argusogen kijk ik naar het boek. De naam lijkt wat gekunsteld. Ik vermoed een zwakke vertaling. Ik buig over de display en pak het toch van het stapeltje. Ik doe wat ik altijd doe als ik een volslagen onbekend boek van een onbekende auteur vind dus ik blader naar een willekeurige bladzijde en begin te lezen. Ik klik met de tekst binnen twee zinnen. Uniek want ik heb doorgaans de pest aan Nederlandse boeken. Ik had al aan de naam van de auteur gezien dat dit een in oorspronkelijke taal is. Ik haat vertalingen. Ik doe liever een half jaar over Gabriel Garcia Marquez met mijn beroerde Spaans en de online dictionary in handbereik dan dat ik een gemutileerde Nederlandse vertaling zal lezen. Waarom dan de vreemde titel? Ik kom er wel achter. Hoe dan ook. Ik ben klaar met shoppen voor vandaag. Ik reken beneden af en loop de Passage uit vanuit de zijgang richting Binnenhof. Op deze manier kom ik sneller bij Dudok terecht. Ik plof neer in een kunstleren diner stoel gooi mijn jas, das, handschoenen, muts en Arcterix jas bovenop mijn day pack en leg mijn nieuwe aanschaf voor me op tafel. Ik lees de eerste bladzijde. Ik kijk amper op tijdens de twee keer dat ik met lezen onderbroken word. De eerste keer voor de bestelling van thee en de tweede keer wanneer kopje voor mijn neus wordt neergezet wordt. Tegen de tijd dat ik de kassabon als een boekenlegger tussen de bladzijden steek om aan te geven waar ik gebleven ben, besef ik dat het theezakje doelloos in mijn inmiddels koude thee drijft. Ik kijk op mijn horloge. Nog een drie kwartier te gaan voordat ik ten tonele moet verschijnen. De serveerster komt afrekenen en ziet mijn onaangeraakte consumptie. Ik geef een betrapte blik. “..vergeten op te drinken.” Haar wenkbrauw vliegt omhoog. “Goed boek?” Ik toon haar de cover. Ze fronst. Pakt het boek onderzoekend uit mijn handen. “..over kindsoldaten?”


ISBN 978 90 253 6365 9 Prijs 17,50

Koop De wil om te doden via Stiching Mind to Change, dan gaat de opbrengst volledig naar (ex)kindsoldaten in Sierra Leone. Meer informatie: www.mindtochange.nl


recensie k indsoldaten in sierra leone Ze draait het om. “Oh! door een vrouw geschreven”. “Yep” knik ik onmiddellijk. De brute frontale aanval van jouw eerste veertig bladzijden nog vers in het geheugen. “Ter plaatse zelfs, in Afrika.” Voeg ik toe. “..wauw” reageert ze terwijl ze het boek teruggeeft in ruil voor de drie euro voor de thee. Ik bestudeer de foto op de achterkant van de kaft. Reiskrulletjes, zongerimpelde huid en de bezielde oogopslag die ik gewend ben het soort bejaarde wandelaar waar je hoog in de bergen wel eens op stuit. “ Tot straks mevrouw Michener.” Mompel ik terwijl ik je boekje met enige spijt in mijn rugzak laat verdwijnen. Met Michener doel ik op een van mijn favoriete schrijvers. James A Michener die tot diep in zijn negentigste levensjaren nog vuistdikke, diep doorgespitte boeken afleverde waarvan je zeker kon zijn dat hij elke meter van het onderwerp zelf nagemeten had. Mijn mazzeltje is voorbij. Tijd om de kar weer te gaan trekken.

Met grotere eerbied lees ik de volgende ochtend verder. Als doorgewinterde backpacker herken ik alle elementen die Sierra Leone voor jij erg interessant maken als argeloze reiziger in een opeenstapelende cultuurshock. Je zeult voor kapitalen aan apparatuur mee. Digitale camera’s, laptop, mobieltjes, opnameapparatuur. Je bent een vrouw dus hoeveel kleren die je helemaal niet nodig hebt zitten keurig gevouwen in pakketjes van plastic zakken in je tas. Hoeveel extra paar schoenen heb je wel niet bij je. Je hebt niet eens genoeg zeep bij je. Je gaat er als een local bij lopen. Freetown heeft geen bestrating alleen gaten waar jij in het donker invalt en jezelf behoorlijk lelijk mee verwond. Niet de laatste fysieke ontbering die je doorstaat. Om het maar niet te hebben over de mensen die je moet interviewen wiens lugubere reputaties hen continenten ver vooruit gereisd zijn.

In mijn achterhoofd spoken de rest van de dag indrukken van je onderzoek. Ik krijg flashbacks naar een kort verhaal van Stephen King getiteld Children of the Corn. In het verhaal zijn de kid’s doorgedraaid en hebben hun dorp uitgemoord en stalken nu nietsvermoedende reizigers die het oord passeren. De jongere kinderen worden gedomineerd door de ouderen. Angst, waanzin, bloeddorst omgeven het verhaal maar het word nergens echt eng want kinderen, dat weten we allemaal, doen dat soort dingen helemaal niet. Onderweg naar de sportschool zie ik kinderen spelen op een pony. Een klein blond meisje knuffelt het beest terwijl twee anderen druk bezig zijn met teugels en het hek van de wei.

Daar zit ze dan over hun hand te aaien en onderwijl met een fileermes door hun oorlogsgetraumatiseerde psyche te woelen. Er komt geen latente moordlust, bloeddorst of sadisme naar de oppervlakte maar een gapende wond die tussen vermoorde ouders, PTSS en een rancuneuze maatschappij hun dagelijks bestaan tot een grimmig sprookje maakt. T.I.A. “This is Africa” zegt meneer diCaprio dan heel gevat in zijn door een Rodesische taalcoach aangeleerde dialect. Het leed van Africa samengevat in een one-liner geschikt voor Hollywood filmpromotie. Niets lijkt Ginny Mooy te kunnen stoppen. Zelfs geen koolmonoxide vergiftiging waar ze bijna het loodje bij legt. Mevrouw Mooy is een mooie. Die belt niet zielig met het thuisfront. Laat geen tickets voor haar regelen om met hangende pootjes naar huis te gaan. Geen mens die haar dat kwalijk zou nemen. Zelfs de sponsende kindsoldaatjes waarschijnlijk niet in wiens zakken de laatste euro’s van haar studiebeurs verdwijnen met alarmerende regelmaat. Goede voornemens ten spijt.

In een flits zie ik een van de meisjes een stuk van het hek met een uitstekende spijker met al haar kracht in de klein Shetlander rammen. De twee anderen vellen het arme dier om beurten op zijn kwetsbare benen met twee tuinhekpalen totdat het arme ros ineenzakt. Ze raken een slagader. Bloed spurt alle kanten op. Ik fiets al voorbij tankstation voordat deze gedachten plaatsmaken voor wat iets wat vrolijker is. Wanneer ik later na mijn training weer langs de manege het kleine stukje naar huis afleg zie ik uiteraard geen door vliegen omgeven kadaver liggen van een gemutileerde pony-paardje. Die staat al lang en breed weer in zijn box waarschijnlijk voorzien van roze strikjes in zijn manen. In plaats daarvan denk ik na over de opzet van het boek. Ik realiseer me dat je boek eigenlijk een klassieke methodologie beschrijft. Het lijkt wel Tacitus. In een tijdperk waar multidisciplinair onderzoek van projectteams en onderzoeksbureaus met dubieuze financiering de norm van dag geworden zijn. Waar luie academici onderzoeken aan elkaar googlen. Waar eredoctoraten cadeau gedaan worden aan mediageile pseudo-wetenschappers ben ik per ongeluk tegen een echte Dian Fossey opgelopen.

Zo zijn er wel meer elementen van je reisverslag waar ik makkelijk mee identificeer en me enorm mee kan vermaken als lezer. Wat ik niet snap maar wel onderken en wat me enorm boeit aan je boek en je onderzoek, is het stukje staal in de ruggengraat die er voor nodig is om langer stil te staan. Een normaal reiziger en zelfs een onderzoeker zou op veel plaatsen snel door touristen waar zij met veel te veel geld in haar zakken haar neus in andermans zaken steekt.

Tekst: Sicco Heersink


Begin Januari was de crew van de BNN reportageserie ‘Ramptoerist’ op bezoek bij Mind to Change in Sierra Leone. En gelachen werd er zeker, maar ook geruzied, gezeurd en gebedeld. Een verslag van ‘the making of...’ We spraken met Lambrecht Wessels, tv producer, over het bezoek aan Sierra Leone, Mind to Change en de ontmoeting met de exkindsoldaten.

valt hier wat te lachen? Waarom een documentaire over exkindsoldaten? “BNN maakt een tv-serie over humor in conflictgebieden. Hoe mensen onder zware omstandigheden er toch iets moois van weten te maken en lol hebben. Het idee hierachter is dat mensen zich niet zo snel identificeren met slachtoffers of daders. Mensen hebben de neiging zich te identificeren met gelijken. BNN wil mensen interesseren, bewust maken van wat er speelt. Niet ontkennen wat er gebeurt. We hebben in Siera Leone diverse groeperingen gefilmd die het niet makkelijk hebben in de maatschappij. Siera Leone is met name bekend om de wrede oorlog en de inzet van kindsoldaten. Toch is het verhaal rondom deze kinderen lang niet bij iedereen bekend. Dit komt onder andere omdat andere documentairemakers en journalisten toch een vertekend beeld van de werkelijkheid weergaven. De ex-kindsoldaten die hun medewerking hadden verleend herkenden weinig tot niets meer van hun eigen verhaal. BNN wilde deze, vaak inmiddels volwassenen, nu eens écht hun verhaal laten doen. Maar daarnaast willen we juist mooie dingen van zo’n land en die mensen laten zien.” Wat is het doel van de documentaire en welke doelgroep willen jullie bereiken? “We willen mensen op een aangename, onderhoudende wijze interesseren. Bij BNN kunnen entertainen en interesseren prima samengaan. We willen de mensen laten zien wat er nou speelt in Siera Leone, de conflicten, de rol van de ex-kindsoldaten. Hoe hebben zij dit nou allemaal ervaren. Humor speelt hierbij een grote rol. Wat doen de kindsoldaten om lol te hebben? Dat blijkt gewoon samen praten, voetballen en samen eten. Veel geld om uit te gaan is er niet. We hebben ze ook gevraagd om moppen te vertellen, voor de lol, maar ook om te kijken over welke onderwerpen ze moppen maken. Het is geen zwaar politiek beladen programma, geen moeilijk te volgen kost. Op deze manier hopen we mensen te bereiken die normaal gesproken niet naar dit soort programma’s kijken. ”

Hoe zijn jullie bij MTC terecht gekomen? Een medewerker van BNN heeft voor Eliantie gewerkt (red. Eliantie is sponsor van MTC), daarnaast heeft er een interview met Gin in Jan magazine gestaan en was ze eind vorig jaar in Netwerk te zien ter promotie van haar werk en haar eerste boek ‘De wil om te Doden’. Het idee voor het programma lag er al, we waren met name op zoek naar informatie over de conflicten in Siera Leone. Zo zijn we met Mind to Change in contact gekomen. Het voordeel van Gin is dat ze inmiddels zo lang in Siera Leone woont dat ze het vertrouwen van de exkindsoldaten gewonnen heeft en ook kan doorgronden wat er speelt, wat er écht aan de hand is. BNN wil graag eerlijk en objectief duidelijk maken wat er speelt in die landen, hoe het zit. We willen een reëel beeld weergeven. Geen snelle analyse, eenvoudige verklaring en kiezen voor veilig. Het moet een integer programma worden. Het is geen documentaire voor sensatiezoekers. We willen een blijvende indruk achterlaten. Bijzonder was dat Gin tijdens de onderhandelingen de beslissingen aan de ex-kindsoldaten overliet.”

Foto informatie:


media

bnn in sierra leone Een ex-kindsoldaat interviewen over zijn verleden is geen makkelijke opdracht. Hoe hebben jullie dit voorbereid? “We hebben ons verdiept in het land en de cultuur, rapporten en boeken gelezen en heel veel gepraat met Gin. Via Gin hebben we ook veel gecommuniceerd met een aantal ex-kindsoldaten. Ze wilden graag weten wat wij precies wilden vertellen over hun leven en of ze controle hadden over het eindresultaat. Dit laatste vooral omdat ze hier nare ervaringen mee hebben. Journalisten kunnen een verhaal zo monteren dat de ontvanger een totaal ander beeld krijgt dan de geïnterviewde bedoelde. Ambities en dromen van ex kindsoldaten kwamen daarbij niet echt naar voren. Het ging meer om de drama’s en de gruwelen van de oorlog. Wij willen met onze serie een ander beeld laten zien. Bij aankomst in Siera Leone hebben we opnieuw alles goed doorgenomen met de ex- kindsoldaten en Gin. De afspraak dat we het eindresultaat ter goedkeuring aan ze laten zien, stelde de ex-kindsoldaten gerust.” Hoe verliepen de interviews? “De uitgebreide voorbereidingen hebben absoluut geholpen. Door de vele gesprekken van te voren zowel met Gin als met de ex-kindsoldaten , hadden de jongens gaandeweg wel vertrouwen in ons gekregen. Hierdoor verliepen de interviews ook goed. Wat ons tijdens deze interviews opviel is dat alle jongens over een enorme veerkracht beschikken. Ze gaan er helemaal voor en dat is, als je kijkt naar de omstandigheden waarin ze leven, bijzonder. Zoiets maakt wel indruk.”

Wat voor beeld hadden jullie van exkindsoldaten voordat jullie afreisden? “Doordat we het boek ‘De Wil om te Doden’ hadden gelezen en omdat we veel onderzoek hadden gedaan naar het onderwerp waren we redelijk goed op de hoogte. Toch hadden we in eerste instantie meer verwacht een soort ‘slachtoffer cultuur’ aan te treffen. Maar de exkindsoldaten zijn gedreven hun leven op te bouwen. Deze jongens hebben soms meer uitdagingen dan hun andere leeftijdgenoten, maar zijn gretig om iets van hun leven te maken.” Wat is jullie het meest bijgebleven? “Het was voor ons een mooie ervaring, leuker dan we hadden verwacht. Siera Leone is ook een ontzettend mooi land om te zien. Juist afgezet tegen de enorme problemen.heeft de veerkracht van ex-kindsoldaten en de gedrevenheid om een goede toekomst te creërende meeste indruk gemaakt” Wat vinden jullie van de werkwijze van MTC? “Mind to Change werktvoor, door en met ex kindsoldaten. Volgens mij dat een methode die werkt. Als je een sterke top-down afhankelijkheidsrelatie hebt, werkt dat vaak minder goed. Ginny is denk ik begonnen met heel veel lezen en luisteren. En gewoon door in haar onderzoek te vragen: ‘ áls deze jongens zo gevaarlijk zijn als wordt beweert, waarom zijn er dan niet meer problemen?’ Doordat Gin tussen deze jongens woont, het dagelijkse leven met ze deelt, kan Mind to Change beter haar werk doen met veel individuele aandacht. Lokaal werken is vaak beter dan met een NGO vanuit de verte. .” Is de documentaire geworden wat jullie in eerste instantie in gedachten hadden? “Ja! In de voorbereidingen hebben we bepaald dat we het verleden, heden en de toekomst van de jongens wilden belichten en dat is goed gelukt. Je bent er op voorbereid dat improvisatie bij dit soort programma altijd aan de orde is. Dus een kant en klaar script is er niet. Maar het eindresultaat sluit aan bij de verwachtingen.”


expedit ie Eliantie is gespecialiseerd in detachering en recruitment van ICT personeel. In augustus 2009 gaan medewerkers van Eliantie de Mont Blanc beklimmen. Reden: het twintigjarig bestaan van Eliantie, maar ook om extra aandacht te vragen voor (ex) kindsoldaten en stichting Mind to Change. We spraken met Jeroen Diederik van Eliantie over deze enorme uitdaging, de betrokkenheid bij exkindsoldaten en Mind to Change. De Mont Blanc beklimmen, dat is nogal wat. “Dit jaar bestaat Eliantie twintig jaar. Het beklimmen van de Mont Blanc sluit aan bij onze visie van gezond en vitaal ondernemen. We voeren een sportief beleid. Medewerkers worden gestimuleerd om te sporten en elk jaar organiseren we een vitaliteitsclinic. We wilden voor ons 20-jarig bestaan iets ludieks doen, iets dat aansluit bij de visies van het bedrijf, een uitdagende sportieve onderneming. Uiteindelijk is gekozen voor het beklimmen van de Mont Blanc.”

Op deze manier is er een enorme betrokkenheid, je ziet wat er met het geld gebeurt, de lijnen zijn kort. Dat stimuleert het donateur zijn! MTC heeft een paar keer een presentatie bij ons gegeven, dat heeft veel indruk gemaakt op het personeel. Iedereen wil graag een helpende hand toesteken.” Met hoeveel personen gaan jullie klimmen? “De bedoeling is dat we met twaalf medewerkers de Mont Blanc beklimmen. Alle deelnemers moeten voldoen aan bepaalde conditionele eisen voor ze mee mogen. Er zouden nog mensen af kunnen vallen. Maar voorlopig zijn alle twaalf nog volop aan het trainen.

Wat heeft Eliantie met goede doelen? “Een deel van onze winst wordt naar goede doelen overgemaakt. Als je een ander helpt, heb je daar uiteindelijk zelf ook veel aan. Er zal meer geluk op je afkomen. Misschien klinkt dat wat egocentrisch, maar zo is het niet bedoeld. Wij hebben het geluk in een westers land geboren te zijn met alle mogelijkheden qua gezondheid, scholing en toekomst. Anderen hebben dat geluk niet. Als wij vanuit een gezond bedrijf anderen kunnen helpen, moeten we dat niet nalaten. In het verleden deden we dit door simpelweg geld over te maken aan goede doelen. Dit waren allen organisaties die iets voor kinderen doen. Na een paar jaar doneren waren we benieuwd wat er met het geld gedaan was.

Elke maand hebben we een trainingsdag waar we een lange afstand lopen binnen een bepaalde tijd. Omdat alle deelnemers verspreid over de Randstad wonen, traint ieder voor zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Mijn eigen trainingschema ziet er als volgt uit: drie keer in de week tien kilometer hardlopen, drie keer in de week twee uur fietsen en af en toe een bokstraining tussendoor. Verder probeer ik zo gezond mogelijk te leven en goed te rusten en stress te vermijden. Hoe dichter we bij de daadwerkelijke beklimming komen hoe intenser het trainen zal worden. In de laatste weken voor de expeditie van start gaat moet je bij wijze van spreken in staat zijn om dagelijks een marathon te lopen. Rond mei zullen we nog een weekend naar de Ardennen gaan om te oefenen met abseilen en een speciale valtraining doen. Mocht er iemand van de berg afvallen is het met een bepaalde techniek mogelijk je val te breken. Dit zijn wel belangrijke zaken om je op voor te bereiden.”

We hebben toen alle doelen een brief geschreven met de vraag wat er met onze donaties gebeurd was. Geen van deze organisaties heeft de moeite genomen hierop te reageren. Dat heeft ons aan het denken gezet. We hebben toen besloten een ander goed doel te kiezen. De organisatie achter dit goede doel moest voldoen aan een drietal eisen: kleinschaligheid, kinderen en we wilden graag in contact komen met de mensen die de hulp krijgen.”

Hoe wordt er gecontroleerd of iemand fit genoeg is om de Mont Blanc te beklimmen? “Iedereen moet tijdens de maandelijkse trainingen de afstanden die we lopen binnen een bepaalde tijd afleggen. Lukt dit niet dan valt de deelnemer af. Als we er pas op de Mont Blanc achter komen dat iemand niet fit genoeg is worden anderen gedupeerd. Ook zal er een medische keuring plaatsvinden voor de verzekering dus de controle is vrij streng.”

Waarom Mind to Change? “Mind to Change is een zeer transparante organisatie. Het unieke aan deze stichting is dat we rechtstreeks in contact staan met de mensen aan wie we geld geven. We krijgen dankbrieven van ze en ze houden ons op de hoogte van de schoolresultaten.

Hoe reageerde jullie omgeving? “Verschillend. Mijn thuisfront is niet echt enthousiast over deze expeditie vanwege de hoge risico's en de ongelukken die kunnen gebeuren. Anderen reageren weer heel positief en vragen geregeld of ze ook mee mogen naar de top.”


acties

k indsoldaat Zijn er deelnemers die tegen de beklimming opzien? “Ik denk dat iedereen tegen de beklimming opziet. Het is geen wandeling van een paar uur, maar een zware beproeving. Lichamelijk moet je hier topfit voor zijn, maar ook mentaal wordt het zwaar. Je komt jezelf wel tegen tijdens zo’n klim, smalle richels, langs diepe afgronden, zware weersomstandigheden, het uiterste van jezelf vragen. Daar moet je mentaal tegen kunnen en op voorbereid zijn. Tot slot is er nog de hoogte waar het normaal ademhalen al lastig is, iedereen loopt het risico om hier flink ziek van te worden.” Gaat er een gids en/of medisch team mee? “De gehele week is er voor elke twee deelnemers een gids aanwezig. Tijdens de klim zullen er twee deelnemers middels een touw aan de gids gelijnd zijn. De gidsen zijn ervaren en gediplomeerde gidsen die tevens de nodige medische kennis hebben. We gaan dus onder goede en betrouwbare begeleiding naar boven.” Hoe gaat het in zijn werk? “Er is een heel protocol voor deelname. De belangrijkste punten hierin hebben betrekking op het feit dat alles geheel op eigen initiatief is. We gaan met medewerkers van Eliantie maar iedereen offert hier zijn of haar vrije tijd voor op en gaat mee op eigen risico.” Hoe ziet jullie programma op de Mont Blanc eruit? “Op www.expeditiekindsolaat.nl staat het hele weekprogramma uitgelegd. We verkennen eerst een paar andere bergen om ieders conditie te peilen en te acclimatiseren. Dit doen we om te wennen aan het ademhalen en klimmen op grotere hoogtes. Het is de bedoeling dat we de Mont Blanc in twee dagen beklimmen. De eerste dag lopen we naar een refuge op 3800 meter waar we overnachten. Om twee uur 's nachts staan we weer op, we lopen de laatste kilometer midden in de nacht naar boven. Als het goed is komen we dan bij zonsopgang aan op de top. We blijven daar een half uurtje om foto's te maken en zullen dan de hele dag bezig zijn met de daling. Rond 18:00 uur zullen we aankomen in het dal!” Wat is het eerste wat jullie gaan doen als de top bereikt is? “Ik denk dat we in een vreugdestemming zullen verkeren en elkaar zullen omhelzen van geluk en trots. Uit de verhalen die op internet vermeld staan is het bereiken van de top een heel emotioneel moment omdat er zoveel trainingsuren in zijn gaan zitten en omdat zo intens naar dat moment is toegeleefd. Misschien staan we met zijn allen wel te huilen op de top.

Echter hebben we ook een vrij strakke procedure als we op de top staan, omdat je daar geen uren kan vertoeven. We moeten, voor onze sponsoren flink wat foto's maken met alle vlaggen die we meenemen.” Wat eten jullie tijdens de expeditie? “Iedereen neemt twee liter water mee en twee liter thee. In thermosflessen, anders bevriest alles. Qua eten is het best lastig omdat veel etenswaren zullen bevriezen. Bij bergsportwinkels zijn speciale voedingspakketten verkrijgbaar bestand tegen extreme kou. Daar zullen we er dus een paar van meenemen. En verder dingen als noten, haver, snoepjes en glucoserijke zaken.” Hoe kunnen we jullie kunnen herkennen? “Aan de logo's van MTC en die van de ANWB. We gaan naar boven in kleding van Human Nature, het kledingmerk van de ANWB. Op onze rugzakken staat het logo van Eliantie vermeld en op onze helmen zal waarschijnlijk het rode handje staan wat wordt gebruikt als logo op de website www.expeditiekindsoldaat.nl” Hoe kunnen mensen/bedrijven/scholen jullie expeditie sponsoren? “We hebben verschillende manieren en verschillende bedragen om te doneren. We hebben de bedragen afgeleid aan de hoogte van de Mont Blanc. Mensen kunnen € 4,80 - € 48,10 of € 4810,00 doneren. Voor elk bedrag staat een soort wederdienst zoals naamsvermelding op de website en de vlag. Het hoogste bedrag staat voor een eigen vlag die we op de berg planten. De goedkoopste manier om een exkindsoldaat te steunen is nog eenvoudiger: iedereen met een mobiele telefoon kan het woord montblanc naar 3010 sms’en. Per sms doneer je een bedrag van € 1,50. Je mag zo vaak sms’en als je wilt. Hoe meer mensen op de hoogte zijn van onze expeditie en de bijbehorende website, hoe beter dat is voor de jongens in Sierra Leone. ” Kunnen wij de expeditie volgen? “De expeditie is middels onze website goed te volgen. We houden per deelnemer een weblog bij en tijdens de beklimming hebben we GPS apparaten bij ons zodat op de website exact te volgen is waar we lopen.” Voor alle achtergrond informatie, het volgen van de expeditie, uitleg over de diverse manieren van doneren kijk op www.expeditiekindsoldaat.nl


peace one love, one people Vergeven en vergeten zijn twee totaal verschillende dingen. Om er als kindsoldaat weer bij te horen, moeten mensen kunnen vergeten, maar hoe moet dat ooit gebeuren? Ze hebben onder onze handen geleden. Ze zullen me altijd als rebel blijven zien. Tenzij ik kan bewijzen dat ik veranderd ben. Ik vocht in de oorlog. Op mijn vijftiende vertrok ik uit mijn dorp naar Freetown, Sierra Leone, om daar mijn middelbare scholing te volgen. Het was oorlogstijd, dus mijn scholing werd steeds onderbroken. In Freetown woonde een oom, waar ik bij mocht wonen. Om de familie in het dorp te kunnen helpen, moest ik in de zomervakanties naar Kono, om mijn familie daar te helpen bij het werk. Tijdens die zomervakantie, in 1997, werd ik gevangen genomen door de rebellen. Ik pleitte bij ze me te laten gaan, maar in plaats daarvan, dreigden ze me te vermoorden. Het was ze menens, dus ging ik met ze mee. In het begin stelde ik kritische vragen, maar ik had al snel door dat als je je niet net zo gedroeg als zij, ze je als de vijand zagen. Daarom deed ik wat zij deden, en maakte veel grapjes met ze. Uiteindelijk was ik zeer geliefd onder de rebellen van mijn eenheid. Alleen daardoor heb ik de oorlog overleefd, omdat ik ze naar de mond praatte. En omdat ze dachten dat ik echt één van hen was. Ik heb een hele lange tijd bij ze doorgebracht. Twee jaar. Of iets langer. Toen ik uiteindelijk vrijgelaten werd, besloot ik terug te gaan naar mijn familie. Toen mijn moeder me zag, begon ze spontaan te huilen. Ze had niet verwacht me ooit nog terug te zien. Ze was zo blij dat ik het er levend vanaf had gebracht. Maar na de eerste blijdschap, begonnen de moeilijkheden. Mijn ouders vroegen me wel wat ik wilde, naar school, of een vak leren, maar ze hadden niet de financiële m

middelen om me daadwerkelijk op weg te helpen. Ik besloot naar Freetown te gaan, om daar mijn geluk te zoeken. Ik wilde terug naar school. Ik vond een oom, die niet echt blij was me te zien, maar toch besloot me te helpen. Het is me gelukt om het tot een universitaire studie te schoppen, maar het leven is nog steeds niet makkelijk. Ik ben derdejaars IT-student, en ik moet er echt voor knokken alles bij elkaar te schrapen. En hoewel het al heel lang geleden is, toch loop ik nog steeds tegen mijn verleden aan. De rebellen zijn vergeven, en door de bevolking opgenomen, maar toch blijft er angst bestaan. Angst dat we niet veranderd zijn, angst dat we niet te vertrouwen zijn. Door die angst, en het wantrouwen, heb ik een trauma opgelopen. Het is niet makkelijk. Ooit was ik bij de rebellen, die zoveel ellende veroorzaakt hebben, ik maakte onderdeel van ze uit. Dus ben ik schuldig, ook voor dingen die ik niet heb gedaan. Dat schuldgevoel, is traumatisch. Ik woon bij mensen die me verwijten dat ik schuldig ben aan hun lijden tijdens de oorlog. Dit zijn mensen die vreselijk geleden hebben. En nu moeten ze me weer accepteren. Dat lukt niet altijd. Als er dingen gebeuren, zoals diefstal uit het huis, word ik gelijk verdacht. Voor mij is het belangrijk er bij te horen, gerespecteerd te worden door mijn omgeving, en niet steeds te worden nagewezen. Maar ik heb er mee leren omgaan. Ik weet dat als ik eenmaal ben afgestudeerd, en deze mensen kan helpen, en ze goede dingen kan laten zien, ze niet meer zo makkelijk over me zullen kunnen oordelen. Dan ben ik weer hun gelijke. Het allerliefst help ik dan degenen die niet mee kunnen komen, ook aan boord te komen. One love, one people. Vergeving is een groot goed. Mustapha, ex-kindsoldaat Sierra Leone


Mustapha is 26, woont in Freetown en is 3e jaars IT-student aan de universiteit. Mustapha zoekt sponsoring voor zijn schoolgelden en lesmaterialen. Ook kan hij goed gebruik maken van een (2e hands) laptop.


field re-invent ing the wheel Het wiel opnieuw uitvinden. Not done. Niemand doet het. Waarom zou je ook? Op kennis moet je voortborduren. Zo gaat dat ook in de hulpverlening. Maar het wiel werd uitgevonden met een bepaalde reden. De bedenker had een bepaalde oplossing voor ogen, voor een bepaald probleem. Als niemand ooit verder had gekeken dan zijn neus lang was, dan was het vliegtuig ook nooit uitgevonden. Sinds 1996 houden hulpverleners en wetenschappers zich bezig met de problematiek rond kindsoldaten. Talloze experts hebben zich over het fenomeen gebogen, en zijn met oplossingen gekomen, die zij bij de situatie vonden passen. Het wiel was geboren. En er is vervolgens nooit meer gekeken naar andere oplossingen, omdat men ook niet langer kritisch naar de problemen keek. Wereldwijd vechten er jaarlijks ongeveer 250.000 kinderen mee in oorlogen of gewapende groeperingen. In Sierra Leone waren dat er bijna 7.000. Volgens de officiële cijfers. En hoewel er vlak na de burgeroorlog verschillende hulpverleningsprogramma’s zijn uitgevoerd, is het bijna onmogelijk een ex-kindsoldaat te vinden die zijn of haar leven weer op de rit heeft. Nu 7 jaar na de oorlog, hebben de meesten van ons nog steeds veel moeite om een leven op te bouwen. Het wiel was blijkbaar geen goede oplossing. De ex-kindsoldaten in Sierra Leone zijn intussen volwassen geworden. En iedereen denkt dat we het wel zelf redden. Er is geen organisatie die zich nog om ons lot bekommert, terwijl er zovelen zijn die beweren dat ze dat juist wel doen. Uit onvrede zijn we het collectief Child Soldier Coalition begonnen. Een manier om onze stem te laten horen, en kritiek te leveren op bestaande hulpprogramma’s. Een goede manier om tegenwicht te bieden, maar uiteindelijk ook niet beter dan het wiel. We lossen er niets mee op.

Met Mind to Change hebben we de mogelijkheid gekregen op een positieve manier iets aan onze situaties te veranderen. En hulpverleningsprogramma’s te ontwikkelen die voor ons wèl werken. Een grote uitdaging, want geen van ons kampt met dezelfde problemen. Dus hoe bedenk je iets, dat voor ons allemaal werkt? Het wiel opnieuw uitvinden dus. Met z’n allen. En daar zijn we de afgelopen twee jaar druk mee bezig geweest. Voor de meeste ex-kindsoldaten hebben we goede oplossingen gevonden. Alleen de straatjongens en meisjes vallen nog buiten de boot. Het is moeilijk hen te helpen. Ze zijn het leven op straat gewend, en zijn niet zo gemotiveerd als de rest van ons om hard te werken en zo een toekomst op te bouwen. Ook is het moeilijk om deze groep in onze ‘denktank’ te betrekken. Want dat kost tijd. Tijd waarin ze geen geld verdienen. Of bij elkaar kunnen stelen. Toch blijven we het proberen, want hoewel ze graag op een makkelijke manier hun geld verdienen, wil iedereen in zijn hart toch heel erg graag bij de samenleving horen. Er moet dus een manier zijn, om ook hen te helpen. Meedoen aan programma’s van Mind to Change is geen makkie, en daar zit het grote probleem. Er wordt veel van je verwacht. Je zult zelf veel moeten investeren, want niets wordt je zomaar aangereikt. Als je een studiebeurs krijgt, moet je uiteindelijk ook iets terug doen. En als je niet presteert, lig je er ook zo weer uit. Tenzij je een goede reden hebt natuurlijk. Geen gratis ritje dus. Wie niet ziet dat het de investering waard is, doet niet zo makkelijk mee. Een goede manier om het kaf van het koren te scheiden. En je kan niet iedereen helpen. Helaas. Staff Mind to Change Sierra Leone


Ontwapen wedstrijd Koop Moordjongens via Stiching Mind to Change, dan gaat de opbrengst volledig naar (ex) kindsoldaten in Sierra Leone. Meer informatie: www.mindtochange.nl Kindsoldaten. Fictie. Leeftijd: 12+ Idrissa is elf als hij door zijn oom wordt ingelijfd bij het rebellenleger. De eerste keer dat hij moet vechten, staat hij doodsangsten uit, maar als hij geconfronteerd wordt met het doorgeladen geweer van de vijand, schiet hij zonder te kijken. Hij heeft zijn eerste slachtoffer gemaakt. Daarna is doden niet moeilijk meer. Onder invloed van drugs wordt hij een wrede generaal, die andere jonge jongens dwingt om mee te vechten. Jim is zeven als hij samen met zijn moeder door de rebellen wordt ontvoerd. Hij moet toekijken hoe zijn moeder wordt doodgeschoten. Als hij later tijdens gevechten aan zijn moeder denkt, wordt hij zo razend dat hij moeiteloos het ene na het andere slachtoffer maakt. Al snel is hij een van de meest gevreesde krijgers in zijn eenheid, en beschermt hij andere jonge jongens tijdens de gevechten. Na jaren vechten komen de jongens terecht in een tehuis, waar ze ontwapend worden, en hun moeizame integratie in de naoorlogse samenleving begint. Zonder geweer zijn ze machteloos, en weten ze niet hoe ze zich staande moeten houden. List en bedrog worden hun wapens, terwijl ze diep in hun hart niets liever willen dan geaccepteerd worden en erbij horen.

ISBN 9789022323465 Auteur Ginny Mooy Prijs â‚Ź 14,95

Wil jij een exemplaar van Moordjongens winnen? Stuur ons dan jouw ontwapen boodschap! We geven 5 exemplaren weg. Help Mind to Change kindsoldaten voorgoed te ontwapenen. Maak een ontwapen boodschap, waarmee je de wereld duidelijk maakt hoe jij over kindsoldaten denkt. Je kan een filmpje maken, een tekening, schilderij, cartoon, gedicht, een kort verhaal, een Tshirt, petje, poster en ga zo maar door. Zolang je maar je creativiteit gebruikt om je boodschap over te brengen. De winnende boodschappen worden gepubliceerd op de website van Mind to Change, en misschien gebruiken we jouw inzending zelfs voor onze ontwapencampagne. Stuur je inzending naar ontwapen@mindtochange.nl, of stuur ons de link naar jouw boodschap op je eigen website of op You Tube bijvoorbeeld. Ben je niet creatief, maar wil je wel graag meedoen met de ontwapen campagne? Plaats dan een banner op je website, je space, of je Hyves. Kijk op www.mindtochange.nl voor banners.



Kindsoldaten Magazine M2C