Page 1

KUNSTFORT ASPEREN | FORT NIEUWERSLUIS | KUNSTFORT BIJ VIJFHUIZEN

FORTEN EN FICTIES IN LAAGLAND KUNSTMANIFESTATIE | 30 MEI T/M 20 SEPTEMBER 2015


N202

S1 02

47 N2

A9

AMSTERDAM

A200

HAARLEM

A5

ALMERE

DIEMEN

N5

20

Weesp

36

N2

A9

Hillegom

22 N5

32 N2

HOOFDDORP

N208

E 231

N206

E35

Badhoevedorp A1

KUSTFORT BIJ VIJFHUIZEN

AMSTELVEEN

BUSSUM

A2 96

Abcoude

N1

N2

07

A4

Loenen aan de Vecht N402

N403

N201

A44

N201

HILVERSUM Vinkeveen

FORT NIEUWERSLUIS LEIDERDORP

AMERSFOORT

Breukelen

LEIDEN

N212

ALPHEN AAN DE RIJN

A2

11

UTRECHT

N

N20

7

ZEIST

N228

ZOETERMEER

A12

E25

Woerden

NIEUWEGEIN GOUDA

LFT

04

N2

A27

Vianen N21

E3

A2

0

11

CULEMBORG N320

KRIMPEN AAN DEN IJSSEL

ROTTERDAM

33

N8

E25

N3

KUNSTFORT ASPEREN N848 E31

A15

Gorinchem

ZWIJNDRECHT

TIEL

E3 1

Arkel

5

1

Geldermalsen

Beesd

A1

E31

PAPENDRECHT

27

A27

7

14

N32

N2

A2

A15

N830

N216

Leerdam

N322

Zaltbommel

DORDRECHT

colofon catalogus | colophon catalogue Teksten | Lucette ter Borg | Sacha Bronwasser Met bijdragen van | Hans Aarsman | Auke Hulst | Bianca Stigter

E25

Texts | Lucette ter Borg | Sacha Bronwasser

A2

7

With contributions from | Hans Aarsman | Auke Hulst2| Bianca Stigter A

Translations | Lilly Chamberlain | Beth O’Brien (pag. 64-65, 90-93)

Redactie | Mieke Prinse

Editing | Mieke Prinse

Ontwerp en beeldbewerking | Dirk de Jong, Studio D2 Vormgeving

Design and lithography | Dirk de Jong, Studio D2 Vormgeving

Druk | Drukkerij Tienkamp [Ecologisch waterloos offset]

Printing | Drukkerij Tienkamp [Ecological waterless offset]

Papier | Arcoprint Milk, FSC gecertificeerd [Fedrigoni]

Paper | Arcoprint Milk, FSC certified [Fedrigoni]

Oplage | 15.000

Print run | 15.000

ISBN | 978-90-823858-0-9

ISBN | 978-90-823858-0-9

Deze catalogus verschijnt bij de kunstmanifestatie ‘Gimme Shelter forten en ficties in Laagland’ | 30 mei t/m 20 september 2015 KunstFort Asperen | Fort Nieuwersluis | Kunstfort bij Vijfhuizen

This catalogue is available at the art event ‘Gimme Shelter – forts and fictions in the lowlands’ | 30 May–20 September 2015 KunstFort Asperen | Fort Nieuwersluis | Kunstfort bij Vijfhuizen

Ondanks onze inspanningen kon niet alle copyright getraceerd worden. Rechthebbenden kunnen contact opnemen met de organisatie.

Despite making every effort possible, we were not able to locate every copyright owner. Rightful claimants can contact the organization.

A59

Vertalingen | Lilly Chamberlain | Beth O’Brien (pag. 64-65, 90-93)


algemene informatie GIMME SHELTER | FORTEN EN FICTIES IN LAAGLAND TIJDEN en entree KunstFort Asperen 30 mei t/m 20 september 2015 Fort Nieuwersluis 31 mei t/m 20 september 2015 Kunstfort bij Vijfhuizen 3 juni t/m 20 september 2015 Openingstijden: wo t/m zo, 11.00 tot 17.00 uur Entree per fort: € 6,Catalogus: € 6,Combi-ticket: € 17,50 (entree tot de drie forten + catalogus) Kinderen t/m 16 jaar: gratis U kunt tickets online kopen of aan de kassa van één van de drie forten (pin aanwezig)

Kunstfort asperen Langendijk 60 | 4151 BR Acquoy www.kunstfortasperen.nl

Met de auto Vanaf de A15 gaat u rechtsaf de N848 op richting Leerdam. Sla verderop rechtsaf de dijk op. Volg vanaf daar de bruine ANWB-borden richting het fort. Vanaf de A2 gaat u linksaf de N327 op richting Leerdam. Op de rotonde vóór Leerdam slaat u linksaf. Volg vanaf daar de bruine ANWB-borden richting het fort.

Met het openbaar vervoer Bus 73 (Arriva) Station Leerdam – Station Gorinchem, uitstappen bij halte Kerkweg Acquoy. Deze halte ligt op een steenworp afstand van het fort. Volg de Meerdijk in zuidelijke richting en neem de eerste weg links.

Dorp in Nieuwersluis. Volg de Rijksstraatweg in zuidelijke richting. Het fort bevind zich rechts op enkele minuten lopen van de bushalte.

Kunstfort bij Vijfhuizen Fortwachter 1 | 2141 EE Vijfhuizen www.kunstfort.nl

Met de auto Vanaf de A4 neemt u de N201 richting Haarlem/ Heemstede. Sla rechtsaf bij de afslag Cruquius-Oost. Volg deze weg tot Vijfhuizen. Het fort wordt duidelijk aangegeven met borden. Vanuit Haarlem volgt u de Boerhavelaan (N232). Over het water de eerste weg links. Deze weg draait de Vijfhuizerdijk op die u volgt tot Vijfhuizen. Sla linksaf de D’yserinckweg op, deze gaat over in de Spieringweg. Volg vanaf hier de borden.

Met het openbaar vervoer Bus 300 tussen Station Haarlem en Station Amsterdam Bijlmer ArenA. Deze bus doet de volgende treinstations aan: Haarlem, Hoofddorp, Schiphol Airport, Amsterdam Bijlmer ArenA. Vanaf bushalte Vijfhuizen enkele minuten lopen naar het fort (ca. 800 m.) • Verlaat de bushalte aan de kant van het Terreplein • Steek het parkeerterrein bij de halte over en volg het pad • Ga aan het einde linksaf de Spieringweg op • Neem de tweede weg rechts (Liniepad) • Het fort bevind zich na enkele meters links

Fort Nieuwersluis Rijksstraatweg 7b | 3631 AA Nieuwersluis www.fortnieuwersluis.nl

Met de auto Vanaf de A2 gaat u linksaf richting Breukelen. Volg deze weg het water over en ga vervolgens op de rotonde links. Blijf deze weg volgen tot in Nieuwersluis. Er is weinig parkeergelegenheid in Nieuwersluis, daarom ontraden we u met de auto te komen.

Met het openbaar vervoer Bus 120 tussen treinstations Utrecht Centraal en Amsterdam Bijlmer ArenA stopt op loopafstand van het fort. Vanaf station Breukelen neemt u bus 120 richting Amsterdam Bijlmer ArenA. Uitstappen bij halte Nieuwersluis 1


Practical information GIMME SHELTER | FORTEN EN FICTIES IN LAAGLAND times and entrance

By public transport

30 May–20 September 2015 Opening times: Wednesday–Sunday, 11.00 am to 5.00 pm Admission per fort: € 6.00 Catalogue: € 6.00 Combi-ticket: €17,50 (admission to three forts + catalogue) Free admission for children 16 years and under Tickets are available for purchase online or at each fort (payment via ATM is possible)

Bus 120 (travelling between Utrecht Central and Amsterdam Bijlmer ArenA train stations) stops within walking distance of the fort. From the Breukelen station, take bus 120 heading toward Amsterdam Bijlmer ArenA. Get off at the Nieuwersluis Dorp stop in Nieuwersluis. Follow the Rijksstraatweg, heading south. The fort is located to the right, a few minutes’ walking distance from the bus stop.

Kunstfort asperen

Kunstfort bij Vijfhuizen

Langendijk 60 | 4151 BR Acquoy www.kunstfortasperen.nl

Fortwachter 1 | 2141 EE Vijfhuizen www.kunstfort.nl

BY CAR

BY CAR

From the A15, take exit 29 heading toward Leerdam. At the junction, turn right onto the N848. Further on, turn right onto the dike. From there, follow the brown ANWB signs in the direction of the fort. From the A2, take exit 15 heading toward Leerdam, then turn left at the junction onto the N327. At the roundabout before Leerdam, take the third exit. From there, follow the brown ANWB signs in the direction of the fort.

From the A4, take exit 3 heading toward Haarlem/ Heemstede, then turn left at the junction onto the N201. Turn right onto Cruquius-Oost. Follow this road until you reach Vijfhuizen. The fort is clearly indicated with signs.

By public transport Take bus 73 (Arriva, travelling between Station Leerdam and Station Gorinchem) and get off at the Kerkweg Acquoy stop. This bus stop is just a stone’s throw from KunstFort Asperen. Head south on the Meerdijk and take the first road on the left.

Fort Nieuwersluis Rijksstraatweg 7b | 3631 AA Nieuwersluis www.fortnieuwersluis.nl

BY CAR From the A2, take exit 5 heading toward Breukelen, then turn left at the junction onto Amerlandseweg. Follow this road, cross the water, then enter the roundabout and take the second exit. Continue following this road until arriving in Nieuwersluis. We do not recommend coming by car due to the limited parking spaces available at Nieuwersluis.

From Haarlem, follow the Boerhavelan (N232). After crossing the water, take the first road on the left. Follow this road, which turns into the Vijfhuizerdijk, until you reach Vijfhuizen. Turn left onto the D’yserinckweg, which will turn into the Spieringweg. From here, follow the signs to the destination.

By public transport Bus 300 (travelling between the Haarlem and Amsterdam Bijlmer ArenA train stations). This bus services the following train stations: Haarlem, Hoofddorp, Schiphol Airport and Amsterdam Bijlmer ArenA. The fort is located just a few minutes’ walking distance from the Vijfhuizen bus stop (roughly 800 m). •    Exit on the Terreplein side of the bus stop •    Cross the car park by the bus stop and follow the path •    At the end, turn left onto the Spieringweg •    Take the second road on the left (Liniepad) •    The fort is located a few metres further to the left


INHOUD CONTENT GIMME SHELTER | FORTEN EN FICTIES IN LAAGLAND 01 Algemene informatie

Fort Nieuwersluis

02 Practical information

42 Verborgen krachten | Hidden forces

05 Inleiding | Introduction

45 Allora & Calzadilla 46 De atoombom, de uitwerking en hoe te handelen

KunstFort Asperen

47 Dik Bouwhuis

08 Brief aan mijn vijand | Letter to my enemy

48 Juan-Pedro Fabra Guemberena

11 Allora & Calzadilla

49 Omer Fast

12 Craig Ames

50 Zoro Feigl

13 Michael Blum

52 Marieke de Jong

14 Jeremy Deller

54 Jeroen Kooijmans

15 Nina Glockner

55 Mykola Ridnyi

17 Johan Grimonprez

56 Stout&Smits

18 Stefan Gross

58 Danila Tkachenko

20 Chaja Hertog & Nir Nadler

61 Zondagmiddag aan de Brits-Russische grens

21 Jos Houweling

22 Esther Jiskoot

62 Auke Hulst

Sunday Afternoon on the British-Russian Border Zone

24 Luchtfotografie (NIMH) | Aerial photographs 25 Yan Michon

26 Mobilisatie | Mobilisation Fort Asperen

66 Strijdtoneel | Battleground

27 Nederland waakt | The Netherlands on guard

69 Lida Abdul

28 Trevor Paglen

70 Craig Ames

29 Ritueel machtsvertoon a.d. Indiaas - Pakistaanse grens

71 Douwe Dijkstra

72 Jean-Luc Godard

Ritual display of power on the India-Pakistan border

Kunstfort bij Vijfhuizen

30 André Robillard

73 Juan-Pedro Fabra Guemberena

31 Claudia Sola

74 Historische camouflagefoto’s

33 Toespraak | Speech Erhard Eppler

75 Historisch filmmateriaal

34 Dick Verdult

76 Wouter Klein Velderman

36 Ralf Westerhof

78 Jasper Niens

38 Akram Zaatari

80 André Robillard

39 Pim Zwier

81 Fernando Sánchez Castillo

41 Bianca Stigter

82 Pieter Schenk 83 Elisa van Schie 85 Charlotte Schleiffert 86 Matjaž Štuk & Alena Hudcovičová 88 Shinkichi Tajiri 90 Hans Aarsman 94 Liniebrede evenementen 95 Defence Line events 96 Sponsoren | Sponsors 97 Colofon | Colophon ‘Gimme Shelter’

3


André Robillard | Fusil USA 2009 | recycling materials 92 x 41 x 19 cm | Collection ‘Tuer la Misère’ / Compagnie les endimanchés

4


Foto © Dirk de Jong

INLEIDING INTRODUCTION GIMME SHELTER FORTEN, FEITEN EN FICTIES Op een heldere voorjaarsdag in 2014 staan wij op het talud van Kunstfort bij Vijfhuizen. De wind snijdt ons de oren van het hoofd en zal straks ook de kunstwerken teisteren die op het forteiland moeten komen. ‘Houd rekening met windkracht 10,’ zegt fortbeheerder Gert-Jan Brok en wijst naar het westen, waar lege weilanden zich uitstrekken tot de Cruquiusdijk en daar achter de Meerwijkerplas. Fort Vijfhuizen ligt met zijn gezicht in de wind en met zijn rug, de armen uitgespreid, naar de stad die het moest beschermen. Het kan hier zo hard waaien, omdat het schootsveld vrij moest blijven. Dat ligt nu voor ons uitgespreid als een reuzengroot Stratego-bord.

forts, facts and fictions The title for the art event ‘Gimme Shelter’ was born out of the combination of two words: military and fiction. Two words that seem to contradict each other: ‘military’ so efficient and orderly, and ‘fiction’, the narrative, coming from the realm of fantasy. As curators, the fictional, the speculative, even the fantastical served as our point of departure for the military environment of the three forts from the Nieuwe Hollandse Waterlinie (New Dutch Water Defence Line). We chose these fictitious elements as our starting point because we believe they are just as essential to the success of strategists and soldiers as a good weapon and exact coordinates are.

Dit is het speelveld en dat was het scenario. Van dáár kwam de vijand (zien we al stipjes aan de horizon?). En zo verdedigden we ons.

Fiction is a vital ingredient for defence, but it is an ingredient secular Westerners have forgotten, even underestimated. Because of this lack, we have no answer for how to treat Vladimir Putin’s newly flamed Great Russian ideal or the IS caliphate. In the time that we have been working on this art event, these two major stories have gripped the world. Suddenly, the doom of the Cold War has resurfaced. And that other story, about IS, evokes both medieval and futuristic feelings because of those black-clad faceless warriors who trumpet their murders on Twitter.

Een goed plan. Alleen: de vijand kwam nooit. En Kunstfort bij Vijfhuizen bleef, net als die andere 41 forten van de 135 kilometer lange verdedigingskring die tussen 1881 en 1914 om de hoofdstad heen werd aangelegd, ongebruikt. Hetzelfde gold voor de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die tussen 1815 en 1885 werden gebouwd en die een lint door Nederland vormden van Werkendam in de Biesbosch tot aan Pampus in de Zuiderzee. Al in 1893 repte men in Kamerverslagen van ‘onnutte meubelen’.

What is our answer? What should we think? Should we dust off pacifism? Should we reach for the Latin adage 5


De kunstmanifestatie ‘Gimme Shelter’ is ontstaan uit de samentrekking van twee woorden: militaire fictie. Twee woorden die niet bij elkaar lijken te passen: het ‘militaire’, zo efficiënt en geordend, en ‘fictie’, het verhalende, uit het rijk van de fantasie. Wij als curatoren wilden juist het speculatieve en wonderbaarlijke tot uitgangspunten nemen, omdat wij menen dat deze even essentieel zijn voor een strateeg en een soldaat als een goed wapen en exacte coördinaten. En waar zouden deze noties beter passen dan in de forten, die zelf een zeer fysieke vorm van militaire fictie zijn? Fictie is een broodnodig ingrediënt voor verdediging, betoogde terrorisme-deskundige Beatrice de Graaf begin dit jaar in haar column ‘Weapons of mass narration’ in NRC Handelsblad. Een ingrediënt dat seculiere westerlingen verleerd zijn en onderschatten. Daardoor weten wij geen antwoord op het hernieuwd opgevlamde, Groot-Russische ideaal van Vladimir Poetin of het kalifaat van IS. In de tijd dat wij aan deze kunstmanifestatie werkten, kregen deze twee Grote Verhalen de wereld in hun greep. Plotseling is de doem van de Koude Oorlog weer springlevend. En dat andere verhaal, over IS, doet zowel Middeleeuws als futuristisch aan met die in het zwart geklede krijgers zonder gezicht, die hun moorden op Twitter zetten. Stoffen we onze gebroken geweertjes – het symbool van pacifisme – weer af? Grijpen we naar de spreuk die Defensie huldigt: ‘Si vis pacem, para bellum’ (‘Wie vrede wil, bereidt zich voor op oorlog’)? Of activeren we onze verbeeldingskracht, zoals de ontwerpers van de waterlinies dat deden? ‘Gimme Shelter’ ging bij kunstenaars en schrijvers te rade – de specialisten op het gebied van de verbeelding. Dit leidde tot drie thematisch verschillende tentoonstellingen die zijn toegespitst op de specifieke geschiedenis van ieder deelnemend fort. In Kunstfort bij Vijfhuizen – dat altijd als decorfort heeft gediend – staat het ‘spel’-aspect van strijd en verdediging centraal in de expositie ‘Strijdtoneel’. In Fort Nieuwersluis, pas sinds 2014 toegankelijk voor publiek en verscholen in een dorpskern, gaat het over ‘Verborgen krachten’. En in KunstFort Asperen, het grootste en tot de Tweede Wereldoorlog meest intensief bemande fort, kijken we in ‘Brief aan mijn vijand’ naar het samenleven onder druk en naar het vormen van een vijandbeeld. Wie is hij? Hoe denkt hij? En vooral: wat wil ik hem laten weten? 6

that the Dutch Ministry of Defence pays tribute to? Si vis pacem, para bellum, (translated as: If you want peace, prepare for war)? Or do we enlist our imagination, like the designers of the water defence works did? ‘Gimme Shelter’ consulted a range of artists and writers, and this resulted in three thematic exhibitions that focus on the specific history of each participating fort. At Kunstfort bij Vijfhuizen, the ‘play’ aspects of warfare and defence are spotlighted in the exhibition Strijdtoneel (Battleground). At Fort Nieuwersluis, the focus is on Verborgen krachten (Hidden Forces). And at KunstFort Asperen, with the exhibit Brief aan mijn vijand (Letter to my Enemy), we highlight coexisting under pressure and how an impression of the enemy is formed. Who is the enemy? How does he think? And most importantly: What is my message to him? ‘Gimme Shelter’ itself offers a very versatile and multifaceted story: indoor and outdoor artworks; unique heritage in a beautiful landscape; historical films and photographs; activities for the public, shops and culinary adventures. An artistic interpretation of the Joint Strike Fighter, in our view, the military fiction of our time, stands at each location. As curators, this story has captivated us for two years and has accomplished what good art always does: it has sharpened our view of reality. We want to thank first and foremost the artists who are the heart of ‘Gimme Shelter’. We also thank the directors, staff and volunteers of the three participating forts: KunstFort Asperen, Kunstfort bij Vijfhuizen and Fort Nieuwersluis. In particular, we want to thank Stichting KunstFort Asperen and Erik Luermans, who was the first to display utter confidence in us. Our priceless staff, who helped us grow ‘Gimme Shelter’ from a small idea into a big event: we thank them. And it goes without saying, a big thank you from us to all the funds and institutions who have made ‘Gimme Shelter’ possible with their financial and material contributions, and, more than that, who have shown genuine interest in the exhibits’ content. Finally, we thank our own ‘shelter’: our partners, friends, family and pets. Lucette ter Borg and Sacha Bronwasser March 2015


Foto © Stefan Gross | Pink JSF

‘Gimme Shelter’ is zelf een heel vol en veelzijdig verhaal: kunstwerken binnen en buiten, van grote sculpturen tot geluidswerken; bijzonder erfgoed in een schitterend landschap; historische films en foto’s; publieksactiviteiten, winkels en culinair avontuur. Op elke locatie staat een artistieke interpretatie van de Joint Strike Fighter, in onze ogen dé militaire fictie van deze tijd Dit verhaal heeft ons als curatoren twee jaar beziggehouden, en heeft gedaan wat goede kunst altijd doet: onze blik op de werkelijkheid gescherpt. Wij danken daarvoor in de eerste plaats de kunstenaars die het hart van ‘Gimme Shelter’ vormen. Hun werk, bestaand en nieuw gemaakt, is de schat waarmee wij mochten werken. Ook bedanken wij de bestuurders, medewerkers en vrijwilligers van de drie deelnemende forten: KunstFort Asperen, Fort Nieuwersluis en Kunstfort bij Vijfhuizen. Hun kennis van zaken en inhoudelijke bijval hebben ons gesteund. In het bijzonder danken wij Stichting KunstFort

Asperen en met name Erik Luermans, die het vertrouwen in ons uitsprak en penvoerder werd van het project. Uit het hele land, van Groningen tot Eindhoven, kwamen enthousiaste mensen die hun kwaliteiten, hun tijd, hun ziel en hun nachtrust aan ‘Gimme Shelter’ hebben gegeven. Te zien hoe een idee, begonnen als een hersenspinsel, wordt opgetild en uitgedragen door een groep kundige en doortastende medewerkers is het mooiste dat curatoren kunnen meemaken. Natuurlijk geldt onze grote dank alle fondsen en instellingen die ‘Gimme Shelter’ financieel en materieel mogelijk hebben gemaakt en meer dan dat: die oprechte inhoudelijke interesse hebben getoond. En tot slot danken wij onze partners, vrienden, familieleden en huisdieren, die ons ‘shelter’ geven als dat nodig is. Lucette ter Borg en Sacha Bronwasser Maart 2015 7


9 7

8

1 5

11

3 2

4 10 6

begane grond ground floor

17 12

5 17 17 3368

13 14 16

Ingang

11

kelderverdieping basement

24

23 18 18

21

Taveerne

22

5 19

18

18

25

15

20 8

eerste verdieping first floor

KunstFort Asperen | Langendijk 60 | Acquoy


Foto © Erwin van Amstel

KUNSTFORT ASPEREN Brief aan mijn vijand Letter to my Enemy Ergens in Nederland Ergens in Nederland – hevig verscholen Achter een grachtje – daar weet ik een fort… ’t Is in de buurt van… Neen, ’t landsbelang eischt nu, Dat het niet nader omschreven meer wordt. Ergens in Nederland – weet ik een landstreek, waar onze linie van water begint.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

’t Is om den hoek bij… Neen, ’t landsbelang eischt nu, Dat je je daaromtrent even bezint! Nederland! Vaderland! – heusch ik kan zwijgen! ’t Landsbelang eischt het – dus wees maar niet bang! Maar… ‘ergens in Nederland’ ken ik een meisje Waar? Dàt verzwijg ik in eigenbelang! Wim Kan, De Wacht – blad voor gemobiliseerde soldaten, 1940

Kassa SOS-shop

14

Jeremy Deller | pag 14 Toespraak Erhard Eppler | pag 33

16

Dick Verdult pagina | pag 34 Akram Zaatari | pag 38

18

Allora & Calzadilla | pag 11 André Robillard | pag 30

20

Jos Houweling | pag 21 Yan Michon | pag 25

15

17

19

21

22

Esther Jiskoot | pag 22 Chaja Hertog & Nir Nadler | pag 20

23

Johan Grimonprez | pag 17

25

24

Claudia Sola | pag 31 Luchtfotografie (NIMH) | pag 24 Trevor Paglen | pag 28 Ralf Westerhof | pag 36 Craig Ames | pag 12 Mobilisatie Fort Asperen | pag 26 Pim Zwier | pag 39 Ritueel machtsvertoon aan de Indiaas-Pakistaanse grens | pag 29 Nina Glockner | pag 15 Nederland waakt | pag 27 Michael Blum | pag 13 Stefan Gross | pag 18 9


‘Ergens in Nederland’ ligt KunstFort Asperen: één van de mooiste torenforten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, gebouwd tussen 1845 en 1847. Op Fort Asperen werden niet alleen verdedigingstechnieken uitgeprobeerd en inundatieprogramma’s uitgevoerd; tijdens drie mobilisatieperiodes (1870, 1914 en 1939) woonden en werkten er gedurende lange tijd ook daadwerkelijk soldaten, officieren – en paarden niet te vergeten. Er was een gemeenschap, er was structuur, er was een café, er was in- en uitgaande post, een bakkerij, een wasvrouw kwam iedere dag tot aan de poort, verzamelde de vuile was en bracht de schone spullen terug. Hoe was het om te leven in zo’n artificiële, ‘huiselijke’ situatie, constant onder druk? Hoe was het om je in te zetten voor een doel dat in de – nabije – toekomst lag en misschien wel nooit kwam? Hoe stelde je je de dreiging voor? Wat voor beeld van de vijand ontstond er tijdens de geestdodende routine van wachtlopen, appèls en laarzen poetsen? ‘Brief aan mijn vijand’ moet gezien worden als een persoonlijke, artistieke verbeelding van het idee belegering en verdediging. De aandacht gaat op Fort Asperen uit naar de persoonlijke verhalen, het psychologische aspect van leven onder hoogspanning in het algemeen en van het soldatenleven in het bijzonder, naar wensen en verlangens van de soldaten – in het verleden en in het heden. De kunstenaars die in ‘Brief aan mijn vijand’ werk tonen stellen de aanval als beste vorm van verdediging ter discussie, ridiculiseren deze of verbeelden haar zo beeldschoon dat je je afvraagt wat fictie is en wat realiteit. Bereidt u voor op een tocht van hoog naar laag, van uitkijkpost tot waterkelder, van grimmig tot ultra-vrolijk, van gras dat groener lijkt aan andere kant van het water en een vijand die zich nestelt aan de eigen zijde. Nieuw werk: Stefan Gross | DE | Jos Houweling | NL | Esther Jiskoot | NL | Dick Verdult | NL | Ralf Westerhof | NL |

Foto © Dirk de Jong

Pim Zwier | NL. Bestaand werk: Allora & Calzadilla | USA/CUB Craig Ames | GB | Michael Blum | CAN/DE | Jeremy Deller | GB Nina Glockner | DE | Johan Grimonprez | BE | Chaja Hertog & Nir Nadler | NL & ISR | Yan Michon | NL | Trevor Paglen | USA André Robillard | FR | Claudia Sola | NL | Akram Zaatari | LBN en historisch beeldmateriaal van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag.

KunstFort Asperen is one of the most beautiful tower forts from the Nieuwe Hollandse Waterlinie (New Dutch Water Defence line), which was built between 1845 and 1847. At KunstFort Asperen, not only were defence techniques tested and inundation programmes implemented, during three mobilization periods (1870, 1914 and 1939), soldiers and officers also lived and worked here for a long time - not to mention horses. KunstFort Asperen had a community that included a café, incoming and outgoing post, and a washerwoman who gathered dirty laundry every day. What was it like to live under constant pressure in such an artificial ‘domestic’ situation? What was it like to dedicate yourself to a goal that was always in the near-future but might never even happen? Brief aan mijn vijand (Letter to my Enemy) is a personal, artistic representation of the idea of warfare and defence. The international artists displaying work in this exhibition question the idea that the best defence is offence (i.e. an attack). The artists either ridicule this idea or portray it so beautifully that you begin to wonder what is fiction and what is reality. New works by: Stefan Gross | DE | Jos Houweling | NL Esther Jiskoot | NL | Dick Verdult | NL | Ralf Westerhof | NL en Pim Zwier | NL. Existing works by: Allora & Calzadilla | US/CU Craig Ames | GB | Michael Blum | CA/DE | Jeremy Deller | GB Nina Glockner | DE | Johan Grimonprez | BE | Chaja Hertog & Nir Nadler | NL & IL | Yan Michon | NL | Trevor Paglen | US André Robillard | FR | Claudia Sola | NL | Akram Zaatari | LB and historical visual materials from the Netherlands Institute for Military History (NIMH) in The Hague.


Photo © Dave Morgan | Courtesy Lisson Gallery/the artists

ALLORA & CALZADILLA THE BIRD OF HERMES IS MY NAME, EATING MY WINGS TO MAKE ME TAME | 2010 De Griekse god Hermes, zoon van Zeus, was een herder, een atleet, beschermer van de reizigers en een groot versierder. Maar bovenal de ‘boodschapper der goden’, die de zielen naar de onderwereld bracht. Tot op heden komen zijn gevleugelde sandalen en andere gevleugelde attributen terug in de populaire cultuur. Het kunstenaarsduo Allora & Calzadilla gebruikte een Amerikaanse legerhelm, uitgerust met een camera voor speciale missies, om een hedendaagse Hermes tot leven te wekken. De titel is een strofe uit de Ripley Scroll, een belangrijk 15de-eeuws emblemata-boek (een verklaring van symbolische en alchemistische motieven). Hermes, de onvermoeibare en onverzadigbare vliegende god, wordt daar afgebeeld als vogel/draak. Om zichzelf te beteugelen bijt hij zijn vleugels af. Alleen door zelfopoffering kan vrede gebracht worden, zegt de zin eigenlijk. Jennifer ALLORA (1974, USA) en Guillermo CALZADILLA (1971, CUB) leven en werken in Puerto Rico. Sinds 1995 werken ze samen in allerlei media: videoperformance, sculptuur, geluid etc. Hun werk is sterk politiek betrokken maar altijd met een twist. Door poëzie, humor en een absurdistische benadering ontkrachten ze hun zware onderwerpen: ontheemding, repressie en machtsstrijd. Ze exposeren over de hele wereld. In

2011 vertegenwoordigden ze de Verenigde Staten op de Biënnale van Venetië en in 2012 namen ze deel aan dOCUMENTA13 in Kassel. Een ander werk van Allora & Calzadilla is te zien op Fort Nieuwersluis. Beschilderd brons, 60 X 50 X 40 cm

The artist duo Allora & Calzadilla used a US Army helmet to bring a contemporary Hermes to life. The artwork’s title comes from the Ripley Scroll, an important fifteenth-century emblem book. In this book, the Greek god Hermes is depicted as a bird/dragon. To restrain himself, Hermes bites off his wings. Jennifer ALLORA (1974, US) and Guillermo CALZADILLA (1971, CU) are based in Puerto Rico. They have collaborated on video performances, sculptures and sound pieces since 1995. Their work often references strong political themes, but always with a twist. Allora & Calzadilla have exhibited at events such as the Venice Biennale and dOCUMENTA (13) in Kassel, Germany. Other work from this duo is on exhibit at Fort Niewersluis. Painted bronze, 60 x 50 x 40 cm

11


CRAIG AMES LEFT RIGHT LEFT | 2000-2001 | FOTO’S | PHOTOGRAPHS Toen fotograaf Craig Ames acht jaar nadat hij afzwaaide als beroepsmilitair terugkeerde naar ‘zijn’ kazerne, werd hij overvallen door nostalgie. De kameraadschap, de bestrijding van de verveling, het afbakenen van de weinige privéruimte met familiefoto’s en pornoplaatjes – het herinnerde hem op een aangename manier aan zijn tijd als jongvolwassen ‘squaddie’. Maar al fotograferend veranderde die vertrouwdheid in claustrofobie. ‘De vervreemding sloeg toe’, zegt hij daarover. ‘Het leger is een in zichzelf besloten wereld met een overweldigende obsessie voor orde en reglementering.’ In de fotoserie Left Right Left strijden de vertrouwdheid van het leven met de jongens en die afstand van de beschouwer met elkaar. En ze roepen de vele generaties soldaten in herinnering die in Fort Asperen gelegerd zijn geweest, wachtend op een vijand die nooit kwam. Craig AMES (1971, GB) begon in het Britse leger te fotograferen als ‘Evidence Photographer’. Daarna behaalde hij zijn MFA Fotografie aan de Universiteit van Sunderland. Het militaire apparaat heeft zijn bijzondere belangstelling, alsook de fotografische weergave van conflictsituaties in het tijdperk ná 9/11. Daar houdt hij lezingen over en richtte

12

hij een online platform voor op, dat deze zomer online gaat. Een ander werk van Craig Ames is te zien in Kunstfort bij Vijfhuizen. 12 foto’s: LightJet C-type on dibond, 71.1 x 50.8 cm

A former soldier, when Craig Ames returned to ‘his’ barracks eight years after leaving military service, he was overcome with nostalgia. While he was taking photographs, however, that wistfulness transformed into claustrophobia. In this photographic series, the familiarity of the ‘life with the boys’ is in stark contrast to the viewers’ detachment. Craig AMES (1971, GB) began working as an Evidence Photographer while serving in the British Army. After concluding his military career, Ames obtained an MFA in Photography from the University of Sunderland. His work is concerned with modern representations of conflict and the military in the post-9/11 period. Other work by Ames is on exhibit at Kunstfort bij Vijfhuizen. 12 photographs: LightJet C-type on dibond, 71.1 x 50.8 cm


Michael Blum America Rewind | 2003 | Video, 4’15’’ Door een vrij eenvoudige handeling verandert Michael Blum in deze video een bekende filmscène totaal van karakter. In de slotscène van de documentaire L’Amérique insolite (1960) van François Reichenbach stijgt de camera in een lift op vanuit het stadsgewoel van New York. Blum draait het beeld achteruit en voorziet het van een verknipt fragment uit de befaamde ‘Address to the nation’-toespraak die George W. Bush hield op de dag van de aanslagen van 9/11. Bush hapert, lijkt niet meer uit zijn woorden te kunnen komen en knoopt schijnbaar willekeurige woorden achter elkaar: ‘Airplanes. Secretaries. A great nation. Good and just. Tomorrow. Tomorrow...’ Nu stijgen we niet meer op, maar ‘dalen we af in de hel’ zoals de kunstenaar schrijft, en dat op het zoetgevooisde geluid van fluitende vogels en de stampende dreun van Queens tophit van weleer: ‘We will, we will rock you!’ Michael BLUM (1966, CAN/DE) studeerde geschiedenis en fotografie in Frankrijk en verbleef aan de Rijksakademie in Amsterdam. In zijn werk (boeken, foto’s, video’s, installaties) bekijkt hij cultuur en geschiedenis door een

kritische bril; van de overblijfselen van het gedachtegoed van Karl Marx tot de herkomst van zijn eigen sneakers. Blum vertoonde zijn werk onder andere in het Centre Georges Pompidou in Parijs en The New Museum in New York. Hij woont en werkt in Canada.

In the famous final scene of the François Reichenbach documentary L’Amérique insolite (America the Strange, 1960), the camera rises in a lift high above the chaotic bustle of New York. In American Rewind, Michael Blum plays this shot in reverse and adds a soundtrack made from a remixed excerpt from George W. Bush’s speech on 9/11. We are no longer rising, instead, as Blum writes, ‘We are descending into hell.’ Michael Blum (1966, CA/DE) studied history and photography in France and at the Rijksakademie in Amsterdam. He takes a critical view of culture and history in his work, which includes books, photographs, videos and installations. Blum has exhibited his work at places such as the Centre Georges Pompidou in Paris and The New Museum in New York. He lives and works in Canada. 13


JEREMY DELLER FOLK SONG | 2007 | TEKSTWERK | TEXTUAL WORKS ‘Ik ben geboren, mazzelaar die ik ben, in een land waar ik van hou.’ Zo begint het korte tekstwerk van Jeremy Deller dat in drie versies meegenomen kan worden aan de entree van Fort Asperen. Deze verschillende stemmen verbinden zich aan een stuk land, zeggen daarvoor te willen sterven – wellicht gaat het om hetzelfde stukje land. Wie thuis is in de popgeschiedenis ziet nog een verwijzing. De tekst is een fragment uit het popnummer ‘Victoria’ (1969) van The Kinks, een satirisch lied over het Victoriaanse, imperialistische en vraatzuchtige Engeland. Jeremy DELLER (1966, GB) is één van de bekendste hedendaagse Britse kunstenaars. Hij won de Turner Prize in 2004 en vertegenwoordigde Engeland op de Biënnale van Venetië in 2013 met de tentoonstelling English Magic. Zijn werk (video’s, foto’s, muziek- en tekstwerk) is vaak een lofzang op-, een fantasie over- én kritiek op een onderwerp ineen. Tekstwerk in Engels, Hebreeuws en Arabisch

14

‘I was born, lucky me, in a country that I love.’ So begins Jeremy Deller’s textual work, which visitors can take with them from the entrance to KunstFort Asperen. This quote, taken from the Kinks’ song Victoria (1969), satirizes Victorian England. Jeremy DELLER (1966, GB) is one of the best-known contemporary British artists. He was awarded the Turner Prize in 2004, and he represented England at the Venice Biennale in 2013. Encompassing video, photographic, musical and textual work, Deller’s work is often an ode to, a fantasy about, and a criticism of, a particular subject all in one. Textual works in English, Hebrew and Arabic


NINA GLOCKNER The Other Side is More Promising | 2014 | Installation Klopt het dat het gras aan de overkant altijd groener is? De Duitse kunstenaar Nina Glockner voert in haar werk The Other Side is More Promising ‘acties’ uit, zoals zij zelf zegt, maar aan de sporen van de acties kun je goed zien dat Glockner is opgeleid tot beeldhouwer. Een even minimalistisch als poëtisch driedimensionaal tableau blijft na zo’n ‘actie’ achter op de bovenste verdieping van het torenfort: een metafoor voor dat wat aan de andere zijde mooier, beter, slechter of kwader lijkt. We zien emmers, zacht gekleurde dekens, touw en een trap. Met die trap kunnen we ontsnappen maar we kunnen hem ook gebruiken om op te klimmen en te kijken hoe die andere kant er eigenlijk uitziet. Nina K. GLOCKNER (1982, DE) studeerde filosofie in Berlijn, beeldhouwkunst aan de academies van Istanbul en Groningen en behaalde in 2010 haar MFA aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Haar werk, dat zich steeds meer beweegt tussen beeldhouwkunst en performance, is te zien op performancefestivals en tentoonstellingen in Nederland, Japan, Duitsland en Brazilië. Zij is gastdocent op kunstacademies in Gent, Amsterdam en Zürich en is wetenschappelijk medewerker aan de faculteit voor Mediatheorie aan de Universität für angewandte Kunst in Wenen. Installatie met dekens, trap, latjes, plastic emmers, touw

Nina Glockner performs, as she describes them, ‘actions’ in The Other Side is More Promising. An equally minimalist and poetical three-dimensional tableau remains after an ‘action’ is performed on the top floor of the tower fortress: a metaphor for all that seems more attractive, better, worse or more evil on the other side. Nina K. GLOCKNER (1982, DE) studied philosophy at Humboldt University in Berlin, sculpture at the art academies of Istanbul and Groningen in 2010, and she earned her MFA from the Sandberg Institute in Amsterdam. Her work can be seen in the Netherlands, Japan, Germany and Brazil. She is a guest lecturer at several art academies and is a research assistant at the University of Applied Arts Vienna. Installation with blankets, ladder, wooden sticks, plastic buckets and rope


Advertentie

LLING E T S N O O T N TE

5 4 ’ N A V R E M DE ZO N RSTE E A A H C S , E D SCHA KLEUR N I W U O B P WEDERO

T/M 23 AUGUSTUS 2015 TE ZIEN IN HET NMM

www.nmm.nl

A5_Adv_De_Zomer_van_45_290415.indd 1

29-04-15 14:58


JOHAN GRIMONPREZ WHAT I WILL | RE-EDIT 2013-2015 | SINGLE SCREEN VIDEOCOLLAGE, 1’ I will not dance to your wardrum. I will not dance to your beating, I know that beat. It is lifeless. Zo begint het gedicht ‘What I will’, van Suheir Hammad dat deze beeldcollage draagt. Johan Grimonprez geeft in deze onafhankelijke film van één minuut een voorproefje van zijn documentaire The Shadow World (geplande release 2016, gebaseerd op het beroemde boek van Andrew Feinstein over de internationale wapenhandel) waarvoor hij zich verdiept in een parallelle wereld die elke vorm van fictie overstijgt. De Jordanees-Amerikaanse dichteres Suheir Hammad draagt het gedicht zelf voor. Tussen het afweergeschut, tussen beelden van parades en explosies, is ruimte voor een krachtig pacifistisch en hoopvol tegengeluid. Johan GRIMONPREZ (1962, BE) brak in 1997 op documenta X door met de revolutionaire montage-film Dial H-I-S-T-OR-Y. Zijn gesofisticeerde montages (ver vóór YouTube) van found footage, Hollywoodfilms, nieuwsbeelden en reclame leggen de invloed van beeld en massamedia op ons bloot. Zijn werk wordt wereldwijd verzameld en getoond. Grimonprez studeerde in Gent en Maastricht en woont en werkt in Brussel en New York.

With the video What I Will, which has been newly re-edited, Johan Grimonprez provides a preview of The Shadow World, his upcoming feature documentary (2016 planned release) based on Andrew Feinstein’s book The Shadow World: Inside the Global Arms Trade. Jordanian-American poet Suheir Hammad recites one of her own poems in this documentary; her voice is a strongly pacifist and hopeful note of dissent amongst the anti-aircraft guns. Johan GRIMONPREZ (1962, BE) broke through in 1997 at documenta X with the revolutionary film montage Dial H-I-S-T-O-R-Y. His film montages expose the influence of images and mass media, and his work is displayed and collected by art enthusiasts the world over. Grimonprez studied in both Ghent and Maastricht and now lives and works in Brussels and New York. On loan from Cinema Zuid Foundation

Bruikleen Stichting Cinema Zuid

17


STEFAN GROSS Pink JSF | 2015 | artistieke verbeelding van de F35 | an artistic rendering of the F35 In opdracht van ‘Gimme Shelter’ STEFAN GROSS: ‘ROZE SYMBOLISEERT VOOR MIJ VERGANKELIJKHEID’ Hij kwam uit het niets tevoorschijn, zo leek het. Voorjaar 2013 vormde het werk van de onbekende Duitse kunstenaar Stefan Gross één van de hoogtepunten op de Twente Biënnale in Enschede. De zuurstokroze beelden van Gross waren blikvangers in de gruizige ruimte van het Balengebouw - en niet alleen vanwege hun likkebaardend lekkere kleur. Het leek alsof Tatlins nooit gerealiseerde Monument voor de Derde Internationale (1919-1920) was overgespoten, vervolgens in een kolossale centrifuge gestopt en daarna was afgebakken in een magnetron. Na de Twente Biënnale volgden meer tentoonstellingen, binnen en buiten Nederland. Gross, opgeleid als glas-in-loodzetter en als schilder aan de kunstacademie in Saarbrücken, komt in 1997 met een DAAD-stipendium naar Nederland. Zijn doel: oranje schilderijen maken. Maar niemand zit op die schilderijen te wachten, merkt hij. Eigenlijk bij toeval ontdekt hij een procedé waarin hij zijn liefde voor drie dimensies, voor schilderkunst en lichtdoorlatend materiaal kan combineren. Dat procedé wordt in de kunst nog nauwelijks

Foto © Stefan Gross

18

gebruikt, maar des te meer bij de productie van robots en kunstgewrichten. In een steelpannetje smelt Gross melkwitte korreltjes van thermoplast, voegt er pigment aan toe, en giet de dikke plastic smurrie in mallen. Alles kan inspiratie voor zo’n mal zijn: van vliegtuigmotor tot varkensboerderij, van radiator tot kamerplant, van stekkerdoos tot olieplatform. Met verfbrander en strijkijzer ‘smeedt’ Gross de verschillende vormen aan elkaar. Zo ontstaan beelden die op veel manieren dubbelzinnig zijn. Ze verwijzen naar de kunstgeschiedenis, maar hun verschijningsvorm is hypermodern en fluorescerend. Ze lijken fragiel, maar zijn het niet, want: ‘breekt er een stuk af, dan kneed ik er zo een nieuw stuk aan,’ aldus de kunstenaar. Ze doen denken aan machines die ooit werkten, hoog geavanceerde beschavingen die zijn verdwenen. Stefan Gross heeft zich op uitnodiging van ‘Gimme Shelter’ gebogen over het fenomeen JSF. Hoe ziet een JSF – dat miljoenenverslindende gevechtsvliegtuig van de toekomst – eruit in de handen van een kunstenaar die zo graag met babyroze plastic werkt?


Foto’s © Erwin van Amstel

Voor Gross was van begin af aan duidelijk: het toestel moest van plastic worden. ‘Ik ben opgegroeid met plastic,’ zegt de kunstenaar. ‘Plastic is voor mij een eerlijk materiaal, met alle positieve en negatieve eigenschappen van dien. Plastic vertegenwoordigt voor mij de aardoliemaatschappij van nu: we love to hate it, maar kunnen niet zonder. Plastic is Barbapapa-materiaal, en net als Barbapapa kan het alle vormen aannemen.’ Ook wist Gross: de kleur van zijn JSF moet roze zijn. ‘Roze is een kleur die meestal met meisjes wordt geassocieerd, dus vind ik het extra grappig om juist in die kleur een gevechtsvliegtuig te maken. Bovendien staat de kleur ook voor kwetsbaarheid en opwinding: wie bloost krijgt roze wangen, een erectie is roze, een framboos is roze. Nu ik erover nadenk: roze symboliseert voor mij vergankelijkheid.’ ‘Ik vind de JSF een stoer, duur technisch hoogstandje op militair gebied, dat misschien wel meteen na de introductie door de technische ontwikkelingen wordt ingehaald, en daarmee klaar voor de prullenbak. Pink JSF is een stilleven in roze, een mooi, vergankelijk bloemstuk, uitgedrukt in een materiaal dat milieuvriendelijk wordt afgebroken. Mijn roze Hubba Bubba vliegtuig zal er achtergelaten bij liggen, op zijn rug, als een verloren of weggegooid stuk speelgoed.’ (LtB) Stefan GROSS (1964, DE) volgde een opleiding Glas in lood (1981-1990) en ging naar de kunstacademie in Saarbrücken (1991-1996). Sinds 1997 woont en werkt hij in Rotterdam. Zijn werk is te zien op verschillende tentoonstellingen in binnen- en buitenland, onder andere Art Basel en Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Schaal 1:1 van een Lockheed Martin X-35B (JSF/F35), gesmolten

Stefan Gross: ‘Pink symbolizes transience for me.’ Stefan Gross accidentally discovered the process that allows him to combine light-transmitting materials and painting with his love of three dimensions. He melts milk-white grains of thermoplastic in a steel pan, adds pigment and then pours the resultant thick plastic sludge into moulds. Next, using a paint burner and an iron, he ‘forges’ the different forms onto each other. At the invitation of ‘Gimme Shelter’, Gross began investigating the phenomenon of the Joint Strike Fighter (JSF). How would a JSF -the fighter jet of the future costing millions- look in the hands of an artist who enjoys working with baby–pink plastic? Gross knew: the plane had to be made ​​of plastic. He comments: ‘To me, plastic represents today’s oil companies. We love to hate them, but we cannot do without them. And plastic can take on any form.’ Gross also realized that the Joint Strike Fighter should be pink. He says, ‘Pink symbolizes fragility and arousal and, for me, it also symbolizes transience.’ ‘I think the JSF is a cool, expensive military technological breakthrough that might be surpassed after its introduction by current technological advancements. Pink JSF is a still life built from an environmentally degradable material. My bubblegum– pink Hubba Bubba plane will be left behind lying on its back, like a lost or discarded toy.’ (LtB) Stefan GROSS (1964, DE) studied stained glass (19811990) and attended the art school in Saarbrucken, Germany (1991-1996). He has lived and worked in Rotterdam since 1997. Gross’ work has been featured in exhibitions at home and abroad, including Twente Biennale, Art Basel and the Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam.

roze plastic over een geraamte van statiegeld-kratten met stretchfolie, hout en vulmateriaal. Afmetingen: 15,67 meter lang,

Technical details: a Lockheed Martin X-35B (JSF/F35) in a scale of

vleugelwijdte 10,70 meter, hoogte 4,33 meter. Met dank aan

1:1, melted pink plastic stretched over a frame made of crates with

Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

stretch film, wood and filling material. Dimensions: height: 15.67 metres, wingspan: 10.7 metres, height: 4.33 meters. With thanks to the Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

19


CHAJA HERTOG & NIR NADLER THE FOUR RIDERS | 2010 | 4 SCREEN VIDEO INSTALLATION: 12’ Vier ogen, vier paar benen, vier flanken waaronder de aderen kloppen. De installatie The Four Riders is een studie naar anatomie in beweging, schitterend gefilmd dicht op de huid van vier paarden. Een landschap van bewegende schoften, konten, glanzende ogen, trillende neusvleugels en ongeduldige hoeven. Het kunstenaarsduo Hertog & Nadler baseerde zich op de beroemde houtsnede De vier ruiters van de apocalyps (1498) van Albrecht Dürer én op de fotostudies die Eadweard Muybridge maakte van een paard in beweging, eind negentiende eeuw. In de kelder van Fort Asperen, waar een paardenkelder werd gebouwd – die nooit echt in gebruik werd genomen door technische onvolkomenheden van de paardenlift – komen die paarden nu alsnog de ruimte bevolken. Paarden en strijd zijn in de geschiedenis onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo sneuvelden er in de Eerste Wereldoorlog zes- tot acht miljoen paarden op het slagveld. Chaja HERTOG (1978, NL) en Nir NADLER (1977, ISR) willen ‘abstracte verhalen’ combineren met vakmanschap. In combinaties van ruimtelijke installatie, performance en film nemen zij uiteenlopende begrippen als Oude Meesters of hun eigen relatie onder de loep. Hertog 20

en Nadler zijn een duo in leven en werk. Ze studeerden beiden aan de Gerrit Rietveld Academie, maar behaalden hun MFA bij respectievelijk ArtScience aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en DasArts in Amsterdam.

The Four Riders, a study of anatomy in motion, is a mesmerizing filmic close-up of life-size horses. Viewers catch vibrant details as the on-screen horses advance: quivering chest muscles; long, twitchy eyelashes; shiny hooves and flaring nostrils. These projected horses now fill the basement of KunstFort Asperen, which was originally designed to stable horses but was never actually used for this purpose. Chaja HERTOG (1978, NL) and Nir NADLER (1977, IL) investigate their own relationship as well as concepts like the Old Masters through collaborative work spatial installation, performance and film. Hertog and Nadler both graduated from the Gerrit Rietveld Academy, but they were awarded their MFA from the ArtScience department at the Royal Conservatoire (Koninklijk Conservatorium) in The Hague and DasArts in Amsterdam, respectively.


JOS HOUWELING DIT MOET PIJN DOEN | This Must Hurt | 2015 SINGLE SCREEN ANIMATION, 26’, GELUID/SOUND: RUURD BLOM

Vaak weten we op het moment zelf niét, maar later wèl de juiste woorden te vinden voor dat wat ons dwarszit. De video-loop Dit moet pijn doen is een litanie van scheldwoorden en bedreigingen waarvoor de tijd genomen is. Ze zijn gericht tot ons onbekende vijanden. Jos Houweling noteert als zijn alias ‘De Bond voor het Vloeken’ al dertig jaar deze verwensingen uit kranten en tijdschriften. Anders dan de ongefilterde scheldpartijen op Twitter en andere online fora zijn deze zinnen wél langs de ogen van een derde partij gegaan. Ze zijn in druk verschenen, dus blijkbaar geredigeerd en goedgekeurd – de zinnen die u hier ziet verschenen onder andere in Het Parool, de Volkskrant en NRC Handelsblad. De verzameling telt nu 35.780 stuks (de laatst genoteerde aanwinst luidt: ‘met zo’n keel waarin een beest woont’). Sinds 2012 verwerkt Houweling selecties daaruit tot handmatig geanimeerde composities van één minuut. Deze langere versie is bedoeld om te ondergaan. Wat eerst nog hilariteit wekt gaat steeds harder schuren. Jos HOUWELING (1943, NL) was tot 2010 directeur van het Sandberg Instituut en hoofd van de masteropleiding Autonome Kunst. Daarvoor gaf hij 25 jaar les aan de Gerrit Rietveld Academie en richtte de afdeling Voorheen Audiovisueel op. Hij is auteur van diverse boeken (onder andere. Het Handige Jongensboek en het 700 centenboek), was Kunstombudsman voor de KRO en oprichter van

de Kunstvlaai en The One Minutes. Vermoedelijk zullen zijn foto’s in 2018 in het Centre Pompidou worden geëxposeerd.  

For over thirty years now, Jos Houweling has written down epithets, swear words and threats under his alias De Bond voor het Vloeken. Unlike the vitriolic exchanges that populate Twitter, these curses appear in publications like Het Parool, de Volkskrant and NRC Handelsblad, meaning that the curses have passed both the editing and approval process. Since 2012, Houweling has been processing selections from his film collection (now over 35,780 pieces) into minute-long videos. These longer versions are hilarious at first blush, but they become increasingly irksome over time. Jos HOUWELING (1943, NL) served as the director of the Sandberg Institute and was the departmental head of the master’s programme in Autonome Kunst (Fine Art) up until 2010. He lectured for twenty-five years at the Gerrit Rietveld Academy where he established the Audiovisual department. Houweling has written several books, served as the art ombudsman for Katholieke Radio Omroep (KRO, a Dutch Catholic radio broadcaster), and is the founder of both Kunstvlaai, a site-specific art event, and The One Minutes organization, which archives minute-long videos. His photographs will likely be exhibited in 2018 at the Centre Pompidou.

21


Foto © Erwin van Amstel

ESTHER JISKOOT COURAS II | 2015 | In opdracht van ‘Gimme Shelter’ Wachttijd heeft zijn tol geëist Een beeld dat uitnodiging en wegversperring tegelijk is Ze is de kunstenaar die het glas definitief van zijn brave imago verloste. Esther Jiskoot maakt sinds haar afstuderen aan de Rietveld Academie en de Rijksakademie in 1993 furore met zeer grillige en kleurige glazen sculpturen die robuust zijn én kwetsbaar tegelijk. Jiskoots beelden zijn niet uitsluitend abstract, al kan er onder haar handen soms plotseling een minimalistisch draadblok van glas uit de muur komen. Haar beelden zijn niet uitsluitend figuratief, al doen ze denken aan bekende wezens: ze houden het midden tussen mens en dier, man en vrouw, ze hebben aanhangsels en uitsteeksels op plekken waar je ze niet verwacht, en ook naar gelaatstrekken zul je vergeefs zoeken. Loop om Jiskoots beelden heen en een wereld van vier dimensies opent zich. ‘Glas,’ zegt de kunstenaar, ‘is één van de weinige materialen die licht in zich vangt, die zelf ook diepte in zich heeft.’ Misschien staat daarom glas voor Jiskoot wel voor zuiverheid. ‘Glas,’ vindt zij, ‘komt het dichtst bij de ziel.’ 22

In het beeld dat Jiskoot voor ‘Gimme Shelter’ maakte, komt geen glas voor: wel piepschuim, touw, ijzergaas, haakwerk en honderden schildjes van gebogen koper. Jiskoot heeft ‘expres’ geen glas gebruikt, omdat KunstFort Asperen van oudsher met glaskunst wordt geassocieerd. Het Glasmuseum in Leerdam ligt namelijk op een steenworp afstand. En ook Jiskoot heeft vele malen gebruik gemaakt van het glasatelier daar. Voor het beeld dat zij maakte – een reusachtige rustende figuur die in het raamkozijn vlak boven de ingang naar het torenfort zit – liet zij zich inspireren door een brief van een vroegere kapitein die op het fort gelegerd was. ‘Wat me opviel in zijn woorden,’ zegt Jiskoot, ‘was die totale verveling die het altijd maar wachten op een vijand met zich meebracht. Het grootste probleem op het fort, zo schreef deze kapitein, was de manschappen bezig te houden en af te leiden, zodat ze geen rottigheid met elkaar uithaalden.’


Dit idee van ‘wachten op een vijand’ werkte Jiskoot uit in een beeld met een romp van een kleine twee meter hoog met tentakels die naar beneden hangen over de rand van het raamkozijn. ‘Ik wilde een beeld maken dat strijdbaar is – vandaar al die koperen schildjes op de romp – maar ook een grote onzekerheid uitstraalt. Want stel je voor: als je jarenlang op een vijand moet wachten, wat voor beeld van die vijand ontstaat er dan in je hoofd? En: wat voor beeld van jezelf ontstaat er? Hou je moedig vol, doe je je stoer voor of word je onzeker, en uiteindelijk ongeïnteresseerd en lamlendig?’ Jiskoots beeld vertolkt al die gemoedstoestanden. Haar nieuwe beeld moet de vijand afschrikken en verleiden. Het is een vogelverschrikker van het aandoenlijke soort. Het is gemaakt misschien wel door soldaten die zich anders tijdens al die uren van hun wacht dodelijk zouden hebben verveeld. (LtB) Esther JISKOOT (1963, NL) studeerde in 1991 af aan de afdeling Glas van de Rietveld Academie in Amsterdam nadat zij in 1987 een opleiding aan de Tilburgse TEHATEX had voltooid, een lerarenopleiding voor tekenen, handvaardigheid en textiel. Zij vervolgde haar opleiding aan de Rijksakademie (1991-1993) en vervulde vele gastdocentschappen aan de Design Academy in Eindhoven, de Rietveld Academie en het Sandberg Instituut in Amsterdam. Haar werk bevindt zich in verschillende museumcollecties en diverse grote bedrijfscollecties (onder andere Rabobank, Aegon, Akzo Nobel en ABN AMRO). Jiskoot staat bekend om haar semi-abstracte beelden van glas, metaal, kralen en textiel. Haar beelden zijn vaak dubbelzinnig, hebben zowel een frivole vrouwelijke als patserige mannelijke uitstraling, zijn man, vrouw, dier tegelijk, en hebben een verleidelijk aanraakbare huid.

The waiting time has taken its toll A statue which is a invitation and a roadblock at the same time Esther Jiskoot’s whimsical and colourful glass sculptures have created a stir in the art world. The artist, however, expressly left glass out of the figure she made for ‘Gimme Shelter’, because KunstFort Asperen has traditionally been associated with glass art. In fact, the Glass Museum in Leerdam lies just within a stone’s throw of KunstFort Asperen. For this artwork, a giant figure resting on the windowsill above the tower fortress entrance, Jiskoot was inspired by a letter from a captain once stationed at the fort. She comments, ‘I wanted to create a combative figure, hence the hundreds of copper shields on the torso, but also one that radiates uncertainty. Imagine if you had to lie in wait for an enemy for years, what kind of image would your mind form of that enemy? Also, how would you begin to think about yourself? Would you remain courageous and resolute, or would you develop uncertainty?’ Jiskoot’s figure is designed to both deter and seduce the enemy. This figure could have been made by soldiers bored to death during their long watch. (LtB) Esther JISKOOT (1963, NL) graduated in 1991 from the Gerrit Rietveld Academy in Amsterdam. She attended the Rijksacademie in Amsterdam (1991-1993) and has held numerous visiting professorships at the Design Academy in Eindhoven and the Sandberg Institute in Amsterdam. Her work is in museum collections and in major corporate collections (eg Rabobank and Akzo Nobel). Her semiabstract figures composed of glass, metal, beads and textiles are often ambiguous, displaying both frivolous female and showy masculine characteristics and a seductive, touchable skin.

Piepschuim, ijzergaas, epoxy-pasta, verf, koperplaat, touw Afmetingen: circa 300 x 180 x 50

Polystyrene, iron-wire mesh, epoxy, paint, copper plate and rope. Dimensions approx.: 300 x 180 x 50 cm

23


LUCHTFOTOGRAFIE Aerial photographs | 1920 -1930 8 Historische luchtfoto’s Fort bij de Nieuwe Steeg vanaf 800 meter hoogte, omgeving Asperen (Zuid-Holland). Gemaakt in 1926. Werken aan de Karnemelksloot vanaf 800 meter hoogte, Naarden (Noord-Holland). Gemaakt in 1926. Fort Vechten vanaf 600 meter hoogte, Vechten (Utrecht). Gemaakt op 20 mei 1925. Foto Den Boest.

Everdingen bij Everdingen (Zuid-Holland). Gemaakt tussen 1920 en 1930. Fort Pampus (Noord-Holland). Gemaakt tussen 1920 en 1930. Fort Abcoude (Utrecht). Gemaakt tussen 1920 en 1930.

Fort Spion, Loosdrecht (Utrecht). Gemaakt op 28 maart 1929. Fort Nieuwersluis, Nieuwersluis (Utrecht). Aan de rechterzijde is een gedeelte van de Koning Willem III-kazerne zichtbaar. Gemaakt in 1925.

8 Historic arial photographs Fort bij de Nieuwe Steeg taken from 800 metres. Asperen area (South Holland), 1926. Werken aan de Karnemelksloot, a sluice, taken from a height of 800 metres. Naarden (North Holland), 1926. Fort Vechten taken from 600 metres. Vechten (Utrecht) 20 May 1925. Fort Everdingen (South Holland) taken between 1920 and 1930. Fort Pampus (North Holland) taken between 1920 and 1930. Fort bij Abcoude (Utrecht) taken between 1920 and 1930. Fort Spion, Loosdrecht (Utrecht) taken on 28 March 1929. Fort Nieuwersluis (Utrecht) taken in 1925. Collection of the Netherlands Institute for Military History (NIMH),

Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH),

The Hague | Photographs: Dutch Technical Services, Aviation

Den Haag | Foto’s: Technische Dienst Luchtvaartafdeling,

Department, reproductions

reproducties

Fort Pampus

24


2013 | met papier bedekt ijzerdraad, hoogte 15 cm

2013-2014 | met papier bedekt ijzerdraad, kunstof sluitstrips, hoogte 10 cm

YAN MICHON WERKEN | WORKS | CA. 2007-2015 Als de vijand komt, hoe treed je die dan tegemoet? Met een lans, een zwaard, een automatisch geweer, een knots; met vuur, met laserstralen of ‘gewoon’: met een krachtenveld uit je handen? Rust je je uit met een schild, een maliënkolder, een been- of armkap, een masker of een derde, rood opgloeiend oog?

Yan MICHON (1999, NL) zit op het Montessori Lyceum Amsterdam. Zijn eerste sculptuurtjes maakte hij van plastic sluitstrips voor vuilniszakken, waarna hij overstapte op draad waar planten mee opgebonden worden. Verwantschap met kunstenaars als Jean Tinguely, Theo Jansen of Alexander Calder is aan te wijzen, maar wat de toekomst brengt is nog onduidelijk. Yan Michon: ‘Misschien ontwerper’.

Wie in vrede leeft kan er ongebreideld over fantaseren. De Amsterdamse scholier Yan Michon houdt het daar al jarenlang niet bij. Sinds zijn kindertijd maakt hij fijnzinnige miniatuurstrijders die inmiddels zijn uitgegroeid tot een populatie van honderden exemplaren. Ze ontstaan steeds vanuit hetzelfde eenvoudige materiaal: met papier bekleed ijzerdraad, waarvan Michon de mogelijkheden inmiddels tot in het extreme heeft verkend. Niet alleen de detaillering, ook de expressie van de figuren is opvallend.

How do you approach the enemy once he arrives? Those who live in peace can afford to give their imagination free reign about this prospect. Student Yan Michon surpassed that fantasy years ago. Michon has been making miniature warriors since his childhood, and these have since grown into a population of hundreds of copies. The level of detail and the sheer expressivity these figures display is remarkable.

In de genealogie van zijn sculptuurtjes is de ontwikkeling per generatie te volgen: steeds geavanceerder, ingenieuzer, met familievertakkingen naar het dierenrijk en de robots. Daarnaast klinkt er een echo in door van de zeer barokke strijd- en fantasycultuur van films en games waarmee jongeren nu opgroeien.

Yan MICHON (1999, NL) attends the Montessori Lyceum Amsterdam. His early sculptures were made out of the plastic twist ties used for bin bags, before he moved on to the wire used to tie up plants. One can point to a kinship between Michon’s work and artists such as Jean Tinguely, Theo Jansen or Alexander Calder, but what exactly the future holds remains unclear. Michon is still deciding on his professional plans. As he says: ‘Perhaps designer.’ 25


MOBILISATIE FORT ASPEREN MOBILISATION FORT ASPEREN | 1939/40 | 10’ 06” Er zijn maar weinig bewegende beelden van het leven op Fort Asperen, maar de beelden die er zijn, zijn bijzonder. Op het enige en laatste moment dat de linie in bedrijf komt is er een amateur die zijn camera laat draaien. Garagehouder A. Kleyn uit Asperen. In 1939 moest hij zijn garage ter beschikking stellen als slaapplaats voor gemobiliseerde soldaten. Hij legde met zijn Super 8 camera vast wat de mobilisatie teweegbracht. Zijn zoon Ton voorzag de beelden later van commentaar. Kleyn ging risico’s niet uit de weg. Zo legde hij stiekem vast dat prins Bernhard de linie bezocht. Ook filmde hij het onder water zetten van de linie. Dit was eigenlijk een militair geheim; Kleyn werd gearresteerd en kort vastgehouden op het fort. Ook bijzonder zijn beelden van schaatswedstrijden met soldaten en dorpelingen op de bevroren uiterwaarden. Maar het meest opvallende deel van de film gaat over paarden. De kanonnen werden uit het fort gehaald en per spoor naar de omgeving Muiden vervoerd. Om die zware apparaten te vervoeren moesten paarden worden gevorderd. Nu waren er in Asperen veel veehandelaren in die tijd; die lieten natuurlijk niet hun beste paarden gaan. Ze kochten op paardenmarkten in de buurt paarden die niet aan een tuig gewend waren en hielden hun eigen goede dieren zelf. De ‘slechte’ paarden werden voor dik geld verkocht aan de militairen – die hadden er toch geen verstand van! Ook nu nog zijn die scènes bijna onverdraaglijk: het geworstel bij het inspannen, de steigerende paarden die er vandoor proberen te gaan, de militairen die geen 26

idee hebben wat ze moeten doen: één grote puinhoop. Het is niet moeilijk om in dit gestuntel een voorbode te zien van de onvoorbereide staat waarin het Nederlandse leger verkeerde. De overrompeling door Duitsland zou niet lang meer op zich laten wachten. There are few remaining moving images of daily life at Fort Asperen, but the images that do exist are special. The only, and as it happened, also the last time, that the defence line was in operation, an amateur, garage owner A. Kleyn from Asperen, managed to film the onsite activity. In 1939, Kleyn was forced to let mobilized soldiers use his garage as a place to sleep. Using his Super 8 camera, he secretly captured a visit by Prince Bernhard to the defence line, and he filmed its flooding - a military secret. Kleyn was subsequently arrested and held briefly at the fort. The film’s most arresting images, however, are of the horses. Livestock dealers in Asperen bought untamed horses and sold them to the military at a substantial profit. Even now, these scenes are almost unbearable to watch: the struggles, the soldiers who have no idea what to do, it’s all one giant mess. It is not difficult to view this bumbled incident as a harbinger of the Dutch military’s unprepared state; Germany’s surprise attack by would not be long in coming. Camera (Super 8 film): A. Kleyn. Voiceover: Ton Kleyn. Editing: Grietje Keller. Produced in 2002 by Ton Kleyn and Grietje Keller.


NEDERLAND WAAKT The Netherlands on Guard | 1939 | 1’40” Polygoon Hollands Nieuws 1939, week 29 Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, in de zomer van 1939, laat het Nederlandse leger nog eens goed zien hoe voorbereid het op eventuele aanvallen is. Begeleid door opgewekte muziek wordt een rooskleurig beeld gegeven van verdedigingswerken, van camouflage en materieel. Tot in de duinen en zelfs in ‘schaapskooien’ is men voorbereid; nog geen jaar later bleek hoe weinig dit voorstelde.

Polygoon Hollands Nieuws 1939, week 29 On the eve of World War II, the Dutch army once again demonstrates in this film how ‘prepared’ it is for possible attacks. Accompanied by uplifting music, a rosy picture is painted of the defence works, camouflage and materials. Less than a year later proved how insignificant this posturing turned out to be. Collection: the Netherlands Institute for Sound and Vision

Collectie: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

27


TREVOR PAGLEN THE OTHER NIGHT SKY | 2007-2011 | 3 CHROMOGENIC PRINTS Wat zien we als we goed kijken? En wat zien we als we proberen te kijken voorbij de wetten en rookgordijnen die de Amerikaanse regering optrekt? Het zijn vragen die de Amerikaanse kunstenaar, geograaf en activist Trevor Paglen zich al meer dan vijftien jaar stelt. De term classified is Paglen, opgegroeid op een militaire basis, met de paplepel ingegoten. Als kunstenaar heeft hij de afgelopen vijftien jaar met speciale telelenzen duizenden foto’s gemaakt van geheime militaire bases in de Verenigde Staten. Hij heeft de camera gericht op dat wat onzichtbaar dient te blijven, maar – extreem uitvergroot – zichtbaar wordt. Waarom? Omdat, zo zegt de kunstenaar, geheimhouding ‘machtsexcessen voedt’. In The Other Night Sky heeft Paglen met een ultrasterke lens het afval en andere obscure resten in de ruimte gefotografeerd die afkomstig zijn van spionagesatellieten en in een baan om de aarde zweven. Als de zon de aarde eenmaal heeft verzwolgen, zal dit afval in de ruimte het enige zijn dat nog rest van menselijke beschaving.

experimentele geografie, geheime diensten, militaire symboliek, fotografie en het concept van zichtbaarheid. Zijn werk is tentoongesteld in the Metropolitan Museum in New York, Tate Modern in Londen, het San Francisco Museum of Modern Art, de Taipei Biënnale, de Liverpool Biënnale, de Biënnale van Istanbul en talloos veel andere solo- en groepstentoonstellingen.

The Other Night Sky, a project by astrophotographer Trevor Paglen, is the product of many a night spent searching the skies for satellites that do not officially exist. For over a year, Paglen painstakingly tracked and photographed space debris, other obscure remnants in Earth’s orbit and classified spy satellites. Should the sun swallow the Earth, this space debris would be the only remaining sign of human civilization.

Trevor PAGLEN (1974, USA) woont in New York en vermengt wetenschap, kunst, journalistiek en filosofie in zijn voornamelijk fotografische werk. Hij haalde een PHD Geografie op Berkeley en een MFA op de Art School in Chicago. Hij schreef vijf boeken en talloze artikelen over

Primarily working with photography, Trevor PAGLEN (1974, US) combines science, art, journalism and philosophy in an artistic practice which he terms ‘experimental geography’. Paglen obtained a PhD in Geography from the University of California Berkeley and an MFA from the Art School of Chicago, and he has written several books and articles. His work has been exhibited, among other venues, at the Metropolitan Museum in New York, the Tate Modern in London and the Taipei Biennale in Taiwan.

KEYHOLE 12-3 (Improved crystal) Optical Reconnaissance Satellite Near

PAN (Unknown; USA-207), 2010 Pigment Print,

Scorpio (USA 129), 2007, C-print, 59 x 47,5 inch / 149,9 x 120,6 cm

48 x 60 inch /121,9 x 152,4 cm

28


RITUEEL MACHTSVERTOON aan de Indiaas-Pakistaanse grens

ritual display of power on the India-Pakistan border | 2001 | 1’06” Fragment uit Internationale nieuwsuitwisseling verzorgd door de European Broadcasting Union, 24 december 2001 Aan de Indiaas-Pakistaanse grens bij Wagah, midden in één van ‘s werelds gevaarlijkste conflictzones en lang de enige verbindingsweg tussen de twee landen, vindt elke dag bij zonsondergang een minutieus ritueel plaats. Aan beide zijden paraderen militairen in praalkostuum bij de grensovergang in een tot in de puntjes verzorgde, maar curieuze choreografie. De vlag wordt gestreken op zo perfect mogelijke wijze. Het publiek aan beide zijden applaudisseert voor dit staaltje militair ballet. Dit fragment toont het ritueel in 2001; in 2010 besloot majoor generaal Yaqub Ali Khan van de Pakistan Rangers dat het ceremonieel een minder agressief karakter moest krijgen.

Excerpt from the international news exchange of the European Broadcasting Union, 24/12/2001 Every day at sundown, a meticulous ritual takes place on the India-Pakistan border. Moving in a curious choreography, soldiers resplendent in magnificent uniforms parade up and down on both sides. The public on each side applauds this military ballet. This film excerpt shows the ritual in 2001; in 2010 Major General Yaqub Ali Khan of the Pakistan Rangers decided that the ceremony should take on a less aggressive nature. Source: ITN Source/Reuters

Bron: ITN Source/Reuters

29


ANDRÉ ROBILLARD & ALEXIS FORESTIER Sputnik | 2009 | recycled material, 100 x 40 x 30 cm Sputnik | 2013 | recycled material, 150 x 150 x 70 cm De wapenwedloop tussen de USA en de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog had zijn ogenschijnlijk veel onschuldiger tegenhanger in de ‘ruimtewedloop’, die plaatsvond tussen 1957 en 1975. Met de lancering van de eerste Spoetnik, een Russische kunstmaan, toonde Rusland – volkomen onverwacht – zijn technische voorsprong. De ‘Spoetnikcrisis’ en de daaropvolgende krachtmeting op ruimtevaartgebied was het gevolg. De Franse Art Brut kunstenaar André Robillard herinnert zich deze spannende gebeurtenissen, culminerend in de Amerikaanse landing op de maan in 1969, als de dag van gisteren. ‘Een herinnering die altijd weer vers is’ noemt hij het. Zijn elegante Sputniks, die hij samenstelt uit gevonden materiaal en voorziet van teksten en tekeningen, verbeelden het veroveren van onbekend terrein en zijn tegelijk een boodschap aan de tegenstander: kijk eens tot wat ik in staat ben. André Robillard (83) treedt met zijn gebricoleerde raketten, geweren en Sputniks op in de theatervoorstelling Changer la vie van theatermaker en Robillard-verzamelaar Alexis Forestier, waarin hij onder andere een zelfontwikkelde vorm van Russisch en ‘Marsiaans’ spreekt. André ROBILLARD (1931, FR) wordt op jonge leeftijd opgenomen in psychiatrisch hospitaal in Fleury-les-Aubrais. Op 33-jarige leeftijd is hij patiënt-af en gaat hij op verschillende posten binnen de instelling werken, onder andere als tuinman en conciërge. Hij blijft tot op heden op het terrein van de instelling wonen. ‘Tegen de verveling’ begint hij in zijn vrije tijd zijn eerste objecten te maken van gevonden materiaal. Kunstenaar Jean Dubuffet benoemt zijn werk als Art Brut, gaat het verzamelen en maakt het bekend. Robillard heeft talloze 30

geweren van uiteenlopende types gemaakt (deze Fusils worden tentoongesteld op Kunstfort bij Vijfhuizen), maar tekent ook veel; met name planeten, satellieten en dieren. Collectie ‘Tuer la Misère’/Compagnie les endimanchés

The nuclear arms race between the United States and the Soviet Union during the Cold War had its counterpart in the ‘space race’ that took place between 1957 and 1975. With the unexpected launch of its first Sputnik, the first artificial satellite in space, the Soviet Union stunned the world with its technological advances. André Robillard remembers these events as if they happened yesterday. His Sputniks depict the conquering of uncharted territory, but they are also simultaneously a message to the opponent: Look at what I’m capable of. Now eighty-three, Robillard is performing in the play Changer la vie (Changing Life) by stage director and avid Robillard-collector Alexis Forestier. André ROBILLARD (1931, FR) was committed to a psychiatric hospital at an early age. At age thirty-three, he was discharged as a patient, and he began working in different positions throughout the institution, such as gardener and caretaker. To this day, he continues to work on the grounds of this hospital. To stave off boredom, he began making his first objects with found materials in his spare time. Jean Dubuffet, the French modernist painter and sculptor who coined the term Art Brut, identified Robillard’s work as Art Brut and also brought the world’s attention it. Other work by Robillard is on display at Fort Vijfhuizen. Collection: ‘Tuer la Misère’/Compagnie les endimanchés


CLAUDIA SOLA MICHAËL | 2013 | SINGLE SCREEN VIDEO, 1’ Aartsengel Michaël (wiens naam betekent: ‘Wie is als God’) vocht tegen het kwaad in de vorm van een draak en hanteerde een weegschaal om zielen te wegen: Goed of Kwaad? Michaël van kunstenaar Claudia Sola opent dus met zijn beeltenis, want de twijfel die in zijn naam besloten zit komt pijnlijk aan het licht in deze geserreerde éénminuut-video. Een drone-piloot, duizenden kilometers verwijderd van zijn doel, vertelt hoe hij op afstand moet beslissen over leven en dood. Over Goed en Kwaad. Die weging is niet altijd zorgvuldig, soms is het te laat om een beslissing te herroepen. En is de aartsengel dan niet het Kwaad zelf geworden? Sola hoorde het interview met de piloot op de radio en monteerde beeld en geluid in dit werk op het scherpst van de snede.

Claudia SOLA (1974, NL) begon als kind te fotograferen. Ze assisteerde fotograaf en filmmaker Johan van der Keuken en ging daarna naar de Rietveld Academie en De Ateliers in Amsterdam. Het persoonlijke in het wereldlijke voelbaar maken is haar doel. Foto(series), films en gevonden beeld en geluid zijn haar middelen. ‘Het werk is een verhaal dat zich steeds op verschillende manieren aan je voordoet’... ’Het werk leert mij en niet andersom’, schreef ze onlangs op kunstwebsite Mister Motley. Sola exposeert geregeld in Europa en Noord-Amerika. Bruikleen Stichting Cinema Zuid

Michaël, titled after the archangel who weighs souls to separate the good from the bad, is a minute-long video by Claudia Sola. In this work, you hear the voice of a drone pilot, positioned thousands of miles from his target, describing how he must make life or death decisions from his remote location. For Michaël, Sola juxtaposes precisely edited sound samples taken from the radio interview with this drone pilot against minimalistic on-screen images. Claudia SOLA (1974, NL) began taking photographs as a young child. She attended the Gerrit Rietveld Academy and De Ateliers in Amsterdam. Finding new ways of engaging with the personal, making it tangible in a global world, remains Sola’s goal in her artwork. Sola’s work features photography (individual works and series), films, found images and sound, and she exhibits regularly throughout Europe and North America. On loan from Cinema Zuid Foundation

31


Advertenties

G A L E R I E

L U T Z

Kom naar de forten en beleef het zelf!

Gimme Shelter forten en ficties in Laagland mei t/m september 2015

ESTHER JISKOOT kunstfort asperen galerie lutz | oude delft 195 | 2611hd delft www.galerielutz.nl | 06 - 212 82 615

FORTEN.NL I LINIEBREED.NL

DV_FORT_300315.indd 1

31-03-15 10:42

Congratulations on your participation in ‘Gimme-Shelter’:

Wouter Klein Velderman Zoro Feigl Zoro Feigl solo exhibition will be on view at C&H art space from May 30 Tweede Kostverlorenkade 50, 1053 SB Amsterdam, +31 (0) 20 753 09 64, info@ch-artspace.com, www.ch-artspace.com


Toespraak Erhard Eppler speech by Erhard Eppler | 1983 | DURATION: 50” FRAGMENT Uit: ‘Anti-Amerikanisme in de BRD’, reportage Hier en Nu De Koude Oorlog duurt al erg lang en president Ronald Reagan zit in de VS stevig in het zadel als in WestDuitsland anti-Amerikaanse geluiden opklinken. In een kort fragment uit een bewogen toespraak van Erhard Eppler (*1926), oud-minister van Economische Zaken (1968-1974) en later een prominent figuur in de vredesbeweging van de jaren tachtig, pleit Eppler voor het afschaffen van het denken in tegenstellingen. ‘Wij moeten het vijandbeeld afbouwen.’ Zes jaar later zou de Muur vallen.

Excerpt From: Anti-Amerikanisme in de BRD, Hier en Nu report The Cold War lasted a very long time, and President Ronald Reagan was firmly entrenched in the United States while anti-American sentiments began to reverberate throughout West Germany. In a brief excerpt from his moving speech (*1926), Erhard Eppler, former minister of Economic Affairs (1968-1974) and later a prominent figure in the 1908s-peace movement, pleads for the abolition of diametrically opposed thinking. The Wall fell just six years later. Directed by Cees Labeur

Regie: Cees Labeur

Collection: Netherlands Institute for Sound and Vision

Collectie: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

33


DICK VERDULT HAPPY THATCHERCIDE | 2015 | Site-specific installation In opdracht van ‘Gimme Shelter’ MARGARET THATCHER ALS ARCHETYPISCHE VIJAND Zijn wieg stond in Eindhoven, maar kunstenaar/filmmaker en musicus Dick Verdult is net zo Brabants als een amazonepapegaai. Met een vader die werkte bij een groot internationaal bedrijf, verhuisde Verdult van het ene naar het andere continent. Het nomadische bestaan in Afrika, Zuid-Amerika en Europa leidde ertoe dat hij een prettig anarchistisch oog

Maradonna and Child | detail van Happy Thatchercide 2015

34

Margaret Thatcher as the archetypal enemy Nomad that he is, living between Africa, South America and Europe, Dick Verdult has developed an anarchistic eye for the outlandish. For Gimme Shelter, Verdult created an installation combining videos, ceramic sculptures, sound works and much more. This installation is very closely tied to his youth in Argentina.


ontwikkelde voor alles wat bizar en bijzonder is. Als relatieve buitenstaander leerde hij observeren én absorberen. Kleuren, klanken, geuren en beelden vormden één borrelende bron van inspiratie. De sporen van dat fladderende bestaan zijn terug te vinden in Verdults dadaïstische, multimediale installaties die de laatste jaren te zien zijn geweest in binnen- en buitenland. Voor de centrale lichttoren op Fort Asperen maakte Verdult nu opnieuw een totaalinstallatie die bestaat uit video’s, keramische beelden, geluidswerken en nog veel meer. De installatie, even kakofonisch als geestig, is hecht verbonden met zijn jeugd in Argentinië.

Dick VERDULT (1954, NL) maakt films, performances, radioprogramma’s, muziek, beeldhouwwerken, tekeningen en grafiek. Verdult maakte verschillende onafhankelijke films onder andere voor de VPRO. Hij richtte een aantal kunstenaarsinitiatieven op, waaronder het IBW (Instituut voor Betaalbare Waanzin). Zijn werk is te zien geweest op grote solo-exposities in het Van Abbemuseum in Eindhoven (2011-2012) en het Museo Universitario del Chopo in Mexico (2014), en op kleinere tentoonstellingen in Den Haag en Amsterdam. Hij vertegenwoordigde Nederland op de Gwangju Biennale (Zuid-Korea) in 2012. Lampen, monitoren, YouTube-films, keramiek, papier-maché, meubilair,

‘Mijn archetypische vijand – da’s uiteraard Margaret Thatcher. Laat ze deze brief maar lezen.’ Thatcher was de Britse premier die in 1982 een oorlog ontketende als antwoord op de bezetting van het Argentijnse leger van de Falkland-eilanden – een piepkleine, schaarsbevolkte, door de Britten in 1765 gekolonialiseerde eilandenarchipel in de zuidelijke Atlantische Oceaan voor de kust van Argentinië. In die oorlog sneuvelden 649 Argentijnen en 258 Britten. De Falklands bleven Brits bezit. De Argentijnse junta moest na de desastreuze nederlaag plaatsmaken in Buenos Aires voor een democratisch gekozen regering. Verdult: ‘Thatcher is voor mij nog steeds het prototype van Europese Kramp, een megalomaan verwend kind uit de Commonwealth dat haar machtige leger zond naar de kleine Falklands. Een dikke negenhonderd man sneuvelde, terwijl zij, zo stelde ik me voor, haar lichaam liet weken in het conservatieve badzout van haar lauwe bad op 10 Downing Street.’‘Eén persoon kan voedingsbron voor haat worden. Deze persoon is de katalysator van gevoelens van onmacht, woede en wraak, en wordt in de volkskunst vaak vertaald naar leedvermaak. Zeker een staatshoofd dient te accepteren dat hij door zijn vijanden en tegenstanders belachelijk wordt gemaakt.’ In het nieuwe spektakelstuk dat Verdult voor ‘Gimme Shelter’ maakte, wordt Thatcher afgebeeld zoals haar vijanden haar graag zien. Ze is het lelijke poppetje dat in Argentinië aan de achteruitkijkspiegel van een oude volksbus bungelt. Ze is de kop van Jut, pispaal, de piñata (een felgekleurde pop of dier van papier-maché, stro of klei) die je met een stok kapotslaat. ‘Het is een groot, extravagant beeld dat door mij liefdevol lelijk is gemaakt.’ Zijn Happy Thatchercide is een etnografisch onderzoek met een vleugje lompe techniek. Thatcher hangt in de lichtschacht als een ‘goedkope Halloweenheks’ in een kruideniersetalage. Maar dat is niet alles. Verdult wil ook het bewijsmateriaal van de vijandhaat verzamelen. ‘Ik zal bewijzen dat sinds de oorlog op de Falklands in vooral het Argentijnse binnenland de traditie is ontstaan dat bij ieder amateurtheater, ongeacht welk stuk wordt gespeeld, elk belachelijk figuur altijd wordt aangekleed en gegrimeerd als Margaret Thatcher. Zij is in het Argentijnse theater de personificatie van de domheid. Had je vroeger bij poppenkast en amateurtoneel een schoonmoeder, een verlegen stottersukkel of een domme politieagent die uit de kast verscheen, nu is dat Thatcher.’ (LtB)

textiel, waslijnen, wasrek, borden et cetera. Afmeting: 10 meter hoog.

Verdult remarks, ‘My archetypal enemy, without a doubt that’s Margaret Thatcher.’ In 1982, British Prime Minister Margaret Thatcher launched a war in response to the Argentine forces’ occupation of the Falkland Islands — an island archipelago in the South Atlantic Ocean colonized by the British in 1833. The aftermath of the ten-week war: 649 Argentine military personnel, 255 Britons and 3 islanders died, and the Falklands remained under British control. As Verdult explains, ‘In my view, Thatcher remains the prototype of European reactionism [sic]: a spoiled child from the Commonwealth who sent her mighty army to the little Falklands.’ In Happy Thatchercide, Verdult portrays Thatcher as the piñata you break with a stick — but that is not all. With Happy Thatchercide, Verdult proclaims, I’m going to prove that, after the Falklands War, a tradition developed, particularly in the Argentine interior, in which ridiculous figures were dressed and made up as Margaret Thatcher for amateur theatre productions. She’s the personification of stupidity.’ (LtB) Dick VERDULT (1954, NL) creates films, performances, radio programmes, music, sculptures, drawings and prints. His work has been shown in solo exhibitions at the Van Abbe Museum in Eindhoven (2011-2012), at the Museo Universitario del Chopo in Mexico (2014) and in The Hague and Amsterdam. In 2012, Verdult represented the Netherlands at the Gwangju Biennale (South Korea). Technical specifications – dimensions: height: 10 metres. Includes lights, monitors, YouTube films, ceramics, papier-maché, furnishings, textiles, clotheslines, plates and other materials.

35


Foto’s © Erwin van Amstel

RALF WESTERHOF UIT HET DONKER | FROM THE DARK | 2015 | Site-specific installation In opdracht van ‘Gimme Shelter’

VRIEND OF VIJAND ‘Als ik hier uit mijn raam de straat op kijk,’ zegt kunstenaar Ralf Westerhof begin februari aan de telefoon, ‘zie ik bijna alleen maar islamitische buurtbewoners. Aan de overkant staat dag in dag uit een Afrikaanse man voor zijn raam. En voor mijn deur, op de stoep, altijd zo’n groepje jongens.’ Ik zie ’zo’n groepje jongens’ onmiddellijk voor me: bontkragen, opgeschoren zwart haar, scootertjes en sissende s-klanken. ‘Daar kun je allerlei ideeën over hebben,’ zegt Westerhof en ja – die had ik inderdaad. Het lijkt een lange reis van een straat in AmsterdamOost naar de kelder van Fort Asperen, maar toch: alsof ze uit de muren van het fort zijn gekropen duiken daar de figuren op die Westerhof dagelijks om zich heen ziet. Ze staan en hangen als ijle tekeningen in de ruimte, gemaakt van gebogen staaldraad – Westerhofs handelsmerk sinds hij bekend werd bij een groter publiek op het Amsterdam Light Festival 2013-2014. 36

Wie zien we in deze parade van figuren, deze optocht van vederlichte schimmen? Zijn ze onschuldig of bedreigend, en waaruit maak je dat op – bepaalde kleding, een gebaar, een duidelijk attribuut? Een man in djellaba bijvoorbeeld; is het de buurman of een terrorist? Tussen hen in staan soldaten uit allerlei tijden; in Napoleontische dracht, uit de Tweede Wereldoorlog, uit oorlogen die je wel of niet herkent. Allemaal potentiële vijanden – maar waarop baseer je die gedachte eigenlijk? Dat is de vraag die Westerhof door deze ruimtes wil laten zweven. Zijn eerste werkbezoek aan het fort maakte indruk. De ruimtes, de atmosfeer, de eigenaardigheden van zo’n geheime plek. Zoals die historische muren waar in de winter het salpeterzout als wollige sneeuw naar buiten ‘zweet’ (en die elk jaar voor de zomer opnieuw verwijderd wordt), alsof de geschiedenissen van twee eeuwen ingekwartierde soldaten naar buiten


komt zetten. Waar waren ze bang voor, wat stelden ze zich voor tijdens hun lange afzondering van de buitenwereld? Dachten ze aan hun familie, geliefden, aan de vijand die uiteindelijk nooit arriveerde? Die wereld van geestverschijningen combineert hij met onze hedendaagse angsten, aangewakkerd door een niet te beteugelen informatiestroom, waar je niet veel wijzer van wordt. ‘Er wordt je van alles aangepraat,’ zegt hij. ‘Als je het nieuws volgt, en ook de alternatieve nieuwsbronnen die heel kritisch zijn over berichtgeving, dan zie je dat alles gekleurd is en dat interpretatie bepaalt wie je als vijand ziet.’ Dat een allochtoon wel een Nederlander wordt genoemd als hij wint met sporten, maar niet als hij wat verkeerds doet valt bijna niemand op, schreef hij in zijn eerste plan. Aan de telefoon, nog steeds uit het raam kijkend: ‘De enige manier om je positie te bepalen is introspectie, bij jezelf gaan zoeken, zelf nadenken. En eropuit gaan, praten met mensen. Met je buurman ook.’ De bezoeker aan zijn installatie maakt een reis, ontmoet zichzelf en allerlei figuren waar hij het zijne van kan denken. Dat is wat Ralf Westerhof nu voor ogen heeft terwijl hij in zijn atelier al die mensen aan het maken is. Maar hij is er eerlijk over: meestal verschijnt een beeld al makend, hij is niet zo van de van tevoren sluitende concepten. Vorm en inhoud ontwikkelen zich samen, al werkend. Dat heeft hij gemeen met Alexander Calder, één van zijn grote voorbeelden, die tovenaar van de draadfiguren en later de abstracte mobiles, halverwege de vorige eeuw. Ook die dacht groots en toch praktisch tegelijk, en zei: ‘Onder al mijn beelden ligt het systeem van het universum. Nogal een groot model om mee te werken.’ (SB) Ralf WESTERHOF (1977, NL) werkte na zijn opleiding tot docent beeldende kunst aan de Amsterdamse Hogeschool als scenograaf voor diverse theatergezelschappen – theater en dans hebben nog steeds zijn grote interesse. Maar hij besloot enkele jaren geleden zich helemaal te wijden aan zijn virtuoos gevormde draadsculpturen en sindsdien gaat het hard met zijn werk. Behalve Alexander Calder rekent hij ook Egon Schiele tot zijn inspiratoren. Westerhofs werk was onder andere te zien op de RAW Art Fair, het Amsterdam Light Festival en Lichtfestival Gent.

Friend or Foe ‘When I gaze out my window’, says Ralf Westerhof, ‘I see Muslim neighbourhood residents. On the other side of my street, an African man stands looking out his window; and in front of my door, there is always a group of young guys hanging out.’ Set in the basement of KunstFort Asperen, these figures materialize as fragile line drawings in space made from bent steel-wire: Westerhof’s trademark. Who do we see in this parade of shadows? Do the figures seem innocent or threatening? For example, a man wearing a loose djellaba robe: is he the neighbour or is he a terrorist? Interspersed among these figures are soldiers from different eras. They may be potential enemies… But what is that idea actually based on? This is the question Westerhof wants to linger in the space. As he comments, ‘If you follow the news, you see that interpretation determines who you view as your enemy. The only way to define your own position is through introspection and talking with people including your neighbours.’ Visitors are invited to go on a journey, confronting themselves and all manner of figures about whom they can form their own opinions. Ralf Westerhof is mindful of this journey of introspection when he is making these figures in his studio. However, he reveals, ‘Usually an image appears during my process. Form and content evolve together while I’m working.’ (SB) Ralf WESTERHOF (1977, NL) completed his art teacher training at the Amsterdam University of Applied Sciences (Hogeschool van Amsterdam) before working as a set designer for various theatre companies. A few years ago, he decided to focus entirely on his wire sculptures. Westerhof has shown his work at such places as the RAW Art Fair, the Amsterdam Light Festival and Light Festival Ghent. Site-specific installation with steel wire, lights and diverse materials

Site-specific installatie met staaldraad, licht en diverse materialen

37


AKRAM ZAATARI LETTER TO A REFUSING PILOT | 2013 | SINGLE SCREEN INSTALLATION, 34’ In de zomer van 1982 vloog een Israëlische piloot boven de Zuid-Libanese plaats Saïda, met de opdracht een terroristisch doel te bombarderen. Oorspronkelijk opgeleid als architect herkende de piloot vanuit de lucht het doel als een schoolgebouw. Hij negeerde zijn orders, week af van zijn koers en dropte zijn bommen in zee. Filmmaker Akram Zaatari, geboren in Saïda en zoon van de oprichter van de bewuste school, hoorde dit verhaal als tiener. De school werd uiteindelijk toch gebombardeerd en raakte zwaar beschadigd, maar het gerucht over de weigerende piloot nam in zijn omgeving in de loop der tijd mythische proporties aan. Letter to a Refusing Pilot is een onderzoek naar deze verzetsdaad. Op poëtische wijze vloeien in dit filmische essay jeugdherinnering, feitenonderzoek, pamflet en fictie in elkaar. ‘Het is belangrijk om te onthouden dat ook in tijden van oorlog iedereen een mens is. Het zo beschrijven maakt het humaan, iets waar we totaal niet aan gewend zijn,’ zei Zaatari tegen The New York Times. Akram ZAATARI (1966, LBN) woont en werkt in Beiroet. Hij maakt films en video-installaties en is medeoprichter van de Arab Image Foundation. Het naoorlogse Libanon en de menselijke ervaring afgezet tegen historische gebeurtenissen vormen terugkerende thema’s in zijn werk.

38

Tot zijn bekendste films behoren All Is Well on the Border Front (1997), How I Love You (2001), This Day (2003), In This House (2005), Tomorrow Everything Will Be Alright (2010) en Letter to a Refusing Pilot (2013).

In 1982, an Israeli pilot charged with bombing a terrorist target flew high above Saïda, Lebanon. Realizing that the target was a school, the pilot ignored his orders, choosing instead to drop the bombs in the sea. Akram Zaatari, born in Saïda and the son of that school’s founder, heard this oft-repeated story as a teenager. Eventually the school was indeed bombed, but the rumour about the ‘refusing pilot’ took on mythical proportions. Zaatari’s work investigates the refusing pilot’s act of resistance. Childhood memories, factual research, pamphlets and fiction poetically merge in his cinematic essay. Akram Zaatari (1966, LB) lives and works in Beirut. He makes films and video installations and is a co-founder of the Arab Image Foundation. Recurring themes in his work include post-war Lebanon and the human experience against the backdrop of historical events. His most well-known films include How I Love You (2001), In This House (2005) and Tomorrow Everything Will Be Alright (2010).


PIM ZWIER THEY CALL US THE ENEMY | 2015 | SINGLE SCREEN PHOTO-FILM, 8’ In opdracht van ‘Gimme Shelter’

GLIMMENDE KNOPEN EN HOUTEN BENEN De historische foto-zoektocht van Pim Zwier De korte film They Call Us The Enemy bestaat volledig uit militair fotomateriaal van een eeuw geleden. We zien glimmende knopenjassen, strepen op de mouw, zelfverzekerde blikken en snorren, véél snorren. Maar ook: steden als verwoeste gebitten, jongemannen zonder ledematen, dode paarden. Een uitgekiende pianocompositie neemt de kijker mee in een stemming die wisselt tussen niets-aan-de-hand tingeltangel en onheilspellend geraas. De Eerste Wereldoorlog is in volle gang.

De fotofilm van regisseur Pim Zwier begon eigenlijk bij een ándere film waar de maker op stuitte toen hij onderzoek deed in de collectie van Eye Filmmuseum: Holland Neutraal, Leger en Vlootfilm van Willy Mullens uit 1917. Zwier: ‘Die bijna drie uur durende film is in mijn ogen één lange lofzang op het Nederlandse leger waarin de – geveinsde – efficiëntie, slagkracht en weerbaarheid is te zien. De oorlogsmachine komt tijdens oefeningen geolied in beweging en veroorzaakt daarbij geen menselijk leed.’ In werkelijkheid waren er in 1917 al miljoenen soldaten gevallen of verminkt op de slagvelden net over de Nederlandse grens. ‘Dat maakt dat zo’n film aanvoelt als een perverse lofzang op het militaire apparaat,’ aldus 39


Zwier. Hij wilde in reactie op Mullens’ film de andere kant van het verhaal toevoegen. Naast de militaire fictie van orde en gezag, ‘met franje op de schouder en heldendom op de borst gepind’, ook de keerzijde van de (militaire) medaille. Voor They Call Us The Enemy weeft Zwier die militaire fictie en realiteit door elkaar. Aan de ene kant is er de heroïek van de militairen en de voorstelling van het leger als een geoliede machine die vrede brengt zonder slachtoffers te maken en die oorlogen netjes op de tekentafel uitvecht. Er komen dames in fladderkostuums dansen voor hoge heren en soldaten die verlof hebben; er worden medailles uitgereikt. Zijn we aan het front, dan spelen daar soldaten met gasmaskers op een partijtje voetbal. Allengs dringt de realiteit in beeld door: een ‘schaduwleger’ van doktoren, verpleegsters en ambulances ontstaat, en een wapenindustrie waarin vrouwen langzamerhand de plaats innemen van vertrokken en gesneuvelde mannen. De foto’s laten zich lezen, ze kunnen niet blijven liegen.

SHINY BUTTONS AND WOODEN LEGS The historic photo search of Pim Zwier In Pim Zwier’s film, They Call Us the Enemy, we see not only shiny jacket buttons, confident gazes and a fair number of moustaches, but also cities that resemble a broken, jagged set of teeth, young men missing limbs and dead horses. Viewers are transported by the changing moods of a piano composition that alternates between innocent plink-plunks to an unholy din. Zwier was commissioned by ‘Gimme Shelter’ to make a film. They Call Us the Enemy grew out of his response - half inspiration and half irritation - to the famous historical documentary Holland Neutraal, de Legeren Vlootfilm created by Willy Mullens in 1917. Zwier remarks: ‘In my opinion, this film is a long ode to the Dutch military in which the (feigned) efficiency and resilience is clearly visible.’

De beelden die Pim Zwier gebruikt zijn rechtenvrije foto’s die gedownload kunnen worden uit een keur aan Europese archieven. Ze komen allemaal uit de periode tussen en rond 1914-1918. ‘De periode waarin de oorlog buiten de Nederlandse grenzen bleef,’ zegt Zwier. ‘Hierdoor bleef het Nederlandse waanidee van orde en gezag overeind terwijl de oorlogsmachine in het buitenland vastliep in de realiteit van loopgraven en modder.’ (SB)

Zwier wanted to include the other side of the story. For They Call Us the Enemy, he used royalty-free photographs that were culled from European archives from the period 1914-1918. On one hand, the army is depicted in Zwier’s film as a well-oiled machine that restores peace without incurring any victims. On the other hand, the reality begins to infiltrate the images; a ‘shadow army’ of doctors and ambulances emerges, as well as an arms industry in which women take over the factory jobs of fallen men. The photographs can be interpreted, they cannot continue to lie. (SB)

Muziek en pianobewerking: Nicolas Chientaroli

Music and piano arrangement: Nicolas Chientaroli

Pim ZWIER (1970, NL) voltooide in 2003 zijn opleiding aan het Piet Zwart Instituut in Rotterdam. Hij maakt korte films en installaties waarin het werken met gevonden foto- en filmmateriaal terugkeert. Tevens werkt hij als curator. Hij maakte meerdere succesvolle korte films en bracht in 2014 de documentaire Never a Dull Moment uit over het ongelooflijke leven van acteur, journalist en fotograaf Sam Waagenaar; ook deze film is gebaseerd op historisch materiaal. 40

Pim ZWIER (1970, NL) completed his education at the Piet Zwart Institute in Rotterdam in 2003. His short films and installations commonly feature found photographic and film materials, and he is also active as a curator. Zwier has made several successful short films and, in 2014, he released Never a Dull Moment, a documentary about the life of actor, journalist and photographer Sam Waagenaar.


BIANCA STIGTER GELEGENHEIDSGEDICHTEN | februari 2015 Ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Brief aan mijn vijand’ in Fort Asperen

I

Een fort is een kasteel , verzoekt belegering

II

Nu is de reden rijm, voor kunstenaars een speeltje

kwam sterk uit het Latijn, fort komt van fortis

gebouwd toen voor soldaten ter verdediging

het steen staat dan ook nog, nu het leger vort is

van achterland van Amsterdam vereeuwiging

gebakken klei nog slechts ter zelfverdediging

klimop helpt trouw verbloeming tot tafereeltje

het binnen biedt aan vleermuizen bevrediging

Bood binnen ooit soldaat geluk, duf rondeeltje

wie zegt hen dat kunst lang en leven kort is

Behartiging belustiging begeestering

evolueer de vleugels ter preparatio mortis

verheviging vereniging vermeniging

voor vijanden in vliegtuigen niet eens belediging

de ergste vijand was dat je verveelt je

kasteel komt van castellum, klein kasteeltje

Dürer bedacht bastei en Da Vinci ravelijn

in vogelvlucht is het een cirkel in het gras

Toegang tot kantelen, vermaken van de dood

van concreet abstract verbasterd tot juweeltje

Toekomstig verleden achterhaald tot tierelantijn

van linie was dit eens een elementair deeltje

een weiland werd geen water te ondiep voor een vloot

een monument dat voor zijn bouw ruïne was

voor Pampus liggen is nu gelijk aan beter zijn

nu is de reden rijm, voor kunstenaars een speeltje

ververs doen vervangen het ongestolde rood

Bianca Stigter (Amsterdam, 1964) schrijft essays over kunst en cultuur, die gebundeld zijn in Per ongeluk expres, De Ontsproten Picasso en Goud uit stro. Op het podium waren haar essays te zien in Lady Mondegreen Live en De per ongeluk expres, twee door Stigter voor de SLAA samengestelde ontregelende avonden over kunst en toeval. Over Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte ze de reisgids De bezette stad. Plattegrond van Amsterdam 1940-1945. Stigter is redacteur van NRC Handelsblad. 41


7

4 5 6 7 8 9 10

11

12 13 14

Stout&Smits | pag 56 Mykola Ridnyi | pag 55 Allora & Calzadilla | pag 45 Zoro Feigl | pag 50

14 13

Marieke de Jong | pag 52 Juan-Pedro Fabra Guemberena | pag 48

restaurant wc

Danila Tkachenko | pag 58 Zondagmiddag aan de BritsRussische zonegrens | pag 61

aanlegsteiger

3

i et b

2

Kassa SOS-shop

sch

1

aan

8

9 10 11

De atoombom, de uitwerking en hoe te handelen | pag 46

12

Jeroen Kooijmans | pag 54 Dik Bouwhuis | pag 47 Omer Fast | pag 49 6

5 4

2

1

3

Fort Nieuwersluis | Rijksstraatweg 7b | Nieuwersluis 42


FORT Nieuwersluis Verborgen krachten Hidden Forces Do you realise that the past, starting from yesterday, has been actually abolished? If it survives anywhere, it’s in a few solid objects with no words attached to them, like that lump of glass there.

George Orwell, 1984 In principe moesten de locaties van de strategische bouwwerken van de waterlinies zo geheim mogelijk blijven en waren vele forten ‘zwarte gaten’ op de kaart. Het was gesloten terrein: geen enkele informatie hierover mocht naar buiten sijpelen. Dit ‘geheime’ aspect komt aan de orde op Fort Nieuwersluis – een sprookje in het groen dat tussen 1849 en 1851 werd gebouwd en aangelegd met de bedoeling een aanval vanuit het zuiden af te slaan. Fort Nieuwersluis is een verzameling gebouwen – een torenfort, drie remises, een schietbaan en een hoofdfort – op een beeldschoon forteiland. Pas afgelopen jaar is Nieuwersluis – eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten – opengesteld voor publiek. Op het terrein nestelen zeldzame vogels, in het torenfort en de remises overwinteren beschermde baardvleesmuizen. Maar het meest curieuze aspect op Nieuwersluis is het geheime atoomvrije commandocentrum, dat na de Tweede

Historically, locations of strategic water defence works had to be kept secret in the Netherlands, consequently many forts were simply black holes on maps. This ‘secret’ aspect is the central theme at Fort Nieuwersluis, a fairy tale in the green that was built between 1849 and 1851. Fort Nieuwersluis was re-opened to the public just last year. The most curious aspect of this fort is its secret nuclear-free command centre. Built after World War II to guard against potential nuclear attack by Soviet Russia, the strategic base was subsequently abandoned after the Wall came down. More or less still intact, this command post is undoubtedly one of British author Orwell’s ‘few solid objects’, a witness to a past that no longer exists. Fort Nieuwersluis is one of the least visible fortresses of the Nieuwe Hollandse Waterlinie (New Dutch Water Defence Line). Located on the Rijksstraatweg, this beautiful fortress island lies hidden among the trees. Even though it sits squarely in the middle of the village of Nieuwersluis, it is not visible from the village. New works by: Zoro Feigl | NL | Marieke de Jong | NL Jeroen Stout & Ineke Smits | NL | Danila Tkachenko | RU. Existing works by: Allora & Calzadilla | US/CU | Dik Bouwhuis | NL Juan-Pedro Fabra Guemberena | UY | Omer Fast | IL Jeroen Kooijmans | NL | Mykola Ridnyi | UA | and historical film material from the Netherlands Institute for Sound and Vision. 43


Wereldoorlog werd ingericht en gebouwd om een eventuele kernaanval vanuit Sovjet-Rusland te weerstaan en dat na de Val van de Muur werd verlaten. Het commandocentrum is er nog steeds, min of meer intact, compleet met krakkemikkige douches die de nucleaire straling in geval van een atoomaanval van je moeten afspoelen, fietsen om elektriciteit op te wekken en verroeste blikken met een soldatenrantsoen van aardappelen en goulash. Deze commandopost voor de Bescherming Burgerbevolking (BB) is een van die ‘weinige solide objecten’ waarover de Britse schrijver George Orwell spreekt, die getuigen van een verleden dat niet meer bestaat.

Fort Nieuwersluis is één van de minst zichtbare forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het ligt verscholen tussen de bomen, aan de Rijksstraatweg, midden in het dorp Nieuwersluis maar niet te zien vanaf daar. Nieuw werk: Zoro Feigl | NL | Marieke de Jong | NL Jeroen Stout & Ineke Smits | NL | Danila Tkachenko | RUS Bestaand werk: Allora & Calzadilla | USA/CUB | Dik Bouwhuis | NL Juan-Pedro Fabra Guemberena | UR | Omer Fast | ISR Jeroen Kooijmans | NL | Mykola Ridnyi | UKR en historisch filmmateriaal van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum.

Advertenties

www.nationaalglasmuseum.nl info@stichtingglas.nl +31 (0) 345 614 960 Glasmuseum Lingedijk 28-30, Leerdam Glasblazerij Zuidwal, Leerdam

Foto: Aad Hoogendoorn

TENTOONSTELLINGEN historisch hedendaags transparant depot DEMONSTRATIES workshops activiteiten


Allora & Calzadilla Wake Up | 2007 | Geluid- en lichtinstallatie | Sound and light installation Het reveille wordt geblazen, het is tijd om op te staan, de vlag te hijsen, om aan te treden – maar zo vreemd als dit reveille heeft dat nog voor geen enkele soldaat ooit geklonken. Een trompet krijst. Blaast in je oor als zachte windstroom, of als een flubberig rubber lapje, ffffrrrbbbrrrbb. Schalt even later welluidend door de ruimte. En in het kleine torenfort op Fort Nieuwersluis – een cirkelvormige doos bedekt door een aarden wal – klinkt deze oproep ook nog eens in het geheim. Het kunstenaarsduo Jennifer Allora en Guillermo Calzadilla, dat vaker de relatie tussen muziek en macht tot onderwerp nam, nodigden zeven trompetspelers uit om hun eigen interpretatie van het reveille te spelen. Lieflijk of geheimzinnig, alarmerend of muzikaal, de verschillen zijn groot en zo wordt het reveille ontdaan van zijn militaire jas. Bij de soundtrack behoort een lichtschema, speciaal voor dit torenfort aangepast. Die lichtflitsen voorzien het reveille van een verleidelijke show, maar kunnen ook vergeleken worden met beelden van een militaire aanval en nachtelijk afweergeschut, zoals we die – gelukkig vaak alleen – van televisie kennen. Jennifer ALLORA (1974, USA) en Guillermo CALZADILLA (1971, CUB) leven en werken in Puerto Rico. Sinds 1995 werken ze samen in allerlei media: videoperformance, sculptuur, geluid etc. Hun werk is sterk politiek betrokken maar altijd

met een twist. Door poëzie, humor en een absurdistische benadering ontkrachten ze hun zware onderwerpen: ontheemding, repressie en machtsstrijd. Ze exposeren over de hele wereld. In 2011 vertegenwoordigden zij de Verenigde Staten op de Biënnale van Venetië en in 2012 namen ze deel aan dOCUMENTA13 in Kassel. Een ander werk van Allora & Calzadilla is te zien in KunstFort Asperen.

For this installation, Allora & Calzadilla invited seven trumpeters to play their interpretation of Reveille, the bugle call. The soundtrack is accompanied by flashing lights that have been specially adapted for this tower fortress. Making the whole show more seductive, these illuminations remind the audience of a military attack or the bright flashes of anti-aircraft guns in the night sky. Jennifer ALLORA (1974, US) and Guillermo CALZADILLA (1971, CU) are based in Puerto Rico. They have collaborated on video performances, sculptures and sound pieces since 1995. Their work often references strong political themes, but always with a twist. Allora & Calzadilla have exhibited at events such as the Venice Biennale and dOCUMENTA (13) in Kassel. Other work by this duo can be seen at KunstFort Asperen. 45


DE ATOOMBOM de uitwerking en hoe te handelen

De persoonlijke bescherming | 1952 | Personal Protection | 1952 | 11’ Deel 5 van een voorlichtingsfilm Even instructieve als naïeve mengeling van gruwelijk feit en angstige fictie in deze voorlichtingsfilm in opdracht van de Stichting Bescherming Burgerbevolking in samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst. Wat kunnen we doen als een bom van twintig kiloton op een Nederlandse stad neervalt? Hoe kunnen we ons beveiligen tegen de kokende hitte, de alles verpletterende luchtdruk en de dodelijke straling die Hiroshima en Nagasaki in de as legden? Hoe vergroten we de kans dat we ons eigen hachje redden als we ons goed voorbereiden en vijf minuten waarschuwingstijd hebben? In dit surreële scenario kan een voorbijganger op straat zich redden door een blokje om te slaan, een secretaresse zich verstoppen achter een betonnen muur, maar dan nog is de kans reëel aanwezig dat beiden verpletterd worden door puin. Regie: David Villiers. Stem: Wim Povel. Camera: Jo Amber Collectie: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

46

11’

Part 5 of an informational film Commissioned by the Stichting Bescherming Burgerbevolking in cooperation with the Rijksvoorlichtingsdienst, this informational film is an instructive and naive mixture of horrific facts and terrifying fictions. What would we do in the event that a twenty-kiloton bomb is dropped on a city in the Netherlands? Could we survive by relying on thorough preparations and just five-minutes’ warning? Director: David Villiers. Voice-over: Wim Povel Camera: Jo Amber Collection: Netherlands Institute for Sound and Vision


Dik Bouwhuis Het Krijgsbedrijf | The Military | 1994-1997 | Foto’s | Photographs Geïntrigeerd door het leven dat hij nooit had gekend achter de kazernedeuren, besloot Dik Bouwhuis op onderzoek te gaan. Een brief aan Defensie resulteerde in een afwijzing, toezegging tot de kazernes werd geweigerd. Tot een bevriende commandant in ‘t Harde wilde meewerken. Dit eerste bezoek leidde tot bezoeken aan nog negentien andere kazernes in Nederland. Zo groeide tussen 1994 en 1997 de nog maar één keer tentoongestelde serie Het Krijgsbedrijf – atypische portretten van conferentiekamers, feestzalen, kantines, opslagruimtes en keukens. Geen mens komt er aan te pas. Alle ruimtes lijken verlaten, de stoelen staan omgekeerd op tafel, de voorraadkasten zijn leeg. De aandacht gaat uit naar architectonische structuren, lichtval en details zoals zieltogende palmversieringen. Bouwhuis maakte Het Krijgsbedrijf in een periode waarin Defensie de overgang doormaakte van een leger van dienstplichtigen naar een beroepsleger. Kazernes kwamen leeg te staan, werden gesloopt of omgebouwd tot andere bestemmingen. Dik BOUWHUIS (1961, NL) ging na een lerarenopleiding handvaardigheid en tekenen in 1988 naar de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, waar hij afstudeerde aan de afdeling Fotografie. Bouwhuis stelt in binnen- en buitenland tentoon met analoge fotoseries over bedrijfsterreinen, verpleegtehuizen of asielzoekerscentra waar jaren werk aan voorafgaan. Met de nog steeds groeiende serie Tourist Landscapes – landschappen rond de Middellandse Zee – werd hij in 2006 genomineerd voor de prestigieuze Albert Renger-Patzsch Prize in Essen. Bouwhuis werkt als een van de weinige fotografen nog consequent analoog.

13 foto’s op polystyreen, met dank aan AAP Lab | Diacarroussel met plattegronden van onder andere niet langer bestaande kazernes

Intrigued by the idea of life behind barrack doors, Dik Bouwhuis decided to conduct research. Bouwhuis’ letter to the Dutch Ministry of Defence elicited a rejection, and he was refused access to the barracks, until a commander intervened. Bouwhuis’ first visit led to nineteen more visits to other barracks in the Netherlands. Thus the Het Krijgsbedrijf photograph series gradually took shape between 1994 and 1997. Exhibited only once, the series features atypical portraits of deserted conference rooms, banquet halls, canteens and kitchens. With people absent from the images, Bouwhuis instead focuses on architectural structures, lighting and details such as moribund palm decorations. Bouwhuis made Het Krijgsbedrijf during a period when the Dutch Ministry of Defence was transitioning from an army of conscripts to a professional army, and when barracks were left vacant, demolished or were converted for other purposes. Dick BOUWHUIS (1961, NL), after completing his teacher training in handicrafts and drawing, attended the University of Applied Sciences Utrecht, where he graduated from the department of Photography. At home and abroad, Bouwhuis exhibits analogue photo series that feature images of industrial sites, nursing homes or refugee centres, each the result of years of hard work. In 2006 he was nominated for the prestigious Albert Renger-Patzsch Prize in Essen for his ever-growing series Tourist Landscapes. 13 photographs mounted on polystyrene, slide carousel showing maps of now abandoned or demolished barracks

47


Juan-Pedro Fabra Guemberena Interlude | 2012 | 7 bronzen sculpturen | 7 bronze sculptures De serie van zeven bronzen sculpturen van Juan-Pedro Fabra Guemberena komt misschien wel het dichtst bij het thema ‘Verborgen krachten’ dat hier op Fort Nieuwersluis getoond wordt. Want wat een grillig gevormd afgietsel van een tak of een stuk rots lijkt, is in feite pure, in vorm gegoten destructie. Dit is namelijk de inslag van een kogel; dit is wat een kogel aanricht. De kunstenaar liet met zes verschillende soorten munitie schieten op blokken ‘ballistische gel’: een materiaal dat menselijk spierweefsel zo dicht mogelijk benadert en dat in de militaire industrie wordt gebruikt voor simulaties van schoten. Elke soort kogel heeft zijn eigen diepte en effect en laat zijn eigen soort ‘wond’ achter. Juan-Pedro Fabra Guemberena vergelijkt het werk met fotografie, waarbij het resultaat ook direct samenhangt met het drukken op de knop. Daarna wordt het beeld ‘ontwikkeld’ door een mal te maken en ‘afgedrukt’ in brons. Gestold geweld is het resultaat. Juan-Pedro FABRA GUEMBERENA (1971, UR) woonde als kind vijf jaar in ballingschap in Zweden vanwege de politieke activiteiten van zijn moeder. Hij is als schilder opgeleid in Uruguay en Zweden. Maar sinds vijftien jaar maakt hij vooral foto’s en installaties, en werkt ook als dj. Geografische ‘displacement’

is een terugkerend thema in zijn foto’s en installaties, net als de verbeelding van geweld. Fabra Guemberena toont zijn werk wereldwijd, onder andere op de Biënnale van Venetië (2003) en de Biennial of the Americas in Denver (2013).

Looking as though they were cast from a branch or a rock fragment, these bronze sculptures are actually the visual materialization of the impact of a bullet. To create these works, Fabra Guemberena had six different kinds of ammunition shot into ballistic soap blocks, a material that closely approximates human muscle. The result of these shootings is solidified violence. As a child, Juan-Pedro Fabra GUEMBERENA (1971, UY) lived in exile in Sweden because of his mother’s political activities. He trained as a painter in Uruguay and Sweden. For the last fifteen years, Guemberena has primarily taken photographs and created installations, and he works as a DJ. Geographic ‘displacement’ and the depiction of violence are recurring themes in his work, which, among other places, has been exhibited at the Venice Biennale (2003) and the Biennial of the Americas in Denver (2013). Other work by Fabra Guemberena is on exhibit at Fort Vijfhuizen.

v.l.n.r: Interlude (.44), 2012 Bronze 30x7x7 cm Ed. of 3 | Interlude (9mm), 2012 Bronze 17x3x3 cm Ed. of 3 | Interlude (Buckshot), 2012 Bronze 35x10x15 cm Ed. of 3 Interlude (9mm Fed flat point), 2012 Bronze 15x9x8 cm Ed. of 3 | Interlude (Birdshot), 2012 Bronze 20x8x10 cm Ed. of 3 Interlude (7,62mmx51 NATO), 2012 Bronze 25x4x4 cm Ed. of 3 | Interlude (Slug), 2012 Bronze 14x16x17 cm Ed. of 3


Omer Fast Continuity | 2012 | Single screen projectie, 41’ Een middelbaar stel haalt hun zoon, die in Afghanistan heeft gediend, op van het station. Een emotioneel maar ook ongemakkelijk weerzien is het, waarna zich een gespannen avond ontrolt. Zoon Daniel is zichzelf niet letterlijk. Zijn ouders trouwens ook niet. Het slagveld is erg, erg dichtbij. ‘Voor mij is het verhaal van deze film letterlijk dat deze ouders een hobby hebben. Ze laten jongens komen en spelen een bepaald scenario met hen. Waarom, of ze nu iemand verloren hebben of zich gewoon vervelen, blijft een open vraag voor mij.’ Dat zei kunstenaar Omer Fast over dit, volgens vele bezoekers die het voor het eerst zagen op dOCUMENTA 13, hartverscheurende videowerk. Het is bijna moeilijk dat de kunstenaar zelf het werk zo klinisch benadert – maar de chirurgische precisie waarmee Continuity in elkaar gezet is, is tevens zijn grote kracht. De scène met de jongen zal zich drie keer voordoen, identiek en toch helemaal anders, met hallucinerende en surrealistische momenten. Gaandeweg wordt duidelijk dat het uitgesloten is dat vroeger nog terugkeert – en begrijpen we in welke wanhopige loop het echtpaar zichzelf gemanoeuvreerd heeft.

Omer FAST (1972, ISR) groeide op in Jeruzalem en New York, en woont in Berlijn. Met zijn videowerken en -installaties heeft hij een heel eigen plaats verworven in een gebied tussen documentaire en fictie. Militairen en strijd waren al meermalen onderwerp van zijn werk, dat behalve op dOCUMENTA 13, te zien was in het Guggenheim en het Whitney Museum in New York, op de Biënnale van Venetië, het Centre Pompidou in Parijs en op vele filmfestivals.

A middle-aged couple collect their son Daniel from the station, but having served as a soldier Afghanistan, he is no longer himself, so it is an emotionally charged but uncomfortable reunion.. The same scene is played out three times, each time with hallucinatory and surreal moments, allowing us gradually to understand the desperate course that this couple has chosen. Omer FAST (1972, IL) grew up in both Jerusalem and New York, and currently lives in Berlin. His video works and installations have acquired their own place between documentary and fiction. Soldiers and warfare have been repeated subjects of his work, which, among other venues, has been exhibited at Documenta, Guggenheim in New York, Venice Biennale, Centre Pompidou in Paris and at numerous film festivals. 49


Zoro Feigl JSF | 2015 | Buitensculptuur | Outdoor sculpture In opdracht van ‘Gimme Shelter’

De boel in evenwicht Een draaiend scheepstouw, door een eenvoudig machientje aangedreven, traag kruipend over een vloer waarop een laagje zand gestrooid was. Dat was alles. Met die eenvoudige ingrediënten van het werk Untangling The Tides, eerder gemaakt tijdens een residency in de Loosduinse Villa Ockenburgh vlak bij zee, verdiende Zoro Feigl begin dit jaar op de kunstbeurs Art Rotterdam de publieksprijs – net zoals hij ook al eerder de publieksprijs van de Volkskrant Beeldende Kunstprijs won, in 2013. Die beloning is volkomen begrijpelijk: het werk van Feigl heeft op bijna alle soorten publiek de uitwerking van een verjongend elixer. Mensen gaan bewegen, willen onder zijn werk staan, er doorheen lopen, het opnieuw zien gebeuren. En zonder uitzondering breekt hun gezicht open in een lach. De materialen worden herkend: die touwen, kabelbuizen, kettingen en tandwielen slingeren in de garage, en anders wel op een nabijgelegen bouwplaats of ze steken uit de put van de mannen die de glasvezelkabel aan het aanleggen zijn. Maar hier gedragen al die spullen zich zo anders, zo onverwacht – speels, lui, wild, elegant, weerbarstig, erotisch. En dat komt door het meest ongrijpbare ingrediënt dat Feigl toevoegt, dat hij inzet als de tovenaarsleerling die zijn gang gaat als de leermeester even de deur uit is: de beweging. Die laat hij los op zijn spullen, en daar komen heel onverwachte patronen en gedragingen uit voort.

50

Things in balance Feigl’s work acts like a rejuvenating elixir on nearly everyone who sees it. People begin to move around, and their faces slowly break out in smiles. The materials may be familiar, but they behave very differently here: by turns playful, lazy, elegant, unruly and erotic - all brought about by Feigl’s most elusive ingredient: movement. ‘Gimme Shelter’ asked Feigl to create his interpretation of the Joint Strike Fighter. Feigl represents the JSF, the subject of discussion for years now, using two windmill turbine blades balancing on a thin column. The movement comes from the wind. Feigl describes what drew him the turbine blades, ‘I find the shape of the windmill blades fascinating, because of their efficiency and the suggestion of super-logical aerodynamics.’ As with the JSF, the highly advanced technology of the windmill appears to be both the goal and the solution, but what precisely is it for? The efficiency of windmills is debatable, and turbine blades are already being replaced on a large scale. As far as the JSF goes, you may ask yourself whether the technology is still relevant. Isn’t a manned fighter something of an outdated symbol in a world of advancing drones? (SB)


Foto’s © Erwin van Amstel

Zijn werken ziet hij ‘als een soort dieren, die ik probeer te temmen’ – maar dat ze zich niet helemaal in het gareel laten dwingen doet hem zichtbaar plezier. De beweging die Zoro Feigl meenam naar Nieuwersluis is niet machinaal aangedreven maar komt van de wind. Toen hij de opdracht aannam om een interpretatie van de Joint Strike Fighter te maken kwam hij met een onverwachte gedachtesprong. Dit gevechtsvliegtuig, waar al zo lang over gepraat wordt en waar rondom zo veel onduidelijkheid bestaat, verbeeldt Feigl door twee windmolenwieken te laten balanceren op een dunne kolom. Hij zegt: ’De vorm van de vleugels van windturbines fascineert mij door hun efficiëntie en de suggestie van super logische aerodynamica.’ Net als bij de JSF lijkt heel geavanceerde techniek het doel én de oplossing; maar voor wat eigenlijk? Van de windmolens staat de efficiëntie steeds ter discussie, en wieken worden nu op grote schaal al vervangen – vandaar dat ze ineens een kunstenaar ter beschikking kunnen staan. In het geval van de JSF kun je je ook afvragen of die techniek eigenlijk nog wel nodig is. Een bemand gevechtsvliegtuig in een wereld vol oprukkende drones, is dat niet meer een achterhaald symbool? Zo wordt ook zijn werk: een symbool van een samenleving die probeert met techniek de boel in evenwicht te houden. ‘Niet per se eerlijk of doordacht,’ aldus Feigl. Het symboliseert de kwetsbaarheid van het systeem, in de vorm van hergebruikte vleugels in

fragiele, volkomen nutteloze balans.En die beweging, natuurlijk, heeft een eigen schoonheid. De wieken, elk ruim dertien meter lang, wiebelen in de wind en de regen. ‘Zoals een windvaantje de richting aangeeft, of zoals twee vorken kunnen balanceren op een tandenstoker; een natuurkundig principe.’ Het is logisch, maar het gaat ook volkomen zijn eigen goddelijke gang – een typering die wel eens op Feigls hele oeuvre zou kunnen slaan. (SB) Zoro FEIGL (1983, NL) studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en aan het HISK in Gent. Zijn bewegende installaties echoën de kinetische kunst van de jaren vijftig maar zijn vooral van nu, door hun hedendaagse materiaal en hun vaak androgyne elegantie. ‘Ik ontdek de ongelooflijkheid van wat er al is, voor onze ogen,’ zo omschrijft hij zijn werkwijze. Feigl toonde zijn werk over de hele wereld, in musea en galeries maar ook veel op festivals en buitententoonstellingen.   Buitensculptuur met windmolenbladen

Zoro FEIGL (1983, NL) studied at the Gerrit Rietveld Academy and at the HISK (Higher Institute for Fine Arts) in Ghent, Belgium. His moving installations echo the kinetic art of the fifties, but they are highly contemporary in their use of modern materials and in their often androgynous elegance. Feigl has exhibited his work all over the world in museums and galleries, as well as at many festivals and outdoor exhibitions. Outdoor sculpture, 2 windmill turbine blades

51


Foto Š Erwin van Amstel

52


Marieke de Jong Shelter C1880 | 2015 | InstallatiON in Remise C In opdracht van ‘Gimme Shelter’

Een basiliek onder de aarde Bij het woord ‘remise’ denk je aan een langwerpig gebouw met rails, waar tingelende trams ‘s avonds laat naartoe rijden om na een dag werk te gaan slapen. De remise op een fort is heel anders, en zeker Remise C op Nieuwersluis, zoals het uit 1880 daterende bouwwerk officieel heet. In dit gebouw van – op het oog – twee verdiepingen hoog, een kelder en een gelijkvloers, laat beeldend kunstenaar Marieke de Jong een nieuw werk zien dat alles te maken heeft met het gebouw zelf. Sinds haar afstuderen op de kunstacademie in Zwolle en het Sandberg Instituut in Amsterdam heeft De Jong zich ontwikkeld tot een beeldhouwer die zich beweegt op het grensgebied van autonome beeldhouwkunst, theatervormgeving, architectuur en performance. Haar beelden zijn altijd site-specific, toegesneden op een specifieke ruimte, historische context of een speciaal landschap. Dat kan een ‘rommelboerderij’ op een landgoed zijn waarvoor zij een ketting van nieuwe ‘rommel’architectuur ontwerpt. Het kan ook een labyrintische stadstekening van Robbie Cornelissen zijn, wiens fictieve architectonische structuren zij laat ‘echoën’ in een reusachtige achtergrond van gestapelde kartonnen dozen. In een kunstenaarsinitiatief op de Amsterdamse Wallen zette ze een groepstentoonstelling naar haar hand met een even royaal als ingenieus bedacht wandelpad van hout. In het Stedelijk Museum in Zwolle bouwde zij nog heel recent een minimalistische ‘Neerslagkast’ – een stapeling van helderwitte zit- en ligmodules dat functioneerde als verhalenplatform of gewoon om een dutje op te doen. De ‘Neerslagkast’ veranderde de strenge museumruimte plotseling in een intieme, speelse en open huiskamer. In Remise C heeft De Jong de verborgen architectuur van het gebouw blootgelegd. Op oude bouwtekeningen ontdekte zij dat de remise, die er van buiten uitziet als een molshoop met een schuifdeur, het uiterlijk heeft van een basiliek. Vier ‘kerk’verdiepingen verbergt het landschap: een fundering met boogconstructie, een kelderverdieping, een begane grond en een puntvormig dak. Die verdiepingen zijn blootgelegd in Shelter C1880 en exact nagebouwd op een schaal van 1 op 4. Er zijn gangen, ‘ramen’ die verbonden zijn met luchtkokers, zodat bij explosie de muren – heel ingenieus – naar buiten omklappen. Op de begane grond bevinden zich kasten waar vroeger de munitie die op scherp stond, werd opgeslagen. Binnen in de Remise verheft zich dus dezelfde remise,

maar dan inclusief de wereld die nu voor het blote oog verborgen is. Die remise op schaal is met opzet lichtgrijs gehouden, een onopvallende betonkleur die nauwelijks de aandacht trekt in de ruimte. Zodat het kunstwerk precies past in een omgeving die ontworpen was om geheim te blijven, onzichtbaar voor de blik van vreemden. (LtB) Marieke DE JONG (1972, NL) volgde de richting Autonoom Ruimtelijk aan kunstacademie ArtEZ in Zwolle en voltooide in 2011 haar MFA aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. Zij werd in 2013 genomineerd voor de Prix de Rome. Haar werk wordt veelvuldig binnen en buiten musea tentoongesteld, in het theater en de openbare ruimte. Vezelversterkt kunststof, afmetingen 182,5 x 208 x 216,9 cm Mede mogelijk gemaakt door het Jeannette Hollaar Fonds

An underground basilica Remise C is the 1880 depot in which Marieke de Jong is showing new work that has everything to do with the building itself. Navigating the boundary between sculpture, theatre design, architecture and performance, De Jong’s sculptures are always sitespecific - and in Remise C, she has managed to expose the building’s hidden architecture. Although the depot looks vaguely like a molehill with a sliding door from the outside, ancient drawings enabled De Jong to spot its resemblance to a basilica, with four ‘church’ levels hidden in the landscape. Shelter C1880, built on a precise scale of 1:4, exposes these levels. Rising inside the larger Remise C, De Jong’s shows a world which is hidden from the naked eye. This scalemodel remise appears in a modest light-grey colour so that the artwork perfectly matches its environment, which, after all, was designed to stay hidden, to be invisible to the gaze of strangers. (LtB) Marieke DE JONG (1972, NL) majored in Autonoom Ruimtelijk (Autonomous Spatial Art) at the ArtEZ art school in Zwolle in 2011 and completed her MFA at the Sandberg Institute in Amsterdam. She was nominated in 2013 for the Prix de Rome, and her work is widely exhibited inside and outside of museums, theatres and public spaces. Fibre-reinforced plastic, dimensions: 182.5 x 208 x 216.9 cm Made possible by the Jeannette Hollaar Fund

53


Jeroen Kooijmans On The Lake | 2008 | Single screen video, 1’38’’ Deze korte video van Jeroen Kooijmans is eigenlijk een visioen zo teer, dat elke beschrijving te veel is. De dag loopt ten einde en er drijven bosjes in een meer, ja, dat zien we. Misschien zitten er mannen onder, soldaten, dat zou best kunnen. Maar dan, wat daar even tussendoor verschijnt – is dat niet meer een wens dan een gebeurtenis? On The Lake maakt deel uit van een groter project van Kooijmans: The Fish Pond Song – een ensemble van een architectonische installatie en korte, mythische filmscènes, allemaal opgenomen rond zijn geboortedorp Schijndel en in 2008 voor het eerst tentoongesteld. Dit is weer onderdeel van de trilogie De Tuin der Lusten; Kooijmans’ magnum opus over oorlog, geloof-ongeloofbijgeloof, goed en kwaad. Het vindt zijn directe inspiratie in de aanslagen van 9/11, die de kunstenaar destijds vanuit het raam van zijn New Yorkse appartement gadesloeg. Het totaalwerk zal eind 2015 in Den Bosch tentoongesteld worden tijdens de manifestatie Jheronimus Bosch 500. Jeroen KOOIJMANS’ (1967, NL) werk bestaat uit vaak korte gebeurtenissen (vastgelegd op video en voorzien van een aparte geluidsscore) die herhaald worden of niet, maar die altijd een indruk achterlaten. Kleine gebaren lijken het, maar 54

ze raken wel aan grote thema’s: religie, sprookjes, humor, afkomst, utopie, geschiedenis en beelden uit het verleden. In 1998 won Jeroen Kooijmans de NPS Cultuurprijs. Zijn werk wordt internationaal getoond.

This video is a vision of such delicacy that it defies description. On The Lake is part of a larger project by Kooijmans called The Fish Pond Song, which combines an architectural installation with short, mythical film scenes recorded in and around Schijndel, the village where Kooijmans was born. And all this is part of The Garden of Delights trilogy, Kooijmans’ magnum opus about war, belief-disbeliefsuperstition and good and evil. The completed work is due to be exhibited in 2015 during Hieronymus Bosch 500, an event taking place in Den Bosch. Jeroen KOOIJMANS (1967, NL) often focuses in his work on brief events, captured on video, that receive a separate sound score. These video works touch on the major themes: religion, fairy tales, humour, ancestry, utopia, history, origins and images from the past. Jeroen Kooijmans was awarded the NPS Culture Prize in 1998, and his work continues to be shown internationally.


Mykola Ridnyi Shelter | 2013 | 6 betonnen sculpturen | 6 concrete sculptures | single screen video, 5’57’’ Father’s Story | 2012 | single screen video, 3’34’’ De Koude Oorlog leek definitief voorbij – totdat door de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 oude retoriek nieuw leven werd ingeblazen en roestige opvattingen opgewreven werden. ‘Oost’ en ‘West’ bleken weer bruikbare begrippen. Op Fort Nieuwersluis is een nog behoorlijk intacte Koude Oorlog-bunker aanwezig. De Oekraïense kunstenaar Mykola Ridnyi gunt ons een inkijkje aan de ándere kant. In zijn installatie Shelter zien we een gepensioneerde leraar die in de Sovjettijd les gaf in ‘pre-service’ training, een voorbereiding op de dienstplicht. De tijden zijn veranderd, maar in een in onbruik geraakte bunker in de stad Charkov (de tweede stad van Oekraïne) gaat hij door met het geven van trainingen aan jonge jongens. Die missen elke ideologische overtuiging, maar zijn wél in voor een potje schieten. De zes bij de film behorende sculpturen zijn in beton afgegoten architectonische modellen van bunkers in Oekraïne uit de Sovjettijd; een tijd die ineens minder afgesloten lijkt dan voorheen. Mykola RIDNYI (1985, UKR) werd als beeldhouwer opgeleid aan de Staatsacademie van Charkov en was artist-in-residence in New York en Bern. Hij behoort tot

een jonge generatie kunstenaars die de geschiedenis van hun land kritisch onderzoeken. Naast kunstenaar, is hij curator en initiatiefnemer van SOSka, een alternatieve kunstruimte. In 2013 was zijn werk opgenomen in de groepstentoonstelling voor het Oekraïense paviljoen op de Biënnale van Venetië.

This video shows a retired Ukrainian teacher, giving lessons on ‘pre-service’ training (a preparation for military service) just like he used to do during the Soviet-era. Though the times have clearly changed, the teacher continues giving training sessions to the young boys who lack any ideological conviction but who are, indeed, up for a bit of shooting. The sculptures are architectural models of Soviet-era bunkers in Ukraine. Mykola RIDNYI (1985, UA) trained as a sculptor at the State Academy of Kharkov and he has also held artist residencies in New York and Bern. He belongs to a generation of young artists who are critically exploring their country’s past. RIDNYI is the curator and founder of Soska, an alternative art space. In 2013, his work was included in the group exhibition for the Ukrainian pavilion at the Venice Biennale.

55


Stout&Smits In Limbo | 2015 | Geluidswandeling over het buitenterrein, 15’ | Outdoor soundwalk (in dutch only) In opdracht van ‘Gimme Shelter’ Geesten in het groen De bomen en meidoornhagen van het forteiland ogen zomers en fris, maar de grond is oud en rijk aan historie. Vandaar die drie geesten die opduiken uit de lange geschiedenis van Fort Nieuwersluis. Drie geesten gaan je rondleiden, drie figuren die al lang weer vergeten zijn door generaties die er óók al niet meer zijn. Ze kruipen via een koptelefoon in je hoofd, kruisen elkaars pad en komen tot leven – al is dat laatste maar de vraag. In ieder geval laten ze drie verschillende gedaanten van deze plek verschijnen terwijl je over het forteiland wandelt met de ‘historische soundwalk’ van Stout&Smits op de oren. Jeroen Stout en Ineke Smits, die als radio- en filmmaker vaker samenwerken aan projecten die zich over meerdere media uitstrekken, raakten behoorlijk opgewonden van hun eerste werkbezoek aan Nieuwersluis in het najaar van 2014. ‘Er zijn hier wel honderd verhalen te vertellen!’ zei Smits – en verhalen vertellen is hun specialiteit. Zo dwaalden eerder mensen met de reality-crimi The Hive op hun koptelefoons over de Kop van Zuid in

Foto © Erwin van Amstel

56

Spirits in green spaces Three time-travelling spirits will take you on a tour; three characters from different periods will crawl into your head through your headphones, cross each other’s paths and come to life - although the latter is questionable. In any event, these characters show three different views of the fortress island as you wander around on the ‘historical soundwalk’ of Stout&Smits. What Stout&Smits want is to ‘make history palpable by bringing to life the lives of ordinary people in the past.’ As they say, ‘It’s not about dates, buildings or about explaining exactly what happened - it’s about the human experience.’ When we asked Stout&Smits why they find sound particularly suitable in this setting, they told us, ‘In our on-site work, you experience places and landscapes differently than if you just walk through them. Universal themes such as fear, anger, trust and friendship are seen in a different, more contemporary light.’ (SB)


Rotterdam (2010) en kwam in Een Haagse affaire (2013) een rechtszaak uit 1700 tot leven in een audiovisuele installatie voor het Nationaal Archief. Momenteel werken Stout&Smits onder meer aan Vertical Citizens, een transmediaal project over de net voltooide woontorens De Rotterdam van bureau OMA. Op Fort Nieuwersluis willen Stout&Smits ‘de geschiedenis invoelbaar maken door gewone mensen uit het verleden tot leven te brengen’. ‘Het gaat ons niet om jaartallen, gebouwen, of om uit te leggen wat er precies gebeurd is, maar om de menselijke ervaring. Zo kun je, zonder dat je de geschiedenis ziet, in je verbeelding toch de geschiedenis ervaren.’ Denk aan ‘het schuldige landschap’, een begrip dat dichter/schilder Armando muntte, verwijzend naar de bossen bij Amersfoort waar hij speelde op het voormalige sportterrein van het Durchgangslager Amersfoort. De term werd een algemene aanduiding voor natuur waar zich een drama heeft afgespeeld in het verleden, en waar de dreiging, al is er van dat drama geen spoor meer, aanwezig blijft. Waarom is geluid hier zo’n geëigend middel voor de makers? ‘In ons werk op locatie ervaar je plekken en landschappen anders dan wanneer je er gewoon doorheen loopt,’ zeggen Stout&Smits. ‘Ze krijgen een andere, meestal persoonlijker betekenis. Daardoor worden universele thema’s zoals angst, boosheid, geloof of vriendschap in een ander, hedendaags licht geplaatst.’ Door de audio kan de zichtbare werkelijkheid ineens een decor worden voor een heel andere, verhalende laag. De drie karakters uit deze ‘soundwalk’ komen uit verschillende tijden en ze blijken ook te kunnen tijdreizen. Van het ‘rampjaar’ 1672 naar de negentiende eeuw,

verder naar de Koude Oorlog van de twintigste eeuw en weer terug. Ze kunnen elkaar ontmoeten, spreken, ruzie met elkaar maken, want uit zo’n lange militaire geschiedenis zijn heel verschillende visies op het soldatenbestaan te destilleren. Wie verdient het eigenlijk om te blijven leven? Is die optie er eigenlijk nog wel? Zo kan het groen van het forteiland Nieuwersluis, een slaperige Hof van Eden in een prachtige plaats, niet alleen het hier en nu zijn maar ook het verleden, het voorgeborchte of wie weet – het echte paradijs. (SB) Jeroen STOUT en Ineke SMITS (1968 en 1960, NL) werken onafhankelijk als radiomaker (Stout) en regisseur (Smits). Smits studeerde onder meer fotografie, regie en scenarioschrijven en maakte enkele (bekroonde) speelfilms en documentaires als Magonia (2001), Poetin’s Mama (2003), De Vliegenierster van Kazbek (2010) en Stand By Your President (2014). Stout maakte na zijn eerste bekroonde radiodrama Lee de Forest (2005) twee langlopende hoorspelen, De Moker en De Spin. Sinds 2011 verenigt het echtpaar ook hun krachten in crossmediale projecten, als Stout&Smits.

Ineke SMITS (1960, NL) is a film director of award-winning films and documentaries like Magonia (2001), Putin’s Mama (2003), De Vliegenierster van Kazbek (The Aviator of Kazbek, 2010) and Stand By Your President (2014). ​​ Jeroen STOUT (1968, NL) is a radio producer who, following his first award-winning radio drama Lee de Forest (2005), created two long-running radio plays: De Moker (The Sledgehammer) and De Spin (The Spider). The couple joined forces in 2011 as Stout&Smits to create cross-media projects.

57


DANILA TKACHENKO Restricted Areas | 2014-2015 | 9 Foto’s | Photographs Gorad zakritie heette het zo mooi in het Russisch: een ‘gesloten stad’ – geen inwoner mocht eruit, geen buitenstaander kwam erin. In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog lagen er veel van dit soort verborgen steden en gebieden in de toenmalige Sovjet-Unie: het waren witte vlekken op de kaart, visa werden er niet voor afgegeven. Voor zijn nieuwste project Restricted Areas trok Danila Tkachenko naar deze vroeger verboden gebieden, die nu verlaten zijn en in verval. Zijn doel met deze serie – in zijn eigen woorden: ‘Het utopisch streven van de mens naar technische perfectie’ weergeven. ‘De mens streeft altijd naar meer, groter, beter, rijker en ook: machtiger.’ Tkachenko reisde naar plekken en steden die ooit een prominente plaats vervulden. De foto’s uit Restricted Areas belichten gevechtsvliegtuigen die nooit meer van de grond zullen komen, karkassen van woonkazernes, radarsystemen die nooit meer gebruikt gaan worden en onttakelde raketinstallaties – allemaal in ijle sneeuw gefotografeerd, soms zelfs in de bevroren nevel

58

oplossend. Het zijn symbolen van een technocratische toekomst die nooit kwam. Danila TKACHENKO (1989, RUS) is een beeldend kunstenaar die zich heeft gespecialiseerd in documentaire fotografie. Hij is in 2014 afgestudeerd aan de Rodchenko Moscow School of Photography maar heeft al een belangrijke naam opgebouwd als fotograaf. Opgegroeid tussen de huizenblokken en mensenmassa’s in Moskou heeft Tkachenko altijd een hang gehad naar de wildernis, natuur en plekken die verlaten zijn door mensen. Met zijn serie Escape (20112013) – over kluizenaars die in een zelfgekozen isolement in de barre Russische natuur overleven – won hij in 2014 de World Press Photo en was hij één van de gezichtsbepalende fotografen op de prestigieuze fotomanifestatie Noorderlicht in Leeuwarden. In 2014 won Tkachenko ook de Russische Zilveren Camera, de Amerikaanse PDN Photo Annual, de Duitse Leica Oskar Barnack Award en stond hij op de shortlist voor ‘30 under 30’ van Magnum Photos. Zijn werk wordt binnen en buiten Rusland tentoongesteld.


Links: Vliegtuig-amfibie. De regering van de voormalige Sovjet-Unie

Boven: Troposferische antenne voor communicatie via de onderste

liet er slechts twee bouwen, in 1976. Eén van de twee crashte

laag van de atmosfeer. In het noordelijk deel van de vroegere Sovjet-

tijdens het transport.

Unie zijn honderden van dit soort antennes gebouwd. Ze zijn inmiddels allemaal in onbruik geraakt.

In Russian, they are known as gorad zakritie, or ‘secret cities’: places where no residents were allowed to leave, and no outsiders could enter. There were many such secret cities and areas in the former Soviet Union during the Cold War. For Restricted Areas, Danila Tkachenko travelled to these previously prohibited locales, now deserted and in disrepair. His goal? In Tkachenko’s own words, to document ‘the utopian striving of humans to attain perfection through technological progress. Humans are always striving for more, better, larger, richer and, of course, more powerful.’ Restricted Areas exposes old fighter planes, hollow barracks carcasses and dismantled missile systems – all photographed during a light snowfall; the ghostly images sometimes dissolving into the frozen mist. His photographs are symbols of a perfect technocratic future that never came.

Danila TKACHENKO (1989, RU) is a visual artist specializing in documentary photography. A 2014 graduate of the Rodchenko Moscow School of Photography and Multimedia, Tkachenko has already made a name for himself and his work. Growing up in Moscow, Tkachenko longed for the wilderness, for nature and for places that were untouched by man. Tkachenko won the World Press Photo in 2014 for his photo series Escape (2011-2013), and he was one of the high-profile portrait photographers at Noorderlicht, the prestigious photo festival held in Leeuwarden. In 2014, Tkachenko won the Russian Silver Camera, the American PDN Photo Annual, the German Leica Oskar Barnack Award and he was shortlisted for the ‘30 under 30’ award for the Magnum Photos competition. His work is exhibited both in Russia and internationally.

59


Advertenties

AKINCI

1. JCJ Vanderheyden 2. Harry Boom 3. Erik Andriesse 1. Hella Jongerius 2. Marcel Wanders 3. Gijs Bakker

1. Jennifer Tee 2. Mark Manders 3. Rob Birza 1. Heusden 2. ’s-Hertogenbosch 3. Oisterwijk

Charlotte Schleiffert

1. Anish Kapoor 2. Tony Cragg 3. Antony Gormley

info@akinci.nl . www.akinci.nl


ZONDAGMIDDAG AAN DE BRITSRUSSISCHE ZONEGRENS

Sunday Afternoon on the British-Russian Border Zone POLYGOON Wereldnieuws | 1949 | 49’’ Hitlers Duitsland werd na de capitulatie in 1945 door de geallieerden in vier bezettingszones verdeeld. Bij het Duitse dorpje Schnackenburg loopt de grens tussen de Britse en Russische zone over de rivierdijk van de rivier de Elbe. In 1949, het jaar dat de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd opgericht, waren de spanningen tussen de Sovjet-Unie en het Westen nog niet helemaal tot het kookpunt opgelopen. In dit filmpje zien we hoe bewoners uit de omgeving iedere zondagmiddag twee uur lang met elkaar mogen kletsen en picknicken. Soldaten aan beide zijden van de grens knijpen nog een oogje dicht bij dit Duitse familieuitstapje anno 1949.

After the capitulation in 1945, the Allies divided Hitler’s Germany into four occupation zones. In the German village of Schnackenburg, the British and Russian zones were separated by a boundary that traced the embankment of the River Elbe. In 1949, when the North Atlantic Treaty Organization (NATO) was formed, tensions between the Soviet Union and the West had not yet risen to a boiling point. This video shows us that local residents were allowed to chat and picnic together for two hours every Sunday afternoon. In 1949 soldiers on both sides of the border turned a blind eye to this German family outing. Collection: Netherlands Institute for Sound and Vision

Collectie: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

61


AUKE HULST DE MOLLEN | EEN SPOOKVERHAAL De mollen bouwden hun holen en verdwenen erin – ik heb het zelf gezien. Ze staken hun werktuigen in het land, rukten hout en steen aan, bedekten hun molshopen met aarde en gras, wierpen wallen op en legden hun wil op aan het water. De holen vulden ze met hun dingen. Ik zag mollen komen en gaan, allerlei soorten mollen. Ze reden op beesten en op wielen en in stalen hutten met lange, rechte snavels, zoals in de wildste verhalen. Onder hun armen droegen ze holle stokken en ook droegen ze stof, dat ze soms uittrokken om in zelfgemaakte regen te staan. Let wel, binnen. Hun huid was glad, je gelooft het niet. Sommige mollen liepen gebukt, andere stonden juist kaarsrecht op hun glanzende kunstvoeten. Wie gebukt liep, had gezondigd, al begreep ik de zonden niet. De laatste mollen leken vooral verveeld. Ze zaten aan hun schrijfplanken en achter hun woordmachines. Te wachten. Waarop? Ze leken tot hun holen veroordeeld door een onbestemde macht. En toen, opeens, waren ze weg. De betovering was verbroken en ze hadden alles achtergelaten zoals het was. De boeken vol getallen – ik heb toch uitgelegd wat boeken zijn? De machines met knopjes voor ‘geheim’ en ‘normaal’. De papieren die ze in andere papieren schoven die ze weer verdeelden, heel precies. Een toverlicht met het mollenwoord ‘luchtalarm’.

Foto’s © Dirk de Jong

62 62

Dankzij hen begrijp ik nu wat vrijheid is. En ook: gevangenschap. Ja, ik weet dat jullie ze nooit gezien hebben. Dat ik de enige ben. Voor jullie bestaan alleen de eeuwige velden waarover wij dwalen, dit onveranderlijke land, dat van ons is en niet van de mollen. Als ik toen over de mollen zou hebben gesproken, zouden jullie me voor gek hebben verklaard, net als nu misschien, en heen hebben gezonden, van deze velden naar die van elders. En toch, ik kan ze niet vergeten. Ik zag ze wanneer de zon achter de wereld kroop – ze verschenen als een tweede laag van leven, die zich pas in de duisternis openbaart. Nu ze weg zijn, mis ik ze. Ze waren zo druk, zo bezig, en wij zijn zo onveranderlijk, zo traag. Dit is wat ik zag, veroordeel mij niet: In de nacht, maar alleen de diepste nacht, verschenen hun molshopen, vluchtig als van wolkenstof. De wanden hielden me niet tegen – ik passeerde ze zonder weerstand. Binnen bewoog ik ongezien tussen de mollen. Soms waren ze in rust, maar nooit allemaal – er kwam nog geluid uit machines van hout en uit dingen die de mollen tegen hun hoofden drukten. Ik zal jullie de mollenwoorden geven. Ra-di-o. Te-le-foon. Te-lex. Of dit woord: stra-ling. Als ik ze nooit heb gezien, hoe dan te verklaren dat ik hun taal ken? Hoe dan te verklaren dat ik hun schrift kan lezen?


Belangrijker nog, een van de mollen heeft ook mij gezien. Wacht, laat me spreken. Ik heb altijd gedacht: zoals ik de mollen kan zien, zo zal er ook een mol zijn die mij ziet. Een mol die niet blind is. Daarom, om geen angst aan te jagen, gaf ik mijn lichaam hún vorm. Zodat ik een van hen werd, al was ik – in hun ogen – dan gemaakt van wolkenstof. Zo bewoog ik, op kunstvoeten en op mollenbenen, door hun hol met rustplekken, of door het hol waar iemand lachend een machine aantrapte die licht maakte, terwijl er ook licht was zonder al die drukke drukke bezigheid. Er was altijd wel een mol die buiten stond en rook maakte met zijn hoofd. Er werden woorden gesproken waarover ze schik hadden. Ik verstond de woorden maar heb de schik nooit begrepen. Dat zit me dwars. En zo kwam die keer dat, juist toen ik door de wand van het rusthol kwam, een van de mollen zijn ogen opendeed. Wijd open. Hij trok stoffen bedekking over zijn hoofd, maar toen, even later, zag ik zijn ogen weer. Ik zag dat hij mij zag en dat hij bang was. Ik heb zo vaak hun manier van bewegen gezien, maar ik denk dat mijn vriendelijk bedoelde gebaar toch niet begrepen werd. Ze imiteren valt niet mee. ‘Psst,’ siste de mol, maar niet tegen mij. En een andere mol maakte krakende woorden zonder een mij bekende betekenis. Nog een keer. ‘Psst.’ ‘Jezus, man. Ga slapen, gek.’ ‘Hé. Word wakker.’ ‘Godsamme.’ ‘Kijk dan.’ De andere mol opende zijn ogen. Zat rechtop. ‘Het is pikkedonker, gast. Ga slapen.’ ‘Maar kijk dan…’ De andere mol draaide zich af naar de wand en sloot zijn ogen weer. De mol die mij zag trok de bedekking over zijn hoofd. Ik verloor mijn vorm en waaierde uit als de wolken.

Een laatste woord nog. Op zeker moment begreep ik dat er iets aan de hand moest zijn met de grote stapel nummerboeken. Zo rond de tijd dat de laatste sneeuw verdween, werd die hele stapel vervangen, elke wende opnieuw. Het nummer erop ging stap voor stap omhoog. Eenentachtig. Tweeëntachtig. Drieëntachtig. Vierentachtig. Ik heb jullie uitgelegd wat nummers zijn. Tot negentachtig. Dat waren de laatste boeken, en die boeken liggen er nog steeds. Ik zou erin willen bladeren, maar ze hebben geen massa waar ik vat op kan krijgen. Hoe dan ook, negenentachtig is een gewichtig nummer voor de mollen, met een diepe betekenis. Misschien zelfs een geheime kracht. Ik zou dat nummer graag onderzoeken. Ik zou de mollen willen vragen of ze voor negentachtig op de vlucht zijn geslagen of juist door negentachtig zijn bevrijd. Meer dan dit heb ik nu niet over de mollen te zeggen. Jullie zullen denken dat ik gek ben, en soms denk ik dat zelf ook, maar dan herinner ik me de ogen van de mol die mij zag. Ik smeek jullie: verban mij niet, maar geef mij wel verlof om voorbij deze velden te dwalen en op zoek te gaan naar de mollen. Ik zal eenzaam zijn, maar vrij. En ik zal terugkomen met hun lessen. En ook jullie zullen dan weten wat vrijheid is. Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 1975) schreef vier romans, waaronder Kinderen van het Ruige Land (2012) en Slaap zacht, Johnny Idaho (2015), en twee reisboeken. Daarnaast is hij actief als recensent en journalist voor onder meer NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer en als muzikant/componist bij de band De Meisjes.

63


AUKE HULST the moles | a ghost story The moles built their burrows and vanished into them – I’ve seen it with my own eyes. They shoved their equipment in the ground, brought in wood and stone, covered the molehills with soil and grass, erected walls and took command of the water. The burrows were filled with their belongings. I saw moles, all sorts of them, coming and going: riding animals and moving about on wheels or in metal huts that had long, straight beaks like things in the strangest stories. Clutched under their arms were hollow sticks, and they also wore cloth, which they sometimes took off in order to stand in home-made rain. Inside, mind you. Their skin was smooth, believe me it was. Some moles walked hunched over, while others stood straight and tall on their shiny feet. Those walking hunched over had sinned, although I wasn’t quite sure what these sins were. The last moles seemed mostly bored. They sat at their writing boards and at their word machines. Waiting. For what? They seemed condemned to their burrows by an unknown force. And then, suddenly, they were gone. The spell had been broken, and they had left everything as it was. The books full of numbers – didn’t I explain what books were? The machines with buttons to push for ‘secret’ and ‘normal’. The papers that they slipped into other papers which then divided them, very precisely. A magic light glowing with the mole words ‘air-raid alert’. Thanks to them, I now understand what freedom is. But also: imprisonment. Yes, I know that none of you have ever seen them.

64

That I’m the only one who has. To you, the endless fields that we wander across are all that exist: this unvarying countryside, which belongs to us and not to the moles. If I had spoken about the moles then, you would have called me crazy, as you might be doing now, and banished me from these fields. And still, I cannot forget them. I saw them when the sun tucked itself behind the world – they surfaced like a second level of life, becoming manifest only in darkness. Now that they’re gone, I miss them. They were so busy, so occupied, and we’re so changeless, so slow. This is what I saw, and don’t shame me for it: At night but only in the deepest darkness did their molehills appear, fleetingly, like cloud dust. The walls couldn’t keep me out – I passed through them effortlessly. Once inside I moved about, unseen, among the moles. Sometimes they were resting, but never all at one time – sound was still coming out of machines made of wood and things that the moles were pressing against their heads. I’ll give you the mole words. Ra-di-o. Te-le-phone. Te-lex. Or this word: ra-di-a-tion. If I’ve never seen them, how do you explain my knowing their language? How do you explain my ability to read their writing? Still more important is the fact that one of the moles saw me. Wait, let me speak. I’ve always thought: just as I’m able to see the moles, there must be a mole that sees me. A mole that isn’t blind. For that reason, in order not to intimidate, I gave my body their shape. So that I’d become one of them,


Photographs © Dirk de Jong

even though I was then, from their point of view, made of cloud dust. That’s how I moved about, on artificial feet and on mole legs, in their burrow that had places to rest, or in the one where, with a laugh, some mole would kickstart a machine that created light, while actually there was light even without all that commotion. Some mole was always standing outside, though, producing smoke with his head. Words that gave them pleasure were spoken. I understood the words but never the pleasure. That bothers me. And then came that time when, just as I was passing through the wall of the resting burrow, one of the moles opened his eyes. Big and wide. He pulled a cloth covering over his head, but a bit later I saw his eyes again. I saw that he saw me and that he was frightened. So often I’ve observed their way of moving, but in spite of this I think that my kindly intended gesture was not appreciated. Imitating them is no easy task. ‘Psst,’ hissed the mole, but not at me. And another mole uttered sharp words whose meaning eluded me. Once again. ‘Psst.’ ‘Dammit. Go to sleep, nut case.’ ‘Hey. Wake up.’ ‘Christ.’ ‘Look.’ The other mole opened his eyes. Sat straight up. ‘It’s pitch dark, man. Go to sleep.’ ‘But look...’ The other mole turned away, nestling against the wall, and closed his eyes again. The mole that saw me pulled the covering over his head. Then my shape dissolved and blew apart like clouds.

One last word. At a certain point it occurred to me that there was something odd about the big stack of number books. More or less when the last snow was disappearing, that entire stack would be replaced at the end of each cycle. Gradually the number rose. Eighty-one. Eighty-two. Eighty-three. Eighty-four. I’ve explained to you what numbers are. Up to eighty-nine. Those were the last books, and they’re still there. I’d like to browse through them, but they have no substance that I can get my hands on. Whatever the case, eighty-nine is a significant number for the moles, with profound meaning. Perhaps even secret power. I’d like to investigate that number. I’d like to ask the moles whether they’d fled from the number eighty-nine or were, in fact, liberated by it. More than this I cannot say about the moles right now. You’ll all think I’m crazy, and sometimes I think that myself, but then I remember the eyes of the mole that saw me. I beg you: do not banish me, but give me permission to wander beyond these fields in search of the moles. I shall be lonely, but free. And I shall return with lessons from them. Then you, too, will know what freedom is. Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 1975) has written four novels, including Kinderen van het Ruige Land (2012) and Slaap zacht, Johnny Idaho (2015), and two travel books. He is also active as a critic and journalist for newspapers and magazines, such as NRC Handelsblad and De Groene Amsterdammer, and as a musician/composer for the band De Meisjes. Translation: Beth O’Brien

65


17

f iets e nstallin g

16

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18

re st au ra nt

3

ingang

2

p oor t

Gen ielood s

1

Kassa SOS-shop

1

7 18

3

2

4

5

6 8

9

10 wc

Shinkichi Tajiri | pag 88 André Robillard | pag 80 Lida Abdul | pag 69 Charlotte Schleiffert | pag 85 Craig Ames | pag 70 Pieter Schenk | pag 82 Douwe Dijkstra | pag 71 Fernando Sánchez Castillo | pag 81 Historische camouflagefoto’s | pag 74 Historisch filmmateriaal | pag 75

11

14

wc

12

13

Juan-Pedro Fabra Guemberena | pag 73 Jean-Luc Godard | pag 72 Wouter Klein Velderman | pag 76 Jasper Niens | pag 78 Matjaž Štuk en Alena Hudcovičová | pag 86 Elisa van Schie (op het dak) | pag 83

Kunstfort bij Vijfhuizen | Fortwachter 1 | Vijfhuizen 66

15


KUNSTFORT BIJ VIJFHUIZEN STRIJDTONEEL Battleground Kunstfort bij Vijfhuizen is, veel meer dan KunstFort Asperen, een ‘decor’-fort. Het fort, één van de eerste betonnen bouwwerken van Nederland dat deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam, werd tussen 1889 en 1899 gebouwd als antwoord op de brisantgranaat en steeds aan de nieuwe verwachtingen aangepast. Bovendien moest het fort – dat was de opdracht aan de bouwers – met zo min mogelijk manschappen te bemannen zijn. Anders dan in Asperen verbleven soldaten er niet dagelijks; alleen bij acute oorlogsdreiging. Geleefd en gewerkt werd er nauwelijks op Vijfhuizen: alles werd bevoorraad en bemand vanuit Amsterdam. De meeste soldaten zaten ingekwartierd op de Oranje-Nassaukazerne (thans de Rijksakademie) aan de Sarphatistraat. In de graansilo aan de Silodam in Amsterdam lag het graan opgeslagen (17 duizend ton). In de reusachtige militaire bakkerij aan de Conradstraat werd het brood gebakken. Verder verrezen in Amsterdam militaire slachterijen, een militair vrieshuis en een militair magazijn voor levensmiddelen. Voor drinkwater werden speciale regenwaterkelders op het fort en in Amsterdam aangelegd. De Waterleidingduinen lagen namelijk net buiten de Stelling.

Built in the decade spanning 1889 and 1899, the fort, which is now KunstFort bij Vijfhuizen, had to be staffed with the absolute minimum of troops. Unlike KunstFort Asperen, soldiers did not stay there every day. Hardly any daily life or work activities took place at Vijfhuizen: everything was stocked and staffed from Amsterdam. The unmanned fort stood on its island like a prop, or a décor piece, on a stage. Because of the stage characteristics of the fort, the exhibition in Vijfhuizen focuses on the depiction and re-enactment of battles, and on things that need to appear better than they really are: stronger, more frightening, more impressive - everything you need to frighten your foe. On one hand, the ‘play’ aspect of war and defence is emphasized, just like it is depicted in today’s games, films and even in a phenomenon like ‘prepping’, which involves preparing for an emergency. On the other hand, the naivety and the bravado with which soldiers enter into battle is also exposed, a bravado that perhaps stems from the memory of children’s play and young men’s machismo – from the idea that war is just a game. The innovative side of waging war is also addressed, as is the increasingly detached side. As a result of the increasing use of long-range missiles and drones, warfare seems to have turned into a cold and 67


Vanwege het decorkarakter van het fort richt de tentoonstelling op Vijfhuizen zich op het verbeelden en naspelen van oorlogssituaties, en op datgene wat meer moet lijken dan het is: sterker, griezeliger, indrukwekkender – alles om de tegenstander schrik aan te jagen. Enerzijds wordt de ‘spel’-kant vrij letterlijk belicht, zoals hij weerspiegeld wordt in hedendaagse games, films en ook in een fenomeen als prepping (het zich voorbereiden op een noodsituatie). Anderzijds wordt de naïviteit en de bravoure belicht waarmee soldaten ten strijde trekken: een bravoure die voortkomt uit het idee dat oorlog in het echt net een spel is. Sinds de Golfoorlog worden hedendaagse militairen grotendeels via simulatiegames op hun taken voorbereid. Daarom komt op de tentoonstelling ‘Strijdtoneel’ ook de innovatieve kant van oorlogvoering aan bod. Door het toenemend gebruik van langeafstandsraketten en drones lijkt oorlogvoering te veranderen in een kille en hygiënische activiteit die zich afspeelt achter een computer met een kop koffie onder handbereik. Nieuw werk: Jasper Niens | NL | Elisa van Schie | NL Charlotte Schleiffert | NL | Matjaž Štuk & Alena

Foto © Thomas Lenden

Hudcovičová | SVN en SVK | Wouter Klein Velderman | NL Bestaand werk: Lida Abdul | AFG | Craig Ames | GB Douwe Dijkstra | NL | Juan-Pedro Fabra Guemberena | UR Jean-Luc Godard | FR | André Robillard | FR Fernando Sánchez Castillo | ES | Shinkichi Tajiri | NL en historisch materiaal van Pieter Schenk (met dank aan het Rijksmuseum Amsterdam) | het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag.

hygienic activity that takes place behind a computer screen, while the operator sits with a cup of hot coffee at his or her fingertips. New works by: Jasper Niens | NL | Elisa van Schie | NL Charlotte Schleiffert | NL | Matjaž Štuk & Alena Hudcovičová | SI and SK | Wouter Klein Velderman | NL Existing works by: Lida Abdul | AF | Craig Ames | GB Douwe Dijkstra | NL | Juan-Pedro Fabra Guemberena | UY Jean-Luc Godard | FR | André Robillard | FR Fernando Sánchez Castillo | ES | Shinkichi Tajiri | NL and historical materials from Pieter Schenk (With thanks to Rijksmuseum Amsterdam) | The Netherlands Institute for Sound and Vision in Hilversum and the Netherlands Institute for Military History (NIMH) in The Hague.


Courtesy Giorgio Persano Gallery

LIDA ABDUL War Games (What I Saw) | 2006 | single screen projection, 5’ Bij de woorden ‘oorlog in Afghanistan’ verschijnen beelden op ons netvlies van gesluierde vrouwen in tranen, mannen met kalasjnikovs in de hand, gapende bomkraters in het asfalt en veel, heel veel karkassen van huizen. De Afghaanse kunstenaar Lida Abdul doet het omgekeerde. Zij registreert niet wat er in haar vaderland gebeurt, ze zoekt de poëzie en de ongerijmde verbeeldingskracht op die oorlog ook in zich heeft. War Games (What I Saw) is hier een schitterend voorbeeld van. Drie mannen op paarden verrichten ergens op een geruïneerde plek in Afghanistan sisyfusarbeid. Met spierwitte touwen en drie paardenkrachten gaan zij de strijd aan met een kolossale ruïne. Een even lachwekkend als verbeten streven, waarbij de kijker mag bepalen wat er gebeurt: pure destructie of destructie om vervolgens weer op te bouwen? Lida ABDUL (1973, AFG) is een installatie-, performanceen videokunstenaar en leeft in New York. Zij ontvluchtte haar vaderland ten tijde van de Russische invasie in Afghanistan in 1979 en kon pas terugkeren na de Amerikaanse invasie in 2001. Abdul filmt altijd op locatie. Haar werk is doordrongen van het idee van het nationale trauma waaronder alle Afghanen zuchten. Zij brak internationaal door op

de Biënnale van Venetië in 2005, waarna haar werk te zien was op tal van grote internationale overzichten en solo’s. Abdul ontving in 2006 de Prins Claus Prijs, in 2007 de UNESCO Prize, in 2008 de Artes Mundi Prize. Haar films zijn onder andere opgenomen in de collectie van het Museum of Modern Art in New York.

Lida Abdul does not record what is happening in her homeland; she seeks out the poetry and absurd imagination that also forms part of war. Somewhere in a ruined place in Afghanistan three men on horseback perform a Sisyphean task: a pursuit that is as laughable as it is persistent. Lida Abdul (1973, AF) is an installation, performance and video artist living in New York. Her work is imbued with the idea of ​​the national trauma that oppresses every Afghani. Abdul’s breakthrough came at the Venice Biennale in 2005. She also received the Prince Claus Award in 2006; the UNESCO Prize in 2007; and the Artes Mundi Prize in 2008. Her films are included in the collection of the Museum of Modern Art (MOMA) in New York. 69


© Craig Ames

CRAIG AMES Next Gen - The Battle of Hearts and Minds | 2012 | Interactief e-book oN IPad Modern Warfare | 2012 | Single screen video, 18’ HYPERREAL SA80 | 2012 | REPLICA british army rifle sa80 Het gebruik van games in het leger heeft een hoge vlucht genomen. De werving van rekruten, het trainen in het besturen van voertuigen, het beleven en naspelen van conflicten en zelfs uiteindelijk het verwerken van posttraumatische stress-stoornissen gebeurt in een gameomgeving. Craig Ames, zelf ex-soldaat, maakt met dit ensemble van werken duidelijk hoezeer de oorlogsindustrie inmiddels op die virtuele werkelijkheid draait. Op het interactieve e-book is te beleven hoe het Amerikaanse leger middels games jonge rekruten probeert te trekken. In de projectie Modern Warfare horen we de (echte) traumatische ervaring uit de oorlog in Irak van een Britse veteraan, verbeeld in een virtueel spel. En de replica van de SA80, een Brits leger-geweer, wordt gebruikt in zogenaamde ‘MILSIMS’: simulatiespellen waarbij oorlogssituaties zo levensecht mogelijk worden uitgebeeld. Her en der in Groot-Brittannië liggen inmiddels terreinen waar in de weekenden ‘recreatie-conflicten’ worden uitgevochten. Net echt. Craig AMES (1971, GB) begon in het Britse leger te fotograferen als ‘Evidence Photographer’. Daarna 70

behaalde hij zijn MFA Fotografie aan de universiteit van Sunderland. Het militaire apparaat heeft zijn bijzondere belangstelling, alsook de fotografische weergave van conflictsituaties in het tijdperk ná 9/11. Daar houdt hij lezingen over en richtte hij een online platform voor op, dat deze zomer online gaat. Een ander werk van Craig Ames is te zien in Kunstfort Asperen.

The use of games in the military has taken off. Military recruitment, practise driving heavy armoured vehicles, the experience and re-enactment of conflict and even the processing of post-traumatic stress disorder now all take place in a virtual gaming environment. With this ensemble of works, Ames, a former soldier, illustrates how integral virtual reality has become to the war industry. Craig AMES (1971, GB) began working as an Evidence Photographer while serving in the British Army. After concluding his military career, Ames obtained an MFA in Photography from the University of Sunderland. His work is concerned with representations of conflict and the military in the post-9/11 period. Other work by Ames is on exhibit at KunstFort Asperen.


DOUWE DIJKSTRA Démontable | Removable | 2014 | Video 12’ Een rustige maaltijd aan tafel verandert in een slagveld in de korte, absurdistische film Démontable. De radio gaat aan, het wereldnieuws komt de huiskamer binnen, samen met een stuk of wat mini-bommenwerpers, helikopters en drones. Koffie inschenken, een hap broccoli naar binnen werken, of een krantje lezen – alles wat de mens gebruikt of wil nuttigen is schietschijf in deze briljante film van jong talent Dijkstra. Douwe DIJKSTRA (1984, NL) volgde de kunstacademie in Zwolle, is film- en videoregisseur en acteur. Met Démontable won hij in 2014 het Gouden Kalf voor beste korte film. Zijn overige werk – zowel individueel als collectief gemaakt – beweegt zich vrijmoedig over de randen van performance, muziekclip (voor de Nederlandse band De Kift), webfeatures, multimedia-installaties, animatie, video en film. Veelvoudig terugkerend thema in Dijkstra’s werk is de mens die op een onderkoeld grappige manier door machines, gebruiksvoorwerpen en voedsel te grazen wordt genomen.

A calm meal at the table turns into a battlefield in the short, absurdist film Démontable. The radio turns on, the world news fills the living room together with several mini-bombers, helicopters and drones. Douwe DIJKSTRA (1984, NL) attended the art school in Zwolle, and he is active as a film and video director and an actor. In 2014, he won the Golden Calf for best short film with Démontable. His work freely navigates the boundaries between performance, music clips, web features, multimedia installations, animation, video and film. A recurring theme in Dijkstra’s work is the emotionless, comical way human beings are attacked by machines, utensils and food.

71


JEAN-LUC GODARD Je vous salue, Sarajevo | 1993 | VIDEO, 2’ | muziek: Arvo Pärt Tragische mozaïek over de uitzonderingspositie van kunst, muziek en literatuur in een wereld die wordt gedomineerd door ‘het spel van sigaretten, toerisme, computers en oorlog’. Jean-Luc Godard maakte dit indrukwekkende visuele gedicht naar aanleiding van de burgeroorlog in de voormalige Volksrepubliek Joegoslavië en met name de Bosnische burgeroorlog die van 1992 tot 1995 duurde. Feitelijk is Je vous salue, Sarajevo een ode aan menselijke creativiteit en scheppingsdrang, aan kunst die zich onttrekt aan de regels van het spel.

Jean-Luc GODARD (1930, FR) is een politiek bevlogen filmcriticus, regisseur en scenarist. Hij gaf in 1959 met zijn eerste lange speelfilm À bout de souffle het startsein voor de ‘nouvelle vague’ – een Franse filmstroming die zich afzette tegen alles wat niet vernieuwend was in cinema. Godard heeft tientallen speelfilms, documentaires en filmische essays gemaakt (onder andere Le Mépris met Brigitte Bardot, en Alphaville). Hij is overladen met prijzen. Zijn werk is nog steeds een bron van inspiratie voor regisseurs als Tarantino, Scorsese, Wong Kar-Wai, Wenders en Soderbergh.

De Bosnische hoofdstad Sarajevo – een vrijplaats voor kunst en cultuur – veranderde in drie jaar in een slagveld waar gemiddeld 329 bommen per dag insloegen, 12 duizend burgers het leven verloren, 50 duizend gewonden vielen en eeuwenoude collecties in vlammen opgingen. Sarajevo groeide uit tot hét symbool van kunst in nood. Kunstenaars en schrijvers (onder wie Susan Sontag) trokken vrijwillig naar de belegerde stad om kunst en cultuur levend te houden. In Je vous salue, Sarajevo tast de camera schijnbaar heel eenvoudig één van de beroemdste oorlogsfoto’s uit de Bosnische oorlog af: die waarop drie soldaten met geweren in de ene hand langs burgerslachtoffers lopen die op straat liggen. Eén soldaat tilt haast nonchalant zijn been op om uit te halen naar het hoofd van een vrouw. Die aanzet tot een schop is binnen de gruwelijkheid van de oorlog, alledaags als het opsteken van een sigaret.

This film is a tragic mosaic about the unique position art occupies in a world dominated by ‘the game of cigarettes, tourism, computers and war’. JeanLuc Godard created this memorable visual poem in response to the civil war in the former Republic of Yugoslavia, and in particular to the Bosnian civil war lasting from 1992 to 1995. Je vous salue, Sarajevo is an ode to human creativity and the irrepressible desire to create.

72

Jean-Luc GODARD (1930, FR) is a politically inspired film critic, director and screenwriter. His first feature film, Breathless, in 1959, launched the ‘New Wave’ - a French film movement which opposed anything that was not innovative in cinema. Godard has created numerous feature films, documentaries and film essays and has received several awards.


JUAN-PEDRO FABRA GUEMBERENA Gilberto | 2007 | 1 c-print Gilberto Kneeling (110 x 110 cm) en 1 sd video Gilberto, 11’ In Hollywoodfilms is hij de razendsnelle onbekende lone wolf, het roofdier dat toeslaat als niemand het verwacht. De Uruguayaanse kunstenaar Juan-Pedro Fabra Guemberena verbeeldt de dodelijk saaie schaduwkant van het leven van sluipschutter ‘Gilberto’. Wat voelt hij, wat doet hij als zijn prooi nog niet in beeld is en wie is hij? De totaal gecamoufleerde Gilberto telt de doodsaaie uren tussen de rotzooi in een garage en wordt één met de knollen in een akkerland. Twee keer zoeken zonder dodelijke dreiging. Juan-Pedro FABRA GUEMBERENA (1971, UR) woonde als kind vijf jaar in ballingschap in Zweden vanwege de politieke activiteiten van zijn moeder. Hij is als schilder opgeleid in Uruguay en Zweden. Maar sinds vijftien jaar maakt hij vooral foto’s en installaties, en werkt ook als dj. Geografische ‘displacement’ is een terugkerend thema in zijn foto’s en installaties, net als de verbeelding van geweld. Fabra Guemberena toonde en toont zijn werk wereldwijd, onder andere op de Biënnale van Venetië (2003) en de eerste Biennial of the Americas in Denver (2013). Een ander werk van JuanPedro Fabra Guemberena is te zien op Fort Nieuwersluis.

Juan-Pedro Fabra Guemberena’s video shows the deadly boring side of the shadow life of sniper Gilberto. What does he feel? What does he do when his prey is not in sight? Who is he? Gilberto, fully camouflaged, patiently counts the hours amidst the clutter of a garage, and he becomes one with the cropland tubers. The sniper is hiding, but you can look for him without being afraid — he won’t shoot. As a child, Juan-Pedro Fabra GUEMBERENA (1971, UY) lived in exile in Sweden because of his mother’s political activities. He trained as a painter in Uruguay and Sweden. For the last fifteen years, Guemberena has primarily taken photographs and created installations, and he currently works as a DJ. Geographic ‘displacement’ and the depiction of violence are recurring themes in his work, which, among other places, has been exhibited at the Venice Biennale (2003) and the Biennial of the Americas in Denver (2013). Other work by Fabra Guemberena is on exhibit at Fort Nieuwersluis.

73


Historische CAMOUFLAGEfoto’S NIMH | 1963 - 1998 | collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie, DEN HAAG NIMH | 1963 - 1998 | collection of the Netherlands Institute for Military History, The Hague Hooiberg. De Camouflageschool, gelegen bij de Dumoulinkazerne bij Soesterberg. Gemaakt op 29 oktober 1963. Foto: G. Hoetmer.

Haystack. The Camouflage School, located near the Dumoulin barracks nearby Soesterberg. Taken on 29 October 1963. Photograph: G. Hoetmer.

Soldaat in holle boom. De Camouflageschool, gelegen bij de Dumoulinkazerne bij Soesterberg. Gemaakt op 29 oktober 1963. Foto: G. Hoetmer.

Soldier in a hollow tree. The Camouflage School, located at the Dumoulin barracks nearby Soesterberg. Taken on 29 October 1963. Photograph: G. Hoetmer.

Vliesvleugelige, met camouflagenetten aan het oog onttrokken GMC CCKW 2,5-tonner. De Camouflageschool, gelegen bij de Dumoulinkazerne bij Soesterberg. Gemaakt op 29 oktober 1963. Foto: H. Montijn.

A CCKW 2.5 tonne-GMC truck covered with camouflage nets. The Camouflage School, located at the Dumoulin barracks nearby Soesterberg. Taken on 29 October 1963. Photo: H. Montijn.

Herhalingsoefeningen mariniers in 1966 in Elspeet. Camouflage van voertuigen. Maker onbekend.

Retraining exercises for marines in 1966 at Elspeet. Camouflaged vehicles. Creator unknown.

Marinier van de lange-afstandsverkenningscompagnie van het Korps Mariniers, gehuld in een Ghillie suit neemt waar vanuit een tactisch onderkomen tijdens de oefening Expert Warrior in Cornwall (GB). Gemaakt op 10 juni 1998. Foto: Gerard de Bloois.

Royal marines from the long-distance reconnaissance company of the Netherlands Marine Corps, wrapped in Ghillie suits, look out from a tactical shelter during the Expert Warrior exercise in Cornwall (UK). Taken on 10 June 1998. Photo: Gerard de Bloois.

Foto: H. Montijn | GMC CCKW 2,5-tonner

74


historisch filmmateriaal instructiefilm voor het nederlandse leger | 1929 | 1’30’’ historical Instructional film for the Dutch Army | 1929 | 1’30’’ Fragmenten instructiefilm Voor het vervoer, gebruik en de camouflage van nieuwe types kanonnen stuurde het Nederlandse leger instructiefilms rond. In de hier getoonde fragmenten zien we een regiment ‘het schootsveld vrijmaken’ – razendsnel in de bosrand verdwijnen – en op de hei een kanon camoufleren zodat het vanuit de lucht niet te zien is.

Excerpts from an instructional film In these film excerpts, we see a regiment ‘clear the firing range’, quickly disappear into the edge of the woods, and then camouflage a canon on the heath so it is not visible from the air. Collection: Netherlands Institute for Sound and Vision

Collectie: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

instructiefilm voor de padvinderij | 1924 | 3’50’’ historical Instructional film for The Dutch Scouts | 1924 | 3’50’’ Fragmenten instructiefilm Wat moet een goede padvinder kunnen? Hetzelfde als een goede soldaat. In deze instructiefilm voor de padvinderij uit 1924 doen jonge scouts via spelletjes allerlei nuttige vaardigheden op. Hoe vind je je weg in een donker bos en hoe oefen je dat bij daglicht? Hoe scherp je je observatievermogen? Hoe lig je ongezien op een boomtak? En hoe sluip je in ‘robbengang’?

Excerpts from an instructional film What should a good scout be able to do? The same things as a good soldier. In this instructional film, young scouts participate in games to practise all manner of useful skills. How do you find your way in a dark forest? How sharp are your powers of observation? How do you crawl like a seal? Collection: Netherlands Institute for Sound and Vision

Collectie: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

75


Foto’s © Erwin van Amstel

WOUTER KLEIN VELDERMAN Revolting Mass | 2015 | Site-specific installation In opdracht van ‘Gimme Shelter’

De vliegtuigjes van Wouter Klein Velderman Een ingesnoerde concurrent ‘Je zou het zo kunnen zien,’ zegt Wouter Klein Velderman. ‘De forten van de waterlinie en dus ook van de Stelling van Amsterdam zijn buitenspel gezet door de uitvinding van het vliegtuig. Met dit werk is het fort weer voor even de baas – in ieder geval voor zo lang de vliegtuigen vastgekneveld zijn.’ Ik spreek de kunstenaar begin maart over zijn werk voor ‘Gimme Shelter’. Met zijn ‘bondage-vliegtuigjes’ geeft hij een absurdistische twist aan een historisch gegeven. Aan drie bomen aan de waterkant van het forteiland bij Kunstfort bij Vijfhuizen hangen kleurige stapels vormen, die ruim boven de grond vastgemaakt zijn. Hulpeloos vastgesnoerd door een web van knopen volgens Japanse bondagetechniek – hier is echt een punt gemaakt van dat vastbinden, de koorden snoeren gewelddadig in de soepele huid van het werk.

76

A bound adversary ‘The water defence forts were unceremoniously shoved aside by the invention of the aeroplane,’ says Wouter Klein Velderman. ‘With this work, the fort is once again the boss- or at least for as long as the planes are bound.’ Velderman’s ‘bondage planes’ put an absurdist twist on an historical fact. On the island fortress waterfront, colourful stacks of shapes, helplessly tied up using Japanese bondage techniques, hang on three trees. One wants to loosen them, liberate them. If you did, you would see that these forms are actually made up of three simple building kits. Klein Velderman gave the outside of the planes the appearance of three small fighter jets: the English Bristol type, the Dutch Fokker Dr. 1 and the French Nieuport model - all aircraft developed around World War I, shortly before the Stelling van Amsterdam (Defence Line of Amsterdam) was nearing completion.


Je zou ze willen losmaken, bevrijden. Dan zou je de elementen kunnen neerleggen op het grasveld en zien dat het in feite drie eenvoudige bouwpakketten zijn met een romp en twee vleugels. Iedere ouder en ieder kind zou ze herkennen, want zo’n model koop je sinds jaar en dag voor een euro in de speelgoedwinkel. In een handomdraai zet je de romp en de vleugels van kleurig bedrukt piepschuim in elkaar. Plastic neus erop, propeller en elastiekje eraan, en zweefvliegen maar. Een lang leven zijn ze meestal niet beschoren. Klein Velderman gebruikte de vorm van de bouwpakketten en gaf ze het uiterlijk van drie kleine gevechtsvliegtuigjes zoals die een eeuw geleden in de ons omringende landen werden gebruikt: het Engelse Bristol-type; de Nederlandse Fokker Dr.1 die bekend werd door inzet aan Duitse zijde; en het Franse Nieuport-model. Vliegtuigen die rond de Eerste Wereldoorlog werden ontwikkeld, kort voordat de Stelling van Amsterdam haar voltooiing naderde. De tragiek is bekend: door de vliegtuigen werd een waterlinie als defensief middel vrijwel overbodig. Daar lag het fort, log en solide, en werd voorbijgestreefd door vlieggewichten. Toen de volgende oorlog kwam, waarin Nederland wél betrokken was, was een waterlinie een nutteloos relikwie. Zoals vaker in het werk van Klein Velderman, die sinds zijn afstuderen in 2009 tot een succesvolle generatie beeldenmakers behoort, wordt de werkelijkheid ‘nagemaakt’ door de kunstenaar. ‘Maar de marge, de speelruimte zit in het materiaal,’ legt hij uit. ‘Je ziet een voorwerp waarop iemand heel erg zijn best heeft gedaan, maar dat zijn functionaliteit heeft verloren. Dat biedt mij als kunstenaar ruimte voor suggestie.’ De ruimte om een kerktoren als een kous over een boom te laten zakken bijvoorbeeld, zoals hij eerder deed. Of een roltrap van pvc-doek als een gestrande potvis op het strand bij Heemskerk te leggen, langer geleden. De rompen en vleugels van de ‘bondage-vliegtuigjes’ worden tegen de bomen getrokken. Hun aerodynamische

vorm is verdwenen, het touw dwingt ze in de vorm van de stam. ‘Ik denk dat het er gewelddadig uit gaat zien,’ zegt Klein Velderman. ‘Maar ik houd me aan de heldere vormen en kleuren van de oorspronkelijke vliegtuigen. Ook in het echt zagen die er fris en bijna speelgoedachtig uit. Maar zoals het in een goed spel betaamt: schijn bedriegt.’ (SB) Wouter KLEIN VELDERMAN (1979, NL) behaalde in 2009 zijn MFA aan het Sandberg Instituut na een studie aan de Gerrit Rietveld Academie, waar hij inmiddels lesgeeft. Zijn sculpturen en installaties, vaak van industrieel materiaal en in vorm (maar niet in functie) verwijzend naar een praktische wereld van bouw, transport en industrie, worden onder andere op kunstmanifestaties, in de openbare ruimte en in musea en galeries wereldwijd vertoont. Hij is tevens medeinitiatiefnemer van Beeld Hal Werk en Kafana, en werkte meermalen samen met choreograaf Krisztina de Châtel. Tyleen buizen, gelast PVC-doek, koorden

‘I think it’s going to look violent,’ says Klein Velderman. ‘But I will stick to the standard shapes and colours of the original aeroplanes. In real life, they too had a fresh and nearly toy-like appearance. As befits a good game, however, looks can be deceiving.’ (SB) Wouter KLEIN VELDERMAN (1979, NL) earned his MFA in 2009 from the Sandberg Institute after completing his studies at the Gerrit Rietveld Academy, where he now teaches. Velderman’s sculptures and installations are frequently made out of industrial materials that, in terms of their shape, but not their function, reference a practical world of construction, transport and industry. Among other venues, his work has been shown at art events, public spaces, museums and galleries worldwide. Velderman is also a co-founder of the Beeld Hal Werk exhibit and KAFANA (an artist-run space), and he has collaborated with the modern dance choreographer Krisztina de Châtel. Tyleen tubes, welded PVC fabric, cords

77


JASPER NIENS Brug | 2015 | Bewegende en betreedbare buitensculptuur | Accessible, moving outdoor sculpture In opdracht van ‘Gimme Shelter’ Het kan alle kanten op Wat gaat er straks gebeuren als bezoekers het werk van Jasper Niens tegenkomen? In ieder geval zullen ze iemand anders op moeten zoeken om mee samen te werken, anders missen ze de pointe. Ze zullen moeten praten, onderhandelen. Iets verplaatsen wellicht, elkaar helpen. ‘Maar daar ligt niet alleen de nadruk op, hè,’ zegt Jasper Niens. ‘Ze kunnen elkaar ook dwarszitten. Je gaat samen iets doen, maar je krijgt niet automatisch een cadeautje.’ Zo klinkt het meer als een aflevering van Wie is de Mol? dan als een kunstwerk. Duidelijker wordt het als de kunstenaar, maker van grote structuren die altijd afgestemd zijn op de ruimte of het openbare gebied waarin ze staan, beschrijft wat bezoekers eerder beleefden in zijn werk. Bijvoorbeeld in Handicap Principle I (2008), waarbij de helft van Galerie West in Den Haag gevuld was met een bijna manshoog, houten blok op wieltjes. Wilden de bezoekers erin of eruit, dan moest dan blok met vereende krachten verplaatst worden. Wie er in was, kon er niet meer uit en vice versa. En in het werk 35 (2009) liet Niens bezoekers niet ín de galerie, maar slechts door een smalle sleuf achter de wand bewegen. Een tegenligger, als op een bergpassage, betekende: voor- of achteruit, onderhandelen. In zijn werk gaat het er om ‘dat je je verhoudt tot een plek’, zegt Niens. Ga je naar een kunstbeurs (zoals op de ARCO Madrid 2013), beklim dan zijn elegante trap en bekijk die luxe wereld eens van boven: een wirwar van marmottenhokken met verstopte opslagruimtes en weggewerkte kabels. Grote kans dat je anders over ‘de kunstbeurs’ denkt als je weer afdaalt. Nu, op Kunstfort bij Vijfhuizen, staat het spelelement van strijd en verdediging centraal. En een grote structuur in beweging zetten of bouwen – denk aan een baileybrug – heeft natuurlijk altijd een spelelement in zich. ‘Mijn vormentaal is de afgelopen jaren steeds complexer geworden,’ vertelt Niens. ‘Dat komt voort uit de praktijk. Ik heb grote interesse in materialen en verbindingen, en hoe ik dingen sneller of in serie kan maken. De computer speelt een grote rol; je kunt nu veel meer als eenling maken dan vroeger. Momenteel

78

It can go either way What happens when visitors encounter Jasper Niens’ work? Well, whatever happens, visitors have to find someone else to work with, otherwise they will miss the point. ‘That’s not the sole focus, you know,’ says Jasper Niens. ‘They can also get in each other’s way. You are going to collaborate on something , but your efforts will not be automatically rewarded.’ His work is about ‘how you relate to a place’, says Niens. The aspect of ‘play’ in warfare and defence takes centre stage at Kunstfort bij Vijfhuizen. Setting a large structure in motion, or building one for that matter, like a portable Bailey bridge, naturally brings with it an implicit aspect of play.


ben ik bezig met tentstructuren en weefsels die onder spanning heel andere vormen kunnen aannemen, ‘tensile structure membranes’ heet dat in vaktermen. Je ziet het in de architectuur toegepast in spankappen en grote luchthallen.’ Daarover gesproken: waarom is hij eigenlijk geen architect geworden? Die echte bruggen bouwt? ‘Ja, waarom eigenlijk niet?’ lacht Niens. ’Vroeger zei ik dan: omdat de toegepastheid van architectuur me benauwt. In kunst is er totale vrijheid, ik kan er veel meer in vertellen. Maar de laatste tijd beginnen de dingen door elkaar te lopen. Ik zie bijvoorbeeld vaak knullige techniek in kunstwerken, terwijl ik techniek juist belangrijk vind. Ik wil dat de techniek zo perfect is dat-ie eigenlijk wegvalt, onzichtbaar wordt.’ En sowieso – misschien is de scheidslijn tussen een beeld en een bouwwerk wel niet zo interessant. Een paar maanden per jaar woont Jasper Niens in Manilla, waar zijn half-Filipijnse vriendin vandaan komt. ‘De disciplines lopen daar veel meer door elkaar. Je kunt daar best vormgever, architect en danser zijn; mensen hebben altijd een sideline, zoals ze dat noemen. Het kan alle kanten op en dat vind ik verfrissend.’ (SB)

Jasper NIENS (1980, NL) studeerde aan de Design Academy Eindhoven en de AKI in Enschede, waar hij zich in site-specifieke kunst specialiseerde. Zijn grote binnenen buiteninstallaties en scenografieën (onder andere voor Theater Bonheur, Rotterdam) manipuleren vaak de ruimte en hoe bezoekers die ervaren. Jasper Niens woont en werkt in Rotterdam en Manilla (Filippijnen).

‘In recent years, my design language has become increasingly complex,’ explains Niens. Why didn’t he actually choose to become an architect . . . one who builds real bridges? ‘Yeah, why not?’, laughs Niens. ‘I used to reply, “Because the application of architecture depresses me.” Art has a kind of total freedom; I can express so much more in it. But lately, things have begun to merge. For example, I often see clumsy technique in artworks, while I find technique particularly important. I want the technology to be so perfect that it actually disappears, becoming invisible.’ (SB) Jasper NIENS (1980, NL) studied at the Design Academy Eindhoven and the AKI (ArtEZ Academy for Art & Design) in Enschede where he specialized in site-specific art. His large-scale indoor and outdoor installations and set designs (Theatre Bonheur, among others) often manipulate space and the visitors’ experience of space. Jasper Niens lives and works between Rotterdam and Manila (the Philippines).

79


ANDRÉ ROBILLARD Fusils | Shotgun | 2008-2015 Zes geweren, samengesteld uit gevonden materiaal en gebruiksvoorwerpen Een stok als zwaard, een plastic buis als laserkanon; de inventiviteit van kinderen als het om maken en het zich voorstellen van wapentuig gaat, kent geen grenzen. En ook de hier opgestelde wapens bestaan uit ‘waardeloos’ materiaal: elektriciteitsbuizen, conservenblikjes, elastieken en isolatietape onder andere. Maar de geweren van de Franse Art Brut kunstenaar André Robillard, zoon van een jager/boswachter, zijn van een andere orde – het zijn geen imaginaire wapens maar hele specifieke bestaande types, kloppend tot in detail. Vanaf het begin van de jaren zestig maakt Robillard zijn Fusils, die behalve steeds ingenieuzer samengesteld ook uitgebreid volgetekend en volgeschreven worden. De hier opgestelde selectie is gekozen uit de collectie ‘Tuer la misère’ van theatermaker Alexis Forestier die vanaf zijn kennismaking met Robillard in 2008 zijn werk begon te verzamelen en het theaterstuk ‘Changer la Vie’ ontwikkelde waarin hij samen met de inmiddels hoogbejaarde Robillard optreedt. De Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog (waarnaar de vele Sputniks van Robillard verwijzen) spelen daarin een grote rol. André ROBILLARD (1931, FR) wordt op jonge leeftijd opgenomen in een psychiatrisch hospitaal in Fleury-lesAubrais. Op 33-jarige leeftijd is hij patiënt-af en gaat hij op verschillende posten binnen de instelling werken, onder andere als tuinman en conciërge. Hij blijft tot op heden op het terrein van de instelling wonen. ‘Tegen de verveling’ begint hij in zijn vrije tijd zijn eerste objecten te maken van gevonden materiaal. Kunstenaar Jean Dubuffet benoemt

zijn werk als Art Brut, gaat het verzamelen en maakt het bekend. Robillard heeft talloze geweren van uiteenlopende types gemaakt, maar tekent ook veel, met name planeten, satellieten en dieren. Ander werk van Robillard is te zien in KunstFort Asperen. Met dank aan Alexis Forestier Collectie ‘Tuer la Misère’/Compagnie les endimanchés

6 guns created from everyday objects and found materials The highly detailed guns André Robillard creates are replicas of different types of weaponry, matching down to the very last detail. This selection has been compiled from the Tuer la misère (Killing Time) collection of stage director Alexis Forestier, who produced the play Changer la Vie (Changing Life) in which he and the now elderly Robillard share the stage. World War II and the Cold War play a major role in this production. André ROBILLARD (1931, FR) was committed to a psychiatric hospital at an early age. At age thirty-three, he was discharged as a patient and he began working in different positions throughout the institution, such as gardener and caretaker. To this day, he continues to work on the grounds of this hospital. To stave off boredom, he began making his first objects with found materials in his spare time. Artist Jean Dubuffet calls his work Art Brut, and has brought the world’s attention it. Other work by Robillard is on display at KunstFort Asperen. With thanks to Alexis Forestier. Collection: ‘Tuer la Misère’/Compagnie les endimanchés

André Robillard | Fusil Martien 2013 | recycling materials 97 x 24 x 14 cm

80


Courtesy tegenboschvanvreden

FERNANDO SÁNCHEZ CASTILLO Stone Soul Army | 2013 | Single screen projection, HD video, 29’37” Een militaire band komt bij elkaar op een vliegbasis om muziek te maken – maar het verloopt nogal onorthodox. De muzikanten gebruiken stenen als hun instrumenten en de geparkeerde vliegtuigen als hun klankkasten – en dat is niet alles. Het militaire terrein wordt een speelveld voor de verbeelding, voor ritme en een heel tactiel samenzijn met oorlogstuig, tot en met de presidentiële helikopter aan het einde van de film. Voor Stone Soul Army maakte Fernando Sánchez Castillo opnames op de luchtmachtbasis Las Palmas en El Callao, Lima, in Peru. De militaire band Piedro Azul, opgericht door musicoloog en componist Abraham Padilla, speelt ‘free jazz’ op aanwijzingen van de kunstenaar die te maken hebben met de locatie, de voertuigen en de wapens. Deze (militaire) elementen en andere verwijzingen naar de plaatsen en de parafernalia van machthebbers komen vrijwel altijd voor in zijn werk. En stenen ook vaak. Stenen hebben bij Sánchez Castillo een dubbele betekenis: het is het eerste en ruwe materiaal voor de beeldhouwer, voor het maken van de eigen beeltenis; en het was ook het eerste wapen dat de mens ter hand nam.

Fernando SÁNCHEZ CASTILLO (1970, ES) studeerde kunst, filosofie en esthetiek in Madrid en verbleef in 2005-2006 aan de Rijkskademie in Amsterdam. De dictatuur van generaal Franco (tijdens zijn vroege jeugd nog van kracht) en een algemener begrip van macht en verzet speelt vaak een rol in zijn werk. Monumenten, documenten en historische plaatsen gebruikt hij om ons recente verleden te onderzoeken.

In this video, a military band (Piedro Azul) assembles at an air base in Peru to make music, but it transpires in a rather unorthodox manner. The military musicians use stones as their instruments and parked aircraft as their instruments and speakers. The air base becomes a playground for one’s imagination and the site for a very tactile gathering with armaments. Fernando SÁNCHEZ CASTILLO (1970, ES) studied art, philosophy and aesthetics in Madrid and studied from 2005 to 2006 at the Rijkskademie in Amsterdam. The dictatorship of General Franco and an overall concept of power and resistance often play a role in his work. 81


PIETER SCHENK Het Fortenspel | The Fortress Game | cA. 1690-1710 Het Fortenspel – of zoals de titel op de gravure aangeeft ‘Das Festung Baues Spiel’ is een bordspel met 52 vakjes, waarop details van alle soorten laat zeventiende-eeuwse fortificaties te zien zijn. Per kaart vind je een uitgebreide instructie en uitleg. De speler die het eerst alle 52 vakjes heeft doorlopen, bezit een compleet fort.

The Fortress Game is a board game with fifty-two squares. Each one contains details on all types of late seventeenth-century fortifications, which are depicted like they were on the military maps of their time. Extensive instructions and explanations are included for each square. The first player to proceed through all fifty-two squares will own a complete fortress.

Gravure gedrukt in bruin, 47,7 x 61,7 cm. Plaats vervaardiging: Amsterdam.

Etching in brown: 47,7 x 6,7 cm. Created in: Amsterdam.

Privilege verleend door de Staten van Holland en West-Friesland.

Privileges granted by the states of Holland and West Friesland.

Collectie Rijksmuseum, afdeling prenten, high resolution reproductie

Rijksmuseum collection, Prints department, full-size high-

op ware grootte.

resolution reproduction.

82


ELISA VAN SCHIE Bunny Bang | 2015 | Sculptuur | sculpture. Een boom van krentenbrood, opblaasbare huisdieren, twee figuren in ‘Ruziepakken’ die je naar hartenlust huisraad van klittenband naar hun hoofd mag gooien de beelden van Elisa van Schie zijn surrealistisch op een speelse manier. Eind jaren negentig stonden er in Hoorn jarenlang vijf levensgrote edelherten (Oh Dear, 1998) in camouflagetenue op een eilandje in de gracht. De verschijning van een hert, altijd een sprookjesachtige ervaring, was ineens dagelijks voorhanden voor de voorbijgangers. Voor ‘Gimme Shelter’ maakt Elisa van Schie een nieuwe variant die zich zowel op het forteiland als in een schietspel thuis voelt. Een oplettend konijn, gehuld in camouflagestof maar helaas maar al te goed zichtbaar, waakt bovenop het fort. Zo te zien heeft de jager het dier al eens te pakken gehad, maar net als in een game heeft het konijn meerdere levens.

A tree made of currant loaf, inflatable pets, two figures wearing ‘fight suits’ at whose heads you can freely throw velcroed household objects - the images of Elisa van Schie are playfully surreal. As part of Van Schie’s 1998-work, Oh Dear, five life-size red deer, covered in camouflage, stood in the city of Hoorn on a small island in a canal. The appearance of a deer, always a magical experience, was suddenly available every day for passers-by. For ‘Gimme Shelter’, Elisa van Schie has created a new variant of this artwork that appears just as likely to be standing at the fortress island as it is to be in a shooting game. An observant rabbit, covered in camouflage fabric, but, unfortunately, still all too visible, stands guard from the top of the fort. It looks like the hunter has already shot it; but, like in any game, the rabbit has multiple lives and therefore it still stands upright.

Elisa VAN SCHIE (1967, NL) studeerde Vrije Vormgeving en Autonoom aan het Sandberg Instituut na een studie Textielvormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie. Beide interesses zijn nog steeds te vinden in haar beelden, die een brug slaan tussen kunst, handvaardigheid en gebruiksvoorwerpen. Naast haar autonome kunst drijft Van Schie een winkel met deels verzamelde, deels ge- of vermaakte attributen, waarin de jaren zeventig volop bloeien.  

Elisa van Schie (1967, NL) studied Vrije Vormgeving (Free Design) and Autonoom (Fine Art) at the Sandberg Institute after completing her studies in textile design at the Gerrit Rietveld Academy. Both interests are still apparent in her figures, which bridge the gap between art, handicrafts and utensils. In addition to her fine art, Van Schie runs a shop with partially collected and partially made or remade seventies-style items.

Sculptuur van hout, kippengaas, camouflagestof

Sculpture of wood, chicken wire, camouflage fabric

Foto © Erwin van Amstel

83


Advertentie

c


CHARLOTTE SCHLEIFFERT 4 works on paper | 2011-2015 Hun benen zijn bloot bonkig en gespierd als die van een wielrenner. Ze (v) dragen kloshakken onder minirokjes, jurkjes van fijne witte tule boven wild gekleurde beenkappen. Hun haren zijn lang, hun borsten flink. Hun gezicht verbergen ze achter groteske maskers – reusachtige hondenkoppen, koeienschedels, een extra gezicht van alleen stroken stof. De wezens die de Nederlandse kunstenaar Charlotte Schleiffert op metershoge verticale vellen papier tekent en schildert, stellen zichzelf pontificaal ten toon. Ze omzeilen is onmogelijk. Dit zijn ze: masculiene vrouw, aan alle kanten sexy, dier, mens, krijger – alles door elkaar. Zestig kilo en meer schoon aan de haak, recht in je gezicht, voor de duivel en zijn lieve moer niet bang. Zogenaamd dan.

aan de kaak stelt. Schleifferts werk is op verschillende museale solotentoonstellingen te zien geweest, onder andere in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam (2006) en Museum Het Domein in Sittard (2011). Zij wordt vertegenwoordigd door galerie Akinci (Amsterdam), Anne Gentils (Antwerpen) en Barbara Gross (München).

The beings Charlotte Schleiffert paints and draws take on a sort of pontifical air. They are masculine women, sexy from every angle, animal, human, warrior - all wrapped up in one figure. Sixty kilos and not one gram more, staring right back in your face, and not afraid of anyone. At least in theory, that is.

Charlotte SCHLEIFFERT (1967, NL) ontwikkelde zich sinds haar afstuderen in 1992 aan De Ateliers in Amsterdam van een vrij onschuldige bloemschilder tot een kunstenaar die zich openhartig uitlaat over seksualiteit en genderproblematiek, en die misstanden als armoe, onrecht, vrouwenonderdrukking en machtsongelijkheid ongenadig

Charlotte SCHLEIFFERT (1967, NL), since graduating in 1992 from De Ateliers in Amsterdam, has developed into an artist who remarks candidly about sexuality and gender issues and unflinchingly exposes abuses such as poverty and the oppression of women. Schleiffert’s work has been exhibited at Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam (2006) and Museum Het Domein in Sittard (2011). She is currently represented by Galerie Akinci (Amsterdam), Anne Gentils (Antwerp) and Barbara Gross (Munich).

Courtesy AKINCI, Nederland | ±180 tot 220 cm hoog

Courtesy AKINCI, the Netherlands | between 180 to 220 cm tall

Foto © Erwin van Amstel

85


MATJAŽ ŠTUK & ALENA HUDCOVIČOVÁ Flying Gulliver | 2015 | artistieke verbeelding van de F35 | an artistic rendering of the F35 In opdracht van ‘Gimme Shelter’

Een Gulliveriaanse pinocchiade Oorlogen zijn tamelijk bespottelijke aangelegenheden, liet Jonathan Swift in 1726 zien in zijn wereldberoemde boek Gulliver’s Travels. Oorlogen werden volgens de Engelse satiricus aangezwengeld door rijke ijdeltuiten die ruziën over zaken als de hoogte van hun hakken, of de manier waarop je een ei dient te pellen: sla je de kop van het ei eraf aan de bolle of de spitse kant? Futiele geschillen met dodelijke afloop. Voor het kunstenaarsduo Matjaž Štuk en Alena Hudcovičová is Gulliver meer dan een literair verzinsel en Jonathan Swift meer dan alleen een komische schrijver. Swift bejubelde het vrije, dwarse, individuele denken. ‘Zonder Swift,’ zegt Štuk, ‘zou de Verlichting niet denkbaar zijn geweest.’

86

A ‘Gulliverian’ Pinocchio In 1726, Jonathan Swift demonstrated the rather ridiculous nature of war in his famous book Gulliver’s Travels. For Matjaž Štuk and Alena Hudcovičová, the Gulliver character is far more than a literary fabrication, and Jonathan Swift far more than just a comedic writer. Swift celebrated individual, free and transverse thinking. As far as these artists are concerned, freedom of thought is a precious commodity that must never be taken for granted. Štuk was born in Yugoslavia, Hudcovičová in the former Czechoslovakia: neither of their homelands exists any longer. The artist duo began collaborating in 1995 on the Gulliver Projects. For their Flying Gulliver project, two characters from world literature have been brought together. These


Juist voor deze twee kunstenaars is het vrije gedachtegoed een kostbaar en niet vanzelfsprekend bezit. Štuk verliet als kind het Joegoslavië van de communistische ex-partizaan Tito. Hudcovičová is geboren in voormalig Tsjecho-Slowakije en groot geworden onder de intimiderende schaduw van de KGB (Comité voor Staatsveiligheid). Hun beider geboortelanden bestaan niet meer. Geschiedenissen, zeggen de twee, herhalen zichzelf maar al te vaak – en oorlogen dus ook. De twee kunstenaars leerden elkaar kennen in het begin van de jaren tachtig op de AKI in Enschede. De één werkte figuratief, de ander veel abstracter. Sinds 1995 bundelen ze hun krachten in de zogenoemde ‘Gulliver Projects’. De naam is ontleend aan Swifts Gulliver, de archetypische, edele observator die zich omringd weet door menselijke dwaasheid en overmoed die ten val komt.

en techniek. Er bestaan nu al drones die zelf kunnen uitkiezen wie ze gaan doden en wie niet.’ Štuk: ‘Waarom zou je investeren in de bouw van deze moordmachines? Heeft de mens niets anders te doen? Er is zoveel beter werk te verrichten. Doe het dan!’ (LtB) Matjaž ŠTUK (1959, SVN) en Alena HUDCOVIČOVÁ (1953, SVK) kwamen afzonderlijk van elkaar naar Nederland. Beiden volgden in de jaren tachtig de AKI in Enschede en geven nu les op de Rietveld Academie in Amsterdam. De twee werken sinds 1992 als duo. Hun werk, dat te zien is in binnen- en buitenland, is doordrongen van een sterk politiek bewustzijn. Gepopnageld aluminium over een geraamte van aluminium, geïnspireerd op de Lockheed Martin X-35B (JSF/F35). Afmetingen: lengte 13,5 meter, vleugelbreedte 12 meter, hoogte 5 meter. Met dank aan: de TU Delft, Lightweight Structures Delft, TABS Apeldoorn, MouldCAM Heerenveen en Konstruktiebedrijf

Onder de ‘Gulliver Projects’ valt heel veel: figuratieve tekeningen, beeldhouwwerken en schilderijen waarmee de kunstenaars hun engagement uitdrukken met politieke kwesties en maatschappelijke problemen. Dat klinkt zwaarwichtig, maar de ondertoon is altijd licht absurdistisch en de beeldtaal van de twee kunstenaars doet denken aan die van een cartoon. Zo lieten Hudcovičová en Štuk op de Biënnale van Twente in 2013 in een ruimtevullende installatie zien hoe je met een vrolijk bestempelde torpedoboot en een reeks morbide tekeningen een subtiele waarschuwing kan afgeven over xenofobie die begint bij de ontkenning van de ander. Voor hun Flying Gulliver - het nieuwe werk dat ze voor ‘Gimme Shelter’ hebben gemaakt – zijn twee figuren uit de wereldliteratuur bij elkaar gebracht, twee iconen van menselijke domheid, zelfoverschatting en onvolwassenheid: Gulliver en de houten antiheld Pinocchio. Die twee zijn samengekomen in wat de kunstenaars noemen ‘een Gulliveriaanse pinocchiade’. Flying Gulliver is niet alleen een hulpeloos mannetje van aluminium dat op zijn neus balanceert (letterlijk op zijn neus is gevallen), hij is ook reusachtig en angstaanjagend. Hij is volgens de kunstenaars de perfecte belichaming van het gevechtsvliegtuig de JSF (tegenwoordig de F35). Hudcovičová: ‘Onze Flying Gulliver is een mannetje dat dacht dat hij kon vliegen. Maar hij is neergestort en ligt op het talud van Kunstfort Vijfhuizen te kijk voor iedereen. Voor ons symboliseert het beeld het mislukken van een miljarden dollars verslindend project als de bouw van de JSF. De toekomst is niet aan de JSF, maar aan drones, onbemande vliegtuigen, aan artificiële intelligentie

van Straaten Twello.

two icons - Gulliver and Pinocchio, the wooden antihero - have come to symbolize human stupidity, overconfidence and immaturity. According to the artists, Flying Gulliver is the perfect embodiment of the JSF (now known as the F35). Hudcovičová says, ‘Our Flying Gulliver is but a small man who thought he could fly. However, he has since come crashing down and is lying on the embankment for all to see. For us, the figure symbolizes a failed project that ends up devouring billions of dollars, like the efforts to build the JSF. The future does not lie with the JSF. It lies with drones, unmanned aircraft, artificial intelligence and technology.’ Štuk asks, ‘Why should you invest in the construction of these murder machines? There is such better work to be done!’ (LtB) Matjaž ŠTUK (1959, SI) and Alena HUDCOVIČOVÁ (1953, SK) arrived in the Netherlands separately. Both attended the AKI (ArtEZ Academy for Art & Design) in Enschede in the eighties, and they now teach at the Gerrit Rietveld Academy in Amsterdam. The two have collaborated since 1992 as a duo. Their work, which is exhibited at home and abroad, is imbued with a strong political consciousness. Riveted aluminium over an aluminium frame, design inspired by the Lockheed Martin X-35B (JSF/F35). Dimensions: length: 13.5 metres, wingspan: 12 metres, height: 5 metres. Many thanks to: TU Delft, Lightweight Structures Delft, TABS Apeldoorn, MouldCAM Heerenveen and Konstruktiebedrijf van Straaten Twello.

87


Wachter, brons, hoogte 86,5 cm, 1996 | Collectie Tanéa Ferdi Tajiri

Wachter, brons, hoogte 83 cm, 1996 | collectie Shakuru Shin Tajiri

SHINKICHI TAJIRI 2 Wachters | Sentinels | 1996 3 Ronins | 1999 | 2005 Wachters Deze wachters hebben robuuste kniebeschermers, dragen beenkappen, houden ferm een schild voor hun borst en boven hun hoofd. Hun maker – de tot Nederlander genaturaliseerde Japans-Amerikaanse beeldhouwer, filmmaker, fotograaf en tekenaar Shinkichi Tajiri – bouwde ze op uit tientallen platen centafoam en liet ze gieten in brons. Samen voegen al die stukken zich tot een mensfiguur die ons uit een even ver verleden als een verre toekomst op wacht. Tajiri’s Wachters, of Sentinels zoals hij ze noemde, verbeelden geen agressie ondanks hun martiale uiterlijk, maar schenken veiligheid. ‘Dag en nacht alert, waakzaam en weerbaar, behoeden ze de samenleving voor gevaren,’ zei de kunstenaar in 2006.’ RONINS Het is één van de beroemdste op historische feiten gebaseerde legendes uit de Japanse samoerai-geschiedenis: een groep van 47 ronins (samoerai zonder meester) die aan het begin van de achttiende eeuw de dood van hun landheer wreekten. De 47 ronins wachtten een jaar voordat ze de schuldige vermoordden en pleegden 88

SENTINELS Shinkichi Tajiri, a Japanese-American sculptor, filmmaker, photographer and illustrator, who became a naturalized Dutch citizen, built these sentinels from dozens of Centafoam plates before having them cast in bronze. These disparate pieces come together to form a human figure who waits for us in a place that is an equally distant past and an equally distant future. Despite their martial appearance, Tajiri’s Wachters or Sentinels, do not display aggression; instead, they provide a feeling of security.

RONINS It is one of the most famous historically based legends from Japanese samurai history: a group of forty-seven ronins (masterless samurai) avenged the death of their lord at the beginning of the eighteenth century. The ronins waited a year before killing the guilty party and then committing ritual suicide. In Japan, this vendetta has become a national symbol of sacrifice, loyalty, perseverance, strength and courage.


vervolgens ritueel zelfmoord. In Japan is deze vendetta uitgegroeid tot hét nationale symbool van opofferingsgezindheid, trouw, volhardingskracht en moed. Voor Tajiri waren de ronins levenslange bronnen van inspiratie: ‘Al mijn krijgers zijn pogingen om angsten te bezweren, demonen uit te drijven of nachtmerries te verwerken.’ Tajiri maakte ze uit centafoam, brons, gietijzer en hout. De drie houten Ronins uit 1999 en 2005 zijn prototypes, nog nooit tentoongesteld en dienend als schaalmodel voor een aantal reusachtige Ronins van gietijzer. De vier bekendste daarvan flankeren sinds 2007 de brug over de Maas tussen Venlo en Blerick. De drie houten Ronins zijn modellen die deels ook in aluminium, gietijzer en brons uitgevoerd zijn. Shinkichi TAJIRI (1923-2009, NL) is bekend geworden als beeldhouwer van futuristisch ogende machines van aluminium, staal en plexiglas, reusachtige ‘knopen’ en een grote reeks ‘wachters’ en ‘ronins’. De ‘ronins’ en ‘wachters’ zijn beïnvloed door de ervaringen die de in Los Angeles geboren Tajiri tijdens de Tweede Wereldoorlog opliep aan het geallieerde front in Italië. Hij maakt deel uit van een Amerikaans-Japans bataljon en raakt zwaargewond bij de aanval op Castellina. In 1946 wordt hij eervol ontslagen uit het leger. Na een kort verblijf op de Art School in Chicago, vertrekt hij in 1948 naar Parijs waar hij les neemt bij Ossip Zadkine en Fernand Léger. Een van zijn eerste krijgers is te zien op de eerste Cobra tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1949 – een reden waarom Tajiri vaak met de Cobra beweging in verband wordt gebracht. Toch ontwikkelt hij zich in een andere, meer abstracte richting die zowel militaristisch als pacifistisch is Tajiri

verhuist in 1956 met zijn vrouw, de kunstenaar Ferdi Jansen, naar Nederland, en vestigt zich in 1962 in kasteel Scheres in Baarlo. Daar werkt hij tot aan zijn dood. Zijn werk is met internationale prijzen overladen en is opgenomen in de collecties van tientallen musea in binnen- en buitenland. Tegenwoordig wordt zijn werk door een nieuwe generatie van game-makers en Manga-kunstenaars omarmd.

The ronins have been a lifelong source of inspiration for world-renowned sculptor Shinkichi Tajiri. Tajiri made the Ronins out of Centafoam, bronze, cast iron and wood. The three wooden Ronins, prototypes from 1999 and 2005, have never been exhibited. They are also scale models for some giant cast-iron ronins. Shinkichi Tajiri (1923-2009, NL) is known as a sculptor of futuristic machines, giant ‘knots’ and a diverse array of sentinels and ronins. Tajiri’s ronins and sentinels are influenced by his experiences as a soldier on the Allied front in Italy during World War II. After a short time at the Art School in Chicago, he moved to Paris in 1948. One of his first Krijgers, or ‘Warriors’, was part of the first Cobra exhibition at the Stedelijk Museum in Amsterdam in 1949 — one reason why Tajiri is so often associated with the Cobra movement. However, Tajiri developed in a different, more abstract direction than the Cobra movement; one that was both militaristic and pacifist. Tajiri moved to the Netherlands in 1956. His work has been showered with international awards and is included in the collections of dozens of museums both at home and abroad. Today his work has been embraced by a new generation of game makers and manga artists.

Ronin, multiplex model. Hoogte: 143 cm,

Ronin, multiplex model. Hoogte: 172 cm,

Ronin, multiplex model. Hoogte: 128 cm,

2005 | Collectie: Shinkichi Tajiri Estate

2005 | Collectie: Shinkichi Tajiri Estate

1999 | Collectie: Shinkichi Tajiri Estate

89


Foto © Claudia Sola

HANS AARSMAN Hans Aarsman ziet wekelijks talloze nieuwsfoto’s, waaronder vele oorlogsfoto’s. Gevraagd naar zijn ideeën over de relatie tussen oorlog en spel, de thematiek die op Kunstfort bij Vijfhuizen centraal staat, schreef hij: ‘Er zit zo veel spelelement in. Altijd maar weer doen alsof oorlog zo leuk is’. Uit zijn fotobesprekingen koos hij twee (eerder in de Volkskrant gepubliceerde) foto’s en teksten: over wapentuig, fraai uitgestald op het bed van een strijder. En over een hartverscheurend toneelstukje met in de hoofdrol een soldate die van een missie in Afghanistan terugkeert.

Every week Hans Aarsman looks at countless news photographs, many of them war photographs. On being asked about his thoughts on the relationship between war and games, the key theme at Kunstfort bij Vijfhuizen, he writes: ‘There’s such an element of creative play in it. Always that pretending, as though war is so much fun’. He has selected two of his photo commentaries (previously published in de Volkskrant): on weaponry being displayed on the fighter’s bed; and on a heartrending, staged scene in which the lead role is played by a soldier returning from a mission in Afghanistan.

Ha fijn oorlog

Oh, what a lovely war

Zou hij thuis zijn? Hij ligt er zo ontspannen bij. Schoenen uitgetrokken om het laken niet vies te maken, anders krijgt hij het met zijn vrouw aan de stok. Ze is elders ondergebracht, op een veilig adres, aan het hoofdeind hangt een achtergelaten kettinkje. Of woont hij hier niet, is hij met zijn eenheid een verlaten huis binnengegaan, hebben ze op bovenste etage een gat in een muur geslagen om op de vijand te schieten. De spiegel zit onder het stof, de voet van de lamp op het nachtkastje ook, kan van het breekwerk zijn. Maar waarom dan die schoenen uitgetrokken als alles toch al vies is? Dat doen de meeste moslims voor ze een huis binnen gaan. Strijders ook? Stel je voor dat er een granaat inslaat en je moet je schoenen nog aantrekken voor je de benen kan nemen. Dit is geen verlaten huis, de man op bed woont hier.

Would he be at home? He’s lying there, looking quite relaxed. Shoes off, so the sheets won’t get dirty, otherwise he’ll have to contend with his wife. She’s been put up elsewhere, in safe surroundings. Hanging at the head of the bed is a necklace, left behind. Or perhaps he doesn’t live here and has entered an abandoned house with his unit. Maybe they’ve bashed a hole in the wall upstairs in order to shoot at the enemy. The mirror is covered with dust, as are the foot of the lamp and the night table. Could indicate demolition. But why, then, have those shoes been taken off if everything is already dirty? It’s what most Muslims do before entering a house. Warriors too? Say, for instance, that the place is hit by a grenade: you’d have to get those shoes back on before making a run for it. This is no abandoned house. The man on the bed lives here.

90


Hij heeft een pakje sigaretten in zijn linker hand. Gaat hij een sigaret opsteken in de slaapkamer? Zou hij in mijn slaapkamer niet moeten flikken, in mijn hele huis niet. Dat maakt oorlog zo aantrekkelijk, het gezever met regeltjes is opeens verdwenen. Je mag in de slaapkamer roken en een voorraadje raketten op het echtelijk bed leggen. Zelfbouwertjes zo te zien, knullig in elkaar gezet, de staartvin van de voorste zit er scheef op. Dan zal er met het aanbrengen van de lading ook niet vakkundig omgesprongen zijn, deze gevallen kunnen elk moment ontploffen. Of zou er een idee achter de scheve staartvin schuilgaan? Alle staartvinnen zitten scheef, op de andere raketten ook. Kan de bedoeling zijn dat de raket om zijn as gaat draaien in zijn vlucht. Dat geeft meer stabiliteit. Maar net als met zelfgevouwen vliegtuigjes, het luistert heel nauw. Je hoeft het opstaande randje op de papieren vleugels maar een pietsje te rechtop te zetten of je vliegtuigje stort voor je neus neer, hoe hard je het ook gooit. In de spiegel is een tweede man te zien, niet de fotograaf, hij heeft geen camera in zijn hand maar een kopje thee. De man op bed heeft ook een kopje thee, het staat op het nachtkastje. Hij laat het koud worden, eerst die sigaret. En dan gaan ze op pad. Alles wat mee moet, ligt uitgestald op bed. Het eten in een plastic ton, lakens naast hem op het hoofdeind. Om in te slapen? Om wonden mee te verbinden? Een mijnwerkers lamp erbij. Niet vergeten de lepels mee te nemen, komen onderweg altijd van pas.

In his left hand he’s holding a pack of cigarettes. Will he light one up in the bedroom? He wouldn’t want to try that in my bedroom, nor anywhere in my house. This is what makes war so attractive: all that nagging about rules is suddenly over. You’re allowed to smoke in the bedroom and place your supply of missiles on the conjugal bed. Homemade models by the look of them: clumsily put together, the tail fin of the one in front being attached at an angle. So it probably hasn’t been loaded competently; these things could go off any minute. Or might the crooked tail fin serve some purpose? All of the tail fins are crooked, on the other missiles too. Could be intentional, so that the missile rotates on its axis in flight. That provides greater stability. But just as with paper airplanes, it’s precision work. You need only set the raised edge of the creased paper wings a bit too upright and then, no matter how hard you throw it, the little plane crashes right in front of you. Appearing in the mirror is a second man, but not the photographer, since he’s not holding a camera but a cup of tea. The man on the bed also has a cup of tea, waiting on the night table. He lets it get cold. First that cigarette. And then they’ll set off. Everything to be taken along is displayed on the bed. Food in a plastic container, sheets beside him at the head of the bed. To sleep in? To dress wounds? Plus a miner’s light. And don’t forget to pack the spoons: always handy on the road.

Translation: Beth O’Brien Een rebel van de FSA (Free Syrian Army) in de slaapkamer, Aleppo,

An insurgent of the FSA (Free Syrian Army) in bedroom, Aleppo, Syria,

Syrië, 29 augustus 2012, foto © Zain Karam / Reuters

29 August 2012 photo © Zain Karam / Reuters

91 91


HANS AARSMAN Spontaan

Surprise

De zusjes Jackson was gevraagd naar een KFC-restaurant te komen om te helpen bij het dozen vullen voor soldaten in Afghanistan. Niet zomaar soldaten, het ging om de eenheid waar hun moeder als Intensive Careverpleegkundige werkte. Toen ze in het restaurant arriveerden, bleek er veel pers aanwezig te zijn. Allemaal voor het maken van een paar pakketten? Op de tafels liggen de spullen die in de pakketten gaan. Plastic vorken, bekertjes met instant lunch, zakken chips, het lijkt wel of de Amerikaanse soldaten in Afghanistan niet te eten krijgen. Achterin in de onscherpte staan de dozen die gevuld worden, flinke verhuisdozen zijn het. Er staat een vrouw tussen met een notitieblok in haar handen, zij overziet en noteert of alles op juiste wijze in de pakketten gestopt wordt. Met open mond en opengesperde ogen slaat ze de hereniging van de Jacksons gade, maar dat is komedie.

The Jackson sisters were asked to come to a KFC restaurant in order to help pack boxes destined for soldiers in Afghanistan. Not just any soldiers: these belonged to the unit in which their mother was working as an Intensive Care nurse. On arriving at the restaurant, the girls were met by a crowd of journalists. What a welcome, just for putting together a few packages? Spread across the tables are the items meant to go in the packages. Plastic forks, cups of instant lunch, bags of chips: you’d think the American soldiers in Afghanistan weren’t getting fed. In the background, out of focus, are the boxes yet to be filled. Sizeable moving boxes. Standing among them is a woman holding a pad of paper. She’s supervising and taking note of the packing process. With a look of surprise she watches the reunion of the Jacksons, but this is just an act.

De onverwachte terugkeer van Capt. Cherissa Jackson uit

The unexpected return of Capt. Cherissa Jackson from Afghanistan,

Afghanistan, Gaithersburg, Maryland, USA. 10 januari 2012

Gaithersburg, Maryland, USA. 10 January 2012

foto © Kevin Wolff/AP in opdracht van KFC

photo © Kevin Wolff/AP commissioned by KFC

92 92


Tot in de puntjes is deze scène uitgedacht en voorgekookt, iedereen wist dat straks de moeder van de zusjes zou binnenstappen: de zetbaas van de hamburgertent, het voltallige personeel, de cameraploegen en de begeleiders van het inpakken. Alleen de meisjes wisten het niet. Ze waren in de waan dat hun moeder komende zondag na zeven maanden Afghanistan zou terugkeren van haar vierde missie. Cherissa Jackson is alleenstaande moeder, de tijd dat ze van huis was, hadden twee vriendinnen de meisjes onder hun hoede genomen. Ook die zaten in het complot. En toen stapte moeder opeens vijf dagen eerder binnen. Het is een tweeling, maar eeneiig zijn ze zeker niet, ze reageren tegenovergesteld. De rechter, Ashley, springt onmiddellijk op als ze haar moeder ziet, terwijl Anita haar handen voor haar gezicht slaat. Een hamburgertent vol voorbedachte rade en dan toch een spontaan moment.

Down to the last detail, this scene has been thought out and arranged beforehand. Everyone — the restaurant manager, the entire staff, the camera crews and those supervising the packing — knew that the mother of these girls was going to show up any minute. Only the girls didn’t know. They were led to think that their mother would return from her fourth mission in Afghanistan on the following Sunday. Cherissa Jackson is a single mother. During the time that she was away from home, two close friends looked after the girls. They, too, were part of the scheme. And then, suddenly, mother walked in, five days early. The girls are twins, but definitely not identical, as they react in opposite ways. Ashley, on the right, jumps up instantly when she sees her mother, while Anita throws her hands up to cover her face. A fastfood joint full of premeditation, and still an unrehearsed moment.

KFC wil met surprise party’s de wereld laten weten hoe dankbaar het de mannen en vrouwen is die zich voor hun land opofferen. De Jacksons zijn de eersten die in de campagne figureren. Als ik twee dochters had, ik weet niet of ik had meegedaan. Het is geen verjaardag, het is een ouder die van een zeven maanden lange, levensgevaarlijke missie terugkeert. Maar ik ben geen alleenstaande moeder en mijn dochters krijgen van KFC niet ieder $ 20.000 studiegeld als ik het spelletje meespeel. Breed zal Cherissa het niet hebben. Als je twee kinderen hebt en een goed inkomen, denk je wel twee keer na voor je met gevaar van eigen leven in Afghanistan gaat vechten. Hoe graag je je ook voor je land opoffert.

With its surprise parties KFC wants to show the world how grateful it is to the men and women who give their lives for their country. The Jacksons are the first to appear in the ad campaign. If I had two daughters, I’m not sure whether I would have taken part. It’s not a birthday, but a parent returning from a highly dangerous mission that lasted seven months. But then I’m no single mother, and my daughters won’t each be receiving a $20,000 scholarship if I go along with the game. Cherissa probably lives on a tight budget. After all, if you had two children and a decent income, you’d be apt to think twice about risking your life to go fight in Afghanistan. No matter how much you might indeed be willing to make a sacrifice for your country.

Translation: Beth O’Brien Fotojournalist Hans Aarsman (1951, Amsterdam) legde in 1995 de camera neer om te gaan schrijven. Sindsdien is hij ’s lands bekendste foto-bespreker, die laat zien dat goed kijken naar een foto al interpretatie genoeg is. Wat staat er op? En ook: wat staat er níet op? Dat onderzoekend kijken doet hij wekelijks in de Aarsman Collectie, een langlopende serie fotobesprekingen in de Volkskrant; in boeken, op de bühne, op televisie en als tentoonstellingsmaker.

Photojournalist Hans Aarsman (1951, Amsterdam) put aside his camera in 1995 in order to take up writing. Since then he has become the country’s best-known photo commentator, who shows us that the keen observation of a photograph actually involves quite a degree of interpretation. What do we see in it? But also: what don’t we see? That investigative look is articulated every week in de Aarsman Collectie (a long-term series of photo commentaries published in De Volkskrant) as well as in his books, lectures, appearances on television and in his work as a maker of exhibitions. 93


Liniebrede evenementen SOS-shop | Prepping voor beginners | Beurzen en spellen Naast de drie deeltentoonstellingen van ‘Gimme Shelter’, worden er op ieder fort diverse evenementen georganiseerd. Deze ‘liniebrede’ activiteiten sluiten aan bij de vragen die het uitgangspunt vormen van de manifestatie en hebben op ieder fort een eigen karakter. Een workshop Prepping voor beginners, een SOS-shop en activiteiten gericht op militaire memorabilia en strategische spellen, allemaal bestemd voor een breed publiek. Van kunstliefhebber tot avontuurlijke jongere, van jong tot oud, voor iedereen is er iets aantrekkelijks te vinden.

Prepping voor beginners Tijdens de workshop Prepping voor beginners, die in samenwerking met lokale scoutings wordt georganiseerd, leren deelnemers om te overleven in de natuur. We kijken ook met een ludieke blik en schrijven afscheidsbrieven en maken spionagetekeningen. Het uit Amerika afkomstige prepping is bedoeld om je voor te bereiden op rampen en noodsituaties. Hoe red je jezelf, als er niemand anders is om je te helpen? Een vraag die vroeger speelde bij de militairen die zich moesten voorbereiden op de vijand die misschien nooit zou komen, maar die ook nu nog interessant is. Wat doen wij in noodsituaties als internet, telefonie en volle supermarkten ontbreken?

SOS-shop Op ieder fort opent ‘Gimme Shelter’ een SOS-shop. Hier delen we kennis over autarkie, hoe red je jezelf in tijden van nood? Hoe deed men dat vroeger? En hoe doen we dat nu? Producten die verkocht worden in de shop komen van lokale producenten en hebben een home-made karakter. Met name op Fort Nieuwersluis ligt de nadruk op voedsel, op slowfood: een beweging die zich afzet tegen de industriële productie van voedsel en uitgaat van pure, natuurlijke ingrediënten. We verkopen het niet alleen, we leren je ook hoe zelf iets lekkers maakt tijdens bijzondere workshops.

Beurzen en spellen Op ieder fort worden verschillende activiteiten georganiseerd met een eigen accent. In Nieuwersluis vindt een food-ruilbeurs plaats, waar de oogsten van dit seizoen geruild kunnen worden. Op Fort Asperen ligt de focus op het spelelement en spelen we Levend Stratego. En op Kunstfort bij Vijfhuizen organiseren we een ‘Gimme Shelter’-dag, met onder andere rondleidingen, een lokale markt en een repaircafé.

94

Voor een actueel overzicht van onze activiteiten, voor data en tijden, kijk op www.gimme-shelter.nl


Foto’s © Dirk de Jong

Defence Line events SOS Shops | Prepping for beginners | Trade Fairs and Games In addition to three exhibits, events are scheduled to take place at each defence-line fort. The events will appeal to a broad public - inspiring art lovers, adventurous youths and the young and old alike. SOS Shops SOS shops are open for business at each fort where we will share knowledge about self-sufficiency. How do you survive in times of trouble? How did they do it in the past? How do we do it now? The products for sale in the shops will all be home-made and come from local producers. Particularly at Fort Nieuwersluis, the emphasis will be on nutrition and on slow food: a movement that opposes the industrial production of food and that promotes the use of pure, natural ingredients. Not only will we be selling food, but we will also teach you how to make a tasty treat during special workshops.

Prepping for beginners During the workshop Prepping for Beginners, in cooperation with local scouts, participants will learn how to survive in nature. How do you survive in an emergency? This question was on the minds of the soldiers who had to prepare for an enemy who might never come, and it is still interesting in modern times. What do we do in an emergency if the Internet, telephones and stocked supermarkets are no longer available to us? Trade Fairs and Games At each fort,we will organize various memorabilia fairs and strategic game days. A food exchange mart will be held at Nieuwersluis so this season’s harvest can be exchanged. At KunstFort Asperen and Vijfhuizen, the focus will be on games, and we will play Living Stratego. For an overview of our activities, dates and times go to www.gimme-shelter.nl 95


SPONSOREN | SPONSORS GIMME SHELTER WORDT FINANCIEEL ONDERSTEUND DOOR: GIMME SHELTER is financially supported by: MONDRIAAN FONDS | VSB FONDS | FONDS 21 PROVINCIE UTRECHT | PROVINCIE NOORD-HOLLAND PROVINCIE GELDERLAND | PRINS BERNHARD CULTUURFONDS | CULTUURFONDS STICHTSE VECHT GEMEENTE HAARLEMMERMEER | JANIVO STICHTING | KF HEIN FONDS | KUNSTENISRAテ記 GEMEENTE GELDERMALSEN | STICHTING LINIEBREED ONDERNEMEN

DANK | THANKS GIMME SHELTER BEDANKT: Gimme Shelter would like to thank: Airhunters | ANWB | Hetty den Besten | Marian Boellaard | Elisabeth ter Borg | Gert-Jan Brok Poppe ten Dolle | Drukkerij Tienkamp | ECM Records | Bram Ellens | EYE | Fiets!-app Galerie Thomas Zander| Galleria Giorgio Persano | iAmsterdam | Indyvideo | ITN Source/Reuters Kasper Jacobs | Chris de Jong | Lisson Gallery London | Megavista | MTS Audiovisueel Museum Boijmans van Beuningen | Natuurmonumenten | Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid Nederlands Instituut voor Militaire Historie | Juke van Niekerk | Renテゥe Padt | Rijksmuseum Staatsbosbeheer | Stichting Cinema Zuid | Stichting Fotografie Noorderlicht Stichting Jeannette Hollaar Fonds | Stichting The One Minutes | Studio D2 Vormgeving tegenboschvanvreden | The Modern Institute | Thomas Dane Gallery | Verbeke Foundation de Volkskrant | Lia van Vredendaal 96


Foto © Erwin van Amstel

COLOFON COLOPHON GIMME SHELTER Projectteam Directeur | Erik Luermans Curatoren | Lucette ter Borg | Sacha Bronwasser Productieleider | Joyce Dunki Jacobs PR en marketing | Suzanne Posthumus | Annette Visser Vormgever | Dirk de Jong | Studio D2 Vormgeving Online marketing | Toin Routers Redacteur | Mieke Prinse Vrijwilligerscoördinator | Moniek Janssen Stagiair | Justin van den Heuvel

Project Team Director | Erik Luermans Curators | Lucette ter Borg | Sacha Bronwasser Production manager | Joyce Dunki Jacobs PR and marketing | Suzanne Posthumus | Annette Visser Designer | Dirk de Jong | Studio D2 Vormgeving Online marketing | Toin Routers Editor | Mieke Prinse Volunteer Coordinator | Moniek Janssen Trainee | Justin van den Heuvel

KunstFort Asperen Locatiemanager | Gina Moen Liniebrede activiteiten | Wendy de Bie

KunstFort Asperen Site Manager | Gina Moen Defence Line events | Wendy de Bie

Fort Nieuwersluis Locatiemanager | Herald Roelevink | Pim Trooster Liniebrede activiteiten | Désirée Vegter

Fort Nieuwersluis Site manager | Herald Roelevink | Pim Trooster Defence Line events | Désirée Vegter

Kunstfort bij Vijfhuizen Directeur/locatiemanager | Holger Nickisch Liniebrede activiteiten | Marcel van Kerkvoorde Marian Boellaard | Gert-Jan Brok

Kunstfort bij Vijfhuizen Director/Site manager | Holger Nickisch Defence Line events | Marcel Kerkvoorde Marian Boellaard | Gert-Jan Brok

En de vele vrijwilligers...

And the many volunteers... 97


Welke gevaren liggen er op mijn pad? Hoe kan ik mijn tegenstander misleiden? Hoe denkt mijn vijand – en wie is die vijand eigenlijk? Deze vragen zijn het uitgangspunt van de internationale kunstmanifestatie ‘Gimme Shelter - forten en ficties in Laagland’. Drie schitterende forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam vormen voor het eerst in het tweehonderdjarig bestaan van de linies het decor van drie thematisch verwante tentoonstellingen, die zich concentreren op het fictieve aspect van strijd en verdediging: op militaire ficties. GIMME SHELTER FORTEN EN FICTIES IN LAAGLAND 30 MEI T/M 20 SEPTEMBER Yan Michon, 2014 | met papier bedekt ijzerdraad, folie, hoogte 15 cm Photo cover © Dave Morgan | Artwork Allora & Calzadilla Courtesy Lisson Gallery | The bird of Hermes is my name, eating my wings to make me tame, 2010

Curatoren | Lucette ter Borg en Sacha Bronwasser KunstFort Asperen | Langendijk 60 | Acquoy Fort Nieuwersluis | Rijksstraatweg 7b | Nieuwersluis Kunstfort bij Vijfhuizen | Fortwachter 1 | Vijfhuizen www.gimme-shelter.nl | info@gimme-shelter.nl

Catalogus Gimme Shelter  

Bij de kunstmanifestatie verschijnt de catalogus 'Gimme Shelter', met teksten van Hans Aarsman, Lucette ter Borg, Sacha Bronwasser, Auke Hul...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you