__MAIN_TEXT__

Page 1

Samen werken aan diergezondheid

GD-magazine - november 2017 - nummer 90

herkauwer

Johannis De Lorm liet zijn koeien na vijf jaar op stal weer de wei in: “We zijn best trots op onze weidemelk.”

VERNIEUWD GD-LAB

Wat is er allemaal veranderd?

KLAUWGEZONDHEID

De rol van biotine


Elke koe verdient bescherming Eénmalige BVD vaccinatie, 1 jaar bescherming • bescherming tegen type 1 en 2 • maakt bescherming eenvoudig • maak een bewuste keuze, gebruik het nieuwste BVD vaccin! Vraag uw dierenarts om meer informatie.

Bovela, bevat per dosis (2 ml): levend verzwakt BVDV-1, ncp stam KE-9 en levend verzwakt BVDV-2, ncp stam NY-93. Doeldier: Rund. Indicatie: Voor de actieve immunisatie vanaf een leeftijd van 3 maanden om hyperthermie te beperken en de reductie van leukocyten veroorzaakt door BVDV-1 en BVDV-2 te minimaliseren, en om de virusuitscheiding en viremie veroorzaakt door BVDV-2 te verminderen. Voor de actieve immunisatie van runderen tegen BVDV-1 en BVDV-2 om de geboorte van persistent geïnfecteerde kalveren te voorkomen. Duur van de immuniteit: 1 jaar. Contra-indicatie: Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of één van de hulpstoffen. Toediening: 2ml Intramusculair. Het wordt aanbevolen om rundvee tenminste drie weken vóór inseminatie/dekking te vaccineren voor foetale bescherming vanaf de eerste dag van conceptie. Dieren die later dan 3 weken vóór de dracht of tijdens de vroege dracht gevaccineerd worden zijn mogelijk niet beschermd tegen foetale infectie. Dit dient in overweging genomen te worden bij koppelvaccinatie. Hoewel persisterende infectie van de foetus door vaccinatie niet is aangetoond, kan transmissie naar de foetus niet worden uitgesloten. Daarom dient gebruik tijdens de dracht per geval beoordeeld te worden door de behandeld dierenarts, rekening houdend met bijvoorbeeld de immunologische BVD status van het dier, de duur tussen vaccinatie en dekking/ inseminatie, het stadium van de dracht en het risico op infectie. Voornaamste bijwerkingen: een milde zwelling en noduli tot 3 cm diameter werden waargenomen op de plaats van injectie en verdwenen binnen 4 dagen na de vaccinatie. Een verhoging van de lichaamstemperatuur binnen de fysiologische marge komt vaak voor binnen 4 uur na vaccinatie en verdwijnt spontaan binnen 24 uur. Wachttijden: Nul dagen. REG NL 114058. Duur van de immuniteit: 1 jaar. Kanalisatie: UDD. Voor meer informatie: Boehringer Ingelheim bv, vetmedica.nl@boehringer-ingelheim.com, www.boehringer-ingelheim-ah.nl, +31(0)725662411. Oktober 2016


voorwoord

FRISSE NEUS We zijn er inmiddels aan gewend, maar wie de moderne stallen vergelijkt met de eerste ligboxenstallen ziet ogenblikkelijk een verschil: hoge, open muren waar de frisse lucht rijkelijk naar binnen kan stromen. Overigens vergt deze ontwikkeling wel uitleg aan de burgers, die zich met regelmaat afvragen waarom de stallen hoger zijn geworden. Zij zullen niet direct het verband met een beter dierwelzijn leggen. De waarde van frisse lucht is groot. Niet zelden lees je verhalen van veehouders die, enkel door de verhuizing naar een nieuwe stal, productiewinst boeken dankzij een substantiële verbetering van het klimaat. Dat neemt niet weg dat ziekten die te doen hebben met luchtwegen nog steeds hun ‘benauwende’ werk doen. We besteden daarom aandacht aan Mannheimia, een ziekte die borst- en longonsteking kan veroorzaken. Dankzij onderzoek in het kader van het geweldige, door de sector en

overheid gefinancierde monitoringsprogramma, komen we steeds meer te weten over deze ziekte. Kalveren vallen eveneens met regelmaat ten prooi aan ziekteverwekkers die het op de luchtwegen hebben gemunt. Via een duidelijke illustratie op pagina 13 krijgt u goed inzicht in de bacteriën en virussen die op de loer liggen. Het merendeel van de Nederlandse koeien haalt in de zomer dagelijks een frisse neus in de wei. De koeien van Johannis de Lorm gingen na vijf jaar van continu opstallen (in een overigens zeer frisse stal) weer naar buiten. Dat bleek niet alleen wennen voor hemzelf. Ook de koeien moesten wennen, in het bijzonder de jongere dieren. Maar het is De Lorm uitstekend bevallen blijkt uit zijn boeiende relaas. Een verhaal met nuttige tips, het opsnuiven meer dan waard.

Bert de Lange, sectormanager rund

inhoud

04 Actueel 07 Kalender 08 GD lab: van verbouw naar beter

Bereikbaarheid U kunt GD telefonisch bereiken via 0900-1770. Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 17.00 uur. Tarieven Alle genoemde GD-tarieven in deze uitgave zijn exclusief btw en 9,95 euro basiskosten.

10 Resultaat pilotonderzoek mannheimia 14

Ophaaldienst voor sectie- en monstermateriaal Aanmelden: via het aanmeldformulier op www.gddiergezondheid.nl en telefonisch 0900-202 00 12 (24 uur per dag). Wij halen het materiaal dan zo spoedig mogelijk bij u op. Sectie- en monstermateriaal kunt u brengen van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. colofon Herkauwer is een uitgave van de Gezondheidsdienst voor Dieren Redactie Sietske Haarman, Bert de Lange, Jet Mars, Helen de Roode, Linda van Wuijckhuise | Beeldredactie Wendy van de Streek | Eindredactie Margreet Pasman | Redactieadres GD, Marketingsupport & Communicatie, Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-63 41 04, redactie@gddiergezondheid.nl, www.gddiergezondheid.nl | Productiecoördinatie Senefelder Misset | Basisontwerp Studio Kaap | Vormgeving Dock35 Markerting, Doetinchem | Druk Senefelder Misset Doetinchem | Abonnementen Herkauwer wordt gratis toegezonden aan relaties van GD. Een jaarabonnement (vier nummers) voor personen buiten de doelgroep kost 19,20 euro (exclusief btw) | Advertenties PSH Media Sales, T. 0314-35 58 00 | Verschijningsfrequentie vier keer per jaar | Suggesties Als u suggesties heeft voor dit blad, kunt u deze via redactie@gddiergezondheid.nl doorgeven aan de redactie. Overname van artikelen is toegestaan uitsluitend na toestemming van de uitgever.

13 Luchtwegproblemen bij jongvee 14 Reportage: Johannis en Ida de Lorm gingen na vijf jaar weer weiden

19 De rol van biotine bij klauwgezondheid 20 Uit het lab: onderzoek bronwater 20

23 Masterclasses water 24 Persistentie en diergezondheid 26 Fosforgehalte meten in tankmelk 27 Salmonellastatus checken bij aanvoer

ISSN: 1875a-2594

29 Buitendienst ‘on the road’

Wilt u dit blad niet meer ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven? Dat kan via 0900-1770, vraag naar klantdatabeheer (lokaal tarief) of mail naar brbs@gddiergezondheid.nl.

31 De boer op 27

32 Diergezondheid volgens Jan te Riele Herkauwer, november 2017 - 3


Effectiviteit van sprayen of dippen Een belangrijk onderdeel in de preventie van mastitis in zowel de droogstand als tijdens de lactatie is het desinfecteren van spenen. Dippen of sprayen met een goed desinfecterend middel doodt een significant deel van mastitisverwekkers op de speenhuid, helpt bij genezing van wondjes en verzekert een goede speenconditie. Het percentage nieuwe infecties kan wel 50 procent lager zijn door desinfecteren met een effectief product direct na het melken, in vergelijking met niet desinfecteren. Wanneer doe je het goed? Zowel dippen als sprayen is mogelijk. Zorg ervoor dat de hele speen goed wordt geraakt. Met dippen wordt de speen in de dipbeker gehangen en mooi rondom geraakt. Zorg bij sprayen dat ook de speen aan alle kanten goed wordt geraakt. Zoals op bovenstaande foto te zien, wordt met enige aanpassing aan de spuitlans het sprayen veel eenvoudiger. De lans komt makkelijker onder de spenen door, zodat ook de achterzijde goed wordt geraakt. Deze optie is ook goed toe te passen bij droogstaande koeien, waarbij desinfectie een goede manier is om mastitis te voorkomen.

IBR BVD vleesveesymposium op 16 november BVD en IBR staan volop in de aandacht, ook bij vleesveehouders. Niet verwonderlijk gezien de impact die deze infectieziekten ook op vleesveebedrijven kunnen hebben. Om vleesveehouders bij te praten over (de aanpak van) BVD en IBR organiseerden de Federatie van vleesveestamboeken Nederland (FVN), GD, CRV en Boehringer Ingelheim dit najaar drie symposia. U kunt zich nog aanmelden voor het laatste symposium, op donderdagavond 16 november, 19:00 – 22:00 uur in Hotel Nobis in Asten (NB). Deelname is kosteloos, maar vol is vol. Aanmelden kan via www.IBR-BVD-Vleesvee.nl GA VOOR MEER INFORMATIE EN AANMELDEN NAAR WWW.IBR-BVD-VLEESVEE.NL

Abonnement ‘Van en naar de stal’ stopt In 2017 kon u gebruikmaken van het abonnement ‘Van en naar de stal’, met daarin functies als het opvragen van verklaringen en het openbaar register. Om bij aankopen de statussen te kunnen inzien willen we het openbaar register voor iedereen toegankelijk maken. Tevens verandert in 2018 de manier van opvragen van de verklaringen.

Sprayer met aangepaste spuitlans, waarmee

Door deze veranderingen vervalt het abonnement ‘Van en naar de stal’ met ingang van 1 januari 2018. Vanaf dat moment kunt u gratis gebruikmaken van dezelfde functionaliteiten, zoals het opvragen van verklaringen via VeeOnline of onze klantenservice (voice response voor het opvragen van verklaringen vervalt). U ontvangt alleen een factuur bij het aanvragen van een verklaring (4,50 euro per set via VeeOnline).

ook de achterkant van de spenen goed kan worden geraakt LEES NOG MEER TIPS ROND MASTITISPREVENTIE 

OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/ UIERGEZONDHEID

4 - Herkauwer, november 2017

Meer weten over VeeOnline? Ga dan naar www.gddiergezondheid.nl/veeonline.


actueel

Hoe zorg ik voor een goede biestvoorraad?

Btw-landbouwregeling per 1 januari 2018 afgeschaft Door het nieuwe Belastingplanpakket 2018 wordt de btw-landbouwregeling in de Wet op de omzetbelasting met ingang van 1 januari 2018 afgeschaft. Tot nu toe betaalde u voor facturen van GD als veehouder 6 procent btw, maar de wijziging betekent dat u vanaf 1 januari 2018, net als andere ondernemers, 21 procent btw gaat betalen. Meer informatie over deze wijziging staat op de website van de rijksoverheid.

Een goede voorraad biest in de vriezer zorgt ervoor dat u, wanneer een koe te weinig biest geeft, snel een alternatief bij de hand hebt. Wanneer u biest invriest, selecteer dan de beste kwaliteit eerste biest van paratbc-onverdachte koeien en vries deze binnen een uur na het melken in. Als u de biest in kleine porties invriest, ontdooit het sneller. Hersluitbare (ziplock) plastic zakken zijn daar heel geschikt voor. U kunt daar tevens op schrijven van welke koe en welke datum de biest is. Eenmaal ingevroren blijft biest maximaal 12 maanden goed. Ontdooi biest altijd door het in warm water te leggen (maximaal 50 graden); gebruik nóóit een magnetron. Tot slot: noteer het altijd als een kalf biest van een andere koe heeft gehad, zodat is na te gaan welke kalveren kunnen zijn besmet als later blijkt dat een koe waarvan biest is ingevroren toch paratbc had.

Samen werken aan diergezondheid

Gratis GD-glas!

Durft u een glaasje water uit de drinkbak te drinken? standnr.

196

Bezoek ons op de RMV in Gorinchem Komt u ook naar de RMV Gorinchem? Dan is een bezoekje aan de GD-stand zéker de moeite waard. Onder het motto ‘Goed water, gezonde koeien’ dagen wij u onder andere uit voor een heus ‘Oudhollandsch’ waterspel. Zou u het durven? Hoe ziet het water in de drinkbak van uw koeien eruit? Hoe ruikt het? Zou u er zelf een glaasje uit durven drinken? Op de GD-stand staat goed en gezond veedrinkwater centraal. Tegen inlevering van bovenstaande bon ontvangt u gratis het enige echte GD-waterglas! U kunt de bon downloaden via www.gddiergezondheid.nl/agenda We vertellen u natuurlijk graag meer over de wateronderzoeken van GD en uiteraard kunt u ook met al uw andere vragen over diergezondheid bij ons terecht. Welkom op onze stand (standnummer 196)! De RMV Gorinchem vindt plaats van 28 - 30 november in Evenementenhal Gorinchem.

Herkauwer, november 2017 - 5


Bovigen® Scour Prevention is better than a cure

Betrouwbare bescherming vanaf het begin. Breed spectrum vaccin ter preventie van kalverdiarree Productinformatie Bovigen Scour, emulsie voor injectie voor runderen. Doeldier: Rund (drachtige koeien en vaarzen). Werkzame bestanddelen: Bovine rotavirus, stam TM-91, serotype G6P1 (geïnactiveerd), Bovine coronavirus stam C-197 (geïnactiveerd), Escherichia coli stam EC/17 (geïnactiveerd) met expressie van F5 (K99) adhesine. Indicaties: Voor de actieve immunisatie van drachtige koeien en vaarzen ter stimulering van antilichamen tegen E. coli adhesie F5 (K99) antigeen, rotavirus en coronavirus. Dosering: Eén dosis: 3 ml. Primaire vaccinatie: 2 doses – de eerste dosis tussen 12 en 5 weken voor de verwachte afkalfdatum en de tweede dosis 3 weken na de eerste dosis. Hervaccinatie: Eén dosis gedurende elke dracht, toegediend tussen 12 en 3 weken voor de verwachte afkalfdatum. Contraindicaties: Geen. Wachttermijn: 0 dagen. Bijwerkingen: Een lichte zwelling van 5-7 cm in diameter op de injectieplaats komt vaak (1 tot 10 van de 100 dieren) voor en kan in sommige gevallen in de beginfase gepaard gaan met lokaal een verhoogde temperatuur. Deze lichte zwelling verdwijnt binnen 15 dagen. Waarschuwingen: vaccineer enkel gezonde dieren - zie bijsluiter. Registratienummer: REG NL 117300. Kanalisatie: UDD. Distributeur: Virbac Nederland bv – Barneveld. Lees voor gebruik eerst de bijsluiter. Neem voor meer informatie over Bovigen® Sour of andere diergeneesmiddelen contact op met Virbac Nederland bv of kijk op www.cbg-meb.nl.

VIRBAC NEDERLAND BV | POSTBUS 313 | 3770 AH BARNEVELD INFO@VIRBAC.NL | WWW.VIRBAC.NL | TEL. 0342 - 427 127

Shaping the future of animal health


kalender

NOVEMBER DECEMBER JANUARI

Leverbotvoorspelling 2017-2018

In de voorlopige leverbotvoorspelling van september 2017 gaf de Werkgroep Leverbotprognose aan dat er geen ernstige leverbotbesmetting werd verwacht. Alleen in de gebieden met verhoogd waterpeil en op laaggelegen percelen was vanaf eind september wél een verhoogd risico. Vooral in Zuid- en Oost-Nederland is het erg droog geweest, waardoor het risico op een leverbotbesmetting zeer klein was. Definitieve leverbotprognose Wat de vochtigheid en temperaturen in de afgelopen maanden voor invloed hebben gehad op de leverbotsituatie hoort u binnenkort. Eind november komt de Werkgroep Leverbotprognose met de definitieve leverbotprognose, waarin de regio’s met een verhoogd risico voor een leverbotbesmetting worden weergegeven. MEER OVER LEVERBOT WWW.LEVERBOT.NL

De looplijnen op uw bedrijf

Wormsituatie evalueren Het weideseizoen loopt ten einde en een groot deel van het jongvee zal weer zijn opgestald. Een mooi moment om de wormsituatie te evalueren. Is het dit jaar goed gegaan of kunt u het volgend jaar beter anders aanpakken? Is het jongvee goed gegroeid? Heeft uw jongvee gehoest, of de volwassen koeien? Gaf de pepsinogeenbepaling bij opstallen van het jongvee reden om te behandelen of niet? En wat zegt de tankmelkuitslag

over de wormsituatie bij de volwassen koeien? Als hieruit blijkt dat er veel antistoffen bij het melkvee zijn, is het waarschijnlijk dat dit productie heeft gekost. Misschien is het dan handig om nu alvast na te denken wat u volgend jaar anders wilt doen. Je kunt niet alles sturen, zeker niet in het weideseizoen, maar een goede voorbereiding loont. LEES MEER OVER WORMEN OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/WORMINFECTIES

De meeste dieren op het bedrijf staan inmiddels weer binnen, waardoor u vaker in de stal te vinden bent. Het kan dan goed zijn om de looplijnen op uw bedrijf weer eens door te lichten. Kijk behalve naar de efficiëntie dan ook naar besmettingsrisico’s. Probeer uw werkzaamheden zo in te richten dat de kans op besmettingen zo klein mogelijk is. U kunt bijvoorbeeld eerst de kalveren verzorgen en daarna de koeien, uw laarzen spoelen als u van de roosters af komt en voor het jongvee en de melkkoeien apart gereedschap (kruiwagen, vork en bezem) gebruiken.

Herkauwer, november 2017 - 7


RONDLEIDING VERNIEUWD GD-LAB

Verbouw naar beter Na een lange, gedegen voorbereiding en anderhalf jaar verbouwen is ons vernieuwde laboratorium eindelijk klaar. Een resultaat om trots op te zijn! Hoe ziet dat nieuwe lab er nu uit en welke verbeteringen zijn er aangebracht? U leest en ziet het hier.

Digitalisering Digitalisering wordt steeds belangrijker; veel dingen gaan automatisch en er staan steeds meer schermen in het lab. Ook blijkt het digitaal inschrijven essentiëel. Door monsters digitaal in te schrijven wordt de foutkans heel erg verkleind en het gaat ook nog eens veel sneller. Ook is het voor labmedewerkers direct duidelijk wat de klant wil. In het nieuwe lab wordt daarom zoveel mogelijk digitaal gewerkt.

Efficiëntie Tijdens het opstellen van het nieuwe labplan bleek één ding erg belangrijk: kortere looplijnen. Minder muren, logische aansluitingen tussen afdelingen en overzichtelijke werkplekken. Zo ligt de afdeling immunologie, waar verreweg de meeste monsters worden onderzocht, nu veel dichter bij de afdelingen monsterverdeling en lablogistiek. Hierdoor zijn er veel minder transportbewegingen. Dit werkt door op de doorlooptijden, dat betekent dat u uw uitslagen sneller ontvangt.

8 - Herkauwer, november 2017


innovatie en verbetering

Anne Taverne en Margreet Pasman, redacteurs

Innovatie Het oude lab stamde uit 1992. Natuurlijk heeft de ontwikkeling van het lab in die 25 jaar niet stilgestaan: er zijn nieuwe apparaten aangeschaft en de kennis is verbeterd. Maar installaties als de koeling, verwarming en de ventilatie waren toe aan een fikse opknapbeurt. Dit leek al zó’n ingrijpende verbouwing te worden, dat er werd gekozen voor een volledige vernieuwing van het laboratorium. Alles is op de schop gegaan, maar nu is het GD-lab helemaal klaar voor de toekomst.

Duurzaamheid In zo’n groot lab staat duurzaamheid natuurlijk centraal. Op het lab is voor veel activiteiten warmte nodig. Deze warmte wordt teruggewonnen uit de ventilatielucht en hergebruikt. Ook de nieuwe mediakoeling draagt bij aan een duurzamer lab. De afdeling mediabereiding gebruikt een doorgeefkoelcel richting bacteriologie. Hierin kunnen voedingsbodems worden geplaatst. Op de afdeling bacteriologie kunnen de medewerkers door een glazen ruit precies zien wat er in de koeling ligt. Zo hoeven er geen deuren meer open te staan. Dit voorkomt veel energieverlies en ook de looplijnen zijn korter.

Hygiëne De vernieuwde sectiezaal is een stuk ruimer opgezet en biedt de mogelijkheid om meer secties tegelijk te doen. Er is een koelruimte, waar voor sectie aangeboden dieren koel kunnen worden bewaard. De nieuwe sectietafels zijn verrijdbaar en van rvs, dat goed en gemakkelijk te reinigen is. Ook is het digitaliseringsproces op deze afdeling in volle gang. De sectiezaalmedewerkers en de pathologen kunnen nu beter, sneller en hygiënischer werken.

Betrouwbaarheid Wandelend door de gangen blijkt er één ding: betrouwbaarheid is belangrijk. Het nieuwe lab heeft veel accreditaten en is aantoonbaar betrouwbaar. Jaarlijks toetst een extern bureau het laboratorium en eventueel daaruit voortkomende adviezen neemt GD ter harte. Zo blijven we doorlopend verbeteren. Voor het GD-lab draait alles om het zo snel en betrouwbaar mogelijk onderzoeken van monsters voor de klant.

Herkauwer, november 2017 - 9


PILOTONDERZOEK MANNHEIMIA

Wat is de invloed van primaire ziekteverwekkers? De Veekijker krijgt al meerdere jaren, met name in het najaar en de winter, meldingen van mannheimia-uitbraken bij melkkoeien. Ook werden in het eerste kwartaal van 2016, vergeleken met hetzelfde kwartaal in de twee jaren ervoor, meer vragen gesteld over luchtwegklachten en hoesten dan verwacht. Voldoende aanleiding voor een onderzoek. Nog steeds worden bij de Veekijker nieuwe bedrijven gemeld met een uitbraak van long- en borstvliesontsteking door Mannheimia haemolytica (mannheimia). Niet op alle bedrijven is een oorzaak voor de uitbraak aan te wijzen.

Eerder pilotonderzoek In 2009 heeft GD een pilotonderzoek uitgevoerd om eventuele risicofactoren voor mannheimia-uitbraken bij volwassen koeien in beeld te brengen. Op veel bedrijven waar mannheimia was vastgesteld, was voorafgaand aan de problemen een stressfactor aan te wijzen als mogelijke oorzaak. Onderzoek toonde aan dat het niet om een nieuwe mannheimia-stam ging. In sommige gevallen werd Mycoplasma bovis (mycoplasma) als primaire verwekker gesuggereerd. De combinatie van mannheimia en mycoplasma is bij vleeskalveren via pathologisch onderzoek door GD aangetoond. Naar aanleiding van deze bevindingen en inzichten is de Veekijker in 2016 een pilotonderzoek gestart naar de mogelijke aanwezigheid en rol van primaire ziekteverwekkers (bijvoorbeeld BVD of mycoplasma) bij een uitbraak van mannheimia.

Al sinds 2002 houdt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zich intensief bezig met de uitvoering van de diergezondheidsmonitoring in Nederland. Hiervoor werken wij nauw samen met onder andere de diersectoren, de zuivel, het ministerie van EZ, dierenartsen en veehouders. Deze rubriek verhaalt over bijzondere gevallen, speciaal onderzoek en opvallende resultaten die het werk van de monitoring oplevert. Samen werken we aan diergezondheid in het belang van dier, dierhouder en samenleving.

10 - Herkauwer, november 2017

Opzet onderzoek Tijdens deze pilot werd aanvullend onderzoek gedaan op voor sectie aangeboden materiaal van volwassen koeien met longen borstvliesontsteking door mannheimia. Het aanvullend onderzoek bestond uit: • • •

weefselonderzoek van de longen; virusonderzoek op PI3, BRSV (pinkengriep), bovine coronavirus (BCV), BVD en IBR; bacteriologisch onderzoek van longweefsel op Mycoplasma bovis, Mannheimia haemolytica, Pasteurella multocida, Histophilus somni; algemeen bacteriologisch onderzoek, in verband met bijvoorbeeld Salmonella spp. als mogelijke trigger.


monitoring

Debora Smits, dierenarts rund

Om de hypothese te ondersteunen dat de eerder genoemde ziekteverwekkers mogelijk een rol speelden bij het optreden van de fataal verlopende longontstekingen, was het noodzakelijk om te onderzoeken of er in klinisch gezonde longen dezelfde kiemen voorkwamen. Om deze reden werd in de pilot ook longweefsel van twintig voor sectie aangeboden runderen zĂłnder longproblemen verzameld en onderzocht. Resultaten melkkoeien In geen van de bemonsterde mannheimia-longen werd IBR- of BVD-virus of salmonellabacteriĂŤn gevonden. Voor de bevindingen van de PCR-test zie tabel 1. PCR-test (extern laboratorium)

Mannheimia longen (n=20)

Controlelongen (n=20)

Mycoplasma bovis

10

0

Histophilus somni

3

1

Coronavirus (BCV)

2

0

Pasteurella multocida

10

9

Mannheimia haemolytica

20

1

BRSV

0

0

Parainfluenza 3

0

0

Conclusie In de aangetaste longen van melkkoeien waarbij mannheimia was aangetoond, werd aanzienlijk vaker mycoplasma aangetoond dan in de (gezonde) controlelongen. Het is van mycoplasma niet bekend dat deze op zichzelf long- en borstvliesontsteking kan veroorzaken. Wel is het mogelijk dat mycoplasma invloed heeft op het optreden of de ernst van de long- en borstvliesontsteking door mannheimia. Screenen Er kan nu nog niet met zekerheid gezegd worden of de aanwezigheid van mycoplasma bij melkkoeien ervoor zorgt dat deze gevoeliger zijn voor ernstige mannheimia-longontsteking (ofwel omdat mycoplasma de koe gevoeliger maakt voor mannheimia, ofwel omdat koeien met longontsteking door mannheimia sneller een co-infectie met mycoplasma oplopen, die leidt tot ver­ ergering van de verschijnselen). Daarvoor is meer onderzoek nodig dan tot nu toe is verricht. Het lijkt op basis van de resultaten zinvol om op bedrijven met een uitbraak van mannheimia via bloedonderzoek te screenen op de aanwezigheid van mycoplasma. Vervolgens kan een gerichter plan van aanpak worden opgesteld.

Tabel 1: Bevindingen PCR-test in longen met Mannheimia en controlelongen

Herkauwer, november 2017 - 11


diergezondheid

Jan Muskens, dierenarts rund en Martine Verwoerd, marktmanager rund

Luchtwegproblemen bij jonge fokkalveren Luchtwegproblemen vormen één van de belangrijkste ziekteproblemen bij de jongste kalveren. Waar worden die problemen door veroorzaakt? Bij luchtwegproblemen kunnen meerdere factoren een rol spelen, namelijk: een verminderde weerstand van het kalf, bacteriën en virussen, en omgevingsfactoren, zoals klimaat en huisvesting. Verminderde weerstand Kalveren hebben antistoffen (IgG) nodig om zich te kunnen beschermen tegen allerlei ziekteverwekkers. Een kalf maakt in de eerste levensweken zelf nauwelijks antistoffen aan en is in deze periode daarom volledig afhankelijk van de afweerstoffen die het via de biest van de moeder krijgt. Krijgt een kalf niet op tijd de juiste hoeveelheid en kwaliteit biest, dan heeft dat een grote invloed op de weerstand en dus ook op de vatbaarheid van het kalf voor luchtwegproblemen. Zorg er daarom voor dat het kalf direct na de geboorte voldoende verse biest binnenkrijgt, van een goede kwaliteit en met voldoende IgG. Bacteriën en virussen In de luchtwegen zijn natuurlijke afweermechanismen aanwezig om binnendringers zoals bacteriën en virussen te verwijderen. Wanneer dit niet goed werkt, zoals bij een verlaagde weer-

Pasteurella multocida

para influenza

stand, of als grotere aantallen kiemen de luchtwegen binnendringen, kunnen kalveren een longontsteking krijgen. De belangrijkste bacteriën (rood) en virussen (oranje) die een rol kunnen spelen bij luchtwegproblemen ziet u in onderstaande figuur. Niet-optimale omgevingsfactoren Voor kalveren is het van belang dat ze een warm en droog ligbed hebben. Een fris stalklimaat is gewenst, maar voorkom voor een optimale gezondheid tocht in de stal. Het is wenselijk dat kalveren tot zestien weken oud in twee leeftijdscategorieën worden ingedeeld, waarbij kalveren tot twee à drie weken oud in eenlingboxen of in iglo’s worden gehuisvest en kalveren vanaf twee à drie weken in strohokken verblijven tot ze circa zestien weken oud zijn. Kalveren tot zes maanden oud worden bij voorkeur in een stal, apart van ouder vee, gehuisvest, om de verspreiding van ziektekiemen tussen verschillende leeftijdsgroepen te beperken. Gerichte aanpak Bespreek luchtwegproblemen met uw dierenarts, want een gerichte aanpak is noodzakelijk. Dit begint met inzicht krijgen in het biestmanagement en het opsporen van de ziekteverwekker(s). GD kan u op verschillende manieren ondersteunen bij het optimaliseren van uw jongveeopfok. Kijk ook eens op www.gddiergezondheid.nl/jongvee

Mannheimia haemolytica

salmonella pinkengriep

BVD Mycoplasma bovis

Histophilus somni

Herkauwer, november 2017 - 13


Melkveehouder Johannis de Lorm: “De koeien rennen iedere dag naar buiten alsof het de eerste keer is�

14 - Herkauwer, november 2017


reportage

VOOR HET EERST WEER NAAR BUITEN

Van op stal naar in de wei Nadat de koeien van Johannis en Ida de Lorm-Hofsink en hun zoon Jan (18) vijf jaar op stal hadden gestaan, gingen ze begin dit jaar toch weer de wei in. Wat was hiervoor de reden? En waar liepen de veehouders tegenaan? De melkkoeien van Johannis en Ida de Lorm-Hofsink uit Almkerk (NB) hadden het goed voor elkaar: ze waren sinds 2012 gehuisvest in een gloednieuwe, milieu- en diervriendelijke Integraal Duurzame Stal (IDS-stal) met twee melkrobots, altijd vrije toegang naar het voerhek, een automatische voerschuif, een voerrobot, rubberen, emissiearme vloeren, extra ruime ligboxen en grote loopruimten, automatische gordijnen, een geïsoleerd dak en een heleboel andere extra’s. Bovendien vraten ze iedere dag vers gemaaid groen gras. En toch besloten de melkveehouders vijf jaar na de bouw van deze nieuwe stal om weer te gaan weiden. Weidemelk “Vóórdat we de nieuwe stal hadden weidden we de koeien ook”, vertelt Johannis. “De oude stal stamde nog uit 1979, met minder licht en kleine maten. Het weiden was toen veel gemakkelijker. ‘s Morgens na het melken deed ik de koeien de wei in en ’s avonds voor het melken kwamen ze weer naar binnen. Na een hele winter in die oude stal waren de koeien er in april ook wel aan toe om weer naar buiten te gaan.” “En ik ook,” voegt hij daar lachend aan toe. Met de komst van de IDS-stal met optimaal klimaat en melkrobots veranderde dat. Er was geen noodzaak meer om buiten een frisse neus te halen. “We hadden toen nog 110 melkkoeien en die hadden het supergoed: uit het verse, groene gras haalden ze elke dag 12 kilo droge stof.”

Herkauwer, november 2017 - 15


Door de GVE-regeling moesten de veehouders terug naar 92 koeien. En die lopen nu zes uur per dag buiten. “Als ze daar 4 tot 6 kilo droge stof opvreten, dan is het op. Maar nu is het wel weidemelk en die levert ons een toeslag van 1,5 cent per kilo melk op”, aldus Johannis. “Maar weidegang is ook goed voor de beweging en klauwgezondheid.” De veehouders leveren hun melk aan Zuivelfabriek De Graafstroom, waar zij, via Zuivelcoöperatie DeltaMilk, samen met ruim 150 andere melkveehouders mede-eigenaar van zijn. “Deltamilk wil het liefst alleen nog maar weidemelk en daarom stimuleren ze weidegang”, licht de veehouder hun besluit verder toe. Leren grazen Als je voor het eerst of na lange tijd weer gaat weiden, vraagt dat soms enige voorbereiding. “Aan de omheining hoefde ik gelukkig niet veel te doen, want die stond er nog” vertelt Johannis. “Ik heb alleen alle stroomdraden opnieuw moeten bevestigen.” De eerste keer dat de koeien naar buiten gingen verliep zonder problemen. “We hadden de looproute achter de stal met rood-wit lint afgezet, allerlei blokkades gemaakt en we lieten ze na de robot rustig aan één voor één naar buiten. Wij stonden achter de draad en ze liepen eigenlijk zo de goede kant op.” De koeien daarna weer naar binnen laten komen bleek een heel ander verhaal. “Ze wisten het gewoon niet meer! Samen met mijn zus en zwager hebben we ze weer naar binnen moeten drijven.” Sommige koeien moesten eerst nog leren grazen. Johannis: “De oude koeien wisten het nog wel en die lopen nu ook nog het liefst buiten. En bij de vaarzen die nog nooit buiten waren geweest is er nu een groepje dat we altijd ’s avonds laat nog van het land moeten halen.” Het duurde uiteindelijk ruim een maand voor het allemaal goed liep. “We zagen er van te voren best tegenop, maar het is uiteindelijk toch goed gelukt.” Voorkomen Het bedrijf van Johannis en Ida heeft alle dierziektevrij-statussen en dat willen ze graag zo houden. Om die reden drinken de koeien niet uit de sloten rond het weiland. “Ook al is het mooi schoon, je weet nooit wat ze via dat water kunnen oplopen”,

16 - Herkauwer, november 2017

“Sommige koeien moesten nog leren grazen” aldus Johannis. “We hebben hier net buiten de stal een paar waterbakken staan, die gewoon via de waterleiding worden gevuld. Dat werkt prima.” Als koeien na lange tijd of voor het eerst weer buiten lopen zijn ze vaak gevoeliger voor worminfecties. Daarom liet de veehouder via Worminfecties Tankmelk bij GD melkmonsters onderzoeken op antistoffen tegen wormen. “Ik denk”, zegt Johannis, “dat onze koeien, omdat ze bij ons vers groen gras vraten, toch ooit wel een keer een lichte longwormbesmetting hebben gehad en daardoor weerstand hebben opgebouwd. Alle uitslagen waren namelijk gunstig.” Dat betekent niet dat de melkveehouder verder geen maatregelen neemt. “Toen ik nog gras maaide en voerde, had ik altijd schoon en fris gras. Er zat geen mest in en er was niet overheen gelopen en dat is nu anders. Enerzijds heb


Margreet Pasman, redacteur

reportage

je daardoor meer kans op maagdarmwormen, maar ze nemen het gras ook slechter op.” Daarom zet Johannis de koeien zoveel mogelijk steeds op schone weiden, en niet op een stuk waar ze daarvoor al twee of drie keer hebben gelopen. Na het weiden maait hij het weiland eerst, zodat het gras voor de volgende koeien die daar grazen weer fris en schoon is. Celgetal Johannis vertelt dat de koeien sinds hij is gaan weiden wat minder stabiel zijn in de melkproductie. “Toen ze nog binnen stonden hadden ze iedere dag hetzelfde rantsoen. Ik wist precies wat erin ging. Nu is de voeropname heel wisselend. Als het regent hebben ze bijvoorbeeld geen zin om te vreten.” Het weer heeft overigens ook invloed op de koeien zelf. Als het kwik boven de 25 graden stijgt daalt de melkproductie, terwijl het celgetal kan stijgen. Koeien hebben met warm weer behoefte aan schaduw of een koele stal, en voldoende vers drinkwater. Bij hoge temperaturen blijven ze dus binnen en gaan ze ‘s avonds naar buiten. “Afgelopen zomer was het een week lang flink warm. Het celgetal schoot omhoog van 100, 110 naar 150. Toen heb ik de draad opengelaten. Zodra ze vrij in en uit konden lopen, zakte het celgetal weer.” Twee keer goud Na vijf jaar werken in de IDS-stal was Johannis behoorlijk ‘prostal’ geworden, zoals hij dat zelf noemt. “En nu moet ik wel weer pro-weide worden”, zegt hij. Maar het helpt hem dat de koeien er plezier in lijken te hebben. “Ze rennen iedere dag naar buiten alsof het de eerste keer is.” Lachend zegt hij daar achteraan: “Alleen als ik de draad er niet voor doe zijn ze drie kwartier later weer binnen.”

“Toen het van de zomer een week zo warm was, schoot het celgetal omhoog”

Toch zijn Johannis, Ida en hun zoon Jan inmiddels best trots op hun weidemelk. De Graafstroom deed begin september voor het eerst mee aan de 156e editie van de Global Cheese Awards in Engeland, met 30+ en 48+ kazen, en ze wonnen meerdere prijzen, waaronder twee keer goud. “Dat vond ik toch best wel mooi”, zegt Johannis glunderend. “We maken met z’n allen toch een goeie kwaliteit melk en kaas. En als je daarmee in de prijzen valt, is dat een mooie beloning voor ons werk.”

Herkauwer, november 2017 - 17


Bovilis IBR Marker Live en Bovilis BVD

Pak ze samen aan! Vraag uw dierenarts om advies.

Bovilis® IBR Marker Live, bevat per dosis (2 ml) gereconstitueerd vaccin 105,7-107,3 TCID50 Levend Bovine Herpesvirus type-1, stam GK/D (gE-). Doeldier: Rund. Indicatie: Actieve immunisatie van runderen ter vermindering van de intensiteit en de duur van de klinische respiratoire verschijnselen veroorzaakt door een infectie met BHV-1 en ter vermindering van de nasale uitscheiding van veldvirus. Bijwerking: Vaak een geringe voorbijgaande temperatuurverhoging (1°C), na intranasale vaccinatie kan vaak een toename van de neusuitvloeiing worden waargenomen. Toediening en dosering: Intranasale (IN) of IM toediening van 1 dosis (2 ml) gereconstitueerd vaccin. Dieren op een leeftijd tussen 2 weken en 3 maanden: alleen intranasaal vaccineren. Vaccinatieschema: Basis schema: vaccineer ieder dier vanaf de leeftijd van 3 maanden met een enkelvoudige dosis. De eerste herhalingsvaccinatie dient 6 maanden na de basisvaccinatie plaats te vinden. Alle volgende herhalingsvaccinaties dienen gegeven te worden met een interval niet groter dan 12 maanden. Vroege bescherming schema: voor het basis schema wordt een extra intranasale vaccinatie gegeven op een leeftijd tussen 2 weken en 3 maanden. Voor de herhalingsvaccinatie vanaf de leeftijd van 15 maanden kan het vaccin gereconstitueerd worden in Bovilis BVD. Wachttermijn: 0 dagen. Waarschuwing: De productinformatie van Bovilis BVD dient te worden geraadpleegd voordat de gemengde vaccins worden toegediend. REG NL 9675 UDD. Voor overige informatie, zie bijsluiter. Bovilis® BVD, bevat per dosis (2 ml) geïnactiveerd antigeen van het cytopathogene BVD virus, stam C-86: 50 EU minstens 24,6 VN eenheden inducerend. Doeldier: Rund. Indicatie: Actieve immunisatie van koeien en vaarzen vanaf 8 maanden ter bescherming van de foetus tegen transplacentaire infectie met BVD virus. Bijwerkingen: In zeer zeldzame gevallen kan een lichte zwelling op de injectieplaats en een geringe voorbijgaande temperatuurverhoging voorkomen. Toediening en dosering: Intramusculaire injectie met 1 dosis (2 ml) vanaf de leeftijd van 8 maanden. Basisvaccinatie: twee vaccinaties met een interval van 4 weken, de tweede niet later dan 4 weken voor de dracht of tijdens de vroege dracht om foetale bescherming te mogen verwachten. Voor de halfjaarlijkse herhalingsvaccinatie vanaf de leeftijd van 15 maanden kan het vaccin gereconstitueerd worden in Bovilis IBR Marker Live. Wachttermijn: 0 dagen. Waarschuwingen: De productinformatie van Bovilis IBR Marker Live dient te worden geraadpleegd voordat de gemengde vaccins worden toegediend. REG NL 9587 UDD. Voor overige informatie, zie bijsluiter.

MSD Animal Health Postbus 50, 5830 AB Boxmeer www.rundvee-msd-animal-health.nl

©2017 MSD Animal Health B.V. Alle rechten voorbehouden.


klauwgezondheid

Ryan van Egmond, dierenarts rund

WITTELIJNDEFECTEN, ZOOLZWEREN EN ZOOLBLOEDINGEN

De rol van biotine Een goede klauwgezondheid is een essentiële basis voor een gezonde, fitte melkveestapel. Toch komen kreupele koeien op ieder melkveebedrijf voor en vormen ze vaak een grote zorg. Een deel van de klauwaandoeningen op melkveebedrijven wordt veroorzaakt door infectieuze aandoeningen zoals Mortellaro en stinkpoot. Ook wordt een deel veroorzaakt door niet-infectieuze aandoeningen zoals zoolbloedingen, zoolzweren en wittelijndefecten. Bij het voorkomen van deze niet-infectieuze aandoeningen blijkt, naast de belasting van de klauwen, het vitamine biotine een belangrijke rol te spelen. Economische schade Klauwaandoeningen kunnen op melkveebedrijven leiden tot grote economische schade, op te splitsen in directe schade (behandelingskosten, inkomstenderving door niet kunnen leveren van melk van zieke of behandelde koeien) en indirecte schade (lagere melkproductie, verminderde vruchtbaarheid en vervroegde afvoer). Deze schade kan variëren van 100 tot 300 euro per kreupele koe, of zelfs meer. Op een gemiddeld bedrijf bedraagt de schade ruim 53 euro per gemiddeld aanwezige koe (Bruijnis, WUR 2010).

De juiste aanpak Om gericht aan de slag te kunnen met het terugdringen van klauwproblemen is het van belang om te weten welke aandoening op uw bedrijf de meeste problemen veroorzaakt. Komen wittelijndefecten, zoolzweren of zoolbloedingen vaak voor, dan is het zinvol om te kijken naar de huisvesting van de koeien en de voeding. Voldoende biotine Biotine is een vitamine, dat van belang is voor de productie van kwalitatief goede hoorn en van zogenaamd ‘intra cellulair cement’, een stof die de hoorncellen van de klauw stevig aan elkaar doet hechten. Lange tijd werd aangenomen dat koeien in de pens zelf voldoende biotine aanmaken. Nieuwe inzichten laten zien dat dit niet geldt voor de hoogproductieve melkkoeien van tegenwoordig, die gemakkelijker verteerbare rantsoenen met minder ruwvoer te vreten krijgen. De productie van biotine door de koe zelf is onder meer afhankelijk van: • • •

het rantsoen; de passagesnelheid door het maagdarmkanaal; de hoeveelheid krachtvoer in het rantsoen.

Meten biotine in tankmelk Hoe weet je nu of de biotineproductie van je koeien voldoende is? En hoe weet je hoeveel biotine ze binnenkrijgen? Om daarachter te komen is het zinvol om te weten of uw koeien voldoende biotine aanmaken in de pens en of ze via de voeding voldoende biotine binnenkrijgen. Dat kan door het meten van het biotinegehalte in de tankmelk. Op deze manier kunt u eenvoudig monitoren of de biotinevoorziening van uw koppel op orde is. Op dit moment ontwikkelt GD een dergelijke test. Meer informatie daarover kunt u begin volgend jaar verwachten.

MEER LEZEN OVER KLAUWAANDOENINGEN OP WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/KLAUWEN

Herkauwer, november 2017 - 19


Helen de Roode, communicatieadviseur rund, Martine Verwoerd, marktmanager rund,

Bronwateronderzoek KKM/Foqus Hoe werkt het? Gebruikt u bronwater om de melkwinningsapparatuur te reinigen of de melk voor te koelen, dan gelden voor dit water de kwaliteitsnormen van KKM of Foqus planet. U kunt het wateronderzoek voor deze kwaliteitsprogramma’s eenvoudig laten uitvoeren door GD. Hoe werkt dat? En wat gaat er vooraf aan de uitslag die u ontvangt? Als u zich bij GD aanmeldt voor het Bronwateronderzoek KKM/ Foqus zorgt GD dat de watermonsters elk jaar worden genomen door een erkend watermonsternemer. We maken hierbij gebruik van de buitendienst van CRV (foto 1). De buitendienstmedewerker neemt elk jaar tijdig contact met u op als het weer tijd is voor de watermonstername; u hoeft er dus zelf niet meer aan te denken. Hoe gaat de monstername in zijn werk? De CRV-medewerker neemt het watermonster altijd uit de kraan die het dichtst bij de melktank of melkinstallatie zit, in het bijzijn van de veehouder. Het is belangrijk dat de kraan regelmatig gebruikt wordt, schoon en droog is en dat een eventueel aangekoppelde slang of koppeling wordt verwijderd, dat geld ook voor het zeefje in de kraanmond (foto 2). Ook is het zaak dat de kraan eerst 3 minuten rustig heeft gelopen voor de monsternemer het monster neemt (foto 3). Nadat het potje is gevuld, wordt het inzendformulier ingevuld en ondertekend (foto 4). Gekoeld transport Voor wateronderzoek in het kader van KKM/Foqus is gekoeld transport nodig. Daarom heeft de CRV-medewerker altijd een koelbox in de auto (foto 5). Het watermonster komt nog dezelfde avond aan bij het GD-laboratorium. Zo kunnen we het binnen 12 uur na monstername inschrijven en inzetten voor bacteriologisch onderzoek.

20 - Herkauwer, november 2017

Bacteriologisch onderzoek Op de afdeling Bacteriologie testen we het watermonster op aanwezigheid van kiemen en het E-coli-getal. Voor de bepaling van het kiemgetal wordt er een verdunningsreeks gemaakt: een monster wordt 10 keer verdund, 100 keer verdund en 1.000 keer verdund, en op een gietplaat ingezet. Na een incubatie­ periode tellen we de kiemen die op de plaat gegroeid zijn. Voor de bepaling van E. coli halen we het watermonster over een speciaal filter. De E. coli-bacteriën blijven achter op het filter. Na een incubatieperiode zijn de eventueel aanwezig E. coli-bacteriën zichtbaar als blauwpaarse kolonies, die kunnen worden geteld (zie foto 6). Afdeling Chemie Nadat het monster is onderzocht op de afdeling Bacteriologie, gaat het door naar de afdeling Chemie. Hier splitsen we het monster voor verschillende analyses: het meten van de zuurgraad (pH), het bepalen van de anionen (chloride, nitraat, sulfaat, ammonium, nitriet) en het bepalen van de kationen (natrium, ijzer, mangaan, magnesium en calcium). Elk type analyse krijgt een eigen type buisje (foto 7). • PH De pH van het watermonster meten we met een elektrode. • Anionen De anionen chloride, nitraat en sulfaat meten we in een zogeheten ionchromatograaf. Dit apparaat scheidt de verschillende anionen en laat ze op het scherm zien in pieken (chromatogram). De oppervlakte van deze pieken is een maat voor de hoeveelheid anionen die in het watermonster zijn gevonden. Voor de anionen ammonium en nitriet wordt de bepaling


uit het lab

Albert Meijerink, hoofd afdeling Chemie en Harry Kolk, hoofd bacteriologie

1

2

6

3

4

5

gedaan op een apparaat dat ‘Synchron’ heet; hier wordt de concentratie door middel van een kleurreactie bepaald. De kleurintensiteit is een maat voor de hoeveelheid ammonium en nitriet in het water. • Kationen De kationen meten we met een inductief gekoppeld plasma massaspectrometer, oftewel een ICP-MS (Engels: inductively coupled plasma mass spectrometer). Met dit apparaat kunnen we de kationen heel gevoelig meten. De hardheid van het water wordt vervolgens berekend aan de hand van de concentratie magnesium en calcium in het water.

7

De uitslag Na het voltooien van de verschillende analyses worden de resultaten gerapporteerd in het LIMS (Laboratorium Informatie Management Systeem). U ontvangt de uitslag en het bijbehorende certificaat binnen zes werkdagen. Op de uitslag ziet u of het water voldoet aan de gestelde eisen voor: pH, ammonium, nitriet, nitraat, ijzer, mangaan, natrium, chloride, sulfaat, hardheid, totaal aëroob kiemgetal bij 22 ºC, E-coli/mL en E-coli/100 mL. Hebt u een afwijkende uitslag, dan kunt u via 0900-1770 een van de waterspecialisten van GD bereiken voor advies. 

GA VOOR MEER INFORMATIE EN AANMELDEN NAAR WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/KKM

Herkauwer, november 2017 - 21


CHALLENGE CHALLENGE ACCEPTED! ACCEPTED!

SPORTSMAN SPORTSMAN 570/570 570/570 EPSEPS • • • • • •

BESTE • BESTE PRIJS IN PRIJS ZIJNINKLASSE ZIJN KLASSE INCL. • HOMOLOGATIE INCL. HOMOLOGATIE DIGITALE • DIGITALE DISPLAY DISPLAY 44 PK • 44 PK 2 JAAR • 2GARANTIE JAAR GARANTIE DIFFERENTIEEL • DIFFERENTIEEL (L7E HOMOLOGATIE) (L7E HOMOLOGATIE)

VANAFVANAF € 8390,00 € 8390,00 INCL HOMOLOGATIE INCL HOMOLOGATIE (AF FABRIEK) (AF FABRIEK) WWW.POLARISBENELUX.COM WWW.POLARISBENELUX.COM


GD Academy

Helen de Roode, communicatieadviseur rund

VRAAG GD HET HEMD VAN HET LIJF TIJDENS DE

Masterclasses Water ‘Goed water. Gezonde koeien.’ Onder dat motto organiseert GD Academy de komende weken in diverse regio’s een masterclass, speciaal voor melkveehouders die alles boven water willen krijgen als het om water gaat. Goed en voldoende drinkwater is een basisvoorwaarde voor vitale koeien en een essentieel onderdeel van gezonde voeding. Een koe vreet immers minder als zij een matige of slechte kwaliteit water tot haar beschikking heeft. Tijdens de masterclasses zullen Sanne Carp - van Dijken en Patty Penterman, dierenartsen bij GD en deskundig op het gebied van veedrinkwater, ingaan op het belang van goed en voldoende drinkwater voor de gezondheid van uw koeien. Wanneer is het water goed? En hoe weet je het als het niet goed is? Merk je dan wat aan de koeien? Toine van Erp, zoötechnisch specialist bij GD, vertelt in de tweede helft van de masterclass meer over de technische kant van de watervoorziening: hoe zorg je ervoor dat het water altijd schoon en voldoende in de drinkbakken aanwezig is? En wat kun je praktisch doen als de waterkwaliteit voor verbetering vatbaar is?

DATA EN LOCATIES Masterclass Regio Zuid • woensdagmiddag 6 december 2017: Baexem, Baexheimerhof • woensdagavond 6 december 2017: Moergestel, Partyboerderij ’t Draaiboompje • maandagmiddag 18 december 2017: Wijchen, Zaal Verploegen Masterclass Regio West • woensdagmiddag 13 december 2017: Alkmaar, Restaurant, Party- en Zalencentrum Alkmaarse Poort

Diepgaand en praktisch De masterclasses Water zijn een unieke kans om te sparren met de deskundigen van GD op het gebied van veedrinkwaterkwaliteit. Zij brengen u op de hoogte van actuele onderzoeksresultaten vanuit de literatuur, maar delen ook praktische kennis en ervaringen vanuit de praktijk. Komt u ook? Op het moment dat deze Herkauwer bij u op de mat valt zijn er nog negen masterclasses waar u naartoe kunt (zie kader). Aanmelden voor een masterclass bij u in de regio kan eenvoudig via www.melkmeesters.nl. Deelnemers aan het GD-abonnement Melkmeesters bezoeken de masterclass kosteloos. Nietdeelnemers betalen eenmalig 24,95 euro (excl. btw).

Toine van Erp

Masterclass Regio Oost • maandagmiddag 13 november 2017: Saasveld, Café Restaurant ’t Anker • maandagavond 13 november 2017: Raalte, Bar & Brasserie Zwakenberg Masterclass Regio Noord • maandagmiddag 20 november 2017: Marum, Kruisweg Marum • donderdagmiddag 30 november 2017: Goutum, Dairy Campus Praktijkcentrum • donderdagavond 30 november 2017: Steenwijk, Fletcher Hotel Restaurant Steenwijk

Patty Penterman

Sanne Carp - van Dijken

Herkauwer, november 2017 - 23


HET EFFECT VAN STUREN OP CONSTANTE MELKPRODUCTIE

Persistentie en diergezondheid Persistentie kan worden omschreven als het vermogen van melkkoeien om na de piekproductie de melkproductie te handhaven. Het sturen op een hoge mate van persistentie binnen een melkveekoppel zou goed kunnen passen binnen de visie om meer duurzaam rundvee met een langere productieve levensduur te krijgen. Maar welk effect heeft persistentie eigenlijk op de gezondheid van een dier? GD onderzocht het verband tussen de mate van persistentie en diergezondheid. Daarbij kwamen enkele opvallende verschillen aan het licht. Een persistente koe heeft meestal een lagere piekproductie met een meer gelijkmatige productiecurve (figuur 1). Vaarzen hebben doorgaans een vlakkere curve dan koeien, vermoedelijk door het nog in ontwikkeling zijn van de melkklieren. Tijdens een verdiepingsonderzoek van GD, uitgevoerd in het kader van de diergezondheidsmonitoring, werd gekeken in welke mate persistentie geassocieerd is met diergezondheidskengetallen. Groeperen naar persistentie Aan de hand van anoniem beschikbare MPR-metingen van melkveebedrijven, over de periode 2014 tot en met 2016, werd de persistentie op bedrijfsniveau berekend. Vaarzen zijn hierbij niet meegenomen, om te voorkomen dat bedrijven met veel jonge dieren ten onrechte als hoog-persistent werden geclassificeerd. De bedrijven zijn verdeeld in groepen met een verschillende mate van persistentie (tabel 1). Melkveebedrijven met de hoogste persistentie hadden gemiddeld wat minder melkkoeien, hadden een wat lager dan gemiddeld vervangingspercentage, een bovengemiddelde tussenkalftijd en een netto opbrengst die iets hoger lag dan gemiddeld. De bedrijven met de 10 procent laagste persistentiescore hadden een gemiddelde bedrijfsgrootte, een veestapel die iets ouder was dan op het gemiddelde melkveebedrijf en de gemiddelde tussenkalftijd was enkele dagen korter dan het Nederlands gemiddelde. Een lagere

24 - Herkauwer, november 2017

netto opbrengst leek een combinatie van een lagere piekproductie aan het begin van de lactatie en het niet op peil kunnen houden van de melkproductie gedurende de verdere lactatie. Verschil in diergezondheidskenmerken Vervolgens is gekeken of er verschillen waren tussen de groepen op het gebied van diergezondheidskenmerken, waaronder uiergezondheid, vruchtbaarheid en stofwisseling (negatieve energiebalans). Bedrijven met de hoogste persistentie bleken een bovengemiddelde verwachte tussenkalftijd en afkalfleeftijd van vaarzen te hebben, terwijl het aantal inseminaties per geïnsemineerde koe niet bovengemiddeld was. Dit past binnen het beeld dat er bij een persistente koppel langer gewacht wordt met insemineren, omdat de verwachting is dat de melkproductie lang op peil zal blijven.

Data-analyse op geanonimiseerde data is een onderdeel van de diergezondheidsmonitoring en gericht op het in beeld brengen van trends en ontwikkelingen van algemene gezondheidskenmerken en aandoeningen. GD gebruikt hiervoor gegevens uit labonderzoek en werkt nauw samen met externe dataleveranciers. Zij leveren gegevens aan over onder andere melkproductie, melkkwaliteit, vruchtbaarheid, antibioticagebruik, aan- en afvoer en sterfte. Naast analyses van vaste containerbegrippen zoals ‘duurzaamheid’, ‘uiergezondheid’ en ‘bedrijfsgezondheid’ vindt twee keer per jaar een verdiepingsonderzoek plaats.


monitoring

Patty Penterman, dierenarts rund en Anouk Veldhuis, onderzoeker R&D

40

laagpersistent lactatie 1 laagpersistent lactatie 3

melkopbrengst (kg per dag)

35

gemiddeld persistent lactatie 1 gemiddeld persistent lactatie 3

30

hoogpersistent lactatie 1 hoogpersistent lactatie 3

25 20 15 10 5 0

Wat opviel was dat de hoogst-persistente bedrijven bovengemiddeld vaak runderen met negatieve energiebalansproblemen hadden. Bedrijven met de 10 procent laagste persistentie presteerden minder dan gemiddeld op de uiergezondheidskengetallen, maar bedrijven met de 10 procent hoogste persistentie hadden een bovengemiddelde kans op nieuwe uierinfecties bij koeien na afkalven. Deze opstartproblemen houden mogelijk verband met een (te) hoge melkproductie op moment van droogzetten of met een lage inzet van droogzetters. Het antibioticagebruik, waaronder de droogzetters, lag namelijk over het algemeen lager dan gemiddeld op de bedrijven met de 10 procent hoogste persistentie. Sturen op persistentie Op laag-persistente bedrijven waren de diergezondheidskengetallen over het algemeen minder gunstig dan op bedrijven met een hoge persistentie. Maar, met de beschikbare, geanonimiseerde gegevens kon niet bepaald worden of dit puur gerelateerd was aan

0

30

60

90

120

210

240

270

300

330

360

390

Figuur 1. Lactatiecurves van laag-, gemiddeld- en hoogpersistente koeien met een gemiddelde productie in eerste en derde lactatie (Bron: Dekkers et al., 1998).

de mate van persistentie van de koppel of dat het ook samenhing met het management van de veehouders. Conclusie Bedrijven met een hoge mate van persistentie presteerden beter op bepaalde diergezondheidskenmerken, zoals antibioticagebruik, dan een gemiddeld bedrijf. Op andere gebieden, zoals stofwisseling en uiergezondheid, waren de prestaties niet eenduidig beter. De verwachting is dan ook dat het sturen op persistentie binnen een koppel melkvee een brede aanpak behoeft, met een focus op fokkerij, huisvesting, voeding en melkproductie.

Leeftijd van de Vervangingsveestapel percentage in maanden (% per jaar)

Melkproductie (netto opbrengst in â‚Ź)

Percentage koeien dat Gemiddelde in het derde tussenkwartaal kalftijd afkalft

Aantal runderen >2 jr

Totaal aantal runderen

10% laagste persistentie

348

96

159

40,2

25,5

1863

413

40% lagere persistentie

3.895

112

189

38,6

24,7

2249

40% hogere persistentie

4.275

108

184

38,0

24,9

10% hoogste persistentie

439

89

151

38,5

17.142

101

169

38,8

Nederlands gemiddelde

180

lactatiedag

Aantal bedrijven*

Categorie

150

Bedrijven met AMS (%)

Gemiddelde persistentie (%)

27,9

35,0

88,6

411

30,0

29,1

90,6

2330

417

30,8

18,4

92,1

24,6

2265

427

32,5

4,89

93,6

25,1

2216

416

30,1

21,9

91,4#

Tabel 1. Aantal melkveebedrijven per categorie, met gemiddelde bedrijfsgrootte, productie (netto opbrengst), leeftijd van de veestapel, vervangingspercentage, gemiddelde tussenkalftijd, percentage koeien dat in het derde kwartaal afkalft, percentage bedrijven met een automatisch melksysteem en gemiddelde persistentie per categorie melkveebedrijven over de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016. *Gemiddeld aantal melkveebedrijven per kwartaal (periode 1 januari 2014 – 31 december 2016.) #Gemiddelde van alle melkveebedrijven in de dataset waarvoor een gemiddelde persistentie berekend kon worden.

Herkauwer, november 2017 - 25


Diergezondheid

Ryan van Egmond, dierenarts rund

FOSFORGEHALTE METEN IN TANKMELK

DIERGEZONDHEID EN FOSFOR Het afgelopen jaar had de fosfaatregelgeving een grote impact op de Nederlandse melkveehouderij. Door de strengere bemestingsnormen nemen de fosforgehaltes in krachtvoer af, wat op termijn ook effect zal hebben op het fosforgehalte in het ruwvoer. De uitdaging is uw koeien hierbij gezond én productief te houden. Een langdurig te laag fosforgehalte in het rantsoen kan zorgen voor een verminderde voeropname, afname van het lichaamsgewicht en een lagere melkproductie. Bij heel ernstige tekorten, die onder Nederlandse omstandigheden niet direct te verwachten zijn, kunnen de koeien stoppen met vreten, en verzwakte spieren of een verstoorde leverfunctie krijgen. Om fosforgebrek te voorko-

men is het van belang om de opname- en uitscheiding van fosfor zo goed mogelijk in beeld te hebben. Fosforgehalte melk Fosfor dat via het rantsoen is opgenomen verlaat het lichaam voornamelijk via de melk en de mest. De uitscheiding van fosfor via de melk is afhankelijk van de dagproductie per koe en het fosforgehalte in de geproduceerde melk. Op basis van de tot nu toe beschikbare gegevens worden op dit moment veel rantsoenen op melkveebedrijven samengesteld met de aanname dat één liter melk één gram fosfor bevat. In werkelijkheid blijkt bij individuele koeien het fosforgehalte in de melk sterk te kunnen variëren. Ook op koppelniveau (in de tankmelk) lopen de gehaltes fosfor sterk uiteen, zo blijkt uit recent onderzoek van GD. Fosforgehalte meten in tankmelk Binnenkort kunt u via het Mineralencheck-abonnement laten meten wat het werkelijke fosforgehalte in uw tankmelk is. De uitslag vertelt u of het voor een optimale hoeveelheid fosfor in het rantsoen op uw bedrijf nodig is om méér of juist minder fosfor te voeren. Door in de rantsoenberekening gebruik te maken van het werkelijke fosforgehalte in de melk (en dus niet van de gemiddelde één gram fosfor), kunt u samen met uw adviseur uw koeien nóg beter op de norm voeren, zonder dat de diergezondheid en melkproductie door een mogelijk fosfortekort in gevaar komen. Uitbreiding Mineralencheck met fosfor In de bijlage bij deze Herkauwer leest u meer over de uitbreiding van de Mineralencheck met fosfor. Als u zich vóór 20 december aanmeldt, wordt uw tankmelk in januari/februari voor het eerst bemonsterd. Deelnemers aan de Mineralencheck zien fosfor vanaf volgend jaar automatisch op de uitslag staan. Zij betelan hiervoor niets extra’s.

26 - Herkauwer, november 2017


Diergezondheid

Maarten Weber, dierenarts, specialist rundergezondheid

Aanvoer van runderen: check de salmonellastatus Veel rundveebedrijven streven naar een gesloten bedrijfsvoering, maar soms kan het nodig zijn om runderen aan te kopen. De aanvoer van elk rund brengt risico’s met zich mee voor de insleep van infectieziekten, zoals salmonella. Toch wordt nog vaak aangevoerd van bedrijven met een onbekende of lagere salmonellastatus. In 2016 namen ruim 8.600 rundveebedrijven deel aan het Salmonella Programma Onverdacht of de Salmonella JongveeAntistoffenMonitor van GD. Op 2.764 (32 procent) van deze bedrijven werden ruim 35.000 runderen aangevoerd. Slechts een derde van deze runderen kwam van een bedrijf met salmonellaonverdachtstatus (zie tabel). Twee derde van de aangevoerde runderen kwam van bedrijven met de status ‘onbekend’, ‘in onderzoek’ of ‘observatie’ (in de tabel aangegeven in donkerblauw); dieren van deze bedrijven vormen een risico voor de aanvoerende bedrijven. Dat risico is nog groter als het herkomstbedrijf ook geen voortdurend gunstige tankmelkuitslagen heeft. Onderzoek niet-onverdachte dieren Wanneer u runderen aanvoert van een niet-onverdacht bedrijf, loopt u risico op de insleep van een salmonella-infectie. Kiest u toch voor zo’n aanvoer, laat de runderen dan onderzoeken op antistoffen tegen salmonella. Heeft een dier antistoffen, dan betekent dit dat het een salmonella-infectie heeft doorgemaakt en mogelijk nog besmettelijk is. Afhankelijk van de status van het herkomstbedrijf, is de kans hierop 5 tot 8 procent (zie tabel).

Al in de vorige eeuw werd aandacht gevraagd voor het belang van het controleren van de diergezondheidsstatus van het bedrijf van herkomst (in dit geval: de tuberculosestatus).

Check de herkomst Aanvoer van runderen is soms noodzakelijk om uw doelen te realiseren, zoals het optimaliseren van de productie. Insleep van een infectie, zoals een salmonella-infectie, kan die doelen lelijk doorkruisen. Check daarom vóór aanvoer van runderen altijd de salmonellastatus van het herkomstbedrijf. Dit kan eenvoudig op VeeOnline, bij ‘Gezondheidsstatussen’ onder het menu ‘Registratie’. Bent u deelnemer aan het Salmonella Programma Onverdacht, dan krijgt u automatisch een waarschuwing bij aanvoer van een rund vanaf een bedrijf met onbekende salmonellastatus.

Aantal aangevoerde runderen op bedrijven die deelnemen aan een salmonellaprogramma van GD (2016). Het aantal aanvoerende bedrijven is tussen haakjes vermeld.*

Status aanvoerend bedrijf

Status herkomstbedrijf Onbekend

In onderzoek

Observatie

Onverdacht

Totaal

In onderzoek

9.330 (789)

2.503 (231)

520 (101)

2.387 (379)

14.740 (1.034)

Observatie

3.010 (489)

531 (88)

394 (56)

1.117 (188)

5.052 (663)

Onverdacht

5.595 (1.306)

954 (202)

479 (91)

8.400 (734)

15.428 (1.946)

Totaal

17.935 (1.997)

3.988 (458)

1.393 (219)

11.904 (1.165)

35.220 (2.764)

5%

8%

5%

Kans op ongunstige uitslag aanvoeronderzoek

* Verplaatsingen van runderen binnen een veterinaire eenheid of uitschaareenheid zijn buiten beschouwing gelaten.

Herkauwer, november 2017 - 27


Rumi RSA “De krachtige combinatie van energie, maagstimulatie, oppepper, calcium en caseïne, die de penswerking stimuleert.”

Levering via uw dierenarts of kijk en bestel op: WWW.VETANIMALCARE.NL

Hét alternatief voor herkauwpoeders!


Onverwachte verandering van uw status, verhuizing van uw bedrijf of het kiezen van een GD-programma: sommige situaties vragen om persoonlijk contact met GD. Bel dan rechtstreeks met de GD buitendienstmedewerker in uw regio.

JUDITH HEEREN VAN DIJK Als buitendienstmedewerker kom ik vaak bij veehouders. Soms op verzoek van de veehouder zelf, bijvoorbeeld als er vragen zijn, maar ook op initiatief van mijn kant, bijvoorbeeld om kennis te maken. Praktijkonderzoek van GD is ook een reden om bij veehouders over de vloer te komen. Ik leg aan de keukentafel uit wat het onderzoek inhoudt en waarom we het doen, en daarna gaan we vaak samen de stal in om gegevens of monsters te verzamelen. Zo stond ik laatst een keer ’s morgens vroeg bij een melkveehouder in de melkput, en terwijl ik van elke koe een melkmonster nam ontstond er een prettig gesprek. Later bij de koffie bespraken we nog wat vragen van zijn kant. Tijdens zo’n bezoek pak je dus eigenlijk alles mee: je leert elkaar kennen, hoort wat er speelt en beantwoordt vragen. Zo helpen we elkaar met als resultaat meer kennis, betere producten en praktische tools voor veehouders. En natuurlijk een betere diergezondheid!

JAN STRAMPEL Een week of vier geleden werd ik gebeld door een (netnummer 0570) melkveehouder met een Lepto-, Anita ten Wolthuis - Bronsvoort 66 04 32 IBR- en BVD-vrij Anton Gosselink 66 04 98 gecertificeerd Chantal Winterman - Schrijver 66 04 79 bedrijf. Hij kocht Frans Jansen 66 05 44 recent vier drachHans Miltenburg 66 03 32 tige pinken met onbekende BVDHeleen Worm 66 03 75 status en zette ze bij zijn eigen Jan Strampel 66 04 64 jongvee. De dierenarts tapte bloed Judith Heeren - van Dijk 66 02 80 voor het noodzakelijke BVDLammert de Vries 66 04 39 virusonderzoek en omdat de dieren Nico Konijn 66 03 07 drachtig waren deed de dierenarts Renske van de Beek 66 05 55 ook een BVD-antistoffenonderzoek. Sabine Tijs 66 03 67 Bij één van de vier dieren werd BVDSietske Haarman - Zantinge 66 03 61 virus aangetoond, en geen antistofTheo Scheepens 66 04 61 fen tegen BVD. Bij de andere drie Toine van Erp 66 03 94 dieren werden wel antistoffen aanWalter Schouten 66 04 62 getoond. Zijn bedrijf verloor de BVDvrije status en ging terug naar aanvullend jongveeonderzoek. De viruspositieve pink ging terug naar Nico het herkomstbedrijf. Drie weken na Lammert de eerste tap werd ze opnieuw onderzocht, om uit te vinden of ze Jan BVD-virusdrager is of juist recent werd geïnfecteerd. Judith De uitslag is inmiddels bekend: het Nico virus is opnieuw aangetoond en het Sabine dier had wederom geen antistoffen. Walter Anton De pink is dus onomstotelijk een Chantal BVD-virusdrager. Over vier maanden Anita kan de veehouder de eerste BVDSietske Renske Walter virusdragers verwachten, Heleen geboren uit zijn eigen vaarzen. Uit voorzorg heeft de melkveehouder Toine Theo daarom zijn hele veestapel laten Theo vaccineren tegen Hans BVD. “Ik had bij Frans de aankoop van de pinken veel feller op de status moeten zijn”, zegt hij achteraf.

BUITENDIENSTMEDEWERKERS

Herkauwer, november 2017 - 29


Ook zakgoed!

pH 10+

+31(0)6 - 24 69 70 90 +31(0)6 - 51 26 91 09

Ook deelvracht!

pH 9+

www.agrikal.nl www.kalkstromatras.nl

BASIS VOOR KALKSTROMATRAS

STALSTROOISEL DAT WÈRKT

Agrikal_Adv_GD-Herkauwer_2017.indd 2

BOX

02-02-17 16:14

De volgende stroproducten zijn zeer aantrekkelijk in prijs-kwaliteitverhouding ten opzichte van andere strooisels. De producten nemen ook veel meer vocht op en hebben een zeer positieve uitwerking op de mest.

PELLETS

Crush Lava 3 mix vanaf € 185 per ton • Rubbermatbedden • Diepstrooiselboxen • Pluimvee • Paardenboxen Boxpellets vanaf € 155 per ton • Diepstrooiselboxen • Paardenboxen • Vrijloopstallen • Potstallen Boxcrush vanaf € 185 per ton • Pluimvee • Rubbermatbedden • Diepstrooiselboxen • Paardenboxen

ADVERTEREN IN DIT MAGAZINE?

Guido Sinnige • tel. 06 - 215 84 212 • www.boxpellets.nl

AGRI SERVICE JEUKEN B.V. A

+ B

C

M

Y

CM

MY

CY CMY

K

RISORSA®AGRI EASY SERVICE JEUKEN B.V. Nieuwee! formul

Dip spray producten en te

gebruiken bij melkrobotsystemen Anzeige Agri Risorsa A5-ha-4c 24.09.2008 10:07 Uhr Seite 1 C

M

Y

CM

MY

CY CMY

K

C

M

Y

CM

MY

CY CMY

K

+ Bim Milchroboter AEinsetzbar

DeRISORSA oplossing ® EUTERPFLEGEMITTEL voor celgetal

u e l! N em e For

Anzeige Agri Risorsa A5-ha-4c 24.09.2008 10:07 Uhr Seite 1

+ B

A

problemen

+ B

Heerbaan 114, 6566 ET Millingen a/d Rijn (nl) RISORSALeichte STRONG Tel: +31 481 433661 Schutzfilmbildung Vormt een u e l! N em + B bescherming A lichte Nieuwe e e! formul For Fax: +31 481 432075 Farma GMP. ® ® Mob: +31 (0)6 53195804 RISORSA BARRIER RISORSA BARRIER e Schutzfilmbildung Vormt een extremeExtreme bescherming Nieuwe N e u ewww.agriservicejeuken.nl l! ule! ®

form

For

m

Neem contact op met: Marcel Koot T 0314-35 58 52 E marcel.koot@pshmediasales.nl I www.pshmediasales.nl


de boer op

100.000

MIJLPAAL IN DE STRIJD TEGEN BVD Steeds meer veehouders maken gebruik van BVD Oorbiopten om hun bedrijf vrij te krijgen en te houden van BVD. In oktober van dit jaar kwam bij het GD-laboratorium het 100.000ste oorbiopt binnen; een mooie mijlpaal in de strijd tegen BVD!

KALVEREN ZIJN VIA OORBIOPTEN DOOR GD ONDERZOCHT OP BVD-VIRUS

Sinds 2011 is het mogelijk om oorbiopten in te sturen naar GD voor onderzoek op BVD-virus. Oorbiopten kunt u als veehouder eenvoudig zelf nemen, in één handeling met het oormerken. Tegenwoordig hoeft u alleen nog maar de buisjes met de biopten naar ons op te sturen; de inschrijving verloopt verder volledig digitaal via VeeOnline, dat scheelt de helft aan basiskosten. Ook oorbiopten waarop u BVD- én DNA-onderzoek wilt laten doen kunt u digitaal inschrijven. Nadat het BVDonderzoek bij GD heeft plaatsgevonden, wordt het oorbiopt naar CRV doorgestuurd voor DNA-onderzoek. GA VOOR MEER MEER NAAR WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/BVDOORBIOPTEN

vraag & antwoord

VRAAG: ER GRAZEN IN DE WINTER SCHAPEN OP MIJN WEILAND, HEBBEN MIJN KALVEREN EN KOEIEN VOLGEND WEIDESEIZOEN DAARDOOR EEN GROTERE KANS OP EEN PARASITAIRE INFECTIE? ANTWOORD: DEBORA SMITS, DIERENARTS RUND

Maagdarmwormen De belangrijkste maagdarmworm bij rundvee is Ostertagia ostertagi. Dit is een andere worm dan de belangrijkste maagdarmwormen bij schapen (Haemonchus contortus, de rode lebmaagworm). Indien in de winter schapen op het weiland lopen, grazen deze als een soort ‘stofzuiger’ de infectieuze larven van Ostertagia ostertagi van het weiland. Op deze manier zorgen zij meestal voor een lagere infectiedruk met maagdarmwormen voor het rundvee. Runderen hebben zelden klinische verschijnselen van de wormen die de schapen bij zich hebben, al kan door Haemonchus contortus een enkele keer diarree optreden. Longwormen Voor wat betreft longworm geldt dat de longworm van het rund een andere is dan de longworm bij het schaap, maar er bestaat tussen deze twee soorten wel kruisbesmetting en kruisbescherming.

Leverbot Voor leverbot is dit duidelijk anders. Zowel schapen als runderen zijn gevoelig voor leverbot. Het weiden van met leverbot besmette schapen op een rundveeweide zal leiden tot een (verhoging van de) besmetting van de weide met leverboteieren. Om de leverbotcyclus rond te krijgen is de leverbotslak nodig. Indien deze slak ook aanwezig is, zijn het volgende weideseizoen infecties met leverbot bij de koeien te verwachten. In leverbotgebieden is het om deze reden af te raden om schapen ‘s winters op de runderweides te laten grazen. In andere gebieden is het vooral erg afhankelijk van de specifieke bedrijfssituatie.

MEER OVER DE AANPAK VAN WORMINFECTIES WWW.GDDIERGEZONDHEID.NL/ WORMINFECTIES

Herkauwer, november 2017 - 31


diergezondheid volgens Jan te Riele Op Stal Vredenburg, het vleesveebedrijf van de familie Te Riele, staan zo’n driehonderd Verbeterd Roodbontkoeien. Boerenzoon Jan (23) runt dit bedrijf samen met zijn ouders Jan en Petra. Jans jongere broer Peter werkt als vrachtwagenchauffeur, maar helpt wanneer hij kan. Hygiëne en diergezondheid en zijn voor hen belangrijke thema’s. Rondom Stal Vredenburg ligt zo’n 17 hectare eigen grond. Verderop ligt nog eens 60 hectare huurgrond. “Het halen en brengen van de dieren naar dat land doet mijn vader zelf, met de veewagen van het veetransportbedrijf waar hij en Peter werken”, zegt Jan. Daarbij worden strenge hygiënemaatregelen gehanteerd. “D’r komt hier nooit een veewagen smerig op het terrein. Niet van onszelf of van een ander. Als er een noodslachting is moeten we een dier à la minuut kunnen wegbrengen en dat mag niet met een smerige kar.” Steriel werken Bij het ras Verbeterd Roodbont komen keizersnedes voor. Dit gebeurt in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte. Op het bedrijf zijn er nooit problemen met ontstekingen. “Het allerbelangrijkste is steriel werken”, legt Jan uit. “Je weet gewoon dat je, als je handen eenmaal steriel zijn als je de veearts gaat helpen, je niet meer aan je neus kunt krabben. Anders moet je weer opnieuw beginnen met schoonmaken en ontsmetten.” Open dag Tijdens de open dag in september werd het bedrijf bezocht door zo’n 750 mensen, zowel collega’s als burgers. Er werden die dag extra hygiënemaatregelen genomen. “Alle bezoekers moesten over een ontsmettingsmat vóór ze het erf op mochten. En we hadden een intekenlijst, waarop ze hun gegevens konden achterlaten. Mocht er achteraf iets gebeuren, kunnen we iedereen bereiken als dat nodig is.” Preventie Stal Vredenburg is leptospirose-vrij en heeft de laatste drie jaar geen ongunstige uitslagen gehad voor IBR. “Helaas hebben we drie jaar geleden wel een keer BVD binnengehaald, via een aangekochte koe”, vertelt Jan. Sindsdien wordt van alle kalveren, nog vóór ze de eerste biest gehad hebben, bloed afgenomen. “Het eerste jaar na de besmetting hebben we er vier dragers uitgehaald en nu gelukkig al ruim twee jaar niks meer.” Alle kalveren worden geënt tegen pinkengriep, ringschurft en clostridium. Ook preventie van kalverdiarree krijgt veel aandacht. “En dat gaat goed, onze kalveren hebben eigenlijk nooit diarree.”

Postbus 9, 7400 AA Deventer, T. 0900-1770, F. 0570-634104, www.gddiergezondheid.nl, info@gddiergezondheid.nl

Profile for Gezondheidsdienst voor Dieren

Herkauwer 90 - november 2017  

Wat kom je allemaal tegen als je de koeien na vijf jaar op stal weer naar buiten doet? Melkveehouder Johannis de Lorm vertelt erover in Herk...

Herkauwer 90 - november 2017  

Wat kom je allemaal tegen als je de koeien na vijf jaar op stal weer naar buiten doet? Melkveehouder Johannis de Lorm vertelt erover in Herk...