Issuu on Google+

Groep fr)^ Subgroep ..S Participant^- C - E*

UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie

Geachte, Deze tweede vragenlijst gaat over hoe u terugblikt op bepaalde gebeurtenissen van uw leven. We nodigen u hierbij vriendelijk uit om deze vragenlijst zorgvuldig in te vullen. Graag wilden we u op de volgende elementen wijzen: Dit onderzoek gaat uit van de Universiteit Gent. Wij beklemtonen en verzekeren u dat, behalve de onderzoekers, niemand persoonlijke inzage zal krijgen in uw vragenlijsten. Uw gegevens zijn dus volledig vertrouwelijk, enkel de onderzoekers zullen toegang krijgen tot uw antwoorden. Het is belangrijk dat u alle vragen beantwoordt in de volgorde zoals ze staan weergegeven. U hoeft de vragenlijst niet onmiddellijk in ĂŠĂŠn keer volledig in te vullen. U kan op verschillende momenten of dagen verder werken aan het invullen van de vragenlijst. Wij vragen u de stellingen eerlijk te beantwoorden. Er zijn geen goede of foute antwoorden, enkel uw persoonlijk aanvoelen en uw persoonlijke overtuiging telt.

We bedanken u van harte voor uw deelname!


MIJN HERINNERING ;n we u willen vragen om een bepaalde gebeurtenis te beschrijven. Deze moet gaan over een moment waarop u zich vrij voelde om datgene te doen of : T ~ ÂŤ e ~ .sa: n overeenstemming was met uw eigen interesses en waarden. :=' s het van belang dat de gebeurtenis die u gaat beschrijven belangrijk is/was voor u. IT geceurtenis hoeft slechts kort te worden beschreven. Het voldoet dan ook wannee^ -A beschrijving ongeveer zo lang is dat het op de onderstaande lijnen past. Beschrijf hieronder de gebeurtenis:

~7~

<?LÂŁ

Hoe oud was u ongeveer tijdens deze gebeurtenis?


' r DE GEBEURTENIS

Deze vragen gaan over de gebeurtenis die u zojuist beschreven heeft. Omcirkel het antwoord dat het beste bij u past. 1. Vond u het moeilijk om deze gebeurtenis nog te herinneren? 2 3 0 Helemaal niet moeilijk 2. Hoe emotioneel intens was deze gebeurtenis voor u? 1 2 3 Helemaal niet intens

5 Zeer moeilijk

4

5 Zeer intens

\9

3. Was dit een negatieve of positieve gebeurtenis voor u? 1 2 3 Zeer negatief

4

Zeer positief

4. Hoe vaak heeft u een gebeurtenis meegemaakt waarin u zich ongeveer hetzelfde voelde? l ~T~ (3) 4 S Nooit Meestal of de hele tijd

MIJN GEVOELENS IN DE GEBEURTENIS

De volgende stellingen hebben betrekking op hoe u zich voelde tijdens de gebeurtenis die u zojuist beschreven hebt. Geef aan in hoeverre u het eens bent met deze stellingen. 1

2

Helemaal niet akkoord

Eerder niet akkoord

3 onbeslist

4 Eerder akkoord

5 Helemaal akkoord

1. Ik voelde me toen vrij om dingen te doen en te denken hoe dat ik wilde.

1

2

3

0

5

2. Ik voelde me op dat moment onzeker over mijn capaciteiten.

1

@

3

4

5

3. Ik voelde me toen bekwaam.

1

2

3

(4)

5

4. De (meeste) dingen die ik op dat moment deed voelden aan als een

1

(2)

3

4

5

1

2

3

4

(l)

2

3

4

5

verplichting. 5. Ik voelde me op dat moment verbonden met één of meer personen. 6. Ik had de indruk dat mensen die op dat moment bij mij waren mij

niet aardig vonden.


MIJN GEVOELENS WANNEER IK TERUGBLIK 1 *>

De volgende stellingen gaan over de gevoelens die u ervaart wanneer u terugdenkt aan deze gebeurtenis. Geef aan in hoeverre u een bepaalde emotie ervaart bij het terugdenken. 1

2

3

4

5

6

7

Helemaal niet waar

Helemaal waar

Bij het terugdenken aan deze gebeurtenis, voel ik mij...

1. Blij 2. Verdrietig 3. Trots 4. Kwaad 5. Geliefd 6. Teleurgesteld 7. Vrij 8. Eenzaam 9. Bekwaam 10. Jaloers 11. Tevreden 12. Enthousiast 13. Angstig 14. Onzeker 15. Opgelucht

1

d) i ® i (t) i <§> i 0 i i i i i

2

3

4

5

6

(L)

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

($)

7

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

(S)

7

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

é)

7

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

&

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

2

3

4

5

6

<9 ^^

2

(§)

4

5

6

7

2

3

4

5

(e)

7

2

3

4

5

6

A

\L>


OMGAAN MET DE GEBEURTENIS '

V

De volgende stellingen gaan over hoe u aankijkt tegen de gebeurtenis die u zojuist beschreven heeft. Geef aan in hoeverre deze stellingen waar zijn voor u.

1

2

3

4

5 Helemaal waar

Helemaal niet waar 1. Ik voel me verbonden met de persoon die ik toen was. 2. Ik accepteer deze gebeurtenis.

l 2 3 4$ l 2 3 4 (S)

3. Soms is het moeilijk voor mij om te stoppen met na te denken over deze gebeurtenis. 4. Deze gebeurtenis is voor mij afgesloten.

(il

2

l

2 (3) 4 5

5. Ik heb het gevoel dat deze gebeurtenis deel geworden is van mijn identiteit.

1 2 3 4 5

6. Ik aanvaard dat deze gebeurtenis mij is overkomen.

l

2

3 4 (g

7. Ik voel een band met de persoon die ik toen was.

l

2

3 4 (2)

8. Ik aanvaard dat deze gebeurtenis een deel is van mijn verleden.

l

2

3

9. Ik heb de neiging om te blijven piekeren of stil te staan bij deze gebeurtenis.

3

4

5

4 (J)

$ 2 3 4 5

10. Ik heb de gebeurtenis volledig achter me gelaten.

l

2 g) 4 5

11. Deze gebeurtenis is een referentiepunt geworden voor de manier waarop ik mezelf en de wereld begrijp. 12. Ik heb geleerd de gebeurtenis een plaats te geven.

l

2 3 (D 5

l

2

13. Ik voel afstand tussen hoe ik was in deze gebeurtenis en hoe ik nu ben.

l

2 3 @ 5

14. Ik verlies mijn tijd niet door te blijven denken aan deze gebeurtenis.

l

2

15. De gebeurtenis is een afgesloten hoofdstuk voor mij.

l

2 (i) 4 5

16. Ik heb het gevoel dat deze gebeurtenis een centraal onderdeel is geworden van mijn levensverhaal. 17. Ik heb geleerd met de gebeurtenis te leven.

1 2 3 4 ^

18. Ik heb het gevoel dat ik nog grotendeels dezelfde persoon ben als de persoon die ik toen was. 19. Ik betrap me er zelf dikwijls op dat ik blijf nadenken over deze gebeurtenis.

l

<p 2

20. De gebeurtenis is een onafgedane zaak voor mij.

(l) 2 3 4 5

3 ^4j 5

3

4 ($)

1 2 3 4

2 ( | )4 5 3 4 5

21. Deze gebeurtenis heeft de manier waarop ik denk over andere ervaringen gekleurd. 22. Ik kan deze gebeurtenis goed accepteren.

l

2 3 4@

23. De gebeurtenis is voor mij voltooid verleden tijd.

l

2 (ÂŁ) 4 5

1 2 3 4 3


AANKIJKEN TEGEN DE GEBEURTENIS

De volgende stellingen gaan over hoe u terugdacht aan de gebeurtenis die u net beschreven heeft. Omcirkel het antwoord dat het beste bij uw mening past. Stelling 1: "Ik zag de gebeurtenis zoals ik het op dat moment ook zag/meemaakte (niet zoals iemand van buitenaf het zou zien). Ik zag mezelf niet in de beelden, omdat het was alsof ik naar de gebeurtenis keek door mijn eigen ogen."

1

2

3

4

5

6

Helemaal niet waar

^ Helemaal waar

Stelling 2: "Ik zag de gebeurtenis zoals iemand van buitenaf (een observeerder) het zou kunnen zien (niet zoals ik het op dat moment ook zag/meemaakte). Ik zag mijzelf in de beelden, omdat het was alsof ik naar de gebeurtenis keek door de ogen van een observeerder."

(i) Helemaal niet waar

2

3

4

5

6

7 Helemaal waar


MIJN HERINNERING Graag zouden we u nog eens willen vragen om een bepaalde gebeurtenis te beschrijven. Deze gebeurtenis moet gaan over een moment waarop u zich verplicht voelde u op een bepaalde manier te gedragen of op een bepaalde manier te denken. Verder is het van belang dat de gebeurtenis die u gaat beschrijven belangrijk is/was voor u. De gebeurtenis hoeft slechts kort te worden beschreven. Het voldoet dan ook wanneer uw beschrijving ongeveer zo lang is dat het op de onderstaande lijnen past. Beschrijf hieronder de gebeurtenis:

Hoe oud was u ongeveer tijdens deze gebeurtenis?

02 j.


-10

DE GEBEURTENIS

Deze vragen gaan over de gebeurtenis die u zojuist beschreven heeft. Omcirkel het antwoord dat het beste bij u past. 1. Vond u het moeilijk om deze gebeurtenis nog te herinneren? 2 3

CP

4

5 Zeer moeilijk

Helemaal niet moeilijk 2. Hoe emotioneel intens was deze gebeurtenis voor u? 1 2 3 Helemaal niet intens

Zeer intens

3. Was dit een negatieve of positieve gebeurtenis voor u? 1 2 3 Zeer negatief

4

g/ Zeer positief

4. Hoe vaak heeft u een gebeurtenis meegerna^kt waarin u zich ongeveer hetzelfde voelde? 1 2 4 5 (3j Nooit Meestal of de hele tijd 5. Jn welke mate ervaart u spijt wanneer u terugdenkt aan deze gebeurtenis? 2 3 4 &} Helemaal niet

5 Helemaal wel

MIJN GEVOELENS IN DE GEBEURTENIS

De volgende stellingen hebben betrekking op hoe u zich voelde tijdens de gebeurtenis die u zojuist beschreven hebt. Geef aan in hoeverre u het eens bent met deze stellingen. 1

2

3

Helemaal niet akkoord

Eerder niet akkoord

onbeslist

4

Eerder akkoord

1. Ik voelde me toen vrij om dingen te doen en te denken hoe dat ik wilde. 2. Ik voelde me op dat moment onzeker over mijn capaciteiten. 3. Ik voelde me toen bekwaam. 4. De (meeste) dingen die ik op dat moment deed voelden aan als een

verplichting. 5. Ik voelde me op dat moment verbonden met één of meer personen. 6. Ik had de indruk dat mensen die op dat moment bij mij waren mij

5

Helemaal akkoord ^*

1

2

3

4

(l)

2

3

4

5

1

2

3

4

<$

1

(^

3

4

S

1

2

3

4

2

3

4

5

(3)

niet aardig vonden.

g


v MIJN GEVOELENS WANNEER IK TERUGBLIK

De volgende stellingen gaan over de gevoelens die u ervaart wanneer u terugdenkt aan deze gebeurtenis. Geef aan in hoeverre u een bepaalde emotie ervaart bij het terugdenken. 1

2

3

4

5

7

6

Helemaal waar

Helemaal niet waar Bij het terugdenken aan deze gebeurtenis, voel ik mij...

1. Blij 2. Verdrietig 3. Trots 4. Kwaad 5. Geliefd

1

2

3

4

5

6

(j)

(5 i & i

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

(7)

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

é

7

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

&

6

7

2

3

4

5

9. Bekwaam

&i &i

2

3

4

5

10. Jaloers

^)

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

d)

2

3

4

5

6

(7)

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

7

2

3

4

5

6

(T)

6. Teleurgesteld 7. Vrij 8. Eenzaam

i i © ® i

11. Tevreden 12 . Enthousiast 13 . Angstig 14 Onzeker 15 Opgelucht

7

©

OMGAAN MET DE GEBEURTENIS

De volgende stellingen gaan over hoe u aankijkt tegen de gebeurtenis die u zojuist beschreven heeft. Geef aan in hoeverre deze stellingen waar zijn voor u. 4 5 1 2 3 Helemaal waar Helemaal niet waar 1. Ik voel me verbonden met de persoon die ik toen was.

1 2

3

4

2. Ik accepteer deze gebeurtenis.

1 2

3

4 &

3

4

(5)

(

3. Ik probeer de gebeurtenis uit mijn geheugen te bannen.

(l) 2

5


/'. Ik denk vaak aan deze gebeurtenis zonder dat ik dat wil. 5. Soms is het moeilijk voor mij om te stoppen met na te denken over deze gebeurtenis. 6. Deze gebeurtenis is voor mij afgesloten.

1 2 3 /4' 5 \\) 2 l

7. Ik heb het gevoel dat deze gebeurtenis deel geworden is van mijn identiteit.

l

8. Ik aanvaard dat deze gebeurtenis mij is overkomen. 9. Ik denk dat ik iets van deze gebeurtenis kan leren.

3 4 5 ,. 2 (§/ 4 5 2

l

2

1

10. Ik ben van plan om de situatie van toen alsnog te proberen rechttrekken.

2

3

3

A/ 2

11. Ik voel een band met de persoon die ik toen was.

1

12. Ik aanvaard dat deze gebeurtenis een deel is van mijn verleden.

3 yy 5

l

4 ^/

4 (S/ 3

2 2

4 3

3

5 4 $

4 (£/

13. Ik probeer niet over de gebeurtenis te praten.

Q) 2

14. Bij vlagen heb ik sterke gevoelens over deze gebeurtenis.

1 2 3 (£> 5

15. Ik heb de neiging om te blijven piekeren of stil te staan bij deze gebeurtenis.

^l) 2

16. Ik heb de gebeurtenis volledig achter me gelaten.

l

17. Deze gebeurtenis is een referentiepunt geworden voor de manier waarop ik mezelf en de wereld begrijp. 18. Ik heb geleerd de gebeurtenis een plaatste geven. 19. Ik denk dat ik als persoon 'sterker' geworden ben door de gebeurtenis. 20. Ik ben van plan deze gebeurtenis nog goed te maken.

(y

21. Ik voel afstand tussen hoe ik was in deze gebeurtenis en hoe ik nu ben.

5

4

5

3 (4) 5

(5\ 3 2

1

4

3 2

l 1

3

4

3

4

5 (s)

2

3

4

2

3

4

5

l

u)

3

4

5

22. Ik weet dat ik nog heel wat gevoelens over deze gebeurtenis heb, maar ik houd er l (2) 3 4 5 geen rekening mee. 23. Andere dingen doen mij steeds weer aan deze gebeurtenis denken. l 2 /3) 4 5 24. Ik verlies mijn tijd met door te blijven denken aan deze gebeurtenis. 25. De gebeurtenis is een afgesloten hoofdstuk voor mij.

1 2 3 (& 5 1 2 3 / 0 5

26. Ik heb het gevoel dat deze gebeurtenis een centraal onderdeel is geworden van mijn levensverhaal. 27. Ik heb geleerd met de gebeurtenis te leven. 28. Ik denk dat de gebeurtenis ook positieve kanten heeft. 29. Ik ben van plan om deze situatie, in de mate van het mogelijke, alsnog te veranderen. 30. Ik heb het gevoel dat ik nog grotendeels dezelfde persoon ben als de persoon die ik toen was. 31. Ik probeer niette denken aan de gebeurtenis.

l l

2

3

5

4 (^

1 2 3 4 (Ji)

2

3

4

1

2

3

4

(l)

2

3

4

32. Ik betrap me er zelf dikwijls op dat ik blijf nadenken over deze gebeurtenis. 33. De gebeurtenis is een onafgedane zaak voor mij.

2 (£? 4

l ^/

5

5

2 (P 4 S 2

3

10

4

5


WA. Deze gebeurtenis heeft de manier waarop ik denk over andere ervaringen gekleurd. 35. Ik kan deze gebeurtenis goed accepteren. 36. Ik zoek naar de positieve kanten van de gebeurtenis.

38. De gebeurtenis is voor mij voltooid verleden tijd. 1

2

3

3

1 2

3

4 $

1 2

3

4

$

2

3

4

5

2

3

4

5

0 Š

37. Ik ga proberen deze gebeurtenis in de toekomst nog te "herstellen".

4

a

1 2

5

5 Helemaal waar

Helemaal niet waar

AANKIJKEN TEGEN DE GEBEURTENIS

De volgende stellingen gaan over hoe u terugdacht aan de gebeurtenis die u net beschreven heeft. Omcirkel het antwoord dat het beste bij uw mening past. Stelling 1: "Ik zag de gebeurtenis zoals ik het op dat moment ook zag/meemaakte (niet zoals iemand van buitenaf het zou zien). Ik zag mezelf niet in de beelden, omdat het was alsof ik naar de gebeurtenis keek door mijn eigen ogen."

1

2

3

4

5

6

Helemaal niet waar

Q) Helemaal waar

Stelling 2: "Ik zag de gebeurtenis zoals iemand van buitenaf (een observeerder) het zou kunnen zien (niet zoals ik het op dat moment ook zag/meemaakte). Ik zag mijzelf in de beelden, omdat het was alsof ik naar de gebeurtenis keek door de ogen van een observeerder."

01 Helemaal niet waar

2

3

4

5

6

7 Helemaal waar

11


MIJN TWEE HERINNERINGEN

De onderstaande twee vragen gaan over de twee gebeurtenissen die u in deze vragenlijst beschreven heeft. 1. Had u bij de gebeurtenis die u als EERSTE beschreven heeft één specifiek moment voor ogen?

Ja

n

Nee

2. Had u bij de gebeurtenis die u als TWEEDE beschreven heeft één specifiek moment voor ogen?

El

Ja

DAT WAS HET! HARTELIJK DANK VOOR UW MEDEWERKING!

12


Vragenlijst 2 participant a