Page 1

AAN DE ANDERE KANT VAN DE MUUR

MEI 2015

E-MAGAZINE VOOR DE TOTALE GGZ


INHOUD

MEI 2015

INHOUDSOPGAVE

3. 4-9.

AAN DE ANDERE KANT VAN DE MUUR

Mei 2015 Aan de andere kant van de muur Verzekeraars: “Regeltjesberg niet

10-11.

onze schuld” Bart Vuijk

We ontkennen het bestaan van Djinns

niet, we wijzen op de mogelijkheid van een medisch probleem

12-13.

De omslag van angst naar vertrouwen.

14.

Column

Hoera. Niki Stoker

15.

Boekbespreking

Madelief: Reis in het verleden, een verwerkingsproces na incest Johan Atsma

16. 17.

Ingezonden mededeling

18.

Particulier initiatief

PLAKBAND & POLAROID

De GGZ tachtig jaar geleden

E-MAGAZINE VOOR DE TOTALE GGZ


Aan de andere kant van de muur Het onderwerp doet het goed aan de koffietafel, in de krant en zelfs in de spreekkamer: de GGZ verzuipt in een berg administratie en onzinnige regelgeving. De beschuldigende vinger gaat meestal in de richting van de zorgverzekeraars: die stellen onzinnige eisen, begrijpen er niets van en gaan op de stoel van de behandelaar zitten. 
 Je zou verwachten dat die zorgverzekeraars zich met enige regelmaat verdedigen tegen al die kritiek, maar dat valt tegen. Bart Vuijk kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ging op pad met de vraag: “Waarom al die regeltjes?” Hij liep tegen een muur. Zorgverzekeraars vinden het blijkbaar niet heel noodzakelijk tekst en uitleg te geven. Pas na enig aandringen kwamen de reacties. Die varieerden van ‘het valt wel mee’, via ‘het moet van Den Haag’ tot ‘de GGZ heeft het over zichzelf afgeroepen’. Hebben de zorgverzekeraars gelijk? Lees en oordeel zelf.
 
 Van een heel andere orde is de muur tussen veel migranten en de GGZ. Ideeën over psychiatrische aandoeningen, voortkomend uit een andere religie en cultuur, kunnen er toe leiden dat migranten elders hulp zoeken. Is het contact met de reguliere GGZ eenmaal gelegd, dan staan taal, gebrek aan scholing en analfabetisme een goede voortgang in de weg. 
 In Utrecht helpt een project van Ypsilon, Indigo en Pharos deze muur te slechten door Marokkaanse jongeren met een mogelijke psychose in het GGZ-circuit te krijgen, via hun ouders of andere familieleden.
 
 Wie voor een opname letterlijk de muren van de GGZ binnengaat, heeft behoefte aan het gevoel dat hij welkom is. Je gaat er immers niet voor je lol heen. Het gevoel welkom te zijn kan op zo’n moment doorslaggevend zijn voor de rest van de opname. Bij GGZ Eindhoven bieden ze daarom bij binnenkomst een worstenbroodje aan: Brabantse hartelijkheid. 
 Jose Hoekstra informeerde bij andere instellingen hoe zij dat doen, een hartelijk welkom creëren bij de ontvangst. Verder onze vaste rubrieken: de boekrecensie van Johan Atsma, maar ook het commentaar op een eerdere recensie, van de schrijver van het besproken boek. Niki Stoker probeert ‘Hoera’ te zijn in haar column; wij hebben de kranten van mei 1975 doorgelicht en in de rubriek ‘Particulier initiatief’ tenslotte, komt een theaterstuk over Alzheimer aan bod. De komende maanden kunt u van ons nog verwachten: • Op 22 juni verschijnt een extra magazine over e-health. Wilt u dat uw product of bedrijf ook in het magazine wordt genoemd? Lees hier verder. • In september starten wij het seizoen traditiegetrouw met een lezersmagazine. Uw verhaal van maximaal 500 woorden is welkom, details volgen. • Vanaf oktober zal GGZTotaal verrijkt worden met een wetenschapsbijlage. Belangstelling? Meer informatie kunt u hier vinden.
 En laat u ons vooral weten wat u van onze nieuwe website vindt!

3- GGZTotaal


ARTIKEL

Verzekeraars: “Regeltjesberg niet onze schuld” -Bart Vuijk Regeldruk in de GGZ leidt ertoe dat behandelaren tegenwoordig bijna meer tijd bezig zijn met hun administratie dan met hun patiënten. Als nutteloos ervaren regels leiden ertoe dat er een berg formuliertjes moet worden ingevuld, voordat je een patiënt kunt helpen. Collectief wijzen de behandelaren de zorgverzekeraars aan als de grootste veroorzaker hiervan. Maar wat vinden die verzekeraars daar zelf van? GGZ Totaal vroeg het aan Achmea, CZ en VGZ. Wie vindt verzekeraars leuk? Niemand toch? ,,Hoho’’, zegt de woordvoerder van VGZ. ,,Wij hebben die regels niet bedacht, maar de overheid. Dus moet je daar aankloppen.’’ Die reactie horen we steeds. Niet de verzekeraars hebben het gedaan, maar de overheid. Achmea vindt dan ook dat we daar maar moeten aankloppen. Toch kloppen wij nog wat harder aan bij de verzekeraars zelf, en we krijgen uiteindelijk een inhoudelijke reactie op een aantal concrete klachten die wij veel van behandelaren vernemen. Het hoofdbehandelaarschap, de tijdregistratie, de onvergoede behandelingen waardoor je maar wat anders op het formulier schrijft om de patiënt, die het al moeilijk heeft, niet ook nog eens in financiële problemen te brengen: iedereen in het GGZ-werkveld is bekend met de voorbeelden. VGZ is niet de enige die de bal op het bordje van de overheid legt. Ook Achmea en CZ doen dat, al steken de verzekeraars her en der de hand in eigen boezem en geven zij aan dat op de hoofdkantoren van de verzekeraars ook naar (deel)oplossingen wordt gezocht. Dat blijkt niet makkelijk, want de zorgverzekeraars blijken zich aan net zo’n ingewikkeld stelsel van regels te moeten houden als de behandelaren.

4- GGZTotaal


Tijdregistratie Het eerste voorbeeld dat wij aan de drie verzekeraars voorleggen, gaat over de tijdregistratie. Elk e-mailtje moet worden opgeschreven. Dat is dan vijf minuten ‘direct contact’, de kassa rinkelt. Maar het moet wel allemaal worden opgeschreven en verantwoord. Wat een gezeur, kan dat niet anders? Achmea: ,,Wat we vaker merken is dat er ‘regels’ zijn waarvan zorgaanbieders er standaard vanuit gaan dat de zorgverzekeraars die opleggen. Om te bepalen welke en hoeveel zorg geleverd is, is afgesproken dit te registreren in diagnosebehandelcombinaties (DBC’s). Op basis hiervan wordt door de zorgaanbieder de factuur opgemaakt. Deze DBC-registratie is vastgelegd in beleidsregels die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) jaarlijks vaststelt. Het is dus een misverstand dat deze regels opgesteld worden door zorgverzekeraars. Zonder in te gaan op alle details: hoe langer de behandeling duurt, hoe hoger de vergoeding. De lengte van de behandeling wordt uitgedrukt in minuten. Het niet registreren van alle tijd die nodig is voor een behandeling leidt tot een kortere DBC en daarmee tot een lagere vergoeding. Een correcte registratie is dus zeker ook in het belang van de zorgverlener/zorgaanbieder. Als alle kleine handelingen niet worden geregistreerd doet de zorgverlener zichzelf tekort. Verdergaande automatisering kan hulpverleners overigens helpen om de registratiemomenten zo kort mogelijk te laten zijn.’’ VGZ vertelt grotendeels hetzelfde als Achmea. ,,Verzekeraars zijn niet degene die de inrichting van dit systeem hebben bedacht. De DBC productstructuur is sinds 2013 In de GGZ geïntroduceerd, naar analogie van de DBC’s voor ziekenhuiszorg. De opbouw van deze structuur in de GGZ is dusdanig dat er per diagnosecode verschillende staffels bestaan. Deze zijn ingericht op basis van minutenranges (bv. angst 0-100 minuten, angst 100-200 minuten, 200-750 minuten etcetera). Per staffel wordt door de NZa een maximumtarief afgesproken waarbinnen zorgverzekeraars afspraken met zorgverleners moeten maken. Gezien deze werking van dit systeem is het dus voor zowel zorgverleners als verzekeraars van belang om het juiste aantal gespendeerde behandelminuten te registeren. Dit bepaalt namelijk de mate van vergoeding die voor een bepaald product wordt verstrekt. Zorgverzekeraars zijn zich bewust van de knelpunten die in dit systeem zitten en zijn daarom samen met o.a. de NZa, GGZ NL, VWS en andere stakeholders op zoek naar een verbeterde productstructuur.’’ CZ voelt zich evenmin schuldig aan de lastige declaratieregels. ,,Er zijn landelijke voorwaarden gesteld aan wat “directe behandeltijd” is, dat zijn veldpartijen (aanbieders, verzekeraars en overheid) samen overeengekomen.’’

5- GGZTotaal


Hoofdbehandelaarschap Zorgaanbieders in de GGZ worden in een onderlinge strijd geworpen over de vraag wie ‘hoofdbehandelaar’ van een patiënt mag zijn. Dat zijn maar een paar beroepsgroepen. Een psychiater en een psychotherapeut mogen hoofdbehandelaar zijn, maar aan die titel hangt wel een verplichting vast: zij moeten hun cliënten dan ook een bepaald percentage van de tijd zien. Irreëel, want er zijn onvoldoende psychiaters en psychotherapeuten om iedereen te kunnen behandelen. Dus er worden wat andere beroepsgroepen bij gehaald, maar daar beginnen de verschillen tussen de verzekeraars. Bij de ene verzekeraar mag een GZ-psycholoog als hoofdbehandelaar optreden, bij een andere weer niet. Dat geldt ook voor een verpleegkundig specialist. Twee cliënten met exact dezelfde klachten kunnen dus een hele andere hoofdbehandelaar krijgen, afhankelijk van hun verzekeraar. En die hoofdbehandelaren krijgen ook weer een hele berg administratie te verwerken. VGZ legt uit hoe dat bij deze zorgverzekeraar werkt. ,,Verzekeraars willen graag inzicht in de kwaliteit van de behandeling en de resultaten die de behandeling oplevert. De beroepsgroepen worden al geruime tijd uitgedaagd om dat inzichtelijk te maken. Dat blijkt een moeilijk en moeizaam proces, daarom hebben verzekeraars randvoorwaarden gesteld die een zekere waarborg hiervoor moeten zijn. Hoofdbehandelaarschap is er hier een van. De kwestie Europsyche maakte duidelijk dat dat hard nodig was. De verschillende beroepsgroepen is gevraagd om een veldnorm rondom hoofdbehandelaarschap in te richten. Hier zijn de verschillende beroepsgroepen niet in geslaagd, waarna de minister dit heeft opgepakt. Zij heeft vervolgens een limitatieve lijst opgeleverd met de beroepsgroepen waarvan zij van mening is dat deze de functie van hoofdbehandelaar kunnen invullen. Zij heeft deze lijst echter niet verplicht gesteld en aangegeven dat individuele zorgverzekeraars hiervan mochten afwijken. Dit alles tezamen maakt dat er verschillende visies rondom hoofdbehandelaarschap zijn ontstaan. Omdat dit, ook door VGZ, niet als een prettige situatie wordt ervaren heeft de minister samen, met de partijen die het Bestuurlijk Akkoord voor de GGZ hadden ondertekend, een commissie samengesteld die in de loop van dit jaar een advies moet geven over hoe hiermee om te gaan. Uniformering ligt dus in het verschiet om bovenstaande situaties voor de toekomst hopelijk uit te sluiten.’’ Achmea: ,,In het verzekeringsstelsel is ervoor gekozen om verzekeraars deels de vrijheid te geven in de verschillende polissen. Dit wordt vooraf vastgelegd in de polisvoorwaarden. De verzekerde kiest zelf zijn verzekering. Deze verschillen zijn inherent aan ons zorgstelsel. Verzekeraars zien dat deze verschillen tot onduidelijkheid leiden en niet de essentiële punten zijn om op te concurreren. Daarom wordt momenteel gekeken of hierover gemeenschappelijke afspraken kunnen worden gemaakt. Dat kan de administratieve lastendruk weer wat verlagen. Wel twee kanttekeningen hierbij: verzekeraars mogen niet zomaar gemeenschappelijke afspraken maken gezien de marktwerking. En recent heeft de commissie Meurs advies uitgebracht aan de minister om het hoofdbehandelaarschap geheel anders te bezien, de minister is bezig met het formuleren van een standpunt.’’

6- GGZTotaal


CZ: ,,We hebben te maken met contractuele vergoedingsregels. Er zijn ook afspraken die vastliggen tussen aanbieders en zorgverzekeraars, zoals de hoofdbehandelaar en de verwijzing. Zorgverzekeraars concurreren op prijs en kwaliteit. Bij de hoofdbehandelaar kan het zijn dat de ene verzekeraar een behandeling door de psychiater eist en een ander door een lager opgeleide. De verzekeraars moeten dan aan hun klanten uitleggen waarom ze soms meer moeten betalen maar betere zorg krijgen en andersom. Overigens hebben alle partijen in de GGZ besloten dat er een veldnorm moet komen voor het hoofdbehandelaarschap omdat het weliswaar een concurrentie-item is maar tot ongewenste administratieve lasten leidt.’’ Huisarts Volgende probleem is de verwijzing door de huisarts. Mensen met een klein probleem worden geholpen binnen de huisartspraktijk, maar voor de zwaardere gevallen moet die huisarts verwijzen naar de B(asis)GGZ of de S(pecialistische) GGZ. Tot zover is dat duidelijk, maar het wordt ingewikkeld als een client van de B-GGZ naar de S-GGZ wil overstappen omdat zijn probleem toch wat zwaarder is dan gedacht. Eerst moet er weer worden terugverwezen naar de huisarts. Die stuurt weer door naar de S-GGZ. Een en ander houdt het risico in dat er een wekenlang gat in de behandeling valt. Bij veel verzekeraars moet je bovendien ook een nieuwe verwijzing bij de huisarts halen als je van de S-GGZ naar de B-GGZ wilt, in omgekeerde richting dus. VGZ: ,,VGZ wil graag dat mensen snel en laagdrempelig geholpen kunnen bij voorkeur dicht bij huis. Dit zodat je eventuele zorg in kan passen in je normale leven. De huisarts neemt in de Nederlandse gezondheidszorg een centrale en belangrijke positie en wordt hierin versterkt door zijn praktijkondersteuner. Sinds 2014 is ook de Generalistische basis GGZ geïntroduceerd die tezamen met de huisarts moet zorgen voor een versterking van de voorkant van dit veld waardoor bovenstaande doelstelling kan worden bereikt. VGZ vindt het van belang dat de huisarts goed op de hoogte is van wat er met zijn of haar patiënten aan de hand is. Een veel gehoorde klacht over de GGZ is namelijk dat deze als een black box functioneert. Dit willen we voorkomen. Bij VGZ is een verwijzing 9 maanden geldig en als een cliënt bij een bepaalde hulpverlener niet op de plek is (en deze is toegestaan als verwijzer) dan is een nieuwe verwijzing binnen deze termijn niet noodzakelijk en is een contactmoment (om hem/haar te informeren) met de huisarts voldoende.’’ Achmea: ,,De huisarts heeft vanuit de overheid en de verzekeraars een regierol in de zorg. Hij verwijst patiënten met psychische klachten afhankelijk van de ernst door naar de B-GGZ of S-GGZ. Het is uiteraard de bedoeling dat hierin de behandeling succesvol kan worden afgerond. Bewust is ervoor gekozen om de patiënt na een behandeling in de B-GGZ altijd naar de huisarts terug te verwijzen. De huisarts ziet daarmee direct het resultaat van de verwijzing, kan bepalen of er nog aanvullende behandeling noodzakelijk is en of dit in de B-GGZ of S-GGZ zou moeten. Bij een goede verwijzing van de huisarts zal het aantal patiënten dat na behandeling in de B-GGZ aansluitend nog naar de S-GGZ gaat zeer beperkt moeten zijn. Dit is uiteindelijk kostenbesparend en komt de zorgkosten en daarmee de premie dus ten goede.’’ CZ: .,,Over de verwijzing maken aanbieders en verzekeraars samen afspraken, waarbij CZ wel het opschalen van zorg (van basis naar gespecialiseerd) wil toetsen door de huisarts om objectief vast te stellen of intensievere en dus duurdere zorg nodig is. Afschalen, van gespecialiseerd naar basis, mogen aanbieders van CZ zonder tussenkomst van de huisarts doen.’’

7- GGZTotaal


Suïcide niet, depressie wel vergoed Een bizar voorbeeld van doorgeschoten regeldruk komt uit Amsterdam. Een psychiater met een ernstig suïcidale patiënt wordt door een verzekeraar gebeld, omdat hij de klachten als aanpassingsstoornis gediagnosticeerd heeft. Dat wordt echter niet vergoed door de verzekeraars. Dus de psychiater zou op grond van de regels eigenlijk niet mogen behandelen, hoewel de man suïcidaal is. Toen de psychiater er op papier maar een depressie van maakte, mocht het wel. Kortom: worden zorgverleners door het systeem gedwongen tot fraude? VGZ: “Dit is een vervelende situatie, maar een verzekeraar kan en wil niet op de stoel van een behandelaar gaan zitten en kan geen ziektebeeld vaststellen. Een aanpassingsstoornis is echter door het CVZ (nu Zorginstituut Nederland) in 2013 uit het verzekerde pakket gehaald. Zorgverzekeraars lopen in deze situatie dus aan tegen de grenzen van wat er voor hen juridisch mogelijk is. Dit omdat er uit de basisverzekering geen zorg mag worden vergoed dit niet als zodanig door Zorginstituut Nederland wordt aangemerkt.’’ Achmea: “Ook dit punt is niet aan de zorgverzekeraars. De aanpassingsstoornis is een diagnose die niet door de overheid in de zorgverzekering is opgenomen. Dit mag dus niet worden vergoed door verzekeraars. Deze keuze is gemaakt door het Zorginstituut Nederland, het adviesorgaan voor onder andere de GGZ, van het ministerie van VWS. We kennen de details van het voorbeeld uiteraard niet maar dat de psychiater om bovenstaande reden eigenlijk niet zou moeten behandelen, is een onjuiste conclusie, die ook indruist tegen de multidisciplinaire richtlijn van de NvvP zelf. Overigens is alleen ernstige suïcidaliteit al genoeg reden om een DBC te openen en GGZ-behandeling te starten. Ons stelsel voorziet hierin door middel van de crisis DBC.’’ CZ reageert uiterst formeel: ,,De overheid bepaalt de aanspraak op zorg in het basispakket. Aanpassingsstoornissen bijvoorbeeld zijn geen verzekerde zorg meer; de overheid heeft bepaald dat onder meer rouwverwerking na verlies van een dierbare niet kwalificeert als zorg die we collectief zouden moeten betalen. Het is dan niet de bedoeling dat de zorgverlener een diagnose gaat stellen om de behandeling vergoed te krijgen. Hij kan de behandeling rechtstreeks aan de klant factureren.’’

Winterdepressie Dan nog een apart voorbeeld, dat ook tekenend is voor veel andere chronische ziekten. Een instelling voor basis-GGZ mag voor een winterdepressie precies 750 minuten behandeling geven. Duurt het langer, dan wordt het niet vergoed. Een nieuwe verwijzing van de huisarts is mogelijk, maar wie die te vaak haalt, krijgt een vervelende dossier controle van de verzekeraar over zich heen. VGZ: ,,Bij VGZ staat net als bij een behandelaar voorop dat we goede zorg willen voor onze verzekerden. Een behandelaar moet bij de start van een behandeling een inschatting maken welke behandeling het meest effectief is voor een bepaalde aandoening. Is dit een B-GGZ product of moet deze persoon toch in de gespecialiseerde GGZ (met DBC structuur) worden behandeld? Beide structuren bieden wanneer dit noodzakelijk is mogelijkheid om patiënten langer dan 750 minuten te behandelen. Met betrekking tot de laatste situatie: de verzekeraar wil niet op stoel van de behandelaar gaan zitten en kan ook niet voor deze situatie bepalen wat er aan de hand was en wat de meest adequate oplossing is.’’

8- GGZTotaal


Dus je moet maar binnen 12,5 uur van je winterdepressie af zien te raken? Achmea: ,,Die conclusie is onjuist en erg kort door de bocht. De tarieven in de B-GGZ zijn door de NZa vastgesteld op grond van gemiddelde behandelduur. Het voorbeeld van de 750 minuten is ook zo’n gemiddelde. Als een behandeling langer duurt is het de bedoeling dat die behandeling uiteraard gewoon wordt afgemaakt conform de professionele standaard. Andersom werkt het ook: als bij een gelijke verwijzing de behandeling korter duurt dan 750 minuten, wordt hetzelfde bedrag vergoed! Zo leiden kortere en langere behandelingen samen tot één gemiddeld tarief.’’ CZ: ,,De overheid/NZa stelt de prestaties vast die aanbieders mogen declareren. Als een winterdepressie in 750 minuten behandeld wordt in de basis GGZ, wordt een bepaalde prestatie gedeclareerd. Het is aan de voorschrijver om een inschatting te maken van de vraag en beste behandeling daarvoor.’’ 


Conclusie Het is na al deze reacties wel duidelijk: van de verzekeraars vallen weinig oplossingen te verwachten voor de groeiende berg administratie en de toenemende regeldruk. Ze wijzen voortdurend op de overheid, de Nza, Zorginstituut Nederland enzovoorts, die de oplossingen moeten brengen. Je moet ook bedenken: verzekeraars zijn administratie gewend, ze doen niet anders. Waar een behandelaar elk formulier een vervelende onderbreking van zijn werk vindt, is het bij de zorgverzekeraar juist corebusiness. Het probleem wordt domweg niet gezien. Zoals Achmea zelf al zegt: de oplossing moet komen van de overheid. Net zoals eerder werd ingegrepen om meer blauw op straat en meer handen aan het bed te krijgen, moet Den Haag ook de oplossing brengen om GGZhulpverleners niet te laten verzuipen in een berg overbodige administratie.

Europsyche Elfduizend gedupeerde patiënten, 1200 gedupeerde behandelaars, 28 miljoen euro schuld. De zaak Europsyche ging om de grote getallen. In 2012 ging de zorgmakelaar failliet, nadat verzekeraar CZ meende dat Europsyche de hand lichtte met de regels. De verzekeraar was die mening toegedaan na artikelen hierover in de Volkskrant. Alternatieve behandelingen die niet in het basispakket waren gedekt, werden via Europsyche wel vergoed. Want die had psychiaters in dienst die alles namens 1200 behandelaars ondertekenden. Ook onvergoede, zeer omstreden therapieën zoals de beruchte homotherapie, meldde de Volkskrant. Dat wekte grote verontwaardiging bij het publiek. Ook makkelijk: Europsyche nam behandelaars de hele administratie uit handen en streek zo zelf in de loop der jaren miljoenen euro’s winst op. Alles leek goed te gaan, totdat CZ de geldkraan dichtdraaide. Ook andere verzekeraars deden dat. Totaal onverwachts voor de aangesloten behandelaars en hun patiënten werden behandelingen ineens niet meer vergoed. Rechtszaken over en weer startten, en aan het eind van het liedje was Europsyche failliet en stonden cliënten, behandelaren en de verzekeraars zelf in de kou. Een gat van 28 miljoen euro achterlatend. Ook de Tweede Kamer was nu stevig wakker geschud, en wilde van minister Edith Schippers van VWS weten hoe het zo ver had kunnen komen. Schippers stuurde in 2013 een brief naar de Kamer waarin ze beloofde de regels flink aan te zullen laten scherpen. De NZa werd in stelling gebracht om de regels rond het hoofdbehandelaarschap te wijzigen. Die moest voortaan alle patiënten waar hij voor tekende, een bepaald deel van de behandelingstijd persoonlijk zien. Zorgverzekeraars werden door de NZa aangesproken op hun hoofdtaak: het controleren van declaraties. Dossieronderzoek moest volgen als er iets niet lijkt te kloppen. De verzekeraars volgen de nieuwe regels nu heel strikt, en waar die open zijn voor interpretatie, stellen zij zelf nu nog meer regels. Het bedrijf Europsyche is sinds 2013 geen bedrijf meer, maar een ‘casus’ die de overheid, de verzekeraars en de NZa nooit meer willen meemaken. Dat dit voor bonafide behandelaars steeds vaker onmogelijke situaties en een berg papierwerk oplevert, wordt vooralsnog voor lief genomen.

9- GGZTotaal


ARTIKEL

We ontkennen het bestaan van Djinns niet, we wijzen op de mogelijkheid van een medisch probleem “Tijdens het coachen van families van mensen met schizofrenie (zie ook het magazine van maart, red.) kregen we van Marokkaanse familieleden nogal eens te horen dat het te lang had geduurd voor er hulp werd ingeschakeld”, vertelt Tom Rusting, één van de initiatiefnemers van dit project. “Dat was voor ons reden om ons meer in te zetten om die familieleden te bereiken. Want als het over psychoses en schizofrenie gaat, moet je dus proberen de familieleden te bereiken. Uit zichzelf zullen mensen met een psychose niet vaak hulp in de GGZ zoeken. 
 “Het bereiken van die familieleden gaat niet zonder slag of Niet-westerse migranten en de GGZ: het

stoot. De mensen om wie het gaat zijn jong-volwassenen, hun

is niet altijd een makkelijke combinatie.

ouders zijn dan ook meestal de eerste generatie immigranten.

Veel migranten zoeken hulp elders,

Vaak laagopgeleid, analfabeet en een slechte beheersing van de

omdat ze nou eenmaal andere

Nederlandse taal. Wil je die bereiken dan moet je je heel precies

opvattingen hebben over de oorzaak van

op die groep richten”, vertelt Rusting.


de problemen. Voor wie wel hulp wil van

Dus zo kan het gebeuren dat bewoners in de wijken

reguliere westerse hulpverleners is de

Kanaleneiland en Overvecht een flyer in de bus vinden. De

weg in de Nederlandse gezondheidszorg

aanhef: “Belangrijke mededeling. Misschien kent u iemand die

niet altijd duidelijk. En tenslotte zijn er,

…. “, om te vervolgen met de symptomen van een psychose. In

zeker bij migranten van de eerste

korte zinnen en niet-medische terminologie legt de flyer uit wat

generatie, communicatieproblemen door

een psychose is en worden mensen die ermee te maken hebben

een taalbarrière, ongeletterdheid en

uitgenodigd contact op te nemen met de initiatiefnemers. Op de

blijken de verwachtingen over en weer

achterkant staat dezelfde tekst in het Berbers.


te verschillen. Niet heel vreemd dat veel 


migranten met psychiatrische

Maar flyeren is onvoldoende. Een andere manier om mensen te

problemen hulp elders zoeken, áls ze al

bereiken is na afloop van het vrijdaggebed in de Moskee.

hulp zoeken. Mensen met de eerste

Rusting houdt dan een presentatie over zijn familie en vertelt

symptomen van schizofrenie verliezen

ook over zijn eigen zoon die schizofrenie heeft. Tolk Hayat Bassit

zo kostbare tijd. Immers: hoe eerder de

vertaalt de presentatie. In het belendende vrouwengedeelte

behandeling start, hoe beter. 


doet SPV-er Tiny van Hees hetzelfde. De opkomst is behoorlijk:

Stichting Pharos startte daarom in

zo’n 100 mensen, 10% van alle aanwezigen bij het vrijdaggebed.

samenwerking met Indigo en Ypsilon het

Rusting relativeert: “Je weet natuurlijk nooit zeker of de mensen

project ‘Verwarde Marokkaanse

die je zoekt niet juist bij die 90% zitten”.


jongeren’, bedoeld om familieleden van

Een derde stroom aanmeldingen loopt via NOAGG en I-Psy. Daar

Marokkaanse jongeren met schizofrenie

blijkt soms tijdens de behandeling van Marokkaanse mensen

te bereiken en hen te bewegen contact

dat er thuis een zoon is, die problemen heeft die wijzen op een

met de GGZ te zoeken.

psychose. Ook zij worden verwezen naar het familieproject.

10- GGZTotaal


Ontstaat er niet veel weerstand tijdens zo’n bijeenkomst?
 Rusting: “Dat valt mee. Migranten zijn vaak praktische mensen. Ze hechten meer aan ervaringen dan aan theorie. Omdat ik zelf vader ben van een zoon met schizofrenie, kan ik ook met ervaringen komen. Daarbij ontkennen we niet dat er bezetenheid bestaat. We leggen er de nadruk op dat er veel overeenkomsten zijn tussen bezetenheid en een medisch probleem en dat het verschil niet makkelijk is te zien. 
 Marokkanen, en zeker de Imams, weten best dat dit gedrag ook een medisch probleem kan zijn. De Imams hebben daar ook een test voor. Tijdens zo’n test reciteert de Imam bepaalde verzen uit de Koran. Als iemand dan ‘wild’ reageert, zo is het idee, is hij bezeten. Het zijn de Djinns in hem, die zich verzetten tegen de verzen. Reageert iemand niet bijzonder heftig op de verzen, dan lijkt er eerder sprake van een medisch probleem. Meestal is dat laatste het geval en adviseert ook de Imam contact op te nemen met een arts.”


Onder Marokkanen zou het percentage

jongeren met schizofrenie hoger zijn dan

Moet de GGZ zich meer instellen op allochtonen?
 Aarzelend, en na lang nadenken: “Ik vraag me af of religie en cultuur de problemen zijn. Eerder de laaggeletterdheid en het gebrek aan scholing. Ik zie bij veel migranten in het contact met de GGZ dezelfde fenomenen optreden als autochtonen met weinig of geen opleiding. 
 Zo wordt psycho-educatie meestal in groepen gegeven, waar hoog- en laagopgeleid door elkaar zit. Laagopgeleiden kunnen dat niet altijd bijbenen en blijven weg. Daar zou de GGZ zich wel meer op kunnen aanpassen, maar dat zie je ook in toenemende mate gebeuren.
 Daarnaast is er natuurlijk het taalprobleem. Tolken worden niet meer vergoed, maar dat kan je de GGZ niet aanrekenen.


Voor meer informatie zie www.verwardejongeren.nl Een tweetal voorlichtingsfilmpjes in de Berberse en Marokkaans-Arabische taal: https://youtu.be/DRt7zh0dsm8 en https://youtu.be/ Db9CWIhJlSY Het project Verwarde Marokkaanse Jongeren is een eenmalig project, gefinancierd door het Fonds Psychische Gezondheid en NutsOhra. De projectleiding ligt in handen van Pharos. In de loop van dit jaar zal het budget opraken en dan wordt het project afgesloten.
 Rusting: “Dat is jammer, want we zijn er nog lang niet. De successen zijn vooralsnog niet spectaculair, het is een kwestie van er lang en consequent aan trekken”

11- GGZTotaal

onder hun autochtone leeftijdgenoten. De meningen daarover verschillen echter. Áls dat percentage groter is, is de vraag hoe dat komt.
 Selten concludeerde een aantal jaren geleden dat het aantal Marokkaanse jonge mannen driemaal zoveel risico loopt in behandeling te komen voor schizofrenie dan hun autochtone leeftijdgenoten. Voor vrouwen geldt dat niet: bij hen is het risico nauwelijks hoger. Drugsgebruik kon het verschil niet helemaal verklaren, evenmin als de doorgaans lagere sociale klasse. Wel bleek het wonen in een wijk met andere allochtonen beschermend te werken (Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3253.)
 Tekla Zandhi promoveerde begin dit jaar met een heel andere conclusie. Zij stelde dat, als vragenlijsten worden gebruikt die op de culturele verschillen zijn toegerust, Marokkaanse jongeren helemaal niet vaker schizofrenie hadden dan allochtonen (T. Zandi: The role of cultural background in diagnosing psychotic disorders: Misclassification of psychiatric symptoms in Moroccan immigrants in the Netherlands)


DE OMSLAG VAN ANGST NAAR VERTROUWEN. NIEUWE PRAKTIJKEN BIJ HET 5 MINUTENBELEID.

Onlangs kwam de Eindhovense GGZ instelling GGzE

overmacht, in de separeer werden gezet niet meer

naar buiten met een opvallende strategie om mensen

wenselijk zijn dringt steeds meer door. En ook hoe het

in crisis op te vangen door middel van het aanbieden

anders kan.


van een worstenbroodje. Met dit typisch Brabantse

Een opvallend voorbeeld daarvan kwam onlangs onder

gebaar van gastvrijheid wordt vooral ingezet op

de aandacht. De Eindhovense instelling GGzE besloot,

contact maken en houden met de cliënt vanuit

nadat ze al een tijd bezig waren met een verandering

vertrouwen. Daarmee is de separeer nauwelijks meer

van aanpak bij crisisopnames waarbij vertrouwen

nodig. Maar GGzE is niet de enige die echt een

voorop staat, dat het aanbieden van een

verandering van aanpak in die eerste 5 minuten

worstenbroodje daar ook nog bij hoort. In Brabant staat

voorstaat. We hielden een belrondje langs meerdere

het worstenbroodje voor huiselijkheid en gezelligheid,

GGZ instellingen en hoorden verschillende positieve

het is een typisch Brabants gebruik. Dus begon men

verhalen.

om zelfs de meest agressieve cliënten te benaderen

Als wij zeggen dat we daar vanuit een

maandenlang geen opnamegesprekken

met het maken van contact en het aanbieden van

ingezet. Het besef dat de oude praktijken, waarbij evredenheid toegenomen.”

smelt weg, en vrijwel niemand hoeft nog naar de

Sinds in 2012 het rapport Dwang en Drang verscheen

n een separeer Ook is de cliëntis op de meeste gehad. plaatsen een verandering van beleid mensen met veel onrust en agressie direct, vaak met

koffie met een worstenbroodje, ook aan de familie van

effectieve medicijnen deprotocol cliënten. Het blijkt heel goed te werken. Devoor agressie hebben, kun je gaan praten. Met een

separeer.

cliënt die zich veilig voelt, merkt dat er


In contact blijven
 Een belrondje langs verschillende instellingen leverde een aantal reacties op. Tanja Hoekstra van Parnassia geeft aan dat men daar het protocol voor het “eerste 5 minuten” beleid ook volgt. Proberen om vriendelijk contact te maken staat nu voorop, checken wat er nodig is bij de cliënt. Mensen hebben vaak lang niet gegeten, dus wordt er iets te eten en drinken aangeboden. Als iemand lang niet gegeten heeft geeft men wel eerst een vitamineprik.
 Rick Kager, teamleider bij GGZ Noord Holland Noord vertelt dat men in Schagen nu zo’n twee jaar dit beleid voert. Hij merkt op dat het heel belangrijk is hoe de toon is bij zo’n eerste contact. Je hebt eigenlijk geen kans om een eerste indruk over te doen, een goed contact maken is dus heel belangrijk bij dat eerste contact. “De tijd dat we mensen op een stoeltje in de gang lieten wachten is voorbij”
 Het goed afstemmen met de cliënt of er afspraken zijn of verantwoordelijkheden die een cliënt achter zich laat, dat is belangrijk zo geeft hij aan, anders blijven mensen onrustig. Moeten we misschien iemand bellen? Soms maakt iemand zich zorgen over zijn zus, of zijn er huisdieren waarvoor gezorgd moet worden. Wat heeft iemand meegemaakt? Mensen zijn vaak al lang onderweg en hebben van alles meegemaakt, het is belangrijk om daar aandacht voor te hebben. Velen hebben honger en dorst, lang niets gegeten, dus het aanbieden van iets te drinken en eten hoort daarbij. Het gebruik van de separeer is flink teruggedrongen, we gebruiken de separeer nu nog maar hooguit anderhalf uur voor iemand.
 Ook na die eerste 5 minuten is het belangrijk om in contact te blijven. Moet er bijvoorbeeld nog een telefoontje worden gepleegd, dan doen we dat. Als je vergeet dat iemand later ook nog bezig is met een familielid buiten de instelling, dan komt de onrust terug. Het is belangrijk om daar naar te blijven vragen, te checken of iemand nu gerust is. Mensen een tweede kans gunnen In het gesprek met Carlijn Niehof, verpleegkundige bij Dimence wordt het nog duidelijker dat het andere beleid voor de verpleegkundigen niet alleen

een andere opstelling betekent, maar ook echt een andere houding en gevoel voor henzelf inhoudt. “Vroeger stonden we met 5 mensen klaar om een cliënt in crisis op te vangen”. Het was gebruikelijk om de hele voorgeschiedenis te lezen van iemand. Dat drukt direct een enorme stempel. Nu staan we er heel anders in, in plaats van iemand vanuit die angst te benaderen, gunnen we iemand nu echt een tweede kans. Dus lezen we niet meer die hele voorgeschiedenis, om er meer onbevangen in te staan, en zijn er nu nog maar met twee verpleegkundigen als iemand binnenkomt. We laten iemand dan altijd eerst de afdeling zien, en gaan pas op de afdeling het gesprek aan. Bieden dan ook iets te eten en te drinken aan. Ook gaan we als verpleegkundige nu eerst de groep op om contact te maken met de cliënten, voordat we naar het kantoor gaan en ander werk gaan doen.
 We zijn eigenlijk steeds op zoek naar: wat kunnen we doen om iemand zich meer thuis te laten voelen. Met sponsorgeld hebben we een sportruimte gecreëerd op de afdeling en er zijn nu twee verpoosruimtes in plaats van één huiskamer vroeger. Ook de activiteitenbegeleiding is op de afdeling zodat mensen er zo binnen kunnen lopen. Van 4 separeerruimtes zijn we teruggegaan naar 2, die we uitsluitend nog gebruiken voor een time-out. Een enkele keer komt het nog wel eens voor dat iemand langer in de separeer verblijft, maar we proberen het wel zoveel mogelijk terug te dringen. Via Trifier volgen we nu een training om te werken met holding. Zo hopen we nog meer te kunnen voorkomen dat agressie escaleert en iemand de separeer in moet. Onlangs bleek uit een onderzoek van de universiteit van Manchester dat bij mensen met een psychose een goede vertrouwensband tussen behandelaar en cliënt het allerbelangrijkste is voor een goed herstel, meer dan bepaalde interventies of therapeutische technieken. Wanneer het vertrouwen er niet is, kan een behandeling zelfs schadelijk zijn. Een beleid dat inzet op vertrouwen kweken in die eerste 5 minuten lijkt dus een hele positieve stap op weg naar mogelijk herstel voor cliënten. Een omslag in de psychiatrie die hopelijk verder doorzet.

13- GGZTotaal


COLUMN

Hoera -

Niki Stoker

De anti depri slaat aan! Ik moest eerst weken lang bewijzen dat mijn doffe depressie niet vanzelf over ging. Omdat ik de afgelopen 2 jaar óf manisch óf depressief was wilde mijn psychiater het pilletje steeds maar niet geven in de afgelopen maanden. Gesmeekt heb ik, knielend voor zijn bureau, bij wijze van spreken dan. Nadat ik het fel begeerde medicijn vier dagen had geslikt betrapte ik me erop dat ik niet meer naar de grond voor me liep te kijken maar iets verder om me heen. Ik zag dingen in mijn omgeving hier die ik nooit eerder had waargenomen. Hele rijen huizen en mooie hoge bomen. Op dag vijf was ik zowaar even lekker bezig in de tuin. Voorzichtigjes vroeg ik me af of het echt waar was. Dat waar ik zo op gehoopt had bleek moeilijk te geloven. Ik ben nu bijna twee weken op dreef en ja, er is wat verlichting in mijn bestaan gekomen. Ik loop nog niet te jubelen van plezier en het echte dijenkletsen is er ook nog niet bij. Maar mijn stem klinkt anders in mijn hoofd, dapperder en ik schijn ook weer normaal uit mijn ogen te kijken, helderder. Helaas dient er zich nu een nieuw en groot probleem aan. Hoe geef ik zin aan mijn bestaan. Na een vernietigende manie zijn de meeste mensen uit mijn leven verdwenen, mijn man is dood, ik werk niet en heb geen kinderen. De laatste tijd maak ik weekschema’s. Die vul ik in met activiteiten zoals zwemmen, running therapie, stofzuigen, ramen zemen en zo. Het helpt om geen lange, lege dagen te hoeven stuk slaan. Tegenwoordig maak ik mijn eigen sigaretten. Gelukkig rook ik veel dus daar gaat ook lekker veel tijd in zitten. Omdat ik het mijn ouders – zij zijn mij altijd blijven steunen - en mijn kleine gekke hondje – hij is mij altijd trouw gebleven - niet aan kan doen om er tussen uit te knijpen zal ik toch een nieuw leven op moeten gaan bouwen en ik denk dat dat begint ergens in mezelf. Ik zal het met mezelf naar mijn zin moeten krijgen. Belangrijkste is misschien dat ik moet stoppen me schuldig te voelen over wat ik allemaal gedaan heb tijdens de manie. Al kotst de hele wereld me uit, ik moet in de praktijk gaan brengen wat ik in die zelfde manie geleerd heb: Het belangrijkste in het leven is houden van jezelf. Alhoewel ik alleen maar zwem en stofzuig is het toch een hoopvolle gedachte dat ook ik recht heb op een prettig bestaan. Het geeft een doel en iets om voor te vechten en dat kan ik goed. Op de cover van de Happinez staat ‘Pluk de dag’ en ‘Geef je dag een gouden randje’. Ik weet bij god niet hoe je dat doet maar ik ga het gewoon proberen. Hoera.

14- GGZTotaal


BOEKBESPREKING

Boekbespreking - Johan Atsma

Maandelijks bespreekt GGZTotaal een recent uitgegeven boek, dat betrekking heeft op de GGZ. Onderstaande recensie is van Johan Atsma, docent/coach MBO verpleegkunde.

Madelief: Reis in het verleden, een verwerkingsproces na incest Een intensief leesproces staat je te wachten als je ‘Reis in het verleden’ ter hand neemt. In dagboekfragmenten die Madelief tussen 2003 en 2011 schreef, neemt ze je mee in een proces van toenemende ontreddering. Het boek leest als een thriller, met name de frequent beschreven nachtmerries roepen vragen op. Langzaam aan wordt duidelijk dat seksueel misbruik ten grondslag ligt aan de rampspoed waarin Madelief verzeild raakt. Dat seksueel misbruik wordt nergens expliciet beschreven, zoals het ook voor haar zelf een goed bewaard geheim lijkt. De dagboekfragmenten beschrijven de psychische ontreddering op een manier die ik nog niet eerder ben tegengekomen: beklemmend. Zo af en toe wil je het boek terzijde leggen en toch lees je door. Van binnenuit maak je de maalstoom mee van depressie, nachtmerries, zelfbeschadiging, zelfmoordgedachten en -pogingen. En er worden geen doekjes om gewonden, alles wordt heet opgediend. ”Het gaat niet om toen, maar om het hier en nu. De beperkingen waar ik dagelijks tegenaan loop tengevolge van het misbruik: depressief, suïcidaal, in de war, walgelijke nachtmerries en herbeleving, dissociëren, hypomanie, agressie, mijn werk niet aankunnen, evenmin de opvoeding van Joey en de huishouding. Dan is er nog mijn identiteitscrisis, veel medicatie, opnames, therapieën en huwelijksproblemen. Dat zijn de beperkingen van het hier en nu die mijn dagelijks functioneren ernstig ontregelen.” Er is in het relaas van Madelief sprake van een verdrongen verleden. De duister beschreven nachtmerries wijzen daarop. Nooit wordt helemaal duidelijk wat er vroeger is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk zou kunnen zijn. We worden meegetrokken in een proces van toenemend en ernstig psychisch onheil. Het dagboek beschrijft dat alles zeer direct en zonder er doekjes om te winden. Ook lezen we intermezzo’s vanuit haar deelpersonages; er is sprake van een Moeder als beschermer, enkele kinderen als drager van trauma’s en een Dader die de boosheid belichaamd, automutileert maar ook beschermt.

In de loop van de jaren passeren er een aantal diagnoses, verschillende (dag)behandelingen en verschillende opnames. Een scala aan hulpverlening passeert de revue, soms onmachtig, soms als houvast in de storm. Madelief is kritisch wat betreft de gang van zaken: diagnoses worden gesteld, gewijzigd en daarmee wijzigt dan ook de behandeling. Dat betekent enkele malen een ander instituut, andere hulpverleners en telkens weer opbouwen van een vertrouwensband. Vanaf begin 2008 stopt Madelief na vijf jaar in haar dagboek met het beschrijven van haar nachtmerries. Het nut ervan als manier om iets van je af te schrijven is verdwenen. Ze beschouwt het als een keerpunt in haar verwerkingsproces. Het is niet langer nodig dat venster open te stellen naar haar zelf en naar haar hulpverleners. Maar diepe dalen zullen nog volgen en met enige regelmaat laat Madelief zichzelf opnemen om tot rust te komen. Ze stopt met werken in de thuiszorg, dat altijd een soort van houvast is geweest, en kiest definitief voor zorgen voor haarzelf en haar gezin. Haar suïcidale gedachten zijn nooit ver weg. Langzaam aan komt Madelief in rustiger vaarwater. “Sinds lange tijd heb ik enig vertrouwen in de toekomst. Ik lijk een beetje geaccepteerd te hebben dat ik voor de rest van mijn leven medicatie nodig heb. De psychiater heeft ook duidelijk gemaakt dat ik ziek ben en dat ik af en toe gebruik mag maken van de opname. Het zal deel blijven uitmaken van mijn leven.” ‘Reis in het verleden’ is een merkwaardig boek. Je bent deelgenoot in een beklemmend en persoonlijk relaas dat zeer leesbaar is opgeschreven. Het boek sleurt je mee. Ik ga als lezer hunkeren naar een oplossing. Wat is er gebeurd en wie is daar schuldig aan. Die oplossing komt niet, de slotnoot die de harmonie afrondt, komt niet. Daar gaat het kennelijk ook niet om: de reis is het doel van dit boek. Daarin is het bijzonder geslaagd. Madelief: Reis in het verleden, een verwerkingsproces na incest. Uitgeverij Tobi Vroegh, 142 pagina’s; prijs: 12,50. ISBN: 978-90-78761-44-0

15- GGZTotaal


In ons magazine van maart recenseerde Johan Atsma het boek ‘stress weg’, van Jacob de Wilde. Die recensie was zeer kritisch. Onderstaand geven wij de auteur de gelegenheid zijn visie op zijn werk te geven. Klik hier voor de recensie. Allereerst dank aan de hoofdredactie die me de gelegenheid geeft iets te vertellen over het boekje Stress weg, uitg. Brevier. Dit naar aanleiding van de beperkte, onvolledige en volledig uit het verband getrokken weergaven, onlangs in dit blad beschreven. Eerst even over de opzet en de visie Opzet Het boekje is geschreven voor een ieder die wil weten hoe stress werkt en welke wegen je zoal kunt bewandelen om stress onder controle te houden. In deze materie zullen ggz medewerkers echter wel voldoende geschoold zijn, het is dan ook vooral bedoeld voor een ieder die niet bij de ggz terechtkomt. Het boekje bevat een viertal thema's (stress en hersenen, stress en specifieke gedragsvormen, stress en leeftijdsfasen en het onder controle houden van stress). Het is zo opgezet dat het per thema of vraag kan worden gelezen, het hoeft dus niet van a tot z te worden gelezen. De vragen zijn voortgekomen uit begeleidingsgesprekken die ik samen met collega's heb gevoerd met kinderen, adolescenten en volwassenen met stressproblemen. Visie Door het geven van inzicht in hoe stress in de hersenen (en de rest van het lichaam) werkt, kan een eerste stap worden gezet van waaruit gekeken kan worden welke mogelijkheden er zijn- om al dan niet onder begeleidingeen verantwoorde keuze te maken voor een bepaalde aanpak. De aanpakwijzen zijn zodanig gekozen dat ze niet ver af staan van wat de persoon zelf kan of zou willen. Dus geen ingewikkelde, langdurige behandelwijzen. Alles is gebaseerd op recent wetenschappelijk onderzoek waarnaar wordt verwezen. Waar nodig zijn onderzoekgegevens actueel gemaakt. Dit is vermeld. Hoe bovenstaande gedachten worden toegepast kan ik het beste uitleggen aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Onlangs kwam een jonge werknemer R. van een groot bedrijf bij me met ernstige stressverschijnselen. Het hoofd van zijn afdeling had hem tijdens een functioneringsgesprek meegedeeld dat hij niet goed functioneerde en verplichte scholing moest volgen. Daarna zou worden gezien of hij zijn baan behield. Dit was een klap in het gezicht van R. Hij vertelde dat hij altijd zijn uiterste best in de stressvolle functie die hij had en nooit eerder klachten had gehoord. R was van slag: sliep slecht, snauwde thuis vrouw en kinderen af en wisselde agressieve buien af met die van moedeloosheid. Zelf kwam hij er niet meer uit. We analyseerden en verhelderden wat de stressoorzaken waren en hoe dit in zijn hoofd (en lichaam) werkte. Ook werd voor R. duidelijk wat de gevolgen van langdurige stress zouden zijn. Voor hem een Aha Erlebnis. Op grond van verkregen inzicht, gingen we kijken of door systematisch denken de stress kon worden verminderd. Daartoe gingen we uit van de aanpak zoals beschreven bij vraag 41 van het boekje. Hij koos voor de oplossing om zelf met een scholingsvoorstel te komen. Ook wilde hij meer aan beweging gaan doen. Aan de hand van de wetenschappelijk onderbouwde Met analyse (vraag 43) koos hij voor specifieke activiteiten in een fitnesscentrum. Ook andere, in het boekje vermelde methoden, werden met hem doorgenomen. Hier voelde hij weinig voor. R. volgde een zelfgekozen scholingscursus met succes, hield zijn baan en werd rustiger. De stress is nog niet helemaal weggenomen maar wel behoorlijk verminderd. Het voorbeeld geeft de werkwijze van het boekje weer. R. is door mij begeleid, maar een ieder die stress wil verminderen kan ook zelf het boekje als handleiding volgen. Het zoekt geen diepgravende diagnoses en aanpakwijzen, maar inzicht en toepasbare handvatten. Voor ernstige stress problemen die een langdurige behandeling eisen verwijs ik naar deskundige therapeuten. Als de lezer na lezing vragen of aanvullingen heeft, kan ik altijd gemaild worden: j.h.dewilde@outlook.com

16- GGZTotaal


INITIATIEF

PARTICULIER

PLAKBAND & POLAROID

In de voorstelling PLAKBAND & POLAROID geven Corrie van Nieuwkerk & Ton van de Bildt een inkijkje hoe het leven van twee mensen verandert wanneer bij één van hen Alzheimer wordt geconstateerd. En nemen zij u mee in dat proces…. hoe de ene partner zich soms vertwijfeld afvraagt waar die vergeetachtigheid, die angst, boosheid zelfs, vandaan komt. In een aantal scènes nemen zij u mee in dat leven dat alles omgooit, dat vaak geen ruimte meer laat voor een eigen leven, dat herinneringen buiten spel zet, dat boos maar ook broos is. Een leven als een polaroid, een kiekje uit een gezamenlijk leven dat lijkt te vervagen om bij de één uiteindelijk ook geen herinnering meer te zijn…. Een leven  waarin,  hoe broos ook, ook ruimte lijkt voor korte momenten van intimiteit. Vanuit de passie voor zorg en de overtuiging dat ieder mens recht heeft op vrijheid en de regie over het eigen leven zo veel mogelijk moet kunnen behouden, speelt bij trainingsacteurs Ton van de Bildt en Corrie van Nieuwkerk al een aantal jaar de gedachte om een voorstelling te maken rond dementie, een aantasting van de hersenen met ernstige psychiatrische gevolgen. Vanuit ons beider werkgebied komen wij regelmatig in aanraking met dementie en zien de impact daarvan op de directe omgeving.

Dit voorjaar hebben wij met veel zorg (en evenzoveel plezier), samen met een regisseur, gewerkt aan deze voorstelling. Een kleinschalig project waarin wij een voorstelling van circa 25 minuten hebben geschreven, bijgeschaafd, geïmproviseerd, nog meer geschaafd, gerepeteerd en misschien straks bij u ‘op de planken’ brengen. Hoe zou het zijn om door middel van een theatervoorstelling actuele thema’s in en rond de zorg te presenteren en daarna mét de toeschouwers in gesprek te raken. 
 Een voorstelling bedoeld voor mantelzorgers, vrijwilligers, verpleegkundigen, verzorgenden en welzijnswerkers die binnen hun eigen kring (privé of werk) zorgdragen voor mensen met dementie. Een voorstelling die deel kan uitmaken van een avond of middag rond thema’s als dementie (o.a. Alzheimer), mantelzorg, geestelijke gezondheidszorg, het uitwisselen van ervaringen enz. en wil aanzetten tot een dialoog: gesprekken tussen mensen waarbij herkenning en het uitwisselen van ervaringen centraal staan. Naast het spelen van de voorstelling zijn wij na afloop graag gespreksleider om samen met het publiek de dialoog te voeren over herkenbare thema’s uit de voorstelling. 

Meer weten? www.vliegerenmettegenwind.nl

17- GGZTotaal


“Versobering is thans eisch voor gemeenschap en individu. De algemeene verarming dwingt tot bezuiniging.�


GESCHIEDEINS

Bezuinigingen, religieus fanatisme en naamswijzigingen

De GGZ in de krant van 80 jaar geleden

De GGZ tachtig jaar geleden in de pers, mei 1935 Het lukt ons niet. Welke stapel oude kranten we ook naar ons toetrekken, telkens komen we weer artikelen tegen die ook vandaag in de krant zouden kunnen staan. Wat archaïsch taalgebruik daargelaten: zelfs de Telegraaf zou het vandaag de dag niet in meer zijn hoofd halen om over een krankzinnigengesticht te spreken. ‘Instelling voor Geestelijke Gezondheidszorg’ is de huidige benaming, al ligt dat begrip natuurlijk iets ruimer. De strekking blijft hetzelfde: mensen zijn altijd in de war geweest, er zijn altijd instellingen geweest om hen beter of slechter op te vangen en soms leverde die combinatie problemen op. Wat in de pers vooral opvalt is dat in vroegere jaren de stemmingmakerij beduidend minder was. 
 Maar goed: tenzij de lezers erg veel druk gaan uitoefenen, is volgende maand de laatste aflevering van deze rubriek. Nu schrijven wij nog: de GGZ 80 jaar geleden in de pers, mei 1935. Op 7 mei doen zowel de Telegraaf, de Tijd als het Vaderland verslag van een landelijk congres van de NVGV, de Nederlandsche Vereniging ter bevordering van de Geestelijke Volksgezondheid. Illustere namen spreken. Professor Bouman, professor Pompe, beide zijn nog onwetend van het feit dat hun naam anno 2015 vooral bekend zal zijn door de naar hen genoemde instituten. 
 Wat wordt er zoal gezegd op het congres? Professor Meyer: “Waarom dit congres? Van een grote hoogte zijn we vrij snel op een veel lager niveau van gemeenschapsleven neergekomen. Versobering is thans eisch voor gemeenschap en individu. De algemeene verarming dwingt tot bezuiniging. De samenleving kan thans verlangen den besten arbeid voor hetzelfde ook tegen minder geld. Dit alles te bereiken is onze dure plicht.“ Het lijkt of je Koning Willem-Alexander en minister Schippers door

elkaar hoort praten.
 En professor Pompe, later op de dag: “De huidige omvang der jeugdbescherming geeft niet louter reden tot vreugde. Het is bedroevend, dat zij noodzakelijk blijkt. De omvang der jeugdbescherming komt overeen met de omvang der jeugdverwaarlozing en jeugdmisdadigheid.” Om te vervolgen met een aanklacht tegen het aantal echtscheidingen. Toen al. 
 
 Religieus fanatisme of godsdienstwaanzin, we hebben de vraag in dit blad eerder gesteld. De Sumatra post doet op 8 mei verslag van excessen in Zweden rond de godsdienstwaanzinnige lekenpredikant Korpela en zijn volgelingen. Korpela voorspelt dat “uit de hemelen een vliegende ark van goud en zilver neer zal dalen op het meer bij Kiruna om 666 uitverkorenen aan boord te nemen en hen naar het Heilige Land te brengen”. De Ark komt niet, volgens Kopela omdat er onvoldoende volgelingen waardig bevonden zijn om de reis te maken. 
 Het was goed voor veel onrust, verwaarlozing van kinderen en ontwrichting van het leven in een groot aantal afgelegen dorpen. De politie had er de handen vol aan. Twaalf Korpelanen werden naar het provinciale krankzinnigengesticht overgebracht. Enkele anderen werden op het bureau in observatie gehouden. 
 
 Tot slot de intrede van de moderne tijd in het Leeuwarder Nieuwsblad van 24 mei: het bestuur van het “Geneeskundig Gesticht voor Krankzinnigen Groot Lankum” in Franeker verzoekt B&W onder andere om de naam te mogen wijzigen in „Gemeentelijke Psychiatrische Inrichting". Tegenwoordig onderdeel van GGZ Friesland, maar dat was op dat moment nog een aantal decennia, fusies en naamswijzigingen weg.

19- GGZTotaal


mei 2015 ontwerp e-magazine: Ingrid Huismans Kijk voor meer informatie op onze website: www.ggztotaal.nl

Magazine GGZTotaal  

Mei 2015 Voor meer informatie: www.ggztotaal.nl

Magazine GGZTotaal  

Mei 2015 Voor meer informatie: www.ggztotaal.nl

Advertisement