Page 1

Decentralisatie: Chaos of orde?

jaargang 7 nummer 3 winter 2015/2016

Zachte landing Lector Incasso: ‘Plan schuldenaanpak De reservepotjes van gemeenten noodzakelijk’

Lenen of niet? Drie studenten zonder stufi


voor woord

in dit nummer

Eigen bijdrage

Dossier decentralisatie

‘Dit nummer van CreditMind is een ­terugblik op 2015 en dan vooral op alle ­w ijzigingen rondom de decentralisatie bij de rijksoverheid. Het was voor het CAK niet alleen een jaar van transitie: het was ook het jaar dat onze samenwerking met GGN begon. Zij voeren ons zogenoemde “minne­ lijke externe incassotraject” uit. En mocht het nodig zijn, dan zetten we via GGN ook het gerechtelijke traject bij de kantonrech­ ter in gang. Het CAK is een klantgerichte publieke dienstverlener die staat voor de zorgvuldige uitvoering van regelingen van de overheid en voor proactieve communicatie met ­burgers. Het CAK is onder meer verant­ woordelijk voor het vaststellen, opleggen en incasseren van de eigen bijdragen voor zorg en ondersteuning. GGN kan dit enorme volume (ongeveer 1.500 dossiers per maand worden er overgedragen) goed aan, daar zijn we blij mee. Tegelijkertijd werken zij met ons samen voor een heel uiteen­ lopende, en soms kwetsbare, doelgroep. We hadden verwacht veel te zullen merken van de decentralisatie, maar vooralsnog zien we geen exponentiële toename van niet-betalende klanten. De veranderingen in de zorg zijn echter wel lastig en ondoor­ grondelijk voor sommige klanten. Het stelsel is ingewikkeld en niet ieder­ een weet het juiste loket te vinden. Dat is onze dagelijkse zorg. Juist daarom is het zo fijn dat GGN een ­goede dossierkennis heeft en ons helpt met het traject daar waar zíj goed in zijn. Klantgericht incasse­ ren op een menselijke ­manier staat bij het CAK hoog in het vaandel.’ Remco van der Vorst Teammanager ­Juridisch en ­Speciaal beheer, CAK

2

Gemeenten kregen er het afgelopen jaar ­nieuwe taken bij. Ze werden verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Een deel van deze taken hadden ze al, een deel namen ze over van de Rijksoverheid. De transitie verliep hier en daar moeizaam en vooraf leek deze decentralisatie een ­genadeslag te worden voor probleembetalers. Toch bleef de verwachte chaos uit. CreditMind blikt in dit dossier terug op een ­bewogen jaar.

12 colofon Uitgever GGN Hoofdredactie Dorry Burger Concept en realisatie ZB Communicatie & Media www.zb.nl Ontwerp en vormgeving def. bv Redactie Dorry Burger, Yvette ­Opmeer, Hanneke Verheesen Verder werkten mee Nicoline ­Baartman, Merlijn Doomernik, ­Annemarie van Gaal, Linda ­Huijsmans, Dirk Kreijkamp, Jeroen Mei, Rinus van Etten, Hollandse Hoogte e.a. Oplage 6.000 exemplaren Redactieadres Postbus 19212, 3001 BE Rotterdam creditmind@ggn.nl www.ggn.nl

CreditMind is een uitgave van GGN en verschijnt drie maal per jaar. CreditMind richt zich op relaties van GGN en personen die werkzaam zijn in de creditmanagementbranche. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. De redactie is niet aansprakelijk voor gegevens die door derden zijn verstrekt. GGN heeft de inhoud met grote zorgvuldigheid samengesteld, maar aan de informatie in dit magazine kunnen geen rechten worden ontleend..

CreditMind


Eef Vingtes (20): ‘Ik leen lekker maximaal bij, ik zie later wel. Ik wil ook kunnen genieten’

18 8

Lector schulden en incasso ­Nadja Jungmann: ‘Als het inkomen onverwacht daalt, komen veel mensen onmiddellijk in de problemen. Voor deurwaarders en credit­ managers betekent het dat vorderingen steeds moeilijker te verhalen zijn’

Hoogleraar Marcel Boogers:

Zo betaalt actrice Liz Snoijink:

Verder In beeld

4

‘De zorg is niet duurder geworden, het is meer een kwestie van het zelf regelen en het anders organi­ seren of inkopen’

‘Ik ben penny wise en pound foolish’

Kort nieuws 

6

Ministerie van Eenvoud

7

Cijfers & zo

16 winter 2015/2016

23

24 3


in beeld GGN Detachering ondersteunt ­gemeente Rotterdam De Participatiewet kent sinds 1 januari 2015 de kostendelersnorm, waardoor de hoogte van de bijstandsnorm afhanke­ lijk is van het aantal medebewoners. De achterliggende gedachte hierbij is dat als de kosten van levensonderhoud met andere mensen ­kunnen worden gedeeld, een lagere uitkering toereikend is. Toepassing van deze kosten­delersnorm bij de berekening van de beslagvrije voet leidt tot een lagere beslagvrije voet als er personen zijn die als kostendeler worden aan­gemerkt. Om te kunnen vaststellen of sprake is van een kosten­ deler is veel extra ­informatie nodig die van de ­uitkeringsgerechtigde moet ­worden verkregen.

Tijdrovend Het is een tijdrovende opdracht voor gemeenten om al deze ­her­berekeningen te maken. Het ­uitrollen en implementeren van de Participatiewet, het digitaliseren van documenten en het automatiseren van processen: ambtenaren van de gemeente Rotterdam hebben hun ­handen er vol aan. Ze schakelden daarom GGN Detachering in. De havenstad leek afgelopen jaar een achterstand op te lopen in de admini­ stratieve verwerking van de beslagen.

Alexander Vier GGN-professionals werden ­gedetacheerd op locatie Alexander, bij Terugvordering & Verhaal (afdeling Werk & Inkomen). De medewerkers van GGN Detachering ­bieden ­voornamelijk ondersteuning bij het administratief ­verwerken van de ­beslagen. Dit project voor de gemeente Rotterdam loopt door tot het voorjaar van 2016. Detacheringsspecialist Maike Roos van GGN: ‘We zouden eigenlijk tot eind van 2015 ­blijven, maar de samenwerking ­verloopt heel goed. We nemen de ­afdeling veel werk uit handen en dat wordt op prijs gesteld. Met een ­verlenging van het contract met drie maanden als resultaat.’

5


kort nieuws

Lage inkomens dalen Het aantal huishoudens met een laag inkomen gaat dit jaar licht dalen. Steeds meer gezinnen moeten echter lang­ durig met zeer weinig inkomen zien rond te komen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat het aantal huishoudens met een laag inkomen daalt, komt volgens het CBS door het herstel van de economie. Het onderzoek ‘Zo Betaalt Nederland’ dat jaarlijks door GGN samen met Nibud en Motivaction wordt uitgevoerd, laat dezelfde trendbreuk zien: er is een licht positieve teneur. De deelonderzoeken in de zorg- en de huurbranche laten zien dat er in Nederland nog veel betaalproblemen zijn. Zo zegt maar liefst 11% van de mensen met een zorgachterstand over het algemeen ‘grote’ betaalproblemen

te hebben. 39% van de huurders heeft het afgelopen jaar wel eens de huur te laat betaald: 28 procent van de huurders betaalt soms helemaal niet. GGN bracht de deelonderzoeken online uit. Meer weten? Scan de QR-code en lees de digitale versie van de boekjes.

#betalen Twitteraars over #betalen

@zilvergeus Hoe kan ik iemand #anoniem #betalen? #dtv

@Coorengel @GemeenteUtrecht @fietsersbond @ PolitieUtrecht dit is al de zoveelste keer dat mijn fiets onterecht wordt verwijderd! #onterecht #betalen

@martinklop Haha zonet mijn aller aller allereerste ­contactloos betaalmomentje ever beleefd met mijn #ING pas! #nuhoorikerechtbij ­#contactloos #betalen

@ErikKampstra 1 op de 3 betaalautomaten inmiddels geschikt voor #contactloos #betalen

Unieke service: Herinnering Vooraf GGN biedt een unieke service voor woningcorporaties: Herinnering Vooraf. Huurders die met een acceptgiro betalen, ontvangen al vóór de vervaldatum een herinnering via sms of e-mail. Geen aanmaning, maar een servicebericht. Huurders ervaren dit ook niet als een aanmaning, maar als een service. Bij de meeste woningcorporaties is het eerste herinneringsmoment rond de negende dag na het vervallen van de betalingstermijn. Met Herinnering Vooraf wordt dit moment twee weken naar voren gehaald. Het percentage huurders met betaalachterstanden, het aantal slepers én de gerechtelijke procedures wordt zo verlaagd.

6

GGN biedt deze service als enige in de branche. Het is een dienst die prima te gebruiken is als aanvulling op de hui­ dige facturatie en het debiteurenbeheer.

Voor informatie: www.ggndebiteurenbeheer.nl/ herinnering-vooraf CreditMind


column

Ministerie van Eenvoud Onze samenleving is veel te complex geworden en dat geldt al helemaal voor mensen met geldzorgen. Onlangs was ik bij een uitgiftepunt van de Voedselbank. En een tijdje terug liep ik mee met de afdeling Bijzonder Beheer Hypotheken bij een bank. Beide bezoeken liggen als een steen op mijn maag. Wat doen we elkaar aan? We verwachten van mensen met problemen dat zij begrijpen wat een ‘beslagvrije voet’, ‘exploot’ of ‘bronheffing’ is. We gaan ervan uit dat ze weten welke loketten er waarvoor zijn en waar afkortingen als wsnp, gkb en cvz voor staan.

Ziek door schulden Van al het ziekteverzuim in Nederland is maar liefst één op de zes gevallen terug te voeren op financiële problemen. Dit blijkt uit onderzoek van Capability, een arbodienst­verlener uit Zaltbommel. Zij maakten deze berekening op basis van hun eigen dossiers; er zijn acht­ duizend bedrijven aangesloten bij Capability. Mensen raken soms zo diep in de schulden dat ze uit schaamte niet

meer naar hun werk gaan. Of ze worden letterlijk ziek van de financiële zorgen. Werkgevers blijken vervolgens niet altijd bereid te helpen aan een oplossing: zij vinden het de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer. Maar het is ook vaak zo dat werkgevers het ­helemaal niet weten. Volgens de privacyregels mag een manager een zieke werknemer namelijk niet vragen naar de oorzaak van zijn ziekte.

Laatste kans na interventie Op dit moment voert GGN zogenoemde interventiebezoeken uit voor relaties in diverse branches. Het project is gestart in de zomer van 2015 en inmiddels is het een vast onderdeel van het dienstenpakket van GGN.

betalingsregeling worden afgesproken, met een snelle eerste betaling. De interventies geven opdrachtgevers de mogelijkheid de debiteur nog één keer te bezoeken voordat de GGN-deurwaarder wordt ingeschakeld.

Interventiebezoeken zijn de persoonlijke bezoeken die GGN uitvoert bij debiteuren thuis, of bij een bedrijf. Het is de bedoeling dat de debiteur direct overgaat tot het betalen van een openstaande vordering. Er kan ook een concrete

Soms is een nevendoel om ­verhaalsinformatie in te winnen, bijvoorbeeld over de woonsituatie. Bezoeken worden zowel overdag afgelegd, als ’s avonds en in het weekend.

winter 2015/2016

Iedere Nederlander moet op de hoogte zijn van talloze procedures en regels. Elke afkorting moet begrepen worden en iedereen moet moeiteloos de weg kunnen vinden door onze bureaucratie. Deze bureaucratie maakt het leven nodeloos ingewikkeld voor mensen die toch al moeite hebben om het leven te begrijpen. In plaats van minder regels te maken of zaken te vereenvoudigen, lijkt het of de wereld alleen maar ingewikkelder wordt. Het is de hoogste tijd dat we gaan werken aan een eenvoudigere samenleving, waarin iedereen de kans krijgt om zijn leven op te bouwen en geen energie kwijt is aan het ontwijken van zaken die onbegrijpelijk zijn. Een ‘minister van Eenvoud’; zou dat geen mooie nieuwe post zijn in het volgende kabinet? Annemarie van Gaal

7


dr. Nadja Jungmann ‘We moeten wat minder streng vasthouden aan de privacywetten’


Lector Schulden en Incasso Nadja Jungmann:

‘Er is een Deltaplan Schulden­aanpak nodig’ Eén op de vijf Nederlanders kampt met schulden waar ze niet meer uitkomen. Nietsontziende incasso­ procedures en schuldsanering helpen niet, stelt lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht, Nadja Jungmann. ‘We hebben een landelijk Deltaplan Schuldenaanpak nodig. Het zou goed zijn als overheid en andere schuldeisers zich collectief organiseren. Dat levert iedereen uiteindelijk het meeste op.’

Het water staat veel Nederlanders aan de lippen en dat is slecht nieuws. Dat zoveel mensen schulden hebben is al zorgelijk, maar echt alarmerend is het feit dat slechts 2,5% daadwerkelijk hulp krijgt. Jungmann: ‘Mensen durven geen hulp te vragen, of denken dat hun situatie niet ernstig genoeg is. Ze blijven hopen, tegen beter weten in, dat ze meer uren kunnen gaan werken, dat er de v ­ olgende maand geen tegenvallers zullen zijn of dat de eigen bijdrage niet zal s­ tijgen. Ondertussen dichten ze het ene gat met het andere. Zo moddert deze groep voort en dat kost ons uiteindelijk allemaal veel geld.’ winter 2015/2016

De economische crisis en een flinke inzinking van de huizenmarkt ­worden vaak genoemd als oorzaken voor financiële problemen. Maar wat is de invloed van drie decen­ tralisaties die sinds dit jaar zijn ­ingevoerd? ‘Op zichzelf veroorzaakt de transitie van de Jeugdzorg, de Wmo en de participatie­ wet naar de gemeenten tot nu toe nau­ welijks extra financiële problemen. Maar door de integrale benadering van de ­w ijkteams – mensen met een zorgvraag krijgen één contactpersoon die alle ­v ragen in kaart brengt – wordt duidelijk dat bij maar liefst tachtig procent van de

9


‘We gaan er nog steeds van uit dat mensen niet wíllen betalen, terwijl ze veel vaker niet kunnen betalen’ hulpvragers sprake is van grote financiële problemen. Dat is enorm. Daar komt bij dat veel gemeenten bezuinigen op de schuldhulpverlening en wijkteams de opdracht geven terughoudend te zijn in het doorsturen van schuldenaren.’

Niet alleen zorgvragers kampen met financiële problemen, heel Nederland zit diep in de schulden. Hoe heeft dit zo uit de hand heeft kunnen lopen? ‘Vijftien jaar geleden kwamen mensen in de problemen doordat ze te hoge leningen hadden afgesloten. Dat is vervelend, maar met een schuldregeling eenvoudig op te lossen. Tegenwoordig worden de problemen

10

ook veroorzaakt doordat we veel te hoge lasten hebben. Als het inkomen dan onverwacht daalt, komen mensen ­onmiddellijk in de problemen. Erger nog; ze komen er niet meer uit. Voor deurwaar­ ders en creditmanagers betekent het dat vorderingen steeds moeilijker te verhalen zijn.’

Maar hoe komen we eruit? Moeten we, zoals bijvoorbeeld historicus Rutger Bregman voorstelt, een streep door alle uitstaande schulden zetten en opnieuw beginnen? ‘Dat is verleidelijk, maar dat kan niet, al was het maar voor de grote gevolgen die dat voor alle balansen zou hebben, inclu­

sief die van het Rijk. Maar we moeten wél de dynamiek veranderen. Mensen met schulden worden nu zo hard aangepakt, dat ze onvermijdelijk nieuwe schulden moeten gaan maken. Dat komt volgens mij doordat we er – ten onrechte – nog steeds van uitgaan dat mensen niet wíllen betalen, terwijl het probleem veel vaker is dat ze niet kúnnen betalen.’

Wat moet er dan gebeuren om die dynamiek te veranderen? ‘Het uitgangspunt is nu: jij maakt schul­ den, maar we halen alles terug. Het is niet productief als er door de incasso ­nieuwe schulden ontstaan. Wat levert het op om bij iemand met een inkomen van 2.500 euro en een huur van 1.000 euro maximaal beslag te leggen? Nieuwe schulden zijn onvermijdelijk. We creëren zo nieuwe problemen voor nieuwe schuldeisers. Het zou veel beter zijn als de overheid en schuldeisers zich collectief gaan organiseren CreditMind


en samen optrekken. Dat zal ze uiteindelijk veel meer opleveren dan als ieder voor zich probeert het maximale binnen te slepen.’

U spreekt van een Deltaplan Schuldenaanpak. Hoe ziet dat eruit? ‘In mijn ogen moeten we drie belangrijke stappen zetten. Om te beginnen moet de wetswijziging om de beslagvrije voet een­ voudiger te berekenen, zo snel mogelijk worden ingediend bij de Tweede Kamer. Dat is een herberekening van het bedrag dat mensen bij beslag in de sanering ­overhouden om hun vaste lasten mee te betalen. Ten tweede, en dat is minstens zo belang­ rijk, moet het Rijk vaart maken met een integrale visie op haar incassobeleid. Nu werken overheden langs elkaar heen met vaak schrijnende situaties als gevolg. Het harde beleid verergert de problemen, want mensen doen een groter beroep op zorg, gaan kostbare fouten maken en ook uit­ zettingsprocedures kosten ontzettend veel geld. En tot slot moeten de mensen in de wijk­ teams bijgeschoold worden. Daar zouden

winter 2015/2016

‘Wijkteams zijn vaak helemaal niet opgeleid om financiële problematiek aan te pakken’ Wie is Nadja Jungmann? mensen met een dubbel profiel moeten werken: welzijnswerkers met financiële kennis, of financieel medewerkers die ­affiniteit hebben met zorg. Schapen met vijf poten, dus.’

Te hoge vaste lasten vormen de belangrijkste reden dat mensen in de schulden raken, zegt u. Op het moment dat het inkomen daalt, ­ontstaan er grote problemen. Maar dat geldt niet voor iedereen: hoe kan het dat de één er wel goed uitspringt en de ander niet? ‘Dan komen we op een belangrijke ­oorzaak van schulden, namelijk financi­ eel gedrag. Dat speelt een cruciale rol. Er zijn mensen die vier keer per jaar op vakantie gaan en mensen die met het­ zelfde in­komen een buffer opbouwen. Daarom zouden we met het simpelweg kwijtschelden van schulden een te groot beroep doen op de maatschappelijke ­solidariteit. Dat voelt gewoon niet eerlijk. Bovendien voorkom je daarmee niet dat een deel daarna opnieuw in de problemen komt. Dat neemt niet weg dat we iedereen wél een kans moeten geven om uit de proble­ men te komen. Daarbij moeten we wat mij betreft ook wat minder streng vast­ houden aan de privacywetten. Als we een sneller inzicht kunnen krijgen in wie er al risicovolle schulden heeft, kunnen we die groep beter beschermen tegen financiële verplichtingen die echt niet in hun ­budget passen. Pas dan kan er echt iets veranderen.’ 

Nadja Jungmann is lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en ­zelfstandig adviseur bij Gilde Vakmanschap. Ze is gepromo­ veerd op het onderwerp schuldhulpverlening.

• Trainingen De afgelopen twee jaar heeft ze veel trainingen gegeven bij banken, deurwaarders en woningcorporaties om de effectiviteit van incasso te vergroten.

• Sociaal domein In het sociaal domein was zij afgelopen jaar bij krediet­ banken, wijkteams en sociale diensten betrokken bij de implementatie van de drie decentralisaties.

• Wet Daarnaast voerde ze onder meer de onderzoeken uit die leidden tot de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en tot het kabinetsbesluit om een lande­ lijk beslagregister in te stellen.

• Prijs In 2009 won zij daarmee de ROA impactprijs, een vakprijs van de Raad van Organisatie-Adviesbureaus.

11


Dossier decentralisatie Het jaar 2015 stond in het teken van de transitie van de Jeugdzorg, de Wmo en de Participatiewet van het Rijk naar de gemeenten. Het verliep hier en daar moeizaam, in het geval van de uitbetalingen van het persoonsgebonden budget zelfs problematisch. Voor veel probleembetalers leek de decentralisatie een genadeslag te worden. Want hoe vind je het juiste loket in de wirwar van regelingen en w ­ etten? CreditMind blikt in dit dossier terug op een bewogen jaar.

Decentralisatie: versnipperd en op maat Kevin Wevers (26) uit Aalten heeft net zijn eerste auto gekocht: het is een Jaguar. Wevers is advocaat en spant namens ouderen rechtszaken aan tegen gemeenten die plotseling hun huishoudelijke hulp stopzetten. Hij wint ze allemaal. Het zegt iets over de mate waar­ in gemeenten voorbereid zijn op deze enorme taak. Ze zijn er nog lang niet alle­ maal klaar voor.

Mandy Mienes, cliënt Wmo: ‘Voor mijn gevoel ­lever ik mijn vrijheid in gezondheid in’

Veel gemeenten die zich dat konden ver­ oorloven, hebben extra geld uitgetrokken om de overgangsperiode soepeler te laten verlopen ((zie kader, pagina 15). Daardoor ‘kopen’ ze als het ware tijd voor zichzelf om de inkoop van nieuwe zorgarrange­ menten zorgvuldig voor te bereiden. Toch voelen bijna alle gemeenten de hoge

12

CreditMind


druk die de combinatie van bezuinigingen en de snelle decentralisaties met zich mee­ brengen. In oktober 2015 stuurden 243 (van de in totaal 393) wethouders van Financiën een brandbrief naar de minister, waarin zij stellen dat de rek eruit is. Volgens hen leiden nog meer bezuinigingen tot langere wachtlijsten in de zorg, een onacceptabele verhoging van de lokale belastingen of het verdwijnen van voor­ zieningen voor kwetsbare burgers.

Rolstoel Een voorbeeld uit de praktijk is het ver­ haal van Mandy Mienes. Zij verhuisde op 1 januari 2015 naar een andere gemeente en kreeg daardoor als een van de eersten te maken met de grote verschillen die er tussen gemeenten zijn ontstaan. Bij de verhuizing moest ze volgens de regels haar rolstoel en handbike inleveren. In haar nieuwe woonplaats kreeg ze een andere rolstoel, want het type dat ze had – en dat haar beter paste – zat in haar ­nieuwe woonplaats niet in het pakket. Met hulp van de ambtenaar uit haar oude gemeente maakte ze bezwaar. Na veel heen en weer mailen en bellen, mocht ze – bij hoge uitzondering – haar oude rolstoel houden. Het kostte een hoop energie en frustratie, maar ‘het scheelt in ieder geval veel kosten die ik anders bij de fysiothera­ peut had moeten maken’, constateert ze. Haar handbike was Mandy echter wel kwijt. ‘Ik kon een andere krijgen, maar omdat ik een baan heb, moest ik in mijn nieuwe gemeente een eigen bijdrage gaan betalen.’ Ze had echter net haar nieuwe woning op eigen kosten moeten aanpas­ sen en spaart bovendien voor een nieuwe auto omdat haar oude dieselbus – waar winter 2015/2016

Marjet van Houten (Movisie): ‘Gemeenten komen in de ­verleiding het goedkoopste pakket in te kopen’ haar rolstoel in past – de milieuzone in haar werkgemeente Utrecht niet meer in mag. Het inleveren van haar handbike was een pijnlijk moment. ‘Voor mijn gevoel lever ik vrijheid en gezondheid in.’

Hoge winst Een simpel rekensommetje laat zien dat haar eigen bijdrage wel erg hoog uitvalt: ‘Ik betaal 180 euro per vier weken, ­gedurende vijf jaar. Dat is 11.700 euro in totaal. Een handbike kost rond de ­zesduizend euro, dus hier maakt iemand een schandalig hoge winst. Ik ben er absoluut voor dat iedereen naar draag­ kracht bijdraagt, maar dit lijkt mij nou ook weer niet nodig.’ Eén van de ideeën achter de drie decentra­ lisaties was dat zorg minder versnipperd en meer op maat geleverd moest worden. Maar naast de nieuwe taken, moeten de gemeenten ook flink bezuinigen. En daar

kan het mis gaan, stelt Marjet van Houten, adviseur Participatie bij Movisie, kennisinstituut voor sociale vraagstukken. Ze ziet dat als hét grote gevaar van de huidige ontwikkelingen: ‘De kans is groot dat de kwaliteit van de zorg bezwijkt onder de druk om te moeten bezuinigen. Het is de bedoeling dat zorg individueler wordt, maar de druk om goedkoper te werken is zo groot, dat dit de overhand krijgt. In plaats van individuele oplossingen te bieden, komen gemeenten in de verlei­ ding om het goedkoopste pakket in te kopen en bieden dat aan al hun burgers aan. Of dat nou de beste oplossing is, of niet.’

Betalingsregeling Een instantie die snel in de gaten krijgt of en wanneer grote aantallen mensen in de financiële problemen komen, is het CAK. Deze organisatie, namens het ministerie

13


Dossier decentralisatie

Margriet Luttikhuizen (CAK): ‘We zijn actief betalingsregelingen aan gaan bieden’

van VWS verantwoordelijk voor het innen van de eigen bijdrage voor de Wmo, ver­ stuurt iedere vier weken bijna 400.000 facturen. Om de hoogte van die eigen bijdrage te kunnen berekenen, is het CAK afhankelijk van gegevens van gemeenten. Die waren als nieuwe zorgaanbieders begin dit jaar nog lang niet allemaal klaar om benodigde gegevens aan te leveren. Daardoor k ­ regen dit najaar tussen de vijf- en ­achtduizend klanten met terugwerkende kracht facturen over 2015. Voorlichter Margriet Luttikhuizen van het CAK: ‘Wij verwachtten dat het voor veel mensen l­astig zou zijn om dat bedrag in één keer te betalen. Daarom zijn we actief betalingsregelingen gaan aanbieden.’ Animo voor deze betalingsregeling was er zeker. In juli steeg het aantal aanvragen met 250 procent ten opzichte van een jaar eerder. Die piek zwakte al snel weer af, maar zorgde desondanks voor een stijging van 66 procent in oktober. Toch wil Luttikhuizen die cijfers relativeren. Er was, zo zegt ze, een lichte stijging van het ­aantal mensen dat een betalingsregeling aanvroeg, maar in verhouding tot het totaal, zijn dat er nog steeds erg weinig. ‘Concreet betekent het dat het CAK in juli met 2.721 klanten een betalingsregeling heeft getroffen. Dat is een piek, maar is minder dan één procent van alle facturen die wij versturen.’

Taai Zijn er algemene conclusies te trekken? Vaststaat dat in het jaar dat de gemeenten de uitvoering van de drie wetten op hun bordje kregen, overal hard is gewerkt om

14

de kennis en de financiën op orde te ­k rijgen, de burgers wegwijs te maken en tegelijkertijd zo zuinig mogelijk in te kopen. Voor algemene conclusies is het nog te vroeg, vindt iedereen die zich met deze materie bezighoudt. Toch durft Marjet van Houten, senior adviseur Participatie bij kennisinstituut Movisie, wel voorzichtig een paar trends te schetsen die zich af beginnen te teke­ nen. De opvallendste is dat nu zichtbaar wordt dat tachtig procent van de hulp­ vraag van burgers draait om financiële schulden. ‘Een groot deel van de hulpvra­ gers leeft op of onder de armoedegrens doordat problemen zich opstapelen. De meest taaie en dominante daarvan is het probleem van de schulden’, aldus Van Houten.

Als de drie decentralisaties volledig zijn ingevoerd, kunnen sociale wijkteams de problemen van hulpvragers in een keer in kaart brengen en voor iedereen zorg op maat bieden. Dan is de transitie geslaagd. Maar zover is het nog niet.

Huishoudelijke hulp De Nationale Ombudsman, Reinier van Zutphen, had een regen aan klachten ­verwacht, zeg hij in een interview (gemeentenvandetoekomst.nl). Die zijn er niet gekomen. Maar dat betekent niet dat de vlag uit kan, waarschuwt hij: ‘Ik ver­ moed dat het komt omdat gemeenten nog niet helemaal klaar zijn met het proces en sommige mensen de gevolgen van de decentralisaties dus nog niet volledig ­merken.’ Van Zutphen vreest dat de stilte CreditMind


van 2015 weleens de voorbode van de spreekwoordelijke storm zou kunnen zijn. ‘Burgers met klachten komen nooit ­meteen bij ons terecht; dat duurt even.’ Ondertussen doen slimme juristen als Kevin Wevers hun voordeel met de steken die sommige gemeenten laten vallen. Hij financiert zijn Jaguar met de proceskosten die de verliezende gemeenten moesten betalen. Intussen is hij de held van de ouderen, die hun huishoudelijke hulp weer terug hebben. Althans, voorlopig. In een interview met de Volkskrant ­verwoordde Wevers feilloos het probleem waar veel gemeenten nu nog mee worste­ len: ‘Hier in de Achterhoek zijn wethouders meestal gewoon boeren. En die ­moeten nu ineens omgaan met de zorg. Dan gaat het mis.’ 

Reservepotjes gemeenten In de voorbereiding op de drie grote decentralisaties in 2015 hebben veel gemeenten, voor zover mogelijk, een reservepotje aangelegd, om de vaak kwetsbare burgers een zachte landing te garanderen. Hoeveel hebben de 40 grootste gemeenten per ­inwoner in 2015 opzij gelegd? (Bron: FD) Leiden 152 euro Arnhem 132 euro Breda 111 euro Delft 100 euro Venlo 100 euro Westland 20 euro Dordrecht 8 euro Amersfoort 7 euro Enschede 3 euro Nijmegen, Apeldoorn, Maastricht, Alpen ad Rijn, Oss 0 euro

winter 2015/2016

Welzijnsorganisatie Hilzijn ziet ook kansen:

‘We kunnen nu groeien’

‘De decentralisatie biedt Hilzijn als welzijnsorganisatie nieuwe kansen’, zegt manager Zorgondersteuning Nikky van den Eertwegh. De zorgaanbieder uit Noord-Limburg begeleidt jongeren en jongvolwassenen met psychische problemen. ‘Wij kunnen nu zelf intekenen op aanbestedingen van gemeenten, waardoor wij kunnen groeien.’ Het zijn de cliënten zelf die vooral met de negatieve kanten van de transitie te maken krijgen, weet Van den Eertwegh. ‘De gemeente had eind 2015 nog geen afspraken met het CAK gemaakt over het ­aanleveren van de gegevens van ­cliënten met een indicatie “beschermd wonen”. Daardoor is nog bij lang niet iedereen de hoogte van de eigen ­bijdragen vastgesteld. Als in 2016 de rekening binnen­ komt, moeten ze met terugwer­ kende kracht gaan betalen. Dat gaat straks onvermijdelijk grote betalingsproblemen opleveren.’ De hoge eigen bijdragen zorgen sowieso voor problemen. ‘Veel ­mensen schrikken van de hoogte ervan en besluiten dan maar geen hulp te z­ oeken. Die mensen komen niet bij ons in beeld totdat het echt mis gaat. Dat is een verontrustende ontwikkeling.’ Hilzijn doet er daarom alles aan om haar cliënten – oude én nieuwe – bij hun zorgvraag te ondersteunen. ‘Wij helpen hen hun zorgvraag helder te formuleren en geven aan wat wij daarin kunnen betekenen. Als dat voor iedereen helder is, kunnen we snel aan de slag.’

Nikky van den Eertwegh

15


Dossier decentralisatie ‘Er was een beetje chaos in het begin, maar in het algemeen is het erg meegevallen’, zegt Marcel Boogers, hoogleraar ­innovatie en regionaal bestuur én expert op het gebied van decentralisatie. Hoogleraar Marcel Boogers:

‘Op lokaal niveau is er meer flexibiliteit’ ‘Van gemeenteambtenaren hoor ik vooral terug dat ze blij zijn met hun nieuwe taken’, zegt Marcel Boogers. ‘Ze hebben de overgang heel spannend gevonden, maar nu zeggen ze: het is goed zo, we kunnen wat betekenen, het werk is interessanter geworden.’ Als onderzoeker heeft hij een brede expertise opgebouwd op het gebied van lokaal bestuur, lokale politiek en politieke organisaties. De ‘levende werkelijkheid’, zoals hij dat noemt, speelt daarbij een belangrijke fac­ tor. Hij kan adviseren wat hij wil om met verschillende partijen tot een regionale agenda te komen; het moet wel aansluiten bij wat er leeft in de samenleving. Vanuit

16

zijn expertise volgt hij vanzelfsprekend met meer dan gemiddelde belangstelling hoe de overgang van de Jeugdwet (jeugd­ zorg), de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning) en de Participatiewet per 1 januari 2015 naar gemeentelijke verant­ woordelijkheden is verlopen.

De berichten voorafgaand aan de decentralisatie waren best zorgelijk: gemeenten leken helemaal nog niet klaar voor hun nieuwe taken. We zijn nu een jaar verder, de decentralisa­ ties zijn een feit. Hoe is het gegaan?

‘Belangrijke redenen ­waren het wegsnijden van de overbodige ­bureaucratie én het ­terugdringen van de ­kosten’

‘Ik denk dat het best heel behoorlijk is ­verlopen. Zeker als je weet dat het om een CreditMind


enorme omwenteling gaat. Er was hier en daar misschien een beetje chaos in de ­eerste maanden, maar over het algemeen is het erg meegevallen.’

En op het niveau van de ‘levende werkelijkheid’, zoals u dat noemt: is zo’n decentralisatie van invloed op de huishoudportemonnee van mensen? ‘Daar kun je nog niet een-twee-drie iets over zeggen. Mensen die financieel in de problemen komen, hebben veelal te maken met stijgende lasten, bijvoorbeeld op het gebied van huur of zorgverzekerin­ gen. Met decentralisaties heeft dat weinig te maken. De zorg is niet duurder gewor­ den, het is meer een kwestie van het zelf regelen en het anders organiseren of inkopen.’

En hoe zit het met het beeld van mensen die het juiste loket niet meer kunnen vinden? ‘Ja, dat is een probleem, zeker als gemeen­ ten het zelf ook niet precies weten. Dan krijg je dat mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Maar dat is van tijdelijke aard. En juist de inwoners die structureel zorg behoeven, hebben er ­weinig van gemerkt. Voor hen geldt in de meeste gevallen immers een overgangs­ regeling in de vorm van een transitie­ arrangement.’ (Cliënten, die in een ­zorgtraject zaten in 2014, behouden ­maximaal een jaar recht op deze zorg. Een soort ‘overgangsrecht’ dus, red.)

Doet een bepaald type gemeente het opvallend goed of slecht? ‘Nee, het beeld is in alle opzichten heel divers. Maar het is ook nog te vroeg om de balans op te maken. Zo’n proces verloopt in twee fases: de transitiefase en de trans­ formatiefase. We zitten nog in de eerste. Sommige transitiearrangementen in de zorg lopen pas na twee jaar af, in 2017 dus. Daar zou je tegen die tijd onderzoek naar moeten doen.’ winter 2015/2016

Marcel Boogers

‘Ik hoor van gemeenten dat grote zorginstellin­ gen achterblijven: die passen zich nauwelijks aan’

Marcel Boogers is expert op het gebied van regionaal en lokaal bestuur. Hij combineert zijn hoogleraarschap innovatie en regionaal bestuur aan de ­Universiteit Twente met een ­betrekking bij het Adviesbureau BMC Advies. Als onderzoeker heeft hij een brede expertise ­opgebouwd op het gebied van lokaal bestuur, lokale politiek en politieke organisaties. ­Daarbij richt hij zich vooral op het krachtenveld tussen ­inwoners, organisaties, politici en bestuurders. Op het moment werkt hij onder meer aan een onderzoek naar regionale samenwerking op het gebied van schuldhulp­ verlening voor Stadsbank Oost, een bundeling van schuldhulp­ verleners in Twente.

Waarom was die decentralisatie ook weer nodig? ‘Het wegsnijden van overbodige bureau­ cratie en het terugdringen van de kosten waren belangrijke redenen; die rezen natuurlijk ook de pan uit. Verder was het de bedoeling om slim te integreren. Door die drie terreinen op lokaal niveau onder te brengen, zou je ze makkelijker met elkaar kunnen verweven. Maar dat komt nog niet zo uit de verf.’

U bent niet alleen maar positief gestemd? ‘Het heeft zijn tijd nodig, zo’n overgang verloopt geleidelijk en dat is goed ook. Zo kun je leren van de fouten die zijn gemaakt. Maar ik hoor bijvoorbeeld van gemeenten dat de grote zorginstellingen achterblijven: die passen zich nauwelijks aan, terwijl ze echt een behoorlijke slag moeten maken. Die markt was altijd aan­ bodgericht, terwijl die nu vraaggestuurd moet zijn. Dat gaat niet over zorg maar over economie. Bezuinigen is goed, maar het mag niet ten koste van de zorg gaan. Kijk naar thuiszorginstellingen die omvallen.’

Wat betekent dat voor de mensen die zorg behoeven? ‘Krijgen ze de zorg die ze nodig hebben? Daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Aan de andere kant: op lokaal niveau is er meer regelruimte en flexibiliteit, dus het komt uiteindelijk goed – om toch nog met een positief geluid te eindigen.’

+ -

Decentralisatie: volgens hoogleraar Boogers Plus + Bezuinigen goede motor voor noodzakelijke hervormingen + Lastige discussies over zorg (lifestyle, ­euthanasie) laten zich beter op lokaal ­niveau voeren + Lokale zorg maakt maatwerk mogelijk Min - Dikke kans dat er klappen ­vallen bij de grote zorginstel­ lingen - Wat doet de centrale overheid als de ­zorginstellingen de ­overstap niet kunnen maken? - Kwaliteit van zorg is niet per se gewaarborgd

17


profiel

De afschaffing van de basisbeurs voor studenten aan hbo of universiteit is een feit. Studenten die in 2015 aan hun eerste ­studiejaar begonnen, hadden geen recht meer op studiefinanciering. Zij kunnen het geld lenen bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs), maar doen ze dat ook? Of vallen ze terug op de portemonnee van hun ouders? Drie studenten vertellen.

‘Het moment van terugbetalen lijkt nog héél ver weg’

18

CreditMind


Eef Vintges (20) student Integrale Veiligheidskunde Hogeschool Utrecht

‘Aan het begin van het s­ tudiejaar dacht ik: “Ik leen lekker maximaal bij, ik zie later wel. Ik wil ook kunnen genieten.” Maar mijn ouders zeiden: “Dat is niet jouw geld, hè. Besef dat je het later moet terugbetalen, mét rente.” Toen hebben we een middag samen research gedaan op de DUOsite. We hebben precies uitgerekend wat ik in mijn situatie moet bijlenen – 350 euro per maand – en welke ­studieschuld dat later betekent – zo’n 15.000 euro. Maar toch… het moment van terug­ betalen lijkt nog heel ver weg. Eigenlijk maak ik me daar nu niet druk om. Ik ben wel een echte big spender. Uitgaan, etentjes, kleren… Af en toe werk ik, maar daar verdien ik hooguit honderd euro per maand mee. Mijn ouders betalen het college­ geld, boeken en sinds het wegvallen van de stufi ook mijn kamerhuur. Dat vond ik eerst best lastig, maar toen bleek dat ze ooit voor mijn broer en mij een spaarrekening hebben geopend. Mijn moeder kan mijn ­rekeningen inzien. Met mijn toestemming, hoe­ wel het soms ook ongemakkelijk voelt. Laatst kreeg ik een appje: “Lekker uit eten geweest?” Maar ja, op deze manier behoeden ze me wel.’


Jesra Schoondermark (21) student Opleidingskunde Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

‘In april 2015 haalde ik mijn diploma voor de mbo-opleiding camerajourna­ listiek. Het liefste wilde ik nóg een ­studie doen, maar die studielening heeft me maanden tegengehouden. Ik raakte compleet in de stress bij het idee zo’n enorme schuld op te ­bouwen. Wat dat betreft maakt de overheid het je nu wel heel moeilijk. Maar in augustus, op het allerlaatste moment, heb ik me toch ingeschreven voor Opleidingskunde. De wens om door te leren bleek sterker en ik dacht: die schuld zie ik later wel. Tijdens mijn mbo-opleiding betaalden mijn ouders bijna alles en had ik veel tijd om bij te verdienen. Ik leefde er heel lekker van. Inmiddels woon ik samen. Mijn vriend heeft een goede baan, maar ik wil absoluut niet afhankelijk van hem zijn. Nu leen ik het maxi­ male bedrag: 854 euro per maand. Plus 150 euro extra voor het college­ geld. Er is nauwelijks tijd voor een baantje. Dus ik schrap alle extra ­dingen: shoppen, tijdschriften, uit eten… Maar het is bizar hoeveel gelukkiger ik nu ben. Het is heerlijk om weer te studeren. En ik probeer maar niet te veel na te denken over later.’


Rogier Vonk (17) student Communicatie Christelijke Hogeschool Ede

‘Mijn oudere broer en zus hadden nog wél een beurs. Nu ga ik studeren en moet ik het zonder studiefinanciering doen. Natuurlijk baal ik daar van, want ik zit straks als ­enige met een veel hogere studieschuld. Maar ik ben ook wel weer positief ingesteld. Omdat ik nog thuis woon, hoef ik maar 180 euro per maand te lenen om het collegegeld af te betalen. Hier koop ik ook studieboeken van. Na vier jaar studie is mijn schuld in totaal ­ongeveer 12.000 euro. Pas wanneer ik later meer dan het mini­ mumloon verdien, hoef ik de lening af te lossen. De rente is maar 0,01% en bovendien mag je er 35 jaar over doen. Als ik mijn diploma haal, krijg ik hopelijk een goed betaalde baan. Dus eerlijk gezegd denk ik niet dat ik later veel merk van die schuld. Nu kom ik financieel prima uit. Mijn ouders geven me vijftig euro per maand ­zakgeld. Eten en kleding b ­ etalen zij ook. Verder heb ik een baantje bij de supermarkt waar ik 150 euro per maand mee verdien. Ook een voor­ deel: ik heb geen gat in mijn hand.’


straattaal in Den Haag GGN Den Haag is gevestigd op de Prinses Alexialaan 8 2496 XA Den Haag

De feestdagen zijn weer achter de rug en de cadeau- en kerstpakketten­ stress is weer voorbij. Iedereen tevreden? Of moet het volgend jaar helemaal anders?

Margriet (51) ‘Er zijn altijd mensen die iets te klagen hebben’

‘Ik ben wethouder in Veghel. De perso­ neelsvereniging zoekt iets uit wat ze leuk vinden, daar heb ik zelf geen invloed op. Vorig jaar kregen we een winkelcheque. Dat vond ik wel leuk omdat ik toen zelf wat kon uitkiezen. Toch blijf ik het lastig vinden, die kerstpakketten. Er is altijd wel iemand die wat te klagen heeft. Het is nooit helemaal goed en dat is jammer.’

Michealla (18)

Siets en Nel (beiden 76)

Andries (50)

‘Ik zou mijn pakket zéker weggeven’

‘We kregen een cd van een Rotterdamse zanger’

‘Ik heb zelf genoeg en ik geef graag iets weg’

Siets: ‘Bij de Rotterdamse bibliotheek waar wij vroeger allebei werkten, kregen we nooit zoveel hoor. Ze gaven het soms aan een goed doel en één keer kregen we een cd’tje van een Rotterdamse zanger ‘Als de touwen het houwen’, haha. Ik weet het nog precies.’ Nel: ‘Tja, wat moet je daar nou mee? Soms werd er gedoneerd aan een goed doel; dat heeft dan nog wel wat. Jammer alleen dat wij dat nooit zelf konden kiezen en dat we ook nooit hoorden waar het geld naartoe ging.’

‘Bij ASML in Veldhoven, waar ik werk, krijgen we ons kerstpakket digitaal. We krijgen een voucher van 45 euro die je kunt besteden bij een webshop of kunt doneren aan een goed doel. Ik vind dat wel een goed idee. Ik heb zelf genoeg en ik geef graag iets weg. Beter toch dan zo’n suf pakket met eeuwig houdbare paté en bessen op sap?’

‘Ik werk bij de Jumbo in Zoetermeer. Daar doen ze wel aan kerstpakketten. Vorig jaar was ik net begonnen en toen kreeg ik nog niks, maar deze keer wel. Ik vind het wel feestelijk. Iets lekkers, een stuk chocola, lekkere wijn. Leuk toch? Mijn pakket ­weggeven? Ik weet niet of dat bij ons kan, maar ik zou het zeker doen, er zijn zo veel mensen die het veel minder goed hebben dan ik. Misschien volgend jaar.’

22

CreditMind


cijfers & zo Decentralisatie en schuldhulpverlening

1.524,60

Per 1 januari 2016 zijn de Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2016. Dit komt doordat deze uitkerin­ gen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt van € 1.507,80 naar € 1.524,60 bruto per maand.

3.2 miljard

Gemeenten hebben in de eerste helft van 2015 3,2 miljard euro meer uitgegeven dan in de eerste helft van 2014. Dat is een stijging van 13%.

140

duizend jongens zaten in een traject bij jeugdzorg in het eerste kwartaal van 2015, tegenover 93 duizend meisjes. Jongens ­hebben vaker jeugdhulp en zitten ook vaker in de jeugdreclassering.

393

1/ 5

Bijna één op de vijf huishoudens in Nederland (17,4%-18,8%) heeft te maken met risicovolle schulden, problematische schulden of zit in een schuldhulpverleningstraject.

Het aantal gemeenten in Nederland bedraagt 393. Ons land telt drie zogenoemde ‘Openbare Lichamen’: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zij worden op verge­ lijkbare wijze bestuurd.

1795

Sinds 1795 kennen we in Nederland het begrip gemeente. Daarvoor hadden we zeer uiteenlopende vormen van lokaal bestuur. Steden waren min of meer zelfstandig in het aanstellen van bestuurders. Dorpen maakten vaak deel uit van een ‘heerlijkheid’: daar maakte een heer de dienst uit.

29

%

van de personen die in de schuldsanering terechtkomen is 45-plusser. Het aantal ­mensen onder de 45 jaar dat een wettelijk traject ingaat om schulden af te lossen daalt.

1807 443.000 De eerste gemeentewet dateert uit 1807. Het was in de periode dat de Bataafse Republiek overging in het Koninkrijk Holland (tussen 1806 en 1810).

winter 2015/2016

Het aantal personen met een bijstandsuitkering is in het eerste kwartaal van dit jaar met 9.000 toegenomen tot 443.000. Dit houdt onder andere verband met de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015. Deze wet vervangt de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong).

23


Zo betaalt Liz Snoijink

Hoe ga jij met geld om? ‘Ik ben penny wise en pound foolish. Ik maak gebruik van aanbiedingen en koopjes, en kleding koop ik eigenlijk alleen in de uitverkoop. Maar ik koop ook heel dure couture. Op vakantie boek ik een mooi en duur hotel, maar net zo makkelijk zit ik in een tent. Ik koop goedkope wijn in de supermarkt of juist een dure fles die ik heel lekker vind. Kortom; met geld ben ik iemand van uitersten.’

Heb je schulden of sta je wel eens rood? ‘Schulden heb ik nooit gehad en rood

staan ken ik niet. Ik heb ook nooit een lening gehad of iets wat daar op lijkt. Zo ben ik opgevoed; schulden noch lenen komen in mijn woorden­ boek voor.’

sen hebben een taak om voor de wereld te zorgen, maar dat gaat ­helemaal fout.’

Betaal je wel eens te laat?

‘Een nieuwe Chrysler Stratus cabrio, een paarse. Het was de bedoeling er de rest van mijn leven mee te doen, maar ik heb hem na vijf jaar verkocht. En ook nog eens voor peanuts! Er mankeerde voortdurend van alles aan die auto. Ja, echt een kat in de zak.’

‘Nee, daar ben ik heel accuraat in. Als ik een rekening krijg, betaal ik hem onmiddellijk en gaat hij in het mapje ‘betaald’. Je hoeft mij ook niet te vragen of er wel eens een deur­ waarder bij me is langs geweest. Dat gaat mij niet overkomen.’

Geef je geld aan goede doelen? ‘Ja, maar ik ben daar niet scheutig in, geen duizenden euro’s of zo. Wel geef ik structureel kleinere bedragen, met name aan instanties als de Vogelbescherming en de Dierenbescherming. Dieren zijn de pure onschuld in de wereld. Wij men­

Grootste miskoop?

Moet jij nog werken om te leven? ‘Nee, ik heb altijd veel werk gehad maar ik ben niet van werk afhanke­ lijk. Wat ik te danken heb aan mijn vader die mij goed achtergelaten heeft. Maar tot mijn 39e, toen hij stierf, heb ik altijd voor mijn eigen kostje gezorgd.’

Fotografie: Cees Rutten

Liz Snoijink (59) heeft als actrice altijd veel gewerkt. Ze kende nooit financiële problemen en inmiddels is werken geen noodzaak meer. Ook al heeft dat in haar geval nog een andere reden…

Profile for GGN Mastering credit

CreditMind #3 2015  

CreditMind #3 2015  

Advertisement