Page 1

Informatiebulletin voor relaties van de GIBO Groep

2

agro oktober 2011

In dit nummer 

Boerderij Spa Nutter - ombouw van boerenbedrijf naar wellnessonderneming



Grote buur, beste vriend - Jochen MĂśller namens Duitse ambassade over internationale samenwerking



"In drie weken voor vijf jaar ervaring opgedaan" Kiemgroenteteler Van der Plas Sprouts overleeft EHEC-crisis



Tingieterij Het Oude Ambacht, het verhaal achter een bijzondere bedrijfsoverdracht

En verder:

Over grenzen



Werken met buitenlandse uitzendkrachten



Jos van den Berg, winnaar award Vakcentrum Levensmiddelen: "Als de klant mis grijpt, verkoop je niets."



Uitkijken met BTW kan flinke strop voorkomen



Etikettering, waar trekt u de grens tussen privĂŠ en ondernemingsvermogen?


thema over grenzen

Met buitenlandse uitzendkrachten werken in Nederland?

Ook wanneer een buitenlandse uitlener – zoals een uitzendbureau – aan u personeel uitleent voor werkzaamheden in Nederland, kunt u aansprakelijk zijn voor de door de buitenlandse uitlener niet afgedragen Nederlandse loonheffingen (loonbelasting en sociale verzekeringen). Wanneer het buitenlandse uitzendbureau een vestiging heeft in Nederland, moet u bovendien btw afdragen.

Productiekrachten Een teler huurt via een uitzendbureau in het buitenland een aantal productiekrachten in. Ze zijn en blijven woonachtig in hun eigen land en zullen onder toezicht van de Nederlandse ondernemer vanaf 1 april tot en met 30 november 2011 aan het werk gaan. Alle kosten die het uitzendbureau maakt, worden bij de Nederlandse teler in rekening gebracht. Het uitzendbureau is verplicht om loonbelasting en premies af te dragen. In welk land dat moet gebeuren, is bepaald in Nederlandse en Europese regels over sociale zekerheid en in internationale belastingverdragen. Als de heffing van loonbelasting, omzetbelasting en/of sociale premies is toegewezen aan Nederland en het buitenlandse uitzendbureau draagt die niet af, dan kan de Nederlandse Belastingdienst de teler aansprakelijk stellen. Om dit te voorkomen, kan de inlener – de teler – een deel van de factuur niet aan de uitlener – het uitzendbureau – betalen, maar rechtstreeks aan de Belastingdienst overmaken of naar de eventuele g-rekening van het uitzendbureau. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van de loonsom die de productiemedewerkers gedurende de tijd dat zij in Nederland werken ontvangen. Anoniementarief In een aantal situaties hanteert de Belastingdienst het zogenaamde anoniementarief van 52%. Dat tarief is onder meer van toepassing wanneer de identiteit van de werknemer niet op een juiste manier is vastgesteld. Wordt

2

u als inlener aansprakelijk gesteld, dan kunt u ook met dat anoniementarief worden geconfronteerd. Daarom doet u er verstandig aan om altijd zelf een administratie bij te houden waarin de naam, adres, woonplaatsgegevens, de geboortedatum, het BSN-nummer of sofinummer van de werknemer, een specificatie van de gewerkte uren en een kopie van het geldige identiteitsbewijs zijn opgenomen. Sociale premies De inlenersaansprakelijkheid is niet alleen van toepassing op loonbelasting, maar ook op de sociale premies. Op grond van Europese regels en Internationale verdragen is slechts het sociale zekerheidsstelsel van één land van toepassing. Dit is vaak het land waar de werkzaamheden worden verricht. Maar er is bijzondere regelgeving (voor detachering) waaronder de premieplicht gehandhaafd blijft in het woonland van de arbeidskrachten. Om er zeker van te zijn in welk land de premieplicht valt, kunt u een A-1 verklaring (voorheen E-101 verklaring) vragen aan de werknemers. Als u deze in uw loonadministratie hebt, dan weet u of de arbeidskrachten onder de Nederlandse sociale zekerheid vallen of niet. Zo ja, dan moeten sociale premies in Nederland worden afgedragen. Er is verder geen afstemming van fiscale regelgeving en regels op het gebied van de sociale zekerheid. In het hiervoor gebruikte voorbeeld kan het zijn dat de teler loonbelasting in het buitenland moet betalen en de sociale premies in Nederland.

Inperken inleenaansprakelijkheid  Check vooraf de betrouwbaarheid van de uitlener, door bijvoorbeeld verklaringen van goed betalingsgedrag op te vragen en na te gaan of sprake is van certificering volgens NEN Norm 4400-I of 4400-II.  Maak de verschuldigde belastingen en sociale premies over naar een geblokkeerde rekening (g-rekening) van de uitlener. U bent dan als inlener voor het bedrag dat u heeft gestort op de g-rekening gevrijwaard van het aansprakelijkheidsrisico. Maar let op, deze vrijwaring geldt weer niet als de uitlener het bedrag toch niet gebruikt voor het betalen van de loon- en omzetbelasting en sociale verzekeringspremies en u dit vooraf redelijkerwijs mocht vermoeden. De bewijslast daarvan ligt bij de Belastingdienst.  Maak een deel van de factuur rechtstreeks over naar een speciale bankrekening van de Belastingdienst. U moet daarvoor wel schriftelijke toestemming hebben van de uitlener. De Belastingdienst stelt als voorwaarde dat deze rechtstreekse betaling voldoende gespecificeerd moet zijn met de gegevens van de uitlener, diens loonbelastingnummer en omzetbelastingnummer, het betreffende factuurnummer en de periode waarin het werk is verricht.


column Advies bij buitenlands personeel Aan het werken met buitenlands personeel kleven nogal wat aspecten waarmee u als inlener rekening moet houden. Zelfs wanneer u daarvoor een groot en gerenommeerd uitzendbureau in de arm neemt, blijven deze risico’s bestaan. Dat heeft alles te maken met de niet eenvoudige internationale fiscale en sociale zekerheidsregelgeving. Het blijft vaak onduidelijk bij welk land het heffingsrecht of de premieplicht ligt. Neem daarom voorzorgsmaatregelen. Uw adviseur bij GIBO Groep /Flynth kan u hierbij verder helpen. U kunt ook direct contact opnemen met Jacques Raaijmakers, telefoon (0174) 63 71 00, mail j.raaijmakers@flynth.nl.

Jan Breembroek

Grensoverschrijdend ondernemen Het thema van dit laatste GIBO Journaal is ‘Over grenzen’. Grenzen kunnen belemmerend werken. Zeker als een grens door anderen wordt opgelegd. Maar veel vaker zijn we beperkt door de grenzen die we onszelf opleggen. Het aardige is: aan dat laatste kun je het makkelijkst iets doen, maar we steken vaak onze energie in het vechten tegen grenzen die anderen ons opleggen. Grenzen kunnen ook prikkelen, wanneer u eroverheen kunt kijken. Een kijkje nemen in andere landen tijdens een studiereis of op vakantie kan nieuwe inzichten en ideeën opleveren. Doordat u ziet hoe ondernemers in andere omstandigheden hun bedrijfsvoering aanpakken. In eerdere GIBO Journaals heeft u bijvoorbeeld kunnen lezen over het voercentrum (uit Israël) en maïsteelt onder folie (uit Ierland). Maar een kijkje over de grens kan ons ook doen inzien dat het in ons land soms toch echt gewoon beter en professioneler geregeld is. Zaken die we misschien als vanzelfsprekend

Onderbetaling en vakantiegeld Per 1 januari 2010 is een wetsbepaling over inlenersaansprakelijkheid in werking getreden. Daarin is bepaald dat inleners ook aansprakelijk gesteld kunnen worden voor onderbetaling van het geldende wettelijke minimumloon en minimum vakantiebijslag. Maar: inleners die met een gecertificeerd uitzendbureau werken, zijn van deze aansprakelijkheid gevrijwaard.

beschouwen. Een treffend voorbeeld hiervan kwam ik in Rusland tegen. Ondernemers kunnen daar heel moeilijk financiering krijgen van banken voor investeringen. De termijn voor financiering is maximaal drie jaar. En de bureaucratie is enorm. Gevolg is dat je alleen maar relatief kleine investeringen kunt doen, tenzij je veel eigen geld hebt. Dan gaat financiering in Nederland toch – nog steeds – een stuk makkelijker, ondanks recente aanscherping van het beleid van banken. Campina had overigens een slimme oplossing bedacht voor hun melkveehouders rond Moskou: zij ‘financierden’ de melkveehouders in natura, door er een koeltank en melkinstallatie te plaatsen en de rente en afbetaling te verrekenen met de geleverde melk.

G-rekeningenstelsel maakt plaats voor depotstelsel Naar verwachting maakt per 1 januari 2014 het g-rekeningenstelsel plaats voor een depotstelsel. Het g-rekeningenstelsel blijft dan nog één jaar in gebruik. Vanaf 1 januari 2015 is dan alleen nog het depotstelsel van toepassing.

Een ander voorbeeld van hoe het ook kan kwam ik tegen in Polen. Diefstalpreventie is daar een must. Boerenbedrijven zijn veranderd in een soort vesting. Alle bedrijven zijn omgeven door een hoog hek en op elke hoek van het erf en bij de ingang houden felle waakhonden de wacht. Niet dat je in Nederland al je bezittingen onbeheerd moet laten, maar ons platteland is gelukkig geen fort. Voor ondernemers is het vaak de uitdaging om grenzen op te zoeken en er ook overheen te gaan. En dan bedoel ik uiteraard niet de wettelijke grenzen, maar vooral de eigen grenzen. Door jezelf uit te dagen, te prikkelen en regelmatig afstand te nemen van de dagelijkse gang van zaken. Dat kan door in het buitenland te kijken, maar ook door te zien hoe andere ondernemers in Nederland zaken aanpakken. Voor boeren en tuinders kan het leerzaam zijn om eens bij ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf op bezoek te gaan. Dat levert geheid nieuwe ideeën op en ook waardering voor dat wat wel goed geregeld is in de agrarische sector. Veel MKB-ers zijn bijvoorbeeld jaloers op de organisatiegraad in de agrarische sector en op de beschikbaarheid van bedrijfsinformatie. Als gezegd is dit het laatste GIBO Journaal in de vorm en opzet zoals u die gewend bent. Vanwege de fusie met Flynth wordt ons relatiemagazine onder een nieuwe naam en in een nieuwe verschijningsvorm voortgezet. Want ook wijzelf verleggen onze grenzen en komen door krachtenbundeling verder. Jan Breembroek

3


thema over grenzen

Grensverleggend ondernemen in een eeuwenoude hoeve Bedrijfsopvolging zat er niet in voor het traditionele melkveebedrijf van de familie Steggink. De drie dochters deden nog liever de afwas dan dat ze de koeien uit de wei haalden. Met het oog op de toekomst gooiden Frans en Marinka het over een totaal andere boeg. Niet onverdienstelijk: in de twee jaar dat hun Boerderij Spa in het Twentse Nutter nu draait, stapelen de awards en prijzen zich op.

Traditioneel is in Twente de naam van de familie verbonden aan de naam van hoeve waar zij woont. Hoeve Bölterink in het buurtschap Nutter, net buiten Ootmarsum, stamt uit begin 1600. Maar Steggink is toch geen Bölterink? “Ik heb de familielijn kunnen terughalen tot 1645. De Bölterinks die toen de hoeve bewoonden, kregen twee zonen en een dochter. De zoons hebben kennelijk het bedrijf niet voortgezet. De dochter wel en zij is getrouwd met een Steggink,” verklaart Frans Steggink. IJsboerderij ‘De Bölte’ De naam Bölterink komt nog wel terug in de ijsmakerij, een neventak die Frans een jaar of twaalf geleden begon. Frans: “Ik hou van koken en toetjes maken was altijd al een hobby van me. Met het zelfgemaakte ijs ben ik langs de horecagelegenheden hier in de regio gegaan. Verse, puur natuurlijke, streekgebonden ingrediënten en verrassende smaken zoals vlierbesbloesem, rabarber, asperge of lavendel, daar was vraag naar. Restaurants konden hun gasten daarmee exclusiviteit bieden. Daarna is ook de ijsverkoop aan particulieren van de grond gekomen.”

4

Vier eeuwen lang draaide alles in en om deze hoeve om koeien en melk, maar net als in de zeventiende eeuw dreigde er een kink te komen in de opvolging. Het gezin telt naast Frans en Marinka drie dochters: Cherralyn, Claudia en Joyce. Zij delen één eigenschap en dat is dat geen van de dochters zich elke dag in de melkput ziet staan. Marinka: “We stonden voor grote investeringen; stalrenovatie, schaalvergroting. Investeringen waar het bedrijf nog jaren mee vooruit zou kunnen, maar die ook pas na jaren zouden zijn terugverdiend. Daarom hebben we ons de vraag gesteld: voor wie doen we het eigenlijk?” Ontdekkingsreis naar Oostenrijk In het relatiemagazine van Rabobank Twente las het echtpaar een artikel over het realiseren van boerderijlodges in leegstaande sturen. Harold Droste, eigenaar van een hotel-restaurant in Tubbergen en een ijsklant van de Stegginks, zocht locaties voor dit concept. Marinka: “Ik sprak hem kort nadat ik het artikel gelezen had en meer als grap zei ik dat wij ook nog wel een lege schuur hadden. Van het één kwam het ander. Uiteindelijk hebben we een serieus plan

gemaakt voor de realisatie van vier boerderijlodges. Dat was nu een jaar of vijf geleden.” Terwijl ze daarmee bezig waren, lazen ze in een uitgave van Stimuland – de stichting die zich inzet voor het leefbaar houden van het platteland – over een ondernemingsconcept rond ‘kuren op de boerderij’. Een kleinschalige spa in een boerderij, waarbij ‘dichtbij de natuur’ een rode draad is. Het concept zelf is ontwikkeld door de Oostenrijkse firma Haslauer. Eigenaar Paul Haslauer heeft een kuurprogramma ontwikkeld gebaseerd op de geneeskrachtige werking van natuurproducten, warmte en water. Frans en Marinka staken hun licht op in Ainring bij Salzburg, waar Haslauer een wellness- annex opleidingscentrum heeft. Ondernemers uit de wellnesswereld komen daar naar toe om de laatste vindingen op het gebied van ‘natuurkuurmethoden’ zelf te testen en ermee te leren werken. Ook Marinka volgde hier de opleiding om kennis op te doen van de verschillende producten en hoe ermee te werken. Marinka glundert nog als ze terugdenkt aan die ontdekkingsreis: “Het was zalig. Toen ik weer thuis was in Nederland, was het eerste dat ik tegen mijn moeder zei: Mam, ruik eens in mijn koffer, al die heerlijke geuren!”


Verkoop quotum en subsidiepotten Het teruggrijpen op de natuur sloot goed aan bij wat het paar voor ogen had. Hun eigen hoeve is immers ook middenin de natuur gelegen. Niet minder belangrijk: het grensverleggende plan om van boerenbedrijf te switchen naar een onderneming in de gastvrijheidsector, sprak ook Cherralyn en Claudia bijzonder aan. Al met al voldoende redenen om de knoop door te hakken. De plannen voor de bouw van de lodges werden aangepast om ruimte te maken voor de wellnessruimte. Samen met de adviseurs van de GIBO-vestiging in Ootmarsum werkte de familie Steggink de financiële onderbouwing van de plannen verder uit. Naast het verkopen van melkquotum – besloten werd om te stoppen met melkvee en alleen nog zoogkoeien en jongvee-opfok aan te houden – waren diverse subsidiepotten een belangrijke extra bron voor het benodigde kapitaal. Stephan Holsink, die op dit moment namens de GIBO Groep de begeleiding en advisering van de familie verzorgt: “Voor de lodges hebben we samen met subsidieadviseur Gerjan Slotboom van onze subsidiedesk, met succes een beroep gedaan op de subsidieregeling in het kader van de reconstructie Overijssel. En voor de realisatie van de Boerderij Spa is een bedrag binnengehaald via het Plattelands Ontwikkelingsprogramma POP. Deze regeling is gericht op het vergroten van de leefbaarheid van het platteland en daar past het plan voor de wellnessonderneming goed in. Een deel van deze subsidie is een Europese bijdrage.” Stroomversnelling Met het aangepaste plan in de hand diende het echtpaar een vergunningaanvraag in voor een nieuwe onderneming. De gemeente was al zelf ook al bezig met plannenmakerij voor het gebied, inclusief een wellnessvoorziening. Ons plan werd op het gemeentehuis met enthousiasme ontvangen. Frans: “Achteraf kwam alles precies op het goede moment, daardoor kwam alles in een stroomversnelling. In 2007 zijn we begonnen met het bouwen van de lodges en in 2008 zijn we aan de Boerderij Spa begonnen.” Uiteindelijk koos het echtpaar Steggink voor een aantal onderdelen die goed aansluiten bij de boerderij en de omgeving. Onder meer de broodoven, een hooioven, een kleibehandeling in combinatie met een stoombad, kruidenbaden, warmwaterbedden waar bezoekers heerlijk kunnen ‘floaten’ en een natuurvijver in de tuin om in te

dompelen. Het was vooral een passen en meten om alle apparatuur een plaats te geven tussen de eeuwenoude gebinten en dakconstructie. Telefonische nascholing Medio 2008 was de Boerderij Spa klaar om te gaan proefdraaien, om verbeterpunten op te sporen en te verhelpen. Cherralyn, die net geslaagd was voor de HAVO, vertrok voor een half jaar naar Ainring voor een interne opleiding waarmee ze bevoegd zou worden om zelf mensen op te leiden. Marinka: “Dat werd voor mij een soort telefonische scholing. Bijna dagelijks hadden we wel contact via Skype. Dan had ze in haar opleiding een bepaald facet behandeld en vertelde ze dat we het in Nederland net anders aanpakten en dat we het zo-en-zo moesten doen.” In maart 2009 kwam ze met de benodigde diploma’s op zak weer thuis en op 25 maart volgde de officiële opening door gedeputeerde van de provincie Overijssel Piet Jansen. “De investeringsfase zijn we nu door. Nu moet de focus liggen op het bedrijfsrendement. Kosten maken, dat is niet moeilijk. Nu geldt het aloude ondernemersadagium: uitgaven beperken en inkomsten optimaliseren. Daarom gaat Cherralyn ook zelf de basisadministratie voeren, online via GIBOnet. Frans heeft zat ervaring met de bedrijfsvoering en de boekhouding om haar daarbij op weg te helpen. Dat scheelt toch weer in de accountantskosten,” licht Stephan de focuspunten voor de bedrijfsvoering toe.

In de prijzen De Boerderij Spa heeft een aantal awards in de wacht gesleept, zoals de Passie op het Platteland (POP)-award en onlangs is het bedrijf uitgeroepen tot winnaar van de Nationale Wellness Verkiezing 2011. “Omdat dat een prijs is die wordt toegekend door bezoekers van wellness-centra, zijn wij daar extra blij mee. Volgens de organisator scoorden wij heel hoog op de punten gastvrijheid en persoonlijke benadering en dat is juist waarop we onszelf willen onderscheiden,” glundert Marinka.

Slimme klantenbinding Dochter Cherralyn is net terug na een half jaar werken en leren in Griekenland, vooral het geven van massages. Nu is ze fulltime aan de slag voor de Boerderij Spa en richt zich onder meer op de acquisitie. “Het draait allemaal om klantenbinding, als je daar slim mee omgaat, kun je veel bereiken tegen minimale kosten en tijd. Om een voorbeeld te geven: bezoekers die nieuw zijn, vragen we altijd hoe ze bij ons terecht zijn gekomen. Is dat op advies van een eerdere gast, dan vragen we naar de naam. Vervolgens ontvangt de eerdere gast van ons een mailtje, met de strekking: ‘Beste klant, u heeft ons aangeprezen bij iemand uit uw familie- of kennissenkring. Vandaag mochten we hem of haar als gast ontvangen. Als dank staat er voor u bij een volgend bezoek een presentje klaar.’ Die eerdere gasten weten dan óf direct om wie het gaat, óf ze zijn nieuwsgierig en gaan bij familie en vrienden vragen wie er naar de Boerderij Spa is geweest.”

5


thema over grenzen

Jochen Möller, hoofd Economische afdeling van de Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland

Duitsland: onze belangrijkste handelspartner, onze grote buur. Zo dichtbij en zo vanzelfsprekend. De verwevenheid – taalkundig, historisch, cultureel – is groot, en toch is juist daar nog best winst te boeken. “Duitsers en Nederlanders ‘verstaan’ elkaar tamelijk goed, vaak ook letterlijk. Maar juist dan kun je het verschil maken door net dat beetje extra moeite te doen voor de ander.” Jochen Möller, hoofd Economische afdeling van de Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland in Den Haag, kent Nederland goed. Voor zijn huidige functie werkte hij een jaar op het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, waar hij onder andere beleidsstukken over de Maghreblanden schreef. Inmiddels woont hij twee jaar in Nederland. Möller is bedachtzaam, geen man van snelle conclusies. Hij laat zich niet graag verleiden om de verschillen of gelijkenissen tussen Duitsers en Nederlanders in enkele makkelijke pennenstreken te schetsen. Belangrijker volgens hem: hoe ga je met elkaar om. En dan is het beter om niet uit te gaan van wat je dénkt te weten. Voor een klein land als Nederland is een grote buur als Duitsland vanzelfsprekend heel belangrijk. Veel Nederlanders weten dat. Leeft dit ook bij Duitsers, weten ze bijvoorbeeld dat Nederland en Duitsland belangrijke handelspartners zijn? “Op het gebied van zuivel en agrarische producten wel. Ik denk dat iedere Duitser weet dat zuivel, bloemen en groenten ontzettend

6

vaak uit Nederland komen. Dat zien ze ook, op vrachtwagens, verpakkingen, en dankzij Frau Antje natuurlijk. Andere terreinen zijn minder zichtbaar. Denk je aan energie en grondstoffen, dan is de band met Nederland niet zo goed bekend bij een groot publiek. Bij havens denken mensen meteen aan Hamburg en Bremerhaven, daar zijn ze zelf vaak ook geweest. Rotterdam hebben ze niet altijd zelf gezien. Maar dat er via Rotterdam meer goederen naar Duitsland gaan dan via de Duitse havens bij elkaar, zal minder bekend zijn. De haven van Rotterdam heeft zelfs een Duitslanddesk en daar hebben wij veel contact mee.” Nederlanders en Duitsers zijn buren, maar hoe goed kennen ze elkaar eigenlijk? “Een grote groep Duitsers vindt Nederland interessant, en niet alleen als vakantieland. Nederland heeft al lang het imago van een modern land met open, weinig formele mensen, er wordt veel gefietst, dat vindt men leuk. Veel Duitse jongeren kiezen ervoor om Nederlands te leren. Er hebben zelfs nog nooit zoveel Duitse

jongeren in Nederland gestudeerd als nu: 20.000 maar liefst. Banden tussen Nederland en Duitsland zijn er altijd al geweest, cultuur en economie zijn sterk met elkaar verweven. Met name in de deelstaat Nordrhein-Westfalen vind je makkelijk mensen die al een band hebben met Nederland. Nederland en Duitsland hebben over het algemeen dezelfde belangen in Brussel. De internationale positie, onze doelstellingen maar ook de instelling van mensen komt sterk overeen. Er zijn ook belangrijke verschillen, maar die hoeven denk ik niet in de weg te zitten. Het is wel goed je ervan bewust te zijn dat Nederlanders geen Duitsers zijn, en Duitsers geen Nederlanders.” Waar laat zich dat zien op het zakelijke vlak? “In Duitsland bestaat van Nederlanders het beeld van handelaren, mensen met een liberale en flexibele, maar ook doelgerichte instelling. Ook als het om de economie gaat. Dat zie je bijvoorbeeld aan het eigen huis, hoe Duitsers en Nederlanders daar tegenaan kijken. Er zijn bedrijven die hebben geprobeerd het


Grote buur, beste vriend

“De band tussen Nederlanders en Duitsers wordt alleen maar sterker” Nederlandse hypotheekproduct in Duitsland op de markt te zetten, maar dat bleek geen succes. Duitsers willen hun huis gevoelsmatig in eigendom hebben, waar Nederlanders het eigen huis veel meer zien als een slimme investering. Financieel interessant als je het zakelijk benadert. Een dat ik herken in de Nederlandse politiek, bijvoorbeeld als het gaat om de liberalisering van de energiemarkt. Nederland hoeft niet alles in eigendom te hebben en gaat daarin veel verder dan Duitsland.” Nederlandse ondernemers kijken al snel naar Duitsland als ze nieuwe markten willen betreden. Ziet u nog kansen voor nieuwe initiatieven? “Ik denk dat ondernemers deskundig genoeg zijn op hun eigen terrein om kansen te herkennen, want die zijn er zeker. Er zijn al veel bedrijven die een moeder of dochter in het andere land hebben en ook direct investment vanuit Nederland in Duitsland en vice versa is hoog. Maar daarmee blijven er genoeg mogelijkheden over. Ik denk zelfs dat de band tussen Nederlanders en Duitsers alleen maar sterker wordt, ook in Agrarisch product weer in de lift Duitsland en Nederland kunnen het uitstekend met elkaar vinden, zeker als het gaat om de markt voor agrarische producten. Het tumult rondom de EHEC-uitbraak heeft weliswaar sporen nagelaten, maar “Nederlandse producten staan in Duitsland nog steeds goed aangeschreven,” zegt Sabine Raddatz, landbouw-attaché van de Duitse Ambassade in Den Haag. Volgens Raddatz staat de Nederlandse landbouw in Duitsland bekend als één van de meest innovatieve. “Duitse consumenten waarderen de kwalitatief hoogwaardige producten uit Nederland.” Om het consumentenvertrouwen terug te winnen, werkt de Duitse overheid rechtstreeks samen met de Nederlandse, onder meer in voorlichtingscampagnes. Zo heeft het Duitse ministerie van Landbouw samen met het GroentenFruit Bureau groenten aangeprezen onder de Brandenburger Tor. Daarbij werd een nieuwe flyer gepresenteerd om het vertrouwen van de consument in groenten te vergroten.

het ondernemerschap. Grensoverschrijdend ondernemen neemt eigenlijk alleen maar toe. Kijk maar naar de Deutsche Bank, die actiever is geworden in Nederland omdat het de zakelijke klanten heeft overgenomen van ABN AMRO. Maar ook heel veel kleine bedrijven investeren vanuit de grensstreek in Nederland, en omgekeerd. De stap om over de grens te gaan is klein, zeker in de grensstreek.” Welke markten bieden nog kansen? “De ondernemers die al actief zijn in Duitsland weten dit natuurlijk al wel, maar bijvoorbeeld op het gebied van energie staat Duitsland voor grote uitdagingen. Op termijn gaan alle kerncentrales in Duitsland dicht en daarom wordt nu gewerkt aan alternatieven. Dat biedt natuurlijk kansen aan bedrijven op het gebied van zonneenergie en biobrandstof. Ik denk bijvoorbeeld aan bedrijven die een oplossing hebben voor de opslag van duurzame energie. Hoe kun je energie die gedurende de dag wordt opgewekt, vastleggen voor gebruik ’s nachts, zeker als het grootschalig wordt? Duurzame energie is een terrein dat zich voortdurend ontwikkelt en er zullen steeds nieuwe en betere oplossingen nodig zijn. Daar kan de Nederlandse technologie zeker ook aan bijdragen. Ik ben er zelf nog niet geweest, maar heb gehoord over plannen voor grootschalige algenteelt voor energieopwekking in Wageningen. Dat klonk heel interessant. Kunt u aangeven wat een sterk punt is van Nederlands bedrijven? “Nederland houdt van innovatie en organisaties zijn daar goed op ingericht vind ik. Er is wat ik zou willen noemen een open, weinig formele bedrijfscultuur. Daardoor worden er sneller nieuwe dingen geprobeerd. Dat zie je in Duitsland ook wel, zeker bij grote internationale bedrijven. Het is een bedrijfscultuur waar heldere doelstellingen worden geformuleerd en vervolgens wordt daar stevig op ingezet. Ook de manier waarop beslissingen worden genomen in Nederland, waarbij je samen naar een beslissing toewerkt, is een sterk punt. In Duitsland wordt al lang met interesse naar het poldermodel gekeken.”

Ondersteuning voor Nederlandse ondernemers die de grens over willen Bij de Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) in Den Haag kunnen ondernemers terecht met al hun vragen over ondernemen in Duitsland. De handelskamer biedt ondersteuning in de vorm van marktonderzoek, hulp bij de oprichting van een GmbH of personeelsbemiddeling. Ook organiseert de DNHK seminars, onder meer over cultuurverschillen, juridische aspecten en het starten van een bedrijf over de grens. Jochen Möller: “Leden van de DNHK krijgen bijvoorbeeld korting op deze seminars en op de dienstverleningen. Het is een onafhankelijke organisatie met meer dan 900 leden in zowel Nederland als Duitsland. De cultuur is Nederlands-Duits en de organisatie is tweetalig. Heel leuk is de Nederlands-Duitse Prijs voor de Economie, voor uitblinkers in het grensoverschrijdende handelsverkeer. Vorig jaar waren onder meer Scheuten Solar uit Venlo, Van der Valk en Dura Vermeer genomineerd. De prijs werd toen gewonnen door Erfo Bekleidungswerk, een Duits bedrijf dat Nederland als belangrijkste afzetmarkt heeft.” En waar moeten ondernemers juist goed op letten, wat is belangrijk als je succesvol wilt zijn? “De verwevenheid tussen Nederland en Duitsland is weliswaar groot en mensen ‘verstaan’ elkaar tamelijk goed, vaak ook letterlijk. Bovendien spreken veel mensen Engels. Dat helpt als je zaken wilt doen met elkaar. Maar juist dan wordt het belangrijk ook de verschillen goed in de gaten te houden. Elkaar begrijpen is een begin, maar je hebt een voorsprong als je de taal van de ander heel goed beheerst. Want juist omdat men over en weer elkaar begrijpt, kun je daarin te gemakkelijk worden. Door net dat beetje extra moeite te doen voor de ander, kun je het verschil maken.”

7


thema over grenzen

Hij mag zich twee jaar lang ‘de beste zelfstandige supermarktondernemer van Nederland noemen. Met zijn lokale betrokkenheid en zijn doorzettingsvermogen is hij een voorbeeld voor anderen, meent de jury van de ZO2Z Award van het Vakcentrum Levensmiddelen. Jos van den Berg zoekt graag de grenzen op voor de groei van zijn onderneming. In enkele jaren tijd verdubbelde hij de omzet van ‘zijn’ Albert Heijn aan het

Franchisenemer Jos van den Berg is niet snel zenuwachtig zegt hijzelf. “Maar ik dacht dat ik gek werd” vertelt hij over de finaleavond in mei dit jaar van Zelfstandig ondernemer onderscheidt zich (ZO2Z), de tweejaarlijkse uitverkiezing van de beste supermarktondernemer door het Vakcentrum Levensmiddelen. Hij en zijn vrouw Diana wonnen de eretitel vanwege hun doorzettingsvermogen en hun grote lokale betrokkenheid. Ze sponsoren de D’tjes, de F’jes en de E’tjes van de Uithoornse voetbalvereniging de Legmeervogels. Alle voetballertjes tot 11 jaar sprinten rond op het veld in een compleet tenue met ‘Albert Heijn Jos van den Berg’ op de rug. 55 (!) teams in totaal. Ook de jeugdwielrenners, jeugdtennissers, de roeiers, stichting Zonnebloem, ouderbond ANBO en verschillende culturele goede doelen staan op de sponsorlijst van de Albert Heijn-franchiser. “En ik probeer elke zaterdagochtend op het voetbalveld te staan.”

Amstelplein in Uithoorn.

Jos van den Berg, franchisenemer Albert Heijn en ZO2Z-award winnaar:

‘Als de klant mis grijpt, verkoop je niks’

voor heb ik niets bijzonder gedaan. Mijn winkel moet altijd top zijn, voor de klanten. Daar ga ik heel ver in.”

met klanten die je liever kwijt dan rijk bent. Winkeldieven en junkies zorgden voor 5 procent balansverschil. “We zaten op 200 meter van de

De klant betaalt dus bepaalt, dat is kort maar krachtig de visie van Van den Berg op ondernemen. Een warm welkom, volle schappen en de producten zo aantrekkelijk mogelijk presenteren. Tijdens een rondgang door de winkel legt Van den Berg de paprika’s nog even recht. “Het moet er mooi en verzorgd uitzien, met rechte lijnen. Toen ik in 2006 deze winkel voor het eerst inliep, zag ik zwarte groentekratten. Leeg. De klant grijpt mis en je verkoopt niks. Toen wist ik al dat het op deze locatie veel beter kon.”

halte van de trein naar Den Haag. De ondernemers in de winkelstraat belden elkaar als ze de eerste junks zagen uitstappen. Als er in Den Haag ‘geveegd’ was, merkten wij dat meteen. Want dan kwamen ze allemaal naar Zoetermeer. En de politie waarschuwde ons vooraf niet. Daar heb ik wel om gevraagd, maar ze deden dat niet. En vervolgens zaten wij met het probleem.”

Drie potjes slagroom In de jaren tachtig begon Van den Berg als supermarktmedewerker bij de Albert Heijn in Hilvarenbeek. Hij had alleen wat ervaring in een campingwinkel, maar wist al dat hij wilde ondernemen. Hij mocht van de eigenaar cursusZwarte kratten sen volgen en kon enkele jaren later een Albert De ZO2Z-Award win je niet louter en alleen als Heijn-filiaal overnemen in Lith. “Daar heb ik mecenas van het lokale verenigingsleven. Er het ondernemerschap geleerd. Het was een moet een visie achter zitten. Je supermarkt moet kleine winkel en we konden niet het hele assorhelemaal top zijn en je klanten tevreden. “Om timent voeren. Een doos slagroom kon je daar kans te maken grotendeels moet je onder weggooien, ‘Ik zweer bij klantvriendelijkheid, service en de meer klaner werd te kwaliteit van het product en de medewerker.’ ten bereid weinig van vinden om verkocht. een enquête in te vullen, wat tien minuten van Maar sommige klanten wilden wel slagroom. hun tijd in beslag neemt. In de winkel zijn we op Dan ging ik naar een grotere Albert Heijn in een klanten afgestapt met de vraag of ze mee wilden ander dorp, kocht daar drie potjes slagroom en doen. Ze konden de enquête ter plekke invullen hoefde mijn klanten geen ‘nee’ te verkopen.” en dat heeft goed gewerkt. Voor de finale is de Bij zijn volgende supermarkt, in het dorpsvakjury in de winkel langs geweest. Nee, daarcentrum van Zoetermeer, kreeg hij te maken

8

Vechtersmentaliteit Van den Berg liet het er niet bij zitten. Hij hield dieven aan, belde de politie en zorgde in zes jaar tijd voor 736 geregistreerde aanhoudingen. “Dan zaten er op een donderdagmiddag 16 winkeldieven op mijn kantoor. De politie kwam langs en nam er één mee, meer mocht niet. Moest ik de anderen weer laten gaan.” Hij vocht de junks zijn winkel uit als dat nodig was. Dit moest hij zelfs bekopen met tbc-besmetting, toen hij door één van hen gebeten werd. Zijn vrouw, die tot dat moment zelf een drukke baan elders had, kon niet anders dan zijn werk overnemen in de supermarkt. Toen het filiaal in Zoetermeer dicht moest – Konmar werd overgenomen door Albert Heijn en daardoor kwamen er te veel Albert Heijn-filialen bij elkaar in de buurt – was Van den Berg daar niet erg rouwig om. Uithoorn is heel anders, maar ook hier blijft Van den Berg alert op zakkenrollers en mensen die pincodes van anderen proberen te achterhalen. “Dat laatste is nu actueel. Het valt mij meteen op als iemand zich verdacht gedraagt, dat heb ik in Zoetermeer wel geleerd.” Boven zijn bureau hangen drie televisieschermen met tientallen


beelden van camera’s die op en in de winkel hangen. Geen groezelig zwart-wit. Zelfs op klein formaat is het beeld haarscherp. “Zeven komma twee megapixels, het nieuwste van het nieuwste. Er wordt continu opgenomen. We doen er alles aan zodat onze klanten veilig kunnen winkelen.” Huiskamergevoel Toen de overname van het filiaal in Uithoorn eenmaal rond was, was Van den Berg binnen een week verhuisd. “Je moet je klanten leren kennen, vind ik. Dat is een stukje van het succes. Ook al wonen hier 30.000 mensen, Uithoorn is en blijft een dorp. Daarin moet je opgenomen worden en herkenbaar zijn. Mensen moeten het je gunnen.” De sponsoring van sportclubs en goede doelen heeft daar ongetwijfeld aan bijgedragen, want via de jeugd bereik je de ouders. Maar het blijft niet bij sponsoring. Van den Berg zoekt steeds nieuwe manieren om mensen te binden en te prikkelen. “Ik wil een goede gastheer zijn en in de winkel een huiskamergevoel creëren. We hebben enkele creatievelingen in dienst, die we speciaal hiervoor vrij roosteren. Zij organiseren knutselmiddagen voor kinderen en ze koken bijzondere gerechten in de winkel. Daar kunnen klanten verse kruiden proeven en zien hoe je ze gebruikt. Sindsdien verkopen we veel meer verse

kruiden. Door het aantrekkelijke van producten visueel te maken, verkoop je veel meer.” Van den Berg heeft nu 149 mensen in dienst en hoeft niet meer zelf in de vroege ochtenduren brood, vlees en kaas te snijden. “Bedrijfsleider Patrick doet de winkel en assistent bedrijfsleider Ina helpt hem daarbij. Mensen op wie ik kan vertrouwen. Mijn vrouw werkt meer achter de schermen en is verantwoordelijk voor bijvoorbeeld personeelszaken. Zij doet bijvoorbeeld de personeelsadministratie met Hélène Damen van GIBO Groep. Zo houd ik de handen vrij om alles eromheen te doen.” Problemen aanpakken Grensverleggend zijn ook enkele, meer praktische ingrepen. Bijvoorbeeld de hulp voor medewerkers met overgewicht, die het lukte om met ondersteuning flink af te vallen, ‘Mijn winkel moet waardoor ze zich de klanten. Daar nu veel beter voelen. Van den Berg heeft een ziektebonus voor medewerkers die jaarlijks minder dan een week verzuimen (“je merkt dat mensen niet meer thuis blijven om een paar dagen uit te zieken”). Hij organiseert twee keer per jaar een uitstapje of feestje voor medewerkers en geeft ze rond de kerst een cheque, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal gewerkte uren. Die cheque mogen ze op een feestelijk aangeklede avond besteden in de winkel. “Jongeren hebben vaak niets aan een gewoon kerstpakket, nu kunnen ze zelf kiezen. Een ze mogen die avond hun ouders en broers of zussen meenemen, zo zien die meteen ook hoe ze hier werken.”

Opvallend is het besluit om Poolse uitzendkrachten in te zetten in de vulploegen. Van den Berg: “Ik geloof erin dat de schappen altijd vol moeten liggen. Ook als de winkel ’s morgens opengaat. Tijdens groepsgesprekken die we met klanten houden, blijkt dat overdag vakkenvullen in de ergernis-top5 staat. Dat moest dus anders. Veel mensen hebben geen zin om vakken te vullen om half vier ’s ochtends, deze Poolse medewerkers wel. De winkel is nu helemaal klaar als we ’s morgens opengaan.” Tijdens de feestdagen zet Van den Berg helemaal groots in. Producten die geliefd zijn rond de kerst - en dus altijd òp - koopt hij ruim in en houdt ze op voorraad in gehuurde kelderboxen en koel- en vriescontainers. “Rosbief, afbakstokbrood, je zult altijd zien dat deze producten vlak voor de kerst niet meer bij te bestellen zijn. Heel slecht vind ik dat. Daarom leg ik ruim van tevoren een voorraad aan - overigens tegen de regels van het hoofdkantoor in. Maar als Albert Heijn niet kan leveren, heeft de klant daar last van. En dat kan ik niet accepteren.” Altijd groei Hard werken, continu zoeken naar vernieuwing en verbetering, het is de handtekening van Jos van den Berg onder zijn werk. De omzet van zijn supermarkt is sinds de overname in 2007 verdubbeld. Zit er nog groei in? “Jazeker, we gaan verbouwen en dan gaan we van 1.100 naar 1.850 m2 vloeroppervlak. Er is altijd groei mogelijk. Hier in de buurt ligt een bussluis en die gaat weg. Dan kunnen we meer klanten trekken uit de wijken die daarachter liggen. Zelfs in deze tijd zitten we op plus zes procent en dat is goed voor een supermarkt. Maar er blijven nog genoeg kansen liggen… Als je vlees of kaas snijdt, altijd top zijn voor denk ik altijd: ga ik heel ver in.’ biedt mensen een plakje aan om te proeven. Dat soort dingen is zo belangrijk. Het kan altijd beter.” Voor acties en naamsbekendheid gaat hij in de toekomst veel meer gebruik maken van social media zoals Facebook en Twitter. “Op maandag posten we de beste bonusacties van die week op Facebook en op dinsdag een lekker makkelijk recept. Op donderdag posten we de beste bonusaanbieding voor het weekend en op vrijdag een recept – en dat wordt die dag in de winkel klaargemaakt door Birgit, onze medewerker die toevallig ook nog ‘ns heel goed kan koken. De mensen bij je producten betrekken met behulp van social media, dat heeft volgens mij de toekomst.”

9


thema over grenzen

EHEC-uitbraak treft Van der Plas Sprouts ook zonder bacterie De nachtmerrie van iedere ondernemer: ergens in Europa gaat er iets mis. Er wordt al snel met een beschuldigende vinger gewezen naar een sector, toevallig de sector waarin uw bedrijf actief is. De kwestie loopt gierend uit de bocht en ook al heeft u er part noch deel aan, uw onderneming komt van de ene op de andere dag in een crisis terecht.

Het overkwam kiemgroenteteler Van der Plas Sprouts uit Broek op Langedijk. Als gevolg van de EHEC-uitbraak in Duitsland kwam het familiebedrijf in woelige wateren terecht. Dochter Eva van der Plas, verantwoordelijk voor marketing en pr, kreeg een spoedcursus bedrijfscommunicatie in de praktijk. “Het kwam heel onverwacht, maar we begrepen onmiddellijk de ernst van de zaak. Wat we goed hebben gedaan? We zijn heel open geweest, vanaf het begin.” Donker schuurtje “Het ging heel snel. Toen eind mei de eerste mensen ziek werden en komkommers en tomaten verdacht waren, had mijn vader al het voorgevoel dat de volgende groente wel eens taugé zou kunnen zijn. We hadden onze producten daarom al in die eerste weken laten testen maar er was niets gevonden. Op zondag 5 juni hoorden we de eerste geruchten dat taugé de bron van de EHEC-uitbraak zou kunnen zijn. We begrepen onmiddellijk de ernst van de zaak. Diezelfde dag werd er al gebeld: afnemers die hun bestellingen cancelden.” Eva van der Plas blikt terug op de periode waarin het bedrijf bijna lam werd

10

gelegd. “Er kwam meteen veel pers op af. Dat ben je niet gewend in deze sector. We hebben heel snel gehandeld om de crisis zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Er is maar een handvol kiemgroentetelers in Nederland en die zijn allemaal hier naar het bedrijf gekomen. We hebben een gezamenlijke woordvoerder aangewezen en zijn samen naar buiten getreden. Op televisie was een donker schuurtje te zien geweest waar in Duitsland taugé werd gekweekt. Hier is dat heel anders, hygiëne is enorm belangrijk en we hebben alle certificaten. Daarom hebben we de pers een rondleiding gegeven zodat iedereen met eigen ogen kon zien dat dit een heel schone sector is.” Geruchten en onwaarheden Je hebt alle hygiënecertificaten en een onberispelijke staat van dienst. En toch word je meegezogen in een drama waar je onderneming eigenlijk geen partij in is. Vooral geruchten en onwaarheden zijn lastig te bestrijden. Het nieuws neemt dan een loopje met je, vindt Eva van der Plas. “Op dinsdag stond er een bericht in de regionale krant dat we mogelijk failliet waren. Dat was

natuurlijk helemaal niet zo, maar de verslaggever had ons op Pinkstermaandag gebeld en er was niet opgenomen. Het gerucht was niet juist dus, maar zorgde wel weer voor een nieuwe stroom onrust. Heel vervelend, onder meer voor onze medewerkers die toch al bang waren hun baan te verliezen. Als ondernemer moet je achteraf steeds weer van alles uitleggen. Op een gegeven moment werd er een variant van de EHECbacterie gevonden op de rosabikiemen (roze bietenspruiten). Dat komt in het nieuws, maar veel mensen weten niet dat het hier om een andere, niet-schadelijke variant gaat. Er wordt ook niet bij verteld dat iedereen allerlei bacteriën bij zich draagt, ook van dezelfde familie als de EHEC-bacterie, maar dat die vaak helemaal geen kwaad kunnen. De slechte informatievoorziening is ons tegengevallen, daar kun je als ondernemer heel weinig tegenin brengen.” Werktijdverkorting Als ondernemer moet je meteen handelen, tijd voor bezinning is er nauwelijks. Vader Theo, dochter Eva en zoons Pepijn en Sven, allen werkzaam in het familiebedrijf, krijgen amper tijd om


bij te komen van de schrik. Omdat de afzetmarkt van de ene op de ander dag wegvalt, is er geen werk meer voor alle medewerkers van Van der Plas Sprouts. Eva: “We hebben hier in een gewone week 100 mensen aan het werk, waarvan 53 in vaste dienst. In de eerste week hebben we alle oproepkrachten en scholieren meteen moeten afbellen. Gelukkig begrepen ze het wel maar je voelt je toch schuldig. Omdat we wisten dat het lang kon duren hebben we de tijdelijke contracten niet verlengd.” Voor de vaste krachten besluit het bedrijf werktijdverkorting aan te vragen, maar dat blijkt niet zo eenvoudig. “Kijk,” zegt Eva en ze laat een dikke map vol papier zien, “dit is de aanvraag voor de eerste periode van zes weken. Daarna moet je weer een nieuwe aanvraag voor werktijdverkorting indienen.” Via LTO Noord wordt de hulp ingeroepen van Pauline Bouwmeister, adviseur Personeel & Organisatie van MKB Adviseurs, het adviesbureau van de GIBO Groep. “Dat was heel fijn, want Pauline is heel deskundig. Ze weet precies wat er moet gebeuren; wie er in de aanvraag kan worden meegenomen en wie niet. Ze kent de contactpersonen bij het ministerie van Sociale Zaken zodat je snel informatie kunt inwinnen als dat nodig is. Zo hebben we de aanvraag in korte tijd kunnen regelen. Heel belangrijk als je bedrijf van de ene op de andere dag geen inkomsten meer heeft.” Werktijdverkorting: wanneer en hoe Een Nederlands bedrijf dat te maken krijgt met vraaguitval zoals in de EHEC-crisis, kan werktijdverkorting aanvragen voor haar medewerkers. De overheid heeft hiervoor een regeling ingevoerd om werkgevers te beschermen tegen buitengewone omstandigheden die niet onder de normale ondernemerschaprisico’s vallen. Om in aanmerking te komen moet het bedrijf voldoen aan enkele voorwaarden:  De werkvoorraadvermindering moet ten-

minste twintig procent zijn.  De werktijdverkorting moet minimaal

twee tot maximaal 24 weken duren. Een bedrijf dat aan deze voorwaarden voldoet, krijgt voor de betreffende werknemers een WW-uitkering voor de niet-gewerkte uren, vanaf de datum waarop de aanvraag is ontvangen. De aanvraag voor werktijdverkorting moet worden ingediend bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De regeling voor werktijdverkorting houdt in dat medewerkers in vaste dienst een WW-uitkering kunnen aanvragen bij het UWV voor de nietgewerkte uren. Maar dat kan pas vanaf het moment dat de aanvraag bij Sociale Zaken is binnengekomen. De looptijd is zes weken, daarna kun je opnieuw een aanvraag indienen, ook weer voor een termijn van zes weken. “De eerste termijn eindigde op 21 juli, de tweede loopt tot en met 2 september. Van de eerste aanvraag met Pauline hebben we veel geleerd en nu kunnen we het zelf, samen met de accountant. Ik verwacht dat we nog een derde termijn nodig hebben, een vierde hopelijk niet meer.” Geen EU-steun Steun is er gelukkig ook voor de getroffen ondernemers, veel steun zelfs. “Vanaf de eerste dag komen er e-mails en telefoontjes binnen. We hebben nu, twee maanden later, zeven A-4’tjes vol e-mails met steunbetuigingen ontvangen. Ook bieden mensen hulp aan en is er veel begrip voor onze situatie. Bovendien hebben we het geluk dat je kiemgroenten in twee weken tijd kunt oogsten, wij kunnen dus in korte tijd omschakelen als dat moet. Daardoor hebben we niet veel hoeven weggooien.” Ondanks de morele steun is er voor de kiemgroentetelers geen financiële steun vanuit de EU. “Andere productgroepen, zoals die van tomaten en aubergines, krijgen wel steun. Maar wij zijn te klein en hebben daardoor geen stem in Brussel.” Dat het weer goed komt, daar heeft Eva alle vertrouwen in. Al zal het nog lang duren voordat de markt helemaal hersteld is. “We hebben een heel betrouwbaar product dat goed te controleren is, vanaf het moment van zaaien tot in

de winkel. We oogsten elke dag, kiemgroenten zijn dus altijd vers. Ook midden in de winter. De Nederlandse markt is nu weliswaar afgenomen, maar we horen van klanten dat ze er wel in blijven geloven. Vandaag kregen we toevallig de eerste order weer binnen uit Duitsland – die markt heeft zes weken helemaal platgelegen. Frankrijk en Spanje beginnen ook net weer een beetje te komen, maar in Italië en Denemarken ligt het nog steeds helemaal stil. Ik verwacht dat het herstel twee jaar zal duren, maar dat we met de kerst wel weer een opleving zullen zien.” ‘Weer een leermomentje’ De familieband is alleen maar sterker geworden vertelt Eva, ondanks de tegenslag en de spanningen. “Mijn vader, broers en ik vormen een hecht team, heel eensgezind en dat is onze kracht geweest. Een situatie als dit overkomt je, je bent hier niet op voorbereid en je weet dus niet altijd wat het beste voor je bedrijf is. In drie weken tijd heb ik voor vijf jaar werkervaring opgedaan. Hoe vaak we niet tegen elkaar hebben gezegd: ‘weer een leermomentje’. Dat de media er ook nog eens bovenop zaten was heel vervelend, maar we hebben veel gehad aan de samenwerking met andere kiemgroentetelers. En het was een goede beslissing om openheid van zaken te geven, te laten zien dat je niets te verbergen hebt. Dat is nodig om het vertrouwen in ons product terug te krijgen.” Dat een familiebedrijf ook een nadeel kan zijn, omdat nu de héle familie Van der Plas getroffen is, daar is Eva het niet helemaal mee eens. “We zijn weliswaar allemaal getroffen, maar juist omdat we een hechte familie zijn stonden we er tenminste niet alleen voor.”

Eva van der Plas: “In drie weken heb ik voor vijf jaar werkervaring opgedaan”

11


thema over grenzen Op voer voor konijnen zit 6 procent btw; op voer voor cavia's zit 19 procent btw.

Wie niet uitkijkt met btw, loopt kans op flinke strop

Btw: het lijkt een zo’n voor de hand liggende belasting van 19, 6, een vrijstelling en soms 0 procent. Dat is een misvatting, want het ligt vaak veel complexer. Wie niet uitkijkt, loopt tegen een flinke strop of een boete aan. Vaak uit onwetendheid. De btw-experts Emile Zijlstra van de GIBO Groep in Assen en Michel Toet van Flynth in Naaldwijk illustreren dat met enkele voorbeelden uit hun eigen praktijk. Eerst maar een misverstand wegwerken. Van

btw te blijven. Dat wil niet zeggen dat er geen

Narigheid

het betalen van btw is in beginsel niemand

situaties zijn waarbij ze toch met deze omzetbe-

De fiscalisten Emile Zijlstra en Michel Toet wer-

vrijgesteld. In tegenstelling tot wat menigeen

lasting te maken hebben.

ken sinds het samengaan van Flynth en de GIBO

denkt, blijven stichtingen, verenigingen, instel-

Groep intensief aan dit soort kwesties. “We

lingen, scholen, ziekenhuizen, boeren en tuin-

Cavia’s en konijnen

versterken elkaar op het vlak van btw-expertise:

ders niet buiten schot. De btw-wetgeving kijkt

Het luistert allemaal heel precies, want de regels

meer kennis, meer uitwisseling, nog beter de

niet naar de rechtsvorm. In principe valt iedere

zijn heel subtiel. Bijvoorbeeld: op voer voor

zaak tegen het licht houden.” Ze zien in de prak-

ondernemer onder de regeling. Zodra er een

konijnen zit 6 procent btw. Voor cavia’s is dat 19

tijk regelmatig voorbeelden, waarbij door onder-

betaalde dienst wordt verleend (waarde wordt

procent. Waarom? De wetgeving ziet konijnen

nemers te licht naar de btw is gekeken. Met alle

toegevoegd) is het betalen van btw aan de orde.

als onderdeel van de voedselketen. Ze worden

narigheid van dien. “Het komt veel meer voor

Iedereen moet deze omzetbelasting in rekening

gegeten. Voor cavia’s geldt dat niet. Weliswaar

dan gedacht.”

brengen wanneer een dienst verricht is of een

staan ze in Zuid-Amerika op het menu, maar in

Zo vierde een 100 jaar oude school in

product geleverd, waar een betaling tegenover

Nederland is dat niet het geval. Dus de wet ziet

Amsterdam feestelijk de opening van een

staat. Omgekeerd kan hij of zij btw terugvorde-

ze niet als voedsel, maar als huisdier. Dat is een

nieuwe sporthal. De hal was op eigen terrein

ren. Een btw-nummer is vereist.

kleine kwestie. Maar het kan ook om groot geld

gebouwd. Een flinke tijd later kwam de domper:

gaan, zoals een ondernemer die zijn bedrijf ver-

er viel een aanslag van de fiscus op de mat voor

Als uitzondering op de regel zijn prestaties

koopt, daarbij ervan uitgaat dat hij van de koop-

19 procent btw over de actuele waarde van de

binnen het onderwijs, de gezondheidszorg of

som 19 procent btw mag aftrekken en dit ook zo

ondergrond plus een boete. De school met de

het verenigingswerk in beginsel vrijgesteld van

met de koper afspreekt. Een misrekening, want

fonkelnieuwe sporthal was overdonderd. Ze

btw-heffing. Deze instellingen mogen geen btw

wie een heel bedrijf verkoopt, mag geen btw in

werkten nooit met btw en ze vroeg ook nooit

in rekening brengen voor prestaties, maar zij

rekening brengen. Vervelend is dat de koper de

iets terug, dus hoezo een aanslag en een boete?

kunnen ook geen btw terugvorderen. Om die

ten onrechte in rekening gebrachte btw niet in

En de hal stond nota bene op eigen grond! De

reden voeren die instellingen vaak geen btw-

aftrek mag brengen. Dit betekent dat de prijs

Belastingdienst was echter van mening dat hier

administratie. Ook boeren en tuinders kunnen

van het bedrijf 19 procent duurder uitvalt.

sprake was van verkoop van de sterk in waarde

(onder voorwaarden) ervoor kiezen om buiten de

12

gestegen ondergrond aan de school annex


sporthal zelf: 300 vierkante meter à 250 euro per vierkante meter: oftewel 14.250 euro btw plus boete. Uiteindelijk lukte het om een streep door de aanslag te krijgen. Veel narigheid dus, wat de school had kunnen voorkomen door van tevoren zaken anders op papier te regelen en goed te formuleren. Uitlenen van personeel In het onderwijs en de zorgsector is het over en weer uitlenen van personeel een veelvoorkomend fenomeen. Op de ene school is de leraar aardrijkskunde langdurig ziek, een docent van een andere school valt in. Zijn school stuurt

Links Emile Zijlstra van de GIBO Groep in Assen en rechts Michel Toet van Flynth in Naaldwijk.

daarvoor een rekening. De belastingdienst ziet de betreffende school dan als een soort uitzend-

Nederland opgaf en betaalde. Fout. Aangezien

den afgedragen en moet dat alles ook worden

bureau, dat btw verschuldigd is. “In de zorgsec-

het om een villa in Frankrijk ging, had hij in

geregistreerd. In de praktijk gebeurt het niet.

tor komt dat uitlenen veelvuldig voor. Op jaar-

Frankrijk volgens de Franse regels btw moeten

“Webshops zijn zich daarvan vaak niet eens

basis gaat het dan al snel om tonnen, soms zelfs

opgeven. Om het nog even erger te maken, de

bewust, maar het gaat onderhand wel om mil-

miljoenen euro’s aan btw,” geeft Emile Zijlstra

in Nederland betaalde omzetbelasting kreeg hij

jarden, die de overheden mislopen,” constateren

de ernst van de zaak aan. “Door vooraf zaken

aanvankelijk niet terug. Ook al was de factuur

de beide deskundigen. In feite is er sprake van

goed te regelen conform de voorschriften, zijn

onjuist, de btw moest hij toch afdragen. Daarna

fraude. De vraag is hoe lang overheden dit nog

problemen met de btw te voorkomen. Gaat het

crediteren was buitengewoon lastig, omdat dat

toelaten.

mis, dan is het dubbel vervelend, want de ene

aan allerlei regels moet voldoen. Toets vooraf

school of instelling moet btw betalen, maar de ander kan dat bedrag niet terugvorderen. Het is

Webshops

Zo kunnen Emile Zijlstra en Michel Toet nog

allemaal te voorkomen door vooraf de zaken te

En dan internet. Wie daarop activiteiten en

meer voorbeelden geven, waarbij btw voor

regelen met een adviseur.”

handel ontplooit, gaat al heel snel over grenzen

verrassingen zorgt. Er zit een duidelijke bood-

Bij overheidssubsidies is het eveneens oppas-

heen. Webshops hebben binnen de kortste

schap in: wees alert, want iedere handeling kan

sen geblazen, want ook hier ligt btw op de loer.

keren overal klanten. Ze melden zich vanzelf.

verstrekkende btw-gevolgen hebben. Een toets

Heel onschuldig organiseert een stichting met

Strikt genomen moet (bij veel verkopen) in elk

vooraf is raadzaam. Dat is beter dan repareren

een dikke subsidie van de gemeente een groot

land de btw volgens de regel van dat land wor-

achteraf, als dat al mogelijk is.

eenmalig popconcert. Het is zo’n succes dat de stichting het jaar daarop opnieuw een soortgelijk concert op touw zet. Dan komt de fiscus

Bij een eenmalig concert is geen btw verschuldigd, wel bij terugkerende evenementen.

plots met een btw-aanslag. Is het evenement eenmalig, dan is er geen btw aan de orde. Maar is het terugkerend, dan is wel omzetbelasting verschuldigd. “Het zangkoor dat jaarlijks een concert geeft en daarvoor entree heft, zou feitelijk ook omzetbelasting moeten betalen. Het gebeurt niet, maar eigenlijk moet het wel,” licht Michel Toet toe. “Het komt hier heel sterk aan op de juiste formulering, zowel bij de subsidiegever als bij de ontvanger.” Villa in Frankrijk Het buitenland is ook een valkuil. Een Nederlander met grond in Frankrijk liet een bevriende Nederlandse architect een mooie villa ontwerpen, te bouwen in Frankrijk. De architect schetste een fraai geheel en diende daarvoor een rekening met btw in, die hij netjes in

13


thema over grenzen

Mr. drs. Emile Zijlstra FB van de GIBO Groep in Assen, notaris mr. Hugo Brouwer van Trip Advocaten en Notarissen in Groningen en Michel Toet FB van Flynth in Naaldwijk zitten gebroederlijk aan tafel. Straks hebben ze overleg met een cliënt. Hun samenzijn is tekenend voor een werkwijze die meer en meer ingang vindt. Verschillende specialisten – fiscaal, notarieel, accountancy, advocatuur – buigen zich gezamenlijk over een meer complexe zaak, om deze tot een goed einde te brengen.

Specialisten samen aan tafel bij complexe zaak “Twee weten meer dan één,” geeft notaris Brouwer kernachtig het voordeel

“Het heeft alleen maar voordelen als je gemakkelijk kennis uitwisselt,”

weer. “Er zitten tegenwoordig zoveel aspecten aan een zaak, dat voor een

meent notaris Brouwer van Trip Advocaten & Notarissen in Groningen. Zijn

brede en juiste advisering meerdere specialisten nodig zijn. Het is in het

kantoor brengt de expertise in rond het notariaat en de advocatuur, de

belang van de klant, dat hij het beste advies krijgt. Je moet dan ook over

accountantsbureaus Flynth en de GIBO Groep de expertise op het gebied

de grenzen van je eigen vakgebied kunnen én durven kijken.” Situaties

van accountancy en fiscaliteit (met name btw), specifiek voor de land- en

waarin de specialisten met elkaar rond de tafel gaan zitten doen zich bij-

tuinbouwsector en het MKB. Daarin is de combinatie GIBO Groep / Flynth

voorbeeld voor bij het verdelen van een onderneming en de boedel bij een

toonaangevend.

echtscheiding of een sterfgeval, of bij de verkoop van een bedrijf. Dikwijls

Gezamenlijk wordt er in zo’n overleg de zaak besproken, maar ook afgewik-

staan er miljoenen euro’s op het spel.

keld. Wat speelt er? Wat moet er gebeuren? Zien we niets over het hoofd?’ Het zijn de vragen die in het overleg op tafel komen. “De basis is wel dat

Vanzelf gegroeid

je elkaar volledig kunt vertrouwen. Anders werkt het niet,” geeft notaris

Het is eigenlijk vanzelf gegroeid. Een cliënt klopte bij het accountantskan-

Brouwer als belangrijke randvoorwaarde aan.

toor aan, maar er zat ook een notariële kant aan de zaak. Al snel gingen accountant en notaris samen aan tafel zitten. Het omgekeerde gebeurde

Complexe vraagstukken

ook. Er is een zeer geregeld overleg uitgegroeid. De klant vindt dit prima,

Binnen het accountantskantoor gebeurt in feite hetzelfde, stelt fiscalist

want hij is gebaat bij zoveel mogelijk expertise. “Er is nog nooit een klant

Michel Toet, die zich gespecialiseerd heeft in complexe btw-vraagstukken.

geweest, die aangaf dat hij die samenwerking niet wilde. Onze klant wil

“Als zich iemand meldt die een pluimveebedrijf wil verkopen, haal ik er

gewoon dat de zaak op de beste manier wordt opgelost,” stelt fiscalist

direct een adviseur van ons bij die alles afweet van pluimveehouderij.

Emile Zijlstra van de GIBO Groep vast.

Hoe het zit met pluimveerechten en de korting daarop bij verkoop, of met

14


Accountant, fiscalist, btw-expert, notaris en advocaat vormen team

Klant plukt vruchten samengaan Flynth en GIBO Groep Klanten profiteren niet alleen van de gezamenlijke aanpak van hun vraagstuk door accountants, fiscalisten, notarissen, advocaten en specialisten. Ze plukken ook de vruchten van het samengaan van Flynth en de GIBO Groep, stellen Emile Zijlstra en Michel Toet. De twee accountantsbureaus versterken elkaar. Zo is er een btw-groep gevormd onder leiding van Rob Zevenbergen, waarin de specialisten van beide accountantsbureaus samen zitten met enkele medewerkers van het bureau Vaktechniek van de GIBO Groep. Zo wordt elk vraagstuk van alle kanten nadrukkelijk belicht ammoniak.” Dat intern uitwisselen heeft een extra push gekregen dankzij het samengaan van Flynth en de GIBO Groep (zie kader). Een stap verder gaat de samenwerking ‘over de grenzen heen’ met andere gespecialiseerde bedrijven. In het verleden gebeurde dat ook, maar dan bleef het vaak beperkt tot één of meer specifieke vragen. Nu buigen alle partijen zich gezamenlijk over de zaak. “Het werkt heel praktisch,” constateert Emile Zijlstra. “Als ik met de klant aan tafel zit en er is een acute vraag over een notariële kwestie, pak ik de telefoon en krijg ik meteen antwoord. Vroeger moest je de vraag noteren en vervolgens maar zien dat je de notaris te pakken kreeg. En het is voordeliger. Wij kunnen wel een akte op papier zetten, maar dan moet die vervolgens ter controle naar een notaris. Het is veel beter dat de notaris in een keer die akte zelf opmaakt. ” Over en weer maken ze zo gebruik van elkaars specialismen. “Je kunt niet alles

en wordt er over en weer geklankbord. De opzet is om ingrijpende trajecten van cliënten tot een goed einde te brengen. In dat licht past ook het serviceplan dat Flynth en de GIBO Groep nu hanteren. Dat plan is erop gericht om goed in ogenschouw te nemen wat er precies bij een klant speelt en welke specialisten nodig zijn om oplossingen te bieden. Emile Zijlstra geeft een voorbeeld van een klant die bij de GIBO Groep binnenkwam met een plan voor nieuwbouw. Er zaten juridische haken en ogen aan, maar ook heel specifieke btw-aspecten. Juist aspecten waarmee btw-specialist Michel Toet van Flynth Naaldwijk veel ervaring had. “Intern kijken wij dus ook over onze grenzen heen. Zo zorgt samengaan voor snelheid en voor het beste advies.”

weten. Ik haak af als het om btw-zaken gaat. Dat is me te specialistisch. Wij zijn als notarissen weer heel sterk als het over overdrachtsbelasting

Geen garantie

gaat,” betoogt notaris Brouwer.

Dat diverse specialisten samen naar een zaak kijken, is geen garantie dat elke zaak ook tot een goed einde wordt gebracht. “Dat moet je goed

Specialistische kennis

communiceren,” vindt notaris Brouwer. “Ik kom vaak genoeg tegen dat

Het is een logisch gevolg van de meer ingewikkelde regelgeving. Daarvoor

een klant bij het weggaan zegt ‘succes notaris met het afwikkelen van uw

is specialistische kennis nodig. Kon vroeger een accountant, een notaris

probleem’ in de veronderstelling dat het goed kom. Dan zeg ik ‘ho,ho, het

of een advocaat het hele terrein overzien, nu is dat niet meer mogelijk.

is úw probleem. Ik doe mijn best om het op te lossen’.” Door klanten voort-

Samen bepalen ze de marsroute. “We overleggen zelfs wie er het beste

durend op de hoogte te houden, krijgen ze een indruk van de kans van

met de inspecteur van de belastingen kan overleggen. De ene keer is dat

slagen. “Dan nog worden wij weleens verrast door een uitspraak van de

de fiscalist, maar het kan ook zo zijn dat het beter is dat de notaris contact

belastinginspecteur. En er zijn nu eenmaal ook problemen die niet zijn op

heeft of zelfs dat de klant erbij zit. Het gaat om het bereiken van het beste

te lossen. Maar onze intentie is dat we binnen de wettelijke mogelijkheden

resultaat.”

tot het uiterste gaan.”

15


thema over grenzen

Nieuw perspectief voor Het Oude Ambacht

Het leven is wat je overkomt, terwijl je bezig bent andere plannen te maken. Dit citaat van John Lennon is voor veel mensen herkenbaar. Zeker voor de familie Van Zon van Tingieterij Het Oude Ambacht. Het plan was om stapsgewijs het bedrijf over te dragen van oom Ties op neef Martijn. Eerst het ambacht en in verloop van tijd de rest van het bedrijf. Het leven nam een andere wending. De oom overlijdt onverwacht. Aan de nabestaanden de moeilijke keuze: beëindigen we het bedrijf of kunnen we het voortzetten? In het Gelderse Alphen, aan de oever van de Maas, ligt tingieterij Het Oude Ambacht. Het ambachtelijke bedrijf is door Ties van Zon in 1988 opgericht. Corry van Zon vertelt: “Mijn man werkte bij een metaalwarenfabriek in Tiel op de tinafdeling. Daar heeft hij het vak in de praktijk geleerd. Ook in zijn vrije tijd was hij bezig met tin bewerken voor vrienden en kennissen. In de garage had hij een eigen werkplaatsje ingericht. Ties had het wel eens over een eigen bedrijf en toen de afdeling onverwacht werd opgeheven en hij op straat kwam te staan, was het alles of niets.” Met de slimheid en handigheid, die een echte ondernemer kenmerken, wist hij de inventaris van de opgedoekte afdeling voor schrootprijs te bemachtigen. Ondanks dat voordeel betekende de bedrijfsstart voor het echtpaar een duik in het ongewisse. Corry: “We moesten ons huis verkopen. Daar hebben we het perceel met de werkplaats voor teruggekocht. Later hebben we er zelf een woonhuis en showroom bijgebouwd,” vertelt ze trots. Huisleverancier van KNVB Tingieterij Het Oude Ambacht kreeg bij de opstart hulp van de heer Wolthoorn, oud-direc-

16

teur van een grote papierfabriek in de regio. De familie Van Zon was met hem in contact gekomen via het Ondernemersklankbord: een netwerk van gepensioneerde ondernemers, die belangeloos actieve ondernemers adviseren. Corry: “Hij adviseerde ons onder meer om de focus te richten op relatiegeschenken voor bedrijven en instellingen en directe verkoop aan particulieren. De zaken namen een vlucht en in het startjaar haalde Ties bijvoorbeeld de KNVB als klant binnen.” Inkomsten kwamen ook deels uit toerisme. Mensen waren geïnteresseerd in het ambachtelijke proces, het gieten en het forceren. Bij het forceren wordt van een platte schijf tin op de draaibank een vaasje of ander gebruiksvoorwerp gebogen. Dankzij de bijna rampzalige hoogwaterstand in de Maas in 1993 en 1995 nam het bezoek een vlucht. Corry: “Bussen vol toeristen kwamen op het hoge water af. Bij ons konden ze een tussenstop maken voor een kopje koffie, om op de dijk te kijken, maar ook in de werkplaats. Ties vertelde over het ambacht en dat sprak de mensen aan. Toen het water gezakt was, bleven de gasten komen. We ontvingen ze eerst in onze woonkamer. In 1995 hebben we een aparte ontvangstruimte gebouwd.”

Onverwachte wending Martijn van Zon was van kleins af aan al vaak te vinden in de werkplaats van zijn oom, eerst tijdens zijn schoolperiode om een zakcentje bij te verdienen. Na enige tijd ging hij het werk echt leuk vinden en waarderen, en ging hij ging er werken. Ties en Corry hadden zelf geen kinderen en Martijn werd hij de beoogde opvolger. Hij volgde de opleiding werktuigbouwkunde en leerde het gieten en forceren van zijn oom. In 2008 overleed Ties van Zon op 60-jarige leeftijd totaal onverwacht. Corry was 61, Martijn was net 27. Corry stond er ineens alleen voor, terwijl het persoonlijke verdriet geen ruimte overliet voor alle zakelijke details die geregeld moesten worden. Corry: “Mijn eerste impuls was: laten we de stekker er maar uittrekken.” “We moesten de geplande demonstraties afzeggen; het was juist de drukste tijd van het jaar,” vult Martijn van Zon aan. “Daarna heb ik de taken van mijn oom wel op me genomen, maar daar moest ik mijn eigen draai in vinden. We kwamen er op de harde manier achter hoe bepalend mijn oom was voor het bedrijf.”


Praten en vertrouwen Corry: “Daarna kreeg ik de rust om goed na te denken. Hoe moet het nu verder? Het zakelijke en het privé is in een familiebedrijf zeer verweven. Alle opties moesten helder worden voor me. Dat deed ik ook door veel te praten met mensen die ik kan vertrouwen.” Eén van die mensen is cliëntadviseur Wijnte Hol van de GIBO-vestiging in Geldermalsen. “Sinds begin 2008 ben ik betrokken bij de onderneming,” licht Wijnte toe. “Ik heb Ties van Zon maar kort gekend. Hij was een zeer innemende man. Ik ben hier een paar keer geweest, het voelde als een warm bad en het was al donker als ik weer wegging.” Corry: “Martijn en ik konden op Wijnte terugvallen. We hebben veel gesproken. Ikzelf moest ‘het’ gewoon kwijt. Ik noem Wijnte ook wel eens onze maatschappelijk werker. Het hielp enorm. Toen ik wat meer rust kreeg, kwam ook de vastberadenheid om door te gaan met het bedrijf. Uit respect voor Ties en voor de toekomst van Martijn.”

“We gaan de goede kant op.” “Na zo’n verlies voelt het alsof je er helemaal alleen voor staat,” belicht Wijnte de situatie waarin Corry zich bevond. “Dat maakt onzeker. Ik heb vaak genoeg tegen Corry gezegd dat haar gevoelens, twijfels en gedachten niet vreemd zijn. Dat overkomt een ieder die in zo’n situatie komt te staan.” Corry: “Wijnte gaf me de bevestiging die ik nodig had. Het gaat goed, we gaan de goede kant op, zei hij dan.” De situatie van ‘hoe nu verder?’ duurde ongeveer een jaar. Martijn: “We hebben ons erdoor geslagen. Het ambacht zelf had ik dan wel onder de knie, maar ik kwam erachter wat ik nog niet wist. Ik wist wel wat er moest gebeuren, maar niet precies hoe ik dat moest aanpakken. Er ligt zoveel werk dat opgepakt moet worden, dat je van alles tegelijk wilt gaan doen. Zonder je focus echt op één aspect te leggen. Dat vreet energie. Ook op advies van Wijnte heb ik toen keuzes gemaakt. Maximaal twee bussen met gasten per dag. Ook het idee dat ik de boekhouding er wel bij kon doen, heb ik al snel laten varen. Dat laten we nu doen bij de GIBO Groep.” Nieuwe stappen Het verdriet en de twijfel bij Corry hebben plaatsgemaakt voor vastberadenheid. Wijnte: “Nu moeten we wel verder en stappen gaan zetten, heb ik toen tegen Corry en Martijn gezegd. Ze moesten hun wensenlijstje voor de toekomst opmaken. Dat was ook het moment dat we wederom een adviseur via het Ondernemersklankbord, de heer Buur, in de arm hebben genomen. Om de belangen zuiver te houden, heeft hij Corry in dit deel van het traject bijgestaan. Ikzelf heb Martijn verder geholpen bij het vaststellen wat er nodig was

Bekend van radio en tv Even stond Martijn van Zon volop in de schijnwerpers. De aanleiding was een ongelukje. Een speler van Ajax had de kampioensschaal laten vallen tijdens de triomftocht in een open bus. Toeval wilde dat Real Madrid hetzelfde was overkomen. Martijn was – als maker van de prestigieuze schaal – daarna te gast in verschillende radio- en televisieprogramma’s. Meest gestelde vraag was of hij de schaal heeft moeten oplappen. “De schaal heeft een plek gekregen zoals die nu is, beschadigd en wel. Hij verbeeldt het roerige seizoen 2010-2011 en de hectische ontknoping van de competitie,” lacht Martijn.

voor een verantwoorde overname. Daarna hebben we de wensen op tafel gelegd en heb ik de denktank bij de GIBO Groep, in de persoon van fiscalist Ed Schregardus die zeer gespecialiseerd is in de belastingtechnische kant van dit soort overdrachten, aan het werk gezet om een plan te maken voor een gefaseerde overdracht.” De eerste fase van de overdracht was de oprichting van een commanditaire vennootschap, nu zo’n anderhalf jaar geleden. Corry wil wel betrokken zijn, maar niet té. “Alles voelt nog zo ‘van Ties en mij’. Martijn moet zelf zijn weg vinden,” lacht Corry. Voor Martijn is de hoofddoelstelling voor de komende jaren helder: “Er moet winst gemaakt worden. Corry behoort te krijgen wat haar toekomt en ik wil verder investeren in het bedrijf. De recente media-aandacht is in elk geval een extra boost geweest voor ons, waar we op ingespeeld hebben met miniatuur kampioensschalen voor supporters. Wat dat betreft ben ik Ajax natuurlijk erg dankbaar.”

De hand van de meester Martijn heeft het ambacht geleerd van een ware meester. In de ontvangstruimte staat een elegant vaasje. Corry pakt het op: “Ties maakte deze vaasjes uit één plaatje tin.” “Dat is mij nog nooit gelukt,” reageert Martijn. “En dat is geen schande. Enige tijd geleden hadden we hier een paar gepensioneerde heren die ook als forceur hadden gewerkt. Zij zeiden unaniem dat zo’n vaasje alleen uit twee plaatjes gemaakt kon worden. Maar Ties maakte ze écht uit één stuk,” benadrukt Corry. “Voor mij is dat dus ook nog een doelstelling – naast het verder uitbouwen van het bedrijf – voor de toekomst: de laatste kneepjes van dit ambachtelijke vak boven water halen,” besluit Martijn.

17


Privé- of ondernemingsvermogen: een wereld van verschil

Grenzen aan etikettering van uw pand Koopt u als ondernemer een pand, dan moet u nagaan of dat pand al dan niet op uw balans moet of mag komen: de zogenaamde vermogensetikettering. Vaak heeft u een keuze om een vermogensbestanddeel als ondernemingsvermogen te ‘labelen’ of als privévermogen.

Maar dat is niet altijd het geval. Iedere etikettering kent zijn fiscale gevolgen, terwijl u ook niet zomaar kunt terugkomen op een eenmaal gemaakte keuze. Reden te meer om de mogelijke opties goed op een rijtje te zetten. We beperken ons in dit artikel tot aandachtspunten voor de inkomstenbelasting. Voor de btw gelden weer andere regels waarop we in dit artikel niet ingaan. Algemene regels van vermogensetikettering In de inkomstenbelasting zijn er drie verschillende situaties denkbaar. Hoofdregel is dat u vrij bent in uw keuze om een vermogensbestanddeel tot uw ondernemings- of privévermogen te rekenen. Er is dan sprake van

18

keuzevermogen. Máár u mag daarbij niet de grenzen van de redelijkheid overschrijden. Is de relatie met één van beide sferen (privé of zakelijk) te overheersend, dan zult u het vermogensbestanddeel moeten toerekenen aan die sfeer. In het algemeen gaat de belastingdienst ervan uit dat, wanneer u het vermogensbestanddeel voor meer dan 90 procent privé gebruikt, u verplicht bent het tot uw privévermogen te rekenen. U kunt dus niet een privéwoning die u niet gebruikt voor uw onderneming aanmerken als ondernemingsvermogen. Andersom kan natuurlijk ook, gebruikt u het vermogensbestanddeel voor meer dan 90 procent zakelijk, dan is dat verplicht ondernemingsvermogen. Uw bedrijfspand zal dus in het algemeen


verplicht ondernemingsvermogen zijn. Gaat het om een auto, dan wordt niet gekeken naar een percentage maar of u meer dan 500 km privé rijdt met die auto. Doet u dat niet, dan kunt u die auto niet tot uw privévermogen rekenen. Vooral rond de etikettering van panden gelden bijzondere aandachtspunten. Fiscale gevolgen van etikettering Hoort een vermogensbestanddeel al dan niet verplicht tot uw ondernemingsvermogen, dan heeft u daarvoor (mogelijk) een aantal speciale tegemoetkomingen. Zo kunt u de afschrijving ten laste van uw fiscale resultaat brengen en heeft u mogelijk ook recht op investeringsaftrek. Daarnaast heeft u in bepaalde situaties zelfs recht op specifieke faciliteiten, zoals energie-investeringsaftrek, milieu-investeringsaftrek of willekeurige afschrijving op het vermogensbestanddeel. Keerzijde is dat u belasting verschuldigd bent over de boekwinst, wanneer u het bestanddeel verkoopt of overbrengt naar uw privévermogen. Maakt het vermogensbestanddeel deel uit van uw privévermogen, dan hoeft u bij verkoop geen inkomstenbelasting te betalen over de eventuele winst. Maar u heeft dan ‘tijdens de rit’ ook geen recht op de fiscale faciliteiten en u kunt ook niet de jaarlijkse afschrijving ten laste brengen van uw resultaat. U kunt hoogstens bepaalde kosten ten laste van uw resultaat brengen. Schoolvoorbeeld zijn de zakelijke reiskosten met uw privéauto, die u voor 0,19 euro per kilometer kunt ‘doorbelasten’ bij uw eigen onderneming. Bijzondere regels bij panden De etiketteringsregels gelden ook bij panden, zij het dat juist daar ook nog een aantal bijzondere aandachtspunten geldt:

geschetst. Aangezien beide delen gesplitst of minimaal splitsbaar zullen zijn, zullen beide delen afzonderlijk geëtiketteerd moeten worden. Gaat de ondernemer er zelf in wonen en niet gebruiken voor zijn onderneming, dan is dat verplicht privévermogen. De rechter heeft beslist dat wanneer het bij de koppelaankoop gekochte deel wordt verhuurd, dat niet tot het verplichte privévermogen behoort, maar sprake is van keuzevermogen, ook al wordt het niet feitelijk gebruikt binnen de onderneming. Niet zo maar terug te komen op keuze De etikettering in de aangifte over het jaar van aanschaf is in beginsel definitief. Zodra de aanslag definitief is geworden, kunt u daar in de toekomst niet zomaar op terugkomen. Er zijn wel een aantal uitzonderingssituaties:  Gewijzigd gebruik of wijziging in de aard van het pand

Het spreekt voor zich dat een wijziging in het gebruik kan leiden tot een herziening van de etikettering. Denkt u bijvoorbeeld aan de situatie waarin u een deel van uw woning die u in het verleden helemaal tot uw privévermogen heeft gerekend gaat inrichten voor uw onderneming. Zo kon ook een ondernemer die zijn garage tot praktijkruimte had omgebouwd, zijn hele pand, dus ook het woondeel, als ondernemingsvermogen bestempelen. Het praktijkdeel was in totaal 14,5 % van het hele pand.  Bijzondere omstandigheid bij keuzevermogen Is sprake van keuzevermogen, dan kunt u alleen op een eenmaal gemaakte keuze terugkomen wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden. Buiten een gewijzigd gebruik of een wijziging van de aard van het pand, valt daarbij te denken aan een wetswijziging. Als u kunt hardmaken dat u de oorspronkelijke keuze niet had gemaakt als de nieuwe wet toen al van kracht was geweest, kunt u mogelijk op uw keuze terugkomen.

 Afzonderlijke etikettering bij splitsbare panden

Het komt vaak voor dat een pand gesplitst is of gesplitst of gemengd wordt gebruikt, denk bijvoorbeeld aan een woonwinkelpand. In dat geval zult u eerst moeten nagaan of het pand splitsbaar is, of de delen zelfstandig rendabel te maken zijn. Oftewel: kunt u de delen zelfstandig verhuren? Is dat het geval, dan moet u de verschillende zelfstandige delen afzonderlijk etiketteren volgens de hiervoor geschetste hoofdregels.

Is het pand niet splitsbaar en niet gesplitst in gebruik, dan is er wel mogelijk sprake van gemengd gebruik. Dan geldt de hoofdregel voor het geheel. In dat geval is er sprake van keuzevermogen, tenzij de grenzen der redelijkheid zouden worden overschreden met een bepaalde keuze.

 Foute etikettering Heeft u een vermogensbestanddeel aangemerkt als ondernemingsvermogen, terwijl het verplicht tot het privévermogen hoort, dan moet dat op grond van de zogenaamde foutenleer in het oudste nog openstaande jaar worden gecorrigeerd. Zou u het pand vanaf het begin af aan onterecht als ondernemingsvermogen hebben aangemerkt en zou u daar pas bij staking van uw ondernemingsvermogen achterkomen, dan wordt het pand alsnog in het laatste nog openstaande jaar onbelast naar privé overgebracht. Was het pand in eerste instantie wel terecht als ondernemingsvermogen geëtiketteerd, maar is die etikettering door een latere verandering van omstandigheden onjuist geworden, dan leidt dat ook tot een aanpassing in het laatste nog openstaande jaar. In dat geval moet u alsnog afrekenen over het verschil van de boekwaarde en de werkelijke waarde in dat laatste nog openstaande jaar. De te betalen belasting wordt verminderd als u kunt aantonen dat u dan meer belasting moet betalen dan wanneer het pand wel op het juiste moment naar uw privévermogen zou zijn overgebracht.

 Koppelaankopen Het kan zijn dat een ondernemer een winkelpand wil kopen, maar dat part of the deal is dat hij dan ook een ander pand erbij koopt. Of dat hij een winkel wil kopen, maar dat hij dan ook de bovenwoning(en) moet kopen. Het andere pand of de bovenwoning(en) worden dan vaak niet binnen de onderneming gebruikt. Ook dan gelden de regels zoals ze hiervoor zijn

Tot slot Zoals zo vaak in het belastingrecht zijn de grenzen vaak niet al te scherp. Dat geldt ook voor de vermogensetikettering. Vaak heeft u een keuze. Aangezien u niet zomaar op die keuze terug kunt komen, is het van belang om in uw aangifte een weloverwogen beslissing te nemen. Uw GIBO adviseur geeft u daarbij graag raad.

 Niet splitsbaar, maar wel gesplitst gebruikt

Het is mogelijk dat het pand niet splitsbaar is, maar dat een deel van het pand wordt gebruikt voor ondernemingsdoeleinden en het andere deel voor privédoeleinden. In dat geval heeft u een keuze. U kunt de hoofdregels op het geheel toepassen of per onderdeel.  Niet splitsbaar, maar wel gemengd gebruikt

19


Van GIBO Groep naar Flynth GIBO Groep wordt Flynth. Daarmee begint een nieuw tijdperk en verdwijnt ook het GIBO Journaal. Wat voor het GIBO Journaal in de plaats komt, houden we nog even geheim. Onze organisatie gaat vanaf 1 januari 2012 verder onder de naam Flynth. Dat lijkt een onlogische keuze, aangezien de GIBO Groep de grootste fusiepartner is qua omzet, omvang en ook een grotere naamsbekendheid geniet. Maar er zijn meer feiten en argumenten die aan de keuze voor de naam Flynth ten grondslag liggen.

© 2011 GIBO Groep redactie 

Meander 261 Postbus 9221 6800 KB Arnhem telefoon (026) 354 26 00 communicatie@gibogroep.nl

Bij onze fusiepartner Flynth (voormalig LTB) is ruim drie jaar geleden een nieuwe, frisse naam en huisstijl doorgevoerd. Daarin is fors geïnvesteerd. Het nieuwe merk Flynth, dat in de markt is gezet, spreekt aan. Dat blijkt uit verschillende evaluaties. Flynth wordt gezien als dynamisch en vooruitstrevend, terwijl vanuit historische gronden aan GIBO Groep een degelijk en bescheiden imago kleeft. Veel overeenkomsten Blauw Research heeft in opdracht van Flynth en de GIBO Groep een merkbelevingsonderzoek uitgevoerd. Onderzoekers hebben klanten, intermediairs en medewerkers van Flynth en de GIBO Groep gevraagd naar de associaties die beide merken oproepen. Unaniem komt naar voren dat iedereen veel overeenkomsten ziet tussen de beide organisaties en weinig verschillen. U geeft bijvoorbeeld aan dat het een logische keuze is van Flynth en GIBO Groep om te fuseren. Ze zijn beiden sterk in het MKB, GIBO Groep is daarnaast nog altijd een toonaangevende dienstverlener voor de agrarische sector en datzelfde geldt voor Flynth voor de tuinbouwsector. Beide organisaties zijn goed lokaal vertegenwoordigd en spreken de taal van de klant. Verder noemen de respondenten de laagdrempeligheid en het hoge niveau aan vak- en branchekennis. Kritiek is er ook. Zo zijn beide organisaties onvoldoende proactief

richting hun klanten. Klanten hebben bij de GIBO Groep het gevoel dat ze zich vooral richt op de agrarische sector. Dat terwijl meer dan tweederde van alle klanten ondernemers zijn in het MKB. Klanten zien Flynth vooral een op het MKB-gerichte dienstverlener. Vooruitzichten Respondenten geven aan dat de fusieorganisatie zich moet blijven positioneren in de MKB markt, maar niet als concurrent van de ‘big four’, de multinationale accountantsorganisaties. Deze zijn veel duurder, maar hebben wel een sterker kwaliteitsimago als het gaat om dienstverlening aan de grootzakelijke markt en internationaal opererende organisaties. Flynth als naam voor de nieuwe organisatie is prima, belangrijker is dat de organisatie zelf maar niet verandert. De lokale aanwezigheid en betrokkenheid moeten blijven. En ook geeft u aan dat u uw vaste contactpersoon wilt behouden. Het onderzoek geeft aan dat er voldoende redenen zijn om voor de naam Flynth te kiezen. Het logo en uitstraling van Flynth is moderner en dynamischer dan dat van de GIBO Groep. Maar de boodschap houdt het klantgerichte van de GIBO Groep: wij delen uw gedrevenheid als het gaat om het eigen bedrijf en het ondernemen. Het nieuwe Flynth positioneert zich op vooruitstrevendheid, betrokkenheid en ondernemerschap.

www.gibogroep.nl redactie 

Gert ten Have, Martin Kuiter

auteurs 

Jan Breembroek, Peter Furer,

Martin Kuiter, Robert Rutgers, Hans Siemes ontwerp  bhgo, ontwerp voor web en druk, Arnhem fotografie

Jan Sibon, Anita Pantus, GIBO Groep, Nationale Beeldbank

De redactie heeft dit GIBO Journaal met uiterste zorg samengesteld. Desondanks kan de GIBO Groep geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden. Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de GIBO Groep worden overgenomen. Het GIBO Journaal editie Agro verschijnt driemaal per jaar in een oplage van 22.000 exemplaren.

Flynth en GIBO Groep hebben vestigingen in Aalsmeer, Alkmaar, Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Assen, Bergen, Bleiswijk, Boskoop, Breda, Brunssum, Dalfsen, Den Haag, Deurne, Deventer, Diessen, Doetinchem, Drachten, Dronten, Ede, Eindhoven, Elst, Emmeloord, Emmen, Etten-Leur, Geldermalsen, Groenlo, Groningen, Haaksbergen, Haarlem, Hardenberg, Harderwijk, Harlingen, Heerhugowaard, ’s-Hertogenbosch, Hoofddorp, Houten, Joure, Katwijk, Lichtenvoorde, Lisse, Lochem, Maastricht, Mijdrecht, Naaldwijk, Nijmegen, Oldenzaal, Ootmarsum, Raalte, Ridderkerk, Roelofarendsveen, Roermond, Schagen, Sneek, Spakenburg, Stadskanaal, Ter Aar, Uden, Ulft, Urk, Valkenswaard, Velsen-Noord, Venlo, Winterswijk, Woerden, Wolvega, Zeewolde, Zeist, Zevenaar, Zoetermeer, Zwaagdijk-Oost en Zwolle.

GIBO Journaal  

Over grenzen (agro versie)

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you